Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
De Nederlandsche BankStaatscourant 2007, 245 pagina 55Overig

Veegregeling toezichthouderregelingen DNB

Regeling van De Nederlandsche Bank NV van 10 december 2007, nr. Juza/2007/02361/CLR, houdende technische wijzigingen in de Regeling solvabiliteitsvereisten voor het kredietrisico, de Regeling solvabiliteitsvereisten voor het marktrisico, de Regeling solvabiliteitsvereisten voor het operationeel risico en de Regeling liquiditeit Wft (Veegregeling toezichthouderregelingen DNB)

De Nederlandsche Bank NV,

Na overleg met de representatieve organisaties;

Gelet op artikel 1 en hoofdstuk 10 van het Besluit prudentiële regels Wft;

Besluit:

Hoofdstuk 1

Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietrisico

Artikel I

De Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietrisico wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel j komt te luiden:

j. gedekte obligatie: erkende gedekte schuldinstrumenten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit, mits afgedekt door middel van tenminste één van de activa genoemd in Bijlage 1;

2. Onderdeel m komt te luiden:

m. kredietkwaliteitstrap: een hiërarchische rangschikking van risicocategorieën;

3. Onderdeel r komt te luiden:

r. publiekrechtelijk lichaam:

1°. administratief orgaan zonder winstoogmerk dat verantwoording aflegt aan de centrale, regionale of lokale overheid;

2°. administratief orgaan zonder winstoogmerk dat verantwoording aflegt aan overheden als genoemd in bijlage 2B respectievelijk aan overheden die naar het oordeel van DNB dezelfde of soortgelijke verantwoording dragen als de regionale of lokale overheid;

3°. niet-commerciële onderneming die in het bezit van de centrale overheid is en die over een uitdrukkelijke waarborgregeling beschikt; of

4°. bij wet geregeld autonoom orgaan met zelfbestuur dat onder openbaar toezicht staat.

B

In artikel 1:3, tweede lid, wordt het woord ‘uitkomsten’ vervangen door het woord: met.

C

In artikel 1:7, derde lid, eerste volzin vervallen de woorden: ‘van de herwaarderingsfactor’.

D

In artikel 1:11, tweede lid, wordt na de begripseenheid ‘artikel 1:3’ ingevoegd: , eerste lid.

E

Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder verlettering van onderdelen b tot en met e tot onderdelen a tot en met d, vervalt onderdeel a.

2. In onderdeel a (nieuw) komt de zinsnede ‘de provincies, gemeenten en waterschappen vallen’ te luiden: de overheden vallen, bedoeld in bijlage 2B.

F

Artikel 2:4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1’ geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Tot en met 31 december 2012 wordt aan vorderingen op de centrale overheden of op de centrale banken van de lidstaten, luidende en gefinancierd in de binnenlandse munteenheid van een lidstaat, hetzelfde risicogewicht toegekend als zou worden toegekend aan dergelijke vorderingen, luidende en gefinancierd in de nationale munteenheid als bedoeld in het eerste lid.

G

Artikel 2:22 komt te luiden:

Artikel 2:22

1. Beleggingen in aandelen of eigenvermogen-instrumenten die door financiële ondernemingen zijn uitgegeven en die ingevolge artikel 94, zevende lid, van het Besluit niet in mindering zijn gebracht op het toetsingsvermogen, hebben een risicogewicht van 400%.

2. Beleggingen in aandelen of eigenvermogen-instrumenten die door financiële ondernemingen zijn uitgegeven en die niet aan het eerste lid voldoen, hebben een risicogewicht van 100%.

H

In artikel 2:23, onderdeel a, wordt het woord ‘richtlijn’ vervangen door het woord: verordening.

I

In artikel 2:27, onderdeel c, wordt de begripseenheid ‘verbonden cliënten’ vervangen door: verbonden wederpartijen.

J

Artikel 2:39 komt te luiden:

Artikel 2:39

Voor de behandeling overeenkomstig het volgende artikel komen in aanmerking:

a. gedekte obligaties; en

b. obligaties die aan de definitie van artikel 22, punt 4, van de richtlijn beleggingsinstellingen voldoen en die vóór 31 december 2007 zijn uitgegeven, zulks tot en met hun eindvervaldag.

K

In de artikelen 2:41 en 2:50, eerste lid, wordt de begripseenheid ‘afdeling 10.4’ telkens vervangen door: paragraaf 10.4.

L

Artikel 2:45 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van het eerste lid worden de woorden toegevoegd: uit een lidstaat.

2. In de aanhef van het tweede lid wordt de begripseenheid ‘land dat’ vervangen door: lidstaat die.

3. In de onderdelen a en b van het tweede lid wordt het woord ‘land’ telkens vervangen door het woord: lidstaat.

M

Artikel 2:53 komt als volgt te luiden:

Artikel 2:53

1. De volgende activa hebben een risicogewicht van 100%:

a. materiële activa;

b. overlopende posten ten aanzien waarvan de financiële onderneming niet kan vaststellen wie de tegenpartij is;

c. aandelen en andere deelnemingen, die niet aan het tweede lid voldoen; en

d. vorderingen die niet in deze afdeling zijn genoemd.

2. Aandelen en andere deelnemingen die ingevolge artikel 94, zevende lid, van het Besluit niet in mindering zijn gebracht op het toetsingsvermogen, hebben een risicogewicht van 400%.

N

Na de eerste volzin wordt aan artikel 3:26, eerste lid, een volzin toegevoegd, luidende:

In afwijking van de vorige volzin, hebben posities in aandelen als bedoeld in artikel 71, eerste lid, onderdeel e, van het Besluit die ingevolge artikel 94, zevende lid, van het Besluit niet in mindering zijn gebracht op het eigen vermogen een risicogewicht van 400%.

O

In de artikelen 3:42, tweede lid, 3:45, tweede lid, en 3:53, vierde lid, wordt het woord ‘ontbindt’ telkens vervangen door het woord: splitst.

P

Het eerste zinsgedeelte van artikel 3:44, derde lid, komt te luiden:

3. Onverminderd het tweede lid, is voor het in aanmerking nemen van volgestorte en niet-volgestorte kredietprotectie in de LGD overeenkomstig artikel 3:20, eerste lid, laatste volzin,.

Q

In artikel 3:58, eerste lid, onderdeel b, wordt de begripseenheid ‘kredietfinanciële onderneming’ vervangen door de begripseenheid: financiële onderneming.

R

Artikel 3:72 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt het woord ‘vordering’ gewijzigd in het woord: vorderingen.

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. Elke vordering wordt, in het kader van het kredietacceptatieproces, in een klasse of groep ondergebracht.

S

In artikel 3:76, tweede lid, worden de woorden ‘te ontbinden’ vervangen door: te splitsen.

T

In artikel 3:81, veertiende lid, komt de zinsnede ‘, wordt met bedragen die naar verwachting niet kunnen worden verhaald op de zekerheid geen rekening gehouden bij de LGD-ramingen’ vervangen door: , worden bedragen die naar verwachting op de zekerheid kunnen worden verhaald niet in de LGD-raming verwerkt.

U

In artikel 3:82, vijfde lid, laatste volzin, wordt de zinsnede ‘die niet als wanbetaling worden beschouwd’ vervangen door de zinsnede: waarin bijna sprake is van wanbetaling.

V

Artikel 3:84 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, laatste volzin, wordt de term ‘financiële onderneming’ vervangen door de term: entiteit.

2. In het derde lid wordt de begripseenheid ‘gerechtelijke uitstellen’ vervangen door de begripseenheid: concordataire uitstellen.

3. Het zevende lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. verificatie van de scheiding van taken, enerzijds tussen de beoordeling van de verkoper en beheerder en de beoordeling van de debiteur en anderzijds tussen de beoordeling van de verkoper en beheerder en de audit ter plaatse van de verkoper en beheerder; en

4. Onder verlettering van onderdeel d van het zevende lid tot onderdeel c komt onderdeel c te vervallen.

W

De woorden ‘leningverstrekkende kredietinstelling’ in artikel 4:4, derde lid, en het woord ‘debiteur’ in artikel 4:8, eerste lid, onderdeel c, onder 2°., worden vervangen door: leningverstrekkende financiële onderneming.

X

Aan het slot van artikel 4:14, derde lid, wordt een volzin toegevoegd, luidende: Op het gebruik van het VaR-model, bedoeld in de vorige volzin, zijn de artikelen 4:16 tot en met 4:21 van overeenkomstige toepassing.

Y

Aan het slot van artikel 4:15 wordt de begripseenheid ‘de artikelen 4:16 tot en met 4:20’ gewijzigd in: de artikelen 4:16 tot en met 4:21.

Z

Artikel 4:18 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de begripseenheid ‘De hoogste leiding’ vervangen door: Het bestuur.

2. In het tweede lid wordt het woord ‘directie-echelon’ vervangen door: seniormanagement-echelon.

AA

In artikel 4:34, onderdeel a, wordt de begripseenheid ‘artikel 4:31, onderdeel c;’ vervangen door: artikel 4:31, onderdeel d.

BB

In artikel 4:52, onderdeel a, wordt na de cijfers ‘4:23’ ingevoegd: en.

CC

In artikel 4:82, tweede lid, wordt het woord ‘niet-volstrekte’ vervangen door: niet-volgestorte.

DD

Artikel 4:88 wordt als volgt gewijzigd:

1. De puntkomma aan het slot van onderdeel c, onder 3°. wordt vervangen door een punt.

2. De subonderdelen 4°. en 5°. van onderdeel c, worden verletterd tot onderdelen d en e.

3. De onderdelen d tot en met i worden verletterd tot de onderdelen f tot en met k.

4. In onderdeel e (nieuw) vervallen de woorden: een risicogewicht.

5. In onderdeel g (nieuw) wordt het woord ‘geldeden’ vervangen door het woord: geleden.

EE

In artikel 4:89, eerste lid, wordt de begripseenheid ‘artikel 4:88, onderdeel b, onder 2°.,’ vervangen door de begripseenheid: artikel 4:88, onderdeel c, onder 2°.

FF

In artikel 4:93, tweede lid, worden de woorden ‘van de protectiegever’ vervangen door: dat de protectiegever volgens de Standaardbenadering heeft.

GG

Artikel 4:98, tweede lid, komt te luiden:

2. Voor de toepassing van het eerste lid, geldt ten aanzien van de looptijd van de protectie:

a. indien de protectiegever over de mogelijkheid beschikt om de protectie voortijdig te beëindigen, wordt als looptijd van de protectie aangemerkt: de periode tot de vroegste datum waarop van die mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt;

b. indien de protectienemer over de mogelijkheid beschikt om de protectie voortijdig te beëindigen en van de voorwaarden van de protectieovereenkomst een positieve prikkel voor de financiële onderneming uitgaat om de transactie vóór de vervaldatum van de overeenkomst af te wikkelen, wordt als looptijd van de protectie aangemerkt: de periode tot de vroegste datum waarop van die mogelijkheid gebruik kan worden gemaakt; en

c. indien de protectienemer over de mogelijkheid beschikt om de protectie voortijdig te beëindigen maar van de voorwaarden van de protectieovereenkomst geen prikkel als bedoeld in het vorige onderdeel uitgaat, wordt als looptijd van de protectie aangemerkt: de looptijd als bedoeld in het eerste lid.

HH

Artikel 5:2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid vervalt het woord: toepast.

2. In het vijfde lid wordt het zinsgedeelte ‘In afwijking van het vijfde lid,’ vervangen door: In afwijking van het vierde lid, tweede volzin,.

II

In artikel 5:3, onderdeel a, wordt na het woord ‘bedoeld’ ingevoegd het woord: in.

JJ

Artikel 5:4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt na het woord ‘berekenen’ ingevoegd: ,mits die financiële onderneming in dat geval de waarde van de vordering voor het tegenpartijkredietrisico op nul stelt.

2. In het tweede lid, wordt het zinsgedeelte ‘berekenen en stelt zij de waarde van de vordering voor het tegenpartijkredietrisico op nul’ vervangen door: berekenen, mits die financiële onderneming de waarde van de vordering voor het tegenpartijkredietrisico op nul stelt.

KK

Artikel 5:5, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef komt te luiden:

3. Ten aanzien van een centrale tegenpartij kan – onder de voorwaarde dat voor de CCR-vorderingen van de centrale tegenpartij met alle deelnemers aan haar regelingen op dagelijkse basis volledig zekerheden worden gesteld – een CCR-positiewaarde van nul worden toegekend aan:.

2. In onderdeel d wordt de zinsnede ‘onderdelen a tot en met d’ vervangen door: onderdelen a tot en met c.

LL

In artikel 5:32, eerste lid, worden de woorden ‘De raad van bestuur en de directie’ vervangen door: Het bestuur en het seniormanagement.

MM

In artikel 6:1, onderdeel l, wordt de begripseenheid ‘Besluit prudentiële regels Wft’ vervangen door: Besluit.

NN

In artikel 6:7, eerste lid, wordt woord ‘evenredig’ vervangen door het woord: gelijk.

OO

In artikel 6:19 wordt de zinsnede ‘onverminderd de veronderstelde toepassing van een risicogewicht van 150% op alle achtergestelde posten’ vervangen door: en een risicogewicht van 150% zou zijn toegepast op alle achterstallige posten.

PP

In artikel 6:22, onderdeel f, wordt de zinsnede ‘of een bepaling die, wanneer de pool van gesecuritiseerde vorderingen uit instrumenten met een externe kredietbeoordeling bestaat, de faciliteit beëindigt’ gewijzigd in: of wanneer de pool van gesecuritiseerde vorderingen uit instrumenten met een externe kredietbeoordeling bestaat, een bepaling die de faciliteit beëindigt.

QQ

In artikel 6:26 wordt het woord ‘artikel’ gewijzigd in: artikelen.

RR

In artikel 6:28, derde lid, wordt na het woord ‘externe’ ingevoegd: of afgeleide.

SS

In artikel 6:36, eerste lid, wordt de begripseenheid ‘artikel 6:34, onderdeel d,’ tweemaal gewijzigd in: artikel 6:34, eerste lid, onderdeel d,.

TT

In artikel 6:45, derde lid, wordt achter het woord Besluit ingevoegd: ).

UU

Het opschrift van paragraaf 6.5.7.3.3. wordt gewijzigd in: § 6.5.7.3.c. Benadering met toezichthoudersformule – gedeeltelijke kredietprotectie.

VV

Het opschrift van artikel 6:49 wordt gewijzigd in: Artikel 6:49.

WW

Artikel 7:8 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel d, komen de woorden ‘in contanten’ te vervallen.

2. In de onderdelen g en i van het tweede lid, wordt de begripseenheid ‘onderdeel d, onderdeel 3°’ telkens vervangen door: onderdeel d, onder 3°.,.

3. In het tweede lid, onderdeel i, onder 3°., sub ii, komt het eerste zinsgedeelte te luiden:

ii. de effecten obligaties betreffen die zijn uitgegeven door financiële ondernemingen, regionale overheden of lokale overheden van de lidstaten, anders dan die bedoeld in onderdeel d, onder 3°.,.

XX

Artikel 7:9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van artikel 7:9, eerste lid, onderdeel b, worden de woorden toegevoegd: van de lidstaten.

2. In het tweede lid, onderdeel a, wordt het woord ‘risico’s’ vervangen door: posities.

YY

Het opschrift van artikel 8:1 komt te luiden: Artikel 8:1.

ZZ

Artikel 8:2 komt als volgt te luiden:

1. Het opschrift komt te luiden: Artikel 8:2.

2. Onderdeel b, komt te luiden:

b. ingeval activa als bedoeld in bijlage 1, eerste lid, onderdelen d en e, als dekking worden gebruikt, de respectievelijke maximumgrenzen, bedoeld in die onderdelen, 10% bedraagt van het nominale bedrag van de uitstaande uitgifte;.

3. Onderdeel c, komt te luiden:

c. activa als bedoeld in bijlage 1, eerste lid, onderdeel f, niet als dekking worden gebruikt; of.

AAA

Artikel 8:3 komt te luiden:

Artikel 8:3

Een financiële onderneming die ingevolge artikel VIII, derde lid, van het Besluit implementatie kapitaalakkoord Bazel 2, paragraaf 10.4 van het Besluit buiten beschouwing laat, past tot 1 januari 2008 de Regeling inzake solvabiliteit bij securitisatie toe.

BBB

Bijlage 1 komt als volgt te luiden:

Bijlage 1

Kwalificerende activa als bedoeld in artikel 1:1, onderdeel j

Artikel 1

1. De activa, bedoeld in artikel 1:1, onderdeel j, zijn:

a. vorderingen op of gegarandeerd door:

1°. centrale overheden, centrale banken, publiekrechtelijke lichamen, regionale overheden respectievelijk lokale overheden van de lidstaten van de Europese Unie;

2°. centrale overheden of centrale banken van landen die geen lid zijn van de Europese Unie en die het risicogewicht hebben behorend bij kredietkwaliteitstrap 1 uit tabel A uit bijlage 2A, respectievelijk multilaterale ontwikkelingsbanken als bedoeld in artikel 2:15 of internationale organisaties als bedoeld in artikel 2:16;

3°. publiekrechtelijke lichamen van landen die geen lid zijn van de Europese Unie als bedoeld in artikel 2:13 respectievelijk regionale overheden of lokale overheden als bedoeld in paragraaf 2.2.2 van landen die geen lid zijn van de Europese Unie, mits die het risicogewicht hebben behorend bij kredietkwaliteitstrap 1 uit tabel A uit bijlage 2A; en

4°. entiteiten als bedoeld in de subonderdelen 1°. tot en met 3°., die het risicogewicht hebben behorend bij kredietkwaliteitstrap 2 uit tabel A uit bijlage 2A, mits deze vorderingen niet hoger liggen dan 20% van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van uitgevende financiële ondernemingen.

b. vorderingen op financiële ondernemingen die het risicogewicht hebben behorend bij kredietkwaliteitstrap 1 uit tabel A uit bijlage 2A, mits het totaalbedrag van deze vorderingen niet hoger ligt dan 15 % van het nominale bedrag van de uitstaande gedekte obligaties van de uitgevende financiële onderneming;

c. leningen die gedekt zijn door:

1°. niet-zakelijk onroerend goed of aandelen in de Finse ondernemingen voor de bouw van woningen, bedoeld in artikel 2:29, onderdeel b, tot aan een waarde die de laagste is van ofwel de hoofdsom van de pandrechten in combinatie met eerder verleende pandrechten, ofwel 80% van de waarde van de in pand gegeven goederen;

2°. bevoorrechte aandelen die worden uitgegeven door Franse ‘Fonds Communs de Créances’ of door daaraan equivalente securitisatievehikels die door residentieel onroerend goed gedekte vorderingen effectiseren bij of krachtens de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, mits tenminste 90% van de activa van deze ‘Fonds Communs de Créances’ of equivalente entiteiten, bestaan uit hypotheken die gecombineerd zijn met eventueel eerder verleende pandrechten tot aan een waarde die de laagste is van ofwel de hoofdsommen die krachtens de bevoorrechte aandelen verschuldigd zijn, ofwel de hoofdsommen van de pandrechten, ofwel 80% van de waarde van het in pand gegeven goederen, en mits de aandelen het risicogewicht hebben behorend bij kredietkwaliteitstrap 1 uit tabel A uit bijlage 2A, voor zover deze aandelen niet meer bedragen dan 20% van het nominale bedrag van de uitstaande uitgifte;

3°. zakelijk onroerend goed of aandelen in de Finse ondernemingen voor de bouw van woningen, bedoeld in artikel 2:29, onderdeel b, tot aan een waarde die de laagste is van ofwel de hoofdsom van de pandrechten die gecombineerd zijn met eerder verleende pandrechten, ofwel 60% van de waarde van de in pand gegeven goederen;

4°. preferente aandelen die worden uitgegeven door Franse ‘Fonds Communs de Créances’ of door daaraan equivalente securitisatievehikels die door residentieel onroerend goed gedekte vorderingen effectiseren bij of krachtens de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie, op voorwaarde dat minstens 90% van de activa van deze ‘Fonds Communs de Créances’ of equivalente entiteiten, bestaan uit hypotheken die gecombineerd zijn met eventueel eerder verleende pandrechten, tot aan een waarde die de laagste is van ofwel de hoofdsom die verschuldigd is uit hoofde van de aandelen, ofwel de hoofdsom van de pandrechten, ofwel 60% van de waarde van de in pand gegeven goederen, en mits de aandelen het risicogewicht hebben behorend bij kredietkwaliteitstrap 1 uit tabel A uit bijlage 2A, voor zover deze aandelen niet meer bedragen dan 20% van de waarde van de uitstaande uitgifte; of

5°. schepen, mits de pandrechten in combinatie met eerder verleende pandrechten onder de 60% van de waarde van het in pand gegeven schip blijven.

2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder afgedekt mede verstaan: de omstandigheden waarin de activa, bedoeld in het eerste lid, bij of krachtens wet zijn bestemd om de houders van de obligaties tegen verliezen te beschermen.

Artikel 2

1. Voor de toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, worden vorderingen die het gevolg zijn van overdrachten en beheer van betalingen van debiteuren, of liquidatieopbrengsten, uit hoofde van door onroerend goed gedekte leningen aan houders van gedekte obligaties, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de grenswaarde van 15%. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kunnen vorderingen op financiële ondernemingen die in de Europese Unie zijn gevestigd met een looptijd van maximaal 100 dagen reeds in aanmerking worden genomen indien deze vorderingen minimaal het risicogewicht hebben behorend bij kredietkwaliteitstrap 2 uit tabel A uit bijlage 2A.

2. Voor de toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°., worden vorderingen die het gevolg zijn van de overdracht en het beheer van betalingen van de debiteur van, of liquidatieopbrengsten uit hoofde van, leningen die gedekt zijn door in pand gegeven goederen, preferente aandelen dan wel zekerheden van terugbetaling van de schuld, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de grenswaarde van 90%.

3. In afwijking van artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 3°., zijn door zakelijk onroerend goed gedekte leningen ook toelaatbaar indien de ratio van de lening ten opzichte van de waarde meer dan 60% maar minder dan 70% bedraagt, mits de totale waarde van de als zekerheid voor de gedekte obligaties verschafte activa het nominale bedrag van de gedekte obligatie met ten minste 10% overtreft en de rechten van de obligatiehouders voldoen aan de rechtszekerheidseisen, bedoeld in artikel 4:11, onderdeel b, en artikel 4:30 en voorrang hebben op alle andere zekerheidsrechten.

4. Voor de toepassing van artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 2°. en 4°., worden vorderingen die het gevolg zijn van de overdracht en het beheer van betalingen of liquidatieopbrengsten van de debiteur van leningen die gedekt zijn door in pand gegeven goederen, preferente aandelen dan wel zekerheden van terugbetaling van de schuld, niet in aanmerking genomen bij de berekening van de grenswaarde van 90%.

CCC

In bijlage 2D, tweede lid, onderdeel d, komt het woord ‘en’ aan het slot van het onderdeel te vervallen.

DDD

Bijlage 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het opschrift van tabel 2 komt te luiden:

III. Tabel behorende bij artikel 3:36

Tabel 6.

2. Aan onderdeel B van bijlage 3 worden vier tabellen toegevoegd, luidende:

II. Tabellen behorende bij artikel 3:21, derde lid, voor het toekennen van risicogewichten in het kader van gespecialiseerde kredietverlening

Tabel 2 – Factoren voor kwaliteitsbeoordelingen van projectfinanciering
 

Sterk

Goed

Bevredigend

Zwak

Financiële draagkracht

    

Marktomstandigheden

Klein aantal concurrenten of aanzienlijk en duurzaam voordeel vwb locatie, kosten of technologie. Sterke en groeiende vraag

Klein aantal concurrenten of beter dan gemiddelde locatie, kosten of technologie, maar dit zal mogelijk niet blijvend zijn. Sterke en stabiele vraag

Het project heeft geen voorsprong vwb locatie, kosten of technologie. Voldoende en stabiele vraag

Het project heeft slechter dan gemiddelde locatie, kosten of technologie. Zwakke en afnemende vraag

Financiële kengetallen (bijv. debt service coverage ratio, loan life coverage ratio, project life coverage ratio en debt-to-equity ratio)

Sterke financiële kengetallen gelet op het projectrisico; zeer robuuste economische aannames

Sterke tot acceptabele financiële kengetallen gelet op het projectrisico; robuuste economische aannames

Standaard financiële kengetallen gelet op het projectrisico

‘Agressieve’ financiële kengetallen gelet ophet projectrisico

Stressanalyse

Het project kan onder voortdurend zeer gespannen economische of sectorale omstandigheden aan de financiële verplichtingen voldoen

Het project kan onder normaal gespannen economische of sectorale omstandigheden aan de financiële verplichtingen voldoen. Wanbetaling zou alleen kunnen plaatsvinden onder zware economische omstandigheden

Het project is kwetsbaar voor spanningen die niet ongewoon zijn tijdens een conjunctuurcyclus; wanbetaling kan ontstaan tijdens een normale economische neergang

Wanbetaling kan ontstaan tenzij de omstandigheden snel verbeteren

     

Financiële structuur

    

Duur van de lening vergeleken met de duur van het project

De economische levensduur van het project is significant langer dan de duur van de lening

De economische levensduur van het project is langer dan de duur van de lening

De economische levensduur van het project is langer dan de duur van de lening

De economische levensduur van het project mag niet langer zijn dan de duur van de lening

Amortisatieschema

Schuldamortisatie

Schuldamortisatie

Schuldamortisatie met beperkte aflossing ineens

Aflossing ineens of schuldamortisatie met hoge aflossing ineens

Politieke en juridische omgeving

    

Politiek risico, incl transferrisico, gelet op het soort project en de risicover-minderingsinstrumenten

Zeer laag risico; indien nodig, sterke risicoverminderingsinstrumenten

Laag risico; indien nodig, bevredigende risicover-minderingsinstrumenten

Gematigd risico; redelijke risicoverminderingsinstrumenten

Hoog risico; nauwelijks of geen risicoverminderings-

instrumenten

Risico van force majeure (oorlog, burgerlijke onrust etc.)

Laag risiconiveau

Acceptabel risiconiveau

Standaardprotectie

Significante risico’s, geen volledige risicovermindering

Overheidssteun en lange-termijn-

belang van het project voor het land

Het project is van strategisch belang voor het land (bij voorkeur exportgericht). Sterke overheidssteun

Het project wordt van belang geacht voor het land. Goed niveau van overheidssteun

Het project mag dan wel niet strategisch zijn maar heeft zeker voordelen voor het land. Overheidssteun mogelijk niet expliciet

Het project is niet essentieel voor het land. Nauwelijks of geen overheidssteun

Stabiliteit van wet- en regelgeving (risico van wetswijziging)

Gunstige en stabiele regelgeving op de lange termijn

Gunstige en stabiele regelgeving op de middellange termijn

Wijzigingen in regelgeving kunnen met redelijke zekerheid worden voorspeld

Huidige of toekomstige regelgevingskwesties kunnen het project beïnvloeden

     

Verkrijging van alle noodzakelijke steun en goedkeuring vwb ontheffingen op de plaatselijke wetgeving

    

Afdwingbaarheid van contracten, onderpand en zekerheden

Contracten, onderpand en zekerheden zijn afdwingbaar

Contracten, onderpand en zekerheden zijn afdwingbaar

Contracten, onderpand en zekerheden worden als afdwingbaar beschouwd zelfs bij het voorkomen van bepaalde niet-essentiële vraagstukken

Er zijn onopgeloste kernvraagstukken mbt de daadwerkelijke afdwingbaarheid van contracten, onderpand en zekerheden

Kenmerken van de transactie

    

Ontwerp- en technologierisico

Volledig bewezen technologie en ontwerp

Volledig bewezen technologie en ontwerp

Bewezen technologie en ontwerp – opstartproblemen worden beperkt door sterk opleveringspakket

Onbewezen technologie en ontwerp; er is sprake van technologische problemen en/of een complex ontwerp

Bouwrisico

    

Vergunningen en bouwlocatie

Alle vergunningen zijn verkregen

Sommige vergunningen zijn nog niet verkregen maar dat zal hoogstwaarschijnlijk wel gebeuren

Sommige vergunningen zijn nog niet verkregen maar het vergunningsproces is goed omschreven en vergunningen worden als routine beschouwd

Essentiële vergunningen zijn nog niet verkregen en worden niet als routine beschouwd.

Significante condities kunnen eraan worden verbonden

Soort bouwcontract

EPC – turnkey contract (aannemer verantwoordelijk voor hele traject van Engineering-ontwerp, Procurement-inkoop, Construction-bouw tot bedrijfsklaar opleveren) tegen vaste prijs en met vaste opleveringsdatum

EPC – turnkey contract tegen vaste prijs en met vaste opleveringsdatum

EPC – turnkey contract tegen vaste prijs en met vaste opleveringsdatum met één of meerdere aannemers

Geen of gedeeltelijk turnkey contract tegen vaste prijs en/of afstemmingskwesties tussen meerdere aannemers

Voltooiingsgaranties

Aanzienlijke (vaste) schadevergoeding gedekt door financiële middelen en/of sterke voltooiingsgarantie van financiers met uitstekende financiële standing

Aanzienlijke (vaste) schadevergoeding gedekt door financiële middelen en/of sterke voltooiingsgarantie van financiers met goede financiële standing

Adequate (vaste) schadevergoeding gedekt door financiële middelen en/of sterke voltooiingsgarantie van financiers met goede financiële standing

Inadequate (vaste) schadevergoeding of niet gedekt door financiële middelen of zwakke voltooiingsgaranties

     

Staat van dienst en financiële draagkracht van de aannemer bij de bouw van vergelijkbare projecten.

    

Bedrijfsrisico

    

Aard en reikwijdte van bedrijfsvoerings- en onderhoudscontracten (operations and maintenance, O&M)

Sterk langlopend O&M

contract, bij voorkeur met contractuele uitvoeringsprikkels en/of O&M reserverekeningen

Langlopend O&M contract en/of O&M reserverekeningen

Beperkt O&M contract of O&M reserverekening

Geen O&M contract: risico van hoge overschrijdingen van bedrijfskosten die uitgaan boven de risicoverminderingsinstrumenten

Expertise, staat van dienst en financiële draagkracht van de exploitant

Zeer sterke of toegezegde technische ondersteuning van sponsors

Sterk

Acceptabel

Beperkt/zwak, of lokale exploitant afhankelijk van de plaatselijke autoriteiten

     

Afnamerisico

    

(a) Bij take-or-pay contract (vaste afname) of afnamecontract tegen vaste prijs:

Uitstekende kredietwaardig-heid van de afnemer; sterke opzegclausules; duur van het contract ruim langer dan de looptijd van de schuld

Goede kredietwaardigheid van de afnemer; sterke opzegclausules; duur van het contract langer dan de looptijd van de schuld

Acceptabele financiële

standing van de afnemer;

normale opzegclausules; duur van het contract doorgaans gelijk aan de looptijd van de schuld

Zwakke afnemer; zwakke opzegclausules; duur van het contract niet langer dan de looptijd van de schuld

(b) Indien geen take-or-pay contract (vaste afname) of afnamecontract tegen vaste prijs:

Het project levert essentiële diensten of een courant product op een wereldmarkt; de productie kan zelfs bij lager dan historische marktgroeicijfers gemakkelijk worden afgezet tegen voorziene prijzen

Het project levert essentiële diensten of een courant product op een regionale markt. Bij historische marktgroeicijfers wordt de productie tegen voorziene prijzen afgezet

Het product wordt verkocht op een beperkte markt waar het slechts tegen lager dan voorziene prijzen kan worden afgezet

De productie wordt afgezet aan slechts één of enkele kopers of wordt doorgaans niet verkocht op een gereglementeerde markt

Leveringsrisico

    

Prijs-, volume- en transportrisico van grondstoffen; staat van dienst en financiële draagkracht van de leverancier

Langlopend leveringscontract met leverancier van uitstekende financiële standing

Langlopend leveringscontract met leverancier van goede financiële standing

Langlopend leveringscontract met leverancier van goede financiële standing – een zeker prijsrisico kan bestaan

Kortlopend leveringscontract of langlopend leveringscontract met financieel zwakke leverancier; een zeker prijsrisico is beslist aanwezig

Reserverisico (bijv. ontwikkeling van natuurlijke rijkdommen)

Onafhankelijk onderzochte, bewezen en ontwikkelde reserves, die ruim uitgaan boven de vereiste hoeveelheid voor de duur van het project

Onafhankelijk onderzochte, bewezen en ontwikkelde reserves, die uitgaan boven de vereiste hoeveelheid voor de duur van het project

Het project kan adequaat putten uit de bewezen reserves tijdens de looptijd van de schuld

Het project is enigszins afhankelijk van potentiële en onontwikkelde reserves

     

Sterke punten van de sponsor

    

Staat van dienst, financiële draagkracht en land-/sectorervaring van de sponsor

Sterke sponsor met een uitstekende staat van dienst en hoge financiële standing

Goede sponsor met een bevredigende staat van dienst en goede financiële standing

Adequate sponsor met een adequate staat van dienst en goede financiële standing

Zwakke sponsor met geen of een twijfelachtige staat van dienst en/of financieel zwak

Ondersteuning van de sponsor blijkens kapitaaldeelneming, eigendomsclausule en stimulans om, indien nodig, kapitaalinjectie te geven

Sterk. Het project is van zeer groot strategisch belang voor de sponsor (kernbusiness – lange-termijnstrategie)

Goed. Het project is van strategisch belang voor de sponsor (kernbusiness - lange- termijnstrategie)

Acceptabel. Het project wordt van belang geacht voor de sponsor (kernbusiness)

Beperkt. Het project is niet essentieel voor de lange-termijnstrategie of kernbusiness van de sponsor

Zekerheidspakket

    

Cessie van contracten en rekeningen

Zeer uitgebreid

Uitgebreid

Acceptabel

Zwak

Verpanding van activa, rekening houdend met de kwaliteit, waarde en liquiditeit van de activa

Waterdicht preferent zekerheidsbelang in alle projectactiva, contracten, vergunningen en rekeningen, die nodig zijn voor het project

Waterdicht zekerheidsbelang in alle projectactiva, contracten, vergunningen en rekeningen, die nodig zijn voor het project

Acceptabel zekerheidsbelang in alle projectactiva, contracten, vergunningen en rekeningen, die nodig zijn voor het project

Weinig zekerheid of onderpand voor leninggevers; zwakke negatieve verpandingsclausule

Controle van de leninggever over de cashflow (bijv. afroming kassaldi, onafhankelijke escrow (garantie) rekeningen)

Sterk

Bevredigend

Redelijk

Zwak

     

Sterkte van de convenantbepalingen (verplichte voorschotten, betalingsuitstel, betalingscascade, dividendrestricties.. .)

De convenantbepalingen zijn sterk voor dit soort project

Het project voorziet niet in additionele schulduitgifte

De convenantbepalingen zijn bevredigend voor dit soort project

Het project voorziet in uiterst beperkte additionele schulduitgifte

De convenantbepalingen zijn redelijk voor dit soort project

Het project voorziet in beperkte additionele schulduitgifte

De convenantbepalingen zijn onvoldoende voor dit soort project

Het project voorziet in onbeperkte additionele schulduitgifte

Reservefondsen (schuldendienst, O&M, verlenging en vervanging, onvoorziene omstandigheden, etc.)

Langer dan gemiddelde dekkingsperiode, alle reserve-fondsen zijn volledig gedekt door cash of kredietbrieven van een bank met hoge rating

Gemiddelde dekkingsperiode, alle reservefondsen zijn volledig gedekt

Gemiddelde dekkingsperiode, alle reservefondsen zijn volledig gedekt

Korter dan gemiddelde dekkingsperiode, reservefondsen zijn gedekt door operationele cashflows

Tabel 3 – Factoren voor kwaliteitsbeoordelingen van objectfinanciering
 

Sterk

Goed

Bevredigend

Zwak

Financiële draagkracht

    

Marktomstandigheden

Sterke en groeiende vraag, sterke toetredingsdrempels, lage gevoeligheid voor technologische veranderingen en veranderingen in de economische vooruitzichten

Sterke en stabiele vraag. Enige toetredingsdrempels, enige gevoeligheid voor technologische verande-ringen en veranderingen in de economische vooruitzichten

Voldoende en stabiele vraag, beperkte toetredingsdrempels,

significante gevoeligheid voor technologische veranderingen en veranderingen in de economische vooruitzichten

Zwakke en afnemende vraag, kwetsbaar voor technologische verande-ringen en veranderingen in de economische vooruitzichten, hoogst onzekere omgeving

Financiële kengetallen (debt service coverage ratio en loan-to-value ratio)

Sterke financiële kengetallen gelet op het soort activum. Zeer robuuste economische aannames

Sterke/acceptabele financiële kengetallen gelet op het soort activum. Robuuste economische aannames

Standaard financiële kengetallen voor het soort activum.

‘Agressieve’ financiële kengetallen gelet op het soort activum

Stressanalyse

Stabiele lange-termijnbaten, waardoor het hoofd kan worden geboden aan zeer gespannen verhoudingen tijdens een conjunctuurcyclus

Bevredigende korte-termijnbaten. De lening kan tegen een financieel stootje. Wanbetaling zou alleen kunnen plaatsvinden onder zware economische omstandigheden

Onzekere korte-termijnbaten. De cashflow is kwetsbaar voor spanningen die niet ongewoon zijn tijdens een conjunctuurcyclus; wanbetaling kan ontstaan tijdens een normale economische neergang

De baten zijn onderhevig aan grote onzekerheden; zelfs onder normale economische omstandigheden kan wanbetaling ontstaan tenzij de omstandigheden verbeteren

Marktliquiditeit

De markt is gestructureerd op wereldwijde basis; de activa zijn hoogst liquide

De markt is wereldwijd of regionaal; de activa zijn relatief liquide

De markt is regionaal met beperkte vooruitzichten op de korte termijn en heeft daardoor een lagere liquiditeit

Lokale markt en/of slechte visibiliteit. Nauwelijks of geen liquiditeit, met name op nichemarkten.

     

Politieke en juridische omgeving

    

Politiek risico, incl transferrisico

Zeer laag; indien nodig, sterke risicoverminderingsinstrumenten

Laag; indien nodig, bevredigende risicover-minderingsinstrumenten

Gematigd; redelijke risicoverminderingsinstrumenten

Hoog; nauwelijks of geen risicoverminderingsinstrumenten

Wet- en regelgevingsrisico’s

Gunstige jurisdictie mbt terugname van goederen en handhaving van contracten

Gunstige jurisdictie mbt terugname van goederen en handhaving van contracten

Over het algemeen gunstige jurisdictie mbt terugname van goederen en handhaving van contracten, zelfs indien terugname een langdurige en/of moeilijke zaak zou zijn

Slechte of instabiele wet- en regelgeving. Jurisdictie kan terugname van goederen en handhaving van contracten tot een langdurige of onmogelijke zaak maken

     

Kenmerken van de transactie

    

Financieringstermijn vergeleken met de economische levensduur van het activum

Volledig payout profiel/minimum ballonbetaling (betaling ineens). Geen aflossingsvrije periode

Ballonbetaling van grotere omvang maar nog steeds op bevredigende niveaus

Belangrijke ballonbetaling, mogelijk met aflossingsvrije perioden

Aflossing ineens of hoge ballonbetaling

     

Bedrijfsrisico

    

Vergunningen

Alle vergunningen zijn verkregen; het activum voldoet aan de huidige en voorzienbare veiligheidsregels

Alle vergunningen zijn verkregen of zijn onderweg; het activum voldoet aan de huidige en voorzienbare veiligheidsregels

De meeste vergunningen zijn verkregen of zijn onderweg,

uitstaande vergunningen worden als routine beschouwd, het activum voldoet aan de huidige veiligheidsregels

Problemen bij het verkrijgen van alle vereiste vergunningen, de geplande inrichting en/of de geplande werkzaamheden moeten mogelijk deels worden herzien

Aard en reikwijdte van bedrijfsvoerings- en onderhoudscontracten (operations and maintenance, O&M)

Sterk langlopend O&M

contract, bij voorkeur met contractuele uitvoeringsprikkels en/of O&M reserverekeningen (indien nodig)

Langlopend O&M contract en/of O&M reserverekeningen (indien nodig)

Beperkt O&M contract of

O&M reserverekening (indien nodig)

Geen O&M contract: risico van hoge overschrijdingen van bedrijfskosten die uitgaan boven de risicoverminderings-instrumenten

Financiële draagkracht van de exploitant, zijn staat van dienst in het beheer van het soort activum en zijn vermogen om het activum na afloop van de lease weer op de markt te brengen (remarketing)

Uitstekende staat van dienst en sterk vermogen tot remarketing

Bevredigende staat van dienst

en vermogen tot remarketing

Zwakke of korte staat van dienst; vermogen tot remarketing onzeker

Geen of onbekende staat van dienst en onvermogen tot remarketing van het activum

     

Kenmerken van de activa

    

Inrichting, locatie, ontwerp en onderhoud (bijv. leeftijd en grootte van een vliegtuig) vergeleken met andere activa op dezelfde markt

Sterk voordeel tav ontwerp en onderhoud. De inrichting is zodanig standaard dat het object een liquide markt heeft

Bovengemiddeld ontwerp en onderhoud. Standaard

inrichting, mogelijk met zeer beperkte uitzonderingen -

zodanig dat het object een liquide markt heeft

Gemiddeld ontwerp en onderhoud. De inrichting

is enigszins specifiek en kan daarom leiden tot een kleinere markt voor het object

Benedengemiddeld ontwerp en onderhoud. Het activum is nabij het einde van de economische levensduur. De inrichting is zeer specifiek; zeer kleine markt voor het object

Waarde bij wederverkoop

De huidige wederverkoop-waarde ligt ruim boven de waarde van de schuld

De wederverkoopwaarde is gematigd hoger dan de waarde van de schuld

De wederverkoopwaarde is enigszins hoger dan de waarde van de schuld

De wederverkoopwaarde ligt onder de waarde van de schuld

Gevoeligheid van de vermogenswaarde en liquiditeit voor conjunctuurinvloeden

De vermogenswaarde en liquiditeit zijn relatief ongevoelig voor conjunctuurinvloeden

De vermogenswaarde en liquiditeit zijn gevoelig voor conjunctuurinvloeden

De vermogenswaarde en liquiditeit zijn nogal gevoelig voor conjunctuurinvloeden

De vermogenswaarde en liquiditeit zijn hoogst gevoelig voor conjunctuurinvloeden

Sterke punten van de sponsor

    

Financiële draagkracht van de exploitant, zijn staat van dienst in het beheer van het soort activum en zijn vermogen om het activum na afloop van de lease weer op de markt te brengen (remarketing)

Uitstekende staat van dienst en sterk vermogen tot remarketing

Bevredigende staat van dienst

en vermogen tot remarketing

Zwakke of korte staat van dienst; vermogen tot remarketing onzeker

Geen of onbekende staat van dienst en onvermogen tot remarketing van het activum

     

Staat van dienst en financiële draagkracht van de sponsors

Sponsors met uitstekende staat van dienst en hoge financiële standing

Sponsors met goede staat van dienst en goede financiële standing

Sponsors met adequate staat van dienst en goede financiële standing

Sponsors met geen of twijfelachtige staat van dienst en/of financieel zwak

     

Zekerheidspakket

    

Controle over activa

De juridische documentatie geeft de leninggever effectieve controle (bijv. een waterdicht preferent zekerheidsbelang of een leasingconstructie incl een dergelijk belang) over het activum of over het bedrijf dat het activum in eigendom heeft

De juridische documentatie geeft de leninggever effectieve controle (bijv. een waterdicht zekerheidsbelang of een leasingconstructie incl een dergelijk belang) over het activum of over het bedrijf dat het activum in eigendom heeft

De juridische documentatie geeft de leninggever effectieve controle (bijv. een waterdicht zekerheidsbelang of een leasingconstructie incl een dergelijk belang) over het activum of over het bedrijf dat het activum in eigendom heeft

Het contract verschaft weinig zekerheid aan de leninggever en laat ruimte voor enig risico tav verlies van controle over het activum

Rechten en middelen die ter beschikking staan van de leninggever om toezicht te houden op de locatie en conditie van het activum

De leninggever is in staat overal en altijd toezicht te houden op de locatie en conditie van het activum (periodieke rapportages, mogelijkheid tot inspecties)

De leninggever is in staat bijna overal en altijd toezicht te houden op de locatie en conditie van het activum

De leninggever is in staat bijna overal en altijd toezicht te houden op de locatie en conditie van het activum

De leninggever is slechts in beperkte mate in staat toezicht te houden op de locatie en conditie van het activum

Verzekering tegen schade

Sterke verzekeringsdekking,

incl. indirecte (collaterale) schade, bij topverzekeraars

Bevredigende verzekeringsdekking (excl indirecte schade) bij goede verzekeraars

Redelijke verzekeringsdekking (excl indirecte schade) bij acceptabel geachte verzekeraars

Zwakke verzekeringsdekking (excl indirecte schade) of bij zwak geachte verzekeraars

Tabel 4 – Factoren voor kwaliteitsbeoordelingen van grondstofhandelsfinanciering
 

Sterk

Goed

Bevredigend

Zwak

Financiële draagkracht

    

Mate van over-collateralisatie (zekerheidssurplus)

Sterk

Goed

Bevredigend

Zwak

     

Politieke en juridische omgeving

    

Landenrisico

Geen landenrisico

Beperkte blootstelling aan landenrisico (met name offshore reserves in een opkomend land)

Blootstelling aan landenrisico (met name offshore reserves in een opkomend land)

Sterke blootstelling aan landenrisico (met name binnenlandse reserves in een opkomend land)

Vermindering van landenrisico’s

Zeer sterke risicovermindering:

Sterke offshore mechanismen

Strategische grondstoffen

Eersteklas kopers

Sterke risicovermindering:

Offshore mechanismen

Strategische grondstoffen

Sterke kopers

Acceptabele risicovermindering:

Offshore mechanismen

Minder strategische grondstoffen

Acceptabele kopers

Slechts gedeeltelijke risicover-mindering:

Geen offshore mechanismen

Niet-strategische grondstoffen

Zwakke kopers

Kenmerken van de activa

    

Liquiditeit en kwetsbaarheid voor schade

De grondstoffen worden op een markt verhandeld en kunnen worden afgedekt via futures of OTC instrumenten. De grondstoffen zijn niet kwetsbaar voor schade

De grondstoffen worden op een markt verhandeld en kunnen worden afgedekt via OTC instrumenten. De grondstoffen zijn niet kwetsbaar voor schade

De grondstoffen worden niet op een markt verhandeld maar zijn wel liquide. Er is onzekerheid over de mogelijkheid tot afdekking. De grondstoffen zijn niet kwetsbaar voor schade

De grondstoffen worden niet op een markt verhandeld. De liquiditeit is beperkt gelet op de omvang en diepte van de markt. Geen geëigende afdekkingsinstrumenten. De grondstoffen zijn kwetsbaar voor schade

     

Draagkracht van de sponsor

    

Financiële draagkracht van de handelaar

Zeer sterk met betrekking tot de handelsfilosofie en risico’s

Sterk

Adequaat

Zwak

Staat van dienst, incl vermogen om logistiek proces te beheersen

Uitgebreide ervaring met betreffende soort transactie. Sterke staat van dienst mbt succesvolle bedrijfsvoering en kostenefficiëntie

Voldoende ervaring met betreffende soort transactie. Bovengemiddelde staat van dienst mbt succesvolle bedrijfsvoering en kostenefficiëntie

Beperkte ervaring met betreffende soort transactie. Gemiddelde staat van dienst mbt succesvolle bedrijfsvoering en kostenefficiëntie

Beperkte of onzekere staat van dienst in het algemeen. Volatiele kosten en winsten

Handelscontroles en afdekkingsbeleid

Sterke normen mbt selectie van tegenpartij, afdekking en toezicht

Adequate normen mbt selectie van tegenpartij, afdekking en toezicht

Weinig tot geen problemen bij transacties in het verleden

Handelaar heeft bij transacties in het verleden aanzienlijke verliezen geleden

 

Sterk

Goed

Bevredigend

Zwak

Kwaliteit van financiële verantwoording

Uitstekend

Goed

Bevredigend

Financiële verantwoording bevat enige onzekerheden of is onvoldoende

     

Zekerheidspakket

    

Controle over activa

Waterdicht preferent zekerheidsbelang geeft, indien nodig, de leninggever te allen tijde de juridische controle over de activa

Waterdicht preferent zekerheidsbelang geeft, indien nodig, de leninggever te allen tijde de juridische controle over de activa

Op enig moment tijdens het proces wordt de controle van de leninggever over de activa verbroken. Deze breuk wordt opgevangen door bekendheid met de handelsafloop of eventueel door inschakeling van een derde

Het contract laat ruimte voor enig risico tav verlies van controle over het activum. De mogelijkheid tot verhaal zou in gevaar kunnen komen

Verzekering tegen schade

Sterke verzekeringsdekking,

incl. indirecte (collaterale) schade, bij topverzekeraars

Bevredigende verzekerings-dekking (excl indirecte schade) bij goede verzekeraars

Redelijke verzekeringsdekking (excl indirecte schade) bij acceptabel geachte verzekeraars

Zwakke verzekeringsdekking (excl indirecte schade) of bij zwak geachte verzekeraars

Tabel 5 – Factoren voor kwaliteitsbeoordelingen van de financiering van inkomsten genererend vastgoed
 

Sterk

Goed

Bevredigend

Zwak

Financiële draagkracht

    

Marktomstandigheden

Vraag en aanbod voor het soort project en de locatie zijn nu in evenwicht. Het aantal concurrerende vastgoed-objecten dat op de markt komt is gelijk aan of lager dan de voorspelde vraag

Vraag en aanbod voor het soort project en de locatie zijn nu in evenwicht. Het aantal concurrerende vastgoed-objecten dat op de markt komt is globaal gelijk aan de voorspelde vraag

De marktomstandigheden zijn globaal in evenwicht.

Concurrerende vastgoed-objecten komen op de markt of zitten in de planning. Het project is qua ontwerp en mogelijkheden niet het meest moderne vergeleken met nieuwe projecten

De marktomstandigheden zijn zwak. Het is onzeker wanneer deze verbeteren en weer in evenwicht komen. Het project verliest huurders bij het aflopen van de lease. Nieuwe leasevoorwaarden zijn minder gunstig tov de oude

Financiële kengetallen en voorschotrente

De debt service coverage ratio van het vastgoed (DSCR, verhouding resultaat tot dienst der lening) wordt sterk geacht (is niet relevant tijdens de bouwfase) en de loan to value ratio (LTV, verhouding lening tot onderpand) wordt laag geacht voor het soort project. Waar een secondaire markt bestaat, wordt de transactie afgewikkeld conform de marktnormen

De DSCR (niet relevant voor vastgoedontwikkeling) en LTV zijn bevredigend.

Waar een secondaire markt bestaat, wordt de transactie afgewikkeld conform de marktnormen

De DSCR van het vastgoed is verslechterd en de waarde is gedaald, waardoor de LTV is gestegen

De DSCR van het vastgoed is aanzienlijk verslechterd en de LTV ligt ruim boven de normen voor nieuwe leningen

Stressanalyse

De middelen-, risico- en verplichtingenstructuur van het vastgoed laat toe dat tijdens een periode van zware financiële spanningen (bijv. rente, economische groei) de financiële verplichtingen kunnen worden vervuld

Het vastgoed kan bij een aanhoudende periode van financiële spanningen (bijv. rente, economische groei) aan de financiële verplichtingen voldoen. Wanbetaling zou alleen kunnen ontstaan bij zware economische omstandigheden

Bij een economische neergang zou het vastgoed de baten zien dalen waardoor het vermogen tot financiering van de kapitaalinvesteringen wordt beperkt en het risico van wanbetaling aanmerkelijk wordt verhoogd

De financiële positie van het vastgoed staat onder druk en wanbetaling kan ontstaan tenzij de omstandigheden op de korte termijn verbeteren

Voorspelbaarheid van de cashflow

    

(a) Voor opgeleverd en gestabiliseerd vastgoed

Het vastgoed heeft lange-termijnleases, met kredietwaardige huurders en gestaffelde afloopdata. Het staat bekend om het behoud van huurders aan het einde van de leaseperiode. Het leegstandspercentage is laag.

De kosten (onderhoud,

verzekering, beveiliging en vastgoedbelasting) zijn voorspelbaar

Het vastgoed heeft merendeels lange-termijnleases, met huurders die verschillen in kredietwaardigheid. Het vastgoed kent een normale mutatiegraad aan het einde van de leaseperiode. Het leegstandspercentage is laag. De kosten zijn voorspelbaar

Het vastgoed heeft merendeels leases voor de middellange ipv de lange termijn, met huurders die verschillen in krediet-waardigheid. Het vastgoed kent een gematigde mutatiegraad aan het einde van de leaseperiode. Het leegstands-percentage is gematigd. De kosten zijn betrekkelijk voorspelbaar maar variëren in verhouding tot de baten

Het vastgoed heeft leases voor verschillende termijnen, met huurders die verschillen in kredietwaardigheid. Het vastgoed kent een zeer hoge mutatiegraad aan het einde van de leaseperiode. Het leegstandspercentage is hoog. Bij het voorbereiden van het vastgoed voor nieuwe huurders worden aanzienlijke kosten gemaakt

(b) Voor opgeleverd maar nog niet gestabiliseerd vastgoed

De verhuur is in lijn met of boven de prognoses. Het project zou in de nabije toekomst stabilisatie moeten bereiken

De verhuur is in lijn met of boven de prognoses. Het project zou in de nabije toekomst stabilisatie moeten bereiken

De verhuur valt merendeels binnen de prognoses; stabilisatie zal echter nog enige tijd op zich laten wachten

De markthuren voldoen niet aan de verwachtingen. Ondanks dat de ten doel gestelde bezettingsgraad is bereikt, is de cashflow-dekking krap als gevolg van tegenvallende baten

(c) Tijdens de bouwfase

Het vastgoed is vooraf geheel verhuurd aan een eersteklas huurder voor de looptijd van de lening of is verkocht aan een eersteklas koper, of de bank heeft een bindende toezegging mbt take-out (voorlopige) financiering door een eersteklas leninggever

Het vastgoed is vooraf geheel verhuurd of verkocht aan een kredietwaardige huurder of koper of de bank heeft een bindende toezegging mbt permanente financiering door een kredietwaardige leninggever

De verhuur valt binnen de prognoses maar het gebouw mag vooraf niet worden verhuurd en er mag geen take-out financiering plaatsvinden. De bank mag geen permanente leninggever zijn

Het vastgoed verslechtert door kostenoverschrijdingen, verslechterde marktomstandigheden, opzeggingen door huurders of andere factoren. Er kan een twist bestaan met de partij die de permanente financiering verschaft

     

Kenmerken van de activa

    

Locatie

Het vastgoed bevindt zich op een zeer gewenste locatie nabij de door huurders gewenste voorzieningen

Het vastgoed bevindt zich op een gewenste locatie nabij de door huurders gewenste voorzieningen

Het vastgoed bezit geen concurrerend voordeel

De locatie, inrichting, ontwerp en staat van onderhoud van het vastgoed hebben bijgedragen aan de moeilijkheden die het ondervindt

Ontwerp en gesteldheid

Het vastgoed ligt goed in de markt door het ontwerp, inrichting en staat van onderhoud en is zeer concurrerend met nieuwe vastgoedobjecten

Het vastgoed is qua ontwerp, inrichting en staat van onderhoud van geëigend gehalte. Het ontwerp en de mogelijkheden van het vastgoed zijn concurrerend met nieuwe vastgoedobjecten

Het vastgoed is qua inrichting, ontwerp en staat van onderhoud van adequaat gehalte

Er bestaan zwakke punten in de inrichting, ontwerp of staat van onderhoud van het vastgoed

Vastgoed is in aanbouw

Het bouwbudget is voorzichtig geraamd en de technische risico’s zijn beperkt. De aannemers zijn hoogst gekwalificeerd

Het bouwbudget is voorzichtig geraamd en de technische risico’s zijn beperkt. De aannemers zijn hoogst gekwalificeerd

Het bouwbudget is adequaat opgesteld en de aannemers zijn normaal gekwalificeerd

Het project heeft het budget overschreden of is onrealistisch gelet op de technische risico’s. De aannemers kunnen ondergekwalificeerd zijn

     

Draagkracht van de sponsor/ontwikkelaar

    

Financiële draagkracht en bereidheid tot ondersteuning

De sponsor/ontwik-

kelaar heeft aanzienlijk in cash bijgedragen aan de bouw of de aankoop van het vastgoed. De sponsor/ ontwikkelaar heeft aanzienlijke middelen en beperkte rechtstreekse en voorwaardelijke verplichtingen. De vastgoedobjecten van de sponsor/ontwikkelaar zijn zowel geografisch als qua type vastgoed gediversifieerd

De sponsor/ontwikkelaar heeft belangrijk in cash bijgedragen aan de bouw of de aankoop van het vastgoed. De financiële positie van de sponsor/ ontwikkelaar laat toe dat ondersteuning kan worden geboden bij een tekort aan cashflow. De vastgoedobjecten van de sponsor/ontwikkelaar zijn in diverse geografische locaties gevestigd

De bijdrage van de sponsor/ontwikkelaar kan van immateriële aard zijn of anders dan in cash luiden. De sponsor/ ontwikkelaar heeft gemiddelde tot benedengemiddelde financiële middelen

De sponsor/ontwikkelaar bezit niet de mogelijkheid of de bereidheid om ondersteuning te verlenen

Reputatie en staat van dienst bij vergelijkbare vastgoedobjecten

Ervaren management en hoge kwaliteit van de sponsors. Sterke reputatie en langdurige en succesvolle staat van dienst bij vergelijkbare vastgoedobjecten. Sterke relaties met hoofdactoren zoals verhuurmakelaars

Geëigende kwaliteit van management en sponsors. De sponsor of het management heeft een succesvolle staat van dienst bij vergelijkbare vastgoedobjecten

Gematigde kwaliteit van management en sponsors.

De staat van dienst van het management of de financier geeft geen aanleiding tot ernstige bezorgdheid

Ineffectief management en benedenmaatse kwaliteit van de financiers. Moeilijkheden bij het management en de sponsor hebben in het verleden aanleiding gegeven tot moeilijkheden bij het beheer van vastgoedobjecten

Relaties met relevante vastgoedactoren

Sterke relaties met hoofdactoren zoals verhuurmakelaars

Bewezen relaties met hoofdactoren zoals verhuurmakelaars

Adequate relaties met verhuurmakelaars en andere leveranciers van belangrijke vastgoeddiensten

Slechte relaties met verhuurmakelaars en/of andere leveranciers van belangrijke vastgoeddiensten

     

Zekerheidspakket

    

Aard van het pandrecht

Waterdicht eerste pandrecht1

Waterdicht eerste pandrecht1

Waterdicht eerste pandrecht1

Het vermogen van de leninggever om tot executie van het onderpand over te gaan is beperkt

Cessie van huurpenningen (voor projecten met langlopende leasecontracten)

De leninggever heeft cessie verkregen. Actuele informatie over de huurders wordt bijgehouden, waardoor huurders gemakkelijk kunnen worden benaderd met het verzoek de huur rechtstreeks over te maken aan de leninggever. Deze informatie bestaat o.a. uit een actueel huuroverzicht en kopieën van de leasecontracten

De leninggever heeft cessie verkregen. Actuele informatie over de huurders wordt bijgehouden, waardoor huurders gemakkelijk kunnen worden benaderd met het verzoek de huur rechtstreeks over te maken aan de leninggever. Deze informatie bestaat o.a. uit een actueel huuroverzicht en kopieën van de leasecontracten

De leninggever heeft cessie verkregen. Actuele informatie over de huurders wordt bijgehouden, waardoor huurders gemakkelijk kunnen worden benaderd met het verzoek de huur rechtstreeks over te maken aan de leninggever. Deze informatie bestaat o.a. uit een actueel huuroverzicht en kopieën van de leasecontracten

De leninggever heeft geen cessie van de leasecontracten verkregen of heeft niet de benodigde informatie bijgehouden waardoor de huurders direct kunnen worden benaderd

Kwaliteit van de verzekeringsdekking

Geëigend

Geëigend

Geëigend

Benedenmaats

1 In sommige markten bedienen leninggevers zich uitgebreid van leningconstructies met achtergestelde pandrechten. Achtergestelde pandrechten kunnen indicatief zijn voor het in dit verband gelopen risico indien de totale LTV-verhouding met inbegrip van alle voorrangsposities niet meer bedraagt dan de LTV-verhouding van een gangbare preferente lening.

EEE

In formule 3 bij artikel 4:12, eerste lid, van bijlage 4A wordt in de definitie van de term ‘E fx’ tussen de woorden ‘overgemaakt)’ en ‘(de totale’ ingevoegd het woord: minus.

Hoofdstuk 2

Regeling solvabiliteitseisen voor het marktrisico

Artikel II

De Regeling solvabiliteitseisen voor het marktrisico wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1:3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid, komt als volgt te luiden:

2. De omvang van de handelsportefeuille van een financiële onderneming, bedoeld in artikel 62, tweede lid, van het Besluit is gelijk aan de som van de lange en korte posities, ongeacht het teken, die een financiële onderneming binnen en buiten haar balans in financiële instrumenten en grondstoffen tezamen inneemt:

a. hetzij met de intentie om met die posities te handelen;

b. hetzij om met die posities haar andere posities binnen de handelsportefeuille af te dekken.

2. In het derde lid wordt de begripseenheid ‘het tweede en het derde lid’ gewijzigd in: het tweede lid.

B

Artikel 3:4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Het solvabiliteitsvereiste ter dekking van het positierisico, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit van een financiële onderneming die haar optieposities niet herwaardeert op de wijze, bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, en die geen gebruik maakt van de scenarioanalyse-methode, bedoeld in artikel 3:27, is gelijk aan:

a. ingeval van een gekochte, niet op een gereglementeerde markt verhandelde, optie respectievelijk van een gekochte op een gereglementeerde markt verhandelde optie: het solvabiliteitsvereiste voor het onderliggend instrument, met dien verstande dat het vereiste niet meer kan bedragen dan de marktwaarde van deze optie;

b. ingeval van een verkochte, niet op een gereglementeerde markt verhandelde, optie: het solvabiliteitsvereiste voor het onderliggende instrument;

c. ingeval van een verkochte, op een gereglementeerde markt verhandelde, optie: de door deze gereglementeerde markt verlangde marge;

d. ingeval van een niet op een gereglementeerde markt verhandelde optie die door een clearinginstelling is verrekend: de door deze clearinginstelling verlangde marge.

2. Het derde lid komt te luiden:

3. Aan de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, wordt geacht te zijn voldaan, indien een gereglementeerde markt respectievelijk een clearinginstelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c respectievelijk onderdeel d, van overheidswege onder prudentieel toezicht staat in een staat die:

a. ofwel partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;

b. ofwel deel uitmaakt van de Groep van 10;

c. ofwel is aangewezen bij ministeriële regeling op basis van artikel 2:6, tweede lid, respectievelijk 2:8, tweede lid, van de Wet.

C

In artikel 3:6, achtste lid, tweede volzin, wordt het woord ‘kredietvereiste’ vervangen door: solvabiliteitsvereiste.

D

In artikel 3:10, tweede lid, wordt de begripseenheid ‘als bedoeld in het derde lid’ gewijzigd in: als bedoeld in artikel 3:9, derde lid,.

E

In artikel 3:14, eerste lid, onderdeel b, wordt vóór het woord ‘duration’ ingevoegd: gewijzigde.

F

In de aanhef van artikel 3:15, eerste lid, komt het woord ‘kunnen’ te vervallen.

G

Artikel 3:17 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vervanging van de tweede komma door een puntkomma komt in onderdeel c het woord ‘de’ te vervallen.

2. In onderdeel d wordt vóór het woord ‘resterende’ ingevoegd: de.

H

In artikel 3:20, tweede lid, wordt de begripseenheid ‘artikel 3:4, vijfde lid,’ gewijzigd in: artikel 3:9, vierde lid, onderdeel c, onder 3°.,.

I

Artikel 3:24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt de begripseenheid ‘deze paragraaf’ gewijzigd in: de overige bepalingen van deze paragraaf.

2. In het tweede lid, wordt het zinsgedeelte ‘de daarin bedoelde gewijzigde behandeling in goud wordt toegepast’ gewijzigd in: de gewijzigde behandeling in goud wordt toegepast, bedoeld in artikel 3:35, tweede en derde lid, respectievelijk artikel 4:11, tweede lid, in verband met artikel 3:35, tweede en derde lid,.

J

Artikel 3:26 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, eerste volzin, wordt de begripseenheid ‘deze afdeling’ gewijzigd in: dit hoofdstuk.

2. In de aanhef van het tweede lid, wordt de begripseenheid ‘deze afdeling’ gewijzigd in: dit hoofdstuk.

3. In het tweede lid, onderdeel b, wordt het zinsgedeelte ‘correlatie tussen het dagrendement van het aan de beurs verhandelde fonds en dat van de gevolgde index of het mandje van financiële instrumenten,’ gewijzigd in: correlatie tussen enerzijds het dagrendement van het aan de beurs verhandelde fonds en anderzijds dat van de gevolgde index respectievelijk dat van het mandje van financiële instrumenten,.

4. In het vierde lid wordt na het woord ‘positierisico’ ingevoegd: met betrekking tot posities in instellingen voor collectieve belegging waarop het eerste en derde lid van toepassing zijn,.

K

In artikel 3:28, tweede lid, worden de onderdelen ‘1°.’ en ‘2°.’ verletterd tot onderdelen: a en b.

L

In artikel 3:33, eerste lid, eerste volzin, wordt het woord ‘inbegrip’ vervangen door: uitzondering.

M

Artikel 3:34, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel b wordt het woord ‘termijnpositie’ gewijzigd in: termijnposities.

2. In onderdeel d komt het zinsgedeelte ná de dubbele punt te luiden: de toekomstige netto-inkomsten en netto-uitgaven, zijnde de netto toekomstige inkomsten en uitgaven die nog niet in de rekeningen zijn geboekt maar al volledig zijn afgedekt door valutatermijntransacties;.

N

In artikel 3:36, derde lid, wordt het woord ‘posities’ gewijzigd in: valuta’s.

O

In artikel 3:38, eerste lid, worden de woorden ‘in identieke’ gewijzigd in: en identieke.

P

In artikel 3:40, eerste lid, onderdeel a, onder 2°., wordt de begripseenheid ‘tabel 5’ gewijzigd in: tabel 6.

Q

In artikel 4:5, vierde lid, aanhef, wordt de begripseenheid ‘artikel 4:15, tweede lid,’ gewijzigd in: artikel 4:6.

R

In artikel 4:15, tweede lid, derde volzin, komt in het zinsgedeelte ‘dan wel op de hypothetische’ te vervallen het woord: op.

S

Het opschrift van ‘Bijlage 1. Tabellen en formules’ komt te luiden: Bijlage. Tabellen en formules.

T

Het onderschrift van tabel 6 van de bijlage komt te luiden: Tabel 6. Looptijdklassen voor berekening van het solvabiliteitsvereiste voor de grondstoffenrisico’s, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit prudentiële regels Wft

Hoofdstuk 3

Regeling solvabiliteitseisen voor het operationeel risico

Artikel III

De Regeling solvabiliteitseisen voor het operationeel risico wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1:1, onderdeel a, komt te luiden:

a. erkend kredietbeoordelingsbureau: een kredietbeoordelingsbureau als bedoeld in artikel 1 van het Besluit, dat ingevolge artikel 88 van het Besluit is erkend;’

B

In de artikelen 3:2, 3:3, eerste lid, 3:4 en 3:7, aanhef, wordt de begripseenheid ‘tabel I’ telkens gewijzigd in: tabel 1.

C

In artikel 4:18, onderdeel b, wordt de zinsnede ‘erkende EKBI die ingevolge bijlage 2A’ gewijzigd in: erkend kredietbeoordelingsbureau dat ingevolge tabel A van bijlage 2A.

Hoofdstuk 4

Regeling liquiditeit Wft

Artikel IV

Na artikel 1 van de Regeling liquiditeit Wft wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

1. Een liquiditeitsgarantie ontvangen van een binnenlandse of buitenlandse bank wordt slechts erkend als officiële stand-by faciliteit als bedoeld in artikel 1 van het Besluit prudentiële regels Wft, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a. op de faciliteit moet onmiddellijk kunnen worden getrokken;

b. de faciliteit kan slechts met instemming van De Nederlandsche Bank worden verlaagd of ingetrokken;

c. de valuta’s waarin de liquiditeitsgarantie wordt ontvangen zijn convertibel;

d. de liquiditeitsgarantie is bij realisatie niet onderworpen aan beperkende transfermaatregelen;

e. de faciliteit is afkomstig van een bank die naar het oordeel van De Nederlandsche Bank onder adequaat toezicht staat;

f. de instantie die toezicht houdt op de bank die de liquiditeitsgarantie afgeeft, heeft schriftelijk bevestigd:

1°. dat zij de faciliteit heeft goedgekeurd; of

2°. dat zij er kennis van heeft genomen;

g. de overeenkomst voor de liquiditeitsgarantie is door De Nederlandsche Bank goedgekeurd en bij wijze van erkenning als officiële stand-by faciliteit mede ondertekend;

h. de overeenkomst is opgesteld in de Nederlandse taal; en

i. op de overeenkomst is het Nederlandse recht van toepassing verklaard en is de Rechtbank Amsterdam uitsluitend bevoegd verklaard.

2. Een liquiditeitsgarantie afgegeven door een binnenlandse bank wordt slechts erkend als officiële stand-by faciliteit als bedoeld in artikel 1 van het Besluit prudentiële regels Wft, indien de liquiditeitsgarantie wordt afgegeven aan:

a. een binnenlandse bank of clearinginstelling en voldoet aan de voorwaarden gesteld in het eerste en tweede lid; of

b. een buitenlandse bank of clearinginstelling en voldoet aan de voorwaarden die door het bankentoezicht ter plaatse worden gesteld.

Artikel V

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2007.

Artikel VI

Deze regeling wordt aangehaald als: Veegregeling toezichthouderregelingen DNB.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Nederlandsche Bank NVde Directeur, A.J. Kellermann.

Toelichting

Algemeen

Een groot deel van de wijzigingen die door middel van deze veegregeling in de Regelingen solvabiliteitseisen voor het kredietrisico, het marktrisico respectievelijk het operationeel risico worden aangebracht, zijn van technische aard en spreken voor zich. In deze toelichting wordt daarom volstaan met uitsluitend een toelichting op wijzigingen die van (meer) materiële aard zijn.

Aangezien onderhavige regeling voornamelijk technisch van aard is (artikelen I tot en met III) vloeien daaruit geen administratieve lasten voort. De wijziging van de Regeling liquiditeit Wft (artikel IV) betreft een beleidsarme omzetting van het Handboek Wtk 1992 naar de Regeling liquiditeit Wft.

Een administratieve lastenberekening ontbreekt daarom.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Eerste lid:

Artikel 1:1, onderdeel j, van de Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietrisico vormde – samen met Bijlage 1 van die regeling – de implementatie van bijlage VI, deel 1, onderdeel 68 van de herziene richtlijn banken. In de tekst van die definitie van 11 december 2006 werd daarbij verwezen naar artikel 22, vierde lid, van de richtlijn beleggingsinstellingen. Dit omdat een nationale bepaling ter implementatie van dat artikel van de richtlijn beleggingsinstellingen destijds ontbrak. Inmiddels is vrijwel zeker dat per 1 juli 2008 in de implementatie zal zijn voorzien door aanpassingen in het Besluit prudentiële regels Wft. Met de wijziging uit artikel I, onderdeel A, eerste lid, wordt hierop geanticipeerd.

Derde lid:

De oude definitie van het begrip ‘publiekrechtelijk lichaam’ week in de Nederlandse regelgeving onbedoeld af van de definitie als bedoeld in artikel 4, achttiende lid, van de herziene bankenrichtlijn.1 Artikel I, onderdeel A, derde lid, heft deze tegenstrijdigheid op door de redactie van de definitie één-op-één over te nemen uit de Nederlandse tekstversie van de herziene bankenrichtlijn.

Het (verzamel)begrip ‘publiekrechtelijk lichaam’ valt uiteen in vier categorieën:

– Onder categorie 1°. en 2°. vallen voornamelijk bestuursorganen;

– Categorie 3°. betreft staatsbedrijven met een waarborgregeling. Voor deze bedrijven is niet langer vereist dat zij op grond van het publiekrecht zijn opgericht. Wel van belang is dat zij niet-commercieel en in het bezit van de centrale overheid zijn. Daarbij kan het gaan om een 100% bezit maar ook een gedeeld bezit voldoet indien de centrale overheid maar bepalende zeggenschap heeft over het bedrijf (doorslaggevende beslissingsbevoegdheid).

– Categorie 4°., tenslotte, betreft de zelfstandige bestuursorganen die onder bestuurlijk toezicht staan. Een zbo-register kan worden geraadpleegd via de volgende website:

http://almanak.zboregister.overheid.nl/sites/min_bzk2/index.php

Bij alle categorieën moet sprake zijn van enige hiërarchische relatie met de centrale, regionale en/of lokale overheid, bijvoorbeeld een verantwoordingsrelatie (categorieën 1°. en 2°.) of een toezichtrelatie (categorieën 3°. en 4°.).

De aangepaste definitie is vooral van belang voor de toepassing van de artikelen 2:11 tot en met 2:13. Op grond van de aangepaste definitie wordt de risicoweging van publiekrechtelijke lichamen als volgt bepaald:

– Een publiekrechtelijk lichaam dat over een Rijksgarantie beschikt, heeft een risicoweging van 0%;

– Een publiekrechtelijk lichaam dat niet over een Rijksgarantie beschikt, maar wél in Nederland is gevestigd, heeft een risicoweging van 20%;

– Een publiekrechtelijk lichaam dat niet onder één van de twee hiervoor genoemde categorieën te brengen is, heeft een risicoweging van 100%.

Artikel I, onderdeel E

Eerste lid:

Aangezien het begrip ‘kredietbeoordelingsschaal’ in de regeling niet voorkomt, regelt het eerste lid van artikel I, onderdeel F, het vervallen van artikel 2:1, onderdeel a.

Tweede lid:

Op grond van bijlage VI, deel 1, punt 9 (tweede alinea), van de herziene bankenrichtlijn is DNB bevoegd om een lijst op te stellen van Nederlandse regionale en lokale overheden die nagenoeg gelijkwaardig zijn aan de centrale overheid, ondermeer voor wat betreft hun bevoegdheden om inkomsten te verkrijgen. Die lijst is vastgesteld in bijlage 2B bij de Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietrisico. Artikel 2:1 week onbedoeld af van bijlage 2B. Thans wordt in artikel 2:1 rechtstreeks verwezen naar bijlage 2B zodat discrepantie zich niet meer voordoet.

Artikel I, onderdeel F

Artikel I, onderdeel F, implementeert alsnog de overgangsbepaling uit artikel 153, derde alinea, van de herziene bankenrichtlijn. Deze overgangsbepaling was in de oorspronkelijke implementatieregelgeving niet geïmplementeerd.

Artikel I, onderdelen G, M en N

Op grond van artikel 60 van de herziene richtlijn banken kunnen financiële ondernemingen ervoor kiezen om aandelen of andere deelnemingen in mee geconsolideerde groepsonderdelen niet in mindering te brengen op het eigen vermogen. Deze nationale discretie is geïmplementeerd in artikel 94, zevende lid, van het Besluit. Echter, als er geen aftrek plaatsvindt, moeten de onderliggende vorderingen uiteraard wel naar risico worden gewogen. In de Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietrisico ontbraken echter de risicogewichten die voor dit type vorderingen gelden. Deze omissie wordt in artikel I, onderdelen G, I en N hersteld door een risicogewicht van 400% aan deze vorderingen toe te kennen.

Het risicogewicht van 400% is ontleend aan de regels die binnen de interne modellenbenadering gelden voor ‘overige posities in aandelen’. Voor dit type vorderingen kent de CRD een aantal voorgeschreven risicogewichten. Omdat de discretie van artikel 94, zevende lid, van het Besluit door zowel SA- als IRB-banken kan worden toegepast, is gekozen om een bestaand risicogewicht voor te schrijven dat zowel binnen de Standaardbenadering als binnen de Interne modellenbenadering bruikbaar is. Dit is het risicogewicht dat hoort bij de eenvoudige risicogewichtenbenadering.

Binnen laatstgenoemde benadering geldt een voorgeschreven risicogewicht van 370% (bijlage VII, deel 1, paragraaf 19, van de herziene richtlijn banken). Die bepaling is in Nederland geïmplementeerd via artikel 3:27 juncto de daarbij behorende formule 9. Bovendien bepaalt artikel 3:37 (op basis van bijlage VII, deel 1, paragraaf 32, van de herziene richtlijn banken) dat bij toepassing van artikel 3:27 tevens een verwachte verliespost moet worden berekend. Deze verliespost bedraagt in het geval van ‘overige posities in aandelen’ 2,4%. Omgerekend naar risicogewicht is dit 12,5 × 2,4% = 30%. Het risicogewicht voor posten die ingevolge artikel 94, zevende lid, van het Besluit niet in mindering zijn gebracht op het eigen vermogen, is daardoor (opgeteld): 370% + 30% = 400%.

Artikel I, onderdeel T

Artikel 3:81, veertiende lid, van de Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietrisico was één-op-één overgenomen uit de Nederlandse tekstversie van de herziene richtlijn banken (bijlage VII, deel 4, onderdeel 79). In de Engelse tekstversie komt het woord ‘niet’ echter niet voor (er staat: ‘expected to be recovered’). Artikel 3:81, veertiende lid, is in overeenstemming gebracht met de Engelse tekstversie.

Artikel I, onderdeel U

Een vergelijking van de Nederlandse en Engelse tekstversie van bijlage VII, deel 4, onderdeel 90, van de herziene richtlijnbanken leidt tot de conclusie dat de richtlijnwetgever met de Nederlandse frase ‘gebeurtenissen waardoor technisch gesproken wanbetaling ontstaat’ en de Engelse frase ‘circumstances short of payment default’ doelde op alle situatie die bijna als wanbetaling kunnen worden aangemerkt maar dat net niet zijn.

Met de wijziging die door middel van artikel I, onderdeel U, is aangebracht, is getracht deze nuance beter onder woorden te brengen.

Artikel I, onderdeel V

Concordataire uitstellen zijn een specifiek type gerechtelijke uitstellen, véél specifieker dan het algemene begrip ‘gerechtelijke uitstellen’. De wijziging uit artikel I, onderdeel V, eerste lid, brengt deze nuancering alsnog in de tekst aan.

De wijziging uit artikel I, onderdeel W, tweede lid, is gebaseerd op bijlage VII, deel 4, onderdeel 109, van de herziene richtlijn banken.

Artikel I, onderdeel W

De wijziging uit artikel I, onderdeel W, is ontleend aan onderdeel 4011–02.2.2 (punt 3, onder b2°.) van het Handboek Wtk van DNB.

Artikel I, onderdeel X en Y

Door de wijzigingen uit artikel I, onderdelen X en Y, is de systematiek van de artikelen 4:14 en 4:15 van de Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietrisico juridisch beter geredigeerd. De systematiek is:

– Elke financiële onderneming die een VaR-model gebruikt dat reeds op grond van artikel 77 van het Besluit prudentiële regels Wft is erkend, mag ook op grond van hoofdstuk 4 van de Regeling solvabiliteitseisen voor het kredietrisico de VaR-methode toepassen;

– Dit betekent echter niet dat die financiële onderneming van rechtswege aan de eisen voldoet die in dat hoofdstuk 4 worden gesteld. Daarom is afzonderlijk bepaald dat (tevens) moet worden voldaan aan de artikelen 4:16 tot en met 4:21.

Artikel I, onderdeel CC

De wijziging uit artikel I, onderdeel CC, is gebaseerd op bijlage VII, deel 2, onderdeel 8, sub c, van de herziene richtlijn banken.

Artikel I, onderdeel HH

De wijziging uit artikel I, onderdeel HH, brengt de Nederlandse implementatieregelgeving beter in overeenstemming met bijlage VIII, deel 4, onderdeel 4, van de herziene richtlijn banken.

Artikel I, onderdeel JJ

De wijziging uit artikel I, onderdeel JJ, brengt de Nederlandse implementatieregelgeving beter in overeenstemming met bijlage III, deel 2, onderdeel 3, van de herziene richtlijn banken.

Artikel I, onderdeel BBB

De oorspronkelijke redactie van bijlage I was in strijd met bijlage VI, deel 1, onderdeel 68, van de herziene richtlijn banken. In de Nederlandse implementatieregelgeving werd commercieel onroerend goed strikt genomen niet geaccepteerd als ‘kwalificerend activum’ voor de dekking van gedekte obligaties. Met artikel I, onderdeel BBB, is die omissie hersteld.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om bijlage I ook grammaticaal en qua structuur te verbeteren.

Artikel I, onderdeel DDD

De tabellen die nu als tabellen 2 tot en met 5 onder bijlage 3 zijn ingevoegd, betreffen de tabellen die per abuis als bijlage bij de toelichting waren opgenomen. Aangezien de tabellen een verplichtend karakter hebben (en de toelichting niet mag en kan worden gebruikt voor het stellen van regels) is de plaats van deze tabellen verplaatst.

Artikel II, onderdeel B

De oorspronkelijke redactie van artikel 3:4, eerste lid, onderdelen a tot en met c, leidde tot verwarring doordat verschillende solvabiliteitsvereisten leken te gelden voor één en dezelfde situatie. Die verwarring wordt met artikel II, onderdeel B, weggenomen.

Artikel II, onderdeel J

De wijziging uit artikel II, onderdeel J, sluit aan bij bijlage I, onderdeel 54, punt b, van de herziene richtlijn kapitaaltoereikendheid.2

Artikel II, onderdeel M

De wijziging uit artikel II, onderdeel M, sluit aan bij bijlage III, onderdeel 2.1, punt d, van de herziene richtlijn kapitaaltoereikendheid.

Artikel IV

Juridisch kader

In artikel 1 van het Besluit prudentiële regels Wft is de definitie opgenomen van officiële stand-by faciliteiten. Op grond van deze definitie is DNB bevoegd voorwaarden te stellen aan een liquiditeitsgarantie die is ontvangen van onderscheidenlijk afgegeven door een binnenlandse of buitenlandse bank.

De voorwaarden voor een liquiditeitsgarantie waren opgenomen in het Handboek Wtk 1992, onderdeel 9001, onder de definitie van ‘Officiële stand-by faciliteit’. Deze definitie is met de inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op 1 januari 2007 komen te vervallen. Met onderhavige wijziging worden de voorwaarden voor liquiditeitsgarantie beleidsarm omgezet van het Handboek Wtk 1992, onderdeel 9001, naar de Regeling liquiditeit Wft.

Onderhavige wijziging treedt in werking met terugwerkende kracht, aangezien de voorwaarden onbedoeld niet reeds per 1 januari in werking zijn getreden.

Toelichting op de wijziging

Hoofdstuk 11 van het Besluit prudentiële regels Wft bevat regels met betrekking tot liquiditeit. Op grond van dit hoofdstuk kan een bank, beleggingsinstelling, clearinginstelling of elektronischgeldinstelling een officiële stand-by faciliteit meenemen als post in de liquiditeitsberekening. In de Regeling liquiditeit Wft is vervolgens vastgesteld welke wegingsfactor kan worden toegekend aan een officiële stand-by faciliteit. Zowel ontvangen als afgegeven officiële stand-by faciliteiten hebben voor de week- en maandstaat een wegingsfactor van 100%.

Een officiële stand-by faciliteit kan echter pas volledig meewegen in de aanwezige liquiditeit, indien aan de voorwaarden is voldaan die zijn opgenomen in artikel 1a van onderhavige regeling. Uitgangspunt is dat het volledige bedrag in het kader van het dagelijkse liquiditeitsbeheer aan de financiële onderneming ter beschikking staat om te kunnen voorzien in de directe liquiditeitsbehoefte. Deze liquiditeitsfaciliteiten moeten dus direct opeisbaar zijn. De eisen die in artikel 1a van voornoemde regeling worden gesteld, zijn erop gericht om de volledige en directe opeisbaarheid te waarborgen.

Daarnaast moet de liquiditeitsfaciliteit afkomstig zijn van een financiële onderneming die onder adequaat bankentoezicht staat en de desbetreffende toezichthoudende instantie moet de faciliteit schriftelijk goedkeuren of ‘erkennen’. De basisgedachte hierbij is, dat de liquiditeitsgarantie afkomstig moet zijn van een financiële onderneming waarvan te allen tijde vaststaat dat de gecontracteerde liquiditeitssteun zal worden gegeven in geval daarop een beroep wordt gedaan. De regeling beoogt mede te waarborgen dat de instantie die toezicht houdt op de bank die de liquiditeitsfaciliteit heeft afgegeven, de liquiditeitsfaciliteit meeneemt in het liquiditeitstoezicht. Hiermee wordt beoogd te voorkomen dat op oneigenlijke wijze liquiditeit wordt gegenereerd. Het is aan DNB om te beoordelen of van adequaat bankentoezicht sprake is.

In artikel 1a, eerste lid, onderdeel g, wordt de voorwaarde gesteld dat de overeenkomst voor de liquiditeitsgarantie moet zijn opgesteld in de Nederlandse taal. Aan deze voorwaarde is ook voldaan indien een gelegaliseerde vertaling van de overeenkomst uit de vreemde taal naar het Nederlands is bijgevoegd.

De Nederlandsche Bank NVde Directeur,

A.J. Kellermann