Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van JustitieStaatscourant 2007, 188 pagina 7Besluiten van algemene strekking

Wijziging Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen

Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 27 september 2007, nummer 5507343/07/DVB, houdende wijziging van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen

De Staatssecretaris van Justitie,

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers,

Besluit:

Artikel I

De Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen wordt als volgt gewijzigd:

A

In de aanhef vervalt de considerans.

B

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

j. instelling voor vrouwenopvang: instelling voor het tijdelijk bieden van onderdak en begeleiding aan personen die, al dan niet gedwongen, de thuissituatie hebben verlaten in verband met problemen van relationele aard of geweld, gefinancierd door één van de 35 centrumgemeenten voor de vrouwenopvang.

C

Artikel 2, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel b wordt ‘artikel 250a van het Wetboek van Strafrecht’ vervangen door: artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

f. een hier te lande in een instelling voor vrouwenopvang verblijvende vreemdeling die in verband met de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning op grond van eergerelateerd geweld rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, onder f, g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 en ten aanzien van wie door de Immigratie- en Naturalisatiedienst aan het orgaan een schriftelijke verklaring als bedoeld in het tweede lid is overlegd, vanaf het tijdstip waarop de schriftelijke verklaring is afgegeven tot het moment waarop het rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder f, g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 is geëindigd.

D

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ‘vreemdelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b en c’ vervangen door: vreemdelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a tot en met d en f.

2. In het derde lid vervalt ‘, onderdeel a, b en c’.

E

Artikel 4, onderdeel a, komt te luiden:

a. de vreemdeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b, d of f.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2007.

Deze regeling zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Justitie, N. Albayrak.

Toelichting

Algemeen

Het onderhavige besluit tot wijziging van de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen (hierna: Rvb) beoogt een uitbreiding van de categorieën vreemdelingen die recht hebben op de verstrekkingen die deze regeling biedt. Aan de regeling wordt toegevoegd de categorie zoals omschreven in artikel 2, eerste lid, onder f. Het betreft de categorie vreemdelingen die, verblijvend in een instelling voor vrouwenopvang, een aanvraag doet voor het verlenen van een verblijfsvergunning op grond van eergerelateerd geweld. Met deze wijziging wordt het mogelijk om slachtoffers van eergerelateerd geweld die niet in het bezit zijn van een zelfstandige verblijfstitel, te voorzien van minimale bestaansvoorwaarden en een bijdrage te leveren aan de financiering van hun opvang en hulpverlening.

Voor de definitie van een instelling voor vrouwenopvang in artikel 1, eerste lid, onderdeel j., is aangesloten bij de definitie van vrouwenopvang, zoals deze wordt gehanteerd in de Wet maatschappelijke opvang (Staatsblad 2006, no. 351).

Artikelen

Artikel 2, eerste lid

De verwijzing naar artikel 250a Wetboek van Strafrecht in artikel 2, eerste lid onder b, is vervangen door verwijzing naar artikel 273f Wetboek van Strafrecht. Met ingang van 1 januari 2005 is het delict mensenhandel strafbaar gesteld in artikel 273a Wetboek van Strafrecht. Met ingang van 1 september 2006 is dit artikel ongewijzigd hernummerd tot artikel 273f. Het artikel verruimt de definitie van mensenhandel ten opzichte van de definitie die was opgenomen in artikel 250a. De Rvb-regeling beoogt slachtoffers van mensenhandel, indien zij aan de nader gestelde voorwaarden voldoen, een uitkering te verstrekken. Dit geldt voor alle categorieën die onder de verruimde definitie van het begrip mensenhandel vallen.

De in artikel 2, eerste lid, onder f opgenomen categorie betreft hier te lande in een instelling voor vrouwenopvang verblijvende vreemdelingen die een aanvraag hebben ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van eergerelateerd geweld en die op grond van deze aanvraag rechtmatig verblijf hebben op grond van artikel 8, onder f, g of h van de Vreemdelingenwet 2000. Onder eergerelateerd geweld wordt in deze regeling verstaan: elke vorm van geestelijk of lichamelijk geweld gepleegd vanuit een collectieve mentaliteit in een reactie op een (dreiging van) schending van de eer van een man of vrouw en daarmee van zijn of haar familie waarvan de buitenwereld op de hoogte is of dreigt te raken.

Het slachtoffer zal in de meeste gevallen met behulp van de medewerkers van de instelling voor vrouwenopvang een aanvraag voor een verblijfsvergunning indienen.

Op voorwaarde dat een aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt ingediend kan het slachtoffer bij het COA de aanvraag indienen voor verstrekkingen op grond van de Rvb. Hiertoe kan het aanvraagformulier voor de Rvb-verstrekkingen gedownload worden van de COA-site dan wel kan een formulier bij het COA worden aangevraagd. In het aanvraagformulier verklaart de aanvrager dat hij of zij in een instelling voor vrouwenopvang verblijft, dan wel daartoe toegang zal krijgen. Een handtekening of stempel van de opvanginstelling wordt in het COA-formulier opgenomen, zodat het COA zich ervan kan vergewissen dat het slachtoffer in een opvanginstelling verblijft. De Rvb-uitkering wordt niet (langer) door het COA verstrekt aan iemand die niet (meer) in een instelling voor vrouwenopvang verblijft.

Artikel 3

In het eerste lid van artikel 3 zijn verwijzingen toegevoegd naar artikel 2, eerste lid, onderdelen d en f. Onderdeel d is toegevoegd om een eerdere omissie in de regeling te herstellen. De verwijzing naar onderdeel d ontbrak daar per abuis. Onderdeel f is toegevoegd als verwijzing naar de categorie waarop het onderhavige wijzigingsbesluit doelt.

In artikel 3, derde lid, is de verwijzing naar de onderdelen a, b en c vervallen; de bepaling dat geen opvang wordt verleend op grond van de Wet COA geldt voor alle in de Rvb opgenomen categorieën.

Artikel 4

In artikel 4, onderdeel a, is toegevoegd een verwijzing naar artikel 2, eerste lid, onderdelen d en f. Onderdeel d is toegevoegd om een eerdere omissie in de regelgeving te repareren. Onderdeel f is toegevoegd als verwijzing naar de categorie waarop het onderhavige wijzigingsbesluit doelt.

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak