Samenvoeging opsporingsvergunningen M10 en M11 en verlenging geldigheidsduur opsporingsvergunning M10/M11

5 juni 2007

Nr. ET/EM/7063716

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop

- Ascent Resources plc (hierna te noemen Ascent) heeft op 27 september 2005 aanvragen ingediend om opsporingsvergunningen voor koolwaterstoffen ingevolge artikel 6, van de Mijnbouwwet (Mbw, Stb. 2002, 542) voor de blokken M10 en M11, welke blokken zijn aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling (Mbr, Stcrt. 2002, 245) gevoegde kaart.

- Ascent heeft per brief, op 29 september 2005, gevraagd om, in geval van honorering van beide aanvragen, bovengenoemde twee blokken samen te voegen tot één opsporingsvergunning voor een gebied, conform artikel 137, eerste lid, van het Mijnbouwbesluit (Mbb, Stb. 2002, 604).

- Bij beschikkingen van 10 oktober 2006 (ET/EM/6079292 en ET/EM/6079295, Stcrt. 2006, 200) heeft de Minister van Economische Zaken aan Ascent opsporingsvergunningen verleend, voor de duur van 2 jaar nadat de beschikkingen onherroepelijk waren geworden.

- Ascent heeft tegen voornoemde beschikkingen bezwaar ingediend per aangetekende brief van 16 november 2006. Het bezwaar richt zich specifiek tegen de geldigheidsduur van 2 jaar waarvoor de vergunningen zijn verleend.

- Na overleg tussen de Minister van Economische Zaken en Ascent, waarbij is afgesproken dat Ascent de werkprogramma’s nader zal concretiseren, en alsdan de inhoud van eerstgenoemde beschikkingen zal worden gewijzigd, heeft Ascent, per brief van 11 januari 2007, ingestemd met het voorstel de behandeling van de bezwaarschriften op te schorten.

- Per brief van 23 maart 2007 heeft Ascent gevraagd om verlenging van de vergunningsduur en de werkprogramma’s nader geconcretiseerd. Tevens heeft Ascent nogmaals gevraagd om samenvoeging van onderhavige blokken in één opsporingsvergunning.

- TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep Economische Zaken heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken per brief van 23 april 2007 advies uitgebracht over de geconcretiseerde werkprogramma’s en de samenvoeging.

Overwegingen ten aanzien van de samenvoeging van de opsporingsvergunningen M10 en M11:

- Op grond van artikel 137, tweede lid, Mbb worden aan de door de samenvoeging ontstane vergunning de voorschriften en beperkingen verbonden die zijn verbonden aan de voordien apart verleende vergunningen.

- Op grond van artikel 137, derde lid, Mbb geldt de door samenvoeging ontstane vergunning voor hetzelfde gebied als voor de voordien apart verleende vergunningen gezamenlijk.

- Op grond van artikel 137, vierde lid, Mbb geldt voor de door samenvoeging ontstane vergunning een tijdvak dat overeenkomt met het tijdvak van de vergunning die als eerste zou zijn geëindigd. In dit geval zijn de samen te voegen vergunningen beide in werking getreden op 11 oktober 2006. De geldigheidsduur van de samengevoegde vergunning M10/M11 is (na verlenging van de geldigheidsduur zoals hieronder nader omschreven) 4 jaar nadat de afzonderlijke vergunningen M10 en M11 onherroepelijk zijn geworden.

- Aan de voorwaarden gesteld in de artikelen 138 tot en met 140 van het Mbb is voldaan.

- Ascent Resources Plc is onder de huidige opsporingsvergunningen M10 en M11 aangewezen als de persoon zoals bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet (Mbw).

Overwegingen ten aanzien van de geldigheidsduur van de opsporingsvergunning M10/M11:

- De aanvraag van Ascent heeft, naast samenvoeging van de vergunningen verleend op 10 oktober 2006, tevens betrekking op het verlengen van de geldigheidsduur de samengevoegde vergunning.

- De overwegingen uit de voornoemde beschikkingen van 10 oktober 2006 dienen derhalve als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd, met dien verstande dat:

- Ascent reeds houder is van de opsporingsvergunningen, die zijn verleend bij voornoemde beschikkingen van 10 oktober 2006.

- Uit het advies van TNO van 23 april 2007 is gebleken dat de werkprogramma’s van Ascent, zoals die zijn beschreven in de brief van Ascent, gedateerd op 23 maart 2007, voldoende gedetailleerd zijn en derhalve voldoende basis bieden om het tijdvak waarvoor de nieuw ontstane samengevoegde vergunning te verlengen.

- Gelet op bovenstaand advies en overwegingen kan de bestaande vergunningsduur van 2 jaar worden verlengd met maximaal 2 jaar, hetgeen leidt tot een totale vergunningsduur van 4 jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van de afzonderlijke vergunningen M10 en M11 vergunningen op 11 oktober 2006.

Gelet op:

De artikelen 19 en 22, Mbw in samenhang met de artikelen 137 tot en met 140 van het Mbb ten aanzien van de samenvoeging en de artikelen 6, 7, 9, 11, 12, 18, en 82 van de Mbw, alsmede artikel 1.3.7 van de Mbr ten aanzien van de verlenging van de vergunningsduur;

Besluit:

Artikel I

Artikel 1

Aan aanvrager wordt een opsporingsvergunning (M10/M11) voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De opsporingsvergunning geldt voor de blokken M10 en M11, welke blokken zijn aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mbr (Stcrt. 2002, 245) gevoegde kaart.

Artikel 3

De vergunning geldt tot 11 oktober 2010.

Artikel 4

Ascent Resources plc is de aangewezen persoon als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel II

Artikel 1

De geldigheidsduur van de per beschikkingen (M10: ET/EM/6079292, Stcrt. 2006, 200 en M11: ET/EM/6079295, Stcrt. 2006, 200) aan de vergunninghouder verleende opsporingsvergunningen voor koolwaterstoffen wordt gewijzigd, in dier voege dat zij wordt verlengd met twee jaar, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

Artikel 2

De vergunninghouder geeft uitvoering aan de werkprogramma,s, zoals die zijn verwoord in zijn brief van 23 maart 2007.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft gedurende vier jaar uitvoering aan de werkprogramma’s die onderdeel uitmaakten van zijn op 27 september 2005 ingediende aanvragen en nader zijn geconcretiseerd bij zijn brief van 23 maart 2007, met dien verstande dat hij:

a. uiterlijk twee jaar na het onherroepelijk zijn geworden van de vergunning aan de Minister van Economische Zaken de resultaten van zijn studie naar de prospectiviteit van blok M10 en M11, inclusief gegevens met betrekking tot de beoogde aan te boren structuur schriftelijk overlegt en

b. uiterlijk twee jaar na het onherroepelijk zijn geworden van de vergunning aan de Minister van Economische Zaken schriftelijk gemotiveerd aangeeft waar in het derde of vierde jaar na het onherroepelijk zijn geworden van de vergunning de boring zal worden verricht, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte.

c. Uiterlijk vier jaar na het onherroepelijk zijn geworden van de vergunning de hiervoor bedoelde boring heeft uitgevoerd en de Minister van Economische Zaken terstond na aanvang van de genoemde boring hierover schriftelijk heeft ingelicht en

d. uiterlijk vier jaar na het onherroepelijk zijn geworden van de vergunning de resultaten van de boring heeft geëvalueerd.

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt (artikel 3:40 Awb).

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,namens deze:
J.C. De Groot,
Directeur Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven