Metaal en Techniek

Metaalbewerkingsbedrijf

Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

BESLUIT VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID VAN 11 APRIL 2006 TOT ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR HET METAALBEWERKINGSBEDRIJF  

UAW Nr. 10455

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen het verzoek van de Stichting Vakraad Metaal en Techniek namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst; Partij(en) te ener zijde: de Nederlandse Organisatie van ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (Koninklijke Metaalunie), de Nederlandse Vereniging van Modelmakerijen (NVvM), de Vereniging van ondernemingen in de Galvano-technische industrie NGO-SBG, de Nederlandse Vereniging van Ondernemers in het Graveerbedrijf (NVOG), de Vereniging van Rolluiken-, Markiezen- en Zonweringbedrijven (Romazo); Partij(en) te anderer zijde: FNV Bondgenoten, CNV Bedrijvenbond en De Unie, Vakbond voor industrie en dienstverlening.

Naar aanleiding van dit verzoek zijn schriftelijke bedenkingen ingediend door de AWVN namens partijen bij de HISWA-CAO. Deze bedenkingen zijn schriftelijk ingetrokken naar aanleiding van overleg met partijen betrokken bij de onderhavige CAO;

Naar aanleiding van dit verzoek is een schriftelijke dispensatieaanvraag ingediend door de Verenigde Signbedrijven Nederland (VSBN) mede namens de Landelijke Bedrijfsorganisatie Verkeer (LBV). Deze aanvraag is toegewezen in de vorm van een afzonderlijke beschikking conform de Algemene wet bestuursrecht.

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

Dictum I

Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV, V en VI is bepaald:

I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Werkgever

Onder werkgever in deze overeenkomst wordt verstaan de in Nederland wonende natuurlijke persoon of de in Nederland gevestigde rechtspersoon, dan wel de maatschap, de vennootschap onder firma of de commanditaire vennootschap gevormd door twee of meer zodanige natuurlijke en/of rechtspersonen gezamenlijk, alsmede de in het Rijk in Europa gevestigde nevenvestiging van een daarbuiten wonende natuurlijke persoon en/of een daarbuiten gevestigde rechtspersoon (al dan niet geconstitueerd naar of vallend onder buitenlands recht), waarvoor op grond van de Handelsregisterwet 1996 een verplichting tot inschrijving in het Handelsregister bestaat.

Artikel 2 Werknemer

  • 1. Onder werknemer wordt verstaan degene die in dienst van een werkgever tegen salaris arbeid verricht.

  • 2. Deze overeenkomst is niet van toepassing op:

    • a. directeuren en adjunct-directeuren;

    • b. degene die in hoofdzaak werkzaamheden verricht waarvan het functieniveau uitgaat boven het niveau van functiegroep 11 (salarisgroep J);

    • c. degene die weliswaar voorkomt op de salarislijst van de onderneming doch geen werkzaamheden verricht ten behoeve van de onderneming;

    • d. degene die in een elektrotechnisch nettenbouwbedrijf voor grondwerk per karwei en/of voor beperkte duur in dat karwei of een reeks van karweien met een maximum van drie maanden is aangenomen, met dien verstande dat op de grondwerker in vaste dienst deze CAO wel van toepassing is.

  • 3. Ten aanzien van

    • a. de werknemer wiens functie onregelmatige werktijden meebrengt zijn niet van toepassing de artikelen 17, 18, 18a, 21, 33, 33a, 33b, 34, 35, 42, 43, 44 en 45;

    • b. de werknemer wiens functie niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 is in te delen, zijn niet van toepassing de artikelen 31 lid 1, 33, 33a, 33b, 34, 35, 41, 41a, 42, 43 en 44.

Artikel 2a Deeltijdwerk

  • 1. De werkgever zal een verzoek van een werknemer om in deeltijd te gaan werken, positief tegemoet treden. Hij zal serieus nagaan of er mogelijkheden zijn, dan wel op termijn kunnen zijn, om aan het verzoek van de werknemer tegemoet te komen. Indien de werkgever geen mogelijkheden ziet het verzoek van de werknemer in te willigen dan zal hij dit beargumenteerd aan de werknemer meedelen. Een verzoek van de werknemer om in deeltijd te kunnen werken zal door de werkgever niet worden afgewezen dan nadat hij daarover met de werknemer overleg heeft gepleegd.

  • 2. Op werknemers, voor wie krachtens gemaakte afspraken een werkweek geldt van minder dan gemiddeld 38 uren per week berekend over een periode van maximaal één jaar, zijn de bepalingen van deze CAO naar evenredigheid van dit mindere aantal uren ten opzichte van de gemiddelde 38-urige werkweek van toepassing.

Artikel 2b Inleenkrachten

  • 1. Op de inleenkracht die is aan te merken als een vakkracht en werkzaam is ten behoeve van de werkgever die ressorteert onder deze CAO, zijn de bepalingen ter zake de salaristabellen, vakantie- en seniorendagen, de vakantiebijslag en de minimum-vakantiebijslag van deze CAO van toepassing. Evenzo zijn ten aanzien van de werktijden de 38-urige werkweek als bedoeld in artikel 18 lid 1 CAO en de daarbij passende toeslagen c.q. vergoedingen, genoemd in de hoofdstukken V en VI van deze CAO met uitzondering van de artikelen 36a, 38, 40, 41 en 41a, van toepassing, alsmede de vergoedingen bedoeld in de artikelen 59 en 60 van deze CAO. De (inlenende) werkgever moet zich ervan verzekeren dat de uitzendwerkgever op de inleenkrachten de conform dit lid van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden toepast.

  • 2. Vakkracht is de werknemer die in het bezit is van een voor de functie relevant VMBO-diploma.

Artikel 3 Metaal en techniek

Onder de Metaal en Techniek in deze CAO worden verstaan de takken van bedrijf omschreven in de artikelen 77 van de collectieve arbeidsovereenkomsten voor:

  • het carrosseriebedrijf,

  • de goud- en zilvernijverheid,

  • het isolatiebedrijf,

  • het metaalbewerkingsbedrijf,

  • het motorvoertuigenbedrijf en het tweewielerbedrijf of

  • het technisch installatiebedrijf.

Artikel 4a Werkgever in de metaal en techniek

Onder „werkgever in de Metaal en Techniek’’ wordt in deze CAO verstaan de werkgever bij wie het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoefend in de in artikel 3 genoemde takken van bedrijf, groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf, blijvende bij de hier voren omschreven vergelijking de economische functie van elk der werkzaamheden buiten beschouwing.

Artikel 4b Werkgever in de bedrijfstak

Onder „werkgever in de bedrijfstak’’ wordt in deze CAO verstaan de werkgever bij wie het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers, die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals genoemd in artikel 77, groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf in de Metaal en Techniek.

In geval het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers in enige tak van bedrijf in de Metaal en Techniek gelijk is aan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers betrokken bij een andere tak van bedrijf in de Metaal en Techniek, geeft de hoogte van de loonsommen van de betrokken werknemers in de maand januari de doorslag.

Artikel 4c

Deze CAO is niet van toepassing op de werkgever die voldoet aan de volgende cumulatieve vereisten:

  • a. de bedrijfsactiviteiten van de werkgever bestaan uitsluitend uit het ter beschikking stellen van arbeidskrachten als bedoeld in artikel 7:690 bw én

  • b. het aantal overeengekomen arbeidsuren van de bij deze werkgever in dienst zijnde werknemers die betrokken zijn bij de werkzaamheden zoals uitgeoefend in de in artikel 3 genoemde takken van bedrijf bedraagt minder dan 75% van het totaal aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers, dat wil zeggen dat tenminste 25% van het aantal arbeidsuren van de in dienst zijnde werknemers betrekking heeft op werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf dan in artikel 3 genoemd én

  • c. de werkgever zendt voor tenminste 15% van het totale premieplichtige loon op jaarbasis uit op basis van uitzendovereenkomsten met uitzendbeding als bedoeld in artikel 7:691 lid 2 Burgerlijk Wetboek, zoals nader gedefinieerd in artikel 1, lid 1 en 2, en artikel 2 van het Besluit Indeling Uitzendbedrijven van het LISV d.d. 6 oktober 1999, gepubliceerd in de Staatscourant nummer 49 van 9 maart 2000. De werkgever heeft aan dit criterium voldaan indien en voor zover dit door de uitvoeringsinstelling dan wel het LISV als zodanig is vastgesteld, én

  • d. de werkgever is geen onderdeel van een concern dat rechtstreeks of door algemeen verbindend verklaring gebonden is aan de CAO van een der bedrijfstakken zoals genoemd in artikel 3 én

  • e. de werkgever is geen paritair afgesproken arbeidspool én

  • f. de werkgever viel op 1 december 1999 niet onder de (algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de) CAO Vervroegd Uittreden Metaal en Technische Bedrijfstakken.

    Voor de toepassing van de onderdelen a. en b. blijven buiten beschouwing de werknemers, c.q. het aantal arbeidsuren van werknemers, wier functie geheel ten dienste staat aan de bedrijfsactiviteit „ter beschikking stellen’’ zoals administratie en bemiddeling.

Artikel 5 Medezeggenschapsorgaan

  • 1. Bij de werkgever die 50 of meer werknemers in dienst heeft zal een ondernemingsraad worden ingesteld krachtens de Wet op de ondernemingsraden.

  • 2. De werkgever die 10 of meer werknemers maar minder dan 50 in dienst heeft waar geen ondernemingsraad is ingesteld kan een personeelsvertegenwoordiging instellen. Op verzoek van de meerderheid van de bij de werkgever werkzame personen stelt de werkgever de personeelsvertegenwoordiging in.

  • 3. De werkgever die minder dan 10 werknemers in dienst heeft en waarvoor geen ondernemingsraad is ingesteld kan een personeelsvertegenwoordiging instellen.

  • 4. Bij de werkgever die 10 of meer werknemers maar minder dan 50 werknemers in dienst heeft waar geen ondernemingsraad dan wel personeelsvertegenwoordiging is ingesteld, zal een personeelsvergadering worden ingesteld zoals omschreven in artikel 35b van de Wet op de ondernemingsraden voor zover deze Wet op deze ondernemingen van toepassing is.

Artikel 5a Werknemersdelegatie

De werkgever die minder dan 10 werknemers in dienst heeft en waarvoor geen ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging is ingesteld kan in die voorkomende gevallen overleg plegen met een delegatie van werknemers afkomstig uit de in dienst zijnde werknemers.

Artikel 6 Bedrijfsraad

Voor de in artikel 77 omschreven bedrijfstak kan een bedrijfsraad worden ingesteld. De bedrijfsraad regelt zijn samenstelling, taak en werkwijze bij reglement hetwelk de goedkeuring van de Vakraad behoeft.

Artikel 7 Vakraad

Onder Vakraad wordt verstaan: Stichting Vakraad Metaal en Techniek.

Artikel 7a Commissie uitleg cao

Er is een Commissie Uitleg CAO die de Vakraad adviseert over geschillen omtrent interpretatie van onderhavige CAO-bepalingen. Deze geschillen kunnen door CAO-partijen aan genoemde Commissie worden voorgelegd.

Artikel 8 Veiligheid

  • 1. De werkgever zal die maatregelen nemen welke nodig zijn voor de veiligheid in zijn onderneming, zulks met inachtneming van de wettelijke voorschriften.

  • 2. De werknemer kan niet worden verplicht tot het verrichten van werkzaamheden waarbij aan de wettelijke voorschriften omtrent veiligheid niet is voldaan.

  • 3. Indien werkzaamheden het gebruik van veiligheidsmiddelen noodzakelijk maken, zal de werkgever deze aan de werknemer verstrekken.

  • 4. De werknemer is verplicht eigen veiligheid en die van anderen in acht te nemen, door de werkgever gegeven voorschriften op te volgen, veiligheidsmiddelen te gebruiken en voorgeschreven beveiligingen toe te passen.

II. BEGIN EN EINDE DIENSTVERBAND

Artikel 10 Indeling van functies

  • 1. De werkgever deelt de functie van de werknemer in. De werkgever deelt de door hem vastgestelde functie-indeling mee aan de werknemer.

  • 2. De indeling van de functie van de werknemer vindt plaats op basis van het meest recente Handboek Functie-indeling voor de Metaal en Techniek (voorheen Handboek Functie-indeling voor de Metaal en Technische Bedrijfstakken) (FC-Handboek), dat onderdeel uitmaakt van deze CAO.

  • 3. Indien de werknemer een functie uitoefent die een samenstelling is van de functies die zijn opgenomen in het FC-Handboek, dan worden in de aanstellingsbrief de samenstellende functies vermeld.

  • 5. Ten aanzien van de introductie van het FC-handboek is artikel 27 Wet op de ondernemingsraden van toepassing.

Artikel 11 Bevestiging van aanstelling

  • 1. De werkgever verstrekt aan de werknemer een schriftelijke bevestiging van zijn aanstelling waarin ten minste zijn opgenomen de gegevens als vermeld in artikel 7:626 BW per betalingsperiode een salarisspecificatie.

Artikel 12 Proeftijd

  • 1. De eerste twee maanden van de dienstbetrekking zullen over en weer als proeftijd gelden, tenzij schriftelijk is overeengekomen dat een kortere proeftijd dan wel geen proeftijd geldt.

  • 2. Gedurende de proeftijd kunnen zowel de werkgever als de werknemer de dienstbetrekking beëindigen tegen het einde van de werkdag.

Artikel 13 Dienstbetrekking voor onbepaalde tijd

De dienstbetrekking wordt geacht te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 14 Dienstbetrekking voor bepaalde tijd

  • 1. In afwijking van het in artikel 13 bepaalde kan uitsluitend schriftelijk een dienstbetrekking worden aangegaan voor een bepaalde tijd. De dienstbetrekking voor bepaalde tijd kan worden aangegaan, hetzij voor een bepaalde periode, hetzij voor een overeengekomen taak.

  • 2. De arbeidsovereenkomst voor een bepaalde periode kan worden aangegaan voor een periode van maximaal 36 maanden. De beperking tot 36 maanden geldt niet voor het verrichten van werkzaamheden in het buitenland en geldt evenmin voor het verrichten van een overeengekomen taak.

  • 3. Is met inachtneming van het bepaalde in het voorgaande lid een dienstbetrekking aangegaan voor een nauwkeurig in de schriftelijke overeenkomst vastgestelde tijd, dan eindigt deze dienstbetrekking op het moment dat de overeengekomen tijd is verstreken. Dit geldt zonder dat voorafgaande opzegging als bedoeld in artikel 16 is vereist. Ook is dan geen toestemming van de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie vereist.

  • 4. Is met inachtneming van het bepaalde in lid 1 een dienstbetrekking aangegaan voor de duur van een overeengekomen taak, waarbij evenwel de tijdsduur nodig voor het uitvoeren van de taak tevoren niet nauwkeurig is aan te geven, dan eindigt deze dienstbetrekking op het moment dat de overeengekomen taak ten volle is uitgevoerd zonder dat toestemming van de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie vereist is.

  • 5. Wanneer de vervulling van de overeengekomen taak korter dan een half jaar blijkt te duren, dient de werknemer ten minste één week voor de te verwachten einddatum van de taak op de hoogte te worden gebracht.

  • Wanneer de vervulling van de overeengekomen taak een half jaar of langer blijkt te duren, dient de werknemer ten minste één maand voor de te verwachten einddatum van de taak op de hoogte te worden gebracht.

  • 6. Indien een dienstbetrekking voor bepaalde tijd maximaal drie keer voor bepaalde tijd is voortgezet en deze dienstbetrekkingen te zamen niet langer duren dan 36 maanden, eindigt de één, twee of driemaal voortgezette dienstbetrekking van rechtswege zonder dat voorafgaande opzegging als bedoeld in artikel 16 is vereist. Ook is dan geen toestemming van de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie vereist.

  • 7. Indien een arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor niet meer dan drie maanden die onmiddellijk volgt op een tussen dezelfde partijen aangegane arbeidsovereenkomst voor 36 maanden of langer eindigt die voortgezette dienstbetrekking van rechtswege zonder dat voorafgaande opzegging als bedoeld in artikel 16 en zonder dat toestemming van de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie is vereist.

  • 8. In afwijking van het bepaalde in artikel 7:668a lid 2 BW geldt ten aanzien van de perioden waarin een medewerker, voorafgaande aan zijn indiensttreding bij de werkgever, als uitzendkracht bij werkgever heeft gewerkt, dat deze als één arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangemerkt, indien en voor zover die periode uitsluitend onderbroken is als gevolg van arbeidsongeschiktheid van de uitzendkracht en een daarmee samenhangende beëindiging van de arbeidsovereenkomst met het uitzendbureau, met dien verstande dat de tijdstermijn van artikel 668a BW (zijnde drie jaar) niet overschreden wordt, c.q. doortelt.

Artikel 15 Dienstbetrekking met werknemers van 65 jaar of ouder

  • 1. Met een werknemer van 65 jaar of ouder of met een werknemer van 64 jaar wiens dienstbetrekking is geëindigd kan een arbeidsovereenkomst worden aangegaan voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd.

  • 2. Indien een voor een bepaalde tijd aangegane dienstbetrekking voor bepaalde tijd is voortgezet, is voor haar beëindiging geen voorafgaande opzegging nodig. Evenmin is voorafgaande opzegging vereist in geval twee of meer dienstbetrekkingen voor bepaalde tijd elkander met tussenpozen zijn opgevolgd.

  • 3. Indien de dienstbetrekking is aangegaan voor onbepaalde tijd, of indien een voor bepaalde tijd aangegane dienstbetrekking na het verstrijken van deze tijd zonder tegenspraak wordt voortgezet, kan de dienstbetrekking worden beëindigd door opzegging, zulks met dien verstande dat artikel 16 lid 2 buiten toepassing blijft.

  • 4. Overigens zijn op de dienstbetrekking de bepalingen van deze CAO van toepassing, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.

Artikel 16 Opzegging

  • 1. Opzegging van een arbeidsovereenkomst geschiedt met inachtneming van de termijnen zoals genoemd in artikel 7: 672 BW.

  • 2. Opzegging geschiedt met inachtneming van de opzegtermijnen tegen het einde van de maand bij salarisbetaling per maand en tegen het einde van de vierweken-periode bij salarisbetaling per vier weken.

III. ARBEIDSTIJDEN

Artikel 17 Definities

  • 1. Onder „dagelijkse werktijd’’ wordt verstaan de tijd waarin de werknemer volgens zijn dienstrooster arbeid verricht.

  • 2.

    • a. Het dagvenster is een periode met een duur van 12 uur en loopt van 06.00 uur tot 18.00 uur. Indien de dagelijkse werktijd valt binnen het dagvenster, is de toeslagenregeling volgens artikel 42a van deze CAO niet van toepassing. Indien de dagelijkse werktijd geheel of gedeeltelijk buiten het dagvenster valt, geldt de toeslagenregeling conform artikel 42a.

    • b. De werkgever kan één keer per jaar voor de duur van één jaar het aanvangstijdstip van het dagvenster verschuiven van 06.00 uur tot 07.00 uur met dien verstande dat het dagvenster ook in deze situatie een duur heeft van 12 uur. De werkgever kan met instemming van het medezeggenschapsorgaan dan wel het personeel indien er geen medezeggenschapsorgaan aanwezig is, het aanvangstijdstip van het dagvenster verschuiven tot uiterlijk 08.00 uur; ook in deze situatie ligt het eindtijdstip van het dagvenster 12 uur later.

  • 3.

    • a. Onder dienstrooster wordt verstaan het schema, waarin de voor de werknemer geldende dagelijkse werktijd en de ADV-tijd zijn vastgelegd.

    • b. In afwijking van het gestelde onder 3a wordt bij „flexibele werktijd’’ (zie artikel 18a lid 2 sub b) de ADV-tijd niet vastgelegd in het dienstrooster.

  • 4. Onder „ADV-tijd’’ wordt verstaan: de tijd waarop ten gevolge van arbeidsduurverkorting niet wordt gewerkt.

  • 5. Onder „overuren’’ wordt verstaan: uren waarin wordt gewerkt buiten het dienstrooster. Als overuren worden echter niet beschouwd verschoven uren als bedoeld in lid 6.

  • 6. Onder „verschoven uren’’ wordt verstaan:

    • a. uren gedurende welke een werknemer werkt buiten zijn dienstrooster, voor zover de werknemer in dertien achtereenvolgende weken, met inbegrip van genoemde uren, niet langer werkt dan het aantal werkuren volgens zijn dienstrooster.

    • De werkgever verstrekt, op verzoek van de werknemer, periodiek een overzicht van het tijdstip en de uren waarop buiten het dienstrooster is gewerkt, danwel het tijdstip en de uren die minder zijn gewerkt dan het aantal uren volgens zijn dienstrooster;

    • b. uren gedurende welke, in overleg met het medezeggenschapsorgaan of bij gebreke hiervan met de werknemersdelegatie, buiten het dienstrooster wordt gewerkt, met het tevoren vaststaande doel om bepaaldelijk aangewezen uren, waarop niet wordt gewerkt of waarop niet zal worden gewerkt, in te halen;

    • c. uren, gedurende welke een werknemer werkt buiten zijn dienstrooster, doch binnen het aantal uren waarop hij op basis van zijn dienstrooster zou hebben gewerkt, ten gevolge van het feit dat de werkzaamheden door omstandigheden in het bedrijf van de opdrachtgever van de werkgever niet binnen zijn dienstrooster kunnen worden verricht.

  • 7. Onder „jaar’’ wordt verstaan een aaneengesloten periode van 365 dagen; ingeval van een schrikkeljaar 366 dagen.

  • 8. Onder „week’’ wordt verstaan een periode van 7 aaneengesloten dagen.

Artikel 18 Arbeidsduur

  • 1. De normale wekelijkse arbeidsduur bedraagt, berekend over een periode van maximaal één jaar, gemiddeld 38 uren, met inachtneming van het gestelde in artikel 17.

  • Voor de werknemer die op grond van een bestaande regeling minder dan dit gemiddelde aantal uren per week werkt geldt het overeengekomen aantal uren.

  • 2. Voor de berekening van de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur gelden ook de uren die volgens het dienstrooster zouden worden gewerkt op nieuwjaarsdag, de 2e paasdag, de Hemelvaartsdag, de 2e pinksterdag, de beide Kerstdagen, de nationale feestdag (30 april) en de dagen waarop de werknemer arbeidsongeschikt is, voor zover deze dagen vallen op een dag binnen het dienstrooster, evenals de uren die volgens het dienstrooster zouden worden gewerkt op de kort-verlofdagen als bedoeld in artikel 61, en op de vakantiedagen.

  • 3. De werkgever stelt de werknemer voor een periode van minimaal drie weken in kennis van het voor de werknemer geldende dienstrooster.

  • In afwijking van vorenstaande kan, in overleg met het medezeggen- schapsorgaan of bij gebreke hiervan met de werknemersdelegatie, tussentijds het dienstrooster worden gewijzigd indien deze tussentijdse wijziging het gevolg is van een wijziging van de vorm van arbeidsduurverkorting.

  • 4. De werkgever kan, in overleg met de v.v., en onder handhaving van het op het tijdstip van invoering geldende niveau van arbeidsvoorwaarden, een dienstrooster invoeren waarbij op vier dagen per week, welke dagen uitsluitend kunnen betreffen de dagen van maandag t/m vrijdag, gedurende maximaal 9,5 uren per dag arbeid wordt verricht.

  • 5. De werkgever stelt het dienstrooster vast. Indien de werknemer daarom verzoekt, doet de werkgever dit na overleg met betrokkene. De werkgever houdt daarbij, voorzover redelijkerwijs van hem kan worden verwacht, rekening met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer.

  • 6. Bij verschil van mening tussen de werkgever en de werknemer over de weging van de belangen bij het vaststellen van het dienstrooster als bedoeld in lid 5 kan aan de Vakraad advies worden gevraagd.

  • 7. Als regel wordt des zaterdags geen arbeid verricht.

  • 8. Door de werknemer wiens aanwezigheid als regel des zaterdags noodzakelijk is, zal per week een andere dag, dan wel twee halve dagen, geen arbeid worden verricht.

  • 9. Ingeval een werknemer incidenteel een zaterdag moet werken zal hij in dezelfde of in de volgende week een hele dag of twee halve dagen desgewenst voor eigen rekening vrijaf kunnen nemen.

Artikel 18a Vormen van arbeidsduurverkorting

  • 2. Gekozen kan worden uit één of meer van de volgende mogelijkheden, waarbij ADV-tijd niet kan worden ingeroosterd op zon- en feestdagen als bedoeld in artikel 19 lid 1:

    • a. ADV-blokken

      • 8 uren aaneengesloten ADV-tijd per 4 weken;

      • 4 uren aaneengesloten ADV-tijd per 2 weken;

      • 2 uren aaneengesloten ADV-tijd per week.

    • b. flexibele werktijd

    • een week van minimaal 34 en maximaal 45 uren waarbij per dag minimaal 0 uur en maximaal 9 uren kan worden gewerkt.

    • c. ADV-dagen

    • Deze mogelijkheid staat alleen open voor de werkgever die werkzaamheden verricht op bouwwerken.

    • De (gedeelten van) ADV-dagen worden, tenzij in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie anders wordt overeengekomen, vastgesteld op die (gedeelten van) dagen waarop het bouwwerk in verband met ADV niet toegankelijk is.

    • Eventuele resterende (gedeelten van) ADV-dagen dienen in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie te worden vastgesteld.

Artikel 18b Verrekening arbeidsduurverkorting

  • 1. Indien bij het einde van de dienstbetrekking de werknemer nog recht heeft op ADV-tijd dan wel te veel ADV-tijd heeft genoten wordt dit in tijd dan wel in geld verrekend.

  • Indien een werknemer arbeidsongeschikt is tijdens ADV-tijd, behoeft dit niet te worden gecompenseerd.

  • Bij verrekening in geld is artikel 31 lid 1, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag, van toepassing.

  • 2. Indien op ADV-tijd arbeid wordt verricht, wordt in overleg met de werknemer vervangende ADV-tijd vastgesteld. Uiterlijk in het volgende kalenderkwartaal dient de vervangende ADV-tijd te worden genoten

Artikel 19 Arbeid op zondagen en feestdagen

  • 1. Op zondagen, zomede op nieuwjaarsdag, 2e paasdag, Hemelvaartsdag, 2e pinksterdag, beide kerstdagen, de nationale feestdag (30 april) zal als regel geen arbeid worden verricht.

  • Indien (in enig jaar) 5 mei uitgeroepen wordt tot nationale feestdag waarop geen arbeid wordt verricht, dan zal (in dat jaar) de 24e vakantiedag collectief worden vastgesteld op 5 mei als deze valt op een dag waarop de werknemer volgens zijn dienstrooster arbeid zou verrichten.

  • 2. Indien een werknemer voor of bij een desbetreffende opdracht tegenover de werkgever of diens gemachtigde verklaart gewetensbezwaren te hebben tegen arbeid op zondagen, algemeen erkende christelijke feestdagen, r.k. feestdagen welke ter plaatse algemeen als zondagen worden gevierd, of Goede Vrijdag, kan hij tot die arbeid niet worden verplicht.

Artikel 20 Arbeid in ploegen

  • 1. Onder ploegendienst wordt verstaan het verrichten van arbeid in een systeem waarin de werktijden van twee of meer (groepen) werknemers (met een normale arbeidsduur zoals bedoeld in artikel 18 CAO) op elkaar aansluiten of uitsluitend ten behoeve van het overdragen van de werkzaamheden elkaar in geringe mate overlappen én een tijdsblok van 13 uur overtreft. Hierbij zal door de betrokken werknemer in regelmaat gedurende langere termijn van dienst worden gewisseld.

  • 2. De werkgever dient, vóór het instellen van ploegenarbeid, overleg te plegen met hetzij de werknemersorganisaties, hetzij het medezeggen- schapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie.

  • Voor ondernemingen met een wettelijk verplichte ondernemingsraad gelden de bepalingen van artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden.

  • 3. De daartoe aangewezen werknemers dienen in ploegen arbeid te verrichten.

  • 4. De in lid 3 bedoelde verplichting geldt niet voor werknemers van 55 jaar en ouder.

  • 5. De in lid 3 bedoelde verplichting geldt eveneens niet voor werknemers van wie de gezondheidstoestand zulks niet toelaat; bij verschil van mening hierover, kan de overlegging van een medische verklaring worden gevraagd.

  • 6. ADV-tijd wordt bij voorkeur ingeroosterd aan het begin of aan het einde van een arbeidsperiode in een ploegendienst-rooster.

Artikel 21 Overwerk

  • 1. De werknemer kan, behoudens het gestelde in lid 2a en 2b, niet worden verplicht om langer te werken dan zijn dienstrooster bepaalt.

  • 2.

    • a. De werknemer kan worden verplicht langer te werken dan zijn dienstrooster bepaalt gedurende de eerste tien uren in een periode van vier weken, in de gevallen waarin zulks bij of krachtens de Arbeidstijdenwet is geoorloofd. Van de werkgever wordt daarbij verlangd dat hij rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer.

    • b. De werknemer kan worden verplicht langer te werken dan zijn dienstrooster bepaalt in geval van calamiteiten.

  • 3. Indien de werkgever opdracht geeft tot overwerk voor een of meer afdelingen in de onderneming geeft hij hiervan kennis aan het medezeggenschapsorgaan.

  • 4. De in lid 2 sub a en sub b bedoelde verplichtingen gelden niet voor werknemers jonger dan 18 jaar en niet voor werknemers van 55 jaar en ouder.

  • 5. De in lid 2 sub a en sub b bedoelde verplichtingen gelden eveneens niet voor werknemers van wie de gezondheidstoestand zulks niet toelaat; bij verschil van mening hierover kan de overlegging van een medische verklaring worden gevraagd.

  • 6. Indien overwerk, anders dan op grond van consignatie, aanvangt vóór of op dan wel na middernacht en die dag dan wel de vorige dag de dagelijkse werktijd is gewerkt of een zon- of feestdag is, behoeft het werk niet eerder dan 11 uur na het beëindigen van het overwerk te worden hervat. Voor zover deze uren vallen binnen de dagelijkse werktijd wordt daarover het salaris doorbetaald. Eenmaal per 7 etmalen mag de onafgebroken rusttijd worden beperkt tot 8 uur.

  • 7. In het kader van de werkgelegenheid dient regelmatig overwerk tot het uiterste te worden beperkt.

Artikel 21a Consignatie

  • 1. De werkgever stelt geen consignatiedienst in dan nadat hij hiervoor in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie een consignatieregeling heeft getroffen.

  • 2. De in lid 1 bedoelde consignatieregeling dient te bevatten afspraken omtrent de vergoeding van de reiskosten en telefoonkosten en over een toe te kennen consignatievergoeding.

  • 3. Op de consignatie zijn de rust- en werktijden van toepassing zoals die bij de Arbeidstijdenwet zijn geregeld.

  • 4. De werkgever die een consignatiedienst heeft ingesteld zonder daarvoor een consignatieregeling te hebben getroffen als hier bedoeld, dient vóór 1 januari 2002 in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie een regeling te treffen conform dit artikel.

  • 5. Dit artikel is niet van toepassing op de werkgever die per 1 maart 2001 een consignatieregeling heeft, die in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie dan wel de v.v. is overeengekomen en waarin de in lid 2 genoemde elementen zijn opgenomen, zolang die consignatieregeling niet wijzigt.

IV. VERPLICHTINGEN VAN DE WERKNEMER

Artikel 22 Algemeen

  • 1. De werknemer is gehouden de werktijden stipt in acht te nemen en op tijd met de hem opgedragen werkzaamheden te beginnen.

  • 2. De werknemer is verplicht hem door of namens de werkgever opgedragen werkzaamheden welke zich in diens onderneming voordoen, of werkzaamheden welke met deze onderneming verband houden, naar beste krachten te verrichten; hij zal de werkgever of diens vertegenwoordiger terstond kennis geven van enige fout in een hem verstrekte opdracht of van andere feiten en omstandigheden waarvan een goed werknemer kan veronderstellen dat de wetenschap voor de werkgever van belang is.

  • 3. Indien in de onderneming tijdelijk geen aanbod van werk waarvoor de werknemer is aangenomen aanwezig is, dan is de werknemer gehouden andere hem opgedragen vervangende bedrijfswerkzaam- heden te verrichten.

  • 4. De werkgever kan de werknemer verplichten werkstaten bij te houden en deze in te leveren op een door de werkgever te bepalen tijdstip.

Artikel 23 Geheimhouding

Het is de werknemer verboden aan derden bijzonderheden betreffende het bedrijf van de werkgever mede te delen waarvan hij weet of redelijkerwijze kan vermoeden dat hij deze geheim behoort te houden.

Artikel 24 Zorg ten aanzien van bedrijfsmiddelen

  • 1. Van de door de werkgever verstrekte bedrijfsmiddelen wordt een lijst opgemaakt, die door de werknemer moet worden ondertekend. Onder bedrijfsmiddelen worden onder meer verstaan: machines, computerbestanden, gereedschappen, materialen, voertuigen en geld.

  • 2. De werknemer zal de hem toevertrouwde bedrijfsmiddelen oordeelkundig en overeenkomstig de bestemming daarvan gebruiken en behandelen en in het algemeen daarvoor de zorg hebben van een goed werknemer.

  • 3. Hij is verplicht aan de werkgever of diens vertegenwoordiger terstond kennis te geven van een gebrek aan of verlies van enig bedrijfsmiddel waarvan een goed werknemer kan veronderstellen dat de wetenschap voor de werkgever van belang is.

Artikel 25 Vergoeding van schade

  • 1. Indien de werknemer ingevolge artikel 7:661 BW aansprakelijk is voor door hem veroorzaakte schade, zal deze schade worden vergoed in termijnen van ten hoogste 1/5 deel van het salaris als bedoeld in artikel 31 lid 1 per periode.

  • 2. De werkgever kan van zijn recht op schadevergoeding slechts gebruik maken indien hij uiterlijk binnen één maand nadat de aansprakelijkheid van de werknemer voor het verlies of de beschadiging is vastgesteld de werknemer schriftelijk mededeling heeft gedaan van zijn voornemen tot verhaal van de daardoor te lijden schade.

Artikel 29 Terugkeer uit militaire dienst

Voor het verlaten van de militaire dienst dient de werknemer zich – zo mogelijk een maand van te voren – aan te melden bij de werkgever waar hij in dienst is, opdat de laatste kan vaststellen wanneer de werknemer zijn werkzaamheden zal hervatten.

IV-A RUILEN

Artikel 30 Ruilen

  • 1. De werknemer kan, volgens de regels als beschreven in dit artikel, bronnen (ADV-uren, vakantie-uren, toeslagen of andere financie- ringsbronnen) ruilen tegen doelen (geld, dan wel fiscaal gefaciliteerde regelingen). Het aldus verkregen geld kan worden doorgestort naar het pensioensparen van de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek.

  • 2. De volgende bronnen kunnen ten behoeve van de daarbij vermelde doelen worden geruild:

    • a. ADV-uren en/of vakantie-uren kunnen volgens de wettelijke mogelijkheden worden geruild voor geld, dan wel fiscaal gefaciliteerde regelingen.

    • b. de in deze CAO genoemde toeslagen en overige financieringsbronnen kunnen worden geruild voor geld (uitbetaling ineens), of worden aangewend voor het kopen van vrije uren als hierna bedoeld in lid 3.

  • 3. De werknemer die een arbeidsduur heeft als bedoeld in artikel 18 lid 1 eerste volzin kan per kalenderjaar maximaal 64 uur vrije tijd kopen. Voor de werknemer die een kortere arbeidsduur heeft geldt het gestelde in artikel 2a lid 2 CAO.

  • 4. Het ruilen van de bronnen in doelen geschiedt in overleg tussen de werknemer en de werkgever, met uitzondering van het besluit tot de aankoop van (maximaal 64 uur) vrije tijd. Hiertoe kan de werknemer zelf besluiten.

  • De afspraak tussen werkgever en werknemer over bronnen die zullen worden aangewend en de doelen die daarmee worden verworven en/of het besluit van de werknemer tot aankoop van (maximaal 64 uur) vrije tijd is de ruilafspraak.

  • 5. De ruilafspraak moet bij werkgever en werknemer bekend zijn voor 1 januari van het jaar waarin de ruilafspraak van toepassing is en geldt gedurende één kalenderjaar. Voor elk nieuw kalenderjaar kan telkens opnieuw een ruilafspraak tot stand komen als bedoeld in lid 4.

  • 6. Wanneer bij het ruilen een omzetting plaatsvindt van tijd in geld of andersom, geldt als ruilvoet 0,607% van het maandsalaris per uur zoals genoemd in artikel 31 CAO (0,658% per uur van het vierwekensalaris).

  • 7. Voor het verrekenen kan de werknemer kiezen uit de volgende mogelijkheden:

    • a. De kosten van de koop van vrije tijd in gevolge lid 3, berekend op basis van de ruilvoet uit lid 6, worden ingehouden op aan de werknemer uit te betalen toeslagen zoals, en voorzover van toepassing overwerktoeslag, ploegentoeslag, vakantiebijslag, dagvenstertoeslag, een en ander voorzover de toeslag niet is inbegrepen in het salaris als bedoeld in artikel 31 CAO.

    • Indien het bedrag van de toeslag(en) ontoereikend is voor de bekostiging van de vrije tijd, vindt inhouding plaats op het salaris in de periode(s) waarin de vrije tijd wordt genoten.

    • Ingeval er sprake is van betaling voor de verkoop van vrije tijd, geschiedt de uitbetaling in de periode(s) waarin op deze dagen wordt gewerkt. De door verkoop van vrije tijd verkregen gelden kunnen ook worden aangewend voor fiscaal gefaciliteerde regelingen.

    • b. De kosten of baten, berekend op basis van de ruilvoet uit lid 6, die voor de werknemer verbonden zijn aan de ruil, worden gedurende het kalenderjaar in gelijke delen bij de betaling van het maandsalaris dan wel het vier-weken-salaris ingehouden op de salarisbetaling of in gelijke delen uitbetaald.

    • c. In overleg tussen werkgever en werknemer kan voor een andere verrekeningswijze worden gekozen.

  • 8.

    • 1. De ruilafspraak moet in het kalenderjaar worden geëffectueerd.

    • 2. Indien blijkt dat aan het eind van een kalenderkwartaal een (deel van de) ruilafspraak door arbeidsongeschiktheid van de werknemer niet of niet volledig geëffectueerd kan worden, vindt aan het eind van dat kalenderkwartaal verrekening plaats. Ingehouden bedragen waar geen verlof voor kon worden opgenomen in dat kwartaal worden alsdan alsnog uitbetaald bij de salarisbetaling; extra uitbetaalde bedragen waarvoor geen extra werk in dat kwartaal kon worden verricht, worden dan alsnog ingehouden c.q. niet uitbetaald.

    • In overleg kunnen werkgever en werknemer hierover andere afspraken maken.

  • 9.

    • 1. Een gemaakte ruilafspraak heeft geen effect op het salaris als bedoeld in artikel 31 voor de berekening van bij CAO geregelde inkomensgerelateerde bestanddelen zoals de overwerktoeslag en de dagvenstertoeslag, met uitzondering van de vakantiebijslag als bedoeld in artikel 59.

    • 2. Een gemaakte ruilafspraak heeft geen effect op het salaris als bedoeld in artikel 31 voor de berekening van niet bij CAO geregelde inkomensgerelateerde bestanddelen zoals een dertiende maand of een winstdelingsregeling, tenzij daarover in overleg tussen de werkgever en OR/PVT, de werknemersdelegatie dan wel bij gebreke daarvan de v.v. andere afspraken worden gemaakt.

  • 10. Bij beëindiging dienstverband vindt verrekening van de ruil dan wel de gekochte extra vrije dagen plaats conform artikel 57 lid 3, 4, 5 en 7.

  • 11. In afwijking van het hiervoor gestelde in lid 6 geldt voor de werknemer als bedoeld in artikel 2 lid 3 sub a CAO het volgende:

  • wanneer bij het ruilen een omzetting plaatsvindt van tijd in geld of andersom, geldt als ruilvoet het volgende:

  • ((12/260)/(het aantal overeengekomen arbeidsuren per week/5)) maal 100. Het aldus verkregen percentage geldt dan als ruilvoet van het maandsalaris per uur (bij een vierwekensalaris dient in de genoemde formule het getal 12 te worden vervangen door 13).

  • Aan de beloningselementen genoemd in dit artikel kunnen geen rechten worden ontleend als deze ingevolge de CAO expliciet niet van toepassing zijn.

V. SALARISSEN EN TOESLAGEN

Artikel 31 Salarisbetaling per maand of per vierwekenperiode

  • 1. De salarisbetaling vindt uitsluitend plaats hetzij per maand hetzij per vierwekenperiode. Onder salaris wordt verstaan de overeengekomen vaste vergoeding, waaronder mede begrepen de persoonlijke toeslag als bedoeld in artikel 36a en daarmee vergelijkbare vaste salarisbestanddelen (exclusief eventuele toeslagen, bijslagen, onkostenvergoedingen en dergelijke) die per maand of per vierwekenperiode is verschuldigd door de werkgever.

  • 2. De uitbetaling van het salaris alsmede eventuele ploegentoeslag geschiedt uiterlijk op de laatste werkdag van de maand dan wel vierwekenperiode waarover dit salaris verschuldigd is.

  • 3. De uitbetaling van eventuele toeslagen, bijslagen, onkostenvergoedingen en dergelijke en van te verrekenen voorschotten geschiedt uiterlijk op de laatste werkdag van de volgende maand dan wel vierwekenperiode als bedoeld in lid 2, tenzij in deze CAO anders is bepaald.

  • 4. Ter zake van reis-, verblijf- en andere kosten zullen, indien de werknemer zulks verzoekt, voorschotten worden verstrekt.

  • 5. Niet door de werknemer behoorlijk verantwoorde werkuren, reis-, verblijf- en andere kosten, worden niet uitbetaald.

  • 6. De werkgever verstrekt op verzoek een schriftelijke berekening van de betalingen bedoeld in lid 3.

  • 7. De werkgever verstrekt binnen twee maanden na afloop van het kalenderjaar dan wel bij beëindiging van het dienstverband, aan de werknemer een schriftelijke opgave van hetgeen deze in dat jaar uit de dienstbetrekking heeft genoten en van de inhoudingen daarop.

Artikel 32 Salaristabellen

De tabellen die zijn opgenomen in de artikelen 33a en 33b zijn van toepassing bij een dienstrooster op basis van een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren berekend over een periode van maximaal één jaar, voor werknemers die de leeftijd van 65 jaar nog niet hebben bereikt.

Bij een dienstrooster op basis van een kortere gemiddelde wekelijkse arbeidsduur heeft de werknemer recht op salaris naar evenredigheid.

Artikel 32a Toepassing salaristabellen voor jeugdgroepen

  • 1. De werkgever betaalt aan de werknemer tot 22 jaar die niet in het bezit is van de hierna in lid 2 bedoelde diploma’s tenminste het salaris als vermeld onder „Jeugdgroepen WML’’ dat correspondeert met de leeftijd van de werknemer waarbij tevens het bepaalde in de artikelen 41 en 41a in acht dient te worden genomen.

  • 2. De werkgever betaalt aan een werknemer tot 22 jaar die in het bezit is van:

    • ten minste een diploma VBO/MAVO/VMBO ten minste het salaris zoals vermeld onder „Jeugdgroepen VBO/MAVO/VMBO’’ dat correspondeert met de leeftijd van de werknemer dan wel

    • ten minste een vakdiploma, behaald via de beroepsbegeleidende leerweg (voorheen leerlingwezen) als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, ten minste het salaris zoals vermeld onder „Jeugdgroepen vakdiploma’’ dat correspondeert met de leeftijd van de werknemer, indien en voorzover die werknemer een functie uitoefent waarvoor het vakdiploma relevant is dan wel

  • indien en voorzover een werknemer een functie uitoefent waarvoor het voortgezette vakdiploma relevant is en die werknemer die ten minste het eerste jaar van de Wet educatie en beroepsonderwijs op het niveau van voorheen voortgezet leerlingwezen met goed gevolg heeft afgerond ten minste het salaris zoals vermeld onder „Jeugdgroepen voortgezet vakdiploma’’ dat correspondeert met de leeftijd van de werknemer.

  • De in dit lid bedoelde vakdiploma’s zijn de door de CAO-partijen, betrokken bij de in artikel 3 genoemde collectieve arbeidsovereenkomsten, erkende vakdiploma’s.

Artikel 33 Toepassing salaristabellen voor 22 jarigen en ouder

  • 1. De werknemer van 22 jaar of ouder wordt, op grond van de door hem uitgeoefende functie, ingedeeld in één van de salarisgroepen, waarbij een minimumleeftijd geldt van 22 jaar voor de salarisgroepen A t/m E, en een minimumleeftijd van 23 jaar voor de salarisgroepen F t/m J.

  • 2. De salarisgroepen A t/m J onderscheiden leeftijdsjaren tot de vakvolwassen leeftijd en daarna één of meer functiejaren.

  • De vakvolwassen leeftijd is in salarisgroep:

A: 23 jaarF: 26 jaar  
B: 24 jaarG: 27 jaar  
C: 24 jaarH: 27 jaar  
D: 24 jaarI: 27 jaar  
E: 25 jaarJ: 27 jaar 
  • 3. Onder functiejaren worden verstaan de jaren gedurende welke de werknemer (na de vakvolwassen leeftijd) zijn functie in het bedrijf van de werkgever uitoefent. Onder functiejaren worden mede begrepen de fictieve functiejaren welke de werkgever aan de werknemer heeft toegekend.

  • 4. De werkgever betaalt aan de werknemer die de vakvolwassen leeftijd nog niet heeft bereikt, ten minste het salaris dat, in aanmerking nemende de leeftijd van de werknemer, is vastgesteld in zijn salarisgroep.

  • Ten aanzien van de werknemer die is ingedeeld in salarisgroep A geldt tevens het bepaalde in artikel 41.

  • 5. De werkgever betaalt aan de werknemer die is ingedeeld in één van de salarisgroepen A tot en met J, en die de vakvolwassen leeftijd heeft bereikt, ten minste het salaris dat, in aanmerking nemende het aantal aan de werknemer toegekende functiejaren, in zijn salarisgroep is vastgesteld.

  • Ten aanzien van de werknemer die is ingedeeld in salarisgroep A geldt tevens het bepaalde in artikel 41.

  • 6. Werknemers die bij indiensttreding ten minste 1 jaar werkloos zijn geweest en 23 jaar of ouder zijn en die niet in staat zijn een functie op het functieniveau van salarisgroep A te vervullen, ontvangen gedurende een inloopperiode van maximaal één jaar het wettelijk minimumloon voor 23 jaar en ouder.

Artikel 33a Salarissen per maand

SALARISTABEL voor betaling per maand vanaf 1 januari 2006 tot 1 januari 2007

 wmlvbo/mavo/vmbo*vakdiploma*voortgezet vakdiploma
16 jaar436,35523574646
17 jaar499,60602658739
18 jaar575,50691756851
19 jaar664,00800873982
20 jaar777,859371.0231.150
21 jaar917,001.1031.2051.355

SALARISGROEPEN

LEEFTIJDABCDEFGHIJ
22 jaar1.075,101.4011.4951.5121.528      
23 jaar1.264,801.5081.6191.6361.6521.6691.6871.7031.7221.738
24 jaar 1.6021.6321.6521.6701.7091.7481.8101.8651.927
25 jaar    1.7051.7501.8121.9022.0112.138
26 jaar     1.7911.8742.0022.1552.337
27 jaar      1.9372.1022.3002.538

FUNCTIE-JARENABCDEFGHIJ
01.264,801.6021.6321.6521.7051.7911.9372.1022.3002.538
11.5101.6171.6431.6681.7361.8311.9782.1472.3532.592
21.5221.6281.6561.6871.7691.8722.0212.1882.4022.643
31.5371.6391.6681.7011.7971.9122.0662.2362.4522.701
4   1.7201.8301.9502.1082.2832.5032.753
5   1.7351.8611.9902.1492.3262.5492.806
6    1.8922.0322.1892.3712.6002.860
7      2.2352.4152.6482.916
8       2.4602.7012.969
9        2.7483.023
10         3.079

Dit is de CAO tabel die ingaat per 1 januari 2006. In de tabellen vbo/mavo/vmbo, vakdiploma, voortgezet vakdiploma, salaris-groep A 1 tot en met 3 functiejaren alsmede salarisgroepen B tot en met J is de loonsverhoging van 1 januari 2006 (1%) verwerkt. De bedragen van de tabel Wet Minimumloon (WML) en A 22, 23 en 0 functiejaren zijn conform de bedragen van de WML. Indien deze bedragen wijzigen gelden de nieuwe wettelijke bedragen.

* Indien de bedragen in de tabellen vbo/mavo/vmbo of vakdiploma als gevolg van de CAO verhoging per 1 januari 2006 uitstijgen boven 130% van het bij die leeftijd alsdan geldende WML bedrag, geldt als salaris 130% van het betreffende WML bedrag.

SALARISTABEL voor betaling per maand vanaf 1 januari 2007 tot 1 januari 2008

 wmlvbo/mavo/vmbo*vakdiploma*voortgezet vakdiploma
16 jaar436,35530581654
17 jaar499,60610666748
18 jaar575,50700765862
19 jaar664,00810884994
20 jaar777,859491.0361.164
21 jaar917,001.1171.2201.372

SALARISGROEPEN

LEEFTIJDABCDEFGHIJ
22 jaar1.075,101.4191.5141.5311.547      
23 jaar1.264,801.5271.6391.65616731.6901.7081.7241.7441.760
24 jaar 1.6221.65216731.6911.7301.7701.8331.8881.951
25 jaar    1.7261.7721.8351.9262.0362.165
26 jaar     1.8131.8972.0272.1822.366
27 jaar      1.9612.1282.3292.570
FUNCTIE-JARENABCDEFGHIJ
01.264,801.6221.6521.6731.7261.8131.9612.1282.3292.570
11.5291.6371.6641.6891.7581.8542.0032.1742.3822.624
21.5411.6481.6771.7081.7911.8952.0462.2152.4322.676
31.5561.6591.6891.7221.8191.9362.0922.2642.4832.735
4   1.7421.8531.9742.1342.3122.5342.787
5   1.7571.8842.0152.1762.3552.5812.841
6    1.9162.0572.2162.4012.6332.896
7      2.2632.4452.6812.952
8       2.4912.7353.006
9        2.7823.061
10         3.117

Dit is de CAO tabel die ingaat per 1 januari 2007. In de tabellen vbo/mavo/vmbo, vakdiploma, voortgezet vakdiploma, salaris-groep A 1 tot en met 3 functiejaren alsmede salarisgroepen B tot en met J is de loonsverhoging van 1 januari 2007 (1,25%) verwerkt. De bedragen van de tabel Wet Minimumloon (WML) en A 22, 23 en 0 functiejaren zijn conform de bedragen van de WML. Indien deze bedragen wijzigen gelden de nieuwe wettelijke bedragen.

* Indien de bedragen in de tabellen vbo/mavo/vmbo of vakdiploma als gevolg van de CAO verhoging per 1 januari 2007 uitstijgen boven 130% van het bij die leeftijd alsdan geldende WML bedrag, geldt als salaris 130% van het betreffende WML bedrag.

SALARISTABEL voor betaling per maand vanaf 1 januari 2008

 wmlvbo/mavo/vmbo*vakdiploma*voortgezet vakdiploma
16 jaar436,35535587661
17 jaar499,60616673755
18 jaar575,50707773871
19 jaar664,008188931.004
20 jaar777,859581.0461.176
21 jaar917,001.1281.2321.386

SALARISGROEPEN

LEEFTIJDABCDEFGHIJ
22 jaar1.075,101.4331.5291.5461.562      
23 jaar1.264,801.5421.6551.6731.6901.7071.72517411.7611.778
24 jaar 16381.6691.6901.70817471.7881.8511.9071.971
25 jaar    1.7431.7901.8531.9452.0562.187
26 jaar     1.8311.9162.0472.2042.390
27 jaar      1.9812.1492.3522.596
FUNCTIE-JARENABCDEFGHIJ
01.264,8016381.6691.6901.7431.8311.9812.1492.3522.596
11.5441.6531.6811.7061.7761.8732.0232.1962.4062.650
21.5561.6641.6941.7251.8091.9142.0662.2372.4562.703
31.5721.6761.7061.7391.8371.9552.1132.2872.5082.762
4   1.7591.8721.9942.1552.3352.5592.815
5   1.7751.9032.0352.1982.3792.6072.869
6    1.93520782.2382.4252.6592.925
7      2.2862.4692.7082.982
8       2.5162.7623.036
9        2.8103.092
10         3.148

Dit is de CAO tabel die ingaat per 1 januari 2008. In de tabellen vbo/mavo/vmbo, vakdiploma, voortgezet vakdiploma, salaris-groep A 1 tot en met 3 functiejaren alsmede salarisgroepen B tot en met J is de loonsverhoging van 1 januari 2008 (1%) verwerkt. De bedragen van de tabel Wet Minimumloon (WML) en A 22, 23 en 0 functiejaren zijn conform de bedragen van de WML. Indien deze bedragen wijzigen gelden de nieuwe wettelijke bedragen.

* Indien de bedragen in de tabellen vbo/mavo/vmbo of vakdiploma als gevolg van de CAO verhoging per 1 januari 2008 uitstijgen boven 130% van het bij die leeftijd alsdan geldende WML bedrag, geldt als salaris 130% van het betreffende WML bedrag.

Artikel 33b Salarissen per vierwekenperiode

SALARISTABEL voor betaling per vierweken vanaf 1 januari 2006 tot 1 januari 2007

 wmlvbo/mavo/vmbo*vakdiploma*voortgezet vakdiploma
16 jaar402,80481528594
17 jaar461,20554605680
18 jaar531,20635696783
19 jaar613,00736803903
20 jaar718,008629411.058
21 jaar846,401.0141.1081.247

SALARISGROEPEN

LEEFTIJDABCDEFGHIJ
22 jaar992,401.2881.3751.3911.405      
23 jaar1.167,601.3871.4891.5051.5201.5351.5511.5661.5841.599
24 jaar 1.4731.5011.5201.5351.5721.6081.6651.7161.772
25 jaar    1.5681.6101.6661.7491.8491.966
26 jaar     1.6471.7231.8411.9822.149
27 jaar      1.7821.9332.1152.334
FUNCTIE-JARENABCDEFGHIJ
01.167,601.4731.5011.5201.5681.6471.7821.9332.1152.334
11.3891.4871.5111.5341.5971.6841.8191.9752.1642.384
21.4001.4971.5231.5511.6271.7211.8592.0122.2092.431
31.4141.5081.5341.5641.6531.7581.9012.0572.2552.484
4   1.5821.6831.7941.9392.0992.3022.532
5   1.5961.7121.8301.9772.1392.3452.580
6    1.7401.8692.0132.1812.3912.631
7      2.0562.2212.4362.682
8       2.2632.4842.731
9        2.5282.780
10         2.832

Dit is de CAO tabel die ingaat per 1 januari 2006. De bedragen zijn tot stand gekomen door de onafgeronde bedragen van de tabel per maand te vermenigvuldigen met de factor 0,9197. De bedragen van de tabel Wet Minimumloon (WML) en A 22 en 23 jaar en 0 functiejaren zijn conform de bedragen van de WML, zoals die gelden per 1 januari 2005. Indien deze bedragen wijzigen gelden de nieuwe wettelijke bedragen.

* Indien de bedragen in de tabellen vbo/mavo/vmbo of vakdiploma als gevolg van de CAO verhoging per 1 januari 2006 uitstijgen boven 130% van het bij die leeftijd alsdan geldende WML bedrag, geldt als salaris 130% van het betreffende WML bedrag.

SALARISTABEL voor betaling per vierweken vanaf 1 januari 2007 tot 1 januari 2008

 wmlvbo/mavo/vmbo*vakdiploma*voortgezet vakdiploma
16 jaar402,80487535602
17 jaar461,20561613688
18 jaar531,20643704792
19 jaar613,00745813914
20 jaar718,008739531071
21 jaar846,401.0271.1221.262

SALARISGROEPEN

LEEFTIJDABCDEFGHIJ
22 jaar992,401.3051.3921.4081.423      
23 jaar1.167,601.4041.5081.5231.5381.5541.5711.5861.6041.618
24 jaar 1.4921.5201.5381.5551.5911.6281.6851.7371.794
25 jaar    1.5881.6301.6871.7711.8731.991
26 jaar     1.6681.7451.8642.0072.176
27 jaar      1.8041.9572.1422.363

FUNCTIE-JARENABCDEFGHIJ
01167,60149215201538158816681804195721422363
11406150615301553161717051842199921912414
21417151615421571164717431882203722372461
31431152615531584167317801924208222832515
4   1.6021.7041.8161.9632.1262.3312.564
5   1.6161.7331.8532.0012.1662.3742.613
6    1.7621.8922.0382.2082.4212.663
7      2.0812.2492.4662.715
8       2.2912.5152.765
9        2.5592.815
10         2.867

Dit is de CAO tabel die ingaat per 1 januari 2007. De bedragen zijn tot stand gekomen door de onafgeronde bedragen van de tabel per maand te vermenigvuldigen met de factor 0,9197. De bedragen van de tabel Wet Minimumloon (WML) en A 22 en 23 jaar en 0 functiejaren zijn conform de bedragen van de WML, zoals die gelden per 1 januari 2005. Indien deze bedragen wijzigen gelden de nieuwe wettelijke bedragen.

* Indien de bedragen in de tabellen vbo/mavo/vmbo of vakdiploma als gevolg van de CAO verhoging per 1 januari 2007 uitstijgen boven 130% van het bij die leeftijd alsdan geldende WML bedrag, geldt als salaris 130% van het betreffende WML bedrag.

SALARISTABEL voor betaling per vierweken vanaf 1 januari 2008

 wmlvbo/mavo/vmbo*vakdiploma*voortgezet vakdiploma
16 jaar402,80492540608
17 jaar461,20567619695
18 jaar531,20650711801
19 jaar613,00752821923
20 jaar718,008829621.081
21 jaar846,401.0381.1331.274

SALARISGROEPEN

LEEFTIJDABCDEFGHIJ
22 jaar992,401.3181.4061.4221.437      
23 jaar1.167,601.4181.5221.5381.55415701.5871.6011.6201.635
24 jaar 1.5071.5351.5541.5711.6071.6441.7031.7541.812
25 jaar    1.6031.6461.7051.7891.8912.011
26 jaar     1.6841.7621.8832.0272.198
27jaar      1.8221.9772.1632.387
FUNCTIE-JARENABCDEFGHIJ
01.167,601.5071.5351.5541.6031.6841.8221.9772.1632.387
11.4201.5211.5461.5691.6331.7221.8612.0192.2132.437
21.4311.5311.5581.5871.6641.7601.9012.0582.2592.486
31.4451.5411.5691.6001.6901.7981.9432.1032.3062.541
4   1.618172118341.9822.1482.3542.589
5   1.6321.7501.8722.0212.1882.3972.639
6    1.7801.9112.0582.2302.4462.690
7      2.1022.2712.4902.742
8       2.3142.5412.792
9        2.5842.843
10         2.895

Dit is de CAO tabel die ingaat per 1 januari 2008. De bedragen zijn tot stand gekomen door de onafgeronde bedragen van de tabel per maand te vermenigvuldigen met de factor 0,9197. De bedragen van de tabel Wet Minimumloon (WML) en A 22 en 23 jaar en 0 functiejaren zijn conform de bedragen van de WML, zoals die gelden per 1 januari 2005. Indien deze bedragen wijzigen gelden de nieuwe wettelijke bedragen.

* Indien de bedragen in de tabellen vbo/mavo/vmbo of vakdiploma als gevolg van de CAO verhoging per 1 januari 2008 uitstijgen boven 130% van het bij die leeftijd alsdan geldende WML bedrag, geldt als salaris 130% van het betreffende WML bedrag.

Artikel 34 Salarisverhoging in verband met leeftijd

De verhogingen welke verband houden met de leeftijd worden verleend met ingang van de betalingsperiode waarin de verjaardag van de betrokken werknemer valt.

Het vorenstaande geldt niet indien voor alle werknemers eenzelfde afwijkende regeling van kracht was, dan wel in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie wordt vastgesteld.

Artikel 35 Salarisverhoging in verband met functiejaren

Verhogingen op grond van functiejaren worden eenmaal per jaar toegekend, doch uiterlijk in de betalingsperiode waarin een nieuw functiejaar begint, een en ander totdat het maximum aantal functiejaren in de betreffende salarisgroep is bereikt.

Indien voor alle werknemers eenzelfde afwijkende regeling van kracht was, dan wel in overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie wordt vastgesteld, kan een functiejarenverhoging worden toegekend in een periode van uiterlijk 6 maanden nà, en met terugwerkende kracht tot, de betalingsperiode waarin een nieuw functiejaar begint.

Artikel 36 Wijziging van functie; her- om- en bijscholing

  • 1. De werknemer die een functie gaat vervullen welke in een hogere salarisgroep is ingedeeld zal in salaris ten minste gelijk blijven.

  • 2. Het in lid 1 bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de werknemer die een andere functie gaat vervullen die in dezelfde salarisgroep is ingedeeld.

  • 3. De werknemer die een functie gaat vervullen, welke in een lagere salarisgroep is ingedeeld, zal ten minste drie betalingsperioden nog het salaris blijven ontvangen dat hij in de vorige functie verdiende. Vervolgens kan hij al dan niet getemporiseerd in de nieuwe salarisgroep worden ingedeeld.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in lid 3 zal bij indeling van een werknemer van 55 jaar en ouder in een lagere salarisgroep het verschil tussen het oude en het nieuwe salaris in de vorm van een toeslag worden uitgekeerd. Salarisverhogingen zullen uitsluitend worden berekend over het nieuwe salaris. De toeslag zal hierbij ongewijzigd blijven.

  • 5. Voor de werknemer die bij indiensttreding in herscholing wordt genomen geldt gedurende de eerste drie betalingsperioden geen salarisschaal.

  • Onder herscholing wordt verstaan een opleiding ter herkrijging van de geheel of gedeeltelijk verloren gegane bekwaamheid in het uitoefenen van een bepaalde functie die de op te leiden werknemer uitoefende.

  • 6. Voor de werknemer die bij indiensttreding in omscholing wordt genomen geldt gedurende de eerste zes betalingsperioden geen salarisschaal, met dien verstande dat deze termijn van zes tot twaalf betalingsperioden wordt verlengd ingeval omscholing plaatsvindt tot een functie die is ingedeeld in een van de salarisgroepen hoger dan D.

  • 7. Voor de werknemer, die bij indiensttreding zal worden bijgeschoold ter verkrijging van meerdere vakkennis, resp. vaardigheid voor het uitoefenen van zijn functie, zal gedurende de eerste drie betalingsperioden geen salarisschaal gelden, indien de bijscholing plaatsvindt tijdens de dagelijkse werktijd.

  • 8. De reeds in dienst zijnde werknemer, die tijdens de dagelijkse werktijd, op verzoek van de werkgever, een cursus volgt voor her-, om- of bijscholing, zoals genoemd in de leden 5 t/m 7, zal gedurende de duur van de cursus niet in salaris achteruit gaan.

  • 9. De werkgever kan met een werknemer die in her-, om- of bijscholing wordt opgenomen, overeenkomen, dat de dienstbetrekking door geen van de partijen zal worden beëindigd binnen één jaar, nadat de scholing al dan niet met goed gevolg is beëindigd. Een overeenkomst, als bedoeld in de vorige zin, dient schriftelijk te worden aangegaan. In een dergelijke overeenkomst kan tevens worden bepaald dat de werkgever de werknemer zal plaatsen in de functie waarvoor deze is her-, om- of bijgeschoold, respectievelijk dat de werknemer de bedoelde functie zal aanvaarden.

  • 10. De werknemer die de dienstbetrekking beëindigt voor het in lid 9 bedoelde tijdstip, is schadeplichtig. De schadeloosstelling blijft beperkt tot het salaris, vermeerderd met de kosten welke de werkgever eventueel ten behoeve van de werknemer heeft gemaakt in verband met diens deelneming aan de cursus, zoals boeken reisgeld, e.d.

Artikel 36a Salarisgevolgen invoering fc-handboek

Werknemers die de vakvolwassen leeftijd nog niet hebben bereikt:

  • 1.

    • a. Indien een werknemer, die de vakvolwassen leeftijd nog niet heeft bereikt, wordt ingedeeld in een hogere functiegroep wordt hij ingedeeld in de salarisgroep die bij zijn indeling en leeftijd past. Hierbij dient zijn nieuwe salaris minimaal gelijk te zijn aan zijn huidige salaris.

    • b. Indien een werknemer die de vakvolwassen leeftijd nog niet heeft bereikt wordt ingedeeld in een lagere functiegroep wordt hij ingedeeld in de salarisgroep die bij zijn indeling en leeftijd past. Het verschil tussen het huidige salaris en het tabelsalaris behorend bij zijn leeftijd en nieuwe salarisgroep wordt toegekend in de vorm van een persoonlijke toeslag.

    • Voor het geval dat er geen corresponderende leeftijd is wordt de werknemer ingeschaald met fictieve functiejaren zodanig dat het tabelsalaris gelijk is aan het huidige salaris. Indien het huidige salaris blijkt te liggen tussen de tabelsalarissen corresponderend met twee opeenvolgende functiejaren dan wordt het salaris toegekend corresponderend met het tabelsalaris van het lagere functiejaar. Het verschil tussen het huidige salaris en het bij zijn indeling behorende tabelsalaris wordt toegekend in de vorm van een persoonlijke toeslag.

    • Over de persoonlijke toeslag zullen collectieve salarisverhogingen worden toegekend. Individuele salarisverhogingen zullen met de persoonlijke toeslag worden verrekend.

      Werknemers die de vakvolwassen leeftijd hebben bereikt:

  • 2.

    • a. Indien een werknemer, die de vakvolwassen leeftijd heeft bereikt, wordt ingedeeld in een hogere functiegroep, wordt hij ingedeeld in de salarisgroep die bij zijn indeling past, zodanig dat hij een fictief aantal functiejaren ontvangt waardoor zijn nieuwe salaris minimaal gelijk is aan zijn huidige salaris.

    • Indien de werknemer een salaris heeft dat lager is dan het tabelsalaris bij 0 functiejaren dan zal het salaris worden verhoogd zodanig dat het gelijk is aan het tabelsalaris behorend bij 0 functiejaren.

    • Indien de werknemer een salaris heeft dat gelegen is tussen de tabelsalarissen van twee opeenvolgende functiejaren van zijn nieuwe salarisgroep, dan zal het salaris worden verhoogd zodanig dat het gelijk is aan het tabelsalaris behorend bij het eerstvolgende hogere functiejaar.

    • b. Indien een werknemer, die de vakvolwassenleeftijd heeft bereikt, wordt ingedeeld in een lagere functiegroep, wordt hij ingedeeld in de salarisgroep die bij zijn indeling past, zodanig dat zijn nieuwe salaris gelijk is aan zijn huidige salaris.

    • Indien het huidige salaris van de werknemer valt tussen de tabelsalarissen van twee opeenvolgende functiejaren dan wordt het salaris toegekend corresponderend met het tabelsalaris van het lagere functiejaar. Het verschil tussen het (lagere) tabelsalaris en het huidige salaris zal worden toegekend in de vorm van een persoonlijke toeslag. Over de persoonlijke toeslag zullen de collectieve salarisverhogingen worden toegekend. Individuele salarisverhogingen zullen met de persoonlijke toeslag worden verrekend.

Artikel 37 Beloningssystemen

  • 1. De werkgever die voornemens is over te gaan tot de invoering, wijziging of afschaffing van een beloningssysteem (tarief, merit-rating enz.) in (een onderdeel van) de onderneming, pleegt hierover overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie.

  • 3. Leidt het overleg tussen de werkgever en het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie niet tot overeenstemming, doch wenst de werkgever niettemin tot een besluit als bedoeld in lid 1 te komen, dan wendt hij zich voor advies tot de bedrijfsraad, in welk geval de werkgever en het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie in overeenstemming met het door de bedrijfsraad gegeven advies dienen te handelen.

Artikel 37a Basissalaris vertegenwoordigers

  • 1. Voor vertegenwoordigers en/of verkopers bedraagt het basissalaris per salarisbetalingsperiode minimaal het minimumloon dat is vastgesteld bij of krachtens de Wet op het Minimumloon.

  • 2. Voor vertegenwoordigers en/of verkopers zullen algemene procentuele salarisverhogingen, alsmede éénmalige uitkeringen, worden berekend over minimaal het basissalaris per salarisbetalingsperiode.

Artikel 38 Spaarloon

Indien een werknemer de werkgever daartoe het verzoek doet, is deze gehouden zijn medewerking te verlenen aan, en voorzieningen te treffen om, zijn werknemers in de gelegenheid te stellen gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheden ten aanzien van de spaarloonregeling als bedoeld in de Wet op de Loonbelasting 1964.

Artikel 39 Vakbondscontributie

De werknemer kan bij de werkgever een verzoek zoals nader bepaald in het Reglement vergoeding van de lidmaatschapskosten van een werknemersorganisatie indienen tot verlaging van het bruto loon ter hoogte van de door hem in het betreffende kalenderjaar betaalde kosten voor het lidmaatschap van een werknemersorganisatie. De werkgever zal dit verzoek inwilligen, in ruil voor een onkostenvergoeding gelijk aan de op de voormelde bruto looncomponent ingehouden bedrag.

Artikel 41 Toepassing salarisverhoging

  • 1. Het voor de werknemer geldende salaris wordt per 1 januari 2006 met 1%, per 1 januari 2007 met 1,25% en per 1 januari 2008 met 1%. verhoogd.

  • De werkgever betaalt aan de werknemer tot 22 jaar die niet in het bezit is van een diploma als bedoeld in artikel 32a lid 2, alsmede aan de werknemer die is ingedeeld in salarisgroep A, met ingang van de datum waarop deze werknemer recht krijgt op salarisverhoging in verband met de leeftijd, ten minste het per die datum voor hem geldende salaris, verhoogd met het verschil tussen het tabelsalaris dat behoort bij zijn leeftijd en het tabelsalaris dat behoort bij zijn nieuwe leeftijd.

  • 2. De werknemer van 50 jaar of ouder kan de salarisverhoging na overleg met de werkgever geheel of gedeeltelijk omzetten in ten hoogste 22 dagen (176 uren) vrije tijd. Indien de werknemer door omzetting van de salarisverhoging(en) meer dan 22 dagen (176 uren) vrije tijd op jaarbasis wil verkrijgen, kan dit uitsluitend in overleg met de werkgever. De berekening van de hoeveelheid vrije tijd die bij salarisverhoging maximaal kan worden verkregen, geschiedt volgens de volgende drie stappen:

    • 1. Salaris + Salarisverhoging(en) = Nieuw Salaris

    • 2. 100 -/- ((Salaris / Nieuw Salaris) x 100) = Maximaal omzettingspercentage

    • 3. Maximaal omzettingspercentage x 19,76 uur = Maximale hoeveelheid vrije tijd.

    • Indien van de vorenbedoelde omzetting gebruik wordt gemaakt, wordt het voor de werknemer geldend salaris inclusief de in lid 1 bedoelde salarisverhoging(en) gekort met een bruto-korting die overeenkomt met het deel van de salarisverhoging dat in vrije tijd wordt omgezet.

    • 4. Per jaar moet een herberekening worden gemaakt.

Artikel 41a Eenmalige uitkering

De werkgever betaald in de maand januari 2007 aan de werknemer die door de vervroeging van de leeftijd waarop hij deelnemer wordt aan de pensioenregeling van het Bedrijfspensioenfonds Metaal en Techniek en met ingang van 1 januari 2007 pensioenpremie gaat betalen een eenmalige uitkering van € 200,00.

VI. BETALING VAN OVERUREN

Artikel 42 Betaling van overuren

  • 1. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing indien de onderhavige vergoedingen zijn begrepen in de beloning, hetgeen moet blijken uit een door de werkgever afgegeven schriftelijke verklaring.

  • 2. De werkgever betaalt aan de werknemer de volgende vergoedingen:

    • a. indien buiten het dienstrooster wordt gewerkt op een dag die niet is een zaterdag, een zondag of een feestdag:

      • een vergoeding van 0,78% van het maandsalaris (0,84% van het salaris per vierwekenperiode) per uur voor de eerste twee overuren direkt voorafgaande aan of direkt aansluitend op het dienstrooster, waarbij onder „direkt voorafgaand aan’’ of „direkt aansluitend op’’ mede worden verstaan die overuren welke van het dienstsrooster zijn gescheiden door een wettelijk verplichte of door de plaatselijke omstandigheden geboden rusttijd;

      • een vergoeding van 0,89% van het maandsalaris (0,97% van het salaris per vierwekenperiode) per uur voor de overuren die volgen op de in de vorige zin genoemde uren;

    • b. indien buiten het dienstrooster wordt gewerkt op een zaterdag die niet is een feestdag: een vergoeding van 0,89% van het maandsalaris (0,97% van het salaris per vierwekenperiode) per uur;

    • c. indien wordt gewerkt op een zondag die niet is een feestdag, geldt een vergoeding van 1,12% van het maandsalaris (1,21% van het salaris per vierwekenperiode) per uur;

    • d. indien wordt gewerkt op een feestdag geldt een vergoeding van 1,12% van het maandsalaris (1,21% van het salaris per vierwekenperiode) per uur. Deze vergoeding bedraagt evenwel 0,607% van het maandsalaris (0,658% van het salaris per vierwekenperiode) wanneer op een andere dag in dezelfde of de daaropvolgende week vrijaf wordt gegeven, zulks ter vervanging van de uren waarop die vergoeding betrekking heeft.

  • 3. Geen vergoeding is verschuldigd voor overwerk dat wordt verricht aansluitend aan de dagelijkse werktijd, wanneer dit overwerk dient tot afsluiting van de normale dagtaak, zich slechts incidenteel voordoet en niet langer duurt dan een half uur. Is dit overwerk van langere duur, dan is de vergoeding over de gehele duur ervan verschuldigd.

  • 4. Indien de overuren niet direkt aansluiten op het dienstrooster, doch eerst op een later tijdstip aanvangen, terwijl bovendien op de betreffende dag de dagelijkse werktijd is gewerkt, betaalt de werkgever aan de werknemer een vergoeding van 0,89% van het maandsalaris (0,97% van het salaris per vierwekenperiode) per uur voor alle alsdan in het kader van het overwerk gewerkte uren. Genoemde vergoeding blijft ook van toepassing indien de in de vorige zin bedoelde uren, zonder onderbreking van ten minste drie aaneensluitende uren, vallen in de volgende dagelijkse werktijd.

  • 5.

    • a. Naar keuze van de werknemer worden overuren en de toeslagen daarop vergoed op één van de onderstaande manieren:

      • 1. overuren en toeslagen worden vergoed in geld

      • 2. overuren en toeslagen worden omgezet in tijdsparen/Pensioensparen

      • 3. overuren worden vergoed in betaalde vrije tijd, toeslagen in geld of door storting naar tijdsparen/Pensioensparen.

    • Per kalenderjaar kunnen op de wijze als hiervoor bedoeld onder sub 3 tien dagen in vrijetijdsrechten worden vergoed alsdan kunnen de overige overuren alleen in overleg met de werkgever in tijd worden vergoed.

    • Indien er sprake is van overwerk dient de werknemer de hier bedoelde keuze telkens schriftelijk vooraf bij ingang van het kwartaal voor het in dat kwartaal plaats hebbend overwerk te bepalen.

    • b. In afwijking van artikel 42 lid 5a sub 3 kan in overleg tussen werkgever en werknemer ook de toeslag worden vergoed in betaalde vrije tijd.

    • c. Ingeval de werknemer kiest voor de mogelijkheid als genoemd onder artikel 42 lid 5a sub 3 gelden de volgende bepalingen:

      • De door overwerk verkregen betaalde vrijetijdsrechten worden opgenomen in overleg tussen werkgever en werknemer.

      • Indien aan het eind van het kalenderjaar de door overwerk verworven vrijetijdsrechten niet zijn genoten, kunnen die op verzoek van de werknemer worden uitbetaald, besteed worden aan tijdsparen/Pensioensparen of worden overgeheveld naar het volgende kalenderjaar. In dat laatste geval is de werkgever gehouden de werknemer in het eerste kwartaal in de gelegenheid te stellen zijn saldo van het voorgaande kalenderjaar alsnog te genieten in betaalde vrije tijd.

      • De toeslag wordt berekend door de beloningen genoemd in artikel 42 lid 2 of de eventuele hogere in het bedrijf geldende beloningen te verminderen met 0,658% per uur van het vierwekensalaris of met 0,607% per uur van het maandsalaris.

  • 6. Voor vergoeding van de in het kader van consignatie daadwerkelijk verrichte arbeid geldt de regeling van dit artikel.

  • 7. Voor de werknemer, voor wie krachtens gemaakte afspraken een werkweek geldt van minder dan gemiddeld 38 uren per week berekend over een periode van maximaal één jaar, dient het salaris te worden herberekend naar een periodesalaris (maandsalaris, dan wel salaris over 4 weken) dat van toepassing zou zijn bij een gemiddeld 38-urige werkweek, alvorens de vergoeding wordt berekend.

Artikel 42a Betaling voor uren buiten het dagvenster

  • 1. In geval van een dagvenster als bedoeld in artikel 17 lid 2a (dat wil zeggen het dagvenster van 06.00 uur tot 18.00 uur) geldt voor de uren waarop wordt gewerkt tussen 18.00 uur en 21.00 uur een toeslag van 0,09% van het maandsalaris (0,10% van het salaris per 4 wekenperiode) per uur.

  • 2. In geval sprake is van een verschoven dagvenster conform artikel 17 lid 2b dan wel lid 2c geldt voor de uren waarop wordt gewerkt tussen 06.00 uur en het aanvangstijdstip van het dagvenster alsmede voor de uren waarop wordt gewerkt tussen het eindtijdstip van het dagvenster en 21.00 uur een toeslag van 0,09% van het maandsalaris (0,10% van het salaris per 4 wekenperiode) per uur.

  • 3. Voor uren waarop wordt gewerkt tussen 21.00 uur en 24.00 uur geldt ongeacht het gekozen dagvenster een toeslag van 0,18% van het maandsalaris (0,20% van het salaris per 4 wekenperiode) per uur.

  • 4. Voor de uren waarop wordt gewerkt tussen 00.00 uur en 06.00 uur geldt ongeacht het gekozen dagvenster een toeslag van 0,30% van het maandsalaris (0,33% van het salaris per 4 wekenperiode) per uur.

  • 5. De toeslagen als bedoeld in lid 1 tot en met 4 gelden niet indien er een samenloop is met de ploegentoeslag of de vergoeding voor overwerkuren.

  • 6. De toeslagen als bedoeld in lid 1 tot en met 4 gelden, indien er een samenloop is met de toeslagen van artikel 43 lid 2, in plaats van de in artikel 43 lid 2 genoemde toeslagen.

  • 7. De toeslagen als bedoeld in lid 1 tot en met 4 gelden niet indien er een samenloop is met reisuren als bedoeld in artikel 44.

  • 8. Dit artikel treedt in werking op 1 juli 2001. De werkgever die op 2 april 2001 een gelijkwaardige regeling heeft, kan deze blijven hanteren.

Artikel 43 Betaling van verschoven uren

  • 1. De verschoven uren, genoemd in artikel 17 lid 6 sub a en b, komen niet voor een toeslag in aanmerking.

  • 2. Voor de verschoven uren, genoemd in artikel 17 lid 6 sub c bedraagt de toeslag 0,12% van het maandsalaris (0,13% van het salaris per vierwekenperiode) per uur, indien dat uur valt binnen het dagvenster als bedoeld in artikel 17 lid 2.

  • 3. Voor de verschoven uren genoemd in artikel 17 lid 6 sub c, dient met betrekking tot de werknemer, voor wie krachtens gemaakte afspraken een werkweek geldt van minder dan gemiddeld 38 uren per week, berekend over een periode van maximaal één jaar, het salaris te worden herberekend naar een periodesalaris (maandsalaris, dan wel salaris over vier weken) dat van toepassing zou zijn bij een gemiddeld 38-urige werkweek, alvorens de toeslag over het salaris wordt berekend.

Artikel 44 Betaling van reisuren

  • 1. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing indien de onderhavige vergoedingen zijn inbegrepen in het salaris.

  • Dit moet blijken uit een schriftelijke verklaring van de werkgever die dient te worden verstrekt vóórdat de vergoeding in de beloning wordt inbegrepen.

  • 2. Indien de werknemer voor het verrichten van karweiwerkzaamheden moet reizen, zal de werkgever hem de reistijd als volgt vergoeden:

    • a. bij gebruikmaking van openbare middelen van vervoer: de noodzakelijke reistijd berekend volgens de dienstregeling van het openbaar vervoer;

    • b. bij gebruikmaking van een eigen of van een door de werkgever ter beschikking gesteld vervoermiddel: de reistijd berekend in redelijke verhouding tot de reistijd volgens het openbaar vervoer over een vergelijkbare afstand.

  • 3. De in lid 2 sub a en b genoemde reistijd komt alleen voor vergoeding in aanmerking voor zover de werknemer langer heeft moeten reizen dan hij normaal nodig heeft naar de plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan.

  • 4. De reistijdenvergoeding wordt als volgt berekend:

    • a. uren buiten het dienstrooster: 0,607% van het maandsalaris (0,658% van het salaris per vierwekenperiode) per volledig uur;

    • b. uren op zondag en uren binnen en/of buiten het dienstrooster op een in artikel 19 lid 1 genoemde feestdag: 1,12% van het maandsalaris (1,21% van het salaris per vierwekenperiode) per volledig uur;

  • 5. Voor de werknemer, voor wie krachtens gemaakte afspraken een werkweek geldt van minder dan gemiddeld 38 uren per week, berekend over een periode van maximaal één jaar, dient het salaris te worden herberekend naar een periodesalaris (maandsalaris, dan wel salaris over 4 weken) dat van toepassing zou zijn bij een gemiddeld 38-urige werkweek, alvorens de vergoeding wordt berekend.

  • 6. Indien bij het verrichten van karweiwerkzaamheden de werktijd inclusief de overeengekomen pauzes en de reistijd (alleen het deel van de reistijd dat de werknemer langer heeft moeten reizen dan hij normaal nodig heeft naar de plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan) meer is dan 10,5 uur op een dag, heeft de werknemer het recht om de tijd meer dan 10,5 uur in vrije tijd te compenseren.

  • Het maximum van de in vrije tijd te compenseren reistijd in verband met karweiwerk bedraagt 6 dagen per jaar. Het maximum van de in vrije tijd te compenseren reistijd in verband met karweiwerk en overwerk samen bedraagt 12 dagen per jaar. De overige uren kunnen alleen in overleg met de werkgever in tijd worden vergoed. Het opnemen vindt overeenkomstig artikel 42 lid 5a van deze CAO plaats.

  • 7. Wanneer werknemers gezamenlijk naar een karwei reizen, en een deel van de werknemers geen overwerk wil verrichten, is de werkgever niet gehouden voor die werknemers voor vervangend vervoer zorg te dragen.

Artikel 45 Ploegentoeslag

De werkgever betaalt aan de werknemers die in ploegendienst werken een toeslag van 14% van het maandsalaris dan wel het salaris per vierwekenperiode.

VII. VERGOEDING VAN REIS- EN VERBLIJFKOSTEN

Artikel 46 Vergoeding van reiskosten

  • 1. Indien de werknemer voor het verrichten van werkzaamheden waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan moet reizen, zal de werkgever hem, met inachtneming van hetgeen is bepaald in lid 2 van dit artikel, ter zake van reiskosten de volgende vergoeding geven:

    • a. bij gebruikmaking van openbare middelen van vervoer: de werkelijk gemaakte kosten in de laagste klasse;

    • b. bij gebruikmaking van vervoer waarin door de werkgever wordt voorzien: geen vergoeding;

    • c. bij gebruikmaking van een eigen vervoermiddel van de werknemer, mits dit gebeurt in opdracht en/of met toestemming van de werkgever: een redelijke vergoeding.

  • Van de werkgever wordt verwacht dat hij zich ervan overtuigt dat het vervoermiddel in deugdelijke staat verkeert en verzekerd is volgens de normen van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

  • 2. Van de onder lid 1 sub a en c bedoelde reiskosten komen alleen voor vergoeding in aanmerking de meerdere kosten die de werknemer heeft moeten maken boven de kosten die hij normaal maakt om te komen op de plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan.

  • 3. Werknemers, die langer dan een week buiten hun vaste woonplaats moeten overnachten, zullen elke week in de gelegenheid worden gesteld om na afloop van de voor het betreffende werk vastgestelde wekelijkse werktijd naar huis te reizen. Indien echter de werkzaamheden zulks vorderen, dan wel de reisverbinding daartoe aanleiding geeft kan de werkgever na overleg met de werknemer hiervan afwijken. De afreis naar het karwei zal des maandags per eerste gelegenheid geschieden, doch behoeft, behoudens bijzondere omstandigheden, niet eerder aan te vangen dan omstreeks zes uur des morgens.

  • 4. Onverminderd het bepaalde in lid 3 heeft de in dat lid bedoelde werknemer ter zake van een feestdag als genoemd in artikel 19 lid 1 recht op een betaalde reis naar huis.

Artikel 47 Vergoeding van verblijfkosten

  • 1. Indien de werknemer werkzaamheden moet verrichten buiten de plaats waarvoor de dienstbetrekking is aangegaan zal de werkgever hem vergoeden:

    • a. pensionkosten, indien de noodzakelijke reistijd en/of moeilijke reisgelegenheid noodzakelijk maken dat de werknemer overnacht in een door de werkgever goed te keuren pension;

    • b. verblijfkosten, in redelijke omvang naar gelang van de omstandigheden.

  • 2. Lid 1 sub b is eveneens van toepassing wanneer de werknemer als gevolg van hem plotseling opgedragen overwerk des avonds twee uur of langer na het einde van de dagelijkse werktijd het werk verlaat, tenzij door de werkgever voor een maaltijd wordt gezorgd.

Artikel 48 Andere regelingen

Bestaande ondernemingsgewijze regelingen die ten minste gelijkwaardig zijn aan het bepaalde in artikel 44 alsmede aan het bepaalde in de artikelen van dit hoofdstuk, kunnen met een beroep op deze artikelen niet dan in overleg met de werknemer worden gewijzigd.

VIII. VAKANTIE EN VAKANTIEBIJSLAG

Artikel 49 Definitie vakantiedag

Onder een vakantiedag wordt in de volgende artikelen verstaan een dag waarop de werknemer volgens zijn dienstrooster arbeid zou verrichten indien hij op die dag geen vakantie zou hebben.

Artikel 50 Vakantierechten

  • 1. De werknemer voor wie een dienstrooster van vijf dagen per week geldt op basis van een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van 38 uren berekend over een periode van maximaal één jaar, ontvangt 200 vakantie-uren per jaar (in de regel 25 vakantiedagen). Met ingang van 1 januari 2006 ontvangt de werknemer als hiervoor bedoeld 192 vakantie-uren ( in de regel 24 vakantiedagen) per jaar.

  • 2. Bestaande afspraken op bedrijfs- of individueel niveau gemaakt voor 1 maart 2001 die leiden tot vakantieaanspraken die het aantal in deze CAO aangegeven aantal vakantie-uren te boven gaan worden door de in deze CAO gewijzigde beschrijving van vakantieaanspraken in uren niet aangetast.

  • 3. Bij een voor de werknemer geldend dienstrooster op basis van een kortere gemiddelde wekelijkse arbeidsduur heeft de werknemer recht op vakantie naar evenredigheid.

  • 4. Bij een dienstverband gedurende een gedeelte van het kalenderjaar heeft de werknemer recht op vakantie naar evenredigheid.

Artikel 51 Extra vakantierechten voor oudere werknemers

De werknemer die op 30 juni respectievelijk op 31 december van het lopende jaar ten minste zes maanden onafgebroken in dienst van de werkgever is, verwerft boven de vakantie genoemd in artikel 50 mede telkenmale op voormelde tijdstippen:

  • 12 vakantie-uren (in de regel anderhalve vakantiedag) indien hij alsdan 50 jaar of ouder is;

  • 16 vakantie-uren (in de regel twee vakantiedagen) indien hij alsdan 55 jaar of ouder is;

  • 28 vakantie-uren (in de regel drie en een halve vakantiedag) indien hij alsdan 57 1/2 jaar is;

  • 40 vakantie-uren (in de regel vijf vakantiedagen) indien hij alsdan 58 jaar of ouder is;

  • 48 vakantie-uren (in de regel zes vakantiedagen) indien hij alsdan 60 jaar is;

  • 52 vakantie-uren (in de regel zes en een halve vakantiedag) indien hij alsdan 61 jaar is;

  • 56 vakantie-uren (in de regel zeven vakantiedagen) indien hij alsdan 62 jaar is;

  • 60 vakantie-uren (in de regel zeven en een halve vakantiedag) indien hij alsdan 63 jaar is;

  • 64 vakantie-uren (in de regel acht vakantiedagen) indien hij alsdan 64 jaar is.

Artikel 52 Inhouding vakantiedag bij tweede ziekmelding

Ten aanzien van de werknemer die zich gedurende een kalenderjaar voor de tweede keer arbeidsongeschikt meldt anders dan ten gevolge van zwangerschap en/of bevalling, zal de werkgever één dag waarop niet wordt gewerkt vanwege arbeidsongeschiktheid aanmerken als een door de werknemer opgenomen verlofdag.

Het aantal van het vakantietegoed van de werknemer af te schrijven uren is gelijk aan het aantal uren dat de werknemer op de eerste dag van arbeidsongeschiktheid volgens dienstrooster had moeten werken met een maximum van 8 uren.

Artikel 53 Beperking van de vakantierechten

  • 1. De werknemer verdient geen vakantie over de tijd, gedurende welke hij wegens het niet verrichten van de bedongen arbeid geen aanspraak heeft op zijn salaris.

  • 2. In afwijking van het in lid 1 bepaalde verdient de werknemer toch vakantie over de tijd gedurende welke hij geen recht op salaris heeft:

    • a. in de gevallen als genoemd in de artikelen 63,

    • b. in het geval de werknemer die op 1 mei van het kalenderjaar

      • de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

      • de bedongen arbeid niet verricht wegens het volgen van onderricht waartoe hij door de werkgever in de gelegenheid is gesteld.

    • De vrouwelijke werknemer verdient vakantie over de tijd waarin zij niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten ten gevolge van zwangerschap en bevalling.

  • 3. De in lid 2 bedoelde vakantieaanspraken vervallen indien de dienstbetrekking door de werknemer wordt beëindigd voordat de werkzaamheden zijn hervat, tenzij beëindiging van de dienstbetrekking plaatsvindt op grond van een daartoe strekkend schriftelijk medisch advies.

Artikel 54 Aaneengesloten vakantie

  • 1. De aaneengesloten vakantie wordt als regel genoten tussen 30 april en 1 oktober en omvat, tenzij het bedrijfsbelang zich daartegen verzet, 21 of meer kalenderdagen.

  • Indien het bedrijfsbelang zich verzet tegen een aaneengesloten vakantie van 21 of meer kalenderdagen, omvat de aaneengesloten vakantie ten minste 14 of meer kalenderdagen. De vaststelling van de aaneengesloten vakantie geschiedt door de werkgever in overleg met de betrokken werknemer, mits de werknemer deze tijdig aanvraagt en zijn aanspraken toereikend zijn.

  • 2. Voor 1 januari kan de werkgever, na overleg met het medezeggens- chapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie, vaststellen wanneer een aaneengesloten vakantie collectief zal worden gehouden. In individuele gevallen kan hiervan in overleg tussen de werkgever en de betrokken werknemer worden afgeweken.

  • Voor ondernemingen met een wettelijk verplichte ondernemingsraad geldt dat voor het vaststellen van een collectieve aaneengesloten vakantie de instemming van de ondernemingsraad vereist is.

Artikel 55 Vaststellen verlofdagen

  • 1. De vaststelling van de individuele verlofdagen geschiedt door de werkgever in overleg met de werknemer, mits de werknemer deze ten minste twee werkdagen van te voren aanvraagt en zijn aanspraken toereikend zijn. Religieuze feestdagen voor Nederlandse en buitenlandse werknemers, 1 mei en andere feestdagen, buiten die genoemd in artikel 19 lid 1, waarop vrijaf wordt genomen, gelden als individuele verlofdagen.

  • 2. Behoudens het bepaalde in lid 3 is de werkgever bevoegd om na overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie ten hoogste drie collectieve verlofdagen vast te stellen. De vaststelling van collectieve verlofdagen geschiedt zo tijdig mogelijk.

  • 3. De werkgever, die werkzaamheden verricht op een bouwwerk, is bevoegd, na overleg met het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie, vast te stellen dat meer dan drie verlofdagen collectief worden genoten.

Artikel 55a Berekening van genoten vakantiedagen

Indien de werknemer vakantie geniet op een dag die hij volgens zijn dienstrooster zou werken, wordt zijn vakantietegoed verminderd met het aantal uren dat hij volgens zijn dienstrooster zou werken.

Artikel 56 Doorbetaling van salaris tijdens vakantie

  • 1. De werknemer behoudt gedurende het genot van de hem toekomende vakantie aanspraak op doorbetaling van het salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag.

  • 2. Indien in een onderneming een collectieve vakantie geldt, behoudt de werknemer, wiens aanspraak op deze vakantie niet toereikend is en die niet kan worden tewerkgesteld, aanspraak op doorbetaling van salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag. Hetzelfde geldt voor collectieve verlofdagen.

Artikel 57 Afwikkeling van te veel of te weinig genoten vakantiedagen

  • 1. Tijdens de dienstbetrekking kan de werkgever de door de werknemer te veel genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren doen inhalen of in mindering brengen op te verdienen vakantie.

  • 2. Nog niet genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren kunnen tijdens de dienstbetrekking niet worden vervangen door een uitkering in geld.

  • 3. Bij het einde van de dienstbetrekking kan de werkgever de door de werknemer te veel genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren verrekenen met hetgeen hij aan deze werknemer verschuldigd is, indien de beëindiging van het dienstverband geschiedt op verzoek van de werknemer.

  • 4. Bij beëindiging van de dienstbetrekking heeft de werknemer aanspraak op vergoeding wegens door hem te weinig genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren. Ter zake van de hoogte van de vergoeding is artikel 31 lid 1, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag, van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Bij beëindiging van het dienstverband wegens een dringende reden of tijdens de proeftijd, zullen de door de werknemer te veel of te weinig genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren in geld worden verrekend.

  • 6. Ten aanzien van vertegenwoordigers en/of verkopers wordt bij de berekening van de vergoeding wegens te veel of te weinig genoten (gedeelten van) vakantiedagen/uren uitgegaan van het basissalaris, vermeerderd met de verdiende provisie, ongeacht de datum van uitbetaling van deze provisie.

  • De provisie wordt echter uitsluitend in de berekening betrokken indien over de vakantiedagen/uren waarvoor vergoeding plaatsvindt, recht op provisie bestaat.

  • Als verdiende provisie geldt de provisie welke is verdiend gedurende de laatste 12 kalendermaanden direct voorafgaande aan de datum van het einde van de dienstbetrekking, herleid naar het aantal vakan- tiedagen/uren waarover de vergoeding dient te worden berekend.

  • In geval van arbeidsongeschiktheid gedurende de laatste 12 kalendermaanden direct voorafgaande aan de datum van het einde van de dienstbetrekking, zullen als de laatste 12 kalendermaanden gelden de laatste 12 kalendermaanden gedurende welke de functie bij arbeidsgeschiktheid feitelijk is uitgeoefend.

  • 7. Bij het einde van de dienstbetrekking verstrekt de werkgever aan de werknemer een schriftelijke verklaring waaruit blijkt hoeveel vakantiedagen/uren de werknemer niet heeft opgenomen doch wel heeft uitbetaald gekregen.

Artikel 58 Verval van vakantieaanspraken

  • 1. De werknemer die bij de aanvang van de voor hem vastgestelde aaneengesloten vakantie of van één of meer van de door hem vastgestelde verlofdagen/uren arbeidsongeschikt is, ontvangt de vakantie- dagen/uren waarvan hij geen gebruik heeft kunnen maken op een andere tijd, doch uiterlijk twee jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak op vakantie is ontstaan.

Artikel 59 Vakantiebijslag

  • 1. De werknemer heeft, met inachtneming van het bepaalde in artikel 60, aanspraak op vakantiebijslag van 8% over hetgeen hij sinds de laatst verschenen eerste juli heeft verdiend.

  • Bij de in de vorige volzin bedoelde verdienste blijven – tenzij in de onderneming een andere regeling bestaat – buiten beschouwing: overwerk, tijdelijke werktijdverkorting, reisuren vallende buiten de dagelijkse arbeidstijd, onkostenvergoedingen, de dertiende maand, de dagvenstertoeslag indien deze minder dan 30 dagen per jaar is uitgekeerd, winstdelingsregelingen e.d. en éénmalige uitkering(en). Vergoedingen in verband met beloningssystemen als bedoeld in artikel 37 behoren wel tot de in de eerste volzin van dit lid bedoelde verdienste.

  • 2. De vakantiebijslag is opeisbaar op 30 juni, dan wel op de datum van beëindiging van de dienstbetrekking.

  • 3. De vakantiebijslag wordt verminderd met een evenredig deel van het in lid 1 bepaalde:

    • a. voor de tijd die de werknemer voor eigen rekening vrijaf neemt;

    • b. voor de tijd die de werknemer sinds de laatstverschenen eerste juli zijn werkzaamheden niet heeft verricht anders dan ten gevolge van arbeidsongeschiktheid of werktijdverkorting, waarbij de eerste maand buiten beschouwing blijft.

  • 4. Ten aanzien van vertegenwoordigers moet onder salaris als bedoeld in lid 1 worden verstaan: het basissalaris over de periode 1 juli/ 30 juni + de in die periode uitbetaalde provisie. De voor vertegenwoordigers verschuldigde vakantiebijslag is niet hoger dan 8% van driemaal het wettelijk minimumloon per jaar.

Artikel 60 Minimum-vakantiebijslag

  • 2. De werknemer die op 1 januari 2006 in dienst is of nadien in dienst treedt en die op 30 juni 2006 de leeftijd van 23 jaar doch niet die van 65 jaar heeft bereikt, ontvangt een vakantiebijslag van tenminste € 133,09 per maand (€ 122,40 per vierwekenperiode) in de periode van 1 januari 2006 tot 1 januari 2007.

  • 3. De werknemer die op 1 januari 2007 in dienst is of nadien in dienst treedt en die op 30 juni 2007 de leeftijd van 23 jaar doch niet die van 65 jaar heeft bereikt, ontvangt een vakantiebijslag van tenminste € 134,75 per maand (€ 123,93 per vierwekenperiode) in de periode van 1 januari 2007 tot 1 januari 2008.

  • 4. De werknemer die op 1 januari 2008 in dienst is of nadien in dienst treedt en die op 30 juni 2008 de leeftijd van 23 jaar doch niet die van 65 jaar heeft bereikt, ontvangt een vakantiebijslag van tenminste € 136,10 per maand (€ 125,17 per vierwekenperiode) in de periode vanaf 1 januari 2008.

IX. VERLOF

Artikel 61 Kort verlof

Met uitsluiting van het bepaalde in het derde en vierde lid van artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek wordt bij verzuim, voor zover dit binnen de dagelijkse werktijd noodzakelijk is, met doorbetaling van salaris in de hierna te noemen gevallen en over de daarbij vermelde duur vrijaf gegeven:

  • a. over vier dagen aaneengesloten bij:

    • overlijden van de levenspartner, een inwonend kind of pleegkind;

  • b. over twee dagen aaneengesloten bij:

    • huwelijk of geregistreerd partnerschap van de werknemer;

  • c. over één dag bij:

    • bevalling van de levenspartner;

    • adoptie door de werknemer;

    • huwelijk van een ouder, ouder van de levenspartner, kind, kleinkind, broer, zuster, broer en/of zuster van de levenspartner;

    • overlijden van een ouder, levenspartner van de ouder, ouder van de levenspartner, niet-inwonend kind of pleegkind, broer of zuster;

    • bijwoning van de begrafenis of crematie van een ouder, levenspartner van de ouder, ouder van de levenspartner, niet-inwonend kind of pleegkind, broer of zuster;

    • overlijden of bijwoning van de begrafenis of crematie van een grootouder van de werknemer of van diens levenspartner, kleinkind, schoonzoon, schoondochter, broer en/of zuster van de levenspartner, alsmede de levenspartner van (laatstgenoemde) broer of zuster;

    • 25-jarig en 40-jarig huwelijksfeest van de werknemer;

    • keuring voor verplichte militaire dienst, waarbij doorbetaling van salaris slechts behoeft plaats te vinden wanneer de werknemer geen tegemoetkoming van het Ministerie van Defensie ontvangt;

    • professie van een kind, broer of zuster of priesterwijding van een kind of broer;

    • 25-, 40-, 50-, en 60 jarig huwelijksfeest van de ouders, dan wel van de ouders van de levenspartner;

  • d.

    • over de tijd nodig voor het doen van een examen waaronder begrepen maximaal één herexamen voor een diploma of getuigschrift krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs;

    • over de tijd nodig voor het doen van een vakexamen voor een ander erkend diploma – mits dit in het belang van het bedrijf is – indien een verzuim van niet langer dan twee dagen nodig is;

    • over een door de werkgever naar redelijkheid te bepalen langere tijd indien een examen als bedoeld in de vorige zin een verzuim van meer dan twee dagen nodig maakt;

  • e. over een door de werkgever naar redelijkheid te bepalen tijd tot ten hoogste één dag bij:

    • vervulling van een bij wettelijk voorschrift of door de overheid zonder geldelijke vergoeding opgelegde verplichting, voor zover deze verplichting persoonlijk moet worden nagekomen;

  • f. over ten hoogste twee uren bij:

    • uitoefening van de kiesbevoegdheid.

  • Onder levenspartner als in het voorafgaande bedoeld onder a en c wordt verstaan de echtgenoot dan wel echtgenote van de werkneemster dan wel werknemer, dan wel degene, geen ouder, broer of zuster van de werkneemster dan wel werknemer zijnde, met wie de werkneemster dan wel werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert en waarvan de naam door de werkneemster dan wel werknemer vooraf aan de werkgever bekend is gemaakt.

  • Onder levenspartner van de ouder als bedoeld in het voorafgaande bij het derde en vierde gedachtestreepje onder c, wordt verstaan de echtgenoot dan wel echtgenote van de ouder dan wel degene, geen ouder, broer of zuster van de ouder zijnde, met wie de ouder duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.

Artikel 62 Bijzonder verlof

  • 2. De werknemer die lid is van de Deelnemersraad van de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek zal vrijaf worden gegeven met doorbetaling van salaris over de tijd die nodig is voor het bijwonen van vergaderingen van de Deelnemersraad.

Artikel 63 Verlof voor eigen rekening

  • 1. De werknemer, die in het bezit is van een verklaring waaruit blijkt hoeveel vakantiedagen hij nog te goed had bij een vorige werkgever, heeft aanspraak op verlof voor eigen rekening over dat aantal dagen.

  • 2. De werkgever is niet verplicht de werknemer deze verlofdagen te verlenen indien de werknemer niet voor het aangaan van de dienstbetrekking hiervan mededeling heeft gedaan.

Artikel 63a Levensloop

  • 1. Ingeval de werknemer gebruik maakt van zijn gespaarde tegoed in het kader van de Levensloopregeling geldt het volgende:

    • 1. Het verlof kan zowel in vol- als in deeltijd worden opgenomen;

    • 2. De werknemer dient een verzoek van minder dan 3 maanden verlof tenminste 3 maanden voor het beoogde tijdstip van ingang schriftelijk in bij de werkgever. Een aanvraag voor verlof van 3 maanden of langer moet ten minste 6 maanden voor dat tijdstip schriftelijk worden ingediend.

    • 3. De werkgever neemt een beslissing op het verzoek na overleg met de werknemer binnen een maand na ontvangst van het verzoek.

    • 4. De werkgever willigt het verzoek in, indien de werknemer met verlof wil gaan voor een periode van niet langer dan 2 jaar direct voorafgaand aan het moment waarop hij met pensioen gaat.

Artikel 64 Gedwongen verzuim

  • 1. Bij gedwongen verzuim als bedoeld in artikel 7:628 van het Burgerlijk Wetboek, wordt de doorbetaling van het dientengevolge verschuldigde salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag, beperkt tot vijf dagen, tenzij het verzuim aan de schuld van de werkgever te wijten is. Indien twee of meer periodes van gedwongen verzuim elkaar opvolgen met een onderbreking van niet meer dan 3 dagen, gedurende welke de werknemer in opdracht van de werkgever betaalde arbeid heeft verricht, worden deze periodes van gedwongen verzuim voor de toepassing van de in de vorige volzin bedoelde 5 dagen als één verzuimperiode beschouwd.

  • 2. In afwijking van het eerste lid is de werkgever, indien niet kan worden gewerkt wegens gedwongen verzuim ten gevolge van vorst of hoge waterstand, niet verplicht tot enige betaling van salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel.

  • 3. Over elke (volle) dag, dat ten gevolg van de in het vorige lid bedoelde oorzaken niet gewerkt kan worden, verstrekt de werkgever op de aan de werknemer verstrekte uitkering krachtens de Werkloosheidswet een aanvulling tot 100% van het voor de werknemer geldende individueel overeengekomen salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag.

  • Bij elke periode van vorst of hoge waterstand moet ten hoogste twee weken de hiervoor genoemde aanvulling worden betaald.

  • In een eenmaal begonnen vorstperiode of periode van hoge waterstand wordt de periode van twee weken geacht te zijn onderbroken indien er minimaal op drie aaneengesloten dagen arbeid is verricht. Na deze drie dagen begint een nieuwe periode van ten hoogste twee weken aanvulling voor de werkgever te lopen, indien en voor zover er nog sprake is van een gedwongen verzuim ten gevolge van vorst of hoge waterstand.

  • In geval de werknemer op grond van de zogeheten referte-eis geen uitkering krachtens de Werkloosheidswet krijgt, behoudt de werknemer recht op een aanvulling van het salaris door de werkgever tot 100%.

  • 4. Bij invoering door de werkgever van een door de bevoegde instantie goedgekeurde tijdelijke werktijdverkorting (verkorting tot een 0-uren week daaronder begrepen) betaalt de werkgever geen salaris over de tijd waarin geen arbeid is verricht.

  • 5. Wanneer de werknemer ten opzichte van het Landelijke instituut sociale verzekeringen waarbij de werkgever is aangesloten aanspraak heeft op uitkering krachtens de werkloosheidswet omdat de werkgever ingevolge het bepaalde in het voorgaande lid niet verplicht is tot betaling van het salaris, vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag, wordt deze uitkering door de werkgever aangevuld tot het gederfde salaris.

  • 6. Indien een persoon minder dan 15 uur per week werkzaam is en de tijdstippen waarop de arbeid moet worden verricht niet zijn vastgelegd, dan wel indien de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig is vastgelegd is, in afwijking van de leden 1 tot en met 5, artikel 7:628 BW niet van toepassing gedurende de eerste 12 maanden van de overeenkomst.

X. ARBEIDSONGESCHIKTHEID

Artikel 65 Definitie

  • 1. Onder arbeidsongeschiktheid in dit hoofdstuk wordt verstaan het ongeschikt zijn tot werken ten gevolge van ziekte, ongeval, gebrek, zwangerschap en/of bevalling, een en ander zoals omschreven in de Ziektewet (ZW), de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

  • 2. Als eerste dag van de arbeidsongeschiktheid wordt beschouwd de dag, waarop niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt.

  • 3. Als dag van arbeidsongeschiktheid wordt ook beschouwd de dag vallend binnen het dienstrooster waarop ten gevolge van arbeidsduurverkorting niet wordt gewerkt.

  • 4. Als dag van arbeidsongeschiktheid wordt voorts beschouwd de dag waarop niet wordt gewerkt ingevolge een dienstrooster als bedoeld in artikel 18 lid 4.

Artikel 66 Melding

  • 1. Ingeval van arbeidsongeschiktheid is de werknemer verplicht hiervan ten spoedigste kennis te geven of te doen geven aan de werkgever. Indien de werknemer op de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken niet op het werk verschijnt, dient de in de vorige zin bedoelde kennisgeving uiterlijk om 09.00 uur des voormiddags te geschieden.

  • 2. Ter voorkoming van misbruik is de werkgever bevoegd om, ingeval hij aannemelijk maakt dat de werknemer zich ten onrechte arbeidsongeschikt heeft gemeld, hetzij de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid aan te merken als een door de werknemer opgenomen verlofdag, hetzij over die dag de doorbetaling van het salaris achterwege te laten.

Artikel 66a Zwangerschaps- en bevallingsverlof

  • 1. In verband met bevalling heeft de werkneemster recht op verlof gedurende maximaal zes weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum en gedurende tien weken nà de bevallingsdatum; in totaal derhalve gedurende ten minste zestien weken.

  • 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel, kan de werkneemster die ten minste drie maanden vóór de vermoedelijke bevallingsdatum de wens daartoe aan de werkgever te kennen geeft, de verlofperiode vóór deze datum verkorten tot uiterlijk vier weken. In dat geval wordt het aantal niet genoten weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum toegevoegd aan de verlofperiode na de bevallingsdatum.

Artikel 67 Aanvulling van salaris

  • 1.

    • a. De werkgever is bij gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer gedurende een tijdvak van maximaal 24 maanden gehouden het salaris aan de werknemer door te betalen dat de werknemer bij arbeidsgeschiktheid zou hebben verdiend, waarbij geldt dat gedurende de eerste zes maanden 100% van dat salaris wordt doorbetaald en gedurende de volgende 18 maanden 90% van dat salaris wordt doorbetaald.

      • 1. Overgangsbepaling: Indien de arbeidsongeschiktheid is ontstaan voor 1 maart 2005, betaalt de werkgever de werknemer tot 1 september 2005 100% van het salaris door wat hij bij arbeidsgeschiktheid zou hebben verdiend en vanaf 1 september 2005 voor zijn, werknemer’s, resterende periode van 24 maanden 90% van het salaris wat hij bij arbeidsgeschiktheid zou hebben verdiend.

    • b. In afwijking van het in lid 1 sub a gestelde wordt aan de werknemer die het werk gedeeltelijk dan wel op arbeidstherapeutische basis hervat gedurende de in lid 1 sub a bedoelde periode van maximaal 24 maanden tijdens die periode van werkhervatting 100% van het salaris door de werkgever doorbetaald dat de werknemer bij arbeidsgeschiktheid zou hebben verdiend.

    • c. In afwijking van het in lid 1 sub a gestelde wordt aan de werknemer waarvan is vastgesteld dat die geen kans op herstel heeft en niet beschikt over een resterende verdiencapaciteit gedurende de in lid 1 sub a bedoelde periode van maximaal 24 maanden 100% van het salaris door de werkgever doorbetaald dat de werknemer bij arbeidsgeschiktheid zou hebben verdiend.

    • Indien werkgever en werknemer twijfelen over de toepasselijkheid van de vorige volzin kan de werknemer eerder dan na twee jaar een aanvraag voor een IVA-uitkering indienen bij het uitvoeringsorgaan. Deze aanvraag moet vergezeld gaan van een verklaring van de bedrijfsarts dat er naar zijn mening sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en geen kans op herstel. De verklaring van de bedrijfsarts moet mede gebaseerd zijn op een verklaring van de behandelende medisch specialist.

  • 2. De in lid 1 bedoelde salarisdoorbetaling wordt verminderd met:

    • a. het bedrag van enige – ongekorte – geldelijke uitkering die de werknemer toekomt dan wel zou kunnen toekomen krachtens enige wettelijk voorgeschreven verzekering. Het bedrag waarmee deze uitkering eventueel verlaagd is als gevolg van een sanctie van de uitkeringsinstantie vanwege een aan de werknemer verwijtbare omstandigheid, dient daarbij gerekend te worden als de geldelijke uitkering als bedoeld in de vorige volzin;

    • b. het bedrag waar de werknemer recht op heeft dan wel recht op had kunnen hebben indien hij zich heeft dan wel had verzekerd voor een aanvullend invaliditeitspensioen bij de N.V. Schadeverzekering Metaal en Technische Bedrijfstakken, tenzij het niet verzekerd zijn het gevolg is van handelen of nalaten van de werkgever;

    • c. het bedrag dat in verband met premievrijstelling door het pensioenfonds niet bij de werknemer wordt ingehouden, voor zover het werknemersdeel van de premie conform het reglement door de werkgever voor de intreding van de arbeidsongeschiktheid werd ingehouden, dit geldt niet voor de werknemer die op 1 april 2003 één jaar of langer arbeidsongeschikt is.

  • 3. Onder salaris wordt in dit artikel verstaan het salaris als bedoeld in artikel 31 lid 1 vermeerderd met een eventueel van toepassing zijnde ploegentoeslag en/of prestatietoeslag.

  • In de gevallen als genoemd in artikel 7:629 lid 3 BW heeft de werkgever geen verplichting tot salarisdoorbetaling als bedoeld in artikel 67 lid 1 van deze CAO.

  • 4.

    • b. In afwijking van het gestelde in lid 1 heeft de werkgever geen verplichting tot salarisbetaling indien de werknemer uitsluitend recht heeft op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet.

  • 5. Voor de toepassing van het in het eerste lid bepaalde worden perioden waarin de werknemer ten gevolge van dezelfde arbeidsonge- schiktheidsoorzaak verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan zes maanden opvolgen.

  • Voor de toepassing van het in het eerste lid bepaalde worden perioden waarin de werknemer ten gevolge van verschillende arbeidsongeschiktheidsoorzaken verhinderd is geweest zijn arbeid te verrichten samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.

Artikel 67a Reïntegratie

  • 1. Onder een arbeidsgehandicapte werknemer wordt in dit artikel verstaan een werknemer in de Metaal en Techniek die arbeidsgehandicapt is in de zin van de Wet REA.

  • 2.

    • a. De arbeidsgehandicapte werknemer die in het kader van zijn reïntegratie passende arbeid bij de eigen werkgever accepteert en daardoor een functie gaat vervullen met een lager salaris, ontvangt met inachtneming van het hierna in sub c bepaalde, vanaf het moment dat hij de nieuwe functie gaat vervullen gedurende een tijdvak van maximaal 24 maanden een persoonlijke toeslag op het salaris. De periode van loondoorbetaling als bedoeld in artikel 67 lid 1 CAO voorafgaand aan het vervullen van de functie als hier bedoeld, en het tijdvak waarin de persoonlijke toeslag als bedoeld in de vorige volzin wordt betaald, kunnen tezamen niet langer zijn dan 42 maanden. Indien die periode wel langer is vervalt na die 42 maanden de persoonlijke toeslag. Het bedrag van deze toeslag is gelijk aan het verschil tussen het salaris van de oude functie en het nieuwe lagere salaris. Na het verstrijken van het genoemde tijdvak geldt voor de werknemer het bepaalde in artikel 36 CAO.

    • b. Bij het berekenen van de hiervoor in sub a bedoelde toeslag wordt het salaris dat de werknemer verdiende ten tijde van de arbeidsongeschiktheid pro rata berekend over de arbeidsduur waarin de werknemer in de nieuwe passende functie werkzaam is.

    • c. Bij het berekenen van het sub a bedoelde verschil wordt bij het nieuwe salaris opgeteld het bedrag waarmede een eventuele WAO-uitkering dan wel de uitkering als bedoeld in artikel 67 lid 2 sub b CAO wordt verhoogd na het aanvaarden van de passende arbeid, dan wel het bedrag van enige andere, dan de WAO, – ongekorte – geldelijke uitkering die de werknemer toekomt dan wel zou kunnen toekomen krachtens enige wettelijk voorgeschreven verzekering.

  • 3. Indien de werknemer na aanvang van de passende arbeid bij de eigen werkgever ook voor die passende arbeid arbeidsongeschikt wordt, geldt het volgende:

    • a. Indien de werknemer binnen zes maanden na aanvang van de passende arbeid bij de eigen werkgever opnieuw arbeidsongeschiktheid wordt, is de werkgever gedurende het resterende deel van het tijdvak van 24 maanden ex artikel 67 lid 1 gehouden de werknemer het salaris door te betalen dat de werknemer verdiende voor aanvaarding van de passende arbeid. Het in de vorige volzin bedoelde resterende deel is het maximale tijdvak van 24 maanden minus de periode die ligt tussen de aanvang gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en de aanvaarding van de passende arbeid. Het bepaalde in artikel 67a lid 2 sub a tot en met sub c is in dit geval niet meer van toepassing.

    • b. Indien de werknemer na zes maanden na aanvang van de passende arbeid bij de eigen werkgever opnieuw arbeidsongeschiktheid wordt, is de werkgever ex artikel 67 gedurende een tijdvak van maximaal 24 maanden gehouden het salaris door te betalen dat de werknemer bij arbeidsgeschiktheid zou hebben verdiend, namelijk het salaris dat hoort bij de passende arbeid die de werknemer is gaan verrichten. Daarnaast blijft het bepaalde in artikel 67a lid 2 sub a tot en met sub c van toepassing voor de resterende periode van het in artikel 67a lid 2 sub a genoemde tijdvak.

  • 4. De arbeidsgehandicapte werknemer die in het kader van zijn reïntegratie wordt gedetacheerd of bij wijze van proefplaatsing gaat werken bij een andere werkgever, behoudt tijdens die periode de arbeidsvoorwaarden van zijn werkgever waar vanuit de detachering/proefplaatsing plaatsvindt.

  • 5.

    • a. In geval de arbeidsgehandicapte werknemer in het kader van zijn reïntegratie passende arbeid gaat verrichten bij een nieuwe werkgever geldt, indien bij de reïntegratie voldaan is aan de volgende criteria,

      • de reïntegratie bij de nieuwe werkgever is tot stand gekomen met behulp van een erkend reïntegratiebedrijf conform de wet;

      • de reïntegratie vindt plaats binnen de termijn van maximaal 24 maanden als bedoeld in artikel 67 lid 1;

    • het bepaalde in lid 6 sub a., sub b. en sub c.

    • b. Indien door de arbodienst, danwel het UWV is vastgesteld dat de werknemer niet kan terugkeren in het eigen bedrijf kan een reïntegratiebedrijf worden ingeschakeld. Als werkgever en werknemer dan besluiten om een reïntegratiebedrijf (welke beschikt over het Borea Keurmerk Reïntegratie) in te schakelen bij het reïntegreren van de arbeidsongeschikte werknemer, dan krijgt de werkgever een tegemoetkoming in de kosten van het reïntegratiebedrijf. Deze tegemoetkoming bedraagt 50% van de kosten tot een maximum van € 2.500.

  • 6.

    • a. De werkgever bij wie de werknemer als bedoeld in lid 5 uit dienst treedt en daardoor een lager salaris gaat verdienen, betaalt de werknemer bij einde dienstverband een bedrag ineens, waarvan de hoogte als volgt wordt bepaald:

    • Het verschil tussen het salaris dat de werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid verdiende en het salaris dat de werknemer na zijn reïntegratie gaat verdienen, vermeerderd met eventuele uitkeringen als bedoeld in artikel 67 lid 2 sub a en sub b, over de resterende periode van de maximaal 24 maanden als bedoeld in artikel 67 lid 1. Bij het berekenen van de hiervoor bedoelde uitkering wordt het salaris dat de werknemer verdiende ten tijde van de arbeidsongeschiktheid pro rata berekend over de arbeidsduur waarin de werknemer na zijn reïntegratie werkzaam is.

    • Bij de bepaling van de hoogte van dit bedrag geldt voorts het volgende:

    • Het bedrag ineens is maximaal 30% van het salaris dat de werknemer gedurende de resterende periode van de maximaal 24 maanden als bedoeld in artikel 67 lid 1 zou hebben verdiend in de functie waarin hij werkzaam was toen hij arbeidsongeschikt werd.

  • 7. Indien de arbeidsgehandicapte werknemer hem in het kader van reïntegratie aangeboden passende arbeid bij de eigen of een nieuwe werkgever niet accepteert, geldt het volgende:

    • a. De loondoorbetaling kan worden beëindigd. Dit geldt niet wanneer de werknemer voor de eerste keer sinds zijn arbeidsongeschiktheid is aangevangen gebruik maakt van zijn recht op het aanvragen van een second opinion bij het UWV conform artikel 7:629a BW. In dat geval is de werkgever gehouden gedurende ten hoogste vier weken na de aanvraag van de second opinion 70% te betalen van het bedrag dat hij ex artikel 67 CAO aan de werknemer moet doorbetalen. Tevens zal de werkgever de kosten van de second opinion dienen te betalen.

    • b. Alleen indien de werknemer na de second opinion als bedoeld in sub a in het gelijk wordt gesteld, is de werkgever gehouden de resterende 30% van de salarisdoorbetalingsverplichting als bedoeld in artikel 67 CAO alsnog te voldoen over de periode van ten hoogste vier weken als bedoeld in sub a.

    • c. Indien de arbeidsgehandicapte werknemer in dezelfde periode van arbeidsongeschiktheid ook een tweede aanbod van passende arbeid afwijst, kan de loondoorbetaling opnieuw worden beëindigd. In geval de werknemer een second opinion bij UWV aanvraagt, vindt het gestelde in sub a en b toepassing als zijnde een voorschot met dien verstande dat wanneer de werknemer bij deze second opinion in het ongelijk wordt gesteld, de werkgever het over die periode van ten hoogste vier weken betaalde voorschot mag verrekenen dan wel terugvorderen.

Artikel 68 Vakantiebijslag in geval van langdurige arbeidsongeschiktheid

De werknemer die onafgebroken arbeidsongeschikt is, behoudt gedurende maximaal 24 maanden zijn aanspraak op vakantiebijslag, zulks onder aftrek van de vakantie-uitkering welke hem toekomt krachtens enige wettelijk voorgeschreven verzekering. Voor de werknemers van 65 jaar of ouder geldt deze aanspraak niet.

XI. PENSIOEN- EN OVERLIJDENSUITKERING

Artikel 70 Overlijdensuitkering

Bij overlijden van de werknemer is de werkgever verplicht aan de nagelaten betrekkingen als bedoeld in artikel 7:674 BW een uitkering te verlenen ten bedrage van het loon dat de werknemer toekwam direct voorafgaande aan diens overlijden. Deze uitkering heeft betrekking op de periode vanaf de dag na overlijden tot en met de laatste dag van de tweede maand na die waarin het overlijden plaatsvond.

XII. ONDERWIJS

Artikel 71 Partieel leerplichtige werknemer

Tussen de werkgever en de jeugdige werknemer, die ingevolge paragraaf 2a van de Leerplichtwet partieel leerplichtig is, geldt een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur als bedoeld in artikel 18, zulks onder aftrek van het aantal dagen per week waarop de werknemer verplicht is onderwijs te volgen, tenzij werkgever en werknemer anders overeenkomen.

Artikel 72 Part-time-onderwijs

  • 1. De werkgever kan met een werknemer die niet partieel leerplichtig is en die een opleiding volgt via de beroepsbegeleidende leerweg (voorheen leerlingwezen) in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs een arbeidsovereenkomst sluiten met een normale gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, zoals bedoeld in artikel 18, dan wel met een kortere wekelijkse arbeidsduur. Voor de regeling van de arbeidsvoorwaarden wordt verwezen naar bijlagen 8a en 8b.

  • 2.

    • a. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid geldt ten aanzien van de werknemer van 18 jaar en ouder met wie de werkgever een leerarbeidsovereenkomst heeft gesloten voor het volgen van een Opleiding Niveau II als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (voorheen primair leerlingwezen), met ingang van 1 september 1999 dat de wekelijkse scholingsdag volledig wordt doorbetaald indien een werkweek van gemiddeld 32 arbeidsuren (4 dagen feitelijke arbeid verrichten, 1 dag school) is overeengekomen. Hierbij geldt als voorwaarde dat de werknemer op de tijden waarop het betreffende onderwijs niet wordt gevolgd, en waarop wel salaris wordt betaald, werkzaam is bij de werkgever. Indien met de werknemer, als bedoeld in dit lid, een kortere werkweek dan 32 arbeidsuren wordt overeengekomen, dan dient de scholingsdag naar evenredigheid te worden doorbetaald, onder de voorwaarde als bepaald in de vorige volzin.

    • b. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid geldt ten aanzien van de werknemer van 17 jaar en ouder met wie de werkgever een leerarbeidsovereenkomst heeft gesloten voor het volgen van een Opleiding Niveau II als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (voorheen primair leerlingwezen), met ingang van 1 september 2000 dat de wekelijkse scholingsdag volledig wordt doorbetaald indien een werkweek van gemiddeld 32 arbeidsuren (4 dagen feitelijke arbeid verrichten, 1 dag school) is overeengekomen. Hierbij geldt als voorwaarde dat de werknemer op de tijden waarop het betreffende onderwijs niet wordt gevolgd, en waarop wel salaris wordt betaald, werkzaam is bij de werkgever. Indien met de werknemer, als bedoeld in dit lid, een kortere werkweek dan 32 arbeidsuren wordt overeengekomen, dan dient de scholingsdag naar evenredigheid te worden doorbetaald, onder de voorwaarde als bepaald in de vorige volzin.

  • 3. De werkgever kan bedingen, dat de werknemer tijdens diens opleiding de dienstbetrekking niet zal mogen beëindigen of dat de werknemer na zijn examen nog een bepaalde tijd in dienst zal moeten blijven, met dien verstande dat het verbod tot opzegging niet langer kan gelden dan tot uiterlijk één jaar na het – al dan niet met goed gevolg – afleggen van het examen in het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Een overeenkomst als bedoeld in de vorige zin dient schriftelijk te worden aangegaan en wel voor de feitelijke deelneming van de leerling aan de opleiding.

  • 4. De werknemer die de dienstbetrekking beëindigt voor het in lid 3 bedoelde tijdstip, is schadeplichtig. De schadeloosstelling blijft beperkt tot het uit hoofde van de leden 1 en 2 doorbetaalde salaris (als bedoeld in artikel 31 CAO), vermeerderd met de kosten welke de werkgever eventueel ten behoeve van de werknemer heeft gemaakt in verband met diens deelneming aan de opleiding, zoals boeken, reisgeld e.d.

Artikel 72a Verplichte scholing

Indien de werkgever de werknemer verplicht scholing te volgen buiten zijn dienstrooster, ontvangt de werknemer een compensatie.

Artikel 73 Individueel scholingsrecht werknemers 45 jaar en ouder

Aan de werknemer van 45 jaar en ouder zal voor de looptijd van deze CAO één individuele scholingsdag worden toegekend waarbij het salaris over de scholingsdag wordt doorbetaald door de werkgever en de cursus wordt gegeven in het kader van de activiteiten van het betreffende Opleidings- en Ontwikkelingsfonds.

XIII. WERKGELEGENHEID

Artikel 74 Werkgelegenheid

  • 1. Indien er door natuurlijk verloop vacatures ontstaan zal de werkgever er naar streven deze te doen vervullen, zulks in het kader van handhaving van de werkgelegenheid.

  • 2. De werkgever zal bij het ontstaan van vacatures in zijn bedrijf de bij hem in dienst zijnde werknemers in de gelegenheid stellen daarnaar te solliciteren.

  • 3. Indien in de vacatures op de wijze als aangegeven in lid 2 niet kan worden voorzien, zal de werkgever deze terstond aanmelden bij het voor hem in aanmerking komende Arbeidsbureau; hierbij dienen de vacante functies en de aan de werknemers te stellen eisen voor de vervulling daarvan duidelijk te worden omschreven.

  • 4. Het in lid 3 gestelde geldt ook voor part-time-functies.

  • 5. Zodra in een vacature is voorzien, meldt de werkgever deze af bij het betreffende Arbeidsbureau.

  • 7. De werkgever, die ter voorziening in een tijdelijk tekort aan arbeidskrachten gebruik wil maken van de diensten van een uitzendbureau, zal hiervan mededeling doen aan het medezeggenschapsorgaan dan wel de werknemersdelegatie.

Artikel 74c Kinderopvang

  • 1. Er is een Stichting „Stichting Kinderopvangregeling Metaal en Techniek.’’

  • 2. De werknemer met één of meer kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar kan van de regeling van deze Stichting gebruik maken.

XIV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 75 Afwijking van deze overeenkomst

Aanvragen om vergunning tot afwijking van deze overeenkomst worden ingediend bij de Vakraad.

XV. BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel 77 Werkingssfeer

  • 1. Deze overeenkomst geldt voor werkgevers in de bedrijfstak en werknemers in de tak van het be- en/of verwerken van metaal, waaronder onder meer wordt verstaan:

    • a. het aanleggen, assembleren, construeren, demonteren, draaien, emailleren, forceren, gieten, herstellen, lassen, monteren, onderhouden, persen, pletten, samenstellen, slopen, smeden, trekken, vervaardigen, walsen van metaal (waaronder o.m. te verstaan: aluminium, blik, brons, koper, lood, messing, staal, tin, ijzer, zink, en legeringen of composities hiervan) of van metalen voorwerpen, alles in de ruimste zin van het woord, zoals: apparaten, appendages, automaten, automobielen, beelden, benzinepompen, beregeningsinstallaties, bliksemafleiders, blikwaren, bouten, brandkasten, bruggen, buizen, capsules, containers niet zijnde carrosserieën, draad, draadnagels, drijfwerk, elektroden, gaas, gemotoriseerde rijwielen, gereedschappen, haarden, instrumenten (waaronder optische apparaten), jalouzieën, kachels, ketels, kinderwagens, klinknagels, knopen, kroonkurken, machines, matrassen, matrijzen, meters (o.a. gas-, elektriciteits-, water- en taxi- meters), meubelen, moeren, motoren, motorrijwielen, muziekinstrumenten, onderdelen, ovens, ramen, reservoirs, rolhekken, rollend materiaal, rolluiken, rijwielen, schaatsen, schepen (alle vaartuigen hoe ook genaamd en van welke aard ook), schroeven, schuifen sierhekken, sluitingen, stempels, stoomketels, tanks, toestellen, tuben, uurwerken, werktuigen (waaronder mede begrepen kracht- en arbeidswerktuigen, landbouwmachines, -tractoren en -werktuigen) en zonweringen;

    • b. het vervaardigen van apparaten, installaties, stoffen, toestellen, voorwerpen e.d., ongeacht de aard van het materiaal, die elektrische energie of haar componenten afgeven, bewaren, gebruiken, meten, omzetten, overbrengen, schakelen, transformeren, verbruiken, verdelen, voortbrengen of waarneembaar maken, zoals produkten dienende tot het meten, muteren, schakelen, transformeren en voortbrengen van elektrisch arbeidsvermogen; elektromotoren, elektrische huishoudelijke en industriële toestellen met en zonder elektrische beweegkracht, elektrische ovens, fornuizen, apparatuur voor het elektrisch lassen en accumulatoren; produkten dienende tot het ondergronds transport van elektrisch arbeidsvermogen (grondkabel), en geïsoleerde draad;

    • installatiemateriaal, waaronder smeltveiligheden;

    • apparaten en instrumenten op het gebied van telefonie, telegrafie en andere telecommunicatiedoeleinden;

    • gloeilampen, gasontladingsbuizen voor hoge en lage spanningen en elektronenbuizen;

    • droge batterijen;

    • radio-, radar-, televisie-, zend-, ontvang- en van alle overige elektronische apparatuur, daaronder begrepen elektro-medische toestellen en instrumenten en computers.

    • c. het staalblazen en/of gritstralen van metalen voorwerpen;

    • d. het verzinken en/of vertinnen, voorzover dit niet langs galvanotechnische weg geschiedt;

    • e. Tot de onder a t/m d vermelde takken van bedrijf behoren uitsluitend ondernemingen waarin, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, in de regel gedurende minder dan 1.200 uren per week door bij die onderneming in dienst zijnde werknemers werkzaamheden worden verricht.

    • f. Een onderneming die in verband met het aantal arbeidsuren van haar werknemers behoort tot de onder a t/m d vermelde takken van bedrijf, behoort, indien het bedoelde aantal arbeidsuren per week in die onderneming, rekening houdende met het in de bedrijfstak geldende normale aantal arbeidsuren, gedurende een ononderbroken periode van onderscheidenlijk 3, 2 of 1 jaar, te rekenen vanaf l januari van enig jaar, ten minste heeft bedragen onderscheidenlijk 1.200, 2.000 of 3.000, na afloop van die periode met inachtneming van het hierna in sub g bepaalde, tot de metaalindustrie.

    • g. De in sub f bedoelde onderneming behoort tot de metaalindustrie met ingang van de eerste dag van het eerstvolgende kalenderjaar aanvangende na afloop van de in sub f genoemde perioden.

    • h. Ondernemingen waarvan de bedrijfsuitoefening uitsluitend of in hoofdzaak behoort tot de onder a t/m d vermelde takken van bedrijf waarop het tot l januari 1985 geldende criterium van het aantal werknemers van toepassing is en die zijn ingeschreven bij de Sector Metaal en Technische Bedrijfstakken (voorheen Bedrijfsvereniging voor de Metaalnijverheid) doch waarbij op of voor genoemde datum gelet op dat criterium aansluiting bij de Sector Metaalindustrie of Sector Elektrotechnische Industrie (voorheen te zamen de Bedrijfsvereniging voor de Metaalindustrie en Electrotechnische Industrie) had moeten plaatsvinden, blijven behoren tot het metaalbewerkingsbedrijf.

    • i. In geval van rechtsopvolging van een onderneming als hiervoor in sub f en sub h bedoeld, wordt voor de toepassing van het in sub f en sub h bepaalde aangenomen dat sprake is van eenzelfde aansluiting.

    • j. Indien een onderneming als bedoeld in sub h, in het kader van het bepaalde bij of krachtens de Organisatiewet Sociale Verzekering overgaat naar de Sector Metaalindustrie of Sector Elektrotechnische Industrie (voorheen te zamen de Bedrijfsvereniging voor de Metaalindustrie en Electrotechnische Industrie) behoort die onderneming met ingang van dezelfde datum tot de metaalindustrie.

    • k. De Commissie Werkingssfeer*) ziet toe op de toepassing van de met betrekking tot de indeling en overgang van ondernemingen in sub e t/m j gestelde regelen.

    • l. Ongeacht het aantal arbeidsuren gedurende welke in de regel per week door bij die ondernemingen in dienst zijnde werknemers werkzaamheden worden verricht, behoren niet tot het metaalbewerkingsbedrijf ondernemingen, waarin uitsluitend of in hoofdzaak een of meer van de volgende bedrijven worden uitgeoefend:

      • a. het walsen van staal;

      • b. het ijzer- en staalgietersbedrijf;

      • c. het vervaardigen en/of herstellen van vliegtuigen;

      • d. het vervaardigen en/of herstellen van liften.

    • a. zonwerende gordijnen vervaardigd uit natuurlijke vezels of kunststofvezels, al dan niet op de rugzijde voorzien van reflecterend materiaal;

    • b. vouwgordijnen vervaardigd uit natuurlijke vezels of kunststofvezels, al dan niet op de rugzijde voorzien van reflecterend materiaal;

    • c. rolgordijnen, al dan niet op de rugzijde voorzien van reflecterend materiaal;

    • d. horizontale jaloezieën gevormd door kantelbare lamellen vervaardigd van aluminium en/of enig ander materiaal;

    • e. verticale jaloezieën gevormd door kantelbare lamellen van ongeacht welk materiaal;

    • f. zonwerende foliën, etalagefoliën, veiligheidsfoliën, glascoatings;

    • g. jaloezieën en/of andere voorzieningen tussen dubbele beglazing.

  • Onder vervaardigen dient in het voorafgaande eveneens te worden verstaan het assembleren, monteren en samenstellen uit van derden betrokken onderdelen.

  • 2. Deze overeenkomst geldt mede voor werkgevers in de bedrijfstak en werknemers in de tak van het galvanotechnisch bedrijf, waaronder wordt verstaan:

  • het door middel van op elektrochemische of op andere wijze aanbrengen van metaalneerslag op voorwerpen, het oxyderen of het polijsten van metalen.

  • 3. Deze overeenkomst geldt mede voor werkgevers in de bedrijfstak en werknemers in de tak van het hand- en machinegraveerbedrijf, waaronder wordt verstaan:

  • het bedrijf van het graveren in metaal of andere stoffen.

  • 4. Deze overeenkomst geldt mede voor werkgevers in de bedrijfstak en werknemers in de tak van het modelmakersbedrijf, waaronder wordt verstaan:

  • het vervaardigen, repareren en wijzigen van gietmodellen, vormplaten en coquilles.

  • 5. Deze overeenkomst geldt mede voor werkgevers in de bedrijfstak en werknemers in de tak van het bedrijf van het lakken, moffelen, slijpen en/of polijsten van metaal, het aanbrengen van coatings van kunststoffen of keramiek op metaal; het herstellen van naaimachines;

  • 7. Deze overeenkomst geldt, indien lid 1 van dit artikel niet van toepassing is, mede voor werkgevers in de bedrijfstak en werknemers in de tak van het bedrijf van het rolluiken-, markiezen- en zonweringsbedrijf, waaronder wordt verstaan:

  • het aanbrengen, assembleren, herstellen, leasen, opbergen, verhandelen, verhuren, vervaardigen van binnenzonwering en/of buitenzonwering en/of afsluitingen, ongeacht de bestemming en/of het gebruiksdoel.

  • Ten deze wordt verstaan onder:

  • binnenzonwering:

  • Binnen het gebouw, woning, bedrijfspand, winkel en/of enige andere localiteit, ongeacht de aard, bestemming en/of gebruiksdoel, aan te brengen voorzieningen al dan niet uitsluitend ter wering van zon- en/of daglicht, ter verfraaiing van het interieur, ter afsluiting en/of afscherming, ter decoratie, ter verhoging van de privacy zoals:

    • a. zonwerende gordijnen vervaardigd uit natuurlijke vezels of kunststofvezels, al dan niet op de rugzijde voorzien van reflecterend materiaal;

    • b. vouwgordijnen vervaardigd uit natuurlijke vezels of kunststofvezels, al dan niet op de rugzijde voorzien van reflecterend materiaal;

    • c. rolgordijnen, al dan niet op de rugzijde voorzien van reflecterend materiaal;

    • d. horizontale jaloezieën gevormd door kantelbare lamellen vervaardigd van aluminium en/of enig ander materiaal;

    • e. verticale jaloezieën gevormd door kantelbare lamellen van ongeacht welk materiaal;

    • f. zonwerende foliën, etalagefoliën, veiligheidsfoliën, glascoatings;

    • g. jaloezieën en/of andere voorzieningen tussen dubbele beglazing.

  • buitenzonwering:

  • Buiten het gebouw, woning, bedrijfspand, winkel en/of enige andere localiteit, ongeacht de aard, bestemming en/of gebruiksdoel, aan te brengen voorzieningen al dan niet uitsluitend ter wering van zon- en/of daglicht, ter afscherming en/of afsluiting, ter verhoging van de privacy, ter verfraaiing van het exterieur, ter beveiliging, zoals:

    • a. markiezen, al dan niet beweegbaar en al dan niet voorzien van een raamwerk en kap van enig materiaal, bekleed met materiaal van welke aard ook;

    • b. horizontaal beweegbare schermen, voorzien van enigerlei armconstructie en een doekrol van enig materiaal en voorzien van katoendoek, synthetisch doek en/of doek van enig ander materiaal;

    • c. verticaal beweegbare schermen bewegende langs zijgeleiders, vervaardigd uit enig materiaal;

    • d. rolluiken, al dan niet dubbelwandig, al dan niet opengestanst, al dan niet – volledig – doorzichtig, bestaande uit profielen van enig materiaal die op enigerlei wijze ten opzichte van elkaar scharnieren;

    • e. niet beweegbare zonneluifels, gemonteerd aan vaste dragers;

    • f. terrasoverkappingen, al dan niet beweegbaar.

  • afsluitingen:

  • Al die middelen die hetzij binnen hetzij buiten het gebouw, woning, bedrijfspand, winkel en/of enige andere localiteit, ongeacht de aard, bestemming en/of gebruiksdoel worden aangewend, al dan niet uitsluitend ter verduistering, afscherming en/of afsluiting, beveiliging in de ruimste zin des woords, separatie, compartimentering, zoals:

    • a. verduisteringsgordijnen hetzij oprolbaar, hetzij schuifbaar;

    • b. vouwdeuren en vouwwanden al dan niet voorzien van geluidsisolatie;

    • c. rolhekken, verticaal oprolbaar en samengesteld uit rond of plat materiaal van welke aard dan ook en/of uit aanééngeschoven strippen en/of plaatjes van enig materiaal;

    • d. schuifhekken, naar de zijkant wegschuifbaar en vervaardigd uit aluminium of staal en/of enig ander materiaal;

    • e. rolluiken, al dan niet dubbelwandig, al dan niet opengestanst, al dan niet – volledig – doorzichtig, bestaande uit profielen van enig materiaal die op enigerlei wijze ten opzichte van elkaar scharnieren;

    • f. horren al dan niet oprolbaar en/of hordeuren al dan niet oprolbaar of schuifbaar;

    • g. voorzetluiken en voorzethekken, vervaardigd uit hout, aluminium en/of enig ander materiaal.

Artikel 82 Gereedschapsvergoeding voor houtbewerkers

De werkgever verstrekt de werknemer een redelijke vergoeding voor het door de werknemer zelf aangeschafte en naar de richtlijnen van de onderneming benodigde gereedschap, behoudens in die gevallen waarin de werkgever het gereedschap ter beschikking stelt.

Artikel 83 Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingsbedrijf

  • 1. Er is een stichting ’’Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingsbedrijf’’.

Artikel 84 Bedrijfsraad romazo

  • 1. De Partijen bij deze overeenkomst hebben een Bedrijfsraad ingesteld bestaande uit zes leden, waarvan de Werkgeversvereniging drie, FNV Bondgenoten twee en de CNV bedrijvenbond één lid benoemen. Op gelijke wijze worden plaatsvervangende leden benoemd, welke in de plaats treden van een lid dat verhinderd is aan het werk van de Bedrijfsraad deel te nemen.

  • 2. De bedrijfsraad bepaalt zelf haar werkwijze;

  • 3. Alle stukken bestemd voor de bedrijfsraad moeten worden gezonden aan het adres: Postbus 2600, 3430 GA Nieuwegein.

  • 4. De kosten van de bedrijfsraad komen voor tweederde deel ten laste van de Werkgeversvereniging, voor een derde deel ten laste van de Werknemersverenigingen.

Artikel 85 Arbeidsvoorwaarden leerlingen

In afwijking van de artikelen 13, 14, 18 en 71, kan onder gebruikmaking van de modelovereenkomst, zoals opgenomen in bijlage 8B, een dienstbetrekking worden aangegaan voor hetzij onbepaalde tijd, hetzij voor de duur van de opleiding via de beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs. Indien er sprake is van een deeltijd-arbeidsovereenkomst dient een minimale werktijd van 30,4 uur per twee weken te zijn opgenomen. De werknemer heeft aanspraken op arbeidsvoorwaarden die in overeenkomstige verhouding staan tot de aanspraken die kunnen worden gemaakt bij een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur zoals bedoeld in artikel 18 lid 1.

Artikel 85a Arbeidsovereenkomst voor hbo- dan wel wo-studenten

In afwijking van de artikelen 13, 14 en 71 kan onder gebruikmaking van de modelovereenkomst, zoals opgenomen in bijlage 8C, een dienstbetrekking worden aangegaan voor de duur dat werknemer in het kader van zijn/haar afstuderen aan een instelling voor Hoger beroepsdan wel wetenschappelijk onderwijs werkzaamheden verricht ten behoeve van werkgever.

Artikel 86 Langere arbeidsduur

De werknemer die voor 1 januari 2002 in dienst is bij een werkgever als bedoeld in artikel 77 lid 7 CAO en een normale gemiddelde arbeidsduur heeft van 37 uur, behoudt deze 37 uur.

Werkgever en werknemer kunnen in overleg een 38 urige werkweek overeenkomen met evenredige verhoging van het salaris.

Artikel 87 Arbeidstijd voor winkelpersoneel bij een werkgever ex. Artikel 77 lid 7 cao

Voor winkelpersoneel in dienst bij een werkgever als bedoeld in artikel 77 lid 7 CAO, geldt het volgende. De normale arbeidstijd per dag bedraagt maximaal 9 uur (incl. de wekelijkse koopavond).

Hulpkrachten en oproepkrachten zullen voor tenminste twee aaneengesloten uren worden aangesteld dan wel opgeroepen.

Werknemers kunnen voor maximaal 3 avonden per week verplicht worden te werken, met dien verstande dat werknemers die voor 1 juni 1996 in dienst waren hiermee instemming dienen te verlenen.

De werknemer heeft recht op een vijfdaagse werkweek en kan niet verplicht worden op zondag te werken.

Toeslag voor werk op bijzondere uren

Voor het werken op bijzondere uren hebben fulltimers zowel als parttimers recht op de volgende toeslag uit te keren in geld of vrije tijd:

maandag t/m vrijdag18.00-21.00 uur33 1/3%
 21.00-07.00 uur50%
zaterdag14.00-18.00 uur33 1/3%
 18.00-24.00 uur100%
zon- en feestdagen 100%

Artikel 88 Arbeidstijd voor werkgevers ex. artikel 77 lid 7 CAO die de zaterdag inroosteren

  • 1. De werkgever, als bedoeld in artikel 77 lid 7 kan in overleg met de ondernemingsraad c.q. de personeelsvertegenwoordiging c.q. de werknemer overeen komen de zaterdag op te nemen in het dienstrooster op basis van vrijwilligheid van de individuele werknemer. De werknemers die op zaterdag werken conform rooster krijgen hiervoor een andere dag in de week vrij. Voor het werken op zaterdag geldt een toeslag van 50% per uur op het uurloon. Het werken op zondag dient als uitzondering te worden beschouwd. Voor calamiteiten en noodzakelijke service en reparatie mogen hierop uitzonderingen worden gemaakt.

  • 2. Indien een onderneming besluit de zaterdag op te nemen in het dienstrooster dan is de normale arbeidstijd voor werknemers gelegen tussen 07.00 uur en 18.00 uur. Voor de werknemer vangt het werk op de volgende ochtend één uur later aan voor elk door de werknemer op de voorgaande dag na 23.00 uur gemaakt overuur. De maximale arbeidsduur inclusief overwerk bedraagt gemiddeld 10 per dag en gemiddeld 45 uren per week gerekend over een periode van 13 weken. Tevens kan eenmaal per jaar gedurende een periode van 4 weken gemiddeld 50 uren worden gewerkt. De dagelijkse onafgebroken rusttijd bedraagt tenminste 11 uren.

Artikel 89 Verworven rechten

Voor 1 november 1997 door de werknemers verkregen en geëffectueerde rechten, uit voorgaande CAO, in deze te verstaan: het op dat moment genoten salaris, de op dat moment toegekende toeslagen inzake overuren en verschoven uren, de op dat moment geldende vergoedingen inzake karweiwerk en de op dat moment opgebouwde rechten vanwege de duur van het dienstverband blijven gehandhaafd.

Artikel 90 Overlegcommissie

Op verzoek kan dispensatie worden verleend van de cao aan werkgevers, lid van de HISWA-vereniging, die zich voor meer dan 50% van het totaal aantal arbeidsuren direct bezighouden met het herstellen, verbouwen en onderhouden van metalen pleziervaartuigen. Aan deze werkgevers wordt geen dispensatie verleend in de navolgende gevallen:

  • De werkgever is naast zijn lidmaatschap van de HISWA-vereniging tevens lid van de Metaalunie;

  • De werkgever en zijn werknemers nemen reeds deel aan de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Metaalbewerkingsbedrijf;

  • De werkgever verricht tevens andere metaalbeen/of verwerkingshandelingen als genoemd in de CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf.

    Een verzoek tot dispensatie wordt beoordeeld door een door partijen bij de CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf enerzijds en partijen bij de CAO Houten en Kunststoffen Jachtbouw anderzijds in het leven geroepen Overlegcommissie. Deze Overlegcommissie zal zich voor haar oordeelsvorming baseren op rapportages van N.V. Mn Services te Rijswijk, alwaar ook het verzoek tot dispensatie dient te worden ingediend (postbus 5210, 2280 HE

    Rijswijk, telefoon: 070-3160160).

    De Overlegcommissie zal een lijst bijhouden van dispensatiebesluiten.

BIJLAGE 1 VEILIGHEID

Zie artikel 8 CAO

  • 1. De veiligheid in de onderneming is een zeer belangrijke zaak, waartoe zowel op de werkgever als op de werknemer verplichtingen rusten. Veel van deze verplichtingen vloeien voort uit wettelijke voorschriften, terwijl andere verplichtingen worden ingegeven door de zorgvuldigheid die een ieder in acht heeft te nemen t.o.v. het leven en goed van een ander.

  • 2. De werkgever heeft de verplichting de lokaliteiten waarin wordt gewerkt alsmede het gereedschap en de machinerieën waarmee wordt gewerkt zodanig te doen zijn dan er redelijkerwijs, in verband met de aard van het werk, een voldoende bescherming bestaat voor de werknemer tegen ongevallen en gezondheidsschade. Het is in dat verband dan ook noodzakelijk dat t.a.v. situaties waarin gevaar te duchten zou zijn, aanwijzingen en instructies inzake de veiligheid door de werkgever worden gegeven. In de bedrijven waarin asbest of asbesthoudende produkten worden bewerkt of verwerkt, zullen de bepalingen van de Asbestbesluiten worden nageleefd. Indien in een bedrijf met gevaarlijke chemische stoffen wordt gewerkt, zullen de vereiste maatregelen worden getroffen ter voorkoming van gezondheidsschade. Bij een geschil over de vraag of een chemische stof al dan niet gevaar kan opleveren voor de gezondheid, is de mening van de Arbeidsinspectie beslissend.

  • 3. Anderzijds heeft de werknemer de verplichting van de aanwijzingen en instructies van de werkgever kennis te nemen en deze op te volgen en de door de werkgever ter beschikking gestelde beschuttingsmiddelen te gebruiken. Voorts wordt van de werknemer verwacht dat, indien naar zijn oordeel sprake is van situaties die de veiligheid en/of gezondheid in gevaar kunnen brengen, hij de werkgever hiervan op de hoogte brengt.

  • 4. Duidelijk verschillen de omstandigheden van bedrijf tot bedrijf. Vandaar dat hier een taak ligt zowel voor de werkgever als voor de werknemer om, uitgaande van de aard van de onderneming, de daarin verrichte arbeid en van hetgeen in samenhang daarmee redelijkerwijs kan worden gevergd hetzij in de personeelsvertegenwoordiging hetzij in de ondernemingsraad de veiligheid en daarmede verband houdende zaken met elkander te bespreken. Zo kunnen zich in een onderneming werkzaamheden voordoen met een uitzonderlijk hoog ongevallenrisico, waartegen niet altijd afdoende veiligheidsmaatregelen te treffen zijn, in welk geval alsdan gedacht zou kunnen worden aan het afsluiten van een extra ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer en/of personen voor wie hij kostwinner is.

BIJLAGE 3A PROCEDURE BIJ GESCHIL OVER DIENSTROOSTER

  • 1. De werknemer die van mening is dat bij het vaststellen van het dienstrooster onvoldoende rekening is gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, dient – eventueel bijgestaan door zijn v.v. schriftelijk bezwaar in bij de werkgever.

  • 2. De werkgever bevestigt de ontvangst van het bezwaarschrift en deelt – daarbij eventueel bijgestaan door zijn w.v. – binnen twee weken zijn standpunt schriftelijk mee aan de werknemer.

  • 3. Indien deze uitwisseling van standpunten niet tot overeenstemming leidt of wanneer de werkgever zijn standpunt niet binnen twee weken schriftelijk aan de werknemer kenbaar maakt, kan het geschil worden voorgelegd aan de Commissie Dienstroosters van Vakraad. Daarvoor moeten werknemer en werkgever in gezamenlijk overleg zorgen voor een door beide partijen ondertekende schriftelijke weergave van het geschil. Werkgever en werknemer kunnen hierbij (opnieuw) hun w.v. respectievelijk v.v. inschakelen.

  • 4. Indien de werkgever de schriftelijke weergave niet heeft ondertekend, zal Vakraad de werkgever verzoeken om mee te werken aan de procedure. De werkgever is gehouden aan dit verzoek te voldoen.

  • 5. De door beide partijen ondertekende beschrijving van het geschil dient gezonden te worden aan de Vakraad. Op basis van de bevindingen van de commissie die de dienstroosterzaken behandelt, wordt door de Vakraad schriftelijk advies uitgebracht over de wijze waarop in de onderneming met de verschillende belangen zou kunnen worden omgegaan. Dit advies wordt aan beide partijen toegezonden.

BIJLAGE 7A DOKTERSBEZOEK

Onder doktersbezoek wordt verstaan een bezoek aan de huisarts, de tandarts, een specialist of een therapeut waarnaar is verwezen.

De werknemer zal trachten doktersbezoek buiten werktijd te laten plaatsvinden.

Als dat niet mogelijk blijkt te zijn zal de werknemer na overleg met de werkgever zoveel mogelijk het doktersbezoek aan het begin of aan het einde van de werkdag plannen.

Werkgever zal het salaris doorbetalen over de tijd die voor het doktersbezoek, binnen de dagelijkse werktijd, nodig is tot een maximum van twee uur. Voor een bezoek aan een specialist geldt een maximum van vier uur. Voor of na het doktersbezoek dient de medewerker de overige uren te werken.

Op verzoek van de werkgever zal de werknemer schriftelijk moeten kunnen aantonen dat het doktersbezoek etc. daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Het maximale aantal te vergoeden uren zal niet meer dan acht bedragen op jaarbasis. In bijzondere gevallen kan in overleg met de werkgever hiervan worden afgeweken.

Bestaande regelingen blijven gehandhaafd.

BIJLAGE 8A VOORLICHTING BETREFFENDE DE ARBEIDSVOORWAARDEN VAN WERKNEMERS DIE ONDERWIJS VOLGEN

  • 1. De CAO (artikel 71 en 72) maakt onderscheid tussen

    • de werknemer die, op grond van de leerplichtwet, verplicht is onderwijs te volgen; dit is de partieel-leerplichtige werknemer.

    • de werknemer die vrijwillig onderwijs volgt.

  • 2. De partieel-leerplichtige werknemer voldoet aan zijn verplichting door op twee dagen per week onderwijs te volgen op

    • een instituut voor vakopleiding en/of

    • een vormingsinstituut en/of

    • een avondschool. (Wanneer des avonds school wordt gegaan, dient overdag vervangend vrijaf te worden gegeven gelijk aan het aantal gevolgde schooluren tot ten hoogste twee dagen per week.)

  • Indien de jeugdige werknemer partieel leerplichtig is, omvat de werkweek het aantal dagen ten aanzien waarvan geen verplichting tot onderwijs geldt. Voor het lopende kalenderjaar beloopt dit een aantal van drie werkdagen.

  • 3. De werknemer die vrijwillig onderwijs wenst te ontvangen, heeft de keuze gedurende één dag per week

    • de primaire en/of voortgezette vakopleiding te volgen;

    • een opleiding die van belang is voor zijn (te vervullen) functie dan wel een vormingscursus te volgen, zolang hij de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.

    • Indien de werknemer vrijwillig onderwijs gaat volgen, dient in overleg tussen de werkgever en de werknemer vooraf bepaald en in de aanstellingsbrief vastgesteld te worden hoeveel uren per week de werknemer gemiddeld werkt. Werkgever en werknemer kunnen derhalve een vijfdaagse of een kortere werkweek overeenkomen.

  • 4. Indien tussen werkgever en werknemer een werkweek van gemiddeld 38 uren is overeengekomen dan geldt:

    • dat de werknemer ten minste moet ontvangen het salaris dat hem op grond van artikel 31 lid 1 in samenhang met artikel 33a dan wel 33b toekomt (derhalve doorbetaling van salaris over de dagen waarop onderwijs wordt gevolgd);

    • dat de werknemer op de dagen waarop geen onderwijs wordt gegeven (schoolvakantiedagen) werkzaam dient te zijn in de onderneming;

    • dat de werknemer aanspraak heeft op vakantiedagen overeenkomstig het bepaalde in artikel 49 e.v.

  • 5. Indien tussen werkgever en werknemer een kortere gemiddelde werkweek dan 38 uren is overeengekomen (vrijwillig onderwijs) dan wel van toepassing is (verplicht onderwijs), dan geldt:

    • dat de werknemer ten minste moet ontvangen een evenredig deel van het deel salaris dat hem op grond van artikel 33a dan wel 33b toekomt;

    • dat de werknemer niet verplicht is in de onderneming werkzaam te zijn gedurende schoolvakantiedagen;

    • dat de werknemer aanspraak heeft op vakantie waarvan de duur bedraagt een evenredig deel van de rechten genoemd in artikel 49 e.v.

  • 6. Uit het vorenstaande volgt dat voor werknemers die part-time onderwijs volgen kan worden gekozen tussen een werkweek van gemiddeld 38 uren en een kortere werkweek dan gemiddeld 38 uren. Bij een werkweek van gemiddeld 38 uren moet de werknemer tijdens de schoolvakantie volgens zijn dienstrooster werken; bij een werkweek van gemiddeld minder dan 38 uren per week heeft de werknemer tijdens de schoolvakantie vrij op de dagen waarop hij anders les zou hebben gehad.

BIJLAGE 8B ARBEIDSOVEREENKOMST LEERLINGEN

Werkgever

Gevestigd te

en

De heer/mevrouw Geboortedatum

Wonende te

verklaren de volgende arbeidsovereenkomst te zijn aangegaan:

Artikel 1

  • 1. De arbeidsovereenkomst, waarvan de eerste twee maanden als proeftijd zullen gelden, vangt aan op ....., en wordt aangegaan voor de duur van de tegelijkertijd dan wel voor 1 oktober*) van dit jaar afgesloten (voortgezette) beroepspraktijkvormingsovereenkomst in het kader van de beroepsbegeleidende leerweg zoals bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs. De arbeidsovereenkomst eindigt in ieder geval van rechtswege op 1 oktober*) van dit jaar, indien geen (voortgezette) beroepspraktijkvormingsovereenkomst is afgesloten, danwel tegen het einde van de dag waarop de (voortgezette) beroepspraktijkvormingsovereenkomst rechtmatig is beëindigd.

  • 2. Ongeacht andere mogelijkheden van tussentijdse beëindiging kan deze overeenkomst tussentijds na verkregen toestemming van de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden opgezegd en beëindigd.

  • 3. De arbeidsovereenkomst wordt niet geacht te zijn beëindigd indien de werknemer in overleg met de werkgever een aansluitende beroepspraktijkvormingsovereenkomst heeft afgesloten.

Artikel 2

Partijen zullen naar beste vermogen alle verplichtingen nakomen, welke voor hen voortvloeien uit deze overeenkomst.

Daarnaast zal de werknemer naar beste vermogen de verplichtingen uit de leerovereenkomst nakomen en redelijkerwijs alles doen om de opleiding met goed gevolg te kunnen afsluiten.

Artikel 3

De werktijd bedraagt gemiddeld .................. uren per 2 weken.

Artikel 4

Het overeengekomen salaris voor de in artikel 3 genoemde werktijd bedraagt bruto € ... per 4 weken/maand.

Aldus gedaan en afgegeven te dd ...... 20..

firmastempel) (handtekening werkgever)

Voor akkoord getekend Voor akkoord getekend

(handtekening werknemer) (ouder/voogd)

Bovenstaand voorbeeld is een basistekst. Informeer voor meer specifieke voorbeelden bij uw organisatie.

BIJLAGE 8C ARBEIDSOVEREENKOMST HBO- DAN WEL WO-STUDENTEN

Werkgever

gevestigd te

en

De heer/mevrouw Geboortedatum

wonende te

verklaren de volgende arbeidsovereenkomst te zijn aangegaan:

Artikel 1

  • 1. De arbeidsovereenkomst, waarvan de eerste twee maanden als proeftijd zullen gelden, vangt aan op, en wordt aangegaan voor de resterende duur van de opleiding aan en eindigt van rechtswege op de dag waarop werkgever en werknemer kennis hebben kunnen nemen van de positieve afronding van de opleiding. Indien de bovengenoemde opleiding niet positief wordt afgerond dan wel de afronding langer duurt dan jaar eindigt de overeenkomst van rechtswege op.

  • 2. Ongeacht andere mogelijkheden van tussentijdse beëindiging kan deze overeenkomst tussentijds na verkregen toestemming van de Regionaal Directeur van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden opgezegd en beëindigd.

Artikel 2

Partijen zullen naar beste vermogen alle verplichtingen nakomen, welke voor hen voortvloeien uit deze overeenkomst.

Daarnaast zal de werknemer naar beste vermogen en redelijkerwijs alles doen om de opleiding zo snel mogelijk en met goed gevolg te kunnen afsluiten.

Werkgever zal werknemer zodanige werkzaamheden laten verrichten dat hiermede een bijdrage wordt geleverd aan de afronding van de opleiding van werknemer.

Artikel 3

De werktijd bedraagt gemiddeld ....... uren per week.

Artikel 4

Het overeengekomen salaris voor de in artikel 3 genoemde werktijd bedraagt bruto € .... per 4 weken/maand.

Aldus vastgesteld en afgegeven te d.d. .... 20..

(firmastempel) (handtekening werkgever)

Voor akkoord getekend Voor akkoord getekend

(handtekening werknemer) (ouder/voogd)

BIJLAGE 9 WERKGELEGENHEID

  • 1. Partijen zijn van mening, dat handhaving en – zo mogelijk – uitbreiding van de werkgelegenheid in de Metaal en Techniek een belangrijke zaak is.

  • 2. Handhaving en uitbreiding van de werkgelegenheid moet niet alleen in kwantitatieve zin worden opgevat, maar ook in kwalitatieve zin.

  • 3. Onder werkgelegenheid in kwalitatieve zin wordt mede verstaan werkgelegenheid voor gehandicapten en andere kwetsbare groepen, zoals daar zijn: jeugdigen, vrouwen, oudere werknemers, langdurig werklozen, enz. Daarbij zal ook aandacht worden besteed aan de arbeidsplaatsen en de werkomgeving.

  • Bezwarende omstandigheden zullen zoveel mogelijk voorkomen moeten worden.

  • Aandacht zal worden besteed aan gezondheid, veiligheid, gevaar, lawaai, zwaarte van de arbeid, enz.

  • 4. Van even grote waarde achten partijen het, dat de bestaande en toekomstige arbeidsplaatsen op passende wijze worden bezet door daarvoor geschikte werknemers. Het is daarom, dat de partijen een groot belang hechten aan het bestaan van een goede vakopleiding, her-, om- en bijscholing, een voor alle partijen bevredigende opvang van de gevolgen van het natuurlijk verloop, enz.

  • 5. Om aan het in de punten 1 tot en met 4 gestelde meer concrete vorm te kunnen geven, zullen partijen tweemaal per jaar bijeenkomen, teneinde de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de Metaal en Techniek in relatie tot de algemene economische ontwikkeling, waaronder investeringen, welke gevolgen hebben voor de werkgelegenheid, te bespreken.

  • 6. De in punt 5 bedoelde bijeenkomsten zullen zijn vergaderingen van het Algemeen Bestuur van de Vakraad.

  • Deze bijeenkomsten zullen mede tot doel hebben een beter inzicht te verkrijgen in te verwachten ontwikkelingen, opdat tijdig de nodige maatregelen genomen kunnen worden. Daartoe zullen geconstateerde ontwikkelingen en verwachtingen onderwerp van bespreking moeten zijn.

  • 7. In het kader van en ter ondersteuning van het overleg in de Vakraad dienen de Bedrijfsraden zich ondermeer te richten op:

    • a. het verkrijgen van meer inzichten in de economische en werkgelegenheidsontwikkeling in de eigen branche;

    • b. het verschaffen van inzicht aan de Vakraad omtrent produktiviteit, produktiviteitsontwikkeling, werkgelegenheid, opleiding, waaronder scholing en her-, om- en bijscholing, veiligheid en veiligheidsverbetering, het scheppen van werkgelegenheid voor jeugdige werknemers en voor kwetsbare groepen, de ontwikkeling van de branche;

    • c. het opstellen van een prognose over de te verwachten ontwikkeling in de branche, met name voor wat betreft de behoefte aan arbeidskrachten, aanwezige en gevraagde functieniveaus, onderlinge vervangbaarheid (ook ten opzichte van andere branches).

  • 8. De voor het overleg benodigde gegevens zullen door de Vakraad of door de bedrijfsraden, daartoe gemachtigd door de Vakraad, worden opgevraagd bij bestaande instituten. Hierbij denken partijen zowel aan instituten, zoals opleidingsorganen, fondsen en uitvoeringsorganen, als aan instituten met een ruimer bereik, zoals het Regionale Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centraal Planbureau.

  • Zonodig zullen in gezamenlijk overleg aanvullende gegevens via andere wegen worden verzameld.

  • 9. In het periodiek overleg in de Vakraad kunnen de hierna volgende punten aan de orde komen, waarbij partijen prioriteit zullen geven aan de punten a, b en f.

    • a. de vakopleidingen in al hun facetten

    • b. her-, om- en bijscholing

    • c. het mobiliteitsvraagstuk

    • d. vacature-melding bij de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening

    • e. gevolgen van het natuurlijk verloop

    • f. passende arbeid

    • g. verbetering arbeidsomstandigheden

    • h. beperking ziekteverzuim

    • i. bestrijding van beunhazerij

    • j. problemen rond de ontslagverlening.

BIJLAGE 10 REGELING MET BETREKKING TOT KINDEROPVANG VOOR WERKNEMERS IN DE METAAL EN TECHNIEK

1. Definities

  • bedrijfstak:

  • De bedrijfstakken behorende tot de Metaal en Techniek, zoals omschreven in artikel 3 en de artikelen 77 van de CAO(’s) voor:

    • het carrosseriebedrijf;

    • de goud- en zilvernijverheid;

    • het isolatiebedrijf;

    • het metaalbewerkingsbedrijf;

    • het motorvoertuigen- en tweewielerbedrijf;

    • het technisch installatiebedrijf;

  • bedrijfstakbijdrage:

  • De vergoeding van kosten van kinderopvang als bedoeld in artikel 16 Wet op de Loonbelasting 1964, die wordt verstrekt door de Stichting;

  • CAO:

  • De Collectieve Arbeidsovereenkomsten in de bedrijfstak;

  • deelnemer:

  • De werknemer, die uit hoofde van deze regeling een bedrijfstakbijdrage ontvangt;

  • de wet:

  • De Wet Kinderopvang (WK), de wettelijke regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang, geldig vanaf 1 januari 2005;

  • gastouderbureau:

  • Een organisatie als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub e Wet Kinderopvang;

  • kindercentrum:

  • Een organisatie als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d Wet Kinderopvang;

  • kinderopvang:

  • Opvang als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub b en sub c Wet Kinderopvang. Niet tot kinderopvang wordt gerekend alle vormen van toezicht, verzorging en opvoeding van kinderen, vermeld in artikel 1 lid 2 Wet Kinderopvang;

  • kinderopvangkosten:

  • Alle kosten die direct aan de opvang en de administratie daarvan kunnen worden toegerekend. Hierin zijn inbegrepen de vervoerskosten van school naar de locatie voor buitenschoolse opvang, maar geen andere kosten voor vervoer.

  • Nadrukkelijk niet inbegrepen zijn de kosten van extra activiteiten op basis van individuele wensen en bemiddelingskosten.

  • kinderopvang-organisatie:

  • Een organisatie als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d en sub e Wet Kinderopvang;

  • ouder:

  • De persoon als omschreven in artikel 1 lid 1 sub i Wet Kinderopvang;

  • partner:

  • De partner van de werknemer, als omschreven in artikel 2 Wet Kinderopvang;

  • rijksbijdrage:

  • De tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang door het Rijk;

  • stichting:

  • De Stichting Kinderopvang Metaal en Techniek (SKM);

  • uitvoerder:

  • De organisatie die in opdracht van de Stichting zorg draagt voor de uitvoering van deze regeling;

  • werkgever:

  • De werkgever in de bedrijfstak als bedoeld in artikel 3 en 77 van de CAO;

  • werknemer:

  • Degene die in dienst van de werkgever tegen salaris arbeid verricht, zoals bedoeld in artikel 1 van de in de bedrijfstak geldende CAO’s Opleidings- en Ontwikkelingsfonds. 2. Bestuur en uitvoering

    • 1. De Stichting Kinderopvang Metaal en Techniek (SKM) heeft tot doel onderhavige Regeling Kinderopvang uit te (laten) voeren en gelden bestemd voor deze regeling te innen en te beheren. De Stichting is bevoegd nadere uitvoeringsbepalingen vast te stellen, die vervolgens deel uitmaken van deze regeling.

    • 2. De Stichting heeft een overeenkomst met de uitvoerder voor de uitvoering van deze regeling.

  • 3. Inhoud van de regeling

  • De werknemer in de Metaal en Techniek, die zelf en van wie ook de eventuele partner conform artikel 5 en artikel 6 van de Wet Kinderopvang in aanmerking komt voor een tegemoetkoming van het Rijk, kan een beroep doen op de Stichting voor het ontvangen van de bedrijfstakbijdrage.

  • Onder kinderopvang wordt verstaan de opvang op kinderdagverblijven, op instellingen voor buitenschoolse opvang en door gastouders, mits de betrokken kinderopvangorganisatie is geregistreerd conform de Wet Kinderopvang.

  • 4. Hoogte en uitkering van de bedrijfstakbijdrage

    • 1. De bedrijfstakbijdrage die aan de werknemer wordt verstrekt, bedraagt ten hoogste 1/6e deel van de aan de werknemer of zijn partner in rekening gebrachte kosten voor kinderopvang van kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar.

    • 2. De deelnemer is gehouden aan de uitvoerder van de regeling die informatie te verstrekken, die nodig is voor de uitvoering van deze regeling. Jaarlijks verstrekt de deelnemer de uitvoerder uiterlijk op 1 april een kopie van de jaaropgave van de kinderopvangorganisatie. De deelnemer is tevens gehouden om wijzigingen in de kinderopvangsituatie, verandering van werkgever, wijzigingen in het dienstverband en andere relevante wijzigingen in de persoonlijke gegevens direct door te geven aan de uitvoerder van de regeling.

  • 5. Uitvoering van de regeling

    • 1. Totdat de administratie op een andere manier is ingericht, wordt de bedrijfstakbijdrage uitbetaald op basis van declaraties: door de werknemer in te zenden facturen van de kinderopvangorganisatie. Facturen moeten voor declaratie binnen een maand na afloop van elk kwartaal bij de uitvoerder worden ingediend. Aan het eind van het kalenderjaar en bij beëindiging van de deelname aan de regeling worden op basis van de jaaropgave van de kinderopvangorganisatie de feitelijke kinderopvangkosten berekend alsmede op welke bedrijfstakbijdrage de deelnemer aanspraak kan maken. Dit bedrag wordt verrekend met het totaal van de in dat kalenderjaar betaalde bedrijfstakbijdragen. Hierop kan een nabetaling door SKM volgen, of een vordering op de werknemer. Eventueel kan het te vorderen bedrag in mindering worden gebracht op nog uit te keren bedragen.

    • 2. Zodra dit administratief mogelijk is, wordt de bedrijfstakbijdrage betaald door middel van maandelijkse bevoorschotting. De hoogte van het voorschotbedrag wordt bepaald op basis van de door de deelnemer te verstrekken gegevens. Aan het eind van het kalenderjaar en bij beëindiging van de deelname aan de regeling worden op basis van de jaaropgave van de kinderopvangorganisatie de feitelijke kinderopvangkosten berekend alsmede op welke bedrijfstakbijdrage de deelnemer aanspraak kan maken. Dit bedrag wordt verrekend met de betaalde voorschotbedragen. Hierop kan een nabetaling door SKM volgen, of een vordering op de werknemer. Eventueel kan het te vorderen bedrag in mindering worden gebracht op nog uit te keren bedragen.

    • 3. De kosten van de regeling komen voor rekening van de Stichting.

  • De Stichting behoudt zich het recht voor deze regeling te wijzigen of de regeling op een andere wijze te laten uitvoeren.

  • 6. Aanvang deelname

  • De deelname aan de regeling kan niet eerder starten dan vanaf de datum waarop alle door de deelnemer te verstrekken informatie door de uitvoerder is ontvangen. Deelname met terugwerkende kracht is niet mogelijk.

  • 7. Einde van de regeling

  • Het recht op de bedrijfstakbijdrage vervalt:

    • op het moment dat geen gebruik meer wordt gemaakt van kinderopvang;

    • op het moment dat door de ontvanger van de bijdrage niet meer wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3, eerste volzin;

    • op het moment dat de deelnemer geen werknemer meer is in de Metaal en Techniek;

    • aan het eind van de periode waarvoor de bijdrage is aangevraagd;

    • per de datum waarop deze regeling eindigt, zie onder 8;

    • bij beëindiging van de Stichting.

  • 8. Looptijd van de regeling

  • De regeling kinderopvang is onderdeel van de CAO Metaal en Techniek.

  • 9. Aanvraagprocedure

  • Meer informatie over de regeling en de uitvoerder van de regeling is te vinden op het internet: WWW.SKM-KINDEROPVANG.NL

  • Voor de aanvraag dient gebruik gemaakt te worden van door de uitvoerder te verstrekken formulieren.

  • 10. Onvoorziene gevallen

  • In bijzondere en onvoorziene gevallen beslist de Stichting.

  • 11. Overige

  • De Stichting zal controle uitoefenen en laten uitoefenen op de naleving van de voorwaarden door middel van een verklaring. De Stichting behoudt zich het recht voor ingeval van niet-naleving van de gestelde voorwaarden het teveel betaalde terug te vorderen, verhoogd met de wettelijke rente.

BIJLAGE 10A REGLEMENT VERGOEDING VAN DE LIDMAATSCHAPSKOS- TEN VAN EEN WERKNEMERSORGANISATIE

Artikel 1

De werknemer kan bij de werkgever een verzoek indienen tot verlaging van het bruto loon ter hoogte van de door hem in het betreffende kalenderjaar betaalde kosten voor het lidmaatschap van een werknemersorganisatie. De werkgever zal dit verzoek inwilligen in ruil voor een onkostenvergoeding gelijk aan de op de voormelde bruto looncomponent ingehouden bedrag, zoals nader bepaald in dit reglement.

Artikel 2

  • 1. De werknemer dient schriftelijk opgave te doen van de werkelijke kosten van het lidmaatschap. Daartoe dient hij het „Declaratieformulier vergoeding van de lidmaatschapskosten van een werknemersorganisatie’’ volledig in te vullen en te ondertekenen.

  • 2. Om aanspraak te kunnen maken op een vergoeding van de lidmaatschapskosten van de werknemersorganisatie, dient de werknemer uiterlijk op 30 november van het betreffende kalenderjaar het in lid 1 genoemde declaratieformulier aan de werkgever te overleggen. Hierbij worden kopieën van betalingsbewijzen van de kosten van het lidmaatschap of een verklaring van de werknemersorganisatie bijgevoegd. Bij bankafschriften mogen, behoudens naam, adres en afschrijving van kosten van het lidmaatschap, de overige gegevens onleesbaar worden gemaakt. Overschrijding van genoemde datum leidt tot uitsluiting van deelname.

  • 3. De in lid 1 bedoelde vergoeding wordt vastgesteld op basis van de door de werknemer op het declaratieformulier vermelde gegevens en op basis van de toepasselijke fiscale en premierechtelijke wet- en regelgeving.

  • 4. Indien door de werknemer is voldaan aan het gestelde in lid 2 wordt de vergoeding zoals bedoeld in artikel 1 door de werkgever aan de werknemer betaald tezamen met de salarisbetaling in de maand december van het betreffende kalenderjaar of de laatste vierwekenbetaling van dat kalenderjaar.

Artikel 3

Bij beëindiging van het dienstverband, ongeacht de reden hiertoe, eindigt het recht op vergoeding als bedoeld in artikel 1.

Artikel 4

Indien bij controle door de belastingdienst of de uitvoeringsinstantie voor de werknemersverzekeringen blijkt dat de belastingen premievrije vergoeding ten onrechte of tot een te hoog bedrag is uitbetaald en dientengevolge naheffing bij de werkgever plaatsvindt, dan komt deze naheffing (inclusief eventuele rente en boete) voor rekening van de werknemer indien de oorzaak van de naheffing aan de werknemer kan worden verweten.

DECLARATIEFORMULIER VERGOEDING VAN DE LIDMAAT- SCHAPSKOSTEN VAN EEN WERKNEMERSORGANISATIE

Door de werknemer uiterlijk 30 november van het betreffende kalenderjaar in te leveren bij de werkgever.

Ondergetekende, ....................................................... (naam werknemer)

SoFinummer:

  • a. is ter zake van zijn arbeidsovereenkomst bij .... lid van .................................. (naam werknemersorganisatie) en betaalt in dit verband kosten voor het lidmaatschap;

  • b. verklaart akkoord te gaan met het gestelde in het Reglement Vergoeding van de lidmaatschapskosten van een werknemersorganisatie;

  • c. verklaart dat de kosten voor het jaar .... (jaartal) die krachtens dit reglement voor vergoeding in aanmerking komen als volgt bedragen:

  • Kosten voor lidmaatschap van de onder a. genoemde werknemersorganisatie in .... (jaartal): € ....................;

  • d. verklaart afstand te doen van een deel van zijn bruto loon in december *) .... (jaartal) met een geldswaarde ter grootte van het hierboven onder c. aangegeven bedrag;

  • e. verklaart zich bewust te zijn van het feit dat door vergoeding van de kosten een tijdige declaratie bij zijn werkgever nodig is (uiterlijk 30 november van het betreffende kalenderjaar);

  • f. verklaart zich er van bewust te zijn dat het afzien van een deel van het salaris gevolgen kan hebben voor het bruto loon sociale verzekeringen en arbeidsvoorwaardelijke berekeningsgrondslagen voor vakantiegeld;

  • g. overlegt als bijlage bij dit formulier betalingsbewijzen als bedoeld in artikel 2, lid 2 van het reglement.

Datum:

Handtekening:

BIJLAGE 10B REGELING MET BETREKKING TOT LEVENSLOOP IN DE METAAL EN TECHNIEK

Artikel 1 Definities

Bedrijfstak:

De bedrijfstakken behorende tot de Metaal en Techniek, zoals omschreven in artikel 3 en de artikelen 77 van de CAO(’s) voor:

  • het carrosseriebedrijf;

  • de goud- en zilvernijverheid;

  • het isolatiebedrijf;

  • het metaalbewerkingsbedrijf;

  • het motorvoertuigen- en tweewielerbedrijf;

  • het technisch installatiebedrijf;

    CAO:

De Collectieve Arbeidsovereenkomsten in de bedrijfstak;

Deelnameformulier:

Het door de Uitvoerder (eventueel elektronisch) beschikbaar gestelde formulier dat een Deelnemer gebruikt om een Levenslooprekening aan te vragen en om de periodieke inleg van de Deelnemer aan de Uitvoerder door te geven;

Deelnemer:

Degene (werknemer of voormalig werknemer) die door middel van een Levenslooprekening een vorderingsrecht luidende in een economische gerechtigdheid tot participaties en/of in geld op de Uitvoerder heeft;

Inhoudingsplichtige:

Inhoudingsplichtige in de zin van artikel 6 lid 1, letters a en c van de Wet op de loonbelasting 1964, dan wel de Inhoudingsplichtige als bedoeld in artikel 61c lid 5 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001;

Laatstgenoten loon:

Het loon in geld zoals bedoeld in de Wet op de loonbelasting 1964;

Levensloopinstelling:

Mn Services Levensloop Fonds, een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet toezicht beleggingsinstellingen in de vorm van een fonds voor gemene rekening waarvan de participaties zijn onderverdeeld in series;

Levensloopregeling:

De regeling als bedoeld in Hoofdstuk IIC van de Wet op de loonbelasting 1964 en Hoofdstuk 5A van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, waarmee een Deelnemer een voorziening in geld kan treffen uitsluitend ten behoeve van het opnemen van een periode van extra verlof;

Levensloopregeling Metaal en Techniek (MT Levensloop):

De binnen de Bedrijfstak met ingang van 1 januari 2006 geldende Levensloopregeling;

Levenslooprekening:

Een geblokkeerde rekening als bedoeld in artikel 19g lid 3 van de Wet op de loonbelasting 1964 bij de Uitvoerder door middel waarvan een Deelnemer kan beleggen in Participaties van de Levensloopinstelling en (i) die de vordering van die Deelnemer op de Uitvoerder in een economische gerechtigdheid tot Participaties en/of in geld weergeeft en (ii) waar voormelde vorderingen voor iedere Deelnemer afzonderlijk worden geadministreerd;

Levenslooptegoed:

De in geld uitgedrukte waarde die het geheel van Participaties van een Deelnemer vertegenwoordigt, welke de Deelnemer kan opeisen bij de Uitvoerder;

Opdrachtformulieren:

De door de Uitvoerder (eventueel elektronisch) beschikbaar gestelde formulieren die een Deelnemer gebruikt om opdrachten tot aankoop, verkoop of omwisseling van Participaties alsmede om andere opdrachten aan de Uitvoerder te geven;

Participaties:

De aanspraken op de Levensloopinstelling;

Pensioeningangsdatum:

De eerste dag waarop de pensioenuitkering op grond van het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds Metaal en Techniek ingaat;

Rekening van de Uitvoerder:

De door de Uitvoerder aangewezen bank- of girorekening (in euro) op naam van de Uitvoerder waarop de door de Inhoudingsplichtige ingehouden lonen gestort dienen te worden;

Tegenrekening:

Een lopende bank- of giro(betaal)rekening (in euro) op naam van de Inhoudingsplichtige waarover hij vrij kan beschikken bij een in Nederland gevestigde kredietinstelling met een vergunning als bedoeld in artikel 6 van de Wet toezicht kredietwezen 1992;

Uitvoerder:

Mn Services Fondsenbeheer B.V. dan wel de Stichting Mn Services Levensloop, beide entiteiten vallende onder Mn Services N.V.;

Werkgever:

Een werkgever in de Metaal en Techniek als gedefinieerd in artikel 4a van de CAO van de bedrijfstak;

Werknemer:

Een ieder die in dienst van een Werkgever tegen salaris werkzaam is, waaronder begrepen (statutaire) directeuren van een Werkgever.

Artikel 2 Algemene bepalingen

  • 1. Het doel van de MT Levensloop is het treffen van een voorziening in geld uitsluitend ten behoeve van het opnemen van een periode van extra verlof.

  • 2. De aanspraken van Deelnemers als gevolg van de MT Levensloop kunnen niet worden afgekocht, vervreemd of prijsgegeven, behoudens voorzover hierna uitdrukkelijk anders aangegeven, en kunnen formeel noch feitelijk voorwerp van zekerheid worden.

  • 3. De MT Levensloop wordt uitgevoerd door de Uitvoerder van de Levensloopinstelling, die de Werknemers in de gelegenheid stelt een Levenslooprekening te openen, waarop de door de Deelnemers opgebouwde Levenslooptegoeden, inclusief de daarop gekweekte inkomsten en de daarmee behaalde rendementen, afzonderlijk worden geadministreerd.

  • 4. Indien op enig tijdstip ten aanzien van de MT Levensloop zich één van de in de Wet op de loonbelasting 1964 genoemde gronden voor beëindiging van de levensloopregeling voordoet, wordt op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip de aanspraak als gevolg van de MT Levensloop aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van de Deelnemer dan wel, indien deze is overleden, van de nabestaande(n).

  • 5. De Levensloopregeling in de Metaal en Techniek geeft de deelnemer de keuze uit een rekening met gegarandeerd rendement (bij een korte inleghorizon) of beleggingsrekening (bij een lange inleghorizon, bijvoorbeeld voor (vroeg)pensioen:

  • Bij de beleggingsrekening heeft de deelnemer toegang tot een leeftijdsafhankelijke mix tussen een viertal fondsen, of een keuze op maat in deze fondsen. De beleggingsfondsen kenmerken zich door een aflopend rendement en risico door middel van een aflopend belang in aandelen en obligaties en een oplopend belang in het geldmarktfonds. Standaard wordt de werknemer een leeftijdsafhankelijke mix aangeboden. In totaal kan de deelnemer kiezen uit vier beleggingsfondsen. Als standaard wordt een leeftijdsafhankelijke mix aangeboden:

FondsLeeftijd% geld- marktfonds% obli- gatiefonds Europa% aande- lenfonds Europa
Platina Metaal & TechniekTot 40 jaar0%40%60%
Goud Metaal & Techniek40–55 jaar15%45%40%
Zilver Metaal & Techniek55–61 jaar30%60%10%
Brons Metaal & Techniek61 jaar-OP60%40%0%

In afwijking hiervan kan de deelnemer ook zelf een individuele mix op maat samen stellen uit de volgende drie Beleggingsfondsen van Mn Services Vermogensbeheer B.V.:

Mn Services Beleggingsfonds Aandelen Europa II

Mn Services Beleggingsfonds Obligaties Europa II

Mn Services Levensloop Garantiefonds

Artikel 3 Opbouwen van levenslooptegoed

  • 1. Het opbouwen van een voorziening als gevolg van de MT Levensloop vindt plaats door inhouding met inachtneming van de regels van de Wet op de loonbelasting 1964 door de Werkgever bij de Werknemer van het op het Deelnameformulier c.q. Opdrachtformulier vermelde vast bedrag of percentage van het loon ten behoeve van het overboeken van het ingehouden loon naar de Rekening van de Uitvoerder, wat zal worden aangewend ter storting op de Levenslooprekening van de Werknemer.

  • 2. Ten behoeve van de uitvoering van de CAO levensloopregeling doet de Werkgever aan de Uitvoerder opgave van de bij hem in dienst zijnde Deelnemers, waaronder de bij die Deelnemers behorende jaarsalarissen en naam, adres, woonplaats en geboortedatum.

  • 3. Het ingehouden loon wordt door de Uitvoerder aangewend voor de aankoop van Participaties ten behoeve van de Werknemer (Deelnemer). De Deelnemer verkrijgt hierdoor een aanspraak op het daaruit resulterende Levenslooptegoed ten behoeve van de betaling van loon gedurende de verlofperiode.

  • 4. Een deelnemer kan een mutatie in het bedrag of percentage van zijn loon dat hij wil inleggen in de levensloopregeling doorgeven aan de Uitvoerder door middel van het Opdrachtformulier. Deze mutatie zal twee maanden na ontvangst van het Opdrachtformulier door de Uitvoerder zijn verwerkt.

  • 5. De Uitvoerder zal achteraf ten onrechte of teveel geïncasseerde bedragen terstond terugstorten naar de Tegenrekening van de Werkgever (Inhoudingsplichtge), die dit als loon aan de Werknemer zal uitbetaald.

  • 6. De Deelnemer verklaart jaarlijks uiterlijk op 1 maart schriftelijk aan de Werkgever dat hij geen aanspraken als gevolg van een Levensloopregeling heeft bij een of meer gewezen Inhoudingsplichtigen of, zo hij deze wel heeft, wat de omvang daarvan is op 1 januari van het kalenderjaar van de ondertekening van de verklaring;

  • 7. De Deelnemer verklaart jaarlijks uiterlijk op 31 december schriftelijk aan de Werkgever dat hij geen voorziening als gevolg van een Levensloopregeling zal opbouwen in het komende kalenderjaar waarin hij bij een Inhoudingsplichtige loon zal sparen als gevolg van een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de loonbelasting 1964. Voor het jaar 2006 moet de Deelnemer uiterlijk op 30 juni 2006 deze verklaring hebben afgegeven.

Artikel 4 Levenslooprekening

  • 1. De Werkgever vraagt ten behoeve van de Werknemer een Levenslooprekening aan bij de Uitvoerder door het indienen van het Deelnameformulier en geeft daarbij namens de Werknemer opdracht tot het inleggen van een bedrag gelijk aan een vast bedrag of een percentage van het loon. De Uitvoerder opent na ontvangst van het Deelnameformulier een Levenslooprekening op naam van de Werknemer (Deelnemer) en doet opgave aan de Werkgever en de Deelnemer van het nummer van de Levenslooprekening.

  • 2. De Uitvoerder ontvangt periodiek een bedrag gelijk aan het op het Deelnameformulier vermelde bedrag of percentage van het loon van de Tegenrekening van de Werkgever. De Uitvoerder wendt de aldus ontvangen bedragen aan voor de aankoop van Participaties en behoeve van de Deelnemer. De Uitvoerder administreert het daaruit voor de Deelnemer resulterende Levenslooptegoed op de Levenslooprekening.

  • 3. Op overeenkomstige wijze ontvangt de Uitvoerder eenmalig een bedrag gelijk aan het percentage van het loon vermeld op een van de Deelnemer door tussenkomst van de Werkgever te ontvangen Opdrachtformulier voor een eenmalige extra storting en wendt dit aan voor de aankoop van Participaties ten behoeve van de Deelnemer.

  • 4. De door een Deelnemer op enig moment opgebouwde aanspraak op Levenslooploon is gelijk aan de tegenwaarde in geld van zijn Levenslooptegoed op dat tijdstip, waarbij het aantal Participaties van de Deelnemer wordt vermenigvuldigd met de intrinsieke waarde van die Participatie.

  • 5. De Uitvoerder maakt het Levenslooptegoed over naar de Werkgever ter betaling van het loon van de Werknemer gedurende de periode van extra verlof voorzover de Werkgever en de Werknemer samen daarvoor toestemming hebben verleend. In afwijking hiervan maakt de Uitvoerder het Levenslooptegoed op verzoek van de Werknemer over naar de Werknemer indien geen Inhoudingsplichtige kan worden aangewezen; in dit geval wordt de Uitvoerder als Inhoudingsplichtige aangemerkt.

Artikel 5 Beschikken over het Levenslooptegoed

  • 1. Over de als gevolg van de MT Levensloop opgebouwde voorziening mag worden beschikt ten behoeve van loon tijdens een verlofperiode dat, samen met het daarnaast van de Inhoudingsplichtige genoten loon, niet uitgaat boven het Laatstgenoten loon.

  • 2. In geval van overlijden van de Deelnemer zal de tegenwaarde van de aanspraak als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking van de Werknemer ter beschikking van de erfgenamen van de Werknemer worden gesteld.

  • 3. Bij aanvaarding van een nieuwe dienstbetrekking zullen de aanspraken als gevolg van de MT Levensloop op verzoek van de Deelnemer worden ingebracht in een Levensloopregeling van de Inhoudingsplichtige bij wie de Deelnemer in dienstbetrekking treedt.

  • 4. Indien de Deelnemer uitkeringen ontvangt in overeenstemming met de Levensloopregeling, worden deze als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking in aanmerking genomen. In afwijking van de eerste volzin wordt in geval van afkoop bij beëindiging van de dienstbetrekking de uitkering aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking.

  • 5. Indien in strijd met de Levensloopregeling geheel of gedeeltelijk over het Levenslooptegoed wordt beschikt, wordt de gehele aanspraak als gevolg van de Levensloopregeling aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking van de Deelnemer.

  • 6. Voorzover een aanspraak als gevolg van de MT Levensloop uiterlijk twee dagen voordat de Pensioeningangsdatum is bereikt, wordt deze aanspraak omgezet in een aanspraak als gevolg van een pensioenregeling die na de omzetting nog blijft binnen de in of krachtens hoofdstuk IIB van de Wet op de loonbelasting 1964 gestelde begrenzingen.

  • 7. Behalve in de situaties beschreven in lid 5 en lid 6 van dit artikel wordt de als gevolg van de MT Levensloop opgebouwde voorziening op de dag voorafgaande aan de Pensioeningangsdatum aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking.

  • 8. Het opnemen van het Levenslooptegoed ten behoeve van verlof kan alleen geschieden conform het bepaalde in artikel 63a CAO.

Artikel 6 Maximale opbouw in een jaar

  • 1. De maximale inhouding per kalenderjaar als gevolg van de MT Levensloop bedraagt:

    • a. indien aan het begin van het kalenderjaar het Levenslooptegoed minder bedraagt dan 2,1 maal het loon op jaarbasis gerelateerd aan het in het voorafgaande kalenderjaar genoten loon: ten hoogste 12% van het loon in het kalenderjaar;

    • b. indien aan het begin van het kalenderjaar het Levenslooptegoed gelijk is aan of meer bedraagt dan 2,1 maal het loon op jaarbasis gerelateerd aan het in het voorafgaande kalenderjaar genoten loon: nihil.

  • 2. Voor zover het als gevolg van de MT Levensloop ingehouden bedrag uitgaat boven wat als gevolg van lid 1 is toegestaan en deze inhouding in hetzelfde kalenderjaar door de Uitvoerder wordt teruggestort naar de Inhoudingsplichtige en deze de terugstorting als loon uitkeert aan de Werknemer, wordt aangenomen dat is gebleven binnen de begrenzingen van lid 1.

  • 3. Voor de toepassing van lid 1 mag een loonsverlaging buiten beschouwing blijven, voorzover deze het gevolg is van het aanvaarden van een deeltijdfunctie dan wel het terugtreden naar een lager gekwalificeerde functie, in de periode die aanvangt 10 jaar direct voorafgaande aan de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum. De eerste volzin is bij een loonsverlaging die het gevolg is van het aanvaarden van een deeltijdfunctie uitsluitend van toepassing, voor zover de omvang van het dienstverband na het aanvaarden van de deeltijdfunctie niet lager is dan 50% van de omvang van het dienstverband aan het eind van de periode direct voorafgaande aan de aanvang van de in de eerste volzin bedoelde periode.

  • 4. Indien de aanspraken als gevolg van een Levensloopregeling die door de Deelnemer zijn opgebouwd bij een gewezen Inhoudingsplichtige niet zijn ingebracht in de MT Levensloop van de Werkgever bij wie de Deelnemer in dienstbetrekking is, worden die aanspraken voor de toepassing van de in dit artikel gestelde grenzen mede in aanmerking genomen.

  • 5. De Uitvoerder mag bij de bepaling van het in de vorige artikelleden bedoelde plafond afgaan op de haar daaromtrent door de Werkgever verstrekte informatie.

  • 6. De Uitvoerder zal zowel de Werknemer als de Werkgever op de hoogte stellen van het bijna bereiken van de in lid 1 vermelde maximale inleg.

Artikel 7 Toegestane aangroei boven de maximale inleg

Ook indien bij het begin van het kalenderjaar de in artikel 6 bedoelde begrenzing op basis waarvan wordt beoordeeld of in het kalenderjaar nog aanspraken als gevolg van de MT Levensloop kunnen worden opgebouwd is bereikt, leiden nadien op het Levenslooptegoed gekweekte inkomsten en daarmee behaalde rendementen niet tot de constatering dat de regeling niet meer voldoet aan de eisen die worden gesteld aan een Levensloopregeling.

Artikel 8 Verhoging maximale opbouw aanspraken als gevolg van een levensloopregeling

  • 1. In afwijking van artikel 6 kan voor de Deelnemer die op 31 december 2005 de leeftijd van 51 jaar maar niet de leeftijd van 56 jaar hebben bereikt, in het kalenderjaar meer aanspraken ontstaan dan overeenkomt met 12 procent van het loon van het jaar, voor zover de totale aanspraken aan het einde van het kalenderjaar door de in het kalenderjaar opgebouwde aanspraken, een periode van extra verlof van 2,1 jaar niet te boven gaan.

  • 2. In afwijking van artikel 6 kan voor de Deelnemer die met toepassing van artikel 32, vierde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet prepensioenaanspraken afkopen en deze afkoop aanwenden voor het opbouwen van een voorziening als gevolg van een levensloopregeling, in het kalenderjaar meer aanspraken ontstaan dan overeenkomt met 12 procent van het loon van het jaar, voor zover de totale aanspraken aan het einde van het kalenderjaar door de in het kalenderjaar opgebouwde aanspraken, een periode van extra verlof van 2,1 jaar niet te boven gaan.

Artikel 9 Overgangsregeling verlofsparen

Aanspraken die voor 1 januari 2006 zijn opgebouwd als gevolg van een tussen Werkgever en Werknemer geldende verlofspaarregeling worden aangemerkt als aanspraken opgebouwd als gevolg van de MT Levensloop. De Werkgever maakt daartoe de tegenwaarde in geld van het saldo van de verlofspaarregeling over naar de Uitvoerder, die dit bedrag zal aanwenden voor de aankoop van Participaties en het daaruit resulterende Levenslooptegoed zal bijschrijven op de Levenslooprekening van de Deelnemer.

Voor nadere details over de Levensloopregeling wordt verwezen naar de documentatie opgesteld door de Uitvoerder. Deze documentatie kunt u bij Mn Services telefonisch opvragen op nummer 070 3 160 160 of via www.mtlevensloop.nl.

DEEL C HANDBOEK FUNCTIE-INDELING VOOR DE METAAL EN TECHNIEK DERDE EDITIE JUNI 2003

stcrt-2006-74-CAO2824-1.gif

3. INLEIDING

Dit handboek vormt de derde, herziene druk van het HANDBOEK FUNCTIE-INDELING VOOR DE METAAL EN TECHNIEK.

Als zodanig is dit Handboek als instrument voor de functie-indeling in de plaats gekomen van de Functielijst voor de Metaalnijverheid 1977. Die Functielijst vertoonde diverse tekortkomingen, zowel in het licht van de technologische ontwikkelingen als in het licht van de noodzakelijk gebleken herwaardering van de grondslagen van die Functielijst.

Per 1 juli 1997 is de CAO – bepaling van kracht, waarin staat dat de functies in alle bedrijven die onder de werkingssfeer van de CAO voor de Metaal en Techniek vallen, moeten zijn ingedeeld met behulp van het Handboek Functie-indeling.

Deze CAO’s zijn:

  • CAO voor het Carrosseriebedrijf

  • CAO voor het Elektrotechnisch bedrijf

  • CAO voor het Goud- en Zilverbedrijf

  • CAO voor het Isolatiebedrijf

  • CAO voor het Loodgieters-, Fitters-, Centrale Verwarmingsbedrijf en Koeltechnisch Installatiebedrijf

  • CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf

  • CAO voor het Motorvoertuigenbedrijf en het Tweewielerbedrijf.

    Sinds die datum is in brede kring ervaring opgedaan met het nieuwe indelingsinstrument. Dit heeft er toe geleid dat opmerkingen verzameld konden worden inzake uitgebreidheid, toepasbaarheid en systematiek van het Handboek, maar ook inzake redactie en uitvoering.

    Het Handboek Functie-indeling is gebaseerd op een integraal systeem van functiewaardering, de CATS® methode, ontwikkeld door en in beheer van De Leeuw Consult B.V., HRM – adviseurs te Leerdam.

CATS® is de afkorting van Commercieel, Administratief, Technisch en Sociaal.

Het Handboek Functie-indeling gaat uit van functiefamilies met daarbij behorende functiekarakteristieken. Functies die voldoende gemeenschappelijke kenmerken hebben, behoren tot dezelfde functiefamilie. Vrijwel alle in de Metaal en Techniek voorkomende functies kunnen op die wijze bij een functiefamilie worden ondergebracht. Vervolgens kan met behulp van de niveaukarakteristieken bepaald worden op welk niveau – lees: in welke functiegroep – de functie thuis hoort.

Beslissend voor de indeling is de feitelijke inhoud van de functie. De uiteindelijke vaststelling van de van toepassing zijnde functiegroep dient plaats te vinden met behulp van de niveaukarakteristieken, verwoord op de niveaubladen.

De indeling naar niveau vindt plaats aan de hand van karakteristieken die aan de CATS® methode ontleend zijn:

  • complexiteit

  • zelfstandigheid

  • afbreukrisico

  • fysieke aspecten.

    Een nadere beschrijving van deze karakteristieken wordt gegeven in hoofdstuk 4, met name in paragraaf 4.3. Begrippenkader (pagina 6).

    Daarnaast bevat het Handboek een Index van veel in de Metaal en Techniek voorkomende functiebenamingen, gerangschikt naar bedrijfstak, met vermelding van de toepasselijke functiefamilie(s). Aan de hand van deze index kan een eerste oriëntatie worden verkregen.

    De functiebenamingen in de Index sluiten zo goed mogelijk aan bij de namen die in de bedrijfstak worden gehanteerd. Enige voorzichtigheid blijft daarbij geboden omdat men in de praktijk niet altijd consequent is geweest. Functies met dezelfde naam kunnen in de praktijk een verschillende inhoud hebben. En omgekeerd kunnen functies met dezelfde inhoud een verschillende benaming hebben.

    De functies kunnen uiteraard zowel door mannen als vrouwen worden vervuld.

4. TOELICHTING

4.1. UITGANGSPUNTEN EN CAO-BEPALING

Het doel van functiewaardering is een zo objectief mogelijke vaststelling van de zwaarte van een functie, mede in vergelijking met andere functies.

Het HANDBOEK FUNCTIE-INDELING bevat de uitgangspunten en normen voor de functie-indeling van de functies in de Metaal en Techniek.

Artikel 10 van de Collectieve Arbeidsovereenkomsten in de Metaal en Techniek bepaalt dat de werkgever de functie van elke werknemer van 22 jaar of ouder dient in te delen met behulp van het Handboek Functie-indeling. Daarmee maakt dit Handboek deel uit van de CAO’s in de Metaal en Techniek.

De functiegroepen van het Handboek corresponderen met de salarisgroepen in de CAO’s:

  • functiegroep 2 = salarisgroep A

  • functiegroep 3 = salarisgroep B

  • functiegroep 4 = salarisgroep C

  • functiegroep 5 = salarisgroep D

  • functiegroep 6 = salarisgroep E

  • functiegroep 7 = salarisgroep F

  • functiegroep 8 = salarisgroep G

  • functiegroep 9 = salarisgroep H

  • functiegroep 10 = salarisgroep I

  • functiegroep 11 = salarisgroep J

4.2. DE TOTSTANDKOMING VAN HET HANDBOEK

Voor het tot stand brengen van het Handboek Functie-indeling werden representatieve functies gekozen die in concrete bedrijfssituaties zijn onderzocht. Het functie-onderzoek hield in dat de functies zo nauwgezet mogelijk werden beschreven in functieprofielen en dat de functiekenmerken – vanuit de gezichtspunten van de methode CATS® – werden onderzocht. Nadat accordering door de betrokkenen had plaats gevonden, werden de functies gegradeerd, dat wil zeggen van een puntenwaarde voorzien.

Vervolgens zijn de niveau-grenzen in punten CATS® uitgedrukt, zijn handzame functie-karakteristieken ontwikkeld vanuit de gezichtspunten van de methode en is de structuur van de functiefamilies nader gedefinieerd.

Uiteindelijk zijn per functiefamilie en per niveau genormeerde teksten opgesteld, die in rechtstreekse verbinding staan met het uitgebreide studiemateriaal (± 320functieprofielen) èn met de gehanteerde CATS®-methode. Deze genormeerde teksten vormen de grondslag van de niveaubladen voor elke functiefamilie. De functiegroepen (niveaus) zijn op elk niveaublad onderscheiden met behulp van de niveaukenmerken:

complexiteit, zelfstandigheid, afbreukrisico en fysieke aspecten.

4.3. BEGRIPPENKADER

Functiebeschrijving, -analyse, -waardering enclassificatie

Functiebeschrijving (of functieprofiel)

Het op methodische wijze vastleggen van activiteiten, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen elke functie.

Functieanalyse

Het beschrijven van alle zwaartebepalende factoren van een functie, gerangschikt in een samenhangend geheel van gezichtspunten of karakteristieken.

Functiewaardering

Het toekennen van punten aan de onderscheiden gezichtspunten volgens een genormeerd stelsel van waardeschalen en het plaatsen van meerdere functies in een rangorde.

Functie-indeling (of functieclassificatie)

Het rangordenen van de functies in klassen/functiegroepen.

Methode van functiewaardering

De methode CATS® is een methodisch instrument ter bepaling van de wezenlijke kenmerken en de relatieve waarde van functies in punten. De methode is ontwikkeld door en in beheer van De Leeuw Consult te Leerdam. De methode is universeel toepasbaar, dat wil zeggen in allerlei typen organisaties en voor lage en hoge functies, van welke aard dan ook. Er is sprake van éénduidige en strakke formulering van de gezichtspunten/karakteristieken. Ook voldoet de methode aan een aantal voorwaarden van psychologische aard: herkenbaar, evenwichtig en redelijk aansluitend op het doorvoelde onderscheid tussen functies. Een functie wordt geanalyseerd op een aantal gezichtspunten, d.w.z. dat wordt bekeken welke eisen de functie op elk van deze gezichtspunten stelt (denk aan kennis). Vervolgens wordt per gezichtspunt een score toegekend, afhankelijk van de gestelde functie-eisen. Tot slot geeft een sommatie van deze scores de totale waardering van de functie in CATS®-punten aan.

Karakteristieken

De karakteristieken zijn logische samenvoegingen van de gezichtspunten van de methode van functiewaardering (CATS®)

Complexiteit is de samenvoeging van 2 gezichtspunten:

  • Heterogeniteit, de aard en indringendheid van de omschakelingen die structureel eigen zijn aan de functie en

  • Kennis de voor de functieuitoefening vereiste kennis van schoolse en cursorische aard.

    Zelfstandigheid is de samenvoeging is de samenvoeging van 3 gezichtspunten:

  • Zelfstandigheid, de vrijheid in handelen, mede bepaald door het niveau van de vereiste probleemoplossing en de vereiste ervaring,

  • Contacten intern, de aard en de diepgang van de te leggen en te onderhouden contacten binnen de eigen bedrijfsorganisatie,

  • Gezag, structureel vereist formeel leiding geven, zowel direct als indirect via anderen.

    Afbreukrisico is de samenvoeging van 3 gezichtspunten:

  • Afbreukrisico, het risico dat er iets misloopt in de functieuitoefening en het bedrijf daardoor schade oploopt,

  • Contacten extern, het risico dat haperingen komen in de te leggen en te onderhouden contacten met relaties van het bedrijf en met andere derden,

  • Speciale eisen, de in acht te nemen discretie en andere bijzondere voorwaarden.

    Fysieke aspecten heeft betrekking op:

  • Bezwaren aan de arbeid verbonden: omgevingsfactoren, inspanning, persoonlijk risico en extra bewegingsprecisie.

Het indelingsinstrument en zijn onderdelen

Van het indelingsinstrument maken deel uit:

  • Wegwijzer functiefamilies, die een hoofdindeling bevat in Commerciële, Administratieve, Technische en Sociale functies, die zich weer vertakt in gegroepeerde functie-families en vervolgens uitwaaiert naar de onderscheiden functiefamilies.

  • Functiefamilies, die zich van elkaar onderscheiden naar aard van de werkzaamheden en/of naar verschil in opbouw van de functiewaardering.

  • Niveaubladen, die niveau-aanduidingen van alle functiegroepen bevatten (= niveaus)waarin functies in die familie voorkomen. Deze niveau-aanduidingen concentreren zich in een viertal karakteristieken.

  • Karakteristieken, die dienen voor een eenduidige formulering van het niveau-onderscheid tussen functiegroepen (= niveaus). Zoals eerder is toegelicht betreft het:

    • complexiteit

    • zelfstandigheid

    • afbreukrisico

    • fysieke aspecten.

      Overzicht reikwijdte functiefamilies (paragraaf 6.2), dat in de vorm van een blokken-schema een duidelijk inzicht geeft in de spreiding in functiefamilies en de reikwijdte binnen elke functiefamilie.

      Index per branche (paragraaf 6.4.), die veel voorkomende functiebenamingen bevat, met verwijzing naar de meest in aanmerking komende functiefamilies, vergemakkelijkt het zoeken.

      De functiegroepen, genoemd op de niveaubladen, corresponderen met de salarisschalen in de CAO (zie paragraaf 4.1.).

4.4. GEBRUIK VAN HET HANDBOEK FUNCTIE-INDELING

Dit indelingsinstrument is zodanig ingericht dat de verschillende gebruikers de functies in hun bedrijf eenduidig kunnen indelen.

Het verdient aanbeveling om grondig kennis te nemen van de Handleiding (hoofdstuk 5.). Daarin wordt een opsomming gegeven van de vereiste informatie (5.1) over een functie. Het verdient aanbeveling om deze informatie vast te leggen in een functieprofiel (zie bijgevoegd model, paragraaf 5.5.).

Ook de Werkwijze bij het indelen wordt uitvoerig besproken (paragraaf 5.2.).

Voor continue raadpleging is deze werkwijze eveneens weergegeven op de Schema’s (Werkwijze en Spelregels), zie uitklapblad achterin.

Op dat uitklapblad staan eveneens de in acht te nemen Spelregels summier weergegeven. Een uitvoerige uiteenzetting van deze spelregels (paragraaf 5.3) maakt eveneens deel uit van de Handleiding. Indien het bepalen van de functiefamilie problemen op mocht leveren, kan nog kennis worden genomen van een uitgewerkt Voorbeeld (paragraaf 5.4.).

Bij het hanteren van de niveaubladen kan men stuiten op verschillen tussen niveaus die zijn aangegeven in kwantitatieve of kwalitatieve termen. Een aantal van deze termen is gedefinieerd en/of toegelicht in de Woordenlijst (paragraaf 5.6.).

5. HANDLEIDING BIJ HET INDELEN VAN FUNCTIES

5.1. VEREISTE INFORMATIE EN AANDACHTSPUNTEN

zorg voor een scherp beeld van de functie

  • Verzamel voldoende informatie over de functie zelf. Als hulpmiddel hierbij kunt u gebruik maken van het hierbij gevoegde model van een CATS®-functieprofiel (paragraaf 5.5). Op dit model is de vereiste informatie globaal aangegeven (of reeds concreet ingeleid).

  • Het kan belangrijk zijn, niet alleen over de betrokken functie, maar ook over de „belendende’’ functies informatie te verzamelen, waarbij met name gelet moet worden op de onderlinge verdeling van taken en verantwoordelijkheden.

ga uit van de feitelijke functie-inhoud

  • Kijk naar de functie zoals deze feitelijk in de onderneming voor komt, los van de persoonlijke beoordeling van degene die de functie vervult.

  • Ga bij de indeling niet af op de persoonlijke functiebenaming of niveau-aanduiding, maar op de werkelijke inhoud van de functie, de constateerbare werkzaamheden en verantwoordelijkheden.

  • Het salarisniveau, de capaciteit of de persoonlijke mogelijkheden van de functie-vervuller(s), of andere soortgelijke aspecten dienen geen rol te spelen bij het proces van functie-indeling.

let op de verschillen tussen de functieniveaus

  • De tekst van de karakteristieken van een bepaald niveau is niet een functiebeschrijving in het kort, maar een typerende weergave van de zwaarte-bepalende factoren. Bij het opstellen van de niveaubladen is uitgegaan van de verschillen die gemeten zijn over het complete samenstel van de niveaukarakteristieken. Dat wil zeggen dat kleine verschillen in de uitgeoefende taken niet automatisch leiden tot een ander functieniveau. Een trefzekere indeling is mogelijk door goed te letten op de verschillen met de beide omringende niveaus.

raadpleeg de woordenlijst

  • De tekst van de karakteristieken bevat een aantal termen van kwalitatieve en kwantitatieve aard. Teneinde subjectieve interpretatie te vermijden is het raadzaam om in de woordenlijst (paragraaf 6.5) na te gaan welke term in een concrete situatie van toepassing is. ga zorgvuldig te werk

  • Het verdient aanbeveling om zowel functiefamilie als functieniveau zorgvuldig vast te stellen. Het kan daarbij raadzaam zijn om meerder niveaubeschrijvingen (en eventueel ook meerder niveaubladen) door te nemen.

lees compleet

  • Er gelden meerdere criteria binnen een karakteristiek. Er moet van al deze criteria kennis worden genomen om deze te overwegen of te vergelijken met de in te delen functie.

5.2. WERKWIJZE BIJ HET INDELEN VAN EEN FUNCTIE

In alle gevallen is het raadzaam om het volledige Indelingsinstrument te hanteren. Dit voorkomt latere discussies of onenigheid over de procesgang en/of over de indelingsresultaten.

Het verdient aanbeveling om alle min of meer samenhangende functies in de organisatie in één indelingsproces te behandelen.

Ondernemingen met een complexe organisatie of met een aantal specifieke functies kunnen het Handboek eveneens hanteren. Indien een bedrijf behoefte heeft aan een gehele of gedeeltelijk „bedrijfseigen functielijst’’ kan daartoe via de bedrijfstakorganisatie contact worden opgenomen met de systeemhouder van het CATS®-systeem (De Leeuw Consult te Leerdam).

Bij het indelingsproces kan gebruik worden gemaakt van het hierna volgende Stappenplan en/of van het schema dat hieromtrent is opgesteld en als uitklapblad achterin is toegevoegd.

Het op datzelfde uitklapblad afgedrukte schema van de Spelregels (paragraaf 5.3) kan dan eveneens geraadpleegd worden.

STAPPENPLAN BIJ HET INDELEN VAN FUNCTIES

zet bij het indelen de volgende stappen

STAP 1: Verzamel informatie over de functie.

STAP 2: Stel een functieprofiel op (zie model paragraaf 5.5.).

STAP 3: Bepaal de van toepassing zijnde functiefamilie via de Wegwijzer Functiefamilies (uitklapblad voorin) of via de Index.

STAP 4: Lees het desbetreffende niveaublad.

STAP 5: Bepaal het niveau dat het meest overeenkomt met de in te delen functie.

STAP 6: Stel vast dat de niveaukarakteristieken van het naast-lagere niveau inderdaad lager zijn en van het naast-hogere niveau inderdaad hoger.

STAP 7: Neem de indelingsbeslissing

5.3. SPELREGELS BIJ HET INDELEN

wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen

  • Indien bij het verifiëren van de niveaukarakteristieken twee van de eerste drie niveaukarakteristieken (te weten Complexiteit, Zelfstandigheid en Afbreukrisico) naar één niveau verwijzen, dan is dat doorslaggevend, ook al tendeert de derde van deze drie karakteristieken naar een ander niveau.

  • Het belang dat gehecht is aan de fysieke factoren, zorgt er in een aantal twijfelsituaties voor dat de vierde niveaukarakteristiek (Fysieke Aspecten) doorslaggevend is.

hoe de vereiste kennis is verworven, doet nauwelijks ter zake

  • Bij de niveaukarakteristiek Complexiteit is het kennisniveau tot uitdrukking gebracht dat voor de uitoefening van de functie vereist is. In het algemeen is bij het indelen niet relevant hoe de functievervuller zich de kennis eigen heeft gemaakt en ook niet de feitelijke duur van de kennisverwerving.

een bevoegdheidsvereiste staat buiten de indeling

  • Een wettelijk vereiste bevoegdheid is in feite een selectie-eis die als zodanig niet in een functie-indelingsmethode thuishoort, maar afzonderlijk moet worden toegepast. De eventueel vereiste kennis telt wel mee.

vervangen van de directe chef heeft veelal geen invloed op de indeling

  • Vervangen van de directe chef vormt soms een integraal onderdeel van de functie, maar betreft dan tijdelijk vervangen (enkele uren, dagen, weken) en beperkt vervangen (niet alle bevoegdheden). De invloed op de functie valt in die situaties te verwaarlozen.

  • Indien vervanging van de chef meeromvattend is, dient deze op zijn inhoudelijke merites te worden beoordeeld en zijn consequenties voor de functie-indeling niet uitgesloten.

  • Langdurige vervanging vereist een aparte regeling, eventueel buiten de functie-indeling. In feite verricht de vervanger dan gedurende de vervangingstijd een andere functie dan zijn eigen functie.

bij mengfuncties telt het zwaarste bestanddeel

  • Bij structurele meng- of combinatiefuncties kan de functie elementen bevatten die volgens afzonderlijke niveaubladen worden ingedeeld. In dat geval is de hoogste van die indelingen van kracht, mits dat zwaarste element van de functie – over langere tijd gemiddeld – gedurende 25 % of meer van de normale arbeidsduur wordt uitgeoefend.

niet altijd zijn de zwaarste fysieke factoren maatgevend

  • Is er in het werk structureel sprake van twee verschillende niveaus in de fysieke aspecten (gelet op onaangenaam, fysiek zwaar, inspannend, risicovol e.d.) en zou dit leiden tot een niveauverschil, dan geldt de hoogste van die twee indelingen indien de zwaardere fysieke factoren gelden gedurende 25% of meer van de normale arbeidsduur. Met name kan dit het geval zijn bij functies „binnen’’ en „buiten’’ die voor het overige gelijksoortig zijn (bijvoorbeeld Service Monteurs in een werkplaats, resp. op locatie).

leentjebuur spelen bij een andere functiefamilie mag, mits...

  • In het algemeen dient men voor de niveaubepaling binnen één functiefamilie te blijven. Lukt dit niet en geeft een andere functiefamilie wel uitsluitsel voor de indeling, dan mag deze gehanteerd worden, mits alle niveau karakteristieken overeenstemmen.

in grensgevallen opnieuw informatie inwinnen

  • Indien de indeling niet eenduidig kan plaatsvinden, dient eventueel opnieuw informatie over de functie te worden verzameld. In ieder geval dient de relevante functie-inhoud expliciet te worden vastgesteld, gericht op de factoren die niveauverschillen vertonen.

5.4. VOORBEELD BEPALING FUNCTIEFAMILIE

Stel dat de functiefamilie moet worden bepaald van een Medewerker Afwerkerij/Lakkerij.

Het betreft een functie met een aantal eenvoudige bewerkingen aan producten die van een lopendebandsysteem gehaald moeten worden en na bewerking weer opgehangen moeten worden. Voor de functie is geen vaktechnische opleiding vereist.

Bepaling functiefamilie:

Het uitklapblad „Wegwijzer functiefamilies’’ verschaft een overzicht van alle functiefamilies. Van links naar rechts en van boven naar beneden lezend, kan via de wegwijzertjes telkens de ingang worden gekozen die van toepassing is.

  • het betreft – van links naar rechts kijkend uiteraard de kolom „Technisch’’ en binnen die kolom de rubriek „technisch uitvoerend’’;

  • men kiest – van links naar rechts lezend – de functiekolom „Werkplaats’’;

  • het werk betreft geen „Leidinggeven’’;

  • op de onderliggende regel kan geen relevante keuze gemaakt worden, maar verder naar beneden treft het wegwijzertje „Diverse bewerkingen’’ aan;

  • van de daaronder gerangschikte functiefamilies komen er enkele zeker niet in aanmerking; een snelle raadpleging van de resterende functiefamilies maakt duidelijk dat de onderhavige functie thuishoort onder de functiefamilie 31 „Productiemedewerking’’.

5.5. MODEL CATS® FUNCTIEPROFIEL

Opdrachtgever/BedrijfAfdeling/GroepNaam van de functie
   
   
   
   
 
DATUM:Status: CONCEPT/DEFINITEFCode:

Positie van de functie in de organisatie

  • Werkt onder leiding van....

  • Geeft leiding aan .......

Doel van de functie

Welke bijdrage wordt verwacht, welk doel wordt gediend.

Typering van de activiteiten

A. Algemeen

  • Het werk betreft.....

  • Ontvangt opdracht....

B. Werkzaamheden

  • (Verricht...).

  • (Maakt/Stelt op/Beoordeelt/Geeft/Zorgt....).

  • (Beoordeelt/Onderzoekt/Controleert....).

  • (Registreert/Houdt bij.....).

C. Overig

  • (Is tevens verantwoordelijk voor/Zorgt ook voor....).

  • Is gehouden aan (en/of ziet toe op) de naleving van voorschriften/procedures op het gebied van kwaliteit, Arbo, milieu en veiligheid.

CATS® Functieprofiel

Bovenstaande beschrijving is slechts een typering van de werkzaamheden en niet een uitputtende opsomming. De vervuller van deze functie is dan ook gehouden alle voorkomende en in redelijkheid opgedragen werkzaamheden uit te voeren.

Beschrijving per karakteristiek

Complexiteit

Typeer de breedte en gemêleerdheid (diversiteit, variatie) van het werkterrein. Vermeld de werkaard, de product(ie)-soort(en), de soorten bemoeienis e.d.

Geef een indicatie van de frequentie waarmee zaken zich afwisselen (of verstoord worden).

Vermeld eventueel onvermijdbare bezwarende accuratesse en/of tijddwang.

Noteer de voor een goede functie-uitoefening noodzakelijke opleiding(en), van schoolse en/of cursorische aard.

Zelfstandigheid

Typeer de vrijheid in tijdsindeling. Typeer de vrijheid in aanpak en vormgeving; noteer gebondenheid door voorschriften, regels, procedures e.d.; vermeld de te maken keuzen, te nemen beslissingen e.d. Typeer de invloed die van het toezicht uitgaat, tracht de relatie weer te geven tussen het probleemniveau, de opleiding en de vereiste ervaring.

Geef aan welke contacten binnen de organisatie noodzakelijk zijn voor het functioneren. (geef een typering van het eventueel opgedragen geven van leiding: aantal, tijdsbeslag, e.d.).

Afbreukrisico

Typeer de schade die het gevolg kan zijn van menselijke fouten in de functie (eventueel meerdere soorten), het effect van controle(s), de mogelijkheden voor zelfcontrole etc. geef aan welke contacten met derden noodzakelijk zijn voor het functioneren (ook frequentie, te realiseren zaken, te overwinnen weerstand e.d.). typeer de eventueel opgedragen geheimhouding. Vermeld de eventueel aanwezig kans dat in de functie weerstand moet worden geboden tegen druk van buiten.

Fysieke Aspecten

Noteer (belangrijke) hinderlijke factoren in de werkomgeving. Vermeld lichamelijk zware elementen in het werk. Typeer de kans op gevaar voor lijf en leden.

Omschrijf de eventueel noodzakelijke bewegingsprecisie (vereiste fijne motoriek).

5.6. WOORDENLIJST BIJ DE NIVEAUBEPALING

Ad Complexiteit

  • Omschakelfrequentie

  • „matig’’ of „af en toe’’ = Gemiddeld elk uur van onderwerp veranderen.

  • „regelmatig’’ of „vrij frequent’’ = Gemiddeld elke 20 tot 40 minuten.

  • „voortdurend’’ of „hoog’’ of „frequent’’ = Gemiddeld elke 5 tot 15 minuten.

  • Opleiding

  • „schoolsoort’’ + „niveau’’ = diploma-eisen staan niet vermeld, die zouden slechts dienen als indicatie; niet de vooropleiding als zodanig staat centraal maar de (op welke wijze dan ook verworven) kennis en vaardigheden staan centraal.

  • „bedrijfsopleiding’’ = Een gestructureerde, geprogrammeerde en begeleide opleidingsperiode in de specifieke eigenheden van het bedrijf, processen, procedures, bewerkingen, e.d.

  • „ervaring’’ = wordt beschouwd als een aspect dat mede de zelfstandigheid bepaalt (zie aldaar).

Ad Zelfstandigheid

  • Niveau van de problemen

  • „normaal’’ = vereist een denkniveau dat equivalent is aan MAVO of gedegen VBO-niveau.

  • „aanmerkelijk’’ = Vereist en denkniveau dat equivalent is aan een flink MBO- tot HBO-niveau

  • „moeilijk en vergaand’’ = vereist een denkniveau dat equivalent is aan ruim HBO- tot semi-academisch niveau.

  • „Betekenis van contacten’’

  • „normaal’’ = men moet uit kunnen gaan van een ongehaperd lopen van de stroom van goederen of informatie, in tijd, kwaliteit en kwantiteit.

  • „belangrijk’’ = De samenwerking is gericht op het tijdig tot stand brengen van juiste beslissingen van de hoogste leiding met betrekking tot forse delen van de capaciteit.

  • Gezag

  • „leidinggeven’’ = over het vermelde aantal ondergeschikten (direct en indirect via lagere leidinggevenden) wordt functioneel, operationeel en disciplinair gezag uitgeoefend.

  • „functioneel leidinggeven’’ = Bindende aanwijzingen geven over het werk aan niet-hiërarchisch ondergeschikten.

Ad Afbreukrisico

  • Kans op tijdig ontdekken en herstellen

  • „groot’’ = bij toepassing van de normale procedures en uitoefening van de vereiste verantwoordelijkheid wordt de fout vrijwel zeker tijdig (=niet naar buiten het bedrijf tredend) ontdekt.

  • „redelijk tot matig’’ = Bij goede zelfcontrole kan de fout tijdig ontdekt worden, hiertoe zijn de omstandigheden normaal gesproken aanwezig, maar er moet wel extra inspanning voor geleverd worden.

Ad Fysieke Aspecten

„normale kantooromstandigheden’’ = rustig kantoor, samen met enkele collega’s, de gebruikelijke kantoorgeluiden.

„normaal schoon fabriekswerk’’ = Goed geklimatiseerde omstandigheden, incidenteel onaangename factoren.

5.7. OPLEIDING, WETTELIJKE EISEN, NORMALISERING, CERTIFICERING EN ANDERE BIJZONDERE EISEN

5.7.1. BEROEPSONDERWIJS; AANSLUITEND OP VOORBEREIDEND BEROEPSONDERWIJS (VBO).

Vanaf 1 augustus 1997 zijn in het beroepsonderwijs twee leerwegen ingevoerd:

  • de beroepsbegeleidende leerweg (BBL), voorheen het Leerlingwezen en

  • de beroepsopleidende leerweg (BOL), voorheen het MBO.

  • BBL omvat meer dan 60% beroepspraktijkvorming (B.P.V.)

  • BOL omvat 20 – 60% beroepspraktijkvorming (B.P.V.)

    Beide wegen leiden op tot de niveaus 1 t/m 4.

  • niveau 1 assistentopleiding;

  • niveau 2 basisberoepsopleiding;

  • niveau 3 vakopleiding;

  • niveau 4 middenkaderopleiding;

  • niveau 4 specialistenopleiding.

    Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de kwalificaties per beroepsgroep wordt verwezen naar de desbetreffende instituten voor vakopleidingen.

    In het algemeen kan gebruik worden gemaakt van het navolgende overzicht.

niveauaanduiding opleidingtyperingduur
1assistentopleidingeenvoudige uitvoerende werkzaamheden een nieuw niveau van kwalifi- ceren0,5 – 1 jaar
2basisberoeps- opleidinguitvoerende werkzaamheden vergelijkbaar met de vroegere primaire opleiding Leerlingwezen en de korte MBO2 – 3 jaar
3vakopleidingzelfstandige uitvoering van werkzaamheden vergelijkbaar met de vroegere secundaire opleiding Leerlingwezen en de tussen- opleiding/lange vakopleiding MBO2 4 jaar
4middenkaderopleidingzelfstandige uitvoering van werkzaamheden met brede inzetbaarheid vergelijkbaar met de vroegere lange opleiding MBO3 – 4 jaar
 of  
4specialistenopleidingzelfstandige uitvoering van werkzaamheden met speciali- satie vergelijkbaar met de vroegere tertiaire opleiding Leerlingwezen 1 – 2 jaar

5.7.2. WETTELIJKE EISEN, NORMALISERING, CERTIFICERING EN ANDERE BIJZONDERE EISEN

Voor een aantal sectoren gelden extern bepaalde eisen, regels of afspraken die van invloed (kunnen) zijn op de zwaarte van functies, tot uiting komend in de onderscheiden karakteristieken van de indelingsmethode van dit Handboek.

Het betreft een reeks van wettelijke eisen, normaliseringsafspraken, erkenningsregelingen, bevoegdheidsafspraken, certificeringseisen en andere gevolgen van convenanten tussen overheid en bedrijfsleven, e.d.

Binnen het kader van de zo noodzakelijke juiste beeldvorming inzake concrete functies, kan het van belang zijn kennis te nemen van de belangrijkste gegevenheden op dit gebied.

Let wel: de regelingen op zich geven geen uitsluitsel over de functie-indeling.

De consequenties van de regelingen zijn bij de opzet van het Handboek verwerkt in het eigenlijke indelingsinstrument: de niveaubladen.

5.7.2.1. STEK-EISEN

Achtergrond

Door de Minister van VROM en het bedrijfsleven is overeengekomen om het gebruik van stoffen die de ozonlaag aantasten (CFK’s, HCFK’s en HFK’s) aan banden te leggen. Dit heeft met name gevolgen voor bedrijven waar gewerkt aan koelinstallaties met een koudemiddel, waaraan per 1 januari 1993 extra eisen worden gesteld.

Koeltechnische Installatiebedrijven kunnen in aanmerking komen voor een erkenningsregeling, die door een stichting (STEK) wordt beheerd. Alleen „STEK-erkende ondernemingen’’ mogen Monteurs handelingen laten verrichten aan installaties op het gebied van CFK’s, HCFK’s en HFK’s.

Voor garagebedrijven e.d. waar gewerkt wordt aan airconditioning in personenauto’s (dus koelinstallaties met een koudemiddelinhoud van minder dan drie kilogram) geldt een aparte regeling. Ook voor deze bedrijven geldt de eis van een STEK-erkenning.

Functies

Concreet gelden voor een Koeltechnisch Monteur die werkt aan installaties op het gebied van CFK’s, HCFK’s en HFK’s (inbedrijfstelling, reparatie, preventieve controle, periodiek onderhoud en het verwijderen van koudemiddel) de volgende eisen:

  • 1. in het bezit zijn van een CFK-diploma;

  • 2. op de hoogte zijn van het CFK-beleid van de onderneming;

  • 3. aantoonbaar kunnen beschikken over en werken conform werkvoorschriften;

  • 4. handelingen aan een koelinstallatie registreren;

  • 5. beschikken over een passende en in goede staat verkerende technische uitrusting.

    Voor de Autotechnicus Personenwagens die bij een STEK-erkend bedrijf CFK-handelingen verricht aan installaties voor comfortkoeling in personenauto’s met een koudemiddelinhoud van minder dan drie kilogram, geldt de eis dan men in het bezit is van een CFK-certificaat, verkregen na het met goed gevolg afgelegd hebben van een Auto-airco examen.

Functieclassificatie

  • In de functiebeschrijvingen van Koeltechnische Monteurs (c.q. Autotechnicus Personenwagens) die bij een STEK-erkende onderneming werken dient aandacht te worden besteed aan bovengenoemde eisen.

  • Bij de opzet en weging van de Karakteristieken van de functiefamilie 54 en 16B is bij de relevante niveaus (niveau 5 en hoger) rekening gehouden met deze eisen.

5.7.2.2. EuroVISA

Achtergrond

Teneinde te voldoen aan de behoefte aan specialistische kennis van gastoestellen en gastechnische basiskennis, gericht op het veilig functioneren en gebruik van gastoestellen in de utiliteitssector en/of een industriële omgeving, heeft GASTEC te Apeldoorn een opleidingstraject van onderhoud- en inspectiecursussen ontwikkeld. Dit traject kent een modulaire opbouw waarvan EuroVISA de laatste stap is.

De opleiding voldoet aan de eindtermen die gelden voor de EuroVISA-inspecteur (EBI), zoals genoemd in de certificeringsregeling voor het uitvoeren van onderhoud en inspecties. Certificering op basis van deze regeling leidt tot een certificaat volgens NEN-EN-ISO 9002.

Functies

De opleiding is bestemd voor Inspecteurs en Servicetechnici die het inspectiebeleid bepalen bij energiebedrijven, installatie- en onderhoudsbedrijven en fabrieken. De inhoud van de opleiding richt zich op het beoordelen van elektrische werkingsschema’s en elektronicatoepassingen, beveiligingsfilosofie, inspectie en op het verkrijgen van inzicht.

Functieclassificatie

  • In de functiebeschrijvingen van functies op dit vlak, met name leidinggevenden op buitenprojecten dient aandacht te worden besteed aan bovengenoemde eisen.

  • Bij de opzet en weging van de Karakteristieken van functiefamilie 13 is bij de relevante niveaus (niveau 10 en 11) rekening gehouden met deze eisen.

5.7.2.3. VEILIGHEIDS CERTIFICAAT AANNEMERS (VCA* en/of VCA**)

Achtergrond

VCA is een formeel certificeerbaar veiligheidsbeheerssysteem dat veiligheid, gezondheid en milieu (VGM) zo goed mogelijk moet waarborgen. VCA is gewenst of vereist voor bedrijven (aannemers) die werkzaamheden verrichten op bedrijfsterreinen van hun opdrachtgevers.

Het VCA* en VCA** certificaat wordt op ondernemingsniveau afgegeven en is drie jaar geldig (bij een jaarlijkse controle) en er dient een ongevallenstatistiek aantoonbaar te zijn over de afgelopen drie jaar.

Functies

VCA* is, in tegenstelling tot VCA**, bedoeld voor VGM-coördinatoren bij onderaannemers met niet meer dan 35 medewerkers op de „bouwplaats’’.

Voor VCA* en voor VCA** dient de operationeel leidinggevende op de bouwplaats een opleiding Veiligheid Operationeel Leidinggevenden (VOL-VCA) te hebben gevolgd. Het bijbehorende certificaat is persoonsgebonden en tien jaar geldig.

Functieclassificatie

  • In de functiebeschrijvingen van functies op dit vlak, met name van VGM-functionarissen en leidinggevenden op buitenprojecten dient aandacht te worden besteed aan bovengenoemde eisen.

  • Bij de opzet en weging van de Karakteristieken van functiefamilie 13 (Leiding op Buitenprojecten) is bij de relevante niveaus (niveau 6 en hoger) en bij functiefamilie 46 (Zorgsystemen) bij alle niveaus rekening gehouden met deze eisen.

5.7.2 4. KWALIFICATIESTRUCTUUR LASSEN

Opleiding, certificering en functiewaardering

Vakbekwaamheid

De vereiste mate van bekwaamheid en handvaardigheid bij het lassen wordt bepaald door:

  • de vorm van de te lassen delen (plaat en/of pijp)

  • de toe te passen lastechniek(en)/lasproces(sen)

  • de te lassen materialen, gerangschikt in materiaalgroepen (Stoomwezen, ASME en dergelijke)

  • de lasstand, afhankelijk van plaat- en pijpposities

  • de wijze van kwalitatief onderzoek

    De in de praktijk voorkomende combinaties van deze factoren resulteren in

  • een praktijkniveau dat, voorzover het gekwalificeerd is, uitmondt in

  • een erkend Europees EN-287 certificaat.

    Eventueel kan sprake zijn van een beperkte geldigheidsduur en is opfrissing vereist.

Opleidingen

Voor Lassers die zich willen kwalificeren worden cursussen gegeven, die afgesloten worden met een erkend Europees EN certificaat. Desgewenst kan een cursus ook met een diploma van het organiserend instituut worden afgesloten.

In alle gevallen geldt minimaal een vooropleiding VBO, gevolgd door een BBL (Beroeps – Begeleidende Leerweg).

Lascertificaten

Er bestaan lascertificaten van onder andere de navolgende lastechnieken/lasprocessen:

  • OP (automaat-/machinelassen)

  • Autogeen Lassen Pijp • Autogeen Lassen Plaat

  • Elektrisch Lassen Pijp en • Elektrisch Lassen Plaat

  • MIG/MAG-lassen Pijp en • MIG/MAG-lassen Plaat

  • TIG-(Argon)-lassen Pijp en • TIG-(Argon)-lassen Plaat

  • CO2 (MIG/MAG) • STT-lassen (speciale vorm van CO2-lassen).

Niveaus van vakbekwaamheid

Nagenoeg al deze certificaten (Elektrisch, Autogeen, MIG/MAG en TIG) kunnen behaald worden via een lesprogramma dat cursussen bevat voor 4 niveaus die op elkaar aansluiten (zie hulpschema pag 22).

De niveaus van vakbekwaamheid verschillen naar:

  • lasstand (positie van de las), in combinatie met positie van plaat (of pijp) en specifieke pijppositie

  • soorten naad (buitennaad, binnennaad, I-naad en V-naad)

  • wijze van onderzoek (visueel, niet-destructief of destructief).

Materiaalgroepen

Uiteraard bestaat er een nauwe relatie tussen lastechniek/lasproces en materiaalsoort (bijvoorbeeld MIG voor roestvrij staal en MAG voor koolstofhoudend staal). Elke materiaalsoort omvat een groot aantal specifieke materialen. De materialen zijn ondergebracht in materiaalgroepen.

Per keuringsinstantie bestaan verschillende coderingen voor materiaalgroepen.

  • Het Stoomwezen werkt met cijfers „1’’ t/m „5’’ en als onderverdeling „A’’ t/m „G’’.

  • ASME (American Society of Mechanical Engineers) werkt met „P’’ gevolgd door een cijfer.

Relatie tussen kwalificaties en functiezwaarte

Met betrekking tot de relatie tussen bovengenoemde kwalificaties en de functiezwaarte (en dus de groepsindeling) van die functies waarbij lassen duidelijk onderdeel uitmaakt van de functie-uitoefening zijn enkele opmerkingen te maken.

  • 1. Wanneer bij een functie wordt geconstateerd dat er sprake is van werken onder begeleiding, impliceert dat een groepsindeling die niet hoger is dan groep 4.

  • 2. Indien vermeld moet worden repeterend werk verrichten, houdt dat in dat de indeling niet uit zal komen boven groep 5.

  • 3. Voor de functiezwaarte is de toegepaste lastechniek nauwelijks van invloed. Nagenoeg elke techniek kan uitgeoefend worden op het niveau van functiegroep 3 als van 7.

  • 4. Wel moet gelet worden op bepaalde eigenheden van een techniek in relatie tot de vereiste kwaliteit. Een mooie, zichtbare, niet bij te werken las leggen met de MIG-techniek, in weerbarstig en taai RVS, vereist (mede in verband met de voorspanning) meer gevoel voor de materiaaleigenschappen, terwijl autogeen lassen, met de brander in de hand, meer zelfstandig en inventief werken vereist. En zo zal bij toepassing van de TIG-techniek (voor het meer fijne werk in veelal korter materiaal, hoge eisen stellen aan het gevoel voor nauwkeurigheid.

  • 5. De aard van het werk heeft een grotere invloed dan de lastechniek op zich. In de mate dat inzicht en technisch gevoel noodzakelijk is, zal sprake zijn van een „zwaardere functie’’ dus een hogere groepsindeling.

  • 6. Onder moeilijke omstandigheden moeten kunnen werken verzwaart de functie.

  • 7. Ook zullen zaken als tekening lezen en materiaalkennis, beheersen van verschijnselen van krimp en trek en foefjes kunnen toepassen, indicaties vormen voor een hogere groepsindeling.

  • 8. Een aparte invloed gaat uit van de houding die ingenomen moet worden bij het lassen, in relatie tot de positie van plaat en/of pijp.

  • 9. Een zeer specifieke en belangrijke invloed gaat met name uit van de snelheid van werken, in combinatie met de mate waarmee een beroep wordt gedaan op snelheid van inzicht in de techniek. De ontwikkeling van de functie „leerling’’ tot de functie „allround’’ is duidelijk waarneembaar aan deze beide factoren. De groepsindeling van deze – en de tussenliggende – functies zal zich parallel aan deze ontwikkeling moeten manifesteren.

Functie-indeling met de methode CATS®

Met CATS®, de methode voor functiewaardering die ten grondslag ligt aan dit Handboek Functie-indeling voor de Metaal en Techniek, wordt aan alle bovengenoemde invalshoeken recht gedaan.

Bij de aspecten Complexiteit, Zelfstandigheid, Afbreukrisico en Fysieke Aspecten wordt rekening gehouden met bovengenoemde zwaartebepalende factoren.

Getracht is de belangrijkste factoren en aspecten weer te geven in een indicatief schema.

Voor de indeling blijft de feitelijke tekst van de relevante niveaubladen, met name 22A, 22B, 37A, 37B, doorslaggevend voor de indeling.

Indicatief schema functie-indeling Lassen

CriteriaFunctiegroep
3 4 5 6 7 8
Gebruikelijk predicaat - - Vakman Lasser1e Lasser „Fotolasser’’ Allround Lasser
Vereiste opleiding na VBO primaire oplei- ding BBLprimaire oplei- ding BBL primaire + bij voorkeur voortgezette opleiding BBL voortgezette opleiding BBL voortgezette opleiding BBL voortgezette opleiding BBL
Aantal toe te passen lastechnieken 3 3 3 4 minimaal 4 6
Vereiste certificaten 2 gevorderden 1 beginners 2 gronddiploma’s 1 gevorderden 3 vakdiploma’s 4 vakdiploma’s 4 vakdiploma’s 6 vakdiploma’s
Herhaling van proeve van bekwaamheid - - - - elk half jaarelk half jaar
Werkterrein Werkplaats werkplaats + buiten projecten werkplaats + buiten projecten werkplaats + buiten projec- ten (werkplaats) + buiten projectenbuitenprojecten
Objecten/soorten werk Lichte staal-construc- ties binnen: lichte staalconstructies buiten: assistentie van ervaren collega binnen: constructies van hoge technische kwaliteit buiten: constructies met eenduidige aanpaksamenbouw volgens teke- ning hoogwaar- dig laswerk van zeer uiteenlopende aard; eigen aanpak ook exclusieve materialen lassen + gespecialiseerde lastechnieken
Extra eisen van bekwaamheid - - - ruimtelijk inzicht eigen accep- tatie van voorwerk • eigen acceptatie van voorwerk • instructies geven (voorwerk)
Controle - - -- 100% röntgen 100% röntgen
Snelheid van lassen niet hoog niet hoog soms tamelijk hoog tamelijk hoog hoog hoog
Bezwarende Factoren Houding bij het werkenStaand eventueel ook in andere houdingen met inbegrip van in andere houdingen in alle andere houdingen (H.L045) • in alle an- dere houdin- gen (H.L045) • ook op hoogte wer- ken • in alle andere houdingen (H.L045) • ook op hoogte werken
Vereiste bewegingspresisie - enigermateenigermate vrij hoog hoog aanmerkelijk hoog
Vereiste concentratie en accuratesse - - enige tijddwang af en toe tijddwang duldt geen tijddwang duldt geen tijddwang

6. INDELINGSINSTRUMENT

6.1. WEGWIJZER FUNCTIEFAMILIES

stcrt-2006-74-CAO2824-2.gif

6.2. OVERZICHT REIKWIJDTE FUNCTIEFAMILIES

Ondersteunende functies

Functiefamilie Functiegroep
  pag. 2 3 45 6 7 8 9 10 11
1 Commerciële Binnendienst 27     
2Administratie/Boekhouding29  
3Informatica32          
4ASecretariaat34          
4BReceptie/Telefoon37          
4CTechnische Receptie38          
5Bedrijfsbureau39          
6Tekenkamer41          
7Ontwerp Automatisering43          
8Kwaliteitsbeheer Productie45          
40Essaaieren/Keuren Edelmetalen109          
59Interne Technische Dienst142          
46Zorgsystemen KAM117          
10Algemene/Facilitaire Dienst50          
9Personeelszaken48          
45Training/Opleiding115          
12Leiding Werkplaats56          
13Leiding op Locatie58          
11Magazijn/Logistiek53          
14ABesturen Rijdend Materieel60          
14BBesturen Mobiele Kraan62          
16AOnderhoud/Reparatie Tweewielers65          
16BOnderhoud/Rep. Personenwagens67          
16COnderhoud/Rep. Bedrijfswagens69          
15Bedienen Tankstation63          
17Schadeherstel Carrosserie71          
18Bekleden/Stofferen72          
49Breed-techn. Adaptie Voertuigen121          
20Conventioneel Verspanen75          
21CNC Verspanen77          
22AConstructie/Bankwerk/Plaatw./Pijpw.79          
23Gereedschap-/Instr.-/Stempelmaken82          
24Speciaal Graveren83          
22BSpeciaal lassen81          
19Spuiten/Schilderen73          
50Industrieel Afwerken123          
51Grafisch Bewerken124          
29Operating Proces/Machinestraat91          
31Productiemedewerking94          
41Gieten Non-Ferro110          
28Modelmaken89          
30Handmatig Bewerken Edelmetalen92      
42Houtbewerken111          
43Kunststof Verwerken/Bewerken112          
25Montage van Apparatuur (Binnen)84          
26Kasten/Panelenbouw Elektro86          
27Wikkelen Motoren88          
44Orthopedische Instrumenten114          
48AProductie Zonwering119          
56APassieve ICT-infrastr. Advies/ontwerp133          
56BPassieve ICT-infrastr. Realisatie134          
56CPassieve ICT-infrastr. Beheer&onderhoud136          
32Meet- en Regeltechniek E&W95      
33Prod./Montage/Service Elektronica97          
57AActieve ICT-infrastr./werkpl.aut.advies/ontwerp137          
57BActieve ICT-ifrastr./werkpl.aut.realisatie138          
57CActieve ICT-infrastr./werkpl.aut.beh.&onderhoud139          
58Veiligheidsinspectie140          
34Nettenbouw99          
35Elektromontage (Aansluitingen)100          
53Beveiligingsinstallatie127          
37AConstr./Plaat-/Pijpwerken (op Loc.)104          
37BSpeciaal Lassen (op Locatie)105          
38Mont./Service Apparatuur (Buiten)106          
48BMontage Zonwering120          
52Dakdekking125          
55Dak- en Wandbeplating131          
36Mont./Service WErktuigk. Installatie102          
54Koudetechnische Installatie129          
39Demonteren/Slopen108          

Toelichting schema:

Bovenstaand reikwijdte schema correspondeert met het uitklapvel voor in het Handboek en de wegwijzer (6.1). De eerst genoemde functiefamilies in het reikwijdte schema worden in het blokschema van linksnaar rechtsboven genoemd. Vervolgens worden de functiefamilies verderop in het reikwijdte schema in het onderste deel van het blokschema vermeld (ook van links naar rechts).

6.3. NIVEAUBLADEN PER FUNCTIEFAMILIE

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 1 BETREFT: COMMERCIELE BINNENDIENST

Functiegroepen Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op administratieve en andere ondersteuning van de com- merciële afdeling en omvat registreren, intern en extern informeren, administratief afhandelen e.d. Omgaan met prijzen e.d. vereist accura- tesse. Tijddwang treedt op bij spoedbestellingen e.d. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HAVO/MBO-niveau, (eventueel MAVO plus PD-Boekhouden) gevolgd door enkele cursussen (1 à 2 jaar). De functie is gericht op het bijhouden van beheerssyste- men ten behoeve van de commerciële aangelegenheden en omvat talrijke deel- aspecten. Moet de aandacht verdelen over diverse onder- werpen. Hoge accuratesse vereist bij invoeren en controleren van gegevens en/of bestanden. Er kan soms sprake zijn van extra tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door enkele cursus- sen en aangevuld met bijblij- ven op (product)technisch gebied (± 2 jaar). De functie is gericht op taken met betrekking tot commerciële aangelegenheden en betreft onderwerpen van verschillende aard (assistentie Inkoper/Verko- per, bewaking procedures/bestellingen/orderverwer- king/retourafhandeling/admi nistratieve bewaking). Schakelt regelmatig om. Vaak is sprake van tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (of HAVO met pakketeisen) gevolgd door een op de functie gerichte opleiding (2 jaar), alsmede technische oriën- tatie.De functie is gericht op commerciële taken en verantwoordelijkheden in combinatie met technische onderwerpen en administratieve taken en betreft een aantal aandachtsvelden. Heeft soms meerdere zaken tegelij- kertijd onderhanden en schakelt zeer regelmatig om. Er is regelmatig sprake van tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau gevolgd door op de functie gerichte cursus- sen (2–3 jaar).
Zelfstandigheid Is bij het indelen van de eigen tijd gebonden aan gestelde prioriteiten. Houdt zich aan de geldende admi- nistratieve procedures, modellen en overige voor- schriften. Bepaalt de concrete handelwijze zelf. Moet snel kunnen handelen hetgeen inzicht in de materie vereist. Werkt onder regelmatig toezicht. De frequente contacten binnen de afdeling en met diverse andere afdelingen zijn gericht op het vlot doorstromen van concrete gegevens. Is voor het indelen van de tijd gebonden aan zich aandienende zaken. Stelt prioriteiten zelf, eventueel in overleg. Houdt zich aan gegeven richtlijnen en procedures. Neemt een aantal praktische beslissingen op basis van afweging. Kan bij problemen boven zijn opleidingsniveau terugvallen op de chef, die ook indirect toezicht uitoefent. De contacten met diverse afdelingen zijn gericht op optimale doorstroming van gegevens en beheer van bestanden. Is vrij om de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen binnen richtlijnen en markante gegevenheden. Ontvangt voor de aanpak en vormgeving instructies op essentiële punten. Eigen initiatief is nodig bij de contactafhandeling. De probleemoplossing vereist inzicht in bedrijfsprocessen en enige ervaring. De veelvuldige contacten binnen en buiten de afdeling zijn gericht op een vlotte doorgang en afhandeling van bestellingen/orders. Is vrij om de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen, ook in de zich opdringende zaken. Heeft voor de aanpak en vormgeving een zekere mate van vrijheid, ook op essentiële punten in verband met de (noodzakelijke) beperktheid van instructies, bijvoorbeeld voor contactafhandeling. De probleemoplossing vereist inzicht, onder meer in bedrijfs- processen, op basis van enige ervaring verkregen. De veelvuldige contacten met andere afdelingen (ook van andere aard) zijn gericht op een vlotte doorgang en afhan- deling van bestellingen/orders. Eventueel is sprake van een assistent(e).
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden leiden tot verkeerde bestel- lingen, extra kosten, te late levering, stagnaties e.d. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot en berust voornamelijk op zelfcontrole. De regelmatige contacten met leveranciers zijn gericht op de afwikkeling van (bestel)procedures, recla- meren e.d. Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot (soms hoge) kosten (retouren, financiële nazorg, productie- stilstand e.d.). De kans op tijdig ontdekken en herstel- len berust voornamelijk op zelfcontrole. De incidentele contacten met klanten en leveranciers zijn gericht op een juiste en snelle afwikkeling en op de financiële nazorg. Geheimhouding van bedrijfs- gegevens en prijzen. Fouten of onachtzaamheden leiden tot stagnatie/produc- tieverlies/tijdverlies in andere afdelingen. Ook de goede naam ondervindt schade. De kans op tijdig ontdekken is redelijk tot groot en berust op zelfcon- trole en soms ook op terugkoppeling van anderen. De regelmatige contacten met klanten/leveranciers betreffen veelal normale situaties in de relatie en zijn gericht op een snelle afhan- deling of probleemoplossing. Geheimhouding van bedrijfs- gegevens en prijzen. Fouten of onachtzaamheden kunnen betrekking hebben op belangrijke zaken en/of meer- omvattende transacties. Omzetverlies en schade aan de goede naam kunnen het gevolg zijn. De kans op tijdig ontdek- ken en herstellen is vrij groot. De regelmatige contacten met klanten/leveranciers betreffen veelal normale situaties in de relatie. Verstoringen van deze relatie zijn niet toegestaan. Geheimhouding van bedrijfs- gegevens en prijzen.
Fysieke AspectenWerkt onder kantooromstan- digheden. Werkt eventueel langdurig aan de PC. Werkt onder kantooromstan- digheden. Werkt regelmatig aan de PC. Werkt onder kantooromstan- digheden. Werkt regelmatig aan de PC. Werkt onder kantooromstan- digheden. Werkt regelmatig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 1 BETREFT: COMMERCIELE BINNENDIENST

Functiegroepen Functiegroep 9 Functiegroep 10 Functiegroep 11  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op commerciële taken en verantwoordelijkheden in combinatie met technische onderwerpen en administratieve taken en betreft een aantal aandachtsvelden. Heeft soms meerdere zaken tegelijkertijd onderhanden en schakelt voortdurend om. Er is regelmatig sprake van tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau gevolgd door op de functie gerichte cursussen (3–4 jaar).De functie is gericht op commerciële beheersverant- woordelijkheden, een brede technische gerichtheid, in combinatie met administratieve beheerstaken. Het betreft een groot aantal aandachtsvelden. Heeft dikwijls meerdere zaken tegelijkertijd onderhanden. Schakelt regelmatig tot voortdurend om. Er is gere- geld sprake van tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO tot HBO- niveau gevolgd door enkele specifieke op functieaspecten gerichte cursussen (1–2 jaar). De functie is gericht op commerciële beheersverant- woordelijkheden in combina- tie met administratieve beheerstaken. Het betreft een groot aantal aandachtsvelden, waaronder ook een aantal technische. Heeft bijna steeds meerdere zaken tegelijkertijd onderhanden. Schakelt regelmatig tot voortdurend om. Er is gere- geld sprake van tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO-niveau gevolgd door enkele specifieke op functieaspecten gerichte cursussen (1–2 jaar).  
Zelfstandigheid Is vrij om de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stel- len ook in de zich opdrin- gende zaken. Heeft voor de aanpak en vormgeving een zekere mate van vrijheid, ook op essentiële punten in verband met de beperktheid van instructies, bijvoorbeeld voor contactafhandeling en relatiebeheer. De probleemoplossing ver- eist ook inzicht, onder meer in bedrijfsprocessen, op basis van ruime ervaring (3–5 jaar) verkregen. De veelvuldige contacten met andere afdelingen (voor- namelijk van andere functie- soort) zijn gericht op zaken die meer betreffen dan de normale afwikkeling van zaken. Coördineert en controleert eventueel het werk van één of meer assistent(en). Is vrij om de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stel- len, ook in de zich opdrin- gende zaken. Heeft voor de aanpak en vormgeving een vrij grote mate van vrijheid, ook op essentiële punten in verband met de beperktheid van instructies met name voor contactafhandeling en relatiebeheer. Het betreft daarbij zaken die duidelijk uitstijgen boven normale afwikkeling. De probleemoplossing vereist onder meer ook inzicht in de bedrijfsprocessen, op basis van ruime ervaring (3-5 jaar) verkregen. De veelvuldige contacten met andere afdelingen (voornamelijk van andere functiesoort) zijn gericht op zaken die meer betreffen dan de normale afwikkeling van zaken. Coördineert en controleert eventueel het werk van één of meer assistent(en).Is vrij om de eigen tijd in te delen. Voor de inhoudelijke werkwijze gelden slechts globale instructies. Overlegt inzake ontwikkelingen. Bewaakt, evalueert en rap- porteert de performance van de buitendienst. Het pro- bleemniveau kan complex zijn en stijgt uit boven het opleidingsniveau en vereist inzicht en ruime ervaring. De frequente en intensieve contacten met andere afde- lingen betreffen meestal belangrijke, beleidsmatig zaken die persé communicatie en afstemming vereisen. Geeft (in het algemeen) leiding aan 3 tot 7 medewer- kers.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen betrekking hebben op zaken van wezenlijk belang voor het in stand houden van de relatie. Belangrijk omzetverlies en forse schade aan de goede naam kunnen het gevolg zijn. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot. De frequente externe contac- ten betreffen naast normale situaties in de relatie ook meeromvattende transacties. Verstoringen van deze relatie zijn niet toegestaan. Geheimhouding van bedrijfs- gegevens en prijzen. Fouten of onachtzaamheden hebben al snel betrekking op zaken die van wezenlijk belang zijn voor het in stand houden van de relatie. Ook andere aspecten van de binnendienst staan in dat relatieverband en kunnen schade oplopen. Belangrijk omzetverlies en forse schade aan de goede naam kunnen het gevolg zijn. De kans op tijdig ontdekken en herstel- len is vrij groot. De frequente externe contac- ten betreffen naast normale situaties in de relatie ook meeromvattende transacties. Verstoringen van deze relatie zijn niet toegestaan. Geheimhouding van bedrijfs- gegevens en prijzen. Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot schade aan meeromvattende transacties en/of zaken van wezenlijk belang voor behoud van de relatie. Fouten daarin kun- nen leiden tot belangrijk omzetverlies. De kans dat zulke fouten tijdig worden ontdekt is niet groot. Legt ook zelf contacten met relaties. Geheimhouding van vrijwel alle gegevens (ook intern) is vereist.  
Fysieke Aspecten Werkt onder kantooromstan- digheden. Werkt regelmatig aan de PC. Werkt onder kantooromstan- digheden. Werkt regelmatig aan de PC. Werkt onder kantooromstan- digheden. Werkt regelmatig aan de PC. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 2 BETREFT: ADMINISTRATIE/BOEKHOUDING

Functiegroepen Functiegroep 2 Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op administratieve hulpdiensten (data-invoer, postverwer- king). Het werk is homo- geen en routinematig van aard, soms uren achtereen hetzelfde. Accuratesse blijft vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO-niveau. De functie is gericht op assistentie bij administratieve werkzaamheden. Het werk is tamelijk homogeen van aard, bestaat overheersend uit routinearbeid en is soms uren achtereen hetzelf- de. Accuratesse blijft vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO-niveau, gevolgd door een cursus tekstverwerken. De functie is gericht op een verscheidenheid aan admini- stratieve taken, die hetero- geen van samenstelling kunnen zijn. Het werk is overheersend routinearbeid maar omvat ook onverwachte zaken. Af en toe omschakelen op ander werk. Accuratesse blijft vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO- tot HAVO- niveau, gevolgd door een cursus tekstverwerken. De functie is gericht op een verscheidenheid aan admini- stratieve taken die betrekking hebben op enkele onderwerpen. Ook komen routinematige zaken voor. Enkele keren per uur omschakelen, mede als gevolg van vrij frequente onderbrekingen. Accuratesse blijft vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MEAO-niveau (of op HAVO-niveau met pakketeisen, of MAVO met Praktijk Diploma Boekhouden.
Zelfstandigheid De volgorde van werken staat vast. De werkwijze is vastgelegd in duidelijke en sluitende voorschriften, die maar weinig vrijheid laten. Het toezicht vindt vrijwel onafgebroken plaats. De instructie biedt ook een oplossing voor de optre- dende problemen. De vrij regelmatige contac- ten op de afdeling betreffen het uitwisselen van informa- tie over de te verwerken of verwerkte gegevens. De volgorde van werken is opgedragen. De werkwijze is vastgelegd in duidelijke voorschriften, die maar weinig vrijheid laten. Het toezicht vindt niet onafge- broken plaats. De instructie biedt ook een oplossing voor de meest optredende proble- men. De vrij regelmatige contac- ten op de afdeling betreffen het uitwisselen van informa- tie over de te verwerken of verwerkte gegevens. De volgorde van werken is opgedragen of dringt zich op. De werkwijze is neerge- legd in richtlijnen die een zekere mate van vrijheid van handelen toelaten (navragen, interpreteren e.d.). De meeste optredende proble- men dienen zelf opgelost te worden, de chef is bereik- baar voor vragen. De vrij regelmatige contac- ten op de afdeling en inci- denteel daarbuiten betreffen probleemaspecten van gegevens of verwerking. De volgorde van werken is globaal opgedragen of dringt zich op. De werkwijze is neergelegd in richtlijnen die een zekere mate van vrijheid toelaten, zoals navragen, achterhalen van fouten, inter- preteren en op eigen wijze rangschikken. Vrijwel alle problemen dienen zelf opge- lost te kunnen worden, mede op basis van ervaring. De chef is niet altijd bereikbaar voor vragen. De veelvuldige contacten binnen de administratieve sfeer, ook buiten de afdeling betreffen probleemaspecten van gegevens of verwerking.
Afbreukrisico Fouten in het werk en/of incorrecte verwerking van gegevens leiden tot verwar- ring en tijdverlies en tasten ook het werk van anderen aan. Fouten in het werk en/of incorrecte verwerking van gegevens leiden tot verwar- ring en tijdverlies en tasten ook het werk van anderen aan. Fouten in het werk vertragen de voortgang in de gege- vensverwerking hetgeen ook buiten de administratie vervelende gevolgen heeft. Ook kan de relatie met derden ongunstig beïnvloed worden. Bedrijfsgegevens moeten op de afdeling blijven. Fouten in het werk leiden tot financiële schade en/of tot aantasting van het imago naar derden toe. De vrij regelmatige contacten met derden zijn gericht op lopende zaken en niet op nieuwe of ingewikkelde zaken. Discreet omgaan met vertrou- welijke gegevens.
Fysieke AspectenNormale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC. Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC. Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 2 BETREFT: ADMINISTRATIE/BOEKHOUDING

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op administratieve zaken die overheersend betrekking hebben op gevarieerde onderwerpen, die wel aan elkaar verwant zijn. Ook routinezaken komen voor. Er moet vrij frequent omge- schakeld worden. Accuratesse blijft vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MEAO-diploma. De functie is gericht op administratief werk dat betrekking heeft op geva- rieerde onderwerpen, met een gekende gedragslijn. Moet frequent omschakelen. Accuratesse blijft daarbij vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MEAOdiploma (of MBA). De functie bestrijkt geva- rieerde onderwerpen langs het gehele traject van de administratieve verslaglegging. Is gericht op een verscheidenheid aan admini- stratieve taken die betrek- king hebben op enkele onderwerpen. Ook komen routinematige zaken voor. Enkele keren per uur om- schakelen, mede als gevolg van vrij frequente onderbre- kingen. Accuratesse blijft vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MEAO (of HAVO met pakketeisen, of MAVO met Praktijk Diploma Boek- houden). De administratieve functie is gericht op gevarieerde onder- werpen en complexe situaties. Er is sprake van veel deel- onderwerpen die voortdurend omschakelen betekenen (± elk kwartier), waarbij accuratesse vereist blijft. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MEAO- of MBAdiploma en op de bedrijfstechniek gerichte cursussen (2–3 jaar).
Zelfstandigheid Heeft zich bij het indelen van de tijd te houden aan opgedragen prioriteiten. Vorm en middelen zijn nagenoeg geheel voorgeschreven, voor de concrete handelwijze gelden richtlij- nen. Het toezicht is vrij intensief, maar indirect van aard. Moet zelf problemen oplossen die naast de oplei- ding ook vrij ruime ervaring met het bedrijfseigene vereisen (1 jaar). De veelvuldige contacten op het administratieve vlak, ook buiten de afdeling, betreffen de vlotte uitwisseling van juiste gegevens. De prioriteiten zijn bekend of aangegeven. Vorm, mid- delen en systemen zijn gege- ven. De concrete handelwijze gelden richtlijnen die eigen interpretatie en initia- tief vereisen. Het toezicht is vrij intensief, maar indirect van aard. Moet zelf problemen oplos- sen die naast de opleiding ruime ervaring in het bedrijfseigene vereisen (1–2 jaar). De regelmatige contacten op meerdere niveaus, ook met beleidsfunctionarissen uit andere sectoren betreffen het uitwisselen van soms belangrijke gegevens of toelichting. Heeft zich bij het indelen van de eigen tijd te houden aan tijdkaders. Is gebonden aan het administratieve systeem, maar bepaalt zelf de aanpak van probleemsituaties en het patroon van werken. Er is slechts sum- mier toezicht. De probleem- oplossing vereist ervaring in verband met het beroep op feeling en durf. De regelmatige contacten onder meer met alle sector- hoofden in het bedrijf zijn belangrijk voor de doorstro- ming van relevante informa- tie en vereisen veelal tact. Eventueel is sprake van assistentie (1–2). Heeft zich bij het indelen van de eigen tijd te houden aan grove tijdkaders. Het admini- stratieve systeem is bepalend voor frequenties en vormgeving. Eigen inbreng is nodig voor verfijningen en initiatief inzake controles, attenderingen en nader onderzoek. Het toezicht is indirect van aard. Mogelijke probleemsituaties kunnen soms alleen op basis van de opgedane ervaring worden opgelost. De regelmatige contacten betreffen vrijwel iedereen in het bedrijf en zijn gericht op tijdig en feilloos boeken. Coördineert en controleert het werk van assistenten (1-3).
Afbreukrisico Fouten in het werk hebben betrekking op dagelijkse maar vitale gegevens voor belangrijke sectoren of het gehele bedrijf en leiden tot financiële schade en/of aantasting van het imago. Regelmatige contacten met externe betrekkingen kunnen vrij snel negatief beïnvloed worden. Discrete omgang met gege- vens is daarbij een vereiste. Fouten in het werk of vertraagde of onvolledige informatie naar bedrijfssectoren of relaties tasten het imago van het bedrijf aan. De regelmatige contacten met relaties zullen veelal de financiële afhandeling van transacties betreffen. Discretie is vereist inzake transacties, resultaten e.d. Fouten in het werk vertragen de voortgang in de gege- vensverwerking hetgeen ook buiten de administratie vervelende gevolgen heeft. Ook kan de relatie met derden ongunstig beïnvloed worden. De regelmatige contacten met relaties betreffen de financiële afhandeling van transacties. Bedrijfsgegevens moeten op de afdeling blijven. Fouten in het werk, zoals laten ontsnappen aan de noodzakelijke controle, veroorzaken vertraging of fouten in de verslaglegging of afhandeling en brengen ernstige schade aan het imago naar derden toe. De vrij regelmatige contacten met derden (relaties, banken, instanties e.d.) zijn gericht op een optimaal financieel beheer. Discreet omgaan met vertrou- welijke gegevens inzake de gang van zaken.
Fysieke Aspecten Normale kantooromstandig- heden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.Normale kantooromstandig- heden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC. Normale kantooromstandig- heden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC. Normale kantooromstandig- heden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 2 BETREFT: ADMINISTRATIE/BOEKHOUDING

Functiegroepen Functiegroep 10 Functiegroep 11   
Karakteristieken    
Complexiteit De functie bestrijkt het gehele traject van de admi- nistratieve verslaglegging. Het werk omvat gevarieerde tot duidelijk van elkaar verschillende onderwerpen. Ook totaal nieuwe proble- men en situaties komen voor. In- en externe vragen en situaties leiden tot voort- durend omschakelen. Vrij regelmatig is hoge accura- tesse vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HEAO of SPD I (of MBA plus informaticacur- sussen (1–2 jaar). De functie is gericht op het gehele financieeleconomi- sche beheer en beleid. Ook andere aspecten komen in het werk voor (commercie, productie, techniek). In- en externe vragen en situaties leiden tot voortdurend omschakelen. Vrij regelmatig is hoge accuratesse vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HEAO of SPD (meer dan 6 modules), gevolgd door informatica-opleiding (AMBI-modules) of Belastingrecht e.d. (1–2 jaar).   
Zelfstandigheid Heeft zich bij het indelen van de eigen tijd te houden aan grove tijdkaders. Het administratieve systeem fungeert als gegeven voor vormgeving, frequenties e.d. Initiatief is vereist voor verfijningen, controles, onderzoek e.d. Het toezicht is indirect van aard. De probleemoplossing vereist regelmatig een ruime ervaring. De regelmatige contacten betreffen vrijwel alle afdelin- gen en functionarissen in het bedrijf en zijn gericht op tijdig en feilloos boeken en een ter zake doende verslag- legging (bijvoorbeeld over sectoren). Coördineert en controleert het werk van medewerkers (2–4). Is vrij om de eigen tijd in te delen. Richt in afstemming met directie en accountant de administratieve proce- dures en (hulp)systemen in. Rapportages en signalerin- gen vereisen initiatief. Neemt beslissingen uit hoofde van beoordelings en/of tekenbevoegdheid. De probleemoplossing vereist brede ervaring en inzicht. De regelmatige contacten betreffen alle sectoren/afde- lingen en functionarissen en zijn gericht op een tijdige en ter zake doende verslaglegging over het geheel en de sectoren. Coördineert en controleert het werk van medewerkers (3–7).   
Afbreukrisico Fouten in het werk, zoals incompleetheid en laten ontsnappen aan controle kunnen door mankementen in de verslaglegging aspec- ten van beleid aantasten. De vrij regelmatige contac- ten met derden (relaties, banken, instanties e.d.) zijn gericht op een optimaal financieel beheer en beïn- vloeden het noodzakelijke prestige van de onderneming. Discreet omgaan met vertrouwelijke gegevens inzake de gang van zaken en het beleid (intern en extern). Fouten in het werk, zoals niet-optimale systemen en procedures, onterecht door- glippen van orders of beta- lingen leiden tot financiële schade; mankementen in de verslaglegging kunnen het beleid aantasten. De vrij regelmatige contac- ten met derden (relaties, banken, accountant, verze- keraars e.d.) zijn gericht op een optimaal financieel beheer en een optimaal prestige van de onderneming. Discreet omgaan met vertrouwelijke gegevens inzake de gang van zaken en het beleid (intern en extern).  
Fysieke Aspecten Normale kantooromstandig- heden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC. Normale kantooromstandig- heden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 3 BETREFT: INFORMATICA

Functiegroepen Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het bedienen van een systeem en betreft diversiteit in output die betrekking heeft op gevarieerde onderwerpen. Volgt in beginsel dezelfde gedragslijn. Hoge accura- tesse vereist, ook bij tijd- dwang door strakke tijd- schema’s. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO/VBO-niveau, gevolgd door enkele cursussen (± 2 jaar). De functie is gericht op het bedienen en/of het beheer van een systeem. Diversiteit in output en eventueel talrijke deelaspecten. Moet de aandacht verdelen over diverse procedures. Hoge accuratesse vereist. Regel- matig is sprake van tijd- dwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO/HAVO-niveau, gevolgd door enkele cursussen en aangevuld met zelfstudie (onder andere oriëntatie op programmeren), 2 tot 3 jaar. De functie is gericht op systeembeheer en betreft diverse soorten program- ma’s, uiteenlopende appa- ratuur en verscheidenheid in gebruikers. Heeft veelal een aantal aspecten gelijktijdig onderhanden. Continue is hoge accuratesse vereist. Regelmatig is sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HAVOniveau + enkele AMBI-modules (of MBO-Infomatica), gevolgd door systeemgerichte oplei- ding en technische oriënta- tie. Volgt door de leveran- ciers ingerichte (bedrijfs)opleidingen. De functie is gericht op óf het operationeel beheren van de computersystemen óf op het opstellen van (uiteenlopende) programma’s en vertoont een aantal aandachtsvelden (die voort kunnen vloeien uit databeheer, netwerkbeheer, troubleshooting, operating en programmeren. Heeft soms meerdere zaken tegelijkertijd onderhanden. Continue is hoge accuratesse vereist. Er is regel- matig sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau gevolgd door AMBI-modules (2 jaar) en systeemgerichte opleidingen (1–2 jaar).
Zelfstandigheid Houdt zich bij het indelen van de eigen tijd aan tijd- schema’s of markante tijd- stippen. Het systeem is bepalend voor bijna alle gegevenheden; ook de procedures staan vast. Voor de concrete handelwijze bestaat een zekere mate van vrijheid, met name bij niet-optimale output. Bij problemen is de chef snel bereikbaar. De intensieve contacten binnen de afdeling en met functionarissen van andere afdelingen. Zijn gericht op de (routine)procedures en een vlotte doorstroming van informatie.Werkvolgorde en/of priori- teiten zijn veelal aangegeven of voor de hand liggend. Het systeem bepaalt een groot aantal gegevenheden; proce- dures staan vast. Terugkoppeling naar de chef kan snel plaatsvinden. Het probleem- niveau stemt overeen met het opleidingsniveau. Het handelen (controle op appa- ratuur, al of niet ingrijpen bij onvolkomenheden) vereist feeling en inzicht in verwikkelingen. De contacten door het hele bedrijf heen zijn gericht op overdracht van en toelichting op input/output en staan in dienst van kwaliteit, service- niveau en voortgang van de uitvoering.De werkvolgorde staat globaal vast. Is vrij om de eigen tijd in te delen binnen het kader van de outputeisen. Is voor de aanpak gebonden aan de (on)mogelijkheden van het systeem en de administratieve eisen. Moet met inventiviteit probleemoplossingen gene- reren en (onder enig toe- zicht) nieuwe programma’s ontwikkelen. De probleemoplossing kan meer eisen dan het opleidingsniveau. De frequente en vrij inten- sieve contacten met gebrui- kers zijn gericht op het operationeel blijven van het systeem en het snel oplossen van problemen. Is vrij om de eigen tijd in te delen rond de zich opdringen- de zaken en prioriteiten te stellen. Aanpak en vormgeving zijn voor een groot gedeelte voorgeschreven door de systeemstructuur. Moet zelf- standig zaken signaleren/initiëren en programma’s schrijven. Troubleshooting kan meer eisen dan het opleidingsniveau en grondige praktijkervaring vereisen. De frequente en intensieve contacten met gebruikers op alle niveaus zijn gericht op optimale functionaliteit van de operationele systemen.
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang op de afdeling en kunnen stag- natie op andere afdelingen veroorzaken. De kans op tijdig ontdekken en herstel- len is vrij groot door systeemcontrole en zelf- controle. De incidentele contacten met leveranciers (-medewerkers) zijn gericht op onderhoud en vereisen goede verstandhouding. Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot stilstand, extra systeemtijd en/of kosten en ook productiestagnatie is niet uitgesloten. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot en berust op zekerheden in het systeem en op zelfcontrole. De incidentele contacten met leveranciers (-medewerkers) zijn gericht op vlotte voort- gang van onderhoud e.d. Geheimhouding van verwerkte gegevens is vereist. Fouten of onachtzaamheden leiden tot stagnatie/produc- tieverlies (enkele uren). De kans op tijdig ontdekken berust op zelfcontrole als aanvulling op de in systeem en procedures ingebouwde zekerheden. De vrij regelmatige contac- ten met leveranciers(-mede- werkers) zijn gericht op het snel oplossen van proble- men. Geheimhouding van verwerkte gegevens (en eventueel systeemkennis) is vereist. Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot verstoring van de informatievoorziening (beoordelen, beslissen, ingrij- pen, niet ingrijpen, gegevensverlies e.d.). Problemen kunnen doordringen tot de klant. Verkeerde aanschafadviezen kosten geld. De kans op tijdig ontdekken berust op zelfcontrole als aanvulling op de ingebouwde zekerheden en logica. De contacten met diverse leveranciers zijn gericht op verkrijgen van optimale service en ondersteuning. Geheimhouding van verwerkte gegevens (en bedrijfseigen oplossingen) is vereist.
Fysieke Aspecten Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC. Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC. Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC. Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 3 BETREFT: INFORMATICA

Functiegroepen Functiegroep 9 Functiegroep 10 Functiegroep 11 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het operationeel beheren van computersystemen met inbegrip van programmeren en productie begeleiden en vertoont onderwerpen van duidelijk verschillende aard en ook totaal nieuwe onder- werpen in de outputproble- matiek. Zeer wisselende omschakelfrequentie. Heeft meestal meerdere zaken tegelijk onderhanden. Continue is hoge accuratesse vereist. Er is regelmatig sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau gevolgd door een reeks van cursussen (AMBI-) en systeemgerichte opleidingen (4–5 jaar). De functie is gericht op de coördinatie van het opereren van computersystemen in dienst van administratieve procedures en verslaglegging. Zeer gevarieerde en ook totaal nieuwe onder- werpen vanuit de gebruikerswensen. Talrijke deelaspec- ten. Heeft per dag meerdere onderwerpen onderhanden. Hoge accuratesse is vereist bij diverse onderwerpen. Incidenteel is sprake van grote tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door een reeks AMBI-modules (4–5 jaar). Moet op de hoogte blijven van ontwikkelingen op zijn vakgebied. De functie is gericht op de organisatie en de bewaking van het optimaal functioneren van de Informatica-afdeling. Vertaalt op flexi- bele wijze gebruikerswen- sen. Alle programma’s en de daaraan verbonden onder- werpen komen regelmatig aan de orde. Heeft per dag meerdere onderwerpen onderhanden. Hoge accura- tesse is vereist bij diverse onderwerpen. Incidenteel is sprake van grote tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door een reeks AMBI-modules (min. 5 jaar). Moet op de hoogte blijven van ontwikkelingen op zijn vakgebied.  
Zelfstandigheid Is vrij om de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stel- len, ook in de zich opdrin- gende zaken. Aanpak en vormgeving worden deels bepaald door de gegeven systeemstructuur en configu- ratie. Dient, op grond van geformuleerde eisen en wensen, deze middelen optimaal te benutten. Moet problemen oplossen die regelmatig meer eisen dan het opleidingsniveau en ruime ervaring vereisen. De frequente en intensieve contacten met andere afde- lingen zijn gericht op de functievervulling van de Informatica-afdeling en stijgen uit boven normale afwikkeling. Geeft eventueel leiding aan 1–2 medewerkers. Is vrij om de eigen tijd in te delen in dienst van het functioneel inrichten en onderhouden van het systeem. Ontvangt direc- tieven inzake ontwikkelingslijnen. Evalueert continue de aansluiting op de wensen van het bedrijf, adequate werking, performance en mogelijkheden. Het pro- bleemniveau stijgt manifest uit boven het opleidingsniveau en vereist inzicht en zeer ruime ervaring. De frequente en intensieve contacten met andere afdelingen zijn gericht op optimale benutting van de systeemmogelijkheden en stijgen uit boven normale afwikkeling. Geeft eventueel leiding aan 1–2 medewerkers. Is vrij om de eigen tijd in te delen in dienst van het zelf- standig uitwerken en opera- tioneel maken en houden van informaticaprojecten. Overlegt inzake ontwikke- lingslijnen. Evalueert con- tinue de afwijkingen en de aansluiting op de wensen van het bedrijf, adequate werking, performance en mogelijkheden. Adviseert bij aanschaf van systemen. Het probleemniveau kan com- plex zijn en stijgt manifest uit boven het opleidingsniveau en vereist inzicht en grondige ervaring. De frequente en intensieve contacten met Directie en alle afdelingen zijn gericht op systematisering van het werk en de uitvoerbaarheid van projecten. Geeft leiding aan afdeling Informatica (1–5 medewerkers). Vaardigt functionele richtlijnen uit voor input/ output.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in systeembeheer of het adequaat reageren verstoren het (tijdig) toestromen van (eventueel vitale) gegevens naar andere afdelingen en eventueel naar de klant. De kans op tijdig ontdekken berust op zelf-controle als aanvulling op de in het systeem ingebouwde logica en veiligheid. De contacten met diverse leveranciers zijn gericht op verkrijgen van optimale service en ondersteuning en moeten zeer vlot verlopen. Geheimhouding van verwerkte gegevens (en bedrijfseigen oplossingen) is vereist.Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot schade aan het bedrijf door foutieve of te late vorderingen, betalingen, verslaglegging van vitale gegevens e.d. Ook ernstige productiestagnatie is niet uitgesloten. De kans op tijdig ontdekken en herstel- len is vrij groot. De contacten met diverse leveranciers zijn van belang voor een optimale dienst- verlening en tijdige doorstro- ming van informatie over en weer en moeten zeer vlot verlopen. Geheimhouding van verwerkte gegevens (en bedrijfseigen oplossingen) is vereist.Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot schade aan het bedrijf door foutieve of te late vorderingen, betalin- gen, verslaglegging van vitale gegevens e.d. Het imago wordt negatief beïn- vloed. De kans op tijdig ontdekken en herstellen zal veelal vrij groot zijn. De contacten met diverse leveranciers zijn van belang voor een optimale dienstver- lening en tijdige doorstroming van informatie over en weer en moeten zeer vlot verlopen. Geheimhouding van vrijwel alle gegevens (ook intern) is vereist.  
Fysieke AspectenKan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC.Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC.Kan bij het werk enige hinder ondervinden van ongunstige factoren (geluid e.d.). De inspanning is afwisselend. Werkt veel aan de PC. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 4A BETREFT: SECRETARIAAT

Functiegroepen Functiegroep 2 Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op vastomlijnde secretariële hulpdiensten van eenvoudige aard. Is telkens met één onderwerp bezig, overheersend routinematig van aard. Enkele keren per dag wisselen van werk. Accuratesse blijft vereist De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO-niveau. De functie is gericht op typen en/of invoeren van gegevens. Variatie in aanbod naar vorm, naar taal en naar ingewikkeldheid. Het betreft overheersend routinezaken die elkaar regelmatig afwis- selen. Accuratesse blijft vereist. Werkt zeer inciden- teel onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO-/LEAO-niveau. Een typediploma/cursus tekstverwerken zijn vereist. De functie is gericht op typen en/of invoeren van gegevens. Vrij grote uiteen- lopendheid van te verwerken gegevens/stukken. Deels betreft het routinezaken, deels gevarieerde zaken, die elkaar regelmatig afwisselen. Werkt incidenteel onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO-/LEAO-/MEAO-niveau. Een type- diploma is vereist, alsmede oriëntatie op de gebruikte systemen. De functie is gericht op secretariële werkzaamheden als stenotypen (Nederlands en één vreemde taal) met een grote variatie (naar aard, taal en stijl) in de te verwerken stukken. Schakelt regelmatig tot frequent om. Grote accura- tesse is vereist, ook bij het incidenteel werken onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HAVO-niveau (met pak- ket-/niveau-eisen), aangevuld met cursussen (½–1 jaar).
Zelfstandigheid De volgorde van werken is opgedragen. De werkwijze is vastgelegd in duidelijke voorschriften, die nauwelijks enige vrijheid laten. Het toezicht vindt vrijwel onaf- gebroken plaats. De instruc- tie biedt ook een oplossing voor de optredende proble- men. De vrij regelmatige contac- ten op de afdeling betreffen het uitwisselen van informa- tie over de te verwerken of verwerkte gegevens. Werkt aan de hand van dui- delijke voorschriften voor de volgorde in het werk, de aanpak, de uitvoering, de systemen en de te volgen procedures. Optredende problemen sluiten aan op het opleidingsniveau. De vrij regelmatige contac- ten binnen de afdeling en met medewerkers van andere afdelingen zijn gericht op een vlotte gang van zaken. Stelt binnen ontvangen tijd- schema’s zelf de urgentie vast. Heeft een zekere mate van vrijheid om het werk in te richten en problemen op te lossen, aan de hand van voorgeschreven procedures en systemen. De problemen stemmen overeen met het opleidingsniveau. De regelmatige contacten binnen de afdeling en met andere afdelingen zijn gericht op een soepele communicatie en een ongestoord verloop van de informatiestromen. De tijdsindeling dringt zich veelal op. Deelt zelf de tijd in voor de andere werkzaamheden. Voor de vormgeving gelden bepaalde voorschriften, maar is ook een bepaalde vrijheid aanwezig voor eigen vormgeving en aanpak. Ondervindt niet-permanent of nauwelijks aanwezig toezicht. Moet zelf de voorkomende problemen oplossen, die in overeenstemming zijn met het opleidingsniveau, verrijkt met enige ervaring met betrekking tot het bedrijfseigene, de vereiste snelheid e.d. De regelmatige contacten met andere afdelingen zijn gericht op het veilig stellen van info-stromen.
Afbreukrisico Fouten in het werk en/of incorrecte verwerking van gegevens leiden tot verwar- ring en tijdverlies en tasten ook het werk van anderen aan. Fouten in het werk leiden tot vertraging en tot onnauwkeurige of onvolledige infor- matie. Ontdekking en herstel berusten op zelfcontrole en terugkoppeling door anderen. Fouten in het werk leiden tot complicaties bij de verdere verwerking en/of verstoren de normale voortgang. Eventueel vinden sporadisch externe contacten plaats, die beperkt blijven tot stan- daardsituaties. Er kan sprake zijn van geheimhoudingseisen inzake bepaalde gegevens. Fouten verstoren de voortgang van het werk, ook van andere functionarissen, leiden tot tijd- verlies en tot irritatie in- en extern. Er kan af en toe tot regelmatig sprake zijn van externe contac- ten, die standaardsituaties betreffen. Er kan sprake zijn van geheimhoudingseisen inzake vertrouwelijke informatie.
Fysieke Aspecten Normale kantooromstandig- heden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.Normale kantooromstandig- heden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC. Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC. Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 4A BETREFT: SECRETARIAAT

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op de secretariële aspecten van een (commerciële, administratieve, technische of sociale) afdeling. Uiteenlopende onderwerpen en grote ver- scheidenheid in taken. Grote accuratesse is vrijwel con- tinu vereist. Af en toe kan sprake zijn van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HAVO/VWO-niveau en een secretaresse opleiding. De functie is gericht op de secretariële werkzaamheden binnen één of twee manage- mentsectoren. Zeer veel deelonderwerpen, confron- tatie met onverwachte situa- ties en veelvuldige interrup- ties. Hoge omschakelfrequentie Hoge accuratesse is continu vereist. Spoedeisende geval- len komen regelmatig voor. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan ófwel VWOniveau, gevolgd door een secretares- se opleiding, ófwel MEAO- niveau, gevolgd door enkele cursussen. Specifieke bedrijfskennis kan vereist zijn. De functie is doorgaans gericht op de secretariële werkzaamheden ten behoeve van het algemeen manage- ment van de organisatie. Veel en sterk uiteenlopende hoofdonderwerpen. Organisatorische aspecten. Zeer veel deelonderwerpen, soms van onverwachte aard en de veelvuldige interrup- ties leiden tot een hoge omschakelfrequentie. Specifieke gevallen vereisen extra hoge accuratesse en concentratie. Spoedeisende gevallen komen regelmatig voor. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VWO-niveau, gevolgd door een secreta- resse opleiding. Specifieke bedrijfskennis en kennisaspecten met betrekking tot het management van de onderneming.  
Zelfstandigheid Voor de tijdsindeling gelden richtlijnen of tijdschema’s. Organiseert het werk zelf- standig met een zekere mate van vrijheid (rond geldende procedures en bestaande routines). Neemt ook zelf initiatieven in overleg met betrokkenen of met de leiding. De voorkomende problemen corresponderen met het opleidingsniveau. De vrij frequente contacten met andere afdelingen (ook van andere functiesoort), moeten vlot verlopen voor het adequaat functioneren van beide afdelingen. Voor tijdsindeling, urgentie- bepaling, vormgeving en aanpak gelden algemene richtlijnen. In specifieke gevallen dient sprake te zijn van eigen werkorganisatie en initiatieven. De voorkomen- de problemen corresponderen met het opleidingsniveau. De contacten binnen de organisatie betreffen veelal afdelingen met een ongelijke functiesoort en de directie. Deze moeten vlot verlopen voor het adequaat functio- neren van de organisatie. Vorm en middelen staan vast. Er gelden algemene richtlijnen die in specifieke gevallen toegepast moeten worden. Veel zaken moeten doorzien worden en vereisen eigen beslissingen. De mees- te problemen corresponderen met het opleidingsniveau, soms kan sprake zijn van onverwachte complicaties. De contacten binnen de organisatie betreffen alle functionarissen in het bedrijf, waarbij sprake moet zijn van duidelijke, correcte en snelle informatie-over- dracht, in dienst van het adequaat functioneren van de organisatie.  
Afbreukrisico Fouten verstoren de voort- gang van het werk, leiden tot tijdverlies en tot irritatie in- en extern, maar kunnen ook andere schadelijke gevolgen hebben voor de organisatie of het imago. Herstel berust meestal op zelfcontrole, controle door anderen komt veelal te laat. De regelmatige contacten met relaties zijn medebepalend voor de presentatie van het bedrijf. Er kan sprake zijn van geheimhoudingseisen inzake vertrouwelijke informatie.Fouten, onachtzaamheden, niet correct, snel en duide- lijk afhandelen ten aanzien van min of meer vitale gegevens kunnen de goede naam van de organisatie aantasten of tot duidelijke vertraging leiden. De frequente contacten met klanten, leveranciers, instan- ties en instituten betreffen het afhandelen van diverse aspecten. Veelal zal sprake zijn van opgelegde geheimhouding omtrent diverse zaken. Fouten, onachtzaamheden, incorrect afhandelen of optreden kunnen leiden tot gebrek aan efficiency in het beleid, kunnen schade toebrengen en de goede naam van de organisatie aantasten. Sommige fouten kunnen lang doorwerken en zich pas later manifesteren. De frequente contacten met veelal hoge functionarissen binnen een breed scala van relaties betreffen het vlot en correct afhandelen en snelle informatieoverdracht. Veelal zal sprake zijn van hoge discretie omtrent diverse zaken. 
Fysieke Aspecten Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt regelmatig aan de PC. Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt regelmatig aan de PC. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 4A BETREFT: SECRETARIAAT

Functiegroepen Functiegroep 9 Functiegroep 10 Functiegroep 11  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op secretariële werkzaamheden, met diverse aspecten met betrekking tot organisatie, public relations, representatie e.d. Zeer veel deelonder- werpen, waarvan er een aantal in onderlinge samen- hang moeten worden bezien. Onophoudelijk omschakelen op onderwerpen en perso- nen. Dikwijls is extreme accura- tesse vereist. In veel geval- len is sprake van haastwerk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VWO-niveau, gevolgd door een secreta- resse opleiding. Specifieke bedrijfskennis en kennisaspecten met betrekking tot het management en/of public relations van de onderneming. De functie is gericht op assistentie van het directie- en managementteam (en bestuur). Het werk vertoont aspecten van organiseren, assisteren, ordenen en regelen, verzamelen, com- municeren, vertalen e.d. Schakelt zeer frequent om. Vrij regelmatig is erg hoge accuratesse vereist (voorbe- reiden beslissingen). Tijddwang komt regelmatig voor. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VWO, gevolgd door secretaresse opleiding op Europees niveau en applica- tiecursussen informatica. De functie is gericht op assistentie/ondersteuning van de directie (en bestuur). Het werk vertoont veel uiteen- lopende elementen die aan- sluiten op de beleidsaspecten van de directie en op de bedrijfsactiviteiten en verei- sen veel inlevings- en opnamevermogen. Schakelt frequent om. Vrij regelmatig is erg hoge accuratesse vereist (voorbereiden beslis- singen). Tijddwang komt regelmatig voor. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO, aangevuld met bijscholing/grondige oriëntatie in management en financiele/sociale/juridische aspecten. 
Zelfstandigheid Een aantal procedures, methoden en programma’s staan vast. Voor het overige is veel inzicht, aanvoelen en adequaat reageren vereist bij het afhandelen en oplossen van zich aandienende zaken. Zelfstandig beoordelen en beslissen komt regelmatig voor. Een aantal problemen zal in overeenstemming zijn met het opleidingsniveau, vrij regelmatig echter zal er sprake zijn van onverwachte complicaties. De contacten binnen de organisatie betreffen alle functionarissen, waarbij sprake moet zijn van duide- lijke, correcte en snelle informatieoverdracht. Soms vereisen deze contacten talenkennis. Bepaalt geheel zelf de eigen tijdsindeling. Voor een aantal zaken liggen procedures en vormgeving vast, voor andere zaken is alleen het doel aangegeven. Bepaalt zelf inhoudelijke aanpak en werkorganisatie. Van toe- zicht is nauwelijks sprake (door afwezigheid directie). Wordt soms met zeer inge- wikkelde problemen gecon- fronteerd die een grondige ervaring vereisen. De regelmatige intensieve contacten met directie (en hoofdkantoor/zusterbedrij- ven) en met alle echelons in de organisatie zijn van belang voor het functioneren van MT en directie, efficiën- te vergaderingen en commu- nicatiestromen. Plant zelf de werkzaamheden en bepaalt urgenties. Is bij de aanpak gebonden aan algemene kaders, maar heeft de vrijheid om zelf inhoude- lijke aanpak en werkorgani- satie te bepalen. Moet veel zaken doorzien en beslissen. Van toezicht is nauwelijks sprake (door afwezigheid directie). Wordt soms met zeer ingewikkelde proble- men geconfronteerd die veel inzicht en een grondige ervaring vereisen. De regelmatige intensieve contacten met directie (en hoofdkantoor/zusterbedrij- ven) en met alle echelons in de organisatie zijn van belang voor het functioneren van de directie, efficiënte vergaderingen en communi- catiestromen. Actieve bena- dering en tact zijn vereist.  
Afbreukrisico Fouten in optreden, afhan- delen, follow-up, representatie, overdracht van beslissin- gen e.d. kunnen leiden tot verstoring of negatieve beïn- vloeding van een efficiënt directiebeleid. Ook schade aan het imago van het bedrijf is denkbaar. Sommige fouten kunnen lang doorwerken en zich pas later manifesteren. De frequente contacten met veelal hoge functionarissen binnen een breed scala van relaties gaan soms gepaard met commerciele en/of p.r.-aspecten. Vlot en correct afhandelen en snelle infor- matie-overdracht is vereist. Een hoge mate van discretie is vereist. Fouten, onachtzaamheden en/of incorrecte of niet tijdige afhandeling kunnen leiden tot tijdverlies directieleden, tot foutieve directiebeslissingen en tot fors imagoverlies leiden. De zeer frequente, zeer uiteenlopende externe contacten zijn van belang voor het efficiënt functioneren van de directie en de tijdige uitwisseling van informatie, ook in vreemde talen. Geheimhouding vereist inzake alle vertrouwelijke zaken (beleid en privacy, intern en extern). Fouten en/of incorrecte of niet tijdige afhandeling, onjuiste selecties of inschat- tingen kunnen de relatie-opbouw bemoeilijken en leiden tot tijdverlies directie, tot foutieve directiebeslis- singen en tot fors imago- verlies. De veelal actieve, zeer frequente, zeer uiteenlopende externe contacten zijn van belang voor het efficiënt functioneren van de directie en de tijdige uitwisseling van informatie, ook in vreemde talen. Geheimhouding vereist inzake alle vertrouwelijke zaken (beleid en privacy, intern en extern).  
Fysieke Aspecten Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt regelmatig aan de PC. Eventueel is er sprake van reizen in verband met p.r. of representatie. Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt regelmatig aan de PC. Moet soms ook (mee) reizen. Normale kantooromstandigheden, eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 4B BETREFT: RECEPTIE/TELEFOON

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5   
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het bedienen van de telecommu- nicatie-apparatuur/ontvangst gasten, verzorgen inkomen- de/uitgaande post en verrich- ten van administratieve hulp- taken. Hoge afwisseling van een beperkt aantal onderwer- pen. Vaak is sprake van tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO/VBO-niveau, gevolgd door een opleiding Telefoniste/Recep- tioniste en een cursus tekstverwerken. De functie is gericht op het bedienen van de telecommu- nicatie-apparatuur/ontvangst gasten, regelen van allerlei zaken (bijvoorbeeld reis en verblijf van gasten/directie/medewerkers), verzorgen inkomende/uitgaande post en verrichten van administratieve hulptaken. Hoge afwis- seling van een beperkt aantal onderwerpen. Vaak is sprake van tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO/VBO-niveau, gevolgd door een opleiding Telefoniste/Recep- tioniste, cursussen computer- gebruik en training in een vlot gebruik van Engels/Frans/Duits.   
Zelfstandigheid Deelt de eigen tijd in op basis van vaste gegevens en de noodzakelijke reactie op meldingen. Is voor aanpak/ vormgeving gebonden aan duidelijke instructies. De chef is bereikbaar. Het oplossen van problemen vergt naast het kennisniveau enige maanden ervaring. De frequente contacten met iedereen in het bedrijf zijn gericht op een vlotte afwer- king, waartoe een goede verstandhouding nodig is. Deelt de eigen tijd in op basis van vaste gegevens en de noodzakelijke reactie op meldingen. Is voor aanpak/ vormgeving gebonden aan duidelijke instructies. Regelt een aantal zaken zelf op optimale wijze. De chef is meestal bereikbaar. Het oplossen van problemen vergt naast het kennisniveau een jaar ervaring. De frequente contacten met iedereen in het bedrijf zijn gericht op een vlotte afwer- king, waartoe een goede verstandhouding nodig is.   
Afbreukrisico Fouten in telefoonafhande- ling en omgang met bezoe- kers kunnen een goede representatie van het bedrijf aantasten en tijdverlies, irritatie en misverstanden veroorzaken. Fouten in de regelmatige externe contacten leiden tot verlies aan imago. Fouten in correcte telefoon- afhandeling, omgang met bezoekers, regeling van zaken e.d. kunnen een goede representatie van het bedrijf aantasten en tijdverlies, irritatie (intern en extern) en misverstanden veroorzaken. Fouten in de regelmatige en brede externe contacten leiden tot verlies aan imago.  
Fysieke Aspecten Kantoor- en balie-omstandigheden met eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC. Kantoor- en balie-omstandigheden met eventueel enige hinderlijke factoren. Werkt uren achtereen aan de PC.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 4C BETREFT: TECHNISCHE RECEPTIE

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7   
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op voorbereiding, planning en facturering van werkplaatsverrichtingen. In de contac- ten met klanten komen ook commerciële elementen voor. Schakelt regelmatig om mede in verband met interrupties door klanten. Verhoogde accuratesse is vereist bij klachtenafhande- ling en facturering. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-niveau, gevolgd door enkele cursus- sen. Moet bijblijven op het terrein van autotechniek. De functie is gericht op het coördineren, sturen en bewaken van voorbereiding, planning en facturering van werkplaatsverrichtingen. In de contacten met klanten komen ook commerciële elementen voor. Schakelt regelmatig om mede in verband met interrupties door klanten. Verhoogde accuratesse is vereist bij klachten afhandeling en facturering. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-niveau, gevolgd door enkele cursus- sen. Moet bijblijven op het terrein van autotechniek.  
Zelfstandigheid Moet zich bij het indelen van de eigen tijd houden aan de zich opdringende zaken. Is voor de aanpak en vorm- geving gebonden aan proce- dures en (administratieve) richtlijnen. Geeft zelf vorm aan klantenbenadering. Ondervindt veelal indirect toezicht. Moet zelf proble- men oplossen die in over- eenstemming zijn met het opleidingsniveau en enige ervaring. De intensieve contacten binnen de afdeling en met functionarissen van andere afdelingen zijn gericht op het tijdig en soepel verlopen van werkzaamheden. Moet zich bij het indelen van de eigen tijd grotendeels houden aan voorkomende dwingende omstandigheden. Is voor de aanpak en vorm- geving grotendeels gebonden aan procedures en (admini- stratieve) richtlijnen. Geeft zelf vorm aan klantenbena- dering. De zelf op te lossen problemen vereisen naast het opleidingsniveau, 4–5 jaar autotechnische ervaring. De veelvuldige contacten binnen de afdeling en met andere afdelingen zijn gericht op het tijdig en soepel verlopen van werk- zaamheden. Geeft leiding aan één of meer medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang op de afdeling, kunnen stagna- tie op andere (holding) afdelingen veroorzaken alsmede financiële schade. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot en berust op alertheid van anderen en op zelfcontrole. De vele contacten met klanten en verzekeringsmaatschappijen vereisen tact, overtuigingskracht en servicegerichtheid. Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang op de afdeling, kunnen stagna- tie op andere (holding) afdelingen veroorzaken alsmede financiële schade. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot en berust op alertheid van anderen en op zelfcontrole. De frequente contacten met klanten en verzekeringsmaatschappijen vereisen tact, overtuigingskracht en servicegerichtheid.   
Fysieke Aspecten Werkt meestal aan de balie, komt ook in de werkplaats met enige hinder van ongun- stige factoren. Werkt veel aan de PC. Werkt meestal aan de balie, komt ook in de werkplaats met enige hinder van ongun- stige factoren. Werkt veel aan de PC.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 5 BETREFT: BEDRIJFSBUREAU

Functiegroepen Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op werkvoorbereiding, met deelaspecten op uiteenlopende terreinen zoals teke- nen, berekenen, plannen, bestellen e.d. Heeft een aantal opdrachten tegelijker- tijd onderhanden die onder- ling behoorlijk kunnen verschillen. Schakelt regel- matig om, mede door de vele storingen. Accuratesse vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau minimaal gelijk- waardig te zijn aan VBO en een relevante vakopleiding (niveau 3), eventueel MBO-niveau. De functie is met name gericht op werkvoorberei- ding en kan daarnaast ook andere werkzaamheden omvatten zoals tekenen, berekenen, plannen, contro- leren en begeleiden van de productie. Schakelt regelma- tig om tussen enkele opdrachten, wisselende werkzaamheden en de veelvuldige telefonische onderbrekingen. Tijddwang komt voor. Accuratesse is vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau minimaal gelijk- waardig te zijn aan een MTS-diploma, gevolgd door cursussen op uiteenlopende terreinen (1–2 jaar). De functie is gericht op werkvoorbereiding, calcu- latie, arbeidstechniek, pro- grammering van machines, calculatie. Daarbij is nau- welijks sprake van routine, maar zijn veel initiatieven nodig. De aandacht dient voortdurend verlegd te worden, ook door de veel- vuldige telefonische onder- brekingen. Veelal is een hoge accuratesse vereist. Tijddwang komt voor. De kennis dient naar inhoud en niveau minimaal gelijk- waardig te zijn aan een MTS-diploma, gevolgd door een aantal functie-gerichte cursussen (2–3 jaar). (Eventueel een MAVO/HAVO met 4–5 jaar cursussen). De functie is gericht op werk- voorbereiding, calculatie, machineprogrammering, uitbe- steden, bestellen, bestandsopbouw, arbeidstechniek, e.d. Daarbij moeten ook commer- ciële overwegingen worden gehanteerd. Het werk bevat een groot aantal deeltaken, de aandacht dient voortdurend verlegd te worden, ook door de veelvuldige telefonische onderbrekingen. Veelal is een hoge accuratesse vereist, ook onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau minimaal gelijk- waardig te zijn aan een MTS-diploma, gevolgd door een reeks functie-gerichte cursussen (3–4 jaar). Systematisch bijblijven (vakliteratuur) vereist.
Zelfstandigheid Is bij het indelen van de eigen tijd gebonden aan gestelde prioriteiten/plan- ningsvolgorde. Heeft binnen de voorgeschreven proce- dures enige vrijheid in bena- deringswijze. De chef is niet altijd te raadplegen. De problemen zijn in overeen- stemming met het oplei- dingsniveau. De frequente contacten met uitvoerende functionarissen zijn gericht op doorstroming en kwaliteit en dienen vlot en ongestoord te verlopen. Bepaalt werkvolgorde binnen de gegeven planning of afspraken met de klant. De vormgeving staat volle- dig vast, middelen en doel zijn voorgeschreven. Organiseert het werk op basis van bedrijfservaring en inzicht. Overleg of afstem- ming met de chef is meestal mogelijk. Voor het overige stemt het probleemniveau overeen met het opleidingsniveau en de ervaring (1 jaar). De regelmatige tot frequente contacten met de uitvoeren- de afdelingen zijn gericht op overleggen en van belang voor afstemming, kwaliteit en voortgang van de uitvoe- ring. Deelt de eigen tijd in binnen het aangegeven pakket, de gegeven planning of afspra- ken met de klant. De vorm- geving ligt meestal vast in eisen van de klant, techni- sche voorschriften e.d. Kiest eigen aanpak, op basis van ervaring. Organiseert bepaal- de onderdelen van het werk zelfstandig. Levert voorstel- len voor het optimaal gebruik van mens- en machinecapaciteit e.d. Het probleemniveau stemt over- een met het opleidingsniveau en de ervaring (2 jaar). De dagelijkse contacten met leiding en personeel van uitvoerende afdelingen en overige staforganen e.d. zijn gericht op een optimale productie. Regelt zelf de indeling van het werk, rekening houdend met prioriteiten of afspraken. Bereidt binnen vastgestelde richtlijnen, zelfstandig de orders voor, voert berekeningen uit, completeert bestanden, organiseert uitbesteed werk, geeft prijzen af, stelt tijdnor- men vast, initieert voorstellen voor machinegebruik e.d. Overlegt met de chef. Het probleemniveau stemt overeen met het opleidingsniveau en de ruime ervaring (4–5 jaar). De intensieve contacten met staf- en uitvoerende afdelingen zijn gericht op overtuigende en beargumenteerde informatie en adviezen, die van belang zijn voor een optimale productie.
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in tekeningen en berekeningen kunnen leiden tot vertra- ging in de realisatie van de planning. In beperkte mate vindt controle plaats door andere functionarissen op de afdeling en bij de uitvoering, de rest berust op zelfcontrole. De regelmatige contacten met leveranciers (informatief) en eventueel met klanten zijn gericht op de realisatie van de gewenste planning en uitvoering. Normale discretie vereist inzake gegevens. Fouten in tekeningen, bere- keningen of programma’s leiden tot vertraging in de uitvoering, verkeerde bestel- lingen, geen optimaal gebruik van de capaciteit etc. Zelfcontrole is zeer goed mogelijk, controle door anderen is niet altijd moge- lijk of sluitend. Incidentele tot regelmatige contacten met klanten, leve- ranciers, andere bedrijven e.d. zijn gericht op snelle en concrete overdracht van informatie voor een juiste en tijdige uitvoering. Normale discretie vereist inzake gegevens.Fouten in werkmethoden, berekeningen, machineprogramma’s e.d. leiden tot verliezen van uiteenlopende aard. Mankementen in doel- matigheid of efficiency kunnen geruime tijd door- werken. Fouten kunnen door zelfcontrole ontdekt worden, controle door anderen blijft beperkt tot wat schijnbaar klopt. Incidentele tot regelmatige contacten met klanten, leve- ranciers, andere bedrijven e.d. zijn gericht op snelle en concrete overdracht van informatie voor een juiste en tijdige uitvoering. Normale discretie vereist inzake gegevens. Fouten in voorbereiding, bere- keningen, normen, prijzen, adviezen of informatie kunnen leiden tot capaciteits- en mate- riaalverlies, te dure bewerkingen, grote problemen bij de productiebesturing e.d. Alleen zelfcontrole is mogelijk, schade wordt veelal pas achteraf geconstateerd. Incidentele tot regelmatige contacten met klanten, leve- ranciers, andere bedrijven e.d. zijn gericht op snelle en concrete overdracht van informatie voor een juiste en tijdige uitvoering. Normale discretie vereist inzake gegevens.
Fysieke Aspecten Werkt onder normale kantooromstandigheden. Werkt eventueel langdurig aan de PC. Werkt onder normale kantooromstandigheden. Werkt eventueel langdurig aan de PC. Werkt onder normale kantooromstandigheden. Werkt eventueel langdurig aan de PC. Werkt onder normale kantooromstandigheden. Werkt eventueel langdurig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 5 BETREFT: BEDRIJFSBUREAU

Functiegroepen Functiegroep 9 Functiegroep 10 Functiegroep 11 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op calculatie of werkvoorbereiding van gecompliceerde systemen, installaties of producten, met technisch-administratieve en/of tech- nisch-commerciële aspecten. Regelmatig vindt confrontatie plaats met geheel andere en totaal nieuwe terreinen of problemen. Onophoudelijk moet de aandacht verlegd worden naar andere deel- aspecten. Accuratesse is in hoge mate vereist bij gecom- pliceerde en breed samen- hangende systemen. Vaak is sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma en een grondige bedrijfs- oriëntatie. Moet bijblijven inzake ont- wikkelingen via vakliteratuur. De functie is met name gericht op werkvoorberei- ding van gecompliceerde systemen, installaties of producten, met technisch-administratieve en/of tech- nisch-commerciële en organisatorische aspecten. Het geheel moet in onderlinge samenhang worden gezien, ook als geheel andere en totaal nieuwe aspecten of proble- men aan de orde komen. Onophoudelijk moet de aandacht snel verlegd worden naar andere deel- aspecten. Accuratesse is in hoge mate vereist bij gecompliceerde systemen, analyses, begrotingen e.d. Regelmatig is sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma en een grondige bedrijfs- oriëntatie. Moet bijblijven inzake ont- wikkelingen via vakliteratuur. De functie is met name gericht op technische orga- nisatie, waarbij het hanteren van commerciële overwegingen en het administratief meedenken van belang zijn. Alle producten, productieplaatsen en productiemiddelen moeten in onderlinge samen- hang worden overzien. In dat licht moet snel gerea- geerd en gehandeld worden. Extra hoge accuratesse wordt vereist bij analyses, begrotingen en eindcontrole van complexe zaken. Regelmatig is sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma en een grondige bedrijfs- oriëntatie. Moet bijblijven inzake ont- wikkelingen via vakliteratuur.  
Zelfstandigheid Deelt zelf de tijd in op basis van informatie over priori- teiten. Bepaalt zelf de aan- pak, volgt daarbij bekende procedures. Neemt zelfstan- dig beslissingen op basis van bedrijfsnormen e.d. Geeft adviezen aan andere staf- afdelingen. Overlegt met de chef. Het probleemniveau komt overeen met het opleidingsniveau. De intensieve contacten met leiding en medewerkers van diverse afdelingen zijn gericht op overleggen, adviseren, instrueren en eventueel overtuigen en zijn van groot belang voor de vereiste doorstroming van informatie, gericht op een optimale productie of uitvoering. Instrueert en controleert eventueel het werk van toegevoegde collega’s. Deelt zelf de tijd in op basis van informatie over priori- teiten. Werkt met weinig instructies, maar met vast- staande procedures, bedrijfs- normen e.d. Neemt zelfstan- dig een groot aantal beslis- singen, mede aan de hand van inzicht en ruime erva- ring. Adviseert andere afdelingen. Initieert even- tueel onderzoeken, brede contacten e.d. Overlegt met de chef. Het probleemniveau komt globaal overeen met het opleidingsniveau, maar de vaktechnische problemen kunnen soms vrij complex zijn en breed overleg vergen. De intensieve contacten met leiding en medewerkers van diverse afdelingen zijn gericht op belangrijke tech- nische, kostprijstechnische of kwalitatieve aspecten. Geeft leiding aan enkele medewerkers. Werkt binnen het kader van zelf opgestelde tijdsindeling rond een aantal gegevenheden. Werkt met weinig instructies. Met name aanpassingen aan bijzondere situaties vereisen veel inzicht en initiatieven en regelmatig is improviseren vereist. Initieert onderzoeken, adviezen, brede contac- ten, bedrijfsbesprekingen en eventueel tussentijds over- leg. De zelf op te lossen vaktechnische problemen kunnen soms vrij complex van aard zijn en breed overleg vergen. De intensieve contacten met andere hoofden zijn gericht op het verzekeren van de productievoortgang en het bereiken van één visie. Geeft leiding aan enkele (2-5) medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten kunnen leiden tot capaciteits- en materiaalverlies, machineschade, organisatorische verwarring. Niet-optimale uitvoering door mankementen in de voorbereiding kan leiden tot schade aan de goede naam van het bedrijf. De kans op tijdig ontdekken en herstel- len is vrij groot door zelf- controle. De regelmatige contacten met leveranciers, klanten en andere bedrijven zijn gericht op vlotte uitwisseling van informatie over technische, kostprijstechnische of kwali- tatieve aspecten en zijn van groot belang voor optimale productie/uitvoering. Fouten of onzorgvuldigheden in planning, bereke- ning, voorbereiding e.d. kunnen leiden tot stagnatie in productie of projectrealisatie en eventueel tot flinke financiële schade leiden. Verkeerde informatie kan consequenties hebben voor het beleid of kan de goede naam van het bedrijf schaden. De regelmatige contacten met leveranciers, klanten en andere bedrijven zijn gericht op vlotte uitwisseling van informatie over technische, kostprijstechnische of kwali- tatieve aspecten en zijn van groot belang voor optimale productie/uitvoering.Onzorgvuldigheden in plan- ning, berekening, voorbereiding e.d. kunnen leiden tot aanmerkelijke stagnatie in productie of projectrealisatie en eventueel tot forse finan- ciële schade leiden. Verkeerde indicaties of adviezen kunnen consequenties hebben voor het beleid. Zelfcontrole, voortgangssignalering en tegenspel van de uitvoerende afdelingen zorgen meestal voor tijdige ontdekking van fouten. De contacten met opdracht- gevers, leveranciers, advi- seurs en andere bedrijven zijn van groot belang voor optimale productie/uitvoe- ring.  
Fysieke Aspecten Werkt onder normale kantooromstandigheden. Werkt onder normale kantooromstandigheden. Werkt onder normale kantooromstandigheden. Er kan sprake zijn van een redelijk grote mobiliteit. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 6 BETREFT: TEKENKAMER

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het vervaardigen van technische tekeningen. Enkele vrij eenvoudige administratieve taken kunnen aan het werk zijn toegevoegd. De tijd dat aan een opdracht wordt gewerkt kan uiteenlopen van enkele uren tot enkele weken. Daarbinnen variëren de werkzaamheden. Volgt in beginsel dezelfde gedragslijn. Het werk moet accuraat uitgevoerd worden. Incidenteel kan sprake zijn van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma, gevolgd door ± 2 jaar interne opleiding op een tekenkamer. De functie is gericht op het vervaardigen van technische tekeningen. Enkele vrij eenvoudige administratieve taken kunnen aan het werk zijn toegevoegd. Bij de diverse opdrachten variëren de onderwerpen, maar de gedragslijn kan in beginsel dezelfde zijn. De tijd dat aan een opdracht wordt gewerkt kan uiteenlopen van enkele uren tot enkele weken. Het werk moet accuraat uitge- voerd worden. Incidenteel kan sprake zijn van tijd- dwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-diploma, gevolgd door een interne opleiding van ½–1 jaar op een tekenkamer. De functie is gericht op ontwerpen en tekenen. Enkele administratieve taken kunnen aan het werk zijn toegevoegd. Enige licht commerciële aspecten kunnen een rol spelen, bij onder meer de keuze van materialen. Werkt aan een aantal projecten tegelijkertijd, waarvan lengte en complexiteit kunnen varië- ren, maar de gedragslijn in beginsel dezelfde kan zijn. Wordt regelmatig gestoord, waardoor het aantal omscha- kelingen stijgt en tijddwang klemmend kan gaan werken. Accuraat werken blijft geboden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-diploma, gevolgd door een interne opleiding van 2–3 jaar.De functie is gericht op ont- werpen en tekenen van con- structies of installaties van uiteenlopende aard. Naast enige administratieve aspecten kunnen ook meerdere tech- nische elementen aanwezig zijn. Heeft verschillende projecten tegelijkertijd, waar- van lengte en complexiteit sterk variëren. Wordt regelmatig, soms zelfs vaak, gestoord, waardoor tijddwang extra klemmend kan gaan werken. Accuraat werken blijft geboden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-diploma, gevolgd door een interne opleiding van 3–4 jaar.
Zelfstandigheid Ontvangt opdrachten in de vereiste volgorde. Het werk is nauw omschreven en behoeft nauwelijks eigen interpretatie. Bij problemen is de chef snel bereikbaar. Al het werk wordt door de leiding nagelopen. Het probleemniveau is in over- eenstemming met de externe en interne opleiding. De regelmatige contacten met collega’s over het werk en incidenteel met medewer- kers van andere afdelingen (onder meer voor dienstver- lening) bevorderen een vlot verloop van het werk. Houdt zich aan de ontvan- gen planning en prioriteiten. Werkt deels volgens duide- lijke voorschriften. Voor een ander deel zijn de materiële middelen voorgeschreven maar geldt een zekere mate van vrijheid in de toepas- sing. Het probleemniveau is in overeenstemming met de externe en interne opleiding/ ervaring. De regelmatige contacten met collega’s over het werk en incidenteel met medewer- kers van andere afdelingen (onder meer voor dienstver- lening) bevorderen een vlot verloop van het werk. Bepaalt binnen de planning de eigen volgorde. Werkt volgens gangbare teken- methode/programma’s. Het grootste deel van het werk is in overeenstemming met het opleidingsniveau en de erva- ring (2–3 jaar), een deel is van meer ingewikkelde aard en vereist overleg met leiding of collega’s. De regelmatige contacten met productieleiding en Bedrijfsbureau zijn van belang voor voortgang en kwaliteit en vereisen goede overdracht van informatie. Begeleidt incidenteel tijdelijke krachten en/of stagiaires. Bepaalt zelf de volgorde van werken, rekening houdend met de gemaakte afspraken. De vormgeving ligt meestal vast in de eisen van de opdrachtgever. Aanpak gebeurt op basis van ervaring. De problemen kunnen oplopen tot moeilijk en toch meteen een oplossing vergen. Regelmatig overleg met de leiding is dan geboden. De intensieve contacten met diverse afdelingen zijn van belang voor een goede afstem- ming gericht op voortgang en kwaliteit. Coördineert het werk van enkele Tekenaars.
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden betekenen enkele uren extra tekenwerk. Goede zelfcon- trole is mogelijk en kan zorgen voor ontdekking in een vroeg stadium. De incidentele contacten met derden zijn gericht op vereiste toelichting. Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang, niet alleen op de Tekenkamer maar mogelijk ook in de Productie/Installatie. Ook kunnen zij leiden tot situa- ties waarvan het herstel kosten vergt die in geen verhouding staan tot de te behalen resultaten. Zelfcontrole kan zorgen voor ontdekking in een vroeg stadium. De incidentele contacten met derden zijn gericht op vereiste toelichting of uitwisseling van informatie. Fouten in tekeningen, onnauwkeurigheden of fouten in de informatie veroorzaken kleine schades en verstoren de voortgang, niet alleen op de Tekenkamer maar mogelijk ook in de Productie/Installatie. Principefouten kunnen belangrijke gevolgen hebben en tot schades van enkele duizenden guldens leiden. Zelfcontrole en controle door de leiding kunnen zorgen voor tijdige ontdek- king. De vrij regelmatige contac- ten met leveranciers of instanties (specificaties, keuringen e.d.) moeten vlot verlopen. Fouten in tekeningen, onnauw- keurigheden of fouten in de informatie veroorzaken kleine schades en verstoren de alge- mene voortgang. Principefouten kunnen belangrijke gevolgen hebben en tot schades van enkele duizenden guldens leiden. Zelfcontrole en controle door de leiding kunnen zorgen voor tijdige ontdekking. De vrij regelmatige contacten met leveranciers of instanties (specificaties, keuringen e.d.) moeten vlot verlopen.
Fysieke Aspecten Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC. Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC. Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC. Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 6 BETREFT: TEKENKAMER

Functiegroepen Functiegroep 8 Functiegroep 9 Functiegroep 10 Functiegroep 11
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op (leiding en coördinatie van) ontwerpen en tekenen van constructies of installaties. Administratieve zaken en commerciële elementen spelen een rol. Heeft (ook zelf) meerdere projecten tegelijkertijd onderhanden, welke afwisselend de aan- dacht vragen. Binnen elk project zijn de werkzaamheden gevarieerd. Wordt vaak gestoord en werkt soms onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma, en aanvullende cursussen (1–2 jaar). Moet bijblijven door vakliteratuur bij te houden. De functie is gericht op leiding geven aan en coör- dineren van ontwerpen en tekenen (en eventueel calculeren) van constructies of installaties. Administratieve en commerciële ele- menten (materialen, specifi- caties, eisen) spelen een rol. Verschillende projecten en diverse vragen kunnen tegelijkertijd de aandacht opeisen. Regelmatig is sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma, en aanvullende functiegerichte cursussen (2–3 jaar). Moet bijblijven door vakliteratuur bij te houden. De functie is gericht op leiding geven aan het ontwerpen (en calculeren) van constructies, apparaten of installaties. Naast zeer veel technische onderwerpen spelen ook commerciële aspecten een rol bij het opstellen van pakketten van eisen en van ontwerpen. Krijgt veel vragen te beant- woorden. Bepaalde aspecten vereisen een hoge accurates- se en concentratie, ook als er sprake is van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma, gevolgd door een functie- gerichte opleiding van enkele jaren. Moet bijblijven door vakliteratuur bij te houden. De functie is gericht op leiding geven aan het ontwer- pen (en calculeren) van constructies, apparaten of installaties. In het werk komen onderwerpen van duidelijk verschillende aard voor. Telkens spelen nieuwe aspec- ten van technische en van commerciële aard. Krijgt veel vragen te beantwoorden en heeft tegelijkertijd bemoeienis met verschillende projecten. Hoge tot zeer hoge accuratesse is vereist. Tijddwang komt regelmatig voor. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma, gevolgd door een functiegerichte oplei- ding van enkele jaren. Moet bijblijven door vakliteratuur bij te houden.
Zelfstandigheid Maakt een eigen planning en werkindeling aan de hand van de ontvangen begin- en eindtijden. Overlegt de hoofdlijnen van ontwerp en constructie met de leiding, werkt de detaillering zelf- standig uit. De directe con- trole op het werk is gering. Overlegt nu en dan met de leiding over technische of kostentechnische problemen, voor zover deze uitstijgen boven eigen kennisniveau of competentie. De intensieve contacten met productieleiding en bedrijfs- bureau zijn van groot belang voor voortgang en kwaliteit. Geeft leiding aan een aantal Tekenaars (3–5). Maakt een eigen planning en werkindeling en organiseert het werk aan de hand van tijdschema’s of data. Bepaalt de aanpak op grond van aangegeven doel, vormgeving en middelen. Overlegt zo nodig met de leiding over technische of commerciële problemen, die soms tame- lijk moeilijk kunnen zijn en uit kunnen stijgen boven eigen kennis, competentie en ervaring. De intensieve contacten met de leiding van diverse secto- ren zijn van zeer groot belang en soms bepalend voor kwaliteit en prijs. Geeft leiding aan een aantal Tekenaars (6–10).Bepaalt de organisatie van het werk aan de hand van vastgestelde data. Bepaalt de aanpak op grond van aange- geven doel van de construc- tie/installatie en gegevens over de middelen. Zorgt zelf voor invulling en detaillering. De deelname aan overlegvergaderingen vormt het toezicht op zijn werk. Problemen kunnen nogal complex van aard zijn en inventiviteit vereisen. Contacten voor overleg, met name op directieniveau en met leidinggevenden van uitvoerende en stafafdelin- gen kan eventueel afge- dwongen moeten worden. Geeft leiding aan een aantal Tekenaars (10–15). Bepaalt de organisatie van het werk aan de hand van vast- gestelde data. Organiseert al het overige. Bepaalt de aanpak op grond van aangegeven doel. Organiseert (of neemt deel aan) de periodiek gere- gelde raadpleging van of overleg met de leiding. Problemen kunnen complex van aard zijn en inventiviteit en ruime ervaring vereisen. Contacten voor overleg, met name op directieniveau en met leidinggevenden van uitvoe- rende en stafafdelingen kan eventueel afgedwongen moeten worden. Geeft leiding aan een aantal Tekenaars (10–20).
Afbreukrisico Fouten in tekeningen, on- nauwkeurigheden of fouten in de informatie veroorzaken kleine schades en verstoren de algemene voortgang. Principefouten kunnen belangrijke gevolgen hebben en tot schades van enkele duizenden guldens leiden. Zelfcontrole en controle door de leiding kunnen zorgen voor tijdige ontdek- king. De vrij regelmatige contac- ten met leveranciers of instanties (specificaties, keuringen e.d.) moeten vlot verlopen. Geheimhouding kan vereist zijn. Fouten verstoren de alge- mene voortgang. Principefouten kunnen belangrijke gevolgen hebben en tot grote schades (van enkele duizenden tot zelfs tienduizenden guldens) leiden. Naast zelfcontrole vindt ook controle op belangrijke elementen plaats. Maar veelal blijkt pas in de uitvoeringsfase wat er mis is en hersteld moet worden vóór op- of aflevering. De contacten met leveran- ciers, adviesbureaus of instanties (specificaties, keuringen e.d.) kunnen van groot belang zijn voor de voortgang en moeten vlot verlopen. Geheimhouding zal vereist zijn. Fouten in berekeningen of principefouten kunnen belangrijke gevolgen hebben en tot grote schades (van enkele duizenden tot zelfs tienduizenden guldens) leiden. Naast zelfcontrole vindt ook controle op belangrijke elementen plaats. Maar veelal blijkt pas in de uitvoeringsfase wat er mis is en hersteld moet worden vóór op- of aflevering. De contacten met leveran- ciers, adviesbureaus of instanties (specificaties, keuringen e.d.) kunnen van groot belang zijn voor de voortgang en moeten vlot verlopen. Geheimhouding zal vereist zijn.Fouten in berekeningen, syste- men of principes hebben altijd belangrijke gevolgen en leiden tot grote schades (tienduizenden guldens). Legt verantwoording af aan de Directie. Veelal blijkt pas bij uitvoering of aflevering wat er mis is en hersteld moet worden. De contacten met leveranciers, adviesbureaus of instanties (specificaties, keuringen e.d.) zijn van groot belang voor de realisatie van de planning en calculatie en het eventueel binnenhalen van opdrachten. Geheimhouding zal vereist zijn.
Fysieke AspectenWerkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC. Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC. Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC. Werkt onder tekenkameromstandigheden. Drukte op de afdeling kan hinderlijk werken bij geconcentreerd werken. Tekenprecisie vereist. Werkt langdurig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 7 BETREFT: ONTWERP AUTOMATISERING

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het ontwerpen en/of ontwikkelen, al dan niet met behulp van geautomatiseerde syste- men. Het werk bevat bureau- en computerwerk hetgeen accuratesse en concentratie vereist. Even- tueel is sprake van tijd- dwang. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaar- dig te zijn aan een MTS- diploma plus een specifieke vakgerichte cursus (max. 1 jaar). De functie is gericht op het ontwerpen en/of ontwikkelen van elektronica en/of met behulp van geautomatiseerde systemen, meet- en regel- techniek of instrumentatie. Het werk bevat een aantal facetten dat accuratesse en concentratie vereist. Regel- matig is sprake van werken onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MTS-diploma plus specifieke vakgerichte cursussen (± 2 jaar). De functie is gericht op het ontwerpen en/of ontwikkelen van elektronica en/of met behulp van geautomatiseerde systemen, meet- en regel- techniek, besturingstechniek, instrumentatie. Regelmatig moet de aandacht ook gericht zijn op het overzien van consequenties. Het werk bevat een aantal facetten dat grote accuratesse en concen- tratie vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma plus bedrijfsoriëntatie of MTS gevolgd door speci- fieke vakgerichte cursussen (3–4 jaar).De functie is gericht op het ontwerpen en/of ontwikkelen betreffende elektronica en/of de applicatie van andere specifieke technieken (meet- en regeltechniek, besturingstechniek, instrumentatie). Regelmatig moet de aandacht ook gericht zijn op het over- zien van consequenties. Het merendeel van het werk vereist grote accuratesse en hoge concentratie. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HTS-diploma plus specialistische opleiding(en) en cursussen (2–3 jaar).
Zelfstandigheid Kan enigszins variëren bin- nen een vastgesteld schema. Bepaalt gedeeltelijk zelf de uiteindelijke vormgeving door een aantal keuzes te maken op basis van inzicht en (een jaar) praktische ervaring. De ontwerppro- blematiek ligt op MBO- niveau en vereist zeer gespecialiseerde kennis van het systeem. De contacten binnen de afdeling en met betrokken functionarissen van andere afdelingen zijn van belang voor de ontwerpkwaliteit. Is binnen het kader van het vastgestelde tijdschema, tamelijk vrij in eigen tijds- indeling. De vormgeving wordt grotendeels zelf bepaald. De te gebruiken materialen/middelen zijn aangegeven. Stelt op basis van inzicht en (enkele jaren) ervaring de aanpak vast. De ontwerpproblematiek stijgt regelmatig uit boven MBO- niveau en vereist grondige kennis van de systemen. De contacten met (leiding- gevende) functionarissen van andere betrokken afde- lingen zijn van groot belang voor de ontwerpkwaliteit.Werkt binnen de project- planning. Globaal ontwerp en een vaste leidraad zijn gegeven. Moet alles goed doordenken. Kan bij eigen producten of revisiewerk met eigen initiatief en inventiviteit te werk gaan. Het niveau van de zelf op te lossen problemen ligt vrij hoog en vereist specia- listische kennis op HTS- niveau. Frequente en intensieve contacten met leiding en medewerkers van betrokken afdelingen zijn van groot belang voor voortgang en kwaliteit van het project. Deelt de eigen tijd in binnen de projectplanning. De glo- bale afspraken (met de klant) over het ontwerp vormen het gegeven. Heeft daarbinnen een grote mate van vrijheid in uitvoering. Veranderingen vergen overleg. Zaken moe- ten tot in detail worden door- dacht. Aanpak en vormgeving vereisen inzicht, inventiviteit en (jaren) ervaring. Het pro- bleemniveau is hoog in ver- band met de specialisatie. De contacten met leiding en medewerkers van andere afdelingen zijn belangrijk in verband met de rol die de afdeling is toegedacht. Geeft functioneel leiding aan assistent(en).
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang op de afdeling en kunnen stag- natie op andere afdelingen veroorzaken. De kans op tijdig ontdekken en herstel- len is vrij groot door sy- steemcontrole en zelfcon- trole. De incidentele contacten met leveranciers (-medewerkers) zijn gericht op onderhoud en vereisen goede verstandhouding. Fouten of onachtzaamheden verstoren de realisatie van de planning op de afdeling. Eventueel kunnen fouten in de ontwerp-kwaliteit kosten veroorzaken (bijvoorbeeld door reactie van klanten) die verder reiken dan de te behalen resultaten. Het eind- resultaat wordt gecontroleerd. De eventuele contacten met klanten en leveranciers zijn gericht op een goede infor- matie-uitwisseling. Fouten of onachtzaamheden verstoren de realisatie van de planning op de afdeling. Indien de gebreken zich pas na langere tijd manifesteren kan dat leiden tot forse schadeclaims. Zelfcontrole kan de meeste fouten voor- komen. Eventueel worden tussenfasen gecontroleerd of vindt een testfase plaats. Ontdekte fouten zijn goed te herstellen. De (eventuele) contacten met klanten en leveranciers zijn van groot belang voor het welslagen van het pro- ject en de reputatie van het bedrijf. Eventueel is geheimhouding vereist. Fouten in beoordeling, advie- zen of interpretatie berokke- nen grote financiële schade aan het bedrijf, zeker bij fouten die zich op langere termijn (bij samenloop van omstandigheden) manifesteren. Dat kan leiden tot forse schadeclaims en tot ernstige schade aan het imago van het bedrijf. Zelfcontrole en her- haalde controle door anderen kan de meeste fouten voorko- men. Ontdekte fouten zijn goed te herstellen. De contacten met klanten en leveranciers en keuringsin- stanties zijn van groot belang voor het welslagen van het project en de reputatie van het bedrijf. Eventueel is geheim- houding vereist.
Fysieke AspectenWerkt onder normale, niet extra bezwarende omstan- digheden. Werkt langdurig aan de PC. Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstan- digheden. Werkt langdurig aan de PC. Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstan- digheden. Werkt langdurig aan de PC. Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstandigheden. Werkt langdurig aan de PC.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 7 BETREFT: ONTWERP AUTOMATISERING

Functiegroepen Functiegroep 10 Functiegroep 11  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op ontwerpen of ontwikkelen betreffende elektronische besturingstechniek (hard- en software). Grote variatie in omvang, complexiteit en eisen. Werkt veelal aan meerdere projecten tegelij- kertijd en dient vrijwel continue vragen te beant- woorden. Er is sprake van voortdurende omschakeling. Vrijwel continue dient spra- ke te zijn van hoge concen- tratie. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HTS-diploma, gevolgd door vakgerichte applicatie en cursussen (± 3 jaar). De functie is gericht op ontwerpen of ontwikkelen betreffende besturingsinstal- laties, waarbij met diverse technieken wordt gewerkt. Naast technische is er even- tueel ook sprake van com- merciële aspecten. Grote variatie in omvang, com- plexiteit en eisen. Werkt veelal aan meerdere projec- ten tegelijkertijd en dient vrijwel continue vragen te beantwoorden. Er is sprake van voortdurende omschake- ling. Vrijwel continue dient spra- ke te zijn van hoge concen- tratie. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HTS-diploma, gevolgd door vakgericht applicatie en cursussen (minimaal 3 jaar).   
Zelfstandigheid Stelt eigen planning op binnen het kader van de project- of orderplanning. Houdt zich aan de (globale) afspraken met de klant. Heeft voor het overige een grote mate van vrijheid, waarbij creativiteit en eigen initiatief in ruime mate ver- eist zijn. Beheert het ont- wikkelingssysteem even- tueel geheel zelfstandig. Bevordert ingebouwde con- trolesystemen en standaar- disatie. In het algemeen is het probleemniveau in over- eenstemming met opleiding en (enkele jaren) ervaring. De contacten met vooral de leiding van andere afdelin- gen (ook van ongelijke functiesoort) zijn belangrijk in verband met de rol die aan de afdeling is toege- dacht. Instrueert en controleert de voor een project toegevoegde medewerkers.Is binnen het kader van de planning van de uit te voe- ren projecten vrij in eigen tijdsindeling, aandachtgerichtheid. Wijze van aanpak, keuze van technie- ken en materialen e.d. Creativiteit en eigen initia- tief zijn in hoge mate ver- eist, temeer omdat geen twee projecten identiek zijn. Beheert het ontwikke- lingssysteem geheel zelf- standig. De leiding fungeert als klankbord. Het pro- bleemniveau is in overeen- stemming met opleiding en (jarenlange) ervaring, maar soms vindt confrontatie plaats met problemen die daar boven uitstijgen. De contacten met de lei- ding van vrijwel alle andere afdelingen zijn van groot belang. Instrueert en controleert de voor een project toegevoeg- de medewerkers.   
Afbreukrisico Fouten die de planning verstoren kunnen ernstige gevolgen hebben, ook indirect door verlies van goodwill. Fouten die even- tueel op langere termijn leiden tot falen van de pro- ducten of systemen kunnen onoverzienbare schades veroorzaken. Fouten in beheer e.d. verstoren de gang van zaken in ernstige mate. Vooral de contacten met klanten, gericht op over- dracht van informatie, spe- cificaties, componenten e.d. zijn van groot belang voor project en imago. In een aantal gevallen is geheim- houding van gegevens een absolute vereiste. Fouten die de planning verstoren kunnen ernstige gevolgen hebben, ook indirect door verlies van goodwill. Fouten in de detailengineering kunnen voorkomen maar worden vrij snel ontdekt. Systeemfouten kunnen niet altijd tijdig worden ontdekt. Ontoereikende analyse van de faalkans kan leiden tot grote risico’s voor het bedrijf (eventueel vele tonnen). Vooral de contacten met klanten, gericht op intensief overleg zijn van groot belang voor project en imago. Met instanties en instituten moet een goede contactsfeer opgebouwd worden. In een aantal gevallen is geheimhouding van gegevens een absolute vereiste.   
Fysieke Aspecten Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstan- digheden. Werkt soms intensief aan de PC. Werkt onder normale, niet extra bezwarende omstan- digheden. Werkt soms intensief aan de PC.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 8 BETREFT: KWALITEITSBEHEER PRODUCTIE

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op assistentie bij kwaliteitscontrole en betreft uiteenlopen- de materialen/producten, controle- en registratiemethodieken die elkaar soms afwisselen. Het werk omvat uitsluitend routineprocedu- res. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan vervulde leerplicht, gevolgd door bedrijfsoriën- tatie en training in testtech- nieken. De functie is gericht op kwaliteitscontrole en betreft uiteenlopende materialen/producten, controle- en registratie-elementen, er is sprake van enige verschei- denheid in testtechnieken. Eventueel moet de samen- hang onderkend worden tussen procedures die op zich routinematig van aard zijn. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma, gevolgd door een cursus uitvoerende kwaliteitscontrole en interne oriëntatie op testtechnieken. De functie is gericht op kwaliteitscontrole. Het werk bevat uiteenlopende ele- menten waartussen continue omgeschakeld moet wor- den. Soms moet enige systematische samenhang worden onderkend. Eventueel kan sprake zijn van tijddwang. Voortduren- de accuratesse is vereist, soms in extra mate. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO- of MAVO- niveau, gevolgd door cursus- sen kwaliteitsanalyse en bedrijfsoriëntatie.De functie is gericht op con- trole (en eventuele bewaking) van kwaliteit. Bij analyse van verschijnselen of problemen is het nodig dat onderlinge samenhang wordt onderkend. Eventueel kan sprake zijn van tijddwang. Voortdurende accuratesse is vereist, soms is extra concentratie vereist bij visuele aspecten of bij grens- gevallen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een niveau tussen VBO- en MBO, gevolgd door cursus- sen kwaliteitsanalyse en warenkennis (1–2 jaar).
Zelfstandigheid Houdt zich aan de nauw- keurig voorgeschreven tijdsindeling en werkvol- gorde. Het werk betreft exact voorgeschreven controleprocedures en test- of meettechnieken, normen en toleranties. Er is sprake van vrij intensief toezicht. Er komen problemen voor van eenvoudige aard. De vrij regelmatige contac- ten met productie-medewer- kers zijn gericht op vlotte afwikkeling van de proce- dures. Houdt zich aan de voor- geschreven tijdsindeling en werkvolgorde. Bepaalt zelf tijdstippen. Het werk betreft geschreven normen en tole- ranties en voorgeschreven controle-procedures en test- of meettechnieken. Er is sprake van niet-intensief toezicht. Er komen proble- men voor die in overeenstemming zijn met het opleidingsniveau en enige ervaring (¼–½ jaar). De contacten met produc- tiemedewerkers zijn gericht op optimale kwaliteit van bewerkingen. Rond de routineprocedures is er enige vrijheid om het werk zelf in te delen. Con- trole-principes, procedures en afkeurrichtlijnen zijn gegeven en of precies in uitvoering voorgeschreven. Initiatief en improvisatie kunnen soms nodig zijn. Er is sprake van indirect toezicht. De problemen zijn van praktische aard en in overeenstemming met het opleidingsniveau. Vlotte contacten met vrij- wel iedereen in de produc- tie zijn vereist voor een soepele samenwerking. Eventueel moeten één of meer assistenten begeleid worden. Binnen vaste schema’s is er enige vrijheid om de eigen tijd zelf in te delen. Het merendeel van de metingen en proeven is qua uitvoering voorgeschreven, maar soms is enige eigen interpretatie en creativiteit van belang. Bij problemen is de leiding meestal bereikbaar. De zelf op te lossen problemen zijn van praktische aard, betreffen technische aspecten en zijn in overeenstemming met het opleidingsniveau. Vlotte contacten met vrijwel iedereen in de productie zijn vereist voor een soepele samenwerking. Eventueel moeten één of meer assistenten begeleid worden.
AfbreukrisicoFouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang in de productie of leiden tot door- slippen van fouten binnen het verdere productieproces (of zelfs naar de klant toe). Zelfcontrole en controle door de leiding leiden vrijwel zeker tot tijdige ontdekking. Fouten of onachtzaamheden leiden tot niet gesignaleerde incidentele of structurele fouten hetgeen behoorlijke schade tot gevolg kan heb- ben. Verkeerde uitspraken leiden tot overbodige af- keur, productiestagnatie of tot klachten van klanten. Het effect van controle door anderen is niet groot, goede zelfcontrole kan echter leiden tot tijdige ontdekking. Fouten of onachtzaamheden ontregelen de productievoortgang en leiden indien zij tot de klant doordringen tot irritatie en mogelijk ook tot problemen. Tekortkomingen kunnen door zelfcontrole en gedeeltelijk ook door controle door de lei- ding en door tegenspel van anderen worden ontdekt. De eventueel (vervangend verzorgde) contacten met derden vereisen een goede sfeer en vlotte afwerking. Fouten of onachtzaamheden resulteren tot productiestagnatie; indien zij tot de klant doordringen veroorzaken zij extra werk en leiden tot irritatie en mogelijk ook tot problemen. Tekortkomingen kunnen door zelfcontrole en enig tegenspel van anderen worden ontdekt. De eventueel (vervangend verzorgde) contacten met derden vereisen een goede sfeer en vlotte afwerking.
Fysieke Aspecten Werkt (eventueel onder minder gunstige) productie- of magazijnomstandigheden. Moet veel lopen en even- tueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enig risico op letsel. Werkt (eventueel onder minder gunstige) productie- of magazijnomstandigheden. Moet veel lopen en even- tueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enig risico op letsel. Werkt (eventueel onder minder gunstige) productie- of magazijnomstandigheden. Moet veel lopen en even- tueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enig risico op letsel. Werkt (eventueel onder minder gunstige) productie- of maga- zijnomstandigheden. Moet veel lopen en eventueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enig risico op letsel.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 8 BETREFT: KWALITEITSBEHEER PRODUCTIE

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op kwaliteitscontrole en ver- toont ook administratieve aspecten. Er moet voortdu- rend worden omgeschakeld op andere artikelen of pro- ducten en kwaliteitsaspec- ten. Extra concentratie kan vereist zijn bij visuele aspecten of bij grensgevallen. Soms is er sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een niveau tussen VBO- en MBO, gevolgd door opleiding kwaliteitscontrole en grondige warenkennis (2–3 jaar). De functie is gericht op kwaliteitscontrole en ver- toont ook administratieve aspecten. Er is sprake van een zeer hoge omschakelfrequentie in verband met de grote gevarieerdheid van taakonderdelen en de grote aantallen artikelen. Extra concentratie kan vereist zijn bij visuele aspecten of bij grensgevallen. Regelmatig is er sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, gevolgd door cursussen kwaliteitscontrole en gron- dige specifieke warenkennis (2–3 jaar). De functie is gericht op kwaliteitscontrole van stromen input en output, alsmede van productiefasen en -condities. Dient con- stant de procedures inzake kwaliteitsbeheer in het oog te houden. Wordt daarbij geconfronteerd met veel interrupties. Extra concen- tratie kan vereist zijn bij werken onder spanning en bij het werken onder tijd- dwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, gevolgd door cursussen met betrekking tot kwaliteit, management en techniek(en) (± 3 jaar).  
Zelfstandigheid Reageert binnen de vrij strakke tijdschema’s (on- middellijk) op zich aandie- nende situaties en product- stromen. De procedures staan in beginsel vast. In een aantal gevallen moeten consequenties overzien worden, verbanden gelegd worden en afweging van belangen plaatsvinden. Daarbij kan initiatief en feeling vereist zijn. Raadplegen van de leiding is mogelijk en regelmatig gewenst. De problemen zijn van praktisch-technische aard, de oplossing komt overeen met het opleidingsniveau. De contacten met de uit- voerende afdelingen zijn gericht op doorstroming en realisatie van de gewenste kwaliteit en moeten vlot en vooral snel verlopen. Begeleidt eventueel één of meer assistenten.Reageert binnen de vrij strakke tijdschema’s (on- middellijk) op zich aandie- nende situaties en product- stromen. De procedures staan in beginsel vast. In een aantal gevallen moet een afweging van belangen plaatsvinden. Daarbij kan initiatief en feeling vereist zijn. Raadplegen van de leiding is dan eventueel mogelijk en soms intensief vereist. De problemen zijn van praktischtechnische aard, de oplossing komt overeen met het opleidingsniveau. De contacten met de uit- voerende afdelingen en stafafdelingen zijn vereist voor de doorstroming en realisatie van de gewenste kwaliteit en moeten vlot en vooral snel verlopen. Geeft eventueel leiding aan enkele medewerkers. Reageert op de gang van zaken en stelt daarbij zelf prioriteiten vast. Neemt in een groot aantal situaties beslissingen die feeling en inzicht in de consequenties vereisen. Overleg met de leiding is mogelijk, vooral als zich complexe situaties voordoen. Voor het overige zijn de problemen van praktisch-technische aard, de oplossing komt vrijwel altijd overeen met het opleidingsniveau. De contacten met de lei- ding van uitvoerende afde- lingen en stafafdelingen zijn van groot belang voor doorstroming en realisatie van de gewenste kwaliteit. Geeft leiding aan de mede- werkers van de kwaliteitscontrole (1–4 medewerkers).  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden bij controles kunnen op schadelijke tot zeer schade- lijke wijze doorwerken tot bij de klant en aanleiding zijn tot klachten of proble- men. Vertraging in de ver- werking kan rechtstreeks de productie en aflevering negatief beïnvloeden. Alleen door zelfcontrole kunnen fouten tijdig worden ontdekt en hersteld, in moeilijke gevallen is raadplegen van de leiding mogelijk. De vrij regelmatige contac- ten met derden (leveranciers, instanties e.d.) vereisen goede verstandhouding.Fouten of onachtzaamheden bij instructies en controles kunnen op zeer schadelijke wijze doorwerken tot bij de klant en aanleiding zijn tot klachten of problemen. Vertraging in de verwerking beïnvloedt rechtstreeks de productie en aflevering. Directe controle door ande- ren is niet mogelijk maar voor belangrijke of moeilij- ke gevallen is raadplegen van de leiding mogelijk. De vrij regelmatige contac- ten met derden (leveranciers, instanties, afnemers) verei- sen snelle en correcte afhan- deling op straffe van aantas- ting van het imago. Fouten of onachtzaamheden kunnen ernstige schade ver- oorzaken, omdat de conse- quenties meestal doorwer- ken tot bij de klant en aan- leiding kunnen zijn tot grote problemen in de relatie. Een grote mate van zelfcontrole is vereist. Er wordt tegen- spel ondervonden van andere afdelingen. De regelmatige contacten met leveranciers en klanten vereisen tact en gevoel voor verhoudingen, in verband met de belangen die op het spel staan. Eventueel is discretie vereist inzake gegevens van klan- ten.  
Fysieke Aspecten Werkt onder (eventueel minder gunstige) omstan- digheden in magazijn of productie. Veel lopen en eventueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enige kans op letsel. Werkt op kantoor, in maga- zijn of productie. Veel lopen en eventueel veel tillen. Er kan sprake zijn van enige kans op letsel.Werkt op kantoor en ook in magazijn of productie. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 8 BETREFT: KWALITEITSBEHEER PRODUCTIE

Functiegroepen Functiegroep 10 Functiegroep 11  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op uitvoering van het kwali- teitsbeleid met werkterreinen op bedrijfskundig, technisch en statistisch gebied. Constant dient de aandacht uit te gaan naar een groot aantal onderwerpen. Wordt daarbij geconfronteerd met veel interrupties. Eventueel kan extra concentratie ver- eist zijn bij werken onder spanning en bij het werken onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HBO-niveau, gevolgd door goede bedrijfs- oriëntatie. Bijblijven op het vakgebied is vereist. De functie is gericht op inhoud en uitvoering van het kwaliteitsbeleid en bestrijkt werkterreinen op bedrijfskundig, technisch en statis- tisch gebied. De aandacht dient constant uit te gaan naar een groot aantal onder- werpen. Wordt daarbij voortdurend gestoord. Een aantal onderwerpen dient met grote accuratesse te worden uitgevoerd en er kan extra concentratie vereist zijn, met name bij het werken onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HBO-niveau. Een grondige kennis van de in het bedrijf toegepaste technieken is nodig. Bijblijven op het vakgebied is vereist.   
Zelfstandigheid Bepaalt zelf prioriteiten in het licht van een optimale kwaliteitszorg. Realiseert zelfstandig het bereiken van de gestelde kwaliteitsdoelen. Zorgt ervoor dat de toever- trouwde projecten tot een goed einde worden gebracht. Werkt volgens gangbare procedures. Legt conflicten met productie en andere afdelingen ter beslissing voor aan de directie. Voor het overige is het probleem- niveau in overeenstemming met het opleidingsniveau. De contacten met de direc- tie en afdelingshoofden zijn van groot belang voor de realisatie van het geformu- leerde kwaliteitsbeleid. Geeft leiding aan de mede- werkers van de kwaliteitscontrole (2–5 medewerkers). Bepaalt prioriteiten en tijdsindeling in het licht van een optimale kwaliteitszorg. Realiseert het bereiken van de gestelde kwaliteitsdoelen door inschakeling van de juiste mensen en middelen. Zorgt ervoor dat de toever- trouwde projecten tot een goed eind worden gebracht. Rapporteert en onderbouwt conclusies en adviezen. Legt conflicten met productie en andere afdelingen ter beslis- sing voor aan de directie. Kan op relationeel terrein op soms lastige problemen stuiten. Voor het overige is het probleemniveau in overeenstemming met het opleidingsniveau. De contacten met de direc- tie en afdelingshoofden zijn van groot belang voor in- houd en realisatie van het kwaliteitsbeleid. Geeft leiding aan de kwali- teitscontrole (2–5 medewer- kers).   
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen ernstige schade ver- oorzaken door aantasting van het kwaliteitsimago van het bedrijf. Ernstige fouten in de uitvoering van projec- ten zullen snel ontdekt en hersteld worden, maar prin- cipiële fouten in de klanten- benadering niet. Vooral de contacten met klanten zijn van groot be- lang en in belangrijke mate bepalend voor het imago van het bedrijf. Tact en gevoel voor verhoudingen zijn van groot belang. Eventueel is discretie ver- eist inzake gegevens van klanten. Fouten of onachtzaamheden kunnen bijna fatale schade veroorzaken door aantasting van het kwaliteitsimago van het bedrijf. Grove fouten zullen snel ontdekt en her- steld worden, andere slechts door zelfcontrole. Vooral de contacten met klanten zijn van groot belang voor een juist beeld van en de juiste wijze van realisatie van de vereiste kwaliteit die in zeer belang- rijke mate bepalend is voor het imago van het bedrijf. Tact en gevoel voor ver- houdingen zijn van groot belang. Veelal is discretie vereist inzake gegevens van klanten.   
Fysieke Aspecten Werkt op kantoor en ook in magazijn of productie. Werkt op kantoor en zo nodig ook in magazijn of productie.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 9 BETREFT: PERSONEELSZAKEN

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op (assistentie bij) de uitvoe- ring van het sociaal beleid, met een aantal deeltaken en (veel) administratieve en secretariële aspecten. De gedragslijn kan in principe hetzelfde blijven. Er moet voortdurend worden omge- schakeld, mede als gevolg van de vele interrupties en deeltaken. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door een aantal functiegerichte cursussen (1–2 jaar) en het paraat houden van kennis van voorschriften e.d.De functie is gericht op de uitvoering van het sociaal beleid, met enkele admini- stratieve aspecten en veel deeltaken. Deze hebben een (soms onverwachte) samen- hang, waardoor tegelijkertijd rekening moet worden gehouden met een complex van factoren. Hoge omscha- kelfrequentie door de hoe- veelheid deeltaken, die gefaseerd afgewerkt moeten worden en de vele interrup- ties. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een sociaalpedago- gische opleiding op MBO- niveau, gevolgd door een aantal functiegerichte cursus- sen (± 1 jaar), het regelma- tig volgen van cursussen en het bijhouden van literatuur. De functie is gericht op de uitvoering van het sociaal beleid, met een aantal admi- nistratieve aspecten en veel deeltaken. Er moet telkens met een complex van facto- ren rekening worden gehou- den, ook in hun onderlinge samenhang. Er is sprake van een hoge tot zeer hoge omschakelfrequentie door het grote aantal interrupties (voor consult e.d.). Het grote aantal deeltaken moet gefa- seerd en soms met grote accuratesse worden afgehan- deld, ook bij de (regelmatig) aanwezige tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een sociaalpedago- gische opleiding op MBO- niveau, gevolgd door (2–3 jaar) volgen van functiegerichte cursussen en het bijhouden van ontwikkelingen door cursussen en vakliteratuur.  
Zelfstandigheid Deelt de eigen tijd in binnen tijdschema’s, markante tijd- stippen en zich aandienende zaken. Ontvangt deels instructies, deels algemene richtlijnen die een zekere mate van vrijheid van invulling en vormgeving toelaten. Het toezicht is gering en/of indirect van aard. Er komen veel prak- tische problemen voor. Moet ongewone of moeilijke problemen die uitstijgen boven het opleidingsniveau voorleggen aan de leiding. De contacten worden onder- houden met vrijwel iedereen in het bedrijf en betreffen veelal tijdige en adequate doorstroming van informatie. Soms is de functie van de afdeling in het geding. Deelt de eigen tijd in binnen markante tijdstippen en zich aandienende kwesties (van directie en personeel). Binnen de algemene richt- lijnen van het geformuleer- de sociaal beleid is eigen invulling, mede op basis van invoelen en eigen initiatief vereist. Er is sprake van indirect toezicht (via over- leg). Veel praktische proble- men betreffen de toepassing van voorschriften en bepa- lingen, echter ook zuiver sociaal getinte problemen. Deze kunnen uitstijgen boven het opleidingsniveau en ervaring vereisen. De effectiviteit van de con- tacten met de leidinggeven- de niveaus, het CAO-perso- neel en de andere afdelingen is van groot belang voor de arbeidsrust en de producti- viteit. Eventueel wordt toezicht gehouden op een assistent. Deelt de eigen tijd geheel zelf in binnen markante tijdstippen en zich aandie- nende kwesties (van direc- tie en personeel). Het geformuleerde sociaal beleid is in richtlijnen neergelegd. Dat dient te leiden tot eigen invulling, mede op basis van inzicht en invoelen, waarbij veel initiatief en overleg nodig zijn. Naast praktische problemen komen ook zuiver sociaal getinte pro- blemen voor, die naast de opleiding veel ervaring vereisen. De effectiviteit van de con- tacten met de leidinggeven- de niveaus, het CAO-perso- neel en de andere afdelingen is van groot belang voor arbeidsrust, productiviteit en wervingskracht. Eventueel wordt toezicht gehouden op één of meer assistenten en/of functiona- rissen van de algemene dienst.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden hebben een negatieve in- vloed op de betrekkingen, betreffen min of meer vitale gegevens voor beslissingen van de leiding of hebben een negatief effect op stem- ming en sfeer in het bedrijf. Bij de contacten met der- den dient de doorstroming van informatie hoe dan ook ongestoord te verlopen en mag de relatie niet ver- stoord worden. Het imago van de afdeling en het bedrijf kan daarbij in het geding zijn. Discretie vereist inzake persoonlijk getinte gege- vens en problemen.Fouten of onachtzaamheden in de interne en externe in- vulling van het sociaal be- leid schaden het aanzien van het bedrijf, waardoor ontevreden stemming, de- motivatie of arbeidsonrust kan ontstaan of werving moeilijker kan worden. De vrij intensieve contacten met instanties, instituten en dienstverlenende derden vereisen naast een vlotte afhandeling tevens beharti- ging van pr-belangen. Discretie vereist inzake persoonlijk getinte gege- vens en problemen. Fouten of onachtzaamheden in de interne en externe invulling van het sociaal beleid schaden het aanzien van het bedrijf, waardoor ontevreden stemming, de- motivatie of arbeidsonrust kan ontstaan of werving moeilijker kan worden. De vrij intensieve contacten met instanties, instituten en dienstverlenende derden vereisen naast een vlotte afhandeling tevens beharti- ging van pr-belangen. Grote discretie vereist, met name ten aanzien van za- ken in de privacy-sfeer en ook inzake beleid(svoorne- mens). 
Fysieke Aspecten Kantooromstandigheden. Komt ook in de werkplaats. Werkt veel aan de PC. Kantooromstandigheden. Komt ook in de werkplaats. Werkt veel aan de PC. Werkt op kantoor. Werkt ook aan de PC. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 9 BETREFT: PERSONEELSZAKEN

Functiegroepen Functiegroep 10 Functiegroep 11  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het sociaal beleid, met een groot aantal uiteenlopende taken, een aantal administratieve aspecten (en eventueel op het hanteren van economische overwegingen). De onderwerpen hangen nauw samen met de aard van het bedrijf en met menselijke of functionele situaties. Moet telkens de samenhang over- zien en consequenties inschatten. Er is sprake van een wisselende omschakelfrequentie. Soms treedt plot- seling grote tijddwang op voor bepaalde onderdelen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een sociaalpedago- gische opleiding op MBO- niveau, gevolgd door een groot aantal functiegerichte cursussen 3–4 jaar, of een opleiding op HBO-niveau en enkele maanden grondige bedrijfsoriëntatie. Bijhouden van ontwikkelingen door cursussen en vakliteratuur is vereist. De functie is gericht op het sociaal beleid, met admini- stratieve aspecten en het hanteren van economische overwegingen. Grote diver- siteit aan te behandelen aspecten, mede in verband staande met de aard van het bedrijf en met menselijke of functionele situaties. Moet bij beslissingen of adviezen het gehele veld van conse- quenties overzien. Er is sprake van een wisselende omschakelfrequentie. Een deel van het werk wordt soms onder extreme tijddruk verricht. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een sociaalpedago- gische opleiding op HBO- niveau, gevolgd door aan- vullende opleidingen inzake praktische aspecten of actuele ontwikkelingen van het personeelsbeleid. Grondig bijhouden van maatschappelijke en vak- technische ontwikkelingen door cursussen en vaklite- ratuur is vereist.   
Zelfstandigheid Deelt de eigen tijd geheel zelf in. Ook de vrijheid van handelen inzake vormgeving en aanpak is vrij hoog in verband met de beperkt- heid van instructies. Is ge- bonden aan wettelijke voor- schriften, CAO, bedrijfseigen procedures en finan- ciële kaders. Bij moeilijke problemen wordt de lei- ding/directie geraadpleegd. De zelf op te lossen proble- men vereisen naast de op- leiding een grote ervaring. De effectiviteit van de con- tacten met alle geledingen en organen in het bedrijf is van groot belang voor de effectuering van het perso- neelsbeleid en de bewaking en coördinatie van een adequate bezetting en de arbeidsrust. Eventueel wordt toezicht gehouden op één of meer assistenten en/of functio- narissen van de algemene dienst. Deelt de eigen tijd geheel zelf in. Ontvangt globale directieven van de onder- nemingsleiding. Is gebon- den aan wettelijke voor- schriften, CAO, bedrijfseigen procedures en bud- getten. Adviezen vereisen eigen verkenningen en initiatief. Wordt geconfronteerd met problemen van een aanmerkelijk niveau die veel overleg en afstemming vereisen en een zeer grote ervaring vergen. De effectiviteit van de con- tacten met alle geledingen en medebeslissingsorganen in het bedrijf en met de individuele personeelsleden is van groot belang voor de effectuering van het perso- neelsbeleid en de bewaking en coördinatie van een ade- quate bezetting en de arbeidsrust. Eventueel wordt leiding ge- geven aan een of meer assi- stenten en/of functionarissen van de algemene dienst.   
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in voorbereiding en uitvoe- ring van het sociaal beleid verstoren de arbeidsverhoudingen, beïnvloeden het aanzien van afdeling en bedrijf, hebben eventueel consequenties voor de arbeidsvoorwaarden of kunnen leiden tot foutieve keuzen of beslissingen in het beleid. Er is daarbij sprake van veel intern en extern tegenspel. De intensieve contacten met instanties, instituten en dienstverlenende derden vereisen naast een vlotte afhandeling tevens behar- tiging van pr-belangen. Grote discretie vereist, met name ten aanzien van za- ken in de privacy-sfeer en ook inzake beleid(svoorne- mens). Fouten of onachtzaamheden in voorbereiding en uitvoe- ring van het sociaal beleid kunnen ernstige gevolgen hebben voor de arbeidsverhoudingen, het aanzien van afdeling en bedrijf, even- tueel voor de arbeidsvoorwaarden of kunnen leiden tot foutieve beleidskeuzes. Er is sprake van tegenspel van directie en sectorhoof- den en van externe contro- le. De regelmatige en inten- sieve contacten met instan- ties, instituten en dienstver- lenende derden vereisen naast een vlotte afhandeling tevens behartiging van pr- belangen. Grote discretie vereist, met name ten aanzien van za- ken in de privacy-sfeer en ook inzake beleid(svoorne- mens).   
Fysieke AspectenKantooromstandigheden. Werkt veel aan de PC.Kantooromstandigheden. Werkt ook veel aan de PC.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 10 BETREFT: ALGEMENE/FACILITAIRE DIENST

Functiegroepen Functiegroep 2 Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op één of een beperkt aantal deel- taken van eenvoudige aard. Enige aanpassing aan zich voordoende situaties kan vereist zijn. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leer- plicht, gevolgd door een bedrijfsopleiding van enkele uren of een dag. De functie is gericht op verschillende deeltaken binnen de algemene dienst. Taken van vrij eenvoudige aard in een redelijk afwis- selend werkpatroon, veelal binnen een vast patroon per dag (of per week). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leer- plicht, gevolgd door een bedrijfsopleiding van enkele dagen. De functie is gericht op de algemene dienst en belast met een pakket van ver- schillende deeltaken van vrij eenvoudige aard. Enkele elementen kunnen belangrijk zijn. Het kan voorkomen dat bepaalde taken nauwgezet of met waakzaamheid moeten worden vervuld en/of bin- nen een beperkte tijd afge- handeld moeten worden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO/MAVO, gevolgd door diverse gerichte cursussen. De functie is gericht op de algemene dienst en bestaat uit een veelheid van regelende, toezichthoudende en/of regi- stratieve elementen in een steeds terugkerend maar wis- selend (en eventueel weinig samenhangend) patroon. Telkens vragen veel zaken de aandacht, enkele vergen veel accuratesse (of extra waak- zaamheid). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO/MAVO, gevolgd door enkele gerichte cursussen (1–2 jaar) en een grondige oriëntatie op de gang van zaken.
Zelfstandigheid Houdt zich bij de tijdsinde- ling aan een vast patroon, reagerend op zich voor- doende situaties of strikte instructies. Volgt vaste pro- cedures en voorgeschreven handelwijze. Enig initiatief of aanvoelen van sfeer e.d. kan nuttig zijn. Gering direct toezicht. Eenvoudige proble- men van praktische aard. Oppervlakkig contact met alle medewerkers van het bedrijf. Houdt zich bij de tijdsinde- ling aan een vast patroon en zich aandienende zaken. Het handelingenpatroon is door de aard van het werk be- paald. Moet af en toe beslis- sen over noodzakelijke of handige afwijkingen van de standaardwerkwijze. Er is nauwelijks toezicht, achteraf vindt controle plaats op de uitvoering. Komt eenvoudige problemen tegen van prak- tische aard. Het contact met andere medewerkers moet in een prettige sfeer verlopen. Voor de tijdsindeling en de vormgeving en aanpak gel- den globale instructies die enige vrijheid van handelen toelaten en ruimte bieden voor de eerste beslissingen. Het toezicht krijgt vorm in controle achteraf. Het be- treft praktische problemen, raadplegen van de chef is mogelijk. Een aantal weken meelopen volstaat om de functie te leren beheersen. De contacten met andere medewerkers zijn nodig voor een soepele afwerking en moeten in een prettige sfeer (eventueel met enige tact) verlopen. Moet zelf de eigen tijdsinde- ling bepalen rond zich aan- dienende zaken. De handel- wijze is soms voorgeschreven, soms begrensd, maar laat soms ruimte voor initiatief of eerste beslissingen. Het toezicht krijgt vorm in controle achter- af. Gedeeltelijk betreft het routinematige zaken, gedeel- telijk problemen waarvoor ervaring nodig is, mede voor het inzicht in het effect van de acties. De contacten met andere medewerkers zijn nodig voor een soepele en effectieve taak- vervulling van de algemene dienst. Eventueel is daarbij tact en enig overwicht nodig. Eventueel is sprake van (functioneel) gezag over enkele medewerkers.
Afbreukrisico Fouten zijn van geringe betekenis, maar beïnvloeden eventueel de sfeer op de afdeling of het aanzien van het bedrijf voor bezoekers. Fouten kunnen wrevel bij andere medewerkers ver- oorzaken. Verkeerd gebruik van productiemiddelen kan schade veroorzaken. In extreme gevallen kan er sprake zijn van ernstige (productie)stagnatie. Het eventueel aanwezige contact met derden is opper- vlakkig van aard, maar moet in een prettige sfeer verlopen.Fouten of onachtzaamheden kunnen tot grote schade lei- den, in extreme gevallen tot ernstige schade. Veelal is alleen sprake van zelfcon- trole. Niet-frequente contacten met derden zijn noodzakelijk maar niet intensief van aard en betreffen meestal standaardzaken. Fouten of onachtzaamheden of niet-alerte reacties kunnen tot grote schade leiden, in extreme gevallen tot (het niet voorkomen van) zeer ernstige schade. De effectiviteit van verzorging, bewaking, veilig- heid e.d. kan in het geding zijn. Veelal is slechts sprake van steekproefsgewijze con- trole (of achteraf). Contacten met derden (in voorkomende gevallen ook met instanties) zijn van belang voor een correcte afhandeling (of inschakeling).
Fysieke Aspecten Werkt onder wisselende omstandigheden (keuken, kantine, productieruimtes, kantoren) met eventueel enige hinderlijke factoren. Moet veel lopen en even- tueel tillen. Werkt onder wisselende omstandigheden (keuken, kantine, productieruimtes, kantoren) met eventueel enige hinderlijke factoren. Moet veel lopen en even- tueel tillen. Werkt onder wisselende omstandigheden (keuken, kantine, productieruimtes, kantoren) met eventueel enige hinderlijke factoren. Moet veel lopen en even- tueel tillen. Werkt onder wisselende omstandigheden (keuken, kantine, productieruimtes, kantoren) met eventueel enige hinderlijke factoren. Moet veel lopen en eventueel tillen.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 10 BETREFT: ALGEMENE/FACILITAIRE DIENST

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op uit- eenlopende taken binnen het algemeen onderhoud (voor- zieningen regelen, bewaken, apparatuur plaatsen/inscha- kelen, kleine reparaties verrichten, uitgifte verzorgen e.d.). Er is sprake van veel aandachtspunten en een zeer wisselend patroon van werken. Schakelt regelmatig om, wordt vaak onderbroken. Accuratesse is vereist bij diverse zaken. Er kan sprake zijn van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, gevolgd door enkele cursussen (± 2 jaar). De functie is gericht op algemeen onderhoud van het gebouw en omvat storings- opheffing, reparaties, onder- houd en aanpassingen. Past diverse technieken toe (werktuigkundig, elektrotechnisch) en voert uiteen- lopende bewerkingen uit. Schakelt regelmatig om, wordt vaak onderbroken. Accuratesse is vereist, ook wanneer er sprake is van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-opleiding, aangevuld met cursussen (bijvoorbeeld een aantal VEV-opleidingen). De functie is gericht op coördinatie en sturing van de interne dienstverlening, met aspecten van registratie/administratie, commercie en enige technische aspecten. Ook advisering inzake het te voeren (praktische) beleid. Schakelt regelmatig om, wordt vaak onderbroken. Accuratesse is vereist, ook wanneer er incidenteel sprake is van tijddwang. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaar- dig te zijn aan MBO-niveau, aangevuld met enkele speci- fieke cursussen en trainin- gen.  
Zelfstandigheid Heeft zich bij het indelen van de eigen tijd te houden aan bepaalde frequenties/tijdstippen. Is gebonden aan interne procedures. Soms is de handelwijze voorgeschreven, soms moet die zelf bepaald worden. Inzake de concrete handelwijze bestaat een zekere mate van vrij- heid. Bij problemen is de chef snel bereikbaar. De probleemoplossing vereist ervaring, ook voor het benodigde inzicht in het effect van de acties. De contacten met diverse afdelingen en medewerkers zijn gericht op een vlotte en correcte uitvoering van het werk. Deelt de tijd zelfstandig in binnen wat zich aandient. Stelt op eigen oordeel prioriteiten. Is gebonden aan een aantal interne (veilig- heids)procedures. Voert het werk grotendeels naar eigen inzicht en vindingrijk uit. Stemt bij complexe proble- men en bij werk door derden af met de chef. De voorko- mende praktischtechnische proble- men vereisen brede prakti- sche ervaring. De contacten met diverse afdelingen en medewerkers zijn gericht op een vlotte en correcte uitvoering van het werk. Er kan sprake zijn van (functioneel) gezag over enkele medewerkers. Is veelal vrij om de eigen tijd in te delen, houdt reke- ning met ad hoc zaken. Is voor de aanpak gebonden aan interne richtlijnen en procedures. Kan daarnaast in de praktische uitvoering de eigen benaderingswijze vaststellen. Moet initiërend optreden. Er is sprake van indirect toezicht (overleg). De voorkomende proble- men vereisen inzicht en jarenlange ervaring. De contacten met diverse afdelingen en medewerkers zijn gericht op een goede afstemming van werkzaamheden en een vlotte dienst- verlening. Geeft leiding aan een aantal (1–3) – verspreid werkende medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen stagnatie op andere afdelingen veroorzaken of zelfs tot grote schade lei- den. Ook kan de effectivi- teit van verzorging, bewa- king, beveiliging of veilig- heid in het geding zijn. De kans op tijdig ontdekken en herstellen is vrij groot door zelfcontrole, soms kan er van tijdige ontdekking geen sprake zijn. De contacten met derden (-medewerkers) en met instanties zijn gericht op een correcte afhandeling of inschakeling en vereisen een goede verstandhouding. Fouten in het werk of nala- tigheden in de verantwoordelijkheden leveren mate- riële schade, vertragingen, herstelwerk en schade aan installaties op, naast irrita- tie. Zelfcontrole speelt een grote rol, sommige fouten openbaren zich direct. Contacten met leveranciers (bestellingen) en afstem- ming met externe bedrijven (diensten) zijn gericht op een goede voortgang. Fouten of onachtzaamheden in beheer en uitvoering kunnen leiden tot stagnatie/ productieverlies, interne/ externe irritaties en schade aan de representativiteit van de organisatie. De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust op zelfcon- trole en het meekijken door anderen. De regelmatige contacten met externe dienstverleners en met leveranciers inzake inkoop en uitvoering dienen zakelijk afgehandeld te worden. Discretie inzake bedrijfsgegevens is vereist.  
Fysieke Aspecten Werkt onder wisselende omstandigheden, binnen en eventueel ook buiten. Kan daarbij enige hinderlijke omstandigheden ondervinden (stof, stank, lawaai). Kan moeten tillen. Moet veel lopen en staan. Werkt soms in ongemakkelijke houding en eventueel op ladders. Persoonlijk risico hangt samen met werken met gereedschap, aan op spanning staande apparaten (en eventueel bij geldtrans- port). Werkt onder wisselende omstandigheden, binnen maar ook buiten. Kan daarbij hinderlijke omstan- digheden ondervinden (stof, stank, lawaai, enge ruim- ten). Veel lopen en staan. Werkt deels in gewrongen of gebukte houding, rekt, knielt, werkt boven het hoofd en op ladders. Persoonlijk risico hangt samen met werken op hoogte, met gereedschap, aan op spanning staande machines (en eventueel bij geldtransport). Kantooromstandigheden. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 10 BETREFT: ALGEMENE/FACILITAIRE DIENST

Functiegroepen Functiegroep 9 Functiegroep 10 Functiegroep 11 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op de leiding, organisatie en administratie van de interne dienstverlening, met een aantal technische maar ook commerciële elementen. De functie vertoont regelende, bewakende en optimaliserende aspecten, inclusief advisering inzake het te voeren (praktische) beleid. Schakelt regelmatig om, er zijn veel onderbrekingen en ad hoc zaken. Accuratesse is met name bij de admini- stratieve afhandeling ver- eist. Incidenteel kan flinke tijddwang optreden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, aangevuld met een aantal specifieke cursussen op aspecten van het facilitair management. De functie is gericht op leiding en organisatie van de facilitaire dienst met een grote hoeveelheid onder- werpen; de kern ligt op het regelende, bewakende en optimaliserende vlak en vertoont technische (onder- houd, verbouw), administratieve (budget) en enkele commerciële elementen. Schakelt frequent om, veel onderbrekingen en ad hoc zaken. Accuratesse is met name bij de administratieve afhandeling vereist. Incidenteel kan forse tijd- dwang optreden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, aangevuld met een cursus Facilitair Management. Moet bijblijven inzake ontwikkelingen (veiligheid, milieu). De functie is gericht op de organisatie en de bewaking van het optimaal functio- neren van de Facilitaire Dienst. Vertaalt op flexibele wijze wensen en beleid van directie en staf in concrete maatregelen, voorzieningen of investeringsvoorstellen. Alle onderwerpen en aspec- ten van het beheer van de facilitaire voorzieningen komen regelmatig aan de orde. Heeft per dag meer- dere onderwerpen onder- handen. Hoge accuratesse is vereist bij diverse onder- werpen. Incidenteel is sprake van grote tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO-niveau Faci- litair Management. Moet grondig op de hoogte blijven van ontwikkelingen op zijn vakgebied.  
Zelfstandigheid Is vrij om de eigen tijd in te delen rond de ad hoc zaken. Is voor de aanpak gebonden aan interne richtlijnen en procedures. Moet in de praktische uitvoering de eigen benaderingswijze vaststellen en initiërend optreden. Is daarbij gebon- den aan wettelijke regelin- gen, interne richtlijnen en procedures. Verzorgt be- heerstaken nagenoeg zelf- standig. Er is sprake van indirect toezicht (overleg). De probleemoplossing ver- eist inzicht in de organisatie door enige jaren ervaring. De contacten met medewer- kers op alle niveaus zijn gericht op een goede af- stemming van werkzaamheden en een vlotte dienstver- lening. Geeft leiding aan een aantal (3–-5) – verspreid werkende medewerkers. De voorko- mende problemen vereisen inzicht en jarenlange erva- ring. Deelt de tijd zelfstandig in binnen wat zich ad hoc aandient. Stelt op eigen oordeel prioriteiten, reke- ning houdend met strakke tijdslimieten (projecten). Is gebonden aan wettelijke regelingen, interne richtlij- nen en procedures. Verzorgt beheerstaken zelfstandig. Stelt praktische uitvoering vast. Lost problemen inven- tief op. Optimaliseert, ini- tieert verbeteringen. Toe- zicht in de vorm van infor- meel overleg met de chef. De probleemoplossing ver- eist inzicht in de organisatie door enige jaren ervaring. De contacten met medewer- kers op alle niveaus zijn gericht op een goede af- stemming van werkzaamheden en een vlotte dienstver- lening en advisering. Geeft leiding aan een aantal (3–6) – verspreid werkende medewerkers. Is vrij om de eigen tijd in te delen in dienst van het zelfstandig uitwerken en operationeel maken en hou- den van facilitaire syste- men, voorzieningen en projecten. Adviseert en overlegt inzake ontwikke- lingslijnen. Evalueert conti- nue de wensen van het bedrijf, adequate werking, performance en mogelijkheden. Adviseert bij aanschaf van systemen. Toezicht in de vorm van informeel overleg met de chef. Het probleemniveau kan complex zijn en uitstijgen boven het oplei- dingsniveau en inzicht en grondige ervaring vereisen. De frequente en intensieve contacten met Directie en alle afdelingen zijn gericht op optimalisering van de dienstverlening. Geeft leiding aan 3–8 mede- werkers.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in beheer, onderhoud, ver- zorging, coördinatie, bevei- liging en uitvoering leiden tot stagnatie in processen en mogelijk tot aantasting van de kwaliteit van de facili- taire organisatie. Er kan intern en extern flinke irri- tatie ontstaan. Eventueel kunnen fouten verregaande gevolgen hebben (diefstal, brand, inbraak). De kans op tijdig ontdek- ken is redelijk groot en berust op zelfcontrole en het meekijken door anderen. De regelmatige contacten met externe dienstverleners en met leveranciers inzake inkoop en uitvoering dienen zakelijk afgehandeld te worden. Discretie inzake gegevens over bedrijf en systemen is vereist. Fouten en/of onzorgvuldigheden in beheer, onderhoud, verzorging, coördinatie, beveiliging en uitvoering leiden tot aantasting van de kwaliteit van de facilitaire organisatie en tot forse irri- tatie intern en extern. Even- tueel kunnen fouten verre- gaande gevolgen hebben (diefstal, brand, inbraak). Zelfcontrole speelt een grote rol, sommige fouten open- baren zich direct of worden door anderen gesignaleerd. Contacten met externe dienstverleners/leveranciers inzake inkoop, afspraken en uitvoering, moeten zakelijk verlopen en zijn van groot belang voor de facilitaire organisatie. Discretie is vereist inzake beveiliging en overige pro- ces- of systeeminformatie. Fouten in beheer, bewaking van de optimale dienstverlening, beveiliging, uitvoering en advisering leiden tot forse aantasting van de kwaliteit van de facilitaire organisatie en tot forse aantasting van het imago, intern en extern. Ook kunnen fouten verre- gaande gevolgen hebben (diefstal, brand, inbraak). Zelfcontrole speelt een grote rol, sommige fouten open- baren zich direct of worden door anderen gesignaleerd. Contacten met externe dienstverleners/leveranciers inzake inkoop, afspraken en uitvoering, moeten zakelijk verlopen en zijn van groot belang voor de facilitaire organisatie. Discretie is vereist inzake alle beheers-, beveiligings- en privacy-aspecten.  
Fysieke AspectenKantooromstandigheden. Afwisselend zitten, lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC. Kantooromstandigheden. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC.Kantooromstandigheden. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 11 BETREFT: MAGAZIJN/LOGISTIEK

Functiegroepen Functiegroep 2Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op eenvoudige magazijnwerkzaamheden die zich volgens een vast patroon herhalen. Enige aanpassing aan zich voordoende situaties kan vereist zijn. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leerplicht, gevolgd door een bedrijfsopleiding van enke- le uren, reeds na enkele dagen is men ingewerkt. De functie omvat enkele (verschillende) magazijnwerkzaamheden en ook enkele neventaken die alle overheersend routinematig van aard zijn. Voor bepaal- de aspecten of onderdelen van het werk kan concen- tratie en/of grote oplettend- heid nodig zijn. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan enkele jaren voort- gezet onderwijs, een bedrijfsopleiding van enkele dagen en eventueel een Rijbewijs Heftruck. De functie omvat alle voor- komende magazijnwerk- zaamheden, met inbegrip van ontvangst en afgifte van goederen en materialen. Routine speelt daarbij een belangrijke rol. Het werk is soms sterk afwisselend, maar soms ook urenlange karweien. Bepaalde onder- delen van het werk vereisen concentratie en/of grote oplettendheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO, een Rijbewijs Heftruck en een bedrijfsopleiding van enkele weken. De functie is gericht op het totale gebeuren in het maga- zijn, waarbij een aantal aspecten een rol speelt. Het werk is gedeeltelijk van gevarieerde aard. Routine speelt nog een bescheiden rol. De zich aandienende zaken veroorzaken regelmatig tot voortdurend omschakelen. Met name de registraties vereisen accuratesse. Regelmatig is sprake van enige tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MAVO/VBO, een Rijbe- wijs Heftruck en eventueel een op de functie gerichte cursus (van enkele maanden).
Zelfstandigheid De aanwijzingen en instruc- ties laten nauwelijks ruimte voor eigen interpretatie. Het werk bevat nauwelijks pro- bleemsituaties en de contro- le op het werk is praktisch volledig of zit ingebouwd in de gang van zaken. Contact met de naaste collega’s is gericht op informatie over het werk. Ontvangt deels algemene instructies, deels directe opdrachten. Is gebonden aan duidelijke voorschriften en aan de vermelde gegevens. De aanpak wordt feitelijk bepaald door het aanwezige materieel en/of door omstan- digheden. Alert reageren kan vereist zijn. Het patroon van samenwerken is een vorm van vrij direct toezicht. Naast contact met collega’s is contact met de andere medewerkers bevorderlijk voor een vlotte goederenbeweging. Voor de tijdsindeling en de aanpak gelden globale in- structies die enige vrijheid van handelen toelaten om zelf optimale combinaties of indelingen te maken. Het toezicht krijgt vorm in con- trole achteraf. Het betreft praktische problemen van vrij eenvoudige aard die soms raadplegen van de chef noodzakelijk maken. Een aantal weken samenwerken volstaat om de functie te leren beheersen. Het omgaan met apparatuur of materieel vereist iets langere ervaring. De contacten met leiding en collega’s en met medewerkers van andere afdelin- gen zijn nodig voor een soepele afwerking van de goederenbeweging. Voor het werk gelden tijd- schema’s en markante vaste tijdstippen. Regelt daarbinnen het werk. Er gelden vaste procedures (formulieren e.d.) die de aanpak van het werk grotendeels bepalen. Heeft vrijheid van handelen inzake werkorganisatie en -indeling. Het toezicht krijgt vorm in controle achteraf. De proble- men zijn van eenvoudige aard en in overeenstemming met het opleidingsniveau en enige maanden ervaring. De contacten met de techni- sche leiding, eventueel ook met niet-technische afdelin- gen zijn van belang voor de vervulling van de functies in de goederenbeweging.
Afbreukrisico Eventuele fouten zijn van geringe betekenis, maar beïnvloeden het werk van anderen nadelig.Fouten verstoren als inci- denten de normale voort- gang op andere afdelingen of in verzending e.d. Even- tueel kan schade berokkend worden aan materieel of aan de gezondheid van anderen. Eventueel is er sprake van onregelmatig en oppervlakkig contact met chauffeurs van derden. Fouten als gevolg van on- achtzaamheid of onvoorzichtigheid kunnen problemen in het magazijn veroorzaken. Ook kan de productie of verzending zodanig ver- stoord worden dat de gevolgen tot buiten het bedrijf kunnen doordringen. Eventueel is er sprake van onregelmatig en oppervlakkig contact met chauffeurs van derden.Fouten als gevolg van onacht- zaamheid of onvoorzichtigheid kunnen flinke problemen in het magazijn veroorzaken of tot schade leiden. Ook kan de productie of verzending zoda- nig negatief beïnvloed worden dat de gevolgen tot de relaties kunnen doordringen. Eventueel is er sprake van onregelmatig en oppervlakkig contact met chauffeurs van derden.
Fysieke Aspecten Werkt onder wisselende omstandigheden in maga- zijn of werkplaats, met eventueel enige hinderlijke factoren als lawaai, tempe- ratuur (-wisselingen). Het werk is regelmatig inspan- nend van aard als gevolg van tillen, traplopen, reiken e.d.Werkt onder wisselende omstandigheden in maga- zijn, werkplaats of buiten, met eventueel enige hinder- lijke factoren als lawaai of stank; de te vervoeren zaken kunnen vuil, vettig of stoffig zijn. Het besturen van een heftruck levert hinder op van lawaai of trillingen. Van inspanning is sprake bij tillen, verschuiven, hand- matig verplaatsen of bij frequent traplopen. Kans op kleine verwondingen is aanwezig. Werkt onder wisselende omstandigheden in maga- zijn, werkplaats of buiten, met eventueel enige hinder- lijke factoren als lawaai of stank; de te vervoeren zaken kunnen vuil, vettig of stoffig zijn. Het besturen van een heftruck levert hinder op van lawaai of trillingen. Van inspanning is sprake bij tillen, verschuiven, hand- matig verplaatsen of bij frequent traplopen. Kans op kleine verwondingen is aanwezig. Werkt onder wisselende om- standigheden in magazijn, werkplaats of buiten, met eventueel enige hinderlijke factoren als lawaai of stank; de te vervoeren zaken kunnen vuil, vettig of stoffig zijn. Het besturen van een heftruck levert hinder op van lawaai of trillingen. Van inspanning is sprake bij tillen, verschuiven, handmatig verplaatsen of bij frequent traplopen. Kans op kleine verwondingen is aanwezig.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 11 BETREFT: MAGAZIJN/LOGISTIEK

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het beheren van een magazijn, het verzorgen van ontvangst, intern transport en uitgifte van goederen en het verzen- den van uitgaande goederen. Eventueel is ook directe verkoop toegevoegd. Werkzaamheden, telefoon e.d. dienen zich aan en veroorzaken voortdurend omschakelen. Enige tijd- dwang treedt op. Registraties e.d. vereisen accuratesse. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau, gevolgd door een functiegerichte cursus en enige praktische conver- satiekennis van enkele vreemde talen. De functie is gericht op de coördinatie van de (geauto- matiseerde) magazijnwerk- zaamheden en de optimalisatie van registratie, uitgifte en inkoop van alle materialen, grondstoffen, onderdelen, toeleveringen e.d. De uiteen- lopende werkzaamheden, commerciële elementen en de veelvuldige verstoringen veroorzaken voortdurend omschakelen. Er treedt tijddwang op. Registraties e.d. vereisen accuratesse. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau, gevolgd door functiegerichte cursussen (1 jaar), enige praktische con- versatiekennis van enkele vreemde talen en uitvoerige technische oriëntatie. De functie is gericht op coördinatie, organisatie en uitvoering van bedrijfseigen transport, opslag en/of fysieke distributie met leidinggevende en bedrijfs- economische aspecten. Schakelt regelmatig om, wordt vaak onderbroken. Bepaalde aspecten vereisen extra accuratesse. Regelmatig is sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door enkele voor de functie relevante cursussen.  
Zelfstandigheid Is vrij om de werkzaamheden zelf in te delen en te regelen aan de hand van (gegevens over) de concrete goederenstroom. Het groot- ste deel van het werk is bepaald door formulieren, vaste procedures, bestel- instructies en voorschriften voor opslag, verzorging e.d. Bepaalt zelf een aantal aspecten als wijze van verzending, praktische magazijninrichting e.d. Problemen kunnen iets ingewikkeld zijn, uitstijgen boven het opleidingsniveau en ruime ervaring in het bedrijfseigene vereisen. De contacten met leiding en medewerkers van Pro- ductie en met de niet-tech- nische afdelingen betreffen uiteenlopende zaken van de doorstroming. Geeft leiding aan 1–2 medewerkers, gedeeltelijk (geografisch) verspreid werkend. Is vrij om de werkzaamheden zelf in te delen en te regelen aan de hand van algemeen gestelde priori- teiten en vast voorgeschreven tijdstippen. Werkt volgens vaste procedures (bestellingen e.d.), maar moet regelmatig improviseren en organiseren rond de concrete goederenstroom. Direct toezicht ontbreekt. Mede daardoor kunnen problemen uitstijgen boven het opleidingsniveau en zeer ruime ervaring in het bedrijfseigene vereisen. De regelmatige tot voortdu- rende contacten met func- tionarissen van andere technische en niet-techni- sche afdelingen betreffen alle aspecten van de door- stroming. Geeft leiding aan 1–3 medewerkers. Gedeeltelijk (geografisch) verspreid werkend. Is veelal vrij om eigen tijd in te delen, rond dwingende zaken. Is voor de aanpak gebonden aan richtlijnen en procedures. Kan daarnaast in de praktische uitvoering de eigen benaderingswijze vaststellen. Terugkoppeling naar de chef kan snel plaatsvinden. Er is sprake van indirect toezicht (over- leg). De voorkomende problemen vereisen inzicht in de organisatie en enige ervaring. De contacten met diverse afdelingen en medewerkers op alle niveaus zijn gericht op een goede afstemming van werkzaamheden ten- einde de logistieke proces- sen vlot en efficiënt te laten verlopen. Geeft leiding aan 3–6 medewerkers. Gedeeltelijk (geografisch) verspreid werkend.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden verstoren de gang van za- ken in Magazijn en Produc- tie in ernstige mate, versto- ren de verstrekking van juiste gegevens, beïnvloeden eventueel de verhouding met leveranciers of afnemers en kunnen leiden tot verlies aan goodwill. Ook eventuele claims zijn denkbaar. De kans op tijdig ontdekken berust op zelfcontrole. De contacten met de bij het vervoer betrokkenen moe- ten gericht zijn op efficiënte afhandeling en het opbou- wen/continueren van een goede relatie. Bij directe verkoop zijn de contacten met afnemers gericht op commercieel verantwoorde afhandeling. Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang in het Magazijn en veroorzaken duidelijke productiestagnatie elders. Er kunnen moeilijk- heden ontstaan door fouten in de gegevensverstrekking, waardoor ook de relatie met derden negatief beïnvloed kan worden. De regelmatige contacten met klanten zijn gericht op een goede dienstverlening, die van belang is voor het imago van het bedrijf. Eventueel moet weerstand geboden worden tegen pogingen tot verleiding in verband met inkoop. Fouten of onachtzaamheden in coördinatie, organisatie, afspraken, planning en calculatie kunnen leiden tot stagnatie in logistieke pro- gramma’s of processen op de eigen afdeling en even- tueel ook daarbuiten, interne en externe irritaties en/of financiële schade. De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust op zelfcontrole en alertheid van anderen. De regelmatige contacten met derden zijn gericht op vlotte voortgang van logi- stieke processen e.d. Enige discretie inzake bedrijfsgegevens is vereist.  
Fysieke Aspecten Zijn òfwel gelijk aan niveau 5 òfwel gelijk aan niveau 7. Werkt in diverse ruimtes met wisselende omstandigheden als temperatuur e.d. Er is sprake van regelmatig tillen e.d. Kans op kleine verwondingen. Grotendeels kantooromstan- digheden. Komt incidenteel op logistieke locaties. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 11 BETREFT: MAGAZIJN/LOGISTIEK

Functiegroepen Functiegroep 9 Functiegroep 10 Functiegroep 11 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op de leiding, organisatie en administratie van transport, opslag en/of fysieke distri- butie met commerciële as- pecten. De functie vertoont regelende, bewakende en optimaliserende aspecten, inclusief advisering inzake het te voeren (praktische) beleid. Schakelt regelmatig om, er zijn veel onderbrekingen. Bepaalde aspecten vereisen extra accuratesse. Incidenteel kan tijddwang optreden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, aangevuld met een aantal specifieke cursussen gericht op specifieke managementaspecten van transport, logi- stiek en/of fysieke distribu- tie. De functie is gericht op een groot aantal aspecten en onderwerpen van leiding en organisatie van transport, opslag en/of fysieke distri- butie. De kern van de func- tie ligt op het regelende, bewakende, optimaliserende en adviserende vlak. De functie omvat technische, administratieve en ook en- kele commerciéle elemen- ten. Schakelt vrijwel voort- durend om. Bepaalde aspecten vereisen extra accuratesse. Incidenteel kan tijddwang optreden. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-ni- veau, aangevuld met een cursus Management inzake transport, opslag en/of fysieke distributie. De functie is gericht op de organisatie en de bewaking van het optimaal functio- neren van de Afdeling/Dienst belast met de trans- port, opslag en/of fysieke distributie. Vertaalt op flexibele wijze wensen en beleid van directie en staf in concrete maatregelen, voorzieningen of investe- ringsvoorstellen. Alle onderwerpen en aspecten van het beheer van de Afdeling/Dienst komen regelmatig aan de orde. Heeft per dag meerdere onderwerpen onderhanden. Moet hierbij vrijwel voort- durend omschakelen. Diver- se aspecten vereisen extra accuratesse. Incidenteel kan tijddwang optreden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO-niveau Logi- stiek Management. Moet op de hoogte blijven van ont- wikkelingen op zijn vakge- bied.  
Zelfstandigheid Is grotendeels vrij om de eigen tijd in te delen, rond incidenteel optredende dwingende zaken. Is voor de aanpak gebonden aan richtlijnen en procedures. Kan daarnaast in de uitvoe- ring de eigen benaderingswijze vaststellen. Moet initiërend optreden. Veelal is er sprake van indirect toezicht (overleg). De probleemoplossing vereist inzicht in de organisatie door enkele jaren ervaring. De contacten met diverse afdelingen en medewerkers op alle niveaus zijn gericht op een goede afstemming van werkzaamheden ten- einde logistieke processen vlot en efficiënt te laten verlopen. Geeft leiding aan ongeveer 8 medewerkers, gedeeltelijk (geografisch) verspreid werkend. Is binnen enkele markante gegevenheden vrij om de eigen tijd in te delen en naar eigen oordeel prioriteiten te stellen rond de incidenteel optredende dwingende zaken. Stelt praktische uitvoering vast maar is daarbij gebonden aan richt- lijnen en procedures. Lost problemen inventief op. Optimaliseert en initieert verbeteringen. Toezicht vindt plaats in de vorm van infor- meel overleg met de chef. De probleemoplossing ver- eist inzicht in de organisatie door enkele jaren ervaring. De contacten met leiding en medewerkers op alle niveaus in diverse afdelingen zijn noodzakelijk voor een goede afstemming van werkzaamheden en een vlot en effi- ciënt verloop van de logi- stieke processen. Geeft leiding aan ongeveer 10 medewerkers, gedeelte- lijk (geografisch) verspreid werkend. Is binnen enkele markante gegevenheden vrij om de eigen tijd in te delen in dienst van het zelfstandig uitwerken en operationeel maken en houden van logi- stieke systemen en voorzie- ningen. Houdt hierbij reke- ning met dwingende zaken. Evalueert continu de wen- sen van het bedrijf, adequate werking, performance en mogelijkheden. Gaat innova- tief om met het logistieke proces. Toezicht in de vorm van informeel overleg met de chef. Het probleemniveau kan complex zijn en vereist grondige ervaring. De fre- quente en intensieve contac- ten met Directie en alle afdelingen zijn gericht op optimalisering van de het logistieke proces. Geeft leiding aan ongeveer 12 medewerkers, gedeelte- lijk (geografisch) verspreid werkend.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in coördinatie, organisatie, afspraken, planning en cal- culatie veroorzaken duide- lijke stagnatie in logistieke programma’s of processen op eigen afdeling en even- tueel ook daarbuiten, inter- ne en externe irritaties en/of financiële schade. De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust op zelfcontrole en alertheid van anderen. De regelmatige contacten met afnemers of leveranciers over soms ingewikkelder en/of belangrijke logistieke transacties bestendigen de relatie en een vlotte voort- gang van logistieke proces- sen e.d. Hierbij is af en toe sprake van een onderhan- delingspositie. Discretie inzake bedrijfsgegevens is vereist. Fouten of onachtzaamheden in coördinatie, organisatie, afspraken, planning en cal- culatie veroorzaken ernstige stagnatie en/of verstoren op ernstige wijze logistieke programma’s of processen op eigen afdeling en even- tueel ook daarbuiten, inter- ne en externe irritaties en/of financiële schade danwel gedeeltelijke omzetverlies. De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust op zelfcontrole en alertheid van anderen. De regelmatige contacten met afnemers of leveranciers over belangrijke en meestal ingewikkelde logistieke transacties zijn gericht op bestendigen van de relatie en een adequate overdracht van informatie, teneinde tijdig en op juiste wijze beslissingen te kunnen nemen ter reali- satie van doelstellingen. Bij deze contacten is sprake van een onderhandelingspositie. Discretie inzake tamelijk belangrijke bedrijfsgegevens is vereist. Fouten of onachtzaamheden in coördinatie, organisatie, afspraken, planning en calculatie verstoren op ern- stige wijze logistieke pro- gramma’s of processen en hebben betrekking op de eigen afdeling dan wel belangrijke commerciële relaties wat irritatie als gevolg heeft. Hierdoor is belangrijk omzetverlies mogelijk. De kans op tijdig ontdekken is redelijk groot en berust voornamelijk op zelfcontrole. De regelmatige contacten met soms belangrijke afne- mers of leveranciers over meestal ingewikkelder logistieke transacties en/of belangrijke logistieke trans- acties zijn gericht op het behalen van de logistieke afdelingsdoelstellingen en het verkrijgen en verstrek- ken van zeer belangrijke informatie teneinde tijdig en op juiste wijze beslissingen te kunnen nemen. Hierbij is sprake van een adviserende en onderhandelende positie. Discretie inzake zeer be- langrijke bedrijfsgegevens is vereist.  
Fysieke Aspecten Grotendeels kantooromstan- digheden. Komt incidenteel op logistieke locaties. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC. Grotendeels kantooromstan- digheden. Komt incidenteel op logistieke locaties. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC. Grotendeels kantooromstan- digheden. Komt incidenteel op logistieke locaties. Veel zitten, soms lopen en staan. Werkt dagelijks enkele uren aan de PC. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 12 BETREFT: LEIDING WERKPLAATS

Functiegroepen Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op de coördinatie van de prakti- sche, technische en door- stromingsaspecten in de werkplaats. De aspecten zijn gevarieerd, maar aan elkaar verwant. Oplettendheid voor het gehele proces is vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door een aantal vakgerichte cursussen. De functie is gericht op leiding geven en omvat naast een aantal coördinerende elementen enkele duidelijk uiteenlopende technische aspecten. Een en ander moet in samenhangen worden overzien. De om- schakeling in opdrachten, objecten en technieken vereist kennis van normen e.d. Extra oplettendheid voor het gehele proces is vereist. De kennis dient naar in-houd en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3).De functie is gericht op het leiding geven aan en het coördineren van werkzaamheden in een werkplaats waarin uiteenlopende be- werkingen plaatsvinden die een goede kennis van en vaardigheid in de diverse technieken vereisen. De toepassing van hoge kwali- teitsnormen in wisselende situaties vereist voortdurende aandacht. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, naast oriëntatie op bedrijfs- economisch gebied. De functie is gericht op het leiding geven aan en het coördineren van een breed scala aan werkzaamheden in een werkplaats waarin uiteen- lopende bewerkingen plaats- vinden die een grondige kennis van en vaardigheid in de diverse technieken verei- sen. De controle op de toe- passing van hoge kwaliteits- normen in wisselende situa- ties vereist voortdurende aan- dacht en omschakelen tussen de verschillende aspecten. Vaak is sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, naast oriëntatie op bedrijfseconomisch gebied.
Zelfstandigheid Programma en richtlijnen voor de volgorde staan vast. Bepaalt telkens zelf de aandachtsaspecten. Vormge- ving en aanpak zijn veelal voorgeschreven. Heeft een zekere mate van vrijheid in handelwijze. Legt ongewo- ne problemen voor aan de leiding. Lost overige pro- blemen die in overeenstemming zijn met het oplei- dingsniveau zelf op. Gering direct toezicht. Praktische contacten met omringende afdelingen zijn gericht op doorstroming. Geeft leiding aan 3–8 mede- werkers. Planning is maatgevend, kan programma eventueel bijstel- len. Er is sprake van een vrij eenduidige vormgeving en aanpak die, zoals ook de probleemoplossing, in over- eenstemming zijn met het opleidingsniveau. De leiding is niet steeds te bereiken. Praktische contacten met omringende afdelingen zijn gericht op kwantiteit, kwa- liteit en voortgang. Geeft leiding aan 6–9 mede- werkers. Planning is maatgevend, deelt zelf de eigen tijd in. Voor vormgeving en aanpak bestaat een forse mate van vrijheid voor eigen visie. Het daarbij optredende pro- bleemniveau is in overeen- stemming met het oplei- dingsniveau. De leiding is in beperkte mate aanwezig/ bereikbaar. De contacten met omrin- gende afdelingen en staf- afdelingen zijn soms van praktische aard, maar om- vatten ook overlegsituaties. Geeft leiding aan 8–15 mede- werkers.Is betrokken bij het, samen met de leiding, bepalen van de werkplanning. Stelt zelf prio- riteiten in de uitvoering. Bepaalt zelf de detailuitvoe- ring. De leiding is te raad- plegen maar houdt normaal alleen het eindresultaat in de gaten. Het probleemniveau is in overeenstemming met opleiding en ervaring. De contacten met omringende afdelingen en stafafdelingen zijn van wezenlijk belang voor het goed functioneren van de afdeling. Geeft leiding aan 12–20 mede- werkers.
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden (bijvoorbeeld in controle) leiden tot productieverlies of tot incomplete informatie (voor planning, kostenover- zicht e.d.). Negatieve in- vloed op de relatie met klanten kan nauwelijks voorkomen. Fouten of onachtzaamheden (bijvoorbeeld in instructie en controle) leiden tot produc- tiefouten of tot andere scha- de, tot incomplete informa- tie. Soms is er geen tijd meer voor herstel van de fout en moet overleg worden gepleegd met de klant. Verstoring van de relatie met anderen kan de voortgang van de productie negatief beïnvloeden. Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang op de afdeling of leiden tot overmaken. Ook andere kosten kunnen het gevolg zijn, mede in het licht van eventuele reactie van klan- ten. Verstoringen in de contac- ten met derden kunnen de belangen van het bedrijf negatief beïnvloeden. Fouten of onachtzaamheden kunnen problemen in de uit- voering, verkeerde uitvoering, kwalitatief minder werk of foutief werk opleveren. Daarbij zijn schades tot enkele duizenden guldens mogelijk. In de contacten met derden kan het niet goed dienen van de klanten/opdrachtgevers direct en op termijn schade opleveren.
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden die soms bezwarend kunnen zijn (lawaai, stof, tocht, tempe- ratuur e.d.). Verricht staand en lopend werk, enig tillen of bukken komt voor. Er is enige kans op lichamelijk letsel. Werkt onder werkplaatsomstandigheden die soms bezwarend kunnen zijn (lawaai, stof, tocht, tempe- ratuur e.d.). Verricht staand en lopend werk, enig tillen of bukken komt voor. Er is enige kans op lichamelijk letsel.Werkt onder werkplaatsomstandigheden die soms bezwarend kunnen zijn (lawaai, stof, tocht, tempe- ratuur e.d.). Verricht staand en lopend werk, enig tillen of bukken komt voor. Er is enige kans op lichamelijk letsel. Werkt onder werkplaatsomstandigheden die soms bezwarend kunnen zijn (lawaai, stof, tocht, tempe- ratuur e.d.). Verricht staand en lopend werk, enig tillen of bukken komt voor. Er is enige kans op lichamelijk letsel.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 12 BETREFT: LEIDING WERKPLAATS

Functiegroepen Functiegroep 9 Functiegroep 10 Functiegroep 11 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het organiseren, coördineren en controleren van alle voor- komende werkzaamheden in een werkplaats. Eventueel spelen ook commerciële elementen een rol (prijsaf- spraken e.d.). De aandacht dient constant gericht te zijn op het gehele proces. Schakelt voortdurend om tussen de diverse aspecten. Vaak is sprake van tijd- dwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, naast oriëntatie op bedrijfs- economisch gebied. De functie is gericht op het organiseren, coördineren en controleren van alle werk- zaamheden in een werk- plaats. Ook duidelijk com- merciële (prijsafspraken e.d.) en beheerstechnische aspec- ten zijn aanwezig (in ver- band met kostencontrole, efficiencybewaking e.d.). De aandacht dient constant gericht te zijn op het gehele proces. Schakelt voortdurend om tussen de diverse aspec- ten. Vaak is sprake van tijd- dwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma aangevuld met bedrijfsgerichte cursussen. De functie is gericht op het organiseren, coördineren en controleren van alle werk- zaamheden in een werk- plaats. Er vindt confrontatie plaats met alle bedrijfseconomische aspecten. Is betrokken bij het formule- ren van het productiebeleid. De aandacht wordt continue gebonden door planning en proces en bij administratie. Schakelt voortdurend om tussen de diverse aspecten. Werkt vaak onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma en een specialistische oplei- ding, gevolgd door diverse bedrijfsgerichte cursussen plus een op management gerichte opleiding (of een opleiding op HBO-niveau).  
Zelfstandigheid Werkt de opdrachten zelf- standig af binnen de plan- ning, stelt deze zo nodig bij. Bepaalt de werkvolgorde en bestuurt zelfstandig de gehele werkplaats binnen de gestelde eisen. De tech- nische uitvoering is meestal eenduidig van aard. Eindresultaat en nacalculatie vormen criteria voor het welslagen. De leiding is te raadplegen, eventueel via werkbesprekingen. De contacten met directie, staf- en omringende afdelin- gen zijn van wezenlijk belang voor het goed func- tioneren van de afdeling. Geeft leiding aan 15–25 medewerkers. Werkt met een grote mate van zelfstandigheid binnen de globale planning en gegeven richtlijnen. Bepaalt bewerkingen en werkvol- gorde zelf. Bestuurt zelf- standig de gehele werk- plaats. Eindresultaat en nacalculatie vormen criteria voor het welslagen. Overleg is gereguleerd, eventueel via werkbesprekingen. De contacten met directie, staf- en omringende afde- lingen zijn van wezenlijk belang voor het goed func- tioneren van de afdeling. Geeft leiding aan 15–25 medewerkers. Stelt zelf, geholpen door de stafafdelingen e.d., planning en prioriteiten op. Lost zelf de soms complexe proble- men van vaktechnische, organisatorische, financiële en personele aard op. Neemt in deze alle vereiste maatregelen en initiatieven. Legt en onderhoudt (al of niet gereguleerd) contact met vrijwel iedereen in het bedrijf teneinde de produc- tie kwantitatief en kwali- tatief ongestoord te laten verlopen. Geeft leiding aan 20–30 medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen problemen veroor- zaken met betrekking tot langere termijn afspraken, leiden tot foutieve beslis- singen of tot forse schade- claims e.d. Verstoring van de contacten met derden kan het imago van het bedrijf blijvend schaden of een vlot verloop van het werk ernstig aan- tasten. Opgelegde geheimhouding is mogelijk ten aanzien van een aantal aspecten. Door fouten of onachtzaamheden in beslissingen of controle kunnen de belangen van het bedrijf ernstig geschaad worden (stilstand, leegloop e.d.). In de contacten met derden kunnen belangrijke finan- ciële aspecten foutief behandeld worden of het imago van het bedrijf blijvend geschaad worden. Opgelegde geheimhouding is mogelijk ten aanzien van een aantal aspecten.Fouten in planning of cal- cu-laties leiden tot forse schade. Fouten of nalatig- heden in afspraken of onder- handelingen eveneens. Onvoldoende of falende coördinatie of bewaking van de productie en de doorstro- ming kunnen verstoringen veroorzaken in de relaties met (ook „vaste’’) opdracht- gevers. In de contacten met derden brengen verstoringen het ongehaperd lopen van de productie in gevaar. Opgelegde geheimhouding is mogelijk ten aanzien van een veelheid aan aspecten.  
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden met moge- lijk enige hinder van lawaai e.d. Loopt en staat voor het grootste gedeelte van de dag. Neemt eventueel deel aan het werk en ervaart dan de bezwarende aspecten daarvan. Loopt enige kans op lichamelijk letsel. Verricht het werk groten- deels op kantoor maar komt ook in de productie-afdelin- gen, waar enige hinder van lawaai e.d. wordt ondervon- den en enige kans bestaat op lichamelijk letsel. Is zowel binnen als buiten het bedrijf erg ambulant/mobiel. Verricht het werk groten- deels op kantoor maar komt ook in de productie-afdelin- gen, waar enige hinder van lawaai e.d. wordt ondervon- den en enige kans bestaat op lichamelijk letsel. Is zowel binnen als buiten het bedrijf erg ambulant/mobiel. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 13 BETREFT: LEIDING OP LOCATIE

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op de praktische aspecten van het installeren en monteren op (buiten) projecten, met inbegrip van meewerken en deelnemen aan werkverga- deringen. Moet eventueel staten bijhouden. Wordt veelvuldig gestoord en dient de aandacht telkens snel te verleggen naar uiteenlopende aspecten van het werk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door een aantal vakgerichte cursussen (1–2 jaar). De functie is gericht op alle aspecten van het feitelijk installeren en monteren op (buiten) projecten. Dient onophoudelijk de aandacht snel te verleggen naar uit- eenlopende aspecten van het werk. Er wordt een beroep gedaan op de kennis van de uitvoering en de coördinatie. Wordt regelmatig geraad- pleegd door de hogere lei- ding (en soms van het werk gehaald). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door enkele vakgerichte cursussen (2 jaar). De functie is gericht op het coördineren van alle aspec- ten van de aanleg of mon- tage van installaties e.d. op (buiten) projecten. Wordt geconfronteerd met een veelheid van technische aspecten, naast veiligheid, kwaliteit, maatvoering, kosten e.d. Er wordt een beroep gedaan op een commerciële instelling. Fungeert als vraagbaak en moet regelmatig afstemmen met anderen. Soms is tijd- dwang aanwezig. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, aangevuld met minimaal 2 jaar vakgerichte cursussen. De functie is gericht op het coördineren van de praktische aanleg of montage van instal- laties e.d. op (buiten) projec- ten. Wordt geconfronteerd met veel technische aspecten, naast kwaliteit en veiligheid. Er wordt een flink beroep gedaan op een commerciële instelling. Fungeert als vraagbaak en moet regelmatig het totale verloop en alle aspecten van het project afstemmen met anderen. Soms is verhoogde tijddwang aanwezig. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, aange- vuld met vakgerichte cursus- sen (2–3 jaar).
Zelfstandigheid Planning is gegeven. Doel en middelen zijn aangege- ven. Bepaalt regelmatig zelf de eigen aanpak ten aanzien van praktische aangelegenheden. De leiding is groten- deels afwezig, maar wel bereikbaar. Ook praktische contacten met toeleverende afdelingen zijn nodig en gericht op doorstroming. Geeft, afhankelijk van het project, (functioneel) leiding aan een ploeg van 1–5 medewerkers. Planning is gegeven. Doel en middelen zijn aangege- ven. Plant voor het overige zelf in en bepaalt de eigen aanpak. De leiding is in principe zelden op het pro- ject, maar is bereikbaar voor zaken die de voortgang betreffen. Ook contacten met toele- verende afdelingen zijn nodig en gericht op de doorstroming. Geeft, afhankelijk van het project, (functioneel) leiding aan een ploeg van 2–8 medewerkers. Bepaalt binnen het kader van de opdracht zelf de wijze en volgorde van uit- voeren. Beslist over alle details in de uitvoering vol- gens wensen van de klant. Soms is sprake van moeilij- ke problemen als ingrijpen in de werksituatie vereist is. De leiding houdt zich op de hoogte en komt op verzoek langs. Onderhoudt uiteenlopende contacten binnen het bedrijf (tekeningen, aanvoer, plan- ning). Geeft, afhankelijk van het project, leiding aan 10–25 verspreid werkende mede- werkers.Bepaalt binnen het kader van de opdracht zelf de wijze en volgorde van uitvoeren, mede volgens de wensen van de klant (of hoofdaannemer). Daarbij doen zich regelmatig moeilijke problemen voor als directe beslissingen vereist zijn. Voor ingrijpende zaken is de leiding bereikbaar. Onderhoudt uiteenlopende contacten binnen het bedrijf, ook met sectorhoofden. Geeft, afhankelijk van pro- ject(en), leiding aan 15–30 verspreid werkende mede- werkers.
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden (bijvoorbeeld in controle op kwaliteit en voortgang) en toezicht op de condities (veiligheid e.d.) kunnen in principe leiden tot vrij om- vangrijke schades. Haperingen in een soepele communicatie en verstand- houding met andere bij het project betrokkenen en/of met keurende instanties verstoren de voortgang. Fouten of onachtzaamheden (bijvoorbeeld in controle op kwaliteit en voortgang) en toezicht op de condities (veiligheid e.d.) kunnen in principe leiden tot forse schades. Haperingen in communicatie en verstandhouding met hoofdaannemer/opdrachtge- ver en met keurende instan- ties verstoren de voortgang. Fouten in of tekortschieten van toezicht en controle op kwaliteit, voortgang en veiligheid leiden tot duide- lijke stagnatie en beïnvloe- den ook de relatie met op- drachtgevers, hoofdaanne- mers of anderen. Haperingen in communicatie en verstandhouding versto- ren de voortgang van de stroom van goederen en informatie hetgeen een forse invloed kan hebben.Fouten in of tekortschieten in toezicht en controle veroorza- ken duidelijke stagnatie en beïnvloeden ook de relatie met opdrachtgevers, hoofdaanne- mers of anderen. Haperingen in communicatie en verstandhouding verstoren normale doorstroming van goederen en informatie. Ook ingewikkelder zaken kunnen in geding komen, waarbij in een „afhankelijke’’ positie toch medewerking moet worden verkregen.
Fysieke Aspecten Werkt binnen en buiten, afhankelijk van het weer. Werkt in verschillende houdingen (ook liggend, geknield of gebukt) en boven schouderhoogte. Tilt soms zware voorwerpen. Er is kans op verwondingen aan de handen, kans op vallende voorwerpen en kans op vallen (op hoogte werken). Het dragen van oog-, oor-, en mondbescherming kan regelmatig nodig zijn. Eventueel wordt gewerkt bij of met chemische stoffen. Werkt binnen en buiten, afhankelijk van het weer. Werkt in verschillende houdingen (ook liggend, geknield of gebukt) en boven schouderhoogte. Tilt soms zware voorwerpen. Er is kans op verwondingen aan de handen, kans op vallende voorwerpen en kans op vallen (op hoogte werken). Het dragen van oog-, oor-, en mondbescherming kan regelmatig nodig zijn. Eventueel wordt gewerkt bij of met chemische stoffen. Idem als bij 7, maar de onaangename, inspannende en gevaarlijke aspecten gelden minder langdurig in verband met de coördinerende bezigheden. Werkt incidenteel tot vrij regelmatig onder minder aangename tot hinderlijke omstandigheden als klimaat, lawaai, stank e.d. Ongemakkelijke houding en/of tillen en/of traplopen komt af en toe tot regelmatig voor. Loopt een lichte kans op blessures.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 13 BETREFT: LEIDING OP LOCATIE

Functiegroepen Functiegroep 10 Functiegroep 11  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op de totale begeleiding van de uitvoering van aanleg of montage van installaties, waarbij aspecten aan de orde zijn van planning, werkorga- nisatie, controle, uitvoering, veiligheid en kwaliteit. Ook vindt confrontatie plaats met enige commerciële aspecten (meerwerk e.d.) en bedrijfs- economische zaken (kosten- controle). Bezoekt, afhanke- lijk van de situatie, elke dag de (1–3) projecten. Rappor- teert mondeling en schrifte- lijk over de projecten. Werkt soms onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, gevolgd door een 4-tal jaren vakgerichte cursussen volgen. De functie is gericht op de totale begeleiding van de uitvoering van aanleg of montage van installaties, waarbij aspecten aan de orde zijn van planning, werkorga- nisatie, controle, uitvoering, veiligheid en kwaliteit. Ook commerciële aspecten spelen een rol (acquisitie, meerwerk e.d.) en bedrijfseconomische aspecten (kostencontrole). Bezoekt, afhankelijk van de situatie, elke dag de (1–5) projecten. Rapporteert mon- deling en schriftelijk over de projecten. Werkt vaak onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een HBO-diploma, gevolgd door op vaktechnie- ken toegespitste cursussen (1–2 jaar).   
Zelfstandigheid Deelt het werk in aan de hand van ontvangen op- dracht en globale planning. Bepaalt aspecten van de uitvoering, zo nodig in over- leg met de leiding/directie en specialisten in het bedrijf. Begeleidt, controleert en corrigeert de uitvoering. Overlegt met de leiding over de voortgang en de optre- dende problemen die uitstij- gen boven zijn competentie. Het komt regelmatig voor dat problemen moeten wor- den opgelost waarvoor een langdurige ervaring vereist is. De contacten met directie, staf- en omringende afdelin- gen bevatten overlegsituaties en zijn van wezenlijk belang voor een effectieve afwikke- ling van de projecten. Geeft, afhankelijk van de situatie, leiding aan 25–40 medewerkers. Deelt het werk in aan de hand van ontvangen op- dracht en globale planning. Bereidt het project voor en bepaalt alle aspecten van de uitvoering. Begeleidt, con- troleert en corrigeert de uit- voering. Rapporteert over de voortgang en de ervaren en/of te verwachten proble- men. Moet nu en dan terug- vallen op specialisten in het bedrijf. De probleemoplos- sing vergt een langdurige ervaring. De contacten met directie en specialisten bevatten over- legsituaties en zijn van wezenlijk belang voor een effectieve afwikkeling van de projecten. Geeft, afhankelijk van de situatie, leiding aan 30–60 medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten in projectorganisa- tie, afspraken en beslissin- gen, materiaalkeuze e.d., alsmede tekortschietende controle kunnen schades tot enkele duizenden guldens veroorzaken. Verstoring van de contacten met opdrachtgevers, hoofd- aannemers, controlerende instanties e.d. hebben in- vloed op de normale afwik- keling of op het soepel lopen van de goederen- en informatiestroom. Opgelegde geheimhouding is mogelijk ten aanzien van een aantal aspecten. Fouten in projectorganisa- tie, afspraken en beslissin- gen, alsmede tekortschie- tende controle kunnen aan- zienlijke schade veroorzaken (geen nieuwe opdrachten e.d.). Verstoring van de contacten met opdrachtgevers, archi- tecten, hoofdaannemers, uitvoerders en overheidsinstanties e.d. hebben een directe invloed op de nor- male afwikkeling en op het imago van het bedrijf. Opgelegde geheimhouding is mogelijk ten aanzien van een aantal aspecten.   
Fysieke AspectenWerkt onder wisselende omstandigheden, waarbij nu en dan onaangename facto- ren optreden die inherent zijn aan de functie (stof, vuil, vet, klimaat, lawaai, stank e.d.). Ongemakkelijke lichaamshouding en/of enig tillen en/of traplopen komen af en toe tot regelmatig voor. Lichte kans op blessures. Werkt onder wisselende omstandigheden, waarbij nu en dan onaangename facto- ren optreden die inherent zijn aan de functie (stof, vuil, vet, klimaat, lawaai, stank e.d.). Ongemakkelijke lichaamshouding en/of enig tillen en/of traplopen komen af en toe voor. Lichte kans op blessures.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 14A BETREFT: BESTUREN RIJDEND MATERIEEL

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op autorijden met een klein aantal componenten die elkaar afwisselen (koeriers- diensten, boodschappen be- zorgen of afhalen, wagens halen en brengen e.d.). Accuratesse vereist bij deelname aan het verkeer. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaar- dig te zijn aan een vervulde leerplicht en een relevant rijbewijs. De functie is gericht op autorijden met een aantal componenten die elkaar afwisselen (laden, rijden, bezorgen/lossen, onder- houd). Afwisseling in lengte van de ritten. Accuratesse vereist bij deelname aan het verkeer. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau en een relevant rijbewijs. De functie is gericht op autorijden met een aantal uiteenlopende componenten (laden, rijden, lossen, even- tueel takelen of hijsen, onderhoud, papieren afwik- kelen). Afwisseling in leng- te van de ritten en gecom- pliceerdheid van omringen- de situaties. Accuratesse vereist bij deelname aan het verkeer. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau en een relevant rijbewijs (BCDE). De functie is gericht op auto- rijden en omvat verschillende werkzaamheden maar de na- druk ligt op berging van alle soorten voertuigen in uiteen- lopende situaties (exclusief tunnelsituaties). Er is altijd spoed vereist. Voert, als er geen berging is, diverse garagewerkzaamheden uit. Accuratesse vereist bij deel- name aan het verkeer en extra bij ongevalsituaties. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, een rijbewijs BCDE en een oplei- ding brandbestrijding.
Zelfstandigheid Werkt aan de hand van dui- delijke instructies en vraagt raad bij afwijkingen. Bij de verkeersdeelname is initia- tief en vindingrijkheid ver- eist. Gedurende de (veelal korte) ritten ontbreekt toe- zicht. Eenvoudige proble- men van praktische aard. De contacten binnen het bedrijf zijn gericht op de taken van de functionaris. Werkt aan de hand van dui- delijke instructies voor vol- gorde e.d., overlegt bij af- wijkingen. Bij de verkeers- deelname is initiatief en vindingrijkheid vereist. Onderweg ontbreekt toe- zicht. Eenvoudige proble- men van praktische aard. Brengt mondeling of schrif- telijk sluitend verslag uit. De contacten binnen het bedrijf zijn gericht op de taken van de functionaris en een vlotte voortgang. Werkt op basis van tijd- schema’s. Is in zekere mate vrij in de aanpak. Bij ver- keersdeelname en docu- mentafhandeling is vinding- rijkheid en initiatief vereist. Onderweg ontbreekt toe- zicht. Voorkomende proble- men kunnen na enige erva- ring (enkele maanden) op- gelost worden. Verstrekt sluitende verslaglegging. De contacten binnen het bedrijf zijn nodig voor een soepele afwikkeling.Bergingswerk dient zich onverwacht aan en vereist ogenblikkelijk reactie. Er gelden duidelijke richtlijnen, maar er dient ingespeeld te worden op situaties. Toezicht ontbreekt maar bij minder eenvoudige situaties is con- tact met de meldkamer mogelijk en gewenst. Soepel contact en goede verstandhouding zijn strikt vereist.
Afbreukrisico Fouten en onachtzaamheden kunnen tot ongenoegen leiden. Veroorzaken van schade of letsel aan derden tijdens het rijden moet vermeden worden. Fouten en onachtzaamheden kunnen tot ongenoegen en eventueel tot claims leiden. Veroorzaken van schade of letsel aan derden tijdens het rijden moet vermeden worden. Contacten met derden moeten correct verlopen. Fouten en onachtzaamheden kunnen leiden tot onge- noegen van de klant, ver- storing van de relatie en eventueel tot claims. Ver- oorzaken van schade of letsel aan derden tijdens het rijden moet vermeden worden. Contacten met klanten en derden moeten correct verlo- pen; enige tact kan vereist zijn. Fouten in de aanpak dringen direct door naar de betrokke- nen. Bij aanwezigheid van gewonden of doden moet eventuele emotionele weer- stand wijken voor een juiste en snelle berging. Contacten met betrokkenen en medische of politiefunctio- narissen moeten soepel verlo- pen voor een goede samen- werking, een adequate hulp- verlening en een juiste aanpak. Extra tact kan vereist zijn.
Fysieke AspectenWerkt afwisselend in het voertuig en daarbuiten. Mogelijk lawaai van motor. Vuil en nat werk bij schoon- maken van de auto. Soms enig tillen. Risico van (ernstig) letsel door verkeersongevallen.Werkt afwisselend in het voertuig en daarbuiten. Mogelijk lawaai van motor. Vuil en nat werk bij schoon- maken van de auto. Soms enig tillen. Risico van (ernstig) letsel door verkeersongevallen.Werkt afwisselend in het voertuig en daarbuiten. Incidenteel (zeer) lange ritten. Mogelijk lawaai van motor. Vuil en nat werk bij schoonmaken van de auto. Soms enig tillen. Risico van (ernstig) letsel door verkeersongevallen. Gelijk aan niveau 5 of aan niveau 7.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 14A BETREFT: BESTUREN RIJDEND MATERIEEL

Functiegroepen Functiegroep 7   
Karakteristieken     
Complexiteit De functie heeft een all- round karakter en omvat diverse werkzaamheden maar de nadruk ligt op de berging van alle soorten voertuigen, ook en met name in tunnels en/of op drukke snelwegen. Daarbij is altijd grote spoed vereist. Voert, als er geen berging is, diverse soorten garagewerk- zaamheden uit. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau, een rijbewijs BCDE, ge- volgd door diverse oplei- dingen (brandbestrijding, EHBO, reanimatie e.d.).    
Zelfstandigheid De bergingswerkzaamheden dienen zich onverwacht aan en vereisen ogenblikkelijke en adequate reactie. Er is sprake van globale richtlij- nen maar de feitelijke aan- pak vereist voortdurend inspelen op de situatie en vindt plaats op basis van inzicht en ervaring. Bij gecompliceerde ongevallen kunnen zich uitgesproken moeilijke problemen voor- doen. Contact met de meldkamer (via mobilofoon) is altijd mogelijk en ook van belang voor een veilige en snelle berging.    
Afbreukrisico Fouten in de aanpak drin- gen direct door naar de betrokkenen. Bij ongevallen op snelwegen of in tunnels kan een collega nodig zijn. Bij aanwezigheid van gewonden of doden moet eventuele emotionele weer- stand wijken voor een juiste en snelle berging. Contacten met betrokkenen en medische of politiefunc- tionarissen moeten soepel verlopen voor een goede samenwerking, een ade- quate hulpverlening en een juiste aanpak. Ook de repu- tatie van het bedrijf staat op het spel. Extra tact kan vereist zijn.    
Fysieke Aspecten Werkt in alle weersomstandigheden, ’s nachts en over- dag en in het weekend. Is bijna voortdurend onderweg met diverse voertuigen. Moet bij berging regelmatig tillen. Persoonlijk risico is in hoge mate aanwezig (tunnel, snelweg, brand, hijswerk- zaamheden e.d.).    

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 14B BETREFT: BESTUREN MOBIELE KRAAN

Functiegroepen Functiegroep 5 Functiegroep 6  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het als kraanbestuurder verzor- gen van fysieke ontvangst, opslag, inslag en uitslag van artikelen, materialen en constructies van sterk uit- eenlopende aard in de buitenopslag. Ook omvang en kwetsbaarheid verschil- len sterk. Werkzaamheden vereisen eenzelfde denkpa- troon. Enige administratieve elementen verzorgen. Accuratesse is geboden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en een opleiding Kraanmachinist. De functie is gericht op werkzaamheden die recht- streeks verband houden met het bedienen van de kraan (rijden, hijsen, onderhoud verzorgen en kleine admini- stratieve handelingen ver- richten). Er is sprake van geringe omschakeling. Accuratesse is vereist bij deelname aan het verkeer (omvang van kraan en objecten, hijswerkzaam- heden in ongewone situa- ties e.d.). Tijddwang kan voorkomen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en een opleiding Vakbekwaamheid Machinist Mobiele Kranen en groot rijbewijs.   
Zelfstandigheid Tijdsbesteding is gerelateerd aan de vraag. Ontvangt opdrachten die ruimte laten voor eigen invulling. Voor de aanpak gelden globale richtlijnen en een inrich- tingsstramien voor de opslag. Kiest zelf optimale werkmethode. Toezicht in de vorm van vrij regelmatig overleg. Ontmoet praktisch technische problemen die artikel-, materiaal- en proceskennis vereisen. De contacten met interne opdrachtgevers zijn gericht op vlotte afstemming en informatie-uitwisseling. Tijdsbesteding is bepaald door de planning. Kan hier- binnen vrij zelfstandig rekening houden met de marges van veiligheid en techniek. Werkt bij aanpak en uitvoering volgens instructies van de kraan- beheerder. Oefent hierop zelf invloed uit door advie- zen aan opdrachtgevers. Improviseert in ongewone situaties. Toezicht in de vorm van vrij regelmatig overleg met kraanbeheerder of opdrachtgever via porto- foon. Problemen kunnen na ruime ervaring (2 jaar) tegemoet worden getreden. De contacten met leiding en interne opdrachtgevers zijn gericht op informatie-uitwisseling, correct ge- bruik en goed onderhoud.   
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in de afhandeling (schade- vrij opslaan/beheren, afhan- delen van vrijgekomen za- ken of retouren, juiste materialen aanleveren e.d.) leiden tot ernstige vertra- gingen, aanzienlijke extra kosten en tot irritatie bij vervoerder en klant. De contacten met transpor- teurs, leveranciers en der- den moeten correct en vlot verlopen. De veiligheid vereist direct contact met mensen in de buurt van de kraan.Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot gevaarlij- ke situaties die tot ernstig letsel, imago verlies en schadeclaims kunnen leiden. Tijdige ontdekking en herstel berust voornamelijk op zelfcontrole en op terug- koppeling door anderen. De contacten met klanten en met Keuringsdienst zijn nodig voor een vlotte infor- matie uitwisseling en ge- richt op optimaal en veilig inzetten van materieel.   
Fysieke Aspecten Werkt buiten en in de kraan- cabine. Verricht soms til- en sjouwwerk. Persoonlijk risico is verbonden aan werken op hoogte en de mogelijkheid van vallende objecten. Werkt voornamelijk in de kraancabine en eventueel buiten onder diverse weers- omstandigheden. Hinder van motorlawaai, vuile en vette materialen. Kracht uitoefe- nen, bukken, klimmen, duwen en trekken komen vrijwel dagelijks voor. Langdurig in dezelfde houding zitten. Beschermende middelen dragen. Loopt het risico op ernstige (verkeers) ongevallen.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 15 BETREFT: BEDIENEN TANKSTATION

Functiegroepen Functiegroep 2 Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het werk op een (klein) vulsta- tion, verloopt volgens een vast patroon en is bijna geheel routinematig van aard. Sporadisch kan er sprake zijn van probleemsituaties. Oplettendheid en accura- tesse zijn continue vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leer- plicht, gevolgd door een oriëntatie van enkele uren of dagen. De functie omvat het werk op het voorterrein en aan de kassa van een vulstation en vertoont over het algemeen een vast patroon, waarbij routine een overheersende rol speelt. Af en toe kan er sprake zijn van probleemsituaties. Oplettendheid en accuratesse zijn continue vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau, gevolgd door een oriëntatie van enkele uren of dagen. De functie omvat werk aan de kassa van een vulstation en verloopt over het alge- meen volgens een vast patroon, waarbij routine een belangrijke rol speelt. Af en toe kan er sprake zijn van probleemsituaties. Oplet- tendheid en accuratesse zijn continue vereist. Het werk aan de kassa wordt regel- matig afgewisseld met andere werkzaamheden (schoonmaken, bijvullen schappen e.d., opheffen kleine storingen e.d.). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO-niveau, gevolgd door een oriëntatie van enkele uren of dagen. De functie omvat werk in de shop en op kantoor. Voert voornamelijk operationele taken uit (kassa bedienen, schoonmaken, bijvullen winkel) maar ook coördinerende en administratieve werkzaamheden uit. Er kun- nen zich probleemsituaties voordoen. Ook kan er sprake zijn van tijddwang. Oplettend- heid en accuratesse zijn continue vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MAVO/VBO C-niveau, gevolgd door praktische trainingen en een cursus Algemeen Management.
Zelfstandigheid De tijdsindeling wordt bepaald door het aanbod van klanten en de overige omstandigheden. De vorm- geving is strikt bepaald. Enkele dagen inwerken volstaat om de dagelijkse problemen aan te kunnen. Schakelt bij ingewikkelder situaties de leiding in.De tijdsindeling wordt bepaald door het aanbod van klanten en de overige omstandigheden. De vorm- geving is strikt bepaald. Leiding of collega zijn vrijwel continue aanwezig. Enkele weken meedraaien volstaat om de dagelijkse problemen aan te kunnen. Een goede afstemming met collega is nodig. Buiten de mogelijkheid van een eigen aanpak en vol- gorde bij de overige werk- zaamheden biedt het werk weinig vrijheid in tijdsinde- ling of vormgeving. De lei- ding is beperkt aanwezig. Een maand meedraaien met een ervaren collega volstaat om de problemen aan te kunnen. Een goede samenwerking met collega is nodig om het station goed te laten func- tioneren.Deelt het werk in binnen vaste kaders (administratie). Richt- lijnen en formulierenstroom bepalen grotendeels de aanpak. Reageert voor het overige op zich aandienende zaken. Som- mige zaken kunnen enig initia- tief vereisen. Voor een goed laten functioneren van het station is enige ervaring met de dagelijkse gang van zaken en de coördinatie vereist. Handelt de frequente contac- ten met de (centrale) leiding en de administratie vlot af. Geeft leiding aan enkele medewerkers, bij meerploe- gendiensten oplopend tot 6 medewerkers.
Afbreukrisico Fouten bij het afrekenen kunnen door goede zelf- controle voorkomen wor- den. Fouten als gevolg van onoplettendheid zijn niet herstelbaar. Bij de contacten met de (veelal vaste) klanten (en standaardprijzen) moet de normale beleefdheid in acht worden genomen. Fouten bij het afrekenen kunnen door goede zelf- controle voorkomen wor- den. Fouten als gevolg van onoplettendheid zijn niet herstelbaar. Bij de contacten met de klanten (afrekenen tegen standaardprijzen) moet de normale beleefdheid in acht worden genomen. Fouten bij het afrekenen kunnen door goede zelf- controle voorkomen wor- den. Fouten als gevolg van onoplettendheid zijn niet herstelbaar. Bij de contacten met de klanten (afrekenen tegen standaardprijzen) moet de normale beleefdheid in acht worden genomen. Fouten of onachtzaamheden bij de diverse werkzaamheden kunnen klanten irriteren, eventueel de voortgang ver- storen, de motivatie van de medewerkers negatief beïn- vloeden en ook tot imago- verlies leiden. Ontdekken van fouten berust voornamelijk op zelfcontrole. De contacten met de klanten vereisen optimale dienstverlening. De overige externe con- tacten zijn gericht op een vlotte voortgang.
Fysieke Aspecten Werkt voornamelijk buiten. Er bestaat een verhoogd risico op overvallen; neemt daartoe de voorschriften in acht en bedient het alarm. Werkt zowel buiten als binnen (onder goede om- standigheden). Er bestaat een verhoogd risico op overvallen; neemt daartoe de voorschriften in acht en bedient het alarm. Werkt vrijwel altijd binnen onder goede omstandigheden. Werkt eventueel buiten (bij schoonmaken e.d.). Er bestaat een verhoogd risico op overvallen; neemt daar- toe de voorschriften in acht en bedient het alarm. Werkt vrijwel altijd binnen onder goede omstandigheden. Werkt eventueel buiten (bij schoonmaken e.d.). Er bestaat een verhoogd risico op over- vallen; neemt daartoe de voor- schriften in acht en bedient het alarm.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 15 BETREFT: BEDIENEN TANKSTATION

Functiegroepen Functiegroep 6   
Karakteristieken     
Complexiteit De functie omvat werk in de shop en op kantoor. Wordt soms geconfronteerd met probleemsituaties en/of geheel nieuwe werkzaamheden. De coördinerende, personele en administratieve taken worden afgewisseld met kassa bedienen, bijvul- len/ordenen winkel, presen- tatie en ordelijkheid in de shop verzorgen. Daarbij kan er sprake zijn van tijddwang. Oplettendheid en accuratesse blijven continue vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, aangevuld met enkele prak- tische trainingen en een cursus Algemeen Management.    
Zelfstandigheid Deelt de tijd zelf in en bepaalt prioriteiten in de zich aandienende zaken en het vaste stramien van de administratieve taken. Richt- lijnen en formulierenstroom vormen leidraad voor de aanpak. Bepaalde zaken kunnen eigen initiatief vereisen. Voor een goed laten functioneren van het station is een ruime erva- ring met de dagelijkse gang van zaken vereist. De coör- dinatie vereist een goed inzicht. Handelt de frequente con- tacten met de (centrale) leiding en de administratie vlot af. Geeft leiding aan enkele medewerkers, bij meerploe- gendiensten oplopend tot 6 à 10 medewerkers.    
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden bij de diverse werkzaamheden kunnen klanten irriteren, de voortgang verstoren, de motivatie van de medewerkers negatief beïnvloeden en tot imagoschade leiden. Ont- dekken van fouten berust voornamelijk op zelfcontrole. De contacten met de klanten vereisen optimale dienstver- lening. De overige externe contacten zijn gericht op een vlotte voortgang.    
Fysieke Aspecten Werkt vrijwel altijd binnen onder goede omstandigheden. Werkt eventueel buiten (bij schoonmaken e.d.). Er bestaat een verhoogd risico op overvallen; neemt daar- toe de voorschriften in acht en bedient het alarm.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16A BETREFT: ONDERHOUD/REPARATIE TWEEWIELERS

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het verrichten van hulpwerk- zaamheden in onderhoud en reparatie van tweewielers en leidt tot enige variatie, maar de nadruk ligt op routinematige aspecten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op onderhoud en reparatie van tweewielers. Variatie in werk, dat per opdracht kan verschillen, maar ook veel routinematige aspecten vertoont. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op onderhoud en reparatie van tweewielers. Moet zeer regelmatig omschakelen op andere typen, andere aspec- ten en andere werkzaamheden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en enkele (leveranciers)cur- sussen.De functie is gericht op onder- houd en reparatie van twee- wielers met een grote variatie in technische aspecten. Moet zeer regelmatig omschakelen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) en diverse cursussen op aspecten van diagnose, regi- stratie en commercie.
Zelfstandigheid Werkt volgens duidelijke instructies en voorschriften die weinig vrijheid laten voor volgorde, aanpak en resultaat. De chef is ter- stond bereikbaar als zich problemen voordoen die uitgaan boven het oplei- dingsniveau. Vlot contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Zoekt zelf storingen op en herstelt deze naar eigen inzicht, dan wel in overleg met de chef. Bepaalt wat gerepareerd en wat vervangen moet worden. Verneemt eventuele klachten van klanten. Het technische niveau van de problemen is in overeenstemming met het opleidingsniveau. Regelmatig contact met collega’s dient een vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen. Werkt in volgorde van ont- vangen opdrachten. Ver- neemt eventuele klachten van klanten. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het motortype, gekende montageeisen en de daarop afgestemde gereedschappen. Moet zelf vorm geven aan de overige werkzaamheden. Kan terugvallen op de chef of begeleidend monteur. De technische problemen zijn in overeenstemming met het opleidingsniveau. Regelmatig contact met collega’s dient vlotte aan- pak en een goede sfeer te bevorderen. Werkt in volgorde van ont- vangen opdrachten. Analyseert het mankement. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het motortype, (gekende) montageeisen en de daarop afgestemde gereed- schappen. Moet voor comple- xe mankementen of reparaties beschikken over ruime erva- ring. Regelmatig contacten binnen het bedrijf zijn van belang voor een vlotte aanpak en een goede sfeer.
Afbreukrisico Fouten in aanpak of afhan- deling van het werk leiden tot vertraging, enige schade en/of extra kosten. Fouten worden vrijwel altijd direct ontdekt, maar zijn niet altijd herstelbaar. Incidenteel en terloops contact met klanten moet klantvriendelijk verlopen. Fouten in aanpak of afhan- deling van het werk leiden tot schades die op kunnen lopen tot enkele honderden guldens. Zij tasten ook de goede naam van het bedrijf aan. Contacten met klanten over details van het werk vinden soms plaats en moeten vlot afgehandeld worden. Fouten of onachtzaamheden (afstellen, bouten en moe- ren vastzetten) kunnen direct of indirect leiden tot (levens)gevaarlijke situaties voor bestuurder en anderen. Mankementen in het klant- vriendelijke karakter van de vrij regelmatige contacten met klanten tasten klanten- binding en imago van het bedrijf aan.Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot (levens) gevaarlijke situaties voor berijder en anderen (afstellen, moeren en bouten vastzetten). De intensieve contacten met klanten zijn van grote invloed op klantenbinding en op het imago van het bedrijf.
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij vaak hinder wordt onder- vonden van uitlaatgassen en lawaai. Overwegend staand werk, ook gebogen en geknield werken. Tillen. Kans op klein letsel. Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van enige damp en geluid van draaiende motoren. Overwegend staand werk. Af en toe is (kortstondig) veel kracht nodig. Eventueel is sprake van nauwkeurig afstelwerk. Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van enige damp en geluid van draaiende motoren. Overwegend staand werk. Af en toe is (kortstondig) veel kracht nodig. Kans op letsel bij werken aan draaiende, hete motor. Eventueel is sprake van nauwkeurig afstelwerk. Werkt onder werkplaatsom- standigheden waarbij regel- matig hinder wordt ondervon- den van enige damp en ge- luid van draaiende motoren. Overwegend staand werk. Af en toe is (kortstondig) veel kracht nodig. Eventueel is sprake van nauwkeurig Afstelwerk.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16A BETREFT: ONDERHOUD/REPARATIE TWEEWIELERS

Functiegroepen Functiegroep 7   
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het verrichten van alle voorko- mende werkzaamheden in onderhoud, reparatie en afleveringsgereed maken van tweewielers. Wordt gecon- fronteerd met technische onderwerpen van verschillende aard, waaronder totaal nieuwe werkzaamheden. De kennis dient naar aard en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO en de relevante vakopleiding (niveau 3). Diverse cursussen mede gericht op diagnose, registra- tie en commercie.    
Zelfstandigheid Houdt zich aan de urgentie van de opdrachten. Bepaalt binnen het kader van de opdracht en gegevenheden van type en montageeisen, de volgorde van werken, de aanpak van het werk. Overlegt bij afwijkingen naar eigen inzicht met de chef. De probleemoplossing vereist veel ervaring, als- mede inventiviteit en improvisatie. De intensieve contacten met leiding, collega’s en andere afdelingen zijn gericht op wederzijdse informatie en afstemming. Begeleidt eventueel enkele (leerling)monteurs.    
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen fatale gevolgen heb- ben. Voor een deel is sprake van zelfcontrole, voor een deel volgen proefritten en eindcontrole met testappara- tuur. Ook is kans op verlies van het bedrijfsrecht op APK-keuringen. Contacten met klanten en anderen zijn gericht op be- houd van een goede relatie en een vlotte afstemming. Verstoringen leiden tot aantasting van de goede naam van het bedrijf. Even- tueel is enige terughoudendheid vereist inzake financiële gegevens.    
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai. Soms is sprake van vuil werk (olie en vet). Moet soms in zeer vermoei- ende gewrongen houdingen werken. Tillen van takels en pompen. Er is kans op kneu- zingen en ander letsel bij werk aan draaiende, hete motoren. Bij in- en uitbouwen van componenten zijn beheerste bewegingen nodig.    

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16B BETREFT: ONDERHOUD/REPARATIE PERSONENWAGENS

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het verrichten van hulpwerk- zaamheden in onderhoud en reparatie van personenwagens en leidt tot enige varia- tie, maar de nadruk ligt op routinematige aspecten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op onderhoud en reparatie van voertuigen. Variatie in werk, dat per opdracht kan ver- schillen, maar ook veel routinematige aspecten vertoont. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op onderhoud, reparatie en afleveringsgereed maken van personenauto’s (incl. de gewenste bijkomende instal- laties). Moet zeer regelmatig omschakelen tussen werk- zaamheden van verschillende aard. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op onder- houd en reparatie van perso- nenwagens met een grote verscheidenheid aan werk- zaamheden. Moet zeer regel- matig omschakelen op tech- nische aspecten van gevarieer- de aard. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) en diverse cursussen op aspecten van diagnose, regi- stratie en commercie.
Zelfstandigheid Werkt volgens duidelijke instructies en voorschriften die weinig vrijheid laten voor volgorde, aanpak en resultaat. De chef is ter- stond bereikbaar als zich problemen voordoen die uitgaan boven het oplei- dingsniveau. Vlot contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Voert het werk grotendeels volgens instructies uit. Overlegt wat gerepareerd en vervangen moet worden. Verneemt eventuele klachten van klan- ten. Het technische niveau van de problemen stijgt vaak uit boven het opleidingsniveau. Dient over vinding- rijkheid te beschikken. Regelmatig contact met collega’s dient vlotte aan- pak en een goede sfeer te bevorderen. Werkt in volgorde van ont- vangen opdrachten. Ver- neemt eventuele klachten van klanten. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het autotype, gekende montageeisen en de daarop afgestemde gereedschappen. Moet zelf vorm geven aan de overige werkzaamheden. Kan terugvallen op de chef of begeleidend monteur. De technische problemen zijn in overeenstemming met het opleidingsniveau. Regelmatig contact met collega’s dient vlotte aan- pak en een goede sfeer te bevorderen. Werkt in volgorde van ont- vangen opdrachten. Analy- seert het mankement. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het autotype, (gekende) montageeisen en de daarop afgestemde gereed- schappen. Moet voor comple- xe mankementen of reparaties beschikken over ruime erva- ring. Regelmatig contact met ieder- een in het bedrijf is van belang voor een vlotte aanpak en een goede sfeer.
Afbreukrisico Fouten in aanpak of afhan- deling van het werk leiden tot vertraging, enige schade en/of extra kosten. Fouten worden vrijwel altijd direct ontdekt, maar zijn niet altijd herstelbaar. Incidenteel en terloops contact met klanten moet klantvriendelijk verlopen. Fouten in aanpak of afhan- deling van het werk leiden tot kleine materiële schades en enige afbreuk doen aan de goede naam van het bedrijf. Contacten met klanten over details van het werk vinden soms plaats en moeten vlot afgehandeld worden. Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot aanzien- lijke schade en of tot gevaarlijke situaties voor bestuurder en anderen. Mankementen in het klant- vriendelijke karakter van de incidentele contacten met klanten en anderen tasten klantenbinding en imago van het bedrijf aan. Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot gevaarlijke situaties voor berijder en anderen en tot het vervallen van het recht voor APK-keu- ringen. Er is uitsluitend sprake van zelfcontrole. Een klantvriendelijke opstel- ling bij de regelmatige contacten met klanten is van belang voor een snelle goede diagnose en bepalend voor het imago van het bedrijf.
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij vaak hinder wordt onder- vonden van uitlaatgassen en lawaai. Overwegend staand werk, ook gebogen en geknield werken. Tillen. Kans op klein letsel. Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van lawaai. Soms erg vuil/vet werk. Overwegend staand werk, ook in vermoeiende ge- wrongen houding werken. Tillen (takels en pompen). Kans op letsel bij werken aan draaiende, hete moto- ren. Beheerste bewegingen vereist bij in- en uitbouwen van componenten. Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van olie en vet, uitlaatgassen en lawaai van draaiende motoren, plaat- werken en gebruik van mechanisch gereedschap. Overwegend staand werk, soms in gewrongen houding werken. Geregeld tillen van onderdelen. Afstelwerk vereist nauwkeurige bewe- gingen. Werkt onder werkplaatsom- standigheden waarbij regel- matig hinder wordt onder- vonden van uitlaatgassen en lawaai van draaiende motoren. Overwegend staand werk, ook gebogen en geknield werken. Tillen. Af en toe is (korte tijd) veel kracht nodig. Kans op verwondingen (onder motor- kap, bij draaiende, hete motor e.d.). Afstelwerk vereist nauw- keurige bewegingen.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16B BETREFT: ONDERHOUD/REPARATIE PERSONEN- WAGENS

Functiegroepen Functiegroep 7   
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het verrichten van alle voorko- mende werkzaamheden in onderhoud, reparatie en afleveringsgereed maken van personenwagens. Wordt geconfronteerd met techni- sche onderwerpen van ver- schillende aard, waaronder totaal nieuwe werkzaamheden. De kennis dient naar aard en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO en de relevante vakopleiding (niveau 3). Diverse cursussen mede gericht op diagnose, regi- stratie en commercie.    
Zelfstandigheid Houdt zich aan de urgentie van de opdrachten. Bepaalt binnen het kader van de opdracht en gegevenheden van type en montageeisen, de volgorde van werken, de aanpak van het werk. Over- legt bij afwijkingen naar eigen inzicht met de chef. De probleemoplossing ver- eist veel ervaring, alsmede inventiviteit en improvisatie. De intensieve contacten met leiding, collega’s en andere afdelingen zijn gericht op wederzijdse informatie en afstemming. Begeleidt eventueel enkele (leerling)monteurs.    
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen fatale gevolgen heb- ben. Voor een deel is sprake van zelfcontrole, voor een deel volgen proefritten en eindcontrole met testappara- tuur. Ook is kans op verlies van het bedrijfsrecht op APK-keuringen. Contacten met klanten en anderen zijn gericht op behoud van een goede rela- tie en een vlotte afstemming. Verstoringen leiden tot aan- tasting van de goede naam van het bedrijf. Eventueel is enige terughoudendheid vereist inzake financiële gegevens.    
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsom- standigheden met hinder van lawaai. Soms is sprake van vuil werk (olie en vet). Moet soms in zeer vermoeiende gewrongen houdingen wer- ken. Tillen van takels en pompen. Er is kans op kneuzingen en ander letsel bij werk aan draaiende, hete motoren. Bij in- en uitbouwen van componenten zijn beheerste bewegingen nodig.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16C BETREFT: ONDERHOUD/REPARATIE BEDRIJFS- WAGENS

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het verrichten van hulpwerk- zaamheden in onderhoud en reparatie van bedrijfsautomobielen en leidt tot enige variatie, maar de nadruk ligt op routinematige aspecten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op onderhoud en reparatie van bedrijfsautomobielen. Varia- tie in werk, dat per opdracht kan verschillen, maar veel routinematige aspecten vertoont. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op onderhoud en reparatie van bedrijfsautomobielen (inclu- sief afleveringsgereed ma- ken en verrichten van na- werk). Schakelt regelmatig om op andere typen werk- zaamheden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en enkele cursussen. De functie is gericht op een verscheidenheid aan werk- zaamheden in onderhoud en reparatie van bedrijfsautomobielen. Moet zeer regel- matig omschakelen op tech- nische aspecten van gevari- eerde aard. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) en diverse cursussen op aspecten van diagnose, registratie en commercie.
Zelfstandigheid Werkt volgens duidelijke instructies en voorschriften die weinig vrijheid laten voor volgorde, aanpak en resultaat. De chef is ter- stond bereikbaar als zich problemen voordoen die uitgaan boven het oplei- dingsniveau. Vlot contact met collega’s dient vlotte aanpak en een goede sfeer te bevorderen.Werkt in volgorde van ontvangen opdrachten. Voert het werk grotendeels volgens instructies uit. Overlegt wat gerepareerd en vervangen moet worden. Het technische niveau van de problemen stijgt vaak uit boven het opleidingsniveau. Dient over vindingrijkheid te beschik- ken. Regelmatig contact met collega’s dient vlotte aan- pak en een goede sfeer te bevorderen. Werkt in volgorde van ont- vangen opdrachten. Ver- neemt eventuele klachten van klanten. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het autotype, gekende montageeisen en de daarop afgestemde gereedschappen. Moet zelf vorm geven aan de overige werkzaamheden. Kan terugvallen op de chef of begeleidend monteur. De technische problemen zijn in overeenstemming met het opleidingsniveau. Regelmatig contact met collega’s dient vlotte aan- pak en een goede sfeer te bevorderen. Werkt in volgorde van ontvan- gen opdrachten. Analyseert het mankement. Een groot deel van het werk wordt bepaald door de karakteristieken van het autotype, (gekende) mon- tageeisen en de daarop afge- stemde gereedschappen. Moet voor complexe mankementen of reparaties beschikken over ruime ervaring. Regelmatig contact met ieder- een in het bedrijf is van belang voor een vlotte aanpak en een goede sfeer. Begeleidt eventueel 1 à 2 leerlingmonteurs.
Afbreukrisico Fouten in aanpak of afhan- deling van het werk leiden tot vertraging, enige schade en/of extra kosten. Fouten worden vrijwel altijd direct ontdekt, maar zijn niet altijd herstelbaar. Incidenteel en terloops contact met klanten moet klantvriendelijk verlopen. Fouten in aanpak of afhan- deling van het werk leiden tot kleine materiële schades en enige afbreuk doen aan de goede naam van het bedrijf. Contacten met klanten over details van het werk vinden soms plaats en moeten vlot afgehandeld worden. Fouten of onachtzaamheden in montage of afstellen kun- nen fatale gevolgen hebben. Voor een deel is uitsluitend sprake van zelfcontrole. Risicovolle werkzaamheden krijgen een eindcontrole. Mankementen in de goede, klantvriendelijke contacten met chauffeurs kunnen een juiste informatie-uitwisse- ling verstoren. Fouten of onachtzaamheden in montage, afstelling e.d. kun- nen fatale gevolgen hebben. Zij kunnen ook leiden tot het vervallen van het recht voor APK-keuringen. Er is sprake van zelfcontrole. Wagens worden getest op testbank en op de weg. Een klantvriendelijke opstel- ling bij de vrij intensieve contacten met klanten is van belang voor een snelle en goede diagnose. Vertegenwoordigt op die momenten het bedrijf.
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij vaak hinder wordt onder- vonden van uitlaatgassen en lawaai. Overwegend staand werk, ook gebogen en geknield werken. Tillen. Kans op klein letsel. Werkt onder werkplaatsomstandigheden waarbij regelmatig hinder wordt ondervonden van lawaai. Soms erg vuil/vet werk. Overwegend staand werk, ook in vermoeinde gewron- gen houding werken. Tillen (takels en pompen). Kans op letsel bij werken aan draaiende, hete motoren. Beheerste bewegingen vereist bij in- en uitbouwen van componenten. Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai. Soms erg vuil werk (olie en vet). Overwe- gend staand werk, soms in zeer vermoeiende gewron- gen houding werken. Tillen van takels en pompen. Kans op kneuzingen en ander let- sel bij werk aan draaiende, hete motoren. Beheerste bewegingen bij in- en uitbouwen van componenten. Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai. Soms erg vuil werk (olie en vet). Overwe- gend staand werk, soms in zeer vermoeiende gewrongen houding werken. Tillen van takels en pompen. Kans op kneuzingen en ander letsel bij werk aan draaiende, hete motoren. Beheerste bewegin- gen bij in- en uitbouwen van componenten.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 16C BETREFT: ONDERHOUD/REPARATIE BEDRIJFS- WAGENS

Functiegroepen Functiegroep 7    
Karakteristieken     
ComplexiteitDe functie is gericht op het verrichten van alle voorko- mende werkzaamheden in onderhoud, reparatie en afleveringsgereed maken van bedrijfswagens. Wordt geconfronteerd met techni- sche onderwerpen van ver- schillende aard, waaronder totaal nieuwe werkzaamheden. De kennis dient naar aard en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO en de relevante vakopleiding (niveau 3). Diverse cursussen mede gericht op diagnose, regi- stratie en commercie.    
Zelfstandigheid Houdt zich aan de urgentie van de opdrachten. Bepaalt binnen het kader van de opdracht en gegevenheden van type en montage-eisen, de volgorde van werken, de aanpak van het werk. Over- legt bij afwijkingen naar eigen inzicht met de chef. De probleemoplossing ver- eist veel ervaring, alsmede inventiviteit en improvisatie. De intensieve contacten met leiding, collega’s en andere afdelingen zijn gericht op wederzijdse informatie en afstemming. Begeleidt eventueel enkele (leerling)monteurs.    
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen fatale gevolgen hebben. Voor een deel is sprake van zelfcontrole, voor een deel volgen proefritten en eindcontrole met test- apparatuur. Ook is kans op verlies van het bedrijfs- recht op APK-keuringen. Contacten met klanten en anderen zijn gericht op be- houd van een goede relatie en een vlotte afstemming. Verstoringen leiden tot aan- tasting van de goede naam van het bedrijf. Eventueel is enige terughoudendheid vereist inzake financiële gegevens.    
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai. Soms is sprake van vuil werk (olie en vet). Moet soms in zeer vermoei- ende gewrongen houdingen werken. Tillen van takels en pompen. Er is kans op kneu- zingen en ander letsel bij werk aan draaiende, hete motoren. Bij in- en uitbouwen van componenten zijn beheerste bewegingen nodig.    

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 17 BETREFT: SCHADEHERSTEL CARROSSERIE

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het herstellen van, meestal een- voudige, carrosserieschades, waarbij ook de bijkomende bewerkingen als monteren en demonteren worden ver- richt. Schakelt om tussen de opdrachten en bewerkingen. Accuratesse is vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aange- vuld met en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op het herstellen van carrosserieschades, inclusief de bij- komende bewerkingen als monteren en demonteren. Verricht ook in- en uitbouw- werk. Schakelt om tussen de opdrachten en bewerkingen en de assistentieverlening. Accuratesse is vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aange- vuld met de relevante vak- opleiding (niveau 3). De functie is gericht op het herstellen van alle voorko- mende carrosserieschades inclusief het verrichten van alle voorkomende in- en uitbouwwerk. Schakelt frequent om tussen de op- drachten en bewerkingen en de begeleiding. Hoge accu- ratesse is vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau en de relevante vakopleiding (niveau 3), aangevuld met op de functie toegespitste cursussen (1–2 jaar).  
Zelfstandigheid De volgorde van opdrach- ten staat vast. Ontvangt veelal adviezen voor en assistentie bij de aanpak van het werk. Verricht minder eenvoudige werkzaamheden onder direct toezicht van een ervaren collega of de directe chef die gewoonlijk aanwe- zig is. De contacten met medewer- kers in eigen en andere afdelingen moeten vlot verlopen om een vlotte doorgang van het werk te bevorderen.De prioriteiten worden medegedeeld. Herstelt schades grotendeels volgens eigen inzicht, mede op basis van ervaring, bepaalt meestal zelf de aanpak. Er vindt regelmatig controle plaats. Bij problemen die uitstijgen boven het oplei- dingsniveau kan altijd wor- den teruggevallen op de chef. De dagelijkse contacten met medewerkers in de eigen en in andere afdelingen zijn gericht op een vlot verloop van het werk. Verneemt de prioriteiten. Herstelt schades volgens eigen inzicht, mede op basis van ervaring, bepaalt zelf de complete aanpak. Er vindt alleen eindcontrole plaats. De problemen komen in het algemeen overeen met het opleidingsniveau en een aantal jaren ervaring. Kan voor moeilijke problemen terugvallen op de chef. De regelmatige contacten binnen de eigen en met alle andere afdelingen zijn ge- richt op de vereiste kwali- teit en doorstroming. Adviseert/assisteert 1–5 minder ervaren collega’s. 
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen schade berokkenen aan het bedrijf door extra verbruik van onderdelen en tijd. Zelfcontrole is vereist en zeer wel mogelijk. Fouten worden door die zelfcontrole of door controle van anderen ontdekt en kun- nen snel hersteld worden. Fouten of onachtzaamheden kunnen schade berokkenen aan het bedrijf door extra verbruik van onderdelen of het opnieuw moeten repa- reren. Zelfcontrole is zeer goed mogelijk. Voor de afle- vering vindt eindcontrole plaats. De incidentele contacten met klanten voor verstrekken van summiere informatie moeten ongestoord verlopen. Fouten of onachtzaamheden in aanpak van eigen repa- raties en de adviezen aan collega’s, kunnen fikse schade berokkenen aan het bedrijf. Zelfcontrole is zeer goed mogelijk en hierdoor zal het doorwerken van de schade voorkomen kunnen worden. Voor de aflevering vindt eindcontrole plaats. De incidentele contacten met klanten voor verstrekken van summiere informatie moeten ongestoord vlot en klant- vriendelijk verlopen.  
Fysieke Aspecten Werkplaatsomstandigheden met soms aanwezige hinder van geluid en stof. Inciden- teel is sprake van zwaar tilwerk, vaak moet in moei- lijke houdingen worden gewerkt (geknield, gebukt). Kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er zijn zeer nauwkeurige bewegingen vereist waarbij de uitoefe- ningskracht het resultaat sterk beïnvloedt. Werkplaatsomstandigheden met soms aanwezige hinder van geluid en stof. Inciden- teel is sprake van zwaar tilwerk, vaak moet in moei- lijke houdingen worden gewerkt (geknield, gebukt). Kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er zijn zeer nauwkeurige bewegingen vereist waarbij de uitoefe- ningskracht het resultaat sterk beïnvloedt. Werkplaatsomstandigheden met soms aanwezige hinder van geluid en stof. Inciden- teel is sprake van zwaar tilwerk, vaak moet in moeilijke houdingen wor- den gewerkt (geknield, gebukt). Kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er zijn zeer nauwkeurige bewegingen vereist waarbij de uitoefeningskracht het resultaat sterk beïnvloedt.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 18 BETREFT: BEKLEDEN/STOFFEREN

Functiegroepen Functiegroep 2 Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op verrichten van enkele een- voudige werkzaamheden op het terrein van stofferen of bekleden. Is bezig met het aanleren van andere werk- zaamheden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoeps- opleiding (niveau 2). De functie is gericht op bekleden en/of stofferen. Werkt met uiteenlopende materialen en verricht een aantal bewerkingen die elkaar afwisselen. Bepaalde bewerkingen moeten met grote accuratesse worden verricht. Eventueel moet onder tijddwang worden gewerkt. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoeps- opleiding (niveau 2). De functie is voornamelijk gericht op het compleet bekleden en/of stofferen. Werkt met alle voorkomende materialen en verricht alle voorkomende bewerkingen die elkaar steeds afwisselen. Een vrij groot aantal bewer- kingen moet met extra grote accuratesse worden verricht. Eventueel moet onder tijddwang worden gewerkt. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoeps- opleiding (niveau 2) en/of gestructureerde bedrijfsopleiding van 2 jaar. De allround functie is gericht op het compleet bekleden en/of stofferen. Werkt met alle voorkomende materialen en verricht alle voorkomende bewerkingen die elkaar steeds afwisselen. Werkt met een groot aantal verschillende typen en uitvoeringen. Advi- seert inzake mogelijkheden en verschaft globale calcula- ties (materiaal en tijd). Een vrij groot aantal bewerkingen moet met extra grote accura- tesse worden verricht. Even- tueel moet onder tijddwang worden gewerkt. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsoplei- ding (niveau 2) en/of gestruc- tureerde bedrijfsopleiding van 2 jaar.
Zelfstandigheid Het werk wordt voorgelegd. Voert het werk uit in volle- dige overeenstemming met de verschafte richtlijnen en instructies. De leiding is steeds aanwezig en contro- leert regelmatig het werk. Nieuwe taken worden onder (bege)leiding aangeleerd. De contacten met collega’s zijn gericht op informatie-uitwisseling over de uitvoe- ring van het werk.Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. Volgt vaste werkwijze en procedures. Heeft daarbin- nen enige vrijheid, onder toezicht van een meer erva- ren collega of de chef. Kan het meeste werk en de voorkomende problemen aan met de gevolgde opleiding en een ervaring van enkele maanden. Het contact met andere medewerkers moet in een prettige sfeer verlopen. Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. Deelt daarbinnen zelf zijn werk in. Moet bij de aanpak van het werk nu en dan improviseren en overleg plegen over nieuwe zaken. Kan de voorkomende pro- blemen aan met de gevolg- de opleiding en een erva- ring van 1–2 jaar. Het contact met diverse collega’s/afdelingen die andere bewerkingen verrich- ten zijn gericht op kwaliteit, speciale eisen en de voort- gang. Begeleidt eventuele leerlin- gen. Vervangt de afdelingsleiding inzake de dagelijkse dingen. Ontvangt indicatie over plan- volgorde. Deelt daarbinnen zelf het werk in. Verricht het werk volledig zelfstandig. Bepaalt eventueel zelf de kleuren e.d. Improviseert bij de aanpak van het werk. De chef is bereikbaar maar deze let voornamelijk op het eindresultaat. Kan de voorko- mende problemen aan met de gevolgde opleiding en een langdurige ervaring. De regelmatige contacten, ook met ongelijksoortige afde- lingen zijn van belang voor kwaliteit en doorstroming. Geeft eventueel (functioneel) leiding aan enkele assistenten. Vervangt de afdelingsleiding inzake de dagelijkse dingen.
AfbreukrisicoFouten leiden tot schades aan een onderdeel en kunnen veelal zonder materiaalverlies hersteld worden. Fouten kunnen relatief kleine schades opleveren. Door goede zelfcontrole zijn de meeste fouten te voor- komen of tijdig te herstellen. Snijfouten zijn niet te herstellen. Fouten kunnen relatief kleine schades opleveren. Door goede zelfcontrole zijn die fouten te voorkomen of tijdig te herstellen. Fouten bij het snijden van stapels stof kunnen tot aanzienlijke en onherstelbare schade leiden. Fouten kunnen relatief kleine schades opleveren. Door goede zelfcontrole zijn die fouten te voorkomen of tijdig te herstel- len. Fouten bij het snijden van stapels stof kunnen tot aanzienlijke en onherstelbare schade leiden.
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsom- standigheden met hinder van lawaai, stof en lijmdampen. Werkt meestal staand of zittend, soms gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai, stof en lijm- dampen. Werkt meestal staand of zittend, soms gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Eventueel is een goede handvaardigheid vereist met een grote mate van nauw- keurigheid. Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai, stof en lijm- dampen. Werkt meestal staand of zittend, soms gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Meestal is een goede hand- vaardigheid vereist met een grote mate van nauwkeurigheid. Werkt onder werkplaatsomstandigheden met hinder van lawaai, stof en lijmdam- pen. Werkt meestal staand of zittend, soms gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Er wordt een goede hand- vaardigheid vereist met een grote mate van nauwkeurigheid.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 19 BETREFT: SPUITEN/SCHILDEREN

Functiegroepen Functiegroep 2 Functiegroep 3 Functiegroep 4 afwerken/schilderenFunctiegroep 4 beschermingsmiddel
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op schuren, plamuren en een- voudig (vlak) spuitwerk. Werkzaamheden wisselen elkaar af. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leer- plicht via VBO gevolgd door interne training van enige dagen. De functie is gericht op spuiten voor conservering of bescherming. Werkt met enkele uiteenlopende mate- rialen en verricht een aantal bewerkingen die elkaar afwisselen, met name in het voortraject. Routine speelt een grote rol. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en een bedrijfsopleiding van enkele weken. De functie is gericht op het afwisselend toepassen van verschillende technieken (reinigen, voorbereiden, schuren, plamuren, schilde- ren e.d.). Wordt zelden geconfronteerd met nieuwe zaken. Bepaalde bewerkingen vereisen extra concen- tratie. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoeps- opleiding (niveau 2). De functie is gericht op het afwisselend toepassen van verschillende technieken (rei- nigen, voorbereiden, schuren, plamuren, aanbrengen bescher- mingsmiddelen e.d.). Wordt zelden geconfronteerd met nieuwe zaken. Bepaalde bewerkingen vereisen extra concentratie. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoepsoplei- ding (niveau 2).
ZelfstandigheidWerkt volgens nauwkeurige voorschriften inzake werk- volgorde en werkwijze, die nauwelijks eigen interpre- tatie toelaten. Heeft enige vrijheid in de wijze van aanpak. De chef houdt regelmatig toezicht op het werk en is bij problemen snel bereikbaar. De contacten met collega’s zijn gericht op informatie-uitwisseling over de uitvoe- ring van het werk. Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. Volgt in principe vaste procedures. Beoordeelt, aan de hand van voorschriften, moeilijke situaties die aanpassing vereisen van enige eenvoudige vaktech- nische variabelen (dikte, snelheid e.d.). Deze ver- eisen praktisch inzicht en enige ervaring (enkele weken). De contacten met chef en andere medewerkers moe- ten in een prettige sfeer verlopen. Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. Werkt volgens voorschriften die weinig ruimte laten voor eigen interpretatie. Het aan- passen van vaktechnische variabelen aan moeilijke situaties vergt ervaring (enkele maanden). De contacten met leiding en collega’s zijn van belang voor een vlot verloop van het werk. Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. Werkt volgens vaste voorschriften. Beoordeelt aspecten van het resultaat en past werkwijze en resultaat aan op basis van inzicht en interpretatie. Het betreft praktische problemen en vaktechnische variabelen. Eventueel kan de chef geraad- pleegd worden. De contacten met leiding en collega’s zijn van belang voor een vlot verloop van het werk.
Afbreukrisico Fouten leiden tot overdoen van het werk. Door zelf- controle kunnen de meeste fouten worden verholpen. Fouten maken overdoen noodzakelijk hetgeen ook elders tot vertraging leidt. Moet erg attent zijn op de veiligheidseisen. Door goede zelfcontrole zijn de meeste fouten te voorkomen of tijdig te herstellen. Door anderen vindt controle op het eindresultaat plaats. Fouten kunnen schades ople- veren die beperkt blijven tot extra werk, waardoor ook elders vertraging optreedt. Door goede zelfcontrole zijn de meeste fouten te voorko- men of tijdig te herstellen. Door anderen vindt contro- le plaats op het eindresultaat. Fouten kunnen leiden tot een flinke vertraging in de voort- gang, ook in andere afdelin- gen. Ook kunnen zij leiden tot schades die moeilijk herstel- baar zijn en de relatie met de klant kunnen aantasten. Contacten met klanten (afspra- ken en aflevering) zijn van belang voor kwaliteit en plan- ning.
Fysieke AspectenWerkt onder omstandigheden van spuitcabine met enige hinder van lawaai. Bij schuurwerk en spuiten is het dragen van mondmaskers verplicht. Overwegend staand werk, soms gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Werkt onder omstandigheden van speciale werkplek of spuitcabine met hinder van lawaai en vrijkomend stof. Werkt met mondmasker op en draagt bij stralen beschermende kleding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnen- dringen van open vuur (rokende collega’s e.d.). Bij stralen en spuiten is bewegingsprecisie vereist. Werkt onder omstandigheden van speciale werkplek of spuitcabine met hinder van lawaai en vrijkomend stof. Werkt met mondmasker op en draagt bij stralen beschermende kleding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnen- dringen van open vuur (rokende collega’s e.d.). Bij stralen en spuiten is bewegingsprecisie vereist. Werkt onder omstandigheden van speciale werkplek of spuitcabine met hinder van lawaai en vrijkomend stof. Werkt met mondmasker op en draagt bij stralen beschermende kleding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnen- dringen van open vuur (rokende collega’s e.d.). Bij stralen en spuiten is bewegingsprecisie vereist.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 19 BETREFT: SPUITEN/SCHILDEREN

Functiegroepen Functiegroep 4 spuiten/lakken Functiegroep 5 spuiten/lakken Functiegroep 6 
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het afwisselend toepassen van verschillende technieken (reinigen, voorbereiden, schuren, plamuren, spuiten). Wordt zelden geconfronteerd met nieuwe zaken. Spuitwerk vereist extra concentratie en accuratesse. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoeps- opleiding (niveau 2). De functie is gericht op alle technische facetten van het (lak)spuiten. Per object kunnen de werkzaamheden verschillen in relatie tot kwaliteit en prijsstelling. Een aantal elementen ver- eist extra concentratie en accuratesse (mengen, spui- ten, controleren). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoeps- opleiding (niveau 2), ge- volgd door enkele cursussen op het vakgebied. De functie is gericht op alle technische facetten van het (lak)spuiten en bevat ook enkele coördinerende ele- menten. Per object kunnen de werkzaamheden ver- schillen in relatie tot kwa- liteit en prijsstelling. Een aantal elementen vereist extra concentratie en accu- ratesse (mengen, spuiten, controleren). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en de relevante basisberoeps- opleiding (niveau 2), ge- volgd door een aantal cur- sussen op diverse terreinen binnen het vakgebied.  
Zelfstandigheid Ontvangt opdrachten met omschreven prioriteiten. De te gebruiken middelen en het te bereiken resultaat zijn strak voorgeschreven. Past de aanpak aan op basis van eigen inzicht en ervaring. Het betreft praktische pro- blemen en vaktechnische variabelen. Eventueel kan de chef geraadpleegd worden. De contacten met leiding en collega’s zijn van belang voor een vlot verloop van het werk. Deelt binnen het ontvangen programma het werk in naar te leveren kwaliteit, com- plexiteit van de behandeling e.d. Bepaalt grotendeels zelf de werkwijze in relatie tot kwaliteitseisen, op basis van vaardigheid in technieken, inzicht en ervaring. Pleegt zo nodig overleg met de chef. De contacten met leiding en omringende afdelingen zijn gericht op technische infor- matie. Begeleidt één of twee assistenten. Deelt binnen het ontvangen programma het werk in naar te leveren kwaliteit, com- plexiteit van de behandeling e.d. Bepaalt grotendeels zelf de werkwijze in relatie tot (soms moeilijk te realiseren) kwaliteitseisen, op basis van vaardigheid in technieken, inzicht en ervaring. Pleegt in moeilijke gevallen overleg met de chef. De contacten met andere (omringende) afdelingen zijn gericht op technische infor- matie en nodig voor een goede gang van zaken. Coördineert het werk van meerdere assistenten.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot flinke vertraging in de voortgang, ook in andere afdelingen. Verstoringen in de inciden- tele contacten met klanten of leveranciers kunnen de relatie negatief beïnvloeden, hun reactie vereist herstel van fouten. Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot (uren) overdoen van werk en dus tot flinke vertraging in de voortgang, ook in andere afdelingen. Verstoringen in de regelma- tige contacten met klanten (en leveranciers) kunnen de relatie negatief beïnvloeden, hun reactie vereist herstel van fouten of tegemoetkoming in de kosten. Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot (uren) overdoen van werk en dus tot flinke vertraging in de voortgang, ook in andere afdelingen. Verstoringen in de regelma- tige contacten met klanten (en leveranciers) kunnen de relatie negatief beïnvloeden, hun reactie vereist herstel van fouten of tegemoetkoming in de kosten.  
Fysieke Aspecten Werkt in spuitcabine met hinder van lawaai. Werkt met mondmasker op en draagt beschermende kle- ding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brand- gevaar bij ongecontroleerd binnendringen van open vuur (rokende collega’s e.d.). Bij spuiten (en stralen) is bewegingsprecisie vereist. Werkt in spuitcabine met hinder van lawaai. Werkt met mondmasker op en draagt beschermende kle- ding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnen- dringen van open vuur (rokende collega’s e.d.). Bij spuiten is grote bewe- gingsprecisie vereist. Werkt in spuitcabine met hinder van lawaai. Werkt met mondmasker op en draagt beschermende kle- ding. Werkt meestal staand of lopend, vaak gebukt of geknield. Kans op kleine verwondingen. Brandgevaar bij ongecontroleerd binnen- dringen van open vuur (rokende collega’s e.d.). Bij spuiten is grote bewe- gingsprecisie vereist.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 20 BETREFT: CONVENTIONEEL VERSPANEN

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op verspanende bewerking van eenvoudige werkstukken. Enige variatie in materiaal, product en bewerking. De aandacht moet gericht blij- ven op het werk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op een verspanende bewerking. Variatie in product, mate- riaal (ook non ferro) en bewerking komt voor. Telkens moet de aandacht gericht worden op ander aspecten van het werk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3). De functie is gericht op alle aspecten van een verspanen- de bewerking met een preci- siekarakter, dan wel op alle bewerkingen die op een verspanende machine moge- lijk zijn (inclusief zelf vervaardigen van gereed- schap). Schakelt regelmatig om op orders en bewerkin- gen. Werkt met grote accu- ratesse en aandachtsgebon- denheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3). De functie is gericht op alle aspecten van een verspanende bewerking met een precisie- karakter, dan wel op alle bewerkingen die op een verspanende machine moge- lijk zijn (inclusief zelf ver- vaardigen van gereedschap). Soms vindt confrontatie plaats met geheel andere of totaal nieuwe technische zaken. Schakelt regelmatig om op orders en bewerkingen. Werkt met grote accuratesse en aandachtsgebondenheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de rele- vante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door enkele specifieke opleidingen.
Zelfstandigheid De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen pro- gramma. Volgt voorgeschreven werkwijze, gebruik van gereedschap e.d. Om even- tueel de handelwijze op de juiste wijze aan te passen is enige ervaring met verspa- ningseigenschappen vereist. Weinig direct toezicht. Eenvoudige problemen van praktische aard. Kan altijd de chef raadplegen. De contacten met collega’s en incidenteel met andere functionarissen moeten vlot verlopen. De tijdsindeling is opgedra- gen. Combineert zelf de werkstukken optimaal naar urgentie en omstelling. Kiest zelf juiste gereedschap, bewerkingsvolgorde en optimale werkwijze richting vereiste eindresultaat, op basis van technisch inzicht en ervaring met verspaningseigenschappen. Er is nauwelijks direct toezicht, kan eventueel de chef raad- plegen. Komt vrij eenvou- dige problemen tegen van praktische aard. De contacten met collega’s en incidenteel met andere medewerkers moeten vlot verlopen. De tijdsindeling en werk- volgorde liggen vast. Maten en toleranties zijn gegeven. Bepaalt zelf de aanpak en de werkwijze op basis van inzicht en veel ervaring met verspaningseigenschappen. Het werk vraagt een hoge mate van materiaal- en machinegevoel om een optimale bewerking te realiseren en een trefzeker ingrijpen bij afwijkingen. Er is weinig direct toezicht. Raadplegen van de chef is mogelijk De contacten met omrin- gende en stafafdelingen zijn van belang voor een goede doorstroming. De tijdsindeling en werkvol- gorde liggen vast. Bepaalt zelf aanpak en werkwijze voor het gewenste resultaat. Het werk vraagt een hoge mate van materiaal- en machinegevoel om een optimale bewerking te reali- seren, een trefzeker ingrijpen bij afwijkingen en inspelen op nieuwe gegevenheden. Er is weinig direct toezicht, maar wel vooroverleg en afstemming gedurende het werk. De contacten met omringende en stafafdelingen zijn van belang voor een goede door- stroming.
Afbreukrisico Fouten verstoren als inci- denten de normale voort- gang, waardoor productieverlies optreedt. De eindcontrole sluit door- slippen van de fout naar de klant vrijwel uit. Fouten of onoplettendheden kunnen leiden tot schade aan machine, gereedschap of product (tot enkele duizen- den guldens schade). Ook kan de levertijd in gevaar komen. De eindcontrole sluit doorslippen van de fout naar de klant vrijwel uit. Fouten of onachtzaamheden kunnen tot grote schade leiden aan machine, gereed- schap of werkstuk. Kan resulteren in enkele dagen extra werk en tot extra kosten. De eindcontrole zorgt voor ontdekking van de fouten vóór aflevering.Fouten of onachtzaamheden kunnen tot grote schade leiden aan machine, gereedschap of werkstuk. Kan resulteren in dagen extra werk, moeilijkheden met de klant en extra hoge kosten. Er vindt eindcontroleplaats vóór aflevering. Eventueel vinden contacten met klanten plaats over uitvoe- ring, kwaliteit e.d.
Fysieke Aspecten Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en dampen. Werkt staand, veelal in gebogen houding. Moet regelmatig tillen (transportmiddelen zijn aanwezig). Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen. Bij het bedienen van knop- pen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist. Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en dampen. Werkt staand, veelal in gebogen houding. Moet regelmatig tillen (transportmiddelen zijn aanwezig). Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen. Bij het bedienen van knop- pen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist. Werkt in schone productieruimte. Hinder van lawaai en dampen. Werkt staand, veelal in gebogen houding. Moet regelmatig tillen (transportmiddelen aanwe- zig). Veiligheidsbril dragen. Loopt kans op verwondingen. Handmatige bewerkingen (gereedschappen slijpen, bewerken van slijpgereed- schap, vijlen e.d.) vereisen extra bewegingsprecisie.Werkt in schone productieruimte. Hinder van lawaai en dampen. Werkt staand, veelal in gebogen houding. Moet regelmatig tillen (transportmiddelen aanwezig). Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen. Handmatige bewerkingen (gereedschappen slijpen, bewerken van slijpgereed- schap, vijlen e.d.) vereisen extra bewegingsprecisie.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 20 BETREFT: CONVENTIONEEL VERSPANEN

Functiegroepen Functiegroep 7   
Karakteristieken     
Complexiteit De functie heeft een all- round karakter en is gericht op gecompliceerde verspa- nende bewerkingen. Past een groot aantal technieken toe (voor vervaardiging van hulpstukken e.d.). Werkt met een grote verscheidenheid in werkstukken, materialen en bewerkingen. Regelmatig vindt confrontatie plaats met geheel andere of totaal nieuwe technische zaken of unieke werkstukken. Werkt met zeer grote accuratesse en aandachtsgebondenheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door enkele specifieke opleidingen.    
Zelfstandigheid Bepaalt grotendeels zelf de volgorde van werken en de optimale weg naar het gewenste resultaat. Kiest of maakt zelf gereedschap en hulpstukken. Bepaalt zelf optimale voeding en snel- heden. Het werk vraagt een hoge mate van technisch inzicht. Het toezicht beperkt zich tot vooroverleg en controle op gereed werkstuk. De contacten met leiding en collega’s en met stafafdelin- gen zijn van belang voor een goede voortgang van het werk.    
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen tot grote schade leiden aan machine, gereed- schap of werkstuk. Werk- stukken zijn vaak zeer kostbaar en eventueel ook moeilijk vervangbaar. Gemaakt fouten kunnen veelal niet of met zeer veel moeite hersteld worden. De eventuele contacten met klanten kunnen van groot belang zijn voor de betref- fende uitvoering en kwali- teit.   
Fysieke Aspecten Werkt in schone productieruimte. Hinder van lawaai en dampen. Werkt staand, veelal in gebogen houding. Moet regelmatig tillen (transportmiddelen aanwe- zig). Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen. Handmatige bewerkingen (gereedschappen slijpen, bewerken van slijpgereed- schap, vijlen e.d.) vereisen extra bewegingsprecisie. Het werk kan ook zwaar zijn.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 21 BETREFT: CNC VERSPANEN

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het bedienen van NC/CNC gestuurde bewerkingsmachines en de diverse werkzaamheden en aspec- ten die de apparatuur ver- eist. Af en toe tot regel- matig (gemiddeld 1 tot 2 keer per uur) omschakelen in werkzaamheden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op het bedienen van een (even- tueel gecompliceerde) NC/ CNC gestuurde bewerkings- machine. Confrontatie met diverse aspecten die de apparatuur vereist (zoals hydrauliek, pneumatiek, elektronica e.d.). Verricht voorbereiding, instellen/afstellen en controles. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door een aanvul- lende opleiding (in eigen bedrijf of bij de machineleverancier). De functie is gericht op het bedienen van een (even- tueel gecompliceerde) NC/CNC gestuurde bewer- kingsmachine, inclusief berekenen en programmeren. Moet regelmatig om- schakelen door wisseling in opdrachten en werkzaamheden. Alertheid tijdens het werk blijft vereist en extra accuratesse bij het afstellen. Eventuele tijddwang bij spoedopdrachten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door een aanvul- lende opleiding (in eigen bedrijf of bij de machineleverancier). De functie is gericht op het stellen, programmeren en bedienen van een (eventueel gecompliceerde) NC/CNC gestuurde bewerkingsmachi- ne. Moet regelmatig tot voort- durend omschakelen door verscheidenheid in producten en opdrachten, wisseling in werkzaamheden en controles en met name door de bedie- ning van meerdere machines tegelijkertijd. Accuratesse is bij vrijwel alle werkzaamheden vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau dan wel een VBO-diploma en de rele- vante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door een functiegerichte bedrijfsopleiding en cursussen.
Zelfstandigheid De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen pro- gramma. Richtlijnen voor stellen en bedienen liggen vast. Daarbinnen is er enige vrijheid. De problemen zijn met het opleidingsniveau en enkele weken of maanden ervaring op te lossen. Weinig direct toezicht. Kan altijd de chef raadplegen. De contacten met collega’s en omringende afdelingen moeten vlot verlopen. De opdrachtvolgorde staat vast. Ook de vormgeving staat vast, het instelschema geeft alle bindende instruc- ties. Combineert eventueel zelf de werkstukken opti- maal naar urgentie en om- stelling. Er is nauwelijks direct toezicht, kan de chef altijd (eventueel telefonisch) raadplegen. Kan bij grotere problemen de programmeur of de machineleverancier raadplegen. De contacten met verschil- lende afdelingen moeten vlot verlopen en leiden tot vlotte doorstroming en goede kwaliteit. Prioriteiten zijn gesteld. Moet zelf aanpak en werk- volgorde bepalen binnen het kader van de vaststaande vormgeving (eisen van de klant) op basis van wiskun- dig inzicht en inzicht in verspanende bewerkingen en mogelijkheden van de machine, een en ander door ervaring verkregen. Kan de chef bereiken voor het mede oplossen van moeilijke problemen. De contacten met de tech- nische staf en hulpafdelin- gen zijn van belang voor het realiseren van planning en kwaliteit. Prioriteiten zijn gesteld. Moet zelf volgorde bepalen mede met het oog op het onbemand draaien ’s nachts. Vormgeving staat vast (eisen van de klant). Bepaalt werkwijze, instelling en hulpgereedschap op basis van inzicht in verspanende bewerkingen en mogelijkheden van de machine. Het oplossen van de daarbij optredende moeilijke problemen vereist naast de opleiding een forse ervaring. De intensieve contacten met collega’s, technische staf en hulpafdelingen zijn van belang voor snelle overdracht van informatie en werkstukken.
Afbreukrisico Fouten in controlemetingen kunnen tot afkeur van het product leiden. Fouten bij instellen van materiaal en afstellen van machine leiden tot het niet realiseren van de vereiste kwaliteit en kwan- titeit. Fouten in controlemetingen betekenen afkeur van het product. Fouten bij instellen van materiaal en afstellen van machine leiden tot het niet realiseren van de ver- eiste kwaliteit en kwanti- teit en in extreme gevallen tot onherstelbare schade aan bank of gereedschap. Pro- ductfouten worden ontdekt vóór aflevering. Fouten in controlemetingen betekenen afkeur van het product. Fouten bij instellen van materiaal en afstellen van machine leiden tot het niet realiseren van de ver- eiste kwaliteit en kwantiteit en in extreme gevallen tot onherstelbare schade aan bank of gereedschap. Pro- ductfouten worden ontdekt vóór aflevering.Fouten in berekening, voor- bereiding, programmering, in-/afstellen en controle en het niet overzien van de totale samenhang leiden in het algemeen tot afkeur van het product (dure productietijd). Fouten die zich ’s nachts manifesteren zijn nog funester. Zelfcontrole en eindcontrole zijn gericht op een foutloos eindproduct (zero defects).
Fysieke Aspecten Werkt in schone productieruimte met lawaai van meerdere machines. Werkt staand. Instellen van gereed- schap en materiaal (tillen en verplaatsen) vergt regelmatig lichamelijke inspanning. Loopt kans op verwondingen. Ooginspanning vereist bij controle van instelling en product. Bij het bedienen van knop- pen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.Werkt in schone productieruimte met lawaai van meerdere machines. Werkt staand. Instellen van gereed- schap en materiaal (tillen en verplaatsen) vergt regelmatig lichamelijke inspanning. Loopt kans op verwondingen. Ooginspanning vereist bij controle van instelling en product. Bij het bedienen van knop- pen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist. Werkt in schone productieruimte met lawaai van meerdere machines. Werkt staand. Instellen van gereed- schap en materiaal (tillen en verplaatsen) vergt regelmatig lichamelijke inspanning. Loopt kans op verwondingen. Ooginspanning vereist bij controle van instelling en product. Bij het bedienen van knop- pen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.Werkt in schone productieruimte met lawaai van meerdere machines. Werkt staand. Instellen van gereed- schap en materiaal (tillen en verplaatsen) vergt regelmatig lichamelijke inspanning. Loopt kans op verwondingen. Ooginspanning vereist bij controle van instelling en product. Bij het bedienen van knop- pen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 21 BETREFT: CNC VERSPANEN

Functiegroepen Functiegroep 7   
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op werkvoorbereiding en programmering van NC/ CNC gestuurde verspaningsmachines. Aspecten van voorbereiding, werkverde- ling, programmering, bege- leiding en controle. Moet tegelijkertijd aandacht schenken aan verschillende opdrachten op diverse machines. Moet voortdurend omschakelen (veel keren per uur), hetgeen niet ten koste mag gaan van de hoge accu- ratesse. Er kan confrontatie plaatsvinden met geheel andere of totaal nieuwe technische zaken. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, gevolgd door diverse cur- sussen (programmeren, CAM e.d.).    
Zelfstandigheid Bepaalt zelf eigen tijdsinde- ling, rekening houdend met complexiteit van de order, levertijd etc. Bepaalt zelf aanpak en werkvolgorde op basis van inzicht (volgorde van verspanende bewerkin- gen, wiskundig inzicht, mogelijkheden van machi- nes en personeel, program- mering e.d.) en een forse ervaring. De zelf op te los- sen problemen kunnen oplo- pen tot moeilijk, de leiding is echter altijd bereikbaar. De intensieve contacten met leiding en de omringende en stafafdelingen zijn van groot belang voor een kwalitatief juist product en een tijdige aflevering van het gereed product.    
Afbreukrisico Fouten in berekening, voor- bereiding, programmering in/afstelling en controle, dan wel het niet overzien van de gehele samenhang leiden in het algemeen tot afkeur van het product (dure productietijd). Fouten die zich ’s nachts manifesteren werken nog funester uit. Zelfcontrole en eindcontrole moeten gericht zijn op een foutloos eindproduct (zero defects). De eventuele contacten met klanten zijn gericht op opti- male informatie.   
Fysieke Aspecten Werkt in schone productieruimte met lawaai van meerdere machines. Werkt staand. Instellen van gereed- schap en materiaal (tillen en verplaatsen) vergt regelmatig lichamelijke inspanning. Loopt kans op verwondingen. Ooginspanning vereist bij controle van instelling en product. Bij het bedienen van knop- pen, schijven e.d. zijn beheerste bewegingen vereist.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 22A BETREFT: CONSTRUCTIE/BANKWERKEN/PLAAT- & PIJPWERK

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het verrichten van diverse werk- zaamheden binnen licht (staal-) constructiewerk. Er is sprake van wisseling in de werkzaamheden die enkele keren per dag omschakelen met zich mee brengt. Het betreft min of meer routine- matige bewerkingen op enkele eenvoudige tech- nische deelterreinen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en enkele lascursussen (auto- geen en elektrisch van pijp en/of plaat op niveau 2 en eventueel MIG/MAG of TIG op niveau 1). De functie is gericht op het verrichten van een veelheid van werkzaamheden binnen licht (staal) constructiewerk. Opdrachten verschillen in een aantal opzichten van elkaar. Binnen een opdracht is vrij regelmatig sprake van wisseling in de werkzaamheden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en enkele lascursussen, ook voor gevorderden (bijvoor- beeld autogeen en elektrisch van pijp en/of plaat op niveau 3 en eventueel MIG/MAG of TIG op niveau 2). De functie is gericht op het verrichten van een veelheid van werkzaamheden binnen licht (staal) constructiewerk, waarbij een goed totaalover- zicht op de (telkens onder- ling verschillende opdrach- ten) vereist is. Moet lastech- nieken van hoge technische kwaliteit toepassen. Even- tueel betreft het kortdurende werkzaamheden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en bij voorkeur ook de relevante vakopleiding (niveau 3) of een gestructureerde bedrijfsopleiding (1-2 jaar). De vereiste lascursus- sen betreffen voornamelijk niveau 3 (autogeen, elek- trisch, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat) en daar- naast een enkele hogere of lagere kwalificatie (op niveau 2 of 4).  
Zelfstandigheid De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen werk- programma. Er gelden procedures en voorschriften die enige vrijheid in de aanpak laten. De uitvoering vindt plaats in overleg met de leiding. Zelf eenvoudige problemen van praktische aard oplossen, zwaardere problemen aan de leiding voorleggen. De contacten met collega’s en met andere afdelingen moeten vlot verlopen. De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen werk- programma. Vormgeving en gebruik van middelen lig- gen vast. Bepaalt aanpak en uitvoering op basis van ervaring. Overlegt bij twijfel met de leiding. De contacten met toeleve- rende en dienstverlenende afdelingen moeten vlot verlopen (ook in verband met kwaliteitsborging).De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen werk- programma. De aanpak wordt meestal door de situatie bepaald of in een bespreking vooraf verklaard of toegelicht. Heeft vervol- gens een eigen inbreng in de werkwijze. Moet zelf problemen oplossen op basis van inzicht en (enkele jaren) ervaring. De leiding is meestal bereikbaar voor vragen. De contacten met toeleve- rende en dienstverlenende afdelingen moeten vlot verlopen (ook in verband met kwaliteitsborging bij bijvoorbeeld afwijkende tekeningen). Geeft even- tueel (functioneel) leiding aan toegevoegde monteurs.  
AfbreukrisicoFouten verstoren als inci- denten de normale voortgang op de afdeling en/of veroor- zaken tijd- en materiaalver- lies. Zelfcontrole en controle door de leiding maken de kans op ontdekken zeer groot. Fouten verstoren als inci- denten de normale voortgang op de afdeling en/of veroor- zaken tijd- en materiaalver- lies. Zelfcontrole en controle door de leiding maken de kans op ontdekken zeer groot. Fouten van uiteenlopende aard verstoren de voortgang op de afdeling. Leiden tot extra werk (tot één man- dag) en/of tot materiaalver- lies. Zelfcontrole dient de kans op ontdekken groot te maken. Eventuele contacten met klanten zijn gericht op een vlotte overdracht van informatie.  
Fysieke Aspecten Werkt in normale produc- tieruimte. Ondervindt enige hinder van lawaai van diverse metaalbewerkingen. Moet regelmatig tillen (tot 25 kg.). Moet beschermen- de middelen dragen. Loopt kans op verwondingen (en een verhoogd risico als eventueel en bij uitzondering buitenmontage wordt verricht). Werkt in normale produc- tieruimte. Ondervindt enige hinder van lawaai van diverse metaalbewerkingen. Moet òf frequenter tillen òf ook werken in een afwij- kende houding (geknield, gebukt, liggend e.d.). Moet beschermende middelen dragen. Loopt kans op verwondingen. Werkt in normale produc- tieruimte. Ondervindt enige hinder van lawaai. Moet òf frequent tillen òf ook wer- ken in een afwijkende houding (geknield, gebukt, liggend e.d.). Moet bescher- mende middelen dragen. Loopt kans op verwondingen. Regelmatig wordt bewe- gingsprecisie vereist: een aanmerkelijke beheersing bij een hoge nauwkeurigheid (aftekenen, lassen, knippen). 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 22A BETREFT: CONSTRUCTIE/BANKWERKEN/PLAAT- & PIJPWERK

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op ombouw-, constructie- en reparatiewerk van uiteen- lopende aard, waarbij zich soms totaal nieuwe aspec- ten voordoen of bijvoorbeeld een goed ruimtelijk inzicht wordt vereist. Moet diverse technieken toepassen en hiertussen regelmatig (enkele keren per uur) omschakelen. De lastechnieken betreffen een erg hoog kwaliteitsniveau. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en bij voorkeur ook de relevante vakopleiding (niveau 3) of een gestructureerde bedrijfsopleiding (1–2 jaar). De vereiste lascursus- sen betreffen voornamelijk niveau 4 en een enkel lager niveau (autogeen, elektrisch, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat), volgens eisen van het NIL. De functie is gericht op opdrachten en technieken van zeer uiteenlopende, eventueel duidelijk ver- schillende, aard. Soms vindt confrontatie plaats met nieuwe en geheel andere problemen. Van routinewerk is nauwelijks meer sprake. Het werk bestaat uit steeds wisselende elementen. Scha- kelt hiertussen regelmatig om en wordt ook nog regel- matig gestoord. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) gevolgd door 2–3 jaar cursussen, met name in hoogwaardige lastechnieken: niveau 4 (elektrisch, auto- geen, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat) volgens eisen van het NIL.   
Zelfstandigheid Bepaalt binnen de planning zelf de volgorde. Voert de werkstukken zelfstandig uit volgens tekening. Er kan òf een goed ruimtelijk voor- stellingsvermogen vereist zijn òf vindingrijkheid en improvisatievermogen. De leiding is meestal bereik- baar voor het bespreken van problemen. De regelmatige contacten met diverse andere afdelin- gen zijn gericht op een vlot verloop van het werk. Geeft eventueel (functioneel) lei- ding aan toegevoegde monteurs. Opdrachten en middelen zijn gegeven. Vervaardigt de werkstukken zelfstandig volgens tekening. Lost vrijwel alle problemen zelf op, op basis van een lang- durige ervaring. Speelt in op situaties door middel van een goed ruimtelijk inzicht, vindingrijkheid en impro- visatievermogen. Overlegt over moeilijke problemen met de leiding. De contacten de overige technische afdelingen, maar ook met niet-technische afdelingen, zijn van belang voor een optimale kwaliteit en doorstroming. Geeft (functioneel) leiding aan enkele toegevoegde medewerkers.   
Afbreukrisico Fouten van uiteenlopende aard (verkeerde aanpak, onjuiste materiaalkeuze, fouten in uitslagen e.d.) leiden tot vertraging, mate- riaalverlies en soms tot aanzienlijke schade. Zelf- controle dient de kans op ontdekken groot te maken. Contacten met klanten (en ook leveranciers) zijn ge- richt op een vlotte uitwis- seling van informatie. Fouten in werkaanpak, materiaalkeuze e.d. leiden niet alleen tot vertraging in de eigen afdeling, tot mate- riaalverlies en schade, maar beïnvloeden ook de relatie met de klant/opdrachtgever. De meeste fouten kunnen door zelfcontrole worden ontdekt en kunnen hersteld worden. Er volgt geen ver- dere controle meer. De contacten met derden zijn gericht op een soepel lopen van de stroom van goederen of informatie.  
Fysieke Aspecten Werkt in normale produc- tieruimte. Ondervindt enige hinder van lawaai. Moet òf frequent tillen òf ook wer- ken in een afwijkende hou- ding (geknield, gebukt, lig- gend e.d.). Moet bescher- mende middelen dragen. Loopt kans op verwondingen. Regelmatig wordt bewe- gingsprecisie vereist: een aanmerkelijke beheersing bij een hoge nauwkeurigheid (aftekenen, lassen, knippen). Werkt in normale produc- tieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Moet òf frequent tillen òf ook werken in een afwijkende houding (ge- knield, gebukt, liggend e.d.). Moet beschermende midde- len dragen. Loopt kans op verwondingen. Regelmatig wordt bewe- gingsprecisie vereist: een aanmerkelijke beheersing bij een hoge nauwkeurigheid (aftekenen, lassen, knippen).   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 22B BETREFT: SPECIAAL LASSEN

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7   
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het lassen van bankwerk, con- structiewerk en plaatwerk (RVS e.d.) en betreft het toepassen van gespecialiseerde lastechnieken (TIG/ MIG) waarbij voldaan moet worden aan de Europese norm H.L045. Routinearbeid komt nauwelijks voor. Schakelt regelmatig om. De hoge concentratie bij het lassen vergt vrij grote accu- ratesse. Er is nauwelijks sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan minimaal een VBO-diploma en de rele- vante basisberoepsopleiding (niveau 2) en bij voorkeur ook de relevante vakopleiding (niveau 3) of een ge- structureerde bedrijfsoplei- ding (1–2 jaar). De vereiste lascursussen betreffen voor- namelijk niveau 4 en een enkel lager niveau (auto- geen, elektrisch, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat). De functie is gericht op constructiebankwerken en het maken van hoogwaardige lasverbindingen. De functie omvat het toepassen van gespecialiseerde lastech- nieken (voornamelijk MIG) waarbij voldaan moet wor- den aan de Europese norm H.L045. Routinearbeid komt nauwelijks voor. Schakelt regelmatig om. De hoge concentratie bij het fotolas- sen vergt zeer grote accu- ratesse. Er is nauwelijks sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan minimaal een VBO-diploma en de rele- vante vakopleiding (niveau 3) gevolgd 2–3 jaar cursus- sen, met name in hoogwaardige lastechnieken: niveau 4 op elektrisch, autogeen, MIG/MAG of TIG van pijp of plaat.   
Zelfstandigheid Is binnen een tijdplanning en vaste volgorde van opdrach- ten vrij om de eigen tijd in te delen. De vormgeving wordt bepaald door eisen van klanten en/of keurende instantie. Bepaalt bij de aanpak zelf de werkmethode en volgorde van samenbouw. Richt, controleert en merkt. Ondervindt indirect toezicht in de vorm van overleg met de directe chef die meestal snel bereikbaar is. Moet zelf problemen oplossen die overeenstemmen met het opleidingsniveau en ervaring (1–2 jaar) inzake lastech- nieken. De contacten met collega’s, directe chef en medewerkers van een andere afdeling (voornamelijk controlerende) zijn gericht op het soepel verlopen van het werk en informatie inzake kwaliteit Is binnen een tijdplanning en vaste volgorde van opdrach- ten vrij om de eigen tijd in te delen. De vormgeving wordt bepaald door eisen van klanten en/of keurende instantie. Werkt aan ont- vangen opdrachten na eigen acceptatie van het vooraf- gaande werk. Pakt het werk zelfstandig aan. Houdt hier- bij rekening met voorgeschreven lastechnieken. Ondervindt indirect toezicht van de directe chef die op locatie meestal niet direct bereikbaar is. Moet zelf problemen oplossen die overeenstemmen met het opleidingsniveau en een ruime ervaring (minimaal 3 jaar) inzake diverse lastech- nieken en materialenkennis. De contacten met collega’s, directe chef en medewerkers van andere afdelingen zijn gericht op soepel verlopen van het werk en informatie inzake kwaliteit en techniek.   
Afbreukrisico Fouten en onachtzaamheden in werkaanpak, procedures, laswerk en controle kunnen leiden tot vertraging in de voortgang, materiaalverlies met financiële schade. Tijdig ontdekken en herstel berust op zelfcontrole, en controle van chef en/of keurende instantie. De incidentele contacten met derden zijn meestal gericht op een vlotte gang van zaken inzake de uitvoering. Fouten en onachtzaamheden in werkaanpak, procedures, laswerk en controle kunnen leiden tot productiestagnatie van eigen en andere afde- lingen, materiaalverlies met financiële schade en tot problemen met klanten/keurende instanties. Tijdig ontdekken en herstel berust grotendeels op zelfcontrole. De incidentele contacten met klanten zijn gericht op infor- matie overdracht inzake de uitvoering.  
Fysieke Aspecten Werkomstandigheden kun- nen uiteenlopen en gaan eventueel gepaard met enige hinder van geuren, dampen, temperaturen en vuil. Werkt meestal staand, maar ook in andere moeilijker houdingen. Moet soms tillen. De kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er is sprake van bezwarende bewegingsprecisie die een aanmerkelijke beheersing vergt. Werkomstandigheden kun- nen uiteenlopen en gaan eventueel gepaard met enige hinder van geuren, dampen, temperaturen en vuil. Werkt meestal staand, maar ook in andere moeilijker houdingen. Moet soms tillen. De kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er is sprake van bezwarende bewegingsprecisie die een aanmerkelijke beheersing vergt.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 23 BETREFT: GEREEDSCHAPPEN-/INSTRUMENTEN-/ STEMPELMAKEN

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op vervaardiging van eenvou- dige gereedschappen, instrumenten, mallen, matrijzen e.d. waarbij uiteenlopende technieken en/of bewerkingen voor- komen. De werkstukken vertonen wel verschillen, maar de werkwijze kan in beginsel telkens dezelfde blijven. Routine speelt nog een rol. Grote nauwkeurigheid vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3). De functie is gericht op vervaardiging van minder eenvoudige gereedschappen, instrumenten, mallen, matrij- zen e.d. waarbij uiteenlopen- de technieken en/of bewer- kingen voorkomen. De werkstukken verschillen bijna steeds, hetgeen invloed heeft op de werkwijze. Moet soms geconcentreerd werken vanwege de vereiste nauw- keurigheid en de complexi- teit van het werkstuk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de primaire en de rele- vante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door een pro- ductgerichte bedrijfsopleiding (1 jaar). De functie is gericht op het vervaardigen van moeilijke gereedschappen, instrumenten, mallen, matrijzen, stempels e.d., waarbij een grote verscheidenheid van technieken en/of bewer- kingen voorkomt. De werk- stukken verschillen steeds, hetgeen de werkwijze beïn- vloedt. Moet soms zeer geconcentreerd werken van- wege de vereiste nauwkeu- righeid en de complexiteit van het werkstuk. Soms kan ook tijddwang optreden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door een uitgebreide bedrijfsopleiding (2 jaar). De allround functie is gericht op het vervaardigen van gereedschappen, instrumenten, mallen, matrijzen, stempels e.d. van gecompliceerde aard (meestal eindproducten), waarbij een verscheidenheid aan montagewerk, fijnmecha- nisch werk en diverse verspa- nende bewerkingen voorkomt. Wordt veel gestoord. Maat- nauwkeurigheid en complexiteit van het werkstuk vereisen concentratie en grote accu- ratesse. Soms tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3), gevolgd door een zeer uitgebreide bedrijfsopleiding (3 jaar) en een cursus bedrijfs- voering.
Zelfstandigheid Houdt zich voor de tijds- indeling aan het opgedragen programma. Volgt nauwgezet de op tekening of in instruc- ties vastgelegde aanpak en bewerkingsvolgorde. Er vindt controle plaats op tussenfasen en eindproduct. Kan altijd de chef of ervaren collega raadplegen. De contacten met medewer- kers van andere afdelingen moeten gericht zijn op juiste informatie-uitwisseling en onderlinge afstemming. Houdt zich voor de tijds- indeling globaal aan het opgedragen programma. Volgt in het algemeen de op tekening of op andere wijze vastgelegde aanpak en bewerkingsvolgorde. Wijkt hier zo nodig om praktische redenen van af. De chef controleert het resultaat. Kan bij moeilijke werkstukken altijd de chef raadplegen. De contacten met medewer- kers van andere afdelingen moeten gericht zijn op juiste informatie-uitwisseling en onderlinge afstemming. De tijdsindeling hangt af van het opgedragen programma. Bepaalt zelf de wijze van aanpak en bewerkingsvol- gorde. De chef houdt zich op de hoogte, bij moeilijke werkstukken vindt regel- matig overleg plaats, ook over afwijkende bewerkingen. De vaktechnische problemen kunnen in het algemeen met opleiding en ervaring (1–2 jaar) worden opgelost. De contacten met collega’s, ook op andere afdelingen, zijn van groot belang voor een goede doorstroming van het werk. Bepaalt zelf de volgorde binnen de levertijden. Bepaalt zelf de wijze van aanpak en bewerkingsvolgorde, waarbij inventiviteit en een flink flexibele benadering nodig zijn om de vereiste vormgeving en/of werkwijze te bereiken. De contacten met andere afdelingen en met de leiding zijn gericht op regeling van het werk, ontwikkeling van nieuwe ideeën e.d. en zijn van groot belang. Geeft eventueel (functioneel) leiding aan 1-6 medewerkers (eventueel vervangend).
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden veroorzaken schade in de vorm van extra werk, waar- door productieverlies op- treedt. Sluitende eindcon- trole zorgt voor het niet verder doorwerken van de fout. Fouten of onachtzaamheden veroorzaken vooral schade in de vorm van extra werk, waardoor productieverlies optreedt. De meeste fouten moeten door zelfcontrole worden ontdekt en tijdig hersteld. Veelal vindt eind- controle plaats. Eventuele contacten met klanten inzake de uitvoe- ring van het werk, moeten vlot verlopen.Fouten of onachtzaamheden veroorzaken vooral schade in de vorm van extra werk hetgeen kan oplopen tot een manweek werk. De meeste fouten moeten door goede zelfcontrole worden ontdekt en tijdig hersteld. Veelal vindt eindcontrole plaats. Bij bepaalde aspecten van het werk of bij bepaalde werk- stukken is sprake van werken op „zero defects’’. Eventuele contacten met klanten inzake de uitvoe- ring van het werk, moeten vlot verlopen. Fouten of onachtzaamheden veroorzaken vooral schade in de vorm van extra werk het- geen kan oplopen tot 2 man- weken werk. De meeste fouten moeten door goede zelfcontrole worden ontdekt en tijdig hersteld, sommige fouten kunnen doordringen tot de klant en het imago ernstig schaden. Op „zero defects’’ werken komt voor. De intensiteit van het contact met de klant en het risico op afbreuk zijn negatief gecorre- leerd.
Fysieke Aspecten Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Werkt staand, nu en dan zittend. Geen grote lichamelijke inspanning. Loopt kans op kleine verwondingen. Enkele werkzaamheden vereisen goed gecoördineerde en nauwkeurige bewegingen. Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Werkt staand, nu en dan zittend. Geen grote lichamelijke inspanning. Loopt kans op kleine verwondingen. Enkele werkzaamheden vereisen goed gecoördineerde en nauwkeurige bewegingen. Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Werkt staand, nu en dan zittend. Geen grote lichamelijke inspanning. Loopt kans op kleine verwondingen. Enkele werkzaamheden vereisen goed gecoördineerde en nauwkeurige bewegingen.Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Werkt staand, nu en dan zittend. Geen grote lichamelijke inspanning. Loopt kans op kleine verwondingen. Enkele werkzaamheden vereisen goed gecoördineerde en nauwkeurige bewegingen.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 24 BETREFT: SPECIAAL GRAVEREN

Functiegroepen Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het graveren van minder een- voudige werkstukken, waar- bij enkele technieken en bewerkingen voorkomen (handgraveren reliëf, machinegraveren vlak en reliëf). De werkstukken verschillen bijna steeds. Schakelt regelmatig om op andere technieken/bewer- kingen. Enkele elementen van het werk vereisen geconcentreerd werken in verband met de vereiste nauwkeurigheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) en een gestruc- tureerde bedrijfsopleiding (½ jaar). De functie is gericht op het vervaardigen van (precisie-) stempels, met een sterk accent op handwerk of reliëfgraveren. Werkt het werkstuk in het algemeen tot het einde af. Moet tijdens de vervaardiging voortdurend omschakelen op andere facetten. Een aantal elemen- ten van het werk vereist grote concentratie in verband met de vereiste nauwkeurigheid, ook als er sprake is van haastwerk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma (plus eventueel een specialistisch jaar) en de relevante vakop- leiding (niveau 3), alsmede een gestructureerde bedrijfs- opleiding (1½ jaar).De allround functie is gericht op het handmatig en/of machinaal (3-dimen- sionaal) graveren, onder meer voor het vervaardigen van precisiestempels (of het handmatig graveren van allerlei voorwerpen). Verricht diverse werkzaamheden vanaf het ontwerpen en fabriceren van modellen tot en met beoordelen en controleren van werk van anderen. Diverse elementen van het werk vereisen grote accuratesse. Werkt regel- matig onder tijddwang (productiestempels, laatste productieschakel). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-diploma (of opleiding industriële vorm- geving), gevolgd door een gestructureerde bedrijfsopleiding (2 jaar) voor hand- vaardigheid en routine.  
Zelfstandigheid Heeft binnen de gestelde plantijden enige vrijheid voor het kiezen van een optimale volgorde. Volgt in het algemeen ook de vast- gestelde bewerkingsvol- gorde, maar mag hier zo nodig van afwijken. De chef controleert vrij regelmatig, voornamelijk het resultaat. Het probleemniveau stemt overeen met opleiding en ervaring, moeilijk werk wordt overgedragen aan een meer ervaren collega. De regelmatige contacten met collega’s, ook van andere afdelingen is gericht op werkafstemming en vlotte doorstroming.Heeft binnen de gestelde plantijden enige vrijheid voor het kiezen van een optimale volgorde. Bepaalt zelf de wijze van aanpak en de bewerkingsvolgorde. De chef komt bij moeilijke werkstukken regelmatig kijken, bij eenvoudige werkstukken nauwelijks. Het probleemniveau gaat soms uit boven opleiding en erva- ring, pleegt dan overleg met de leiding of allround collega’s. De regelmatige contacten met collega’s, ook van andere afdelingen is gericht op werkafstemming en een goede stroomlijning van het werk (ook in andere afde- lingen).Bepaalt binnen de gestelde plantijden de keuze voor een optimale volgorde. Bepaalt zelf de wijze van aanpak richting het door de eisen van de klant bepaalde eindresultaat, op basis van ruimtelijk inzicht en erva- ring (ook voor het aantal tussenstappen). Werkt onder indirect toezicht. In verband met de complexiteit van de opdrachten kunnen de pro- blemen oplopen tot moei- lijk, maar dienen toch door de functionaris opgelost te worden. De dagelijkse tot vrij regel- matige contacten met staf- afdelingen en belendende afdelingen zijn van belang voor het bereiken van een optimaal resultaat.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot extra werk en vertraging in de aflever- ing. De meeste fouten wor- den ontdekt door zelfcontrole; tevens vinden tussen- tijdse en eindcontroles plaats. Bij bepaalde aspecten van het werk dient sprake te zijn van werken op „zero defects’’. Fouten of onachtzaamheden veroorzaken correcties en vertraging in de aflevering. De kans dat door een onjuiste interpretatie van de tekening of door foutief beoordelen van materiaaleigenschappen een werk- stuk overgemaakt moet worden is uiterst gering door het effect van zelfcontrole en de bemoeienis van anderen. Uitschieten kan wel leiden tot verlies van het werkstuk. Incidenteel is er sprake van contact met de opdrachtgever voor toelichtend contact. Integriteit kan vereist zijn (edelmetalen, keurstempels e.d.) en/of discretie (defen- sie-opdrachten). Fouten of onachtzaamheden kunnen (tijd en geld kosten- de) correcties veroorzaken. Ook is de kans aanwezig dat door een onjuiste interpretatie van de tekening of door foutief beoordelen van mate- riaaleigenschappen een werkstuk overgemaakt moet worden, waarbij de schade zeer hoog kan oplopen. Voornamelijk effect van zelfcontrole en eventuele steekproefsgewijze controle door de leiding. Bij specia- listisch werk vindt 100% controle plaats. Een enkele maal is er sprake van contact met de opdracht- gever voor het gezamenlijk vaststellen van mogelijkheden e.d. Integriteit kan vereist zijn (edelmetalen, keurstempels e.d.) en/of discretie (defen- sie-opdrachten).  
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden met soms enige geluidshinder en soms last van stof. Staand en zittend werk. Geen grote lichamelijke inspanning vereist. Kans op kleine verwondingen. Een aantal werkzaamheden vereist, in verband met goed gecoördineerde bewegingen en een grote nauwkeurigheid, een zekere bewegingsprecisie. Werkt onder werkplaats-/atelier-omstandigheden met eventueel enige geluidshinder. Staand en zittend werk. Enige lichamelijke inspan- ning vereist bij handmatige bewerkingen, ooginspan- ning (voortdurend accom- moderen van de ogen bij afwisselend kijken door microscoop en naar het model). Handmatig graveren vereist een grote beheersing van bewegingen (soms bemoei- lijkt door snelheid en inspanning). Machinaal graveren vereist een grote bewegingsprecisie voor een vloeiende gecoördineerde voortbeweging van de pantograaf. Werkt onder werkplaats-/atelier-omstandigheden met eventueel enige geluidshinder. Staand en zittend werk. Enige lichamelijke inspan- ning vereist bij handmatige bewerkingen, ooginspan- ning (voortdurend accom- moderen van de ogen bij afwisselend kijken door microscoop en naar het model). Handmatig graveren vereist een grote beheersing van bewegingen (soms bemoei- lijkt door snelheid en inspanning), bij machinaal graveren is een vloeiende gecoördineerde voortbeweging van de pantograaf noodzakelijk. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 25 BETREFT: MONTAGE VAN APPARATUUR (BINNEN)

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op montagewerkzaamheden van minder complexe aard aan apparaten. Het betreft min of meer routinematige bewer- kingen op enkele technische deelterreinen, voornamelijk van eenvoudig mechanische aard. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en eventueel de basisberoepsopleiding (niveau 2).De functie is gericht op montage van apparaten en omvat een diversiteit aan bewerkingen op enkele technische deelterreinen (mechanisch, hydraulisch, motorisch e.d.). Opdrachten en uitvoeringen verschillen op een aantal facetten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en eventueel een op het werk gerichte cursus. De functie is gericht op montage van apparatuur en omvat voornamelijk mecha- nisch, hydraulisch, pneuma- tisch, motorisch en eenvou- dig elektrisch werk, naast controleren, meten en af- stellen als belangrijke elementen. Het werk is gevarieerd van aard en bestaat uit steeds wisselende elementen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door diverse op het werk gerichte cursussen (1 jaar). De functie is gericht op montage-werkzaamheden van uiteenlopende en soms gede- tailleerde aard op mechanisch, hydraulisch, pneumatisch, motorisch en eenvoudig elek- trisch terrein, naast controleren, meten en afstellen en testen als belangrijke elemen- ten. Het werk is erg gevarieerd van aard en bestaat uit steeds wisselende elementen. Wordt daarbij regelmatig gestoord. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) gevolgd door diverse op het werk gerichte cursussen (1–2 jaar).
Zelfstandigheid De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen werk- programma. Er gelden pro- cedures en voorschriften die enige vrijheid in de aanpak laten. Daarvoor is enige bedrijfservaring vereist (enkele weken), mede in verband met de handelwijze bij afwijkingen. Vrij gering direct toezicht. Eenvoudige problemen van praktische aard. De contacten met collega’s en incidenteel met andere afdelingen moeten vlot verlopen. Werkt volgens vastgestelde planning. Vormgeving en het gebruik van machines en gereedschappen staan gro- tendeels vast. Er dient sprake te zijn van de vaar- digheid om de mogelijk nodige variaties toe te passen. Deze vaardigheid berust op enige maanden ervaring. Overlegt bij twijfels met de chef. De contacten met collega’s en met toeleverende en dienstverlenende afdelingen moeten vlot verlopen en zijn gericht op een vlotte doorstroming. Werkt volgens vastgestelde planning. Werkt volgens een vastgesteld patroon dat enige ruimte laat voor een eigen aanpak die berust op (enkele) maanden ervaring. Ook improvisatievermogen is daarbij vereist. Overleg met de leiding is steeds mogelijk. De contacten met collega’s en met staf- afdelingen moeten vlot verlopen en zijn gericht op een vlotte door- stroming. Eventueel is sprake van (functioneel) leiding geven aan een collega. Werkt volgens vastgestelde planning. Voor de grote lijnen van het montageproces gel- den richtlijnen. Is op basis van enkele jaren ervaring redelijk vrij in het bepalen van werk- wijze, gereedschap, hulpstuk- ken e.d. Voor het oplossen van moeilijke problemen is steeds overleg met de leiding mogelijk. De contacten met collega’s, toeleverende en stafafdelin- gen zijn van belang voor een optimale doorstroming. Eventueel wordt aan een aan- tal medewerkers (functioneel) leiding gegeven.
Afbreukrisico Fouten verstoren als inci- denten de normale voortgang op de afdeling en/of veroor- zaken tijd- en materiaalver- lies. Zelfcontrole en controle door de leiding maken de kans op ontdekken zeer groot. Fouten in montage- of afstelwerkzaamheden kun- nen leiden tot vertraging, extra kosten en materiaalverlies. Bijna alle fouten kunnen door zelfcontrole worden ontdekt en kunnen hersteld worden. Er volgt altijd nog eindcontrole.Fouten in montage- of afstelwerkzaamheden kun- nen leiden tot vertraging, extra kosten, materiaalverlies en in het ergste geval tot totale afkeur van het appa- raat. Bijna alle fouten kun- nen door zelfcontrole worden ontdekt en kunnen hersteld worden. Er volgt altijd nog eindcontrole. Fouten in montage- of afstel- werkzaamheden kunnen lei- den tot vertraging, extra kosten, materiaalverlies en in het ergste geval tot totale afkeur van het apparaat. Bijna alle fouten kunnen door zelf- controle worden ontdekt en kunnen hersteld worden. Er volgt altijd nog eindcontrole. Eventueel is af en toe sprake van contact met de klant, gericht op specifiek techni- sche informatie.
Fysieke Aspecten Werkt in normale produc- tieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Werkt staand, soms in lastige houdingen. Soms tillen van zware voorwerpen (transportmiddelen zijn aanwezig). Loopt kans op verwondingen. Werkt in normale produc- tieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Werkt staand, soms in lastige houdingen. Soms tillen van zware voorwerpen (transportmiddelen zijn aanwezig). Loopt kans op verwondingen. Bij bepaalde werkzaamheden is enige bewegingsprecisie vereist, waarbij incidenteel sprake is van beheerste krachtsinspanning.Werkt in normale produc- tieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Werkt staand, soms in lastige houdingen. Soms tillen van zware voorwerpen (transportmiddelen zijn aanwezig). Loopt kans op verwondingen. Bij bepaalde werkzaamheden is enige bewegingsprecisie vereist, waarbij incidenteel sprake is van beheerste krachtsinspanning. Werkt in normale productieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Werkt staand, soms in lastige houdingen, even- tueel ook zittend, knielend en kruipend in kleine ruimtes. Soms tillen van zware voor- werpen (transportmiddelen zijn aanwezig). Loopt kans op verwondingen. Soms is enige bewegingspre- cisie vereist, waarbij sprake kan zijn van beheerste krachts- inspanning.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 25 BETREFT: MONTAGE VAN APPARATUUR (BINNEN)

Functiegroepen Functiegroep 7   
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op de coördinatie van montage van apparatuur en op de combi- natie van mechanische, hydraulische, pneumatische, motorische en eenvoudig elektrische terreinen, naast controleren, meten en afstel- len en testen als belangrijke elementen. Het werk is erg gevarieerd van aard en bestaat uit steeds wisselende elementen. Wordt daarbij regelmatig gestoord. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) gevolgd door diverse op het werk gerichte cursussen (1–2 jaar).    
Zelfstandigheid Ontvangt informatie over prioriteiten. Richtlijnen voor vormgeving en aanpak zijn voorhanden. Vaak moet ingespeeld worden op de situatie op basis van jaren ervaring en improvisatievermogen. Is vrij in de keuze van werkwijze, gereedschap, hulpstukken e.d. Moeilijke en nieuwe situaties overleggen met de leiding. De contacten met alle overige betrokken afdelingen zijn van belang voor een optimale kwaliteit en door- stroming. Eventueel wordt aan een aantal (3–8) medewerkers (functioneel) leiding gege- ven.    
Afbreukrisico Fouten in montage- of afstelwerkzaamheden kunnen leiden tot vertraging, extra kosten, materiaalverlies en in het ergste geval tot totale afkeur van het apparaat. Fouten in de controle kun- nen een verder reikende schade veroorzaken. De meeste fouten kunnen door zelfcontrole worden ontdekt en kunnen hersteld worden. Er volgt geen verdere controle meer. Eventueel is af en toe sprake van contact met de klant, gericht op specifiek tech- nische informatie.   
Fysieke Aspecten Werkt in normale produc- tieruimte. Ondervindt enige hinder van onaangename factoren. Werkt staand, soms in lastige houdingen, even- tueel ook zittend, knielend en kruipend in kleine ruim- tes. Soms tillen van zware voorwerpen (transportmiddelen zijn aanwezig). Loopt kans op verwondingen. Soms is enige bewegingsprecisie vereist, waarbij sprake kan zijn van beheerste krachtsinspanning.    

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 26 BETREFT: KASTEN/PANELENBOUW ELEKTRO

Functiegroepen Functiegroep 2 Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op eenvoudige montage- en assemblagewerkzaamheden die zich volgens een vast patroon herhalen. Er is verscheidenheid in onder- delen en producten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan vervulling van de leerplicht, gevolgd door een bedrijfsopleiding van enkele uren en een inwerkperiode van enkele dagen. De functie is gericht op vrij eenvoudige montage- en assemblagewerkzaamheden. Er is verscheidenheid in bewerkingen en onderdelen. Van aandachtsgebondenheid is continu sprake. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en een bedrijfsopleiding (dagen of weken). De functie is gericht op montage, assemblage, beka- beling op elektra/elektroni- caterrein. Het betreft een verscheidenheid aan bewer- kingen en een zeer grote verscheidenheid aan onder- delen. Schakelt regelmatig om. Er is continu sprake van aandachtsgebondenheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, een gerichte opleiding bin- nen het bedrijf (maandenlang) en deelname aan de relevante basisberoepsoplei- ding (niveau 2). De functie is gericht op het zelfstandig assembleren, monteren, bekabelen van elektrotechnische of elektro- nische apparatuur. Verricht ook enige bijkomende werkzaam- heden van eventuele andere aard. Schakelt regelmatig over op andere technieken. Bepaal- de elementen van het werk vereisen grote accuratesse en hoge concentratie. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsoplei- ding (niveau 2) (VEV-Monteur Panelenbouw), eventueel ge- volgd door een cursus PLC- besturing.
Zelfstandigheid Voor tijdsindeling, werk- volgorde, aanpak en vorm- geving gelden dwingende instructies. Er is enige vrijheid in de praktische organisatie van het werk. Bij afwijkingen kan en moet de leiding geraadpleegd worden. Het betreft eenvoudige praktische montageproblemen. Geen continu direct toezicht. De contacten met naaste collega’s en incidenteel met toeleverende afdelingen moeten vlot verlopen. Tijdsindeling, werkvolgorde en vormgeving staan vast. De methode van werken berust op praktisch inzicht en enige ervaring (in weken uit te drukken). Er is vrij direct toezicht, achteraf vindt controle plaats op de uitvoering. Komt eenvou- dige problemen tegen van praktische aard. Moeilijke problemen worden door anderen opgelost. De contacten met collega’s en incidenteel met andere afdelingen moeten vlot verlopen. Montagevolgorde is gege- ven. De opdracht bevat bindende gegevens voor vormgeving en aanpak. Is vrij om zelf „handig werken’’ te organiseren. De problemen stemmen over- een met het opleidingsniveau, maar ook is vrij langdurige ervaring vereist. De chef is steeds te raad- plegen. De contacten met toeleve- rende en staf-afdelingen moeten vlot verlopen. Geeft eventueel functionele instructies aan enkele collega’s. De volgorde van de opdrach- ten staat vast. Werkt volledig volgens tekening en instruc- ties, is attent op fouten hierin en corrigeert deze in overleg met de leiding. Heeft de vrij- heid om de volgorde in de uitvoering, die op zich logisch van aard is, aan te passen voor handig werken. Problemen kunnen overleg met de leiding of met stafafdelingen wense- lijk maken. De contacten met leiding of stafafdelingen zijn van belang voor een vlot verloop van het werk. Geeft eventueel functionele instructies aan enkele colle- ga’s.
AfbreukrisicoFouten zijn van geringe betekenis, maar kunnen het werk van anderen op de afdeling negatief beïnvloe- den of tot afkeur van onderdelen leiden. Fouten verstoren als incidenten de normale voortgang waardoor productieverlies optreedt. Fouten blijven binnen de afdeling.Fouten veroorzaken tijd- en materiaalverlies of afkeur van dure onderdelen. Er is nauwelijks kans dat fouten doordringen tot de klant.Fouten kunnen tijdverlies veroorzaken of tot schade aan dure onderdelen leiden. Nauwkeurig werken voorkomt de meeste fouten. Controleert zelf het eindresultaat, anderen testen het geheel. Gemaakte fouten kunnen veelal worden hersteld. Er kan eventueel sprake zijn van sporadische contacten met klanten, gericht op goede informatie-overdracht.
Fysieke Aspecten Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en eventuele damp. Werkt staand of zittend, eventueel regelma- tig in een moeilijke houding. Moet regelmatig tillen. Loopt kans op lichte verwondingen. Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en eventuele damp. Werkt staand of zittend, eventueel regelmatig in een moeilijke houding. Moet regelmatig tillen. Loopt kans op lichte verwondingen. Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en eventuele damp. Werkt staand of zittend, eventueel regelmatig in een moeilijke houding. Moet regelmatig tillen. Loopt kans op lichte verwondingen. Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en eventuele damp. Werkt staand of zittend, eventueel regelmatig in een moeilijke houding. Moet regelmatig tillen. Loopt kans op lichte verwondingen.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 26 BETREFT: KASTEN/PANELENBOUW ELEKTRO

Functiegroepen Functiegroep 6 (toezicht) Functiegroep 6 (specialisme)  
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het coördineren van de assem- blage, montage, bekabeling van elektrotechnische of elektronische apparatuur. Verricht ook enige admini- stratieve en andere bijko- mende werkzaamheden. Schakelt veelvuldig om op diverse technieken, uiteen- lopende werkzaamheden en aandachtsterreinen. Wordt veel gestoord. Grote accura- tesse is regelmatig vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) (VEV-Monteur Panelenbouw) en een cursus PLC- besturing. De specialistische functie is gericht op diverse aspecten van assemblage, montage, bekabeling van elektrotechnische of elektronische apparatuur, inclusief con- trole, testen en fouten herstellen. Schakelt veelvul- dig om op diverse technie- ken en uiteenlopende werk- zaamheden. Het geheel vereist continu een grote mate van accuratesse. Soms speelt ook tijddwang een rol. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau en een interne opleiding (½ jaar).   
Zelfstandigheid Bepaalt in overleg de opti- male volgorde. Werkt vol- gens tekening en instruc- ties, overlegt met staf of leiding over aanpassingen. De volgorde in de uitvoe- ring is logisch, maar laat enige vrijheid voor een optimale keuze voor handig werken. Regelmatige contac- ten met de leiding en met stafafdelingen zijn van groot belang voor de organisatie van het werk. Coördineert het werk van enkele collega’s. Ontvangt opdrachten. Overlegt zo nodig. Werkt volgens afgesproken planning. Voert het werk zelfstandig uit, waarbij regelmatig inventiviteit vereist is. Direct toezicht is niet steeds aanwezig. Raadpleegt tekeningen en instructies en is attent op aan te brengen correcties. De contacten met staf- afdelingen en gespecialiseerde collega’s zijn gericht op materiaalvoorziening, ontwerpen e.d. en van groot belang voor een vlotte productie.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen tijdverlies, capaci- teitsverlies, verlies van dure onderdelen en tot afkeur van het product leiden. Controleert het resultaat van eigen werk en dat van anderen, eindproduct wordt getest. Gemaakte fouten kunnen veelal worden her- steld. Vrij regelmatige contacten met klanten, gericht op goede informatie-overdracht, kunnen voorkomen. Geheimhouding van bepaal- de aspecten kan van belang zijn. Fouten of onachtzaamheden in het testen kan tot door- slippen van fouten leiden, hetgeen tot doordringen tot de klant zal leiden en flink afbreuk zal doen aan het imago. Ook productieschade kan veroorzaakt worden. Eventuele gevolgschade kan financieel hoog oplopen. Er is alleen sprake van zelf- controle. Geheimhouding van bepaal- de aspecten kan van belang zijn.   
Fysieke Aspecten Werkt in schone productieruimte. Ondervindt hinder van lawaai en eventuele damp. Werkt staand of zittend, eventueel regel- matig in een moeilijke houding. Enige kans op tillen. Loopt enige kans op lichte verwondingen. Werkt in rustige werkomge- ving met eventuele lichte hinder van lawaai en damp. Meest zittend werk. Het met enige snelheid uitoefenen van nauwkeurige gecoördineerde bewegingen vereist enige vaardigheid.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 27 BETREFT: WIKKELEN MOTOREN

Functiegroepen Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het revideren en opnieuw wikke- len van elektromotoren met een groot aantal verschillen- de elektrotechnische en mechanische bewerkingen. Er is een grote verscheidenheid aan typen wikkeling. Moet voortdurend omscha- kelen. Voor een aantal elementen van het werk is een dwingende accuratesse vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, een VEV-opleiding MEW en een opleiding binnen het bedrijf (½ jaar). De functie is gericht op het revideren, opnieuw wikke- len en controleren van elektromotoren met een grote verscheidenheid aan elektrotechnische en mecha- nische bewerkingen. Heeft te maken met een zeer grote verscheidenheid aan typen wikkeling. Moet voortdurend omschakelen in bewerking en heeft te maken met veel verstoringen voor controle en geven van aanwijzingen. Voor een aantal elementen van het werk is een dwin- gende accuratesse vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, een VEV-opleiding MEW en een opleiding binnen het bedrijf (1 jaar), ook gericht op NEN 3140.De allround functie is gericht op het revideren, opnieuw wikkelen, testen en controleren van elektro- motoren met een zeer grote verscheidenheid aan elek- tro-technische en mecha- nische bewerkingen. Heeft te maken met een zeer grote verscheidenheid aan typen wikkeling. Moet voortdurend omschakelen in bewerking en heeft te maken met veel verstoringen voor controle, verstrekken van hulp en geven van aanwijzingen. Voor vrijwel het gehele werk is een dwingende accura- tesse vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, een VEV-opleiding MEW en een opleiding binnen het bedrijf (1–2 jaar), ook gericht op NEN 3140.  
Zelfstandigheid Ontvangt opdrachten in volgorde van bewerking. Richt het werk grotendeels zelf in, volgt logische werkvolgorde. De daarbij zelf op te lossen problemen zijn meestal in overeenstemming met het opleidingsniveau, maar vereisen ook ervaring. Er is vrij direct toezicht aanwezig. De regelmatige contacten met collega’s en de leiding voor overleg over aanpak van ongekende zaken zijn vereist voor een goede aanpak en voor samenwerken. Bij storingen en haast- werk is ook contact met andere afdelingen nodig. Ontvangt opdrachten in volgorde van bewerking. Richt het werk grotendeels zelf in, volgt logische werk- volgorde. De daarbij zelf op te lossen problemen zijn meestal in overeenstemming met het opleidingsniveau, maar vereisen ook ervaring. Controleert het werk van anderen. Er is vrij direct toezicht aanwezig. De regelmatige contacten met collega’s en de leiding voor overleg over ongeken- de zaken en aanpak zijn vereist voor een goede aanpak en voor samenwerken. Bij storingen en haast- werk is ook contact met andere afdelingen nodig. Geeft functioneel leiding aan aankomend personeel (1–3 personen). Stelt zelf prioriteiten binnen de gegeven planning. Bepaalt zelf aanpak en volgorde van werkzaamheden (grotendeels logisch van aard). De daarbij zelf op te lossen problemen vereisen naast de opleiding een ruime ervaring. Kent bijna alle wikkelingen, spreekt onbe- kende wikkelingen door met de leiding. Controleert en ziet toe op het werk van anderen. Er is nauwelijks sprake van direct toezicht. De regelmatige contacten met collega’s en de leiding voor overleg over onge- kende zaken zijn vereist voor een goede aanpak. Ook contact met stafafdelingen kan nodig zijn. Geeft functioneel leiding aan aankomend personeel (3–5 personen).  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen tot kleine schades leiden (voornamelijk tijd- verlies). Sporadisch kunnen fouten grotere schades veroorzaken (verkeerde draaddiameter of verkeerd aantal wikkelingen) die overdoen van het werk impliceren. Zelfcontrole moet deze voorkomen, fouten zijn snel te herstel- len. Controle op de test- bank geeft een hoge mate van zekerheid. Fouten of onachtzaamheden kunnen tot kleine schades leiden (voornamelijk tijd- verlies). Sporadisch kunnen fouten grotere schades ver- oorzaken (verkeerde draad- diameter of verkeerd aantal wikkelingen) die overdoen van het werk impliceren. Zelfcontrole moet deze voorkomen, fouten zijn snel te herstellen. Bij onnauw- keurige eindcontrole kun- nen fouten doorlopen naar de klant. Op zelf verrichte eindtest op de testbank is verder geen controle meer.Fouten of onachtzaamheden kunnen tot ernstiger schade leiden door het werken aan moeilijke en thans nog unieke exemplaren. Spora- disch kunnen fouten grotere schade veroorzaken (ver- keerde draaddiameter of verkeerd aantal wikkelingen) die overdoen van het werk impliceren. Zelfcontrole moet deze voorkomen, fouten zijn snel te herstel- len. Bij onnauwkeurige eindcontrole kunnen fouten doorlopen naar de klant. Op zelf verrichte eindtest op de testbank is verder geen controle meer. 
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden met enige geluidshinder. Vrij normale lichamelijk inspanning vereist. Kans op kleine verwondingen, huidirritatie en gevaar voor ogen (bij spuiten een bril dragen). Het buigen en leggen van de wikkelingen is precisiewerk en vergt krachtsinspanning. De vereiste vaardigheid wordt pas na veel ervaring bereikt (2–3 jaar). Werkt onder werkplaatsomstandigheden met enige geluidshinder. Vrij normale lichamelijk inspanning vereist. Kans op kleine verwondingen, huidirritatie en gevaar voor ogen (bij spuiten een bril dragen). Het buigen en leggen van de wikkelingen is precisiewerk en vergt krachtsinspanning. De vereiste vaardigheid wordt pas na veel ervaring bereikt (4–5 jaar). Werkt onder werkplaatsomstandigheden met enige geluidshinder. Vrij normale lichamelijk inspanning ver- eist. Kans op kleine verwon- dingen, huidirritatie en ge- vaar voor ogen (bij spuiten een bril dragen). Het buigen en leggen van de wikkelingen is precisiewerk en vergt krachtsinspanning. De vereiste vaardigheid wordt pas na veel ervaring bereikt (5 jaar en langer). 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 28 BETREFT: MODELMAKEN

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het leren eigen maken van alle aspecten van het vervaardi- gen van modellen. Wordt in de tijd in steeds grotere mate geconfronteerd met een verscheidenheid in werkstuk- ken en (vooral handmatige) technieken. Af en toe is geconcentreerd werken vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de primaire (en bezig met de voortgezette) opleiding Modelmaken. De functie is gericht op het mede vervaardigen van modellen. Wordt gecon- fronteerd met een grote verscheidenheid in werk- stukken en (vooral hand- matige) technieken. Regel- matig is geconcentreerd werken vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de primaire en voortge- zette opleiding Modelmaken. De functie is gericht op het volledig vervaardigen van betrekkelijk eenvoudige modellen en op het assi- steren van de allround bij het maken van ingewikkelde modellen. Wordt geconfronteerd met een grote verschei- denheid in werkstukken en (vooral handmatige) technie- ken. Sommige vormen vereisen geconcentreerd werken. Werkt ook aan eenmalige, vaak kostbare, werkstukken, soms onder een grote tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en volledig opleiding Model- maken (5 jaar). De functie is gericht op het volledig zelfstandig vervaar- digen van redelijk ingewikkelde modellen. Wordt gecon- fronteerd met een grote ver- scheidenheid in werk en (vooral handmatige) technie- ken. Sommige vormen vereisen geconcentreerd werken. De modellen zijn vaak eenmalig en kostbaar. Moet regelmatig werken onder een grote tijds- druk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en volledig opleiding Modelmaken (5 jaar) en een bedrijfsopleiding (1 jaar).
Zelfstandigheid Werkt onder begeleiding van een ervaren collega. Voert diens instructies uit en volgt diens aanwijzingen op. Er is enige vrijheid in aanpak en werkwijze. Problemen boven het niveau van de opleiding worden voorgelegd aan de ervaren collega. De contacten, ook met anderen op de afdeling, zijn nodig voor een vlotte gang van zaken. Werkt volgens de planning. De vormgeving, de te gebruiken middelen en de toe te passen technieken zijn voorgeschreven of aangeduid door een ervaren collega. De problemen die ontmoet worden, kunnen uitstijgen boven een normaal te achten niveau en zelfs aanzienlijk zijn, vanwege de vereiste interpretatie en de soms lastige vormgeving. Pleegt intensief overleg met de ervaren collega. De contacten met medewerkers van andere afdelingen zijn van belang voor een vlot verloop van het werk. Werkt volgens de planning. Voert, binnen het kader van de opdracht, het werk deels zelfstandig uit, deels onder (bege)leiding van de allround. Kiest, met het oog op de meestal lastige vorm- geving, de te gebruiken middelen en de toe te pas- sen technieken, zo nodig in overleg met een ervaren collega. Pleegt ook overleg bij problemen, de tekenin- gen vereisen interpretatie, de vormgeving is vaak lastig. Pleegt overleg met de erva- ren collega. De contacten met medewerkers van andere afdelingen zijn van belang voor een vlot verloop van het werk. Werkt volgens mede op zijn inbreng vastgestelde planning. Voert, binnen het kader van de opdracht, het werk geheel zelfstandig uit, eventueel met advies van de allround. De problemen zijn regelmatig van een aanzienlijk niveau, de tekeningen en de vormgeving zijn soms gecompliceerd en vereisen nogal wat interpretatie. Pleegt zo nodig overleg met de allround collega. De con- tacten met medewerkers en leiding van andere afdelingen zijn van belang voor een vlot verloop van het werk. Geeft eventueel leiding aan een of meer hulpen.
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden veroorzaken extra werk. Ook beschadigingen aan het model kunnen het gevolg zijn. Fouten worden nage- noeg zeker ontdekt en kunnen veelal hersteld worden. Fouten of onachtzaamheden veroorzaken beschadigingen aan het model. Fouten worden door zelfcontrole en controle door de collega ontdekt en kunnen meestal tijdig worden hersteld. Incidentele contacten met klanten inzake aspecten van het werk moeten vlot verlopen. Fouten of onachtzaamheden veroorzaken aanzienlijke beschadigingen aan het model en een groot uren- en goodwillverlies. Fouten kunnen meestal hersteld worden (partieel vernieuwen) Fouten worden ont- dekt door zelfcontrole en controle door de allround collega. Eventuele contacten met gieters voor overleg over de uitvoering zijn van groot belang voor de kwaliteit van het werk en moeten vlot verlopen.Fouten of onachtzaamheden veroorzaken aanzienlijke beschadigingen aan het model en een (zeer) groot uren- en goodwillverlies. Fouten kun- nen meestal hersteld worden (partieel vernieuwen) Fouten worden ontdekt door zelf- controle en controle door de allround collega. Eventuele contacten met gieters voor overleg over de uitvoering zijn van groot belang voor de kwaliteit van het werk en moeten vlot verlopen.
Fysieke Aspecten Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Verricht inspannend schuurwerk. Loopt kans op kleine verwondingen, ver- hoogd risico bij het werken met machines. Enkele werkzaamheden vereisen enige bewegingsprecisie. Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Verricht inspannend schuurwerk. Loopt kans op kleine verwondingen, verhoogd risico bij het werken met machines. Enkele werkzaamheden vereisen enige bewegingsprecisie. Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Verricht inspannend schuurwerk en moet soms tillen. Loopt kans op kleine verwondingen, verhoogd risico bij het werken met (zaag-)machines. Een aantal werkzaamheden moet beheerst, gecoördineerd en met enige snelheid gebeuren. Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Verricht inspannend schuur- werk en moet soms tillen. Loopt kans op kleine verwon- dingen, verhoogd risico bij het werken met (zaag-)machines. Een aantal werkzaamheden moet beheerst, gecoördineerd en met enige snelheid gebeuren.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 28 BETREFT: MODELMAKEN

Functiegroepen Functiegroep 8 Functiegroep 9   
Karakteristieken    
Complexiteit De allround functie is gericht op het volledig zelf- standig vervaardigen van modellen. Wordt geconfronteerd met een grote verschei- denheid in werk en (vooral handmatige) technieken. Elk werkstuk is verschillend. Sommige vormen zijn inge- wikkeld en vereisen zeer geconcentreerd werken. De modellen zijn vaak eenmalig en kostbaar. Moet vaak werken onder een grote tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en volledig opleiding Model- maken (5 jaar) en een interne opleiding 1e Model- maker (1–2 jaar). De allround functie is gericht op het volledig zelfstandig vervaardigen van modellen (eventueel naar tekeningen van het gietstuk). Wordt geconfronteerd met een grote verscheidenheid in werk en (vooral handmatige) technieken. Elk werkstuk is verschillend. Sommige vor- men zijn zeer ingewikkeld en vereisen zeer geconcentreerd werken. De modellen zijn eenmalige en kostbare werkstukken. Moet vaak werken onder een grote tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en volledig opleiding Model- maken (5 jaar) en een inter- ne opleiding tot Allround Modelmaker (2–3 jaar).   
Zelfstandigheid Werkt volgens mede op zijn advies vastgestelde plan- ning. Voert, binnen het kader van de opdracht, het werk geheel zelfstandig uit, eventueel met advies van de Allround Modelmaker. De tekeningen en de vormgeving zijn vaak gecompli- ceerd en vereisen veel interpretatie en „vertaling’’. Pleegt regelmatig overleg met de bedrijfsleiding. Ook de contacten met de ove- rige betrokken medewerkers, leiding en afdelingen zijn van direct belang voor een succesvol resultaat. Geeft (functioneel)leiding aan enkele hulpen/leerlin- gen. Blijft binnen de afgesproken planning (en de zelf bepaalde urencalculatie). Voert het werk geheel zelfstandig uit. Interpreteert tekeningen en „vertaalt’’ aspecten van het gietstuk en het gietproces in constructie en benaderingswijze. De tekeningen en de vormgeving zijn gecompliceerd en vereisen veel interpretatie. Pleegt eventueel overleg met de bedrijfsleiding. Ook de contacten met de overige betrokken medewerkers, leiding en afdelingen zijn van direct belang voor een succesvol resultaat. Geeft (functioneel) leiding aan enkele hulpen/leerlin- gen.   
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden veroorzaken aanzienlijke beschadigingen aan het model en een (zeer) groot uren- en goodwillverlies. Fouten kunnen meestal hersteld worden (partieel vernieuwen). Fouten worden ontdekt door zelfcontrole, controle door de allround collega en anderen. Frequente contacten met gieters of externe tekenaars voor overleg over de uit- voering zijn van groot belang voor de kwaliteit van het werk en moeten vlot verlopen.Fouten of onachtzaamheden veroorzaken aanzienlijke beschadigingen aan het model en een zeer groot uren- en goodwillverlies. Kleine fouten kunnen meestal hersteld worden (partieel vernieuwen) Fouten worden ontdekt door zelf- controle en steekproefsgewijze controle door de allround collega. Na afwer- king wordt het model door anderen gecontroleerd. Frequente contacten met gieters (en eventueel met ontwerpers of tekenaars van de opdrachtgever) voor overleg over de uitvoering in relatie tot giettechnische problemen, zijn van groot belang voor de kwaliteit van het werk en moeten vlot verlopen.  
Fysieke Aspecten Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Verricht inspannend schuurwerk en moet soms tillen. Loopt kans op kleine verwondingen, verhoogd risico bij het werken met (zaag-)machines. Een aantal werkzaamheden moet beheerst, gecoördineerd en met enige snelheid gebeuren. Werkt in schone productieruimte. Ondervindt soms hinder van lawaai en van stof. Verricht inspannend schuurwerk en moet soms tillen. Loopt kans op kleine verwondingen, verhoogd risico bij het werken met (zaag-)machines. Een aantal werkzaamheden moet beheerst, gecoördineerd en met enige snelheid gebeuren.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 29 BETREFT: OPERATING PROCES/MACHINESTRAAT

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op bedieningsaspecten van processen en/of machinestraten voor vervaardiging of bewerking van producten. Het merendeel van de werk- zaamheden is van vrij een- voudige aard en heeft een repeterend, routinematig karakter. Moet attent zijn op verschillende factoren tege- lijkertijd. Sommige bewer- kingen vergen accuratesse. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en een bedrijfsopleiding (van enkele weken).De functie is gericht op operating van processen en/of machinestraten voor vervaardiging of bewerking van producten. Diverse werkzaamheden zijn van minder eenvoudige aard, bij andere speelt routine een rol. Moet attent zijn op verschil- lende factoren tegelijkertijd. Sommige bewerkingen vergen accuratesse. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en een gestructureerde bedrijfs- opleiding (van een jaar). De functie is gericht op operating van processen en/of machinestraten voor vervaardiging of bewerking van producten. Behartigt diverse deelaspecten: proces- beheersing (meerdere fasen), controle en registratie. Oplettendheid is vereist voor alle fasen en aspecten. Moet zeer regelmatig de aandacht verleggen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau gevolgd door functiegerichte cursussen (1–2 jaar) binnen het kader van een gestructu- reerde bedrijfsopleiding of via de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De allround functie is gericht op operating van processen en/of machinestraten voor vervaardiging of bewerking van producten. Behartigt meerdere deelaspecten: optimalisatie, procesbeheersing (meerdere fasen), controle en registratie. Brede oplettendheid is vereist voor alle fasen en aspecten. Moet voortdurend omschakelen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau gevolgd door functiegerichte cursussen (1–2 jaar) binnen het kader van een gestructureerde bedrijfsopleiding of via de relevante basisberoepsoplei- ding (niveau 2).
Zelfstandigheid De tijdsbesteding wordt vrijwel geheel door het proces opgedrongen. Voor de toepassing van de gegeven instructies is enige ervaring (enkele weken) nodig. Beoordeelt procesvariabelen en output en moet bij afwijkingen e.d. in eerste instantie zelf ingrijpen. Contact met directe colle- ga’s en incidenteel met andere afdelingen is gericht op afstemming van aspec- ten van kwaliteit en voort- gang. De tijdsbesteding wordt vrijwel steeds door het proces opgedrongen. Bij het beoordelen van diverse aspecten van aanvoer, wer- king en output zijn ervaring en feeling vereist. Grijpt zelf in bij storingen en herstelt kleine fouten. Er is sprake van vrij intensief toezicht of van continue bereikbaarheid van de leiding. Contacten met de omringen- de afdelingen zijn gericht op afstemming van aspecten van kwaliteit en voortgang. De tijdsbesteding wordt bepaald door de planning. Voor het proces bestaan strikte normen, ook voor resultaten en kwaliteitseisen. Moet in de marges van het besturingsproces bepalen hoe een en ander te realiseren. De leiding is daarbij vrijwel constant te raadplegen. De probleemoplossing vereist initiatief en ervaring. De vrij intensieve contacten met collega’s en de omrin- gende afdelingen zijn ge- richt op afstemming van aspecten van kwaliteit en voortgang. Geeft eventueel leiding aan 3–5 medewerkers. De tijdsbesteding wordt bepaald door de planning. Bepaalt daarbinnen de opti- male volgorde van handelen. Beoogd resultaat en kwali- teitseisen zijn tot in detail vastgelegd. Bepaalt op basis van inzicht in de besturingsmogelijkheden van het proces de wijze waarop een en ander bereikt wordt. De leiding is altijd (eventueel telefonisch) bereikbaar. De probleemoplossing vereist initiatief en aanmerkelijke ervaring. De intensieve contacten met de omringende afdelingen zijn gericht op afstemming van aspecten van kwaliteit en voortgang. Geeft eventueel leiding aan 5–7 medewerkers.
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk verstoren als incidenten de voortgang, waardoor productieverlies optreedt.Fouten of onachtzaamheden in bediening of procesbewaking verstoren de voortgang van de productie en/of leiden tot afkeur of verlies aan producten. De schade kan oplopen tot honderden guldens. De kans op tijdig ontdekken berust voorna- melijk op zelfcontrole en op bemoeienis van anderen in bepaalde kritieke fasen. Fouten of onachtzaamheden in inbouwen, afstellen, instellen, procesbeheersing en controle veroorzaken (soms ernstige) productiestilstand, afkeur of verlies aan producten (schade van enke- le duizenden guldens). De kans op tijdig ontdekken berust voornamelijk op zelf- controle en steekproefsgewijze controle door anderen. Fouten of onachtzaamheden in inbouwen, afstellen, instellen, procesbeheersing en controle veroorzaken (soms ernstige) productiestilstand, afkeur of verlies aan producten (schade van enkele duizenden gul- dens). De kans op tijdig ont- dekken berust voornamelijk op zelfcontrole.
Fysieke Aspecten Werkt veelal in een schone productieruimte met even- tuele hinderlijke factoren (lawaai, dampen, hitte e.d.). Draagt zo nodig beschermende middelen. Werkt voornamelijk staand, moet af en toe bukken, tillen of andere krachtsinspanning leveren. Kans op letsel is duidelijk aanwezig. Werkt veelal in een schone productieruimte met even- tuele hinderlijke factoren (lawaai, dampen, hitte e.d.). Draagt zo nodig beschermende middelen. Werkt voornamelijk staand, moet af en toe bukken, tillen of andere krachtsinspanning leveren. Kans op letsel is duidelijk aanwezig.Werkt veelal in een schone productieruimte met even- tuele hinderlijke factoren (lawaai, dampen, hitte e.d.). Draagt zo nodig beschermende middelen. Werkt voornamelijk staand, moet af en toe bukken, tillen of andere krachtsinspanning leveren. Kans op letsel is duidelijk aanwezig. Werkt veelal in een schone productieruimte met eventuele hinderlijke factoren (lawaai, dampen, hitte e.d.). Draagt zo nodig beschermende middelen. Werkt voornamelijk staand, moet af en toe bukken, tillen of andere krachtsinspanning leveren. Kans op letsel is duidelijk aanwezig.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 30 BETREFT: HANDMATIG BEWERKEN EDELMETALEN

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op enkele verschillende hand- matige bewerkingen van verschillende producten van edelmetaal. Er is duidelijk sprake van eenzelfde gedragslijn, meestal zelfs van routine. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma. De functie omvat een ver- scheidenheid aan handmatige bewerkingen van verschillende producten van edel- metaal. Een groot gedeelte is routinematig van aard. Moet voortdurend omschakelen. Soms is sprake van een zich herhalend patroon, soms is sprake van bezwarende accuratesse, soms van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en één jaar bedrijfseigen opleiding. De functie is gericht op fijne, nauwkeurige hand- matige bewerkingen en montages van verschillende producten van edelmetaal. Bestrijkt een breed scala van werkzaamheden. Maakt gebruik van diverse preci- sieinstrumenten. Het werk is deels routinematig van aard, deels éénmalig. Meestal is sprake van bezwarende accuratesse, soms van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en twee jaar bedrijfseigen opleiding. De functie is gericht op fijne, nauwkeurige handmatige vervaardiging, bewerking en montage van verschillende producten van edelmetaal. Veelal eenmalig werk waarbij zich een breed en wisselend scala van werkzaamheden voordoet en gebruik wordt gemaakt van diverse precisie handgereedschappen. Grote accuratesse vereist. Het werk verdraagt eigenlijk geen tijd- dwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-diploma, gevolgd door een zeer langdurige bedrijfsopleiding.
Zelfstandigheid De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen pro- gramma. Werkt op basis van richtlijnen en aanwijzingen voor bewerkingsvolgorde en uitvoering. Deze laatste vereist ervaring. Ontmoet eenvoudige problemen van praktische aard. Legt moei- lijke problemen voor aan de leiding. De contacten met andere afdelingen (doorgeven producten) moeten vlot verlopen. De tijdsindeling berust op aanwijzingen. Vormgeving staat vast. Uitvoering ge- beurt op basis van ervaring. Komt eenvoudige proble- men tegen van praktische aard. Legt moeilijke proble- men voor aan de leiding. De contacten met andere afdelingen (doorgeven van product en informatie) moeten vlot verlopen. De tijdsindeling berust op richtlijnen. Vormgeving staat vast. De uitvoering vereist vakmanschap en ruimtelijk inzicht (op minischaal). Het toezicht krijgt vorm in con- trole achteraf. De meeste problemen zijn niet ingewik- keld van aard en kunnen altijd worden voorgelegd aan de chef. De regelmatige contacten met collega’s en anderen moeten vlot verlopen. De tijdsindeling berust op globale richtlijnen. Bepaalt zelf op eigen inzicht de uitvoeringswijze. Het vertalen van instructies en schetsen vereist ruimtelijk inzicht. Overlegt zo nodig met de leiding over het ontwerp. Begeleidt en coördineert eventueel het werk van 2–5 medewerkers.
Afbreukrisico Fouten impliceren opnieuw bewerken. Ontdekken berust voornamelijk op zelfcontrole. Fouten kunnen veelal zelf hersteld worden. Integriteit vereist (kostbare producten).Fouten impliceren meestal opnieuw bewerken. Ont- dekken berust voornamelijk op zelfcontrole. Fouten kunnen veelal zelf hersteld worden. Integriteit vereist (kostbare producten). Fouten kunnen leiden tot zodanige beschadigingen dat omsmelten en opnieuw bewerken nodig is. Een- maal gemaakte fouten zijn vaak niet meer te herstel- len. Alleen zelfcontrole is mogelijk. Integriteit vereist (kostbare producten). Fouten kunnen leiden tot het verloren gaan van enkele dagen werk. Eventueel kan een uniek werkstuk verloren gaan. Alleen zelfcontrole is mogelijk. Incidentele contacten met opdrachtgevers zijn gericht op mogelijkheden/wensen/voorlichting en moeten vlot verlopen. Integriteit vereist (kostbare producten).
Fysieke Aspecten Werkt in schone productieruimte. Ondervindt inciden- teel enige hinder van lawaai, hitte e.d. Langdurige ooginspanning bij bewerking van kleine werkstukken. Nauwkeurige bewegingen die een vrij hoge mate van beheersing vereisen.– of: gelijk aan niveau 3, – of: gelijk aan niveau 5 (eventueel minder bewe- gingsprecisie, – of: Werkt onder ongun- stiger omstandigheden en/of minder inspanning en/of loopt persoonlijke risico (polijsten, patineren e.d.). Werkt in schoon en rustig atelier. Zittend werk. Vrij- wel constante oogconcen- tratie op details van het werkstuk. Draagt bij slijpen een masker. Moet aanmer- kelijk beheerste bewegingen met een rendabele snel- heid verrichten, hetgeen veel (2–4 jaar) ervaring vereist. Werkt in schoon en rustig atelier. Zittend werk. Vrijwel constante oogconcentratie op details van het werkstuk. Draagt bij slijpen een masker. Moet zeer beheerste bewe- gingen met een rendabele snelheid verrichten, hetgeen zeer veel ervaring (4–6 jaar) vereist.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 30 BETREFT: HANDMATIG BEWERKEN EDELMETALEN

Functiegroepen Functiegroep 7    
Karakteristieken     
ComplexiteitDe functie is gericht op de vervaardiging van unieke precisieproducten van edel- metaal. Het betreft vrijwel altijd eenmalig werk. Verricht een breed en wis- selend scala van werkzaamheden en maakt gebruik van diverse precisie handgereed- schappen. Schakelt voortdu- rend om. Een aantal elemen- ten vereist grote concentratie en accuratesse. Het werk verdraagt eigenlijk geen tijddwang, toch is er regel- matig sprake van haastwerk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-diploma, gevolgd door een cursus vormgeving en een lang- durige bedrijfsopleiding.    
Zelfstandigheid De tijdsindeling berust op globale richtlijnen. Bepaalt zelf op eigen inzicht de aanpak en uitvoeringswijze. Moet zelf alle problemen van bewerking aankunnen. Ruimtelijk inzicht is vereist. Overlegt zo nodig met de leiding en met andere afde- lingen over moeilijke zaken als vormgeving, aspecten van het ontwerp e.d. Begeleidt en coördineert eventueel het werk van 2–5 medewerkers.    
Afbreukrisico Fouten kunnen leiden tot het verloren gaan van enkele dagen werk. Eventueel kan een uniek werkstuk verloren gaan. Alleen zelfcontrole is mogelijk. Incidentele contacten met opdrachtgevers zijn gericht op mogelijkheden/wensen/voorlichting en moeten vlot verlopen. Integriteit vereist (kostbare producten).    
Fysieke Aspecten Werkt in schoon en rustig atelier. Zittend werk. Vrijwel constante oogconcentratie op details van het werkstuk. Draagt bij slijpen een mas- ker. Moet zeer beheerste bewegingen met een renda- bele snelheid verrichten, hetgeen zeer veel ervaring (5–7 jaar) vereist.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 31 BETREFT: PRODUCTIEMEDEWERKING

Functiegroepen Functiegroep 2 Functiegroep 3 Functiegroep 4  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op eenvoudige werkzaamheden die zich volgens een vast patroon herhalen. Reeds na enkele dagen inwerken kan het werk beheerst worden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan enkele jaren VBO en een bedrijfsopleiding van enkele uren. De functie is gericht op vrij eenvoudige werkzaamheden die zich veelal volgens een vast patroon herhalen. Reeds na enkele dagen inwerken kan het werk beheerst worden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan enkele jaren VBO en een bedrijfsopleiding/-begeleiding van enkele dagen. De functie is gericht op minder eenvoudige werk- zaamheden, die zich steeds volgens hetzelfde werkpa- troon herhalen en waarbij routine nog een rol speelt. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaar- dig te zijn aan een afgeronde VBO-opleiding en/of diverse op het werk gerichte cursussen.  
Zelfstandigheid Voor tijdsindeling, werkvol- gorde en werkwijze worden aanwijzingen en instructies gegeven die nauwelijks interpretatie behoeven of toelaten. Het werk wordt praktisch volledig gecontro- leerd (of de controle zit ingebouwd in de verder gang van zaken). De contacten met naaste collega’s zijn gericht op uitwisselen van eenvoudige informatie.Voor tijdsindeling, werkvol- gorde en werkwijze worden aanwijzingen en instructies gegeven. De toepassing daarvan vereist enige erva- ring (in weken uit te druk- ken) omdat afwijkingen kunnen voorkomen en het werk tot op zekere hoogte zonder direct toezicht wordt verricht. De contacten met naaste collega’s en incidenteel met andere afdelingen zijn gericht op uitwisselen van (eenvoudige) informatie. Voor tijdsindeling, aanpak en vormgeving gelden globale instructies die enige vrijheid van handelen toela- ten Werkt vrijwel zonder direct toezicht, maar raad- plegen van de chef is moge- lijk. Een aantal weken meedraaien volstaat om de functie te leren kennen. Soms is die tijd langer en is ervaring nodig voor het omgaan met ingewikkelder apparatuur of materieel. De contacten met andere medewerkers moeten vlot verlopen en zijn nodig voor het uitwisselen van voor de voortgang relevante infor- matie.  
Afbreukrisico Fouten zijn van geringe betekenis, maar beïnvloeden ook het werk van anderen op de afdeling in ongunstige zin.Fouten verstoren als incidenten de normale voortgang, waardoor productieverlies optreedt. Fouten verstoren de voort- gang op de afdeling maar kunnen ook tot buiten het bedrijf doordringen en daardoor van invloed zijn op de relatie met leveranciers of afnemers. Veelal is alleen sprake van zelfcontrole.  
Fysieke AspectenVariërend. Er kan sprake zijn van vrij regelmatig optredende onaangename hinderlijke factoren (zoals vuil, stank, lawaai, tocht, temperatuurwisselingen e.d.). Daarbij kan het werk regelmatig inspannend van aard zijn (als gevolg van bijvoorbeeld in ongemakkelijke houding werken, tillen, traplopen, turen e.d.). Ook kunnen bepaalde bewegingen enige beheerstheid vergen. Eventueel moeten beveiligingsmiddelen worden gedragen. Variërend. Er kan sprake zijn van vrij regelmatig optredende onaangename hinderlijke factoren (zoals vuil, stank, lawaai, tocht, temperatuurwisselingen e.d.). Daarbij kan het werk regelmatig inspannend van aard zijn (als gevolg van bijvoorbeeld in ongemakkelijke houding werken, tillen, traplopen, turen e.d.). Ook kunnen bepaalde bewegingen enige beheerstheid vergen. Eventueel moeten beveiligingsmiddelen worden gedragen. Variërend. Er kan sprake zijn van vrij regelmatig optredende onaangename hinderlijke factoren (zoals vuil, stank, lawaai, tocht, temperatuurwisselingen e.d.). Daarbij kan het werk regelmatig inspannend van aard zijn (als gevolg van bijvoorbeeld in ongemakkelijke houding werken, tillen, traplopen, turen e.d.). Ook kunnen bepaalde bewegingen enige beheerstheid vergen. Eventueel moeten beveiligingsmiddelen worden gedragen.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 32 BETREFT: MEET- EN REGELTECHNIEK E&W

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op assistentie of teamdeelname bij installatie, inbedrijfstelling, reparatie en revi- sie, waarbij de nadruk ligt op toepassing van enkele besturingstechnieken. Werkt aan diverse projecten, schakelt binnen een project steeds om op andere deel- aspecten. Moet met grote accuratesse werken. Werkt, voornamelijk bij nieuwbouw, onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, gevolgd door enkele specialistische cursussen (1–2 jaar). De functie is gericht op installatie, inbedrijfstelling, reparatie, revisie en sto- ringsvrij maken, met de nadruk op toepassing van een aantal verschillende besturingstechnieken. Werkt aan projecten van uiteenlo- pende aard, schakelt binnen een project steeds om op deelaspecten. Moet zeer accuraat werken: mag feitelijk geen fouten maken. Werkt bij nieuwbouw en reparatie onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, gevolgd door enkele specia- listische cursussen (3 jaar). De functie is gericht op installatie, inbedrijfstelling, reparatie, revisie en service aan meet- en regeltechni- sche installaties met toepas- sing van verschillende besturingstechnieken. Werkt aan projecten van uiteen- lopende aard, vrijwel elke situatie is anders en nieuw, van routinematige aspecten is nauwelijks sprake. Scha- kelt binnen een project steeds om op deelaspecten. Moet zeer accuraat werken: mag feitelijk geen fouten maken. Werkt vrijwel altijd onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, gevolgd door één jaar spe- cialistische opleiding en vervolgens diverse cursussen (3 jaar).  
Zelfstandigheid Ontvangt veelal instructies inzake tijdsindeling en werkvolgorde van de meer ervaren collega. Verricht de werkzaamheden van het hem toegewezen takenpakket. Wordt geconfronteerd met problemen die uitstijgen boven het eigen opleidings- en ervaringsniveau. Overlegt hierover met de collega en de leiding. Verricht over- zichtelijke opdrachten zelfstandig. De contacten binnen het bedrijf moeten vlot verlo- pen in dienst van het reali- seren van kwaliteit en planning van de opdrachten. Deelt zelf tijd en werk in binnen de aangegeven markante gegevens. Regelt hierbinnen de werkzaamheden van het vastgestelde takenpakket. Wordt even- tueel geconfronteerd met problemen die uitstijgen boven het eigen opleidings- en ervaringsniveau. Overleg hierover met de collega en de leiding. Er vindt regel- matig technische en voort- gangscontrole plaats. De contacten binnen het bedrijf en met eventueel toegevoegd personeel over de aanpak zijn soms stu- rend van aard en moeten vlot verlopen in dienst van het realiseren van kwaliteit en planning. Totale takenpakket en planning liggen in hoofd- lijnen vast. Regelt hierbin- nen de eigen werkzaamheden en die van het toege- voegd personeel. Spreekt problemen door met de projectleiding en pleegt ook (voornamelijk sturend) overleg binnen de groep over de aanpak van het werk. Kan op problemen stuiten die uitstijgen boven het eigen opleidingsniveau. Lost deze deels zelf op op basis van ervaring, deels door overleg. De contacten met leiding en staffunctionarissen zijn gericht op adequate pro- bleemoplossing. Het team- work is van groot belang en resultaatbepalend.  
Afbreukrisico Fouten in de uitvoering kunnen leiden tot systeem- fouten die tot grote be- drijfsschade bij de cliënt kunnen leiden. Deze fouten kunnen onontdekt blijven, ondanks voortdurende zelfcontrole, regelmatige controle door collega en zorgvuldig testen van het eindresultaat. Ook kan schade worden berokkend aan de dure apparatuur waarmee gewerkt wordt. De contacten met leveran- ciers en de opdrachtgever, zijn eventueel nodig voor overleg over defecten, documentatie e.d. en dienen vlot en accuraat te verlo- pen. Fouten in de uitvoering kunnen leiden tot systeem- fouten die tot bedrijfsschade van forse omvang bij de cliënt kunnen leiden. Fouten kunnen onontdekt blijven, ondanks voortdurende zelfcontrole, regelmatige controle door collega en zorgvuldig testen van het eindresultaat. Ook kan schade worden berokkend aan de dure apparatuur waarmee gewerkt wordt. Vertegenwoordigt min of meer het bedrijf bij het regelmatig overleg met leveranciers van apparatuur en met opdrachtgevers. Om de informatie-uitwisseling niet in gevaar te brengen en het imago niet te schaden, dienen de contacten vlot en accuraat te verlopen. Fouten in de uitvoering kunnen leiden tot systeem- fouten die tot bedrijfsschade van forse omvang bij de cliënt kunnen leiden. Fouten kunnen onontdekt blijven, ondanks voortdurende zelfcontrole, regelmatige controle door collega en zorgvuldig eindtesten. Er kan ook schade worden berokkend aan de dure apparatuur waarmee gewerkt wordt. De regelmatige externe contacten moeten vlot en accuraat te verlopen om de informatie-uitwisseling niet in gevaar te brengen en het imago niet te schaden. Vertegenwoordigt in belang- rijke mate het bedrijf bij het overleg met leveranciers van apparatuur en met opdracht- gevers.  
Fysieke Aspecten Werkt binnen en buiten onder wisselende weers- omstandigheden. Ondervindt mogelijk hinder van vuil, hevig lawaai e.d. Voert de werkzaamheden soms uit op moeilijk bereikbare plaatsen, in moeilijke houdingen, op ladders of steigers, in ruimtes van uiteenlopende aard, soms in de buurt van brand- of explosiegevaarlij- ke zaken. Het werk kan incidenteel zwaar zijn. Draagt zo nodig bescher- mingsmiddelen. Kans op ongevallen blijft aanwezig Werkt binnen en buiten onder wisselende weersom- standigheden. Ondervindt mogelijk hinder van vuil, hevig lawaai e.d. Voert de werkzaamheden soms uit op moeilijk bereikbare plaatsen, in moeilijke houdingen, op ladders of steigers, in ruimtes van uiteenlopende aard, soms in de buurt van brand- of explosiegevaarlijke zaken. Het werk kan inci- denteel zwaar zijn. Draagt zo nodig beschermingsmiddelen. Kans op ongevallen blijft aanwezig Werkt binnen en buiten onder wisselende weersom- standigheden. Ondervindt mogelijk hinder van vuil, hevig lawaai e.d. Voert de werkzaamheden soms uit op moeilijk bereikbare plaatsen, in moeilijke houdingen, op ladders of steigers, in ruimtes van uiteenlopende aard, soms in de buurt van brand- of explosiegevaarlijke zaken. Het werk kan inci- denteel zwaar zijn. Draagt zo nodig beschermingsmiddelen. Kans op ongevallen blijft aanwezig 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 32 BETREFT: MEET-EN REGELTECHNIEK E&W

Functiegroepen Functiegroep 10 Functiegroep11  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op de organisatie van de uitvoe- ring van tests, inbedrijfstelling en oplevering van soms complexe projectinstallaties. Heeft te maken met verschillende aandachts- gebieden binnen de tech- nische aspecten en daarnaast met organisatorische deel- aspecten. Moet (grote delen van) de installatie, in alle fasen van realisatie, tech- nisch en procesgericht en qua samenhang tussen de componenten, doorzien. Moet frequent omschakelen en zeer accuraat werken, vaak onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO, aangevuld met enkele functiegerichte cursussen. Bijblijven op technisch gebied is van belang. De functie is gericht op de organisatie van de uitvoe- ring van tests, inbedrijfstelling en oplevering van zeer complexe projectinstallaties. Heeft te maken met verschillende aan- dachtsgebieden binnen uitgesproken technische aspecten alsook met organi- satorische aspecten. Moet de gehele installatie, in alle fasen van realisatie, tech- nisch en procesgericht en op samenhang tussen de com- ponenten, doorzien. Moet frequent omschakelen en zeer accuraat werken, vaak onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO, aangevuld met diverse op de functie gerichte cursussen. Bijblijven op technisch gebied is van groot belang.   
Zelfstandigheid Bepaalt tijdsindeling en prioriteiten vrijwel volledig zelf, overlegt over ad hoc zaken. Is gehouden aan weten regelgeving en aan geldende procedures. Han- delt analyserend, engineerend en ook improviserend. Stemt technische problemen af met alle betrokkenen, draagt alternatieven aan. Het oplossen van zich voor- doende problemen vereist totaaloverzicht, contactuele vaardigheden en door erva- ring verkregen inzicht. De frequente en vrij inten- sieve contacten met stafaf- delingen en projectverant- woordelijken zijn gericht op optimale realisatie. Geeft leiding aan enkele mede- werkers. Bepaalt tijdsindeling en prioriteiten vrijwel volledig zelf, ook van ad hoc zaken. Is gehouden aan wet- en regelgeving en aan geldende procedures. Handelt analy- serend, engineerend en ook improviserend. Stemt technische problemen af met alle betrokkenen, draagt alternatieven aan. Het oplossen van zich voor- doende problemen vereist steeds totaaloverzicht, contactuele vaardigheden en door jarenlange ervaring verkregen inzicht. De frequente en vrij inten- sieve contacten met stafaf- delingen en projectverant- woordelijken zijn gericht op optimale realisatie. Geeft leiding aan een team M & R medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in organisatie, afstemming, advisering en probleemoplossing kunnen leiden tot forse vertragingen en daar- mee tot negatieve beïnvloe- ding van bedrijfsresultaat en imago. De meeste fouten kunnen voorkomen worden door voortdurende zelfcon- trole en het mede volgen door anderen. De regelmatige contacten met opdrachtgevers, onder- aannemers en leveranciers moeten foutloos verlopen, op straffe van commerciële- en goodwill schade. Discretie vereist inzake bepaalde bedrijfs- en procesgegevens. Fouten of onachtzaamheden in organisatie, afstemming, advisering en probleemoplossing kunnen leiden tot forse vertragingen en daar- mee tot negatieve beïnvloe- ding van bedrijfsresultaat en imago. De meeste fouten kunnen voorkomen worden door voortdurende zelfcon- trole. De regelmatige contacten met opdrachtgevers, onder- aannemers en leveranciers moeten foutloos verlopen, op straffe van commerciële en goodwill schade. Discretie vereist inzake bepaalde bedrijfs- en procesgegevens.  
Fysieke Aspecten Werkt binnen en buiten op locatie bij klanten, ook op kantoor. Veel lopen. Soms hinder van lawaai, wisse- lende temperaturen, vuile omgeving. Beperkte kans op blessures. Werkt binnen en buiten op locatie bij klanten, ook op kantoor. Veel lopen. Soms hinder van lawaai, wisse- lende temperaturen, vuile omgeving. Beperkte kans op blessures.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 33 BETREFT: PRODUCTIE/MONTAGE/SERVICE ELEKTRONICA

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op vrijwel steeds identieke montage of reparatie van kleine elektronische appa- raten van één bepaalde soort. Accuraat werken is geboden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en een introductie van enkele dagen of weken.De functie is gericht op reparatie van vooral kleine elektrotechnische of elek- tronische apparaten. Het betreft een grote verschei- denheid binnen één toege- wezen soort (niet-gecom- pliceerde) apparaten. Er is een zekere mate van accu- ratesse vereist. Ook kan sprake zijn van enige tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), gevolgd door een aanvul- lende functiegerichte oriën- tatie van enkele weken of maanden. De functie is gericht op aanleg van en het opheffen van storingen aan elektro- technische en elektronische installaties bij klanten. Het betreft niet al te gecompliceerde installaties. Karwei- en verschillen in duur. Accuratesse is regelmatig vereist. Eventueel is sprake van belastende tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, de primaire (en eventueel ook de voortgezette) oplei- ding EMB/EME van (VEV) en enkele maanden functie- gerichte cursussen.  
Zelfstandigheid Werkt volgens instructies voor volgorde van afhan- deling en de wijze van uitvoeren, voorzover deze niet bepaald is door de te monteren of te repareren zaken. Ontmoet praktisch technische problemen die, zodra ze uitstijgen boven het opleidingsniveau, voorgelegd kunnen worden aan de leiding. De contacten met collega’s binnen de afdeling zijn gericht op vlotte afstem- ming en informatie-uitwis- seling. Handelt montages of repara- ties af in volgorde van binnenkomst of gestelde prioriteiten. De wijze van uitvoeren wordt grotendeels bepaald door de te repareren zaken, soms is inventiviteit en eigen initiatief vereist bij afwijkingen. Stuit op prak- tisch-technische problemen, waarvoor naast de opleiding enige ervaring (½-1 jaar) nodig is. De contacten met leiding en collega’s binnen de afdeling zijn gericht op afstemming, overleg en raadpleging en van belang voor vlotte afhandeling. Ontvangt opdrachten, over- legt zo nodig over wijze van aanpak. Voert het werk (of de storingsopdracht) geheel zelfstandig ter plekke uit. Overlegt bij grote afwijkin- gen of bij grote storingen. Werkt in oproepsituaties buiten dagdienst zonder enig toezicht. De problemen zijn meestal in overeenstemming met het opleidingsniveau en ervaring in storingsophef- fing. De contacten met de leiding, specialisten, bevoorrading en stafafdelingen dienen van actieve aard te zijn. Geeft eventueel leiding aan enkele toegevoegde assis- tenten.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden verstoren een vlotte voort- gang en kunnen leiden tot onherstelbare schade aan (een deel van) het product. De leiding houdt het oog op de gang van zaken. De incidentele contacten met klanten (toelichtingen e.d.) moeten vlot verlopen, mede in verband met het service- imago van het bedrijf.Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot onherstel- bare schade aan (een deel van) het product. De kans op tijdig ontdekken en herstellen berust uitsluitend op zelfcontrole. De regelmatige contacten met klanten (en eventueel met leveranciers en/of insti- tuten) zijn mede bepalend voor het imago van het bedrijf. Enige terughoudendheid is vereist inzake gegevens of er is sprake van teweerstellen tegen voorstellen van de klant (garantie e.d.) Fouten of onachtzaamheden in beoordeling waardoor het apparaat verloren gaat of het systeem faalt, veroorzaken schade voor het bedrijf (herstel, vernieuwing of vervanging) en eventuele grote schade voor de klant (bedrijfsschade, gevolgschade e.d.). Ondanks testprocedure kunnen fouten niet ontdekt worden. Fungeert bij de klant als representant van het bedrijf en legt actieve contacten. Enige terughoudendheid kan vereist zijn inzake gegevens of er kan sprake zijn van teweerstellen tegen voorstel- len van de klant (garantie e.d.). 
Fysieke Aspecten Werkt hoofdzakelijk binnen met mogelijk hinder van wisselende temperaturen, enig lawaai of andere facto- ren. Er dient regelmatig sprake te zijn van nauwkeurige bewegingen. Werkt hoofdzakelijk binnen met mogelijk hinder van wisselende temperaturen, enig lawaai of andere facto- ren. Er dient regelmatig sprake te zijn van nauwkeurige bewegingen. Werkt hoofdzakelijk bin- nen, eventueel ook soms buiten, met mogelijk hinder van weersomstandigheden, wisselende temperaturen, enig lawaai of andere facto- ren. Werkt soms in moeilij- ke houdingen. Loopt risico door werken op ladders of door verkeersdeelname (verplaatst zich met bestel- wagen). 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 33 BETREFT: PRODUCTIE/MONTAGE/SERVICE ELEK- TRONICA

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op installatie, reparatie en service op het gebied van toegepaste elektronica aan een grote variëteit van apparaten. Het werk bevat uiteenlopende componenten en veel deelhandelingen. Er kan sprake zijn van werken in de werkplaats maar ook van bezoek aan klanten. Incidenteel tot regelmatig kan tijddwang optreden. Concentratie en accuratesse zijn continu vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau. De functie is gericht op installatie, inbedrijfstelling, reparatie en service van elektronische systemen. Schakelt onophoudelijk om op andere deelaspecten. Moet zeer accuraat werken, mag feitelijk geen fouten maken. Moet vaak onder grote tijdsdruk werken. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-diploma en 3–4 jaar lang aanvullende opleidingen op het specifieke vakgebied. De functie is met name gericht op inbedrijfstelling van elektrische, pneumatische en elektronische installaties of systemen. Schakelt voortdurend om op andere deelaspecten. Moet zeer accuraat werken, mag feitelijk geen fouten maken. Moet vaak onder grote tijdsdruk werken. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-diploma en minimaal 5 jaar lang aanvul- lende opleidingen op het specifieke vakgebied of gelijkwaardig aan een HBO- diploma. Moet blijvend nieuwe ontwikkelingen volgen.  
Zelfstandigheid Stelt zelf, op basis van indicatie of inschatting, prioriteiten binnen de routineplanning. Combineert zelf de klacht, info van de klant en historie van het apparaat en evalueert een en ander tot een concrete aanpak. Beoordeelt zelf de verhouding tussen bedrijfs- belang en serviceverlening (al of niet in rekening te brengen). De problemen bij de reparaties variëren tot soms technisch ingewikkeld, corresponderend met het opleidingsniveau en erva- ring. De interpretatie van de garantie is soms moeilijk. De contacten binnen het bedrijf moeten vlot verlo- pen in dienst van de drin- gende eis tot het realiseren van een eenduidige service- policy. Geeft eventueel leiding aan enkele medewerkers (2–5). Stelt zelf prioriteiten binnen het vastgestelde takenpak- ket en de planning. Stelt een concrete aanpak op, regelt aanvoer en werkzaamheden en voert het werk uit. Stuit soms op problemen die uitgaan boven opleiding en/of competentie. Spreekt deze door met de opdracht- gever en de projectleiding. Voor de probleemoplossing is overleg binnen de eigen groep en eventueel ook met leveranciers noodzakelijk. De contacten binnen de eigen groep, met de project- leiding en met anderen in het bedrijf, moeten vlot verlopen in dienst van probleemoplossing en een vlot verloop van de werk- zaamheden. Zorgt voor goed teamwork binnen de groep toegevoegde medewerkers (2–5). Stelt zelf prioriteiten binnen de planning. Stelt een concrete aanpak op, regelt werkzaamheden, voert het werk uit en zorgt zelf voor de juiste werking van de in bedrijf gestelde installatie. Werkt in overleg met de opdrachtgever en de pro- jectleiding. Voert voor de probleemoplossing ook intensief overleg binnen de eigen groep en met de toeleverende afdelingen. Draagt zorg voor de gege- vens voor de revisieteke- ningen. De contacten binnen de eigen groep, met de pro- jectleiding en met anderen in het bedrijf, moeten vlot verlopen in dienst van probleemoplossing en vlotte voortgang van het werk. Zorgt voor goed teamwork binnen de groep toegevoegde medewerkers (2–5).  
Afbreukrisico Fouten in beoordeling kunnen het apparaat verloren doen gaan of het systeem doen falen hetgeen schade voor het bedrijf betekent (herstel, vernieuwen, vervan- gen) en eventuele grote schade voor de klant (gevolgschade, bedrijfsschade ed.). Fouten kunnen onontdekt blijven, ondanks de testprocedure. Realisatie van het klachten- en servicebeleid is van groot belang voor het imago van het bedrijf. De contacten met (functio- narissen van de) opdrachtgever zijn van belang voor die realisatie. Eventueel is geheimhouding vereist inzake gegevens of procedures van de klant, of het zich teweerstellen tegen voorstellen inzake toepassing garantiebepalingen. Fouten in aanpak en werk- wijze kunnen schade ver- oorzaken aan de (dure) apparatuur van eigen bedrijf en van de klant en eventueel bedrijfsschade van een forse omvang veroorzaken. Ondanks intensieve zelfcon- trole en testprocedure kun- nen systeemfouten onontdekt blijven. De contacten met (functio- narissen van de) opdrachtgever en met leveranciers van apparatuur zijn van belang voor probleemoplossing en optimale realisatie van het werk. Moet in veel gevallen teke- nen voor geheimhouding inzake gegevens of proce- dures van de klant. Werkt met en aan dure apparatuur. Fouten of onachtzaamheden (garantie- werk, overdracht van instal- laties aan keuringsinstanties en opdrachtgevers, instrue- ren van opdrachtgevers) kunnen forse schade veroor- zaken aan de apparatuur van eigen bedrijf en van de klant en eventueel forse bedrijfs- schade bij de klant veroor- zaken. Ondanks voortdurende zelfcontrole en test- procedure kunnen systeem- fouten onontdekt blijven. De contacten met (functio- narissen van de) opdrachtgever en met keuringsinstan- ties zijn van belang voor optimale realisatie en overdracht. Moet in veel gevallen tekenen voor geheimhouding inzake gegevens of procedures van de klant.  
Fysieke Aspecten Werkt in werkplaats of op locatie onder erg geva- rieerde omstandigheden, waar ook hinder kan worden ondervonden van lawaai. Voert de werkzaamheden eventueel uit op soms moeilijk bereikbare plaatsen, moet soms in moeilijke houdingen werken of op ladders of trappen. Werkt in ruimtes van uiteenlopende aard en omvang. Moet eventueel veel tillen. Werkt in werkplaats of op locatie onder erg geva- rieerde omstandigheden, waar ook hinder kan worden ondervonden van lawaai. Voert de werkzaamheden eventueel uit op soms moeilijk bereikbare plaatsen, moet soms in moeilijke houdingen werken of op ladders of trappen. Werkt in ruimtes van uiteenlopende aard en omvang. Moet eventueel veel tillen. Werkt in werkplaats of op locatie onder erg geva- rieerde omstandigheden, waar ook hinder kan worden ondervonden van lawaai. Voert de werkzaamheden eventueel uit op soms moeilijk bereikbare plaatsen, moet soms in moeilijke houdingen werken of op ladders of trappen. Werkt in ruimtes van uiteenlopende aard en omvang. Moet eventueel veel tillen. Reist veel. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 34 BETREFT: NETTENBOUW

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 coördinatie Functiegroep 6 mechanische montage
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is voornamelijk gericht op graafwerk in allerlei bodemgesteldheid, zonder (of aanvullend bij het werk van een) graafmachine en daarnaast op eenvoudig elektrotechnisch werk (onder leiding). Moet soms over- schakelen op ander werk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leerplicht en een bedrijfsopleiding van enkele dagen. De functie is gericht op aanleg/onderhoud van elektrotechnische netten met een aantal aspecten die routinematig van aard zijn of aan elkaar verwant zijn. De werkzaamheden variëren per opdracht. Moet een aantal keren per dag omschakelen op een andere activiteit. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een via technisch VBO vervulde leerplicht, gevolgd door de NEN-opleiding. De functie is gericht op coördinatie en uitvoering van werkzaamheden rond aanleg en onderhoud van netten. Werkzaamheden zijn op elektrotechnisch terrein aan elkaar verwant en wisselen elkaar vrij regel- matig af. Ook bij de omrin- gende werkzaamheden speelt routine nog een rol. Accuratesse is nogal eens vereist, soms is sprake van enige tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en een primaire opleiding VEV. De functie is gericht op mechanischelektrische werk- zaamheden rond verlichte constructies. Wisselt eenvou- dig ektrotechnisch aansluiten af met chauffeurswerk en andere werkzaamheden (plaatsen constructies, bedie- nen van kraan of hoogwerker e.d.). De omstandigheden variëren sterk. Schakelt een tiental keren per dag om op andere aspecten van het werk. Soms is sterk verhoogde accuratesse nodig, soms tijd- dwang (haastwerk). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en een primaire opleiding VEV en rijbewijs.
Zelfstandigheid Volgorde en aanpak van het werk staan vast. Werkt volgens opdracht en op aanwijzingen van een leidinggevende. Bij de uitvoering is sprake van geringe vrijheid van hande- len. Er is steeds sprake van toezicht. Na de opleiding volstaat een aantal weken meelopen om de functie te leren kennen. De contacten met collega’s tijdens de uitvoering zijn gericht op uitwisseling van praktisch gegevens. De volgorde van werken wordt aangegeven door de leiding. Daarbinnen is er sprake van een redelijke vrijheid van handelen, mede omdat de toezichthouder vaak moeilijk te bereiken is (het werk strekt zich uit over grote afstand). Het werk vereist een in de praktijk aangekweekte feeling en vakmanschap. De intensieve contacten met collega’s zijn gericht op een zeer goed afgestemde praktische samenwerking. De dagplanning geeft de taakstelling. Is grotendeels gebonden aan volgorde en methode. Werkt veelal zelf- standig met een groepje grondwerkers, onder varia- bel, niet-continu toezicht. Mag niet improviseren, maar moet de leiding raadplegen. Regelmatig contact met hulpafdeling(en) binnen het bedrijf zijn nodig voor een vlot verloop van het werk. Het contact met de ploeg- genoten is bij kleine opdrachten van sturende aard. De dagplanning geeft de taakstelling. Deelt zelf volgorde in, bepaalt juiste aanpak ter plekke en voert de werkzaamheden naar eigen inzicht uit. Soms gelden voor delen van het werk concrete instructies, soms moet ter plaatse geïmproviseerd worden. Naast de opleiding is enige ervaring vereist. Regelmatig contact met hulpafdeling(en) binnen het bedrijf zijn nodig voor een vlot verloop van het werk. Geeft eventueel (functioneel) leiding aan een medewerker.
Afbreukrisico De kans op schade is in het algemeen gering; voor- schriften van derden dienen opgevolgd te worden. De meeste fouten kunnen vlot hersteld worden. Fouten verstoren als inci- denten de normale voort- gang waardoor tijd- en productieverlies optreedt. Zelfcontrole kan de meeste schade voorkomen. Eventueel moeten inciden- teel voorschriften van derden worden opgevolgd. Fouten/onachtzaamheden kunnen leiden tot tijdverlies en voortgangsschade. Even- tueel kan de schade door- werken naar anderen (bij- voorbeeld schade aan het net). Oplettendheid bij het werk kan de meeste schade voorkomen. De contacten met (toezicht- houdend) personeel van anderen dienen gericht te zijn op behoud van een goede verstandhouding.Fouten/onachtzaamheden kunnen het verkeer in gevaar brengen, op andere wijze grote schade aanrichten of onge- lukken veroorzaken. De meeste schade kan hersteld worden, ongelukken niet. De contacten met overige betrokkenen (opdrachtgever, beheerder complex, politie e.d.) zijn gericht op goede verstandhouding en afstem- ming.
Fysieke Aspecten Werkt: òf in weer en wind (excl. vorstverlet); òf verricht vaak zwaar graafwerk (in gleuf of in uiteenlopende ondergrond). Staat soms bloot aan gevaarlijke situaties (langs wegen met verkeer e.d.); òf gelijk aan niveau 5.Werkt: òf in weer en wind (excl. vorstverlet); diverse onder- delen van het werk zijn fysiek zwaar (graafwerk, klimmen met klimschaat- sen, palen opzetten, werken met zware kabel plus kans op zwaar letsel bij klim- werk, werken met motor- zaag, passerend verkeer; òf gelijk aan niveau 4. of: gelijk aan niveau 4; of: gelijk aan niveau 5. Vrijwel gelijk aan niveau 4 of niveau 5, alleen minder lang- durig door de grote afwisse- ling.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 35 BETREFT: ELEKTROMONTAGE (AANSLUITINGEN)

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie omvat het assi- steren bij, aanleren van en onder leiding uitvoeren van aanleg van elektrische installaties (sterkstroom). Voert een beperkt aantal bewerkingen uit binnen uiteenlopende aanlegsystemen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau en eventueel in opleiding zijn voor Monteur Sterkstroom Installaties (S.I.). De functie is gericht op aanleg van elektro-tech- nische installaties (sterk- stroom en soms ook zwak- stroom). Voert diverse bewerkingen uit binnen diverse aanlegsystemen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan minimaal een VBO- diploma en in opleiding zijn voor Monteur S.I. De functie is gericht op aanleg van elektro-technische installaties (sterk- en zwak-stroom), alsmede op het opheffen van storingen. Voert diverse bewerkingen uit aan uiteenlopende syste- men. Een aantal deeltaken vereist grote accuratesse. Een deel van het werk gebeurt onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en een opleiding VEV Monteur S.I. De allround functie is gericht op aanleg van elektrotechnische installaties (sterk- en zwakstroom), alsmede op het opheffen van storingen. Voert alle voorkomende bewerkingen uit aan uiteenlopende syste- men. Schakelt regelmatig om op andere aspecten, wordt dikwijls gestoord. Ook enig administratief werk. Soms tijddwang door haastwerk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en een opleiding VEV Eerste Monteur of Technicus S.I.
Zelfstandigheid De planning is gegeven en bindend. Ontvangt concrete instructies, voert de instal- latie geheel conform teke- ning en voorschriften uit. Het toezicht is vrij direct van aard. Voorkomende technische problemen zijn in overeenstemming met de opleiding en de geringe ervaring. Kan problemen afstemmen met ervaren collega die ter plaatse aanwezig is. De contacten met collega’s zijn gericht op raadpleging.De planning is gegeven. Voert de installatie geheel conform tekening en voor- schriften uit. Overlegt met de leiding over afwijkingen. De voorkomende techni- sche problemen zijn in overeenstemming met de opleiding en de ervaring (enkele maanden). Kan problemen afstemmen met de leiding die ter plaatse aanwezig is. Goede contac- ten met collega’s bevorde- ren een vlot verloop van het werk. Planning, opdracht en uit- voeringswijze zijn meestal geheel gegeven. Heeft bij de uitvoering enige vrijheid van aanpak, bij kleine opdrach- ten zelfs een grote vrijheid. Overlegt zo nodig met de leiding over afwijkingen, kan terugvallen op specialist. De voorkomende problemen zijn in overeenstemming met de opleiding en de ervaring (minimaal 1 jaar). Kan problemen afstemmen met de leiding die ter plaatse aanwezig is voor advies en controle. Goede contacten met collega’s en leiding zijn gericht op een vlot verloop van het werk.Bepaalt binnen de gegeven planning de werkvolgorde. Heeft binnen de grotendeels gegeven uitvoering een bepaalde mate van vrijheid om de aanpak vast te stellen. Overlegt zo nodig met de leiding over afwijkingen, kan terugvallen op specialist. De voorkomende problemen zijn in overeenstemming met de opleiding en enkele jaren ervaring. Goede contacten met de leiding, specialisten en/of stafafdelingen zijn vereist voor een vlot verloop van het werk.
AfbreukrisicoFouten/onachtzaamheden veroorzaken extra werk en/of materiaalverlies. De kans op ontdekken en her- stellen is vrij groot door de zelfcontrole en de samen- werking met een ervaren collega. Eventuele contacten met medewerkers van derden moeten vlot verlopen. Fouten/onachtzaamheden kunnen leiden tot tijd- en materiaalverlies. De kans op ontdekken en herstellen is vrij groot door de zelf- controle en de intensieve controle door de leiding. Alle fouten kunnen hersteld worden. De contacten met mede- werkers van derden moeten goed verlopen, in dienst van een vlotte uitvoering van het werk. Fouten/onachtzaamheden kunnen leiden tot tijd- en materiaalverlies. Oplettendheid bij het werk kan de meeste schade voorkomen. De kans op ontdekken en herstellen is groot, mede door de controle door de leiding. Alle fouten kunnen hersteld worden. De contacten met medewer- kers van derden moeten goed verlopen, in dienst van een vlotte uitvoering van het werk en het bedrijfsimago.Fouten/onachtzaamheden kunnen leiden tot tijd- en materiaalverlies. Oplettendheid bij het werk voorkomt de meeste schade. De kans op ontdekken is groot, mede door controle door de leiding. Fouten kunnen hersteld worden. De contacten met medewerkers en leiding van derden en/of opdrachtgevers moeten goed verlopen, in dienst van een vlotte uitvoering van het werk en het bedrijfsimago.
Fysieke Aspecten Werkt onder alle weersom- standigheden, in alle stadia van totstandkoming van bouwwerken. Eventuele hinder van lawaai, soms vuil werk, incidenteel zwaar werk (graafwerk, stugge kabels e.d.) en tillen. Dragen van beschermingsmiddelen; persoonlijk risico door werken op hoogtes en op moeilijk bereikbare plaatsen, kans op oogletsel. Werkt onder alle weersom- standigheden, in alle stadia van totstandkoming van bouwwerken. Eventuele hinder van lawaai, soms vuil werk, incidenteel zwaar werk (graafwerk, stugge kabels e.d.) en tillen. Dragen van beschermingsmiddelen; persoonlijk risico door werken op hoogtes en op moeilijk bereikbare plaatsen, kans op oogletsel. Werkt onder alle weersom- standigheden, in alle stadia van totstandkoming van bouwwerken. Eventuele hinder van lawaai, soms vuil werk, incidenteel zwaar werk (graafwerk, stugge kabels e.d.) en tillen. Dragen van beschermingsmiddelen; persoonlijk risico door werken op hoogtes en op moeilijk bereikbare plaatsen, kans op oogletsel. Werkt onder alle weersomstandigheden, in alle stadia van totstandkoming van bouwwer- ken. Eventuele hinder van lawaai, soms vuil werk, inci- denteel zwaar werk (graaf- werk, stugge kabels e.d.) en tillen. Dragen van bescher- mingsmiddelen; persoonlijk risico door werken op hoogtes en op moeilijk bereikbare plaatsen, kans op oogletsel.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 35 BETREFT: ELEKTROMONTAGE (AANSLUITINGEN)

Functiegroepen Functiegroep 7    
Karakteristieken     
ComplexiteitDe gespecialiseerde functie is voornamelijk gericht op elektrotechnische montage (sterk- en zwakstroom), waarbij eventueel ook enige administratieve en een aan- tal niet-elektrotechnische werkzaamheden moeten worden verricht. Schakelt steeds om op andere aspec- ten en wordt ook zeer vaak gestoord door anderen. Soms tijddwang door haastwerk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en een opleiding VEV Eerste Monteur of Technicus S.I. gevolgd door vakgerich- te opleidingen en oriëntatie.    
Zelfstandigheid Deelt het werk zelf in, overlegt zo nodig met de leiding, ook over de wijze van uitvoering en eventueel noodzakelijk geachte wijzi- gingen. Staat daartoe in (telefonisch) contact met de leiding. De problemen zijn van dien aard dat regelma- tig overleg, ook met de staf- afdelingen, noodzakelijk is. Goede contacten met de leiding, specialisten, toele- verende en/of stafafdelin- gen zijn vereist voor een vlot verloop van het werk. Geeft leiding aan een ploeg medewerkers (5-8 mon- teurs).    
AfbreukrisicoFouten/onachtzaamheden kunnen leiden tot tijd- en materiaalverlies. Goede zelfcontrole zorgt voor ontdekking en voor herstel- mogelijkheden van de schade voor de oplevering. De zeer regelmatige con- tacten met de leiding van andere betrokken bedrijven en met de opdrachtgevers moeten goed verlopen, zij zijn van groot belang voor de voortgang van het werk en voor het bedrijfsimago.   
Fysieke Aspecten Werkt onder alle weersom- standigheden, in alle stadia van totstandkoming van bouwwerken. Eventuele hinder van lawaai, soms vuil werk, incidenteel zwaar werk (graafwerk, stugge kabels e.d.) en tillen. Dragen van beschermingsmiddelen; persoonlijk risico door werken op hoogtes en op moeilijk bereikbare plaatsen, kans op oogletsel.    

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 36 BETREFT: MONTAGE/SERVICE WERKTUIGKUNDIGE INSTALLATIE

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op hulpwerkzaamheden van uiteenlopende aard bij aanleg, montage en onder- houd van diverse werktuig- kundige installaties/syste- men. Voornamelijk onder- houd en revisie van koel- technische installaties en airconditioners. Schakelt regelmatig om. Enkele elementen van het werk vergen accuratesse. Werkt eventueel onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO. De functie is gericht op het verlenen van assistentie bij aanleg, montage en onder- houd van diverse werktuig- kundige installaties/syste- men op uiteenlopend ge- bied. Schakelt vrij regel- matig om van object, tech- niek of bewerking. Enkele elementen van het werk vergen een vrij grote accu- ratesse. Werkt eventueel onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) (en eventueel de relevante vakopleidng (niveau 3)) en/of een bedrijfsopleiding. De functie is gericht op het installeren van en/of het verrichten van onderhoud aan werktuigkundige instal- laties/systemen op uiteen- lopend gebied. Schakelt regelmatig om van object, techniek of bewerking. Bepaalde werkzaamheden vergen een vrij grote accu- ratesse. Werkt eventueel onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante vakopleiding (niveau 3) en enige vak- gerichte cursussen. De functie is gericht op het installeren en/of verrichten van onderhoud en/of verlenen van service aan installaties en/of systemen van uiteenlopende aard (inclusief speciale toepas- singen). Schakelt regelmatig om, ook op technische details en door onderbrekingen voor urgente storingen. Bepaalde werkzaamheden vergen een grote accuratesse. Werken met gas en elektra vergt aandachts- gebondenheid. Werkt bij bepaalde storingen onder extra tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, de relevante vakopleiding (niveau 3) en aanvullende vakgerichte opleidingen (2–3 jaar).
Zelfstandigheid De werkvolgorde en de aard van de werkzaamheden wor- den bindend opgedragen. Ook voor de aanpak gelden instructies en er kan hulp worden gevraagd. Overlegt bij afwijkingen en proble- men met meer ervaren collega. Eenvoudige problemen van praktische aard. De vrij regelmatige contac- ten met collega’s zijn ge- richt op praktische afstem- ming en moeten vlot verlo- pen.De tijdsindeling wordt bepaald door duidelijke instructies. Er is sprake van een eenduidige aanpak en vormgeving aan de hand van tekeningen, materiaallijsten en instructies. Voor de praktische en vaktechnische problemen kan teruggevallen worden op de aanwezige verantwoordelijke collega. De opleiding is toereikend voor het merendeel van de situaties. De contacten, ook met anderen dan naaste collega’s, dienen voor een vlotte gang van zaken. De tijdsindeling wordt bepaald door opdrachten en bindende planning. Veelal is sprake van eenduidige aanpak en vormgeving aan de hand van tekeningen en materiaallijsten. De prak- tische en vaktechnische problemen zijn veelal in overeenstemming met de opleiding en enige maanden ervaring. De leiding is te raadplegen. De contacten met leiding en stafafdelingen voor weder- zijdse informatie zijn van wezenlijk belang voor het functioneren. De tijdsindeling wordt bepaald door geplande opdrachten en bindende planning. Bij nieuw- aanleg wordt met de leiding overlegd over de vormgeving; bij onderhoud wordt gewerkt op basis van lijsten; bij storin- gen op basis van eigen inzicht, bij voorgeschreven doel en middelen. Op de werkplek is veelal geen toezicht maar advies kan altijd worden verkregen. Naast de opleiding is enkele jaren ervaring vereist. De contacten met leiding en stafafdelingen zijn van we- zenlijk belang voor realisatie van de planning. Eventueel collega’s inwerken of instrueren.
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen ontsnappen aan de aandacht van anderen en kunnen leiden tot lekkages en/of schade, tot tijd en/of materiaalverlies. Zelfcontrole is strikt vereist. De kans op kostbare herstelschade wordt erg beperkt door controle van de ervaren monteur. Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang en geven eventueel kans op lekkages en/of schade. Naast zelfcontrole vindt ook con- trole van het resultaat plaats door de collegamonteur. Eventuele contacten met medewerkers van derden voor uitwisseling van infor- matie moeten vlot verlopen.Fouten of onachtzaamheden geven kans op lekkages en/of schade. Naast zelf- controle vindt ook controle plaats door chefmonteur en bij oplevering nog eens door hogere leiding. Eventuele contacten met medewerkers van derden, voor afstemming van het werk en uitvoering volgens planning, dienen vlot te verlopen. Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot schade van uiteenlopende aard, zelfs tot ontploffingen, brand e.d. Moet zelf alle werkzaamheden grondig nalopen en controleren. De contacten met derden zijn gericht op een vlotte afstem- ming en van belang voor voortgang en gewenste kwali- teit. Daarbij kan tact vereist zijn.
Fysieke Aspecten Werkt op projectlocatie in alle stadia van totstandkoming, van open bouw tot en met glasdicht. De omstan- digheden kunnen sterk wisselen en lawaaierig en vuil zijn. Werkt in verschil- lende houdingen. Tilt soms zware voorwerpen. Werkt regelmatig op hoogte, op steigers of in kruipruimte. Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen. Werkt op projectlocatie in alle stadia van totstandkoming, van open bouw tot en met glasdicht. De omstan- digheden kunnen sterk wisselen en lawaaierig en vuil zijn. Werkt in verschil- lende houdingen. Tilt soms zware voorwerpen. Werkt regelmatig op hoogte, op steigers of in kruipruimte. Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen.Werkt op projectlocatie in alle stadia van totstandkoming, van open bouw tot en met glasdicht. De omstan- digheden kunnen sterk wisselen en lawaaierig en vuil zijn. Werkt in verschil- lende houdingen. Tilt soms zware voorwerpen. Werkt regelmatig op hoogte, op steigers of in kruipruimte. Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen.Werkt op projectlocatie in alle stadia van totstandkoming, van open bouw tot en met glas- dicht. De omstandigheden kunnen sterk wisselen en lawaaierig en vuil zijn. Werkt in verschillende houdingen. Tilt soms zware voorwerpen. Werkt regelmatig op hoogte, op steigers of in kruipruimte. Draagt veiligheidsbril. Loopt kans op verwondingen.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 36 BETREFT: MONTAGE/SERVICE WERKTUIGKUNDIGE INSTALLATIE

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op (het plegen van onderhoud en) het verhelpen van storingen aan installaties en/of syste- men van uiteenlopende aard. Schakelt regelmatig om op ander karwei, installatie, onderdeel en technische details en ook door onder- brekingen voor urgente storingen. Bepaalde werk- zaamheden vergen een bezwarende accuratesse. Werken met gas en elektra vergt aandachtsgebonden- heid. Werkt bij bepaalde storingen onder extra tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma gevolgd door aanvullende vakgerichte opleidingen (2–3 jaar). De functie is gericht op het grotendeels volwaardig verzorgen van nagenoeg de gehele trajecten van service en onderhoud van uiteenlo- pende aard op HVAC-gebied, met inbegrip van beheer en administratie. Schakelt regelmatig om op andere karweien en werk- zaamheden, maar ook als gevolg van onderbrekingen voor urgente zaken. Het werk vergt constant accura- tesse met het oog op com- pleetheid, voorzichtigheid en zorgvuldigheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma en het grotendeels gevolgd hebben van opleidingen Klimaatbeheersing, Koel- techniek en Meet- en Regel- techniek (4 tot 5 jaar). De functie is gericht op het geheel zelfstandig verzor- gen van de gehele trajecten van service en onderhoud van uiteenlopende aard op HVAC-gebied, met inbegrip van beheer en administratie. Schakelt regelmatig om op andere karweien en werk- zaamheden, maar ook als gevolg van onderbrekingen voor urgente zaken. Het werk vergt constant accura- tesse met het oog op com- pleetheid, voorzichtigheid en zorgvuldigheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma en het grotendeels gevolgd hebben van opleidingen Klimaatbeheersing, Koel- techniek en Meet- en Regel- techniek (ruim 5 jaar).  
Zelfstandigheid De tijdsindeling wordt bepaald door geplande opdrachten en urgente zaken die zich aandienen. Kiest zelf de optimale volgorde (eventueel met improvisatie). Bepaalt zelf de aanpak, gegeven de aanwezige apparatuur en voorschriften, op basis van inzicht en jarenlange ervaring (2–3 jaar). Daarbij kunnen proble- men rijzen die inventiviteit vereisen. Op de werkplek is geen toezicht, in noodgevallen is de leiding te bereiken. De veelvuldige contacten met stafafdelingen zijn van wezenlijk belang voor vlotte verwerking van informatie en vlotte afhandeling van onderhoud en storingen. Werkt collega’s in en geeft instructies. Voert het werk grotendeels zelfstandig uit, complexe aspecten onder begeleiding of op adstructie. Bepaalt zelf of op aanwijzing prioriteiten, tijdsbesteding en aanpak van het werk. Zoekt mede naar oplossingen voor problemen. Signaleert voor verbetering vatbare aspecten en doet hierin voorstellen. Adviseert de klant. Signaleert moge- lijkheden voor meerwerk/vervolgopdrachten. De zelf op te lossen problemen vereisen inzicht, overzicht en brede ervaring (4–5 jaar). Wendt zich voor zwaardere problemen tot een ervaren collega of de leiding. Attendeert de leiding op gevaren voor veiligheid, gezondheid of milieu. Contacten met (meer erva- ren) collega’s, met de leiding en ook met andere afdelingen, zijn gericht op een vlotte verwerking en afhandeling. Voert onderhoud, service en storingsopheffing zelfstan- dig uit. Bepaalt zelf prio- riteiten, tijdsbesteding en aanpak van het werk. Zoekt mede actief naar oplossin- gen voor problemen. Signa- leert voor verbetering vat- bare aspecten en doet hierin voorstellen. Geeft aan waar vervolgopdrachten kunnen liggen, adviseert de klant, haalt werk binnen. De zelf op te lossen problemen vereisen inzicht, overzicht en brede ervaring (5–7 jaar). Kan zich bij grote proble- men tot de leiding richten. Attendeert de leiding op gevaren voor veiligheid, gezondheid of milieu. Contacten met collega’s, met de leiding en ook met andere afdelingen, zijn gericht op een vlotte ver- werking en afhandeling van onderhoud/storingen, afstemming, rapportage, controle e.d.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot schade van uiteenlopende aard, zelfs tot ontploffingen, brand, over- stromingen, uitvallen van andere zeer vitale installaties e.d. Ontdekkings- en herstel- kansen berusten voornamelijk op zelfcontrole. De contacten met derden (met name functionarissen van opdrachtgever) zijn van belang voor uitvoering conform intentie en plan- ning. Daarbij kan tact vereist zijn. Fouten in aanpak of brede aandachtgerichtheid kunnen leiden tot schade van uit- eenlopende aard, zelfs tot ontploffingen, brand, over- stromingen, uitvallen van andere zeer vitale instal- laties e.d. Ontdekkings- en herstelkansen berusten voor- al op zelfcontrole, maar ook op controle door de eind- verantwoordelijke collega. De regelmatige contacten met opdrachtgevers, gebrui- kers van gebouwen, mede- werkers van derden verei- sen tact en correcte om- gangvormen, ook vanwege het risico dat de goede naam van het bedrijf snel in het geding is. Fouten in aanpak of brede aandachtgerichtheid kunnen leiden tot schade van uit- eenlopende aard, zelfs tot ontploffingen, brand, over- stromingen, uitvallen van andere zeer vitale installa- ties e.d. Ontdekkings- en herstelkansen berusten nagenoeg uitsluitend op zelfcontrole. Kans op verlies van bestaande en/of toe- komstige opdrachten. De regelmatige contacten met opdrachtgevers, gebrui- kers van gebouwen en subcontractors vereisen tact en correcte omgangsvormen, ook vanwege het risico dat de goede naam van het bedrijf snel in het geding is. 
Fysieke Aspecten Werkt op locatie, waar hinder kan worden onder- vonden van hinderlijke omstandigheden als vuil en lawaai. Voert de werkzaamheden uit op soms moeilijk bereikbare plaatsen, op ladders of trappen. Het werk vergt soms zware inspanning door houding of spierbelasting. Ook bestaat er kans op verwondingen of letsel. Werkt deels onder kantoor- omstandigheden, deels op locatie, waar hinder kan worden ondervonden van hinderlijke omstandigheden als vuil en lawaai. Voert de werkzaamheden uit op soms moeilijk bereikbare plaatsen, op ladders of trappen. Het werk vergt soms zware inspanning door houding of spierbelasting. Ook bestaat er kans op verwondingen of letsel. Werkt deels onder kantoor- omstandigheden, deels op locatie, waar hinder kan worden ondervonden van hinderlijke omstandigheden als vuil en lawaai. Voert de werkzaamheden uit op soms moeilijk bereikbare plaatsen, op ladders of trappen. Het werk vergt soms zware inspanning door houding of spierbelasting. Ook bestaat er kans op verwondingen of letsel. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 37 A BETREFT: CONSTRUCTIE/PLAAT-/PIJPWERK (OP LOCATIE)

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op eenvoudig staalconstructiewerk. Het werk wordt veel- al uitgeoefend als assistent (toegevoegd aan een erva- ren collega). Er is sprake van afwisseling tussen enkele aspecten en bewer- kingen, die enkele keren per dag omschakelen met zich mee brengt. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en een paar lascursussen (bijvoorbeeld autogeen en elektrisch van pijp en/of plaat op niveau 3 en even- tueel MIG/MAG of TIG op niveau 2), volgens de eisen van het NIL). De functie is gericht op staalconstructiewerk, plaat- werk/pijpwerk e.d. waarbij er sprake is van uiteenlopende aspecten en bewer- kingen, waartussen tijdens het werk regelmatig omge- schakeld moet worden. Een goed totaaloverzicht op het werk is vereist. Eventueel kan er nu en dan sprake zijn van enige tijddwang. Moet lastechnieken van hoge technische kwaliteit toepas- sen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de rele- vante basisberoepsopleiding (niveau 2) en enkele cursus- sen (½–1 jaar). De vereiste lascursussen betreffen voor- namelijk niveau 3 (autogeen, elektrisch, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat) en daarnaast een enkele hogere of lagere kwalificatie (op niveau 2 of 4) volgens de eisen van het NIL. De functie is gericht op metaalbouw, plaat- en pijpwerk, isolatie e.d., waarbij sprake is van veel deelonderwerpen, uiteen- lopende werkzaamheden en diverse materialen. Moet diverse technieken toepas- sen en hiertussen voortdu- rend omschakelen. Soms bezwarende accuratesse, eventueel tijddwang. De lastechnieken betreffen een erg hoog kwaliteitsniveau. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaar- dig te zijn aan een VBO- diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) en een gestruc- tureerde bedrijfsopleiding (2–3 jaar). De vereiste lascursussen volgens de eisen van het NIL betreffen voornamelijk niveau 4 en een enkel lager niveau (autogeen, elektrisch, MIG/ MAG of TIG van pijp en plaat).De functie is gericht op een groot scala aan technieken in het kader van metaalbouw (dan wel op een groot scala aan lastechnieken); veel facetten, werkzaamheden, materialen en technieken komen aan de orde. Moet hiertussen voortdurend omschakelen. Voortdurende hoge accuratesse, soms werken onder tijddwang. De lastech- nieken betreffen een zeer hoog kwaliteitsniveau. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en (minimaal) de relevante basis- beroepsopleiding (niveau 2) en een reeks aan cursussen (4–6 jaar). De vereiste lascursussen volgens de eisen van het NIL betreffen uitsluitend niveau 4 (autogeen, elektrisch, MIG/ MAG of TIG van pijp en plaat).
Zelfstandigheid De tijdsindeling ligt vast door het opgedragen werk- programma. Voorschriften en technische eisen staan volledig vast. Uitvoering vindt plaats in overleg met de leiding. Raadpleegt ervaren collega of de lei- ding als zich problemen voordoen die uitstijgen boven opleiding en (enige maanden) ervaring. De contacten met naaste collega’s zijn vereist voor een vlot verloop van het werk binnen de groep. De tijdsindeling ligt vast. Kan kleine verschuivingen aanbrengen Voorschriften en technische eisen staan vast, kan daarvan alleen afwijken in overleg met de leiding. Problemen zijn in overeen- stemming met opleiding en (½–1 jaar) ervaring. De contacten met naaste en andere collega’s op het werk zijn van belang voor een vlot verloop van het werk binnen de groep.Speelt binnen de gestelde planning in op de situatie. De vormgeving, maatvoering en middelen staan vast. Bepaalt werkaanpak en werkwijze op basis van inzicht en ervaring (1–2 jaar). De voorkomende problemen zijn op te lossen met opleiding en ervaring; raadplegen van de leiding kan nodig zijn, maar is niet altijd mogelijk.De contacten met collega’s op het werk en met toeleverende afdelingen zijn van belang voor over- leg, assistentie, toelichting of aanlevering.Werkt binnen de gestelde planning. Houdt zich aan richtlijnen voor volgorde van bouwen en specificaties. Bepaalt aanpak en werkwijze op basis van situatie en ervaring. De problemen zijn in overeenstemming met oplei- ding en (jarenlange) ervaring. Kan soms overleg plegen met collega’s en leiding. De contacten met collega’s op het werk en met andere technici zijn van belang voor overleg en uitwisselen van informatie, in dienst van een vlotte voortgang.
AfbreukrisicoFouten kunnen herstelwerk en tijdverlies veroorzaken. Zelfcontrole en vrij inten- sieve controle door de lei- ding doen bijna alle fouten tijdig ontdekken; herstel is altijd mogelijk. Incidenteel zijn contacten met medewerkers van der- den vereist voor werkafstemming. Fouten zullen herstelwerk en tijdverlies veroorzaken. Eventueel kan er kans zijn op acceptatieweigering door de opdrachtgever of tot verstoring van diens produc- tieproces. Zelfcontrole en controle door de leiding doen de meeste fouten tijdig ontdekken; herstel is bijna altijd mogelijk. Soms zijn contacten met functionarissen van derden vereist voor routineproce- dures.Fouten leiden tot schade door herstelwerk of kunnen leiden tot acceptatieweige- ring door de opdrachtgever of tot verstoring van diens productieproces. Zelfcontrole en controle door de leiding doen bijna altijd de fouten tijdig ontdekken; herstel is bijna altijd mogelijk. De contacten met functionarissen van derden zijn van belang voor een goede afstemming van het werk en behoud van goede relaties.Fouten leiden tot schade door herstelwerk of kunnen leiden tot acceptatieweigering door de opdrachtgever of tot ver- storing van diens productieproces. Zelfcontrole en con- trole door de leiding doen meestal de fouten tijdig ontdekken; herstel is door- gaans mogelijk. De contacten met functionarissen van der- den zijn van belang voor een goede afstemming van het werk en behoud van goede relaties.
Fysieke Aspecten Werkt deels buiten (niet bij extreme koude), deels in lawaaierige werkplaats (of ook in slecht geventileerde, onverwarmde kleine ruim- tes). Werkt vaak knielend/bukkend/kruipend. Werkt nu en dan op grote hoogte. Tilt regelmatig lasten. Moet beschermende middelen dragen. Loopt kans op ver- wondingen (en een ver- hoogd risico door verkeerd gehechte of gehesen onder- delen en werken op hoog- te). Incidenteel is bewe- gingsprecisie vereist. Werkt deels buiten (niet bij extreme koude), deels in lawaaierige werkplaats (of ook in slecht geventileerde, onverwarmde kleine ruim- tes). Werkt vaak knielend/bukkend/kruipend. Werkt nu en dan op grote hoogte. Tilt regelmatig lasten. Moet beschermende middelen dragen. Loopt kans op ver- wondingen (en een ver- hoogd risico door verkeerd gehechte of gehesen onder- delen en werken op hoog- te). Incidenteel is bewe- gingsprecisie vereist. Werkt deels buiten (niet bij extreme koude), deels in lawaaierige werkplaats (of ook in slecht geventileerde, onverwarmde kleine ruim- tes). Werkt vaak knielend/bukkend/kruipend. Werkt nu en dan op grote hoogte. Tilt regelmatig lasten. Moet beschermende middelen dragen. Loopt kans op ver- wondingen (en een ver- hoogd risico door verkeerd gehechte of gehesen onder- delen en werken op hoog- te). Incidenteel is bewe- gingsprecisie vereist. Werkt deels buiten (niet bij extreme koude), deels in lawaaierige werkplaats (of ook in slecht geventileerde, onverwarmde kleine ruimtes). Werkt vaak knielend/buk- kend/kruipend. Werkt nu en dan op grote hoogte. Tilt regelmatig lasten. Moet beschermende middelen dragen. Loopt kans op ver- wondingen (en een verhoogd risico door verkeerd gehechte of gehesen onderdelen en werken op hoogte). Laswerk (100%) vereist grote bewe- gingsprecisie.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 37B BETREFT: SPECIAAL LASSEN (OP LOCATIE)

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het lassen van bankwerk, con- structiewerk en plaatwerk (RVS e.d.) en betreft het toepassen van gespecialiseerde lastechnieken (TIG/ MIG) waarbij voldaan moet worden aan de Europese norm H.L045. Routinearbeid komt nauwelijks voor. Schakelt regelmatig om. De hoge concentratie bij het lassen vergt vrij grote accuratesse. Er is nauwelijks sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan minimaal een VBO-diploma, de relevante basis-beroepsopleiding (niveau 2) en een gestruc- tureerde bedrijfsopleiding (2–3 jaar). De vereiste lascursussen en certificaten (gebaseerd op de eisen van het N.I.L.) betreffen voor- namelijk niveau 4 en een enkele lager niveau (auto- geen, elektrisch, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat). De functie is gericht op constructiebankwerken en het maken van hoogwaardige lasverbindingen. De functie omvat het toepassen van gespecialiseerde lastech- nieken (voornamelijk MIG) waarbij voldaan moet worden aan de Europese norm H.L045. Routinearbeid komt nauwelijks voor. Schakelt regelmatig om. De hoge concentratie bij het fotolassen vergt zeer grote accuratesse. Er is nauwelijks sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan minimaal een VBO-diploma, minimaal de relevante basisberoepsop- leiding (niveau 2) en een reeks aan cursussen (4–6 jaar). De vereiste lascur- sussen en certificaten (geba- seerd op de eisen van het N.I.L.) betreffen uitsluitend niveau 4 (autogeen, elektrisch, MIG/MAG of TIG van pijp en plaat). Technische functie met name gericht op het maken van (eventueel voorbewerkte) hoogwaardige lasverbin- dingen. De functie richt zich veelal op exclusieve mate- rialen (nikkel, roestvrij/roestvast staal, koolstofstalen en legeringen) en op het toepassen van gespecialiseerde lastechnieken (argon, MIG/TIG, autogeen) in uiteenlopende lasstanden (6G) en voldoen aan de Europese norm H.L045. Routinearbeid komt nau- welijks voor. Verricht ook fit- en constructiewerk. De hoge concentratie bij het fotolassen vergt zeer grote accuratesse. Er is nauwelijks sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau minimaal gelijk- waardig te zijn aan een VBO-diploma, aangevuld met een opleiding Lassen en opleidingen/certificaten voor de toegepaste lastechnieken (gebaseerd op de eisen van het N.I.L.).  
Zelfstandigheid Deelt de tijd in naar gelang ontvangen opdrachten, na controle van aangeleverde materialen. Last overeenkomstig de vereiste las- methode. Werkt in het alge- meen zelfstandig en vol- gens de voorgeschreven lastechnieken. Levert las- werk op conform de door de klant gestelde eisen, op basis van kennis en inzicht in situatie en van materiaal- kennis, verkregen door de vereiste ervaring in RVS lassen. Controleert zelf het product op maat en kwali- teit. Overlegt bij twijfel met de leiding. Moet zelf pro- blemen oplossen die over- eenstemmen met het oplei- dingsniveau en ervaring (1–2 jaar) inzake lastechnieken. De contacten met collega’s, Lasingenieur en Kwaliteitscontrole zijn gericht op het soepel verloop van het werk en op informatie inzake kwaliteit. Deelt de tijd in naar gelang ontvangen opdrachten, na acceptatie van het vooraf- gaande werk. Last overeen- komstig de eisen van de vereiste lasmethode. Werkt in het algemeen zelfstandig en volgens de voorgeschreven gespecialiseerde las- technieken. Levert laswerk op conform de door de klant en/of keuringsinstanties gestelde eisen, op basis van kennis en inzicht in situatie en van materiaalkennis, verkregen door minimaal 3 jaar ervaring als Lasser in de branche. Controleert zelf het product op maat en kwali- teit. Lost alle voorkomende technische problemen op die overeenkomen met het oplei- dingsniveau en ervaring. De contacten met collega’s, Lasingenieur en Kwaliteitscontrole zijn gericht op het soepel verloop van het werk en op informatie inzake kwaliteit. Deelt de tijd in naar gelang ontvangen opdrachten, na acceptatie van het vooraf- gaande fitwerk. Maakt lasklare leidinginstructies aan de hand van icono- metrische tekeningen. Last overeenkomstig de eisen van de vereiste lasmethode. Werkt zelfstandig, ook met exclusieve materialen en volgens de voorgeschreven gespecialiseerde lastechnie- ken. Levert laswerk op con- form de door de klant en/of keuringsinstanties gestelde eisen, op basis van kennis en inzicht in situatie en van materiaalkennis, verkregen door minimaal 5 jaar erva- ring als Lasser in de branche. De contacten met Lassers, Fitters, Lasingenieur, Mana- ger QA/QC en Uitvoerend Voorman zijn gericht op kwaliteit. Begeleidt tijdelijk toege- voegde Aankomend Lassers.  
Afbreukrisico Fouten en onachtzaamheden in werkaanpak, procedures, las-werk en controle kunnen leiden tot vertraging in de voortgang, materiaalverlies met financiële schade. Tijdig ontdekken en herstel berust op zelfcontrole en controle van chef en/of keurende instantie. Herstel is vrijwel altijd mogelijk. De incidentele contacten met derden zijn meestal gericht op een vlotte gang van zaken inzake de uitvoering. Fouten en onachtzaamheden in werkaanpak, inachtname van procedures, keuringen, het laswerk zelf en de controle ervan kunnen tot ernstige vertraging in de voortgang leiden, tot nieuw onderzoek, tot duur herstelwerk en zelfs tot problemen bij en met de klanten/opdrachtgevers en met de keuringsinstanties. De niet erg frequente con- tacten met klanten en keu- ringsinstanties zijn gericht op informatie-overdracht inzake de uitvoering. Fouten en onachtzaamheden in werkaanpak, inachtname van procedures, keuringen, materiaalidentificering en het laswerk kunnen tot ernstige vertraging in de voortgang leiden, tot duur herstelwerk en zelfs tot problemen bij en met de klanten/opdrachtge- vers en met de keuringsinstanties. De niet erg frequente con- tacten met klanten en keu- ringsinstanties zijn gericht op informatie-overdracht inzake de uitvoering.  
Fysieke Aspecten De werkomstandigheden op de projectlocaties kunnen uiteenlopen en gaan even- tueel gepaard met enige hinder van geuren, dampen, temperaturen en vuil. Werkt meestal staand, maar ook zittend of liggend in een starre lichaamshouding. Moet regelmatig tillen. De kans op kleine verwondingen is aanwezig. Er is sprake van bezwarende bewegingsprecisie die een aanmerkelijke beheersing vergt. De werkomstandigheden op de projectlocaties kunnen uiteenlopen en gaan even- tueel gepaard met onaan- gename aspecten als lawaai (productiehal) en met name weersomstandigheden, als- mede met enige hinder van geuren, dampen, temperatu- ren en vuil. Werkt meestal staand, maar ook in andere moeilijker houdingen. Moet soms tillen. Werkt zo nodig op hoogte. De kans op kleine verwondingen is aanwezig. Vooral bij foto- laswerk is sprake van bezwarende bewegingsprecisie die een aanmerkelijke beheersing vergt.De werkomstandigheden op de projectlocaties kunnen uiteenlopen en gaan even- tueel gepaard met enige hinder van lawaai en met name weersomstandigheden, alsmede met hinder van geuren, dampen, temperaturen en vuil. Werkt meestal staand, maar ook in andere moeilijker houdingen. Moet soms tillen. Werkt zo nodig op hoogte. De kans op kleine verwondingen is aanwezig. Vooral bij hoog- waardig laswerk is sprake van bezwarende bewegingsprecisie die een aanmerkelijke beheersing vergt. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 38 BETREFT: MONTAGE/SERVICE APPARATUUR (BUITEN)

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op assistentie bij aanleg, instal- latie, montage, onderhoud en revisie van (een bepaald soort) apparaten. Past een veelheid aan technieken toe. Bij toenemende ervaring neemt ook de verscheidenheid toe. Schakelt regelmatig om op andere technieken of facetten. Afstellingen verei- sen grote accuratesse. Ook haastwerk en tijdsdruk komen voor. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) (en eventueel vakopleiding niveau 3).De functie is gericht op het zelfstandig verrichten van aanleg, installatie, montage, onderhoud en revisie van een groot scala van een bepaald soort apparaten. Past daarbij een veelheid aan technieken toe. Schakelt regelmatig om op andere technieken of facetten. Afstellingen vereisen grote accuratesse. Ook haastwerk en tijdsdruk komen regel- matig voor. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-diploma, de relevante vakopleiding (niveau 3) en een vakge- richte cursus (enkele maanden). De functie is voornamelijk gericht op reparatie, onder- houd en revisie van een zeer groot scala van een bepaald soort apparaten, waarbij een veelheid aan technieken aan de orde komen. Schakelt regelmatig om van techniek. Bepaalde facetten vereisen grote accuratesse. Haastwerk en tijdsdruk komen regel- matig voor. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau plus bedrijfsopleiding, ofwel een VBO-diploma, de rele- vante vakopleiding (niveau 3) en diverse vaktechnische cursussen. De functie is gericht op service en onderhoud aan geleverde machines/instal- laties. Analyseert storingen, repareert, revideert en modi- ficeert; installeert ook nieuwe machines. Schakelt, afhanke- lijk van de werkzaamheden, om op een ander karwei, aspect, facet, techniek en/of bewerking. Regelmatig is grote accuratesse vereist; bij spoedopdrachten heerst tijd- dwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, gevolgd door (specialistische) vaktech- nische cursussen en/of trainingen.
Zelfstandigheid Werkt aan de opdracht in de vastgestelde volgorde. Krijgt door een ervaren collega onderdelen van het totale werk toegewezen die groten- deels volgens instructie wor- den afgewerkt. Dient over enige vindingrijkheid te beschikken. Bespreekt wat vervangen moet worden met collega, die ook het werk in de gaten houdt en bereikbaar is. Legt problemen die uitstijgen boven de kennis en de (beperkte) ervaring voor aan collega. De contacten met collega’s en toeleverende afdelingen zijn gericht op overleg over het werk. Werkt veelal volgens de planning van de leiding of een meer ervaren collega. Voert eenvoudig werk grotendeels volgens eigen inzicht uit en beslist dan zelf wat gerepareerd of vervan- gen moet worden. Werkt, indien toegevoegd aan een ervaren collega, volgens aanwijzing aan moeilijker apparatuur, zonder verder toezicht. Kan voor meer complexe technische proble- men terugvallen op de begeleidende vakman. De contacten met collega’s en toeleverende en dienst- verlenende afdelingen zijn gericht op een vlot verloop van het werk. Werkt volgens de veelal vastgestelde planning. Plant zelf urgente gevallen in, eventueel na bespreking met de leiding. Verricht repara- tie- en revisiewerk geheel zelfstandig en beoordeelt zelf wat gerepareerd of vervangen moet worden. Werkt bij derden, zonder toezicht van de leiding. De problemen kunnen van uiteenlopende technische aard zijn, maar zijn meestal in overeenstemming met opleiding en (minimaal 2 jaar) ervaring. De contacten met collega’s over aanpak en met ande- ren over toelevering, zijn gericht op een vlot verloop van het werk. Bepaalt zelf (en bespreekt eventueel) de optimale tijds- indeling. Bepaalt, binnen de geldende bedrijfseigen richt- lijnen en de speciale richtlij- nen van de klant, de concrete aanpak van het werk. Kiest oplossingen, werkmethode en apparatuur. Reikt eventuele alternatieven aan, raadpleegt voor commerciële beslissingen de leiding. De problemen vereisen naast kennis ook gevoel en initiatief op basis van jaren ervaring (minimaal 3). De contacten met de leiding, collega’s, en anderen zijn gericht op voortgang en resul- taat. Eventueel wordt aan een aantal medewerkers (functio- neel) leiding gegeven.
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden vertragen de afwikkeling en kunnen enige afbreuk doen aan de goede naam van het bedrijf. Kostbare herstelschade wordt vermeden door de aanwezigheid van de ervaren collega op kritieke momenten en diens controle op belangrijke punten. De eventuele contacten met klanten over details van het werk moeten vlot verlopen. Fouten in beoordeling of aanpak vertragen de afwik- keling van het werk en doen afbreuk aan de goede naam van het bedrijf. Kan binnen zijn werkgebied aanzienlijke materiële schade veroorzaken (waartegen het bedrijf echter verzekerd is). De vrij regelmatige contac- ten met klanten, over de aard van de reparatie of de uitvoering van het werk, moeten vlot verlopen.Fouten in beoordeling of aanpak kunnen resulteren in (enkele uren) extra werk, maar ook tot ergernis en spanning bij de cliënt. Kan afbreuk doen aan de conti- nuïteit van de relatie met de cliënt. Kan binnen zijn werkgebied aanzienlijke materiële schade veroorza- ken (waartegen het bedrijf echter verzekerd is). De regelmatige contacten met klanten (of anderen) moeten vlot verlopen. Soms is overtuigingskracht ver- eist. Fouten in beoordeling of aan- pak kunnen leiden tot extra reparatietijd, extra kosten, ergernis en spanning bij de cliënt, persoonlijk letsel en eventueel tot kostbare herstel- schade. Zelfcontrole en com- municatie kunnen de fouten doen voorkomen of tijdig herstellen. Vertegenwoordigt het bedrijf bij de klant. De regelmatige contacten met klanten (of anderen) moeten vlot verlopen en vereisen soms tact en overtuigingskracht.
Fysieke Aspecten Werkt soms onder slechte omstandigheden in weer en wind met mogelijk hinder van andere activiteiten. Werkt nu en dan op moei- lijk bereikbare plaatsen en in lastige houdingen. Moet regelmatig zwaar tillen. Loopt kans op letsel (bij spanningvoerende of draaiende delen, vuurge- vaarlijke/giftige stoffen) en een verhoogd risico bij het werken op trappen of ladders.Werkt soms onder slechte omstandigheden in weer en wind met mogelijk hinder van andere activiteiten. Werkt nu en dan op moeilijk bereikbare plaatsen en in lastige houdingen. Moet regelmatig zwaar tillen. Loopt kans op letsel (bij spanningvoerende of draaiende delen, vuurge- vaarlijke/giftige stoffen) en een verhoogd risico bij het werken op trappen of ladders. Werkt soms onder slechte omstandigheden in weer en wind met mogelijk hinder van andere activiteiten. Werkt nu en dan op moei- lijk bereikbare plaatsen en in lastige houdingen. Moet regelmatig zwaar tillen. Loopt kans op letsel (bij spanningvoerende of draaiende delen, vuurge- vaarlijke/giftige stoffen) en een verhoogd risico bij het werken op trappen of ladders.Werkt op locatie onder zeer gevarieerde omstandigheden, mogelijk in weer en wind of met hinder van andere activi- teiten. Reist veel. Werkt nu en dan op moeilijk bereikbare plaatsen en in lastige houdin- gen of moet soms zwaar tillen. Loopt kans op letsel (bij spanningvoerende of draaiende delen, vuurgevaarlijke/giftige stoffen) en een verhoogd risico bij het werken op trappen of ladders.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 38 BETREFT: MONTAGE/SERVICE APPARATUUR (BUITEN)

Functiegroepen Functiegroep 8 Functiegroep 9   
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op installeren, monteren, inre- gelen, opstarten, aanpassen, reviseren, storingsopheffing en preventief onderhoud aan machines, productielijnen of installaties. Begeleidt het proefdraaien, instrueert bedienend personeel, formu- leert verbeteringsvoorstellen. Aspecten van constructie, mechanica, hydrauliek, pneumatiek, elektra en besturing. Schakelt, afhanke- lijk van omstandigheden, regelmatig om op karwei, aspect, facet en/of bewer- king. Regelmatig is grote accuratesse vereist. Bij spoedopdrachten heerst tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, gevolgd door diverse vak- technische en commerciële/communicatieve cursussen/trainingen. Bijblijven in technische ontwikkelingen. De functie is gericht op installeren, monteren, inre- gelen, opstarten, aanpassen, reviseren, storingsopheffing en preventief onderhoud aan machines, productielijnen of installaties. Begeleidt het proefdraaien, instrueert bedienend personeel, formu- leert verbeteringsvoorstellen. Aspecten van constructie, mechanica, hydrauliek, pneumatiek, elektra en besturing. Schakelt, regel- matig om op karwei, aspect, facet en/of bewerking. Regelmatig is grote accura- tesse en concentratie vereist, soms bemoeilijkt door omstandigheden. Tijdsdruk kan zeer hoog oplopen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-diploma, gevolgd door diverse vak- technische en commerciële/communicatieve cursussen/trainingen. Bijblijven in technische ontwikkelingen.   
Zelfstandigheid Bepaalt, binnen de afspra- ken met de klant, zelf de optimale tijdsindeling. Be- paalt, binnen de geldende bedrijfseigen richtlijnen en de eventuele speciale richt- lijnen van de klant, de con- crete aanpak en de meest veilige en efficiënte benade- ring, oplossingen en werk- methode. Draagt eventuele alternatieven aan, adviseert de leiding over commerciële beslissingen. De zelf op te lossen problemen zijn van zeer uiteenlopende techni- sche aard en vereisen naast kennis ook gevoel, vinding- rijkheid en initiatief op basis van (3–4 jaar) ervaring. Contacten met leiding (voortgang, resultaat, kwali- teit en commerciële beslis- singen), met collega’s (werkoverleg) en eventueel andere afdelingen. Bepaalt, binnen de afspra- ken met de klant en lokale situatie, zelf de optimale tijdsindeling. Bepaalt, binnen de geldende bedrijfseigen richtlijnen (en richtlijnen van de klant), de concrete aanpak en de meest veilige en efficiënte benadering, oplossingen en werkmethode. Draagt eventuele alternatieven aan, adviseert de leiding over commerciële beslissingen. De zelf op te lossen problemen zijn soms nieuw en van zeer uiteen- lopende technische aard en vereisen naast kennis ook gevoel, vindingrijkheid en initiatief op basis van (5–8 jaar) ervaring in onderhoud. Contacten met leiding (voortgang, resultaat, kwali- teit en commerciële beslis- singen), met collega’s (werkoverleg) en eventueel andere afdelingen. Geeft eventueel leiding aan een of meer collega’s.   
Afbreukrisico Fouten in beoordeling of aanpak kunnen leiden tot extra reparatietijd, extra kosten, ergernis en span- ning bij de cliënt, persoon- lijk letsel en eventueel tot kostbare herstelschade. Uitsluitend zelfcontrole en communicatie kunnen de fouten doen voorkomen of tijdig herstellen. Ontdekking door de klant moet voorko- men worden. Vertegenwoordigt het bedrijf bij de klant. De regelmatige contacten met klanten (technische en relationele mogelijkheden) moeten vlot verlopen en vereisen soms tact en over- tuigingskracht. Instrueert ook derden. Discretie inzake klantgege- vens naar andere klanten. Fouten in beoordeling of aanpak kunnen leiden tot extra reparatietijd, extra kosten, ergernis en span- ning bij de cliënt, persoon- lijk letsel en eventueel tot kostbare herstelschade. Uitsluitend zelfcontrole en communicatie kunnen de fouten doen voorkomen of tijdig herstellen. Ontdekking door de klant moet voorko- men worden. Vertegenwoordigt het bedrijf bij de klant. De regelmatige contacten met klanten (technische en relationele mogelijkheden) moeten vlot verlopen en vereisen veelal tact en over- tuigingskracht. Instrueert en stuurt personeel van derden aan. Discretie inzake klantgege- vens naar andere klanten. Druk op morele integriteit is niet uitgesloten.   
Fysieke Aspecten Werkt op locatie onder zeer gevarieerde omstandigheden, mogelijk in weer en wind of met hinder van andere acti- viteiten. Reist veel. Werkt nu en dan op moeilijk bereikbare plaatsen en in lastige houdingen, moet soms zwaar tillen, bewe- gingsprecisie kan vereist zijn. Loopt kans op letsel en een verhoogd risico bij het werken op trappen of lad- ders, met vuurgevaarlijke of giftige stoffen e.d. Eventuele confrontatie met exotische leef- en werkomstandig- heden. Werkt op locatie onder zeer gevarieerde omstandigheden, mogelijk in weer en wind of met hinder van andere acti- viteiten. Reist veel. Werkt nu en dan op moeilijk bereikbare plaatsen en in lastige houdingen, moet soms zwaar tillen, bewe- gingsprecisie kan vereist zijn. Loopt kans op letsel en een verhoogd risico bij het werken op trappen of ladders, met vuurgevaarlijke of giftige stoffen e.d. Even- tuele confrontatie met exotische leef- en werkom- standigheden.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 39 BETREFT: DEMONTEREN/SLOPEN

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op demontage van een be- paalde categorie constructies of apparaten. Variatie in typen, werkzaamheden en te gebruiken gereedschap is aanwezig. Schakelt hier- tussen om. Accuratesse is vereist in verband met behoud van gedemonteerde onderdelen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aangevuld met de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) of een gestructureerde bedrijfsopleiding (1 maand). De functie is gericht op demontage van een bepaalde categorie constructies of apparaten. Variatie in typen, materialen, werkzaamheden en te gebruiken gereedschap is aanwezig. Schakelt hier- tussen om. Accuratesse is vereist in verband met behoud van gedemonteerde onderdelen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aange- vuld met de relevante basis- beroepsopleiding (niveau 2) of een gestructureerde bedrijfsopleiding (½ jaar). De functie is gericht op demontage van zeer uit- eenlopende constructies of apparaten met een grote variatie in materialen, werkzaamheden en te gebruiken gereedschap. Wordt geconfronteerd met een voortdurende wisseling in werk vanwege snel veranderende situaties. Accuratesse is vereist in verband met veiligheid en/of behoud van gedemonteerde onderdelen. Eventueel kan de situatie tijddwang opleveren. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aan- gevuld met de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2) of een gestructureerde bedrijfsopleiding (1 jaar).  
Zelfstandigheid De werkvolgorde kan rede- lijk vrij bepaald worden binnen de planning. De volgorde in de demontage staat vast, de aanpak berust op inzicht en ervaring, inspelend op ontstane situa- ties die snel kunnen veran- deren. Als zich problemen voordoen boven het oplei- dingsniveau kan altijd de leiding worden geraadpleegd. De contacten met anderen op de afdeling moeten vlot verlopen en zijn gericht op het vlot uitwisselen van informatie.Planning en prioriteiten staan vast. Daarbinnen kan de werkvolgorde redelijk vrij bepaald worden. De volgorde in de demontage staat meestal vast, de aan- pak berust op inzicht en ervaring, inspelend op ontstane situaties die snel kunnen veranderen. Als zich problemen voordoen boven het opleidingsniveau kan altijd de leiding worden geraadpleegd. De vrij intensieve contacten met anderen op de afdeling of andere betrokkenen moe- ten vlot verlopen in het be- lang van een vlotte voort- gang. Prioriteiten staan vast. Daarbinnen kan de werk- volgorde redelijk vrij be- paald worden. De volgorde in de demontage staat meestal vast, de aanpak berust op inzicht en erva- ring, inspelend op ontstane situaties die snel kunnen veranderen. Als zich pro- blemen voordoen boven het opleidingsniveau (bijvoor- beeld in verband met de veiligheid) kan altijd de leiding worden geraadpleegd. De intensieve contacten met overige bij de demontage betrokken medewerkers is van belang voor een vlot verloop van het werk.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk (verkeerde aan- pak of behandeling) kunnen leiden tot vertraging, onno- dige sloop, schade en extra kosten. Fouten worden direct ontdekt, alleen kleine fouten zijn direct herstelbaar. Fouten in de aanpak van de demontage kunnen niet alleen leiden tot vertraging en extra kosten, maar kunnen bij een ongunstige samenloop van omstandigheden leiden tot grote finan- ciële schade. Fouten worden (o.m. door zelfcontrole) direct ontdekt, maar alleen kleine fouten zijn nog herstelbaar. Fouten in aanpak van de demontage of de beoorde- ling van situaties kunnen bij een ongunstige samenloop van omstandigheden leiden tot grote financiële schade. Fouten worden door zelfcon- trole en controle door de leiding altijd ontdekt, maar alleen kleine fouten zijn nog herstelbaar. Er kan sprake zijn van strikte geheimhouding.  
Fysieke Aspecten De werkomstandigheden kunnen onaangenaam en vies zijn (in open werk- plaats of open lucht). Vuil werk. Soms is extra krachts- inspanning of zwaar tillen vereist. Kans op verwondingen is aanwezig. Gelijk aan die bij niveau 4 of gelijk aan die bij niveau 6. Werkt buiten onder alle weersomstandigheden in situaties waarbij „normale’’ voorzieningen al ontbreken. Moet voortdurend klimmen en zwaar tillen. Bij bepaal- de werkzaamheden wordt beschermende kleding e.d. gebruikt. Ondanks veilig- heidsmaatregelen is er een kans op ernstige (dodelijke) ongelukken.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 40 BETREFT: ESSAAIEREN/KEUREN EDELMETALEN

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het langs chemische weg bepa- len van kwaliteit en/of kwantiteit van edelmetaal in uiteenlopende voorwerpen. Past een groot aantal proeven toe van verschillende aard op edelmetalen. Wordt daarbij nu en dan gestoord. Het werk vereist regelmatig concentratie en grote accuratesse. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau, Laboratoriumschool, gevolgd door een 2 jaar durende interne opleiding tot Essayeur. De functie is gericht op het vergelijkenderwijs bepalen van gehalte aan edelmeta- len en kwantitatief bepalen op goud en zilver. Er ligt sterk de nadruk op visuele waarneming. Verricht onge- veer enkele honderden toet- sen per dag en past daarbij varianten in basistechniek toe. Wordt daarbij regel- matig gestoord door colle- ga’s en telefoon. Het werk vereist een voortdurende concentratie en grote accuratesse. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (Goudsmid met Chemie), gevolgd door een 2 jaar durende interne opleiding tot Essayeur. De functie is gericht op het vergelijkenderwijs bepalen van gehalte aan edelmeta- len en kwantitatief bepalen op goud en zilver. Er ligt sterk de nadruk op visuele waarneming. Verricht onge- veer enkele honderden toet- sen per dag en past daarbij varianten in basistechniek toe. Wordt daarbij veel gestoord door collega’s en telefoon. Het werk vereist een voortdurende concen- tratie en grote accuratesse. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaar- dig te zijn aan MBO (Goud- smid met Chemie), gevolgd door een 2 jaar durende interne opleiding tot Essayeur en een opleiding tot Onbezoldigd Opsporingsambtenaar.  
Zelfstandigheid Ontvangt richtlijnen voor de volgorde. Het bereiken van een goed resultaat bepaalt het indelen van de eigen tijd. Werkt volgens vaste procedures, dient inventief te werk te gaan. Berekent zelfstandig het gehalte. Raadpleegt het Hoofd bij ongewone situaties. De bepalingen op zich zijn niet van zeer ingewikkelde aard, behalve onderzoek op platina. Bij accuraat werken zijn de resultaten eenduidig. De contacten met alle anderen binnen de afdeling zijn van groot belang voor een goed functioneren van de Waarborg.Ontvangt richtlijnen voor de volgorde. Het bereiken van een goed resultaat bepaalt het indelen van de eigen tijd. Deelt in buitendienst zelf de tijd in. Werkt vol- gens vaste procedures, dient inventief te werk te gaan. Berekent zelfstandig het gehalte en stelt verder onderzoek vast. Raadpleegt het Hoofd bij ongewone situaties. Interpretatie van uitslagen van toetsen is vaak complex en zeer lastig en vereist een langdurige ervaring. De contacten met alle anderen binnen de afdeling zijn van groot belang voor een goed functioneren van de Waarborg. Ontvangt richtlijnen voor de volgorde. Het bereiken van een goed resultaat bepaalt het indelen van de eigen tijd. Deelt in buitendienst en bij opsporingen zelf de tijd in. Werkt volgens vaste procedures, dient inventief te werk te gaan. Berekent zelfstandig het gehalte en stelt verder onderzoek vast. Raadpleegt het Hoofd bij ongewone situaties. Inter- pretatie van uitslagen van toetsen is vaak complex en zeer lastig en vereist een langdurige ervaring. De contacten met alle ande- ren binnen de afdeling zijn van groot belang voor een goed functioneren van de Waarborg.  
Afbreukrisico Fouten in de aanpak (beschadiging) of beoorde- lingsfouten (bepalingen) kunnen tot aanzienlijke schade leiden. Zelfcontrole moet deze voorkomen of doen ontdekken. Beschadi- gingen kunnen veelal her- steld worden. Foutieve bepaling leidt tot onjuiste stempeling en dringt als zodanig door tot de klant. De sporadische contacten met klanten moeten fout- loos en correct worden afgehandeld. Gaat om met zeer kostbare voorwerpen en staat voort- durend bloot aan verleiding, waaraan eenvoudig kan worden toegegeven. Fouten in de aanpak (antiek) of beoordelingsfouten kun- nen tot zeer aanzienlijke schade leiden. Zelfcontrole moet deze voorkomen of doen ontdekken. Beschadigingen kunnen veelal her- steld worden. Foutieve bepaling leidt tot onjuiste stempeling en dringt als zodanig door tot de klant. De sporadische contacten met klanten moeten fout- loos en correct worden afgehandeld. Gaat om met zeer kostbare voorwerpen en staat voort- durend bloot aan verleiding, waaraan eenvoudig kan worden toegegeven. Fouten in de aanpak (antiek) of beoordelingsfouten kun- nen tot zeer aanzienlijke schade leiden. Zelfcontrole moet deze voorkomen of doen ontdekken. Beschadigingen kunnen veelal hersteld worden. Foutieve bepaling leidt tot onjuiste stempeling en dringt als zodanig door tot de klant. De sporadische contacten met klanten moeten fout- loos en correct worden afgehandeld. De contacten bij opsporing vereisen veel tact, vertegenwoordigt hier- bij in belangrijke mate de Waarborg. Gaat om met zeer kostbare voorwerpen en staat voort- durend bloot aan verleiding, waaraan eenvoudig kan worden toegegeven. Moet als Opsporingsambtenaar bestand zijn tegen pogingen tot beïnvloeding (ook onder bedreiging).  
Fysieke Aspecten Werkt onder laboratoriumomstandigheden met soms enige hinder van chemische dampen. Het werken met bijtende zuren houdt enig risico in. Bij enkele werkzaamheden is bewegingsprecisie van groot belang. Werkt onder laboratoriumomstandigheden met soms enige hinder van chemische dampen. Het werken met bijtende zuren houdt enig risico in. Inspannende visuele waarneming. Bij enkele werkzaamheden is grote bewegingsprecisie van groot belang. Werkt onder laboratoriumomstandigheden met soms enige hinder van chemische dampen. Het werken met bijtende zuren houdt enig risico in. Inspannende visuele waarneming. Bij enkele werkzaamheden is grote bewegingsprecisie van groot belang. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 41 BETREFT: GIETEN NON-FERRO

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5  
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het uitbreken van gietstukken van non-ferro-legeringen uit zandvormen. De functie vertoont weinig variatie in werkzaamheden. Accura- tesse is vereist bij diverse aandachtspunten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan Basisonderwijs en enkele jaren voortgezet onderwijs gevolgd via VBO (techniek). De functie is gericht op een deelaspect van het gietpro- ces zoals (coquille)gieten, vervaardigen van kernen, machinaal vormen of afwe- ken voor het gieten van non-ferro-legeringen. Enige verscheidenheid in vormen en enige variatie in eisen. Bedient en bewaakt de productie. Houdt enkele eenvoudige controlepunten in het oog. Schakelt vrij regelmatig om op produc- tieaspecten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan Basisonderwijs en enkele jaren voortgezet onderwijs gevolgd via VBO (techniek) aangevuld met een op de functie gerichte relevante opleiding. De functie is gericht op de het min of meer handmatig vervaardigen van zandvor- men voor het gieten van non-ferro-legeringen. De functie omvat een confron- tatie met een variatie in eisen die het product stelt en een verscheidenheid aan vormen. Schakelt vrij regel- matig om, maakt enkele vormen per dag. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan Basisonderwijs en enkele jaren voortgezet onderwijs gevolgd via VBO (techniek) aangevuld met een op de functie gerichte relevante opleiding.  
Zelfstandigheid Tijdsindeling en prioriteiten zijn gegeven door het stra- mien van de werkopdracht (en-stroom). De vormgeving en aanpak zijn eenvoudig van aard en dienen volgens de werkopdracht te verlopen. Bij probleemsituaties is de chef te bereiken en aan te spreken. Moet zelf proble- men oplossen van zeer eenvoudige praktische aard die overeenstemmen met het opleidingsniveau. De regelmatig contacten met Bedrijfsleider, chef en collega’s zijn gericht op afstemming voor een vlotte doorgang van de productie.Tijdsindeling en prioriteiten zijn gegeven door het stra- mien van de werkop- dracht(en- stroom). De vormgeving en aanpak dienen volgens de werkop- dracht te verlopen. Oefent eigen visuele kwaliteitscontrole van het product uit. Bij probleemsituaties is de chef te bereiken en aan te spreken. Moet zelf proble- men oplossen van eenvou- dige praktische aard die overeenstemmen met het opleidingsniveau. De regelmatige contacten met Bedrijfsleider, chef en collega’s zijn gericht op afstemming voor een vlotte doorgang van de productie. Tijdsindeling en prioriteiten zijn gegeven door het stra- mien van de werkop- dracht(en -stroom). De vormgeving en aanpak dienen volgens de werkop- dracht te verlopen. Waarbij de volgorde zeer belangrijk is. Oefent eigen visuele controle uit op de kwaliteit van het product. Bij pro- bleemsituaties is de chef te bereiken en aan te spreken. Moet zelf problemen oplos- sen van eenvoudige prakti- sche aard die overeenstemmen met het opleidingsniveau. De regelmatige contacten met Bedrijfsleider, chef en collega’s zijn gericht op afstemming voor een vlotte doorgang van de productie.  
Afbreukrisico Fouten en onachtzaamheden gedurende het proces zoals beschadigde gietstukken e.d. kunnen leiden tot stagnatie en het moeten overdoen van het werk. Kans op tijdig ontdekken en herstel is groot en berust voornamelijk op zelfcontrole. Bijstelling kan vrij snel volgen. Fouten en onachtzaamheden gedurende het proces zoals inschattingsfouten bij het gieten, incompleetheid van kernen, niet sluitende boven en onderkasten of kwali- teitscontrole kunnen leiden tot stagnatie en het moeten overdoen van het werk. Kans op tijdig ontdekken en herstel is groot en berust voornamelijk op zelfcontrole. Fouten en onachtzaamheden zoals incompleetheden van de vorm e.d. beïnvloeden de voortgang van de productie. Tijdig ontdekken en herstel is groot en berust voorna- melijk op zelfcontrole.  
Fysieke Aspecten Fabrieksomstandigheden met hinder van lawaai en temperatuurswisslingen. Vuile vloer en objecten. Zwaar tillen en krachtsinspanning komen geregeld voor. Er bestaat risico op vingers klemmen. Fabrieksomstandigheden met hinder van lawaai, temperatuurswisslingen en eventueel stralingshitte vuile vloer en objecten. Zwaar tillen en krachtsinspanning komen voor. Er bestaat risico op het klemmen van vingers of brandwonden.Fabrieksomstandigheden met hinder van lawaai en temperatuurswisslingen. Vuile vloer en objecten. Zwaar tillen en krachtsinspanning komen geregeld voor. Er bestaat risico op vingers klemmen.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 42 BETREFT: HOUTBEWERKEN

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op het assisteren bij het maken en plaatsen van houten half- fabrikaten. De werkzaamheden omvatten diverse be- werkingen (zagen, schaven, boren, schroeven, lijmen). Schakelt regelmatig om tussen de diverse bewer- kingen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau, gevolgd door een bedrijfsopleiding. De functie is gericht op het assisteren bij onder meer de opbouw en assemblage van houten units. De werkzaam- heden omvatten diverse be- werkingen (zagen, schaven, boren, schroeven, lijmen). Schakelt regelmatig om tussen de diverse bewer- kingen. Het werk vereist accuratesse. Tijddwang kan voorkomen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau, gevolgd door een bedrijfs- opleiding. De functie is gericht op het opbouwen, assembleren, renoveren, aanpassen, ver- bouwen van en onderhoud plegen aan houten units, opbouw van carrosserieën, bekleden van interieurs van speciale voertuigen e.d. Gebruikt diverse soorten materiaal en voert de daar- aan gerelateerde bewerkingen van uiteenlopende aard uit. Schakelt regelmatig om tussen de diverse bewerkin- gen. Het werk vereist accu- ratesse. Tijddwang kan voorkomen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau, gevolgd door een bedrijfs- opleiding (circa ½ jaar) en/of de relevante basis- beroepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op aanbrengen van houten interieurs in voornamelijk boten. Coördineert werk- zaamheden. Berekent, past en meet. Bewerkt en verwerkt diverse soorten hout en houdt rekening met de specifieke eigenschappen. Gebruikt eventueel ook diverse andere materialen. Voert alle gerela- teerde bewerkingen van uit- eenlopende aard uit. Schakelt regelmatig om tussen de diverse bewerkingen en de coördinatie. Het werk vereist regelmatig accuratesse. Tijddwang kan voorkomen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-C/D-niveau Bouwtechniek.
Zelfstandigheid Planning en vastgestelde volgorde bepalen de tijds- indeling. De vormgeving en aanpak is vastgelegd in bindende gegevens op de tekening. Er is niet altijd direct toezicht. Eenvoudige problemen van praktische aard. Voor verder reikende problemen kan collega of leiding worden geraadpleegd. Contact met collega’s is gericht op afstemming en overleg gericht op de voortgang van het werk.Planning en vastgestelde volgorde bepalen de tijds- indeling. De vormgeving en aanpak is vastgelegd in bindende gegevens op de tekening. Er is niet altijd direct toezicht. Er komen praktische problemen voor die enige ervaring en in- zicht vereisen. Voor verder reikende problemen kan meer ervaren collega of leiding worden geraadpleegd. Contact met collega’s en incidenteel met andere afdelingen is gericht op afstemming en overleg gericht op de voortgang van het werk.Planning van de opleverdatum dient als leidraad bij de tijdsindeling. De vorm- geving en aanpak worden bepaald door het beschre- ven doel en/of de gegevens op de tekening. Neemt bij duidelijke zaken zelf beslis- singen (vervanging e.d.). Er is niet altijd direct toezicht. Er komen praktische pro- blemen voor die inzicht op basis van langdurige erva- ring vereisen. Voor verrei- kende problemen kan de leiding worden geraadpleegd. Contact met collega’s en andere afdelingen is gericht op afstemming en overleg en van belang voor de voort- gang van het werk. Is grotendeels vrij om de eigen tijd in te delen en de produc- tievolgorde te bepalen. Vorm- geving en aanpak worden deels bepaald door een ont- werptekening en merendeels door het „timmermansoog’’. Kiest efficiënte werkwijze, gereedschappen en machinale bewerkingen. Inzicht en feeling zijn daarbij essentieel. Toezicht in de vorm van over- leg. Er komen constructietechnische problemen voor die een zeer langdurige ervaring vereisen (4–5 jaar). Contact met collega’s en andere afdelingen is gericht op afstemming en overleg en van belang voor de voortgang van het werk.
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot tijd- en materiaalverlies. Controle door collega levert kans op tijdig ontdekken en herstellen. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnaties, overdoen van het werk en materiaalver- lies. Zelfcontrole en contro- le door anderen zorgen voor de kans op tijdig ontdekken en herstellen. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen stagna- ties, overdoen van het werk, extra kosten, kwaliteitsafwij- kingen e.d. veroorzaken. Zelfcontrole en steekproefsgewijze controle door ande- ren zorgen voor de kans op tijdig ontdekken en herstel- len. Fouten of onachtzaamheden in metingen en constructie kunnen leiden tot aanzienlijk verlies aan tijd en materiaal, tot aanzienlijke stagnatie en tot irritatie bij klanten. Alleen nauwgezette zelfcontrole verkleint de kans op schade.
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden. Er is vrij regelmatig sprake van hinderlijke factoren (lawaai, stof, vuil, verfstank e.d.). In afwisselende lichaamshouding werken (staan, zitten, knielen, bukken). Moet ook tillen, sjouwen en duwen. Kans op letsel bij gebruik van handgereedschap. Werkt onder werkplaatsomstandigheden. Er is vrij regelmatig sprake van hinderlijke factoren (lawaai, stof, vuil, verfstank e.d.). In afwisselende lichaamshouding werken (staan, zitten, knielen, bukken). Moet ook tillen, sjouwen en duwen. Kans op letsel bij gebruik van handgereedschap. Werkt veelal onder werk- plaatsomstandigheden maar ook buiten. Er is vrij regel- matig sprake van hinder- lijke factoren (lawaai, stof, vuil, verfstank e.d.). In afwisselende lichaamshouding werken (staan, zitten, knielen, bukken). Moet ook tillen, sjouwen en duwen. Kans op letsel bij gebruik van handgereedschap. Werkt veelal onder werk- plaatsomstandigheden maar ook buiten. Er is vrij regel- matig sprake van hinderlijke factoren (lawaai, stof). In afwisselende lichaamshouding werken (staan, zitten, knielen, bukken). Moet ook tillen, trekken en duwen. Moet soms bij het werk beschermende middelen dragen. Er blijft een kans op letsel bij gebruik van handgereedschap. Er kan sprake zijn van be- zwarende bewegingsprecisie die een aanmerkelijke beheer- sing vergt.

