Vaststelling beleidsregels voor subsidiëring Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Schoklandfonds)

Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 27 november 2007, nr. DJZ/BR-1147/07, tot vaststelling van beleidsregels voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Schoklandfonds)

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken1 ;

Gelet op de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 20062 ;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van een of meer van de bepalingen van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de realisering van één of meer van de internationale millennium ontwikkelingsdoelen in 2015, gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2

1. Aanvragen voor een subsidie in het kader van het Schoklandfonds worden ingediend in de periode vanaf 1 januari 2008 tot 1 april 2008 of in de periode vanaf 1 mei 2008 tot 1 september 2008.

2. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend aan de hand van het door de aanvrager daartoe ingevulde aanvraagformulier.3

3. De aanvraag wordt voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.

Artikel 3

1. Voor subsidieverlening in het kader van het Schoklandfonds geldt voor de periode 1 januari 2008 tot 1 januari 2012 een subsidieplafond van € 50 miljoen.

2. Van het beschikbare bedrag zal € 25 miljoen beschikbaar zijn voor aanvragen die in de periode tussen 1 januari 2008 tot 1 april 2008 worden ingediend en € 25 miljoen voor aanvragen die tussen 1 mei 2008 en 1 september 2008 worden ingediend.

Artikel 4

De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven de aanvragen die het beste voldoen aan die maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt en vervalt met ingang van 1 januari 2012.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
namens deze:
de Directeur-Generaal Internationale Samenwerking, R.J. Treffers.

Bijlage

Akkoord van Schokland; internationale millennium ontwikkelingsdoelen

Het Nederlandse kabinet heeft in zijn coalitieakkoord afgesproken dat het de achterstanden bij het behalen van de internationale millennium ontwikkelingsdoelen in 2015 wil verminderen. De millennium ontwikkelingsdoelen luiden als volgt:

1. Het aantal mensen dat in extreme armoede leeft is in 2015 minstens tot de helft teruggebracht ten opzichte van 1990;

2. In 2015 gaan alle kinderen, zowel jongens als meisjes, in de hele wereld naar de basisschool;

3. In 2015 hebben mannen en vrouwen dezelfde rechten;

4. In 2015 is het aantal kinderen dat in ontwikkelingslanden overlijdt voor de vijfde verjaardag met tweederde teruggebracht ten opzichte van 1990;

5. Het aantal vrouwen dat in het kraambed overlijdt, is voor 2015 met driekwart verminderd ten opzichte van 1990;

6. Voor 2015 is de verspreiding van HIV/Aids, malaria, TBC en andere grote ziektes stopgezet en teruggedrongen;

7. Het aantal mensen dat geen toegang heeft tot veilig drinkwater is in 2015 gehalveerd ten opzichte van 1990. Verder zijn de levensomstandigheden van ten minste honderd miljoen bewoners van krottenwijken in 2020 verbeterd. Regeringen zetten zich blijvend in voor de bescherming van het milieu;

8. Alle regeringen in de wereld zetten zich in voor armoedebestrijding en maken heldere en eerlijke afspraken over goed bestuur en rechtvaardige handel. Er komt een oplossing voor het schuldenvraagstuk en rijke landen zorgen voor meer en betere hulp.

Het eerste project in het coalitieakkoord, De Millennium Ontwikkelingsdoelen dichterbij, heeft tot doel met publieke en private partners een strategie te ontwikkelen en concrete initiatieven te ondernemen om de achterstanden bij het behalen van deze millennium ontwikkelingsdoelen te verkleinen. Bijzondere inzet daarbij vormen de armste landen en landen in een postconflictsituatie. Inmiddels heeft het project de naam Project 2015.1 Veel bedrijven, organisaties, instellingen, particulieren en bewindslieden onderstreepten dit doel op zaterdag 30 juni 2007 op Schokland (Noordoostpolder) door een eigen of een gezamenlijk Akkoord van Schokland te ondertekenen

Vervolg

Uitgangspunt is dat er extra inspanningen van kabinet en samenleving nodig zijn om de achterstanden bij het behalen van de millennium ontwikkelingsdoelen te verminderen. Vernieuwende ideeën vanuit samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en/of overheidsorganen kunnen die extra bijdrage leveren. De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking wil dergelijke samenwerkingsvormen en hun innovatieve ideeën faciliteren en een impuls geven. De Minister heeft daarvoor middelen beschikbaar: het Schoklandfonds. In totaal stelt de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking voor de periode van 2008 tot 2012 maximaal € 50 miljoen beschikbaar.

De bedoeling van het Schoklandfonds is initiatiefnemers of samenwerkenden met goed doordachte en uitgewerkte ideeën, gericht op het effectief dichterbij brengen van één of meer millennium ontwikkelingsdoelen, te ondersteunen. De initiatiefnemers dragen zelf substantieel bij met kennis, geld, netwerken en/of menskracht, maar hebben nog een extra impuls nodig om samen iets groots te bewerkstelligen. Een bijdrage uit het Schoklandfonds in de vorm van een subsidie kan in zo’n geval de benodigde aanvullende of finale stimulans bieden. Subsidies uit het Schoklandfonds zijn niet bedoeld als enige dan wel grootste financiële bijdrage aan een plan of samenwerking. Er worden alleen eenmalige bijdragen verstrekt: elk samenwerkingsverband kan maximaal één keer in aanmerking komen voor een subsidie uit het Schoklandfonds.

Het Schoklandfonds is niet bestemd voor het bekostigen van initiatieven waarvoor reeds andere financieringsmogelijkheden benut (kunnen) worden, zoals het MFS, TMF, PSOM, NCDO, KPA, Stabiliteitsfonds e.d. Dat betekent dat uit het Schoklandfonds geen subsidies worden verleend voor activiteiten die al door de Minister worden gesubsidieerd of waarvoor reeds een bijdrage is ontvangen van een door de Minister gesubsidieerde organisatie en die bijdrage wordt betaald uit de subsidie aan die derde organisatie.

Hoewel uit het Schoklandfonds subsidies kunnen worden verleend, is het geen nieuwe subsidieregeling, maar een experimentele, aanjaag- of matchmakingfaciliteit. Het Schoklandfonds biedt financiële ruimte om nieuwe accenten te leggen, binnen het raam van de geldende Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, al dan niet met toepassing van de bepaling voor ‘bijzondere gevallen’.

Doel

Het Schoklandfonds is bestemd voor innovatieve, samenlevingsbrede initiatieven die aantoonbaar en effectief bijdragen aan het dichterbij brengen van één of meer millennium ontwikkelingsdoelen. Individuele of kleine aanvragen die niet in een breder verband zijn ingebed, komen niet in aanmerking voor een subsidie. De initiatieven moeten door de samenwerking tussen meerdere partners en het innovatieve karakter hun voorstel aantoonbare meerwaarde hebben op wat reeds bestaat of al gebeurt op het gebied van de millennium ontwikkelingsdoelen voor 2015.

In aanvulling op de bepalingen van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 gelden gelet op het voorgaande daarom de volgende criteria.

Criteria

Gericht op de millennium ontwikkelingsdoelen

De activiteiten dragen aantoonbaar, effectief en rechtstreeks bij aan het behalen van één of meer van de millennium ontwikkelingsdoelen in 2015. Bijzondere inzet daarbij vormen de armste landen en landen in een postconflictsituatie.

Samenwerking

Voor subsidie komen uitsluitend rechtspersonen in aanmerking die de beoogde activiteiten zullen uitvoeren in een samenwerkingsverband waarvan ten minste twee verschillende Nederlandse partijen met elk een onderscheidende inbreng deel uitmaken. Het samenwerkingsverband moet zijn weerslag vinden in een formele overeenkomst tussen de deelnemende partijen. De overeenkomst bevat afspraken over de gezamenlijke doelen, de verwachte resultaten, de inbreng van de deelnemende partijen (in geld of anderszins) en over het te volgen tijdpad; ook dient duidelijk te worden gemaakt hoe de voortgang wordt bewaakt.

De inbreng van de deelnemende partijen dient onderscheidend te zijn. De onderscheidendheid kan bijvoorbeeld worden geborgd doordat de partijen afkomstig zijn uit verschillende maatschappelijke segmenten (bijvoorbeeld onderwijs, kennisinstellingen, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties), verschillende doelstellingen, expertise en/of netwerken hebben en/of behoren tot verschillende sociaal-economische sectoren. De samenwerking moet een synergie bewerkstelligen waardoor het behalen van de millennium ontwikkelingsdoelen in 2015 dichterbij komt dan zonder de samenwerking het geval zou zijn.

Innovatief

Om voor subsidie in aanmerking te komen dienen intiatieven een innovatief karakter te hebben. Zij moeten vernieuwend zijn of iets nieuws bieden in vergelijking met hetgeen al wordt verricht in het kader van het bereiken van de millennium ontwikkelingsdoelen. Van initiaitieven wordt verwacht dat een nieuwe aanpak, nieuwe werkwijze, nieuwe middelen en/of technologie wordt, resp. worden ingezet om de millennium ontwikkelingsdoelen te halen. Er wordt ook gekeken of het initiatief potentie heeft om op een grotere schaal te worden toegepast. De vernieuwing kan ook zijn gelegen in het samenwerken met nieuwe partners, in het bijzonder partners die zich in hun normale werkzaamheden niet met ontwikkelingssamenwerking bezig houden.

Substantiële eigen bijdrage

De eigen bijdrage van de deelnemers aan het samenwerkingsverband bedraagt ten minste 60% van de kosten van het initiatief.

Niet in aanmerking

Geen subsidie wordt verleend ten behoeve van activiteiten waarvoor reeds rechtstreeks of middellijk ten laste van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken subsidie is of wordt verleend. Samenwerkingsverbanden waarbij alleen overheidslichamen zijn vertegenwoordigd komen niet in aanmerking voor een subsidie uit het Schoklandfonds. Individuele aanvragen die niet in een breder verband van samenwerking zijn ingebed, komen evenmin in aanmerking voor een bijdrage uit dit fonds.

Omvang projecten en omvang subsidies

Uit het hiervoor genoemde vereiste dat samenwerkingsverbanden zelf ten minste 60% van de kosten van een initiatief moeten bijdragen vloeit voort dat een subsidie uit het Schoklandfonds niet meer bedraagt dan maximaal 40% van de kosten van een initiatief. Bovendien geldt dat een subsidie uit het Schoklandfonds minimaal € 100.000 en maximaal € 6.000.000 bedraagt.

Procedure

Aanvraag

Hoewel er sprake dient te zijn van meerdere deelnemende partners, wordt de subsidie slechts verleend aan één van de deelnemers van het samenwerkingsverband. Bij de aanvraag moet duidelijk zijn welke van de deelnemers als penvoerder optreedt: deze penvoerder dient de subsidieaanvraag in en is, indien de aanvraag wordt gehonoreerd, de subsidieontvanger. Op deze subsidieontvanger komen alle aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen te rusten, onverschillig welke van de deelnemers feitelijk de uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend ter hand neemt.

De aanvraag biedt inzicht in de beoogde doelstellingen en activiteiten, de verwachte resultaten, het tijdpad waarlangs deze zullen worden gerealiseerd en de onderscheiden rollen, bijdragen en activiteiten van de samenwerkende partners binnen dit geheel. De aanvraag omvat tevens een voorstel voor de wijze waarop aan de samenleving kennis wordt gegeven van het projectvoorstel, inclusief de voortgang van de resultaten van het project. Ook wordt in de aanvraag uiteen gezet op welke wijze de doelgroep in het ontwikkelingsland betrokken is bij het initiatief. Immers, voor het effectief bijdragen aan het behalen van de millennium doelstellingen in 2015 is het van belang dat ook bij de doelgroep voldoende draagvlak voor een initiatief aanwezig is. Dit is tevens van belang voor een duurzame uitwerking van een initiatief.

De subsidieaanvrager toont aan, bijvoorbeeld aan de hand van de samenwerkingsovereenkomst, dat de naleving van de aan subsidie verbonden verplichtingen is gewaarborgd.

Voor het indienen van een aanvraag dient gebruik te worden gemaakt van een aanvraagformulier. Dit formulier kan worden verkregen via www.hetakkoordvanschokland.nl en via www.minbuza.nl/Ontwikkelingssamenwerking/Subsidies. Ook kan het worden opgevraagd via telefoonnummer 070 – 348 4995. Het aanvraagformulier vermeldt tevens welke bescheiden dienen te worden gevoegd bij de aanvraag.

De termijn waarop aanvragen voor een subsidie in het kader van het Schoklandfonds worden ingediend is de periode vanaf 1 januari tot 1 april 2008, dan wel de periode vanaf 1 mei tot 1 september 2008. Voor elk van deze rondes staat de helft van het totaal beschikbare bedrag van € 50 miljoen ter beschikking. Aanvragen dienen schriftelijk te worden ingediend bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, t.a.v. Project 2015, onder vermelding van ‘Aanvraag Schoklandfonds’, Postbus 20061, 2500 EB, Den Haag (elektronische indiening is nog niet mogelijk).

Beoordeling

De aanvragen zullen worden beoordeeld overeenkomstig de maatstaven die in deze beleisdsregels zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven de aanvragen die het beste voldoen aan die maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8 lid 3 sub d van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken . Aan de hand van deze beoordeling rangschikt de Minister de aanvragen die voldoen aan de maatstaven zodanig, dat een project hoger wordt gerangschikt naar mate het meer voldoet aan genoemde maatstaven – en daarmee meer bijdraagt aan het doel van dit beleidskader, het in 2015 behalen van de millennium ontwikkelingsdoelen. De Minister besluit tot subsidieverlening overeenkomstig deze rangorde. Besluitvorming door de Minister over de aanvragen die zijn ingediend in de eerste indieningsronde vindt plaats uiterlijk op 1 juli 2008; besluitvorming over de aanvragen die zijn ingediend in de tweede indieningsronde vindt plaats uiterlijk op 1 december 2008. Mochten de voor de aanvragen uit de eerste indieningsronde beschikbare middelen niet worden uitgeput, dan zullen de uit deze ronde overgebleven middelen worden toegevoegd aan de voor aanvragen uit de tweede indieningsronde beschikbare middelen.

1

Kamerstukken II, 2006/07, 31 105, nr. 1, p. 2.

  • 1

    Stb. 2005, 137.

  • 2

    Stcrt. 2005, 251.

  • 3

    Het aanvraagformulier is geplaatst op www.hetakkoordvanschokland.nl en op www.minbuza.nl/Ontwikkelingssamenwerking/Subsidies. Het aanvraagformulier kan tevens worden opgevraagd via telefoonnummer 070 – 348 4995.

Naar boven