Ontheffing laagvliegen

Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum vlieghoogte buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen

26 februari 2007

Nr. IVW TBE 45.1.b - 2007-08

- Stella Aviation

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing dd.29-01-2007, ontvangen op 31-01-2007 van Stella aviation academy. Contactpersoon: dhr. Ton Roeten, functie: hoofd opleidingen. Adres: De Zanden 59, 7395 PA Teuge;

Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder andere, de opdrachten van Stella aviation academy, voor het uitvoeren van: nood- en voorzorgslandingen, in het kader van de vliegopleidingen van Stella aviation academy;

Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt onder oefennadering verstaan, het met een luchtvaartuig uitvoeren van naderingsprocedures en procedures ter voorbereiding van een landing zonder dat deze procedures gevolgd worden door een landing waarbij de wielen het aardoppervlak raken, zulks in het kader van een vliegopleiding of het onderhoud van vliegvaardigheid.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing op vliegtuigen van het type Piper PA-44-180 (‘Seminole’) en Piper PA-34-220 (‘Seneca’), in gebruik bij Stella aviation academy, waarmee VFR-vluchten worden uitgevoerd, t.b.v. het beoefenen van nood- en voorzorgslandingen, in het laagvlieggebied ‘Noord-Groningen’, in opdracht van Stella aviation academy. Dit laagvlieggebied wordt begrensd door de posities zoals aangegeven in Volume II hoofdstuk ENR 5-1-6 van de luchtvaartgids (VFRgids Nederland) waar dit gebied is gepubliceerd.

Artikel 3

Aan de gezagvoerder van het in artikel 2 genoemde vliegtuigen, wordt voor het gehele jaar 2007, ontheffing verleend van het verbod genoemd in artikel 45, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, buiten gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

a. oefennaderingen mogen niet worden uitgevoerd boven wegen, kanalen, meren, rivieren en gebouwen ingericht voor het verblijf van personen;

b. oefennaderingen mogen niet worden uitgevoerd boven terreinen waarop zich personen of vee bevinden;

c. de minimum toegestane vlieghoogte bedraagt 30m (100 ft) boven de grond of het water, doch tenminste 30 m (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;

d. tijdens de vlucht is een terzake aangewezen en bevoegd persoon aan boord van het vliegtuig, die in staat is te allen tijde in te grijpen.

Artikel 4

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 26 februari 2007 en vervalt met ingang van 26 februari 2008, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,namens deze,
de unitmanager Unit Kennis, Advies en Berichtgeving,
Toelating/Continuering Luchtruim,
R.J. Putters.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

- de naam en het adres van de indiener;

- de dagtekening;

- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

- de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Toezicht Beheereenheid

Unit Juridische Zaken

Postbus 90653

2509 LR Den Haag

Naar boven