Vaststelling selectielijst neerslag handelingen Minister van Justitie beleidsterrein Herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties vanaf 1945

12 juni 2007

nr. C/S&A/07/1476

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Justitie,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 29 mei 2007, nr. arc-2007.03707/13);

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister Justitie en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Een belanghebbende kan tegen dit besluit beroep instellen bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan hij zijn woonplaats heeft.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 12 juni 2007.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de algemene rijksarchivaris, M.W. van Boven.De Minister van Justitie,
namens deze:
de projectdirecteur Project Wegwerken Archief Achterstanden, A. van der Kooij.

BASISSELECTIEDOCUMENT ‘Herverzekerd’

Basis Selectie Document behorende bij het institutioneel onderzoek naar het overheidshandelen op het beleidsterrein herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties, 1945–

Voor de zorgdragers:

de minister van Financiën,

de minister van Economische Zaken,

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

de minister van Buitenlandse Zaken,

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

de minister van Algemene Zaken, en

de minister van Justitie.

Samenstelling: A.A. Mietes

Rijksarchiefdienst/PIVOT

Versie voor publicatie SDU

Juni 2007

Project Wegwerken Archiefachterstanden (PWAA)

Lijst met afkortingen

AFEP: Directie Algemene Financiële en Economische Politiek

art.: artikel

BFB: Directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen

BGW: Directie Binnenlands Geldwezen

BSD: Basisselectiedocument

DGFZ: Directoraat-generaal Fiscale Zaken

DGRBG: Directoraat-generaal Rijksbegroting

DGBEL: Directoraat-generaal Belastingen

EKI: (Directie) Exportkredietverzekeringen en Investeringsgaranties

EG: Europese Gemeenschap

EU: Europese Unie

FIN: Directie Financieringen

GT: Generale Thesaurie

IBO: Investeringsbeschermingsovereenkomst

MIGA: Het Multilaterale Agentschap voor Multilaterale Investeringsgaranties

NCM: Nederlandsche Credietverzekeringsmaatschappij

KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

OEES: Organisatie voor Europese Economische Samenwerking

OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

PC DIN: Permanente Commissie Documentaire Informatievoorziening

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

Stb: Staatsblad

Stcrt: Staatscourant

1 Verantwoording

2.1 Doel en werking van het Basis Selectiedocument

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

Het beleidsterrein herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties wordt behandeld in het PIVOT-rapport nr. 78,‘Herverzekerd, een institutioneel onderzoek naar het overheidshandelen op het beleidsterrein herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties, 1940 – 1996’. De onderhavige selectielijst is op dit rapport gebaseerd. Het BSD wijkt niet af van het RIO.

2.2 De definitie van het beleidsterrein

Bij de export van goederen zijn bepaalde risico’s, zoals politieke risico’s, in de regel niet verzekerbaar. Daarom zal een ondernemer in sommige gevallen afzien van export naar een dergelijk land. Dit heeft negatieve gevolgen voor de Nederlandse exportpositie. Daarom bestaat in Nederland de mogelijkheid om bepaalde risico’s te laten verzekeren bij een toegelaten verzekeraar welke het risico vervolgens herverzekert bij de staat. De staat ontvangt hiervoor premie. In principe moet het gehele systeem kostendekkend zijn.

2.3 De afbakening van het beleidsterrein

Om de export te bevorderen beschikt de overheid over een aantal instrumenten waaronder economische voorlichting, exportpromotie, financiële steun op basis van matching (Matchingfonds) en de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Een groot deel van deze instrumenten valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken en betreft directe steunverlening: het beleidsterrein exportbevordering wordt behandeld in PIVOT-rapport nr. 146. Het verwante beleidsterrein buitenlandse economisch beleid wordt behandeld in PIVOT-rapport nr. 145. Voor de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties is echter de Minister van Financiën primair verantwoordelijk. Overigens moet iedere beslissing van het Ministerie van Financiën genomen worden in overeenstemming met het Ministerie van Economische Zaken.

Hiernaast speelt het ministerie van Buitenlandse Zaken een belangrijke rol bij het bevorderen van export en buitenlandse economische betrekkingen. Deze minister heeft daarom ook een aantal verantwoordelijkheden op het beleidsterrein herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties. De verantwoordelijkheden van dit ministerie worden behandeld in PIVOT Gedane Buitenlandse Zakenen een nog te verschijnen rapport, dat de periode 1990–2005 beschrijft.

De aan de export- en importkredieten verbonden betalingsrisico’s kunnen in Nederland via de Nederlandsche Credietverzekering Maatschappij NV (NCM) herverzekerd worden bij de Staat, d.w.z. bij het Ministerie van Financiën. De NCM is een particuliere verzekeringsmaatschappij die een herverzekeringsovereenkomst heeft gesloten met de Staat.

Adviezen van de NCM worden eerst voorgelegd aan de afdeling Export- en Importgaranties (EXIM) van De Nederlandsche Bank NV. Evenals de NCM kan de Nederlandsche Bank NV zelfstandig verzekeringsaanvragen afhandelen. Pas in derde instantie komt het Ministerie van Financiën in beeld. Ook de handelingen van de Nederlandsche Bank NV worden in een eigen BSD behandeld.

De handelingen van de Rijkscommissie voor Export-, Import- en Investeringsgaranties (1929–1996) en de Dagelijkse Commissie voor Export- en Importgaranties (1961–1986) zijn niet in het onderhavige BSD opgenomen: het secretariaat van deze commissies ligt bij de De Nederlandsche Bank (DNB) en niet bij het ministerie van Financiën. Deze commissies zullen in het BSD van de DNB worden opgenomen.

2.4 De doelstelling van de overheid op het beleidsterrein

De centrale doelstelling van de overheid op dit beleidsterrein is het bevorderen van de Nederlandse export. Tevens wordt getracht om de Nederlandse economische betrekkingen met de ontwikkelingslanden en Oost-Europa te versterken en te vergroten op een meer duurzame basis.

Ook bij het investeren in ontwikkelingslanden zijn bepaalde risico’s niet verzekerbaar. Een investeerder zal daarom in sommige gevallen afzien van een investering met alle negatieve gevolgen voor het desbetreffende ontwikkelingsland. Daarom werd in Nederland een systeem opgezet waarbij een toegelaten verzekeraar het risico kan herverzekeren bij de staat. Onderdeel daarvan vormt ondermeer het beschikbaar stellen van Nederlandse kennis.

Toen het ‘ijzeren gordijn’ verdween, ontstond er in Oost-Europa een toenemende behoefte aan buitenlandse investeringen. Omdat hieraan veel risico’s zijn verbonden werd een aparte regeling in het leven geroepen voor het herverzekeren van investeringen in Oost-Europa. De investeringen moeten een bijdrage kunnen leveren aan de omschakeling naar en de ontwikkeling van een marktgericht economisch bestel in het land waar de investering heeft plaatsgevonden.

2.5 De actoren op het beleidsterrein

Primaire zorgdrager:

Actor onder de archiefzorg van het ministerie van Financiën:

de minister van Financiën

Verzekeraar (Nederlandsche Credietverzekeringsmaatschappij)

Secundaire zorgdragers:

Actor onder de archiefzorg van het ministerie van Economische Zaken:

de ministerie van Economische Zaken

Actoren onder de archiefzorg van het ministerie van Buitenlandse Zaken:

de minister van Buitenlandse Zaken

de minister belast met de hulp aan ontwikkelingslanden

Actor onder de archiefzorg van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit:

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Actor onder de archiefzorg van het ministerie van Justitie:

de minister van Justitie

Actoren onder archiefzorg van het ministerie van Algemene Zaken:

de minister van Algemene Zaken

de Vice-Minister-President

Actoren onder de archiefzorg van het ministerie van Binnenlandse Zaken:

de minister van Binnenlandse Zaken

2.6 Wijzigingen ten opzichte van het RIO

Actoren

Tijdens het driehoeksoverleg bleek het secretariaat van de Interdepartementale Commissie Herverzekering Investeringen bij het ministerie van Financiën te liggen. Deze actor wordt genoemd bij handeling 14, maar in het RIO staan geen handelingen. Na navraag bij het ministerie van Financiën blijkt dat het gaat om het interdepartementale overleg tussen de betrokken drie ministeries Financiën, Economische Zaken en Buitenlandse Zaken. Aan deze ministeries worden de afspraken doorgegeven die zijn gemaakt over kredieten. Deze informatie heeft gevolgen voor het beleid, bijvoorbeeld het exportbeleid van EZ. De commissie valt onder de archiefzorg van het ministerie van Financiën. Er wordt een lijst voor de commissie in het BSD opgenomen.

De Rijkscommissie herverzekering export- en importgaranties en diens opvolgers en de Commissie Advisering Landenbeleid vallen onder het zorgdragerschap van de Nederlandse Bank (DNB). Deze commissies zullen worden opgenomen in het eigen BSD van DNB.

Handelingen

De volgende handelingen zijn vervallen:

Handeling 24:Het uitvoeren van internationale regels inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties:

Uitvoering van regelgeving is ondervangen door andere handelingen.

Handeling 28: Het voorbereiden van intern (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Deze handeling is vervangen door een viertal nieuwe handelingen (nrs. 145 t/m 148) met betrekking tot onderzoek te formuleren conform de lijst met algemene handelingen.

3 Selectiedoelstelling

De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.

4 Selectiecriteria

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de onderstaande algemene selectiecriteria. Deze criteria zijn in 1997 door het Convent van Rijksarchivarissen vastgesteld en geaccordeerd door PC DIN en KNHG.

Handelingen die gewaardeerd worden met B(ewaren)

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting:Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting:Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting:Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting:Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting:Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting:Bijvoorbeeld in het geval de ministeriele verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Naast de algemene criteria kunnen door de zorgdrager(s) en het Nationaal Archief, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, gezamenlijk beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria

(dus vanaf 7).

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

5 Verslag vaststellingsprocedure

Op 17 augustus 2006 is het ontwerp-BSD door het Project Wegwerken Archiefachterstanden (PWAA) namens de minister van Financiën, de minister van Economische Zaken, de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Buitenlandse Zaken, de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de minister van Algemene Zaken en de minister van Justitie aan de minister van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 april lag de selectielijst gedurende zes weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van de studiezaal en op de website van het Nationaal Archief evenals op de website van het ministerie van OCW, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 29 mei 2007 bracht de RvC advies uit arc-2007.03707/13, hetwelk behoudens enkele tekstuele correcties geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 12 juni 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en door de projectdirecteur van het PWAA namens de minister van Financiën (kenmerk C/S&A/07/1470) , de minister van Economische Zaken (C/S&A/07/1474), de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (kenmerk C/S&A/07/1473), de minister van Buitenlandse Zaken (kenmerk C/S&A/07/1475), de minister van Justitie (kenmerk C/S&A/07/1476) en de minister van Algemene Zaken (C/S&A/07/1472) en door directeur Informatiebeleid en Facilitaire Zaken namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (kenmerk C/S&A/07/1471) vastgesteld.

6 Leeswijzer

Onderstaande leeswijzer maakt duidelijk welke informatie in een handelingenblok te vinden is.

(X):

Dit is het volgnummer van de handeling. Dit nummer is overgenomen uit het RIO. Als het volgnummer van één of meerdere handelingen in het BSD afwijkt van het oorspronkelijke RIO-nummer, dan wordt deze vermeld in een concordans.

Handeling:

Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.

In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Bijvoorbeeld:

Het voorbereiden, coördineren en bepalen van het beleid inzake geluidshinder.

Periode:

Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Is geen specifiek beginjaar bekend dan wordt een beginjaar geschat, of 1945– genoemd. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag:

Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht, indien bekend,kan op twee manieren worden vermeld.

(1)

– de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de ministeriële regeling;

– het betreffende artikel en lid daarvan;de vindplaats of bron;

– wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.

Bijvoorbeeld:

Reclasseringsregeling 1947, art. 9, lid 2 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 8, lid, lid 3 (Stb. 1969, 598), gewijzigd 1978 (Stb. 1978, 254), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

(2)

– naam van de wet, de algemene Maatregel van bestuur, het Koninklijk Besluit of ministeriële regeling;

– het betreffende artikel en het lid daarvan.

De overige gegevens (vindplaats, wijzigingen of vervallen kunnen worden vermeld in een overzicht van geraadpleegde wetten)

Bijvoorbeeld:

Reclasseringsregeling 1947, art. 9, lid 2, Reclasseringsregeling 1970, art. 8, lid 3

NB: Met vindplaats wordt de vermelding in het staatsblad of staatscourant bedoeld. Het verdient de voorkeur de vindplaats van de grondslag op te nemen in het handelingenblok. Een andere mogelijkheid is de vindplaats in het overzicht van wet- en regelgeving te vermelden. Duidelijk moet zijn op welke versie van een wet- of regeling een handeling gebaseerd is.

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron (interne regelgeving, beleidsnota’s) worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product:

Hier achter staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren.

Opsommingen geven een indicatie van de producten en zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven eindproduct Toepassing is afhankelijk van de zorgdrager.

Opmerking:

Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer (een onderdeel van) het handelingenblok toelichting behoeft.

Waardering:

Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn, zonodig aangevuld met een bewerkingsinstructie, bijvoorbeeld: ‘v 5 jaar na voltooiing project’.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

7 de actoren werkzaam op het beleidsterrein

7.1 Primaire actor: Minister van Financiën, 1945–heden

De Minister van Financiën is (politiek) in eerste instantie verantwoordelijk voor het beleid met betrekking tot de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties. Hij is ondermeer belast met het voorbereiden van de wet- en regelgeving op het beleidsterrein.

Vanaf 1945 hebben verschillende organisatieonderdelen van de Generale Thesaurie zich bezig gehouden met de exportkredietverzekering en de investeringsgaranties:

1945–1951: Generale Thesaurie Afdeling Economische en Sociale Zaken

1951–1958: Generale Thesaurie Directie Financieringen en Coördinatie Oorlogsschade Bureau Economische en Sociale Zaken

1958–1981: Generale Thesaurie Directie Buitenlands Betalingsverkeer

1958–1972: Afdeling Algemene Zaken (exportkredietverzekering)

1966–1972: Afdeling Ontwikkelingshulp en Internationale Organisaties (investeringsgaranties)

1972–1981: Afdeling Exportkredietverzekering en Investeringsgaranties

1982–1996: Generale Thesaurie Directie Exportkredietverzekering en Investeringsgaranties (EKI)

De directie EKI houdt zich bezig met het verzekeren van:

– betalingsrisico’s verbonden aan exporttransacties;

– niet-commerciële risico’s verbonden aan investeringen in ontwikkelingslanden.

De Minister van Financiën wordt in verschillende werkgroepen en commissies vertegenwoordigd door ambtenaren. Het gaat hierbij ondermeer om de Commissie Advisering Landenbeleid, het Periodiek Overleg, de Werkgroep Transferachterstanden en de Interdepartementale Commissie Herverzekering Investeringen.

7.2 Actoren onder de archiefzorg van de Minister van Financiën, 1945–heden

De Interdepartementale Commissie Herverzekering Investeringen1 vindt haar oorsprong in de Wet herverzekering investeringen van 23 april 1969 Stb. 268. De directeur van de directie EKI van het Ministerie van Financiën zit de vergaderingen van de commissie voor. Een medewerker van deze directie voert het secretariaat. In de commissie zitten vertegenwoordigers van de Minister van Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking, de Minister van Economische Zaken, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de Minister van Financiën en het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse Zaken.

De Commissie heeft tot taak de betrokken ministers te adviseren met betrekking tot individuele verzekeringsaanvragen. De Minister van Financiën neemt uiteindelijk de beslissing over dergelijke verzekeringsaanvragen. Daarnaast buigt de commissie zich ook over algemene problemen die verband houden met de investeringsverzekeringen.

De Verzekeraar, 1940–1996

De Verzekeraar verricht voor de Staat verschillende handelingen die in het kader van de Archiefwet 1995 kunnen worden aangemerkt als handelingen van een overheidsorgaan. In de praktijk is tot dusver Nederlandsche Credietverzekering Maatschappij NV (NCM), opgericht in 1925, de enige verzekeraar met wie de Staat een overeenkomst heeft afgesloten. Daarom wordt speciaal aandacht geschonken aan deze maatschappij.

NCM is een naamloze vennootschap. Aandeelhouders zijn banken en verzekeringsmaatschappijen. De Staat is geen aandeelhouder. Wel heeft de Staat een zetel in de Raad van Commissarissen. De maatschappij is onder meer actief op het gebied van de verzekering van exportrisico’s.2 De samenwerking tussen NCM en de Staat is geregeld in een overeenkomst. Hierin staat onder meer welke risico’s NCM voor eigen rekening verzekert en welke risico’s bij de Staat kunnen worden herverzekerd. Op grond van haar ervaring is de NCM in staat voorlichting en advies te geven op het gebied van het internationale handels- en betalingsverkeer. Door haar verzekeringsovereenkomst met de Nederlandse Staat kan zij de verzekering van commerciële betalingsrisico’s combineren met dekking van de aan de handel met het buitenland verbonden politieke risico’s.3

De NCM is gemachtigd om kredieten tot 10 miljoen gulden namens de Staat te verzekeren. Indien het gaat om bedragen tussen de 10 en 25 miljoen gulden moet de Nederlandsche Bank NV goedkeuring verlenen. Voor bedragen boven de 25 miljoen gulden moet, na advies van de Nederlandsche Bank NV, goedkeuring worden verleend door de Minister van Financiën. De verschuldigde premie is afhankelijk van de mate van risico.

Vertegenwoordigers van de NCM nemen deel aan verschillende werkgroepen en commissies. Deze worden beschreven onder de actor Minister van Financiën.

In 2001 gingen NCM en Gerling Credit Insurance samen, waarop GERLING NCM ontstond. In augustus 2003 ging het aandeelhoudersschap voor een belangrijk deel over in de handen van Swiss Re en Deutsche Bank. Sindsdien heet GERLING NCM Atradius. Omdat dit BSD zich beperkt tot de periode 1945–1996, zullen wijzigingen in de organisatie en taken van NCM na 1996 uitgebreider in een actualisatie worden behandeld.

7.2 Secundaire actoren

– Actor onder de archiefzorg van het ministerie van Economische Zaken:

Minister van Economische Zaken, 1945–heden

Sinds 1933 is het Ministerie van Economische Zaken primair belast met de uitvoering van de handelspolitiek en de economische voorlichting. De Minister van Financiën heeft op dit terrein, in overleg met de Minister van Economische Zaken, slechts directe bemoeienis met de export- en importkredietgaranties en de herinvesteringsgaranties. Veel besluiten van de Minister van Financiën kunnen slechts worden genomen na instemming van de Minister van Economische Zaken.

– Actoren onder de archiefzorg van het ministerie van Buitenlandse Zaken:

Minister van Buitenlandse Zaken, 1969–heden

Naast het Ministerie van Economische Zaken, vervult het Ministerie van Buitenlandse Zaken een rol op het gebied van de uitvoering van de handelspolitiek en de economische voorlichting. De minister stemt het beleid inzake de herverzekering van investeringsgaranties met de minister van Financiën overeen en presenteren het Nederlandse standpunt in internationale organisaties. Hiernaast heeft de minister een aantal bevoegdheden ten aanzien van het herverzekeren van investeringsgaranties.

Minister belast met de hulp aan ontwikkelingslanden, 1969–heden

Deze minister vervult dezelfde taken als de minister van Buitenlandse Zaken op het gebied van EKI, maar dan voornamelijk gericht op ontwikkelingslanden.

– Actor onder de archiefzorg van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit:

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 1969–heden

Deze heeft een aantal bevoegdheden ten aanzien van het herverzekeren van investeringsgaranties.

– Actoren onder archiefzorg van het ministerie van Algemene Zaken:

Vice-Minister-President, 1969–heden

Deze heeft een aantal bevoegdheden ten aanzien van het herverzekeren van investeringsgaranties. De Vice-Minister-President had een eigen bureau had bij het ministerie van Algemene Zaken en valt daarom onder de archiefzorg van AZ.

Minister van Algemene Zaken, 1969–heden

Deze minister zijn betrokken bij het opstellen, inbrengen en terugkoppelen van Nederlandse bijdragen en standpunten met betrekking tot de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties in internationale overleg- en bestuursorganen.

– Actor onder de archiefzorg van het ministerie van Justitie:

Minister van Justitie, 1969–heden

Deze minister is betrokken bij het opstellen, inbrengen en terugkoppelen van Nederlandse bijdragen en standpunten met betrekking tot de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties in internationale overleg- en bestuursorganen.

– Actor onder de archiefzorg van het ministerie van Binnenlandse Zaken:

Minister van Binnenlandse Zaken, 1969–heden

Deze minister is betrokken bij het opstellen, inbrengen en terugkoppelen van Nederlandse bijdragen en standpunten met betrekking tot de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties in internationale overleg- en bestuursorganen.

8 Selectielijsten

8.1 Primaire actor: Minister van Financiën

8.1.1 Algemeen

kennisontwikkeling

(134)

Handeling: Het volgen van ontwikkelingen en het bijhouden en ontwikkelen van kennis en ideeën ten aanzien van exportkredietverzekeringen en investeringsgaranties

Periode: 1945–

Opmerking: Voor een gedetailleerde onderverdeling van de activiteiten die onder deze handeling vallen en de daarbij behorende neerslag, zie het DSP.

Waardering: – Stukken houdende informatie met betrekking tot vergaderingen; statuten NCM; informatie over EKI; schades; stukken over de indeling/categorisatie van landen; commitments offers: V 10 jaar

– Stukken houdende informatie met betrekking tot CEB-vergaderingen en overleg tussen de afdeling EKI en FEZ, BFB en andere directies; stukken over het Comitologie Besluit: V 5 jaar

– Stukken houdende informatie met betrekking tot het obligo van exportkredietverzekeringen, investeringsgaranties en het TRHIO; standaard Polisteksten: V 25 jaar

beleidsontwikkeling en evaluatie

(1)

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

(3)

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen, vaststellen en intrekken van mededelingen aan dienstonderdelen betreffende het te volgen beleid met betrekking tot de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B5

totstandkoming van wet- en regelgeving

(4)

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Grondslag: Grondwet 1938 art. 112, 1948 art. 112, 1953 art. 119, 1956 art. 119, 1963 art. 119, 1972 art. 119, 1987 art. 81.

Waardering: B1

(5)

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Grondslag: Grondwet 1938 art. 57 en 74, 1948 art. 57 en 74, 1953 art. 57 en 81, 1956 art. 57 en 81, 1963 art. 57 en 81, 1972 art. 57 en 81, 1987 art. 89, lid 1.

Waardering: B1

(6)

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen en beschikkingen met betrekking tot de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Grondslag: Grondwet 1938 art. 57 en 74, 1948 art. 57 en 74, 1953 art. 57 en 81, 1956 art. 57 en 81, 1963 art. 57 en 81, 1972 art. 57 en 81, 1987 art. 89, lid 4.

Waardering: B5

verantwoording van beleid

(7)

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B3 voor jaarverslagen, en voor kwartaal- of maandverslagen indien geen jaarverslagen aanwezig zijn

V 5 jaar: overige neerslag

(8)

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het op andere wijze op verzoek incidenteel informeren van de Kamers der Staten-Generaal inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B3

(9)

Handeling: Het verstrekken van informatie aan de Commissie voor de Verzoekschriften van de Staten Generaal, aan overige kamercommissies en aan de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten van burgers inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B3

(10)

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties en het voeren van verweer in beroepschriftenprocedures voor de Raad van State en/of de kantonrechter.

Periode: 1945–

Waardering: B5: aanvragen en zaken waarover beleidsdossiers zijn opgebouwd en/of die in de ministerraad zijn behandeld of aanleiding zijn geweest tot kamervragen.

V, 10 jaar na definitieve afwikkeling aanvraag of zaak: overig

8.1.1.1 internationaal beleid

(11)

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen aan internationale overleg- en bestuursorganen met betrekking tot de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1940–

Waardering: B1

(12)

Handeling: Het mede voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen op het gebied van de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

(14)

Handeling: Het informeren (voorlichten) van de interdepartementale coördinatiecommissie over nationale- en internationale ontwikkelingen en het Nederlandse buitenlandse beleid inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B5

(15)

Handeling: Het presenteren van Nederlandse standpunten in gouvernementele internationale organisaties inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

(17)

Handeling: Het voorbereiden en verzorgen van de verslaglegging van internationale conferenties inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1: verslag

V, 5 jaar overige neerslag

(18)

Handeling: Het organiseren en/of deelnemen aan (internationale) symposia op het gebied van de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: V 5 jaar

(19)

Handeling: Het voorbereiden van, deelnemen aan en rapporteren over vergaderingen van overleg- en bestuursorganen van internationale organisaties omtrent de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

(20)

Handeling: Het voorbereiden, bepalen en inbrengen en afstemmen van (Nederlandse) standpunten en bijdragen inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties in het overleg met een intergouvernementele of supranationale organisatie.

Periode: 1945–

Waardering: B1

(21)

Handeling: Het onderhandelen over en sluiten van internationale overeenkomsten en/of het maken van internationale afspraken inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

(22)

Handeling: Het toetsen van het Nederlandse beleid inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties aan het beleid van supranationale organisaties.

Periode: 1945–

Product: eindrapport, onderzoeksgegevens, concept-rapporten

Waardering: B2: een exemplaar van het gedrukte eindrapport

V, 10 jaar: overig

(23)

Handeling: Het implementeren van internationale regels inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties in bestaande of nieuwe regelgeving op nationaal niveau.

Periode: 1945–

Opmerking: ‘Implementeren’ betreft het opnemen van internationale en Europese regels in de lokale/Nederlandse wetgeving betreft. Implementeren heeft wetswijzigingen tot gevolg: hier hangt een beleidstraject aan.

Waardering: B1

(24)

Vervallen.

(25)

Handeling: Het notificeren van nieuwe nationale wetgeving inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties aan de EG (EU) alsmede aan de afzonderlijke lidstaten.

Periode: 1945–

Waardering: V, 10 jaar na vervallen van Wet

informatieverstrekking

(26)

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: V 5 jaar

(27)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1: een exemplaar van het eindproduct

V 5 jaar: overige neerslag

onderzoek

(28)

Vervalt.

(145)

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten over herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Product: Offerte, brieven en rapport

Waardering: B (1,2)

(146)

Handeling: Het begeleiden van (wetenschappelijk) onderzoek naar herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Product: Notities, notulen en brieven

Waardering: V 10 jaar

(147)

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van (wetenschappelijk) onderzoek naar herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Product: Notities, brieven, etc.

Waardering: V 10 jaar

(148)

Handeling: Het financieren van (wetenschappelijk) onderzoek naar herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Product: Rekeningen en declaraties

Waardering: V 10 jaar

(29)

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van extern (wetenschappelijk) onderzoek inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: V 10 jaar

subsidiëring

(30)

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn op het gebied van de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: V 10 jaar

controle en verantwoording

(31)

Handeling: Het controleren van de door de Verzekeraar of de Nederlandsche Bank NV verstrekte informatie met betrekking tot de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1940–

Waardering: V 5 jaar

interdepartementaal overleg

(138)

Handeling: Het voorbereiden van, dan wel het leveren van een bijdrage aan, de besluitvorming in (interdepartementale) coördinatiecommissies en (ad hoc) (interdepartementale) overlegstructuren waarvan de minister van Financiën het secretariaat voert

Periode: 1945–

Product: Adviezen, instructies, verslagen

Opmerking: ten aanzien van deze handeling geldt dat de minister van Financiën het secretariaat voert. Een voorbeeld is de Interdepartementale Commissie voor Herverzekering Investeringen

Waardering: B5

(139)

Handeling: Het voorbereiden van, dan wel het leveren van een bijdrage aan, de besluitvorming in (interdepartementale) coördinatiecommissies en (ad hoc) (interdepartementale) overlegstructuren, waarbij een ander departement het secretariaat voert.

Periode: 1945–

Product: Adviezen, instructies, verslagen

Waardering: B5

departementaal overleg

(140)

Handeling: Het voorbereiden van, dan wel het leveren van een bijdrage aan, de besluitvorming in interne overlegstructuren en het opstellen van een verslag van het overleg

Periode: 1945–

Product: verslagen, notulen, instructie

Opmerking: Het gaat om zowel structureel (afdelingsoverleg, SGDG-beraad, DG-beraad) als ad hoc overleg.

Bron: interviews (en dossiers van deze overleggen)

Waardering: Verslagen SGDG-beraad, DG-beraad: B1

Overig: V 10

overleg met maatschappelijke vertegenwoordigingen

(141)

Handeling: Het consulteren van maatschappelijke vertegenwoordigingen en/of het bedrijfsleven ten aanzien van onderwerpen op het gebied van de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties

Periode: 1945–

Product: verslagen

Bron: Interviews

Waardering: B5

8.1.3 Herverzekering investeringen in ontwikkelingslanden

vaststellen van het beleid

(91)

Handeling: Het geven van voorschriften ten aanzien van de verzekering van niet- commerciële risico’s.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 3.

Waardering: B5

(92)

Handeling: Het oordelen dat ondernemingen geen Nederlands karakter dragen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 5.

Waardering: V 5 jaar

(94)

Handeling: Het vaststellen van specifieke niet-commerciële risico’s welke kunnen worden herverzekerd.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 6, lid 4.

Waardering: B5

(100)

Handeling: Het vaststellen van vereisten waaraan de herverzekering moet voldoen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 8.

Waardering: B5

(105)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van het bedrag tot hetwelk ten hoogste verplichtingen uit herverzekering kunnen worden aangegaan.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 8.

Waardering: V 5 jaar

(106)

Handeling: Het vaststellen van modellen van verzekeringspolissen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 8.

Waardering: V 5 jaar

(108)

Handeling: Het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Wet herverzekering investeringen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 9.

Waardering: B5

toelating kredietverzekeringsmaatschappijen

(113)

Handeling: Het aanwijzen van verzekeringsmaatschappijen die aanvragen tot herverzekering kunnen indienen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 3.

Waardering: B5

(114)

Handeling: Het intrekken van de aanwijzing van de Nederlandsche Credietverzekering Maatschappij NV als verzekeringsmaatschappij in de zin van artikel 3 van de Wet Herverzekering Investeringen.

Periode: 1969–

Grondslag: Beschikking van de Minister van Financiën van 9 juni 1969 art. 1.

Waardering: B5

verzekeren en herverzekeren van risico’s

(115)

Handeling: Het afhandelen van aanvragen tot herverzekering.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 4, 7.

Waardering: B5: aanvragen en zaken waarover beleidsdossiers zijn opgebouwd en/of die in de ministerraad zijn behandeld of aanleiding zijn geweest tot kamervragen.

V, 10 jaar na definitieve afwikkeling aanvraag of zaak: overig

(120)

Handeling: Het na de intrekking van de aanwijzing van de Nederlandsche Credietverzekering Maatschappij NV als verzekeringsmaatschappij in de zin van artikel 3 van de Wet Herverzekering Investeringen afhandelen van lopende polissen.

Periode: 1969–

Grondslag: Beschikking van de Minister van Financiën art van 9 juni 1969 art. 4.

Waardering: V 10 jaar

incasso- en schaderegeling, schadeclaims

(121)

Handeling: Het afhandelen van schadegevallen en dreigende schaden, welke geheel of gedeeltelijk voor rekening van de Staat (kunnen) komen.

Waardering: B5: aanvragen en zaken waarover beleidsdossiers zijn opgebouwd en/of die in de ministerraad zijn behandeld of aanleiding zijn geweest tot kamervragen.

V, 10 jaar na definitieve afwikkeling aanvraag of zaak: overig

controle

(122)

Handeling: Het op basis van de rapportages van de Nederlandsche Crediet Verzekeringsmaatschappij controleren van de inkomsten en uitgaven verbonden aan de dekking van investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Grondslag: Handboek AO, hoofdstuk 6, blz. 6, 10.4.2.

Waardering: V 10 jaar

(123)

Handeling: Het controleren van de naleving van de aan de Nederlandsche Crediet Verzekeringsmaatschappij gegeven uitvoeringsvoorschriften.

Periode: 1945–

Grondslag: Handboek AO, hoofdstuk 6, blz. 6, 10.4.2.

Waardering: V 10 jaar

8.1.4 Herverzekering investeringen in Oost-Europa

vaststellen van het beleid

(125)

Handeling: Het oordelen dat een land voldoende bescherming biedt voor investeringen.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 4, lid 1.

Waardering: B5

(127)

Handeling: Het treffen van een regeling ter zake van de vrije overmaking van met investeringen verband houdende betalingen met een Staat op wiens grondgebied een investering plaatsvindt.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 4, lid 2.

Waardering: B5

(128)

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, vaststellen:

– tot welk bedrag verplichtingen uit herverzekering ten hoogste kunnen worden aangegaan;

– van het bedrag van de maximale aanvangswaarde van de investering waarvoor herverzekering kan worden verleend.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 8, lid 1.

Waardering: V, 20 jaar na wijziging of intrekking

toelating kredietverzekeringsmaatschappijen

(130)

Handeling: Het, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, beslissen op verzoeken van verzekeringsmaatschappijen om verzekeringsovereenkomsten in het kader van de Tijdelijke Regeling Herverzekering Investeringen Oost-Europa bij te Staat te mogen herverzekeren.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 3, lid 1–2, 5, 6 , lid 1–2, 7, lid 1–2.

Waardering: B5 voor algemeen geldende toestemmingen tot herverzekering (toetreding tot de Oost-Europese markt in het algemeen)

V, 10 jaar voor verzoeken voor individuele herverzekeringen (per bedrijf)

(132)

Handeling: Het, na instemming van de Minister van Economische Zaken, afsluiten en intrekken van een herverzekeringsovereenkomst met een Verzekeraar.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 3, lid 6 en 8.

Waardering: B5

8.2 Actor: Interdepartementale commissie herverzekering investeringen

(136)

Handeling: Het adviseren van de betrokken ministers over individuele verzekeringsaanvragen

Periode: 1967–

Grondslag: Memorie van Toelichting 1967; Notitie ‘Nieuwe formulering van Taak en Werkwijze van de CAL’ d.d. 26 mei 1989, kenmerk JR/SJ/III

Waardering: B5

8.3 Verzekeraar

(33)

Handeling: Het periodiek informeren van de Nederlandsche Bank NV met betrekking tot de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1940–

Grondslag: –

Product(en): maand-, kwartaal- en jaarverslagen.

Waardering: B2 voor jaarverslagen, en voor kwartaal- of maandverslagen indien geen jaarverslagen aanwezig zijn

V 5 jaar: overige neerslag

(47)

Handeling: Het afsluiten van een verzekering of garantie met herverzekering, het behandelen van een exportkredietverzekering, de schaderegeling en de uitbetaling van de schadevergoeding.

Periode: 1940–

Grondslag: Regeling van 6 februari 1932 art. 4–5.

Regeling van 17 oktober 1946 art. 3–5.

Regeling van 26 april 1961 art. 3.

Beschikking van 14 juni 1983 art 2.

Regeling export- en importgaranties 1992 art. 2.

Product: polis, schaderegeling

Waardering: V, 10 jaar na definitieve afsluiting dossier

(51)

Handeling: Het voorleggen van verzekeringsaanvragen aan de Nederlandsche Bank NV

Periode: 1983–

Grondslag: Beschikking van 14 juni 1983, Bijlage 1, art. 1, lid 4 en 6.

Regeling export- en importgaranties 1992 art. 2.

Product: aanvraag

Waardering: V, 10 jaar na definitieve afsluiting dossier

(58)

Handeling: Het aanwijzen van vertegenwoordigers in commissies op het gebied van de export-, import- en investeringsgaranties.

Periode: 1989–

Grondslag: Notitie van 15/27-09–1989 art. 2, letter a.

Product: benoeming

Waardering: V, 10 jaar

(66)

Handeling: Het overleggen met de Minister van Financiën over de toekenning van kwalificaties aan landen.

Periode: 1983–

Grondslag: Beschikking van 14 juni 1983, Bijlage 1, art. 3, lid 1.

Waardering: V, 5 jaar

(70)

Handeling: Het overleggen met de Minister van Financiën en de Nederlandsche Bank NV over het vaststellen van de premierichtlijnen voor de dekking van risico’s.

Periode: 1983–

Grondslag: Beschikking van 14 juni 1983, Bijlage 1, art. 4, lid 2.

Waardering: V 10 jaar

(71)

Handeling: Het innen van verzekeringspremies namens de Staat.

Periode: 1983–

Grondslag: Beschikking van 14 juni 1983, Bijlage 1, art. 4, lid 3.

Waardering: V 5 jaar

(74)

Handeling: Het afhandelen van (dreigende) schadegevallen.

Periode: 1945–

Grondslag: Regeling van 6 februari 1932 art. 4–5.

Regeling van 17 oktober 1946 art. 3–5.

Regeling van 26 april 1961 art. 3.

Beschikking van 14 juni 1983 art 2, en Bijlage 1, art. 6, lid 1–2, 7, lid 1–3.

Waardering: V 5 jaar na definitieve afsluiting dossier

(76)

Handeling: Het afsluiten en uitvoeren van bilaterale consolidatieovereenkomsten.

Periode: 1983–

Grondslag: Beschikking van 14 juni 1983, Bijlage 1, art. 6, lid 4.

Waardering: V 5 jaar na afloop regeling

(83)

Handeling: Het houden van een rekening met de Minister van Financiën om de betaling van het aandeel van de Staat in de schadevergoeding respectievelijk het voorschot ten laste daarvan te doen plaatsvinden.

Periode: 1986–1991

Grondslag: Regeling van 29 april 1986 art. 7.

Waardering: V 5 jaar

(87)

Handeling: Het overleggen met de Minister van Financiën over het opstellen van algemene regels waaruit de hoogte van de vergoeding voor de ten behoeve van de Staat gemaakte kosten wordt afgeleid.

Periode: 1983–

Grondslag: Beschikking van 14 juni 1983, Bijlage 1, art. 8, lid 2.

Waardering: V 5 jaar

Secundaire zorgdragers

8.3.1 Minister van Economische Zaken

8.3.1.1 Algemeen

beleidsontwikkeling en evaluatie

(2)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

internationaal beleid

(16)

Handeling: Het presenteren van Nederlandse standpunten in gouvernementele internationale organisaties inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

8.3.1.2 Herverzekering export- en importkredieten

vaststellen van het beleid

(42)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het beslissen op een advies van de Rijkscommissie voor export-, import- en investeringsgaranties.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet Rijkscommissie voor export-, import- en investeringsgaranties art. 3, lid 3.

Waardering: B5

commissies

(56)

Handeling: Het aanwijzen van vertegenwoordigers in commissies op het gebied van de export-, import- en investeringsgaranties.

Periode: 1989–

Grondslag: Notitie van 15/27-09–1989 art. 2, letter a.

Waardering: V 10 jaar

(59)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het benoemen van deskundigen op het gebied van industrie, landbouw, handel, dienstverlening, bank- en verzekeringswezen tot gewone leden Rijkscommissie voor export-, import- en investeringsgaranties.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet Rijkscommissie voor export-, import- en investeringsgaranties art. 3, lid 3.

Waardering: V 10 jaar

(62)

Handeling: Het informeren van de Tweede Kamer der Staten-Generaal over (voorgestelde wijzigingen in) de taak en werkzaamheden van de Rijkscommissie voor export-, import- en investeringsgaranties.

Periode: 1993–

Grondslag: Wet Rijkscommissie voor export-, import- en investeringsgaranties art. 7, lid 1–2.

Waardering: B3

8.3.1.3 Herverzekering investeringen in ontwikkelingslanden

vaststellen van het beleid

(96)

Handeling: Het vaststellen van specifieke niet-commerciële risico’s welke kunnen worden herverzekerd.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 6, lid 4.

Waardering: B5

(102)

Handeling: Het vaststellen van vereisten waaraan de herverzekering moet voldoen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 8.

Waardering: B5

(110)

Handeling: Het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Wet herverzekering investeringen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 9.

Waardering: B5

verzekeren en herverzekeren van risico’s

(117)

Handeling: Het overleggen met de Minister van Financiën over aanvragen tot herverzekering.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 4.

Waardering: B5: aanvragen en zaken waarover beleidsdossiers zijn opgebouwd en/of die in de ministerraad zijn behandeld of aanleiding zijn geweest tot kamervragen.

V, 10 jaar na definitieve afwikkeling aanvraag of zaak: overig

8.3.1.4 Herverzekering investeringen in Oost-Europa

vaststellen van het beleid

(124)

Handeling: Het voorbereiden van een investeringsbeschermingsovereenkomst met een Staat op wiens grondgebied een investering plaatsvindt.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 4, lid 1.

Waardering: B5

(126)

Handeling: Het oordelen dat een land voldoende bescherming biedt voor investeringen.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 4, lid 1.

Waardering: B5

(129)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën ten aanzien van het vaststellen:

– tot welk bedrag verplichtingen uit herverzekering ten hoogste kunnen worden aangegaan;

– van het bedrag van de maximale aanvangswaarde van de investering waarvoor herverzekering kan worden verleend.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 8, lid 1.

Waardering: V, 20 jaar na wijziging of intrekking

toelating kredietverzekeringsmaatschappijen

(131)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over een beslissing op een verzoek van een verzekeringsmaatschappij om verzekeringsovereenkomsten in het kader van de Tijdelijke Regeling Herverzekering Investeringen Oost-Europa bij te Staat te mogen herverzekeren.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 3, lid 2, 5.

Waardering: B5 voor algemeen geldende toestemmingen tot herverzekering (toetreding tot de Oost-Europese markt in het algemeen)

V, 10 jaar voor verzoeken voor individuele herverzekeringen (per bedrijf)

(133)

Handeling: Het instemmen met de Minister van Financiën ten aanzien van het afsluiten en intrekken van een herverzekeringsovereenkomst met een Verzekeraar.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 3, lid 6.

Waardering: V, 10 jaar na intrekking

8.3.2 Minister van Buitenlandse Zaken

8.3.2.1 Algemeen

beleidsontwikkeling en evaluatie

(2)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

internationaal beleid

(16)

Handeling: Het presenteren van Nederlandse standpunten in gouvernementele internationale organisaties inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

8.3.2.2 Herverzekering investeringen in ontwikkelingslanden

vaststellen van het beleid

(95)

Handeling: Het vaststellen van specifieke niet-commerciële risico’s welke kunnen worden herverzekerd.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 6, lid 4.

Waardering: B5

(101)

Handeling: Het vaststellen van vereisten waaraan de herverzekering moet voldoen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 8.

Waardering: B5

(109)

Handeling: Het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Wet herverzekering investeringen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 9.

Waardering: B5

verzekeren en herverzekeren van risico’s

(116)

Handeling: Het overleggen met de Minister van Financiën over aanvragen tot herverzekering.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 4.

Waardering: B5

8.3.2.3 Herverzekering investeringen in Oost-Europa

toelating kredietverzekeringsmaatschappijen

(131)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over een beslissing op een verzoek van een verzekeringsmaatschappij om verzekeringsovereenkomsten in het kader van de Tijdelijke Regeling Herverzekering Investeringen Oost-Europa bij te Staat te mogen herverzekeren.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 3, lid 2, 5.

Waardering: B5 voor algemeen geldende toestemmingen tot herverzekering (toetreding tot de Oost-Europese markt in het algemeen)

V, 10 jaar voor verzoeken voor individuele herverzekeringen (per bedrijf)

8.3.3 Minister belast met de hulp aan ontwikkelingslanden

8.3.3.1 Algemeen

beleidsontwikkeling en evaluatie

(2)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

internationaal beleid

(16)

Handeling: Het presenteren van Nederlandse standpunten in gouvernementele internationale organisaties inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

8.3.3.2 Herverzekering investeringen in ontwikkelingslanden

vaststellen van het beleid

(98)

Handeling: Het vaststellen van specifieke niet-commerciële risico’s welke kunnen worden herverzekerd.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 6, lid 4.

Waardering: B5

(104)

Handeling: Het vaststellen van vereisten waaraan de herverzekering moet voldoen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 8.

Waardering: B5

(112)

Handeling: Het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Wet herverzekering investeringen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 9.

Waardering: B5

verzekeren en herverzekeren van risico’s

(119)

Handeling: Het overleggen met de Minister van Financiën over aanvragen tot herverzekering.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 4.

Waardering: B5

8.3.3.3 Herverzekering investeringen in Oost-Europa

toelating kredietverzekeringsmaatschappijen

(131)

Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Financiën over een beslissing op een verzoek van een verzekeringsmaatschappij om verzekeringsovereenkomsten in het kader van de Tijdelijke Regeling Herverzekering Investeringen Oost-Europa bij te Staat te mogen herverzekeren.

Periode: 1990–

Grondslag: Tijdelijke regeling herverzekering investeringen Oost-Europa art. 3, lid 2, 5.

Waardering: B5 voor algemeen geldende toestemmingen tot herverzekering (toetreding tot de Oost-Europese markt in het algemeen)

V, 10 jaar voor verzoeken voor individuele herverzekeringen (per bedrijf)

8.3.4 Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

8.3.4.1 Herverzekering investeringen in ontwikkelingslanden

vaststellen van het beleid

(97)

Handeling: Het vaststellen van specifieke niet-commerciële risico’s welke kunnen worden herverzekerd.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 6, lid 4.

Waardering: B5

(103)

Handeling: Het vaststellen van vereisten waaraan de herverzekering moet voldoen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 8.

Waardering: B5

(111)

Handeling: Het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Wet herverzekering investeringen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 9.

Waardering: B5

verzekeren en herverzekeren van risico’s

(118)

Handeling: Het overleggen met de Minister van Financiën over aanvragen tot herverzekering.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 4.

Waardering: V 10 jaar na definitieve afwikkeling aanvraag of zaak

8.3.5 Actoren onder de archiefzorg van de Minister van Algemene Zaken

8.3.5.1 Actor: Minister van Algemene Zaken

Algemeen

internationaal beleid

(15)

Handeling: Het presenteren van Nederlandse standpunten in gouvernementele internationale organisaties inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

(16)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de Nederlandse standpuntbepaling ten aanzien van internationale bijeenkomsten of organen inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Product: instructies

Waardering: B 1

8.3.5.2 Vice-Minister-President

Herverzekering investeringen in ontwikkelingslanden

(93)

Handeling: Het vaststellen van specifieke niet-commerciële risico’s welke kunnen worden herverzekerd.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 6, lid 4.

Waardering: B5

(99)

Handeling: Het vaststellen van vereisten waaraan de herverzekering moet voldoen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 8.

Waardering: B5

(107)

Handeling: Het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Wet herverzekering investeringen.

Periode: 1969–

Grondslag: Wet herverzekering investeringen art. 9.

Waardering: B5

8.3.6 Minister van Justitie

8.3.6.1 Algemeen

internationaal beleid

(15)

Handeling: Het presenteren van Nederlandse standpunten in gouvernementele internationale organisaties inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

(16)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de Nederlandse standpuntbepaling ten aanzien van internationale bijeenkomsten of organen inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Product: instructies

Waardering: B1

8.3.7 De minister van Binnenlandse Zaken

8.3.7.1 Algemeen

internationaal beleid

(15)

Handeling: Het presenteren van Nederlandse standpunten in gouvernementele internationale organisaties inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Waardering: B1

(16)

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de Nederlandse standpuntbepaling ten aanzien van internationale bijeenkomsten of organen inzake de herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties.

Periode: 1945–

Product: instructies

Waardering: B1

8.3.8 Externe adviescommissies (-organen)4

(142)

Handeling: Het gevraagd en ongevraagd geven van advies aan de minister van Financiën over het beleidsterrein herverzekering van export- en importkredieten en investeringsgaranties

Periode: 1945–

Bron: Kaderwet adviescolleges, art. 17, art. 18 (Stb. 1996, 378)

Product: adviesaanvraag, correspondentie, rapporten

Opmerking: In sommige gevallen geeft een adviescommissie een advies op verzoek van de minister en soms doet ze dat op eigen initiatief. Ook de adviesaanvraag door de minister wordt onder deze handeling begrepen.

Waardering: B1: Advies en eindproduct

V, 10 jaar na verschijnen rapport: overig

(143)

Vervalt.

(144)

Handeling: Het opstellen van periodieke rapportages en het al dan niet op verzoek van de minister van Financiën opstellen van evaluatieverslagen waarin aandacht wordt besteed aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van de eigen taakvervulling

Periode: 1945–

Bron: Kaderwet adviescolleges, art. 28 lid 1, lid 2 (Stb. 1996, 378)

Product: jaarverslagen, evaluatieverslagen, correspondentie

Waardering: Jaar- en evaluatieverslagen: B 3

Overig: V, 10 jaar na verschijnen verslag

1

Notitie ‘Nieuwe formulering van Taak en Werkwijze van de CAL’ d.d. 26 mei 1989, kenmerk JR/SJ/III.

2

Ford, blz. 166.

3

Landenbeleid van de NCM, blz. 41.

4

Met externe adviescommissies worden adviesorganen bedoeld die een eigen rechtspositie hebben. Interne adviescommissies zonder rechtspositie moeten worden beschouwd als een onderdeel van het departement en vallen onder de handelingen van de minister.

Bijlage 1

Overzicht van de met ‘B’ gewaardeerde handelingen (BSD-nrs.) per actor en per algemeen selectiecriterium

Actor

algemeen selectiecriterium

 

1

2

3

4

5

6

Minister van Financiën

1, 4,

5, 6,

11,

12,

15,

22,

145

7–9,

15,

17,

61

72, 64

3,6,

10,

14,

23,

24,

25,

 
 

17,

19,

20,

21,

23,

   

41,

43,

44,

45,

46,

 
 

27,

41,

140,

145

   

48,

49,

64,

65,

68,

 
     

73,

79,

88,

91,

94,

 
     

108,

100,

105,

113,

114,

 
     

115,

121,

125,

127,

 
     

128,

130,

132,

138

 

Minister van Economische Zaken

2, 16

 

62

 

42,

96,

102,

110,

 
     

117,

124,

126,

131

 

Minister van Buitenlandse Zaken

2, 16

   

95,

101,

109,

116,

131

 

Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

    

97, 103, 111

 

Minister belast met de hulp aan ontwikkelingslanden

2, 16

   

98,

104,

112,

 
     

199,

131

 

Vice-Minister-President

    

93,

99,

107

 

Minister van Algemene Zaken

15,

16

     

Minister van Justitie

15,

16

     

Minister van Binnenlandse Zaken

15,

16

     

Verzekeraar

 

33

    

Interdepartementale commissie herverzekeringen

 

53

  

136

 

Externe adviescommissies

142

 

144

   
Naar boven