Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en SportStaatscourant 2007, 237 pagina 1Interne regelingen

Instelling Raad van Advies NVI

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 november 2007, nr. DBO/ADV-2815959, houdende de instelling van de Raad van Advies NVI

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Artikel 1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

1. De Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS);

2. Het NVI: het Nederlands Vaccin Instituut;

3. De Raad: de Raad van Advies, genoemd in artikel 2;

4. De Directie: de Directie van het NVI;

5. SVOP: Strategisch Vaccin Onderzoek Programma.

Artikel 2

Er is een Raad van Advies voor het NVI. Deze Raad van Advies neemt de taken over van de Raad van Toezicht van het NVI, die met ingang van de inwerkingtreding van de Raad van Advies wordt opgeheven.

Artikel 3

Taken van de Raad van Advies

1. De Raad heeft tot taak te adviseren over de gehele beleidsvorming, uitvoering en kwaliteitsborging van de productie (incl. inkoop en distributie), ontwikkelings- en onderzoekstaken van het NVI. De Raad wordt daarin ondersteund door de risicomanager/centrale auditor van het NVI. Daarnaast geeft de Raad advies over het SVOP.

2. De Raad staat de Directie met raad terzijde, adviseert, stimuleert en ondersteunt de Directie inzake relatiebeheer en politiek-bestuurlijke netwerkvorming. Bij de vervulling van zijn taak richt de Raad zich naar het belang van het NVI.

3. De Raad spreekt minstens eenmaal per jaar met de opdrachtgever of de eigenaar van het NVI. De Raad kan te allen tijde tussentijds advies uitbrengen aan de Minister als hij zulks nodig acht.

Artikel 4

Samenstelling van de Raad van Advies

1. De Raad bestaat uit tenminste vijf leden en ten hoogste zeven leden, waaronder de voorzitter. De leden van de Raad kunnen slechts natuurlijke personen zijn.

2. De leden die zitting hadden in de Raad van Toezicht NVI nemen per inwerkingtreding van de Raad van Advies voor het NVI zitting in laatstgenoemde Raad. De zittingsduur als vermeld in artikel 6 lid 1 van dit besluit wordt geacht te zijn gestart op het moment dat deze leden zijn benoemd in de Raad van Toezicht NVI.

3. De voorzitter en de leden van de Raad worden benoemd en ontslagen door de Minister.

4. De benoeming van de leden van de Raad vindt plaats door de Minister op voordracht van de Raad, de Directie van het NVI gehoord hebbende.

5. De werving en selectie vindt plaats aan de hand van een door de Raad, de Directie van het NVI gehoord hebbende, vast te stellen profielschets.

6. De leden dienen aantoonbare deskundigheid te bezitten op één of meer beleidsterreinen die voor de werkzaamheden van de Raad van belang zijn.

7. Leden van de Raad kunnen niet zijn:

a. minderjarigen;

b. ambtenaren werkzaam bij het NVI.

Artikel 5

Benoeming van de voorzitter

1. De voorzitter wordt benoemd voor ten hoogste vier jaar en kan zich door middel van een sollicitatie aan de Minister kandidaat stellen voor een tweede termijn van ten hoogste vier jaar.

2. Indien de voorzitter tussentijds ontslag wenst te nemen doet hij hiervan schriftelijk mededeling aan de Minister.

3. De Minister kan de voorzitter op voorstel van de Directie tussentijds ontslag verlenen. Een daartoe strekkend voorstel van de Directie is met redenen omkleed en dient de steun te genieten van tenminste de helft van het totaal aantal zittende leden van de Raad.

4. Degene die ter vervulling van een tussentijdse ontstane vacature tot voorzitter van de Raad is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij of zij is benoemd zou hebben moeten aftreden.

5. De Raad kiest uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter en doet hiervan mededeling aan de Minister.

Artikel 6

Benoeming leden

1. De leden worden benoemd voor een periode van ten hoogste 4 jaar.

2. Aftredende leden hebben de mogelijkheid zich door middel van een sollicitatie aan de Minister kandidaat te stellen voor een tweede termijn van ten hoogste 4 jaar.

3. Leden van de Raad die tussentijds ontslag wensen te nemen doen hiervan schriftelijk mededeling aan de Minister.

4. De Minister kan een lid op voorstel van de Directie tussentijds ontslag verlenen. Een daartoe strekkend voorstel van de Directie is met redenen omkleed en dient de steun te genieten van tenminste de helft van het totaal aantal zittende leden van de Raad.

5. Degene die ter vervulling van een tussentijdse ontstane vacature tot lid van de Raad is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij of zij is benoemd zou hebben moeten aftreden.

Artikel 7

Beëindiging lidmaatschap

Het lidmaatschap van de Raad eindigt:

a. op eigen schriftelijk verzoek;

b. wegens het eindigen van de termijn van 4 jaren als bedoeld in artikel 5 en 6;

c. wegens overlijden;

d. indien het lid door de Minister, op grond van artikel 5, derde lid en 6 vierde lid, wordt ontslagen.

Artikel 8

Reglement

1. De Raad regelt zijn werkwijze en de orde van zijn vergaderingen in een reglement met inachtneming van het bepaalde in deze regeling.

2. Het reglement behoeft de goedkeuring van de Minister. Het reglement wordt vastgesteld door de Raad.

3. In het reglement worden in ieder geval de volgende onderdelen geregeld:

a. de vergaderingen en besluitvorming van de Raad;

b. de wijzigingen in statuten en reglementen;

c. geheimhouding.

Artikel 9

Adviestaak en rapportage

1. De Raad stelt met betrekking tot het in artikel 3, eerste lid bepaalde, een advies op over de gehele beleidsvorming, uitvoering en kwaliteitsborging van de productie-, ontwikkelings- en onderzoekstaken van het NVI. Meer in het bijzonder geeft de Raad hierbij advies over de door het NVI uitgevoerde risicoanalyse en de maatregelen die hierbij zijn voorgesteld.

2. De Raad doet verslag van zijn werkzaamheden en bevindingen die voortvloeien uit zijn adviestaak zoals hiervoor in artikel 9, eerste lid omschreven, in een afzonderlijk hoofdstuk van het jaarverslag van het NVI. De Raad kan tussentijds advies uitbrengen als hij dit nodig acht.

3. De Raad stelt een advies op naar aanleiding van het door de Directie opgesteld conceptprogramma SVOP, zoals vermeld in artikel 3, eerste lid, voor het komende kalenderjaar.

4. Uiterlijk 30 november van elke jaar stelt de Directie het definitieve programma voor het volgende kalenderjaar vast en stuurt het SVOP als onderdeel van de begroting NVI, samen met het advies van de Raad, ter kennisname aan de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

5. Jaarlijks wordt uiterlijk per 1 april door de Directie schriftelijk verantwoording afgelegd aan de Secretaris-Generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel 10

Ambtelijke ondersteuning

1. Ter ondersteuning bij zijn in artikel 3 bedoelde taak wordt de Raad bijgestaan door een bureau.

2. Het personeel van dit bureau wordt door het NVI beschikbaar gesteld. Dit personeel is in dienst van het NVI.

3. Het NVI wijst na overleg met de Raad een van de in het tweede lid bedoelde personeelsleden aan als secretaris.

Artikel 11

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en in elk geval niet eerder of later dan 1 januari 2008.

Artikel 12

Deze regeling wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Raad van Advies NVI.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, A. Klink.

Toelichting

Algemeen

Op 1 februari 2002 is door de Ministerraad besloten dat de mogelijkheid om vaccins te ontwikkelen en te produceren onder overheidsverantwoordelijkheid dient te blijven vallen en zal worden ondergebracht in het op te richten agentschap Nederlands Vaccin Instituut. De Secretaris-Generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is hiervan eigenaar. Bij besluit van 16 december 2002 is per 1 januari 2003 het tijdelijk agentschap Nederlands Vaccin Instituut ingesteld. Per 1 januari 2006 is aan het Nederlands Vaccin Instituut definitief de status van agentschap verleend, bij besluit van 17 oktober 2006.

Het NVI verricht als een van de kerntaken onderzoek in opdracht van de Minister van VWS. Dit onderzoek is gebundeld in het Strategisch Vaccin Onderzoek Programma (SVOP). Op zowel de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek als de technische infrastructuur en de inhoudelijke kwaliteit van het SVOP dient vooraf inhoudelijke beoordeling plaats te vinden. Om hierover te adviseren is bij eerder besluit de Raad van Toezicht opgericht.

Dit besluit wijzigt de Raad van Toezicht in een Raad van Advies. De omschrijving Raad van Advies sluit beter aan bij de taken die de Raad zijn toegewezen door de Minister.

Naast advisering over het SVOP legt de Raad zich toe op het geven van advies over de gehele beleidsvorming, uitvoering en kwaliteitsborging van de productie-, ontwikkelings- en onderzoekstaken van het NVI.

Het vacatiegeldenbesluit 1988 is van toepassing op de leden van de Raad van Advies.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink