Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2007, 222 | Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2007, 222 | Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen |
Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf
Arbeid en Gezondheid 2007
Verbindendverklaring gewijzigde CAO-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van de Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partij(en) te ener zijde: Ondernemersorganisatie Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten (OSB);
Partij(en) te anderer zijde: CNV Bedrijvenbond en FNV Bondgenoten.
Het door partijen bij de collectieve arbeidsovereenkomst Arbeid en Gezondheid voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf ingediende verzoek tot algemeen verbindendverklaring van gewijzigde bepalingen is bij brief van 16 oktober 2007 gewijzigd. Hiervan is mededeling gedaan in de Staatscourant van 24 oktober 2007, nr. 206.
Naar aanleiding van dit verzoek zijn schriftelijke bedenkingen ingebracht door het Overleg Arbeidsvoorwaarden Thuiszorg namens partijen bij de cao Thuiszorg.
Deze bedenkingen kunnen in essentie als volgt worden samengevat:
Bedenkinghebbende voert aan dat de avv-procedure van de cao Thuiszorg is stilgelegd wegens werkingssfeeroverlap tussen de cao Thuiszorg en de cao voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf. Aangezien de cao Arbeid en Gezondheid voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf dezelfde werkingssfeeromschrijving hanteert als de cao voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf acht bedenkinghebbende het ten principale onjuist dat avv-verzoeken in behandeling zijn, respectievelijk worden genomen, zolang er geen overeenstemming over de wederzijdse werkingssfeerbepalingen is bereikt. Het feit dat het tussentijdse wijzigingen betreft, doet hier volgens bedenkinghebbende niets aan af, omdat deze een herbevestiging inhouden van de eerdere werkingssfeer waarover op het moment van de gewijzigde avv-aanvraag een geschil bestaat.
Overwegende ten aanzien van de bedenkingen:
In onderdeel 6.2.1 van het Toetsingskader AVV is onder andere bepaald dat indien er sprake is van een werkingssfeerbepaling die overlapping met één of meer andere algemeen verbindend verklaarde cao’s teweeg brengt, deze niet algemeen verbindend verklaard kan worden. Dit is niet mogelijk omdat op een arbeidsverhouding niet gelijktijdig twee avv-besluiten van dezelfde aard van toepassing kunnen zijn. Een verzoek tot avv van een cao die overlapping teweeg brengt zal derhalve niet worden gehonoreerd. Bij het verstrijken van de werkingsduur van het avv-besluit betreffende de cao waarmee overlap is ontstaan zal ook deze niet meer voor avv in aanmerking komen tot het afbakeningsprobleem is opgelost.
Dit wijzigingsbesluit heeft enkel betrekking op het nog niet geëxpireerde „moederbesluit’’ van 1 augustus 2006. Nu er enkel sprake is van wijziging van het reeds genomen moederbesluit niet zijnde een werkingssfeerwijziging, vormen de ingebrachte bedenkingen geen beletsel om tot om tot algemeen verbindendverklaring van de daarvoor in aanmerking komende bepalingen over te gaan.
Op grond van het bovenstaande concludeer ik dat de ingebrachte bedenkingen geen beletsel vormen om tot algemeen verbindendverklaring van de daarvoor in aanmerking komende bepalingen over te gaan.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Dictum I
Het besluit tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Arbeid en Gezondheid voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf1 wordt met inachtneming van dicta II en III als volgt gewijzigd:
A
De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:
Artikel 3 lid 1 komt te luiden:
1. De werkgever zorgt ervoor dat aan de werknemer doeltreffende en aan zijn/haar onderscheiden taken aangepaste voorlichting, instructie en onderricht wordt gegeven, noodzakelijk om de werknemer zijn werkzaamheden veilig en gezond uit te kunnen laten oefenen.’’
Artikel 5 en 6 worden vernummerd tot artikel 6 en 7.
Na artikel 4 wordt een nieuw artikel 5 ingevoegd dat komt te luiden:
Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E)
1. De werkgever dient in een RI&E vast te leggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich brengt en – in het plan van aanpak dat deel uitmaakt van de RI&E – welke maatregelen zullen worden genomen in verband met deze risico’s.’’
Artikel 9 en 10 worden vernummerd tot 10 en 11.
Artikel 11 tot en met 15 worden vernummerd tot 13 tot en met 17.
Artikel 16 is vervallen.
Artikel 17 wordt vernummerd tot 23.
Artikel 19 is vervallen.
Artikel 22 en 23 worden vernummerd tot 25 en 26.
Na artikel 11 wordt een nieuw artikel 12 ingevoegd dat komt te luiden:
1. Tijdens hogedrukreinigingswerkzaamheden is het dragen van gehoorbescherming die tenminste een geluidsreductie van 15 decibel realiseert, verplicht.
2. Gebruik van een vuilfrees („roterende nozzle’’) dient zo veel mogelijk vermeden te worden. Wanneer toepassing van een vuilfrees noodzakelijk is, is het niet toegestaan dat de werknemer de vuilfrees meer dan 2 uur per dag gebruikt.’’
Na artikel 17 worden nieuw ingevoegd de artikelen 18 tot en met 22 die komen te luiden:
Indien uit de RI&E blijkt dat er een gerede kans bestaat dat de werknemer tijdens zijn werkzaamheden op een zodanige wijze in contact komt met bloed of lichaamsvloeistoffen van een andere persoon („prikaccident’’) dat hij of zij risico loopt besmet te worden met Hepatitis B, Hepatitis C, HIV is de werkgever verplicht:
a. de werknemer in de gelegenheid te stellen zich voor rekening van de werkgever preventief te laten vaccineren tegen Hepatitis B. Dit met inachtneming van de integriteit van het eigen lichaam van de werknemer;
b. overige maatregelen te nemen ter voorkoming van prikaccidenten en ter bevordering van een juiste afhandeling van prikaccidenten. Het hiertoe ontwikkelde Protocol Prikaccidenten voor schoonmaakwerkzaamheden maakt deel uit van deze CAO.
Indien uit de RI&E blijkt dat er een gerede kans bestaat dat de werknemer tijdens zijn werkzaamheden blootgesteld wordt aan cytostatica is de werkgever verplicht maatregelen te nemen ter voorkoming hiervan. Het hiertoe ontwikkelde Protocol Veilig omgaan met cytostatica voor schoonmaakwerkzaamheden maakt deel uit van deze CAO.
De werkgever zorgt ervoor dat de werknemers doeltreffend worden voorgelicht over het risico op (het ontwikkelen van) handeczeem en de voorschriften die erop gericht zijn dit risico te voorkomen of te beperken. Het daartoe ontwikkelde Protocol preventie handeczeem maakt deel uit van deze CAO.
1. De werkgever zorgt voor een doeltreffende bescherming van de gezondheid en veiligheid van de werknemer die tijdens zijn werkzaamheden mogelijk wordt blootgesteld aan gevaarlijke stoffen in schoonmaak- en onderhoudsmiddelen.
2. De hiertoe opgestelde Protocollen veilig werken met stoffen voor de subsectoren reguliere schoonmaak, gevelreiniging, voedingsmiddelen, gezondheidszorg, IGK-non food en reiniging vervoersmiddelen maken deel uit van deze CAO.
1. De werkgever is verplicht de risico’s van mogelijk gevaarlijke stoffen in schoonmaak- en onderhoudsmiddelen die de werknemer tijdens zijn werkzaamheden gebruikt, te inventariseren en te beoordelen en de werknemer voor te lichten over deze risico’s.
2. Indien de middelen die de werknemer tijdens zijn werkzaamheden gebruikt zeer gevaarlijke stoffen bevatten, is de werkgever bovendien verplicht tot een aanvullende registratie.’’
Artikel 23 komt te luiden:
1. De werkgever is verplicht om de direct-leidinggevende de met diens functieniveau overeenkomende training Coachend Leidinggeven in werktijd te laten volgen.
2. De direct-leidinggevende heeft het recht en de verplichting om voor de met diens functieniveau overeenkomende training Coachend Leidinggeven te volgen.
3. De door de werknemer gevolgde opleidingsuren gelden als werktijd.
4. Door de RAS wordt aan de werkgever tot en met 31 december 2007 een vergoeding toegekend ter tegemoetkoming in de kosten voortvloeiend uit deelname van een werknemer aan de training Coachend Leidinggeven.
5.
a. De in lid 3 van dit artikel bedoelde vergoeding omvat:
– een tegemoetkoming in de verletkosten;
– een tegemoetkoming in de cursuskosten.
b. De tegemoetkomingen worden toegekend onder de voorwaarden vermeld in de Algemene aanmeldings- en betalingsvoorwaarden RAS-College welke deel uitmakenvan deze CAO.
6. Van de verplichting tot het volgen van de training Coachend Leidinggeven is ontheffing mogelijk. Hiertoe dient een gemotiveerd en met redenen omkleed schriftelijk verzoek ingediend te worden bij de RAS. Ontheffing is mogelijk indien aangetoond wordt dat de leidinggevende al beschikt over de benodigde competenties opgedaan door opleiding en/of ervaring.’’
Na artikel 23 wordt een nieuw artikel 24 ingevoegd dat komt te luiden:
2. De door de werknemer gevolgde opleidingsuren gelden als werktijd.
3. Door de RAS wordt aan de werkgever tot en met 31 december 2007 een vergoeding toegekend ter tegemoetkoming in de kosten voortvloeiend uit deelname van een werknemer aan de training Psychisch verzuim voorkomen.
4.
a. De in lid 3 van dit artikel bedoelde vergoeding omvat:
– een tegemoetkoming in de verletkosten;
– een tegemoetkoming in de cursuskosten.
b. De tegemoetkomingen worden toegekend onder de voorwaarden vermeld in de Algemene aanmeldings- en betalingsvoorwaarden RAS-College, welke deel uitmakenvan deze CAO. (zie: bijlage 14)’’
Bijlage 4 wordt vernummerd tot bijlage 5 en de bijlagen 6, 7 en 8 worden vernummerd tot 8, 9 en 14.
Na bijlage 9 worden nieuw ingevoegd de bijlagen 10 tot en met 13 die komen te luiden:
„BIJLAGE 10: PROTOCOL PRIKACCIDENTEN VOOR SCHOONMAAKWERKZAAMHEDEN
„Prikaccident’’ is de verzamelnaam voor prik-, snij- en spatongevallen: iedere gebeurtenis waarbij een werknemer in aanraking komt met bloed of lichaamsvloeistoffen van een andere persoon en dit komt op wonden en/of op de slijmvliezen. Meest voorkomende voorbeelden van een prikaccident:
– een verwonding met een scherp voorwerp (bijvoorbeeld: prikken aan een naald, snijden aan glas, mesjes) dat mogelijk met bloed verontreinigd is;
– spatten van bloed in de ogen, mond en/of op beschadigde huid (bijvoorbeeld: gescheurde nagelriemen, kloven, eczeemplekken of andere wondjes).
Hierdoor kán het risico ontstaan op besmetting met bloedoverdraagbare virussen (Hepatitis B, Hepatitis C, HIV).
Het voorkomen van besmetting met bloedoverdraagbare aandoeningen (BOA) door prikaccidenten.
Het feitelijke protocol bestaat uit twee delen:
A. Protocol preventie prikaccidenten: voorschriften ter voorkoming van prikaccidenten.
B. Protocol afhandeling prikaccidenten: voorschriften hoe te handelen als er toch een prikaccident optreedt.
In de bijlage is het registratieformulier prikaccidenten opgenomen.
Dit protocol is bedoeld voor werkgevers, werknemers en opdrachtgevers van schoonmaakbedrijven
– Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)
Een werkgever is verplicht periodiek een RI&E uit te voeren. Uit de RI&E moet blijken of – en zo ja, op welke werkplekken en bij welke werkzaamheden – er een gerede kans bestaat dat de werknemer op een zodanige wijze in contact komt met bloed dat er een verhoogd risico op besmetting met bloed overdraagbare aandoeningen (BOA). Indien dit het geval is, dient beschreven te zijn op welke wijze prikaccidenten voorkomen respectievelijk afgehandeld dienen te worden.
– Overleg met de opdrachtgever
De werkgever heeft vóór de aanvang van de werkzaamheden met de opdrachtgever overleg over:
• Ruimten en omstandigheden waarin blootstelling aan bloed of andere lichaamsvloeistoffen mogelijk is.
• Te hanteren preventiemaatregelen.
De werkgever spreekt opdrachtgever aan op eventueel risicovolle situaties.
– Maatregelen ter voorkoming van prikaccidenten
De werkgever is verplicht om:
• Voorschriften en werkwijzen ter voorkoming van prikaccidenten op te stellen.
• (Nieuwe) werknemers juist te instrueren over de te volgen werkwijzen.
• Werknemers te voorzien van de noodzakelijke en juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.
• Ervoor te zorgen dat op de werkplek beschikbaar zijn: tang om scherpe voorwerpen mee op te pakken, stevige containers voor „risicovol’’ afval, chloortabletten, EHBO-doos met daarin ontsmettingsmiddel en plastic pleisters.
• Erop toe te zien dat werknemers de voorschriften naleven en de beschermingsmiddelen gebruiken.
– Aanbieden preventieve vaccinatie
Indien uit de RI&E blijkt dat er een gerede kans bestaat dat de werknemer tijdens zijn werkzaamheden op een zodanige wijze in contact komt met bloed dat hij of zij de kansloopt besmet te worden met Hepatitis B, dan stelt de werkgever de werknemer in de gelegenheid zich preventief te laten vaccineren tegen Hepatitis B. Tegen de andere infecties is geen vaccinatie mogelijk. Het is de vrije keuze van de werknemer of hij of zij zich preventief laat vaccineren, vanwege de integriteit van het eigen lichaam. De werkgever draagt de kosten van de preventieve vaccinatie.
– Voorschriften handelwijze na prikaccident
De werkgever is verplicht om:
• Voorschriften op te stellen hoe te handelen bij prikaccidenten (zie ....)
• (Nieuwe) werknemers over de handelwijze te instrueren.
• Erop toe te zien dat werknemers de voorschriften naleven.
• De noodzakelijke organisatorische maatregelen te treffen.
– Aanbieden behandeling na blootstelling
De werkgever is verplicht om een werknemer die blootgesteld is aan mogelijk besmet bloed of andere lichaamsvloeistoffen de mogelijkheid te bieden om, op basis van afweging van de risico’s, een medische behandeling te ondergaan.
– Afhandeling prikaccident
De werkgever:
• Respecteert de lichamelijke integriteit en privacy van de werknemer.
• Registreert het prikaccident.
• Zorgt voor begeleiding van de betrokken werknemer.
• Evalueert het prikaccident.
– Naleving voorschriften en instructies
De werknemer is verplicht de door of namens de werkgever gegeven voorschriften en instructies na te leven.
– Persoonlijke beschermingsmiddelen
De werknemer is verplicht de door de werkgever ter beschikking gestelde beschermingsmiddelen op de juiste wijze te gebruiken.
– Melding onveilige situaties
De werknemer brengt de door hem/haar opgemerkte onveilige situaties terstond ter kennis aan de werkgever of degene die namens deze ter plaatse met de leiding is belast.
– Opvolgen voorschriften handelwijze na prikaccident.
De werknemer is (mede)verantwoordelijk voor de goede afhandeling van een hem overkomen prikaccident.
De werknemer:
• Volgt de voorschriften voor afhandeling van een prikaccident op, respectievelijk verleent aan de uitvoering hiervan zijn medewerking, voor zover dit niet strijdig is met zijn recht op lichamelijke integriteit.
• Ondergaat (voor zover van toepassing en voor zover niet strijdig met zijn recht op lichamelijke integriteit) de noodzakelijke nacontroles of vervolgvaccinaties.
• Verstrekt de bedrijfsarts desgewenst de noodzakelijke informatie.
– Informatieplicht
De opdrachtgever is verplicht het schoonmaakbedrijf te informeren over:
• Aanwezige ruimten en omstandigheden waarin blootstelling aan bloed of andere lichaamsvloeistoffen mogelijk is.
• Genomen maatregelen om de eigen medewerkers te beschermen tegen deze blootstelling (bronbestrijding, persoonlijke beschermingsmiddelen, preventieve vaccinatie e.d.)
2. BLOOTSTELLING AAN BLOED OF ANDERE LICHAAMSVLOEISTOFFEN
De meest voorkomende voorbeelden waarbij de werknemer in aanraking komt met bloed of andere lichaamsvloeistoffen zijn:
• Prik-/snijongeval:
een verwonding met een scherp voorwerp (bijvoorbeeld: prikken aan een naald, snijden aan glas, mesjes).
• Spatongeval:
spatten van bloed of andere lichaamsvloeistof in de ogen, mond en/of op de huid.
Van blootstellingrisico is sprake als:
• Bij prik-/snijongeval:
het scherpe voorwerp mogelijk verontreinigd is met bloed of andere lichaamsvloeistof en het scherpe voorwerp gaat dóór de huid heen;
• Bij spatongeval:
bloed of andere lichaamsvloeistof spat op een beschadigde huid of in ogen, mond of andere slijmvliezen.
A. PROTOCOL PREVENTIE PRIKACCIDENTEN
Doel: het voorkomen van prikaccidenten door hygiënisch, zorgvuldig en veilig te werken.
1. ALGEMENE VOORSCHRIFTEN
Werkgever:
• Instrueert elke werknemer vooraf goed over de blootstellingrisico’s en over de op te volgen voorschriften en werkwijzen.
• Stelt de werknemer die kans loopt op besmetting in de gelegenheid zich – voor rekening van werkgever – preventief te laten vaccineren tegen Hepatitis B.
• Voorziet werknemers van de noodzakelijke en juiste persoonlijke beschermingsmiddelen.
• Zorgt dat op de werkplek de voorgeschreven benodigdheden aanwezig en toegankelijk zijn.
• Ziet erop toe dat de werknemers de voorschriften naleven en de persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken.
Werknemer:
• Leeft de voorschriften en instructies na en gebruikt de persoonlijke beschermingsmiddelen.
• Vraagt bij onduidelijkheden informatie aan de leidinggevende.
• Spreekt collega’s aan op werkwijzen die afwijken van onderstaande voorschriften.
2. PERSOONLIJKE HYGIËNE VOORSCHRIFTEN
• Was altijd de handschoenen en de handen na het werk.
• Was altijd de handen voor het eten.
• Dek gescheurde nagelriemen, kloven, eczeemplekken of andere wondjes altijd goed af met plastic pleisters en/of handschoenen.
3. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN
• Maak – als er kans bestaat op contact met bloed of andere lichaamsvloeistoffen altijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
1. Handschoenen
Indicaties:
Draag altijd handschoenen bij:
• Bij wondjes aan handen of open huid door eczeem, zeker als deze niet (goed) zijn afgedekt met een plastic pleister.
• Bij het reinigen van toiletten en wasbakken.
• Bij het legen van vuilniszakken en -bakken.
• Bij het oppakken van voorwerpen waar vers of gedroogd bloed (bijvoorbeeld zakdoeken met bloed) aan zit.
• Bij het opruimen van condooms.
• Bij het opruimen van bloed.
Gebruik:
• Inspecteer de handschoenen voor gebruik op verkleuring, gaatjes en scheuren.
• Verwissel de handschoenen na beschadiging.
• Was na het werk altijd de handschoenen (hou de handschoenen daarbij aan).
• Trek de gewassen handschoenen bij voorkeur binnenste buiten uit.
Materiaal:
• Bij voorkeur (medische) handschoenen (Nitril). Deze bieden tevens de beste bescherming tegen chemische stoffen, waaronder cytostatica.
2. Veiligheidsbril, masker
Indicaties:
• Draag altijd een veiligheidsbril en masker bij risico op spatten van bloed in ogen, mond en neus (bijvoorbeeld bij schoonspuiten onder hoge druk).
Materiaal:
• Ruimzicht-veiligheidsbril.
• P2/FFP2 kwartmasker of EN149 halfgelaatsmasker.
3. Beschermende kleding
Indicaties:
• Draag altijd beschermende kleding – eventueel (disposable) overschort bij het opruimen van bloed.
Materiaal:
• Een overschort moet bescherming bieden aan de armen en aan de voor- en zijkant van het lichaam.
• Het materiaal van de overschort moet vochtafstotend zijn.
Gebruik:
• Draag het overschort niet buiten de werkruimte.
• Verwissel het overschort na bevuiling met bloed of andere lichaamsvloeistoffen.
• Handschoenen.
4. VOORSCHRIFTEN BIJ LEGEN VAN AFZALZAKKEN- EN BAKKEN
Benodigdheden:
• Handschoenen.
Werkwijze:
• Draag handschoenen. Inspecteer de handschoenen voor gebruik op verkleuring, gaatjes en scheuren. Controleer of de handschoenen goed aansluiten.
• Grijp nooit, zelfs niet met handschoenen aan, in afvalzakken of -bakken.
• Leeg afvalbakken door ze om te kiepen.
• Afvalzakken nooit over de schouder gooien of langs het been laten schuren. Zorg dat er afstand is tussen lichaam en de afvalzak.
• Afvalzakken nooit aandrukken, ook niet in een container.
• Afvalzakken niet te strak dichtknopen.
5. VOORSCHRIFTEN BIJ OPRUIMEN VAN SCHERPE VOORWERPEN
Benodigdheden:
• Tang.
• Hardplastic container.
Werkwijze:
• Pak scherpe voorwerpen waar mogelijk bloed of andere lichaamsvloeistoffen aanzitten nooit op met de handen.
• Gebruik een tang of een ander hulpmiddel om het scherpe voorwerp op te rapen of veeg het bijeen zonder er met de handen aan te komen.
• Gooi scherpe voorwerpen nooit in een (afval)zak maar in een hardplastic container.
6. VOORSCHRIFTEN BIJ OPRUIMEN VAN BLOED
Deze voorschriften gelden ook als het bloed al is ingedroogd!
Bloed mag alleen opgeruimd worden door werknemers die daarvoor onderstaande speciale instructies hebben gehad. De niet geïnstrueerde werknemer gaat niet zelf te werk, maar meldt het bij de directleidinggevende.
Benodigdheden:
• Handschoenen.
• Beschermende kleding – eventueel (disposable) overschort.
• Ruimzicht-veiligheidsbril.
• P2/FFP2 kwartmasker of EN 149 halfgelaatsmasker.
• 2 emmers met chlooroplossing (chloortablet of verdunde chloor).
• Absorberend papier of doeken.
• Afvalcontainer, eventueel hardplastic veiligheidscontainer.
• Handalcohol.
Werkwijze:
• Draag handschoenen. Inspecteer de handschoenen voor gebruik op verkleuring, gaatjes en scheuren. Controleer of de handschoenen goed aansluiten.
• Draag beschermende kleding, eventueel (disposable) overschort.
• Bij kans op spatten in ogen, neus en mond (bijvoorbeeld bij schoonspuiten onder hoge druk): gebruik ruimzicht-veiligheidsbril en P2/FFP2 kwartmasker of EN 149 halfgelaatsmasker.
• Zet 2 emmers met chlooroplossing (chloortablet of verdunde chloor) klaar: één voor de handschoenen en één voor de plaats waar het bloed ligt.
• Verwijder het meeste bloed met absorberend papier of doeken.
• Gooi het absorberend papier of de doeken na gebruik direct in een hardplastic afvalcontainer. Doe dit voorzichtig, probeer niet te spetteren.
• Gebruik een tang of een ander hulpmiddel om eventuele scherpe voorwerpen in het bloed op te pakken; nooit met de handen aanpakken. Scherp afval in afvalcontainer doen.
• Spoel de handschoen af in één van de emmers met chlooroplossing.
• Verwissel handschoenen.
• Desinfecteer de plaats met de tweede emmer chlooroplossing.
• Ruim de chlooroplossing en het resterende bloed op met absorberend papier of doeken; gooi deze na gebruik direct in een hardplastic afvalcontainer.
• Spoel de handschoenen af met water en zeep.
• Trek de handschoenen bij voorkeur binnenste buiten uit en gooi ze weg (afvoeren in afvalzak).
• Was de handen goed met handalcohol (zo mogelijk) en vervolgens met water en zeep.
7. VOORSCHRIFTEN BIJ OPRUIMEN VAN URINE, ONTLASTING en BRAAKSEL
Deze voorschriften gelden ook als de urine, ontlasting of het braaksel al is ingedroogd!
Benodigdheden:
• Handschoenen.
• 1 emmer met chlooroplossing (chloortablet of verdunde chloor).
• Absorberend papier of doeken.
• Afvalcontainer.
Werkwijze:
• Draag handschoenen Inspecteer de handschoenen voor gebruik op verkleuring, gaatjes en scheuren. Controleer of de handschoenen goed aansluiten.
• Zet de emmer met chlooroplossing en de afvalcontainer klaar.
• Maak de plek vrij van obstakels.
• Verwijder de urine, ontlasting en/of braaksel met het absorberende papier of doeken en gooi deze direct in de afvalcontainer. Doe dit voorzichtig, probeer niet te spetteren.
• Reinig de plaats vervolgens met de chlooroplossing.
• Spoel de hanschoenen af met water en zeep.
• Trek de handschoenen bij voorkeur binnenste buiten uit en gooi ze weg (afvoeren in afvalzak).
• Was de handen goed met water en zeep.
• Smeer handen, inclusief nagelriemen, in met (hand)crème.
B. PROTOCOL AFHANDELING PRIKACCIDENTEN
Doel: het voorkomen van het ontwikkelen van een bloedoverdraagbare aandoening (Hepatitis A, Hepatitis B, HIV)
Werkgever
– Is verantwoordelijk voor de goede afhandeling van een prikaccident.
• De werkgever is verplicht om een werknemer die blootgesteld is aan mogelijk besmet bloed of andere lichaamsvloeistoffen de mogelijkheid te bieden om, op basis van afweging van de risico’s, een medische behandeling te ondergaan.
• Zorgt ervoor dat de werknemers weten hoe te handelen wanneer zij geconfronteerd worden met een prikaccident
• Zorgt ervoor dat steeds actuele schriftelijke informatie over de handelwijze bij een prikaccident voorhanden is op de werkplek:
– Voorschriften afhandeling prikaccident;
– (Actuele) contactgegevens instelling voor medische behandeling.
• Zorgt ervoor dat op de werkplek een correct gevulde EHBO-doos aanwezig en toegankelijk is.
• Is verantwoordelijk voor begeleiding van het slachtoffer bij het verkrijgen van adequate hulp.
• Meldt het prikaccident bij de opdrachtgever, gaat na of het ongeval voorkomen had kunnen worden, neemt maatregelen indien dit het geval blijkt te zijn en past zonodig de RI&E aan.
• Is verplicht een prikaccident te registreren.
• Draagt zorg voor opname van relevante informatie in het medisch dossier van de werknemer.
– Respecteert de lichamelijke integriteit en privacy van de werknemer.
Werknemer
– Is (mede)verantwoordelijk voor de goede afhandeling van een hem overkomen prikaccident:
• Volgt de voorschriften afhandeling prikaccidenten op, respectievelijk verleent aan de uitvoering hiervan zijn medewerking, voor zover dit niet strijdig is met zijn recht op lichamelijke integriteit.
• Ondergaat (voor zover van toepassing en voor zover niet strijdig met zijn recht op lichamelijke integriteit) de noodzakelijke nacontroles of vervolgvaccinaties.
• Verstrekt de bedrijfsarts desgewenst de noodzakelijke informatie.
1. ONTSMETTEN
Bij prik- of snijongeval:
1. Laat wond altijd goed dóórbloeden.
2. Was de wond grondig en spoel de wond met water onder een kraan.
3. Ontsmet de wond met een wondontsmettingsmiddel (bijvoorbeeld: jodium of ontsmettingsdoekjes uit de EHBO-doos).
Bij spatongeval op ogen, mond of andere slijmvliezen:
Spoel ogen, mond en/of andere slijmvliezen goed met schoon water.
2. MELDEN BIJ LEIDINGGEVENDE
Meld (na het ontsmetten van de wond, ogen, mond of huid) het prikaccident direct bij de leidinggevende.
3. DOORSTUREN VOOR MEDISCHE BEHANDELING
1. Stuur elk slachtoffer van een prikaccident zo snel mogelijk, maar zeker binnen 2 uur door voor medische behandeling.
2. Laat het slachtoffer niet alleen reizen, maar onder begeleiding.
3. Neem – zo mogelijk en op een veilige manier – het voorwerp waaraan het slachtoffer zich verwond heeft of een voorwerp waarop eventueel gespat is mee. Spoel het voorwerp niet schoon, zodat te onderzoeken is of sprake is van besmet materiaal.
4. Vul – zo mogelijk – het registratieformulier prikaccidenten in en neem dit mee naar de medische behandelaar.
4. REGISTRATIE PRIKACCIDENT
1. Registreer het prikaccident op het daarvoor bestemde formulier
2. Zend een kopie van het registratieformulier naar de RAS ten behoeve van de centrale brancheregistratie van prikaccidenten.
5. NAZORG
• Begeleiding betrokken werknemer
1. Bespreek het prikaccident met de betrokken werknemer. Respecteer hierbij de privacy van de werknemer; de werknemer kan niet verplicht worden medische informatie te verstrekken aan werkgever.
2. Verwijs de werknemer naar de bedrijfarts. Deze kan nadere informatie over de risico-inschatting en eventuele vervolgacties geven en de werkgever, met inachtneming van de privacy van de werknemer, hierover informeren.
• Evaluatie prikaccident
1. Meld het prikaccident bij de opdrachtgever.
2. Ga na of het ongeval voorkomen had kunnen worden, neem maatregelen indien dit het geval blijkt te zijn en pas zo nodig de RI&E aan.
IN TE VULLEN DOOR DE LEIDINGGEVENDE
| Gegevens medewerker | Naam: | M/V |
| Geboortedatum: | ||
| Functie: | ||
| Bedrijf: | ||
| Gegevens Object/Werklocatie | Gegevens object/werklocatie Naam opdrachtgever: | |
| Adres object/werklocatie: | ||
| Woonplaats: | ||
| Gegevens accident | Datum prikaccident: | |
| Tijd prikaccident: | ||
| Plaats prikaccident (afdeling, ruimte): | ||
| Omschrijving accident: • prik-/snijongeval Waaraan? (naald, glas, etc) | ||
| • spatongeval | ||
| Omschrijf zo gedetailleerd mogelijk wat er gebeurd is: (tijdens welke werkzaamheden is het gebeurd, welk lichaamsdeel is verwond of bespat, gebruikte de medewerker persoonlijke beschermingsmiddelen (b.v. handschoenen, veiligheidsbril, gezichtsmasker, overschort e.d.): | ||
| Is het voorwerp meegenomen? ▪ Ja ▪ Neen | ||
| Was het risico op prikaccidenten op deze locatie, tijdens deze werkzaamheden, bekend? ▪ Ja ▪ Neen | ||
| Medewerker is doorgestuurd naar: | ||
| Naam instelling: | ||
| Vestigingsplaats instelling: |
PROTOCOL VEILIG OMGAAN MET CYTOSTATICA VOOR SCHOONMAAKWERKZAAMHEDEN
Cytostatica zijn geneesmiddelen die ingezet worden bij de chemotherapeutische behandeling van met name kankerpatiënten. Het zijn stoffen die invloed hebben op de celdeling van tumoren, waardoor ze een celgroeiremmend of celdodend effect hebben. Zij tasten echter niet alleen de tumorcellen aan maar ook gezonde cellen. Het is dan ook belangrijk dat er, door het nemen van maatregelen en naleven van voorschriften, naar een zo laag mogelijke blootstelling aan cytostatica gestreefd wordt. Arbo-wetgeving verplicht de werkgever om werknemers te beschermen tegen risico’s.
Het doel is het vastleggen van voorschriften voor het handelen van schoonmaakmedewerkers in situaties waarin een risico op blootstelling aan cytostatica bestaat. Deze voorschriften moeten leiden tot een zo laag mogelijke blootstelling aan cytostatica.
Dit protocol is bedoeld voor werkgevers, medewerkers en opdrachtgevers van schoonmaakbedrijven.
De borging van dit protocol ligt in de Arbo CAO van de Schoonmaak- en Glazenwasserssector. De toepasselijkheid en het gebruik van dit protocol moeten worden bezien in relatie tot de situatie bij de opdrachtgevers:
1. Indien uit informatie van de opdrachtgever en/of de RI&E blijkt dat er risico’s bestaan op blootstelling aan cytostatica, moet worden nagegaan of de opdrachtgever een protocol hanteert. Indien dit het geval is, is het protocol van de opdrachtgever leidend, mits het toereikend is.
2. Hanteert de opdrachtgever geen protocol dan kan een protocol van de opdrachtnemer worden gebruikt, mits dit toereikend is.
3. In alle andere situaties is dit protocol leidend.
Dit protocol zal jaarlijks worden geactualiseerd om up-to-date te blijven met alle ontwikkelingen.
In het veilig omgaan met cytostatica zijn verschillende verplichtingen aan te duiden.
Verplichtingen van de Opdrachtgever
• licht te allen tijde het schoonmaakbedrijf in over het kunnen voorkomen van ruimten en omstandigheden waarin rekening moet worden gehouden met een situatie waarin sprake kan zijn van verontreiniging met cytostatica;
• draagt zorg voor het adequaat aanduiden van feitelijke situaties ter plaatse waarin cytostatica voorkomt;
Patiënt/cliënt (thuissituatie):
• licht de schoonmaak- of thuiszorgmedewerker in over het voorkomen van cytostatica in de woning of leefomgeving.
Verplichtingen van de Werkgever:
• voert periodiek een RI&E uit op (o.a.) kans op besmetting met cytostatica;
• overlegt voor de start van de werkzaamheden met de opdrachtgever over ruimten en omstandigheden waarin blootstelling aan cytostatica mogelijk is;
• informeert bij patiënten/cliënten in de thuissituatie of er sprake kan zijn van besmetting met cytostatica;
• stelt de medewerkers op de hoogte van het voorkomen van cytostatica in de te reinigen ruimtes;
• instrueert de medewerkers over de te volgen werkwijze;
• voorziet de medewerkers van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen;
• ziet erop toe dat werknemers de voorschriften opvolgen en de persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken;
• geeft voorlichting en onderricht over de mogelijke gevaren voor de gezondheid van het werken met cytostatica.
Verplichtingen van de Medewerker:
• handelt volgens de door of namens de werkgever gegeven voorschriften en instructies;
• gebruikt de door de werkgever ter beschikking gestelde beschermingsmiddelen op de juiste wijze;
• geeft de door hem/haar opgemerkte onveilige situaties onmiddellijk door aan de werkgever of degene die namens deze ter plaatse met de leiding is belast.
Cytostatica zijn geneesmiddelen die tumoren tot staan kunnen brengen, maar ze kunnen ook gezonde cellen aantasten. Een acute bijwerking is een irriterend of bijtend effect. Dat gebeurt alleen als het cytostaticum in een hoge concentratie in direct contact komt met weefsel. De effecten op langere termijn zijn onder te verdelen in verandering van erfelijk materiaal, risico voor voortplanting en nageslacht en kankerverwekkende effecten. Kankerremmers kunnen dus tegelijkertijd ook kankerverwekkers zijn.
Van blootstellingrisico is vooral sprake bij het omgaan met uitscheidingsproducten zoals urine van cliënten die tot enkele dagen na gebruik hoge concentraties cytostatica bevat en bij het onbeschermd aanraken van met cytostatica vervuilde oppervlakken of bij met cytostatica vervuilde kleding, handschoenen, incontinentiemateriaal of beddengoed.
Omdat er onvoldoende gegevens zijn over de minimale doses cytostatica die schadelijk zijn voor de gezondheid van de medewerker, moet men ervan uitgaan dat iedere blootstelling aan cytostatica een gezondheidsrisico met zich meebrengt.
Het risico op blootstelling kan verschillen per cytostaticum. In het algemeen bestaat tot 7 dagen nadat de patiënt/cliënt een chemokuur heeft ondergaan een risico. Indien geen verdere informatie over risicotermijnen voorhanden is, moet een termijn van 7 dagen worden aanhouden. Informatie over de risicotermijnen per cytostaticum kan in instellingen via de afdeling, hygiënist of apotheker worden verkregen.
Verder is op de website van de Stichting Arbeidsmarkt Ziekenhuizen (http://www.staz.nl/html/05_publicaties/downloads/richtlijn_cytostatica.pdf, pagina 296–299) per cytostaticum de risicotermijn te vinden.
Ruimten in instellingen waar patiënten een chemokuur ondergaan zijn permanent besmet. Ook verpleegafdelingen waar voortdurend patiënten verblijven die een kuur ondergaan zijn permanent besmet. Bij patiënten/cliënten die chronisch cytostatica gebruiken, vaak in tabletvorm, is er ook sprake van een permanent blootstellingrisico.
Hoe kan blootstelling plaatsvinden:
• direct door het onbeschermd aanraken van cytostatica of door met cytostatica besmette oppervlakken, bijvoorbeeld bij het opruimen van uitscheidingsproducten zoals braaksel, ontlasting en urine;
• door contact van cytostatica of uitscheidingsproducten met de huid of slijmvliezen van mond, ogen en neus;
• indirect door met cytostatica vervuilde kleding, handschoenen, incontinentiemateriaal of beddengoed;
• bij slechte handhygiëne en door geen handschoenen te gebruiken kan opname via de huid plaatsvinden of kan besmetting via de mond, ogen of neus plaatsvinden door besmette handen.
Zwanger zijn of borstvoeding geven en werken met cytostatica
De werkgever is volgens het arbobesluit artikel 1.42 verplicht om de arbeid van zwangere medewerksters en medewerksters tijdens borstvoeding zodanig te organiseren dat de arbeid voor die medewerkster geen gevaren met zich kan brengen voor haar veiligheid en gezondheid en geen terugslag kan veroorzaken op de zwangerschap of borstvoeding. Dat betekent dat de zwangere medewerksters of medewerksters tijdens borstvoeding niet mogen worden blootgesteld aan cytostatica. De werkgever organiseert het werk dusdanig dat deze groep medewerksters niet in (mogelijk) besmette ruimtes tewerk wordt gesteld.
Voorgeschreven persoonlijke beschermende maatregelen
Neem persoonlijke beschermende maatregelen in acht wanneer je in aanraking kunt komen met uitscheidingsproducten, besmette oppervlakken en met uitscheidingsproducten verontreinigd wasgoed.
Gebruik zo veel mogelijk de gele driehoek „Gevaar! Cytostatica’’ als aanduiding voor besmet materiaal, afvalzakken, waszakken etc. en voor besmette ruimtes en oppervlakken.
Persoonlijke beschermingsmiddelen
Maak, als er kans bestaat op contact met cytostatica of met uitscheidingsproducten, altijd gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.
Draag handschoenen bij:
• Risico op contact met cytostatica zoals bij het opruimen van gemorst materiaal, reinigen van infuuspalen, werkbladen, etc.;
• Risico op contact met uitscheidingsproducten zoals bloed, urine, ontlasting, braaksel, speeksel/sputum, wond/drainvocht en transpiratievocht of artikelen die daarmee verontreinigd zijn;
• Contact met wasgoed (kleding en beddengoed);
Materiaal
Gebruik wegwerphandschoenen die voldoen aan de norm NEN-EN 374-3, „Beschermende handschoenen tegen chemicaliën en micro-organismen’’.
Aandachtspunt:
Desinfectans verhoogt de doorlaatbaarheid van handschoenen.
Gebruik
• Inspecteer de handschoenen voor gebruik op verkleuring, gaatjes en scheuren;
• Was de handen voor het aantrekken van de handschoenen en herhaal dit bij het verwisselen van de handschoenen;
• Doe de handschoenen na beëindiging van de schoonmaakhandelingen van besmet materiaal en van de besmette ruimte uit om besmetting van de omgeving te voorkomen;
• Zorg ervoor dat bij het uittrekken de buitenkant van de handschoenen niet met de blote handen wordt aanraakt;
• Verwissel de handschoenen bij beschadiging of zichtbare besmetting;
• Voer gebruikte handschoenen af in een dubbele afvalzak.
Draag overschorten bij:
• Het opruimen van uitscheidingsproducten / legen van ondersteek, po of urinaal;
• Reinigen van door morsen besmette oppervakken (bijvoorbeeld bij een calamiteit);
• Reinigen van sanitair.
Materiaal
• Gebruik wegwerpoverschorten van niet-vezelend, waterafstotend materiaal;
• Een overschort moet de onderliggende kleding en de huid voldoende beschermen tegen een besmetting met cytostatica;
• Een overschort moet bescherming bieden aan de armen en aan de voor- en zijkant van het lichaam;
• Een overschort heeft lange mouwen en is aan de voor- en zijkant een gesloten geheel.
Gebruik
• Bij het betreden van een besmette ruimte;
• Doe de overschort uit bij het verlaten van de besmette ruimte;
• Draag het overschort niet buiten de werkruimte;
• Verwissel het overschort direct na een calamiteit, zoals morsen met besmette (vloei)stoffen;
• Voer overschorten af in een dubbele afvalzak.
Draag gelaatsbescherming bij:
• Een groot risico op spatgevaar zoals bij:
– het legen en reinigen van po’s en urinalen;
– calamiteiten met grote hoeveelheden vloeistof (meer dan 5 ml).
Materiaal
Gelaatsbescherming is een beschermbril in combinatie met een wegwerp mondkapje. De bril moet gemaakt zijn van krasbestendig materiaal.
Gebruik
Na gebruik kan de bril gereinigd worden met veel koud water; het mondkapje wordt afgevoerd als besmet materiaal.
Veilig reinigen van besmet materiaal en besmette oppervlakken en veilig omgaan met afval
Bij de volgende beschrijving van de wijze van reinigen en omgaan met afval wordt daar waar dat van toepassing is het verschil aangegeven voor het werken in een instelling voor gezondheidszorg en de thuissituatie. In de instellingen is veelal sprake van een gescheiden afvallijn, een gescheiden lijn voor afvoeren en behandeling van was, etc.
Algemeen
• Werk altijd rustig en zorgvuldig;
• Gebruik bij het reinigen van besmette ruimten nooit een hoge drukspuit;
• Reinig zoveel mogelijk nat;
• Door te spoelen met ruim koud water verdwijnt vrijwel alle besmetting;
• Gebruik per ruimte meerdere werkdoeken;
• Gebruik per besmette ruimte nieuw schoonmaakmateriaal.
1. Reinigen van patiëntenkamer
Doel
Het op veilige wijze reinigen van patiëntenkamers c.q. kamers van cliënten die behandeld zijn met cytostatica.
Benodigde beschermingsmiddelen
• Handschoenen.
| Werkwijze instelling | Werkwijze thuis |
|---|---|
| Reinig vanaf de deur | idem |
| Reinig daarna leuningen van stoelen, tafelbladen, de buitenzijde en randen van afvalbakken | idem |
| Reinig vervolgens de bedranden en de infuuspaal | Reinig vervolgens de bedranden |
| Reinig de houder van de SZA-afvalbak dagelijks | Reinig de afvalbakhouder |
| Reinig tot slot de vloer | idem |
Doel
Het op veilige wijze reinigen van sanitair dat gebruikt wordt door patiënten/cliënten die behandeld zijn met cytostatica.
Aandachtspunt
• De patiënt dient bij voorkeur na elke toiletgang direct tweemaal door te spoelen (met gesloten deksel indien aanwezig;
• Reinig het sanitair met een natte methode.
Benodigde beschermingsmiddelen
• Handschoenen;
• Overschort;
• Gelaatsbescherming.
Werkwijze
• Reinig de vloer vanaf de deur;
• Spoel het toilet door;
• Reinig de toiletpot;
• Reinig de kranen, wasbak en douchevloer;
• Reinig nogmaals de vloer;
• Bij gebruik van wegwerpdoeken, deze in een dubbele afvalzak deponeren, bij gebruik van wasbare werkdoeken, deze:
– In een instelling in een gelabelde waszak deponeren;
– In de thuissituatie apart houden van het overige, niet besmette, wasgoed.
Frequentie
• Toiletten en was/badgelegenheden die gebruikt worden door cliënten die cytostatica toegediend hebben gekregen ,dienen minimaal 1 x per dag nat gereinigd te worden;
• De periodieke reiniging uitvoeren na een dagelijkse reinigingsgang.
3. Reinigen van besmette materialen zoals po, urinaal en opvangmateriaal
Doel
Het op veilige wijze reinigen van besmette materialen van patiënten/cliënten die behandeld zijn met cytostatica.
Opmerking
Het reinigen van besmette materialen zal vrijwel uitsluitend in de thuissituatie voorkomen.
Benodigde beschermingsmiddelen
• Handschoenen;
• Overschort;
• Gelaatsbescherming.
Werkwijze
• Giet de inhoud voorzichtig langs de rand van het toilet, voorkom spatten;
• Neem tijdens het weggieten de aanhangende druppels met toiletpapier af en spoel dit weg;
• Spoel het toilet tweemaal door (indien aanwezig met gesloten deksel);
• Spoel de materialen na gebruik om met veel koud water, giet de inhoud voorzichtig langs de rand van het toilet en spoel het toilet tweemaal door (indien aanwezig met gesloten deksel);
• Reinig het materiaal vervolgens met water en een dagelijks sanitair reinigingsmiddel, droog het daarna af met papier.
4. Het reinigen van serviesgoed
Doel
Het op veilige wijze reinigen (afwassen) van serviesgoed dat is besmet met cytostatica door patiënten/cliënten die behandeld zijn met cytostatica.
Opmerking
Het reinigen (afwassen) van serviesgoed zal vrijwel uitsluitend in de thuissituatie voorkomen.
Benodigde beschermingsmiddelen
• Handschoenen.
Werkwijze
• Spoel al het serviesgoed goed af met koud water;
• Reinig (was) het serviesgoed op de normale wijze of gebruik een afwasmachine.
5. Verzamelen en afvoeren van afval
Doel
Het op veilige wijze verwijderen en afvoeren van besmette materialen van patiënten/cliënten die behandeld zijn met cytostatica.
| Werkwijze instelling | Werkwijze thuis |
|---|---|
| Met uitscheidingsproducten besmetmateriaal en handschoenen, overschorten en mondkapjes in een SZA-vat verzamelen | Met uitscheidingsproducten besmet materiaal en handschoenen, overschorten en mondkapjes verzamelen in een dubbele afvalzak en deze goed afsluiten |
| Scherp afval en naalden verzamelen in een naaldencontainer | idem |
| SZA-vat en naaldencontainer volgens de regels van de instelling afvoeren. | Aparte dubbele afvalzak met het huisvuil afvoeren. \ |
| Naaldencontainer inleveren bij het klein chemisch afval. |
Scherp besmet afval dat niet met een naaldencontainer kan worden afgevoerd, veilig verpakken en afvoeren via de afvalstroom van de instelling of met het huisvuil.
6. Verzamelen linnengoed, wasgoed en wasbare werkdoeken
Doel
Het op veilige wijze inzamelen en verpakken van wasgoed, linnengoed en wasbare werkdoeken.
| Werkwijze instelling | Werkwijze thuis |
|---|---|
| Wasgoed en linnengoed: | Wasgoed, linnengoed, wasbare werkdoek: |
| De inzameling van met cytostatica besmetlinnengoed gebeurt op basis van ethode A, B of C: | het wasgoed, linnengoed en de wasbare werkdoeken worden apart verzameld. |
| A. in plastic zakken voorzien van de opdruk „cytostatica’’ | Voor het wassen worden in ruim koud water gespoeld. |
| B. in tweezijdig te openen re-usable waszakken (zogenaamde wikkelzakken) voorzien van een waterdichte coating | Daarna wordt op een gebruikelijke manier gewassen. |
| C. in met de opdruk „cytostatica’’ voorziene wateroplosbare waszakken. De keuze methode A, B of C gebeurt na overleg tussen ziekenhuis en schoonmaakorganisatie. | |
| Wasbare werkdoeken | |
| • De wasbare werkdoeken worden apart verzameld in gelabelde zakken; | |
| • Voor het wassen worden ze in ruim koud water gespoeld; | |
| • Daarna worden ze op een gebruikelijke wijze gewassen. |
7. Reinigen van schoonmaakmateriaal
Doel
Het reinigen van het gebruikte schoonmaakmateriaal.
Werkwijze
• Spoel de gebruikte emmers met ruim koud water;
• Spoel de moppen uit met ruim koud water;
• Overige materialen die in contact gekomen zijn met besmette materialen of oppervlakken goed spoelen met ruim koud water.
Handeczeem is een van de meest voorkomende huidaandoeningen: naar schatting een op de tien mensen heeft er tenminste een keer per jaar last van. Het is een ontsteking van de huid zonder dat er een bacteriële infectie aanwezig is. Handeczeem is dan ook niet besmettelijk.
Kenmerkend voor handeczeem is jeuk, roodheid, ruwe plekken, kloven en blaasjes.
De belangrijkste oorzaak van handeczeem is de regelmatige en/of langdurige blootstelling aan „nat’’ werk. Schoonmakers – maar bijvoorbeeld ook kappers, schilders en bloemisten – hebben dan ook een verhoogde kans op (het ontwikkelen van) handeczeem.
In de schoonmaakbranche is het natuurlijk niet mogelijk om „nat’’ werk te vermijden. Wél is het mogelijk om de kans dat zich daardoor handeczeem ontwikkelt, zo klein mogelijk te houden.
Door simpele adviezen op te volgen zodat schoonmaaktaken op een huidvriendelijke manier worden uitgevoerd.
Dit protocol heeft als doel de ontwikkeling van handeczeem te voorkomen.
Het bevat de volgende onderdelen:
• adviezen voor de uitvoerende schoonmaakmedewerker
• adviezen voor de werkgever
• de Zelftest Handeczeem (achterin het protocol).
Het protocol Preventie handeczeem is bedoeld voor werkgevers en werknemers van schoonmaakbedrijven.
Algemeen
Van risico op blootstelling is vooral sprake bij:
• Regelmatig en/of langdurig contact met stoffen die de huid irriteren en uitdrogen zoals water, zeep en reinigingsmiddelen, groente- en vruchtensappen.
Deze stoffen beschadigen bij ieder contact de huid in geringe mate. In beginsel herstelt de huid zich na iedere beschadiging. Echter, als de volgende beschadiging optreedt voordat de huid volledig is hersteld van het vorige contact, neemt de schade toe. De huid krijgt onvoldoende tijd om te genezen en na verloop van tijd kan de maximale belastbaarheid van de huid worden overschreden; er kan eczeem ontstaan.
• Langdurig handschoengebruik
Het afsluitende effect van handschoenen veroorzaakt transpiratie. Dit maakt de huid week waardoor deze beter doordringbaar wordt voor irriterende stoffen.
• Te droge, te warme of juist te koude lucht
Dit bevordert het uitdrogen van de huid waardoor deze gevoeliger wordt.
Risicovolle handelingen en -factoren bij schoonmaaktaken
De belangrijkste risicohandelingen en -factoren in de schoonmaakbranche zijn:
• Contact met water en/of reinigingsmiddelen: onderdompelen van handen in emmers, uitwringen en gebruik van werkdoeken, gebruik van klamvochtige microvezeldoeken.
• Het te lang of onnodig dragen van beschermende handschoenen
• Het te vaak en/of verkeerd wassen en drogen van de handen
• Onvoldoende gebruik van huidverzorgingsproducten
In beginsel geldt dat schoonmaaktaken risico voor de huid van de handen opleveren, indien deze langer dan 4 uur per dag worden verricht. Echter, voor medewerkers met aanleg voor eczeem en/of een voorgeschiedenis met handeczeemklachten bestaat de kans op handeczeem ongeacht de duur van de werkzaamheden.
Vaak zullen medewerkers bovendien thuis ook werkzaamheden verrichten die de huid kunnen belasten. Verder hebben sommige medewerkers een dubbele schoonmaakbaan. Hierdoor kan sprake zijn van dubbele huidbelasting.
ADVIEZEN VOOR DE UITVOERENDE SCHOONMAAKMEDEWERKER
De medewerker kan er zelf van alles aan doen om de kans op handeczeem zo klein mogelijk te maken. Door onderstaande adviezen op te volgen.
