Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar DCMR Milieudienst Rijnmond 2007

Besluit van de Minister van Justitie van 7 augustus 2007, nr. 5487848/Justis/07, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren van milieuopsporingsambtenaren van DCMR Milieudienst Rijnmond

De Minister van Justitie,

Handelende in overeenstemming met de betrokken Ministers;

Gelezen het verzoek van de directeur van DCMR Milieudienst Rijnmond van 11 mei 2007 en de daaropvolgende adviezen van de hoofdofficier van justitie te Rotterdam en de korpschef van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond;

Gelet op:

– artikel 142, eerste lid, onder b, en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

– artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten;

– het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen, werkzaam in de functie van milieu opsporingsambtenaar in dienst van DCMR Milieudienst Rijnmond, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij verordeningen van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland en burgemeesters en wethouders van de gemeenten die deelnemer zijn aan de gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en beheer van DCMR Milieudienst Rijnmond en feiten strafbaar gesteld bij of krachtens de in artikel 1a van de Wet op de economische delicten genoemde wetten met uitzondering van artikelen 47 en 48, tweede lid, Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de in artikelen 26, 33 en 34 van de Wet op de economische delicten genoemde strafbare feiten.

2. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:

a. de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

b. de Woningwet;

c. de Wet milieugevaarlijke stoffen;

d. het Wetboek van Strafrecht de artikelen 161 quater, 161 quinquies, 173, 173a, 173b, 174, 175, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 193, 198, 199, 200, 225, 326, 435, onder ten vierde en 461 van het Wetboek van Strafrecht;

e. de bijzondere wetten of verordeningen, waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door de bevoegde minister of instantie;

f. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.

3. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de provincie Zuid- Holland.

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 50 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5

1. Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie Rotterdam.

2. Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond.

Artikel 6

1. De directeur van DCMR Milieudienst Rijnmond brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:

a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;

b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

d. het aantal klachten dat jegens de buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend.

2. Dit verslag dient tevens te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar DCMR Milieudienst Rijnmond 2007.

Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, dienst Justis, afdeling IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 7 augustus 2007.
De Minister van Justitie,
namens deze:
de teammanager BTR, P.W.C. Collard.

Toelichting

De directeur van DCMR Milieudienst Rijnmond heeft bij brief van 11 mei 2007 verzocht om aanwijzing van medewerkers van de DCMR Milieudienst Rijnmond tot buitengewoon opsporingsambtenaar.

De medewerkers bij de DCMR Milieudienst Rijnmond voeren namens de 16 gemeenten en de provincie Zuid-Holland controles uit bij zo’n 23.000 bedrijven in het Rijnmondgebied op de naleving van de Wet Milieubeheer en daarmee nauw verbonden wet- en regelgeving.

De betrokken medewerkers constateren hierbij regelmatig overtredingen, waartegen bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijk moet worden opgetreden. Conform de afspraken vastgelegd in de sanctiestrategie en de werkafspraken met o.a. de regiopolitie maken medewerkers van de DCMR Milieudienst Rijnmond in voorkomende gevallen zelfstandig proces-verbaal op of werken zij mee aan opsporingsonderzoeken uitgevoerd door de Regionale en Interregionale Milieuteams van de politie.

De direct toezichthouder, de korpschef van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond, en de toezichthouder, de hoofdofficier van justitie Rotterdam, achten de noodzaak tot verlening van de categoriale aanwijzing, van de bij de DCMR Milieudienst Rijnmond werkzame milieu opsporingsambtenaar, aanwezig.

Den Haag, 7 augustus 2007

De Minister van Justitie

namens deze:

de teammanager BTR,

P.W.C. Collard

Naar boven