Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatscourant 2007, 202 pagina 24Besluiten van algemene strekking

Wijziging Voorschrift Vreemdelingen 2000 (eenenzeventigste wijziging)

Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 16 oktober 2007, nr. 5511261/07, houdende wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (eenenzeventigste wijziging)

De Staatssecretaris van Justitie,

Gelet op artikel 9, derde lid van de Vreemdelingenwet 2000 en de artikelen 3.56a, 3.99, eerste lid en 3.101 van het Vreemdelingenbesluit 2000;

Besluit:

Artikel I

Het Voorschrift Vreemdelingen 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3.9, derde lid, komt te luiden:

3. In afwijking van het eerste lid geschiedt de afgifte van documenten of schriftelijke verklaringen waaruit rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder f, van de Wet blijkt – voor zover sprake is van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet onder de beperking genoemd in artikel 3.4, eerste lid onder n, o, y, of bb van het Besluit – door de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

B

Na artikel 3.18a worden twee artikelen toegevoegd, luidende:

Als onderzoeksinstelling als bedoeld in artikel 3.56a, eerste lid, van het Besluit wordt aangewezen:

a. een publieke onderzoeksinstelling als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onder b, van het Besluit Uitvoering Wet arbeid Vreemdelingen die functieprofielen zoals opgenomen in het universitaire systeem van functieordenen onder de functiefamilie ‘onderzoek en onderwijs’ hanteren voor onderzoekers in loondienst;

b. een publieke onderzoeksinstelling die is opgenomen in de bijlage behorende bij de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek;

c. een door de Minister erkende particuliere onderzoeksinstelling.

1. Voor de erkenning van een onderzoeksinstelling als bedoeld in artikel 3.18b, onder c, kan een aanvraag worden ingediend bij het loket kennis- en arbeidsmigratie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

2. De aanvraag wordt ingewilligd, indien:

a. de onderzoeksinstelling is opgenomen in de Nederlandse Onderzoek Databank; of

b. de onderzoeksinstelling kan aantonen met succes een beroep te hebben gedaan op de Afbakeningsregeling speur- en ontwikkelingswerk 1997.

3. De erkenning, bedoeld in artikel 3.18b, onder c, geldt voor ten minste vijf jaren.

4. De publicatie van de erkenning, bedoeld in artikel 3.18b, onder c, vindt plaats op de website van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

5. De erkenning, bedoeld in artikel 3.18b, onder c, kan worden geweigerd indien:

a. de aanvraag niet is gedaan overeenkomstig de terzake geldende procedures;

b. de aanvraag niet is gebaseerd op de wettelijke opdracht of het maatschappelijk doel van de onderzoeksinstelling en het bewijs dat zij zich met onderzoeksactiviteiten bezig houdt;

6. De erkenning, van een onderzoekinstelling, bedoeld in artikel 3.18b, onder c, kan worden ingetrokken of de verlenging van de erkenning kan worden geweigerd, indien:

a. de erkenning op frauduleuze wijze is verkregen;

b. een onderzoeksinstelling op frauduleuze of nalatige wijze een gastovereenkomst heeft gesloten; of

c. niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden voor erkenning.

C

Artikel 3.26a komt te luiden:

De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder de beperking genoemd in artikel 3.4, eerste lid, onder y en bb, van het Besluit, wordt gedaan door indiening van een formulier van het in bijlage 13 bij deze regeling met de letter b aangeduide model.

D

Artikel 3.33a, derde lid, komt te luiden:

3. In afwijking van het eerste lid wordt de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning onder de beperking genoemd in artikel 3.4, eerste lid onder y of bb van het Besluit, ingediend bij het loket kennis- en arbeidsmigratie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst;

E

Artikel 3.34i komt te luiden:

De leges voor de afdoening van de aanvragen op grond van de artikelen 3.34, 3.34a, 3.34c, 3.34g, tweede lid, en 3.34h worden per aanvraag geheven door de burgemeester van de woon- of verblijfplaats van de vreemdeling, uitgezonderd de leges ter zake van de afdoening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning bedoeld in artikel 14 van de Wet, voor een verblijfsdoel als bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onder y en bb van het Besluit.

Artikel II

Deze regeling zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het is geplaatst, en werkt terug tot en met 12 oktober 2007.

