Wijziging Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 31 januari 2007, nr. TRCJZ/2007/49, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 38 van de Meststoffenwet en gelet op de artikelen 35, 52, 53 en 70 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

Besluit:

Artikel I

De Uitvoeringsregeling Meststoffenwet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 42, eerste lid, aanhef, vervalt het woord ‘of’ en wordt na de zinsnede ‘de landbouwer op wiens bedrijf het voorgaande kalenderjaar de gebruiksnorm, bedoeld in artikel 24, eerste lid, is toegepast’ de volgende zinsnede ingevoegd: of de landbouwer wiens bedrijf daartoe voor het komende kalenderjaar is aangemeld bij de Dienst Regelingen overeenkomstig artikel 25, eerste lid.

B

In artikel 82, derde lid, wordt ‘een tuincentrum’ vervangen door: een tuincentrum of een hovenier.

C

In artikel 87, eerste lid, onderdeel e, wordt de zinsnede ‘ ingevolge eigendom’ vervangen door: ingevolge eigendom of ingevolge een in België geregistreerde pachtovereenkomst.

D

Artikel 89 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste tot en met het vierde lid worden vernummerd tot derde tot en met zesde lid.

2. Er worden twee leden ingevoegd luidende:

1. Indien dierlijke meststoffen afkomstig van paarden van een bedrijf worden afgevoerd naar een intermediaire onderneming waar tussenopslag van maximaal 48 uur van deze meststoffen plaatsvindt voordat deze meststoffen worden afgevoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons of van een grondstof voor de productie van dat substraat, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van artikel 68, eerste lid, van het besluit, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.

2. Indien de in het eerste lid bedoelde dierlijke meststoffen die in tussenopslag hebben gelegen van de intermediaire onderneming worden afgevoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van het in het eerst lid bedoelde substraat of grondstof, kan de desbetreffende hoeveelheid dierlijke meststoffen, in zoverre in afwijking van artikel 68, eerste lid, van het besluit, worden bepaald op basis van de in bijlage I, tabel II, voor de desbetreffende mestsoort vermelde forfaitaire stikstofgehalten, onderscheidenlijk fosfaatgehalten.

3. In het vierde lid (nieuw) wordt de zinsnede ‘het in het eerste lid bedoelde substraat’ vervangen door: het in het derde lid bedoelde substraat.

4. In het vijfde en zesde lid (nieuw) wordt de zinsnede ‘het in het tweede lid bedoelde substraat’ telkens vervangen door: het in het vierde lid bedoelde substraat.

E

Na artikel 91a wordt een artikel ingevoegd luidende:

Artikel 91b

Indien dezelfde vracht vaste dierlijke meststoffen binnen zeven dagen twee maal wordt vervoerd van of naar een bedrijf of een onderneming, kan de hoeveelheid meststoffen van het eerste vervoer, in zoverre in afwijking van artikel 68, eerste lid van het besluit, gelijkgesteld worden aan de hoeveelheid meststoffen van het tweede vervoer, onder voorwaarde dat tijdens het laden van zowel het eerste als het tweede vervoer, de gegevens ter identificatie van de monsterverpakking als bedoeld in artikel 55, tweede lid, onderdeel b, van het tweede vervoer worden ingelezen en vastgelegd.

F

Artikel 126 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt de zinsnede ‘waarop het Besluit glastuinbouw van toepassing is’ vervangen door: waarop de verbruiksdoelstellingen voor stikstof en fosfaat als bedoeld in bijlage 1 van het Besluit glastuinbouw van toepassing zijn.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. Voor bedrijven met open grondteelt die mede glastuinbouwactiviteiten als bedoeld in artikel 2, onderdeel d, van het Besluit glastuinbouw, uitoefenen op een kleiner oppervlak dan 2500 m2 aan permanente opstand van glas of kunststof, zijn voor de glastuinbouwactiviteiten de verbruiksdoelstellingen voor stikstof en fosfaat, genoemd in bijlage 1, van het Besluit glastuinbouw, van overeenkomstige toepassing.

G

Bijlage D wordt als volgt gewijzigd:

1. In tabel I wordt bij diercategorie met diernummer 122 de omschrijving ‘Roodvleesstieren van ca. 3 maanden tot ca. 18 maanden (stieren en ossen van 3 maanden en ouder die hiervoor zijn gehouden als startkalf en op een leeftijd van ca. 18 maanden worden geslacht)’ vervangen door: Roodvleesstieren van ca. 3 maanden tot de slacht (stieren en ossen van 3 maanden en ouder die hiervoor zijn gehouden als startkalf en die voor de leeftijd van 24 maanden worden geslacht, inclusief vrouwelijke dieren die op deze wijze worden gemest).

2. In tabel I worden bij de diercategorie met diernummer 300 de stalsystemen ‘mestband’, ‘mestband emissie-arm’ en ‘mestband met nadroging’ en de bijbehorende forfaitaire normen vervangen door het stalsysteem ‘alle mestbanden’, met een excretie per dier in de periode van 1 september tot 1 maart in m3 vaste mest van 0,006, een excretie per dier per jaar in kg stikstof van 0,22 en een stikstofcorrectie in kg per dier per jaar van 0,069.

3. In tabel I worden bij de diercategorie met diernummer 301 de stalsystemen ‘mestband’, ‘mestband emissie-arm’ en ‘mestband met nadroging’ en de bijbehorende forfaitaire normen vervangen door het stalsysteem ‘alle mestbanden’, met een excretie per dier in de periode van 1 september tot 1 maart in m3 vaste mest van 0,012, een excretie per dier per jaar in kg stikstof van 0,46 en een stikstofcorrectie in kg per dier per jaar van 0,136.

