Besluit mandaat en machtiging luchtvaarttheorie-examens CBR

11 december 2007

Nr. IVW/LOB07FU000842c

Hoofddirectie Juridische Zaken

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en op de tussen de Staat der Nederlanden en de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen gesloten overeenkomst betreffende uitbesteding theorie-examens, gedateerd 1 november 2007, nummer 53.3594;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat;

b. CBR: de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

Artikel 2

1. Aan het hoofd van de afdeling Luchtvaartexamens van het CBR wordt mandaat verleend tot het nemen van besluiten ter uitvoering van de artikelen 2 tot en met 12 van het Examenreglement voor luchtvarenden 2004.

2. Het in het eerste lid bedoelde afdelingshoofd wordt tevens gemachtigd tot het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de in het eerste lid genoemde artikelen.

Artikel 3

1. Een besluit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt ondertekend met:

‘DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,

het hoofd van de afdeling Luchtvaartexamens van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen’,

gevolgd door de handtekening en naam van de betrokken functionaris en door de tekst:

‘Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

– uw naam en adres;

– de dagtekening;

– een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

– de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Toezicht Beheereenheid

unit Juridische Zaken

Postbus 10700

2501 HS DEN HAAG’.

2. In afwijking van het eerste lid wordt een resultaatbrief als bedoeld in artikel 11 van het Examenreglement voor luchtvarenden 2004 ondertekend met:

‘DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

namens deze,

het hoofd van de afdeling Luchtvaartexamens van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen’,

gevolgd door de handtekening en naam van de betrokken functionaris en door de tekst:

‘Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u binnen 14 dagen na de datum waarop u deze resultaatbrief heeft ontvangen schriftelijk om herziening vragen. Het verzoek moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

– uw naam en adres;

– de dagtekening;

– een omschrijving van het examen waarop het verzoek is gericht;

– de gronden van het verzoek.

Het verzoek om herziening kunt u richten aan:

CBR, afdeling Luchtvaartexamens

Postbus 58208

1040 HE Amsterdam’.

Artikel 4

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2008. Indien dit besluit in de Staatscourant wordt geplaatst na 30 december 2007, treedt het in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant en werkt het terug tot en met 1 januari 2008.

2. Dit besluit vervalt op het tijdstip van beëindiging van de overeenkomst betreffende uitbesteding theorie-examens, gedateerd 1 november 2007, nummer 53.3594, gesloten tussen de Staat der Nederlanden en het CBR. Daarvan wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 5

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging luchtvaarttheorie-examens CBR.

Mededeling

Een belanghebbende kan bezwaar maken tegen dit besluit door binnen zes weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een bezwaarschrift in te dienen bij de Minister van Verkeer en Waterstaat, p/a Hoofddirectie Juridische Zaken, sector Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, Postbus 20906, 2500 EX Den Haag.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, C.M.P.S. Eurlings.

Toelichting

Sinds 1999 wordt het afnemen van de theorie-examens voor luchtvarenden (met uitzondering van zweefvliegers) gefaciliteerd door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Sinds februari 2004 is het hoofd van de afdeling Luchtvaartexamens van het CBR bovendien gemachtigd respectievelijk gemandateerd voor de inning van examengelden, het aan de kandidaat verstrekken van toelatingsbewijzen, de formele vaststelling van de examenresultaten ‘in eerste aanleg’1 en het toezenden van de zogenoemde resultaatbrieven.2 De examens zelf werden en worden nog binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat opgesteld.

De overeenkomst tussen de Staat en het CBR die ten grondslag lag aan het voorheen geldende Besluit mandaat luchtvaarttheorie-examens CBR is vervangen door de overeenkomst, genoemd in de aanhef van het onderhavige besluit. Het onderhavige besluit strekt ter uitvoering van die overeenkomst. Ter vereenvoudiging van de procedure verricht het CBR voortaan ook de definitieve vaststelling van examenresultaten en de behandeling van verzoeken om herziening.

Dit besluit vervalt op het tijdstip van beëindiging van de hierboven bedoelde overeenkomst. Die overeenkomst loopt in beginsel tot eind 2011 en kan met één jaar worden verlengd. In de Staatscourant zal mededeling worden gedaan van het tijdstip waarop dit besluit vervalt.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings

Naar boven