Beslissing op bezwaar van Stichting Natuur en Milieu m.b.t. vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen

Aan:

Stichting Natuur en Milieu

t.a.v. mevr. M. de Rijk, directeur

Donkerstraat 17

3511 KB Utrecht

Uw brief van: 24 jan. 2007

Uw kenmerk: 070124.01

Ons kenmerk: DRR&R/2007/4052

Datum: 30 juli 2007

Onderwerp: Bestrijdingsmiddelenwet 1962, vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007, beslissing

Bijlagen: diversen

Geachte mevrouw De Rijk,

Bij brief van 24 januari 2007 hebt u bezwaar ingediend tegen mijn besluit van 5 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3655, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen voor het teeltseizoen 2007, alsmede tegen mijn wijzigingsbesluit van 13 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3933, houdende eerste wijziging Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007.

Uw bezwaarschrift voldoet aan de vereisten van artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en is tijdig ingediend.

U hebt erop gewezen dat ingevolge artikel 6:19 Awb het bezwaar zich tevens richt op het wijzigingsbesluit van 13 december 2006.

Het bezwaar richt zich ingevolge artikel 6:19 Awb tevens op het tweede wijzigingsbesluit van 23 februari 2007, nr. TRCJZ/2007/570.

U bent uitgenodigd voor de hoorzitting van 25 juni 2007. Van deze gelegenheid hebt u - met kennisgeving - geen gebruik gemaakt. Namens respectievelijk LTO Nederland en Agrichem BV zijn op de hoorzitting verschenen de heer J.T.W. Verhoeven en mr. W.J.G. Maas.

Op basis van uw bezwaarschrift heb ik mijn besluiten opnieuw beoordeeld. In deze brief vindt u mijn beslissing op uw bezwaarschrift en de overwegingen die tot deze beslissing hebben geleid. Aan het einde van deze brief staat hoe u beroep kunt aantekenen tegen deze beslissing. Als bijlage 1 bij deze beslissing vindt u een opsomming van de belangrijkste wettelijke regels die voor mijn beslissing van belang zijn.

Teneinde meer inzicht te geven in de toetsing van de vrijstellingen in het licht van de verplichting rekening te houden met de effecten die het gebruik van de vrijgestelde middelen kunnen hebben op de gezondheid van mens, dier en milieu, maak ik in bijlage 2 bij deze beslissing voor de resterende vrijstellingen inzichtelijk hoe het eindadvies van het College voor de toelating van Bestrijdingsmiddelen luidde, op basis waarvan ik tot mijn primaire beslissing ben gekomen. Tevens is in het kader van deze herbeoordeling meer recente informatie, indien van toepassing, meegewogen.

Beslissing op het bezwaarschrift

Ik verklaar uw bezwaarschrift deels gegrond en overigens ongegrond. Hierna kunt u lezen op grond van welke overwegingen ik tot deze beslissing ben gekomen.

Uw bezwaren

U hebt aangegeven waarom u het niet eens bent met het besluit. Daartoe hebt u aangevoerd dat de besluiten genomen zijn op basis van artikel 16aa Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (hierna: Bmw), welk artikel naar uw mening in strijd is met de Europese Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn 91/414/EEG. U hebt daarbij gewezen op een (ten tijde van de indiening van uw bezwaarschrift) te verwachten uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven in een vergelijkbare zaak, waarin prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.

In uw brief van 23 februari 2007 hebt u uw bezwaren aangevuld. Deze aanvulling komt er op neer dat de grondslag voor het verlenen van de vrijstelling van een aantal gewasbeschermingsmiddelen gevormd wordt door artikel 16aa Bmw. Deze bepaling noemt als enig criterium voor het verlenen van een vrijstelling dat de middelen voor de landbouw dringend vereist zijn.

Deze grondslag voor toelating acht u in strijd met de Europese richtlijn 91/414/EEG. U wijst erop dat in de overwegingen bij de richtlijn is vastgelegd dat met deze richtlijn een hoog beschermingsniveau van het milieu wordt nagestreefd. Uitdrukkelijk wordt dit uitgewerkt in de doelstelling ’voorkomen dat middelen op de markt worden gebracht die nog niet voldoende onderzocht zijn’. Voorts wordt overwogen dat de bescherming van het milieu voorrang heeft boven een betere productie in de landbouw.

In zijn uitspraak van 14 september 2006 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in de zaak C-138/05, onder verwijzing naar de daarin aangehaalde overwegingen, uitdrukkelijk bepaald waartoe de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn een lidstaat verplicht. Het Hof geeft in zijn overwegingen 44 en 45 een aantal concrete eisen aan die voortvloeien uit de doelstelling van de richtlijn 91/414/EEG, waaraan blijkens overweging 46 artikel 13, lid 6 van de richtlijn 91/414/EEG niet kan afdoen:

• Er moet een beoordeling plaatsvinden van de milieuschadelijkheid van de middelen (en dus niet alleen van stoffen).

• De kwaliteit van de beoordeling moet ‘naar behoren’ zijn, hetgeen gezien de considerans gelezen moet worden als een beoordeling die adequaat is om een hoog niveau van bescherming van het milieu en volksgezondheid te bereiken, waarbij de bescherming van het milieu en de volksgezondheid voorrang heeft boven verbetering van de plantaardige productie.

• De beoordeling moet gebaseerd zijn op een dossier dat de nodige informatie bevat om de beoordeling daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Deze eis van voldoende kwaliteit is absoluut, want artikel 13 lid 6 van de richtlijn kan er niet aan afdoen.

• De aanvragers dienen er zorg voor te dragen dat een voldoende volledig dossier wordt ingediend.

U hebt voorts aangevoerd dat uit vaste jurisprudentie valt af te leiden dat de bepalingen in het nationale recht voldoende duidelijk moeten zijn om te verzekeren dat de doelstellingen van de richtlijn bereikt worden. Van belang is volgens het Hof dat de richtlijnbepalingen ‘onbetwistbaar dwingende kracht’ hebben. Het resultaat van de toepassing van nationale regelgeving met welke de richtlijn geïmplementeerd is, mag niet afhangen van een administratieve praktijk (of zoals hier een beleidsverklaring). Deze is naar uw mening volgens het Hof onvoldoende zeker in zijn toepassing en tevens onvoldoende gepubliceerd.

Nu iedere uitwerking van de milieubeoordeling in de regelgeving naar uw oordeel ontbreekt, zijn de besluiten alleen al op die grond in strijd met de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn.

Daar komt nog bij dat het enige in artikel 16aa Bmw genoemde criterium voor vrijstelling (= toelating), ‘voor de landbouw dringend vereist zijn’, een criterium introduceert dat lijnrecht in strijd is met de milieu- en volksgezondheidsdoelstellingen van de richtlijn 91/414/EEG. Tevens is het criterium ‘voor de landbouw dringend vereist zijn’ in strijd met de voorrang die milieu- en volksgezondheidsbelangen volgens de overwegingen bij richtlijn 91/414/EEG dienen te hebben boven het belang van een ‘betere plantaardige productie’.

De bestreden besluiten leiden naar uw mening ook tot schade aan het milieu en kunnen zodoende niet de uitkomst zijn van ‘naar behoren beoordelen’ van de milieueffecten.

Met name worden in het besluit van 13 december 2006 een aantal toepassingen vrijgesteld van het middel Actellic 50, op basis van de actieve stof pirimifos-methyl (knelpunten II-O, II-P, II-Q, II-S en II-T), die zeker zullen leiden tot aanzienlijke overschrijding van milieucriteria. Het betreft hier het toestaan van gebruik in kassen van pirimifos-methyl. Deze stof is zeer vluchtig en zal door gebruik snel buiten de kas raken en in het oppervlaktewater terechtkomen. Pirimifos-methyl is zeer giftig voor waterorganismen. In het verleden zijn de nu vrijgestelde toepassingen beëindigd wegens de zeer aanzienlijke overschrijding van de milieucriteria.

U concludeert dat de bestreden besluiten in strijd zijn met de Europese regelgeving inzake het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen. Nu de besluiten niet door eventuele wijziging alsnog in overeenstemming te brengen zijn met de Gewasbeschermingsrichtlijn, verzoekt u de bestreden besluiten in te trekken.

Feiten en omstandigheden

Bij de totstandkoming van de bestreden besluiten heb ik onder meer het volgende overwogen.

Artikel 16aa Bmw is gebaseerd op artikel 8, tweede lid, van de Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (hierna: de richtlijn). Op grond van laatstgenoemde bepaling mag een lidstaat gedurende de nader gedefinieerde overgangsperiode toelaten dat gewasbeschermingsmiddelen die niet in bijlage I opgenomen werkzame stoffen bevatten en die twee jaar na kennisgeving van de richtlijn reeds op de markt zijn, op zijn grondgebied op de markt worden gebracht.

Artikel 16aa Bmw biedt de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen voor de toepassing van een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel.

Het georganiseerde bedrijfsleven, waaronder onder meer LTO Nederland, het Hoofdproductschap Akkerbouw en de Nederlandse Fruittelers Organisatie, heeft in de maanden juli en september van 2006 voor de combinatie van bepaalde teelten en bepaalde plagen of ziektes, waartegen volgens het bedrijfsleven geen goed bestrijdingsmiddel voorhanden is, aanvragen tot vrijstelling ingediend voor een aantal middelen. De Plantenziektenkundige Dienst heeft onderzocht of er daadwerkelijk sprake is van een landbouwkundig knelpunt in de teelt. De beginselen van geïntegreerde teelt hebben hierbij als uitgangspunt gediend. Slechts voor erkende knelpunten kon een vrijstelling worden verleend.

Vervolgens hebben het RIVM, Notox en EPP Consultancy, onder coördinatie van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen advies uitgebracht over de vraag of het beoogde gewasbeschermingsmiddel voldoet aan de gestelde eisen inzake arbeidsbescherming, volksgezondheid en milieu. Er zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die een vrijstelling in de weg staan. Daarna heeft de Plantenziektenkundige Dienst op basis van de concrete aanvraag beoordeeld of het beoogde gewasbeschermingsmiddel, gelet op de voorliggende adviezen en de aanvraag, het gestelde probleem op een aanvaardbare manier ondervangt. Indien het beoogde gewasbeschermingsmiddel niet, slechts marginaal of op een onaanvaardbare wijze het gestelde probleem onderving, kon geen vrijstelling worden verleend.

Een middel kon bovendien slechts worden vrijgesteld als de werkzame stof in het middel voor 26 juli 1993 op de markt is gekomen en is opgenomen in een werkprogramma van de Europese Commissie voor onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de richtlijn.

Toetsing van de ingediende aanvragen aan artikel 16aa Bmw heeft uitgewezen dat er geen beletselen waren om voor de betrokken gewasbeschermingsmiddelen vrijstelling te verlenen van de verboden genoemd in de artikelen 2 en 10 Bmw.

Overwegingen

Ofschoon enkele verleende vrijstellingen inmiddels zijn geëxpireerd doet dit blijkens de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: het College) van 22 maart 2005, AWB 04/876, overweging 6.1. niet het belang vervallen, zodat ook inzake deze vrijstellingen nog steeds sprake is van een ontvankelijk bezwaarschrift.

Bij het verlenen van de bestreden vrijstellingen is naar mijn oordeel rekening gehouden met de effecten die het gebruik van de desbetreffende gewasbeschermingsmiddelen kunnen hebben op de gezondheid van mens en dier, en op het milieu. Dat is, mede blijkens de toelichtingen op de bestreden besluiten, staande praktijk, die als zodanig evenwel niet in een bepaling van de Bestrijdingsmiddelenwet is vastgelegd.

Als vervolg op het arrest van het Hof van Justitie van 14 september 2006 in zaak C-138/05, heeft het College op 4 mei 2007 uitspraak gedaan inzake het beroep dat was ingesteld tegen het besluit strekkende tot ongegrondverklaring van bezwaren tegen het met toepassing van artikel 16aa Bmw verlenen van vrijstelling met betrekking tot bij dat besluit aangeduide gewasbeschermingsmiddelen (het - gewijzigde - besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2004).

Het College overweegt in de uitspraak van 4 mei 2007 (LJN: BA4402) onder meer dat namens mij weliswaar is betoogd dat bij het verlenen van de vrijstellingen een zorgvuldige procedure is gevolgd, doch dat het hierbij gaat om een gehanteerd beleid en niet om de toepassing van een bij wet gestelde norm inzake het naar behoren rekening houden met de effecten op de gezondheid van mens en dier, alsmede op het milieu.

Het College overweegt dat volgens de tekst van artikel 16aa Bmw vrijstelling zou kunnen worden verleend, zonder dat naar behoren rekening is gehouden met deze effecten. Het College is gezien deze laatste gevolgtrekking van oordeel dat de wijziging van het toelatingsregime van de Bmw die het gevolg is van de invoering van artikel 16aa, een wijziging betreft die de verwezenlijking van het door de richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar brengt. Het College concludeert dat artikel 16aa Bmw niet in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 8, lid 2, van de richtlijn, zoals dit voorschrift gezien het arrest van Hof moet worden verstaan.

De uitspraak van het College noopt mij ertoe bij de heroverweging van de thans bestreden besluiten vast te stellen, dat de bestreden besluiten gebaseerd zijn op artikel 16aa Bmw, in welk artikel geen uitdrukkelijk voorschrift is opgenomen dat waarborgt dat bij de vrijstelling van een gewasbeschermingsmiddel naar behoren rekening wordt gehouden met de effecten van het middel op de gezondheid van mens en dier en op het milieu. In zoverre is uw bezwaar gegrond.

Dit leidt evenwel niet tot het oordeel dat het door het College vastgestelde formele gebrek in artikel 16aa Bmw aan de bestreden besluiten in de weg staat. Het door het College vastgestelde formele gebrek in artikel 16aa Bmw wordt gerepareerd (met het wetvoorstel Aanpassing overgangsrecht Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, Tweede Kamer, vergaderjaar 2006-2007, 31 067, nrs.1-3; op 5 juli 2007 met algehele stemmen door de Tweede Kamer aanvaard; behandeling door Eerste Kamer is voorzien in september) en doet niet af aan de gehanteerde, zorgvuldige praktijk, op grond waarvan in de feitelijke beoordeling van de aanvragen tot vrijstelling de betreffende gewasbeschermingsmiddelen getoetst zijn aan de gestelde eisen inzake arbeidsbescherming, volksgezondheid en milieu. Ik ben van mening dat, nu het door het College geconstateerde formele gebrek zal zijn hersteld op het moment dat de nieuwe Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in werking treedt (voorzien op 1 oktober 2007), het gebrek van artikel 16aa Bmw tijdelijk kan worden geheeld door deze bepaling in de tussentijd uit te leggen en toe te passen in het licht van artikel 8, lid 2, van de richtlijn en de door het Hof in dat kader aan artikel 10 EG ontleende waarborgen.

Dit betekent dat ik de bevoegdheid tot het verlenen van een vrijstelling richtlijnconform kan toepassen wanneer, op basis van een dossier dat de nodige informatie bevat om die effecten daadwerkelijk te kunnen onderzoeken, naar behoren rekening wordt gehouden met de effecten die het middel kan hebben op de gezondheid van mens en dier, alsmede op het milieu. Aangezien mijn ambtsvoorganger bij de totstandkoming van artikel 16aa Bmw heeft aangegeven dat gelet op de milieubelangen die in het geding kunnen zijn, voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden aan de vrijstellingen (Nota naar aanleiding van het nader verslag, Tweede Kamer, vergaderjaar 2002-2003, 28 358, nr. 6, blz. 4, tweede alinea en nr. 8, blz. 8, laatste alinea eerste zin en blz. 10, eerste alinea, blz. 12, vijfde alinea, blz. 14, een na laatste alinea, blz. 16, derde alinea), kan niet worden gezegd dat deze praktijk niet kenbaar was voor de aanvragers van de vrijstellingen.

In het kader van de heroverweging van de bestreden besluiten constateer ik dat de gehanteerde praktijk in overeenstemming is met het aldus richtlijnconform uitgelegde artikel 16aa Bmw en het door de Gewasbeschermingsmiddelenrichtlijn voorgeschreven resultaat niet ernstig in gevaar brengt.

In dat verband is van belang dat conform de kenbaar gemaakte procedure (zie Tweede Kamer 27 858, nrs. 38, 39, 44 en 51) aanvragen zijn ingediend en geconstateerd is dat sprake is van landbouwkundige knelpunten. Voorts zijn de vrijstellingen verleend aan de hand van een dossier dat de nodige informatie bevat zodat naar behoren rekening is gehouden met de effecten van de middelen in de gevraagde toepassing(en) voor mens, dier en milieu.

In de bestreden besluiten is aangegeven dat bij toepassing van de gewasbeschermingsmiddelen onder de daarbij gestelde voorwaarden geen sprake is van onaanvaardbare effecten voor het milieu. Steun voor dit standpunt kan gevonden worden in de adviezen van RIVM, Notox en EPP Consultancy, onder coördinatie van het College voor de toelating bestrijdingsmiddelen (hierna: Ctb). Daar waar zij risico’s signaleren kunnen deze naar mijn mening tot een aanvaardbaar niveau worden teruggebracht met de voorgeschreven gebruiksvoorschriften en gebruiksaanwijzingen, bijvoorbeeld omdat de betreffende gewasbeschermingsmiddelen gedurende korte tijd en op kleine schaal (d.w.z. in een kleine teelt en/of in een bepaalde dosering) mogen worden toegepast. Bovendien zijn waar mogelijk risicoreducerende maatregelen voorgeschreven. Bijvoorbeeld het gebruik van spuitapparatuur en windschermen boven op maatregelen die op grond van het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij (Besluit van 27 januari 2000, Stb, 2000, 43, zoals daarna gewijzigd) reeds gelden voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Geheel in lijn met de uitgangspunten van de Bmw en de richtlijn zijn de effecten zo tot een aanvaardbaar niveau teruggebracht.

U stelt dat de verleende vrijstellingen leiden tot schade aan het milieu. U onderbouwt dit standpunt slechts voor één vrijgesteld middel. Aangezien mij niet is gebleken dat de overige vrijgestelde middelen leiden tot schade aan het milieu en u uw bezwaar op dit punt niet onderbouwt concludeer ik dat uw bezwaar in zoverre ongegrond moet worden verklaard.

Met betrekking tot het middel Actellic 50 betoogt u dat de vrijgestelde toepassingen: II.O, II.P, II.S en II.T zeker zullen leiden tot aanzienlijke overschrijding van milieucriteria. U licht toe dat het gaat om het gebruik in kassen van de werkzame stof pirimifos-methyl, een zeer vluchtige stof die snel buiten de kas raakt en in oppervlaktewater terecht komt. U voegt daar nog aan toe dat pirimifos-methyl zeer giftig is voor waterorganismen.

Uw mening dat de vrijgestelde toepassingen zeker zullen leiden tot aanzienlijke overschrijding van milieucriteria deel ik niet. Het middel mag conform de geldende gebruiksvoorschriften in voornoemde toepassingen niet toegepast worden in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater terecht komt. Verder moeten na afloop van de behandeling luchtramen minimaal 4 uur gesloten blijven. Deze voorschriften voorkomen verspreiding van het middel buiten de kas en naar het oppervlaktewater. Dat betekent dat de door u geschetste risico’s voor waterorganismen zich niet voordoen bij een juist gebruik van het middel. Dat juiste gebruik wordt bevorderd door via het gebruiksvoorschrift de gebruiker op de hoogte te stellen van de gevaren die het middel bij onjuist gebruik kan veroorzaken voor waterorganismen en het aquatisch milieu. Voorts wordt de gebruiker opgedragen om lozing in het milieu te voorkomen.

Ik concludeer dat ook dit deel van uw bezwaar ongegrond moet worden verklaard.

Conclusie

Ik verklaar het bezwaar gedeeltelijk gegrond en herroep het besluit van 5 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3655, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen voor het teeltseizoen 2007, het besluit van 13 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3933, houdende eerste wijziging Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007, alsmede het besluit van 23 februari 2007, nr. TRCJZ/2007/570, houdende tweede wijziging Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007, zoals aangegeven in artikel I van bijgevoegd Wijzigingsbesluit. Voor zover in dat verband ten aanzien van de middelen een nieuw besluit is genomen, is dat besluit opgenomen in het wijzigingsbesluit. Het wijzigingsbesluit is als onderdeel van deze beslissing op bezwaar aan deze beslissing gehecht.

Voor het overige verklaar ik uw bezwaren ongegrond en handhaaf ik de bestreden besluiten.

Beroepsmogelijkheid

Een belanghebbende kan, binnen zes weken na verzending van deze brief een beroepschrift indienen. Stuur het beroepschrift in dat geval naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA

’s-Gravenhage. Voor de behandeling van het beroep brengt het College griffierecht in rekening. Voor natuurlijke personen bedraagt dit € 143,- en voor andere dan natuurlijke personen € 285,-.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,voor deze,
de secretaris-generaal,
A.N. van der Zande.

Wijzigingsbesluit (onderdeel van de beslissing op bezwaar)

Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, houdende derde wijziging van het besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007

in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieubeheer, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid

gelet op artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962

besluit:

Artikel I

De bijlage bij het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 5 december 2006, TRCJZ/2006/3655, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 20071 wordt als volgt gewijzigd:

A

In deel I van de bijlage vervallen de onderdelen I.A, I.B, I.E, I.F en I.I.

B

In deel II van de bijlage vervallen de onderdelen II.C, II.J, II.K, II.N, II.V en II.AA.

C

In deel II van de bijlage komen de onderdelen II.F, II.G, II.Y, II.Z, en II.AC te luiden als volgt:

II. F. Knelpunt Boomkwekerijgewassen ‐ gal- en roestmijt

Merknaam: Vertimec

Gehalte werkzame stof: 18 g/l abamectine

Toelatingsnummer: 10020 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Boomkwekerijgewassen - gal- en roestmijt

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als mijtenbestrijdingsmiddel met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen in de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen vanaf 1 maart 2007 tot en met 31 oktober 2007.

In verband met het risico voor waterorganismen is de toepassing op percelen die grenzen aan watergangen uitsluitend toegestaan:

• In het geval van hoge boomkwekerijgewassen (opwaarts spuiten; gewassen hoger dan 2,5m): dient gebruik gemaakt te worden van de volgende driftreducerende maatregelen: 5 meter teeltvrije zone, tenminste 90% driftreducerende doppen en éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij.

• in geval van lage boomkwekerijgewassen (gewassen tot en met 2,5 meter hoog) dient gebruik te worden gemaakt van minimaal 90% driftreducerende doppen.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of in gewassen wanneer deze bezocht worden door bijen of hommels. Niet toegestaan is de toepassing van het middel wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn.

Dit middel is schadelijk bij inademing en opname door de mond. Het middel is irriterend voor de ogen en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid. Het middel is zeer vergiftig voor in water levende organismen en kan in het aquatische milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het kan de vruchtbaarheid en het ongeboren kind schaden.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen.

• Spuitnevel niet inademen.

• Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk dit etiket tonen).

• Blootstelling vermijden- vóór gebruik speciale aanwijzingen raadplegen.

• Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

• Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het maximale effect tegen mijten wordt drie tot vijf dagen na behandeling bereikt. Verspuit het middel onder hoge druk met voldoende water om optimale verdeling over zowel boven- als onderzijde van het blad te bereiken. Gebruik minimaal 0,5 liter middel per hectare. Het is niet nodig om een uitvloeier toe te voegen.

Toepassingen

In de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen, ter bestrijding van gal- en roestmijten (Eriophyidae).

Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. De behandeling zonodig eenmaal herhalen met een interval van minimaal 7 dagen.

Dosering: 0,025% (25 ml per 100 liter water).

II. G. Knelpunt Aardbei onder glas - trips

Merknaam: Vertimec

Gehalte werkzame stof: 18 g/l abamectine

Toelatingsnummer: 10020 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection

Knelpunt: Aardbei onder glas - trips

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel met maximaal 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen in de bedekte productieteelt van aardbei vanaf 1 februari 2007 tot en met 31 oktober 2007.

In de bedekte teelt mag het middel uitsluitend worden toegepast door middel van:

• een gewasgerichte behandeling met hydraulische spuitapparatuur (hogedrukspuit) mits per hectare minimaal 250 liter spuitvloeistof wordt toegepast met een druk bij de pomp die niet hoger is dan 25 bar (d.d. 2500 kPa of 25 kgf/cm3 of 25 atm),

• een ruimtebehandeling met een Laag Volume vernevelaar (Low Volume Misters)

Het middel mag uitsluitend worden toegepast onder strikte in achtneming van het gestelde onder veiligheidsaanbevelingen.

Het middel mag uitsluitend worden toegepast indien er geen andere personen in de desbetreffende ruimte aanwezig zijn, tenzij deze personen het gestelde onder veiligheidsaanbevelingen strikt in acht nemen.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of in niet-bloeiende gewassen indien bijen of hommels actief zijn op deze planten. Niet toegestaan is toepassing wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn. Gebruik op bloeiende planten onder glas is wel toegestaan mits er geen bijen of hommels in de kas aanwezig zijn.

Om de in het water levende organismen te beschermen mag het middel niet toegepast worden in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater terecht kan komen. Na afloop van een behandeling dienen de luchtramen minimaal 4 uren gesloten te blijven.

Het middel is schadelijk bij inademing en opname door de mond, irriterend voor de ogen en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid. Het is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Het kan de vruchtbaarheid en het ongeboren kind schaden.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen.

• Spuitnevel niet inademen.

• Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk dit etiket tonen).

• Blootstelling vermijden- vóór gebruik speciale aanwijzingen raadplegen.

• Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren

• Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 3 dagen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Verspuit het middel onder hoge druk met voldoende water om optimale verdeling over zowel boven- als onderzijde van het blad te bereiken. Gebruik minimaal 0,5 liter middel per hectare. Het is niet nodig om een uitvloeier toe te voegen.

Toepassingen

In de bedekte productieteelt van aardbei, ter bestrijding van larven van trips (Frankliniella occidentalis).

Toepassen zodra larven worden waargenomen. De behandeling indien nodig herhalen. Het middel maximaal 3 maal per teelt toepassen met een interval van minimaal 7 dagen.

Dosering: 0,05% (50 ml per 100 liter water) in maximaal 1500 liter water per hectare.

Attentie

Gezien de inherente risico’s van de ontwikkeling van resistentie tegen enigerlei product wordt sterk aanbevolen Vertimec toe te passen in een goed programma om resistentie tegen te gaan, waaronder begrepen het gebruik van andere producten met andere werkingsmechanismen.

II. Y. Knelpunt grondgebonden snijbloemen onder glas - wortelduizendpoot

Merknaam: Curater vloeibaar

Gehalte werkzame stof: 200 g/l carbofuran

Toelatingsnummer: 7823 N

Toelatingshouder: FMC Chemical

Knelpunt: grondgebonden snijbloemen onder glas - wortelduizendpoot

Restrictie

De Europese Commissie heeft bij beschikking van 13 juni 2007 (C(2007) 2467) besloten dat de werkzame stof carbofuran niet in bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG wordt opgenomen. In gevolge artikel 2 van deze beschikking worden bestaande toelatingen uiterlijk op 13 december 2007 ingetrokken en worden geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk 13 december 2008.

De vrijstelling van Curater vloeibaar voor het knelpunt snijbloemen onder glas/wortelduizendpoot is verleend tot 31 december 2007. In verband met voornoemde beschikking van de Europese Commissie is na de datum van inwerkingtreding van onderhavig besluit slechts vrijgesteld het voorhanden of in voorraad hebben of gebruiken als bedoeld in artikel 3 van het besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007.

Personen als bedoeld in artikel 3, onderdelen a of b, van dit besluit, die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit Curater vloeibaar hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot uiterlijk 31 december 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2467) nog slechts tweemaal toepassen in de teelt van snijbloemen onder glas bij de bestrijding van wortelduizendpoot.

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel op klei-, veen- en zavelgronden met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen met dien verstande dat voor het laden en mengen maximaal een hoeveelheid voor een te behandelen oppervlakte van 0,2 ha per dag per persoon aangemaakt mag worden in de bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen door middel van een grondbehandeling vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is schadelijk bij aanraking met de huid en vergiftig bij inademen. Dit middel is zeer vergiftig bij opname door de mond en irriterend voor de huid. Het middel is giftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het middel bevat fenylmethoxy methanol. Dit kan een allergische reactie veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Draag geschikte beschermende handschoenen, kleding en laarzen.

• Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water en zeep.

• Een beschermingsmiddel voor het gezicht dragen.

• Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen.

• Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen en indien mogelijk dit etiket tonen.

• Na het werk direct handen, gezicht en haar wassen.

• Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Bijen kunnen ook actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.

Algemeen

Het dient aanbeveling middels een proefbehandeling vast te stellen of het betreffende gewas de behandeling verdraagt.

Toepassingen

In de bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen, ter bestrijding van wortelduizendpoot (Scutigerella immaculata).

Het middel toedienen via de regenleiding; meteen na toepassing enkele minuten naregenen. Bij zware aantasting de behandeling na ca. 14 dagen herhalen. In chrysanten is schade in de vorm van blad- of wortelverbranding niet uitgesloten. Op grond met een hoog organische stofgehalte kan de werking van Curater Vloeibaar middels een grondbehandeling tegen de wortelduizendpoot tegenvallen.

Dosering: 2 ml per m2, opgelost in 2 tot 3 liter water

II. Z. Knelpunt Boomkwekerijgewassen en vaste planten - gegroefde lapsnuitkever

Merknaam: Curater vloeibaar

Gehalte werkzame stof: 200 g/l carbofuran

Toelatingsnummer: 7823 N

Toelatingshouder: FMC Chemical

Knelpunt: Boomkwekerijgewassen en vaste planten - gegroefde lapsnuitkever

Restrictie

De Europese Commissie heeft bij beschikking van 13 juni 2007 (C(2007) 2467) besloten dat de werkzame stof carbofuran niet in bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG wordt opgenomen. Ingevolge artikel 2 van deze beschikking worden bestaande toelatingen uiterlijk op 13 december 2007 ingetrokken en worden geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk 13 december 2008.

De vrijstelling van Curater vloeibaar voor het knelpunt boomkwekerijgewassen en vaste planten/gegroefde lapsnuitkever is verleend tot 31 oktober 2007. In verband met voornoemde beschikking van de Europese Commissie is na de datum van inwerkingtreding van onderhavig besluit slechts vrijgesteld het voorhanden of in voorraad hebben of gebruiken als bedoeld in artikel 3 van het besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007.

Personen als bedoeld in artikel 3, onderdelen a of b, van dit besluit, die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit Curater vloeibaar hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot uiterlijk 31 oktober 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2467) nog slechts eenmaal toepassen in de teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten bij de bestrijding van de gegroefde lapsnuitkever.

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel met maximaal 4 toepassingen per teelt of teeltseizoen die machinaal worden toegepast met gebruikmaking van driftreducerende doppen van minimaal 90% en met een teeltvrije zone van 150 cm en met dien verstande dat maximaal 1 ha per persoon per dag behandeld mag worden in de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten door middel van een gewasbehandeling vanaf 1 mei 2007 tot en met 31 oktober 2007.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is schadelijk bij aanraking met de huid en vergiftig bij inademen. Dit middel is zeer vergiftig bij opname door de mond en irriterend voor de huid. Het middel is giftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het middel bevat fenylmethoxy methanol. Dit kan een allergische reactie veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Draag geschikte beschermende handschoenen, kleding en laarzen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

• Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water en zeep.

• Een beschermingsmiddel voor het gezicht dragen.

• Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen.

• Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen en indien mogelijk dit etiket tonen.

• Na het werk direct handen, gezicht en haar wassen.

• Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Bijen kunnen ook actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.

Algemeen

Het verdient aanbeveling door middel van een proefbehandeling vast te stellen of het betreffende gewas de behandeling verdraagt.

Toepassingen

In de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van de volwassen lapsnuitkever (Otiorhynchus spp).

Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren en met een interval van 21 dagen herhalen. Het optimale toepassingstijdstip is ’s avonds omdat de kevers ’s nachts actief zijn.

Dosering: 0,1% (100 ml per 100 liter water)

II. AC. Knelpunt onbedekte teelt van oregano ‐ grasachtige onkruiden

Merknaam: Gallant 2000

Gehalte werkzame stof: 108 g/l haloxyfop-P-methyl

Toelatingsnummer: 11592 N

Toelatingshouder: Dow Agro-sciences B.V.

Knelpunt: onbedekte teelt van oregano - grasachtige onkruiden

Restrictie

De Europese Commissie heeft bij beschikking van 19 juni 2007 (C(2007) 2584) besloten dat de werkzame stof haloxyfop-R niet in bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG wordt opgenomen. In gevolge artikel 2 van deze beschikking worden bestaande toelatingen uiterlijk op 19 december 2007 ingetrokken en worden geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk 19 december 2008.

De vrijstelling van Gallant 2000 voor het knelpunt oregano/grasachtige onkruiden is verleend tot 30 september 2007. In verband met voornoemde beschikking van de Europese Commissie is na de datum van inwerkingtreding van onderhavig besluit slechts vrijgesteld het voorhanden of in voorraad hebben of gebruiken als bedoeld in artikel 3 van het besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007.

Personen als bedoeld in artikel 3, onderdelen a of b, van dit besluit, die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van onderhavig besluit Gallant 2000 hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot uiterlijk 30 september 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2584) nog maximaal éénmaal toepassen in de onbedekte teelt van oregano voor de bestrijding van grasachtige onkruiden.

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel ter bestrijding van grasachtige (monocotyle) onkruiden, met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen met dien verstande dat maximaal 5 ha per persoon per dag behandeld mag worden in de onbedekte teelt van oregano bestemd voor de productie van etherische oliën, vanaf 1 april 2007 tot en met 30 september 2007.

Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden.

Dit middel geeft gevaar voor ernstig oogletsel, kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid en is irriterend voor ademhalingswegen en de huid. Dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken. Het middel is giftig voor in water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

• Niet roken tijdens gebruik.

• Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen.

• Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht.

• Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

• Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies / veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Gallant 2000 is een systemisch werkend bladherbicide en bestrijdt kweekgras, eenjarige grassen en opslag van granen, ook straatgras wordt bestreden. Op het moment van spuiten moeten de grassen goed aan de groei zijn en voldoende bladmassa hebben om het herbicide op te nemen (3-5 bladstadium tot begin uitstoeling).

Wacht met toepassen niet zo lang dat het cultuur gewas het onkruid grotendeels bedekt.

Toepassen bij droog en groeizaam weer, als geen regen wordt verwacht binnen 1 uur na toepassing. De groei van de onkruiden stopt binnen enkele dagen na de bespuiting; afhankelijk van de weersomstandigheden en de onkruiden is de werking zichtbaar 1 tot 2 weken na de toepassing en is volledig na 3 tot 4 weken. Groeizaam weer bevordert de snelheid van de werking.

Gallant 2000 bevat een uitvloeier. De toevoeging van een extra hulpstof is dus niet nodig.

Niet mengen met groeistoffen.

Toepassingen

Onbedekte teelt van oregano bestemd voor de productie van etherische oliën, ter bestrijding van grasachtige onkruiden.

De toepassing kan na opkomst van het gewas plaatsvinden.

Dosering:

De dosering is afhankelijk van de onkruidsoort.

Opmerkingen:

Cultuurgrassen (behalve roodzwenk en hardzwenk), granen en maïs zijn uiterst gevoelig voor dit middel.

onkruidsoort

dosering per ha

tijdstip van toepassen

- Hanepoot

  

- Duist

  

- Windhalm

 

als het betreffende onkruid

- Wilde haver

0,5 l

2-3 bladeren heeft tot

- Opslag van granen

 

uiterlijk begin doorschieten

- Stuifdek van gerst

  

- Opslag van raaigras

  
   

- Kweekgras

1 l

bij 15-25 cm hoogte (4-6 bladstadium)

   

- Straatgras

1 - 1,5 l

op jong straatgras voor de bloei geeft 1 l ha al voldoende werking.

D

In deel II van de bijlage worden in de onderdelen II.O, II.P, II.Q, II.S en II.T telkens vóór het kopje Gebruiksvoorschriften de navolgende zinnen toegevoegd:

Restrictie

Naar verwachting zal de Europese Commissie binnenkort bekendmaken dat de werkzame stof pirimifos methyl geplaatst zal worden op bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG maar uitsluitend voor “post harvest applications”. Om die reden zal per 1 oktober 2007 niet langer het afleveren of in Nederland brengen van het middel ten behoeve van gebruik in een kas worden toegestaan.

De vrijstelling van Actellic 50 is verleend tot 31 december 2007. In verband met de te publiceren communautaire maatregel is met ingang van 1 oktober 2007 slechts vrijgesteld het voorhanden of in voorraad hebben of gebruiken als bedoeld in artikel 3 van het besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

voor deze:

de secretaris-generaal,

A.N. van der Zande.

1 Stcrt. 2006, nr. 243, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 23 februari 2007, Stcrt. 2007, 41.

Toelichting

In het kader van de beslissing op bezwaar zijn alle vrijstellingen 2007 herbeoordeeld. Daarbij is rekening gehouden met de feiten en omstandigheden, zoals bekend kort voor het nemen van onderhavig besluit. In een aantal gevallen is een werkzame stof geplaatst of niet geplaatst op bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG, hetgeen in die concrete gevallen heeft geleid tot een wijziging van het vrijstellingsbesluit. Ten aanzien van de vrijgestelde toepassingen van het middel Vertimec is bij de herbeoordeling gebleken dat aanvullende voorschriften nodig zijn om het milieu risico tot aanvaardbare proporties terug te brengen. Voor de kastoepassingen van het middel Actellic 50 wordt vooruitgelopen op de publicatie van een communautair besluit tot beperkte plaatsing op bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG, omdat dit besluit elk moment kan worden gepubliceerd.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

voor deze:

de secretaris-generaal,

A.N. van der Zande.

Bijlage 1

Regelgeving

In de toepasselijke regelgeving is - voor zover in de onderhavige zaak van belang - het volgende bepaald.

Artikel 2, eerste lid, Bmw

Het is verboden een bestrijdingsmiddel af te leveren, voorhanden of in voorraad te hebben, binnen Nederland te brengen of te gebruiken, waarvan niet blijkt dat het ingevolge deze wet is toegelaten of voor zover het een biocide met een gering risico betreft, is geregistreerd.

Artikel 3, tweede lid, onder a Bmw

Een bestrijdingsmiddel wordt voorts slechts toegelaten of geregistreerd indien:

voor zover het een bestrijdingsmiddel betreft, de werkzame stof of werkzame stoffen zijn aangewezen bij een communautaire maatregel die de werkzame stoffen vermeldt die mogen worden gebruikt als basis voor bestrijdingsmiddelen en aan de daarbij gestelde voorwaarden wordt voldaan;

Artikel 10, eerste en tweede lid, Bmw

1. Het is verboden te handelen in strijd met de krachtens de artikelen 5, tweede, derde, vierde, zesde, zevende en achtste lid, 5a, eerste en tweede lid, en 9, tweede en derde lid, vastgestelde voorschriften.

2. Het is een ieder verboden van een bij regeling van Onze betrokken Minister aangewezen bestrijdingsmiddel een hoeveelheid voorhanden of in voorraad te hebben, tenzij die hoeveelheid bestemd is voor een gebruik waarvoor het middel is toegelaten, geregistreerd of ter aflevering.

Artikel 16aa Bmw

1. Onze betrokken Minister kan, wanneer de belangen van de landbouw zulks dringend vereisen, vrijstelling of ontheffing verlenen van het bepaalde in de artikelen 2, eerste lid, en 10, eerste en tweede lid, ten aanzien van een gewasbeschermingsmiddel dat een werkzame stof bevat:

a. die reeds vóór 26 juli 1993 werd afgeleverd;

b. die niet bij een in artikel 3, tweede lid, onder a, bedoelde communautaire maatregel is aangewezen, en

c. ten aanzien waarvan het onderzoek, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van Richtlijn nr.91/414/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1991, betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEG L 230), na 26 juli 2003 wordt aangevangen of voortgezet.

2. Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kunnen onder beperkingen worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken.

Artikel 8, tweede lid, van de Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991

In afwijking van artikel 4 en onverminderd lid 3 en Richtlijn 79/117/EEG mag een Lid-Staat, gedurende een periode van twaalf jaar na de kennisgeving van deze richtlijn, toelaten dat gewasbeschermingsmiddelen die niet in bijlage I opgenomen werkzame stoffen bevatten en die twee jaar na de datum van kennisgeving van de richtlijn reeds op de markt zijn, op zijn grondgebied op de markt worden gebracht.

Na de aanneming van deze richtlijn start de Commissie een werkprogramma om die werkzame stoffen binnen de in de eerste alinea bedoelde periode geleidelijk te onderzoeken. In het kader van dit programma kan worden geëist dat de belanghebbenden alle vereiste gegevens binnen een in het programma vastgelegde termijn aan de Commissie en aan de Lid-Staten meedelen. Alle bepalingen die voor de tenuitvoerlegging van het programma noodzakelijk zijn, zullen in een overeenkomstig de procedure van artikel 19 aangenomen verordening worden vastgelegd.

Tien jaar na de kennisgeving van deze richtlijn legt de Commissie aan het Europese Parlement en de Raad een verslag voor over de vooruitgang die met betrekking tot het programma is geboekt. Overeenkomstig de conclusies van het verslag kan overeenkomstig de procedure van artikel 19 worden besloten of de in de eerste alinea bedoelde periode van twaalf jaar voor bepaalde stoffen met een nader te bepalen termijn wordt verlengd.

Tijdens de in de eerste alinea bedoelde periode van twaalf jaar kan, na onderzoek in het in artikel 19 bedoelde Comité en volgens de procedure van dat artikel, worden besloten of een dergelijke werkzame stof in bijlage I kan worden opgenomen en, zo ja, op welke voorwaarden, of dat een dergelijke werkzame stof niet in bijlage I wordt opgenomen, in die gevallen namelijk waarin niet wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 5 of waarin de vereiste informatie en gegevens niet binnen de voorgeschreven periode zijn verstrekt. De Lid-Staten zorgen ervoor dat de betrokken toelatingen binnen een voorgeschreven periode, naar gelang van het geval, worden verstrekt, ingetrokken of gewijzigd.

Artikel 6:5, eerste lid, Awb

Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

d. de gronden van het bezwaar.

Artikel 6:7 Awb

De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken.

Artikel 6:8, eerste lid, Awb

De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.

Artikel 6:9, eerste lid, Awb

Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

Artikel 6:18, eerste lid, Awb

Het aanhangig zijn van bezwaar of beroep tegen een besluit brengt geen verandering in een los van het bezwaar of beroep reeds bestaande bevoegdheid tot intrekking of wijziging van dat besluit.

Artikel 6:19, eerste lid, Awb

Indien een bestuursorgaan een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 6:18 Awb, wordt het bezwaar of beroep geacht mede te zijn gericht tegen het nieuwe besluit, tenzij dat besluit aan het bezwaar of beroep geheel tegemoet komt.

Bijlage 2

Teneinde meer inzicht te geven in de toetsing van de vrijstellingen in het licht van de verplichting rekening te houden met de effecten die het gebruik van de vrijgestelde middelen kunnen hebben op de gezondheid van mens, dier en milieu, zal ik hierna voor de resterende vrijstellingen inzichtelijk maken hoe het eindadvies van het College voor de toelating van Bestrijdingsmiddelen luidde, op basis waarvan ik tot mijn primaire beslissing ben gekomen. Tevens is in het kader van deze herbeoordeling meer recente informatie, indien van toepassing, meegewogen.

I. C. Knelpunt Biologische perenteelt - perenschurft

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Amicarb 85 SP

Gehalte werkzame stof: 85 % kaliumbicarbonaat

Toelatingsnummer: -

Toelatingshouder: Armand Products Company

Knelpunt: Biologische perenteelt - perenschurft

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

De werkzame stof kaliumbicarbonaat komt van nature in Nederland voor (kalium als spoorelement en bicarbonaat als voedingssupplement). De huidige beoordeling is op de toelating van kaliumbicarbonaat op basis van de Regeling Uitzondering Bestrijdingsmiddelen (RUB) gebaseerd, waarbij een laag milieurisico een voorwaarde is. Door middel van extrapolatie is de milieu risicobeoordeling voor de toepassing van dit middel in de biologische perenteelt onderzocht. De blootstelling aan mens en milieu ligt onder de normale blootstelling.

Door middel van expert-judgement is beoordeeld dat er geen onaanvaardbare risico’s voor mens en milieu zijn.

I. D. Knelpunt Biologische teelt van appel ter bestrijding van regenvlekkenziekte

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Biofa Cocana

Gehalte werkzame stof: 29,7%

Toelatingsnummer: -

Toelatingshouder: Biofa

Knelpunt: Biologische teelt van appel ter bestrijding van regenvlekkenziekte

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

Biofa Cocana is een middel met een laag risicoprofiel. De huidige beoordeling is gebaseerd op basis van een aanvraag op basis van de Regeling Uitzondering Bestrijdingsmiddelen (RUB) in combinatie met expert-judgement.

Er wordt geen additioneel risico voor de toepassing van Biofa Cocana bij de biologische teelt van appels voor de aspecten volksgezondheid en toepasser verwacht. Wel worden persoonlijke beschermingsmiddelen ter bescherming tegen huid- en oogirritatie aanbevolen.

Het, onder coördinatie van het CTB afgegeven, advies inzake milieueffecten is positief beoordeeld. Het middel is weliswaar schadelijk voor waterorganismen (kreeftachtigen). Maar dit risico wordt weggenomen door de toepassing op percelen die grenzen aan watergangen uitsluitend toe te staan, indien het middel in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang toegepast wordt met een windsingel op de rand van het rijpad en éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij plaatsvindt, of met een venturidop en éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij plaatsvindt, of met een tunnelspuit.

I. G. Knelpunt Snijbloemen ‐ emelt

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Talstar 8 SC

Gehalte werkzame stof: 80 g/l bifenthrin

Toelatingsnummer: -

Toelatingshouder: Belchim Crop Protection

Knelpunt: Snijbloemen - emelt

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

Het middel Talstar 8 SC komt voor een vrijstelling in aanmerking aangezien de werkzame stof, bifenthrin, nog in onderzoek is bij de Europese Commissie. Het CTB heeft de risicobeoordeling gebaseerd op een toepassing in het open veld. Vanwege risico’s voor in water levende organismen, niet-doelwit arthropoden en persistentie zijn restricties, zoals een teeltvije zone en een driftreductie van minimaal 90%, opgenomen om mens en milieu te beschermen en het risico af te dekken.

I. H. Knelpunt Boomkwekerij en vaste planten ‐ emelten en ritnaalden

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Talstar 8 SC

Gehalte werkzame stof: 80 g/l bifenthrin

Toelatingsnummer: -

Toelatingshouder: Belchim Crop Protection

Knelpunt: Boomkwekerij en vaste planten - emelten en ritnaalden

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

Het middel Talstar 8 SC komt voor een vrijstelling in aanmerking aangezien de werkzame stof, bifenthrin, nog in onderzoek is bij de Europese Commissie. Het CTB heeft de risicobeoordeling gebaseerd op een toepassing in het open veld. Vanwege risico’s voor in water levende organismen, niet-doelwit arthropoden en persistentie zijn restricties, zoals een teeltvije zone en een driftreductie van minimaal 90%, opgenomen om mens en milieu te beschermen en het risico af te dekken.

II.A. Knelpunt Kool ‐ bladluis

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Admire

Gehalte werkzame stof: 70% imidacloprid

Toelatingsnummer: 11483N

Toelatingshouder: Bayer Crop Science BV

Knelpunt: Rode kool, savooiekool, spitskool, witte kool, Chinese kool, broccoli, boerenkool en spruitkool - bladluis

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

De werkzame stof imidacloprid is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Admire komt voor een vrijstelling in aanmerking.

Er wordt geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid, toepasser en milieu verwacht, met inachtneming van de aanbevolen restricties om het risico voor de toepasser bij herbetredingswerkzaamheden af te dekken.

Voor vogels werd in eerste instantie een acuut risico berekend voor vogels die foerageren op opkomende planten. In de praktijk wordt dit risico gereduceerd doordat vogels slechts voor een deel in een koolveld foerageren en hierdoor slechts een deel van hun voedsel uit koolplanten betrekken. Tevens zijn er in het verleden geen meldingen gedaan van vogelsterfte op met dit middel behandelde percelen. Hierdoor is het risico voor vogels acceptabel.

II.B. Knelpunt kool (broccoli, bloemkool, sluitkool en spruitkool) ‐ koolgalmug

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Admire

Gehalte werkzame stof: 70% imidacloprid

Toelatingsnummer: 11483N

Toelatingshouder: Bayer Crop Science BV

Knelpunt: Broccoli, bloemkool en spitskool - koolgalmug

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

De werkzame stof imidacloprid is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Admire komt voor een vrijstelling in aanmerking.

Er wordt geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid, toepasser en milieu verwacht, met inachtneming van de aanbevolen restricties om het risico voor de toepasser bij herbetredingswerkzaamheden af te dekken.

Voor vogels werd in eerste instantie een acuut risico berekend voor vogels die foerageren op opkomende planten. In de praktijk wordt dit risico gereduceerd doordat vogels slechts voor een deel in een koolveld foerageren en hierdoor slechts een deel van hun voedsel uit koolplanten betrekken. Tevens zijn er in het verleden geen meldingen gedaan van vogelsterfte op met dit middel behandelde percelen. Hierdoor is het risico voor vogels acceptabel.

II.D. Knelpunt Bloemkool, broccoli en spitskool ‐ koolgalmug

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Gaucho Tuinbouw

Gehalte werkzame stof: 70% imidacloprid

Toelatingsnummer: 12341N

Toelatingshouder: Bayer Crop Science BV

Knelpunt: Bloemkool, broccoli en spitskool - koolgalmug

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

De werkzame stof imidacloprid is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Gaucho Tuinbouw komt voor een vrijstelling in aanmerking.

Het, onder coördinatie van het CTB afgegeven, advies inzake de effecten voor milieu is positief. Voor vogels werd in eerste instantie een acuut risico berekend voor vogels die foerageren op opkomende planten. In de praktijk wordt dit risico gereduceerd doordat vogels slechts voor een deel in een koolveld foerageren en hierdoor slechts een deel van hun voedsel uit koolplanten betrekken. Tevens zijn er in het verleden geen meldingen gedaan van vogelsterfte op met dit middel behandelde percelen. Hierdoor is het risico voor vogels acceptabel.

Er worden ook geen additionele risico’s verwacht voor de aspecten volksgezondheid en toepasser en milieu. De toepasser dient persoonlijke beschermingsmiddelen (voor voldoende reductie van de inhalatoire blootstelling dient optimale adembescherming met verse luchttoevoer effectief te worden gebruikt) te gebruiken.

II.E. knelpunt Boerenkool, broccoli, Chinese kool, sluitkool, spruitkool ‐ bladluis

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Gaucho Tuinbouw

Gehalte werkzame stof: 70% imidacloprid

Toelatingsnummer: 12341N

Toelatingshouder: Bayer Crop Science BV

Knelpunt: Boerenkool, broccoli, Chinese kool, sluitkool, spruitkool - bladluis

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

De werkzame stof imidacloprid is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Gaucho Tuinbouw komt voor een vrijstelling in aanmerking.

Het advies is overgenomen uit het knelpuntadvies voor Gaucho tuinbouw tegen de koolgalmug op kool, omdat het verschil in aantaster bij een vergelijkbare GAP (Good Agricultural Practise) geen invloed heeft op het milieuadvies. Vogels foerageren slechts voor een deel in het koolveld en betrekken ook maar voor een deel hun voedsel uit koolplanten. Hierdoor is er geen sprake van acuut risico voor vogels die foerageren op opkomende planten. Tevens zijn er in het verleden geen meldingen gedaan van vogelsterfte op met dit middel behandelden percelen. Hierdoor is het risico voor vogels acceptabel.

Er worden ook geen additionele risico’s verwacht voor de aspecten volksgezondheid en toepasser en milieu. De toepasser dient persoonlijke beschermingsmiddelen (voor voldoende reductie van de inhalatoire blootstelling dient optimale adembescherming met verse luchttoevoer effectief te worden gebruikt) te gebruiken.

II.F. Knelpunt Boomkwekerijgewassen ‐ gal- en roestmijt

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Vertimec

Gehalte werkzame stof: 18g/l abamectine

Toelatingsnummer: 10020N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Boomkwekerijgewassen- gal- en roestmijt

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

De werkzame stof abamectine is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Vertimec komt voor een vrijstelling in aanmerking.

De risicobeoordeling inzake volksgezondheid, toepasser en werker en milieu door het CTB is positief. Het middel is schadelijk voor in het water levende organismen, niet-doelwit arthropoden en bijen en hommels. Tevens kan het middel op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken in het aquatische milieu. Om de risico’s voor bijen en hommels af te dekken is een restrictiezin opgenomen, hetgeen ook is geschied.

1) Lage boomkwekerijgewassen (hoogte onder de 2,5m)

Hiervoor geldt een normoverschrijding met factor 4,4. Voor deze gewassen geldt dat alle driftreducerende maatregelen die in de akkerbouw kunnen worden gebruikt ook hier moeten worden toegepast, inclusief 90% driftreducerende doppen. Bij toepassing van 90% driftreductie komen is sprake van een acceptabel risico (factor < 1).

2) Hoge boomkwekerijgewassen (hoogte boven de 2,5m)

Hiervoor geldt een normoverschrijding met factor 12,2. Hier zijn maatregelen nodig zoals éénzijdige bespuiting, spuit- of teeltvrije zones. De spuitinstallatie die nodig is voor deze gewassen is de axiaalspuit en hiervoor geldt dat er maar beperkte mogelijkheden zijn tot driftreductie. Toepassen van driftreducerende doppen, éénzijdige bespuiten en een spuit- of teeltvrije zone kan het risico voor waterorganismen (niet kwantificeerbaar) verlagen.

Gelet op dit alles wordt een extra maatregel voorgeschreven, namelijk:

In verband met het risico voor waterorganismen is de toepassing op percelen die grenzen aan watergangen uitsluitend toegestaan:

- In het geval van lage boomkwekerijgewassen (gewassen lager dan 2,5m): als gebruik gemaakt wordt van minimaal 90% driftreducerende doppen.

- In het geval van hoge boomkwekerijgewassen (opwaarts spuiten; gewassen hoger dan 2,5m): als gebruik gemaakt wordt van de volgende driftreducerende maatregelen: 5 meter teeltvrije zone, tenminste 90% driftreducerende doppen en éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij.

II.G. Knelpunt Aardbei onder glas ‐ trips

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Vertimec

Gehalte werkzame stof: 18g/l abamectine

Toelatingsnummer: 10020N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Aardbei onder glas - trips

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

De werkzame stof abamectine is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Vertimec komt voor een vrijstelling in aanmerking.

De belasting van de milieucompartimenten is voor de toegelaten toepassing (bestrijding van mineervliegen in kasteelt paprika) vergelijkbaar met of hoger dan die van de knelpunttoepassing in de aardbeienteelt onder glas. Er wordt geen additioneel risico voor het milieu verwacht.

Abusievelijk is onderstaand voorschrift niet opgenomen in de gebruiksvoorschriften:

Om de in het waterlevende organismen te beschermen mag het middel niet toegepast worden in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater terecht kan komen. Na afloop van de behandeling dienen de luchtramen minimaal 4 uur gesloten te blijven.

Dit moet alsnog op het etiket worden opgenomen.

II.H. Knelpunt Peer ‐ perenbladvlo

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Vertimec

Gehalte werkzame stof: 18g/l abamectine

Toelatingsnummer: 10020N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Peer - perenbladvlo

Knelpunt en risicobeoordeling CTB

De werkzame stof abamectine is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Vertimec komt voor een vrijstelling in aanmerking. Risicobeoordeling door het CTB heeft uitgewezen dat er geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid en toepasser verwacht worden. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zowel bij toepassen als bij herbetredingswerkzaamheden dient te worden voorgeschreven om de risico’s af te dekken.

Met betrekking tot de milieu risicobeoordeling worden risico’s verwacht voor waterorganismen, bijen en hommels en niet-doelwit arthropoden. Teneinde de emissie naar oppervlaktewater te beperken dient de toepassing te geschieden met een windsingel en éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij, of een venturidop en éénzijdige bespuiting van de laatste boomrij, of een tunnelspuit. Tevens zijn er veiligheidszinnen voorgeschreven vanwege het geschatte risico voor bijen en hommels.

De bovenstaande maatregelen zijn opgenomen om mens en milieu te beschermen en om de risico’s voldoende af te dekken.

II. I. knelpunt Raketblad ‐ éénjarige breedbladige onkruiden

Merknaam: Titus

Gehalte werkzame stof: 25% rimsulfuron

Toelatingsnummer: 11393 N

Toelatingshouder: Dupont De Nemours (Nederland) B.V.

Knelpunt: Raketblad - éénjarige breedbladige onkruiden

Herbeoordeling

Ingevolge Richtlijn 2006/39/EG van de Europese Commissie mag een gewasbeschermingsmiddel bevattende de werkzame stof rimsulfuron slechts toegelaten zijn voor gebruik als herbicide per 1 februari 2007. Het vrijgestelde middel voldoet hieraan. Uiterlijk op 31 januari 2011 moet ieder gewasbeschermingsmiddel op basis van voormelde werkzame stof zijn herbeoordeeld volgens de uniforme beginselen als bedoeld in artikel 4 van richtlijn 91/414/EEG. Dat is nu vooralsnog niet aan de orde.

Het middel is onder coördinatie van het CTB beoordeeld op de effecten voor de gezondheid van mens en dier en op het milieu. Op basis van de beschikbare informatie is geconcludeerd dat er geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid, toepasser en milieu wordt verwacht, zodat Titus in aanmerking komt voor vrijstelling op basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet voor dit knelpunt.

Hierbij dient te worden opgemerkt, dat voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen dienen te worden voorgeschreven op het WG/GA van Titus, hetgeen ook is geschied.

II. L. knelpunt Sperzie- en snijbonen ‐ trips

Merknaam: Mycotal

Gehalte werkzame stof: 1010 sporen Verticillium lecanii per gram

Toelatingsnummer: 10980 N

Toelatingshouder: Koppert BV

Knelpunt: Sperzie- en snijbonen - trips

Herbeoordeling

De werkzame stof staat vermeld op lijst 4c bij richtlijn 91/414/EEG en is nog in onderzoek op communautair niveau. Het eindadvies van het CTB luidde als volgt: als oplossing voor het knelpunt trips in de teelt van sperzie- en snijbonen onder glas is het middel Mycotal aangedragen. Er wordt geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid, toepasser en milieu verwacht en derhalve komt Mycotal in aanmerking voor vrijstelling op basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet voor dit knelpunt.

Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen dienen te worden voorgeschreven op het WG/GA van Mycotal. Uit voorzorg dient tevens, overeenkomstig de toepassing op toegelaten teelten van consumptiegewassen, in het WG/GA te worden opgenomen dat het middel op de dag van de oogst niet mag worden toegepast, hetgeen ook is geschied.

II. M. knelpunt bloembollen en bolbloemen ‐ emelten en ritnaalden

Merknaam: Mocap 20 GS

Gehalte werkzame stof: 20% ethoprofos

Toelatingsnummer: 12516 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience BV

Knelpunt: bloembollen en bolbloemen - emelten en ritnaalden

Herbeoordeling

De werkzame stof ethoprophos is geschikt bevonden voor plaatsing op bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG. Een officieel besluit hieromtrent is echter nog niet gepubliceerd, zodat hieraan nog geen rechtsgevolgen kunnen worden verbonden.

Het CTB heeft het volgende eindadvies opgesteld: binnen de teelt van gladiolen is een knelpunt geïdentificeerd voor de bestrijding van de ritnaalden door middel van een grondbehandeling in de volle grond. Als oplossing voor het knelpunt is Mocap 20 GS aangedragen. Er wordt geen additioneel risico voor de toepasser verwacht en derhalve komt Mocap 20 GS in aanmerking voor vrijstelling op basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet voor dit knelpunt.

Er dient te worden opgemerkt dat voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen dienen te worden voorgeschreven op het WG/GA van Mocap 20 GS. Er geldt een restrictie van 10 hectare per persoon per dag voor de behandeling van gladiolen.

De aangevraagde toepassing heeft in alle opzichten een geringer milieurisico t.o.v. de toegelaten toepassingen. De aangevraagde toepassing kan voor het aspect milieu gezien worden als een vereenvoudigde uitbreiding. De vereiste waarschuwingszinnen zijn opgenomen in het WG/GA.

II. O. Knelpunt Nerine - wolluis

Merknaam: Actellic 50

Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl

Toelatingsnummer: 6469 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Nerine - wolluis

Deze herbeoordeling geldt evenzeer voor de knelpunten II. P. roos ‐ wolluis, II. Q. amaryllis tegen narcismijt, II. S. groene potplanten - wol-, dop- en schildluizen en II. T. bloeiende potplanten en orchideeën tegen wol- en schildluizen.

De werkzame stof levert een risico op voor milieu en speciaal waterorganismen. Echter, vanwege de daartoe gestelde gebruiksvoorschriften, namelijk slechts toepassing in gesloten kas, die geen condenswater mag lozen, en slechts tijdens vegetatieve fase van de plant (dus vóór de bloei), worden de risico’s tot aanvaardbare proporties teruggedrongen.

Een nieuwe ontwikkeling is de volgende:

Op 16 maart 2007 is in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid gestemd over de werkzame stof pirimifos-methyl. Mij is bekend dat het voorstel om de stof alleen toe te laten voor toepassingen na de oogst, is aanvaard. Een officieel besluit is vooralsnog niet gepubliceerd.

Naar verwachting zal het besluit inhouden dat na 1 oktober 2007 geen nieuwe toelatingen voor toepassingen die niet gebaseerd zijn op na-oogst-toepassingen meer mogen toegestaan. De ervaring leert dat tegelijkertijd aan de Lidstaten een opgebruiktermijn zal worden toegestaan voor de bestaande toepassingen. Vooruitlopend op publicatie zullen de vrijstellingen reeds worden aangepast, in die zin dat handel en uitverkoop vanaf 1 oktober a.s. niet meer is vrijgesteld, maar nog wel het gebruik. De uiteindelijke publicatie van het Europese besluit kan leiden tot wijziging van onderhavig besluit.

II. R. Knelpunt lelie - bollenmijt

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Actellic 50

Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl

Toelatingsnummer: 6469 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: lelie - bollenmijt

Herbeoordeling

Deze toepassing vindt plaats na de oogst van leliebollen. Er is derhalve - ook in het licht van de stemming van 16 maart 2007 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid - geen reden deze vrijstelling aan verdere beperkingen te onderwerpen.

Voor wat betreft de risico’s voor het milieu van de dompelvloeistof stelt de Regeling verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen de nodige en voldoende eisen aan de verwerking van restanten dompelvloeistof (met daarin de werkzame stof).

II. U. Knelpunt Wintergraan, graszaad, koolzaad ‐ slakken

Merknaam: Caragoal Gr

Gehalte werkzame stof: 6,4 % metaldehyde

Toelatingsnummer: 4379 N

Toelatingshouder: Luxan B.V.

Knelpunt: Wintergraan, graszaad, koolzaad - slakken

Knelpunt en risicobeoordeling

De werkzame stof metaldehyde is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Caragoal Gr komt voor vrijstelling in aanmerking.

Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Caragoal Gr inzake de effecten voor volksgezondheid en toepasser en werker is positief. Voor het aspect milieu is er een risico voor uitspoeling. De norm voor uitspoeling is 0,1 μg/L. Het risico is berekend aan de hand van modellen die voor de onderhavige toepassing uitkomen op waarden van 0,12 μg/L en 0,45 μg/L. Deze waarden zijn hoger dan de norm, maar het (beperkte) risico kan worden beperkt door slechts een tweetal toepassingen per teelt in de periode van 1 september tot 31 december toe te staan en toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden te verbieden. Deze beperkingen zijn daarom voorgeschreven in de gebruiksvoorschriften. Indien er nieuwe vrijstellingen in 2008 worden verstrekt, zal het aantal toepassingen in dezelfde teelt in periode tot 28 februari 2008 tot een tweetal toepassingen beperkt dienen te blijven. Hiermee zal het risico voor het milieu verder worden beperkt.

II. W. Knelpunt knolvenkel ‐ breedbladig onkruid

Merknaam: Centium 360 CS

Gehalte werkzame stof: 360 g/l clomazone

Toelatingsnummer: 12148 N

Toelatingshouder: Belchim Crop Protection

Knelpunt: knolvenkel - breedbladig onkruid

Knelpunt en risicobeoordeling

De werkzame stof clomazone is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Centium 360 CS komt voor vrijstelling in aanmerking.

Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Centium 360 CS inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker alsmede het milieu is positief. Centium 360 CS komt voor een vereenvoudigde uitbreidingstoelating in aanmerking. In verband daarmee is het gebruiksvoorschrift gebaseerd op het gebruiksvoorschrift dat voor andere toepassingen geldt.

II. X. Knelpunt Ginseng ‐ bodemschimmels

Merknaam: Shirlan

Gehalte werkzame stof: 500 g/l Fluazinam

Toelatingsnummer: 12205N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection

Knelpunt: Ginseng - bodemschimmels

Knelpunt en risicobeoordeling

De werkzame stof fluazinam is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Shirlan komt voor vrijstelling in aanmerking.

Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Shirlan inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker is positief, mits voor de bescherming van de toepasser en de werker de huidige etikettering wordt aangehouden. Dit is gebeurd. Voor het aspect milieu wordt geen additioneel milieurisico verwacht. Shirlan komt voor de toepassing ginseng voor een vereenvoudigde uitbreidingstoelating in aanmerking. In verband daarmee en in verband met de opmerking in het advies inzake toepasser en werker is het gebruiksvoorschrift gebaseerd op het gebruiksvoorschrift dat voor andere toepassingen geldt.

II. Y. Knelpunt grondgebonden snijbloemen onder glas - wortelduizendpoot

Merknaam: Curater vloeibaar

Gehalte werkzame stof: 200 g/l carbofuran

Toelatingsnummer: 7823 N

Toelatingshouder: FMC Chemical

Knelpunt: grondgebonden snijbloemen onder glas - wortelduizendpoot

Knelpunt en risicobeoordeling

Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Curater vloeibaar inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker is positief, mits voor de bescherming van de toepasser en de werker op het etiket voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven. Voorts moet worden voorgeschreven dat voor mengen en laden maximaal een hoeveelheid voor een te behandelende oppervlakte van 0,2 ha per dag per persoon mag worden aangemaakt.

Voor het aspect milieu zijn er grote risico’s voor bijen en niet- doelwit arthropoden.

In verband met het risico voor bijen moeten waarschuwingszinnen worden geplaatst: “Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid”.

Vanwege het risico voor niet-doelwit arthropoden dient de volgende zin op het etiket opgenomen te worden: “het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling”.

In het advies wordt ook gewezen op grote risico’s voor uitspoeling naar het grondwater en regenwormen.

De Europese Commissie heeft bij beschikking van 13 juni 2007 (C(2007) 2467) besloten dat de werkzame stof carbofuran niet in bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG wordt opgenomen. In gevolge artikel 2 van deze beschikking worden bestaande toelatingen uiterlijk op 13 december 2007 ingetrokken en worden geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk 13 december 2008.

De vrijstelling van Curater vloeibaar voor het knelpunt snijbloemen onder glas/wortelduizendpoot is verleend tot 31 december 2007. In verband met voornoemde beschikking van de Europese Commissie kan een vrijstelling voor het op markt brengen van Curater vloeibaar sinds 16 juni 2007 en daarom bij de vaststelling van dit besluit op bezwaar niet meer worden verleend. Handel en uitverkoop zullen niet meer zijn toegestaan.

Gebruikers die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit besluit Curater vloeibaar hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot uiterlijk 31 december 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2467) nog slechts tweemaal toepassen in de teelt van snijbloemen onder glas bij de bestrijding van wortelduizendpoot.

II. Z. Knelpunt Boomkwekerijgewassen en vaste planten - gegroefde lapsnuitkever

Merknaam: Curater vloeibaar

Gehalte werkzame stof: 200 g/l carbofuran

Toelatingsnummer: 7823 N

Toelatingshouder: FMC Chemical

Knelpunt: Boomkwekerijgewassen en vaste planten - gegroefde lapsnuitkever

Knelpunt en risicobeoordeling

Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Curater vloeibaar inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker is positief, mits voor de bescherming van de toepasser en de werker op het etiket voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven. Voorts moet worden voorgeschreven dat voor mengen en laden maximaal een hoeveelheid voor een te behandelende oppervlakte van 0,2 ha per dag per persoon mag worden aangemaakt.

Voor het aspect milieu zijn er grote risico’s voor vogels, zoogdieren, bijen en niet- doelwit arthropoden.

In verband met het risico voor bijen moeten waarschuwingszinnen worden geplaatst: “Gevaarlijk voor bijen. Om de bijen te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid”.

Vanwege het risico voor niet-doelwit arthropoden dient de volgende zin op het etiket opgenomen te worden: “het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling”.

In het advies wordt ook gewezen op grote risico’s voor uitspoeling naar het grondwater, persistentie en regenwormen.

De Europese Commissie heeft bij beschikking van 13 juni 2007 (C(2007) 2467) besloten dat de werkzame stof carbofuran niet in bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG wordt opgenomen. In gevolge artikel 2 van deze beschikking worden bestaande toelatingen uiterlijk op 13 december 2007 ingetrokken en worden geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk 13 december 2008.

De vrijstelling van Curater vloeibaar voor het knelpunt snijbloemen onder glas/wortelduizendpoot is verleend tot 31 oktober 2007. In verband met voornoemde beschikking van de Europese Commissie kan een vrijstelling voor het op markt brengen van Curater vloeibaar sinds 16 juni 2007 en daarom bij de vaststelling van dit besluit op bezwaar niet meer worden verleend. Handel en uitverkoop zullen niet meer zijn toegestaan.

Gebruikers die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit besluit Curater vloeibaar hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot uiterlijk 31 oktober 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2467) nog slechts eenmaal toepassen in de teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten bij de bestrijding van de gegroefde lapsnuitkever.

II. AB. Knelpunt Druiven - Meeldauw

Merknaam: Exact

Gehalte werkzame stof: 50 g/l triadimenol

Toelatingsnummer: 11222 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: Druiven - Meeldauw

Knelpunt en risicobeoordeling

De werkzame stof triadimenol is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Exact komt voor vrijstelling in aanmerking.

Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Exact inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker is positief, mits voor de bescherming van de toepasser en de werker in het gebruiksvoorschrift inzake beschermende kleding en handschoenen wordt voorzien. Dit is gebeurd. Voor het aspect milieu wordt geen additioneel milieurisico verwacht. Exact komt voor de toepassing druiven voor een vereenvoudigde uitbreidingstoelating in aanmerking. In verband daarmee is het gebruiksvoorschrift gebaseerd op het gebruiksvoorschrift dat voor andere toepassingen geldt.

II. AC. Knelpunt onbedekte teelt van oregano ‐ grasachtige onkruiden

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Gallant 2000

Gehalte werkzame stof: 108 g/l haloxyfop-P-methyl

Toelatingsnummer: 11592 N

Toelatingshouder: Dow Agrosciences B.V.

Knelpunt: onbedekte teelt van oregano - grasachtige onkruiden

Knelpunt en risicobeoordeling

Het onder coördinatie van het CTB gegeven advies voor Gallant 2000 inzake de effecten inzake volksgezondheid, toepasser en werker, alsmede het milieu is positief.

De Europese Commissie heeft bij beschikking van 19 juni 2007 (C(2007) 2584) besloten dat de werkzame stof haloxyfop-R niet in bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG wordt opgenomen. In gevolge artikel 2 van deze beschikking worden bestaande toelatingen uiterlijk op 19 december 2007 ingetrokken en worden geen nieuwe toelatingen meer verleend. Het is ingevolge artikel 3 van de beschikking toegestaan een uitverkoop en opgebruik termijn vast te stellen tot uiterlijk 19 december 2008.

De vrijstelling van Gallant 2000 voor het knelpunt oregano/grasachtige onkruiden is verleend tot 30 september 2007. In verband met voornoemde beschikking van de Europese Commissie kan een vrijstelling voor het op markt brengen van Gallant 2000 sinds 23 juni 2007 bij de vaststelling van dit besluit op bezwaar niet meer worden verleend. Handel en uitverkoop zullen derhalve niet meer zijn toegestaan.

Gebruikers die uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit Gallant 2000 hebben aangekocht mogen dit gewasbeschermingsmiddel tot uiterlijk 30 september 2007 in het licht van beschikking (C(2007) 2584) nog éénmaal toepassen in de onbedekte teelt van oregano voor de bestrijding van grasachtige onkruiden.

II. AD. Knelpunt Oregano - breedbladige onkruiden

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Goltix WG

Gehalte werkzame stof: 70% metamitron

Toelatingsnummer: 8629 N

Toelatingshouder: Makhteshim-Agan Holland BV

Knelpunt: Oregano - breedbladige onkruiden

Knelpunt en risicobeoordeling

De werkzame stof metamitron is nog in onderzoek bij de Europese Commissie. Het gewasbeschermingsmiddel Goltix WG komt voor vrijstelling in aanmerking.

Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor Goltix WG inzake de effecten inzake volksgezondheid, toepasser en werker, alsmede het milieu is positief mits er aanvullende maatregelen voor de toepasser en werker worden voorgeschreven.

In het gebruiksvoorschrift is opgenomen dat er geschikte beschermende kleding en handschoenen gedragen moeten worden. Hiermee wordt aan de op pagina 6 en 7 in het advies opgenomen voorstellen voor persoonlijke bescherming voldaan.

II. AE. Knelpunt Sluitkool ‐ Thrips tabaci

Merknaam: Mesurol 500 SC

Gehalte werkzame stof: 500 g/l methiocarb

Toelatingsnummer: 11720 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: Sluitkool - Thrips tabaci

Knelpunt en risicobeoordeling

Met richtlijn 2007/5/EG van de Commissie van 7 februari 2007 wordt de werkzame stof methiocarb per 1 oktober 2007 geplaatst op bijlage I van richtlijn 91/414/EEG.

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als afweermiddel bij zaadbehandeling, insecticide en molluscicide. Dit geeft geen aanleiding tot aanpassing van de vrijstelling.

Als oplossing voor het knelpunt trips in sluitkool is Mesurol 500 SC aangedragen. Er wordt geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid en toepasser verwacht en derhalve komt Mesurol 500 SC in aanmerking voor vrijstelling op basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet. Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven op het WG/GA van Mesurol 500 SC.

Voor wat betreft het aspect milieu geldt dat er risico’s zijn voor waterorganismen (kreeftachtigen, acuut en chronisch), sediment organismen, bijen en hommels, niet-doelwit-arthropoden en regenwormen. Vanwege het risico voor bijen en hommels dient een bijenzin op het gebruiksvoorschrift te worden opgenomen:

“Gevaarlijk voor bijen en hommels. Voorkom dat bijen en andere bestuivende insecten de kas binnenkomen door alle openingen met insectengaas af te sluiten.”

Vanwege het risico voor niet-doelwit arthropoden dient tevens een waarschuwingszin op het gebruiksvoorschrift te worden opgenomen:

“Het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.”

De risico’s voor waterorganismen, bijen en hommels en niet-doelwit arthropoden zijn beperkt door bijkomende voorschriften op te nemen.

Het risico voor waterorganismen en sedimentorganismen is beperkt door gebruiksvoorschriften met betrekking tot sloten en grondwaterbeschermingsgebieden. De risico’s voor regenwormen kunnen niet worden beperkt, aldus de eindconclusie.

Echter, de toepassing van het middel is slechts twee keer toegestaan in de periode vanaf 1 juli 2007 tot en met 30 september 2007. Daarmee is het risico voor regenwormen in het algemeen beperkt.

II. AF. Knelpunt Snijbloemen ‐ trips

Merknaam: Mesurol 500 SC

Gehalte werkzame stof: 500 g/l methiocarb

Toelatingsnummer: 11720 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: Snijbloemen - trips

Knelpunt en risicobeoordeling

Met richtlijn 2007/5/EG van de Commissie van 7 februari 2007 wordt de werkzame stof methiocarb per 1 oktober 2007 geplaatst op bijlage I van richtlijn 91/414/EEG.

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als afweermiddel bij zaadbehandeling, insecticide en molluscicide.

Een en ander geeft thans geen aanleiding tot aanpassing van de vrijstelling.

Als oplossing voor het knelpunt trips in snijbloemen is Mesurol 500 SC aangedragen. Er wordt geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid en toepasser verwacht en derhalve komt Mesurol 500 SC in aanmerking voor vrijstelling op basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelen wet. Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven op het WG/GA van Mesurol 500 SC.

Voor wat betreft het aspect milieu geldt dat er risico’s zijn voor waterorganismen (kreeftachtigen, acuut en chronisch), sediment organismen, bijen en hommels, niet-doelwit-arthropoden en regenwormen. Vanwege het risico voor bijen en hommels dient een bijenzin op het gebruiksvoorschrift te worden opgenomen:

“Gevaarlijk voor bijen en hommels. Voorkom dat bijen en andere bestuivende insecten de kas binnenkomen door alle openingen met insectengaas af te sluiten.”

Vanwege het risico voor niet-doelwitarthropoden dient tevens een waarschuwingszin op het gebruiksvoorschrift te worden opgenomen:

“Het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.”

De risico’s voor waterorganismen, bijen en hommels en niet-doelwit arthropoden zijn beperkt door bijkomende voorschriften op te nemen.

Het risico voor waterorganismen en sedimentorganismen is beperkt door gebruiksvoorschriften met betrekking tot sloten en grondwaterbeschermingsgebieden. De risico’s voor regenwormen kunnen niet worden beperkt, aldus de eindconclusie. Echter, de toepassing van het middel is beperkt tot maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen in het gehele jaar. Daarmee is het risico voor regenwormen in het algemeen beperkt.

II. AG. Knelpunt Prei productieteelt ‐ trips en prei veredeling, zaadteelt en opkweek ‐ trips

Merknaam: Mesurol 500 SC

Gehalte werkzame stof: 500 g/l methiocarb

Toelatingsnummer: 11720 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience BV

Knelpunt: Prei productieteelt - trips en prei veredeling, zaadteelt en opkweek - trips

Knelpunt en risicobeoordeling

Met richtlijn 2007/5/EG van de Commissie van 7 februari 2007 wordt de werkzame stof methiocarb per 1 oktober 2007 geplaatst op bijlage I van richtlijn 91/414/EEG.

De stof mag alleen worden toegestaan voor gebruik als afweermiddel bij zaadbehandeling, insecticide en molluscicide.

Een en ander geeft thans geen aanleiding tot aanpassing van de vrijstelling.

Als oplossing voor het knelpunt trips in prei zaadteelt, veredeling en productieteelt Mesurol 500 SC aangedragen. Er wordt geen additioneel risico voor de aspecten volksgezondheid en toepasser verwacht en derhalve komt Mesurol 500 SC in aanmerking voor vrijstelling op basis van artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelen wet. Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor de toepasser persoonlijke beschermingsmiddelen zijn voorgeschreven op het WG/GA van Mesurol 500 SC.

Voor wat betreft het aspect milieu geldt dat er risico’s zijn voor waterorganismen (kreeftachtigen, acuut en chronisch), sediment organismen, bijen en hommels, niet-doelwit-arthropoden en regenwormen. Vanwege het risico voor bijen en hommels dient een bijenzin op het gebruiksvoorschrift te worden opgenomen:

“Gevaarlijk voor bijen en hommels. Voorkom dat bijen en andere bestuivende insecten de kas binnenkomen door alle openingen met insectengaas af te sluiten.”

Vanwege het risico voor niet-doelwitarthropoden dient tevens een waarschuwingszin op het gebruiksvoorschrift te worden opgenomen:

“Het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.”

De risico’s voor waterorganismen, bijen en hommels en niet-doelwit arthropoden zijn beperkt door bijkomende voorschriften op te nemen.

Het risico voor waterorganismen en sedimentorganismen is beperkt door gebruiksvoorschriften met betrekking tot sloten en grondwaterbeschermingsgebieden. De risico’s voor regenwormen kunnen niet worden beperkt, aldus de eindconclusie. Echter, het middel wordt slechts op een klein areaal in de zaadproductie en zaadveredeling of twee keer toegepast in de productieteelt van prei vanaf 1 juni tot en met 30 september 2007. Daarmee is het risico voor regenwormen in het algemeen beperkt.

II. AH. Knelpunt andijvie - voetrot

Merknaam: Previcur N

Gehalte werkzame stof: 722 g/l propamocarb-hydrochloride

Toelatingsnummer: 7920 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: andijvie ter bestrijding van voetrot

Knelpunt en risicobeoordeling

De werkzame stof propamocarb-hydrochloride is opgenomen in Bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG bij richtlijn 2007/25/EG. Ingevolge artikel 3 van deze richtlijn moeten toelatingen uiterlijk op 31 maart 2008 worden gewijzigd of ingetrokken.

Het gewasbeschermingsmiddel Previcur N komt voor vrijstelling in aanmerking.

Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor previcur N inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker alsmede het milieu is positief. Met name omdat er momenteel een toelating voor PREVICUR N is met een vergelijkbare wijze van toepassing als het gedefinieerde knelpunt en met een hogere dosering, wordt geen additioneel risico voor het milieu verwacht. Previcur N komt voor een vereenvoudigde uitbreidingstoelating in aanmerking. In verband daarmee is het gebruiksvoorschrift gebaseerd op het gebruiksvoorschrift dat voor andere toepassingen geldt.

II. AI. Knelpunt Spaanse peper ‐

Phytophthora

Merknaam: Previcur N

Gehalte werkzame stof: 722 g/l propamocarb-hydrochloride

Toelatingsnummer: 7920 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: Spaanse peper - Phytophthora

Knelpunt en risicobeoordeling

De werkzame stof propamocarb-hydrochloride is opgenomen in Bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG bij richtlijn 2007/25/EG. Ingevolge artikel 3 van deze richtlijn moeten toelatingen uiterlijk op 31 maart 2008 worden gewijzigd of ingetrokken.

Het gewasbeschermingsmiddel Previcur N komt voor vrijstelling in aanmerking.

Het onder coördinatie van het CTB afgegeven advies voor previcur N inzake de effecten voor volksgezondheid, toepasser en werker alsmede het milieu is positief. Met name omdat er momenteel een toelating voor PREVICUR N is met een vergelijkbare wijze van toepassing als het gedefinieerde knelpunt en met een hogere dosering, wordt geen additioneel risico voor het milieu verwacht. Previcur N komt voor een vereenvoudigde uitbreidingstoelating in aanmerking. In verband daarmee is het gebruiksvoorschrift gebaseerd op het gebruiksvoorschrift dat voor andere toepassingen geldt.

Naar boven