29 mei 2007
Nr. IVW TBE 45.1.a - 2007 - 39 - Heli Holland
Ontheffing van het verbod VFR vluchten uit te voeren beneden de minimum
VFR-vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en
havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;
Gezien het verzoek om ontheffing dd. 18-05-2007, ontvangen op 21-05-2007
van Heli Holland Airservice BV. Contactpersoon: I.E. Kamerbeek. Adres: Kanaal
B 223, 7881 NB, Emmercompascuum.
Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder
andere, de opdrachten van de gemeente Zwolle voor het uitvoeren van: filmopnames
van enkele opvallende bouwwerken in de gemeente Zwolle: het ABN-AMRO-gebouw,
Campus (gebouwen die als functie hebben de economische en wetenschappelijke
vooruitgang te bevorderen) en de nieuwe woonwijk Zwolle Noord-Oost. De filmopnames
worden gemaakt door Heli Holland Airservice BV, in samenwerking met Moving
Stills. Het doel van de promotiefilm, ten behoeve van de gemeente Zwolle,
is ter promotie en visuele ondersteuning van de gemeente Zwolle.
Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Besluit:
Artikel 1
Dit besluit is van toepassing op de helikopter van het type AS 355 Aerospatiale
Twinstar F1, in gebruik bij Heli Holland Airservice B.V., waarmee VFR-vluchten
worden uitgevoerd boven de gemeente Zwolle, ten behoeve van het maken van
filmopnames, in opdracht van de gemeente Zwolle.
Artikel 2
Aan de gezagvoerder van het in artikel 1 genoemde helikopter, wordt van
1 juni 2007 tot en met 31 juli 2007, ontheffing verleend van het verbod genoemd
in artikel 45, eerste lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten
uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids, met
inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:
a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;
b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt 500 ft, doch tenminste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen
binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;
c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid wordt zodanig gekozen dat:
1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2. vee niet wordt verstoord;
3. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel
mogelijk wordt beperkt;
4. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening
de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse
G, in acht worden genomen:
Vliegzicht (m) | Adviessnelheid (kts) |
|---|
800 - 1500 | < 50 |
1500 - 2000 | < 100 |
2000 - 5000 | < 120 |
d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte m.b.t. plaatsen
die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
e. te allen tijde wordt de vlucht zo uitgevoerd met een zodanige combinatie
van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing zonder hoogteverlies te verlaten;
f. de vlucht wordt zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke
gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek
van de desbetreffende helikopter;
g. er wordt niet bij voortduring laag gevlogen, doch slechts gedurende
de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van filmopnamen noodzakelijk
is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie
is doorgegeven;
h. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht: de meldkamer
van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie en worden
de volgende gegevens verstrekt:
- naam gezagvoerders, registratie en model / type helikopter,
- route en periode van de voorgenomen vlucht;
i. vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met
de Operationele Helpdesk van Luchtverkeersleiding Nederland. Aan de voorwaarden
door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;
j. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn
van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij
het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BBMG, Sectie Luchtfotografie, Postbus
20701, 2500 ES Den Haag;
k. de gezagvoerder en de cameraman zijn op de hoogte van de voorschriften
en beperkingen van deze beschikking;
l. tenminste 5 werkdagen van tevoren worden de vluchtgegevens, de te vliegen
route en andere relevante informatie aangeleverd bij de operationele helpdesk;
m. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever,
in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht.
Artikel 3
De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de
inhoud van deze beschikking.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 juni 2007 en vervalt
met ingang van 31 juli 2007, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond
van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de
datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.
- de gronden van het bezwaar.