• Draag geen ringen, armbanden of horloges tijdens het werk
• Draag in de winter buiten warme handschoenen
• Volg de onderstaande voorschriften – zo veel mogelijk – ook thuis op
2. Adviezen voor handreiniging
Toelichting
Iedereen wast meerdere malen per dag zijn handen. Omdat de handen zichtbaar vuil zijn of uit hygiënische overwegingen. Handenwassen is een huidirriterende handeling. Bovendien wordt daarbij – uit gewoonte – vaak zeep gebruikt, terwijl dat meestal niet nodig is. Zeep heeft een sterk uitdrogend effect op de huid. Dit verstoort het herstelproces van de huid, waardoor handeczeem kan ontstaan. Om dat te voorkomen is het dus van belang de handen niet meer te wassen dan nodig en alleen als het echt nodig is zeep te gebruiken.
Algemeen
• Was de handen alleen als dat echt nodig is. Het is meestal niet nodig om de handen tijdens de schoonmaaktaken extra te wassen!
• Gebruik alleen zeep als dat nodig is. Gebruik dan een milde, huidvriendelijke handzeep.
• Doe eventuele ringen, armbanden en horloges altijd af voordat de handen worden gewassen. Daaronder een ring blijft altijd water achter. Achtergebleven water verdampt en droogt de huid uit.
• Was de handen nooit met heet water, maar gebruik koud of lauw water.
Handen wassen: met water en zeep
• Als de handen zichtbaar vuil zijn
• Na toiletgebruik, vóór het eten
• Na het opruimen van bloed, urine, ontlasting of braaksel.
Handen wassen: alleen met water
• Als er risico bestaat op contact met cystostatica of met cytostatica besmet bloed, urine, ontlasting of braaksel: vóór het aantrekken van handschoenen en bij het verwisselen van handschoenen
• Als door het dragen van handschoenen de handen bezweet zijn geraakt.
• Na het werk.
Handen afdrogen
• Droog de handen zorgvuldig af, ook de polsen en ook tussen de vingers. Achtergebleven water verdampt en droogt de huid uit.
• Maak bij het afdrogen zo mogelijk gebruik van zachte papieren handdoekjes.
3. Adviezen voor handschoengebruik
Toelichting
Het dragen van handschoenen – mits niet kapot – voorkomt contact met water, reinigingsmiddelen en andere huidirriterende stoffen. Echter, handschoenen kunnen er voor zorgen dat de handen bezweet en dus vochtig raken. Daardoor kunnen de handen juist extra gevoelig worden voor huidbeschadiging.
Het is dus van belang om handschoenen alleen te dragen als dat echt nodig is en niet langer dan nodig.
Handschoenen: wanneer niet?
• Bij schoonmaaktaken waarbij de handen niet nat, vochtig of vies worden. (bijvoorbeeld: vloerreiniging met mop of wisser, stofzuigen).
Handschoenen: wanneer wel?
• Bij het werken met natte of klamvochtige werkdoeken.
• Bij taken waarbij de handen vies kunnen worden (bijvoorbeeld schoonmaken van sanitair, legen van vuilniszakken en -bakken, opruimen van bloed, urine, ontlasting of condooms.
• Bij wondjes aan handen
• Bij taken in ruimtes en/of omstandigheden waarin sprake kan zijn van verontreiniging met cytostatica.
Handschoenen: hoe?
• Zorg dat de handen schoon maar vooral droog zijn voordat de handschoenen worden aangetrokken.
• Inspecteer de handschoenen voor gebruik op verkleuring, gaatjes en scheuren. Verwissel de handschoenen na beschadiging.
• Zorg dat de handschoenen goed aansluiten.
• Verwissel de handschoenen na beschadiging
• Draag de handschoenen niet langer dan 10 minuten
• Gebruik een katoenen onderhandschoen. ls het nodig is om de handschoen langer dan 10 minuten te dragen.
Handschoenen: welke?
Bij taken in ruimtes en/of omstandigheden waarin sprake kan zijn van verontreiniging met cytostatica:
• Wegwerphandschoenen die voldoen aan de norm NEN-EN 374 -3 „Beschermende handschoenen tegen chemicaliën en micro-organismen’’.
Bij taken waarbij kans bestaat op prikaccidenten:
• Bij voorkeur nitrilhandschoenen. Deze bieden tevens bescherming tegen chemische stoffen, waaronder cytostatica.
Bij taken waarbij geen kans bestaat op prikaccidenten of besmetting met cytostatica:
• Bij natte en vochtige werkzaamheden: huishoudhandschoenen van vinyl. Liever geen latexhandschoenen. Deze kunnen bij veelvuldig gebruik een latexallergie veroorzaken. Overigens, de in het kader van bescherming tegen cytostatica of prikaccidenten voorgeschreven handschoenen zijn ook prima!
• Bij droge, vieze werkzaamheden: bij voorkeur katoenen handschoenen.
4. ADVIEZEN VOOR HUIDVERZORGING
Toelichting:
Door veelvuldig contact met water, zeep en reinigingsmiddelen slijt het natuurlijke vetlaagje op de huid. De huid droogt dan uit en irriterende stoffen kunnen beter doordringen. Door een vetlaagje op de huid (crème) aan te brengen, wordt de huid hiertegen beschermd. Crème kan de huid nooit volledig beschermen: het dragen van handschoenen blijft nodig!
Huidverzorging: hoe
• Doe eventuele ringen, armbanden en horloges af. Daaronder blijft altijd wat crème achter. Dit kan de huid irriteren.
• Gebruik de crème op een aantal vaste momenten per dag. Vóór het werk, tijdens de pauze en vóór het naar huis gaan bijvoorbeeld. En op ieder moment dat daar even tijd voor is.
• Breng niet teveel crème per keer aan. De huid neemt teveel créme niet op. Een aantal keren per dag een dun laagje is daarom beter dan één of twee keer een dikke laag. Werken met te vette handen is bovendien lastig!
• Smeer de handen helemaal in: de binnen- en buitenkant, tussen de vingers en de vingertoppen. Vergeet de nagelriemen niet!
Huidverzorging: welke?
• Een vette crème die vrij is van geurstoffen en conserveringsmiddelen. Gebruik bij voorkeur geen bodylotion. Bodylotion bevat meestal veel water en kan daardoor de huid uitdrogen!
In het algemeen geldt dat schoonmaaktaken risico voor de huid van de handen oplevert, indien deze langer dan 4 uur per dag worden verricht. Echter, voor medewerkers met een aanleg voor eczeem en/of een voorgeschiedenis met handeczeemklachten bestaat de kans op handeczeem ongeacht de duur van de werkzaamheden.
Vaak zullen medewerkers bovendien thuis ook werkzaamheden verrichten die de huid kunnen belasten. Verder hebben sommige medewerkers een dubbele schoonmaakbaan. Hierdoor kan sprake zijn van dubbele huidbelasting.
• Geef (nieuwe) medewerkers voorlichting over de risico’s op handeczeem en voorzie hen van de preventie-adviezen.
• Zorg op de werkvloer voor voldoende beschikbaarheid van de juiste persoonlijke beschermings- en verzorgingsmiddelen (handschoenen, crème).
• Zie erop toe dat de medewerkers de adviezen opvolgen en de beschermings- en verzorgingsmiddelen op de juiste wijze gebruiken.
• Laat medewerkers die langer dan 4 uur per dag werken minimaal 1 keer per twee jaar de vragen uit de Zelftest Handeczeem beantwoorden. (De Zelftest Handeczeem is opgenomen in de bijlage bij dit protocol)
• Verwijs de medewerker naar de bedrijfsarts, indien de uitslag van de Zelftest Handeczeem hiervoor aanleiding geeft.
• Zorg zo mogelijk voor tijdelijk aangepast – droog en schoon – werk voor medewerkers methandeczeemklachten.
• Laat u ondersteunen door een bedrijfsarts die voldoende geschoold is in arbeidsdermatosen (huidafwijkingen die een relatie hebben met het werk).
| A | Score | ||
|---|---|---|---|
| 1. | Heeft u ooit jeukende huidafwijking gehad? | • ja | → 1 punt |
| • neen | |||
| 2. | Heeft u ooit eczeem gehad in huidplooien (knieholten, elleboogsplooien, enkels, hals of nek)? | • ja• neen | → 1 punt |
| 3. | Heeft u nu eczeem in huidplooien? | • ja | → 1 punt |
| • neen | |||
| 4. | Als u een jeukende huidafwijking hebt of gehad hebt, is deze begonnen voordat u 2 jaar oud werd? | • ja• neen | → 2 punten |
| 5. | Heeft u ooit astma, hooikoorts of chronische bronchitis gehad? | • ja• neen | → 1 punt |
| 6. | Heeft u de laatste 12 maanden last gehad van een droge huid? | • ja• neen | → 1 punt |
| Scoretotaal A | ...... punten | ||
| B | |||
| 1. | Heeft u in de afgelopen 12 maanden een van de volgende klachten gehad? | ||
| • Rode en gezwollen handen of vingers? | • ja | → 1 punt | |
| • neen | |||
| • Schilferende handen of vingers met kloven? | • ja | → 1 punt | |
| • neen | |||
| • Jeukende handen of vingers met kloven? | • ja | → 1 punt | |
| • neen | |||
| • Handen of vingers met kloven? | • ja | → 2 punten | |
| • neen | |||
| • Blaasjes in handpalmen, op handruggen of tussen de vingers? | • ja | → 2 punten | |
| • neen | |||
| • Rode bultjes aan handen of vingers? | • ja | → 2 punten | |
| • neen | |||
| 2. | Duurde de afwijking langer dan een dag? | • ja | → 1 punt |
| • neen | |||
| 3. | Kwam deze afwijking meer dan eenmaal voor? | • | → 1 punt |
| • neen | |||
| Scoretotaal B | ...... punten |
Advies naar aanleiding van uitslag Zelftest handeczeem
Verwijs de medewerker door naar de bedrijfsarts als:
• De medewerker op het moment van invullen van de vragenlijst huidklachten aan handen, polsen of onderarmen heeft;
of:
• Het scoretotaal A bedraagt 5 of meer punten;
of:
• Het scoretotaal B bedraagt 2 of meer punten.
PROTOCOLLEN VEILIG WERKEN MET STOFFEN
a. Protocol veilig werken met stoffen in de gevelreiniging
1. Algemeen
Reinigingsproducten kunnen stoffen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.
Soms zijn die stoffen zó schadelijk dat het gebruik van producten die deze stoffen bevatten, verboden is.
Andere stoffen zijn dermate schadelijk dat bij de toepassing van producten die deze stoffen bevatten specifieke veiligheidsvoorschriften – ten aanzien van de werkwijze of het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bijvoorbeeld – in acht genomen moeten worden.
In dit protocol zijn alle, voor de gevelreiniging geldende voorschriften op een rij gezet.1
De voorschriften zijn verplicht. De Arbeidsinspectie controleert of aan de verplichtingen voldaan wordt.
2. Doel van het protocol
Het voorkómen van blootstelling aan stoffen die een (ernstig) gezondheidseffect kunnen veroorzaken. Hiertoe zijn in het protocol dwingende voorschriften vastgelegd.
3. Doelgroep
Dit protocol is bedoeld voor werkgevers en werknemers (en opdrachtgevers) van schoonmaakbedrijven werkzaam in de gevelreiniging.
4. Verplichtingen
Werkgever is verplicht om:
• werknemers te voorzien van de juiste – toegestane – reinigingsproducten en de noodzakelijke en juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s).
• (nieuwe) werknemers juist te instrueren over de in acht te nemen veiligheidsvoorschriften.
• erop toe te zien dat werknemers de veiligheidsvoorschriften naleven en de PBM’s gebruiken.
• indien de opdrachtgever bepaalt welk reinigingsproduct gebruikt moet worden of indien de opdrachtgever de reinigingsproducten verstrekt: erop toe te zien dat dit uitsluitend toegestane reinigingsproducten zijn.
Werknemer is verplicht om:
• de door of namens werkgever gegeven voorschriften en instructie na te leven.
• de door de werkgever ter beschikking gestelde PBM’s op de juiste wijze te gebruiken en te onderhouden.
2. GEVAARLIJKE STOFFEN IN GEVELREINIGINGSPRODUCTEN
1. Algemeen
Of en in welke mate een bepaalde stof schadelijk is voor de gezondheid is mede afhankelijk van de omstandigheden waaronder het product dat deze stof bevat wordt toegepast. Een verbod op een bepaalde stof dient daarom beschouwd te worden in combinatie met een of meerdere specifieke productsoorten.
Onderscheid wordt gemaakt tussen stoffen die altijd verboden zijn en stoffen waarvoor geldt dat zij uitsluitend in een beperkte concentratie mogen voorkomen in reinigingsproducten.
In paragraaf 2.2. wordt aangegeven welke stoffen verboden zijn, hoe u deze kunt herkennen, welke productsoorten die in de gevelreiniging gebruikt worden mogelijk deze stoffen bevatten en wat goede alternatieven zijn voor de verboden producten/stoffen.
In paragraaf 2.3 wordt aangegeven welke stoffen uitsluitend in een beperkte concentratie mogen worden toegepast, hoe u deze stoffen kunt herkennen, welke concentratie maximaal is toegestaan en welke productsoorten mogelijk deze stoffen bevatten.
2. Verboden stoffen/producten en alternatieven
Of een product een bepaalde stof bevat, kunt u nagaan door het VeiligheidsInformatieBlad (VIB) te raadplegen (rubriek 2 Samenstelling en informatie over de bestanddelen). Stoffen kunnen onder verschillende namen voorkomen, maar zijn in rubriek 2 te herkennen aan hun unieke identificatienummer, het zogenaamde EG-nummer (ook wel EINECS of ELINCS) en CAS-nummer.
1. VERBODEN STOFFEN/PRODUCTEN
| VERBODEN STOF | HERKENNEN | PRODUCTSOORT DIE MOGELIJK DEZE STOF BEVAT |
|---|---|---|
| Fluorwaterstofzuur | EG-nummer 231-634-8CAS-nummer 7664-39-3 | zure gevelreiniger |
2. ALTERNATIEVEN
| VERBODEN PRODUCT/STOF | ALTERNATIEF PRODUCT/STOF | HERKENNEN |
|---|---|---|
| Zure gevelreiniger op basis van fluorwaterstof | Pasta op basis van:ammoniumbifluoride of: niet-chemisch alternatief: stralen | EG-nummer 215-676-4CAS-nummer 1341-49-7 |
3. STOFFEN UITSLUITEND TOEGESTAAN IN BEPERKTE CONCENTRATIE
| STOF | HERKENNEN | MAX. TOEGESTANE CONCENTRATIE | PRODUCTSOORT DIE MOGELIJK DEZE STOF BEVAT |
|---|---|---|---|
| Ammonia | EG-nummer 215-185-5CAS-nummer 1310-73-2 | 5% | Alkalische reinigerGraffitiverwijderaar |
AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE GEVELREINIGING
1. Algemeen
Er zijn aanvullende veiligheidsvoorschriften voor:
– het werken met zoutzuur (paragraaf 3.2).
– het werken met graffitiverwijderaars (paragraaf 3.3).
2. Veiligheidsvoorschriften voor het werken met zoutzuur
1. Reinig de gevel altijd op de manier zoals het bedrijf voorschrijft. Neem daarbij de inwerktijd van de zuren in acht.
De voorschriften zorgen ervoor dat het vuil effectief wordt verwijderd zonder de ondergrond te beschadigen.
2. Gebruik de dosering die op de verpakking staat aangegeven in het geval dat bedrijfsvoorschriften hierover ontbreken.
Indien de zure reiniger verdund moet worden, volg dan de instructie op het etiket of het productblad op. Om goed te reinigen is het van belang dat niet te veel of te weinig zuur gebruikt wordt.
3. Zorg dat er bij het aanmaken (verdunnen) van de gebruiksoplossing (stromend) water en een oogdouche binnen handbereik aanwezig zijn.
Onverdunde zuren hebben sterk bijtende eigenschappen. Bij contact met de huid of ogen kunnen brandwonden ontstaan.
4. Gebruik alleen de originele verpakking.
5. Eerst het water, dan zure reiniger toevoegen.
Door de emmer eerst te vullen met water en daarna het zuur toe te voegen, wordt de kans op spatten van het onverdunde zuur kleiner.
6. Meng nooit zuren met andere reinigingsmiddelen.
Door mengen kunnen mogelijk (zeer) gevaarlijke stoffen ontstaan!
7. Sluit doppen en deksels van verpakkingen direct na gebruik goed af.
Het product blijft dan schoon en onnodige blootstelling aan zuren wordt voorkomen.
8. Zuren nooit verspuiten!
Verspuiten vergroot de kans op huidcontact. Bovendien kunnen tijdens het verspuiten kleine deeltjes ontstaan die makkelijk ingeademd worden. Dat kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
9. Eerst de gevel onder lage druk spoelen, dan hoge druk reinigen.
Na het opbrengen en inwerken van de zure reiniger wordt de ondergrond meestal direct onder hoge druk gereinigd. Terugkaatsing veroorzaakt blootstelling aan de reiniger en het vrijkomende vuil. De blootstelling wordt verlaagd door de gevel eerst onder lage druk af te spoelen en vervolgens onder hoge druk af te spuiten.
10. Naar beneden gericht en onder schouderhoogte afspuiten.
Hierdoor is de kans op huidblootstelling veel lager.
11. Voorkom dat anderen blootgesteld worden aan de zure reiniger.
Waarschuw collega’s en voorbijgangers dat zij zich op afstand houden. Bijvoorbeeld door de werkplek af te bakenen met een lint en het afzetten van de steiger met steigergaas (hier bestaat een norm voor).
12. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN (PBM’s)
| Wanneer? | Welke PBM? |
|---|---|
| Bij het verdunnen van geconcentreerd zoutzuur | • Handschoenen van butylrubber of PVC • Zuurbril, gelaatsscherm of oogbescherming • Voorschoot van PVC of neopreen |
| Bij het inborstelen/kwasten/rollen van verdund zoutzuur | |
| Korter dan 2 uur | • Handschoenen van butylrubber of PVC • Halfgelaatsmasker met filtertype BE voor zure gassen • Zuurbril, gelaatsscherm of oogbescherming |
| Langer dan 2 uur | • Handschoenen van butylrubber of PVC Volgelaatsmasker met filtertype BE voor zure gassen |
| Bij het schoonspuiten van gevel na inwerking van zoutzuur | • Vloeistofdichte overall met daaraan vaste laarzen en handschoenen van PVC of neopreen.Let op: zorg ervoor dat er bij gebruik geen vloeistof in de handschoenen/laarzen kan lopen. • Zuurbril, gelaatsscherm of oogbescherming |
14. EHBO-maatregelen
| Algemeen | In alle gevallen van twijfel of wanneer symptomen blijven bestaan: raadpleeg een arts. |
| Inademen | • Breng de betrokkene in de frisse lucht • Laat betrokkene rusten • Breng betrokkene in halfzittende houding • Zet direct spoedeisende hulp in |
| Huid | • Trek aan de huid vastgeplakte kleding NIET los, maar spoel EERST met veel water of douche • Raadpleeg een arts |
| Ogen | • Spoel minimaal 15 minuten met water • Alleen als dit moeiteloos kan: verwijder (eventuele) contactlenzen eerst • Breng betrokkene naar (oog)arts |
| Inslikken | • Laat betrokkene mond spoelen met water en weer uitspugen • Laat betrokkene rusten • NIET laten braken! • Zet direct spoedeisende hulp in |
3. Veiligheidsvoorschriften voor het werken met graffitiverwijderaars
1. Vermijd het gebruik van producten met methyleenchloride.
Er zijn aanwijzingen dat deze stof kankerverwekkend is. Of een product methyleenchloride bevat, kunt u nagaan door het etiket of door rubriek 2 Samenstelling en informatie over de bestanddelen van het VeiligheidsInformatieBlad (VIB) te raadplegen. Methyleenchloride kan onder verschillende namen voorkomen, maar is in rubriek 2 te herkennen aan zijn unieke identificatienummer, namelijk aan EG-nummer 200-838-9 en CAS-nummer 75-09-2.
Soms is het gebruik van methyleenchloride noodzakelijk, maar niet altijd. Probeer voor aanvang van de klus drie alternatieven zonder methyleenchloride. Beschikbare alternatieve producten zijn bijvoorbeeld graffitiverwijderaars op basis van benzylalcohol (EG-nummer 202-859-9, CAS-nummer 100-51-6), 2-amino-alcohol (EG-nummer 205-483-3, CAS-nummer 141-43-5) of N-methyl-2-Pyrrolidon (EG-nummer 212-828-1, CAS-nummer 872-50-4).
Deze producten zijn relatief minder schadelijk, maar kunnen de gezondheid nog steeds schade toebrengen. Ook kennen ze vaak een (iets) langere inwerktijd.
2. Kies voor aromaatvrije of -arme producten.
Aromatische koolwaterstoffen vormen een groep van stoffen die ernstige gezondheidseffecten kunnen veroorzaken, waaronder schade van de lever, nieren en het zenuwstelsel. Kies daarom voor producten zonder deze stoffen. In sommige gevallen staan aromatische koolwaterstoffen als groep van stoffen genoemd in rubriek 2 van het VIB. Neem bij twijfel contact op met uw leverancier.
3. Verwijder graffiti altijd op de manier zoals het bedrijf voorschrijft. Neem daarbij de inwerktijd in acht.
De voorschriften zorgen ervoor dat de graffiti effectief wordt verwijderd zonder de ondergrond te beschadigen.
4. Gebruik de dosering die op de verpakking staat aangegeven in het geval dat bedrijfsvoorschriften hierover ontbreken.
Om goed te reinigen is het van belang dat niet te veel of te weinig graffitiverwijderaar gebruikt wordt.
5. Gebruik bij voorkeur een pasta in plaats van een (dunnere) vloeistof.
Bij het gebruik van vloeistoffen op poreuze- bijvoorbeeld steenachtige – ondergronden dringt de graffiti vaak in de ondergrond waardoor er vrijwel niet verwijderbare vlekvorming ontstaat. Veel graffitiverwijderaars worden ook als pasta of als verdikte vloeistof geleverd. Hiermee is het makkelijker om de contacttijd met het oppervlak te vergroten. Bijkomend voordeel is dat de kans op spatten – en daarmee de kans op contact met de huid of ogen – kleiner is.
6. Meng nooit graffitiverwijderaars bij elkaar of met andere reinigingsmiddelen.
Door mengen kunnen mogelijk (zeer) gevaarlijke stoffen ontstaan!
7. Sluit doppen en deksels van verpakkingen direct na gebruik goed af.
Het product blijft dan schoon en onnodige blootstelling aan gevaarlijke stoffen wordt voorkomen.
8. Zorg voor voldoende ventilatie als gereinigd wordt in een beschutte of binnenruimte.
Door te ventileren wordt minder ingeademd van verdampende graffitiverwijderaar.
9. Verspuiten van graffitiverwijderaars is alleen veilig met producten met de volgende labelling op het etiket:
– geen R-zin of labelling
– R36: Irriterend voor de ogen
– R38: Irriterend voor de huid
– R65: Schadelijk. Kan longschade veroorzaken na verslikken.
Overige graffitiverwijderaars niet verspuiten!
Verspuiten vergroot de kans op huidcontact. Bovendien kunnen tijdens het verspuiten kleine deeltjes ontstaan die makkelijk ingeademd worden. Dat kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
10. Gebruik bij het opbrengen van de graffitiverwijderaar een blokkwast, roller of luiwagen op langere steel.
Hiermee wordt de afstand tot de graffitiverwijderaar vergroot en wordt de kans op huidcontact dus kleiner.
11. Eerst de gevel onder lage druk spoelen, dan hoge druk reinigen.
Na het opbrengen en inwerken van de graffitiverwijderaar wordt de ondergrond meestal direct onder hoge druk gereinigd. Terugkaatsing veroorzaakt blootstelling aan de graffitiverwijderaar en het vrijkomende vuil. De blootstelling wordt verlaagd door de gevel eerst onder lage druk af te spoelen en vervolgens onder hoge druk af te spuiten.
12. Naar beneden gericht en onder schouderhoogte afspuiten.
Hierdoor is de kans op huidblootstelling veel lager.
13. Voorkom contact met de losgeweekte graffiti.
Ook blootstelling aan de losgekomen graffiti kan schadelijk zijn!
14. Voorkom dat anderen blootgesteld worden aan de graffitiverwijderaar.
Waarschuw collega’s en voorbijgangers dat zij zich op afstand houden. Bijvoorbeeld door de werkplek af te bakenen met een lint en het afzetten van de steiger met steigergaas (hier bestaat een norm voor).
15. Persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) graffitiverwijderaars – algemeen
a. Gebruik de juiste PBM’s.
b. Gebruik alleen schone en goed onderhouden PBM’s.
c. Draag altijd vloeistofdichte/kunststof handschoenen.
Welk type handschoen het meest geschikt is, is afhankelijk van de specifieke graffitiverwijderaar. Informatie hierover is te vinden in het VeiligheidsInformatieBlad, rubriek 8 Maatregelen ter beheersing van blootstelling/Persoonlijke bescherming.
d. Draag altijd een overall.
e. Draag bij het opbrengen van graffitiverwijderaar een veiligheidsbril.
f. Gebruik adembescherming wanneer langer dan 30 minuten gewerkt wordt in een kleine besloten ruimte of ruimte waar ventilatie niet mogelijk is. Kies een juist filter.
Welk type het meest geschikt is, is afhankelijk van de specifieke graffitiverwijderaar. Informatie hierover is te vinden in het VIB, rubriek 8, Maatregelen ter beheersing van blootstelling/Persoonlijke bescherming.
16. Persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) graffitiverwijderaars met methyleenchloride
| Wanneer? | Welke PBM? |
|---|---|
| Bij het inborstelen/kwasten/rollen van methyleenchloride | • Handschoenen van PVC • Halfgelaatsmasker met filtertype AX voor organische oplosmiddelen |
| Bij het schoonspuiten van gevel na inwerking van het methyleenchloride | • Gelaatsscherm • Vloeistofdichte overall met daaraan vaste laarzen en handschoenen van polyvinylalcohol.Let op: zorg ervoor dat er bij gebruik geen vloeistof in de handschoenen/laarzen kan lopen. |
17. EHBO-maatregelen bij gebruik van graffitiverwijderaars met methtyleenchloride
| Algemeen | In alle gevallen van twijfel of wanneer symptomen blijven bestaan: raadpleeg een arts |
| Inademen | • Breng de betrokkene in de frisse lucht • Laat betrokkene rusten |
| Huid | • Trek aan de huid vastgeplakte kleding NIET los, maar spoel EERST met veel water of douche • Raadpleeg een arts |
| Ogen | • Spoel minimaal 15 minuten met water • Alleen als dit moeiteloos kan: verwijder (eventuele) contactlenzen eerst • Breng betrokkene naar (oog)arts |
| Inslikken | • Laat betrokkene mond spoelen met water en weer uitspugen • Laat betrokkene rusten • Zet direct spoedeisende hulp in |
b. PROTOCOL VEILIG WERKEN MET STOFFEN IN DE TRANSPORTREINIGING
1. ALGEMEEN
Reinigingsproducten kunnen stoffen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.
Soms zijn die stoffen zó schadelijk dat het gebruik van producten die deze stoffen bevatten, verboden is.
Andere stoffen mogen alleen maar in een beperkte concentratie voorkomen in reinigingsproducten. Bovendien moeten er bij de toepassing van sommige producten nog aanvullende veiligheidsvoorschriften – ten aanzien van de werkwijze of het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bijvoorbeeld – in acht genomen worden.
In dit protocol zijn alle, voor de transportreiniging geldende, voorschriften op een rij gezet.1
De voorschriften zijn verplicht. De Arbeidsinspectie controleert of aan de verplichtingen voldaan wordt.
2. DOEL VAN HET PROTOCOL
Het voorkomen van blootstelling aan stoffen die een (ernstig) gezondheidseffect kunnen veroorzaken. Hiertoe zijn in het protocol dwingende voorschriften vastgelegd.
3. DOELGROEP
Dit protocol is bedoeld voor werkgevers en werknemers (en opdrachtgevers) van schoonmaakbedrijven werkzaam in de transportreiniging. Hieronder wordt verstaan het reinigen van vervoermiddelen zoals treinen, bussen, metro’s, trams en vliegtuigen voor personenvervoer alsmede het reinigen van abri’s, perrons en haltes.
4. VERPLICHTINGEN
Werkgever is verplicht om:
• werknemers te voorzien van de juiste – toegestane reinigingsproducten en de noodzakelijke en juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s).
• (nieuwe) werknemers juist te instrueren over de in acht te nemen veiligheidsvoorschriften.
• erop toe te zien dat werknemers de veiligheidsvoorschriften naleven en de PBM’s gebruiken.
• indien de opdrachtgever bepaalt welk reinigingsproduct gebruikt moet worden of indien de opdrachtgever de reinigingsproducten verstrekt: erop toe te zien dat dit uitsluitend toegestane reinigingsproducten zijn.
Werknemer is verplicht om:
• de door of namens werkgever gegeven voorschriften en instructie na te leven.
• de door de werkgever ter beschikking gestelde PBM’s op de juiste wijze te gebruiken en te onderhouden.
2. GEVAARLIJKE STOFFEN IN TRANSPORTREINIGINGS-PRODUCTEN
1. ALGEMEEN
Of en in welke mate een bepaalde stof schadelijk is voor de gezondheid is mede afhankelijk van de omstandigheden waaronder het product dat deze stof bevat wordt toegepast. Een verbod op een bepaalde stof dient daarom beschouwd te worden in combinatie met een of meerdere specifieke productsoorten.
Onderscheid wordt gemaakt tussen stoffen die altijd verboden zijn en stoffen waarvoor geldt dat zij uitsluitend in een beperkte concentratie mogen voorkomen in reinigingsproducten.
In paragraaf 2.2. wordt aangegeven welke stoffen verboden zijn, hoe u deze kunt herkennen, welke productsoorten die in de transportreiniging gebruikt worden mogelijk deze stoffen bevatten en wat goede alternatieven zijn voor verboden producten/stoffen.
In paragraaf 2.3 wordt aangegeven welke stoffen uitsluitend in een beperkte concentratie mogen worden toegepast, hoe u deze stoffen kunt herkennen, welke concentratie maximaal is toegestaan en welke productsoorten mogelijk deze stoffen bevatten.
2. VERBODEN STOFFEN/PRODUCTEN EN ALTERNATIEVEN
Of een product een bepaalde stof bevat, kunt u nagaan door het VeiligheidsInformatieBlad (VIB) te raadplegen (rubriek 2 Samenstelling en informatie over de bestanddelen). Stoffen kunnen onder verschillende namen voorkomen, maar zijn in rubriek 2 te herkennen aan hun unieke identificatienummer, het zogenaamde EG-nummer (ook wel EINECS of ELINCS) en CAS-nummer.
EG-nummers en CAS-nummers zijn er alleen voor individuele stoffen. Voor groepen van stoffen, zoals bijvoorbeeld vluchtige organische stoffen (VOS), is geen EG-nummer of CAS-nummer beschikbaar; deze zijn dus lastiger te herkennen.
1. VERBODEN STOFFEN/PRODUCTEN
| VERBODEN STOF | HERKENNEN | PRODUCTSOORT DIE MOGELIJK DEZE STOF BEVAT |
|---|---|---|
| Methyleenchloride | EG-nummer 200-838-9 CAS-nummer 75-09-2 | • afbijtmiddel • graffitiverwijderaar |
| Fluorwaterstofzuur | EG-nummer 231-634-8 CAS-nummer 7664-39-3 | zure gevelreiniger |
| Vluchtige Organische Stoffen (VOS) | Geen CAS-nummer. Raadpleeg VIB, rubriek 2 Samenstelling en informatie over de bestanddelen en rubriek 9 Fysische en chemische eigenschappen: bevat het product koolwaterstof-verbindingen – chemische verbindingen van onder andere koolstof (C) en waterstof (H) – met een dampspanning > 20 Pa bij 20° C dan is het verboden! | ontvetter |
3. ALTERNATIEVEN
| VERBODEN PRODUCT/STOF | ALTERNATIEF PRODUCT/STOF | HERKENNEN STOF |
|---|---|---|
| Afbijtmiddel en graffiti-verwijderaar op basis van methyleenchloride | Afbijtmiddel en graffitiverwijderaar op basis van:• N-methyl-2-pyrrolidon (NMP) of: | EG-nummer 212-828-1 CAS-nummer 872-50-4 |
| • Dibasische esters (dit is een mengsel van drie stoffen: • dimethyladipaat • dimethylglutaraat • dimethylsuccinaat | EG-nummer 211-020-6 CAS-nummer 627-93-0 EG-nummer 214-277-2 CAS-nummer 1119-40-0 EG-nummer 203-419-9 CAS-nummer 106-65-0 | |
| • Benzylalcohol of: | EG-nummer 202-859-9 CAS-nummer 100-51-6 | |
| • 2-amino-alcohol | EG-nummer 205-483-3 CAS-nummer 141-43-5 | |
| Zure reiniger op basis van fluorwaterstof | Pasta op basis van: Ammoniumbifluoride | EG-nummer 215-676-4 CAS-nummer 1341-49-7 |
| Ontvetter op basis van vluchtige organische stoffen (VOS) | Licht alkalische reinigers op basis van:• Natronloog of: | EG-nummer 215-185-5CAS-nummer 1310-73-2 |
| • Kaliloog | EG-nummer 15-181-3 CAS-nummer 1310-58-3 | |
| of: | ||
| Ontvetter op basis van: plantaardige vetzure etsers | Geen CAS-nummer |
3. STOFFEN UITSLUITEND TOEGESTAAN IN BEPERKTE CONCENTRATIE
| STOF | HERKENNEN | MAX. TOEGESTANE CONCENTRATIE | PRODUCTSOORT DIE MOGELIJK DEZE STOF BEVAT |
|---|---|---|---|
| Ammonia | EG-nummer 215-185-5 CAS-nummer 1310-73-2 | 5% | Alkalische reiniger Graffitiverwijderaar |
| Zoutzuur | EG-nummer 231-595-7 CAS-nummer 7647-01-0 | 10% | Ontkalkers Zure reinigers WC-reinigers |
3. AANVULLENDE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE TOEPASSING VAN GRAFFITIVERWIJDERAARS
1. Verwijder graffiti altijd op de manier zoals het bedrijf voorschrijft. Neem daarbij de inwerktijd in acht.
De voorschriften zorgen ervoor dat de graffiti effectief wordt verwijderd zonder de ondergrond te beschadigen.
2. Gebruik de dosering die op de verpakking staat aangegeven in het geval dat bedrijfsvoorschriften hierover ontbreken.
Om goed te reinigen is het van belang dat niet te veel of te weinig graffitiverwijderaar gebruikt wordt.
3. Gebruik bij voorkeur een pasta in plaats van een (dunnere) vloeistof.
Veel graffitiverwijderaars worden ook als pasta of als aangedikte vloeistof geleverd. Hiermee is het makkelijker om de contacttijd met het oppervlak te vergroten. Bijkomend voordeel is dat de kans op spatten – en daarmee de kans op contact met de huid of ogen – kleiner is.
4. Meng nooit graffitiverwijderaars bij elkaar of met andere reinigingsmiddelen.
Door mengen kunnen mogelijk (zeer) gevaarlijke stoffen ontstaan!
5. Sluit doppen en deksels van verpakkingen direct na gebruik goed af.
Het product blijft dan schoon en onnodige blootstelling aan schadelijke stoffen wordt voorkomen.
6. Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waar gereinigd wordt.
Door te ventileren wordt minder ingeademd van verdampende graffitiverwijderaar. Gebruik als dit is toegestaan het ventilatiesysteem van de trein, metro of bus of zet ramen of deuren open.
7. Verspuiten van graffitiverwijderaars is alleen veilig met producten met de volgende labelling op het etiket:
– geen R-zin of labelling
– R36: Irriterend voor de ogen
– R38: Irriterend voor de huid
– R65: Schadelijk. Kan longschade veroorzaken na verslikken.
Overige graffitiverwijderaars niet verspuiten!
Verspuiten vergroot de kans op huidcontact. Bovendien kunnen tijdens het verspuiten kleine deeltjes ontstaan die makkelijk ingeademd worden. Dat kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
8. Gebruik bij het opbrengen van de graffitiverwijderaar een blokkwast, roller of luiwagen op langere steel.
Hiermee wordt de afstand tot de graffitiverwijderaar vergroot en wordt de kans op huidcontact dus kleiner.
9. Gebruik zo mogelijk voorbehandelde doekjes met graffitiverwijderaar.
Bij gebruik van voorbehandelde doekjes wordt het morsen van de graffitiverwijderaar voorkomen.
10. Voorkom contact met de losgeweekte graffiti.
Ook blootstelling aan de losgekomen graffiti kan schadelijk zijn!
11. Voorkom dat anderen blootgesteld worden aan de graffitiverwijderaar.
Waarschuw collega’s en voorbijgangers dat zij zich op afstand houden. Bijvoorbeeld door de werkplek af te bakenen met een lint.
12. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN (PBM’s)
a. Gebruik de juiste PBM’s
b. Gebruik alleen schone en goed onderhouden PBM’s.
c. Draag altijd vloeistofdichte/kunststof handschoenen.
Welk type handschoen het meest geschikt is, is afhankelijk van de specifieke graffitiverwijderaar. Informatie hierover is te vinden in het VIB, rubriek 8 Maatregelen ter beheersing van blootstelling/Persoonlijke bescherming.
d. Draag altijd een overall.
e. Draag bij het opbrengen van graffitiverwijderaar een veiligheidsbril.
f. Gebruik adembescherming wanneer langer dan 30 minuten gewerkt wordt in een kleine besloten ruimte of ruimte waar ventilatie niet mogelijk is. Kies een juist filter.
Welk type het meest geschikt is, is afhankelijk van de specifieke graffitiverwijderaar. Informatie hierover is te vinden in het VIB, rubriek 8, Maatregelen ter beheersing van blootstelling/Persoonlijke bescherming.
C. PROTOCOL VEILIG WERKEN MET DESINFECTIE-MIDDELEN IN DE GEZONDHEIDSZORG
1. ALGEMEEN
Desinfectiemiddelen kunnen stoffen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.
Bij de toepassing van desinfectiemiddelen moeten daarom veiligheidsvoorschriften – ten aanzien van de werkwijze of het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bijvoorbeeld – in acht genomen worden.
In dit protocol zijn alle, voor de desinfectiewerkzaamheden in de gezondheidszorg geldende voorschriften op een rij gezet.1
2 De voorschriften zijn verplicht. De Arbeidsinspectie controleert of aan de verplichtingen voldaan wordt.
2. DOEL VAN HET PROTOCOL
Het voorkomen van blootstelling aan stoffen die een (ernstig) gezondheidseffect kunnen veroorzaken. Hiertoe zijn in het protocol dwingende voorschriften vastgelegd.
3. DOELGROEP
Dit protocol is bedoeld voor werkgevers en werknemers (en opdrachtgevers) van schoonmaakbedrijven werkzaam in de gezondheidszorg.
4. VERPLICHTINGEN
Werkgever is verplicht om:
• werknemers te voorzien van de juiste – toegestane reinigingsproducten en de noodzakelijke en juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s).
• (nieuwe) werknemers juist te instrueren over de in acht te nemen veiligheidsvoorschriften.
• erop toe te zien dat werknemers de veiligheidsvoorschriften naleven en de PBM’s gebruiken.
• indien de opdrachtgever bepaalt welk product gebruikt moet worden of indien de opdrachtgever de producten verstrekt: erop toe te zien dat dit uitsluitend toegestane producten zijn.
Werknemer is verplicht om:
• de door of namens werkgever gegeven voorschriften en instructie na te leven.
• de door de werkgever ter beschikking gestelde PBM’s op de juiste wijze te gebruiken en te onderhouden.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DESINFECTIE-WERKZAAMHEDEN IN DE GEZONDHEIDSZORG
1. ALGEMEEN
De veiligheidsvoorschriften bestaan uit:
– Algemene voorschriften veilig werken tijdens desinfectie (paragraaf 2.2)
– Voorschriften bij desinfecteren met behulp van chloortabletten (paragraaf 2.3)
– Voorschriften bij desinfecteren met behulp van alcohol 70% (paragraaf 2.4)
2. ALGEMENE VOORSCHRIFTEN VEILIG WERKEN TIJDENS DESINFECTIE
1. Desinfecteer altijd op de manier zoals het ziekenhuis, verpleeg- of verzorgingshuis voorschrijft.
De voorschriften zorgen ervoor dat besmetting voorkomen wordt, dat er alleen gedesinfecteerd wordt als dit noodzakelijk is en dat de juiste inwerktijd voor een desinfectiemiddel wordt gebruikt. Voor actuele voorschriften voor infectiepreventie wordt verwezen naar de WIP-richtlijnen van de Werkgroep Infectie Preventie op www.wip.nl.
2. Gebruik alleen desinfectiemiddelen die wettelijk zijn toegestaan voor het doel.
Deze zijn getest en geschikt bevonden om te gebruiken als desinfectiemiddel voor een bepaald doel. Ze zijn te herkennen aan het N-nummer op het etiket en vallen onder de bestrijdingsmiddelenwet.
3. Gebruik de dosering die op de verpakking staat aangegeven.
Om goed te desinfecteren is het van belang dat niet te veel of te weinig desinfectiemiddel gebruikt wordt.
4. Meng nooit desinfectiemiddelen met elkaar of met andere reinigingsmiddelen tenzij dit door de leverancier van het middel is aangegeven.
Door mengen kunnen mogelijk (zeer) gevaarlijke stoffen ontstaan en kan het desinfectiemiddel onwerkzaam worden.
5. Sluit doppen en deksels van verpakkingen direct na gebruik goed af.
Het product blijft dan schoon en onnodige blootstelling aan desinfectiemiddelen wordt voorkomen.
6. Vernevel of verspuit alleen desinfectiemiddelen die daarvoor zijn toegelaten.
Door te vernevelen of verspuiten kun je desinfectiemiddelen gemakkelijk inademen en dat kan ongezond zijn.
7. Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waar je desinfecteert.
Door te ventileren wordt minder ingeademd van verdampende desinfectiemiddelen. Je kunt mechanisch ventileren of ventileren door het open zetten van ramen en deuren.
8. Gebruik de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze om besmetting te voorkomen.
3. DESINFECTEREN MET BEHULP VAN CHLOORTABLETTEN
1. Maak chlooroplossingen pas vlak voor gebruik klaar.
De concentratie actief chloor – en hiermee de werking van het middel -neemt namelijk af in de tijd.
2. Los chloortabletten alleen op in KOUD water.
Bij het oplossen in warm water kunnen giftige gassen (chloorgas) vrijkomen.
3. Meng chloortabletten NOOIT met andere producten tenzij dit door de leverancier van het middel is aangegeven.
Bij mengen kan het giftige chloorgas vrijkomen. Met behulp van een goede werkinstructie kan voorkomen worden dat deze middelen bij elkaar komen.
4. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN
| Wanneer? | Welke PBM? |
|---|---|
| • Tijdens het aanmaken van de chlooroplossing • Tijdens het desinfecteren De chlooroplossing kan de huid matig irriteren, zodat bij veelvuldige blootstelling huidirritatie kan ontstaan. | Handschoenen van neopreen PVC |
| • Als er tijdens het desinfecteren risico is op spatten De chlooroplossing is irriterend voor de ogen. | Veiligheidsbril |
5. EHBO-maatregelen
| Algemeen | In alle gevallen van twijfel of wanneer symptomen blijven bestaan: raadpleeg een arts |
| • Inademen | • Breng de betrokkene in de frisse lucht • Laat betrokkene rusten • Breng betrokkene in halfzittende houding • Zet direct spoedeisende hulp in |
| • Huid | • Trek aan de huid vastgeplakte kleding NIET los, maar spoel EERST met veel water of douche • Raadpleeg een arts |
| • Ogen | • Spoel minimaal 15 minuten met water • Alleen als dit moeiteloos kan: verwijder (eventuele) contactlenzen eerst • Breng betrokkene naar (oog)arts |
| • Inslikken | • Laat betrokken mond spoelen met water (en weer uitspugen) • Laat betrokkene rusten • NIET laten braken! • Zet direct spoedeisende hulp in |
4. DESINFECTEREN MET BEHULP VAN ALCOHOL 70%
• Gebruik alcohol 70% alleen voor het desinfecteren van kleine oppervlakken (maximaal 50x50 cm) zoals bloedspatjes op bijvoorbeeld nachtkastjes of instrumententafel en niet voor grote oppervlakken als vloeren e.d.
Alcohol is vluchtig. Hierdoor kan de concentratie in de lucht heel snel toenemen en kun je het makkelijk inademen. Alcohol is ook zeer licht ontvlambaar.
• PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN
| Wanneer? | Welke PBM? |
|---|---|
| • Tijdens het werken met alcohol Alcohol kan bij veelvuldige blootstelling ontvettend werken op de huid waardoor huidirritatie kan ontstaan. | Handschoenen van butylrubber of neopreen |
3. EHBO-maatregelen
| Algemeen | In alle gevallen van twijfel of wanneer symptomen blijven bestaan: raadpleeg een arts. |
| Inademen | • Breng de betrokkene in de frisse lucht • Laat betrokkene rusten • Raadpleeg een arts |
| Huid | • Trek aan de huid vastgeplakte kleding NIET los, maar spoel EERST met veel water of douche |
| Ogen | • Spoel minimaal 15 minuten met water • Alleen als dit moeiteloos kan: verwijder (eventuele) contactlenzen eerst • Breng betrokkene naar (oog)arts |
| Inslikken | • Laat betrokken mond spoelen met water (en weer uitspugen) |
d. PROTOCOL VEILIG WERKEN MET STOFFEN IN DE REGULIERE SCHOONMAAK
1. ALGEMEEN
Reinigingsproducten kunnen stoffen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.
Soms zijn die stoffen zó schadelijk dat het gebruik van producten die deze stoffen bevatten, verboden is.
Andere stoffen mogen alleen maar in een beperkte concentratie voorkomen in reinigingsproducten.
In dit protocol zijn alle, voor de reguliere schoonmaak geldende, voorschriften op een rij gezet.1
De voorschriften zijn wettelijk verplicht. De Arbeidsinspectie controleert of aan de verplichtingen voldaan wordt.
2. DOEL VAN HET PROTOCOL
Het voorkomen van blootstelling aan stoffen die een (ernstig) gezondheidseffect kunnen veroorzaken. Hiertoe zijn in het protocol dwingende voorschriften vastgelegd.
3. DOELGROEP
Dit protocol is bedoeld voor werkgevers en werknemers (en opdrachtgevers) van schoonmaakbedrijven werkzaam in de reguliere schoonmaak.
4. VERPLICHTINGEN
Werkgever is verplicht om:
• werknemers te voorzien van de juiste – toegestane reinigingsproducten en de noodzakelijke en juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s).
• (nieuwe) werknemers juist te instrueren over de in acht te nemen veiligheidsvoorschriften.
• erop toe te zien dat werknemers de veiligheidsvoorschriften naleven en de PBM’s gebruiken.
• indien de opdrachtgever bepaalt welk reinigingsproduct gebruikt moet worden of indien de opdrachtgever de reinigingsproducten verstrekt: erop toe te zien dat dit uitsluitend toegestane reinigingsproducten zijn.
Werknemer is verplicht om:
• de door of namens werkgever gegeven voorschriften en instructie na te leven.
• de door de werkgever ter beschikking gestelde PBM’s op de juiste wijze te gebruiken en te onderhouden.
2. GEVAARLIJKE STOFFEN IN REINIGINGSPRODUCTEN REGULIERE SCHOONMAAK
1. ALGEMEEN
Of en in welke mate een bepaalde stof schadelijk is voor de gezondheid is mede afhankelijk van de omstandigheden waaronder het product dat deze stof bevat wordt toegepast. Een verbod op een bepaalde stof dient daarom beschouwd te worden in combinatie met een of meerdere specifieke productsoorten.
Onderscheid wordt gemaakt tussen stoffen die altijd verboden zijn en stoffen waarvoor geldt dat zij uitsluitend in een beperkte concentratie mogen voorkomen in reinigingsproducten.
In paragraaf 2.2. wordt aangegeven welke stoffen verboden zijn, hoe u deze kunt herkennen, welke productsoorten die in reguliere schoonmaak gebruikt worden mogelijk deze stoffen bevatten en wat goede alternatieven zijn voor de verboden producten/stoffen.
In paragraaf 2.3 wordt aangegeven welke stoffen uitsluitend in een beperkte concentratie mogen worden toegepast, hoe u deze stoffen kunt herkennen, welke concentratie maximaal is toegestaan en welke productsoorten mogelijk deze stoffen bevatten.
2. VERBODEN STOFFEN/PRODUCTEN EN ALTERNATIEVEN
Of een product een bepaalde stof bevat, kunt u nagaan door het VeiligheidsInformatieBlad (VIB) te raadplegen (rubriek 2 Samenstelling en informatie over de bestanddelen). Stoffen kunnen onder verschillende namen voorkomen, maar zijn in rubriek 2 te herkennen aan hun unieke identificatienummer, het zogenaamde EG-nummer (ook wel EINECS of ELINCS) en CAS-nummer.
1. VERBODEN STOFFEN/PRODUCTEN
| VERBODEN STOF | HERKENNEN | PRODUCTSOORT DIE MOGELIJK DEZE STOF BEVAT |
|---|---|---|
| Formaldehyde | EG-nummer 200-001-8 CAS-nummer 50-00-0 | • Vloerreinigers• Vloeronderhoudsmiddelen • Vloerstrippers • Dagelijkse sanitairreinigers • Spiegel- en glasreinigers • Tapijtshampoos • Keukenreinigers |
3. ALTERNATIEVEN
| VERBODEN PRODUCT/STOF | ALTERNATIEF PRODUCT/STOF | HERKENNEN STOF |
|---|---|---|
| • Vloerreinigers • Vloeronderhoudsmiddelen • Vloerstrippers • Dagelijkse sanitairreinigers • Spiegel- en glasreinigers • Tapijtshampoos • Keukenreinigers | • Vloerreinigers • Vloeronderhoudsmiddelen • Vloerstrippers • Dagelijkse sanitairreinigers • Spiegel- en glasreinigers • Tapijtshampoos • Keukenreinigers | In bijlage 3.1 is een lijst opgenomen van geschikte formaldehyde donoren. |
| op basis van: formaldehyde | met formaldehyde donoren |
3. STOFFEN UITSLUITEND TOEGESTAAN IN BEPERKTE CONCENTRATIE
| STOF | HERKENNEN | MAX. TOEGESTANE CONCENTRATIE | PRODUCTSOORT DIE MOGELIJK DEZE STOF BEVAT |
|---|---|---|---|
| Ammonia | EG-nummer 215-185-5 CAS-nummer 1310-73-2 | 5% | Alkalische reiniger Graffitiverwijderaar |
| Zoutzuur | EG-nummer 231-595-7 CAS-nummer 7647-01-0 | 10% | Ontkalkers WC-reinigers |
| Sensibiliserende conserveermiddelen | Dit is een verzamelnaam. Reinigingsproducten die geclassificeerd zijn met R 42 Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing of R 43 Kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid. | Varieert per middel. Als het reinigingsproduct niet geclassificeerd is met R42 of 43 dan bevat het geen stoffen boven de toegestane concentratie | • Vloerreinigers • Vloeronderhoudsmiddelen • Vloerstrippers • Dagelijkse sanitairreinigers • Spiegel- en glasreinigers • Tapijtshampoos • Keukenreinigers • Sproeiextractiemiddelen |
| N.B. Het in onverdunde vorm toepassen van producten die gelabeld zijn met R42 of R43 is altijd verboden. Het in verdunde vorm toepassen van producten die gelabeld zijn met R42 of R42 is niet toegestaan indien de gebruikelijke leverancier geschikte alternatieve producten kan leveren. | |||
| Formaldehyde-donoren | Dit is een verzamelnaam.In de bijlage is onder 3.1 een lijst opgenomen van de meest voorkomende formaldehyde donoren. | Varieert per formaldehyde-donor. Zie bijlage 3.1 voor de toegestane concentratie. | • Vloerreinigers • Vloeronderhoudsmiddelen • Vloerstrippers • Dagelijkse sanitairreinigers • Spiegel- en glasreinigers • Tapijtshampoos • Keukenreinigers |
| Butylglycol | EG-nummer 203-905-0CAS-nummer 111-76-2 | 20% | • Vloerreinigers • Vloerstrippers • Dagelijkse sanitairreinigers • Spiegel- en glasreinigers• Tapijtshampoos • Keukenreinigers • Sproeiextractiemiddelen • Interieurreinigers |
1. FORMALDEHYDE DONOREN*)
| Naam | EG-nummer | CAS-nummer | max. toegestane concentratie |
|---|---|---|---|
| Imidazolidinyl ureum | 254-372-6 | 39236-46-9 | n.v.t. |
| Diazolidinyl ureum | 278-928-2 | 78491-02-8 | n.v.t. |
| Bronopol | 200-143-0 | 52-51-7 | 5% |
| DMDM hydantoine | 229-222-8 | 6440-58-0 | n.v.t. |
| Benzylformal | 203-214-4 | 104-57-4 | 1% |
| Sodium hydroxymethylglycinaat | 274-357-8 | 70161-44-3 | n.v.t. |
*) Tolk M., 1990. Contactallergie voor formaldehyde en formaldehyde-donoren. Wetenschapswinkel Geneeskunde, rapportnummer 9006.
e. PROTOCOL VEILIG WERKEN MET STOFFEN IN DE VOEDINGSMIDDELENSECTOR
1. ALGEMEEN
Reinigingsproducten kunnen stoffen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.
