4 oktober 2007
IVW TBE 45.1.a - 2007 - 83 - Heli Holland
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 02-10-2007, ontvangen op 02-10-2007
van Heli Holland Airservice BV. Contactpersoon: I.E. Kamerbeek. Adres: Kanaal
B ZZ 3, 7881 NB Emmer-Compascuum;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdrachten van Heli Holland Airservice BV in samenwerking met Fotografenbureau
Diederik Kratz BV voor het uitvoeren van fotovluchten boven de stads- en havengebieden
van Rotterdam ten behoeve van het nemen van foto’s die als referentiemateriaal
zouden moeten dienen voor een na te bouwen stadsplattegrond;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Deze beschikking is van toepassing op de helikopter van het type AS 355
Aerospatiale Twinstar F1, in gebruik bij Heli Holland Airservice BV, waarmee
de VFR-vlucht wordt uitgevoerd boven de stad Rotterdam en het Rotterdamse
havengebied ten behoeve van het maken van foto-opnamen vanuit de helikopter
die als referentiemateriaal zouden moeten dienen voor een na te bouwen stadsplattegrond,
in opdracht van Heli Holland Airservice BV, in samenwerking met Diederik Kratz
BV.
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter wordt van
15 oktober 2007 tot en met 27 november 2007 ontheffing verleend van het verbod,
genoemd in artikel 45, eerste lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement,
om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden
met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen,
dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd
in de luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen
binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. vee niet wordt verstoord;
3. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
4. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) | Adviessnelheid (kts) |
|---|
800 - 1500 | < 50 |
1500 - 2000 | < 100 |
2000 - 5000 | < 120 |
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte m.b.t. plaatsen
die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing zonder hoogteverlies te verlaten;
f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter;
g. er wordt in de desbetreffende periode maximaal twee uur laag gevlogen,
doch slechts gedurende de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van
foto-opnamen noodzakelijk is en slechts op het traject zoals dat van tevoren
aan de Luchtvaartpolitie is doorgegeven;
h. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerder(s), registratie en model / type helikopter;
- route en periode van de voorgenomen vlucht;
i. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de operationele helpdesk en Rotterdam CTR; aan de voorwaarden door hen gesteld
wordt strikt de hand gehouden;
j. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn
van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij
het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie, Postbus
20701, 2500 ES Den Haag;
k. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;
l. bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend
zijn met de inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 15 oktober 2007 en vervalt
met ingang van 28 november 2007, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
- de gronden van het bezwaar.