4. In tabel I wordt bij de diersoort met diernummer 90 de omschrijving van de diercategorie ‘Voedsters (alle vrouwelijke dieren die ten minste eenmaal gedekt zijn, met bijbehorende rammen en jongen, vlees- en opfokkonijnen)’ vervangen door ‘Voedsters (alle vrouwelijke dieren die ten minste eenmaal gedekt zijn, met bijbehorende rammen, zogende jongen en opfokkonijnen)’, en voorzien van het diernummer 900, wordt de excretie per dier in de periode van 1 september tot 1 maart in m3 vaste mest van ‘0,210’ vervangen door ‘0,108’ en in m3 drijfmest van ‘0,290’ vervangen door ‘0,150’, wordt de excretie per dier per jaar in kg stikstof van ‘2,98’ vervangen door ‘1,53’ en wordt de stikstofcorrectie in kg per dier per jaar van ‘1,1’ vervangen door: 1,23.

5. In tabel I wordt na de diercategorie ‘Voedsters’ met diernummer 900 (nieuw) de volgende diercategorie ingevoegd: Vleeskonijnen (alle jonge konijnen die na het spenen zijn bestemd voor de vleesproductie) met diernummer 901, een excretie per dier in de periode van 1 september tot 1 maart in m3 vaste mest van 0,021 en in m3 drijfmest van 0,049, een excretie per dier per jaar in kg stikstof van 0,50 en een stikstofcorrectie in kg per dier per jaar van 0,24.

6. Tabel II A wordt vervangen door de bij deze regeling opgenomen bijlage 1, onder vervanging van het opschrift ‘bijlage 1’ door het opschrift ‘Tabel II A. Excretieforfaits per melkkoe drijfmest, behorende bij de artikelen 36 en 74’.

7. Tabel II B wordt vervangen door de bij deze regeling opgenomen bijlage 2, onder vervanging van het opschrift ‘bijlage 2’ door het opschrift ‘Tabel II B. Excretieforfaits per melkkoe vaste mest, behorende bij de artikelen 36 en 74’.

H

Bijlage F wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel B, worden na de omschrijving ‘vervoer per schip’ met code ‘45’ de volgende omschrijvingen en codes ingevoegd: gesplitst vervoer van vaste mest met code 46 en afvoer naar tuincentrum of hovenier met code 47.

2. In onderdeel B worden na de omschrijving ‘afvoer uit COO vergistingsinstallatie’ met code ‘93’ de omschrijving en code ingevoegd: vervoer van mestkorrels met code 94.

I

Bijlage H wordt als volgt gewijzigd:

1. In paragraaf 6.3.2, eerste volzin, wordt de zinsnede ‘een onafhankelijk door de minister van LNV aangewezen laboratorium’ vervangen door: RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid, onderdeel van Wageningen UR te Wageningen.

2. In paragraaf 6.3.2, vierde volzin, wordt de zinsnede ‘het toezichthoudende laboratorium’ vervangen door: RIKILT – Instituut voor Voedselveiligheid, onderdeel van Wageningen UR te Wageningen.

J

Bijlage I, tabel II wordt vervangen door de bij deze regeling opgenomen bijlage 3, onder vervanging van het opschrift ‘bijlage 3’ door het opschrift ‘Tabel II behorend bij artikel 89’.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2007.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 31 januari 2007.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P. Veerman.

Toelichting

§ 1. Inleiding

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Stcrt. 2005, 226) (hierna: Urm). Er wordt in de regeling onder meer een uitzondering gemaakt op de verplichting tot bemonstering en analyse voor een vracht vaste dierlijke meststoffen die gesplitst, dat wil zeggen twee maal binnen 1 week, wordt vervoerd en voor paardenmest die voor maximaal 24 uur wordt overgeslagen en verzameld op de mestplaat bij de intermediaire onderneming alvorens verder vervoerd te worden. Voor deze laatste categorie wordt ook een uitzondering gemaakt op de verplichtingen met betrekking tot weging en de AGR- en satellietvolgapparatuur. Daarnaast vindt er nog een aantal kleinere wijzigingen plaats. De verschillende wijzigingen worden hierna afzonderlijk per artikel en per onderdeel toegelicht.

§ 2. Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Artikel 42, eerste lid van de Urm legt de verplichting op aan een tweetal groepen landbouwers om jaarlijks voor 1 februari, in het kader van toezicht en handhaving, gegevens uit de administratie te verstrekken aan de Dienst Regelingen. Het gaat daarbij om bedrijven die in een kalenderjaar een grotere hoeveelheid dierlijke meststoffen produceren dan 170 kilogram stikstof per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, de overschotbedrijven, en landbouwers die het voorgaande jaar een verhoogde gebruiksnorm in het kader van de derogatie hebben gebruikt. Deze twee groepen landbouwers moeten onder andere gegevens verstrekken over de aan het eind van het kalenderjaar op het bedrijf aanwezige hoeveelheid meststoffen. Deze eindvoorraad geldt ingevolge artikel 94, vierde lid en 95, vijfde lid, tevens als beginvoorraad voor het daaropvolgende jaar en is één van de gegevens die nodig zijn om de meststoffenbalans op te kunnen maken. Landbouwers die zich aanmelden om gebruik te mogen maken van de verhoogde gebruiksnorm in het kader van de derogatie, doch in het voorgaande jaar hier geen gebruik van hebben gemaakt, zijn gezien de huidige formulering van artikel 42 niet verplicht om deze gegevens te verstrekken aan de Dienst Regelingen. Van deze bedrijven is derhalve de beginvoorraad onbekend en kan voor het jaar waarin gebruik gemaakt wordt van de verhoogde gebruiksnorm – dit is het kalenderjaar volgende op de aanmelding bij de Dienst Regelingen – geen meststoffenbalans opgemaakt worden. Om controle op deze bedrijven mogelijk te maken is daarom een wijziging opgenomen die ook voor deze categorie bedrijven de verplichting oplegt tot het jaarlijks verstrekken van gegevens aan de Dienst Regelingen.

Onderdeel C

Bij de inwerkingtreding van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet op 1 januari 2006 bestond voor de gebruikmaking van de uitzondering op de verplichtingen ten aanzien van bemonstering en analyse bij aan- en afvoer van dierlijke meststoffen naar in België gelegen landbouwgrond, onder andere de voorwaarde dat deze landbouwgrond in eigendom of blijkens registratie bij de Dienst Regelingen ingevolge artikel 2.2a van de Regeling keuring en handel dierlijke producten toebehoorde aan het bedrijf. Bij de wijziging van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet van 22 juni 2006 is in verband met het vervallen van de Regeling keuring en handel dierlijke producten de verwijzing naar deze laatste regeling in artikel 87 geschrapt. Verzuimd is toen om hier een vervangende regeling voor op te nemen. Met de huidige wijziging wordt deze omissie hersteld en wordt geregeld dat de uitzondering niet alleen geldt voor grond die in eigendom is, maar ook voor grond die ingevolge een in België geregistreerde pachtovereenkomst door het bedrijf wordt gepacht.

Onderdeel D

Het afvoeren van paardenmest van paardenhouderijen naar de producenten van substraat ten behoeve van de teelt van champignons, geschiedt normaal gesproken veelal door middel van een systeem van bijladen. Met één transportvoertuig wordt bij verschillende maneges paardenmest opgehaald, waarna de verzamelde mest wordt afgeleverd aan een onderneming waar deze paardenmest gebruikt wordt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons. De uiteindelijke hoeveelheid verzamelde mest die afgeleverd wordt, wordt gezien als één vracht die – normaal gesproken – één maal bemonsterd en geanalyseerd zou moeten worden om de stikstof- en fosfaatgehalten te bepalen. In artikel 89 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet is echter een uitzondering op de verplichting tot weging en bemonstering gemaakt voor de afvoer van paardenmest naar ondernemingen die daaruit substraat produceren voor de teelt van champignons.

In bepaalde regio’s – bijvoorbeeld in Noord Holland – geeft de intermediaire onderneming vanwege logistieke redenen er echter de voorkeur aan om de mest niet op de wagen te verzamelen, maar bij de intermediaire onderneming zelf op de mestplaat. De paardenmest ligt dan maximaal 48 uur op de mestplaat voordat deze wordt afgevoerd naar de producent van substraat voor de teelt van champignons. Voor deze situatie geldt dat, als gevolg van de tussenopslag op de mestplaat, niet gesproken kan worden van rechtstreekse afvoer van de producent van paardenmest naar de producent van substraat voor de teelt van champignons en dat derhalve de uitzondering op de verplichting tot weging en bemonstering van het huidige artikel 89, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, niet van toepassing is.

Nu deze situatie zich echter niet wezenlijk onderscheidt van het systeem van bijladen waar de uitzondering van artikel 89, eerste lid van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet wel voor geldt, wordt voor paardenmest die voor maximaal 48 uur wordt overgeslagen en verzameld op de mestplaat bij de intermediaire onderneming alvorens verder vervoerd te worden naar de producent van substraat voor de teelt van champignons, een soortgelijke uitzondering gemaakt. In het onderhavige onderdeel wordt daarom de uitzondering tot weging en bemonstering van artikel 89 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet uitgebreid met de afvoer van paardenmest die tijdelijk wordt overgeslagen en verzameld bij de intermediaire onderneming voordat deze wordt afgevoerd naar de producent van substraat voor de teelt van champignons. Ingevolge artikel 59, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, geldt tevens een vrijstelling van de verplichting dat het vervoer wordt uitgevoerd door een overeenkomstig artikel 38 van het Uitvoeringsbesluit geregistreerde intermediair. De in deze situaties voor het vervoer ingezette transportmiddelen behoeven daarnaast niet met bemonsterings- en verpakkingsapparatuur en AGR- en satellietvolgapparatuur te zijn uitgerust.

Onderdeel E

In het onderhavige artikel wordt een voorziening getroffen voor een vracht vaste dierlijke meststoffen die gesplitst wordt vervoerd. In de praktijk komt het soms voor dat vaste dierlijke meststoffen door de intermediair niet in één keer van de leverancier naar de eindbestemming worden gebracht, maar dat de container, waarin deze vaste dierlijke meststoffen zich bevinden gedurende enige tijd blijft staan bij de vervoerder en vervolgens verder wordt getransporteerd. Deze manier van vervoeren kan worden beschouwd als gesplitst transport of als verlengd transport. Beide zienswijzen brengen voor- en nadelen met zich. Indien deze transporten worden beschouwd als gesplitst transport, dat wil zeggen twee afzonderlijke transporten, gelden volgens de huidige regels voor beide transporten de verplichtingen ten aanzien van AGR- en satellietvolgapparatuur, wegen, bemonstering en analyse en het Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (hierna VDM). Vooral de verplichting tot bemonstering en analyse van beide transporten, brengt voor de vervoerder relatief hoge kosten met zich. Bovendien is een container die niet wordt gelost en dus ook niet opnieuw wordt geladen, niet goed te bemonsteren, zodat een groot verschil in stikstof en fosfaatwaarden van de meststoffen tussen de eerste en tweede bemonstering kan ontstaan.

Indien dit vervoer wordt beschouwd als verlengd transport betekent dit dat er slechts éénmaal gewogen, bemonsterd en geanalyseerd behoeft te worden en dat er slechts één VDM opgemaakt hoeft te worden. Echter, ingevolge artikel 49, tweede en derde lid van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (hierna Ubm) moet de bij het transport behorende AGR- en satellietvolgapparatuur gedurende het gehele vervoer op het voertuig waarmee de dierlijke meststoffen worden vervoerd aanwezig zijn. De bij het verlengde transport behorende AGR- en satellietvolgapparatuur, die dus bij de container dient te blijven, wordt op deze manier langdurig vastgelegd. Dit vereist derhalve het bezit van een groot aantal AGR- en satellietvolgapparaten. Bovendien is er in de praktijk vaak behoefte om van voertuig te wisselen, doch het VDM laat dit niet toe.

Met het onderhavige artikel wordt een oplossing gecreëerd voor gesplitste transporten waarbij niet langer dan 7 dagen tussen de twee afzonderlijke transporten zit. De omschreven manier van vervoeren wordt gezien als twee afzonderlijke transporten door één vervoerder. Beide transporten worden gewogen, voor beide transporten wordt een afzonderlijke VDM opgemaakt en voor beide transporten gelden de verplichtingen ten aanzien van AGR- en satellietvolgapparatuur. Echter alleen voor het tweede transport geldt de verplichting tot bemonstering en analyse. De stikstof- en fosfaatgehalten van het eerste transport mogen gelijkgesteld worden aan die van de analyseresultaten van het tweede transport. Voorwaarde voor deze uitzondering is wel dat bij het laden van de beide vrachten – in geval van het tweede transport is dit natuurlijk niet laden in de letterlijke zin van het woord – twee maal dezelfde gegevens ter identificatie van de monsterverpakking, namelijk die van de pot en de deksel van het tweede transport, worden ingelezen en vastgelegd in de AGR-apparatuur.

Een voorbeeld ter illustratie. De intermediair transporteert een vracht van A naar B, laat de vracht daar 7 dagen staan, en vervoert de vracht dan van B naar C. De intermediair doet hiervoor vier AGR/GPS meldingen, te weten: vertrek van A (laden), aankomst bij B (lossen), vertrek van B (laden) en aankomst bij C (lossen). Bij beide ladingen legt de intermediair in de AGR-apparatuur de gegevens van de deksel en de monsterpot van het tweede vervoer vast. Hij bemonstert bij het lossen van de tweede vracht en gebruikt de analyseresultaten van deze tweede vracht ook als waarden voor het eerste vervoer. De intermediair dient wel, net als normaliter bij twee vervoersbewegingen twee vervoersbewijzen dierlijke meststoffen op te maken (van A naar B en van B naar C).

Onderdeel F

Met dit onderdeel wordt buiten twijfel gesteld dat de vrijstelling van het verbod op het gebruik van meststoffen op een bedrijf van artikel 7 van de Meststoffenwet niet geldt voor alle bedrijven waarop het Besluit glastuinbouw van toepassing is, doch alleen voor die bedrijven waarop de gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat die zijn opgenomen in bijlage 1 bij het Besluit glastuinbouw van toepassing zijn. Door deze laatste toevoeging wordt voorkomen dat bedrijven waarop bijvoorbeeld alleen de lozingsvoorschriften van bijlage 3 van het Besluit glastuinbouw van toepassing zijn, ook vallen onder de vrijstelling van het verbod op het gebruik van meststoffen op een bedrijf. Hierdoor zou immers op deze bedrijven anders geen enkele gebruiksnorm voor stikstof en fosfaat van toepassing zijn. Met de toevoeging van het derde lid zijn voor gemengde bedrijven die zowel teelt in open grond als glastuinbouw beoefenen, doch dit laatste op een kleiner oppervlak dan 2500 m2 doen, voor wat betreft het glastuinbouw gedeelte, de verbruiksdoelstellingen voor stikstof en fosfaat in bijlage 1 van het Besluit glastuinbouw van overeenkomstige toepassing verklaard. Deze normen waren al van toepassing op gemengde bedrijven met een glastuinbouwoppervlakte van meer dan 2500 m2. Het onderscheid tussen gemengde bedrijven met meer of minder dan 2500 m2 glastuinbouw komt hiermee te vervallen.

Onderdeel G

In dit onderdeel wordt bijlage D bij de regeling op een aantal punten gewijzigd.

De eerste wijziging betreft de definitie van categorie 122. Deze categorie van roodvleesvee is een samenvoeging van 3 kwaliteitscategorieën te weten: R-kwaliteit dat geslacht wordt op ca. 18 maanden, U-kwaliteit van zoogkoeien die geslacht worden op ca. 20 maanden en E-kwaliteit van luxe vleesstieren waarbij de slachtleeftijd ligt op ca. 24 maanden. In de definitie van categorie 122 wordt nu de slachtleeftijd van ca. 18 maanden genoemd, terwijl de slachtleeftijd van U- en E-kwaliteit roodvleesvee duidelijk later ligt. Met de onderhavige wijziging is de indeling naar diercategorie in bijlage D, tabel I, in overeenstemming gebracht met de praktijk en is de slachtleeftijd op maximaal 24 maanden bepaald.

Met de wijzigingen in het tweede en derde lid worden drie verschillende vormen van stalsystemen voor het houden van pluimvee bij de diercategorieën met de diernummers 300 en 301, te weten: mestband, mestband emissiearm en mestband met nadroging, samengevoegd tot één stalsysteem te weten: alle mestbanden. In de praktijk bleken de verschillende vormen van mestband tot veel verwarring te leiden. Nu ook wetenschappelijk gezien het nut van het onderscheid tussen de verschillende vormen van stalsystemen zeer beperkt is voor de pluimveehouderij, kan dit onderscheid komen te vervallen en in verband met de duidelijkheid gekozen voor één stalsysteem.

De wijzigingen in het vierde en vijfde lid betreffen de diersoort konijn met diernummer 90. Voor konijnen was slechts één diercategorie opgenomen, terwijl er in de praktijk ook zelfstandige vleeskonijnenbedrijven blijken te bestaan. Door de diercategorie voedsters op te splitsen in voedsters en vleeskonijnen met respectievelijk de diernummer 900 en 901, kunnen ook de zelfstandige vleeskonijnenbedrijven met de forfaits uit de voeten. Daarnaast bleek dat in de oorspronkelijke forfaits voor voedsters de excretie van vleeskonijnen onvoldoende was verwerkt.

In het zesde en zevende lid worden tabel IIA en tabel IIB van bijlage D vervangen. De getallen in tabel IIA en tabel IIB zijn nauwkeuriger in overeenstemming gebracht met de formule in de toelichting bij de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waarmee de stikstofexcretie wordt berekend:

Stikstofexcretie (bruto) = 136,7 + 0,0094 (melkproductie – 7482) + 1,8 (melkureum – 26)

Mestproductie in kg N = Stikstofexcretie (bruto) * 0,95 * 0,882

Door een afrondingsfout in bovenstaande formule werd bij de hogere melkproducties de mestproductie o,5 kg te hoog werd ingeschat.

Eenzelfde afrondingsfout heeft zich ook voorgedaan bij de forfaits voor de fosfaatexcretie. Beide afrondingsfouten zijn uit tabel IIA gehaald.

Voor wat betreft de excretie van melkvee van vaste mest geeft de oorspronkelijke tabel bij een melkgift van 9.875–10.124 kg melk per koe per jaar en een ureumgehalte van 26 een stikstof-excretie van 121,9. Nu de rest van de tabel, net als de tabel voor drijfmest in stapjes van 0,5 kg omhoog of omlaag gaat, is in de nieuwe tabel dit forfait afgerond op 122,0.

Bij de forfaits voor fosfaatexcretie is net als bij drijfmest een afrondingsfout gemaakt. Ook deze fout is hersteld in de nieuwe tabel IIB.

Onderdeel H

In dit onderdeel wordt een aantal extra omschrijvingen met de daarbij behorende codes opgenomen ten behoeve van het vervoersbewijs dierlijke meststoffen. Deze omschrijvingen en codes zijn uiteraard alleen aan de orde als er sprake is van de verplichting tot het opmaken van een vervoersbewijs. Ingevolge artikel 67 van de regeling is het vervoer van mestkorrels die zijn verpakt in eenheden van ten hoogste 25 kilogram uitgesloten van de verplichting tot het opmaken van een vervoersbewijs dierlijke meststoffen.

Onderdeel J

Uit onderzoek door de Dienst Regelingen is gebleken dat het afgelopen jaar op vrijwel alle vervoersbewijzen dierlijke meststoffen met betrekking tot het vervoer van champost, de hoeveelheid stikstof en fosfaat is ingevuld aan de hand van het stikstof- en fosfaatgehalte per ton product in plaats van het stikstof- en fosfaatgehalte per ton droge stof. Omdat het vanuit controleoogpunt geen verschil maakt of het aantal tonnen product, danwel het aantal tonnen droge stof wordt weergegeven op het vervoersbewijs is voor de toekomst de regelgeving in overeenstemming gebracht met de praktijk, en wordt in dit onderdeel bijlage I, tabel II vervangen door bijlage 3 bij deze regeling. In de nieuwe tabel is voor champost het stikstof- en fosfaatgehalte weergegeven per ton product.

§ 3. Administratieve lasten

De onderhavige wijzigingen van de Urm hebben ten algemene een gunstige, zij het zeer geringe invloed op het totaal aan administratieve lasten zoals deze voortvloeien uit de mestregelgeving. Slechts ten aanzien van de verplichting die volgt uit artikel I, onderdeel A, vindt een éénmalige verhoging van de administratieve lasten plaats, in alle andere gevallen leiden de wijzigingen tot een jaarlijkse vermindering of het gelijk blijven van de administratieve lasten. De totale jaarlijkse administratieve lasten zoals die volgen uit de mestwetgeving dalen met € 264.000. In de navolgende tabel worden de wijzigingen in de administratieve lasten verder uitgesplitst per onderdeel met een toelichting per onderdeel.

Eenmalig

Ond.

Omschrijving

Gevolgen administratieve lasten

Verschil

A

Eenmalig verstrekken aanvullende gegevens derogatiebedrijven

Bedrijven die voor het eerst gebruik maken van derogatie moeten beginvoorraad mest doorgeven mbv formulier aanvullende gegevens. Naar schatting maken in 2007 2000 bedrijven voor het eerst gebruik van derogatie.

+ € 30.360

Totaal

  

+ € 30.360

Jaarlijks

Ond.

Omschrijving

Gevolgen administratieve lasten

Verschil

C

Geen wegen, bemonsteren, analyseren en AGR/GPS bij maximaal 24 uur tussenopslag paardenmest die wordt afgevoerd naar substraatbedrijf

Voor forfaitaire transporten geldt (ten opzichte van de hoofdregel) een besparing van administratieve lasten van circa € 33,–, per transport met name doordat de kosten voor weging, bemonstering en analyse vervallen.

– € 250.000

D

Vrijstelling bemonstering en analyse gesplitst transport

Vervallen 1 x verplichting tot bemonstering en analyse. De kosten per transport hiervoor worden geschat op € 14,–.

– € 14.000

Totaal

  

– € 264.000

Toelichting per onderdeel

Onderdeel A

Ca 2000 bedrijven maken in 2007 voor het eerst gebruik van derogatie. Deze bedrijven moeten, eenmalig middels het formulier aanvullende gegevens de beginvoorraad mest doorgeven. Zij zullen hiervoor gemiddeld een half uur nodig hebben.

Onderdeel C

Voor transporten van paardenmest van paardenhouderijen naar de producenten van substraat, waarbij de paardenmest maximaal 24 uur op de mestplaat ligt voordat de mest wordt afgevoerd naar de producent van substraat voor de teelt van champignons geldt dat geen weging, bemonstering en analyse hoeft plaats te vinden en geen gebruik hoeft te worden gemaakt van AGR- en satellietvolgapparatuur. Het gaat naar schatting jaarlijks om 7500 transporten waarvoor van deze vrijstelling gebruik gemaakt zal worden.

