Wijziging Tijdelijke regeling toezichtsgebied klassieke varkenspest 2006

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 mei 2006, nr. TRCJZ/2006/1535, houdende de wijziging van de Tijdelijke regeling toezichtsgebied klassieke varkenspest 2006

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 10, eerste lid, van Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224);

Gelet op de artikelen 17, 30 en 31 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;

Besluit:

Artikel I

De Tijdelijke regeling toezichtsgebied klassieke varkenspest 20061 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

a. gebied: gebied als beschreven in bijlage 1 of bijlage 2 bij deze regeling;.

2. Onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel d, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

e. VWA: Voedsel en Waren Autoriteit.

B

Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

Het is in een gebied verboden te handelen in strijd met de in bijlage 1 en bijlage 2 bij de onderscheiden aangewezen gebieden telkens van toepassing verklaarde artikelen of artikelonderdelen van deze regeling.

C

Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3a

De Inspecteur Generaal van de VWA kan in noodsituaties met betrekking tot vee en pluimvee onder voorwaarden toestemming verlenen voor vervoer van dieren in afwijking van het bepaalde in de artikelen 2 en 3.

D

Na artikel 5 worden de volgende artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

1. Het is verboden slachtvarkens vanuit het gebied naar een slachthuis of een exportverzamelplaats in Nederland te vervoeren.

2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:

a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt;

b. een dierenarts de varkens ten hoogste 24 uur voor vervoer klinisch heeft onderzocht overeenkomstig bijlage 3;

c. de dierenarts de houder van de varkens een verklaring heeft overgelegd op grond van het in onderdeel b genoemde onderzoek en de houder de verklaring bewaart op zijn bedrijf;

d. het vervoermiddel waarmee de varkens worden vervoerd bij het verlaten van de plaats van lading wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Inspecteur Generaal van de VWA goedgekeurd protocol en dat is gepubliceerd op www.vwa.nl ;

e. de varkens tijdens het vervoer per vervoermiddel vergezeld gaan van een kopie van de in onderdeel c genoemde verklaring;

f. het slachthuis niet is gelegen in het gebied, bedoeld in bijlage I, en

g. er wordt voldaan aan de artikelen 63 en 73 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.

3. Een vervoermiddel dat op een slachthuis met geringe capaciteit heeft gelost, welk slachthuis niet beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 59, vijfde lid, van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, wordt rechtstreeks naar de dichtstbijzijnde overeenkomstig artikel 78 van Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekte en zoönosen en TSE’s geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaats gebracht om daar te worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig bijlage 10 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekte en zoönosen en TSE’s.

Artikel 5b

1. Het is verboden varkens, niet zijnde slachtvarkens, vanaf een bedrijf gelegen binnen het gebied, naar een ander bedrijf tevens gelegen binnen het gebied te vervoeren.

2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:

a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt;

b. een dierenarts de varkens ten hoogste 24 uur voor vervoer klinisch heeft onderzocht overeenkomstig bijlage 3;

c. de dierenarts de houder van de varkens een verklaring heeft overgelegd op grond van het in onderdeel b genoemde onderzoek en de houder de verklaring bewaart op zijn bedrijf;

d. het vervoermiddel waarmee de varkens worden vervoerd bij het verlaten van de plaats van lading wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Inspecteur Generaal van de VWA goedgekeurd protocol en dat is gepubliceerd op www.vwa.nl;

e. de varkens tijdens het vervoer per vervoermiddel vergezeld gaan van een kopie van de in onderdeel c genoemde verklaring, en

f. er wordt voldaan aan de artikelen 63 en 73 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.

3. Indien op de plaats van lossing geen geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaats, als bedoeld in artikel 78 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, aanwezig is, wordt het vervoermiddel rechtstreeks naar de dichtstbijzijnde overeenkomstig artikel 78 van Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekte en zoönosen en TSE’s geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaats gebracht om daar te worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig bijlage 10 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekte en zoönosen en TSE’s.

Artikel 5c

1. Het is verboden varkens, niet zijnde slachtvarkens, vanaf een bedrijf gelegen binnen het gebied, naar een ander bedrijf of een exportverzamelplaats, gelegen buiten het gebied, niet zijnde het gebied, bedoeld in bijlage I, maar gelegen binnen Nederland te vervoeren.

2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:

a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt;

b. een dierenarts de varkens ten hoogste tien dagen voor vervoer serologisch heeft onderzocht overeenkomstig bijlage 4 en ten hoogste 24 uur voor vervoer klinisch heeft onderzocht overeenkomstig bijlage 3;

c. de dierenarts de houder van de varkens een verklaring heeft overgelegd op grond van het in onderdeel b genoemde onderzoek en de houder de verklaring bewaart op zijn bedrijf;

d. het vervoermiddel waarmee de varkens worden vervoerd bij het verlaten van de plaats van lading wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Inspecteur Generaal van de VWA goedgekeurd protocol en dat is gepubliceerd op www.vwa.nl ;

e. de varkens tijdens het vervoer per vervoermiddel vergezeld gaan van een kopie van de in onderdeel c genoemde verklaring en van de laboratoriumuitslag van het in onderdeel b bedoelde serologische onderzoek, en

f. er wordt voldaan aan de artikelen 63 en 73 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.

3. Indien op de plaats van lossing geen geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaats, als bedoeld in artikel 79 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, aanwezig is, wordt het vervoermiddel rechtstreeks naar de dichtstbijzijnde overeenkomstig artikel 78 van Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekte en zoönosen en TSE’s geregistreerde reinigings- en ontsmettingsplaats gebracht om daar te worden gereinigd en ontsmet, overeenkomstig bijlage 10 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekte en zoönosen en TSE’s.

Artikel 5d

1. Indien een dierenarts de verklaring, bedoeld in de artikelen 5a, tweede lid, 5b, tweede lid, en 5c, tweede lid, op grond van het protocol, zoals opgenomen in bijlage 3, niet mag afgeven, neemt hij zes EDTA-bloedmonsters. Hij neemt tevens bloedmonsters indien hij daartoe om andere redenen aanleiding ziet.

2. De bloedmonsters, bedoeld in het eerste lid, worden als eerste genomen van de dieren met koorts en worden in voorkomend geval aangevuld met bloedmonsters van dieren die met die dieren in direct contact staan.

Artikel 5e

Het is verboden met een vervoermiddel vee, niet zijnde varkens, en pluimvee afkomstig van een plaats waar tevens varkens worden gehouden, van binnen het gebied naar buiten het gebied, niet zijnde het gebied bedoeld in bijlage 1, te vervoeren, tenzij het vervoermiddel bij het verlaten van de plaats van lading wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Inspecteur Generaal van de VWA goedgekeurd protocol en dat is gepubliceerd op www.vwa.nl .

Artikel 5f

De artikelen 5a, tweede en derde lid, 5b, tweede lid, 5c, tweede lid, zijn niet van toepassing op voertuigen die afkomstig zijn uit een lidstaat en na lossing rechtstreeks en leeg naar een lidstaat worden gebracht.

Artikel 5g

1. Het is verboden diensten, waarbij de stallen van varkens worden betreden, aan te bieden zowel aan houders van varkens in het gebied en als aan houders van varkens buiten het gebied.

2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien na de in het eerste lid bedoelde levering van diensten aan een houder in het gebied, een periode van drie dagen in acht wordt genomen voordat diensten worden aangeboden aan een houder van varkens buiten het gebied.

Artikel 5h

1. Het is verboden een vervoermiddel dat is gebruikt voor het afleveren van veevoeder voor varkens binnen het gebied, te gebruiken voor de aflevering van veevoeder buiten het gebied.

2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien:

a. na de levering van veevoeder voor varkens op een bedrijf in het gebied een periode van drie dagen ligt voordat het vervoermiddel veevoeder voor varkens levert op een bedrijf buiten het gebied, en

b. het vervoermiddel waarmee het veevoer voor varkens wordt vervoerd bij het verlaten van de plaats van levering wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Inspecteur Generaal van de VWA goedgekeurd protocol en dat is gepubliceerd op www.vwa.nl.

Artikel 5i

1. Het is verboden mest van varkens buiten het gebied te brengen.

2. Het is verboden mest van varkens aan te wenden in het gebied.

3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing indien de mest direct in de grond wordt geïnjecteerd.

Artikel 5j

Deze regeling laat onverlet de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s en de Regeling handel levende dieren en levende producten.

E

Artikel 6 komt te luiden:

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling gebieden klassieke varkenspest 2006.

F

De bijlage bij de regeling wordt vervangen door de bijlagen 1 tot en met 4 zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel II

Deze regeling wordt aan de media bekendgemaakt en treedt 11 mei 2006 om 16.00 uur in werking.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
overeenkomstig het door de minister genomen besluit:
de Directeur-Generaal, R.M. Bergkamp.

Bijlage 1

Toezichtsgebied Borken (Duitsland)

1. De artikelen 1 tot en met 5, 5g, 5j en 6 van de regeling zijn op dit gebied van toepassing.

2. Het gebied is begrensd als volgt:

1. Vanaf de kruising van Oude Bocholtsebaan (gemeente Winterswijk) en Meester Brouwerlaan, de Meester Brouwerlaan volgend in oostelijke richting tot aan De Slingeweg.

2. De Slingeweg volgend in noordelijke richting tot aan Kottenseweg.

3. Kottenseweg volgend in oostelijke richting tot aan Aalbrinkstegge.

4. Aalbrinkstegge volgend in noordoostelijke richting tot aan Vosseveldseweg.

5. Vosseveldseweg volgend in zuidelijke richting tot aan Bekeringweg.

6. Bekeringweg volgend in noordelijke richting tot aan Bredelerweg.

7. Bredelerweg volgend in noordoostelijke richting tot aan Illebergdiek.

8. Illebergdiek volgend in zuidoostelijke richting tot aan de grens van Nederland en Duitsland.

9. De grens van Nederland en Duitsland volgend in zuidwestelijke richting tot aan Brandenweg (gemeente Winterswijk).

10. Brandenweg volgend in noordelijke richting tot aan Holdersweg.

11. Holdersweg volgend in noordoostelijke richting tot aan Meerdinkweg.

12. Meerdinkweg volgend in noordelijke richting tot aan Boveltweg.

13. Boveltweg volgend in westelijke richting tot aan Schoolweg.

14. Schoolweg volgend in noordoostelijke richting tot aan Hijinkhoekweg.

15. Hijinkhoekweg volgend in noordelijke richting tot aan Oude Bocholtsebaan.

16. Oude Bocholtsebaan volgend in noordelijke richting tot aan kruising met Meester Brouwerlaan.

Bijlage 2

Buffergebied bij toezichtsgebied Borken (Duitsland)

1. De artikelen 1, 1a, 5a tot en met 6 van de regeling zijn op dit gebied met uitzondering van het gebied bedoeld in bijlage I van toepassing.

2. Het gebied is begrensd als volgt:

1. Vanaf de Kruising van de A1 met de rivier de IJssel (Deventer), de A1 volgend in oostelijke richting overgaand in de A35/A1 (Knooppunt Azelo) overgaand in de A1 (Knooppunt Buren) tot aan de grens met Duitsland ter hoogte van de plaats De Lutte (gemeente Losser).

2. De Landgrens van Nederland met Duitsland volgend in zuidelijke richting overgaand in westelijke richting tot aan de rivier de Rijn (ter hoogte van de plaats Spijk, gemeente Rijnwaarden)

3. De rivier de Rijn volgend in westelijke richting, overgaand in het Bijlands Kanaal, overgaand in het Pannerdens Kanaal overgaand in de rivier de Nederrijn, overgaand in de rivier de IJssel tot aan de kruising van de rivier de IJssel met de A1 (Deventer)

Bijlage 3

Bijlage behorende bij de artikelen 5a, tweede lid, onderdeel b, 5b, tweede lid, onderdeel b, 5c, tweede lid, onderdeel b

Klinische inspectie op een bedrijf:

– Anamnese afnemen waarin gevraagd wordt naar recente problemen.

– Klinische inspectie waarbij alle varkens visueel beoordeeld worden. Extra aandacht voor groepen dieren waarbij uit anamnese is gebleken dat er mogelijk iets aan de hand is.

– Temperaturen van een aantal dieren volgens bijgevoegde lijst, zoveel mogelijk op geleide van visuele beoordeling van de dieren (5% prevalentie, 95% betrouwbaarheid) (koorts is: zeugen/beren > 39 °C, vleesvarken/gelt > 40 °C, ongespeende/gespeende big > 40,5 °C)

Beoordeling:

– Bij het vinden van een dier met koorts worden minimaal 5 andere dieren in de directe omgeving van het dier getemperatuurd.

– Indien op deze wijze minimaal 2 dieren met koorts worden aangetroffen in één afdeling, of minimaal 3 dieren met koorts verspreid over het bedrijf, wordt geen verklaring voor transport afgegeven.

Bijlage 4

Behorende bij artikel 5c, tweede lid, onderdeel b

– Het serologische onderzoek omvat het afnemen van bloedmonster van een aantal dieren volgens onderstaande lijst (5% prevalentie, 95% betrouwbaarheid)

– Bloedmonsters worden op de dag van afname verstuurd naar CIDC-Lelystad, ter attentie van de afdeling DSU:

CIDC-Lelystad

t.a.v. afdeling DSU

Postbus 2004

8203 AA Lelystad

Steekproefgrootte voor detectie van genoemde prevalenties met 95% betrouwbaarheid

Aantal dieren op bedrijf

Aantal dieren onderzoeken

* = benadering van exacte aantal dieren

1–19

alles

20

19

21

20

22

21

23–24

22

25

23

26–27

24

28

25

29–30

26

31–32

27

33–34

28

35–36

29

37–38

30

39–40

31

41–43

32

44–45

33

46–48

34

49–51

35

52–54

36

56–58

37

59–62

38

63–67

39

68–72

40

73–77

41

78–83

42

84–90

43

91–98

44

99–107

45

108–117

46

118–130

47

131–144

48

145–162

49

163–184

50

185–211

51

212–247

52

248–297

53

298–369

54

370–483

55

484–691

56

692–1150*

57

1151*–4000*

58

4001* en meer

59

Toelichting

In de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen zijn op 5 en 9 mei 2006 nieuwe uitbraken van klassieke varkenspest (hierna: KVP) bevestigd. De uitbraak van 9 mei 2006 betreft een varkenshouderij die in de nabijheid van de Nederlandse grens is gelegen. Hierdoor is het toezichtsgebied dat in een straal van 10 kilometer om de uitbraak is gelegen voor een gedeelte op Nederlands grondgebied komen te liggen. De gebiedsomschrijving alsmede de in het gebied geldende maatregelen, waaronder een vervoersverbod voor landbouwhuisdieren, zijn in de Tijdelijke regeling toezichtsgebied klassieke varkenspest 2006 vastgesteld op 9 mei 2006. Deze regeling is onmiddellijk na de bekendmaking via de media in werking getreden.

In overleg met de Commissie van de Europese Gemeenschappen is besloten aanvullend op de instelling van het toezichtsgebied een buffergebied vast te stellen. Daartoe wijzigt onderhavige regeling de Tijdelijke regeling toezichtsgebied klassieke varkenspest 2006. Door deze wijzigingsregeling worden in de bijlagen 1 en 2 van de regeling de onderscheiden gebieden beschreven en wordt vastgesteld welke bepalingen uit de regeling in de respectieve gebieden van toepassing zijn. Binnen het buffergebied worden ter preventie van de insleep en verspreiding van het KVP-virus voorwaarden gesteld aan de afvoer van varkens en de verplaatsing van vervoermiddelen. Voorts worden ten aanzien van bezoekers die in de uitoefening van hun beroep de varkensbedrijven gelegen binnen het buffergebied bezoeken nadere bioveiligheidseisen gesteld.

Slachtvarkens afkomstig van een bedrijf dat binnen het buffergebied is gelegen mogen slechts, na klinisch onderzoek door een dierenarts, rechtstreeks naar een slachthuis of exportverzamelplaats binnen Nederland vervoerd worden. Dit slachthuis is niet gelegen in het toezichtsgebied. Voor het rechtstreekse vervoer van deze varkens naar het buitenland geldt deze bepaling niet. Varkens, anders dan slachtvarkens, van een bedrijf gelegen binnen het buffergebied mogen rechtstreeks worden vervoerd naar een ander bedrijf in het buffergebied na klinisch onderzoek door een dierenarts en naar een bedrijf gelegen buiten het buffergebied in Nederland na zowel klinisch en serologisch onderzoek. Voor het rechtstreekse vervoer van deze varkens naar een bedrijf naar het buitenland gelden deze beperkingen niet.

Het bloedonderzoek dat volgt op het niet afgeven van een verklaring geldt als een vorm van ‘early warning’. Dit betekent dat een bedrijf waar dit onderzoek heeft plaatsgevonden niet om die reden verdacht wordt verklaard.

Tijdens het vervoer gaan de varkens per vervoermiddel waarin zij worden vervoerd, vergezeld van de verklaring van de dierenarts dat de varkens geen klinische verschijnselen van varkenspest vertonen en van een afdruk van de uitslag van de serologische test.

De bij het vervoer van bovengenoemde varkens gebruikte vervoermiddelen dienen bij het verlaten van de plaats van lading van de varkens gereinigd en ontsmet te worden overeenkomstig een door de Voedsel en Waren Autoriteit goedgekeurd protocol. Dit protocol is gepubliceerd op de internetsite van de VWA (www.vwa.nl). Na lossing van de varkens dienen de betreffende vervoermiddelen, na eerst te zijn gereinigd en ontsmet op de plaats van lossing, gereinigd en ontsmet te worden op een erkende wasplaats. Deze eisen aan reiniging en ontsmetting worden (in artikel 5d) ook gesteld ten aanzien van vervoermiddelen waarmee vee, anders dan varkens, en pluimvee, die afkomstig zijn van een plaats binnen het buffergebied waar tevens varkens gehouden worden vervoerd naar buiten het buffergebied. Voertuigen die afkomstig zijn uit een lidstaat en na lossing rechtstreeks en leeg naar een lidstaat worden gebracht zijn, voor wat betreft deze regeling, van de aanvullende reiniging en ontsmetting op een geregistreerde wasplaats uitgezonderd. Hierbij zij opgemerkt dat ten aanzien van deze voertuigen het normale regime inzake reiniging en ontsmetting van toepassing is.

Personen die (beroepsmatig) diensten hebben verricht aan een houder van varkens in het buffergebied en daarbij de stallen van de varkens betreden, mogen dergelijke diensten op grond van artikel 5f niet aanbieden bij houders van varkens buiten het buffergebied, tenzij in de tussenliggende periode drie dagen zijn verstreken. Hierbij denke men aan veeartsen en monteurs die in varkensstallen werkzaamheden verrichten.

Vervoermiddelen die gebruikt zijn voor de levering van veevoeder voor varkens op een bedrijf in het buffergebied mogen slechts buiten het buffergebied veevoeder voor varkens afleveren, indien in de tussenliggende periode drie dagen zijn verstreken.

Het is verboden mest van varkens en mengmest waaraan mest van varkens is toegevoegd te vervoeren uit het buffergebied. In het buffergebied is het verboden om mest van varkens, dan wel mest waarin mest van varkens is gemengd, uit te rijden over het land. Het is wel toegestaan mest van varkens direct in de grond te injecteren.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

overeenkomstig het door de minister genomen besluit:

de Directeur-Generaal,

R.M. Bergkamp

  • 1

    Ministeriële regeling van 9 mei 2006.

Naar boven