Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2007, 113 pagina 11Overig

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2007

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 14 mei 2007, nr. AI//JZ/2007/17653, houdende de inrichting van de Arbeidsinspectie alsmede de toedeling van taken en vertegenwoordigingsbevoegdheden aan de onder de algemeen directeur ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2007)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, onderdeel k, en 11, tweede lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2004;

Besluit:

Hoofdstuk 1

Algemeen

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Algemeen directeur: de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie;

b. Bedrijfstakdirecties: de bedrijfstakdirectie Industrie, de bedrijfstakdirectie Bouw, de bedrijfstakdirectie Dienstverlening;

c. Arbeidsinspectie-directeur: een onder de algemeen directeur ressorterende directeur.

Hoofdstuk 2

De organisatie van de Arbeidsinspectie

§ 2.1

De Arbeidsinspectie

Artikel 2

1. De organisatie van de Arbeidsinspectie is ingericht volgens het overzicht in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

2. De Arbeidsinspectie staat onder leiding van een algemeen directeur.

3. Onder de algemeen directeur ressorteren de volgende organisatieonderdelen:

a. de bedrijfstakdirecties;

b. de directie Major Hazard Control;

c. de directie Arbeidsmarktfraude;

d. de directie Inspectieondersteuning;

e. de afdeling Concernbeleid;

f. de afdeling Juridische Zaken;

g. de afdeling Informatievoorziening.

§ 2.2

De bedrijfstakdirecties

Artikel 3

1. Het werkterrein van de bedrijfstakdirecties is vastgesteld volgens het overzicht van de bij deze regeling behorende bijlage 2.

2. Een bedrijfstakdirectie staat onder leiding van een directeur.

3. Een bedrijfstakdirecteur is binnen het werkterrein van de bedrijfstakdirectie verantwoordelijk voor:

a. het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving door werkgevers en werknemers door middel van controles, het opsporen van strafbare feiten, het hanteren van juridische instrumenten als eis tot naleving, stillegging van het werk en bestuursdwang, op het gebied van arbeidsomstandigheden met inbegrip van stralingsbescherming, gevaarlijke werktuigen en stoffen, en arbeidsverhoudingen met inbegrip van arbeidstijden en arbeidsvoorwaarden;

b. de totstandkoming van landelijke strategieën en landelijke projecten met betrekking tot het toezicht op de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen;

c. de uitvoering van de projecten, bedoeld in onderdeel b, alsmede de rapportage over de bevindingen daarvan;

d. het vanuit zijn werkterrein leveren van een bijdrage aan het door de algemeen directeur op te stellen jaarplan en -⁠verslag van de Arbeidsinspectie;

e. het nemen van de maatregelen en het realiseren van de prestaties, vervat in het jaarplan, bedoeld in onderdeel d;

f. het, op aanwijzing van de algemeen directeur, voor de gehele Arbeidsinspectie coördineren van projecten die door meerdere bedrijfstakdirecties moeten worden uitgevoerd;

g. de toepassing van landelijk vastgesteld handhavingsbeleid;

h. het behandelen van klachten voorzover die klachten betrekking hebben op het werkterrein van de Arbeidsinspectie, met uitzondering van klachten die betrekking hebben op onderwerpen die tot de verantwoordelijkheid van de directeur Major Hazard Control of de directeur Arbeidsmarktfraude behoren;

i. het verrichten van onderzoek bij gemelde arbeidsongevallen, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel i, van de Arbeidsomstandighedenwet;

j. de advisering omtrent de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van voorgenomen wet- en regelgeving;

k. het verschaffen van informatie in verband met de evaluatie en ontwikkeling van beleid en uitvoering aan bewindspersonen en directeuren van beleidsdirecties van het ministerie;

l. het aan en op verzoek van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden verstrekken van documenten en geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur welke aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de bedrijfstakdirectie;

m. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van medewerkers van de bedrijfstakdirectie.

4. Een bedrijfstakdirecteur wordt bijgestaan door een manager inspecties en een manager strategie, welke onder hem ressorteren.

5. De manager inspecties is verantwoordelijk voor:

a. het conform de planning uitvoeren van de projecten, bedoeld in het derde lid, onderdeel b;

b. het uitvoeren van onderzoek naar aanleiding van klachten, bedoeld in het derde lid, onderdeel h, onderscheidenlijk naar aanleiding van de meldingen bedoeld in het derde lid, onderdeel i.

6. De manager inspecties wordt bijgestaan door zes onder hem ressorterende teamleiders. De werkgebieden van de teams zijn vastgesteld volgens het overzicht van de bij deze regeling behorende bijlage 3.

7. De manager strategie is verantwoordelijk voor de totstandkoming van bedrijfstakstrategieën en projectplannen, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, en de rapportages, bedoeld in het derde lid, onderdeel c.

§ 2.3

De directie Major Hazard Control

Artikel 4

1. De directie Major Hazard Control staat onder leiding van een directeur.

2. De directeur Major Hazard Control is verantwoordelijk voor:

a. het toezicht op de naleving van de Arbeidsomstandighedenwet, in het bijzonder ten aanzien van het bij of krachtens artikel 6 van die wet en hoofdstuk II, afdeling 2, van het Arbeidsomstandighedenbesluit bepaalde, door middel van het opsporen van strafbare feiten, het hanteren van juridische instrumenten als eis tot naleving, stillegging van het werk en toepassing van bestuursdwang;

b. de totstandkoming van landelijke strategieën met betrekking tot de uitoefening van het toezicht, bedoeld in onderdeel a;

c. de uitvoering van de taken die ingevolge het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 aan de Arbeidsinspectie zijn opgedragen;

d. de ontwikkeling van inspectiemethodieken en inspectie-instrumenten ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in de onderdelen a tot en met c;

e. het vanuit zijn werkterrein leveren van een bijdrage aan het door de algemeen directeur op te stellen jaarplan en -⁠verslag van de Arbeidsinspectie;

f. het nemen van de maatregelen en het realiseren van de prestaties, vervat in het jaarplan, bedoeld in onderdeel e;

g. het behandelen van klachten voor zover die betrekking hebben op het werkgebied van de directie Major Hazard Control;

h. het onderhouden van de samenwerkingsverbanden met de instanties die mede betrokken zijn bij de uitvoering van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999;

i. het verschaffen van informatie over de voortgang van de activiteiten van de directie Major Hazard Control aan bewindspersonen en directeuren van de beleidsdirecties van SZW, alsmede het verschaffen van informatie in verband met de evaluatie en ontwikkeling van beleid en uitvoering met betrekking tot bedrijven, bedoeld in artikel 6 van de Arbeidsomstandighedenwet, en met betrekking tot hoofdstuk II, afdeling 2, van het Arbeidsomstandighedenbesluit;

j. het aan en op verzoek van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden verstrekken van documenten en geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur welke aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de directie Major Hazard Control;

k. het behandelen van klachten over gedragingen van medewerkers van de directie Major Hazard Control.

3. De directeur Major Hazard Control wordt bijgestaan door twee managers Major Hazard Control welke onder hem ressorteren.

4. De managers Major Hazard Control zijn verantwoordelijk voor:

a. de totstandkoming van de strategieën, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;

b. de ontwikkeling van inspectiemethodieken en inspectie-instrumenten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d;

c. het behandelen van klachten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel g;

d. het onderhouden van samenwerkingsverbanden als bedoeld in het tweede lid, onderdeel h;

e. het, conform planning, uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en c.

5. De managers Major Hazard Control worden elk bijgestaan door twee onder hen ressorterende teamleiders. De werkgebieden van de teams zijn vastgesteld volgens het overzicht van de bij deze regeling behorende bijlage 5.

§ 2.4

De directie Arbeidsmarktfraude

Artikel 5

1. De directie Arbeidsmarktfraude staat onder leiding van een directeur.

2. De directeur Arbeidsmarktfraude is verantwoordelijk voor:

a. het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving alsmede het opsporen van strafbare feiten met name ten aanzien van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

b. de totstandkoming van landelijke strategieën en projecten met betrekking tot de aanpak van arbeidsmarktfraude;

c. het ontwikkelen en het onderhouden van instrumenten ten behoeve van de handhaving van de Wet arbeid vreemdelingen, de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag;

d. de uitvoering van de projecten, bedoeld in onderdeel b, alsmede de rapportage over de bevindingen daarvan;

e. het vanuit zijn werkterrein leveren van een bijdrage aan het door de algemeen directeur op te stellen jaarplan en -⁠verslag van de Arbeidsinspectie;

f. het nemen van de maatregelen en het realiseren van de prestaties, vervat in het jaarplan, bedoeld in onderdeel e;

g. de participatie van de Arbeidsinspectie in multidisciplinaire en interventieteams;

h. het voeren van overleg en het participeren in samenwerkingsverbanden met instellingen die zich bezig houden met de bestrijding van arbeidsmarktfraude;

i. het organiseren van overleg en afstemming met de directie Arbeidsmarkt, de directie Arbeidsverhoudingen en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst over zowel de beleidsontwikkeling als -uitvoering;

j. het behandelen van klachten, voorzover die klachten betrekking hebben op onderwerpen die behoren tot de verantwoordelijkheid van de directeur Arbeidsmarktfraude, alsmede van tips;

k. de advisering omtrent de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van voorgenomen wet- en regelgeving;

l. het verschaffen van informatie in verband met de evaluatie en ontwikkeling van beleid en uitvoering aan bewindspersonen en directeuren van beleidsdirecties van het ministerie;

m. het aan en op verzoek van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden verstrekken van documenten en geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, welke aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de directie Arbeidsmarktfraude;

n. het behandelen van klachten over gedragingen van medewerkers van de directie Arbeidsmarktfraude.

3. De directeur Arbeidsmarktfraude wordt bijgestaan door twee managers inspecties en een manager strategie, welke onder hem ressorteren.

4. De managers inspecties zijn verantwoordelijk voor:

a. het conform de planning uitvoeren van de projecten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;

b. het organiseren van de participatie in multidisciplinaire en interventieteams;

c. het onderhouden van regionale bestuurlijke en netwerkcontacten.

5. De managers inspecties worden elk bijgestaan door zeven onder hen ressorterende teamleiders. De werkgebieden van de teams zijn vastgesteld volgens het overzicht van de bij deze regeling behorende bijlage 5.

6. De manager strategie is verantwoordelijk voor:

a. het ontwikkelen en opzetten van strategieën en projecten, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b;

b. kennisontwikkeling, kennisoverdracht en kennisverankering binnen de directie.

7. De manager strategie wordt bijgestaan door een teamleider specialisten.

§ 2.5

De directie Inspectieondersteuning

Artikel 6

1. De directie Inspectieondersteuning staat onder leiding van een directeur.

2. De directeur Inspectieondersteuning is verantwoordelijk voor:

a. het adviseren over de handhavende taken van de Arbeidsinspectie, met uitzondering van de handhavende taken die tot de verantwoordelijkheid van de directeur Major Hazard Control onderscheidenlijk de directeur Arbeidsmarktfraude behoren;

b. het ondersteunen van de algemeen directeur ten behoeve van een eenduidige interpretatie en uitvoering van het beleid van het ministerie door de Arbeidsinspectie;

c. de ontwikkeling en het onderhoud van instrumenten ten behoeve van de handhaving van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden, waaronder de Arbeidsomstandighedenwet, de Warenwet, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de arbeidstijdenwetgeving, de Wet milieugevaarlijke stoffen en de kernenergiewetgeving;

d. het afhandelen van aanvragen, alsmede het verlenen van vergunningen, vrijstellingen en ontheffingen voorzover hij daartoe ingevolge de artikelen 17 en 18 bevoegd is;

e. het ondersteunen van de bedrijfstakdirecteuren, de directeur Major Hazard Control en de directeur Arbeidsmarktfraude bij de uitoefening van hun taken;

f. het coördineren van informatie-uitwisseling tussen de beleidsdirecties van het ministerie en de bedrijfstakdirecties alsmede de directie Major Hazard Control;

g. het personeelsontwikkelingsbeleid van de Arbeidsinspectie;

h. de interne bedrijfsvoering en de administratieve ondersteuning van de Arbeidsinspectie;

i. het aan en op verzoek van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden verstrekken van documenten en geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur welke aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de directie Inspectieondersteuning;

j. het behandelen van klachten over gedragingen van medewerkers van de directie Inspectieondersteuning.

3. De directeur Inspectieondersteuning wordt bijgestaan door het onder hem ressorterende:

a. hoofd van de afdeling Expertisecentrum;

b. hoofd van de afdeling Bestuurlijke Boete;

c. landelijk hoofd Binnendienst;

d. hoofd van de afdeling Personeelsontwikkeling.

Artikel 7

1. De afdeling Expertisecentrum staat onder leiding van een hoofd.

2. Het hoofd van de afdeling Expertisecentrum is verantwoordelijk voor:

a. de kennisontwikkeling, de kennisoverdracht en de kennisverankering binnen de Arbeidsinspectie, behoudens ten aanzien van de handhavende taken die behoren tot de verantwoordelijkheid van de directeur Major Hazard Control of de directeur Arbeidsmarktfraude;

b. het onderhoud van de website en het internetloket van de Arbeidsinspectie;

c. het landelijk coördineren van de handhaving en het ontwikkelen en onderhouden van de instrumenten ten behoeve van een uniforme handhaving van wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen, waaronder de Arbeidsomstandighedenwet, de Warenwet, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de kernenergiewetgeving en de arbeidstijdenwetgeving;

d. de deskundige ondersteuning van de bedrijfstakdirecteuren en de directeur Major Hazard Control bij de uitoefening van hun verantwoordelijkheden;

e. het organiseren van overleg en afstemming met de directie Arbeidsomstandigheden van het ministerie betreffende zowel de beleidsontwikkeling als -⁠uitvoering;

f. het behandelen van verzoeken om vrijstelling en ontheffing van de Arbeidstijdenwet.

3. Het hoofd van de afdeling Expertisecentrum wordt bijgestaan door de onder hem ressorterende:

a. teamleider van de vakgroep Arbeidsbelasting en Arbeidsgezondheidskunde;

b. teamleider van de vakgroep Arbeidshygiëne;

c. teamleider van de vakgroep Arbeid & Organisatie;

d. teamleider van de vakgroep Algemene Veiligheid;

e. teamleider van de vakgroep Chemische Veiligheid;

f. teamleider van de vakgroep Arbeidsbelasting.

Artikel 8

1. De afdeling Bestuurlijke Boete staat onder leiding van een hoofd.

2. Het hoofd van de afdeling Bestuurlijke Boete is verantwoordelijk voor:

a. het vormgeven van en toezien op de uitvoering van een landelijk boetebeleid;

b. het toetsen van boeterapporten, het vaststellen en uitvoeren van boetebeschikkingen;

c. het bewaken van de kwaliteit en consistentie van de boetebeschikkingen en het zorg dragen voor de voortgang en bewaking van termijnen;

d. het vormgeven van, en toezien op de uitvoering van een landelijk beleid betreffende het toepassen van bestuursdwang;

e. het plegen van het noodzakelijk functioneel overleg met het Expertisecentrum, de afdeling Juridische Zaken, de directie Gemeenschappelijke Organisatie Bedrijfsvoering, het Openbaar Ministerie en andere opsporingsdiensten;

f. het scheppen van condities waaronder andere opsporingsdiensten, die mede zijn belast met handhaving van de Arbeidsomstandighedenwet, Warenwet, Arbeidstijdenwet en Wet arbeid vreemdelingen, kunnen functioneren wat betreft de bestuurlijke handhaving;

g. de communicatie met de bedrijfstakdirecties, de directie Major Hazard Control en de directie Arbeidsmarktfraude ter zake van de inrichting van boeterapporten, onder meer op grond van de eisen die voortvloeien uit jurisprudentie.

3. Het hoofd van de afdeling Bestuurlijke Boete wordt bijgestaan door de onder hem ressorterende teamleider Wet arbeid vreemdelingen.

Artikel 9

1. De afdeling Binnendienst staat onder leiding van een landelijk hoofd Binnendienst.

2. Het landelijk hoofd Binnendienst is verantwoordelijk voor:

a. de administratieve ondersteuning van de teamleiders van de inspectieteams en de inspecteurs;

b. de intake en administratieve verwerking van ongevalsmeldingen, klachten en verzoeken van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden tot het verstrekken van documenten of het geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur;

c. de administratieve verwerking van inspectieresultaten;

d. het verstrekken van sturings- en verantwoordingsinformatie aan alle medewerkers van de Arbeidsinspectie die deze informatie uit hoofde van hun functie nodig hebben;

e. de behandeling van inkomende- en uitgaande post;

f. het adviseren en ondersteunen van de algemeen directeur, het hoofd van de afdeling Concernbeleid, het hoofd van de afdeling Juridische Zaken, het hoofd van de afdeling Informatievoorziening en de directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen a tot en met d, met betrekking tot financiële-, materiële- en huisvestingszaken, alsmede het organiseren van het daaraan verbonden beheer;

g. de zorg voor telefonische bereikbaarheid van de Arbeidsinspectie, waaronder begrepen de kantoren, bedoeld in artikel 2, vierde lid, tweede volzin, en receptietaken.

3. Het landelijk hoofd Binnendienst wordt bijgestaan door de onder hem ressorterende teamleiders Binnendienst voor de taken, bedoeld in het tweede lid, onderdelen b, c en d, teamleiders danwel vestigingsmanagers van deze kantoren voor de taken, bedoeld in het tweede lid, onderdelen e, f en g, de landelijk teamleider financiën en de landelijk medewerker materieel.

Artikel 10

1. De afdeling Personeelsontwikkeling staat onder leiding van een hoofd.

2. Het hoofd van de afdeling Personeelsontwikkeling is verantwoordelijk voor:

a. het ontwikkelen van voorstellen met betrekking tot het te voeren personeelsontwikkelingsbeleid en de advisering daaromtrent aan de directeur Inspectie-ondersteuning;

b. de organisatie van voor de Arbeidsinspectie specifieke opleidingen;

c. de facilitering van opleidingen die ten behoeve van de Arbeidsinspectie door derden worden georganiseerd;

d. de advisering met betrekking tot opleidingen die van belang zijn in het kader van de competentieontwikkeling van medewerkers van de Arbeidsinspectie.

§ 2.6

De afdeling Concernbeleid

Artikel 11

1. De afdeling Concernbeleid staat onder leiding van een hoofd.

2. Het hoofd van de afdeling Concernbeleid is verantwoordelijk voor:

a. de advisering van de algemeen directeur omtrent strategische vraagstukken met betrekking tot de missie, positionering, taken, handhaving, presentatie en het functioneren van de Arbeidsinspectie;

b. de advisering van de algemeen directeur omtrent strategische vraagstukken met betrekking tot het financieel-, personeels- en organisatiebeleid alsmede de kwaliteitsontwikkeling;

c. de advisering van de algemeen directeur omtrent het in- en externe communicatiebeleid van de Arbeidsinspectie en de ondersteuning van de uitvoering daarvan;

d. het ondersteunen van de algemeen directeur met betrekking tot parlementaire aangelegenheden, waaronder begrepen de beantwoording van kamervragen, onderzoeken van de Algemene Rekenkamer, alsmede met betrekking tot internationale zaken en medezeggenschap;

e. het ontsluiten van binnen de Arbeidsinspectie aanwezige beleidsinformatie ten behoeve van bewindspersonen en de beleidsdirecties van het ministerie;

f. het inwinnen van gegevens omtrent de algemene ontwikkeling van lonen en andere op geld waardeerbare arbeidsvoorwaarden, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet op de loonvorming, alsmede de rapportage daarover;

g. de analyse van binnen de Arbeidsinspectie aanwezige resultaatsinformatie ten behoeve van een doelmatige prioritering van activiteiten van de Arbeidsinspectie;

h. de ondersteuning van door de Arbeidsinspectie te entameren inspectieprojecten ten behoeve van de kwantitatieve analyse van de resultaten van die projecten;

i. de landelijke coördinatie van planning, control en kwaliteitszorg en het beheer van de financiën van de Arbeidsinspectie, waaronder het verstrekken van informatie ten behoeve van de begroting;

j. het formatiebeheer;

k. de afstemming met andere directies van het ministerie inzake strategische en beheersmatige aangelegenheden;

l. het beheer van het centrale register inzake de melding en afdoening van klachten over gedragingen van medewerkers van de Arbeidsinspectie;

m. het aan en op verzoek van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden verstrekken van documenten en geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, welke aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de Afdeling Concernbeleid;

n. het organiseren van overleg tussen de algemeen directeur en de beleidsdirecties van het ministerie, alsmede met de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties;

o. het organiseren van overleg en afstemming met andere inspectiediensten van de Rijksoverheid.

3. Het hoofd van de afdeling Concernbeleid wordt bijgestaan door de teamleider Concern Control en de teamleider Monitoring en Beleidsinformatie, welke onder hem ressorteren.

§ 2.7

De afdeling Juridische Zaken

Artikel 12

1. De afdeling Juridische Zaken staat onder leiding van een hoofd.

2. Het hoofd van de afdeling Juridische Zaken is verantwoordelijk voor:

a. het ondersteunen van de algemeen directeur bij het behandelen van klachten over het functioneren van de Arbeidsinspectie;

b. de bevordering en bewaking van de kwaliteit van het juridisch handelen van de Arbeidsinspectie;

c. het adviseren over juridische vraagstukken met betrekking tot arbeidsomstandigheden met inbegrip van gevaarlijke werktuigen en stoffen, de kernenergiewetgeving, arbeidsmarkt met inbegrip van illegale tewerkstelling van vreemdelingen, bevordering van arbeidsdeelname door minderheden en arbeidsverhoudingen, alsmede de arbeidstijdenwetgeving;

d. het behandelen van bezwaar- en beroepsprocedures die voortvloeien uit besluiten die door functionarissen van het ministerie namens de bewindspersonen zijn genomen en die betrekking hebben op de beleidsterreinen, genoemd in onderdeel c;

e. het organiseren van overleg en afstemming ten aanzien van de taken van de afdeling Juridische Zaken met de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden.

3. Het hoofd van de afdeling Juridische Zaken wordt bijgestaan door de onder hem ressorterende teamleider bezwaar en beroep.

§ 2.8

De afdeling Informatievoorziening

Artikel 13

1. De afdeling Informatievoorziening staat onder leiding van een hoofd.

2. Het hoofd van de afdeling Informatievoorziening is verantwoordelijk voor:

a. het ontwikkelen van voorstellen met betrekking tot het informatiebeleid van de Arbeidsinspectie en het adviseren van de algemeen directeur ter zake;

b. het doen van voorstellen voor en het ontwikkelen en implementeren van nieuwe informatiesystemen;

c. het bijdragen aan het SZW-brede informatiebeleid;

d. het beheer van de binnen de Arbeidsinspectie gangbare informatiesystemen;

e. de organisatie van de communicatie binnen de Arbeidsinspectie met betrekking tot de gebruikersaspecten die aan de gangbare informatiesystemen zijn verbonden.

Hoofdstuk 3

Bevoegdheden

Artikel 14

De functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen a tot en met g, zijn bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover zij verband houden met het werkterrein van hun organisatieonderdeel, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, of de plaatsvervangend secretaris-generaal.

Artikel 15

1. Aan de bedrijfstakdirecteuren, de directeur Major Hazard Control, de directeur Arbeidsmarktfraude, de directeur Inspectieondersteuning, het hoofd van de afdeling Concernbeleid, het hoofd van de afdeling Juridische Zaken en het hoofd van de afdeling Informatievoorziening, wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

a. de in artikel 3, onderdeel e, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2004 bedoelde personeelsaangelegenheden, voor zover deze betrekking hebben op medewerkers van de directie, respectievelijk afdeling waaraan zij leiding geven;

b. het aan en op verzoek van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden verstrekken van documenten en geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, welke aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de directie respectievelijk de afdeling waar aan zij leiding geven;

c. de behandeling van klachten, bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van medewerkers van de directie respectievelijk de afdeling waaraan zij leiding geven.

2. Aan de bedrijfstakdirecteuren wordt voorts mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op artikel 21, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Artikel 16

Aan het hoofd van de afdeling Juridische Zaken wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

a. het voeren van verweer in (hoger) beroepsprocedures en het instellen van hoger beroep in hoger beroepsprocedures;

b. het machtigen van personen om een bewindspersoon in gerechtelijke procedures te vertegenwoordigen.

Artikel 17

1. Aan de directeur Inspectieondersteuning wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de artikelen 14a, tweede en derde lid, 14b, onderdelen b en c, en 17 van het Bestrijdingsmiddelenbesluit.

2. Aan het hoofd van de afdeling Bestuurlijke Boete wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de artikelen 32a, eerste en derde lid, 32e, 32f, derde en vijfde lid, 32g, eerste en derde lid, 32j, derde en vierde lid, van de Warenwet.

Artikel 18

1. Aan de directeur Inspectieondersteuning, de bedrijfstakdirecteuren, de directeur Major Hazard Control, de onder hen ressorterende managers Major Hazard Control en de teamleiders, bedoeld in de artikelen 3, zesde lid, en artikel 4, vijfde lid, alsmede het hoofd, de teamleiders en de medewerkers van de afdeling Expertisecentrum, wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

a. de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, en 29 vierde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;

b. het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet.

2. Aan de directeur Inspectieondersteuning, de bedrijfstakdirecteuren, de directeur Major Hazard Control en de onder hen ressorterende managers Major Hazard Control, alsmede aan het hoofd van de afdeling Expertisecentrum, wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

a. artikel 30, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;

b. de artikelen 16, eerste en tweede lid, 21, eerste en tweede lid, en 32 van de Warenwet.

3. Aan de directeur Major Hazard Control en de onder hem ressorterende managers Major Hazard Control wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de artikelen 6, tweede lid, onderdeel c, 7, tweede lid, onderdeel a, 10, vierde lid, onderdeel a, 15, derde lid, onderdeel a, 16, eerste lid, 18, tweede lid, 24, eerste lid, 28, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, en 29 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 en op artikel 2.5g van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

4. Aan de inspecteurs van de bedrijfstakdirecties en de inspecteurs van de directie Major Hazard Control wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, machtiging verleend tot het geven van een mondeling bevel, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet in die gevallen waarin, naar hun oordeel, acuut gevaar geen uitstel van het ingaan van de stillegging van het werk duldt.

5. Het hoofd van de afdeling Concernbeleid, het hoofd van de afdeling Juridische Zaken, het hoofd Informatievoorziening, de directeuren van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen a tot en met d, en de hoofden van de afdeling Personeelsontwikkeling en de afdeling Informatievoorziening van de directie Inspectieondersteuning zijn ten behoeve van het organisatieonderdeel waaraan zij leiding geven, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, voor zover het overeenkomsten betreft met een waarde per overeenkomst onder de laagste drempel voor aanbesteding conform de Europese aanbestedingsrichtlijnen, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,– per overeenkomst:

a. overeenkomsten welke zijn gebaseerd op een mantelovereenkomst;

b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie;

c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;

d. arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht;

e. overeenkomsten voor onderzoek;

f. overeenkomsten met betrekking tot incidentele beleidsinformatievoorziening, met uitzondering van overeenkomsten met het Centraal bureau voor de statistiek.

Hoofdstuk 4

Plaatsvervanging

Artikel 19

1. Bij afwezigheid of verhindering van de algemeen directeur neemt, voor de duur van die afwezigheid of verhindering, de directeur Inspectieondersteuning, als plaatsvervangend algemeen directeur, diens taken en bevoegdheden waar, zulks met uitzondering van de taken en bevoegdheden van de Hoofdingenieur-Directeur van de Dienst voor het Stoomwezen, bedoeld in artikel 7a, tweede lid, onderdeel b, van het Organisatie-, mandaat-, en volmachtbesluit secretaris-generaal SZW 2004, die alsdan worden waargenomen door de directeur Major Hazard Control.

2. Bij afwezigheid of verhindering van de directeuren van de directies, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen a tot en met d, worden hun taken en bevoegdheden waargenomen door een plaatsvervangend directeur. Een plaatsvervangend directeur wordt, op voordracht van de betreffende directeur, voor bepaalde of onbepaalde tijd benoemd door de algemeen directeur.

3. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de afdeling Concernbeleid, het hoofd van de afdeling Juridische Zaken, het hoofd Informatievoorziening, de afdelingshoofden van de directie Inspectieondersteuning, de teamleiders Binnendienst en vestigingsmanagers, de landelijk teamleider financiën, alsmede de managers Major Hazard Control, de managers inspecties, de managers strategie en de teamleiders van de bedrijfstakdirecties, de directie Major Hazard Control en de directie Arbeidsmarktfraude worden hun taken en bevoegdheden, voor de duur van die afwezigheid of verhindering, geheel of gedeeltelijk waargenomen door een daartoe aan te wijzen plaatsvervanger. Aanwijzing en vaststelling van de omvang van de waarneming geschieden, op voordracht van de in de vorige volzin genoemde functionarissen, voor de afdeling Concernbeleid en de afdeling Juridische Zaken en de afdeling Informatievoorziening door de algemeen directeur en overigens door de betreffende directeuren.

4. De naam en functie van de in het eerste, tweede en derde lid bedoelde plaatsvervangers worden aangemeld in het handtekeningenregister van de Arbeidsinspectie beheerd door de afdeling Binnendienst, en in het mandaat-, volmacht- en machtigingsregister beheerd door de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden.

Hoofdstuk 5

Slotbepalingen

Artikel 20

1. De functionarissen die leiding geven aan de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, derde lid, onderdelen a tot en met g, kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de algemeen directeur.

2. De (door)verlening van (onder)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.

Artikel 21

Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 22

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant, waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2007.

2. Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2007.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de algemeen directeur, J.J.M. Uijlenbroek.

Toelichting

Tot 1 januari 2007 waren de organisatie van de Arbeidsinspectie en de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de Arbeidsinspectie neergelegd in het Organisatie, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 20051 . Met ingang van 1 januari 2007 zijn echter de positionering van de Arbeidsinspectie en de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de organisatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gewijzigd. Deze wijzigingen noodzaakten tot aanpassing van het Organisatie, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2005. Omdat tegelijkertijd een aanpassing van de organisatie heeft plaatsgevonden zou aanpassing van het Organisatie, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2005 tot een ingrijpende wijziging leiden en bovendien het Organisatie, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2005 reeds eerder bij besluit van 21 september 20052 is gewijzigd, is ervoor gekozen om niet het bestaande Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2005 te wijzigen, maar een geheel nieuw Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit op te stellen.

De hiervoor genoemde wijziging in positionering van de Arbeidsinspectie en de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen de organisatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid behelst het volgende.

De Arbeidsinspectie ressorteerde sinds 1 januari 2004, naast de Inspectie Werk en Inkomen, onder de inspecteur-generaal. Het vrijvallen van de functie inspecteur-generaal in het najaar van 2006 vormde aanleiding om de positionering van de Arbeidsinspectie onder de inspecteur-generaal te heroverwegen. De volgende overwegingen hebben geresulteerd in het besluit tot wijziging van de positionering van de Arbeidsinspectie:

– de werkvelden van de Inspectie Werk en Inkomen en de Arbeidsinspectie verschillen fors;

– de aard van het toezicht verschilt;

– de externe ontwikkelingen rond Arbeidsinspectie en Inspectie Werk en Inkomen lopen uiteen;

– de verschillen in aard van de toezichtsactiviteiten en de daarbij vereiste professionele vaardigheden zijn zodanig groot dat het samenbrengen van deze activiteiten geen meerwaarde zou opleveren.

De algemeen directeur van de Arbeidsinspectie ressorteert met ingang van 1 januari 2007 niet meer onder de inspecteur-generaal, maar rechtstreeks onder de secretaris-generaal. Daarbij is ervoor gekozen om aan de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie verantwoordelijkheden en bevoegdheden toe te kennen die nagenoeg overeenkomen met die van de inspecteur-generaal. Door de taken en bevoegdheden die de inspecteur-generaal had met betrekking tot de Arbeidsinspectie over te hevelen naar de algemeen directeur van de Arbeidsinspectie, wordt recht gedaan aan de benodigde onafhankelijke oordeelsvorming en rapportering van de Arbeidsinspectie.

Bij de inrichting van de organisatie van de Arbeidsinspectie in 2003 was voorzien dat het aantal directies van de Arbeidsinspectie op termijn zou worden teruggebracht. Voor de start van de nieuwe directies was destijds voorzien dat bij aanvang wat meer managementcapaciteit nodig zou zijn, die later weer kon worden verminderd.

De inkrimping van het aantal inspectieteams binnen Dienstverlening is het gevolg van een (verwachte) verandering in het werkaanbod, de samenwerking met andere inspectiediensten en het verleggen van accenten in de prioriteitenstelling.

Veranderingen in het werkaanbod bestaat uit het overdragen van het Arbeidsvoorwaardenonderzoek naar het CBS met ingang van 2008 (in 2007 vindt het laatste AVO plaats). De samenwerking met andere inspectiediensten gaat met name in de sectoren van Dienstverlening gepaard met overdracht van inspectietaken naar andere diensten (Horeca) of een vermindering van de inspectiedruk vanuit de AI (Gezondheidszorg, Onderwijs, Vervoer). In de prioriteitenstelling wordt m.b.t. inspecties het accent wat meer verlegd naar de ernstige risico’s voor veiligheid en gezondheid en wordt de naleving op andere onderwerpen meer via voorlichting en overleg op brancheniveau gestimuleerd. Door al deze veranderingen kunnen de inspectieteams van dienstverlening worden verminderd van 12 naar 6. Een deel van de formatie wordt overgebracht naar de directies Bouw en Industrie. Ook de strategieafdelingen van de voormalige directies Publieke Dienstverlening en Commerciële Dienstverlening zijn samengevoegd tot één afdeling in de nieuwe directie Dienstverlening.

Het voorstel tot wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) is op 27 februari door de Eerste Kamer aangenomen. De wetswijziging beoogt de naleving en de effectiviteit van de handhaving van de Wml te vergroten. Daartoe is thans in de Wml bestuursrechtelijke handhaving ingevoerd, in de vorm van het kunnen opleggen van een bestuurlijke boete, als ook de mogelijkheid een last onder dwangsom op te leggen. De wijzigingen in de Wml zijn inmiddels op 4 mei 2007 in werking getreden. In verband met de ze inwerkingtreding is in artikel 5, tweede lid, onderdeel c van onderhavig besluit bepaald dat de directeur Arbeidsmarktfraude verantwoordelijk is voor het ontwikkelen en het onderhouden van instrumenten ten behoeve van de handhaving van de Wml.

De bevoegdheid om te beslissen in bezwaarschriftprocedures is op grond van artikel 13a Organisatie-, mandaat en volmachtbesluit SZW 2004 bij de algemeen directeur gelegd. De behartiging van de bezwaarschriftprocedure die leidt tot het in concept voorleggen aan de algemeen directeur van een beslissing op bezwaar, behoort op grond van artikel 12 lid 2 sub d tot de verantwoordelijkheid van het hoofd van de afdeling Juridische Zaken. Ook het voeren van verweer bij de bestuursrechter en in hoger beroep bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het instellen van (hoger) beroep bij laatstgenoemd college is een verantwoordelijkheid die bij het hoofd van de afdeling Juridische Zaken is gelegd. (artikel 16)

Besloten is om de tijdelijke situatie waarin de afdeling informatievoorziening (IV) onder de directe verantwoordelijkheid valt van de algemeen directeur te formaliseren. Enerzijds vindt dat zijn grond in de strategische functie van de I-net-ontwikkeling, die nog niet is afgerond en de ICT-ontwikkelingen, die de AI in de komende jaren wil invoeren. Anderzijds vindt dat zijn grond in de relatie met de ontwikkeling van ICT-diensten van SZW, die van invloed is op taakstelling en taakuitvoering door IV. De algemeen directeur van de AI zit q.q. in de ICT-raad van het departement en in de stuurgroep voor de invoering van grote ICT-projecten.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

namens deze:

de algemeen directeur,

J.J.M. Uijlenbroek

Bijlage 1

De organisatie van de Arbeidsinspectie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2007, is als volgt:

stcrt-2007-113-p11-SC80900-1.gifstcrt-2007-113-p11-SC80900-2.gifstcrt-2007-113-p11-SC80900-3.gifstcrt-2007-113-p11-SC80900-4.gifstcrt-2007-113-p11-SC80900-5.gif

Bijlage 2

De werkterreinen van de bedrijfstakdirecties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2007, zijn voor:

a. de bedrijfstakdirectie Industrie:

Aardolie-, aardgas- en turfwinning

Zand-, grind-, kleiwinning

Zoutwinning

Voedings- en genotmiddelen

Textiel-, kleding- en bontindustrie

Produktie van leer en lederwaren

Papierindustrie

Uitgeverijen en drukkerijen

Aardolie-, en steenkoolindustrie

Chemische, rubber- en kunststofindustrie

Geneesmiddelenindustrie

Bouwmateraal en glas

Metaalindustrie

Produktie van machines en apparaten

Kantoormachines en computers

Overige elektrische machines en benodigdheden

Telecommunicatie-apparatuur

Medische apparatuur

Optische industrie

Produktie van (motor)voertuigen en transportmiddelen

Nutsbedrijven

Aangelegenheden betreffende de Warenwet en -regelgeving

Aangelegenheden betreffende de Kernenergiewet en -regelgeving

Groot- en tussenhandel verwant aan de hiervoor genoemde bedrijfstakken (bik 513, 515 (m.u.v. 5153) en 516).

b. de bedrijfstakdirectie Bouw:

Houtindustrie

Produktie van meubels/overige houten goederen

Bouwnijverheid

Aangelegenheden inzake asbest en bodemsanering

Groot- en tussenhandel verwant aan de hiervoor genoemde bedrijfstakken (bik 5153),

Verhuur van bouwmachines

Glazenwasserijen

Schoorsteenvegen

c. de bedrijfstakdirectie Dienstverlening:

(Motor)voertuigen en benzinestations

Detailhandel en reparatie voor particulieren

Handelsbemiddeling

Horeca en hotelwezen

Vervoer over land/water en door de lucht

Diensten voor het vervoer

Post en telecommunicatie

Financiële instellingen

Verzekeringswezen en pensioenfondsen

Activiteiten voor financiële instellingen

Makelaardij

Verhuurbedrijven

Automatiseringsdiensten

Speur- en ontwikkelingswerk

Overige zakelijke diensten

Maatschappelijke organisaties

Overige dienstverlening

Groot- en tussenhandel verwant aan de hiervoor genoemde bedrijfstakken (bik 51, 511, 514 en 517)

Particuliere huishoudens met personeel

d. de bedrijfstakdirectie Dienstverlening:

Overheid, sociale werkvoorziening en -⁠verzekeringen.

Onderwijs

Gezondheidzorg, apotheken en welzijn

Voorbereiding tot recycling

Milieudienstverlening

Cultuur, sport en recreatie

Landbouw

Bosbouw en jacht

Visserij inclusief kweken

Groot- en tussenhandel verwant aan de hiervoor genoemde bedrijfstakken (bik 512)

Extra-territoriale organisaties.

Bijlage 3

De werkgebieden van de teams van de bedrijfstakdirecties Industrie, Bouw, Dienstverlening, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2007, komen overeen met de onderstaande combinaties van provincies en/of gemeenten:

a. Team Groningen: de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel (met uitzondering van de gemeenten Almelo, Borne, Denekamp, Enschede, Haaksbergen, Hof van Twente, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen, Tubbergen, Vriezenveen en Wierden) en van de provincie Flevoland de gemeenten Noordoostpolder en Urk (kantoor Groningen).

b. Team Arnhem: de provincies Flevoland (met uitzondering van de gemeenten Noordoostpolder en Urk) en Gelderland en van de provincie Overijssel de gemeenten Almelo, Borne, Denekamp, Enschede, Haaksbergen, Hof van Twente, Hellendoorn, Hengelo, Losser, Oldenzaal, Rijssen, Tubbergen, Vriezenveen en Wierden (kantoor Arnhem).

c. Team Utrecht: de provincies Utrecht en Zuid-Holland (met uitzondering van de gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bernisse, Binnenmaas, Bleiswijk, Brielle, Capelle a/d IJssel, Cromstrijen, Dirksland, Dordrecht, Giessenlanden, Goedereede, Gorinchem, Graafstroom, ’s-Gravendeel, Hardinxveld-Giessendam, Heerjansdam, Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Krimpen a/d IJssel, Leerdam, Liesveld, Maassluis, Middelharnis, Nieuw-Lekkerland, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vianen, Vlaardingen, Westvoorne, Zederik en Zwijndrecht) (kantoor Utrecht).

d. Team Amsterdam: de provincie Noord-Holland (kantoor Amsterdam).

e. Team Rotterdam: de provincie Zeeland en van de provincie Zuid-Holland de gemeenten Alblasserdam, Albrandswaard, Barendrecht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bernisse, Binnenmaas, Bleiswijk, Brielle, Capelle a/d IJssel, Cromstrijen, Dirksland, Dordrecht, Giessenlanden, Goedereede, Gorinchem, Graafstroom, ’s-Gravendeel, Hardinxveld-Giessendam, Heerjansdam, Hellevoetsluis, Hendrik-Ido-Ambacht, Korendijk, Krimpen a/d IJssel, Leerdam, Liesveld, Maassluis, Middelharnis, Nieuw-Lekkerland, Oostflakkee, Oud-Beijerland, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Sliedrecht, Spijkenisse, Strijen, Vianen, Vlaardingen, Westvoorne, Zederik en Zwijndrecht en van de provincie Noord-Brabant de gemeenten Aalburg, Bergen op Zoom, Breda, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Made, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zevenbergen en Zundert (kantoor Rotterdam).

f. Team Roermond: de provincies Noord-Brabant (met uitzondering van de gemeenten Aalburg, Bergen op Zoom, Breda, Etten-Leur, Geertruidenberg, Halderberge, Made, Oosterhout, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Werkendam, Woensdrecht, Woudrichem, Zevenbergen en Zundert) en Limburg (kantoor Roermond).

Bijlage 4

De werkgebieden van de teams van de directie Major Hazard Control, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2007, komen overeen met de onderstaande combinaties van provincies en/of gemeenten:

a. Team Noord/Oost: de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Flevoland en Utrecht (kantoor Arnhem).

b. Team West: de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland (met uitzondering van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bernisse, Bleiswijk, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, en Westvoorne) en Zeeland (kantoor Rotterdam).

c. Team Rijnmond: de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs, Bernisse, Bleiswijk, Brielle, Capelle aan den IJssel, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Maassluis, Ridderkerk, Rotterdam, Rozenburg, Schiedam, Spijkenisse, Vlaardingen, en Westvoorne (kantoor Rotterdam).

d. Team Zuid: de provincies Noord Brabant en Limburg (kantoor Roermond).

Bijlage 5

De werkgebieden van de teams van de directie Arbeidsmarktfraude, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2007, komen overeen met de onderstaande combinaties van de werkgebieden van de regiopolitie:

Team 1: de regio’s Groningen, Friesland, Drenthe en IJsselland (kantoor Groningen)

Team 2: de regio’s Twente en Noorden Oost-Gelderland (kantoor Arnhem)

Team 3: de regio’s Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid (kantoor Arnhem)

Team 4: de regio Noord-Holland-Noord (kantoor Amsterdam)

Team 5: de regio Amsterdam-Amstelland (kantoor Amsterdam)

Team 6: de regio’s Kennemerland en Zaanstreek-Waterland (kantoor Amsterdam)

Team 7: de regio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland (kantoor Utrecht)

Team 8: de regio Hollands Midden (kantoor Utrecht)

Team 9: de regio’s Utrecht en Zuid-Holland-Zuid (kantoor Utrecht)

Team 10: de regio Haaglanden (kantoor Rotterdam)

Team 11: de regio Rotterdam-Rijmond (kantoor Rotterdam)

Team 12: de regio’s Zeeland en Midden- en West-Brabant (kantoor Rotterdam)

Team 13: de regio’s Brabant-Noord, Brabant Zuid-Oost (kantoor Roermond)

Team 14: de regio’s Limburg-Noord en Limburg-Zuid (kantoor Roermond).