21 augustus 2007
Nr. IVW TBE 45.1.a - 2007 - 67 - Heli
Holland
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 02-08-2007, ontvangen op 03-08-2007
van Heli Holland Airservice BV. Contactpersoon: I.E. Kamerbeek. Adres: Kanaal
B 223, 7881 NB, Emmer-Compascuum;
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdrachten van Heli Holland Airservice BV, voor het uitvoeren van:
twee gyrogestabiliseerde vluchten boven Haarlem, boven de Van Egmondstraat
met een duur van maximaal 15 minuten voor het maken van opnames vanuit de
helikopter ter ondersteuning van de ‘leader’ van ‘het Blok’
in verband met een uitzending van een reality klusprogramma;
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Dit besluit is van toepassing op de helikopter van het type AS 355 Aerospatiale
Twinstar F1, in gebruik bij Heli Holland Airservice BV, waarmee de VFR-vlucht
wordt uitgevoerd, boven de Van Egmondstraat in Haarlem, ten behoeve van het
maken van gyrogestabiliseerde opnames vanuit de helikopter, ter ondersteuning
van de ‘leader’ van ‘het Blok’ in verband met een
uitzending van een reality klusprogramma, in opdracht van Heli Holland Airservice
BV, in samenwerking met ‘het Blok’.
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van de in artikel 1 genoemde helikopter wordt van
22 augustus 2007 tot en met 5 september 2007 ontheffing verleend van het verbod
genoemd in artikel 45, eerste lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement,
om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden
met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen,
dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd
in de luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 ft, doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen
binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. vee niet wordt verstoord;
3. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
4. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G, in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) | Adviessnelheid (kts) |
|---|
800 - 1500 | < 50 |
1500 - 2000 | < 100 |
2000 - 5000 | < 120 |
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte m.b.t. plaatsen
die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing zonder hoogteverlies te verlaten;
f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter;
g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van filmopnamen noodzakelijk
is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie
is doorgegeven;
h. de helikopter wordt hoogstens twee maal een kwartier toegestaan om
tijdens de opnamen beneden de minimum VFR-vlieghoogte te vliegen.
i. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:
de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie
en worden de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerders, registratie en model / type helikopter;
- route en periode van de voorgenomen vlucht;
j. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de operationele helpdesk. Aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt
de hand gehouden;
k. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn
van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij
het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie, Postbus
20701, 2500 ES Den Haag;
l. indien van toepassing: ten minste 5 werkdagen van tevoren worden de
vluchtgegevens, de te vliegen route en andere relevante informatie aangeleverd
bij de operationele helpdesk;
m. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever,
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht;
n. bij het niet of niet volledig nakomen van de bovenstaande voorschriften
en beperkingen kan dat aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend
zijn met de inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 22 augustus en vervalt
met ingang van 6 september 2007, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
- de gronden van het bezwaar.