De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op de artikelen 6, eerste lid, en 7, eerste lid, van de Regeling
politiehonden;
Besluit:
Artikel 1
Als lid van de keuringscommissie voor de politiespeurhond worden aangewezen:
a. A.R. de Vreugd, Korps landelijke politiediensten;
b. G.H. Harmsen, Korps landelijke politiediensten;
c. J.E. van de Peet, Korps landelijke politiediensten;
d. A.J. Prins, Korps landelijke politiediensten;
e. H. Timmermans, Korps landelijke politiediensten;
f. A.J. Callemeijn, Korps landelijke politiediensten;
g. J.H. de Haas, Korps landelijke politiediensten;
h. D. Staal, Korps landelijke politiediensten;
i. L. Amersfoort, Korps landelijke politiediensten;
j. H.H. Evers, Korps landelijke politiediensten;
k. J. Langemaat, Korps landelijke politiediensten;
l. B. Eekhof, Korps landelijke politiediensten;
m. R. Timmerman, Korps landelijke politiediensten;
n. M. Versluis, Korps landelijke politiediensten;
o. N. Neef, Regiopolitie Zaanstreek-Waterland;
p. A.M.J. van der Hoek, Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond;
q. R.S. Broekman, Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond;
r. P.M. Vermeulen, Regiopolitie Amsterdam-Amstelland;
s. P. Versluis, Regiopolitie Amsterdam-Amstelland;
t. K. Veenstra, Regiopolitie Amsterdam-Amstelland;
u. P. van Zanten, Belastingdienst/ Directie Douane;
v. H. de Jong, Belastingdienst/ Directie Douane;
w. A.M. Seebregts, Belastingdienst/ Directie Douane;
x. R. van Vulpen, Koninklijke Marechaussee;
y. L. Boer, Regiopolitie Gelderland-Midden.
Artikel 2
Als rijksgecommitteerden voor de politiespeurhond worden aangewezen:
a. J.C. Zoodsma, Korps landelijke politiediensten;
b. J.M. Schreijer, Belastingdienst/ Directie Douane;
c. L.C.E. Warnies, Belastingdienst/ Directie Douane;
d. M.J.M. Rutzerveld, Korps landelijke politiediensten;
e. S. Brugman, Korps landelijke politiediensten;
f. A.B. Hoek, Regiopolitie Rotterdam-Rijnmond;
g. M. Hebbink, Regiopolitie Friesland.
Artikel 3
Als rijksgecommitteerden voor de politiesurveillancehond en voor de AOE-hond
worden aangewezen:
a. J.C. Zoodsma, Korps landelijke politiediensten;
b. M.J.M. Rutzerveld, Korps landelijke politiediensten;
c. M.H. van Dijk, Regiopolitie Utrecht;
d. L. Roosjen, Regiopolitie Gooi en Vechtstreek;
e. M.M.J. Peerboom, Regiopolitie Limburg-Zuid;
f. H.B.J. Rikkerink, Koninklijke Marechaussee;
g. P. Graat, Regiopolitie Gelderland-Zuid;
h. J.H.J. Oude Engberink, Regiopolitie Twente;
i. M.B. Roos, Regiopolitie Hollands-Midden;
j. R. Regeling, Regiopolitie Amsterdam-Amstelland.
Artikel 4
Het besluit van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
en van Justitie tot aanwijzing van rijksgecommitteerden politiespeurhond en
samenstelling keuringscommissies van 29 oktober 2003 (Stcrt. 213) wordt ingetrokken.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit aanwijzing leden keuringscommissie
politiespeurhond en rijksgecommitteerden politiehonden.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Het onderhavige besluit vervangt het besluit van de Ministers van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie tot aanwijzing van rijksgecommitteerden
politiespeurhond en samenstelling keuringscommissies van 29 oktober 2003 (Stcrt.
213) en houdt verband met het van kracht worden van de Regeling politiehonden.
In laatstgenoemde regeling zijn de voorschriften voor bewapening van de politie
met verschillende soorten politiehonden opgenomen. De Regeling politiehonden
vervangt de Regeling politiespeurhonden 1997 en de Regeling politiesurveillancehonden
1999 en reguleert tevens de bewapening van de politie met een AOE-hond.
Het nieuwe besluit voorziet in een hernieuwde samenstelling van de keuringscommissie
voor de politiespeurhond. De leden van deze commissie zijn evenals voorheen
belast met het keuren, herkeuren en certificeren van combinaties van geleiders
en politiespeurhonden, alsmede met het examineren van geleiders van politiespeurhonden.
Tevens bevat het besluit een geactualiseerde aanwijzing van rijksgecommitteerden
voor de politiespeurhond en voor de politiesurveillancehond. De rijksgecommitteerden
voor de politiesurveillancehond zijn tevens aangewezen als rijksgecommitteerden
voor de AOE-hond. De rijksgecommitteerden zijn belast met het houden van toezicht
op de kwaliteit en objectiviteit van de keuring en herkeuring van politiehonden
en de naleving van de regels op dit terrein.
De keurmeesters voor de politiesurveillancehond en voor de AOE-hond worden
niet in het onderhavige besluit aangewezen. De leden van de keuringscommissie
voor de politiesurveillancehond worden aangewezen door de rijksgecommitteerden
voor de politiesurveillancehond en de AOE-hond. Deze rijksgecommitteerden
wijzen uit de kring van leden van de keuringscommissie voor de politiesurveillancehond
tevens een aantal leden aan die de keuringscommissie voor de AOE-hond vormen.
Deze systematiek vloeit voort uit artikel 6 van de Regeling politiehonden.