Onderdeel D

Gesplitste transporten worden gedeeltelijk vrijgesteld van de verplichting tot bemonstering en analyse. Het gaat naar schatting jaarlijks om 1000 transporten waarvoor van deze vrijstelling gebruik gemaakt zal worden.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.P. Veerman

Bijlage 1

Stikstofexcretie en fosfaatexcretie per koe (in kg stikstof resp. kg fosfaat per jaar) en in m3 per zes maanden

Melkproductie in kg melk per koe per jaar

Mestproductie per melkkoe per jaar

 

in kg Stikstof

Ureumgehalte in mg/100g

< 14

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

< 5.624

77,0

78,50

80,0

81,50

83,0

84,5

86,0

87,50

89,0

90,50

92,0

93,50

95,0

96,50

98,0

5.625–5.874

81,5

83,00

84,5

86,00

87,5

89,0

90,5

92,00

93,5

95,00

96,5

98,00

99,5

101,00

102,5

5.875–6.124

83,5

85,00

86,5

88,00

89,5

91,0

92,5

94,00

95,5

97,00

98,5

100,00

101,5

103,00

104,5

6.125–6.374

85,0

86,50

88,0

90,00

91,0

93,0

94,0

96,00

97,5

99,00

100,5

102,00

103,5

105,00

106,5

6.375–6.624

87,0

88,50

90,0

91,50

93,0

94,5

96,0

98,00

99,5

101,00

102,5

104,00

105,5

107,00

108,5

6.625–6.874

89,0

90,50

92,0

93,50

95,0

96,5

98,0

99,50

101,0

102,50

104,5

106,00

107,5

109,00

110,5

6.875–7.124

91,0

92,50

94,0

95,50

97,0

98,5

100,0

101,50

103,0

104,50

106,0

107,50

109,0

110,50

112,5

7.125–7.374

93,0

94,50

96,0

97,50

99,0

100,5

102,0

103,50

105,0

106,50

108,0

109,50

111,0

112,50

114,0

7.375–7.624

95,0

96,50

98,0

99,50

101,0

102,5

104,0

105,50

107,0

108,50

110,0

111,50

113,0

114,50

116,0

7.625–7.874

97,0

98,50

100,0

101,50

103,0

104,5

106,0

107,50

109,0

110,50

112,0

113,50

115,0

116,50

118,0

7.875–8.124

99,0

100,50

102,0

103,50

105,0

106,5

108,0

109,50

111,0

112,50

114,0

115,50

117,0

118,50

120,0

8.125–8.374

101,0

102,50

104,0

105,50

107,0

108,5

110,0

111,50

113,0

114,50

116,0

117,50

119,0

120,50

122,0

8.375–8.624

103,0

104,50

106,0

107,50

109,0

110,5

112,0

113,50

115,0

116,50

118,0

119,50

121,0

122,50

124,0

8.625–8.874

105,0

106,50

108,0

109,50

111,0

112,5

114,0

115,50

117,0

118,50

120,0

121,50

123,0

124,50

126,0

8.875–9.124

107,0

108,50

110,0

111,50

113,0

114,5

116,0

117,50

119,0

120,00

122,0

123,50

125,0

126,50

128,0

9.125–9.374

109,0

110,50

112,0

113,50

115,0

116,5

118,0

119,50

121,0

122,50

124,0

125,50

127,0

128,50

130,0

9.375–9.624

111,0

112,50

114,0

115,50

117,0

118,5

120,0

121,50

123,0

124,50

126,0

127,50

129,0

130,50

132,0

9.625–9.874

113,0

114,50

116,0

117,50

119,0

121,5

122,0

123,50

125,0

126,50

128,0

129,50

131,0

132,50

134,0

9.875–10.124

115,0

116,50

118,0

119,50

121,0

122,5

124,0

125,50

127,0

128,50

130,0

131,50

133,0

134,50

136,0

10.125–10.374

116,5

118,00

120,0

121,50

123,0

124,5

126,0

127,50

129,0

130,50

132,0

133,50

135,0

136,50

138,0

10.375–10.624

118,5

120,00

121,5

123,00

124,5

126,0

128,0

129,50

131,0

132,50

134,0

135,50

137,0

138,50

140,0

> 10.624

122,5

124,00

125,5

127,00

128,5

130,0

131,5

133,00

134,5

136,00

137,5

139,00

140,5

142,00

144,0

Melkproductie in kg melk per koe per jaar

in kg Stikstof

Ureumgehalte in mg/100g

in kg Fosfaat

in M3 per 6 mnd

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

> 40

< 5.624

99,50

101,0

102,5

104,0

105,5

107,0

108,5

110,0

111,5

113,0

114,5

116,0

117,5

119,0

35,2

10,9

5.625–5.874

104,00

105,5

107,0

108,5

110,0

111,5

113,0

114,5

116,0

117,5

119,0

120,5

122,0

123,5

36,7

11,1

5.875–6.124

106,00

107,5

109,0

110,5

112,0

113,5

115,0

116,5

118,0

119,5

121,0

122,5

124,0

125,5

37,4

11,3

6.125–6.374

108,00

109,5

111,0

112,5

114,0

115,5

117,0

118,5

120,0

121,5

123,0

124,5

126,0

127,5

38,1

11,5

6.375–6.624

110,00

111,5

113,0

114,5

116,0

117,5

119,0

120,5

122,0

123,5

125,0

126,5

128,0

129,5

38,8

11,8

6.625–6.874

112,00

113,5

115,0

116,5

118,0

119,5

121,0

122,5

124,0

125,5

127,0

128,5

130,0

131,5

39,4

12,0

6.875–7.124

114,00

115,5

117,0

118,5

120,0

121,5

123,0

124,5

126,0

127,5

129,0

130,5

132,0

133,5

40,1

12,2

7.125–7.374

115,50

117,0

118,5

120,5

122,0

123,5

125,0

126,5

128,0

129,5

131,0

132,5

134,0

135,5

40,8

12,4

7.375–7.624

117,50

119,0

120,5

122,0

123,5

125,0

126,5

128,5

130,0

131,5

133,0

134,5

136,0

137,5

41,5

12,6

7.625–7.874

119,50

121,0

122,5

124,0

125,5

127,0

128,5

130,0

132,0

133,0

135,0

136,5

138,0

139,0

42,2

12,8

7.875–8.124

121,50

123,0

124,5

126,0

127,5

129,0

130,5

132,0

133,5

135,0

136,5

138,0

139,5

141,0

42,9

13,1

8.125–8.374

123,50

125,0

126,5

128,0

129,5

131,0

132,5

134,0

135,5

137,0

138,5

140,0

141,5

143,0

43,6

13,3

8.375–8.624

125,50

127,0

128,5

130,0

131,5

133,0

134,5

136,0

137,5

139,0

140,5

142,0

143,5

145,0

44,3

13,5

8.625–8.874

127,50

129,0

130,5

132,0

133,5

135,0

136,5

138,0

139,5

141,0

142,5

144,0

145,5

147,0

45,0

13,7

8.875–9.124

129,50

131,0

132,5

134,0

135,5

137,0

138,5

140,0

141,5

143,0

144,5

146,0

147,5

149,0

45,6

13,9

9.125–9.374

131,50

133,0

134,5

136,0

137,5

139,0

140,5

142,0

143,5

145,0

146,5

148,0

149,5

151,0

46,3

14,1

9.375–9.624

133,50

135,0

136,5

138,0

139,5

141,0

142,5

144,0

145,5

147,0

148,5

150,0

151,5

153,0

47,0

14,4

9.625–9.874

135,50

137,0

138,5

140,0

141,5

143,0

144,5

146,0

147,5

149,0

150,5

152,0

153,5

155,0

47,7

14,6

9.875–10.124

137,50

139,0

140,5

142,0

143,5

145,0

146,5

148,0

149,5

151,0

152,5

154,0

155,5

157,0

48,4

14,8

10.125–10.374

139,50

141,0

142,5

144,0

145,5

147,0

148,5

150,0

151,5

153,0

154,5

156,0

157,5

159,0

49,1

15,0

10.375–10.624

141,50

143,0

144,5

146,0

147,5

149,0

150,5

152,0

153,5

155,0

156,5

158,0

159,5

161,0

49,8

15,2

> 10.624

145,50

147,0

148,5

150,0

151,5

153,0

154,5

156,0

157,5

159,0

160,5

162,0

163,5

165,0

51,2

15,5

Bijlage 2

Stikstofexcretie en fosfaatexcretie per koe (in kg stikstof resp. kg fosfaat per jaar) en in m3 mest per zes maanden

Melkproductie in kg melk per koe per jaar

Mestproductie per melkkoe per jaar

 

in kg Stikstof

Ureumgehalte in mg/100g

< 14

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

< 5.624

70,0

71,00

72,5

74,00

75,5

76,5

78,0

79,50

80,5

82,00

83,5

85,00

86,0

87,50

89,0

5.625–5.874

73,5

75,00

76,5

78,00

79,0

80,5

82,0

83,50

84,5

86,00

87,5

89,00

90,0

91,50

93,0

5.875–6.124

75,5

77,00

78,5

79,50

81,0

82,5

83,5

85,00

86,5

88,00

89,0

90,50

92,0

93,50

94,5

6.125–6.374

77,0

78,50

80,0

81,50

83,0

84,0

85,5

87,00

88,0

89,50

91,0

92,50

93,5

95,00

96,5

6.375–6.624

79,0

80,50

82,0

83,00

84,5

86,0

87,5

88,50

90,0

91,50

93,0

94,00

95,5

97,00

98,0

6.625–6.874

81,0

82,00

83,5

85,00

86,5

87,5

89,0

90,50

92,0

93,00

94,5

96,00

97,5

98,50

100,0

6.875–7.124

82,5

84,00

85,5

87,00

88,0

89,5

91,0

92,00

93,5

95,00

96,5

97,50

99,0

100,50

102,0

7.125–7.374

84,5

86,00

87,0

88,50

90,0

91,5

92,5

94,00

95,5

96,50

98,0

99,50

101,0

102,00

103,5

7.375–7.624

86,0

87,50

89,0

90,50

91,5

93,0

94,5

96,00

97,0

98,50

100,0

101,50

102,5

104,00

105,5

7.625–7.874

88,0

89,50

91,0

92,00

93,5

95,0

96,0

97,50

99,0

100,50

101,5

103,00

104,5

106,00

107,0

7.875–8.124

90,0

91,00

92,5

94,00

95,5

96,5

98,0

99,50

100,5

102,00

103,5

105,00

106,0

107,50

109,0

8.125–8.374

91,5

93,00

94,5

95,50

97,0

98,5

100,0

101,00

102,5

104,00

105,5

106,50

108,0

109,50

110,5

8.375–8.624

93,5

94,50

96,0

97,50

99,0

100,0

101,5

103,00

104,5

105,50

107,0

108,50

110,0

111,00

112,5

8.625–8.874

95,0

96,50

98,0

99,50

100,5

102,0

103,5

105,00

106,0

107,50

109,0

110,00

111,5

113,00

114,5

8.875–9.124

97,0

98,50

99,5

101,00

102,5

104,0

105,0

106,50

108,0

109,50

110,5

112,00

113,5

114,50

116,0

9.125–9.374

98,5

100,00

101,5

103,00

104,0

105,5

107,0

108,50

109,5

111,00

112,5

114,00

115,0

116,50

118,0

9.375–9.624

100,5

102,00

103,0

104,50

106,0

107,5

109,0

110,00

111,5

113,00

114,0

115,50

117,0

118,50

120,0

9.625–9.874

102,5

103,50

105,0

106,50

108,0

109,0

110,5

112,00

113,5

114,50

116,0

117,50

118,5

120,00

121,5

9.875–10.124

104,0

105,50

107,0

108,00

109,5

111,0

112,5

113,50

115,0

116,50

118,0

119,00

120,5

122,00

123,0

10.125–10.374

106,0

107,50

108,5

110,00

111,5

112,5

114,0

115,50

117,0

118,00

119,5

121,00

122,5

123,50

125,0

10.375–10.624

107,5

109,00

110,5

112,00

113,0

114,5

116,0

117,00

118,5

120,00

121,5

122,50

124,0

125,50

127,0

> 10.624

111,0

112,50

114,0

115,50

116,5

118,0

119,5

121,00

122,0

123,50

125,0

126,50

127,5

129,00

130,5

Melkproductie in kg melk per koe per jaar

in kg Stikstof

Ureumgehalte in mg/100g

in kg Fosfaat

in M3 per 6 mnd

28

29

30

31

32

33

34

35

36

37

38

39

40

> 40

< 5.624

90,50

91,5

93,0

94,5

96,0

97,0

98,5

100,0

101,5

102,5

104,0

105,5

106,5

108,0

35,2

5,5

5.625–5.874

94,50

95,5

97,0

98,5

99,5

101,0

102,5

104,0

105,0

106,5

108,0

109,5

110,5

112,0

36,7

5,6

5.875–6.124

96,00

97,5

99,0

100,0

101,5

103,0

104,0

105,0

107,0

108,5

110,0

111,0

112,5

114,0

37,4

5,7

6.125–6.374

98,00

99,0

100,5

102,0

103,5

104,5

106,0

107,5

109,0

110,0

111,5

113,0

114,0

115,5

38,1

5,8

6.375–6.624

99,50

101,0

102,5

103,5

105,0

106,5

108,0

109,0

110,5

112,0

113,5

114,5

116,0

117,5

38,8

5,9

6.625–6.874

101,50

103,0

104,0

105,5

107,0

108,0

109,5

111,0

112,5

113,5

115,0

116,5

118,0

119,0

39,4

6,0

6.875–7.124

103,00

104,5

106,0

107,5

108,5

110,0

111,5

113,0

114,0

115,5

117,0

118,0

119,5

121,0

40,1

6,1

7.125–7.374

105,00

106,5

107,5

109,0

110,5

112,0

113,0

114,5

116,0

117,5

118,5

120,0

121,5

123,0

40,8

6,3

7.375–7.624

107,00

108,0

109,5

111,0

112,0

113,5

115,0

116,5

117,5

119,0

120,0

122,0

123,0

124,5

41,5

6,4

7.625–7.874

108,50

110,0

111,5

112,5

114,0

115,5

117,0

118,0

119,5

121,0

122,5

123,5

125,0

126,5

42,2

6,5

7.875–8.124

110,50

111,5

113,0

114,5

116,0

117,0

118,5

120,0

121,5

122,5

124,0

125,5

126,5

128,0

42,9

6,6

8.125–8.374

112,00

113,5

115,0

116,0

117,5

119,0

120,5

121,5

123,0

124,5

126,0

127,0

128,5

130,0

43,6

6,7

8.375–8.624

114,00

115,5

116,5

118,0

119,5

120,5

122,0

123,5

125,0

126,0

127,5

129,0

130,5

131,5

44,3

6,8

8.625–8.874

115,50

117,0

118,5

120,0

121,0

122,5

124,0

125,5

126,5

128,0

129,5

130,5

132,0

133,5

45,0

6,9

8.875–9.124

117,50

119,0

120,0

121,5

123,0

124,5

125,5

127,0

128,5

130,0

131,0

132,5

134,0

135,5

45,6

7,0

9.125–9.374

119,50

120,5

122,0

123,5

124,5

126,0

127,5

129,0

130,0

131,5

133,0

134,5

135,5

137,0

46,3

7,1

9.375–9.624

121,00

122,5

124,0

125,0

126,5

128,0

129,5

130,5

132,0

133,5

134,5

136,0

137,5

139,0

47,0

7,2

9.625–9.874

123,00

124,0

125,5

127,0

128,5

129,5

131,0

132,5

134,0

135,0

136,5

138,0

139,0

140,5

47,7

7,3

9.875–10.124

124,50

126,0

127,5

128,5

130,0

131,5

133,0

134,0

135,5

137,0

138,5

139,5

141,0

142,5

48,4

7,5

10.125–10.374

126,50

128,0

129,0

130,5

132,0

133,0

134,5

136,0

137,5

138,5

140,0

141,5

143,0

144,0

49,1

7,6

10.375–10.624

128,00

130,0

131,0

132,5

133,5

135,0

136,5

138,0

139,0

140,5

142,0

143,0

144,5

146,0

49,8

7,7

> 10.624

132,00

133,0

134,5

136,0

137,0

138,5

140,0

141,5

142,5

144,0

145,5

147,0

148,0

149,5

51,2

7,8

Bijlage 3

Omschrijving

Mestcode

Kg stikstof per ton

Kg fosfaat per ton

Paardenmest

25

5,0

3,0

Fase 1 substraat

107

5,5

3,1

Fase 3 substraat*

109

8,0

4,4

champost**

110

6,9

4,1

* Fase 3 substraat is het product dat van het compostbedrijf wordt vervoerd naar de champignonkwekerij.

** Champost is het product dat van de champignonkweker naar de akkerbouwer wordt vervoerd.

Naar boven