Verklaring met betrekking tot Return and Emigration of Aliens from the Netherlands (REAN)

De ondergetekenden,

de Staat der Nederlanden, waarvan de zetel is gevestigd in Den Haag, (Ministerie van Justitie), vertegenwoordigd door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, en

de Nederlandse missie van de Internationale Organisatie voor Migratie, gevestigd aan de Badhuisweg 11, 2587 CA te Den Haag, vertegenwoordigd door de Chief of Mission;

Verklaren hierbij met ingang van 1 mei 2006 van kracht te zijn:

- Return and Emigration of Aliens from the Netherlands (REAN) uitvoeringsregeling 2006, inclusief bijlagen;

- Return and Emigration of Aliens from the Netherlands (REAN) financieringsregeling 2006, inclusief bijlagen.

Bovenstaande regelingen zijn als bijlage gevoegd bij deze verklaring en zullen na ondertekening van deze verklaring worden gepubliceerd in de Staatscourant. De uitvoeringsregeling en de financieringsregeling van het Terugkeerprogramma als gepubliceerd in de Staatscourant op 24 december 1991 (Stc. 250) komen met de inwerkingtreding van de REAN-uitvoeringsregeling en de REAN-financieringsregeling te vervallen.

Aldus in tweevoud opgemaakt en ondertekend te Den Haag d.d. 11 april 2006.
De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,M.C.F. Verdonk.
Chief of Mission IOM Nederland,
J.C.H. van der Aalst.

Bijlage I REAN

Uitvoeringsregeling 2006

Artikel 1: De Internationale Organisatie voor Migratie

De werkzaamheden van de missie van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland zijn gebaseerd op het Samenwerkingsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Migratie (Traktatenblad 1997, 259). Artikel I van dit verdrag bepaalt dat de IOM migratieprogramma’s en andere werkzaamheden uitvoert.

De wijze van uitvoering van deze programma’s en werkzaamheden, alsmede de wijze van financiering, wordt overeengekomen, namens de Directeur-Generaal van de IOM, door het hoofd van de IOM-missie in Nederland en de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

Artikel 2: Schets van het REAN-programma

Het REAN-programma is gericht op de uitvoering van een humaan en effectief beleid voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging van bepaalde categorieën vreemdelingen. Om dit doel te bereiken, gebaseerd op haar mandaat en afhankelijk van de beschikbare middelen, heeft de IOM missie in Nederland tot taak voorlichting te geven, aanvragen voor vertrek in behandeling te nemen, de reis te arrangeren en het vertrek te begeleiden. Indien het vertrek of de hervestiging feitelijk kan worden gerealiseerd, draagt de IOM ook zorg voor het uitkeren van financiële bijdragen voor de zelfstandige terugkeer of hervestiging in een derde land. Voorts kan de IOM voor bepaalde categorieën vertrekkers, zoals alleenstaande minderjarige vreemdelingen, specifieke voorzieningen treffen.

Artikel 3: Doelgroep

Het REAN-programma is in de eerste plaats bedoeld voor vreemdelingen die met toestemming van de Nederlandse overheid hier te lande verblijven in afwachting van een beslissing op hun aanvraag om verblijf of na een afwijzing van hun aanvraag. Ook vreemdelingen met een verblijfsvergunning die terug wensen te keren of zich wensen te hervestigen kunnen een beroep doen op het REAN-programma indien zij voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 4 en geen aanspraak maken op de remigratieregeling. Vreemdelingen die op grond van de vreemdelingenwetgeving niet of niet meer in Nederland mogen verblijven, zijn niet bij voorbaat van het programma uitgesloten.

Artikel 4: Voorwaarden

Om in aanmerking te kunnen komen voor IOM-assistentie op grond van het REAN-programma, gelden alle volgende voorwaarden:

a) de betrokkene heeft zich naar Nederland begeven met de intentie zich voor lange duur alhier te vestigen;

b) de betrokkene beschikt niet over voldoende financiële middelen om op eigen gelegenheid uit Nederland te vertrekken;

c) de betrokkene is geen onderdaan van één van de in bijlage 1 genoemde landen;

d) de betrokkene verleent medewerking aan de IOM door het (laten) verstrekken van benodigde informatie en het opvolgen van instructies met het oog op zijn vertrek;

e) de betrokkene stemt er mee in dat eventuele nog aanhangige procedures door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden beëindigd, alsmede - indien daarvan sprake is - dat zijn verblijfsvergunning wordt ingetrokken;

f) het vertrek uit Nederland van de betrokkene betekent geen doorkruising van een strafrechtelijk vervolgingstraject waar hij bij betrokken is;

g) de betrokkene is in de vijf jaar voorafgaand aan zijn aanvraag bij de IOM niet eerder op basis van een terugkeerregeling van de IOM of een vergelijkbare voorziening zelfstandig uit Nederland vertrokken. Evenmin is de betrokkene in die vijf jaar eerder op kosten van de Nederlandse overheid uitgezet;

h) de aanvraag om assistentie van de IOM bij zelfstandig vertrek is niet gebaseerd op oneigenlijke gronden;

i) het vertrek van de betrokkene kan feitelijk worden gerealiseerd;

j) het vertrek van de betrokkene met dit programma betekent geen doorkruising van concrete maatregelen ter uitvoering van zijn uitzetting.

De IOM zal bij iedere individuele aanvraag afstemming zoeken met de betrokken ketenpartners, waaronder te allen tijde de IND, om na te gaan of er beletselen voor vertrek met assistentie van de IOM bestaan in de zin van voorwaarden a, b, f, g, h en/of j.

Toelichting

Ad a. Met het stellen van deze voorwaarde wordt voorkomen dat vreemdelingen die voor een toeristisch bezoek of op doorreis in Nederland verblijven, een beroep kunnen doen op het REAN-programma teneinde hun terug- of doorreis te laten arrangeren en financieren.

Er wordt in beginsel uitgegaan van de verklaringen van de betrokkene. Indien een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning is ingediend, kan er in principe van uit worden gegaan dat een vreemdeling naar Nederland is gekomen met het doel zich alhier voor lange duur te vestigen. De aanvraag voor assistentie bij vertrek dient door de IOM te worden afgewezen als er concrete aanwijzingen zijn dat de vreemdeling niet naar Nederland is gekomen om zich hier voor lange duur te vestigen.

Ad b. Ook bij de toets aan deze voorwaarde wordt in beginsel uitgegaan van de verklaringen van de betrokkene. Bovendien zal de IOM de vreemdeling vragen een verklaring te ondertekenen waarmee hij verklaart niet over voldoende financiële middelen te beschikken om zelf zijn vertrek te realiseren.

Ad c. Dit landenoverzicht kan, indien daartoe aanleiding bestaat, te allen tijde door het ministerie van Justitie na overleg met de IOM worden aangepast.

Uitzondering vormen (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel afkomstig uit de sinds 1 mei 2004 tot de EU toegetreden landen. Deze uitzondering geldt tot 1 mei 2009, op welk moment beoordeeld zal worden of aanleiding bestaat deze uitzondering te continueren.

Ad e. Mede met het oog op deze voorwaarde is een bepaling opgenomen in de verklaring die de vreemdeling en de IOM ondertekenen bij het vertrek van de betrokkene. Deze verklaring is opgenomen in bijlage 2. De verklaring kan, indien daartoe aanleiding bestaat, te allen tijde in overleg tussen de IOM en het ministerie van Justitie worden aangepast.

Ad f. Het vertrek van een vreemdeling die betrokken is bij een strafrechtelijk vervolgingstraject mag eerst dan door de IOM worden gefaciliteerd als de IND daartoe uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven.

Ad g. Met het oog hierop registreert de IOM gedurende een termijn van 5 jaar de persoonsgegevens van elke vreemdeling die met assistentie van de IOM is vertrokken. De bij vertrek afgenomen digitale handtekening van de vreemdelingen wordt eveneens door de IOM geregistreerd.

Om na te gaan of de vreemdeling in die vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag bij de IOM eerder op kosten van de Nederlandse overheid is uitgezet, dient de IOM contact op te nemen met de IND.

Ad h. Er kan bijvoorbeeld van oneigenlijke gronden worden gesproken indien er aanwijzingen zijn dat de vreemdeling niet voornemens is definitief te vertrekken. Ook met het oog hierop is een bepaling opgenomen in de verklaring die de vreemdeling en de IOM ondertekenen bij het vertrek van de betrokkene (bijlage 2).

Ad i. Het ontbreken van geldige reisdocumenten valt bijvoorbeeld onder deze afwijzingsgrond. De aanvrager is zelf verantwoordelijk voor het verkrijgen van reisdocumenten. De IOM kan wel algemene praktische informatie verstrekken over het verkrijgen van reisdocumenten. Ook kan de IOM in bepaalde gevallen als bemiddelaar optreden.

Ad j. Deze voorwaarde beoogt te voorkomen dat de inspanningen van de overheid in het kader van het uitzettingsbeleid worden gefrustreerd door een beroep op het REAN-programma. Het vertrek van een vreemdeling ten aanzien van wie de overheid reeds bezig is de uitzetting te realiseren, mag eerst na uitdrukkelijke toestemming van de IND door de IOM worden gefaciliteerd.

Artikel 5: Voorzieningen

De voorzieningen die de IOM op grond van het REAN-programma - met in achtneming van het gestelde in de artikelen 4 en 6 tot en met 9 - aan vreemdelingen biedt, betreffen:

1. advies en informatie over terugkeer en hervestiging;

2. een vliegticket enkele reis naar het land van bestemming of een onkostenvergoeding voor een enkele reis over land naar het land van bestemming;

3. een ondersteuningsbijdrage om te voorzien in de kosten voor levensonderhoud in de eerste periode na aankomst;

4. begeleiding bij vertrek op Schiphol.

Indien het voor het realiseren van het vertrek nodig is, kunnen één of meerdere van de onderstaande voorzieningen worden aangeboden:

5. vergoeding van de reiskosten voor het bezoek aan de meest nabije consulaire vertegenwoordiging;

6. vergoeding van de kosten voor een vervangend reisdocument;

7. individuele bemiddeling met het oog op terugkeer;

8. kortstondig onderdak voorafgaand aan vertrek;

9. vergoeding van kosten voor vervoer naar Schiphol;

10. begeleiding tijdens de reis en/of bij aankomst;

11. vergoeding van reiskosten in het land van bestemming naar de uiteindelijke plaats van bestemming.

Ad 7. Individuele bemiddeling is gericht op het wegnemen van belemmeringen bij terugkeer. Hieronder valt bijvoorbeeld het verstrekken van informatie over het opzetten van een bedrijf in het land van bestemming, het traceren van familieleden of het faciliteren dat er bij aankomst een arts of verzorger voor een vreemdeling met medische problemen klaar staat.

Ad 8. Indien een vreemdeling van wie alle rijksvoorzieningen zijn beëindigd en die, gegeven de vigerende vluchtschema’s van vliegmaatschappijen, nog een korte periode moet wachten voor het vertrek daadwerkelijk gerealiseerd kan worden, kan de IOM als extra vertrekfaciliteit een beperkt aantal overnachtingen in een hotel of pension arrangeren. Wil een vreemdeling een succesvol beroep doen op deze faciliteit, dan zal aan de volgende voorwaarden moeten zijn voldaan:

• de vreemdeling moet bereid zijn zelfstandig te vertrekken;

• vertrek moet op korte termijn realiseerbaar zijn;

• de maximale periode betreft een week.

Ad 10. De IOM kan besluiten tot begeleiding tijdens de reis en bij aankomst als het om kwetsbare categorieën vreemdelingen gaat.

Artikel 6: De ondersteuningsbijdrage

Er zijn twee categorieën ondersteuningsbijdragen: een standaard en een gelimiteerde. Welke bedragen verbonden worden aan de standaard en gelimiteerde ondersteuningsbijdrage wordt jaarlijks door het ministerie van Justitie vastgesteld.

Of een vreemdeling een ondersteuningsbijdrage ontvangt en wat de hoogte ervan dient te zijn, wordt voor iedere vreemdeling individueel bepaald, dus separaat van (eventuele) gezinsleden.

Artikel 6:1 Standaard ondersteuningsbijdrage

Met inachtneming van het gestelde in de artikelen 8, 9 en 10, komen voor de standaard ondersteuningsbijdrage in beginsel vreemdelingen in aanmerking die:

1. zich nog een in een vreemdelingrechtelijke procedure bevinden of voor wie de vertrektermijn nog niet is verstreken én die langer dan 3 maanden in Nederland hebben verbleven;

2. beschikken over een verblijfsvergunning.

Artikel 6:2 Gelimiteerde ondersteuningsbijdrage

Met inachtneming van het gestelde in de artikelen 8, 9 en 10, komen voor de gelimiteerde ondersteuningsbijdrage in beginsel vreemdelingen in aanmerking die:

1. zich nog een in een vreemdelingrechtelijke procedure bevinden of voor wie de vertrektermijn nog niet is verstreken en die korter dan 3 maanden in Nederland hebben verbleven;

2. geen rechtmatig verblijf in Nederland meer hebben.

Artikel 6:3 Minderjarige vreemdelingen

Met inachtneming van het gestelde in de artikelen 4 en 7 tot en met 10, komen alleenstaande en niet-alleenstaande minderjarigen, in aanmerking voor de in artikel 5 genoemde voorzieningen. Hierbij wordt voor wat betreft de hoogte van de ondersteuningsbijdrage wel een onderscheid gemaakt naar alleenstaand versus niet-alleenstaand:

• Alleenstaande minderjarige vreemdelingen krijgen hetzelfde (standaard of gelimiteerde) bedrag aan ondersteuningsbijdrage als volwassen vreemdelingen.

• Niet-alleenstaande minderjarige vreemdelingen ontvangen 20% van het (standaard of gelimiteerde) bedrag dat volwassen vreemdelingen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen ontvangen aan ondersteuningsbijdrage.

Artikel 7: Vreemdelingen die hier te lande geen rechtmatig verblijf hebben en dat evenmin gedurende een bepaalde periode hebben gehad (illegalen)

Met in achtneming van het gestelde in artikel 4, kan de IOM aan vreemdelingen die hier te lande geen rechtmatig verblijf hebben en dat evenmin gedurende een bepaalde periode hebben gehad (illegalen) enkel een beperkt pakket aan voorzieningen aanbieden, te weten:

1. advies en informatie over terugkeer en hervestiging;

2. vergoeding van de kosten voor een vervangend reisdocument;

3. een vliegticket enkele reis naar het land van bestemming of een onkostenvergoeding voor een enkele reis over land naar het land van bestemming;

4. begeleiding bij vertrek op Schiphol en, indien nodig, tijdens de reis en/of bij aankomst.

Artikel 8: Vreemdelingen wiens aanvraag voor verblijf is afgewezen/wiens vergunning is ingetrokken wegens het vormen van een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid en/of die ongewenst vreemdeling zijn verklaard

Met in achtneming van het gestelde in artikel 4, kan de IOM aan vreemdelingen wiens aanvraag voor verblijf is afgewezen/wiens vergunning is ingetrokken wegens het vormen van een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid en/of die ongewenst vreemdeling zijn verklaard enkel een beperkt pakket aan voorzieningen aanbieden, te weten:

1. advies en informatie over terugkeer en hervestiging;

2. vergoeding van de kosten voor een vervangend reisdocument;

3. een vliegticket enkele reis naar het land van bestemming of een onkostenvergoeding voor een enkele reis over land naar het land van bestemming;

4. begeleiding bij vertrek op Schiphol en, indien nodig, tijdens de reis en/of bij aankomst.

Artikel 9: Vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben gehad en die ter fine van hun uitzetting in vreemdelingenbewaring zijn geplaatst

Met in achtneming van het gestelde in de artikelen 4 en 8, kan de IOM aan vreemdelingen die rechtmatig verblijf hebben gehad en die ter fine van hun uitzetting in vreemdelingenbewaring zijn geplaatst enkel een beperkt pakket aan voorzieningen aanbieden, te weten:

1. advies en informatie over terugkeer en hervestiging;

2. vergoeding van de kosten voor een vervangend reisdocument;

3. een vliegticket enkele reis naar het land van bestemming of een onkostenvergoeding voor een enkele reis over land naar het land van bestemming;

4. begeleiding bij vertrek op Schiphol en, indien nodig, tijdens de reis en/of bij aankomst;

5. de gelimiteerde ondersteuningsbijdrage.

Artikel 10: (Mogelijke) slachtoffers van mensenhandel

De (mogelijke) slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel in de zin van seksuele uitbuiting en van overige ernstige gevallen van uitbuiting ingevolge artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht vormen een bijzondere categorie in het kader van deze uitvoeringsregeling. De zogenoemde B9-procedure, vernoemd naar hoofdstuk B9 van de Vreemdelingencirculaire 2000, is bedoeld om slachtoffers van mensenhandel te stimuleren aangifte te doen en ten behoeve van een strafrechtelijk proces in Nederland te blijven. Dit vergt derhalve een andere benadering waar het het stimuleren van zelfstandig vertrek met de IOM aangaat dan de benadering die gevolgd wordt ten aanzien van de overige categorieën vreemdelingen.

Er worden voor wat betreft (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel 4 subcategorieën onderscheiden:

1. (mogelijke) slachtoffers die zich in de termijn van drie maanden bedenktijd voor het doen van aangifte bevinden en ex artikel 8, onder k, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig verblijf hebben;

2. (mogelijke) slachtoffers voor wie de termijn van drie maanden bedenktijd is verlopen zonder dat zij aangifte hebben gedaan en die geen rechtmatig verblijf meer hebben;

3. slachtoffers die zich in de B9-procedure bevinden en die op grond van hoofdstuk B9 van de Vreemdelingencirculaire 2000 een verblijfsvergunning regulier hebben;

4. slachtoffers voor wie de B9-procedure is afgerond en van wie de verblijfsvergunning regulier die zij hebben gehad op grond van hoofdstuk B9 van de Vreemdelingencirculaire 2000 is ingetrokken/niet is verlengd.

Ad 1, 2 en 3. Degenen die vallen onder deze drie categorieën en die aangeven Nederland met de IOM te willen verlaten, komen in beginsel in aanmerking voor de in artikel 5 genoemde voorzieningen en de gelimiteerde ondersteuningsbijdrage. Bij het voorgaande dient het gestelde in de artikelen 4, 8 en 9 in acht te worden genomen.

Ad 4. Degenen die vallen onder deze categorie en die aangeven Nederland met de IOM te willen verlaten, komen in aanmerking voor de in artikel 5 genoemde voorzieningen en de standaard ondersteuningsbijdrage. Bij het voorgaande dient het gestelde in de artikelen 4, 8 en 9 in acht te worden genomen.

Artikel 11: Voorlichting, aanvraag, afstemming en registratie

• De IOM geeft voorlichting omtrent de mogelijkheden om zelfstandig te vertrekken met de IOM;

• aanvragen voor ondersteuning van de IOM bij zelfstandig vertrek dienen te worden ingediend bij en afgehandeld door de IOM;

• ten behoeve van de beslissing op een aanvraag wordt door de IOM afstemming gezocht met de betrokken ketenpartners, waaronder te allen tijde de IND;

• de IOM vraagt iedere vreemdeling die vertrekt om een digitale handtekening, welke door de IOM wordt geregistreerd met het (IOM-) dossiernummer van de betrokkene.

• de IOM registreert ook de overige relevante persoonsgegevens van de vertrekker;

• na het vertrek van een vreemdeling wordt de IND daarvan op de hoogte gesteld door de IOM;

• desgevraagd stelt de IOM de IND en de Vreemdelingenpolitie op de hoogte van de redenen waarom een aanvraag bij de IOM is afgewezen.

Artikel 12: Financiering van de uitvoering van het REAN-programma

Voor de uitvoeringskosten van deze overeenkomst wordt volgens de voorwaarden die in de bij het REAN-programma behorende Financieringsregeling zijn opgenomen jaarlijks op aanvraag een rijksbijdrage ter beschikking gesteld aan de IOM.

Artikel 13: Overleg

Er vindt in beginsel vier keer per jaar een overleg plaats tussen de IOM en het ministerie van Justitie over de uitvoering van het REAN-programma. Indien wenselijk worden, afhankelijk van de agenda, andere partners uitgenodigd.

Bijlage 1 bij Uitvoeringsregeling

Overzicht van landen wiens onderdanen niet in aanmerking komen voor vertrek op basis van het REAN-programma

Andorra.

Luxemburg

Australië

Malta

België

Monaco

Denemarken

Nederland

Canada

Nieuw-Zeeland

Cyprus

Noorwegen

Duitsland

Oostenrijk

Estland

Polen

Finland

Portugal.

Frankrijk

San Marino

Griekenland

Singapore

Groenland

Slovenië

Hongarije

Slowakije

Ierland

Spanje

Italië

Tsjechië

IJsland

Vaticaanstad

Japan

Verenigd

Koninkrijk

 

Letland

Verenigde Staten

Liechtenstein

Zweden

Litouwen

Zwitserland

Bijlage 3 bij Uitvoeringsregeling

Overzicht ondersteuningsbijdrage

A. Standaard ondersteuningsbijdrage

• Volwassenen

€ 500,00

• Niet volwassen

€ 100,00

• Alleenstaande minderjarige vreemdeling (AMV)

€ 500,00

B. Gelimiteerde ondersteuningsbijdrage

• Volwassenen

€ 200,00

• Niet volwassen

€ 40,00

• Alleenstaande minder- jarige vreemdeling (AMV)

€ 200,00

Bijlage II REAN

Financieringsregeling 2006

Artikel 1: De Internationale Organisatie voor Migratie

De werkzaamheden van de missie van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in Nederland zijn gebaseerd op het Samenwerkingsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Migratie (Traktatenblad 1997, 259). Artikel I van dit verdrag bepaalt dat de IOM migratieprogramma’s en andere werkzaamheden uitvoert.

De wijze van uitvoering van deze programma’s en werkzaamheden, alsmede de wijze van financiering, wordt overeengekomen, namens de Directeur-Generaal van de IOM, door het hoofd van de IOM-missie in Nederland en de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

Artikel 2: Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. IOM: de Nederlandse missie van de Internationale Organisatie voor Migratie, hoofdkwartier gevestigd te Genève (Zwitserland), die zorgdraagt voor de uitvoering van de bij het REAN-programma horende Uitvoeringsregeling.

b. Ministerie van Justitie: het ministerie dat verantwoordelijk is voor de bij het REAN-programma horende Uitvoeringsregeling.

c. Uitvoeringsregeling bij het REAN-programma: de regeling die de zelfstandige terugkeer van vreemdelingen vanuit Nederland of hervestiging in een derde land, mits toelating in dat land gewaarborgd is, ten doel heeft.

d. Apparaatkosten: de personele en materiële kosten die door het Ministerie van Justitie worden vergoed voor het uitvoeren van de bij het REAN-programma horende Uitvoeringsregeling. Een deel van deze kosten kan sterk afhankelijk zijn van het aantal mensen dat door de IOM wordt ondersteund bij de zelfstandige terugkeer van vreemdelingen vanuit Nederland.

e. Programmakosten: de kosten die door het Ministerie van Justitie worden vergoed voor het verlenen van diensten op grond van de bij het REAN-programma horende Uitvoeringsregeling, met inbegrip van de voorlichtingskosten zowel aan potentiële vertrekkers als aan hulpverleners en de overige vertrekkosten.

f. Ondersteuningsbijdrage: de bijdrage die wordt gegeven voor de kosten van levensonderhoud in de eerste periode na vertrek uit Nederland.

g. Programma en Budget: het overzicht van de uit te voeren activiteiten en de daarbij behorende kosten voor het aankomende jaar, op basis waarvan de rijksbijdrage voor dat jaar wordt toegekend.

h. Begrotingsruimte: het, bij de uitnodiging tot het indienen van de aanvraag voor de rijksbijdrage, door het Ministerie van Justitie aangegeven maximaal, voor het uitvoeren van de bij het REAN-programma horende Uitvoeringsregeling, voorlopig beschikbare bedrag, waarmee bij het opstellen van aanvraag voor de rijksbijdrage door de IOM rekening moet worden gehouden. Dit bedrag maakt onderdeel uit van de geïntegreerde begroting van het ministerie van Justitie.

i. Voorlopige rijksbijdrage: het bedrag dat maximaal voor de Apparaatkosten en de Programmakosten voor het komende jaar door middel van een beschikking aan de IOM is verleend door het ministerie van Justitie.

j. Vastgestelde rijksbijdrage: het bedrag dat door het ministerie van Justitie is vastgesteld op basis van de door de IOM ingeleverde Activiteitenverslag, Financieel verslag en Accountantsverklaring en werkelijk aan de IOM is uitgekeerd voor de Apparaatkosten en de Programmakosten in het afgelopen jaar.

Artikel 3: Begrotingsruimte

1. Voor de uitvoeringskosten, zijnde de Apparaatskosten en de Programmakosten, wordt jaarlijks een rijksbijdrage ter beschikking gesteld aan de IOM.

2. Het ministerie van Justitie deelt voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de begrotingsruimte betrekking heeft, de hoogte van de begrotingsruimte schriftelijk mee aan de IOM.

Artikel 4: Aanvraag rijksbijdrage

De aanvraag voor de rijksbijdrage wordt uiterlijk op 1 oktober van het jaar, voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, bij het ministerie van Justitie ingediend.

De aanvraag gaat vergezeld van het Programma en Budget voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

Artikel 5: Inhoud Programma

1. Het Programma behelst een overzicht van de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen.

2. Jaarlijkse zullen afspraken worden gemaakt omtrent de operationalisering van het uit te voeren beleid en de na te streven doelstellingen waaraan de IOM dient te voldoen.

Artikel 6: Inhoud Budget

1. Het Budget behelst een overzicht van de voor de projectperiode geraamde inkomsten en uitgaven van de IOM, voor zover deze betrekking hebben op de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage wordt gevraagd.

2. De kostensoorten van de IOM dienen afzonderlijk van een toelichting te worden voorzien. De raming van inkomsten en uitgaven zal (in €) per kostensoort worden weergegeven. Jaarlijks zal worden bepaald of de hoogte van de standaard en gelimiteerde ondersteuningsbijdragen dient te worden aangepast.

3. Het Programma van de IOM dient per activiteit de daarvoor benodigde Apparaatkosten (personele en materiele middelen) en Programmakosten, incl. voorlichtingskosten en de overige vertrekkosten, te vermelden.

Artikel 7: Administratieve organisatie IOM

1. De IOM is verantwoordelijk voor een doelmatige en adequate administratieve organisatie.

2. Als boekjaar geldt het kalenderjaar.

3. De administratie dient een juist en volledig beeld te geven van het functioneren van de IOM.

4. Aan de uitgaven die in het kader van deze regeling voor vergoeding uit de rijksbijdrage in aanmerking komen dienen deugdelijke bewijsstukken ten grondslag te liggen.

5. De administratie en de daarbij behorende (bewijs)stukken worden voor vijf jaar door de IOM bewaard.

Artikel 8: Beoordeling van de aanvraag en toekenning van de rijksbijdrage

1. De aanvraag van de IOM voor de rijksbijdrage wordt binnen drie maanden (13 weken) na de indiening door het ministerie van Justitie beoordeeld. De toekenning van de voorlopige rijksbijdrage wordt bij beschikking schriftelijk aan de IOM kenbaar gemaakt. De beschikking vermeldt de voorlopige rijksbijdrage, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald. De in de beschikking vermelde voorlopige rijksbijdrage is het bedrag dan ten hoogste kan worden vastgesteld en uitbetaald aan de IOM. In deze beschikking wordt ook de hoogte van de standaard en gelimiteerde ondersteuningsbijdragen vastgesteld.

2. Indien de IOM begroting afgekeurd wordt krijgt de IOM een hersteltermijn van twee maanden om de begroting aan te passen. Binnen twee maanden na de indiening van de aangepaste begroting door de IOM aan het ministerie van Justitie zal de uitslag van de beoordeling schriftelijk door het Ministerie van Justitie aan de IOM worden bericht.

3. Indien aan het begin van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft de aanvraag in een afzonderlijk geval niet is goedgekeurd, is het voor het ministerie van Justitie mogelijk om voor de eerste vier maanden van het jaar een voorschot beschikbaar te stellen dat zich verhoudt met de begrotingsruimte voor het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. Voor het verstrijken van deze vier maanden zal het ministerie van Justitie alsnog de beschikking slaan.

Artikel 9: Betaling voorlopige rijksbijdrage

De voorlopige rijksbijdrage zal door middel van voorschotten aan de Nederlandse missie van de IOM worden overgemaakt. Het bevoorschottingschema zal worden opgenomen in de beschikking waarin de voorlopige rijksbijdrage wordt toegekend. Opdat de bedrijfsvoering controleerbaar geschiedt, worden de voorschotten van de rijksbijdrage op een Nederlandse bankrekening gestort. Tevens dient het saldo, dat is bestemd voor betalingen ten behoeve van het REAN-programma, op een Nederlandse bankrekening te worden aangehouden.

Artikel 10: Periodieke rapportages over de voortgang Programma

Binnen 2 maanden na afloop van elk trimester zal de IOM de inhoudelijke (voortgang van het Programma) rapportage inleveren bij het ministerie van Justitie.

Artikel 11: Wijziging van Programma en Budget

De IOM doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het ministerie van Justitie van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekken of vaststelling van de rijksbijdrage. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 12: Vereisten aanvraag vaststelling van de rijksbijdrage

De IOM dient binnen 13 weken na afloop van het kalenderjaar een aanvraag tot vaststelling van de rijksbijdrage aan te leveren bij het ministerie van Justitie.

De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van:

a. een Activiteitenverslag,

b. een Financiële onderbouwing en

c. een Accountantsverklaring.

Artikel 13: Inhoud Activiteitenverslag

Het activiteitenverslag, bestaande uit drie viermaandsrapportages over het betreffende jaar, waarbij de laatste een overzicht geeft over het gehele jaar, beschrijft de aard en omvang van de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage werd verstrekt en bevat een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen.

Artikel 14: Accountantsverklaring

1. De accountantsverklaring als bedoeld in artikel 12 dient te voldoen aan de normen van het controleprotocol.

2. De IOM dient de accountant alle relevante informatie te verstrekken omtrent de naleving van de REAN-Uitvoeringsregeling. De accountantscontrole wordt uitgevoerd overeenkomstig een Controleprotocol opgesteld door het ministerie van Justitie.

Artikel 15: Vaststellen van de rijksbijdrage

Binnen dertien weken na ontvangst van de bescheiden, bedoeld in artikel 12, ontvangt de IOM een beslissing op de ingediende aanvraag tot vaststelling van de rijksbijdrage.

Artikel 16: Lager / nihil vaststellen rijksbijdrage

1. Indien de IOM grondige redenen heeft waarom de tussen de IOM en het ministerie van Justitie afgesproken te behalen doelstellingen niet zijn gehaald, zou de rijksbijdrage vastgesteld kunnen worden tot het bedrag van hetgeen in de beschikking bepaald was.

2. Indien de realisatie van het project lagere kosten met zich mee heeft gebracht, zal de rijksbijdrage worden vastgesteld tot het bedrag van de gerealiseerde kosten.

3. Indien de voorlopige rijksbijdrage hoger is dan de vastgestelde zal de rijksbijdrage aan het ministerie van Justitie worden terugbetaald.

Artikel 17: Overleg

In het kader van de financiering van het REAN-programma zal meerdere malen per jaar overleg plaatsvinden tussen de IOM en het ministerie van Justitie.

Naar boven