Sommige stoffen zijn dermate schadelijk dat bij de toepassing van producten die deze stoffen bevatten specifieke veiligheidsvoorschriften – ten aanzien van de werkwijze of het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bijvoorbeeld – in acht genomen moeten worden.
In dit protocol zijn alle, voor de voedingsmiddelensector geldende voorschriften op een rij gezet.1
De voorschriften zijn verplicht. De Arbeidsinspectie controleert of aan de verplichtingen voldaan wordt.
2. DOEL VAN HET PROTOCOL
Het voorkomen van blootstelling aan stoffen die een (ernstig) gezondheidseffect kunnen veroorzaken. Hiertoe zijn in het protocol dwingende voorschriften vastgelegd.
3. DOELGROEP
Dit protocol is bedoeld voor werkgevers en werknemers (en opdrachtgevers) van schoonmaakbedrijven werkzaam in de gevelreiniging.
4. VERPLICHTINGEN
Werkgever is verplicht om:
• werknemers te voorzien van de juiste – toegestane reinigingsproducten en de noodzakelijke en juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s).
• (nieuwe) werknemers juist te instrueren over de in acht te nemen veiligheidsvoorschriften.
• erop toe te zien dat werknemers de veiligheidsvoorschriften naleven en de PBM’s gebruiken.
• indien de opdrachtgever bepaalt welk reinigingsproduct gebruikt moet worden of indien de opdrachtgever de reinigingsproducten verstrekt: erop toe te zien dat dit uitsluitend toegestane reinigingsproducten zijn.
Werknemer is verplicht om:
• de door of namens werkgever gegeven voorschriften en instructie na te leven.
• de door de werkgever ter beschikking gestelde PBM’s op de juiste wijze te gebruiken en te onderhouden.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN VOOR DE VOEDINGSMIDDELENSECTOR
1. ALGEMEEN
De volgende veiligheidsvoorschriften zijn van toepassing:
– Algemene voorschriften veilig werken met desinfectiemiddelen plus EHBO-maatregelen (paragraaf 2.2)
– Desinfecteren met behulp van chloortabletten (paragraaf 2.3)
– Het gebruik van alcoholdoekjes (paragraaf 2.4)
– Desinfecteren met behulp van sproeiflacon (paragraaf 2.5)
– Desinfecteren met behulp van verhoogde druk of handpompje (paragraaf 2.6)
– Desinfecteren met behulp van dompelblad (paragraaf 2.7)
– Desinfecteren door middel van cleaning in place(CIP)-reiniging (paragraaf 2.8).
2. ALGEMENE VOORSCHRIFTEN VEILIG WERKEN MET DESINFECTIEMIDDELEN
9. Desinfecteer altijd op de manier zoals het bedrijf voorschrijft.
De voorschriften zorgen ervoor dat besmetting voorkomen wordt, dat er alleen gedesinfecteerd wordt als dit noodzakelijk is en dat de juiste inwerktijd voor een desinfectiemiddel wordt gebruikt.
Voor actuele voorschriften m.b.t. voedselveiligheid wordt verwezen naar de bedrijfsspecifieke protocollen (HACCP) en de Voedsel en Warenautoriteit (www.vwa.nl).
10. Gebruik alleen desinfectiemiddelen die wettelijk zijn toegestaan voor het doel.
Deze zijn getest en geschikt bevonden om te gebruiken als desinfectiemiddel voor een bepaald doel. Ze zijn te herkennen aan het N-nummer op het etiket en vallen onder de bestrijdingsmiddelenwet.
11. Gebruik de dosering die op de verpakking staat aangegeven.
Om goed te desinfecteren is het van belang dat niet te veel of te weinig desinfectiemiddel gebruikt wordt.
12. Meng nooit desinfectiemiddelen met elkaar of met andere reinigingsmiddelen tenzij dit door de leverancier van het middel is aangegeven.
Door mengen kunnen mogelijk (zeer) gevaarlijke stoffen ontstaan en kan het desinfectiemiddel onwerkzaam worden.
13. Sluit doppen en deksels van verpakkingen direct na gebruik goed af.
Het product blijft dan schoon en onnodige blootstelling aan desinfectiemiddelen wordt voorkomen.
14. Vernevel of verspuit alleen desinfectiemiddelen die daarvoor zijn toegelaten.
Door te vernevelen of verspuiten kun je desinfectiemiddelen gemakkelijk inademen en dat kan ongezond zijn.
15. Zorg voor voldoende ventilatie in de ruimte waar je desinfecteert.
Door te ventileren wordt minder ingeademd van verdampende desinfectiemiddelen. Je kunt mechanisch ventileren of ventileren door het open zetten van ramen en deuren.
16. Gebruik de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze om besmetting te voorkomen.
17. EHBO-maatregelen
| Algemeen | In alle gevallen van twijfel of wanneer symptomen blijven bestaan: raadpleeg een arts. |
| Inademen | • Breng de betrokkene in de frisse lucht • Laat betrokkene rusten • Breng betrokkene in halfzittende houding • Zet direct spoedeisende hulp in |
| Huid | • Trek aan de huid vastgeplakte kleding NIET los, maar spoel EERST met veel water of douche • Raadpleeg een arts |
| Ogen | • Spoel minimaal 15 minuten met water • Alleen als dit moeiteloos kan: verwijder (eventuele) contactlenzen eerst • Breng betrokkene naar (oog)arts |
| Inslikken | • Laat betrokkenen moed spoelen met water (en weer uitspugen) • Laat betrokkene rusten • NIET laten braken! • Zet direct spoedeisende hulp in. |
3. DESINFECTEREN MET BEHULP VAN CHLOORTABLETTEN
4. Maak chlooroplossingen pas vlak voor gebruik klaar.
De concentratie actief chloor – en hiermee de werking van het middel -neemt namelijk af in de tijd.
5. Los chloortabletten alleen op in KOUD water.
Bij het oplossen in warm water kunnen giftige gassen (chloorgas) vrijkomen.
6. Meng chloortabletten NOOIT met andere producten tenzij dit door de leverancier van het middel is aangegeven.
Bij mengen kan het giftige chloorgas vrijkomen. Met behulp van een goede werkinstructie kan voorkomen worden dat deze middelen bij elkaar komen.
4. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN
| Wanneer? | Welke PBM? |
|---|---|
| • Tijdens het aanmaken van de chlooroplossing • Tijdens het desinfecteren De chlooroplossing kan de huid matig irriteren, zodat bij veelvuldige blootstelling huidirritatie kan ontstaan. | Handschoenen van neopreen of PVC |
| • Als er tijdens het desinfecteren risico is op spatten De chlooroplossing is irriterend voor de ogen. | Veiligheidsbril |
4. HET GEBRUIK VAN ALCOHOLDOEKJES
• Gebruik alcoholdoekjes alleen voor kleine oppervlakken (bijvoorbeeld messen) of in ruimtes waarin niet nat gewerkt kan/mag worden.
Alcohol is vluchtig. Hierdoor kan de concentratie in de lucht heel snel toenemen en kun je het makkelijk inademen. Werk nooit langer dan een half uur met alcoholdoekjes
• Vermijd vonken of open vuur (niet roken!) tijdens het werken met alcoholdoekjes.
Alcohol is zeer licht ontvlambaar.
• PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN
| Wanneer? | Welke PBM? |
|---|---|
| • Tijdens het werken van alcohol Alcohol kan bij veelvuldige blootstelling ontvettend werken op de huid waardoor huidirritatie kan ontstaan. | Handschoenen van butylrubber of neopreen |
| • Langer dan 30 minuten per dag werken met alcoholAlcohol is zeer vluchtig waardoor de concentratie in de lucht snel kan stijgen. De grenswaarde voor ethanol kan na 30 minuten bereikt worden. | Ademhalingsbescherming. Filtertype A. |
5. DESINFECTEREN MET BEHULP VAN SPROEIFLACON
1. Gebruik bij voorkeur doekjes in plaats van een sproeiflacon.
Bij gebruik van doekjes wordt het vernevelen van het product voorkomen.
2. Voorkom het vormen van nevel! Spuit in de werkdoek in plaats van op het oppervlak.
Desinfecteren met een sproeiflacon gebeurt uitsluitend met middelen die snel verdampen. Hierdoor kan de concentratie in de lucht heel snel toenemen en kun je het makkelijk inademen. Werk nooit langer dan een half uur met dit soort midddelen.
3. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN (PBM)
| Wanneer? | Welke PBM? |
|---|---|
| • Tijdens het werken met een sproeiflacon Alcohol kan bij veelvuldige blootstelling ontvettend werken op de huid waardoor huidirritatie kan ontstaan. | Handschoenen van butylrubber of neopreen |
| • Langer dan 30 minuten werken met een sproeiflacon Bij het gebruik van een sproeiflacon kunnen kleine deeltjes geconcentreerd middel (aërosolen) ontstaan die gemakkelijk de ademhalingswegen kunnen binnendringen. | Ademhalingsbescherming. Filtertype A. |
6. DESINFECTEREN MET BEHULP VAN VERHOOGDE DRUK OF HANDPOMPJE
1. Vermijd het gebruik van producten met formaldehyde of glutaaraldehyde.
Formaldehyde en glutaaraldehyde kunnen allergische reacties veroorzaken. Bovendien zijn er aanwijzingen dat formaldehyde kankerverwerkkend is voor de mens. Of een product formaldehyde of glutaaraldehyde bevat, kunt u nagaan door het etiket of het Veiligheidsinformatieblad (VIB) te raadplegen (rubriek 2 Samenstelling en informatie over de bestanddelen). Stoffen kunnen onder verschillende namen voorkomen, maar zijn in rubriek 2 te herkennen aan hun unieke identificatienummer, het zogenaamde EG-nummer (ook wel EINECS of ELINCS) en CAS-nummer.
Formaldehyde heeft EG-nummer 200-001-8 en CAS-nummer 50-00-0. Glutaaraldehyde heeft EG-nummer 203-856-5 en CAS-nummer 111-30-8.
2. Maak gebruik van een doseersysteem!
De grootste risico’s vinden plaats bij het maken van de gebruiksoplossing omdat met geconcentreerde middelen wordt gewerkt. Door gebruik te maken van een doseersysteem kan blootstelling worden voorkomen.
3. Voorkom morsen bij handmatig aanmaken van de gebruiksoplossing.
De grootste risico’s vinden plaats bij het maken van de gebruiksoplossing omdat met geconcentreerde middelen wordt gewerkt. Door gebruik te maken van een doseersysteem kan blootstelling worden voorkomen.
4. Voorkom vernevelen door gebruik van de juiste nozzle (grootte) en druk.
Bij het gebruik van een spuitlans bestaat het risico dat de gebruiksoplossing wordt verneveld. Voorkom dit! Nevel leidt tot hogere blootstellingen dan een grovere druppel. Vraag uw leverancier voor de juiste afstelling van de apparatuur.
5. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN (PBM)
| Wanneer? | Welke PBM? |
|---|---|
| • Bij het handmatig aanmaken van de gebruiksoplossing Tijdens het aanmaken van de gebruiksoplossing wordt gewerkt met geconcentreerde middelen. Tijdens spatten van de middelen kunnen door contact met huid en/of ogen irritatieklachten ontstaan. | • Lange beschermende handschoenen: • van butylrubber of PVC (bij gebruik van aldehyden, oxidatieve middelen of quartinaire ammonium-verbindingen) • van neopreen of PVC (bij gebruik van chloorhoudende verbindingen) |
7. DESINFECTEREN MET BEHULP VAN DOMPELBAD
1. Bij het aanmaken van het dompelbad: altijd eerst het water in het reservoir en pas daarna het desinfectiemiddel.
Wanneer eerst het water in het bad wordt gebracht en daarna het desinfectiemiddel wordt het desinfectiemiddel direct verdund. De spatten die daarna kunnen ontstaan, bestaan dan voornamelijk uit water in plaats van desinfectiemiddel.
2. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN
| Wanneer? | Welke PBM? |
|---|---|
| • Bij het aanmaken van de gebruiksoplossing • Bij gebruik van het dompelbad Tijdens spatten van de middelen kunnen door contact met huid en/of ogen irritatieklachten ontstaan. | • Lange beschermende handschoenen: – van butylrubber of PVC (bij gebruik van aldehyden, oxidatieve middelen of quartinaire ammonium-verbindingen) – van neopreen of PVC (bij gebruik van chloorhoudende verbindingen) • Gelaatsscherm |
8. DESINFECTEREN DOOR MIDDEL VAN CLEANING IN PLACE (CIP)
1. Zorg dat er vóór het openen geen druk op de leidingen staat!
2. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN
| Wanneer? | Welke PBM? |
|---|---|
| Tijdens het aan- en afkoppelen van leidingen Tijdens lekkages of het koppelen van leidingen kan het niet worden uitgesloten dat desinfectiemiddelen uit de leidinggen kunnen ontsnappen. Omdat de vloeistofen onder druk door de leidingen worden geperst zal de vloeistof met een kracht kunnen vrijkomen. | • Lange beschermende handschoenen: – van butylrubber of PVC (bij gebruik van aldehyden, oxidatieve middelen of quartinaire ammonium-verbindingen) – van neopreen of PVC (bij gebruik van chloorhoudende verbindingen) • Gelaatsscherm |
f. PROTOCOL VEILIG WERKEN MET STOFFEN IN DE NON-FOOD/IGK-SECTOR
1. ALGEMEEN
Reinigingsproducten kunnen stoffen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.
Soms zijn die stoffen zó schadelijk dat het gebruik van producten die deze stoffen bevatten, verboden is.
Andere stoffen mogen alleen maar in een beperkte concentratie voorkomen in reinigingsproducten.
In dit protocol zijn alle, voor de non-food/IGK-sector geldende voorschriften op een rij gezet.1
De voorschriften zijn wettelijk verplicht. De Arbeidsinspectie controleert of aan de verplichtingen voldaan wordt.
2. DOEL VAN HET PROTOCOL
Het voorkomen van blootstelling aan stoffen die een (ernstig) gezondheidseffect kunnen veroorzaken. Hiertoe zijn in het protocol dwingende voorschriften vastgelegd.
3. DOELGROEP
Dit protocol is bedoeld voor werkgevers en werknemers (en opdrachtgevers) van schoonmaakbedrijven werkzaam in de non-food/IGK-sector.
4. VERPLICHTINGEN
Werkgever is verplicht om:
• werknemers te voorzien van de juiste – toegestane reinigingsproducten en de noodzakelijke en juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s).
• (nieuwe) werknemers juist te instrueren over de in acht te nemen veiligheidsvoorschriften.
• erop toe te zien dat werknemers de veiligheidsvoorschriften naleven en de PBM’s gebruiken.
• indien de opdrachtgever bepaalt welk reinigingsproduct gebruikt moet worden of indien de opdrachtgever de reinigingsproducten verstrekt: erop toe te zien dat dit uitsluitend toegestane reinigingsproducten zijn.
Werknemer is verplicht om:
• de door of namens werkgever gegeven voorschriften en instructie na te leven.
• de door de werkgever ter beschikking gestelde PBM’s op de juiste wijze te gebruiken en te onderhouden.
2. GEVAARLIJKE STOFFEN IN REINIGINGSPRODUCTEN NON-FOOD/IGK-SECTOR
1. ALGEMEEN
Of en in welke mate een bepaalde stof schadelijk is voor de gezondheid is mede afhankelijk van de omstandigheden waaronder het product dat deze stof bevat wordt toegepast. Een verbod op een bepaalde stof dient daarom beschouwd te worden in combinatie met een of meerdere specifieke productsoorten.
Onderscheid wordt gemaakt tussen stoffen die altijd verboden zijn en stoffen waarvoor geldt dat zij uitsluitend in een beperkte concentratie mogen voorkomen in reinigingsproducten.
In paragraaf 2.2. wordt aangegeven welke stoffen verboden zijn, hoe u deze kunt herkennen, welke productsoorten die in de non-food/IGK-sector gebruikt worden mogelijk deze stoffen bevatten en wat goede alternatieven zijn voor de verboden producten/stoffen.
In paragraaf 2.3 wordt aangegeven welke stoffen uitsluitend in een beperkte concentratie mogen worden toegepast, hoe u deze stoffen kunt herkennen, welke concentratie maximaal is toegestaan en welke productsoorten mogelijk deze stoffen bevatten.
2. VERBODEN STOFFEN/PRODUCTEN EN ALTERNATIEVEN
Of een product een bepaalde stof bevat, kunt u nagaan door het VeiligheidsInformatieBlad (VIB) te raadplegen (rubriek 2 Samenstelling en informatie over de bestanddelen). Stoffen kunnen onder verschillende namen voorkomen, maar zijn in rubriek 2 te herkennen aan hun unieke identificatienummer, het zogenaamde EG-nummer (ook wel EINECS of ELINCS) en CAS-nummer.
CAS-nummers zijn er alleen voor individuele stoffen. Voor groepen van stoffen, zoals bijvoorbeeld vluchtige organische stoffen (VOS) is geen EG-nummer of CAS-nummer beschikbaar; deze zijn dus lastiger te herkennen.
1. VERBODEN STOFFEN/PRODUCTEN
| VERBODEN STOF | HERKENNEN | PRODUCTSOORT DIE MOGELIJK DEZE STOF BEVAT |
|---|---|---|
| Vluchtige Organische Stoffen (VOS) | Geen CAS-nummer. Raadpleeg VIB, rubriek 2 Samenstelling en informatie over de bestanddelen en rubriek 9 Fysische en chemische eigenschappen: bevat het product koolwaterstof-verbindingen – chemische verbindingen van onder andere koolstof (C) en waterstof (H) – met een dampspanning > 20 Pa bij 20° C dan is het verboden! | Ontvetter |
2. ALTERNATIEVEN
| VERBODEN PRODUCT/STOF | ALTERNATIEF PRODUCT/STOF | HERKENNEN STOF |
|---|---|---|
| Ontvetter op basis van vluchtige organische stoffen (VOS) | Licht alkalische reinigers op basis van: • Natronloog of: | EG-nummer 215-185-5CAS-nummer 1310-73-2 |
| • Kaliloog | EG-nummer 215-181-3 CAS-nummer 1310-58-3 | |
| of:Ontvetter op basis van: plantaardige vetzure etsers | Geen CAS-nummer |
3. STOFFEN UITSLUITEND TOEGESTAAN IN BEPERKTE CONCENTRATIE
| STOF | HERKENNEN | MAX. TOEGESTANE CONCENTRATIE | PRODUCTSOORT DIE MOGELIJK DEZE STOF BEVAT |
|---|---|---|---|
| Butylglycol | EG-nummer 203-905-0 CAS-nummer 111-76-2 | 20% | Oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen’’ |
Bijlage 14 komt te luiden:
„Bijlage 14: Algemene aanmeldings- en betalingsvoorwaarden RAS-College Coachend Leidinggeven
a. Ras: Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassers-branche
b. Training: de, onder auspiciën van de RAS uitgevoerde, trainingen:
• Coachend Leidinggeven voor drie niveau’s van directleidinggevenden: voorlieden, objectleiders en rayonleiders (M/V);
• Psychisch verzuim voorkomen
c. Opleidingsinstituut: Een van de door de RAS voor de uitvoering van de training geselecteerde en geaccrediteerde opleidingsinstituten.
d. Werkgever: Iedere natuurlijke of rechtspersoon die een bedrijf uitoefent als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de CAO in het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf.
e. Cursist: De werknemer, in dienst van werkgever, die ingeschreven is voor een training respectievelijk aan een training heeft deelgenomen.
f. Cursuskosten: De aan de training verbonden kosten van de training, waarvan de hoogte is vastgesteld door de RAS.
1. Aanmeldingen voor de training worden behandeld in volgorde van binnenkomst van volledig ingevulde en ondertekende inschrijvingsformulieren, welke door de RAS (elektronisch) zijn verstrekt.
2. De aanmelding wordt bij ontvangst van dit volledig ingevulde en ondertekende inschrijvingsformulier door de RAS aanvaard, tenzij anders aan de werkgever van de cursist schriftelijk wordt meegedeeld.
1. Het maximum aantal cursisten per training is in beginsel:
• voor Coachend Leidinggeven: 12
• voor Psychisch verzuim voorkomen: 10.
2. Indien het maximum aantal cursisten voor een training is ingeschreven, behoudt de RAS zich het recht voor om:
• van het maximum aantal cursisten af te wijken
• aan werkgever een voorstel te doen tot plaatsing van een aangemelde cursist in een training op een ander tijdstip en/of andere locatie.
1. Bij onvoldoende aanmeldingen voor een training behoudt de RAS zich het recht voor deze training af te gelasten.
2. De werkgever van de voor de afgelaste training ingeschreven cursist ontvangt hiervan schriftelijk bericht vergezeld van een voorstel tot plaatsing op een ander tijdstip en/of andere locatie.
1. De RAS behoudt zich het recht voor het tijdstip en/of de locatie van geplande trainingen te wijzigen.
2. De werkgever van de voor de training waarvan tijdstip en/of locatie gewijzigd is, ontvangt hiervan schriftelijk bericht.
Indien een training geheel of gedeeltelijk geen doorgang kan vinden vanwege onvoorziene omstandigheden, zoals ziekte van een docente, het niet beschikbaar zijn van de trainingslocatie etc., zal de RAS respectievelijk het opleidingsinstituut zo mogelijk voor een oplossing zorgen, bijvoorbeeld door het zorgdragen voor vervanging.
1. De werkgever van een ingeschreven cursist is gerechtigd om voor aanvang van de training een plaatsvervanger voor deelname aan de training aan te wijzen.
2. De gegevens van de plaatsvervanger dienen uiterlijk op de eerste trainingsdag schriftelijk (per e-mail) doorgegeven te worden aan de RAS.
1. Het annuleren van een inschrijving voor een training dient uitsluitend schriftelijk (per e-mail) te gebeuren door de werkgever van de ingeschreven cursist aan de RAS.
2. Annulering is uitsluitend mogelijk voor een volledige training. Annulering is derhalve niet mogelijk voor één van de beide trainingsdagen Coachend Leidinggeven of voor een gedeelte van de trainingsdag Psychisch verzuim voorkomen.
3. Annulering van een inschrijving is kosteloos indien dit uiterlijk 32 dagen voor de geplande startdatum van de training waarvoor de cursist is ingeschreven wordt gedaan.
4. Bij annulering vanaf 31 dagen tot 2 dagen vóór de geplande startdatum van de training is 50% van de totale cursuskosten verschuldigd door de werkgever aan het opleidingsinstituut.
5. Bij annulering minder dan 2 dagen vóór de geplande startdatum van de training zijn de totale cursuskosten door de werkgever van de ingeschreven cursist verschuldigd.
6. De RAS respectievelijk het opleidingsinstituut kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het niet of niet tijdig ontvangen van een annulering door de werkgever.
1. De cursuskosten per training per cursist die door het opleidingsinstituut worden gehanteerd zijn vastgesteld door de RAS
• voor Coachend Leidinggeven op € 205,00
• voor Psychisch verzuim voorkomen op € 110,00
2. De De RAS kan besluiten tot wijziging van de cursuskosten.
1. De cursuskosten worden voor aanvang van de training door het opleidingsinstituut in rekening gebracht bij de werkgever van de ingeschreven cursist.
2. Bij niet tijdige betaling van de cursuskosten is de RAS respectievelijk het opleidingsinstituut gerechtigd de betreffende cursist de toegang tot de training te ontzeggen.
3. Over niet tijdig betaalde bedragen is een rente verschuldigd van 1% per maand of per gedeelte van een maand alsmede vergoeding van alle interne en externe incassokosten, terzake van buitengerechtelijke kosten met een minimum van 15% van de verschuldigde som, althans minimaal € 235,75
4. Door het niet deelnemen door de ingeschreven cursist aan één of de beide trainingsdagen vervalt de financiële verplichting van de werkgever van de ingeschreven cursist ten opzichte van de RAS respectievelijk het opleidingsinstituut niet.
5. Indien conform artikel 6 een plaatsvervanger is aangewezen, blijft de werkgever van de oorspronkelijk ingeschreven cursist gehouden tot betaling van de cursuskosten.
1. Door de RAS wordt aan de werkgever van de cursist een vergoeding toegekend ter tegemoetkoming in de cursuskosten betreffende een cursist die daadwerkelijk heeft deelgenomen aan een training.
2. De hoogte van de tegemoetkoming in de cursuskosten is door de RAS vastgesteld
• voor Coachend Leidinggeven op € 195,00 per cursist bij volledige deelname door de cursist aan een training.
• voor Psychisch verzuim voorkomen op € 100,00 per cursist bij volledige deelname door de cursist aan een training.
3. In geval van gedeeltelijke deelname door de cursist aan de training kan de RAS besluiten om de tegemoetkoming in de cursuskosten niet of gedeeltelijk toe te kennen.
4. Het aantal uren dat de werknemer aanwezig is geweest, wordt vastgesteld aan de hand van de door zowel cursist als de cursusleider getekende presentielijst.
5. De vergoeding wordt niet eerder uitgekeerd door de RAS dan nadat de RAS van de cursusleider de getekende presentielijst heeft ontvangen èn de werkgever aan zijn financiële verplichtingen ten opzichte van het opleidingsinstituut heeft voldaan.
1. Door de RAS wordt aan de werkgever van de cursist een vergoeding toegekend als tegemoetkoming in de verletkosten voor een cursist die daadwerkelijk heeft deelgenomen aan een training.
2. De hoogte van de tegemoetkoming in de verletkosten is door de RAS vastgesteld op € 13,00 per uur dat de cursist daadwerkelijk aanwezig is geweest tijdens een training, tot een maximum van
• voor Coachend Leidinggeven: € 208,00 (= maximaal 16 uren) per cursist.
• Voor Psychisch verzuim voorkomen: € 104,00 (= maximaal 8 uren) per cursist
3. In geval van gedeeltelijke deelname door de cursist aan een training wordt de tegemoetkoming in de verletkosten toegekend naar rato van het aantal uren dat de cursist daadwerkelijk aanwezig is geweest tijdens een training.
4. De vergoeding wordt niet eerder uitgekeerd door de RAS dan nadat de RAS van de cursusleider de getekende presentielijst heeft ontvangen èn de werkgever aan zijn financiële verplichtingen ten opzichte van het opleidingsinstituut heeft voldaan.
Van de door de RAS respectievelijk het opleidingsinstituut verstrekte trainingsmaterialen blijven alle rechten aan de RAS voorbehouden. Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de RAS mag niets uit haar uitgave(n) worden verveelvoudigd, opgeslagen door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins of op enigerlei wijze aan derden worden afgestaan of in gebruik gegeven.
1. Door aanmelding van een cursist verklaart de werkgever deze algemene aanmeldings- en betalingsvoorwaarden opleidingen RAS-college te kennen en te accepteren.
2. Deze voorwaarden beheersen de rechtsverhouding tussen de RAS respectievelijk het opleidingsinstituut en de werkgever respectievelijk de cursist, tenzij uitdrukkelijk en schriftelijk anders is overeengekomen.
3. Op de rechtsverhouding tussen de RAS respectievelijk het opleidingsinstituut en de werkgever respectievelijk de cursist is het Nederlands recht van toepassing.
4. Een geschil dat tussen de in het vorige lid genoemde partijen mocht ontstaan en welk geschil tot de competentie van de arrondissementsrechtbank behoort, zal bij uitsluiting worden voorgelegd aan de Arrondissementsrechtbank te Breda.
1. De RAS is bevoegd wijzigingen aan te brengen in de algemene aanmeldings- en betalingsvoorwaarden opleidingen RAS-college.
2. De wijzigingen worden van kracht voor cursisten en/of werkgevers van de cursisten op het moment dat de termijn vermeld bij de bekendmaking van deze wijzigingen is verstreken.
ADDENDUM ALGEMENE INSCHRIJVINGS- EN BETALINGSVOORWAARDEN RAS-COLLEGE
Bedrijfsgroeptrainingen Coachend Leidinggeven en Psychisch Verzuim voorkomen
a. Bedrijfsgroeptraining: een training Coachend Leidinggeven of Psychisch verzuim voorkomen die op verzoek van werkgever uitsluitend toegankelijk is voor werknemers in dienst van deze werkgever;
b. Interne Bedrijfsgroeptraining: bedrijfsgroeptraining waarbij gebruik gemaakt wordt van een (opleiding)accommodatie in het bedrijf van werkgever;
c. Externe Bedrijfsgroeptraining: bedrijfsgroeptraining waarbij gebruik gemaakt wordt van een (opleidings)accommodatie en arrangement vallend onder (een van) de door de RAS afgesloten horecaovereenkomst(en).
1. Indien sprake is van een bedrijfsgroeptraining gelden de Algemene inschrijvings- en betalingsvoorwaarden RAS-college voorzover hiervan in de bepalingen van dit addendum niet wordt afgeweken.
2. Artikel 6 is uitsluitend van toepassing op interne bedrijfsgroeptraining(en).
3. Artikel 7 is uitsluitend van toepassing op externe bedrijfsgroeptraining(en)
1. Het maximum aantal cursisten per training bedraagt 12.
2. Overschrijden van het maximum aantal cursisten per training is uitsluitend toegestaan na overleg met en accordering door de RAS.
1. Annulering van een inschrijving voor een bedrijfsgroep is kosteloos indien dit uiterlijk 32 dagen voor de geplande startdatum van de bedrijfsgroeptraining wordt gedaan.
2. Bij annulering van een inschrijving voor een bedrijfsgroep minder dan 32 dagen voor de geplande startdatum van de bedrijfsgroeptraining is de werkgever de volledige cursuskosten verschuldigd.
Het opleidingsinstituut brengt ongeacht het aantal cursisten tenminste de cursuskosten voor 12 cursisten in rekening bij de werkgever.
Ongeacht het aantal cursisten waarvoor het opleidingsinstituut de cursuskosten bij werkgever in rekening brengt, wordt door de RAS uitsluitend een tegemoetkoming in de cursuskosten toegekend voor het aantal cursisten dat daadwerkelijk heeft deelgenomen aan de bedrijfsgroeptraining.
1. De kosten voortvloeiend uit het gebruik van een opleidingsaccommodatie en arrangementen vallend onder (een van) de door de RAS afgesloten horecaovereenkomst(en) komen in beginsel voor rekening van de RAS.
2. De werkgever dient bij wijziging van het aantal cursisten dat deelneemt aan de bedrijfsgroeptraining dit uiterlijk 2 dagen vóór de startdatum van de bedrijfsgroeptraining schriftelijk (per e-mail ras@cpms.nl) door te geven aan het RAS-college.
3. Indien de werkgever het te verwachten aantal cursisten niet of niet tijdig heeft doorgegeven kan de RAS besluiten arrangementskosten die tengevolge hiervan aan de RAS in rekening worden gebracht in rekening te brengen bij de werkgever.
1. De opleidingslocatie in het bedrijf van werkgever dient goed geoutilleerd te zijn en tenminste te voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. ruime zitgelegenheid voor de cursisten en cursusleider;
b. ruim daglicht;
c. mogelijkheid om ongestoord te kunnen werken;
d. ruimte om rollenspellen te kunnen spelen;
e. aanwezigheid flip-over en overheadprojector.
2. Uitsluitend indien en voorzover voldaan is aan de voorwaarden genoemd in het vorige lid kan de werkgever aan de RAS verzoeken om de ten behoeve van de bedrijfsgroeptraining gemaakte cateringskosten te vergoeden.
3. Onder cateringkosten wordt verstaan: de kosten voor lunches en consumpties verstrekt aan cursisten en cursusleider tijdens een bedrijfsgroeptraining voorzover deze verschuldigd zijn aan derde(n).
4. De RAS behoudt zich het recht voor om de cateringkosten niet of gedeeltelijk toe te kennen.
5. De vergoeding van de cateringkosten wordt niet eerder uitgekeerd door de RAS dan nadat werkgever de factu(u)r(en) van derde(n) betreffende de cateringkosten aan de RAS heeft overlegd.’’
Dictum II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.
Dictum III
Dit besluit zal in een bijvoegsel bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Er zijn ook protocollen voor de Transportreiniging, Gezondheidszorg, Voedingsmiddelensector, Reguliere schoonmaak en Non-food/IGK.
Er zijn ook protocollen voor de Gevelreiniging, Gezondheidszorg, Voedingsmiddelensector, Reguliere schoonmaak en Non-food/IGK.
Er zijn ook protocollen voor de Transportreiniging, Gevelreiniging, Voedingsmiddelensector, Reguliere schoonmaak en Non-food/IGK.
Er zijn ook protocollen voor de Transportreiniging, Gevelreiniging, Gezondheidszorg, Voedingsmiddelensector en Non-food/IGK.
Er zijn ook protocollen voor de Transportreiniging, Gevelreiniging, Gezondheidszorg, Reguliere schoonmaak en Non-food/IGK.
Er zijn ook protocollen voor de Transportreiniging, Gevelreiniging, Gezondheidszorg, Voedingsmiddelensector en Reguliere schoonmaak.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2007-222-CAO3199.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.