De Staatssecretaris van Defensie,
Gelet op artikel 45, vijfde en zesde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Besluit:
Artikel 1
Aan de gezagvoerder van de F-16 die op vrijdag 6 juli 2007 ter opluistering
van de festiviteiten rond 400 jaar Michiel Adriaanszoon de Ruyter een langsvlucht
uitvoert, wordt ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45,
eerste lid, onderdeel a, van het Luchtverkeersreglement om een VFR-vlucht
uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de MilAIP.
Artikel 2
Aan de ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 voet boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van
150 meter van het luchtvaartuig;
b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2°. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden
zoveel mogelijk wordt beperkt;
c. te allen tijde dient de vlieger in een zodanige combinatie van hoogte
en snelheid te vliegen dat hij in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing zonder hoogteverlies te verlaten.
Artikel 3
De in artikel 2, onderdeel a, omschreven afwijking van de minimum vlieghoogte
is alleen van toepassing voor die delen van de vlucht waar het doel van de
vlucht dit vereist en boven de volgende locatie:
Vrijdag 6 juli 2007: Zuid van Vlissingen over de Westerschelde (51°26’34”N
003°33’43”E).
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op
7 juli 2007.
Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst en zal tevens
bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.
Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene
wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking
is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te
worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie
advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten:
de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van
de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar.
Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening
te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is
griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.