Vaststelling selectielijst neerslag handelingen Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beleidsterrein Planning Voorzieningen gezondheidszorg vanaf 1945

19 april 2007

Nr. C/S&A/07/1044

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 29 maart 2007, arc-2007.03635/6);

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde ‘selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Planning Voorzieningen gezondheidszorg over de periode vanaf 1945’ en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Een belanghebbende kan tegen dit besluit beroep instellen bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan hij zijn woonplaats heeft.

Den Haag, 19 april 2007.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de algemene rijksarchivaris,, M.W. van Boven.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
namens deze:
de projectdirecteur Project Wegwerken Archiefachterstanden PWAA, A. van der Kooij.

BASISSELECTIEDOCUMENT

Instrument voor de selectie – ter vernietiging dan wel blijvende bewaring – van de administratieve neerslag op het beleidsterrein

PLANNING VAN VOORZIENINGEN IN DE GEZONDHEIDSZORG 1945–

Deze selectielijst geldt voor de volgende zorgdragers:

– de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

– de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

– de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

– de Minister van Defensie;

– de Minister van Financiën;

– de Minister van Justitie;

– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van VWS

Directie Informatiehuishouding

Lijst van afkortingen

ADW: Algemene Databank Wet- en regelgeving

AmvB: Algemene Maatregel van Bestuur

AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten

BSD: Basis Selectiedocument

b.w.: buiten werking

CAS: Centrale Archief Selectiedienst

CvZ: College voor Ziekenhuisvoorzieningen

EVI: exploitatieverlagende initiatieven

i.w.: in werking

KB: Koninklijk Besluit

NA: Nationaal Archief

OCW: (ministerie van ) Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek

Stb. :Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Stcrt.: Nederlandse Staatscourant

SZV: (ministerie) van Sociale Zaken en Volksgezondheid

TK: Tweede Kamer (Kamerstukaanduiding)

VB: Verordeningenblad voor het Nederlandsche bezette gebied

VoMil: (ministerie) van Volksgezondheid en Milieuhygiëne

VWS: (ministerie van) Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WAV: Wet ambulancevervoer

WVC: (ministerie van) Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

WVG: Wet voorzieningen gezondheidszorg

WZV: Wet ziekenhuisvoorzieningen

Verantwoording

Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven

Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder ‘archiefbescheiden’ worden niet slechts papieren documenten te verstaan, maar alle bescheiden – ongeacht de drager – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.

Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband schrijft de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) zowel een vernietigingsplicht (art. 3) als de overbrengingsplicht (art. 12) voor. Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.

De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Nationaal Archief (NA) in Den Haag. Het NA is een onderdeel van de Rijksarchiefdienst (RAD). Deze dienst ressorteert onder de Minister van OCW en staat onder leiding van de Algemene Rijksarchivaris.

In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers op grond van artikel 5 van de Archiefwet 1995 verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven, waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.

Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast, maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal in een vroegtijdig stadium te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.

Bij het ontwerpen van een selectielijst dient krachtens art. 2, lid 1 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) rekening gehouden te worden met:

– de taak van het desbetreffende overheidsorgaan;

– de verhouding van dit overheidsorgaan tot andere overheidsorganen;

– de waarde van de archiefbescheiden als bestanddeel van het cultureel erfgoed;

– het belang van de in de bescheiden voorkomende gegevens voor overheidsorganen, recht- of bewijszoekenden en historisch onderzoek.

Voorts moeten ingevolge art. 3 van het Archiefbesluit 1995bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn

– een deskundige op het gebied van de organisatie en taken van het desbetreffende overheidsorgaan,

– een deskundige ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van dat orgaan, en

– (een vertegenwoordiger van) de Algemene Rijksarchivaris.

Wat betreft de geldigheidsduur van de selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn zal komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst. Elke selectielijst wordt na advies van de Raad voor Cultuur, vastgesteld door de Minister van OCW en de minister wie het mede aangaat. De vastgestelde lijsten worden in de Staatscourant gepubliceerd.

Doel en werking van het Basis Selectiedocument

Een Basis Selectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt normaliter opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt dan het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het niveau waarop geselecteerd wordt, is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

De definitie van het beleidsterrein

Het beleidsterrein planning en bouw heeft als hoofddoel het bewaken en beheersen van de kwantiteit van de gezondheidszorg. Deze doelstelling laat zich nader omschrijven als ‘het reguleren van het aanbod van voorzieningen ter beheersing van de kosten en ter bevordering van de kwaliteit van de zorg’. Onder voorzieningen wordt hier verstaan: gebouwen voor intramurale gezondheidszorg (ziekenhuizen, verpleeghuizen, psychiatrische ziekenhuizen, zwakzinnigeninrichtingen en overige inrichtingen, zoals inrichtingen voor zintuiglijk gehandicapten en de Stichting ‘Het Dorp’), dure medische verrichtingen, kostbare medische apparatuur en ambulances.

De kwantiteit dient beheerst te worden in verband met:

– de kosten die de gezondheidszorg met zich mee brengt voor overheid en burgers,

– het doelmatig en doelgericht verdelen van schaarse middelen.

De belangrijkste beleidsinstrumenten om de bovengenoemde doelstellingen te verwezenlijken zijn:

1. financiering,

2. planning,

3. beheersing van de bouw.

De nadruk die in de laatste jaren is komen te liggen op de twee laatste instrumenten is de reden om het beleidsgebied als ‘planning en bouw’ te betitelen.

De afbakening van het beleidsterrein

Het beleidsterrein Planning van voorzieningen in de gezondheidszorg behoort tot het hoofdbeleidsterrein structuur en financiering. Dit terrein bestaat uit drie clusters. Het zijn:

– planning en bouw

– bekostiging en verzekering (‘Verzekerd van zorg’; RIO nr. 7);

– tarieven en prijzen (‘De vaststelling van tarieven in de gezondheidszorg’; RIO nr. 8)

Zij zijn onderling verbonden middels de formule voorzieningen × prijs = kosten. In deze formule staat ‘voorzieningen’ voor het beleidsterrein ‘planning en bouw’, ‘prijs’ staat voor ‘tarieven en prijzen’ en ‘kosten’ voor ‘bekostiging en verzekering’.

Het RIO nr. 6, ‘Planning van voorzieningen in de gezondheidszorg’ (J.W.J.M. Bogaarts), waarop deze selectielijst is gebaseerd, behandelt de dit beleidsterrein in Nederland vanaf 1940 tot 1990. Uitgangspunt voor de afbakening is geweest de definitie van het beleidsterrein (zie boven).

In RIO 14, ‘Externe adviesorganen in de gezondheidszorg: Gezondheidsraad en Nationale Raad voor de Volksgezondheid’ (door N.P. van Egmond en F. van der Doe, Den Haag, 1994) wordt ook informatie verschaft over de Ziekenhuiscommissie en het College voor Ziekenhuisvoorzieningen.

Afwijkingen van het BSD ten opzichte van het RIO

De selectielijst wijkt in een aantal opzichten af van het RIO.

– Voor de selectielijst geldt een afbakening voor de periode 1945–1996, terwijl het RIO slechts loopt tot 1990. De periode 1991–1996 is toegevoegd aangezien de handelingen van de actoren in dit tijdvak niet ingrijpend zijn gewijzigd (zie onder).

– Bij het omzetten van het RIO naar het BSD is gebleken dat bepaalde handelingen ontbraken. Deze handelingen zijn toegevoegd.

– Het onderzoek is verricht aan het begin van het PIVOT-project. Gaandeweg is de methode institutioneel onderzoek aangepast op grond van voortschrijdend inzicht. De formulering van een aantal handelingen is om die reden aangepast.

– Het RIO behandelt de verschillende wetten apart, zodat één en dezelfde handeling meerdere malen voor kan komen; in het BSD zijn die identieke beschrijvingen gegroepeerd in één handeling op basis van verschillende wetten.

– In dit BSD is een aantal algemene handelingen toegevoegd die niet zijn gerelateerd aan in het RIO voorkomende organisatietaken. In 1998 is door de toenmalige RAD, het huidige Nationaal Archief, een lijst met algemene handelingen opgesteld. Deze handelingen hebben geen grondslag in de (voor het beleidsterrein specifieke) wet- en regelgeving maar worden doorgaans wel uitgevoerd op de diverse beleidsterreinen. Uiteraard zijn de algemene handelingen die niet worden uitgevoerd op het gebied Planning van voorzieningen in de gezondheidszorg niet opgenomen in dit BSD.

– Door toevoeging van deze algemene handelingen is een aantal handelingen overbodig geraakt. Deze zijn verwijderd.

– In het BSD is een aantal actoren toegevoegd als gevolg van voortschrijdend inzicht. Het gaat om de Ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van Defensie, en de Commissie Uitvoering Wet Ambulancevervoer. Van een aantal actoren worden de handelingen niet weergegeven. Dit is verantwoord in het Actorenoverzicht.

Aan het einde van deze lijst is een concordantie opgenomen waarin de handelingnummers in het BSD zijn gekoppeld aan de handelingnummers in het RIO.

Doelstellingen en taken van de overheid op het taakgebied volksgezondheid en het beleidsterrein planning van voorzieningen in de gezondheidszorg

Pas na de tweede wereldoorlog begint de rijksoverheid echt actief te worden op het beleidsterrein planning en bouw. Er zijn in eerste instantie twee redenen om in te grijpen bij de bouw van ziekenhuizen. Een eerste reden is de schaarste die er na de oorlog heerste op het gebied van de bouwmiddelen (schaarste zowel aan materiaal als aan mankracht). Een tweede reden was het feit dat de ziekenhuizen die na de oorlog gebouwd waren voor hogere kapitaallasten stonden dan de vooroorlogse instellingen. Bij doorberekening van deze kosten in de tarieven zou er een voor de overheid onaanvaardbare kostenstijging voor de burger optreden.

Aan het eind van de jaren vijftig lijkt het erop dat de rijksoverheid terugtreedt in haar bemoeienis. Men wijst onder andere op het omslaan van de schaarste economie naar een welvaartseconomie. De aantrekkende economie geeft echter van een andere kant problemen. Doordat ziekenhuizen en andere inrichtingen enerzijds op de kapitaalmarkt steeds minder problemen hebben met het vinden van middelen en omdat anderzijds de medische technologie steeds meer gelegenheid biedt om medische voorzieningen van allerlei soort te bouwen, dreigt er een ongelimiteerde groei in de kosten van de gezondheidszorg. Met behulp van de bestaande regeling, dat wil zeggen de Ziekenhuiscommissie die op basis van haar instellingsbeschikking en op basis van de Wederopbouwwet vergunningen afgeeft, poogt men de ontwikkelingen in de hand te houden

Rond 1965 wordt bij herhaling vanuit verscheidene hoeken (zoals de SER en de Tweede Kamer) gevraagd om een wettelijke regeling waarin een planningsinstrument wordt gegeven. In 1972 wordt de Wet Ziekenhuis Voorzieningen (Wet ziekenhuisvoorzieningen) in het Staatsblad gepubliceerd. Het centrale idee van de Wet ziekenhuisvoorzieningen is een vergunningenstelsel dat van een uitgebreid hulpinstrumentarium voorzien is. Het oorspronkelijke plan om, als belangrijkste hulpinstrument, voor het gehele land één ziekenhuisplan op te stellen blijkt al snel niet haalbaar. Uiteindelijk besluit men om de planning op regionaal niveau te houden. Naast vergunningverlening is in de Wet ziekenhuisvoorzieningen de gedwongen sluiting van ziekenhuisvoorzieningen geregeld.

Behalve de Wet ziekenhuisvoorzieningen is er nog een aantal andere beleidsinstrumenten op het gebied van ziekenhuisvoorzieningen ontwikkeld. Als eerste is er vanaf 1975 een bouwplafond ingesteld. om het bouwplafond goed te kunnen hanteren beschikt men sinds 1978 over prioriteitenoverzichten, deze overzichten verschijnen min of meer regelmatig, tussen 1978 en 1989 zijn er in totaal zeven gepubliceerd. Andere ingezette beleidsinstrumenten zijn de heroverwegingoperatie en bouwstop (1983), de beddenreductie (1982) en de exploitatieverlagende initiatieven, EVI, (1984).

De bemoeienis van de rijksoverheid met het ambulancevervoer maakt ook gebruik van het instrument planning. De doelstelling van de Wet Ambulancevervoer van 1971 is het vaststellen van regelen ter bevordering van een doelmatig ambulancevervoer van zieken en ongevalslachtoffers. Het woord ‘doelmatig’ duidt aan dat kostenbeheersing weer een belangrijk argument voor de bemoeienis is. De krachtens de wet opgestelde kwaliteitseisen (in het Eisenbesluit Ambulancevervoer) geven aan dat de rijksoverheid hier ook de bewaking van de kwaliteit van de gezondheidszorg voor ogen heeft.

Al vanaf 1971 was de rijksoverheid van plan om het gehele beleidsgebied van de voorzieningen voor de gezondheidszorg in één wet te regelen. In 1982 wordt de Wet voorzieningen gezondheidszorg in het Staatsblad gepubliceerd. De Wet voorzieningen gezondheidszorg gaat een moeizame invoeringsperiode tegemoet, na teleurstellende ervaringen bij een aantal proefprojecten wordt in 1988 in een brief van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur aangekondigd dat de integrale en sectorale planning ex Wet voorzieningen gezondheidszorg worden beëindigd. Als redenen worden aangegeven

– een ongewenste scheiding van planning en financiering en

– een ongewenste scheiding van planningsverantwoordelijkheden tussen gemeente en provincie.

De voornaamste ontwikkelingen in de periode 1991–1996 met betrekking tot voorzieningen in de gezondheidszorg zijn de vaststelling en intrekking van de Tijdelijke wet uitbreiding werkingssfeer artikel 18 Wet ziekenhuisvoorzieningen (1994–1996) en de intrekking van de Wet voorzieningen gezondheidszorg (1996).

De actoren op het beleidsterrein, voor zover hun selectielijsten in het BSD zijn opgenomen

Van de actoren die zich op het beleidsterrein planning en bouw bewegen, worden de volgende selectielijsten weergegeven:

– de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

Actoren die onder het zorgdragerschap vallen van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert:

– de Ziekenhuiscommissie;

– het College voor Ziekenhuisvoorzieningen;

– de Commissie Uitvoering Wet Ambulancevervoer

Overige zorgdragers

– de minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren (ook als vakminister);

– de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ook als vakminister);

– de Minister van Defensie (ook als vakminister);

– de Minister van Financiën (ook als vakminister);

– de Minister van Justitie (ook als vakminister);

– de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Selectiedoelstelling

De doelstelling van het Nationaal Archief bij de selectie van overheidsarchieven is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving, maar ook van de belangrijkste historisch-maatschappelijke gebeurtenissen en ontwikkelingen, voor zover deze zijn te reconstrueren uit overheidsarchieven.

Deze selectiedoelstelling wordt in het BSD toegepast op het betreffende beleidsterrein.

Selectiecriteria

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de onderstaande algemene selectiecriteria.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het Nationaal Archief.

De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Handelingen die gewaardeerd worden met B(ewaren)

Algemeen selectiecriterium

Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

Handelingen die betrekking hebben verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting:Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriele verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Overigens kan, ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen, betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, in overleg met het Nationaal Archief, beleidsterreinspecifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7).

De vernietigingstermijnen van de neerslag van de met ‘V’ (= vernietigen) gewaardeerde handelingen zijn vastgesteld in overleg met deskundigen van dit ministerie op dit terrein.

Verslag van de vaststellingsprocedure

In juni 2006 is het ontwerp-BSD door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Defensie, de minister van Justitie, de minister van Financiën, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).

Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.

Vanaf 1 februari 2007 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief. Tevens is de selectielijst beschikbaar gesteld via de website van het Nationaal Archief en de website van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 29 maart 2007 bracht de RvC advies uit (arc-2007.03635/6), hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 19 april 2007 door de algemene rijksarchivaris, namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Projectdirecteur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (C/S&A/07/1044), de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (C/S&A/07/1041), de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (C/S&A/07/1042), de minister van Justitie (C/S&A/07/1040), de minister van Financiën (C/S&A/07/1039), de minister van Defensie (C/S&A/07/1038)en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (C/S&A/07/1037) vastgesteld.

Leeswijzer

Handelingnr.

Dit is het volgnummer van de handeling. In dit BSD correspondeert dit nummer niet met de bijbehorende handeling in het RIO. Aan het einde van het BSD is een concordantie opgenomen om de relatie tussen handelingnummers in het BSD en het RIO aan elkaar te koppelen.

Handeling

Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

Periode

Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag

Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht.

Vermeld worden:

de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de ministeriële regeling;

het betreffende artikel en lid daarvan;

de vindplaats, dwz. de vermelding van Staatsblad of Staatscourant;

wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan.

Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Product

Hier staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren. Opsommingen geven een indicatie van de producten en zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven eindproduct.

Opmerking

Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering

Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).

Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn.

Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.

Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

Actorenoverzicht

De minister onder wie Volksgezondheid ressorteert (1945–)

De minister tracht, vanuit zijn/haar verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid, via het instrument van de wet- en regelgeving, een stelsel van ziektekostenverzekering vorm te geven én te bekostigen, waardoor een groot aantal voorzieningen in de gezondheidszorg bereikbaar is voor grote groepen in de samenleving.

Het betreft de volgende ministers:

– de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) (1994–heden);

– de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) (1982–1994);

– de minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (VoMil) (1971–1982);

– de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid (SZV) (1951–1971);

– de minister van Sociale Zaken (1933–1951).

Actoren die ressorteren/onder het zorgdragerschap vallen van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

De Ziekenhuiscommissie (1947–1979)

De Ziekenhuiscommissie is ingesteld bij besluit van de beschikking, afdeling Volksgezondheid (no. 87 C/doss. 48, 1947) en later bekrachtigd bij de beschikkingen no. 12893 (Stcrt. 1953, 196) en no. 105285 (Stcrt. 1965, 225). De taak van de commissie bestaat uit het adviseren van de minister over aangelegenheden betreffende de planning en bouw van ziekenhuisvoorzieningen.

De Ziekenhuiscommissie was aanvankelijk als tijdelijke adviescommissie ingesteld voor de vraagstukken op het gebied van het ziekenhuiswezen. Het ging niet alleen om de bouw, maar ook om de economische exploitatie, de tariefstelling en het verplegend personeel. De Ziekenhuiscommissie bestond uit vertegenwoordigers van de landelijke ziekenhuisorganisaties en ambtelijke vertegenwoordigers.

In 1953 werd de taak van de Commissie ten gevolge van de veranderde omstandigheden gewijzigd. De advisering zou noch uitsluitend de planning en bouw van ziekenhuisvoorzieningen betreffen.

Het College voor Ziekenhuisvoorzieningen (CvZ) (1971–1999)

Dit College is ingesteld bij de Wet Ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 1 (Stb. 1971, 268). Het is de rechtsopvolger van de Ziekenhuiscommissie.

Het College heeft tot taak de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert te adviseren over de uitvoering van de Wet ziekenhuisvoorzieningen en andere zaken die te maken hebben met de doelmatige voorzieningen ter zake van ziekenhuizen en andere inrichtingen voor gezondheidszorg.

Instelling van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen betekende niet dat de Ziekenhuiscommissie werd opgeheven: beide organen bleven enige tijd naast elkaar bestaan. Oorzaak daarvan was dat de Wet Ziekenhuisvoorzieningen in verband met het ontbreken van uitvoeringsvoorschriften niet direct volledig operationeel werd. In een overgangsregeling werd de verhouding tussen de Ziekenhuiscommissie het College vastgelegd (Beschikking Ziekenhuiscommissie (Stcrt. 1972, 127)).

Hoewel het College en de Ziekenhuiscommissie formeel zelfstandige organen waren, werd er nauw samengewerkt.

Vanaf 1982 ging het College voor Ziekenhuisvoorzieningen als Kamer voor de intramurale gezondheidszorg deel ging uitmaken van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid. In de praktijk is de relatie tussen beide organen enigszins verwaterd.

(Tegenwoordig wordt de afkorting (CvZ) gebruikt voor het College voor zorgverzekeringen.)

De Ziekenfondsraad (1949–)

De Ziekenfondsraad is een bij wet ingestelde ‘zelfstandige en onafhankelijke maatschappelijke instelling met een publiekrechtelijk karakter’. Het is de rechtsopvolger van de Commissaris belast met het toezicht op de ziekenfondsen en de Raad van bijstand.

De handelingen van de Ziekenfondsraad zijn opgenomen in een inmiddels vastgestelde selectielijst (Stcrt. 1997, 22).

De Centrale Raad voor de Volksgezondheid (CRV) (1951–1982)

Deze Raad heeft tot taak het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over de structuur, de uitvoering, de kwaliteit en de doelmatigheid van de gezondheidszorg, de uitvoering van de wetten die de volksgezondheid betreffen, en alle andere zaken welke van belang zijn voor de volksgezondheid.

De Nationale Raad voor de Volksgezondheid (1982–)

Deze Raad is ingesteld bij de Wet Voorzieningen Gezondheidszorg (Stb. 1982, 563) en heeft als taak het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over de structuur, de uitvoering, de kwaliteit en de doelmatigheid van de gezondheidszorg, de uitvoering van de wetten die de volksgezondheid betreffen, en alle andere zaken welke van belang zijn voor de volksgezondheid;

Voor de Nationale Raad zal nog een selectielijst worden opgesteld, waar dan tevens de handelingen van de Centrale Raad in zullen worden opgenomen.

Commissie uitvoering Wet ambulancevervoer (1977–)

Ingesteld bij Stcrt. 1977, 135, gewijzigd bij Stcrt. 1980, 54.

Deze commissie heeft tot taak met betrekking tot de Wet ambulancevervoer

– de minister van Volksgezondheid te adviseren over de invoering van de wet, de daarop berustende uitvoeringsbesluiten en richtlijnen;

– de uitvoering te coördineren en te begeleiden.

De Commissie Sanering Ziekenhuisvoorzieningen (1981–1999)

Deze commissie kan bepalen dat een ziekenhuisvoorziening gesloten dient te worden. Deze commissie heeft de algehele coördinatie van saneringen van ziekenhuizen in handen.

De commissie is de voorganger van het College Sanering Ziekenhuisvoorzieningen (CSZ) (1999–).

Dit college is een zelfstandig bestuursorgaan. Zowel de Commissie als het College voeren vier taken uit:

– Toezicht houden op de uitvoering van de saneringsregeling ziekenhuisvoorzieningen en het geven van subsidie die voorziet in de gevolgen van sluiting.

– Het college is betrokken bij de vervreemding van onroerende zaken bij sluiting.

– Het verstrekken van subsidie om te voorzien in de gevolgen van het intrekken van een vergunning van een ambulancedienst of het wijzigen of opheffen van de vestigingsplaats van een Centrale post voor het ambulancevervoer.

De minister onder wie Volksgezondheid ressorteert, kan het College vragen bijzondere, niet-wettelijke werkzaamheden uit te voeren of te coördineren. Het College heeft een eigen selectielijst laten opstellen, waarin ook het handelen van de Commissie is opgenomen (Stcrt. 2004, 215).

De Gezondheidsraad (1919–)

De handelingen van de Gezondheidsraad zijn opgenomen in een inmiddels vastgestelde selectielijst (Stcrt. 1998, 61) op basis van RIO nr. 5, Staatstoezicht op de Volksgezondheid.

Overige zorgdragers/actoren

Ministers

De minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren (1965–)

De minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren heeft een aantal taken op grond van de Wet ziekenhuisvoorzieningen; het gaat dan om academische ziekenhuisvoorzieningen:

– hij is betrokken bij het ontwerpen van richtlijnen en beleid;

– hij beslist inzake de bouw en sluiting van academische ziekenhuizen;

– hij vaardigt wet- en regelgeving uit inzake het doen van verrichtingen en het gebruik van apparatuur.

De minister onder wie wederopbouw ressorteert (1945–)

De minister onder wie wederopbouw ressorteert, speelt een rol bij de bouw van inrichtingen in de gezondheidszorg.

De handelingen van deze minister zijn niet opgenomen. De betrokkenheid van dit ministerie is namelijk al beschreven in de selectielijst Volkshuisvesting, waarvan de vaststelling is gepubliceerd in Stcrt. 2005, 149. Het onderliggende RIO is gepubliceerd in PIVOT-publicatie 136.

De Minister van Defensie (1979–)

De Minister van Defensie is medeverantwoordelijk voor het ontwerpen van richtlijnen voor plannen voor ziekenhuisvoorzieningen en voor de vaststelling van deze plannen. Verder stelt hij samen het de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert regelen voor de terinzagelegging van de begroting, de balans en de winst- en verliesrekening van militaire ziekenhuizen.

De Minister van Financiën (1948–)

De Minister van Financiën is betrokken bij het verlenen van garanties voor geldgevers die leningen faciliteren aan verpleeg- en behandelingsinrichtingen en aan bouwers van deze voorzieningen.

De Minister van Justitie (1979–)

De Minister van Justitie is betrokken bij ziekenhuisvoorzieningen waar onder zijn verantwoordelijkheid in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak uitsluitend of overwegend patiënten worden opgenomen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (1972–)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid oefent invloed uit op de inkomsten en uitgaven van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen.

De Minister van Verkeer en Waterstaat (1978–)

De Minister van Verkeer en Waterstaat stelt regelgeving op in het kader van de Wet Ambulancevervoer. De handelingen van deze minister op dit beleidsterrein zullen worden opgenomen in een actualisatie van het BSD Personenvervoer, gebaseerd op RIO 86, vastgesteld bij Stcrt. 2001/181.

De vakminister (1971–)

De vakminister is betrokken bij de aanwijzing van ziekenhuizen, het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en richtlijnen de planning van ziekenhuisvoorzieningen.

Actor: de Minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

Algemeen

1.

Handeling: Het voorbereiden, mede vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: o.a. verslag stafoverleg.

Opmerking: Heeft betrekking op de departementale voorbereiding van wetten die (nog niet) in werking zijn getreden, en op ‘wetten’ die niet in het Staatsblad zijn verschenen.

In werking zijn (geweest):

– Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Wet ziekenhuisvoorzieningen; Stb. 1971, 268; aanvankelijk aangeduid als Wet ziekenhuisbouw);

– Wet ambulancevervoer (WAV; Stb. 1971, 369);

– Wet voorzieningen gezondheidszorg (Wet voorzieningen gezondheidszorg; Stb. 1982, 563);

– Tijdelijke wet uitbreiding werkingssfeer artikel 18 Wet ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1994, 913)

– Financieringsregeling ziekenhuisbouw (verpleeg- en behandelingsinrichtingen; wijziging van begroting van ministerie van Sociale Zaken, zitting 1948–1949, nr. 1321, nr. 2 en 4);

– Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958 (bijlage bij begroting van ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid, zitting 1957–1958, nr. 4900, XII, nr. 11)

Waardering: B 1, 2

2.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen, intrekken en evalueren van wetten betreffende planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Opmerking: Heeft betrekking op de departementale voorbereiding van wetten die (nog niet) in werking zijn getreden.

Waardering: B 1, 2

3.

Handeling: Het verlenen van medewerking aan andere ministers met betrekking tot de voorbereiding van de vaststelling, wijziging en intrekking van wetten inzake planning en bouw van voorzieningen.

Periode: 1945–

Product: Wederopbouwwet (Stb. 1950, K236; vervangt: Besluit houdende voorzieningen betreffende wederopbouw van grondgebied van het Rijk in Europa (Stb. 1945, F67))

Waardering: B 1

4.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van beoordelingsnormen, beleidsregels en wetsinterpreterende regels inzake planning en bouw van voorzieningen

Periode: 1945–

Opmerking: Deze normen en regels worden veelal bekendgemaakt bij circulaire.

Waardering: B 1

5.

Handeling: Het opstellen van beleidsnota’s inzake planning en bouw van voorzieningen (aangeboden aan Tweede Kamer)

Periode: 1945–

Waardering: B 1

6.

Handeling: Het opstellen van (voortgangs)rapportages inzake planning en bouw van voorzieningen (aangeboden aan Tweede Kamer)

Periode: 1945–

Product: (voortgangs)rapportages die zijn opgesteld zonder een verplichting daartoe in wet- en regelgeving

Waardering: B 3

7.

Handeling: Het opstellen van beleidsevaluaties inzake planning en bouw van voorzieningen (aangeboden aan Tweede Kamer)

Periode: 1945–

Product: Dit betreft beleidsevaluaties die niet zijn opgesteld zonder een verplichting daartoe in wet- en regelgeving

Waardering: B 2

8.

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Opmerking: Beantwoording van schriftelijke en mondelinge vragen die zijn gesteld door individuele leden der Staten-Generaal of door Kamercommissies, niet zijnde de Commissie voor de Verzoekschriften.

Waardering: B 3

9.

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: brieven, notities.

Waardering: B 3

10.

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: brieven, notities.

Waardering: V, 3 jaar

11.

Handeling: Het organiseren van en/of deelnemen aan congressen, symposia enz. inzake planning en bouw van voorzieningen

Periode: 1945–

Waardering: V, 3 jaar

12.

Handeling: Het vaststellen van de opdracht en het eindproduct van een intern of extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: offerte, brieven, rapport.

Waardering: B 1, 2

13.

Handeling: Het begeleiden van intern en extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: notities, notulen, brieven.

Waardering: V, 10 jaar

14.

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg

Periode: 1945–

Product: voorlichtingsmateriaal.

Waardering: V, 5 jaar

Van het gedrukte voorlichtingsmateriaal wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd. Het voorbreiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (voorlichting als beleidsinstrument) valt onder handeling 1.

15.

Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: onderzoeksgegevens

Waardering: V, 10 jaar

16.

Handeling: Het financieren van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Product: rekeningen, declaraties.

Waardering: V, 7 jaar mits de afrekening is goedgekeurd

17.

Handeling: Het instellen en opheffen van adviescommissies inzake planning en bouw van voorzieningen

Periode: 1945–

Opmerking: Heeft betrekking op adviescommissies die niet bij wet zijn ingesteld.

Ziekenhuiscommissie (beschikking 1947, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1953, 196 en Stcrt. 1965, 225);

Commissie uitvoering Wet ambulancevervoer (Stcrt. 1977, 135; Stcrt. 1980, 54).

Bij wet zijn ingesteld:

College voor Ziekenhuisvoorzieningen (Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2, lid 1);

Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen (Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 3).

Waardering: B 4

18.

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur betreffende de planning van voorzieningen in de gezondheidszorg.

Periode: 1945–

Waardering: B 1

19.

Handeling: Het beslissen op beroepschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende planning en bouw van voorzieningen in de gezondheidszorg en het voeren van verweer in beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen.

Periode: 1945–

Product: beschikkingen, verweerschriften.

Waardering: V, 10 jaar

22.

Handeling: Het deelnemen aan de werkzaamheden van organen inzake planning en bouw van voorzieningen, waarvan het secretariaat berust bij de minister onder wie Volksgezondheid of Welzijn ressorteert

Periode: 1945–

Product: Lidmaatschapsarchief.

Opmerking: Heeft betrekking op organen die zijn ingesteld bij wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling.

Waardering: B 1

23.

Handeling: Het deelnemen aan de werkzaamheden van organen inzake planning en bouw van voorzieningen, waarvan het secretariaat niet berust bij de minister onder wie Volksgezondheid of Welzijn ressorteert

Periode: 1945–

Product: Lidmaatschapsarchief

Opmerking: Heeft betrekking op organen die zijn ingesteld bij wet, algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling.

Waardering: V, 3 jaar

Besluit van 7 mei 1945, Wederopbouwwet en financierings- en garantieregelingen

24.

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Prioriteitscommissie

Periode: 1945–1950

Grondslag: Besluit houdende voorzieningen betreffende wederopbouw van grondgebied van het Rijk in Europa, art. 1 (Stb. 1945, F67)

Waardering: V, 10 jaar

25.

Handeling: Het jaarlijkse vaststellen en wijzigen van het bouwprogramma

Grondslag: Wederopbouwwet, artt. 15 en 16 (Stb. 1950, K236)

Periode: 1950–1966

Opmerking: Deze handeling geschiedt in overleg met de minister onder wie wederopbouw ressorteert.

Waardering: B 5

26.

Handeling: Het toewijzen van bouwvolume aan specifieke bouwprojecten voor ziekenhuizen

Grondslag: Wederopbouwwet, art. 15 en 16 (Stb. 1950, K236)

Periode: 1950–1966

Opmerking: De advisering gebeurde aan de hand van schetsplannen die door de aanvragers in samenspraak met de minister werden opgesteld. De uitvoering van deze handeling werk in veel gevallen gecombineerd met handeling 30, het verlenen van een garantie aan een geldgever.

Deze handeling geschiedt in overleg met de minister onder wie wederopbouw ressorteert.

Waardering: B 5

27.

Handeling: Het verdelen van de beschikbare gelden voor de bouw van inrichtingen voor zondheidszorg

Periode: 1950–1966

Grondslag: Wederopbouwwet, art. 16, lid 1 (Stb. 1950, K236)

Opmerking: Verdeling gelden voor ziekenhuisbouw landelijk.

Deze handeling geschiedt in overleg met de minister onder wie wederopbouw ressorteert.

Waardering: V, 10 jaar

28.

Handeling: Het instellen van een adviescommissie voor de verdeling van de beschikbare gelden voor de bouw van inrichtingen voor gezondheidszorg

Periode: 1950–1966

Grondslag: Wederopbouwwet, art. 16, lid 3 (Stb. 1950, K236)

Opmerking: Deze handeling geschiedt in overleg met de minister onder wie wederopbouw ressorteert.

Waardering: B 4

29.

Handeling: Het overleggen met de minister onder wie Wederopbouw ressorteert inzake de vaststelling van richtlijnen voor de goedkeuring van de bouw van inrichtingen voor gezondheidszorg

Periode: 1950–1966

Grondslag: Wederopbouwwet, art. 17, lid 3 (Stb. 1950, K236)

Waardering: B 1

30.

Handeling: Het verlenen van een garantie aan een geldgever voor de rente en aflossing van een door een verpleeg- en behandelingsinrichting te sluiten lening ter financiering van bouw of herbouw, herstel en uitbreiding.

Periode: 1948–1957

Grondslag: o.a. Financieringsregeling verpleeg- en behandelingsinrichting, TK zitting 1949/1950, stuk 1332 en TK zitting 1956/1957, no. 4500, XII 15

Opmerking: Looptijd max. 20 jaar.

Deze handeling geschiedt in overeenstemming met de Minister van Financiën.

Waardering: V, 40 jaar

32.

Handeling: Het verstrekken van een jaarlijkse bijdrage of een uitkering ineens in verband met de financiering van bouw of herbouw, herstel en uitbreiding van een verpleeg- en behandelingsinrichting

Periode: 1948–1957

Waardering: V, 10 jaar

33.

Handeling: Het verlenen van een garantie ten behoeve van bouw of herbouw, herstel en uitbreiding van inrichtingen voor gezondheidszorg.

Periode: 1957–1991

Grondslag: Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, art. 2 (Bijlage van de nota van wijziging begroting Departement van Sociale Zaken en Volksgezondheid; zitting 1957–1958, no. 4900, no. 11, (gewijzigd in zitting 1960, no. 6100, no. 10 harddruk) oktober 1960)

Opmerking: Looptijd max. 20 jaar

Deze handeling geschiedt in overeenstemming met de Minister van Financiën.

Waardering: V, 40 jaar

Beschikking Ziekenhuiscommissie

34.

Handeling: Het benoemen en ontslaan van de (plaatsvervangende) voorzitter en de (plaatsvervangende) leden van de Ziekenhuiscommissie

Periode: 1945–1979

Grondslag: Instelling Ziekenhuiscommissie, art. 3 lid 1 en 2 (Stcrt. 1953, 196); Beschikking ziekenhuiscommissie, art. 4 en 5 (Stcrt. 1965, 225)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

35.

Handeling: Het aanwijzen van (plaatsvervangende) personen die de vergaderingen van de Ziekenhuiscommissie en de door de commissie ingestelde werkgroepen mogen bijwonen, met raadgevende stem.

Periode: 1945–1979

Grondslag: Beschikking ziekenhuiscommissie, art. 8 (Stcrt. 1965, 225)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

36.

Handeling: Het geven van toestemming-in-beginsel voor de bouw van een ziekenhuisvoorziening, gehoord de Ziekenhuiscommissie

Periode: 1945–1979

Grondslag: Beschikking ziekenhuiscommissie, art. 10 (Stcrt. 1965, 225)

Waardering: B 5

37.

Handeling: Het instemmen met het bouwplan voor de bouw van een ziekenhuisvoorziening, gehoord de Ziekenhuiscommissie

Periode: 1945–1979

Grondslag: Beschikking ziekenhuiscommissie, art. 11 (Stcrt. 1965, 225)

Waardering: B 5

38.

Handeling: Het goedkeuren van het door de Ziekenhuiscommissie vast te stellen reglement van orde voor de commissie en haar werkgroepen

Periode: 1965–1979

Grondslag: Beschikking ziekenhuiscommissie, art. 13 (Stcrt. 1965, 225)

Opmerking: Bevat tevens de instructie voor de secretaris.

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

Wet Ziekenhuisvoorzieningen (WZV)

Algemeen

39.

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur op grond van de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Periode: 1972–

Grondslag: o.a. Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 1 (Stb. 1971, 268)

Product: Besluit financieel beheer College voor Ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1975, 56)

Waardering: B 1

40.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen op grond van de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Periode: 1979–

Product: Besluit begripsomschrijvingen Wet ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1979, 152)

Waardering: B 1

41.

Handeling: Het aanwijzen van categorieën van inrichtingen voor de gezondheidszorg als ziekenhuisvoorziening in de zin der wet.

Periode: 1971–

Grondslag: Wet Ziekenhuisvoorziening, art. 1 lid 2 en 3 (Stb. 1971, 268); Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 1 lid 2, onder b (Stb. 1979, 465)

Product: Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1979, 465); Besluit inzake aanwijzing Regionale Instellingen voor Beschermende Woonvormen als inrichting (Stcrt. 1985, 249)

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister wie het mede aangaat.

Waardering: B 1

Het College voor Ziekenhuisvoorzieningen

42.

Handeling: Het bepalen van de vestigingsplaats van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen.

Periode: 1972–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 1 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar

43.

Handeling: Het doen van een voordracht tot benoeming, schorsing en ontslag (bij koninklijk besluit) van de voorzitter van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1972–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 5 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

44.

Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van de leden en plaatsvervangende leden van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1972–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 5 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

45.

Handeling: Het goedkeuren van regels, vastgesteld door het College voor Ziekenhuisvoorzieningen, inzake het verlenen van vergoedingen aan de voorzitter en de (plaatsvervangende) leden van het College

Periode: 1972–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 8 (Stb. 1971, 268); Besluit Financieel Beheer College voor Ziekenhuisvoorzieningen, art. 10 lid 2 (Stb. 1975, 56)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

46.

Handeling: Het overeenstemmen met het College voor Ziekenhuisvoorzieningen inzake de benoeming van de secretaris door het College

Periode: 1972–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 10 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

47.

Handeling: Het goedkeuren van regels, vastgesteld door het College voor Ziekenhuisvoorzieningen, inzake de arbeidsvoorwaarden van het personeel

Periode: 1972–1986

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 10 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

48.

Handeling: Het goedkeuren van de door het College voor Ziekenhuisvoorzieningen vast te stellen regelen betreffende de werkwijze

Periode: 1972–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 15 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1972, 773)

Product: Huishoudelijk reglement (door minister goedgekeurd op 13 augustus 1974; niet gepubliceerd in Staatscourant)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

49.

Handeling: Het aanwijzen van personen die de vergaderingen van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en de door het College ingestelde commissies mogen bijwonen, met raadgevende stem

Periode: 1972–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 13 (Stb. 1971, 268)

Product: KB (Stcrt. 1972, 116 en 132; Stcrt. 1974, 63)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

50.

Handeling: Het goedkeuren van de begroting en van de rekening en verantwoording van inkomsten en uitgaven van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen.

Periode: 1972–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 16 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1972, 773), en Besluit financieel beheer College voor Ziekenhuisvoorzieningen, artt. 5, 11, 12 en 14 (Stb. 1975, 56)

Opmerking: Incl. wijzigingen en aanvullende begrotingen (Besluit financieel beheer College voor Ziekenhuisvoorzieningen, art. 5)

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Waardering: V, 10 jaar

51.

Handeling: Het geven van nadere voorschriften aan het College voor Ziekenhuisvoorzieningen inzake de inrichting van de begroting, de financiële administratie en de rekening en verantwoording

Periode: 1975–1999

Grondslag: Besluit financieel beheer College voor Ziekenhuisvoorzieningen, artt. 4, 8 en 13 (Stb. 1975, 56)

Waardering: V, 10 jaar

52.

Handeling: Het goedkeuren van regels, vastgesteld door het College voor Ziekenhuisvoorzieningen, inzake het verlenen van vergoedingen en vacatiegelden aan externen

Periode: 1975–1999

Grondslag: Besluit financieel beheer College voor Ziekenhuisvoorzieningen, art. 10 lid 2 (Stb. 1975, 56)

Waardering: V, 5 jaar

53.

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een bijdrage uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten ter dekking van de uitgaven van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1972–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2, lid 17 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Waardering: V, 10 jaar

54.

Handeling: Het periodiek opstellen en aanbieden van een overzicht van beleidsvoornemens met betrekking tot functies, capaciteit, samenhang en spreiding van voorzieningen in academische ziekenhuizen aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal na overleg met de provinciale besturen

Periode: 1991–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 5a (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Opmerking Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren

Waardering: B 3

Plannen van Ziekenhuisvoorzieningen

55.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van richtlijnen die bij het ontwerpen van plannen voor ziekenhuisvoorzieningen (door de provinciale besturen) in acht moeten worden genomen.

Periode: 1971–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 3 lid 1 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Product: Besluit houdende vaststelling van richtlijnen voor het ontwerpen van plannen voor ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1986, 145; derde, gewijzigde, versie)

Opmerking: deze richtlijnen kunnen betrekking hebben op de in een plan aan te brengen samenhang tussen de betrokken ziekenhuisvoorzieningen en de hiermee samenhangende voorzieningen op het terrein van maatschappelijke dienstverlening en andere aanverwante terreinen en de aanmelding van academische ziekenhuizen.

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren en de Minister van Defensie. Daarbij doet hij aan gedeputeerde staten mededeling van de voornemens met betrekking tot academische ziekenhuizen en militaire ziekenhuizen. Daarbij wordt tevens in overstemming met de Minister van Justitie mededeling gedaan van de omvang van de behoefte voor het opnemen van patiënten onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak.

Tot 1995 gold een adviesverplichting van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen.

Waardering: B 5

56.

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan Provinciale Staten voor het ontwerpen van plannen voor ziekenhuisvoorzieningen.

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 4 lid 1 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Opmerking: Met het geven van de aanwijzing start de minister de formele procedure voor het ontwerpen van een plan; aanwijzingen voor het ontwerpen van plannen die betrekking hebben op academische ziekenhuizen worden m.i.v. 1991 gegeven in overeenstemming met de minister van onder wie onderwijs en wetenschappen ressorteren.

Waardering: B 5

57.

Handeling: Het vaststellen en (tussentijds) herzien van een plan voor ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1971–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 5 lid 1 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1978, 763, en Stb. 1985, 695)

Product: besluit

Opmerking: Na ontvangst van:

– ontwerpplan (vastgesteld door Provinciale Staten);

– advies (opgesteld door College voor Ziekenhuisvoorzieningen).

Het plan heeft betrekking op een bepaald gebied en een bepaalde categorie voorzieningen.

Tot 1979: landelijk ziekenhuisplan.

Deze handeling geschiedt eventueel in overeenstemming met de minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren en de Minister van Defensie

Waardering: B 5

Bouwvergunningen

58.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen met betrekking tot bouwvergunningen in het kader van de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 6 lid 2, art. 8, art. 9 lid 1, art. 15 lid 4 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Product:

– Besluit toestemmingsprocedures Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1979, 152);

– Besluit uitzondering toestemmingsprocedures Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1979, 152);

– Besluit bouwmaatstaven Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1986, 35);

– Regeling opschorting toestemmingsprocedures Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1995, 181);

– Regeling opschorting toestemmingsprocedures inzake de bouw van bloedbanken (Stcrt. 1996, 211)

Waardering: B 1

59.

Handeling: Het verlenen, intrekken, verlengen of vervallen verklaren van een vergunning voor de bouw en exploitatie van een ziekenhuisvoorziening, gehoord het College voor Ziekenhuisvoorzieningen, Gedeputeerde Staten en belanghebbenden

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 6 en art. 17 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Opmerking: Een vergunning kan worden verleend onder beperkingen en met voorschriften (Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 15 lid 5 en 6).

Standaardprocedure voor verlenen van vergunning (m.i.v. 1979):

– afgifte verklaring (minister; kan vervallen worden verklaard of worden ingetrokken);

– goedkeuring programma van eisen (minister; niet altijd nodig);

– goedkeuring schetsontwerp (minister; steeds vereist);

– afgifte vergunning (minister; eventueel na goedkeuring bestedingsgerede stukken).

Standaardprocedure tot 1979:

– afgifte verklaring;

– afgifte vergunning.

Adviestraject niet van toepassing bij vervallen verklaring van vergunning.

Via deze handeling wordt toezicht uitgeoefend op de naleving van de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Deze handeling vindt eventueel plaats in overeenstemming met ministers die het mede aangaat.

Waardering: B 5

60.

Handeling: Het besluiten op een aanvraag van een verklaring dat een academisch ziekenhuis past in een plan voor ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1971–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 7 lid 1 (Stb. 1971, 268)

Product: beschikking

Opmerking: Deze handeling vindt vanaf 1991 plaats in overeenstemming met de minister onder wie onderwijs en wetenschappen ressorteren.

Waardering: B 5

61.

Handeling: Het beslissen op een aanvraag tot goedkeuring van een programma van eisen en/of een schetsontwerp voor de beoogde bouw van academische ziekenhuizen

Periode: 1971–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 14 lid 1 (Stb. 1971, 268)

Product: besluit

Opmerking: Deze handeling vindt vanaf 1991 plaats in overeenstemming met de minister onder wie onderwijs en wetenschappen ressorteren.

Waardering: B 5

63.

Handeling: Het weigeren van een vergunning voor de bouw en exploitatie van een ziekenhuisvoorziening

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 15 lid 2 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 5 jaar

64.

Handeling: Het verlenen van een vergunning voor de bouw en exploitatie van een ziekenhuisvoorziening waarvoor geen verklaring vereist is

Periode: 1979–1996

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 9 lid 1 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Zgn. ‘verkorte procedure’ (= vkp-regeling)

Waardering: B 5

65.

Handeling: Het verlenen van een vergunning voor de bouw en exploitatie van een ziekenhuisvoorziening na afgifte van een verklaring en goedkeuring van het schetsontwerp

Periode: 1992–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 8 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Zgn. ‘ingekorte procedure’. Via deze handeling wordt toezicht uitgeoefend op de naleving van de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Waardering: B 5

66.

Handeling: Het bepalen dat een verklaring voor de beoogde bouw van een ziekenhuisvoorziening niet vereist is, gehoord het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en Gedeputeerde Staten

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 9 lid 2 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Specifieke regeling. Slechts incidenteel toegepast voor projecten die niet waren te voorzien of waarmee bij het opstellen van het plan geen rekening was gehouden.

Waardering: B 5

67.

Handeling: Het ontvangen van een kennisgeving voor uitbreiding of verbouwing van een ziekenhuisvoorziening, indien geen vergunning vereist is

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 6 lid 2 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Zgn. ‘melding’. M.i.v. 1996 volgens de ‘Nieuwe Meldingsregeling Wet ziekenhuisvoorzieningen’.

Waardering: V, 10 jaar

68.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van aanvullende instrumenten ter regulering van de bouwstroom

Periode: 1975–

Grondslag: o.a. Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 15 en 16 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Formele instrumenten ter regulering van de bouwstroom zijn planning en toestemmingsprocedure (Wet ziekenhuisvoorzieningen). De hier bedoelde instrumenten zijn niet gebaseerd op formele wetgeving. Het betreft:

– bouwplafond (1975–);

– prioriteitenoverzicht (1978–);

– bouwstop / heroverwegingsoperatie (1973–1974, 1983–1984);

– EVI-regeling (1984–);

– exploitatiekader (1984–);

– beperkte bouwstop (1986–).

Waardering: B 5

69.

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van het bouwplafond

Periode: 1975–

Grondslag: Gekoppeld aan Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 15 lid 6 (Stb. 1971, 268)

Waardering: B 5

70.

Handeling: Het opstellen van een prioriteitenoverzicht bouwinitiatieven ten behoeve van de verdeling van het bouwplafond

Periode: 1978–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 15 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Lijsten worden gepubliceerd in de Staatscourant op basis van provinciale adviezen en -sinds 1991- adviezen van verzekeraars. Bouwprioriteitstelling heeft onduidelijke status in relatie tot reguliere planning.

Waardering: B 5

71.

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van het exploitatiekader planning en bouw

Periode: 1984–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Wordt gepubliceerd in het Financieel Overzicht Zorg (FOZ; tot en met 1988: FOGM (= Financieel Overzicht Gezondheidszorg en Maatschappelijk welzijn))

Waardering: B 1

72.

Handeling: Het verlenen van een vergunning voor de bouw en exploitatie van een ziekenhuisvoorziening op basis van de EVI-regeling

Periode: 1984–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18 (Stb. 1971, 268)

Waardering: B 5

Vergunningen voor bijzondere voorzieningen

73.

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot vergunningen voor bijzondere voorzieningen

Periode: 1976–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18 lid 2 (Stb. 1971, 268)

Product: Besluit bijzondere ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1974, 567)), vervangen door Besluit bijzondere functies Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1983, 742), vervangen door Besluit bijzondere verrichtingen en apparatuur Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1991, 511)

Waardering: B 1

74.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van tijdelijke regelingen in afwachting van de vaststelling van een algemene maatregel van bestuur inzake bijzondere functies Wet ziekenhuisvoorzieningen, gehoord Gedeputeerde Staten

Periode: 1979–1991

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18 lid 3 (Stb. 1971, 268)

Product:

Besluit tijdelijke regeling computertomografie (Stcrt. 1981, 62);

Besluit tijdelijke regeling hartcatheterisatie (Stcrt. 1983, 113);

Besluit tijdelijke regeling postnataal chromosoomonderzoek en prenatale diagnostiek (Stcrt. 1983, 170);

Besluit tijdelijke regeling in vitro fertilisatie (Stcrt. 1985, 141)

Waardering: B 1

75.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen met betrekking tot vergunningen voor wijzigingen in de bestemming van een ziekenhuis of een onderdeel daarvan.

Periode: 1976–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18 lid 1 en 6 (Stb. 1971, 268)

Product: Besluit procedures voor bijzondere functies Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1981, 189)

Waardering: B 1

76.

Handeling: Het vaststellen en (tussentijds) herzien van een plan voor bijzondere functies, gehoord onder andere het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en Gedeputeerde Staten, en eventueel in overeenstemming met ministers die het mede aangaat

Periode: 1976–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18, lid 1 en 6 (Stb. 1971, 268)

Product:

Planningsbesluit chronisch intermitterende haemodialyse (Stcrt. 1976, 98).

planningsbesluiten en regelingen per 1-1-1995:

Planningsbesluit dialyse (Stcrt. 1987, 182, zoals vervangen bij Stcrt. 1994;

Planningsbesluit niertransplantatie (Stcrt. 1986, 201);

Planningsbesluit radiotherapie (Stcrt. 1987, 148);

Planningsbesluit neurochirurgie (Stcrt. 1987, 182, zoals vervangen bij Stcrt. 1993, 120);

Planningsbesluit hartchirurgie (Stcrt. 1989, 37);

Planningsbesluit hartcatheterisatie (Stcrt. 1987, 152);

Planningsbesluit postnataal chromosoomonderzoek en prenatale diagnostiek (Stcrt. 1987, 152), vervangen door Planningsbesluit Regeling klinisch genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering (Stcrt. 1994, 68);

Planningsbesluit intensieve zorg voor zieke pasgeborenen (Stcrt. 1987, 193), vervangen door Planningsbesluit neonatale intensive care (Stcrt. 1993, 29);

Planningsbesluit in vitro fertilisatie (Stcrt. 1989, 146);

Planningsbesluit Regeling harttransplantatie (Stcrt. 1991,151);

Planningsbesluit longtransplantatie (Stcrt. 1991, 196);

Planningsbesluit levertransplantatie (Stcrt. 1994, 26); Planningsbesluit hartritmestoornissen (Stcrt. 1994, 51);

inmiddels vervallen planningsbesluiten:

Planningsbesluit nucleaire geneeskunde,

Planningsbesluit computertomografie

Planningsbesluit Landelijke planning.

Opmerking: planningsbesluiten vormen het toetsingskader voor de vergunningverlening en zijn een nadere uitwerking van eerdergenoemde AMvB’s (o.a. behoeftebepaling).

Waardering: B 1

78.

Handeling: Het opstellen van een regeling betreffende een verbod om zonder vergunning wijzigingen aan te brengen in de bestemming van een ziekenhuis of een onderdeel daarvan, of verrichtingen uit te voeren of doen uitvoeren en/of apparatuur aan te schaffen voor een ziekenhuisvoorziening of te gebruiken in een ziekenhuisvoorziening.

Periode: 1971–

Grondslag: Wet Ziekenhuisvoorziening, art. 18 lid 2 en 6 (Stb. 1971, 268 en Stb. 1990, 535)

Product: ministeriële regeling

Opmerking: Met betrekking tot militaire en academische ziekenhuizen vindt deze handeling vindt plaats in overeenstemming met respectievelijk de Minister van Defensie en vanaf 1991 met de minister onder wie onderwijs en wetenschappen ressorteren.

Waardering: B 5

79.

Handeling: Het verlenen, weigeren, vervallen verklaren of intrekken van een vergunning voor het (doen) uitvoeren van dure verrichtingen en voor de aanschaf en het gebruik van kostbare apparatuur in een ziekenhuisvoorziening, gehoord het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en Gedeputeerde Staten

Periode: 1976–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18 lid 2 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1990, 535); Besluit procedures voor bijzondere functies Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 9 lid 2 (Stb. 1981, 189)

Opmerking: Een vergunning kan worden verleend onder beperkingen en met voorschriften (Besluit procedures voor bijzondere functies Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 9, lid 3).

Standaardprocedure voor verlenen van vergunning: afgifte verklaring en vergunning voor art. 18-functie (één goedkeuringsdocument). Indien bouwwerkzaamheden nodig zijn dient tevens ‘normale’ goedkeuringsprocedure te worden gevolgd.

Adviestraject niet van toepassing bij vervallen verklaring.

Via deze handeling wordt toezicht uitgeoefend op de naleving van de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Waardering: V, 15 jaar

Sluiting en vermindering van de capaciteit van ziekenhuisvoorzieningen

81.

Handeling: Het bepalen dat een ziekenhuisvoorziening moet worden gesloten, gehoord het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en Gedeputeerde Staten

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18a lid 1 en 3 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de Minister van Defensie met betrekking tot militaire ziekenhuizen, en met de Minister van Justitie met betrekking tot ziekenhuisvoorzieningen waar onder zijn verantwoordelijkheid in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak uitsluitend of overwegend patiënten worden opgenomen. Vanaf 1991 vindt deze handeling ook plaats in overeenstemming met de minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren met betrekking tot academische ziekenhuizen.

Waardering: B 5

82.

Handeling: Het bepalen dat het aantal bedden in een ziekenhuis moet worden verminderd of dat de uitoefening van bepaalde medische specialismen moet worden verminderd of worden beëindigd, gehoord het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en Gedeputeerde

Periode: 1991–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18a lid 1 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Opmerking: Deze handeling vindt eventueel plaats in overeenstemming met ministers die het mede aangaat

Waardering: B 5

84.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van instrumenten ter vermindering van het aantal bedden in en van de exploitatiekosten van voorzieningen

Periode: 1974–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, artt. 18a, 18b lid 3, 29 (Stb. 1971, 268); TK zitting 1981–1982, 17494, nr. 1; Besluit houdende wijziging richtlijnen Wet ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1987, 251)

Opmerking: De hier bedoelde instrumenten zijn:

beddenreductie (1974–; incl. zgn. Gardeniers-ronde en zgn. Dees-ronde);

EVI-regeling (1984–)

Waardering: B 1

Financiering sanering ziekenhuisvoorzieningen

85.

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot financiering sanering ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 22

Product: Besluit financiering sanering ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1981, 386)

Waardering: B 1

De Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen

86.

Handeling: Het benoemen en ontslaan van de leden van de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 3 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

87.

Handeling: Het vaststellen van de bezoldiging van de voorzitter van de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 3 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

88.

Handeling: Het goedkeuren van regels, vastgesteld door de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen, inzake het verlenen van vergoedingen aan de voorzitter en de leden van de Commissie

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 3 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

89.

Handeling: Het overeenstemmen met de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen inzake de benoeming van de secretaris door de Commissie

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 3 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

90.

Handeling: Het goedkeuren van regels, vastgesteld door de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen, inzake de arbeidsvoorwaarden van het personeel

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 3 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

91.

Handeling: Het aanwijzen van personen (bij koninklijk besluit) die de vergaderingen van de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen en de door de Commissie ingestelde commissies mogen bijwonen, met raadgevende stem

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 3 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanwijzing

V, 75 jaar bij rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aangelegenheden

92.

Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 3 (Stb. 1971, 268); Besluit financiering sanering ziekenhuisvoorzieningen, art. 4, lid 2 (Stb. 1981, 386)

Product: Regels van 8 augustus 1986 (niet gepubliceerd in Staatscourant)

Waardering: V, 10 jaar na wijziging of intrekking

93.

Handeling: Het goedkeuren van de begroting en de rekening van inkomsten en uitgaven van de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen, in overeenstemming met de minister van Sociale Zaken

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 3 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar

94.

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een bijdrage uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten ter dekking van de uitgaven van de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen, in overeenstemming met de minister van Sociale Zaken

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 3 (Stb. 1971, 268)

Waardering: V, 10 jaar

95.

Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen aan de Staten-Generaal omtrent de door de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen genomen beslissingen tot uitkering

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18b, lid 7 (Stb. 1971, 268)

Waardering: B 3

96.

Handeling: Het goedkeuren van regels, vastgesteld door de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen, met betrekking tot te volgen procedures bij de sanering en de vermindering van de capaciteit van ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1981–

Grondslag: Besluit financiering sanering ziekenhuisvoorzieningen, art. 2a, lid 3, art. 3, lid 2 en art. 5, lid 7 (Stb. 1981, 386)

Product: Regels met betrekking tot de taakuitoefening van de gemachtigde en met betrekking tot de verhouding commissie/ gemachtigde ten opzichte van de ziekenhuisvoorziening die geheel of gedeeltelijk sluit (door minister goedgekeurd op 9 mei 1989)

Waardering: V, 10 jaar

Ontwikkelingsgeneeskunde

97.

Handeling: Het eenmaal in de twee jaar vaststellen van een beleidsoverzicht ten aanzien van de ontwikkelingsgeneeskunde, inclusief de beschikbare financiële ruimte.

Periode: 1991–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18c lid 2 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie onderwijs en wetenschappen ressorteren en gehoord de Gezondheidsraad en de Ziekenfondsraad.

Ontwikkelingsgeneeskunde = de op wetenschappelijk inzicht gebaseerde ontwikkeling en evaluatie van methoden en technieken binnen de praktijkomstandigheden van een ziekenhuisvoorziening, waarvan de uiteindelijke toepassing ingrijpende kwalitatieve, maatschappelijke, ethische, juridische, financiële of organisatorische gevolgen in de gezondheidszorg kan hebben. (Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18c, lid 1)

Waardering: B 1

98.

Handeling: Het vaststellen van de procedure met betrekking tot de aanvraag en de verlening van de vergoeding van de kosten van ontwikkelingsgeneeskunde

Periode: 1991–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18c, lid 5 (Stb.1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie onderwijs en wetenschappen ressorteren.

Waardering: V, 6 jaar na wijziging

Beroep

99.

Handeling: Het maken van een voordracht voor een uitspraak in beroep op een besluit ex Wet ziekenhuisvoorzieningen van de minister onder wie Volksgezondheid of Welzijn ressorteert

Periode: 1979–1994

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 5, lid 3 en art. 19 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Raad van State beslist (Kroonberoep).

Waardering: B 5

100.

Handeling: Het voeren van verweer bij geschillen ex Wet ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1994–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 5, lid 3 en art. 19 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Voor de Wet ziekenhuisvoorzieningen geldt bijzondere beroepsprocedure: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State doet namelijk als eerste en enige instantie recht bij geschillen ex Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Waardering: V, 10 jaar

101.

Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften

Periode: 1994–

Opmerking: Voor Wet ziekenhuisvoorzieningen-besluiten die niet vallen onder art. 5 lid 3 en art. 19 geldt de standaard-procedure van de Algemene wet bestuursrecht (Awb; bezwaarschriftenprocedure):

– bezwaarschrift indienen bij minister onder wie Volksgezondheid of Welzijn ressorteert;

– beroep bij administratieve kamer van de rechtbank;

– hoger beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Waardering: V, 10 jaar

Toezicht en informatie

147.

Handeling: Het aanwijzen van deskundigen ter zake van ziekenhuisvoorzieningen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Periode: 1976–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 20 lid 1 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt)

102.

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot toezicht en informatie in het kader van de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1976–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 22 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Product: Besluit informatievoorziening artikel 22 Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1982, 782)

Waardering: B 1

103.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen, eventueel in overeenstemming met ministers die het mede aangaat met betrekking tot toezicht en informatie in het kader van de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1975–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 23 lid 1 en 2 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1978, 763, en Stb. 1990, 535); Besluit Informatievoorziening artikel 22 Wet ziekenhuisvoorzieningen, artt. 2 t/m 7 (Stb. 1982, 782)

Product:

– Besluit toezicht Wet ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1979, 152);

– Besluit financiële jaarstukken ziekenhuizen (Stcrt. 1975, 5), vervangen door Besluit jaarrekening ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1979, 164), vervangen door Besluit jaarrekening ziekenhuisvoorzieningen 1984 (Stcrt. 1983, 252), vervangen door Regeling jaarverslaggeving ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1991, 127)

– Besluit gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen categorie ziekenhuizen (Stcrt. 1985, 147);

– Besluit gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen categorie militaire ziekenhuizen (Stcrt. 1985, 147);

– Besluit gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen categorie academische ziekenhuizen (Stcrt. 1985, 147);

– Besluit gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen categorie verpleeghuizen (Stcrt. 1985, 147);

– Besluit gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen categorie psychiatrische ziekenhuizen (Stcrt. 1985, 147);

– Besluit gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen categorie zwakzinnigeninrichtingen (Stcrt. 1985, 147);

– Besluit beheer gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1985, 147);

– Besluit uitvoering informatievoorziening Wet ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1985, 147)

Waardering: B 1

104.

Handeling: Het ontvangen van en (op verzoek) aanbrengen van wijzigingen in gegevens inzake ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1985–

Grondslag: diverse Besluiten gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen en Besluit beheer gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 7, lid 1, onder b (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Betreft gegevens inzake:

– de structuur van de ziekenhuisvoorzieningen;

– het gebruik van de ziekenhuisvoorzieningen;

– de investeringen en de exploitatiekosten van de ziekenhuisvoorzieningen.

In praktijk worden gegevens door ziekenhuisvoorzieningen aangeleverd bij en verwerkt door:

– Nationaal Ziekenhuisinstituut;

– Stichting Informatiecentrum voor de Gezondheidszorg;

– College voor Ziekenhuisvoorzieningen;

– Centraal Bureau voor de Statistiek (geen verwerking).

Gegevens worden opgenomen in registraties. ‘De in de registratie opgenomen gegevens dienen tenminste voor de duur van zes jaar te worden bewaard’ (Besluit beheer gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 3). De minister is houder van de gegevens. De minister is houder van de volgende digitale gegevensbestanden:

– INSTEL (Instellingen in de gezondheidszorg);

– Enquête art. 18 Wet ziekenhuisvoorzieningen

Waardering: V, 6 jaar

105.

Handeling: Het ter beschikking stellen van gegevens inzake ziekenhuisvoorzieningen aan gebruikers

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit beheer gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 4 en 5 (Stcrt. 1985, 147)

Opmerking: Gebruikers zijn o.a.: het College voor Ziekenhuisvoorzieningen, Gedeputeerde Staten en derden.

Waardering: V, 10 jaar

106.

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen over of het verlenen van inzage in de geregistreerde gegevens inzake ziekenhuisvoorzieningen, op verzoek van degene die de gegevens heeft aangeleverd

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit beheer gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 7, lid 1, onder a (Stcrt. 1985, 147)

Waardering: V, 5 jaar

107.

Handeling: Het weigeren inlichtingen te verstrekken over of inzage te verlenen in de geregistreerde gegevens inzake ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit beheer gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 8, lid 2 (Stcrt. 1985, 147)

Waardering: V, 5 jaar

108.

Handeling: Het verlenen van een ontheffing van verplichtingen in het Besluit financiële jaarstukken ziekenhuizen

Periode: 1975–1985

Grondslag: Besluit financiële jaarstukken ziekenhuizen, art. 8, lid 3 en art. 26, lid 1 (Stcrt. 1975, 5, zoals gewijzigd bij), vervangen door Besluit jaarrekening ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1979, 164), vervangen door Besluit jaarrekening ziekenhuisvoorzieningen 1984 (Stcrt. 1983, 252)

Waardering: V, 10 jaar

109.

Handeling: Het aan categorieën van ziekenhuisvoorzieningen voorschrijven een resultatenrekening op te nemen in de jaarrekening

Periode: 1985–1991

Grondslag: Besluit jaarrekening ziekenhuisvoorzieningen 1984, art. 32 (Stcrt. 1983, 252)

Product: Besluit beheer gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1985, 147);

Waardering: V, 10 jaar

110.

Handeling: Het goedkeuren van het ‘Rekeningschema voor ziekenhuizen en bejaardenoorden’ en van het ‘Modelschema voor de indeling van een jaarrekening van een ziekenhuisvoorziening’, vastgesteld door de Stichting Nationaal Ziekenhuisinstituut

Periode: 1985–1991

Grondslag: Besluit jaarrekening ziekenhuisvoorzieningen 1984, art. 1, onder d en e (Stcrt. 1983, 252)

Waardering: V, 10 jaar

111.

Handeling: Het vaststellen en wijzigen van het model voor de indeling van de jaarrekening van een ziekenhuisvoorziening

Periode: 1991–

Grondslag: Regeling jaarverslaggeving ziekenhuisvoorzieningen, art. 6, lid 2 (Stcrt. 1991, 127)

Waardering: V, 10 jaar

Overige handelingen

113.

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot financiële aangelegenheden in het kader van de Wet ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1976–

Product: Besluit financieel beheer College voor Ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1975, 56);

Besluit financiering sanering ziekenhuisvoorzieningen (Stb. 1981, 386)

Waardering: B 1

114.

Handeling: Het verlenen of intrekken van een vergunning voor de bouw en exploitatie van een ziekenhuisvoorziening, op basis van de overgangsregeling

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 29 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Gedurende de zgn. pre-plan fase (= periode tot de vaststelling van een plan voor ziekenhuisvoorzieningen ex Wet ziekenhuisvoorzieningen)

Waardering: B 5

Tijdelijke wet uitbreiding werkingssfeer artikel 18 Wet ziekenhuisvoorzieningen

115.

Handeling: Het verlenen van een vergunning voor het (doen) uitvoeren van dure verrichtingen en voor de aanschaf en het gebruik van kostbare apparatuur buiten een ziekenhuisvoorziening

Periode: 1994–1996

Grondslag: Tijdelijke wet uitbreiding werkingssfeer artikel 18 Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 1, lid 1 (Stb. 1994, 913)

Waardering: V, 15 jaar

116.

Handeling: Het intrekken van een vergunning voor het (doen) uitvoeren van dure verrichtingen en voor de aanschaf en het gebruik van kostbare apparatuur buiten een ziekenhuisvoorziening

Periode: 1994–1996

Grondslag: Tijdelijke wet uitbreiding werkingssfeer artikel 18 Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 1, lid 3 (Stb. 1994, 913)

Waardering: V, 15 jaar

Wet ambulancevervoer (WAV)

117.

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur in het kader van de Wet Ambulancevervoer

Periode: 1971–

Grondslag: Wet Ambulancevervoer, art. 3 (Stb. 1971, 369)

Product: Eisenbesluit ambulancevervoer (Stb. 1976, 414);

Besluit informatievoorziening artikel 19 Wet ambulancevervoer (Stb. 1984, 501)

Waardering: B 1

118.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen, eventueel in overeenstemming met ministers die het mede aangaat in het kader van de Wet Ambulancevervoer

Periode: 1973–

Grondslag: Wet Ambulancevervoer, art. 4 en 6 (Stb. 1971, 369)

Product:

– Besluit aanwijzing belanghebbenden centrale post (Stcrt. 1973, 63);

– Besluit aanwijzing keuringsinstantie ingevolge het Eisenbesluit ambulancevervoer (Stcrt. 1977, 241; aangewezen instantie: Rijksdienst voor het Wegverkeer);

– Inventarisbesluit ambulancevervoer (Stcrt. 1978, 58);

– Besluit inzake regeling ex art. 17a van de Wet ambulancevervoer (Stcrt. 1979, 167);

– Besluit gegevens Wet ambulancevervoer (Stcrt. 1987, 15);

– Besluit beheer gegevens Wet ambulancevervoer (Stcrt. 1987, 15)

Waardering: B 1

119.

Handeling: Het verlenen van medewerking aan de minister van Verkeer en Waterstaat bij de vaststelling, wijziging en intrekking van ministeriële regelingen in het kader van de Wet Ambulancevervoer

Periode: 1976–

Grondslag: Eisenbesluit Ambulancevervoer, artt. 2c en 5 (Stb. 1976, 414)

Product: Vaststelling nadere eisen ambulanceauto’s (Stcrt. 1978, 67)

Waardering: B 1

120.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van richtlijnen in het kader van de Wet Ambulancevervoer

Periode: 1973–

Grondslag: Wet Ambulancevervoer, art. 3, art. 4 lid 6, art. 6 lid 2 (Stb. 1971, 369)

Product:

– Richtlijn inzake gebiedsindeling en centrale posten ambulancevervoer (Stcrt. 1977, 166);

– Richtlijn inzake paraatheid, aantal en spreiding ambulanceauto’s (Stcrt. 1977, 166);

– Richtlijn van 22 juli 1982 (bijlage bij brief van minister van VoMil aan Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal inzake uitvoering Wet Ambulancevervoer);

– Richtlijn ex art. 4, zesde lid, Wet Ambulancevervoer (Stcrt. 1990, 130)

Waardering: B 1

121.

Handeling: Het ontvangen van en (op verzoek) aanbrengen van wijzigingen in gegevens inzake ambulancevervoer

Periode: 1987 –

Grondslag: Besluit gegevens WAV, art. 2 en Besluit beheer gegevens Wet Ambulancevervoer, art. 7, lid 1, onder b (Stcrt. 1987, 15)

Opmerking: Betreft gegevens inzake:

– personele gegevens van centrale posten ambulancevervoer en van ambulancediensten;

– ritten voor ambulancevervoer;

– medisch-statistische informatie over de ambulance-hulpverlening.

In praktijk worden gegevens door vergunninghouders (vervoerders) en Centrale posten ambulancevervoer (CPA), via de CPA’s, aangeleverd bij en verwerkt door Stichting Informatiecentrum voor de Gezondheidszorg.

Gegevens worden opgenomen in registraties. ‘De gegevens dienen tenminste voor de duur van zes jaar te worden bewaard’ (Besluit beheer gegevens Wet Ambulancevervoer, art. 3).

De minister is houder van de gegevens.

De minister is houder van het volgende digitale gegevensbestand:

Informatiesysteem Wet ambulancevervoer

Waardering: V, 10 jaar

122.

Handeling: Het ter beschikking stellen van gegevens inzake ambulancevervoer aan gebruikers

Periode: 1987–

Grondslag: Besluit beheer gegevens Wet Ambulancevervoer, artt. 5 en 6

Opmerking: Gebruikers zijn o.a.: Gedeputeerde Staten en derden.

Waardering: V, 10 jaar

123.

Handeling: Het verstrekken van inlichtingen over of het verlenen van inzage in de geregistreerde gegevens inzake ambulancevervoer, op verzoek van degene die de gegevens heeft aangeleverd

Periode: 1987–

Grondslag: Besluit beheer gegevens Wet Ambulancevervoer, art. 7, lid 1, onder a (Stcrt. 1987, 15)

Waardering: V, 10 jaar

124.

Handeling: Het weigeren inlichtingen te verstrekken over of inzage te verlenen in de geregistreerde gegevens inzake ambulancevervoer

Periode: 1987–

Grondslag: Besluit beheer gegevens Wet Ambulancevervoer, art. 8, lid 2 (Stcrt. 1987, 15)

Waardering: V, 1 jaar

125.

Handeling: Het goedkeuren van een planschaderegeling ambulancevervoer, opgesteld door de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1983–

Grondslag: Wet voorzieningen gezondheidszorg, art. 52 (Stb. 1982, 563, gewijzigd bij Stb. 1984, 667)

Product: Planschaderegeling ambulancevervoer door minister goedgekeurd op 10 juli 1986.

Opmerking: Wet Ambulancevervoer kent geen regeling voor planschade. Planschaderegeling geldig tot totstandkoming wettelijke regeling.

Waardering: V, 10 jaar

126.

Handeling: Het benoemen van de (plaatsvervangende) leden en de adviseurs van de Commissie uitvoering Wet ambulancevervoer

Periode: 1977–1982

Grondslag: Instellingsbeschikking Commissie uitvoering Wet ambulancevervoer, art. 3 en 5 (Stcrt. 1977, 135; Stcrt. 1980, 54)

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direkt)

Wet voorzieningen gezondheidszorg (WVG)

127.

Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur in het kader van de Wet voorzieningen gezondheidszorg

Periode: 1982–1996

Grondslag: Wet voorzieningen gezondheidszorg, o.a. art. 41 lid 1, art. 52 lid 1, art. 55 lid 1, art. 79 lid 7 (Stb. 1982, 563)

Product: Besluit vestiging en praktij⁠komvang huisartsen (Stb. 1985, 574);

Besluit experiment gezondheidszorg Almere (Stb. 1988, 55; BEGA)

Waardering: B 1

128.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van ministeriële regelingen, eventueel in overeenstemming met ministers die het mede aangaat in het kader van de Wet voorzieningen gezondheidszorg

Periode: 1982–1996

Grondslag: Wet voorzieningen gezondheidszorg, art. 3 (Stb. 1982, 563)

Product: Besluit beperking praktijkomvang huisartsen (Stcrt. 1988, 49)

Waardering: B 1

129.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van richtlijnen ten behoeve van het ontwerpen en vaststellen van provinciale en gemeentelijke plannen

Periode: 1984–1996

Grondslag: Wet voorzieningen gezondheidszorg, art. 10 (Stb. 1982, 563)

Product: Richtlijnen gebiedsindeling Wet voorzieningen gezondheidszorg (Stcrt. 1985, 2)

Waardering: B 1

130.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van richtlijnen ten behoeve van het ontwerpen en vaststellen van het gemeentelijk plan in Almere

Periode 1988–1996

Grondslag: Besluit experiment gezondheidszorg Almere, art. 2, lid 2 (Stb. 1988, 55)

Product: Richtlijnen planning gezondheidszorg Almere (Stcrt. 1988, 221)

Waardering: B 1

131.

Handeling: Het (jaarlijks) vaststellen en wijzigen van het financieel kader voor het gemeentelijk plan in Almere

Periode: 1988–1996

Grondslag: Besluit experiment gezondheidszorg Almere, art. 2, lid 1 (Stb. 1988, 55)

Product: Financieel kader Almere 1989–1992 (Stcrt. 1988, 221; = FKA-1989); 1990-1993 (Stcrt. 1991, 44; = FKA-1990); 1991-1994 (Stcrt. 1992, 25; = FKA-1991)

Waardering: B 5

132.

Handeling: Het bepalen welke voorzieningen voor gezondheidszorg in welk gebied gedurende welke tijd betrokken zijn bij een experiment met voorzieningen voor gezondheidszorg

Periode: 1982–1996

Grondslag: Wet voorzieningen gezondheidszorg, art. 41, lid 3 en 4 (Stb. 1982, 563)

Product: Werkingssfeer experiment gezondheidszorg Almere (Stcrt. 1988, 221)

Waardering: B 5

133.

Handeling: Het periodiek verslag uitbrengen aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de voortgang van en de voornemens met betrekking tot de toepassing en uitvoering van de Wet voorzieningen gezondheidszorg, gehoord de Nationale Raad voor de Volksgezondheid

Periode: 1982–1996

Grondslag: Wet voorzieningen gezondheidszorg, art. 4 (Stb. 1982, 563)

Product: Zgn. ‘invoeringsplan’.

Waardering: B 3

Actor: de Ziekenhuiscommissie

134.

Handeling: Het gevraagd of ongevraagd adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert omtrent vraagstukken betreffende de bouw van verpleeg- en behandelingsinrichtingen of andere gebouwen voor gezondheidszorg

Periode: 1947–1979

Grondslag: beschikking, afdeling Volksgezondheid (no. 87 C/doss. 48, 1947), bekrachtigd bij de beschikkingen no. 12893 (Stcrt. 1953, 196) en no. 105285 (Stcrt. 1965, 225).

Product: advies

Waardering: B 1

Actor: het College voor Ziekenhuisvoorzieningen

135.

Handeling: Het gevraagd of ongevraagd adviseren van de minister met betrekking aspecten op het gebied van ziekenhuisvoorzieningen.

Periode: 1971–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 2 (Stb.1971, 268)

Waardering: B 1

136.

Handeling: Het toetsen van voor maart 1983 afgegeven verklaringen en vergunningen ten behoeve van bouwinitiatieven

Periode: 1983–1999

Bron: Tweede gewijzigde druk van de Richtlijnen ex. art. 3 Wet ziekenhuisvoorzieningen

Waardering: B 5

137.

Handeling: Het adviseren van de minister met betrekking tot het verlenen van vergunningen met betrekking tot de bouw van ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1971– 999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 2 en art. 18 lid 4 en 7 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Waardering: B 5

138.

Handeling: Het houden van toezicht op de naleving van de Wet ziekenhuisvoorzieningen met betrekking tot de bouw van voorzieningen

Periode: 1989–1999

Grondslag: Besluit Toezicht Wet Ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1979, 152)

Opmerking: Het toezicht op de bouw wordt van 1979 tot 1989 uitgevoerd door ambtenaren van de betreffende beleidsafdelingen van het ministerie waaronder volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 5

Actor: de Commissie Uitvoering Wet Ambulancevervoer

139.

Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over de invoering van de Wet ambulancevervoer en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten

Periode: 1977–1982

Grondslag: Instellingsbeschikking, art. 2a (Stcrt. 1977, 135, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1980, 54)

Waardering: B 1

140.

Handeling: Het adviseren van de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert over richtlijnen en andere uitvoeringsaspecten van de Wet ambulancevervoer

Periode: 1977–1982

Grondslag: Instellingsbeschikking, art. 2b (Stcrt. 1977, 135, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1980, 54)

Waardering: B 1

141.

Handeling: Het coördineren van de uitvoering van de Wet ambulancevervoer en de daarop gebaseerde besluiten en beleidsmaatregelen

Periode: 1977–1982

Grondslag: Instellingsbeschikking, art. 2c (Stcrt. 1977, 135, zoals gewijzigd bij Stcrt. 1980, 54)

Waardering: B 5

Actor: de minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren

41.

Handeling: Het aanwijzen van categorieën van inrichtingen voor de gezondheidszorg als ziekenhuisvoorziening in de zin der wet.

Periode: 1971–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 1 lid 2 en 3 (Stb. 1971, 268); Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 1 lid 2, onder b (Stb. 1979, 465)

Product: Besluit inzake aanwijzing Regionale Instellingen voor Beschermende Woonvormen als inrichting (Stcrt. 1985, 249)

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 1

49.

Handeling: Het aanwijzen van personen die de vergaderingen van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en de door het College ingestelde commissies mogen bijwonen, met raadgevende stem

Periode: 1971–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 13 (Stb. 1971, 268)

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

54.

Handeling: Het periodiek opstellen en aanbieden van een overzicht van beleidsvoornemens met betrekking tot functies, capaciteit, samenhang en spreiding van voorzieningen in academische ziekenhuizen aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal na overleg met de provinciale besturen

Periode: 1991–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 5a (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Opmerking Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

Waardering: B 3

55.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van richtlijnen die bij het ontwerpen van plannen voor ziekenhuisvoorzieningen (door de provinciale besturen) in acht moeten worden genomen.

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 3 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1978, 763 en Stb. 1990, 535)

Product: Besluit houdende vaststelling van richtlijnen voor het ontwerpen van plannen voor ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1986, 145; derde, gewijzigde, versie)

Opmerking: deze richtlijnen kunnen betrekking hebben op de in een plan aan te brengen samenhang tussen de betrokken ziekenhuisvoorzieningen en de hiermee samenhangende voorzieningen op het terrein van maatschappelijke dienstverlening en andere aanverwante terreinen en de aanmelding van academische ziekenhuizen.

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteren en de Minister van Defensie. Daarbij doet hij aan gedeputeerde staten mededeling van de voornemens met betrekking tot academische ziekenhuizen en militaire ziekenhuizen. Daarbij wordt tevens in overstemming met de Minister van Justitie mededeling gedaan van de omvang van de behoefte voor het opnemen van patiënten onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak.

Tot 1995 gold een adviesverplichting van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen.

Waardering: B 5

56.

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan Provinciale Staten voor het ontwerpen van plannen voor ziekenhuisvoorzieningen.

Periode: 1991–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 4 lid 1

Opmerking: Deze handeling geschiedt in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert. Met het geven van de aanwijzing start de minister de formele procedure voor het ontwerpen van een plan; Het betreft aanwijzingen voor het ontwerpen van plannen die betrekking hebben op academische ziekenhuizen.

Waardering: B 5

57.

Handeling: Het vaststellen en (tussentijds) herzien van een plan voor ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1971–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 5 lid 1 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1978, 763, en Stb. 1985, 695)

Product: besluit

Opmerking: Na ontvangst van:

– ontwerpplan (vastgesteld door Provinciale Staten);

– advies (opgesteld door College voor Ziekenhuisvoorzieningen).

Het plan heeft betrekking op een bepaald gebied en een bepaalde categorie voorzieningen.

Tot 1979: landelijk ziekenhuisplan.

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 5

59.

Handeling: Het overeenstemmen met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het verlenen, intrekken, verlengen of vervallen verklaren van een vergunning voor de bouw en exploitatie van een ziekenhuisvoorziening, gehoord het College voor Ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 6 en art. 17 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Opmerking: Een vergunning kan worden verleend onder beperkingen en met voorschriften (Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 15, lid 5 en 6).

Standaardprocedure voor verlenen van vergunning (m.i.v. 1979):

– afgifte verklaring (minister; kan vervallen worden verklaard of worden ingetrokken);

– goedkeuring programma van eisen (minister; niet altijd nodig);

– goedkeuring schetsontwerp (minister; steeds vereist);

– afgifte vergunning (minister; eventueel na goedkeuring bestedingsgerede stukken).

Standaardprocedure tot 1979:

– afgifte verklaring;

– afgifte vergunning.

– Adviestraject niet van toepassing bij vervallen verklaring van vergunning.

Via deze handeling wordt toezicht uitgeoefend op de naleving van de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: V, 10 jaar

60.

Handeling: Het besluiten op een aanvraag van een verklaring dat een academisch ziekenhuis past in een plan voor ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1991–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, artikel 10 lid 9 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Product: beschikking

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 5

61.

Handeling: Het beslissen op een aanvraag tot goedkeuring van een programma van eisen en/of een schetsontwerp voor de beoogde bouw van academische ziekenhuizen

Periode: 1990–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, artikel 14 lid 1 en (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Product: besluit

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 5

78.

Handeling: Het opstellen van een regeling of het doen van een voordracht daartoe betreffende een verbod om zonder vergunning wijzigingen aan te brengen in de bestemming van een ziekenhuis of een onderdeel daarvan, of verrichtingen uit te voeren of doen uitvoeren en/of apparatuur aan te schaffen voor een ziekenhuisvoorziening of te gebruiken in een ziekenhuisvoorziening.

Periode: 1990–

Grondslag: Wet Ziekenhuisvoorziening, art. 18 lid 5 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Product: ministeriële regeling

Opmerking: Het betreft hier academische ziekenhuizen.

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 5

81.

Handeling: Het bepalen dat een ziekenhuisvoorziening moet worden gesloten, gehoord het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en Gedeputeerde Staten

Periode: 1991–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18a lid 1 en 3 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763 en Stb. 1990, 535)

Opmerking: Deze handeling plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 5

97.

Handeling: Het eenmaal in de twee jaar vaststellen van een beleidsoverzicht ten aanzien van de ontwikkelingsgeneeskunde, inclusief de beschikbare financiële ruimte.

Periode: 1991–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18c lid 2 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en gehoord de Gezondheidsraad en de Ziekenfondsraad.

Ontwikkelingsgeneeskunde = de op wetenschappelijk inzicht gebaseerde ontwikkeling en evaluatie van methoden en technieken binnen de praktijkomstandigheden van een ziekenhuisvoorziening, waarvan de uiteindelijke toepassing ingrijpende kwalitatieve, maatschappelijke, ethische, juridische, financiële of organisatorische gevolgen in de gezondheidszorg kan hebben. (Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18c, lid 1)

Waardering: B 1

98.

Handeling: Het vaststellen van de procedure met betrekking tot de aanvraag en de verlening van de vergoeding van de kosten van ontwikkelingsgeneeskunde,

Periode: 1991–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18c, lid 5 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

Waardering: V, 6 jaar na wijziging

148.

Handeling: Het aangeven welke gegevens jaarlijks moeten worden verstrekt met betrekking tot ziekenhuisvoorzieningen.

Periode: 1982–

Grondslag: Besluit Informatievoorziening artikel 22 Wet ziekenhuisvoorzieningen, artt. 2 t/m 7 (Stb. 1982, 782)

Product: Besluit gegevens Wet ziekenhuisvoorzieningen academische ziekenhuizen (Stcrt. 1985, 147)

Opmerking: Het betreft hier ziekenhuisvoorzieningen in academische ziekenhuizen.

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

Waardering: B 5

Actor: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

142.

Handeling: Het stellen van regelen voor de terinzagelegging van de begroting, de balans en de winst- en verliesrekening van ziekenhuizen toebehorende aan publiekrechtelijke lichamen.

Periode: 1971–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 23 lid 2 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Deze regelen worden gesteld in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

Waardering: B 5

Actor: de Minister van Defensie

41.

Handeling: Het aanwijzen van categorieën van inrichtingen voor de gezondheidszorg als ziekenhuisvoorziening in de zin der wet.

Periode: 1971–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 1 lid 2 en 3 (Stb. 1971, 268); Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 1 lid 2, onder b (Stb. 1979, 465)

Product: Besluit inzake aanwijzing Regionale Instellingen voor Beschermende Woonvormen als inrichting (Stcrt. 1985, 249)

Opmerking: Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 1

49.

Handeling: Het aanwijzen van personen die de vergaderingen van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en de door het College ingestelde commissies mogen bijwonen, met raadgevende stem

Periode: 1971– 999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 13 (Stb. 1971, 268)

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar na ontslag

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

55.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van richtlijnen die bij het ontwerpen van plannen voor ziekenhuisvoorzieningen (door de provinciale besturen) in acht moeten worden genomen.

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 3 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Product: Besluit houdende vaststelling van richtlijnen voor het ontwerpen van plannen voor ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1986, 145; derde, gewijzigde, versie)

Opmerking: deze richtlijnen kunnen betrekking hebben op de in een plan aan te brengen samenhang tussen de betrokken ziekenhuisvoorzieningen en de hiermee samenhangende voorzieningen op het terrein van maatschappelijke dienstverlening en andere aanverwante terreinen en de aanmelding van academische ziekenhuizen.

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert en de minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren. Daarbij wordt tevens in overstemming met de Minister van Justitie mededeling gedaan van de omvang van de behoefte voor het opnemen van patiënten onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak.

Tot 1995 gold een adviesverplichting van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen.

Waardering: B 5

57.

Handeling: Het vaststellen en (tussentijds) herzien van een plan voor ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1971–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 5 lid 1 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1978, 763, en Stb. 1985, 695)

Product: besluit

Opmerking: Na ontvangst van:

– ontwerpplan (vastgesteld door Provinciale Staten);

– advies (opgesteld door College voor Ziekenhuisvoorzieningen).

Het plan heeft betrekking op een bepaald gebied en een bepaalde categorie voorzieningen.

Tot 1979: landelijk ziekenhuisplan.

Deze handeling geschiedt in overeenstemming met de minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren en de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 5

59.

Handeling: Het overeenstemmen met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert inzake het verlenen, intrekken, verlengen of vervallen verklaren van een vergunning voor de bouw en exploitatie van een ziekenhuisvoorziening, gehoord het College voor Ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 6 en art. 17 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Opmerking: Een vergunning kan worden verleend onder beperkingen en met voorschriften (Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 15, lid 5 en 6).

Standaardprocedure voor verlenen van vergunning (m.i.v. 1979):

– afgifte verklaring (minister; kan vervallen worden verklaard of worden ingetrokken);

– goedkeuring programma van eisen (minister; niet altijd nodig);

– goedkeuring schetsontwerp (minister; steeds vereist);

– afgifte vergunning (minister; eventueel na goedkeuring bestedingsgerede stukken).

Standaardprocedure tot 1979:

– afgifte verklaring;

– afgifte vergunning.

Adviestraject niet van toepassing bij vervallen verklaring van vergunning.

Via deze handeling wordt toezicht uitgeoefend op de naleving van de Wet ziekenhuisvoorzieningen.

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: V, 10 jaar

78.

Handeling: Het opstellen van een regeling of het doen van een voordracht daartoe betreffende een verbod om zonder vergunning wijzigingen aan te brengen in de bestemming van een ziekenhuis of een onderdeel daarvan, of verrichtingen uit te voeren of doen uitvoeren en/of apparatuur aan te schaffen voor een ziekenhuisvoorziening of te gebruiken in een ziekenhuisvoorziening

Periode: 1971–

Grondslag: Wet Ziekenhuisvoorzieningen, art. 18 lid 2 en 6 (Stb. 1971, 268, gewijzigd bij Stb. 1990, 535)

Product: ministeriële regeling

Opmerking: Het betreft hier militaire ziekenhuizen.

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 5

81.

Handeling: Het bepalen dat een ziekenhuisvoorziening moet worden gesloten, gehoord het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en Gedeputeerde Staten

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18a lid 1 en 3 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Opmerking: Deze handeling vindt plaats met betrekking tot militaire ziekenhuizen in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: B 5

143.

Handeling: Het stellen van regelen voor de terinzagelegging van de begroting, de balans en de winst- en verliesrekening van militaire ziekenhuizen.

Periode: 1971–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 23 lid 2 (Stb. 1971, 268)

Opmerking: Deze regelen worden gesteld in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert

Waardering: B 5

Actor: de Minister van Financiën

30.

Handeling: Het verlenen van een garantie aan een geldgever voor de rente en aflossing van een door een verpleeg- en behandelingsinrichting te sluiten lening ter financiering van bouw of herbouw, herstel en uitbreiding.

Periode: 1948–1957

Opmerking: Looptijd max. 20 jaar.

Deze handeling geschiedt in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: V, 40 jaar

33.

Handeling: Het verlenen van een garantie ten behoeve van bouw of herbouw, herstel en uitbreiding van inrichtingen voor gezondheidszorg.

Periode: 1957–1991

Grondslag: Garantieregeling inrichtingen voor gezondheidszorg 1958, art. 2 (Bijlage van de nota van wijziging begroting Departement van Sociale Zaken en Volksgezondheid; zitting 1957–1958, no. 4900, no. 11, (gewijzigd in zittin 1960, no. 6100, no. 10 harddruk) oktober 1960)

Opmerking: Deze handeling geschiedt in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: V, 40 jaar

Actor: de Minister van Justitie

49.

Handeling: Het aanwijzen van personen die de vergaderingen van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en de door het College ingestelde commissies mogen bijwonen, met raadgevende stem

Periode: 1971–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 13 (Stb. 1971, 268)

Product: Besluit

Waardering: V, 7 jaar

Deze handeling heeft uitsluitend betrekking op benoemingen waarbij geen sprake is van een rechtspositionele verhouding. In gevallen waarin wel sprake is van een rechtspositionele verhouding, moet gebruik worden gemaakt van de selectielijst voor personeelsdossiers van de rijksoverheid (P-direct)

81.

Handeling: Het bepalen dat een ziekenhuisvoorziening moet worden gesloten, gehoord het College voor Ziekenhuisvoorzieningen en Gedeputeerde Staten

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 18a lid 1 en 3 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763)

Product: beschikking

Opmerking: Het gaat hier om ziekenhuisvoorzieningen waar onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak uitsluitend of overwegend patiënten worden opgenomen.

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Vanaf 1991 vindt deze handeling ook plaats in overeenstemming met de minister onder wie onderwijs en wetenschap ressorteren.

Waardering: B 1

55.

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van richtlijnen die bij het ontwerpen van plannen voor ziekenhuisvoorzieningen (door de provinciale besturen) in acht moeten worden genomen.

Periode: 1979–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 3 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1978, 763 en Stb. 1990, 535)

Product: Besluit houdende vaststelling van richtlijnen voor het ontwerpen van plannen voor ziekenhuisvoorzieningen (Stcrt. 1986, 145; derde, gewijzigde, versie)

Opmerking: deze richtlijnen kunnen betrekking hebben op de in een plan aan te brengen samenhang tussen de betrokken ziekenhuisvoorzieningen en de hiermee samenhangende voorzieningen op het terrein van maatschappelijke dienstverlening en andere aanverwante terreinen en de aanmelding van academische ziekenhuizen.

De rol van de Minister van Justitie in deze handeling is het met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert overeenstemmen over de mededeling over de omvang van de behoefte voor het opnemen van patiënten onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie in het kader van de uitvoering van een rechterlijke uitspraak.

Tot 1995 gold een adviesverplichting van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen.

Waardering: B 5

Actor: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

145.

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een bijdrage uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten ter dekking van de uitgaven van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen

Periode: 1972–1999

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 17 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij de Wet tot aanpassing van de organisatie van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen, art. I A, Stb. 1972, 773)

Opmerking: deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: V, 10 jaar

50.

Handeling: Het goedkeuren van de begroting en van de rekening en verantwoording van inkomsten en uitgaven van het College voor Ziekenhuisvoorzieningen.

Periode: 1972–

Grondslag: Wet ziekenhuisvoorzieningen, art. 2 lid 16 (Stb. 1971, 268, zoals gewijzigd bij Stb. 1972, 773), en Besluit financieel beheer College voor Ziekenhuisvoorzieningen, artt. 5, 11, 12 en 14 (Stb. 1975, 56)

Opmerking: Incl. wijzigingen en aanvullende begrotingen (Besluit financieel beheer College voor Ziekenhuisvoorzieningen, art. 5)

Deze handeling vindt plaats in overeenstemming met de minister onder wie Volksgezondheid ressorteert.

Waardering: V, 10 jaar

Concordantie tussen BSD en RIO

BSD

RIO

Toelichting

RIO

BSD

Toelichting

1

 

Nieuw

1

41

 

2

59

 

2

134

 

3–16

 

Nieuw

3

25, 26

 

17

56

 

4

30

 

18–24

 

Nieuw

5

55

 

25, 26

3

 

6

56

 

27–29

 

Nieuw

7

57

 

30

4

 

8

135

 

32–40

 

nieuw

9

68

 

41

1

 

10

68, 69

 

42

 

Nieuw

11

70

 

43–48

45

 

12

68

 

45

48

 

13

84

 

49

 

Nieuw

14

84

 

50

48

 

15

84

 

51–54

 

Nieuw

16

72

 

55

5

 

17

136

 

56

6

 

18–21

58

veralgemeniseerd

57

7

 

22

59

 

58

18 - 21

veralgemeniseerd

23

59, 65, 79

 

59

22, 23

 

24

135

 

60, 61

 

Nieuw

25

138

 

63, 64

 

Nieuw

26

73

veralgemeniseerd

65

23

 

27

75

 

66, 67

 

Nieuw

28

76

 

68

9, 10, 12

 

29

75

 

69

10

 

30 - 32

137

 

70

11

 

33

81

 

71

 

Nieuw

34

85

 

72

16

 

35

86

 

73

26

Veralgemeniseerd

36

92

 

74

 

Nieuw

37

Verwijderd

CSZ heeft eigen selectielijst

75

27

 

38

102

 

76

28

 

39

103

 

78

 

Nieuw

40

103 en 148

 

79

23, 29

 

41

Verwijderd

Doorzenden is geen handeling.

81

33

 

42

108

 

82

 

Nieuw

43

109

 

84

13–15

 

44

147

 

85

34

 

45

43–48

 

86

35

 

46, 47

113

Veralgemeniseerd

87–91

 

Nieuw

48

45, 50

 

92

36

 

49

117

Veralgemeniseerd

93–101

 

Nieuw

50

120

Veralgemeniseerd

102

38

 

51

120

Veralgemeniseerd

103

39, 40

 

52

119

Veralgemeniseerd

104

 

Nieuw

53–55

118

Veralgemeniseerd

105–107

 

Nieuw

56

17

 

108

42

 

57

139, 140

 

109

43

 

58

141

 

110, 111

 

Nieuw

59

2

 

113

46, 47

 

60

129

 

114–116

 

Nieuw

61–64

127

Veralgemeniseerd

117

49

Veralgemeniseerd

65

128

 

118

53–55

Veralgemeniseerd

   

119

52

Veralgemeniseerd

   

120

50, 51

Veralgemeniseerd

   

121–126

 

Nieuw

   

127

61–64

    

128

65

    

129

60

    

130–133

 

Nieuw

   

134

2

    

135

8, 24

    

136

17

    

137

30–32

    

138

25

    

139

57

    

140

57

    

141

58

    

142

39

    

143

39, 40

    

145

 

Nieuw

   

147

44

    

148

39, 40

    
Naar boven