Splitsing en overdracht winningsvergunning blok F3

12 december 2007

Nr. ET/EM/7144876

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

- De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna genoemd NAM) en DSM Energie B.V. (hierna genoemd DSM) zijn gezamenlijk de houder van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 19 juli 1982 met kenmerk 382/III/1015/EMK verleende winningsvergunning van het blok F3 van het continentaal plat, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 21 februari 2002 met kenmerk ME/EP/MA/01057351.

- Bovengenoemde vergunninghouder heeft bij brief van 5 april 2007, ontvangen op 12 april 2007, gevraagd om toestemming op grond van artikel 20, tweede lid, in samenhang met artikel 19, onder a, van de Mijnbouwwet gevraagd tot splitsing van de vergunning en aansluitend om toestemming, op grond van artikel 20 eerste lid, van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) tot overdracht van één van de twee na splitsing ontstane winningsvergunningen aan EDP F3 B.V. i.o.

- De Mijnraad heeft per brief van 15 oktober 2007 op basis van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet advies uitgebracht (kenmerk MIJR/7113876).

Overwegingen:

- Deze winningsvergunning wordt op grond van artikel 143, tweede lid onder c, van de Mijnbouwwet beschouwd als een winningsvergunning als bedoeld in artikel 6 van de Mijnbouwwet.

- Voor het voorkomen waarvoor de winningsvergunning geldt, geldt niet ook een door een ander gehouden opslagvergunning (artikel 20, eerste lid, Mijnbouwwet in samenhang met artikel 7, tweede lid, Mijnbouwwet).

- De aanvraag wordt als volgt begrepen, dat NAM en DSM (gezamenlijk de huidige vergunninghouder) verzoeken om splitsing, op grond van artikel 20, tweede lid, in samenhang met artikel 19, onder a, van de Mijnbouwwet, van het gebied van de winningsvergunning in twee gebieden die tezamen hetzelfde gebied vormen als waarvoor de huidige, te splitsen, vergunning geldt. Hiermee is voldaan aan de eis van artikel 135, derde lid van het Mijnbouwbesluit.

- Op grond van artikel 135, tweede en vierde lid, van het Mijnbouwbesluit gelden na de splitsing van de winningsvergunning voor de nieuwe vergunningen dezelfde beperkingen en voorschriften, alsmede dezelfde tijdsduur, als voor de te splitsen vergunning.

- Op basis van de huidige kennis leidt splitsing van het vergunninggebied er niet toe dat een voorkomen zich na splitsing in twee vergunningsgebieden zal bevinden. Hiermee is voldaan aan de eis van artikel 136 van het Mijnbouwbesluit.

- De vergunninghouder verzoekt na toestemming tot splitsing van het blok F3 in twee afzonderlijke gebieden, namelijk blokdeel F3a en blokdeel F3b, om toestemming tot overdracht van de winningsvergunning voor blokdeel F3a, zodat die vergunning na overdracht zal worden gehouden door EDP F3 B.V. i.o. De vergunning voor blokdeel F3b zal worden gehouden door NAM en DSM.

- De Mijnraad adviseert de Minister van Economische Zaken toestemming te verlenen tot het splitsen van blok F3 in de blokdelen F3a en F3b en het doen overgaan van de winningsvergunning voor blokdeel F3a van NAM en DSM aan EDP F3 B.V. i.o.

- In blokdeel F3a is EDP F3 B.V. i.o. is de persoon als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet. In blokdeel F3b is NAM de persoon als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

- De moedermaatschappij van EDP F3 B.V. i.o., Energy Development Partners Ltd., heeft ervaring als operator met het opsporen en winnen van koolwaterstoffen in het Verenigd Koninkrijk. EDP F3 B.V. i.o. heeft via de moedermaatschappij voldoende kennis van mijnbouwkundige processen en kan tijdig over voldoende expertise en personeel beschikken.

- De financiële onderbouwing van EDP F3 B.V. i.o. is beperkt doch voldoende, gezien het feit dat het een vennootschap in oprichting betreft. EDP F3 B.V. i.o. zal op termijn een volle dochtermaatschappij van EDP Ltd worden. Zij zal kunnen beschikken over de financiële middelen van EDP Ltd.

- Noch de technische of financiële mogelijkheden van de beoogde vergunninghouder voor de winningsvergunning F3a: EDP F3 B.V. i.o., noch de wijze waarop EDP F3 B.V. i.o. voornemens is de winningactiviteiten te verrichten, noch hun efficiëntie en verantwoordelijkheidszin geven aanleiding de gevraagde toestemming te weigeren.

- Er bestaat evenmin reden de toestemming tot splitsing te weigeren op grond van artikel 141, eerste lid en onder a en b van het Mijnbouwbesluit.

Gelet op:

De artikelen 19, onder a, 20, eerste en tweede lid en 22, derde lid van de Mijnbouwwet, de artikelen 135, 136, 141, 142 en 143 van het Mijnbouwbesluit en de artikelen 1.3.7, derde lid, en 1.8.1 van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel I

Artikel 1

De winningsvergunning voor blok F3 wordt gesplitst in twee winningsvergunningen, elk voor een apart blokdeel.

Artikel 2

Het ene deel van het blok F3, dat door de in artikel 1 bedoelde splitsing ontstaat, zal worden aangeduid als blokdeel F3a.

Blokdeel F3a is het gebied dat wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B, C-D en de lengtecirkels tussen de puntenparen A-D en B-C. De coördinaten van eerder genoemde punten zijn:

A 55° 00’ 00.000” NB en 04° 51’ 17.418” OL

B 55° 00’ 00.000” NB en 05° 00’ 00.000” OL

C 54° 56’ 25.401” NB en 05° 00’ 00.000” OL

D 54° 56’ 25.401” NB en 04° 51’ 17.418” OL

De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.

Artikel 3

Het andere deel van het blok F3, dat door de in artikel 1 bedoelde splitsing ontstaat, zal worden aangeduid als blokdeel F3b.

Blokdeel F3b is het gebied dat wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B, C-D, E-F en de lengtecirkels tussen de puntenparen B-C, D-E en A-F. De coördinaten van eerder genoemde punten zijn:

A 55° 00’ 00.000” NB en 04° 40’ 00.000” OL

B 55° 00’ 00.000” NB en 04° 51’ 17.418” OL

C 54° 56’ 25.401” NB en 04° 51’ 17.418” OL

D 54° 56’ 25.401” NB en 05° 00’ 00.000” OL

E 54° 50’ 00.000” NB en 05° 00’ 00.000” OL

F 54° 50’ 00.000” NB en 04° 40’ 00.000” OL

De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.

Artikel II

Artikel 1

Aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna genoemd NAM) en DSM Energie B.V. (hierna genoemd DSM) wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend voor het blokdeel F3a.

Artikel 2

Aan de NAM en DSM wordt toestemming verleend tot het doen overgaan van deze vergunning, zodat EDP F3 B.V. i.o. houder wordt van de winningsvergunning voor het gebied F3a.

Artikel 3

De beoogde vergunninghouder sluit met Energie Beheer Nederland B.V., te Heerlen, een overeenkomst als bedoeld in artikel 90, eerste lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 4

Aan de na splitsing ontstane vergunning worden de beperkingen en voorschriften verbonden die zijn verbonden aan de te splitsen vergunning.

Artikel 5

Het tijdvak waarvoor de na splitsing ontstane vergunning geldt, eindigt op het tijdstip waarop het tijdvak van de splitsen vergunning zou zijn geëindigd.

Artikel 6

De vergunning dient binnen één jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 7

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken.

Artikel III

Artikel 1

Aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. en DSM Energie B.V. wordt een winningsvergunning voor koolwaterstoffen verleend voor het blokdeel F3b.

Artikel 2

NAM is de persoon als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 3

De vergunninghouder sluit met Energie Beheer Nederland B.V., te Heerlen, een overeenkomst als bedoeld in artikel 90, eerste lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 4

Aan de na splitsing ontstane vergunning worden de beperkingen en voorschriften verbonden die zijn verbonden aan de te splitsen vergunning.

Artikel 5

Het tijdvak waarvoor de na splitsing ontstane vergunning geldt, eindigt op het tijdstip waarop het tijdvak van de splitsen vergunning zou zijn geëindigd.

Artikel 6

De vergunning dient binnen één jaar na bekendmaking van deze beschikking daadwerkelijk te zijn overgedragen.

Artikel 7

De vergunninghouder doet van de overdracht onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van Economische Zaken.

Artikel IV

Artikel 1

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,namens deze:
Y. Peters,
MT-lid directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven