Vergunning voor het uitvoeren van luchtvaartvertoningen met Lynx-helikopters

27 april 2006

Nr. MLA/031/2006

De Staatssecretaris van Defensie,

Gelet op artikel 17, eerste lid, van de Luchtvaartwet, artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement, alsmede STANAG 3533 (Flying and Static Displays);

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

Artikel 1

Aan de commandant van de groep maritieme helikopters te Den Helder wordt tot 1 januari 2007 vergunning verleend voor het houden van een luchtvaartvertoning met een of meer Lynx-helikopters van de Koninklijke marine.

Artikel 2

1. De gezagvoerder van een deelnemende Lynx-helikopter dient:

a. bij de voorbereiding en de uitvoering van het vliegprogramma strikt de hand te houden aan de voorwaarden en bepalingen vervat in STANAG 3533 (Edition nr. 6) van 3 februari 2003 (Flying and Static Displays);

b. zich strikt te houden aan de door of namens de veiligheidscoördinator gegeven richtlijnen en het door of namens de veiligheidscoördinator uitgegeven demonstratieprogramma.

2. De stafofficier voorlichting van het Commando Zeestrijdkrachten treedt op als veiligheidscoördinator.

Artikel 3

Aan de vergunning zijn de volgende voorwaarden verbonden:

a. het overvliegen van het publiek is niet toegestaan;

b. de vertoning moet zodanig worden uitgevoerd dat geen personen of zaken in gevaar worden gebracht en het altijd mogelijk is op een veilige wijze een noodlanding uit te voeren;

c. tijdens het voorvliegen mogen uitsluitend personen in het deelnemende luchtvaartuig aanwezig zijn die essentieel zijn voor het besturen van het luchtvaartuig en het uitvoeren van de demonstratie;

d. de aanvliegsector en de uitvliegsector dienen zich te bevinden boven open water of weilanden; woongebieden, industriegebieden en tankparken dienen te worden vermeden;

e. het vertoninggebied dient gedurende de demonstraties vrij te zijn van niet betrokken scheepvaart en pleziervaart;

f. aan de gezagvoerder van een deelnemende Lynx-helikopter wordt ontheffing verleend van het verbod, opgenomen in artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement, om lager te vliegen dan de minimum vlieghoogte tot een hoogte van 200 voet voor langsvluchten; tijdens de ‘hover’-demonstratie van de helikopter mag tot 0 voet AGL/AMSL (verticaal gemeten) worden gedaald en mag in geen geval dichter dan 30 meter (horizontaal gemeten) van het publiek worden gevlogen; dit geldt tevens voor de transitie van de langsvlucht naar de hover-demonstratie en na afloop daarvan;

g. de minimum scheidingsafstand tussen de vertoninglijn en de publieklijn is afhankelijk van de maximum snelheid die wordt bereikt tijdens de vertoning; de minimum scheidingsafstanden zijn weergegeven in onderstaande tabel;

Maximumsnelheid in kt IAS

Type vertoning

 

Langsvluchten

Kunstvluchten

Minder dan 100 kt

50 meter

100 meter

100 - 200 kt

100 meter

150 meter

200 - 300 kt

150 meter

200 meter

Meer dan 300 kt

200 meter

250 meter

h. de minimum zichtafstand voor de demonstratie bedraagt voor de Lynx-helikopter: 1 km; de wolkenbasis dient 1000 voet te bedragen (500 voet voor langsvluchten);

i. ter hoogte van het demonstratiegebied dient door de organisator toezicht te worden uitgeoefend;

j. de vertoning mag bestaan uit: het landen, het opstijgen, het voorvliegen, het uitvoeren van redding- of boardingdemonstraties, alsmede het uitvoeren van parachutesprongen met en vanuit een Lynx-helikopter;

k. onderdelen van de luchtvaartvertoning dienen gescheiden in tijd plaats te vinden; gezagvoerders onderhouden onderling contact via de boordradio;

l. indien de luchtvaartvertoning plaatsvindt in de control zone (CTR) van een gecontroleerd luchtvaartterrein dient het hoofd luchtverkeersleiding van het desbetreffende luchtvaartterrein tijdig te worden geïnformeerd om eventuele nadere afspraken te maken;

m. het terrein voor het landen en opstijgen van de Lynx-helikopter dient tenminste zodanige afmetingen te hebben, dat daarin een denkbeeldige cirkel kan worden beschreven met een diameter van anderhalf maal de lengte over alles van het betrokken hefschroefvliegtuig, terwijl de hindernissituatie in de directe omgeving van het heliterrein zodanig moet zijn, dat een veilige landing en opstijging kan worden uitgevoerd;

n. in de onmiddellijke omgeving van het heliterrein moeten in het geval, genoemd in onderdeel l, voldoende geschikte terreinen aanwezig zijn voor het uitvoeren van een nood- of voorzorgslanding bij een plotseling optredende storing van een motor;

o. alvorens op een zodanig heliterrein te landen moet de gezagvoerder de omgeving van het heliterrein hebben verkend en zich op de hoogte hebben gesteld van de terreinomstandigheden en de hindernissituatie;

p. eventuele aanwijzingen van de veiligheidscoördinator Koninklijke marine, politie of brandweer, gegeven in het belang van de openbare orde of de brandveiligheid, dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd;

q. bij de voorbereiding en de uitvoering van de vertoning moeten de algemene voorschriften en bepalingen, voor zover op deze vertoning van toepassing, worden nagekomen;

r. voor aanvang van de vertoning dient de commandant van de groep maritieme helikopters telefonisch contact op te laten nemen met MilATCC Nieuw-Milligen, tel. 0577-456366 en LVNL, Supervisor ACC, tel. 020-4062200.

Artikel 4

1. De commandant van de groep maritieme helikopters zorgt dat het uitvoeren van de luchtvaartvertoning minimaal vijf werkdagen voorafgaand aan de luchtvaartvertoning per fax wordt gemeld aan:

a. Korps Landelijke Politiediensten, Dienst Luchtvaartpolitie, tel. 020-502 5693, fax 020-502 5699;

b. Inspectie Verkeer en Waterstaat, t.a.v. coördinator luchtvaartvertoningen, tel. 023-566 3000, fax 023-566 3013;

c. Supervisor MilATCC Nieuw Milligen, tel. 0577-45 6366, fax 0577-45 8323;

d. Luchtverkeersleiding Nederland, OPS Helpdesk, tel. 020-406 2201, fax 020-406 3672;

e. ter info aan: Ministerie van Defensie/Commando Zeestrijdkrachten/MARSITCEN, tel. 0223-65 8284, fax 0223-65 8133.

2. In de fax, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende gegevens opgenomen:

a. een afbeelding van de locatie met de LAT/LONG-positie van het vertoningterrein;

b. de datum en het tijdsbestek van de luchtvaartvertoning;

c. de naam en het telefoonnummer van de veiligheidscoördinator.

3. Na ontvangst van de melding, bedoeld in het eerste lid, geeft het MilAIS Nieuw Milligen een NOTAM uit met betrekking tot de luchtvaartvertoning. Niet deelnemend verkeer zal worden verzocht het cirkelvormig gebied met een straal van twee nautische mijlen te mijden van grondniveau tot 1500 voet boven gemiddeld zeeniveau.

4. Voor aanvang van de luchtvaartvertoning dient door tussenkomst van de veiligheidscoördinator een verklaring van geen bezwaar van de burgemeester van de betrokken gemeente te worden verkregen die tijdens de vertoning kan worden overgelegd.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 31 december 2006.

Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Defensie,voor deze:
de directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,
P.M.A. Vorderman,
generaal-majoor KLu b.d.

Tegen deze beschikking kan bezwaar worden ingesteld bij de Minister van Defensie, door middel van een bezwaarschrift, dat binnen zes weken na inwerkingtreding van de beschikking bij de Minister van Defensie (Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage) moet worden ingediend.

Toelichting

De Lynx-helikopter van de Koninklijke marine voert geregeld demonstraties uit ter opluistering van lokale evenementen. Voor het uitvoeren van een luchtvaartvertoning (vliegdemonstratie) is een vergunning nodig op basis van artikel 17 van de Luchtvaartwet. Daarnaast is voor het uitvoeren van een luchtvaartvertoning een ontheffing benodigd van de minimum vlieghoogte op grond van artikel 45 van het Luchtverkeersreglement.

Met deze beschikking wordt voor de duur van het kalenderjaar 2006 aan de commandant van de groep maritieme helikopters te Den Helder vergunning verleend voor het uitvoeren van luchtvaartvertoningen waarbij tevens ontheffing wordt verleend voor het vliegen beneden de reguliere vlieghoogte tijdens de vliegdemonstraties.

In overleg met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat wordt overgegaan tot de afgifte van een periodieke vergunning tot 1 januari 2007. Hierbij dient wel aan enkele voorwaarden te worden voldaan, die in de beschikking zijn opgenomen.

Naar boven