Den Haag, 16 oktober 2007.
De Staatssecretaris van Justitie, N. Albayrak.

Toelichting

Algemeen

Op 12 oktober 2005 is de Richtlijn 2005/71/EG van de Raad van de Europese Unie betreffende een specifieke procedure voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op wetenschappelijk onderzoek (PbEU L289) gepubliceerd. Onderhavige regeling strekt tot aanpassing van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (hierna: VV 2000) aan deze richtlijn. Voor het overige heeft implementatie van de richtlijn plaatsgevonden in het Vreemdelingenbesluit 2000, het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen en het Besluit inburgering.

Toelating in het kader van onderzoek kan ingevolge de richtlijn alleen plaatsvinden bij vooraf erkende onderzoeksinstellingen. Dit vereiste wordt gesteld om de kwaliteit van de ontvangende onderzoeksinstellingen te waarborgen. Een onderzoeksinstelling in de zin van de richtlijn kan zowel publiek als particulier zijn. Bij deze regeling worden erkende onderzoeksinstellingen aangewezen. Artikel 3.56a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit biedt hier een grondslag voor.

Voor de erkenning van publieke onderzoeksinstellingen wordt in ieder geval uitgegaan van die instellingen als bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onder b, van het BUWAV, zoals dit besluit is gewijzigd bij Besluit van 20 oktober 2006 (Stb. 251). Het gaat hierbij om instellingen die functieprofielen zoals opgenomen in het universitaire systeem van functieordenen (UFO) onder de functiefamilie ‘onderzoek en onderwijs’ hanteren voor onderzoekers in loondienst. Verder wordt voor de erkenning van de publieke onderzoeksinstellingen in ieder geval uitgegaan van de instellingen die zijn opgenomen in de bijlage behorende bij de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek.

De erkenning van particuliere onderzoeksinstellingen wordt belegd bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De instellingen kunnen op twee manieren aantonen dat zij de kwalificatie particuliere wetenschappelijke instelling verdienen. Ten eerste wordt voor erkenning uit gegaan van particuliere onderzoeksinstellingen die zijn op genomen in de Nederlandse Onderzoek Databank. Ten tweede biedt de Afbakeningsregeling speur- en ontwikkelingswerk 1997 (gebaseerd op de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen), een fiscale regeling die belastingaftrek mogelijk maakt voor bedrijven die investeren in technologische vernieuwingen, een handvat. Op basis van deze regeling hoeft voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen of nieuwe producten, processen of programmatuur ontwikkelen, minder loonbelasting te worden afgedragen. Teneinde erkend te worden als particuliere onderzoeksinstelling kan een bedrijf daarom gevraagd worden aan te tonen dat het met succes een beroep heeft gedaan op deze regeling.

Conform artikel 5, tweede lid, van de richtlijn geldt de erkenning van de onderzoeksinstelling ten minste voor een termijn van vijf jaren. Ingevolge artikel 5, zesde lid, kunnen de tot erkenning bevoegde instanties de erkenning van een instelling weigeren of niet verlengen, indien niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden of indien sprake is van fraude. In deze gevallen kan de instelling voor een maximale periode van vijf jaar uitgesloten worden van erkenning. De duur van de uitsluiting zal per geval worden bezien.

Artikelsgewijs

B

Hierin is de aanwijzing van publieke onderzoeksinstelling, de erkenning van particuliere onderzoeksinstelling en de gevallen waarin erkenning kan worden geweigerd geregeld.

A, C, D en E

Gelet op artikel 15, eerste lid, van de richtlijn dient zo spoedig mogelijk een besluit over de volledige aanvraag te worden genomen en voorziet de lidstaat in voorkomend geval in versnelde procedures. Om te voorzien in een versnelde procedure voor aanvragen van onderzoekers in de zin van de richtlijn is aangesloten bij de regeling voor kennismigranten. Derhalve dient de aanvraag te worden ingediend middels het aanvraagformulier voor kennismigranten bij het loket kennis- en arbeidsmigratie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst en geeft de Immigratie en Naturalisatiedienst documenten of schriftelijke verklaringen waaruit het rechtmatig verblijf van de onderzoeker blijkt.

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak