Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Verkeer en Waterstaat | Staatscourant 2007, 194 pagina 8 | Ontheffingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Verkeer en Waterstaat | Staatscourant 2007, 194 pagina 8 | Ontheffingen |
Ontheffing verboden VFR-vluchten buiten daglichtperiode, beneden minimum VFR-vlieghoogte, in luchtdienstverleningsgebieden met klasse A alsmede voorwerpen of stoffen te verwijderen tijdens vlucht
4 oktober 2007
IVW TBE 13 + 44.1.a+b + 45.1.b - 2007 - 81 - KLU
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 08-08-2007, ontvangen op 26-09-2007 van het Commando Luchtstrijdkrachten;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder andere, de opdracht van de Directie Kustwacht Nederland voor het uitvoeren van alle kustwachttaken, waaronder SAR-vluchten en trainingsvluchten in het kader van de opleiding van bemanningsleden die belast zijn of worden met de uitvoering van de kustwachttaken;
Gelet op de artikelen 13, vierde lid, 44, vijfde lid en 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Deze beschikking is van toepassing op de vliegtuigen van het type Dornier 228-212, in gebruik bij het Commando Luchtstrijdkrachten, waarmee VFR-vluchten worden uitgevoerd boven het zeegebied van de Nederlandse Exclusieve Economische Zone (EEZ), ten behoeve van het uitvoeren van alle kustwachttaken, waaronder SAR-vluchten en het operationeel uitwerpen van Life Rafts ten behoeve van SAR- en trainingsvluchten in het kader van de opleiding van bemanningsleden die belast zijn of worden met de uitvoering van de kustwachttaken in opdracht van, onder andere, de Directie Kustwacht Nederland en Rijkswaterstaat Noordzee.
Artikel 2. Verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht
Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt voor de periode van 8 oktober 2007 tot en met 8 oktober 2008 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 13, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement om tijdens VFR-vluchten SAR-Life Rafts van het type “Aerolite 4F” (26,0 kilogram) en “Aerolite 10” (36,0 kilogram) uit het luchtvaartuig te verwijderen. Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:
a. de vlieghoogte bedraagt tijdens het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht tussen de 100 en de 300 ft boven het water;
b. het vliegzicht voldoet aan de VFR-minima;
c. op het moment van het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht mag ander luchtverkeer hier geen hinder van ondervinden;
d. het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht vindt alleen plaats boven het zeegebied in de Nederlandse EEZ;
e. tijdens het verwijderen van voorwerpen of stoffen moet de gezagvoerder voortdurend zicht hebben op het water;
f. het verwijderen van voorwerpen of stoffen tijdens de vlucht moet dusdanig geschieden dat personen daardoor niet gehinderd worden of gevaar lopen en zaken op het water niet worden beschadigd, behalve als deze deel uitmaken van de vlucht.
Artikel 3. VFR-vluchten buiten de daglichtperiode
Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt voor de periode van 8 oktober 2007 tot en met 8 oktober 2008 ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. voor het uitvoeren van de vlucht is het luchtvaartuig uitgerust met de instrumenten, zoals deze zijn vermeld in artikel 19 van de Regeling ten aanzien van de uitrusting bij vluchten, niet zijnde verkeersvluchten;
b. de gezagvoerder beschikt over een geldige CPL met bevoegdverklaring IR;
c. voor de vlucht wordt tijdig een vliegplan ingediend en wordt gecoördineerd met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst;
d. tijdens het uitvoeren van de vlucht is een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst en wordt voortdurend op de aangewezen radiofrequentie geluisterd;
e. het vliegzicht bedraagt ten minste 5 km en de afstand van het luchtvaartuig tot de wolken is groter dan 1500 meter horizontaal en 450 meter verticaal;
f. tijdens het vliegen wordt het programma dat vooraf aan LVNL wordt doorgegeven nageleefd, tenzij een afwijkende klaring is verkregen;
g. het luchtvaartuig is gecertificeerd en uitgerust voor vluchten onder instrument-vliegvoorschriften, waaronder een werkende SSR-transponder mode S of mode A en C.
Artikel 4. VFR-vluchten in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A
Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt voor de periode van 08 oktober 2007 tot en met 08 oktober 2008 ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A, genoemd in artikel 44, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de vluchten worden uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;
b. de gezagvoerder is te allen tijde in staat de vlucht onder instrument-vliegvoorschriften voort te zetten;
c. de vluchten worden slechts uitgevoerd, indien het vliegzicht minimaal 8 km bedraagt en de afstand tot de wolken horizontaal 1500 m en verticaal 300 m bedraagt;
d. het luchtvaartuig is gecertificeerd en uitgerust voor vluchten onder instrument-vliegvoorschriften, waaronder een werkende SSR-transponder mode S of mode A en C.
Artikel 5. VFR-vliegen beneden de minimum VFR-vlieghoogte
Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt voor de periode van 08 oktober 2007 tot en met 08 oktober 2008 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, om VFRvluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, elders dan boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de minimum VFR-vlieghoogte bedraagt 60 m (200 ft) boven de grond of het water, of zoveel lager als voor de uitvoering van alle kustwachttaken, waaronder SAR-vluchten en het operationeel uitwerpen van Life Rafts ten behoeve van SAR- en trainingsvluchten in het kader van de opleiding van bemanningsleden die belast zijn en/of worden met de uitvoering van de kustwachttaken, doch ten minste 30 m (100 ft) boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 100 m van het luchtvaartuig;
b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;
3. in geval van een motorstoring op een veilige wijze op de nog werkende motor kan worden weg geklommen;
c. bij het uitvoeren van een vlucht als bedoeld onder a worden afzonderlijke gebouwen, ingericht voor het verblijf van personen, zoveel als mogelijk vermeden;
d. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen doch slechts gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van alle kustwachttaken, waaronder SAR-vluchten en het operationeel uitwerpen van Life Rafts ten behoeve van SAR- en trainingsvluchten in het kader van de opleiding van bemanningsleden die belast zijn of worden met de uitvoering van de kustwachttaken noodzakelijk is.
1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze beschikking.
2. Vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de betrokken luchtverkeersleidingdienst.
3. Bij het niet of niet volledig nakomen van de voorwaarden kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 8 oktober 2007 en vervalt met ingang van 9 oktober 2008, of zoveel eerder wanneer de nieuwe “Vrijstellingsregeling Luchtverkeersreglement” van kracht wordt.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,namens deze,
de
unitmanager Unit Kennis, Advies en Berichtgeving, Toelating/Continuering Luchtruim,
R.J.
Putters.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
- de gronden van het bezwaar.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Inspectie Verkeer en Waterstaat
Toezicht Beheereenheid
Unit Juridische Zaken
Postbus 90653
2509 LR Den Haag
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2007-194-p8-SC82527.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.