Vaststelling vergoeding leden en deskundigen College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 december 2006, nr. GMT/MVG 2733686, houdende de vaststelling van de vergoeding van de leden en de deskundigen van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 12, eerste en tweede lid, van het Besluit op het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen;

Besluit:

Artikel 1

De vergoeding ter zake van door de leden van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen ten behoeve van dat college buiten de vergaderingen te verrichten werkzaamheden bedraagt: € 15.239,– bruto per jaar. Deze vergoeding kan geindexeerd worden aan de hand van het gebruikelijke percentage van de algemene salarisherzieningen binnen de sector Rijk.

Artikel 2

De vergoeding ter zake van door deskundigen ten behoeve van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen buiten de vergaderingen te verrichten werkzaamheden bedraagt: € 880,– bruto per vergadering die door de deskundige bijgewoond wordt. Deze vergoeding kan geindexeerd worden aan de hand van het gebruikelijke percentage van de algemene salarisherzieningen binnen de sector Rijk.

Artikel 3

Aan dit besluit wordt terugwerkende kracht verleend tot 1 januari 2005.

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F. Hoogervorst.

Toelichting

In artikel 12 van het Besluit op het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen is bepaald dat de leden en deskundigen van dat college een door de minister vast te stellen vergoeding krijgen. De hoogte van deze vergoedingen zijn niet meer aangepast sinds 1996 en zijn niet meer marktconform. Om die reden zijn nieuwe vergoedingen vastgesteld.

Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoedingen is rekening gehouden met de gemiddelde tijdbesteding van de leden van 25 uur per maand en het bruto-salaris van een ambtenaar in schaal 18, salarisnummer 10, van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. Deze berekening komt uit op een bedrag van € 15.239,– bruto per jaar. Dit bedrag kan geïndexeerd worden aan de hand van het gebruikelijke percentage van de algemene salarisherzieningen binnen de sector Rijk.

Het gaat hier om de vergoeding voor buiten de vergadering uitgevoerde werkzaamheden. In dit bedrag is tevens de bijdrage van leden van het College in andere vergaderingen betrokken; veel leden zijn lid van werkgroepen en van commissies van het College.

Naast de vergoeding voor Collegeleden wordt in deze regeling voorzien in een vergoeding voor de werkzaamheden van deskundigen die door het college worden ingezet om specifieke wetenschappelijke inbreng te leveren ten behoeve van de beoordeling van geneesmiddelen. Dat bedrag is vastgesteld op € 880,– bruto per vergadering waarvoor de vorengenoemde werkzaamheden zijn verricht.

Voor de aanwezigheid aan vergaderingen geldt daarnaast de vigerende regeling voor vacatiegeld. Thans wordt op grond hiervan een bedrag van € 235,– per vergadering uitgekeerd, plus een eventuele reiskostenvergoeding.

Dit besluit wordt in het kader van transparantie gepubliceerd in de Staatscourant.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

J.F. Hoogervorst

Naar boven