Wijziging Kadasterregeling 1994

12 juni 2007

Nr. 07.037258

Het bestuur van de Dienst voor het kadaster en de openbare registers,

Gelet op de artikelen 8, derde lid, en 107 van de Kadasterwet en de artikelen 10, 25 en 38 van het Kadasterbesluit;

Besluit:

Artikel I

De Kadasterregeling 1994 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 1 wordt, onder vervanging aan het slot van de punt door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

p. contourentekening: een tekening in elektronische vorm die deel uitmaakt van een in elektronische vorm ingeschreven beperkingenbesluit en waarop de grenzen van het gebied waarop de beperking rust zijn afgebeeld, waarbij in het bestand van die tekening de tot dat gebied behorende kadastrale percelen en perceelsgedeelten alsmede die grenzen zijn vastgelegd met coördinaten en lijnverbanden die passen in het coördinatenstelsel van de kadastrale kaart;

q. Wkpb: Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken;

r. publiekrechtelijke beperking: publiekrechtelijke beperking als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wkpb;

s. beperkingenbesluit: beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wkpb;

t. gemeentelijke beperking: publiekrechtelijke beperking van een gemeentelijk bestuursorgaan, waarbij onder gemeentelijk bestuursorgaan mede wordt verstaan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen en een gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in die wet.

B

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘zesde’ vervangen door: zevende.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

7. Ingeval de Dienst een melding als bedoeld in artikel 17a, vierde lid, van de Wkpb ontvangt, plaatst de bewaarder in de openbare registers op de wijze als vermeld in artikel 8, derde lid, tweede zin, van de wet een aantekening waaruit blijkt

a. dat blijkens de kadastrale registratie in de in de melding genoemde kadastrale gemeente(n) gemeentelijke beperkingen rusten op de onroerende zaken welke beperkingen zijn vermeld in een door de bewaarder vervaardigde lijst;

b. dat op grond van de ontvangen melding tot de in voornoemd artikel 17a, vierde lid, bedoelde bijhouding wordt overgegaan, en

c. dat, voor zover die gemeentelijke beperkingen in de kadastrale registratie zijn vermeld op grond van in de openbare registers ingeschreven stukken, de desbetreffende inschrijvingen rechtens geen betekenis meer toekomt.

De bewaarder voegt bij het door hem opgemaakte stuk waarin de aantekening is opgenomen, de ontvangen melding alsmede de in de eerste zin, onder a, bedoelde lijst.

8. Het zevende lid is van overeenkomstige toepassing op de inschrijving van beperkingenbesluiten als bedoeld in artikel 17b, tweede lid, eerste zin.

C

Artikel 39 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘tiende lid’ vervangen door: achtste lid.

2. Het vijfde tot en met negende lid wordt vervangen door vier leden, luidende:

5. Indien een akte van vernieuwing als bedoeld in artikel 77, vijfde lid, van de wet wordt ingeschreven en artikel 24 van het besluit toepassing heeft gevonden, is het tweede en derde lid niet van toepassing.

6. Indien een verklaring van waardeloosheid of enig ander stuk dat strekt tot inschrijving van de waardeloosheid van een inschrijving, wordt ingeschreven, zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing, onverminderd het achtste lid.

7. Indien een ander stuk dan bedoeld in het tweede tot en met zesde lid, niet zijnde een stuk als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wkpb, wordt ingeschreven, wordt bij het desbetreffende perceel alsmede, indien het stuk op een rechthebbende betrekking heeft, bij de gegevens van de desbetreffende rechthebbende vermeld het stukidentificatienummer van dit stuk alsmede, ingeval het een in artikel 41 vermeld stuk betreft, een korte aanduiding van de aard van het ingeschreven stuk overeenkomstig de artikelen 41 en 42.

8. Indien een verklaring van waardeloosheid of enig ander stuk dat strekt tot inschrijving van de waardeloosheid van een inschrijving, wordt ingeschreven betreffende een inschrijving als bedoeld in het zevende lid, wordt, ingeval het een in artikel 41, eerste lid, vermeld feit betreft, in afwijking van het zevende lid de in dat lid bedoelde aanduiding verwijderd onder vermelding van het stukidentificatienummer van het desbetreffende stuk.

D

Artikel 41 wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef van het eerste lid komt te luiden:

De in artikel 39, zevende lid, bedoelde aanduidingen van de aard van de ingeschreven stukken luiden als volgt:

2. In het eerste lid vervallen de onderdelen l tot en met u en w.

3. De onderdelen v, x, y en z worden verletterd tot respectievelijk l, m, n en o.

4. Na onderdeel o (nieuw) wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

p.

Besluit als bedoeld in artikel 110i van de Wet geluidhinder tot vaststelling van een hogere waarde, en mededeling inzake het vervallen van de verplichting tot de realisatie van maatregelen als bedoeld in artikel 114a van de Wet geluidhinder

Besluit Wet geluidhinder.

E

Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste, tweede en derde lid wordt ‘achtste’ telkens vervangen door: zevende.

2. In het vierde lid wordt ‘onder v’ vervangen door: onder l.

3. Het vijfde lid vervalt.

F

In artikel 43, tweede lid, wordt ‘artikelen 39, tweede, vijfde en zesde lid’ vervangen door: artikelen 39, tweede en zesde lid.

G

Na artikel 44 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf 2a

Wijze van bijwerking van de kadastrale registratie omtrent publiekrechtelijke beperkingen

Artikel 45

1. Na inschrijving van een beperkingenbesluit als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wkpb vindt bijhouding van de kadastrale registratie plaats met inachtneming van het tweede tot en met vierde lid.

2. Indien door het ingeschreven besluit een beperking in het leven wordt geroepen, wordt bij het desbetreffende perceel vermeld:

a. het stukidentificatienummer van dat besluit;

b. een korte aanduiding van de aard van het ingeschreven besluit die voor het desbetreffende soort beperking is vastgesteld in de lijst aanduiding publiekrechtelijke beperkingen, welke lijst als bijlage 6d bij deze regeling is gevoegd, en

c. het bestuursorgaan dat het beperkingenbesluit heeft genomen.

De in de eerste zin onder b bedoelde korte aanduidingen kunnen worden afgekort, indien dit uit praktische overwegingen noodzakelijk is, mits aan de duidelijkheid geen afbreuk wordt gedaan.

3. Indien blijkens het beperkingenbesluit de beperking rust op een gedeelte van een perceel en een contourentekening deel uitmaakt van het beperkingenbesluit en in elektronische vorm is ingeschreven, wordt bij het desbetreffende perceel vermeld ‘zie contourentekening’.

4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere documenten die de grondslag vormen voor een van kracht zijnde publiekrechtelijke beperking.

Artikel 45a

1. Ingeval de kadastrale aanduiding van de in artikel 16, eerste lid, van de Wkpb bedoelde onroerende zaken wordt gewijzigd en met betrekking tot de daarop rustende beperkingen geen contourentekening in elektronische vorm is ingeschreven, vindt bijhouding van de kadastrale registratie plaats met inachtneming van het tweede tot en met vijfde lid.

2. De handhaving van de vermelding van een publiekrechtelijke beperking, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit, geschiedt door bij de actuele gegevens van de nieuw gevormde percelen de korte aanduiding die bij de vervallen percelen was vermeld, over te nemen, zo mogelijk onder verwijzing naar het stukidentificatienummer van inschrijving van het stuk op grond waarvan de desbetreffende aanduiding werd gesteld. Tevens wordt de aantekening ’in onderzoek’ geplaatst, tenzij de wijziging van de kadastrale aanduiding betreft een samenvoeging van percelen of perceelsgedeelten tot één perceel.

3. Nadat de Dienst een opgave als bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de Wkpb van het betrokken bestuursorgaan heeft ontvangen:

a. wordt bij alle nieuw gevormde percelen de aantekening ‘in onderzoek’ verwijderd;

b. wordt de vermelding van de korte aanduiding bij een nieuw gevormd perceel slechts gehandhaafd, indien uit die opgave blijkt dat de beperking op dat perceel blijft rusten.

4. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing in geval van

a. splitsing in appartementsrechten als bedoeld in de artikelen 106 en 107 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

b. ondersplitsing in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, derde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

c. wijziging van de onder a en b bedoeld splitsingen, en

d. opheffing van de onder a en b bedoelde splitsingen.

5. Een opgave als bedoeld in het derde lid wordt ten kantore bewaard.

Artikel 45b

1. Ingeval de kadastrale aanduiding van de in artikel 16, eerste lid, van de Wkpb bedoelde onroerende zaken wordt gewijzigd en met betrekking tot de daarop rustende beperkingen een contourentekening in elektronische vorm is ingeschreven, vindt bijhouding van de kadastrale registratie plaats met inachtneming van het tweede en derde lid.

2. De Dienst stelt op basis van de contourentekening vast op welke van de nieuw gevormde percelen de publiekrechtelijke beperking geheel of gedeeltelijk rust. De handhaving van de vermelding van een publiekrechtelijke beperking, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit, geschiedt door bij de actuele gegevens van de nieuw gevormde percelen waarop de publiekrechtelijke beperking geheel of gedeeltelijk rust, de korte aanduiding die bij de vervallen percelen was vermeld, over te nemen, zo mogelijk onder verwijzing naar het stukidentificatienummer van inschrijving van het stuk op grond waarvan de desbetreffende aanduiding werd gesteld.

3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van

a. splitsing in appartementsrechten als bedoeld in de artikelen 106 en 107 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

b. ondersplitsing in appartementsrechten als bedoeld in artikel 106, derde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;

c. wijziging van de onder a en b bedoelde splitsingen, en

d. de opheffing van de onder a en b bedoelde splitsingen.

Artikel 45c

1. Indien een inschrijving in de openbare registers betreft een document als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wkpb waarbij een beperkingenbesluit wordt herroepen, vernietigd of ingetrokken, wordt de korte aanduiding verwijderd onder vermelding van het stukidentificatienummer van het desbetreffende stuk.

2. Indien een inschrijving in de openbare registers betreft een document als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wkpb waarbij een beperkingenbesluit wordt gewijzigd, worden de bij het desbetreffende perceel vermelde gegevens in overeenstemming gebracht met de wijziging.

Artikel 45d

Met betrekking tot gemeentelijke beperkingen die

a. voor het tijdstip van de inwerkingtreding van de Wkpb krachtens wettelijk voorschrift in de kadastrale registratie werden aangetekend, en tevens

b. vallen onder die, bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2º – 6º, van de Wkpb, dan wel zijn aangewezen in het Aanwijzingsbesluit Wkpb,

vindt bijhouding van de kadastrale registratie plaats met inachtneming van de artikelen 45e tot en met 45h.

Artikel 45e

Zolang van burgemeester en wethouders van een gemeente met betrekking tot een daarin gelegen kadastrale gemeente nog geen melding als bedoeld in artikel 17a, vierde lid, van de Wkpb is ontvangen, is, in geval van wijziging van de kadastrale aanduiding van de onroerende zaken waarop een gemeentelijke beperking rust, artikel 45a, tweede lid, eerste zin, en vierde lid, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 45f

Zolang van burgemeester en wethouders van een gemeente met betrekking tot een daarin gelegen kadastrale gemeente nog geen melding als bedoeld in artikel 17a, vierde lid, van de Wkpb is ontvangen, worden een wijziging en het vervallen van een gemeentelijke beperking in de kadastrale registratie bijgehouden op grond van een ingeschreven stuk dat is opgemaakt door het daartoe bevoegde bestuursorgaan, in dier voege dat

a. ingeval dat stuk betreft het vervallen van een gemeentelijke beperking, bij het desbetreffende perceel de desbetreffende korte aanduiding wordt verwijderd onder vermelding van het stukidentificatienummer van het desbetreffende stuk,

b. ingeval dat stuk betreft de wijziging van een gemeentelijke beperking, de bij het desbetreffende perceel vermelde gegevens in overeenstemming worden gebracht met die wijziging.

Artikel 45g

Na plaatsing van een aantekening als bedoeld in artikel 7, zevende lid, worden de vermeldingen van de korte aanduiding van de gemeentelijke beperkingen die in de in dat lid onder a, bedoelde lijst zijn vermeld, verwijderd onder vermelding van het stukidentificatienummer van het desbetreffende stuk.

Artikel 45h

Zodra de in artikel 17a, eerste lid, van de Wkpb bedoelde termijn van twee jaren is verstreken, wordt met bekwame spoed alle op dat tijdstip nog in de kadastrale registratie aanwezige korte aanduidingen van gemeentelijke publiekrechtelijke beperkingen verwijderd onder vermelding dat zij zijn verwijderd wegens het vervallen van de wettelijke grondslag van haar vermelding.

Artikel 45i

Na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wkpb wordt met betrekking tot publiekrechtelijke beperkingen die niet vallen onder die bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2º – 6º, van de Wkpb noch zijn aangewezen in het Aanwijzingsbesluit Wkpb, bij de desbetreffende percelen de korte aanduidingen van die beperkingen met bekwame spoed verwijderd onder vermelding dat zij zijn verwijderd wegens het vervallen van de wettelijke grondslag van haar vermelding.

H

In artikel 71, derde lid, wordt ‘publiekrechtelijke eigendoms- of gebruiksbeperking’ vervangen door: publiekrechtelijke beperking als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1º, van de Wkpb.

I

Artikel 77, derde lid, eerste zin, komt te luiden:

3. Korte aanduidingen inzake publiekrechtelijke beperkingen worden zodanig vermeld, dat voldaan kan worden aan de artikelen 45a en 45b.

J

In afdeling 1 van titel 2 van hoofdstuk 5 wordt na artikel 131 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 132

Een uittreksel als bedoeld in artikel 131, eerste lid, onder b, bevat tevens de gegevens betreffende de van kracht zijnde gemeentelijke beperkingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Wkpb.

K

In afdeling 3 van titel 2 van hoofdstuk 5 wordt na artikel 136 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 136a

Bij het verlenen van inzage van de kadastrale registratie verleent de Dienst steeds tevens gelijktijdig en in samenhang inzage van de gegevens betreffende van kracht zijnde gemeentelijke publiekrechtelijke beperkingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Wkpb.

Artikel II

In artikel 10, vijfde lid, van de Regeling teboekgestelde schepen 1994 wordt ‘39, achtste lid’ vervangen door: 39, zevende lid.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken in werking treedt.

Deze regeling en de toelichting daarbij zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Apeldoorn, 12 juni 2007.
De Raad van Bestuur Th.A.J. Burmanje.

Bijlage 6d als bedoeld in artikel 45, tweede lid, onder b, van de Kadasterregeling 1994

Lijst aanduiding publiekrechtelijke beperkingen

Publiekrechtelijke beperkingen ingevolge:

Korte aanduiding publiekrechtelijke beperking

  

Belemmeringenwet Landsverdediging

Besluit op basis van Belemmeringenwet Landsverdediging

  

Belemmeringenwet Privaatrecht

Besluit op basis van Belemmeringenwet Privaatrecht

  

Boswet

Kapverbod op basis van Boswet

  

Flora- en faunawet

Beschermde leefomgeving Flora- en faunawet

  

Grondwaterwet

Gedoogplicht op basis van Grondwaterwet

  

Luchtvaartwet

Verbod op basis van Luchtvaartwet

  

Monumentenwet 1988

Besluit op basis van Monumentenwet 1988

  

Natuurbeschermingswet 1998

Besluit op basis van Natuurbeschermingswet 1988

  

Ontgrondingenwet

Gedoogplicht Ontgrondingenwet

  

Provinciale verordening inzake monumenten

Provinciaal monument

  

Waterstaatswet 1900

Besluit of bevel op basis van Waterstaatswet 1900

  

Wet agrarisch grondverkeer

Besluit op basis van Wet agrarisch grondverkeer

  

Wet bodembescherming

Kennisgeving, vordering, bevel of beschikking, Wet bodembescherming

  

Wet inzake luchtverontreiniging

Gedoogplicht Wet inzake luchtverontreiniging

  

Woningwet

Besluit op basis van Woningwet

Toelichting

Algemeen

1. De inwerkingtreding van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (hierna ook te noemen: Wkpb) maakte het noodzakelijk de Kadasterregeling 1994 aan te passen. Deze aanpassing betreft – op hoofdlijnen – de regeling van het stellen van aantekeningen in de openbare registers, de bijhouding van publiekrechtelijke beperkingen in de kadastrale registratie en de verstrekking van inlichtingen uit de kadastrale registratie.

Wat betreft de regeling van de vorenbedoelde bijhouding is uit oogpunt van wetsystematiek er voor gekozen die in een afzonderlijke paragraaf onder te brengen. Dit bracht mee, dat artikel 39 kon worden vereenvoudigd en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid van de bepalingen van dat artikel; men zie nader de toelichting bij artikel I, onderdeel C, (wijziging van artikel 39).

2. De onderhavige bepalingen van artikel I zijn gegeven tegen de achtergrond van hetgeen in interne werkinstructies van het Kadaster over de uitvoering van de Wkpb en de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften is bepaald en bouwt daarop voort. Kort samengevat komt dat op het volgende neer:

Voor zover betreffend de inschrijving van publiekrechtelijke beperkingen. Het is mogelijk in één in te schrijven stuk zowel een nieuwe beperking als de vervallenverklaring van een eerder ingeschreven beperking op te nemen.

Als bijlage kan een tekening worden ingeschreven, waarop de contouren van het gebied waarop een beperkingenbesluit rust, zijn aangegeven. Een bestuursorgaan kan vooraf coördinaten en lijnverbanden van de grens van het object van een besluit bij het Kadaster aanleveren. Na inpassing in de kadastrale kaart vervaardigt het Kadaster een tekening, waarop zowel de kadastrale percelen als de grenzen van het betrokken gebied zijn afgebeeld. In het bestand van deze tekening moeten de grenzen van het betrokken grondstuk zijn vastgelegd met coördinaten en lijnverbanden, die passen in het coördinatenstelsel van de kadastrale kaart. Deze tekening wordt door de bewaarder elektronisch naar de aanbieder verzonden en vooruitlopende op een toekomstige inschrijving in depot genomen. Bij latere elektronische aanbieding van een besluit kan in het begeleidende verzoek tot elektronische inschrijving worden verzocht het depotstuk mee in te schrijven.

Voor zover betreffend de bijhouding van de kadastrale registratie. Daarbij moet vooropgesteld worden dat de artikelen 17a, vierde lid, en 17b, tweede lid, tweede zin, van de Wkpb bij wijze van overgangsrecht bepalingen bevatten voor de bijhouding van de kadastrale registratie die moet plaatsvinden na ontvangst van een melding van burgemeester en wethouders inhoudende dat de inschrijving van de in artikel 17a, derde lid, van de Wkpb bedoelde documenten is voltooid. Maar ook in de periode waarin zo’n melding nog niet is ontvangen, dient in de kadastrale registratie nog bijhouding ten aanzien van gemeentelijke beperkingen plaats te vinden. Dit is geregeld in de artikelen 45e tot en met 45h.

Afsluitend is in dit verband nog het volgende van belang. Ook met betrekking tot de inschrijving van beperkingenbesluiten zijn ontwikkelingen gaande die ertoe moeten leiden, dat die besluiten met behulp van zogenoemde stylesheets door bestuursorganen ter inschrijving worden aangeboden en door de bewaarder worden ingeschreven. Daarbij wordt in het in te schrijven stuk het in te schrijven besluit voorafgegaan door – kort samengevat – een overzichtelijke weergave van de op grond van het besluit in de kadastrale registratie aan te brengen wijzigingen voorzien van een verklaring van het betrokken bestuursorgaan dat het beperkingenbesluit tot geen andere wijzigingen in de kadastrale registratie aanleiding geeft dan hiervoor vermeld. Zo’n werkwijze maakt een geautomatiseerde verwerking van de mutaties mogelijk en daardoor de bijhouding effectiever en efficiënter.

3. Blijkens de Nota van toelichting bij het Uitvoeringsbesluit Wkpb heeft de regering onderkend, dat deelgemeenten belast kunnen zijn met de uitvoering van de Wkpb; men zie de slotalinea van punt 3 (Verhouding tot de interne organisatie van de gemeente) onder Algemeen van de voornoemde nota van toelichting, waar het volgende is opgemerkt:

‘Voor zover sprake is van een gemeente die is opgedeeld in deelgemeenten, kunnen de verplichtingen die voor burgemeester en wethouders voortvloeien uit de Wkpb op de voet van artikel 87 van de Gemeentewet worden overgedragen aan het dagelijkse bestuur van de deelgemeenten. Hierbij dient te worden aangetekend dat de systematiek van de Wkpb, die uitgaat van een onderlinge samenhang tussen de verschillende verplichtingen, met zich brengt dat die verplichtingen als één geheel worden overgedragen.’

In de tekst van de Wkpb en van de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften is met die mogelijkheid niet expliciet rekening gehouden in de desbetreffende artikelen. Aan te nemen is dat een redelijke uitleg en toepassing van die bepalingen al meebrengt, dat in voorkomende gevallen die bepalingen ook omvatten de gevallen waarin het dagelijkse bestuur van een deelgemeente is belast met de uitvoering van de Wkpb enz. Het vorenstaande geldt mutatis mutandis ook voor de gevallen waarin gemeentelijke beperkingenbesluiten zijn genomen door het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen waarin de desbetreffende gemeente deelneemt, of door een gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in die wet (zie artikel 3, eerste lid, van de Wkpb).

Bij de aanpassing van de Kadasterregeling 1994 is, wat betreft voornoemde onderwerpen, de opzet van de Wkpb en de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften gevolgd. Dit is ten dele expliciet verwoord in onderdeel t van artikel 1, maar ook bij toepassing van bijvoorbeeld artikel 45e moet daarmee rekening worden gehouden.

Artikel I (wijziging van de Kadasterregeling 1994)

Onderdeel A (wijziging van artikel 1)

Onderdeel p

In dit onderdeel is een omschrijving opgenomen van de contourentekening, waarbij rekening is gehouden met het feit dat in de praktijk de wijze waarop zo’n tekening wordt vervaardigd, nog in ontwikkeling is.

Voldoet een tekening die deel uitmaakt van een beperkingenbesluit aan deze omschrijving, dan heeft dit betekenis voor de bijhouding; men zie artikel 45, derde lid, en artikel 45b versus artikel 45a.

Onderdeel t

Zie hetgeen hiervoor daarover is opgemerkt onder Algemeen sub 3.

Onderdeel B (wijziging van artikel 7)

1. Het nieuwe zevende lid regelt het plaatsen van de in dat lid bedoelde aantekening voor de ‘papieren situatie’; voor de ‘digitale situatie’ behoefde niets te worden geregeld, omdat in artikel 11a, tweede lid, (dat betrekking heeft op de digitale openbare registers) artikel 7 van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.

Artikel 9, dat handelt over de wijze waarop een aantekening wordt gesteld als sprake is van op microfilms overgebrachte openbare registers, behoefde ook geen aanvulling, omdat materieel de in het zevende lid bedoelde aantekening op zich met een nieuw ingeschreven stuk kan worden gelijkgesteld en tot bijhouding van de kadastrale registratie leidt.

2. In de in het zevende lid, onder a, bedoelde lijst kunnen de gemeentelijke beperkingen kunnen op verschillende wijze worden omschreven. De beperkingen kunnen perceelsgewijs onder vermelding van hun korte aanduiding worden vermeld of, ingeval het gaat om gemeentelijke beperkingen die zijn ingeschreven in de openbare registers, door vermelding van het deel en nummer/stukidentificatienummer van het desbetreffende ingeschreven stuk. Het kan aan de bewaarder worden overgelaten te beslissen op welke wijze in het concrete geval een gemeentelijke beperking het beste kan worden omschreven.

3. Voor zover voor het tijdstip van de inwerkingtreding van de Wkpb gemeentelijke beperkingen in de kadastrale registratie zijn vermeld op grond van in de openbare registers ingeschreven stukken, verliezen die inschrijvingen hun belang als zijn na dat tijdstip zijn ingeschreven in het gemeentelijke beperkingenregister en het Kadaster met betrekking tot die beperkingen een melding als bedoeld in artikel 17a, vierde lid, van de Wkpb heeft ontvangen.

Onderdeel C (wijziging van artikel 39)

Algemeen

Ter toelichting op de vereenvoudiging van artikel 39 wordt het volgende opgemerkt. In de eerste plaats kon het zesde lid (oud) vervallen, dat de bijhouding betrof naar aanleiding van de inschrijving van beschikkingen van bestuursorganen en rechterlijke uitspraken. Deze beschikkingen omvatten zowel die welke de rechtstoestand naar burgerlijk recht wijzigen als die waarbij een publiekrechtelijke beperking wordt opgelegd, een zodanige beschikking wordt gewijzigd of ingetrokken. Blijkens de toelichting die oorspronkelijk bij dit artikellid is gegeven, ging het in dit lid om beschikkingen die de rechtstoestand naar burgerlijk recht wijzigen, en ging het in het achtste lid (oud) om – kort gezegd – ingeschreven publiekrechtelijke beperkingen. De bijhouding naar aanleiding van de inschrijving van eerstbedoelde beschikkingen valt echter ook al onder die genoemd in het tweede lid. Iets dergelijks geldt ook voor de bijhouding naar aanleiding van de inschrijving van een verklaring van waardeloosheid of van enig ander stuk dat strekt tot de inschrijving van de waardeloosheid, waarop in het vervallen zesde lid het negende lid (oud) van overeenkomstige toepassing was verklaard.

Omdat de bijhouding naar aanleiding van een ingeschreven akte van vernieuwing als geregeld in het zevende lid (oud) ook al valt onder het toepassingsbereik van het tweede en overigens ook van het derde lid, is daarmee rekening gehouden in de opzet van het vijfde lid (nieuw). Thans wordt daarin bepaald dat het tweede en derde lid niet van toepassing zijn, als artikel 24 van het Kadasterbesluit toepassing heeft gevonden.

Zevende lid

De inhoud van dit lid komt op hoofdlijnen overeen met die van het achtste lid (oud). Dat lid regelde mede de bijhouding naar aanleiding van de inschrijving van stukken met betrekking tot publiekrechtelijke beperkingen.

Omdat die bijhouding thans separaat is geregeld in titel 2a, is in het nieuwe zevende lid tot uitdrukking gebracht, dat dat lid geen betrekking heeft op stukken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wkpb. Uit de aanhef van het nieuwe zevende lid volgt, dat het ook niet van toepassing is op stukken die een wijziging brengen in de rechtstoestand naar burgerlijk recht, zodat het toepassingsbereik van het zevende lid omvat stukken die uitsluitend op een rechthebbende betrekking hebben (zie artikel 41, eerste lid, onder a tot en met cc en onder m en n), en stukken zoals de in artikel 41, eerste lid, onder d tot en met l en onder o en p, bedoelde stukken.

Ten slotte bleek het niet nodig om, zoals dat nog wel het geval was in de tweede zin van het achtste lid (oud), in het nieuwe zevende lid het tweede lid van overeenkomstige toepassing te verklaren, omdat dat geen betekenis heeft gelet op de inhoud van het nieuwe zevende lid.

Achtste lid

De inhoud van dit lid komt op hoofdlijnen overeen met die van de eerste zin van het negende lid (oud). De inhoud van de tweede zin van het negende lid (oud) kon vervallen ter toelichting waarvan het volgende wordt opgemerkt.

Het nieuwe zevende lid regelt blijkens zijn aanhef de bijhouding naar aanleiding van de inschrijving van andere stukken dan die bedoeld in het tweede tot en met zesde lid. Derhalve is dat zevende lid ook van toepassing op de bijhouding van de in het achtste lid (nieuw) bedoelde verklaringen van waardeloosheid enz. Dat brengt dus al mee dat het stukidentificatienummer van die verklaring van waardeloosheid enz. moet worden vermeld bij de desbetreffende percelen. Het nieuwe achtste lid kan derhalve beperkt blijven tot een bepaling die – bij wijze van afwijking van het nieuwe zevende lid – voorschrijft dat het stukidentificatienummer moet worden vermeld bij de aantekening dat de korte aanduiding van de aard van het ingeschreven stuk is vervallen.

Onderdelen D, E en F (wijziging van de artikelen 41–43)

1. Artikel 41 is aangepast in verband met het feit de bijhouding van de publiekrechtelijke beperkingen in een afzonderlijke titel is geregeld; verwezen wordt naar hetgeen hiervoor daarover is opgemerkt onder Algemeen sub 1. De daaruit voortvloeiende wijziging van artikel 39 noopte ook tot aanpassing van de artikelen 42 en 43.

2. Daarnaast is onderdeel p aan artikel 41, eerste lid, toegevoegd, hetgeen in verband staat met het volgende. Op 1 januari 2007 is de Wet van 5 juli 2006, Stb. 350, houdende wijziging Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) in werking getreden, waaronder ook de artikelen 110i en 114a van de Wet geluidhinder. Deze artikelen voorzien in de inschrijving van onder meer besluiten van bestuursorganen als bedoeld in artikel 110i en van mededelingen als bedoeld in artikel 114a van die wet. Deze documenten zijn geen publiekrechtelijke beperkingen als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wkpb, zodat op de bijhouding van ingeschreven besluiten en mededelingen artikel 39, zevende lid (nieuw), van toepassing is. Dat brengt mee, dat voor dit soort besluiten en mededelingen een korte aanduiding van hun aard moet worden vastgesteld. Onderdeel p voorziet hierin en betreft de korte aanduiding van besluiten en andere documenten als bedoeld in artikel 110i van de Wet geluidhinder, dat in artikel 114a, derde lid, van die wet van overeenkomstige toepassing is verklaard op het vervallen zijn van de verplichting tot de realisatie van maatregelen aan de gevel van de geluidsgevoelige woning/gebouw. Bij het voorgaande is van belang dat ten aanzien van een perceel zowel een besluit als een mededeling kan zijn genomen respectievelijk gedaan en de korte aanduiding mede betrekking kan hebben op vorenbedoelde mededeling.

3. Ten slotte kon het vijfde lid van artikel 42 vervallen, omdat de in dat lid genoemde aanduidingen niet meer voorkomen in de kadastrale registratie.

Onderdeel G (de artikelen 45-45i)

Algemeen

De artikelen 45–45c regelen de bijhouding inzake niet-gemeentelijke beperkingen. De artikelen 45d-45h regelen voor de tweejarige implementatietermijn als bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Wkpb de bijhouding inzake gemeentelijke beperkingen die op grond van de op 1 juli 2007 vervallen wettelijke voorschriften in de kadastrale registratie werden aangetekend voor zover zij althans in de Wkpb dan wel het Aanwijzingsbesluit Wkpb zijn aangewezen. Artikel 45i, ten slotte, regelt de bijhouding die plaatsvindt onmiddellijk na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wkpb en die betreft publiekrechtelijke beperkingen die niet vallen onder die bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2°–6°, van de Wkpb noch zijn aangewezen in het Aanwijzingsbesluit Wkpb.

Artikel 45

Tweede lid, onderdeel c

Het Kadaster legt de naam van het niet-gemeentelijke bestuursorgaan vast om inzichtelijk te maken wie in de in artikel 18, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkpb bedoelde gevallen de daar bedoelde gegevens moet verschaffen.

Vierde lid

Niet alleen een beperkingenbesluit, maar ook een beslissing op een daartegen gericht bezwaarschrift of een rechterlijke uitspraak in beroep tegen zo’n beslissing kunnen de grondslag vormen.

Artikel 45a

1. In dit artikel is voor het geval geen contourentekening in elektronische vorm is ingeschreven, de bijhouding geregeld met betrekking tot de vermelding van de aanduiding van publiekrechtelijke beperkingen. De verwijzing in het eerste lid naar artikel 16, eerste lid, van de Wkpb maakt duidelijk dat het hier om niet-gemeentelijke beperkingen gaat. Dit artikel betreft de wijziging van de kadastrale aanduiding als gevolge van zowel een splitsing als samenvoeging van percelen, waarbij ingevolge de tweede zin van het tweede lid ook voor samenvoeging van percelen de hoofdregel geldt dat de aantekening ‘in onderzoek’ wordt geplaatst, tenzij percelen tot één perceel worden verenigd. In laatstbedoelde gevallen is nader onderzoek niet noodzakelijk. Deze materie was voorheen geregeld in het tweede lid (oud) van artikel 42 en in het vervallen artikel 45.

2. Artikel 9, vierde lid, Uitvoeringsbesluit Wkpb houdt niet expliciet rekening met een wijziging van een splitsing en een ondersplitsing, noch met artikel 5:106, zesde lid BW (onder gebouw wordt mede verstaan ‘een groep van gebouwen die in één splitsing is betrokken’). Niettemin is dat artikel 9, vierde lid, en de toelichting daarbij voldoende duidelijk qua strekking om dat lid ook van overeenkomstige toepassing te doen zijn op gevallen van ondersplitsing en wijziging van een splitsing. Het vierde lid van artikel 45a houdt daar dan ook rekening mee, evenals artikel 45b, derde lid.

3. Anders dan in de memorie van toelichting bij artikel 16, tweede lid, van de Wkpb staat vermeld, wordt de in dat lid bedoelde opgave aan de Dienst van de geactualiseerde kadastrale aanduidingen van de onroerende zaak of zaken niet ingeschreven in de openbare registers. De Wkpb zelf noch enig ander wettelijk voorschrift biedt een grondslag voor een zodanige inschrijving. Deze opgaven wordt als portefeuillestuk onder afzonderlijke nummers gearchiveerd en ten kantore bewaard.

Artikel 45b

De noodzaak om na het ontvangen van een periodiek overzicht als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wkpb van het Kadaster onderzoek uit te voeren, bestaat er voor het betrokken bestuursorgaan niet ingeval een contourentekening in elektronische vorm is ingeschreven. Indien namelijk in het bestand van deze tekening de grenzen van de onroerende zaken waarop de beperking rust, zijn vastgelegd met coördinaten en lijnverbanden die passen in het coördinatenstelsel van de kadastrale kaart, kan het Kadaster zelf, in geval van perceelsvernummering zonder nadere, aanvullende informatie en nader overleg vaststellen welk nieuwe percelen door een beperking wordt geraakt. Zie ook hetgeen daarover is bepaald in artikel 18, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wkpb en de toelichting daarbij.

Artikel 45e

Gegevens omtrent gemeentelijke beperkingen blijven aanvankelijk nog wel gehandhaafd en worden bij splitsing en samenvoeging van percelen overgebracht naar alle nieuwe nummers. Dit artikel geeft daarvoor de nodige voorzieningen.

Onderdelen H en I (wijziging artikel 71, derde lid, en 77, derde lid)

Deze leden zijn aangepast aan de terminologie van artikel 1, onder a, van de Wkpb (omschrijving van publiekrechtelijke beperking).

Onderdelen J en K (nieuwe artikelen 132 en 136a)

In verband met artikel 17 van het Uitvoeringsbesluit Wkpb preciseren de nieuwe artikelen 132 en 136a de wijze van het verlenen van inzage in de kadastrale registratie en de verstrekking van uittreksels daaruit. Daarbij is het wenselijk dat ook bij het desverlangd verstrekken van uittreksels uit de kadastrale registratie die uittreksels de gegevens over de van kracht zijnde gemeentelijke beperkingen bevatten.

De Raad van Bestuur

Th.A.J. Burmanje

Naar boven