Ontheffing laagvliegen i.v.m. commando-overdracht CZSK

29 augustus 2007

MLA/104/2007

De Staatssecretaris van Defensie,

Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

Artikel 1

1. Aan de gezagvoerders van de luchtvaartuigen van de groep maritieme helikopters van de Koninklijke marine en van de Belgische Alouette III van de Belgische zeemacht die deelnemen aan de flypast ter gelegenheid van de commando-overdracht van de commandant zeestrijdkrachten op vrijdag 31 augustus 2007 wordt ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement om een VFR-vlucht uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven en om het Nieuwe Haventerrein van de Koninklijke marine te Den Helder.

2. De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op het vooroefenen op donderdag 30 augustus 2007.

Artikel 2

Aan de ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:

a. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig;

b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

1°. overlast voor derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

2°. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

c. de gezagvoerder (formation leader) stelt zich van tevoren op de hoogte met betrekking tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;

d. er wordt niet bij voortduring laag gevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het uitvoeren van de flypast noodzakelijk is;

e. de minimum zichtafstand tijdens de vlucht bedraagt 1000 meter en de wolkenbasis ligt op minimaal 1000ft;

f. tijdens het uitvoeren van de flypast wordt geen vliegdemonstratie gegeven;

g. voor aanvang van de vlucht wordt contact opgenomen met de supervisor van het MilATCC (tel. 0577-458700) en de verkeersleiding van het marinevliegkamp De Kooy; aan de opdracht ven de luchtverkeersdienstleiding wordt strikt voldaan;

h. zowel het korps landelijke politiediensten, afdeling luchtvaartpolitie (tel. 020-5025693 of fax 020-5025699) als de commandant van het korps marinebrandweer worden op de hoogte gesteld van:

1°. het aantal inzittenden;

2°. de tijdstippen van de vlucht.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking op 30 augustus 2007 en vervalt op 1 september 2007.

Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Defensie,voor deze:
de directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,
P.M.A. Vorderman,
generaal-majoor KLu b.d.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

Naar boven