4 oktober 2007
IVW TBE 45.1.a - 2007 - 80 - Heli Holland
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 19-09-2007, ontvangen op 19-09-2007
van Heli Holland Airservice BV. Contactpersoon: I.E. Kamerbeek. Adres: Kanaal
B ZZ 3, 7881 NB Emmer-Compascuum;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdrachten van Heli Holland Airservice BV in samenwerking met de
ING bank voor het uitvoeren van foto- en filmopnames ten behoeve van de promotie
van een bedrijfsfilm voor de ING bank;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Deze beschikking is van toepassing op de helikopter van het type AS 355
Aerospatiale Twinstar F1, in gebruik bij Heli Holland Airservice BV, waarmee
de VFR-vlucht wordt uitgevoerd boven de Spuistraat ter hoogte van het dak
van het NH City Hotel in het centrum van Amsterdam, ten behoeve van het maken
van foto- en filmopnamen vanuit de helikopter voor de promotie van een bedrijfsfilm
voor de ING bank, in opdracht van Heli Holland Airservice BV, in samenwerking
met de ING bank.
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter wordt van
07 oktober 2007 tot en met 20 oktober 2007 ontheffing verleend van het verbod,
genoemd in artikel 45, eerste lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement,
om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden
met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen,
dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd
in de luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen
binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
3. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) | Adviessnelheid (kts) |
|---|
800 - 1500 | < 50 |
1500 - 2000 | < 100 |
2000 - 5000 | < 120 |
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte m.b.t. plaatsen
die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing zonder hoogteverlies te verlaten;
f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter;
g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van filmopnamen noodzakelijk
is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie
is doorgegeven;
h. de helikopter wordt hoogstens een kwartier toegestaan om tijdens de
opnamen beneden de minimum VFR-vlieghoogte te vliegen;
i. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerder(s), registratie en model / type helikopter;
- route en periode van de voorgenomen vlucht;
j. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de operationele helpdesk; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt
de hand gehouden;
k. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn
van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij
het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie, Postbus
20701, 2500 ES Den Haag;
l. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;
m. bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend
zijn met de inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 7 oktober 2007 en vervalt
met ingang van 21 oktober 2007, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
- de gronden van het bezwaar.