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 43 BETREFT: KUNSTSTOF VERWERKEN/BEWERKEN

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op vrij eenvoudig bewerken en/of verwerken en/of afwerken van kunststof objecten. Hoeft weinig om te schake- len. De meeste bewerkingen vergen accuratesse. Er kan onder enige tijddruk gewerkt moeten worden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau, in het algemeen aangevuld met een cursus GVK en een korte bedrijfsopleiding. De functie is gericht op diverse productiefasen van kunststof objecten (panelen voor carrosserieën, rotor- bladen e.d.). Verricht uit- eenlopende bewerkingen van minder eenvoudige aard en past een aantal technieken toe. Routinematig werken speelt nog een belangrijke rol. Hoeft tamelijk weinig om te schakelen. De meeste bewerkingen vergen accura- tesse. Er kan onder enige tijddruk gewerkt moeten worden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau, in het algemeen aangevuld met een cursus GVK en diverse op het werk gerichte oplei- dingen. De functie is met name gericht op diverse fasen van de vervaardiging, samen- bouw en afmontage van geïsoleerde vrachtwagen-carrosserieën van kunststof (polyester). Verricht een veelheid van bewerkingen en technieken, met inbegrip van lastechnieken van hoge technische kwaliteit. Het betreft veelal bewerkingen van korte duur. Regelmatig moet omgeschakeld worden. Vrijwel alle bewerkingen vergen accuratesse. Er kan onder enige tijddruk gewerkt moeten worden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau, de relevante basisberoepsoplei- ding (niveau 2) plus, ofwel de relevante vakopleiding (niveau 3) ofwel een gestructureerde bedrijfsopleiding gevolgd door enkele lascursussen.  
Zelfstandigheid Tijdsplanning, prioriteiten en werkvolgorde worden aangegeven door een (mee- werkend) voorman. De vormgeving en aanpak worden bepaald door teke- ningen en/of eventuele normen (en/of door werk- voorschriften en/of normen en/of vastgelegde proce- dures). Er is vrijwel altijd direct toezicht. Problemen kunnen worden voorgelegd aan de voorman. Om het gevoel voor kwaliteit te ontwikkelen is een klein jaar ervaring nodig. Contact met directe collega’s en incidenteel met anderen is voornamelijk gericht op afstemming van het werk. Tijdsindeling vloeit voort uit de werkopdrachten. Voor het werk gelden globale instruc- ties, vormgeving en aanpak vloeien logisch voort uit materiaaleigenschappen en het aangegeven te bereiken resultaat. Er is vrijwel geen direct toezicht. Problemen kunnen worden voorgelegd aan de leiding. Voor het omgaan met ingewikkelde apparatuur en/of het ontwik- kelen van gevoel voor kwaliteit is ruim een jaar ervaring nodig. Contact met directe colle- ga’s en incidenteel met anderen is voornamelijk gericht op inhoudelijke afstemming van het werk. Tijdsindeling vloeit voort uit de werkopdrachten. Voor het werk gelden globale instruc- ties, vormgeving en aanpak worden veelal door de situa- tie bepaald of in een bespre- king toegelicht. Werkt vrij- wel zonder direct toezicht. Dient voor problemen zelf oplossingen te zoeken op basis van enkele jaren erva- ring in kunststof en/of in verspanings- en lastechnie- ken. Contact met collega’s uit toeleverende en dienstverlenende afdelingen zijn voor- namelijk gericht op inhoude lijke afstemming van het werk en bij afwijkingen (kwaliteitsborging). Kan eventueel (functioneel) leiding moeten geven aan toegevoegde collega’s.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot kwaliteitsafwijkingen, herstel leidt tot tijdverlies en materiaalverlies. Zelfcontrole maar ook directe en eind- controle door voorman leve- ren een grote kans op tijdig ontdekken en herstellen. Fouten of onachtzaamheden in het werk hebben vrijwel directe invloed op de kwa- liteit, verstoren de voort- gang op de afdeling, maar kunnen ook doordringen tot bij de klant en van invloed zijn op het imago van het bedrijf. Zelfcontrole en eindcontrole leveren een grote kans op tijdig ont- dekken en herstellen. Fouten of onachtzaamheden in bewerkingen hebben vrij- wel directe invloed op de kwaliteit, verstoren de voort- gang op de afdeling, kunnen leiden tot extra werk (een dag), maar kunnen ook doordringen tot bij de klant en van invloed zijn op het imago van het bedrijf. Zelfcontrole moet een grote kans opleveren op tijdig ontdekken en herstellen. Eventueel contact met klan- ten moet gericht zijn op vlotte informatie-over- dracht.  
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsom- standigheden. Er is vrij regelmatig sprake van hin- derlijke factoren (lawaai, stof, geur van styreen). Draagt zo nodig mondmas- ker/beschermende hand- schoenen en/of gehoorbescherming. Werkt in afwisselende lichaamshouding (staan, zitten, knielen, bukken). Moet ook tillen, sjouwen en duwen. Kans op letsel bij gebruik gereedschap. Werkt onder werkplaatsomstandigheden. Er kunnen hinderlijke factoren optre- den (lawaai, stof, styreen- geur). Draagt zo nodig beschermende middelen. Werkt in afwisselende lichaamshouding (staan, zitten, knielen, bukken). Moet ook tillen, sjouwen en duwen. Kans op letsel bij gebruik gereedschap. Bepaalde bewerkingen vereisen bewegingsprecisie. Werkt onder gevarieerde omstandigheden. Er kunnen onaangename omstandigheden (vuil werk, stank, lawaai, tocht, wisseling in temperatuur) optreden. Draagt zo nodig beschermende middelen. Het werk is regelmatig inspannend van aard (werken in ongemakkelijke houding, tillen e.d.). Bepaalde bewerkingen vereisen een aanmerkelijk bewegingsprecisie. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 43 BETREFT: KUNSTSTOF VERWERKEN/BEWERKEN

Functiegroepen Functiegroep 6    
Karakteristieken     
ComplexiteitDe functie is gericht op de productie van kunststof objecten (exterieurs en interieurs). Coördineert werkzaamheden. Berekent, past en meet. Bewerkt en verwerkt diverse soorten kunststof en andere mate- rialen en houdt rekening met de specifieke eigenschappen van deze materialen. Voert alle daaraan gerelateerde bewerkingen van zeer uiteenlopende aard uit. Schakelt regelmatig om tussen de diverse bewerkingen en de coördinatie. Het werk vereist regelmatig accuratesse. Tijddwang kan voorkomen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-C/D-niveau, de relevante vak- opleiding (niveau 3) en een aantal lascursussen.    
Zelfstandigheid Is grotendeels vrij om de eigen tijd in te delen en de productievolgorde te bepa- len. Vormgeving en aanpak worden deels bepaald door een ontwerptekening en merendeels door het „vak- mansoog’’. Kiest zelf de meest efficiënte werkwijze, gereedschappen en machi- nale bewerkingen. Inzicht en feeling zijn daarbij essen- tieel. Toezicht in de vorm van overleg. Er komen con- structietechnische problemen voor die een zeer langdurige ervaring vereisen (4–5 jaar). Contact met toeleverende en dienstverlenende afdelingen is gericht op afstemming en overleg en van belang voor de voortgang van het werk. Coördineert het werk van enkele collega’s.    
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in metingen en constructie kunnen leiden tot aanzien- lijk verlies aan tijd en materiaal, tot aanzienlijke stagnatie en tot irritatie bij klanten. Alleen nauwgezette zelfcontrole verkleint de kans op schade. Eventueel contact met de klant moet gericht zijn op vlotte informatie-overdracht.    
Fysieke Aspecten Werkt veelal onder werk- plaatsomstandigheden maar ook buiten. Er is vrij regel- matig sprake van hinderlij- ke factoren (lawaai, stof). In afwisselende lichaamshouding werken (staan, zitten, knielen, bukken). Moet ook tillen, trekken en duwen. Moet soms bij het werk beschermende middelen dragen. Er blijft een kans op letsel bij gebruik van hand- gereedschap. Er kan sprake zijn van bezwarende bewegingsprecisie die een aanmerkelijke beheersing vergt.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 44 BETREFT: ORTHOPEDISCH INSTRUMENTMAKEN

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het vervaardigen van prothesen en/of orthesen. Elke werk- opdracht verschilt op sterk uiteenlopende aspecten van materialen, opbouw en be- werkingstechnieken. Wordt af en toe geconfronteerd met complexe technische problemen. Enkele admini- stratieve elementen. Scha- kelt binnen een opdracht regelmatig om in materia- len en technieken. Regel- matig wordt een hoge accuratesse vereist. Enige tijddwang komt voor in verband met levertijden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-opleiding (Orthopedisch Instrumentmaker), aangevuld met vakge- richte cursussen. De functie is gericht op het vervaardigen van prothesen en/of orthesen. Elke werk- opdracht verschilt op sterk uiteenlopende aspecten van materialen, opbouw en be- werkingstechnieken. Wordt af en toe geconfronteerd met complexe technische proble- men. Enkele administratieve elementen. Schakelt binnen een opdracht regelmatig om in materialen en technieken. Assisteert bij aanmeten, passen en afleveren. Regel- matig wordt een hoge accu- ratesse vereist. Enige tijd- dwang komt voor in verband met levertijden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-opleiding (Orthopedisch Instrumentmaker), aangevuld met vakge- richte cursussen. De functie is gericht op het aanmeten en vervaardigen van prothesen en/of orthe- sen. Elke werkopdracht en receptuur verschillen op sterk uiteenlopende aspec- ten van maten, materialen, opbouw en bewerkingstech- nieken. Wordt af en toe ge- confronteerd met complexe technische problemen. En- kele administratieve ele- menten. Ook commerciële en sociale aspecten spelen een rol. Schakelt tussen en binnen opdrachten regel- matig om (materialen, aspec- ten en technieken). Er wordt permanent een hoge accura- tesse vereist. Enige tijd- dwang komt voor in verband met levertijden/afspraken. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-opleiding (Orthopedisch Instrumentmaker), aangevuld met vakge- richte cursussen.  
Zelfstandigheid Werkt volgens aan de werk- opdrachten toegekende prioriteiten. Bepaalt geheel zelf aanpak en werkvol- gorde. Gaat interpreterend en inventief te werk. Kan terugvallen op de leiding voor overleg. Er is nage- noeg geen direct toezicht. De zelf op te lossen proble- men liggen op het tech- nische vlak en vereisen ervaring. De contacten met collega’s en met andere afdelingen zijn gericht op informatie-uitwisseling over planning, techniek en opdracht en materialen. Werkt volgens aan de werk- opdrachten toegekende prioriteiten. Bepaalt geheel zelf aanpak en werkvol- gorde. Gaat interpreterend en inventief te werk. Kan terugvallen op de leiding voor overleg. Er is nage- noeg geen direct toezicht. Instrueert de gebruiker. De zelf op te lossen problemen liggen op het technische vlak en vereisen ervaring. De contacten met collega’s en met andere medewerkers (Paskamer, Spreekuurbezoe- ker) zijn gericht op infor- matie-uitwisseling over planning, techniek, opdracht en passing. Deelt de eigen tijd in aan de hand van spreekuren, afspra- ken en levertijden. Bepaalt geheel zelf aanpak en werkvolgorde. Gaat inter- preterend en inventief te werk. Kan terugvallen op de leiding voor overleg. Er is nagenoeg geen direct toe- zicht. Instrueert de gebrui- ker. De zelf op te lossen problemen liggen voor- namelijk op het technische vlak en vereisen ruime ervaring. De contacten met collega’s en met andere medewerkers (Paskamer, Spreekuurbezoe- ker) zijn gericht op infor- matie-uitwisseling over plan- ning, techniek, opdracht en passing. Bij aanmeten, passen, afleveren en instrue- ren is inlevingsvermogen vereist.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in de productie leiden tot tijdverlies en aanzienlijk materiaalverlies maar kun- nen voorkomen (en even- tueel ontdekt) worden door nauwkeurig werken en zelfcontrole. (Verborgen) gebreken aan het eindproduct kunnen vergaande gevolgen hebben. Discretie is vereist inzake klantgegevens.Fouten of onachtzaamheden in de productie leiden tot tijd-verlies en aanzienlijk materiaalverlies maar kun- nen voorkomen (en even- tueel ontdekt) worden door nauwkeurig werken en zelf- controle. (Verborgen) ge- breken aan het eindproduct kunnen vergaande gevolgen hebben. Bij passen, aanmeten en instrueren dienen fouten in de contacten vermeden te worden. Discretie is vereist inzake klantgegevens. Fouten of onachtzaamheden in (opdrachten voor) de productie leiden tot tijdver- lies en aanzienlijk mate- riaalverlies maar kunnen voorkomen (en eventueel ontdekt) worden door nauw- keurig werken en zelfcon- trole. (Verborgen) gebreken aan het eindproduct kunnen vergaande gevolgen hebben. Tekortkomingen in de contacten met klanten bij aanmeten, passen/corrigeren en instrueren kunnen leiden tot irritatie bij de klant (imagoverlies), materiaalverlies (verkeerd aanmeten) en tijdverlies, alsmede tot aantasting van vlot overleg met artsen. Discretie is vereist inzake klantgegevens.  
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden met even- tueel enige bezwarende aspecten (stof, lawaai en/of gassen). Werkt afwisselend staand, zittend en lopend. Ook tillen (gipsmodellen) en gebukt werken komen voor. Enige kans op kleine ver- wondingen (gereedschappen en machines). Werkt onder werkplaatsomstandigheden met even- tueel enige bezwarende aspecten (stof, lawaai en/of gassen). Werkt afwisselend staand, zittend en lopend. Ook tillen (gipsmodellen) en gebukt werken komen voor. Enige kans op kleine ver- wondingen (gereedschappen en machines). Werkt onder werkplaatsomstandigheden met even- tueel enige bezwarende aspecten (stof, lawaai en/of gassen). Werkt afwisselend staand, zittend en lopend. Ook tillen (gipsmodellen) en gebukt werken komen voor. Enige kans op kleine ver- wondingen (gereedschappen en machines). 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 45 BETREFT: TRAINING/OPLEIDING

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het begeleiden van de praktijk binnen de primaire en secundaire opleidingen binnen SOM, VEV en INTECHNUM. De functie omvat technische en edu- catieve aspecten. Schakelt hiertussen regelmatig om. Het werk vergt enige bij- zondere alertheid en aan- dachtgerichtheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan tenminste MBO (techniek), aangevuld met enkele op de functie gerichte opleidingen/cursussen (1 jaar). Dient bij te blijven in technische ontwikkelingen (NEN e.d.). De functie is gericht op het coördineren en praktisch begeleiden van de oplei- dingsactiviteiten van de primaire en secundaire opleidingen SOM, VEV en INTECHNUM. Het werk omvat organisatorische, administratieve en educa- tieve elementen en brengt regelmatig omschakelen met zich mee. Tijdsdwang kan voorkomen. Het werk vergt bijzondere alertheid en aandachtgerichtheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan tenminste MBO (techniek), aangevuld met diverse op de functie ge- richte opleidingen/cursussen (1–2 jaar). Dient bij te blijven in technische ontwikkelingen (NEN e.d.). De functie is gericht op de praktijkbegeleiding van leerlingmonteurs binnen SOM, VEV en INTECHNUM. De functie vereist het opereren op theoretisch en praktisch terrein en ver- toont educatieve, organisa- torische, sociale, communi- catieve en controlerende aspecten. Schakelt hiertus- sen veelvuldig om. Het werk vergt bijzondere alertheid en aandachtgerichtheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan tenminste MBO (techniek), aangevuld met diverse op de functie ge- richte opleidingen/cursussen (1–2 jaar), waaronder Men- toropleiding/Praktijkopleider. Dient bij te blijven in technische ontwikkelingen (NEN e.d.).  
Zelfstandigheid Bepaalt zelf de eigen tijds- indeling binnen het rooster en de afspraken. De aanpak is gegeven of verstrekt. Is gebonden aan voorschriften en procedures van uiteenlo- pende aard en herkomst. Enkele aspecten vereisen een eigen invulling. Dient ook zelf met praktische voorstel- len te komen. Het toezicht heeft voornamelijk de vorm van overleg. De aard van de benadering en de eventuele probleemoplossing vereisen ervaring, ook levenservaring. Neemt intensief deel aan overleg. Begeleidt als mentor be- perkte aantallen medewerkers (vakinhoudelijk). Bepaalt zelf de eigen tijds- indeling binnen de gemaak- te afspraken. De aanpak is grotendeels gegeven of verstrekt. Is gebonden aan voorschriften en procedures van uiteenlopende aard en herkomst. Diverse zaken vereisen een eigen invulling binnen het kader van de opdracht. Dient ook zelf met voorstellen te komen. Het toezicht heeft voornamelijk de vorm van overleg. De aard van de benadering en de eventuele probleemoplos- sing vereisen enige jaren ervaring, ook levenservaring. Dient veel overleg te voeren. Begeleidt als mentor uit- eenlopende aantallen mede- werkers (vakinhoudelijk).Bepaalt zelf de eigen tijds- indeling binnen het raam- werk van rooster en afspra- ken. De cursorische aanpak is gegeven. Organiseert de eigen werkzaamheden, geeft zelf invulling, reagerend op zich aandienende zaken. Is gebonden aan voorschriften en procedures van uiteen- lopende aard. Het toezicht heeft voornamelijk de vorm van overleg. De aard van de benadering en de eventuele probleemoplossing vereisen enige jaren ervaring (vak- techniek e.d.), ook levens- ervaring. Dient veel regelend en infor- merend overleg te voeren. Begeleidt als mentor tot 16 leerlingen.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden verstoren de voortgang in de opleiding en kunnen leiden tot inefficiënt werken en eventueel zelfs tot frustratie van deelnemers. Naast kritische zelfcontrole zijn overleg en afstemming met alle betrokkenen van groot belang. De eventuele contacten met overheidsinstanties dienen vlot te verlopen.Fouten of onachtzaamheden in de begeleiding van deel- nemers, in de praktische organisatie of de technisch- administratieve afwikkeling kunnen leiden tot vertragin- gen, tot inefficiënt werken en eventueel zelfs tot frus- tratie van deelnemers. Naast kritische zelfcontrole zijn overleg en afstemming met alle betrokkenen van groot belang. De veelvuldige contacten met overheidsinstanties dienen vlot te verlopen. Fouten of onachtzaamheden in handelwijze, kennisoverdracht en begeleiding kun- nen de attitude van deel- nemers langdurig bij het functioneren beïnvloeden en/of leiden tot vertragingen en/of tot inefficiënt werken. Overleg en afstemming met alle betrokkenen en kritische zelfcontrole zijn van groot belang. De veelvuldige contacten met opleidingsadviseurs en overheidsinstanties dienen vlot te verlopen. Dient discretie in acht te nemen inzake privacy gegevens van deelnemers. 
Fysieke Aspecten Werkt soms op kantoor maar grotendeels in werkplaats en op werklocaties. Ondervindt dan hinder van hinderlijke factoren. Er is ook een beperkte kans op blessures.Werkt deels op kantoor maar bezoekt regelmatig de werk- locaties. Ondervindt dan hinder van hinderlijke factoren. Er is ook een beperkte kans op blessures. Werkt deels op kantoor of in werkplaats, maar bezoekt regelmatig de werklocaties. Ondervindt dan hinder van hinderlijke factoren. Er is ook een beperkte kans op blessures. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 45 BETREFT: TRAINING/OPLEIDING

Functiegroepen Functiegroep 10 Functiegroep 11   
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op de praktijkbegeleiding van leerling monteurs binnen SOM, VEV en INTECHNUM. De functie vereist het opereren op theoretisch en praktisch terrein en vertoont educatieve, organisatorische, sociale, communicatieve en controlerende aspecten. Schakelt hiertussen veel- vuldig om. Tijddwang kan voortvloeien uit programmering en agendering. Het werk vergt bijzondere alert- heid en aandachtgerichtheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan tenminste MBO (techniek), aangevuld met diverse op de functie ge- richte opleidingen/cursussen (1–2 jaar), waaronder Men- tor Opleiding/Praktijkoplei- der. Dient bij te blijven in technische ontwikkelingen (Certificaten, NEN e.d.). De functie is gericht op de praktijkbegeleiding van leerling monteurs binnen SOM, VEV en INTECHNUM en op diverse bij-, her- en omscholingstrajec- ten. De functie vereist het opereren op theoretisch en praktisch terrein en ver- toont daarnaast educatieve, organisatorische, sociale, communicatieve en contro- lerende aspecten. Schakelt veelvuldig om. Tijddwang kan voortvloeien uit pro- grammering en agendering. Het werk vergt bijzondere alertheid en aandachtgerichtheid. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan ofwel minimaal MBO (techniek), plus diver- se op de functie gerichte opleidingen/cursussen (1–2 jaar), (waaronder Mentor Opleiding/Praktijkopleider) ofwel de opleiding tot Prak- tijkdocent. Dient bij te blijven in technische ontwik- kelingen (Certificaten, NEN e.d.).   
Zelfstandigheid Bepaalt zelf de eigen tijds- indeling binnen het raam- werk van rooster en afspra- ken. De cursorische aanpak is globaal gegeven. Organi- seert de eigen werkzaamheden, geeft zelf invulling, reagerend op zich aandie- nende zaken. Is gebonden aan voorschriften en proce- dures van uiteenlopende aard. Komt ook ongevraagd met voorstellen. Het toe- zicht heeft voornamelijk de vorm van overleg. De aard van de benadering en de eventuele probleemoplossing vereisen ruime (2 à 3 jaar) ervaring, zowel vaktechnisch als pedagogisch/didactisch alsook levenservaring. Dient veel regelend en infor- merend overleg te voeren. Begeleidt als mentor tot 16 leerlingen (primair en vervolg). Bepaalt zelf de eigen tijds- indeling binnen het raam- werk van rooster en afspra- ken. Bepaalt mede de cur- sorische inhoud en aanpak. Organiseert de eigen werk- zaamheden, geeft zelf invulling, reagerend op zich aandienende zaken. Is gebonden aan voorschriften en procedures van uiteen- lopende aard. Komt ook ongevraagd met voorstellen. Het toezicht heeft voorna- melijk de vorm van over- leg. De aard van de bena- dering en de eventuele pro- bleemoplossing vereisen ruime (3 à 6 jaar) ervaring, zowel vaktechnisch al peda- gogisch/didactisch alsook levenservaring. Dient veel regelend en infor- merend overleg te voeren. Begeleidt als mentor tot 16 leerlingen tegelijk op primair en vervolgniveau, hetgeen een zeer intensief contact vereist.   
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in handelwijze, kennisoverdracht en begeleiding kun- nen de attitude van deelne- mers langdurig bij het func- tioneren beïnvloeden en/of leiden tot vertragingen en/ of tot inefficiënt werken. Overleg en afstemming met alle betrokkenen en kriti- sche zelfcontrole zijn van groot belang. De veelvuldige contacten met opleidingsadviseurs en overheidsinstanties dienen vlot te verlopen. Dient discretie in acht te nemen inzake privacy gegevens van deelnemers. Fouten of onachtzaamheden in handelwijze, kennisoverdracht en begeleiding kun- nen de attitude van leerling- monteurs langdurig bij het functioneren beïnvloeden en/of leiden tot vertragingen en/of tot inefficiënt werken. Overleg en afstemming met alle betrokkenen en kritische zelfcontrole zijn van groot belang. De veelvuldige en intensieve contacten met opleidingsadviseurs en overheidsinstan- ties dienen vlot te verlopen. Dient discretie in acht te nemen inzake privacy gege- vens van deelnemers.   
Fysieke AspectenWerkt deels op kantoor of in werkplaats, maar bezoekt regelmatig de werklocaties. Ondervindt dan hinder van hinderlijke factoren. Er is ook een beperkte kans op blessures. Werkt doorgaans onder vrij normale omstandigheden op kantoor of in werkplaats, maar bezoekt regelmatig de werklocaties. Ondervindt dan hinder van hinderlijke factoren. Er is ook een beperkte kans op blessures.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 46 BETREFT: ZORGSYSTEMEN KAM

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op diverse werkzaamheden ten behoeve van het waarborgen van de VGM zorgsystemen en het bevorderen van het VGM bewustzijn door de gehele organisatie, met name op de werkvloer. Diverse onderwerpen wisselen elkaar af bij waarnemingen, onder- steuning, controle en regi- stratie. Soms is daarbij extra accuratesse vereist. De ken- nis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig zijn aan MBO, aangevuld met enkele op de functie gerichte cursussen en trainingen. Moet bijblijven op het vakgebied.De functie is gericht op het waarborgen van VGM zorgsystemen, het leveren van bijdragen en adviezen en het bevorderen van het VGM bewustzijn door de gehele organisatie heen. Zeer diverse onderwerpen wisse- len elkaar af. Houdt reke- ning met het niveau van advisering. Schakelt regel- matig om. Extra accuratesse is vereist bij het voorbereiden van een externe audit. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO, aangevuld met op de functie gerichte cursussen en trainingen. Een certificaat VOL-VCA is wenselijk. Bijblijven op vakgebied is vereist. De functie is gericht op ondersteuning van en bewustwording van de vestiging bij de uitvoering van VGM beleid. Bestrijkt een breed scala van onder- werpen en aspecten (advie- zen, beschrijvingen, inven- tarisaties, inspecties, audits, toetsingen, informatie, plan- nen, campagnes, mentali- teitsbeïnvloeding). Regel- matig omschakelen. Brede aandachtsgerichtheid vereist. Incidenteel treedt tijddwang op. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO-niveau, aangevuld met functiegerichte cursussen (TSI, Veiligheidskunde, Bedrijfs- kunde, NEN cursussen, certificaat VOLVCA). Bijblijven op vakgebied is vereist.  
Zelfstandigheid Volgt voor het indelen van de eigen tijd de aangereikte tijdschema’s of prioriteiten. Reageert ook op zich aan- dienende zaken, eventueel in overleg. Bepalend voor de vormgeving zijn de overeen- gekomen procedures. Voor de concrete handelwijze bestaat een zekere mate van vrijheid. Toezicht is groten- deels indirect van aard (via rapportage en overleg). Bij problemen is de chef snel bereikbaar. De contacten met de mana- gers van afdelingen en met uitvoerenden zijn gericht op een optimale introductie van VWG aspecten en het bevorderen van bewustzijn in deze. Deelt veelal binnen de gegeven jaarplanning zelf de tijd in en stelt prioriteiten. Stuit op zaken die geen uitstel dulden en direct aangepakt moeten worden. Kan binnen gestelde richt- lijnen zelf vorm geven aan de uitvoering van het VGM beleid. Toezicht is veelal indirect van aard (overleg en interne en externe rappor- tage). Problemen zijn van praktische aard en in de meeste gevallen in overeen- stemming met het oplei- dingsniveau. De contacten met de mana- gers van afdelingen en uitvoerenden zijn gericht op een optimale coördinatie van VWG aspecten en het bevorderen van bewustzijn in deze. Deelt binnen de gegeven jaarplanning zelf de tijd in en stelt prioriteiten. Rea- geert op ad hoc zaken. Opereert binnen het kader van wet- en regelgeving. Stelt daarnaast eigen bena- deringswijze vast van onder- zoeken, implementatie, controle, acties e.d. Advi- seert en begeleidt. Legt zo nodig de productievoortgang stop. Uitsluitend indirect toezicht. Problemen in technische uitvoering en in stimulering VGM-denken kunnen van complexe aard zijn en meer eisen dan het opleidingsniveau. De contacten met project- leiding en uitvoerenden zijn gericht op een optimale realisatie van de functiedoelstellingen.  
Afbreukrisico Fouten en onachtzaamheden kunnen schadelijk zijn voor medewerkers, maar ook enige afbreuk doen aan het imago en ook leiden tot irritaties en vertragingen bij derden. Zelfcontrole con- trole door de leiding en terugkoppeling van mede- werkers zullen zorgen voor tijdig ontdekken en herstel- len van fouten. De inbreng bij contacten met keurende, inspecterende en opleidende instanties is ge- richt op afstemming en informatie-overdracht; fouten of mankementen daarin zou- den wellicht kunnen leiden tot verlies van certificaten. Discretie vereist inzake bedrijfseigen processen. Fouten en onachtzaamheden kunnen schadelijk zijn voor medewerkers, maar ook imagoverlies veroorzaken en ook leiden tot irritaties en vertragingen bij derden. Zelfcontrole en terugkoppeling van medewerkers kun- nen zorgen voor tijdig ont- dekken en herstellen van fouten. De contacten met keurende, inspecterende en opleidende instanties zijn gericht op afstemming en informatie-overdracht; fouten of man- kementen daarin kunnen leiden tot verlies van certi- ficaten waardoor potentiële opdrachten kunnen uitblij- ven. Discretie vereist inzake bedrijfseigen processen. Fouten en onachtzaamheden in de diverse functieaspecten kunnen leiden tot manke- menten in het VGM-beleid, in de realisatie daarvan op de werkvloer en tot aantas- ting van bedrijfsimago en geloofwaardigheid van de afdeling. De contacten met keurende, inspecterende en opleidende instanties en derden vereisen zorgvuldig handelen, moge- lijk op straffe van imago- verlies en verlies van certifi- caten. Discretie vereist inzake bedrijfseigen processen. 
Fysieke Aspecten Werkt onder kantoorom- standigheden, afgewisseld met bezoeken aan werk- plekken en locaties. Werkt gemiddeld ongeveer 2 uur per dag aan de PC.Werkt onder kantoorom- standigheden, afgewisseld met bezoeken aan werk- plekken en locaties. Werkt gemiddeld ongeveer 2 uur per dag aan de PC. Werkt onder kantoorom- standigheden, afgewisseld met bezoeken aan werk- plekken en locaties. Werkt gemiddeld ongeveer 2 uur per dag aan de PC. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 46 BETREFT: ZORGSYSTEMEN KAM

Functiegroepen Functiegroep 10 Functiegroep 11   
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op integrale kwaliteitszorg en VGM-beleid. Bestrijkt een breed scala van onderwerpen en aspecten (beschrijven, inventariseren, audits, andere toetsingen, campagnes, brede mentaliteitsbeïnvloeding e.d.) Regelmatig omschakelen. Alertheid en accuratesse moeten soms groot zijn. Incidenteel treedt tijddwang op. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO-niveau, aange- vuld met enkele specifieke cursussen en trainingen. Certificaat VOLVCA. Moet systematisch bijblijven op het vakgebied. De functie is gericht op de algehele coördinatie van het waarborgen van VGM zorgsystemen en het bevor- deren van het VGM bewust- zijn door de gehele organi- satie heen. Zeer diverse onderwerpen wisselen elkaar continue af. Dient zich te richten op erg verschillende niveaus van advisering. Schakelt zeer regelmatig om. Extra accuratesse is vereist bij het voorbereiden van externe audits en inspirerende bijeenkomsten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan HBO-niveau, aangevuld met diverse specifieke cursussen en trainingen. Moet systema- tisch bijblijven op het vak- gebied.   
Zelfstandigheid Kan binnen de gegeven jaarplanning zelf prioriteiten stellen en reageren op ad hoc zaken. Opereert binnen het kader van wet- en regel- geving. Stelt daarnaast eigen benaderingswijze vast van onderzoeken, implementatie, controle, acties e.d. Advi- seert en begeleidt. Ervaart uitsluitend indirect toezicht. Problemen in technische uit- voering en in stimulering van het kwaliteits- en VGM- gericht denken kunnen van complexe aard zijn en een zwaar beroep doen op het opleidingsniveau en de ervaring. De contacten met directie, projectleiding en uitvoeren- den zijn gericht op een optimale realisatie van de functiedoelstellingen.Jaarplanning is mede zelf opgesteld. Stelt daarbinnen prioriteiten en reageert op ad hoc zaken. Opereert binnen het kader van wet- en regel- geving. Stelt eigen benade- ringswijze vast van onder- zoeken, implementatie, controle, acties e.d. Advi- seert en begeleidt. Ervaart uitsluitend indirect toezicht. Problemen in technische uitvoering en in stimulering van het kwaliteits- en VGM gericht denken kunnen van erg complexe aard zijn en een zwaar beroep doen op een langdurige en brede ervaring. De contacten met directie, projectleiding en uitvoeren- den zijn gericht op een optimale realisatie van de afdelingsdoelstellingen.   
Afbreukrisico Fouten en onachtzaamheden in de diverse functieaspecten kunnen leiden tot manke- menten in het VGM-beleid, in de realisatie daarvan op de werkvloer, tot aantasting van bedrijfsimago en geloof- waardigheid van de afdeling en tot verlies van certifica- ten. De contacten met certifice- rende instellingen, opdracht- gevers en leveranciers verei- sen zorgvuldig handelen, mogelijk op straffe van imagoverlies en verlies van certificaten. Discretie vereist inzake bedrijfseigen processen, benaderingen en onvolkomenheden. Fouten en onachtzaamheden in de diverse functieaspecten kunnen leiden tot aantasting van het VGM-beleid, in de realisatie daarvan binnen alle geledingen binnen de onder- neming, tot forse aantasting van het bedrijfsimago en de geloofwaardigheid van de afdeling en tot verlies van certificaten. De contacten met certifice- rende instellingen, opdracht- gevers en leveranciers verei- sen zorgvuldig handelen, mogelijk op straffe van imagoverlies en verlies van certificaten. Discretie vereist inzake bedrijfseigen processen, benaderingen en onvolkomenheden.   
Fysieke Aspecten Werkt doorgaans onder kantooromstandigheden. Bezoekt ook projectlocaties. Werkt ongeveer 4 uur per dag aan de PC. Werkt doorgaans onder kantooromstandigheden. Bezoekt ook projectlocaties. Werkt ongeveer 4 uur per dag aan de PC.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 48A BETREFT: PRODUCTIE ZONWERING

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het vervaardigen van onderde- len voor de productie van zonweringen en heeft be- trekking op een deelaspect van de productie zoals textiel-, hout- of metaal- bewerking waartussen incidenteel moet worden omgeschakeld. Accuratesse is vereist bij het opmeten van benodigde materialen. Tijddwang kan optreden door spoedopdrachten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aange- vuld met een oriëntatie in het bedrijf. De functie is gericht op het produceren, renoveren en onderhouden van zonwe- ringen. In de functie komen textiel-, hout- en metaalbe- werkingen voor waarbij af en toe moet worden omge- schakeld. Accuratesse is vereist bij de vervaardiging van o.m. ronde markiezen en afwijkende bijproducten. Tijddwang kan optreden (o.m. door spoedopdrach- ten). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aangevuld met 1 tot 2 jaar praktijkopleiding in het bedrijf. De functie is gericht op het coördineren en produceren van zonweringen. De func- tie vertoont controlerende, signalerende, beherende en lichte administratieve aspec- ten. De voorkomende bewer- kingen zijn divers van aard (zagen, buigen van alumi- nium, assemblage e.d.) waarbij af en toe wordt omgeschakeld. Accuratesse is vereist bij aspecten van de deelbewerkingen. Incidenteel is sprake van tijddwang (spoedopdrachten). De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aange- vuld met 2 jaar praktijkopleiding in het bedrijf.  
Zelfstandigheid Tijdsindeling en prioriteiten zijn gegeven. Heeft hierbin- nen een kleine vrijheid. Is voor de vormgeving groten- deels gebonden aan de wensen van klanten. Heeft voor de aanpak een kleine vrijheid, echter niet op essentiële punten. Ondervindt indirect toezicht in de vorm van overleg met de direct leidinggevende die altijd direct bereikbaar is. Moet zelf problemen oplos- sen van praktische aard die overeenstemmen met het opleidingsniveau en 1 jaar ervaring vereisen. De voorkomende contacten met medewerkers van voor- namelijk de eigen afdelin- gen zijn gericht op afstem- ming van de werkzaamheden. Tijdsindeling en prioriteiten zijn gegeven. Heeft hierbin- nen een kleine vrijheid. Is voor de vormgeving groten- deels gebonden aan de wensen van klanten. Heeft voor de aanpak een kleine vrijheid, echter niet op essentiële punten. Moet incidenteel improviseren. Ondervindt indirect toezicht in de vorm van dagelijks overleg met de direct leidinggevende die altijd direct bereikbaar is. Moet zelf problemen oplossen van vaktechnische aard die over- eenstemmen met het oplei- dingsniveau en maximaal 2 jaar ervaring vereisen. De regelmatige contacten met medewerkers van eigen en andere afdelingen zijn gericht op informatieoverdracht voor een vlotte voortgang van de productie. Is vrij om binnen de gege- ven richtlijnen en prioritei- ten zelf de eigen tijd in te delen. Is voor de vormge- ving grotendeels gebonden aan de wensen van klanten. Bepaalt zelf de werkwijze. Ondervindt indirect toezicht in de vorm van dagelijks overleg met de leiding. Moet zelf problemen oplossen van specifieke vaktechnische aard die overeen-stemmen met het opleidingsniveau en enkele jaren ervaring vereisen. De regelmatige contacten met leiding, medewerkers en zonwering Monteurs zijn gericht op informatieoverdracht en het vlotte door- stroming van de productie. Geeft functioneel leiding aan 4 à 5 medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten en onachtzaamheden in de voorkomende deelbe- werkingen kunnen leiden tot beperkte vertraging en materiaalverlies met een zeer kleine financiële schade als gevolg. De kans op tijdig herstel berust op zelfcontrole en controle in een volgor- delijke bewerkingsfase. Fouten en onachtzaamheden in de voorkomende bewer- kingen kunnen leiden tot beperkte vertraging en materiaalverlies met een kleine financiële schade als gevolg. De kans op tijdig herstel berust voornamelijk op zelfcontrole. De incidenteel voorkomen- de contacten met klanten zijn gericht op beperkte advisering over producten. Fouten en onachtzaamheden in werkverdeling, coördi- natie, controle en productie kunnen leiden tot stagnatie, materiaalverlies en extra werk met beperkte financiële schade als gevolg. De kans op tijdig herstel berust op zelfcontrole en terugkoppeling van Monteurs. De soms voorkomende con- tacten met toeleveranciers zijn gericht op het beheer van voorraden. 
Fysieke AspectenWerkplaats-/atelieromstan- digheden met enig hinder van lawaai, stof en stank. Maakt eventueel gebruik van beschermende middelen. Voornamelijk staand werk, ook lopen en soms zitten, tillen, knielen, reiken en bukken. Kans op letsel bij de bediening van (hand)gereedschappen en machines.Werkplaats-/atelieromstan- digheden met enig hinder van lawaai, stof en stank. Maakt eventueel gebruik van beschermende middelen. Voornamelijk staand werk, ook lopen en soms zitten, tillen, knielen, reiken en bukken. Kans op letsel bij de bediening van (hand)gereedschappen en machines.Werkplaats/atelieromstan- digheden met enige hinder van lawaai, stof en stank. Maakt eventueel gebruik van beschermende middelen. Voornamelijk staand werk, ook lopen en soms zitten, tillen, knielen, reiken en bukken. Kans op letsel bij de bediening van (hand)gereedschappen en machines. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 48B BETREFT: MONTAGE ZONWERING

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op assistentie bij de uitvoering van enkele deelaspecten van montage- en onderhoud op het gebied van zonweringen. Schakelt af en toe om. Accuratesse is vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aangevuld met een op de functie gerichte cursus.De functie is gericht op het uitvoeren van deelaspecten van montageen onderhoud op het gebied van zonwe- ringen. Schakelt regelmatig om tussen de diverse werk- zaamheden. Grote accura- tesse is voornamelijk ver- eist bij de opbouw en bij gebruik van middelen voor het werken op grote hoogte. Incidenteel is sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aange- vuld met enkele aan de functie gerelateerde cursus- sen en een opleiding B-VCA. De functie is gericht op coördinatie en uitvoeren van montage- en onderhoud op het gebied van zonweringen. De functie vertoont contro- lerende, signalerende en ook administratieve aspecten. Schakelt voortdurend om tussen de diverse werkzaamheden. Grote accuratesse is vereist, voornamelijk bij de opbouw en bij gebruik van middelen voor het werken op grote hoogte. Incidenteel is sprake van tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aange- vuld met diverse aan de functie gerelateerde cursus- sen en een opleiding B-VCA. Dient in het bezit te zijn van een rijbewijs B-E. Bijblijven op het vakgebied is noodzakelijk.  
Zelfstandigheid De tijdsindeling en volgor- de van opdrachten zijn grotendeels gebonden aan instructies. Heeft hierbinnen een kleine vrijheid. Is voor de vormgeving grotendeels gebonden aan de wensen van klanten. Heeft voor de aanpak een kleine vrijheid, echter niet op essentiële punten. Overlegt altijd over de beste werkwijze. Onder- vindt direct toezicht van een Monteur. Moet zelf proble- men oplossen van praktische aard die overeenstemmen met het opleidingsniveau. De veelvuldige contacten met de monteur zijn gericht op een goede afstemming van de uitvoerende werk- zaamheden.Is binnen de gegeven tijd- indeling enigszins vrij om prioriteiten van deelwerk- zaamheden te bepalen. Is voor de vormgeving groten- deels gebonden aan de wensen van klanten. Bepaalt meestal in overleg de beste werkwijze. Soms improviseren. Ondervindt indirect toezicht in de vorm van overleg met de Allround Monteur die vrij constant aanwezig is. Moet zelf problemen oplossen van vaktechnische aard die overeenstemmen met het opleidingsniveau. De vrij frequente contacten met de Allround Monteur zijn gericht op een goede afstemming van de uitvoe- rende werkzaamheden. Is vrij om binnen de gege- ven richtlijnen en prioritei- ten zelf de eigen tijd in te delen. Is voor de vormge- ving grotendeels gebonden aan de wensen van klanten. Bepaalt zelf de werkwijze. Moet incidenteel inspelen op de gegeven situatie. Dient hierbij te improviseren. Ondervindt indirect toezicht in de vorm van dagelijks overleg met de leiding die vaak afwezig is. Moet zelf problemen oplossen van specifieke vaktechnische aard die overeenstemmen met het opleidingsniveau en een 2 jaar ervaring vereisen. De dagelijkse contacten met leiding en medewerkers van andere afdelingen zijn ge- richt op het soepel doorstro- men van informatie en goe- deren. Geeft functioneel leiding aan 1 à 2 medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten en onachtzaamheden in deelaspecten van de montage kunnen leiden tot klein oponthoud. De kans op tijdig herstel berust op controle van de monteur. De dagelijkse zeer opper- vlakkige contacten met klanten zijn gericht op informatieoverdracht. Fouten en onachtzaamheden in voornamelijk de montage e.d. kunnen leiden tot stag- natie en/of extra werk. De kans op tijdig herstel berust op zelfcontrole en controle van de Allround Monteur. De dagelijkse oppervlakkige contacten met klanten zijn gericht op informatieoverdracht. Fouten en onachtzaamheden in montage, werkverdeling e.d. kunnen leiden tot stag- natie, extra werk, schade- (claims) en imagoverlies. De kans op tijdig herstel berust voornamelijk op zelfcontrole. Sommige fouten zijn niet altijd zichtbaar. De dagelijkse contacten met klanten zijn gericht op een vlotte doorgang van mon- tagewerkzaamheden.  
Fysieke Aspecten Werkt buiten onder alle weersomstandigheden. Kan hinder ondervinden van lawaai en stof. Eventueel gebruik van beschermende middelen. Regelmatig bukken, (soms zwaar) tillen, duwen en lopen.Werkt buiten onder alle weersomstandigheden. Kan hinder ondervinden van lawaai en stof. Eventueel gebruik van beschermende middelen. Regelmatig bukken, (soms zwaar) tillen, duwen en lopen. Werkt soms op grote hoogten onder zeer strikte veiligheidsmaatregelen. Ondanks deze maatre- gelen bestaat het gevaar voor (dodelijke) ongelukken.Werkt buiten onder alle weersomstandigheden. Kan hinder ondervinden van lawaai en stof. Eventueel gebruik van beschermende middelen. Regelmatig bukken, (soms zwaar) tillen, duwen en lopen. Werkt soms op grote hoogten onder zeer strikte veiligheidsmaatregelen. Ondanks deze maatre- gelen bestaat het gevaar voor (dodelijke) ongelukken. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 49 BETREFT: BREEDTECHNISCHE ADAPTATIE VOERTUIGEN

Functiegroepen Functiegroep 5 Functiegroep 6 Functiegroep 7 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het vervaardigen, renoveren, repareren en onderhouden van (speciale) carrosserieën. Gebruikt diverse soorten materiaal en voert alle daar- aan gerelateerde bewerkingstechnieken uit. Schakelt regelmatig om. Accuratesse is vereist bij diverse werk- zaamheden. Tijddwang komt voor bij deadlines en spoed- reparaties. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-metaal/elektro, aangevuld met cur- sussen Lassen en Hydrauliek. De functie is gericht op het construeren van (delen van) aanpassingen van voertui- gen, al of niet voor minder- validen. Het werk omvat variatie in materialen en daaraan gerelateerde bewer- kingen. Moet daartussen regelmatig omschakelen. Accuratesse is vereist bij diverse werkzaamheden. Tijddwang komt voor bij deadlines en spoedproductie. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-metaal/elektro, aangevuld met diverse cursussen, onder andere Autotechniek (en/of Hydrauliek) en Lassen. De functie is gericht op construeren, ontwikkelen/ontwerpen van erg uiteen- lopende aanpassingen van voertuigen voornamelijk voor mindervaliden. Het werk omvat een grote variatie aan bewerkingen. Moet voortdurend omscha- kelen. Accuratesse is vereist bij elektrische aanpassingen en bij werken zonder teke- ning of schema. Tijddwang treedt op als er klanten wachten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-W, gevolgd door opleidingen Elektronica en Autotechniek, aanvullen- de cursussen Adaptatie- en Lastechniek (op niveau 4). Bijblijven op het vakgebied (beursbezoek).  
Zelfstandigheid Is binnen de planning enigszins vrij om eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De vormgeving en aanpak worden grotendeels bepaald door de bouwtekeningen. Toezicht in de vorm van overleg. De voorkomende problemen zijn van praktische aard en vereisen inzicht en inventiviteit, mede verkregen door ervaring (circa 3 jaar). Voor meer complexe problemen kan de leiding geraadpleegd worden. Contacten met collega’s (en Werkvoorbereider of Teke- naar) zijn gericht op afstemming en ontvangen van instructies/toelichting. Is binnen de planning rede- lijk vrij om eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De vormgeving en aanpak worden grotendeels bepaald door de (bouw)tekeningen. Vormgeving, aanpak en werkwijze vloeien groten- deels daaruit voort. Toezicht in de vorm van overleg. De voorkomende problemen zijn van praktisch-technische aard en vereisen inzicht en inventiviteit, mede verkregen door ruime ervaring. Voor meer complexe problemen kan de leiding geraadpleegd worden. Contacten met collega’s (en Werkvoorbereider of Teke- naar) zijn gericht op afstem- ming en overleg over uitvoering. Tijdsindeling vloeit voort uit de instructie van de chef. Ontvangt globale tekeningen en gegevens. Speelt in op gegevenheden (componenten en specifieke eisen). Bepaalt zelf vormgeving, aanpak en werkwijze. Het toezicht krijgt vorm in overleg. Moet voor de op te lossen tech- nische problemen beschik- ken over langdurige ervaring. De contacten met collega’s en andere medewerkers (onder andere Tekenaar) zijn gericht op optimale en effi- ciënte uitvoering.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot extra werk en verlies aan materiaal, tijd en capaciteit. Voorkomen, ontdekken en herstellen berust op zelfcontrole en/of controle door de chef.Fouten of onachtzaamheden kunnen leiden tot extra werk en verlies aan materiaal, tijd en capaciteit. Ook kunnen zij gevolgen hebben voor goede werking en veiligheid. Voorkomen, ontdekken en herstellen berust nagenoeg uitsluitend op zelfcontrole. Incidenteel kan sprake zijn van contact met klanten over uitvoeringskwesties. Fouten of onachtzaamheden hebben ogenblikkelijke ge- volgen voor een goede wer- king en/of veiligheid van de apparatuur of het voertuig. Nauwkeurige zelfcontrole is vereist. (Kostbaar) herstel is mogelijk. De veiligheid op de weg dient altijd te prevaleren. Contacten met klanten/opdrachtgevers over eisen en mogelijkheden. Wisselt inci- denteel gegevens uit met collega’s van andere bedrijven. 
Fysieke Aspecten Werkt onder werkplaatsomstandigheden met inci- denteel reparaties buiten. Vrij regelmatig optredende hinderlijke omstandigheden (lawaai, stof). Draagt zo nodig beschermende mid- delen. Veel staand en lopend werk. Ook tillen, knielen, reiken, bukken komen voor. Kans op kleine verwondingen. Werkt onder werkplaatsomstandigheden. Vrij regel- matig optredende hinder van lawaai, stof en stank. Draagt zo nodig beschermende middelen. Veel staand en lopend werk. Ook tillen, knielen, reiken, bukken komen voor. Kans op kleine verwondingen. Werkt onder normale om- standigheden in de werk- plaats, met enige hinder van lawaai, stof en stank. Staand en soms zittend werk. Dragen van beschermende hulpmiddelen. Geringe kans op letsel. Soms moet sprake zijn van bezwarende bewe- gingsprecisie met een aan- merkelijke beheersing (mon- tage dubbele bediening). 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 49 BETREFT: BREED-TECHNISCHE ADAPTATIE VOERTUIGEN

Functiegroepen Functiegroep 8    
Karakteristieken     
Complexiteit De functie is gericht op plannen, organiseren, con- troleren en mede uitvoeren van aanpassingen van voer- tuigen voornamelijk voor mindervaliden. De functie omvat alle aspecten van aanpassing en een grote variatie aan bewerkingen. Moet voortdurend omscha- kelen. Accuratesse is ver- eist, met name bijvoorbeeld bij diagnose van storingen. Tijddwang treedt op als er klanten wachten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MTS-W, gevolgd door opleidingen Elektronica en Auto-techniek, aanvul- lende gerichte cursussen Adaptatie-techniek, Lassen en leiding geven. Bijblijven op het vakgebied (beursbezoek).    
Zelfstandigheid Bepaalt zelf tijdsindeling en prioriteiten met het oog op afspraken met klanten. Ontvangt soms globale tekeningen en gegevens. Speelt in op gegevenheden (middelen en eisen). Bepaalt zelf vormgeving, aanpak en werkwijze. Het toezicht krijgt vorm in overleg. Voor de op te lossen problemen (technisch en coördinerend) is minimaal 5 jaar ervaring nodig. De contacten met collega’s en andere medewerkers zijn gericht op de coördinatie, advisering, bestellingen en productverbetering. Geeft leiding aan 5 medewerkers.   
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in coördinatie en controle hebben gevolgen voor door- loop van opdrachten, goede werking en veiligheid van apparatuur. Nauwkeurige zelfcontrole is vereist. (Kostbaar) herstel is moge- lijk. De veiligheid op de weg dient altijd te preva- leren. Contacten met klanten/opdrachtgevers, collega bedrijven, RDW en toeleve- ranciers zijn gericht op een vlotte voortgang van de productie.    
Fysieke Aspecten Werkt onder normale om- standigheden in de werk- plaats, met enige hinder van lawaai, stof en stank. Staand en soms zittend werk. Dragen van beschermende hulpmiddelen. Geringe kans op letsel. Soms moet sprake zijn van bezwarende bewe- gingsprecisie met een aanmerkelijke beheersing.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 50 BETREFT: INDUSTRIEEL AFWERKEN

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7   
Karakteristieken    
Complexiteit De (operating) functie is gericht op het afwerken van hoogwaardige producten. Het betreft een stuurbaar en nauw luisterend productgebonden proces. Schakelt vrij regelmatig om tussen fasen en aandachtspunten van het proces. De aan- dachtsgebondenheid in combinatie met exacte waarnemingen vereisen grote accuratesse. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau en de relevante basisberoepsoplei- ding of vakopleiding (niveau 2–3) of aangevuld met een grondige interne opleiding, mede gericht op mechanische technieken (± 3 jaar). De (operating) functie is gericht op het afwerken van hoogwaardige producten met zeer eigen karakteristieken en hoge eisen aan maatvast- heid. Schakelt vrij regelma- tig om tussen fasen en aan- dachtspunten van het proces. De aandachtsgebondenheid in combinatie met exacte waarnemingen vereisen zeer grote accuratesse. Soms komt tijddwang voor. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau en de relevante basisberoepsoplei- ding of vakopleiding (niveau 2–3) of aangevuld met een grondige interne opleiding, mede gericht op mechanische technieken (± 3 jaar).   
Zelfstandigheid Is binnen de vastgestelde planning en procesvereisten grotendeels vrij om de tijd efficiënt in te delen. De aan- pak is gebonden aan proce- dures en instructies. Vervaar- digt of muteert anodes, berekent de in te stellen waarden. Meet frequent en optimaliseert de kwaliteit. Ondervindt indirect toezicht in de vorm van overleg met de directe chef die vaak direct bereikbaar is. Moet zelf problemen oplossen die overeenstemmen met het opleidingsniveau-/ervarings- kennis. De contacten met medewer- kers van andere afdelingen zijn gericht op het soepel verlopen van relevante informatie betreffende kwaliteit (maatvoering e.d.). Is binnen de vastgestelde planning en procesvereisten vrij om de tijd efficiënt in te delen. De aanpak is gebon- den aan procedures en instructies. Vervaardigt of muteert anodes, berekent de in te stellen waarden. Beoordeelt hierbij zelf het benodigde samenspel met anderen. Meet frequent en controleert de procesgang nauwgezet en stuurt deze bij. Ondervindt indirect toezicht in de vorm van overleg met de directe chef die op locatie meestal niet direct bereikbaar is. Moet zelf problemen oplossen die soms meer eisen dan het opleidingsniveau en een ruime ervaring vereisen inzake het proces. De contacten met medewerkers van andere afdelingen en intensieve samenspraak met Meetkamer en Onderhoud zijn gericht op het soepel verlopen van belangrijke informatie betreffende voor- rangskwesties en kwaliteit.   
Afbreukrisico Fouten en onachtzaamheden in de bewerking van hoog- waardige producten kunnen leiden tot een forse finan- ciële schade met een om- vang van ongeveer het jaar- salaris. Het effect van de beheersing is groot. Tijdig ontdekken en herstel berust op zelfcontrole en controle van chef en/of kwaliteitsdienst. Dient enige discretie in acht te nemen inzake proces en klantgegevens.Fouten en onachtzaamheden in de bewerking van hoog- waardige producten kunnen leiden tot een zeer forse financiële schade met een omvang van ongeveer een veelvoud van het jaarsalaris. Hiertoe behoren ook onat- tentheden zoals het laten vallen van producten. Het effect van de beheersing is zeer groot. Tijdig ontdekken en herstel berust op zelfcon- trole en controle van chef en/of kwaliteitsdienst. Dient discretie in acht te nemen inzake proces en klantgegevens.  
Fysieke Aspecten Werkt in geaccommodeerde productieruimte met enige hinder van geuren, dampen, temperaturen en vuil. Soms licht tillen. Er is nauwelijks sprake van risico voor lijf en leden mits de vereiste beschermingsmiddelen worden gedragen.Werkt in geaccommodeerde productieruimte met enige hinder van geuren, dampen, temperaturen en vuil. Soms licht tillen. Er is nauwelijks sprake van risico voor lijf en leden mits de vereiste beschermingsmiddelen worden gedragen.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 51 BETREFT: GRAFISCH BEWERKEN

Functiegroepen Functiegroep 3 Functiegroep 4 Functiegroep 5 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het machinaal bedrukken van metaal/kunststof en omvat ook controlerende taken. Het betreft veelal hetzelfde soort onderwerp. Schakelt om tussen de opdrachten bij het instellen. Hierbij is soms vrij grote accuratesse vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aange- vuld met een korte interne opleiding.De functie is gericht op het meerdere malen na elkaar bedrukken van metaal/kunststof op een complexe machine en omvat in- en omstel werkzaamheden, kwaliteitsbewaking en klei- ne administratieve elemen- ten. Het betreft onderwerpen die enige variatie vertonen, maar aan elkaar verwant zijn. Schakelt voortdurend om binnen een opdracht, voornamelijk bij het instel- len. Hierbij is vrij grote accuratesse vereist. Af en toe tijddwang door spoedop- drachten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aange- vuld met een bedrijfsoplei- ding mede gericht op het gebruik van de machine. De functie is gericht op het meerdere malen na elkaar bedrukken van metaal/kunststof op een complexe machine en omvat in- en omstelwerkzaamheden, administratieve elementen, kwaliteitsbewaking en bij- komende aspecten van proces/productverbeteringen (analyses, ontwikkelen van methoden en technieken e.d.). Het betreft onderwerpen die enige variatie vertonen, maar deels aan elkaar verwant zijn. Scha- kelt voortdurend om binnen een opdracht, voornamelijk bij het instellen en analyse- ren. Hierbij is soms grote accuratesse vereist. Af en toe tijddwang door spoed- opdrachten. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO-niveau, aange- vuld met een bedrijfsoplei- ding en een of meer functie- gerichte cursussen.  
Zelfstandigheid De werkvolgorde wordt aangegeven. De volgorde van opdrachten staat vast. Aanpak en vormgeving wordt afgedwongen door de machine en de vaste proce- dures. Enige feeling is noodzakelijk bij kwaliteitsbeoordeling en diagnose van afwijkingen. Meestal is er sprake van indirect toezicht en bestaat de mogelijkheid tot raadplegen van de directe chef. Moet zelf problemen oplossen die overeenstemmen met het opleidingsniveau. Zeefdruktechnische problemen vereisen enige ervaring. De dagelijkse contacten met medewerkers van andere afdelingen zijn gericht op een vlotte voortgang van het drukproces.De volgorde van opdrach- ten en prioriteiten staat vast. Is voor aanpak en vormge- ving geheel gebonden aan de werkwijze van de machine en aan de vaste procedures. Feeling en inzicht zijn nood- zakelijk bij kwaliteitsbeoor- deling. Grijpt eventueel in bij storingen en afwijkingen. Ondervindt meestal indirect toezicht in de vorm van overleg met de directe chef die gewoonlijk aanwezig is. Moet zelf grafisch-techni- sche problemen oplossen die ± 2 jaar ervaring vereisen. De dagelijkse contacten met medewerkers van andere afdelingen zijn gericht op een vlotte voortgang van het drukproces.Bepaalt binnen de vast- staande planning de opti- male volgorde van bewer- king. De vormgeving is geheel gebonden aan de werkwijze van de machine en aan de vaste procedures. Inventiviteit, feeling en inzicht zijn vereist bij kwa- liteitsbeoordeling en proces- of productverbeteringen. Grijpt in bij storingen en afwijkingen. Ondervindt indirect toezicht in de vorm van overleg met de directe chef die meestal aanwezig is. Moet zelf problemen oplossen die overeenstemmen met het opleidingsniveau en ± 5 jaar ervaring vereisen inzake grafischtechnische en procesmatige aspecten. De dagelijkse contacten met medewerkers van andere afdelingen zijn gericht op een vlotte voortgang van het drukproces. Initiatief is hier- bij vereist. Geeft soms vak- technisch leiding aan een medewerker.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in afstelling en kwaliteitscontrole kunnen leiden tot beperkt materiaalverlies, kleine stagnaties met even- tueel gevolgen voor de levertijden. De kans op tijdig ontdekken en herstel- len berust op zelfcontrole, op eindcontrole door de chef en/of de kwaliteitsdienst. Fouten of onachtzaamheden in afstelling en kwaliteitscontrole kunnen leiden tot afkeur van een drukgang, tot stagnatie, tijdverlies en uitloop van levertijden. De kans op tijdig ontdekken en herstellen berust grotendeels op zelfcontrole, naast steek- proefsgewijze eindcontrole door de chef en/of de kwaliteitsdienst. Fouten of onachtzaamheden in afstelling, kwaliteitscontrole en verdere ontwikkeling kunnen leiden tot af- keuring van een productgang met aanzienlijk materiaalverlies en machinestilstand met als gevolg te late lever- tijden. Tijdig ontdekken en herstellen berust voornamelijk op zelfcontrole, eindcon- trole van chef en/of kwali- teitsdienst. 
Fysieke Aspecten Werkt in productieruimte met enige hinder van lawaai en stank. Staand werk; af en toe bukken. Tillen, duwen en trekken komt voor. Bij het werken met de machine is de kans op kleine verwon- dingen aanwezig. Werkt in productieruimte soms „cleanroom’’ met enige hinder van lawaai en stank. Staand werk; af en toe bukken. Tillen, duwen en trekken komt voor. Bij het werken met de machine is de kans op kleine verwon- dingen aanwezig. Werkt in productieruimte soms „cleanroom’’ met enige hinder van lawaai en stank. Staand werk; af en toe bukken. Tillen, duwen en trekken komt voor. Bij het werken met de machine is de kans op kleine verwon- dingen aanwezig. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 52 BETREFT: DAKDEKKING

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op ondersteuning van dakdek- kingswerkzaamheden, waar- bij sprake is van veel sloop- werk en sjouwen. Schakelt af en toe om tussen de opgedragen werkzaamheden. Bij sloopwerk is (soms extra) voorzichtigheid gebo- den. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leer- plicht, gevolgd door enige oriëntatie op het werk. De functie is gericht op het uitvoeren van vrijwel alle voorkomende dakdekkingswerkzaamheden, waarbij daarnaast sprake is van sloopwerk en van eenvou- dig installatiewerk. Schakelt met enige regelmaat om tussen de voorkomende werkzaamheden. Bij sloop- werk en bij het waterdicht maken van dakbedekking is (soms extra) voorzichtigheid geboden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-B-diplo- ma, gevolgd door Dakdek- kersopleiding en eventuele cursussen van leveranciers. De functie is gericht op het uitvoeren van vrijwel alle voorkomende dakdekkingswerkzaamheden van uiteen- lopende technische aard, waarbij naast sloop- en tim- merwerk ook installatiewerk voorkomt. Schakelt vrij regelmatig om op andere werkzaamheden. Bij sloop- werk en bij het waterdicht maken van dakbedekking is (soms extra) voorzichtigheid geboden. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-B-diplo- ma, gevolgd door Dakdek- kersopleiding en diverse cursussen van leveranciers.  
Zelfstandigheid Houdt zich bij de tijdsinde- ling aan richtlijnen en instructies. Werkt volgens duidelijke instructies en directe aanwijzingen. Moet daarnaast werk „zien’’ en uit eigen beweging uitvoeren. Er is niet altijd sprake van direct toezicht. De voorko- mende problemen zijn praktisch en eenduidig van aard. Bij keuzes kan de leiding of collega’s worden geraadpleegd. Continu contact met directe collega’s is nodig voor overleg en afstemming en gericht op kwaliteit en voortgang. Deelt eigen tijd in binnen richtlijnen en bepaalt zelf veelal de prioriteiten. Werkt volgens technische eisen en veiligheidsvoorschriften. Bij de aanpak kan enige eigen interpretatie en initiatief nodig zijn. Er is niet altijd sprake van direct toezicht. De voorkomende proble- men zijn praktisch van aard en stemmen overeen met het opleidingsniveau. Continu contact met directe collega’s, magazijn en werk- plaats is nodig voor overleg en afstemming en gericht op kwaliteit en voortgang. Deelt eigen tijd in binnen globale richtlijnen en be- paalt zelf prioriteiten. De aanpak berust op globale instructies en verkregen routine, waarbij eigen inter- pretatie en initiatief duidelijk vereist is. Het toezicht ge- beurt via informele afstem- ming. De voorkomende problemen zijn concreet en vereisen door ervaring verkregen inzicht (uitzetten en realiseren van maatvoering) en stemmen overeen met het opleidingsniveau. Continu contact met directe collega’s, magazijn en werk- plaats is belangrijk voor overleg en afstemming en gericht op kwaliteit en voortgang.  
Afbreukrisico Fouten in efficiency en tijdigheid van aanvoer kan de voortgang belemmeren. Onachtzaamheid bij de beveiligingen kan grote risico’s (ook voor anderen) met zich meebrengen. Grotere fouten worden vrijwel altijd tijdig ontdekt en hersteld. Er kan onnodig irritatie worden gewekt van gebruikers, bewoners of omwonenden. Contact met werkers van andere bedrijven of met bewoners/gebruikers is af en toe nodig. Fouten in werken (en zeker in waterdicht maken) leiden tot overdoen, materiaalver- lies en vertraging. Onacht- zaamheid bij de beveiligingen kan grote risico’s (ook voor anderen) met zich meebrengen. Grotere fouten worden vrijwel altijd tijdig ontdekt en hersteld. Er kan onnodig irritatie worden gewekt van gebruikers, bewoners of omwonenden. Contact met werkers van andere bedrijven of met bewoners/gebruikers is regelmatig nodig. Fouten in het werk (en zeker in waterdicht maken) leiden tot overdoen, materiaalver- lies en vertraging. Onacht- zaamheid bij de beveiligingen kan grote risico’s (ook voor anderen) met zich meebrengen. Grotere fouten worden doorgaans tijdig ontdekt en hersteld. Sommige fouten kunnen alleen later aan het licht komen. Contact met werkers van andere bedrijven of met bewoners/gebruikers is regelmatig nodig. Irritatie wekken moet voorkomen worden.  
Fysieke Aspecten Werkt veelal buiten onder wisselende weersomstandigheden. Ondervindt hinder van rook, lawaai (branders), stof/vuil (sloop) en vezels (oude isolatie), confrontatie met giftige gassen. Verricht regelmatig til- en sjouwwerk en beklimt regelmatig lad- ders, beladen met aanzien- lijke gewichten. Inspannend werk bij slopen. Werkt regelmatig langdurig op de knieën en in gebogen houding. Risico’s op vallen (van of door dak), beknel- len, branden of snijden. Werkt veelal buiten onder wisselende weersomstandigheden. Ondervindt hinder van rook, lawaai (branders), stof/vuil (sloop) en vezels (oude isolatie), confrontatie met giftige gassen. Verricht regelmatig til- en sjouwwerk en beklimt regelmatig lad- ders, beladen met aanzien- lijke gewichten. Inspannend werk bij slopen. Werkt regelmatig langdurig op de knieën en in gebogen houding. Risico’s op vallen (van of door dak), beknel- len, branden of snijden. Werkt veelal buiten onder wisselende weersomstandigheden. Ondervindt hinder van rook, lawaai (branders), stof/vuil (sloop) en vezels (oude isolatie), confrontatie met giftige gassen. Verricht regelmatig til- en sjouwwerk en beklimt regelmatig lad- ders, beladen met aanzien- lijke gewichten. Inspannend werk bij slopen. Werkt regelmatig langdurig op de knieën en in gebogen houding. Risico’s op vallen (van of door dak), beknel- len, branden of snijden. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 52 BETREFT: DAKDEKKING

Functiegroepen Functiegroep 7    
Karakteristieken     
ComplexiteitDe functie is gericht op het mede uitvoeren van erg diverse dakdekkingswerk- zaamheden en op coördi- neren, begeleiden en con- troleren (kwaliteit, voort- gang en kostenbeheersing). Schakelt voortdurend om (wisseling in situaties en werkzaamheden). Eventueel grote tijddwang (bedongen tijdsduur, externe omstan- digheden). Accuratesse ver- eist bij metingen en passingen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-B-diplo- ma, gevolgd door Dakdek- kersopleiding, diverse leve- rancierscursussen en een Bazencursus.    
Zelfstandigheid Deelt eigen tijd in (plan- ning, logica en externe omstandigheden). Houdt zich aan (globale) richt- lijnen inzake werk, kwali- teit en veiligheid. De vorm- geving berust op ervaring en inzicht. Signaleert opval- lende zaken, neemt vereiste initiatieven. Ingrijpen in de werksituatie vereist jaren- lange ervaring. Het toezicht gebeurt via informele afstemming. Continu contact met direc- tie, directe collega’s, maga- zijn en werkplaats is belang- rijk voor overleg en afstem- ming en gericht op kwaliteit en winstgevendheid. Geeft gemiddeld leiding aan ± 10 werknemers.    
Afbreukrisico Fouten in instructie, bege- leiding of controle kunnen leiden tot overdoen, onno- dige kosten en vertraging. Onachtzaamheid bij de beveiligingen kan grote risico’s (ook voor anderen) met zich meebrengen en de relatie met de Veiligheidsdienst verpesten. Echt grove fouten worden doorgaans tijdig ontdekt en hersteld. Bepaalde fouten komen pas later aan het licht. Contact met andere bedrij- ven, Veiligheidsdienst of met bewoners/gebruikers is regelmatig nodig. Irritatie wekken moet voorkomen worden.   
Fysieke Aspecten Werkt voornamelijk buiten onder vrijwel alle weersom- standigheden. In verschil- lende fasen van het werk kan hinder worden onder- vonden van lawaai, stof en stank. Veel trapklimmen en beklimmen van ladders, veelvuldig bukken, tillen, in moeilijke houding werken, versjouwen van rollen materiaal. Inspannend demontagewerk. Risico’s op vallen (van of door dak), beknellen, bran- den of snijden.    

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 53 BETREFT: BEVEILIGINGSINSTALLATIE

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie omvat het assis- teren bij en onder toezicht uitvoeren van elektrische montage en installatiewerk- zaamheden gericht op bevei- liging. Past een beperkt aantal technieken en bewer- kingen toe en maakt gebruik van divers gereedschap. Schakelt af en toe om tussen bewerkingen en technieken. Bij sommige werkzaamheden is accuratesse vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau, aangevuld met specifieke productkennis en kennis van voorschriften en procedures. De functie is gericht op het uitvoeren van (elektrotechnische) montage, onderhoud en installatie van (minder complexe) beveiligingsinstal- laties (in woningen en boe- tieks). Voert alle voorkomende werkzaamheden uit: (installeren, programmeren en onderhoud). Schakelt regelmatig om tussen bewer- kingen, technieken en ver- storingen door vragen. Bij alle werkzaamheden is accuratesse vereist. Tijddwang kan voorkomen door deadlines. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan minimaal een VBO- diploma en de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2), aangevuld met specifieke productkennis, bijblijven in kennis van voorschriften en procedures en een rijbewijs B. De functie is gericht op het compleet uitvoeren, bege- leiden en mede coördineren van (elektrotechnische) montage, programmering, onderhoud en installatie van uitgebreide en/of complexe beveiligingsinstallaties. Schakelt zeer regelmatig om tussen bewerkingen, tech- nieken en de vele versto- ringen door vragen. Bij alle werkzaamheden is grote accuratesse vereist. Tijddwang kan voorkomen door deadlines. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau aangevuld met specifieke productkennis, kennis van voorschriften en procedures en rijbewijs B. Dient bij te blijven in technieken, normen e.d.  
Zelfstandigheid De tijdsindeling wordt bepaald door ontvangen opdrachten. Aanpak en vormgeving liggen vast in procedures/voorschriften/instructies en praktische aanwijzingen. Overlegt bij afwijkingen met ervaren collega of Werkvoorbereider. Het toezicht is vrij direct van aard. Voorkomende technische problemen kun- nen afgestemd worden met ervaren collega die ter plaatse aanwezig is. De contacten met collega’s zijn gericht op afstemming van het werk en gericht op een vlotte voortgang. De tijdsindeling wordt bepaald door ontvangen opdrachten. Aanpak en vormgeving liggen vast in procedures/voorschriften. Is hierbinnen vrij om de meest economische aanpak te kiezen. Dient inventief te handelen bij probleemop- lossingen. De problemen zijn van technische aard en vereisen inzicht en erva- ring. Het toezicht is indirect van aard, via overleg en rapportages. De contacten met collega’s zijn gericht op afstemming van het werk en gericht op een vlotte voortgang. Geeft eventueel instructies aan toegevoegde (junior-) monteur. De tijdsindeling wordt bepaald door ontvangen opdrachten. Aanpak en vormgeving liggen vast in procedures/voorschriften. Is hierbinnen vrij om de meest economische aanpak te kiezen. Dient inventief te handelen bij probleemoplossingen van problemen in eigen werk en in dat van anderen. Deze problemen zijn van technische aard en vereisen grondig inzicht en een lange ervaring. Het toe- zicht is indirect van aard, via overleg en rapportages. De contacten met collega’s zijn gericht op afstemming van het werk en gericht op een vlotte voortgang. Geeft instructies aan toe- gevoegde (junior-)monteur.  
Afbreukrisico Fouten/onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot extra werk, vertragingen en materiaalverlies. De kans op ontdekken en herstellen is vrij groot door de voort- durende afstemming. Eventuele contacten met externe/ingehuurde monteur zijn gericht op informatie-uitwisseling. Fouten/onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot extra werk, vertragingen en materiaalverlies, schade aan installaties en economische schade. De kans op ontdek- ken en herstellen berust grotendeels op zelfcontrole en steekproefsgewijze con- trole door anderen. De contacten met opdracht- gevers en externe/ingehuur- de monteurs zijn gericht op aansturen, informatie en details uitwisselen e.d. Fouten/onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot extra werk, vertragingen en materiaalverlies, schade aan installaties en economische schade. De kans op ontdek- ken en herstellen berust op zelfcontrole (en soms op steekproefsgewijze controle door anderen). De contacten met opdracht- gevers, leden projectgroepen, deelnemers bouwvergaderin- gen en externe/ingehuurde monteurs zijn gericht op aansturen, informatie en details uitwisselen e.d.  
Fysieke Aspecten Werkt onder diverse omstan- digheden binnen en buiten, met enige hinder van lawaai, stof, vuil. Werkt ook in ongemakkelijke houdingen. Neemt steeds de veiligheidsvoorschriften in acht. Loopt enig persoonlijk risico (wer- ken op hoogte, deelname verkeer en meerijden e.d.). Werkt onder diverse omstan- digheden binnen en buiten, met enige hinder van lawaai, stof, vuil. Werkt ook in ongemakkelijke houdingen. Neemt steeds de veiligheidsvoorschriften in acht. Loopt enig persoonlijk risico (werken op hoogte, deel- name verkeer e.d.). Werkt onder diverse omstan- digheden binnen en buiten, met enige hinder van lawaai, stof, vuil. Werkt ook in ongemakkelijke houdingen. Neemt steeds de veiligheidsvoorschriften in acht. Loopt enig persoonlijk risico (werken op hoogte, deel- name verkeer e.d.). 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 53 BETREFT: BEVEILIGINGSINSTALLATIE

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het opsporen en verhelpen van storingen, onderhouden van installaties en het verlenen van optimale service aan alle soorten beveiligingsinstalla- ties. Verzorgt ook commer- ciële aspecten. Wordt met zeer uiteenlopende zaken geconfronteerd. Schakelt zeer regelmatig om tussen bewerkingen/tech- nieken en vragen van klan- ten. Bij alle werkzaamheden is grote accuratesse vereist. Tijddwang kan voorkomen. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau aangevuld met productken- nis, kennis van voorschrif- ten en procedures en rijbe- wijs B. Dient bij te blijven in technieken, normen e.d. De functie is gericht op het inbedrijfstellen van com- plexe beveiligingsinstallaties. Er is sprake van een veel- heid aan functionele klant- wensen, technische eisen en locale omgevingskenmerken. Heeft te maken met diverse systemen en (installatie-, test-)technieken. Verder komen voor: het voorbereiden van de locale omgeving (o.a. maatregelen, planning), controleren van aanwezigheid (en evt. bestellen) van middelen, oplossen van problemen (o.a. storingen, vragen) en rapporteren. Schakelt regelmatig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accu- ratesse vereist. Werkt regel- matig onder tijddwang. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen normen, procedures en richt- lijnen. Bijhouden van ont- wikkelingen op het vakge- bied is vereist. De functie is gericht op de coördinatie van het inbe- drijfstellen van complexe beveiligingsinstallaties, overdragen van vakkennis (o.a. geven van cursussen) en geven van klantadvie- zen. Plant, controleert en rapporteert. Er is sprake van een veelheid aan functionele klantwensen, technische eisen en locale omgevingskenmerken. Heeft te maken met diverse systemen, (in- stallatie-, test-)technieken. Verder komen voor: het voorbereiden van de locale omgeving (o.a. maatregelen, planning), controleren van aanwezigheid (en evt. bestellen) van middelen en oplossen van problemen (o.a. storingen, vragen). Schakelt regelmatig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt regelmatig onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO, aange- vuld met functiegerichte cursussen (o.a. didactische  
   en adviesvaardigheden) en kennis van toe te passen normen, procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.  
Zelfstandigheid De tijdsindeling wordt bepaald door planning en opdrachten en prioriteiten door de Service Coördinator. Voor aanpak en vormgeving gelden procedures/voor- schriften. Kiest zelf de meest economische aanpak. Dient inventief te handelen bij probleemoplossingen. Deze problemen zijn van technische aard en vereisen grondig inzicht en een lange ervaring. Kan overleg plegen. Is bevoegd en verplicht om tekort schie- tende apparatuur te melden. De contacten intern zijn gericht op overleg over en afstemming van het werk en gericht op een efficiënte storingsoplossing en het verlenen van een optimale service. De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de (mede opgestelde) projectplanning, deadlines en (ad hoc) vra- gen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak wordt bepaald door de functionele klant- wensen, technische eisen, de locale omgeving, normen, procedures en richtlijnen. Inventiviteit en initiatief zijn vereist (o.a. inspelen op locale omgeving, storingen). Toezicht is indirect (weke- lijks overleg). De voorko- mende problemen zijn van gespecialiseerde vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werkme- thoden. Diverse jaren werk- ervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op probleemoplos- sing, afstemming, informa- tieoverdracht en de voort- gang en kwaliteit van het eigen werk. De eigen tijdsindeling wordt deels bepaald door de in overleg met de opdrachtgever opgestelde projectplan- ning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak wordt bepaald door de functionele klant- wensen, (complexe) tech- nische eisen, de locale om- geving, normen, procedures en richtlijnen. Inventiviteit, initiatief en inzicht zijn vereist (o.a. inspelen op locale omgeving, storingen). Toezicht is indirect (tweewe- kelijks overleg). De voorko- mende problemen zijn van gespecialiseerde vaktechnische aard en betreffen de overdracht van technieken en inzicht in systemen. Diverse jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op probleemoplos- sing, afstemming, kennis- en informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk en dat van anderen. Geeft functioneel leiding aan enkele (project-) medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten/onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot herhaling van storingen, vals alarm, irritatie bij de klant, schadeclaims en eventueel verlies van de klant. De kans op ontdekken en her- stellen berust op zelfcontrole, bij signalering door de klant is het al te laat. De contacten met klanten zijn gericht op informatieuitwisseling en van belang voor de serviceverlening en uitbouw van de relatie. Helpt mogelijke conflicten uit de wereld.Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in de project- uitvoering, materiële en financiële schade, vals alarm, stagnatie in het productieproces van de klantorganisatie en aantas- ting van het bedrijfsimago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van proce- dures en richtlijnen, controle door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met de klant- organisatie (o.a. opdrachtgever, gebruikers) en leveran- ciers zijn gericht op infor- matieoverdracht, afstemming en probleemoplossing. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klant- en concur- rentiegevoelige informatie en technische gegevens Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in het project, materiële en financiële schade, vals alarm, stagnatie in het productieproces van de klantorganisatie en aantasting van het bedrijfs- imago. Ook kunnen ver- keerde beslissingen door de opdrachtgever het gevolg zijn. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een groot deel op zelfcontrole. De contacten met de klant- organisatie (o.a. opdrachtgever, gebruikers) en leveran- ciers zijn gericht op infor- matieoverdracht, afstemming, probleemoplossing en advisering. Overtuigingskracht is van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klant- en concur- rentiegevoelige informatie en technische gegevens.  
Fysieke Aspecten Werkt onder diverse omstan- digheden binnen en buiten, met enige hinder van lawaai, stof, vuil. Werkt ook in ongemakkelijke houdingen. Neemt steeds de veiligheidsvoorschriften in acht. Werkt op hoogte, neemt deel aan verkeer e.d. Kan bij nacht en ontij worden opgeroepen. Werkt binnen en buiten met enige hinder van lawaai, stof, vuil. Werkt af en toe op hoogte. Regelmatig reizen (klant, projectlokatie). Af- wisselend zitten (ook achter beeldscherm), lopen en staan. Soms in ongemakkelijke houding. Kans op letsel is aanwezig. Moet veilig- heidsmaatregelen in acht nemen. Werkt met name binnen, soms ook buiten, met enige hinder van lawaai, stof, vuil. Werkt af en toe op hoogte. Regelmatig reizen (klant, projectlokatie). Afwisselend zitten (ook achter beeld- scherm), lopen en staan. Soms in ongemakkelijke houding. Kans op letsel is aanwezig. Moet veiligheidsmaatregelen in acht nemen. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 54 BETREFT: KOUDETECHNISCHE INSTALLATIE

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het assisteren bij installatie, onderhoud en revisie van voornamelijk koeltechnische installaties en airconditioners. Het werk is veelal gericht op het monteren en afstellen van een (bepaald soort) apparatuur en het toepassen van diverse, regel- matig wisselende technieken. Schakelt regelmatig om. Enkele elementen van het werk vereisen een grote accuratesse. Regelmatig is sprake van werken onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO, gevolgd door (of bezig met) de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). De functie is gericht op het installeren, onderhouden en reviseren van koeltechnische installaties en airconditioners. Past diverse, regel- matig wisselende technieken toe. Is (voor monteren en instellen) speciaal vertrouwd met enkele soorten appara- tuur. Schakelt regelmatig om. Enkele elementen van het werk vereisen een grote accuratesse. Regelmatig is sprake van werken onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VBO, gevolgd door (of bezig met) de relevante basisberoepsopleiding (niveau 2). Moet over een CFK-diploma beschikken. De functie is gericht op een zeer breed terrein van instal- leren, onderhouden, inspec- teren, reviseren en in bedrijf stellen van koeltechnische en luchtbehandelingsinstallaties. Bij service betreft het een grote variëteit aan appara- tuur. Past diverse, regelmatig wisselende technieken toe, ook op elektrotechnisch en werktuigbouwkundig terrein. Behartigt technische en organisatorische coördinatie. Er is sprake van administratieve en commerciële ele- menten. Enkele elementen van het werk vereisen een grote accuratesse. Regelmatig is sprake van werken onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau. Moet over een CFK-diploma beschikken.  
Zelfstandigheid Werkt in een vastgestelde volgorde. Voert de werk- zaamheden uit aan de hand van schriftelijke en monde- linge instructies. Kan de opgedragen werkzaamheden uitvoeren op basis van ken- nis, ervaring met een bepaald soort apparatuur en een beperkte vindingrijkheid. Eventuele problemen worden besproken met de leiding- gevend monteur. Contacten met de leiding- gevend monteur en colle- ga’s zijn gericht op de juiste uitvoering.Werkt in een vastgestelde volgorde. Voert de werk- zaamheden uit aan de hand van schriftelijke en monde- linge instructies. Verricht de werkzaamheden meer of minder zelfstandig, verricht eenvoudig werk naar eigen inzicht, voert meer comple- xe werkzaamheden uit on- der toezicht van een meer ervaren monteur. Kan enkele soorten apparatuur monteren en instellen. De opgedragen werkzaamheden kunnen met de vereiste kennis, enige ervaring en een bepaalde mate van vindingrijkheid worden uitgevoerd. Even- tuele problemen worden besproken met de leiding- gevend monteur. Contacten met de leiding- gevend monteur en collega’s zijn gericht op de juiste uitvoering. Bepaalt zelf volgorde en wijze van werken. Voert de werkzaamheden zelfstandig uit aan de hand van teke- ningen, handboeken fabri- kagegegevens en monde- linge instructies. Beoordeelt vervanging van onderdelen en overlegt hierover met de klant. Adviseert de klant. Werkt praktisch zonder toezicht. De optredende problemen kunnen van nogal uiteenlopende aard zijn en zijn meestal op te lossen op basis van de opleiding en meerdere jaren ervaring als monteur. De contacten met bedrijfs- leiding en met collega’s over werkuitvoering, bijzondere omstandigheden en proble- men zijn gericht op het goede verloop van de opdracht. Geeft leiding aan één of meer eigen of ingeleende monteurs.  
Afbreukrisico Fouten in beoordeling of onjuiste aanpak kunnen leiden tot vertraging of tot afbreuk aan de goede naam van het bedrijf. Zelfcontrole is strikt vereist. De kans op kostbare herstelschade wordt zeer beperkt door de controle door de ervaren monteur op belangrijke punten en kritieke hande- lingen. Fouten in beoordeling of onjuiste aanpak kunnen leiden tot vertraging of tot afbreuk aan de goede naam van het bedrijf. Binnen het werkgebied kan aanzienlijke schade worden veroorzaakt. De kans op kostbare herstel- schade wordt zeer beperkt door zelfcontrole en controle door de leidinggevend monteur. Er is kans op afbreuk aan het klantvriendelijk karakter van de incidentele contac- ten met de klant die gericht zijn op voortgang van het werk. Fouten in beoordeling of onjuiste aanpak kunnen resulteren in extra werk en kosten, tot ergernis en spanning bij de klant, kost- bare herstelschade en/of tot afbreuk aan de goede naam van het bedrijf. Zelfcontrole is veelal redelijk mogelijk. Er is kans op afbreuk aan het klantvriendelijk en toch zakelijk karakter van con- tacten met de klant, die gericht zijn op voortgang van het werk.  
Fysieke Aspecten Verricht de werkzaamheden op locatie. Werkt zowel binnen als buiten, waarbij de omstandigheden sterk wisselen (regen, tocht, kou, hitte, lawaai, vuil en stof). Regelmatig moet bij het hanteren van producten, gereedschap en materieel een behoorlijke krachtsinspanning worden geleverd. Veelal moet gewerkt wor- den in wisselende houding en eventueel binnen een beperkte bewegingsruimte. Een verhoogd risico op letsel kan optreden bij werken op trappen, ladders, steigers of daken, in kleine ruimten of bij het gebruik van schadelijke stoffen. Verricht de werkzaamheden op locatie. Werkt zowel binnen als buiten, waarbij de omstandigheden sterk wisselen (regen, tocht, kou, hitte, lawaai, vuil en stof). Regelmatig moet bij het hanteren van producten, gereedschap en materieel een behoorlijke krachtsinspanning worden geleverd. Veelal moet gewerkt wor- den in wisselende houding en eventueel binnen een beperkte bewegingsruimte. Een verhoogd risico op letsel kan optreden bij werken op trappen, ladders, steigers of daken, in kleine ruimten of bij het gebruik van schadelijke stoffen. Verricht de werkzaamheden op locatie. Overlegsituaties op diverse locaties. Werkt zowel binnen als buiten, waarbij de omstandigheden sterk wisselen (regen, tocht, kou, hitte, lawaai, vuil en stof). Regelmatig moet bij het hanteren van producten, gereedschap en materieel een behoorlijke krachtsinspanning worden geleverd. Veelal moet gewerkt wor- den in wisselende houding en eventueel binnen een beperkte bewegingsruimte. Een verhoogd risico op letsel kan optreden bij werken op trappen, ladders, steigers of daken, in kleine ruimten of bij het gebruik van schadelijke stoffen. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 54 BETREFT: KOUDETECHNISCHE INSTALLATIE

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8   
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het zelfstandig uitvoeren van inspectie, onderhoud, repa- ratie, revisie en soms ook inbedrijfstelling van koel- technische en luchtbehan- delingsinstallaties. Het betreft een grote variëteit aan apparatuur en het toe- passen van diverse, regel- matig wisselende technie- ken. Schakelt regelmatig om. Enkele elementen van het werk vereisen een grote accuratesse. Regelmatig is sprake van werken onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau. Moet over een CFK-diploma beschikken. De functie is gericht op het zelfstandig uitvoeren van inspectie, onderhoud, repa- ratie, revisie en inbedrijfstelling van koeltechnische en luchtbehandelingsinstal- laties. Het betreft een grote variëteit aan apparatuur en het toepassen van diverse, regelmatig wisselende tech- nieken. Er is ook sprake van administratieve en commer- ciële elementen. Schakelt regelmatig om. Enkele elementen van het werk vereisen een grote accura- tesse. Regelmatig is sprake van werken onder tijdsdruk. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO-niveau. Moet over een CFK-diploma beschikken.   
Zelfstandigheid Bepaalt zelf volgorde en wijze van werken. Plant zelf urgente gevallen in. Achter- haalt de storingsoorzaken. Neemt installaties in en uit bedrijf en repareert. Werkt aan de hand van contracten, tekeningen, gedrukt adstruc- tiemateriaal en mondelinge instructies. Beoordeelt vervanging van onderdelen en overlegt hierover met de klant. Adviseert de klant. Werkt praktisch zonder toezicht. De optredende problemen kunnen van nogal uiteenlopende aard zijn en zijn meestal op te lossen op basis van de opleiding en meerdere jaren ervaring als monteur koeltechniek. De contacten met bedrijfs- leiding en met collega’s over werkuitvoering, bijzondere omstandigheden en proble- men zijn gericht op het goede verloop van de opdracht. Geeft soms leiding aan een of meer (eigen of ingeleende) monteurs. Bepaalt zelf volgorde en wijze van werken. Plant zelf urgente gevallen (binnen en buiten werktijd) in. Achter- haalt de storingsoorzaken. Neemt installaties in en uit bedrijf en repareert. Bepaalt de volgorde van werken. Werkt aan de hand van con- tracten, tekeningen, gedrukt adstructiemateriaal en mon- delinge instructies. Beoor- deelt vervanging van onder- delen. Geeft technische adviezen aan de klant, overlegt over financiële consequenties van meer-/ minderwerk en het functio- neren van de installatie. Werkt altijd zonder toezicht. De optredende problemen kunnen van erg uiteenlopende aard zijn en zijn meestal op te lossen op basis van de opleiding en meer- dere jaren ervaring als servicemonteur koeltechniek. De contacten met bedrijfs- leiding en met collega’s over werkuitvoering, bijzondere omstandigheden en proble- men zijn gericht op het goede verloop van de opdracht. Geeft soms leiding aan een of meer (eigen of ingeleende) monteurs.   
Afbreukrisico Fouten in beoordeling of onjuiste aanpak kunnen resulteren in extra werk en kosten, tot ergernis en spanning bij de klant, tot kostbare herstelschade en/of tot afbreuk aan de goede naam van het bedrijf. Zelf- controle is veelal redelijk mogelijk. Niet voldoen aan de STEK-eisen heeft ern- stige gevolgen voor het bedrijf. Er is kans op afbreuk aan het klantvriendelijk en toch zakelijk karakter van con- tacten met de klant, die gericht zijn op voortgang van het werk, advisering en op financiële consequenties van vervanging. Fouten in beoordeling of onjuiste aanpak kunnen resulteren in extra werk en kosten, tot ergernis en spanning bij de klant, tot kostbare herstelschade en/of tot afbreuk aan de goede naam van het bedrijf. Zelfcontrole is veelal redelijk mogelijk. Niet voldoen aan de STEK-eisen heeft ernstige gevolgen voor het bedrijf. Er is kans op afbreuk aan het klantvriendelijk en toch zakelijke karakter van con- tacten met de klant, die gericht zijn op voortgang van het werk, op advisering en op financiële consequenties van vervanging of meer-/minderwerk e.d.   
Fysieke Aspecten Verricht de werkzaamheden op locatie. Overlegsituaties op diverse locaties. Werkt zowel binnen als buiten, waarbij de omstandigheden sterk wisselen (regen, tocht, kou, hitte, lawaai, vuil en stof). Regelmatig moet bij het hanteren van producten, gereedschap en materieel een behoorlijke krachtsinspanning worden geleverd. Veelal moet gewerkt wor- den in wisselende houding en eventueel binnen een beperkte bewegingsruimte. Een verhoogd risico op letsel kan optreden bij werken op trappen, ladders, steigers of daken, in kleine ruimten of bij het gebruik van schadelijke stoffen.Verricht de werkzaamheden op locatie. Overlegsituaties op diverse locaties. Werkt zowel binnen als buiten, waarbij de omstandigheden sterk wisselen (regen, tocht, kou, hitte, lawaai, vuil en stof). Regelmatig moet bij het hanteren van producten, gereedschap en materieel een behoorlijke krachtsinspanning worden geleverd. Veelal moet gewerkt wor- den in wisselende houding en eventueel binnen een beperkte bewegingsruimte. Een verhoogd risico op letsel kan optreden bij werken op trappen, ladders, steigers of daken, in kleine ruimten of bij het gebruik van schadelijke stoffen.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 55 BETREFT: DAK- en WANDBEPLATING

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op dak- en wandbeplating. De bij het monteren voorkomende werkzaamheden zijn divers van aard. Schakelt regel- matig om tussen handelingen en tussen de diverse aspec- ten van het werk. Bij het uitvoeren van het werk is accuratesse vereist. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een vervulde leer- plicht, aangevuld met een opleiding B-VCA en een intensieve begeleiding. De functie is gericht op het uitvoeren en het mede coör- dineren van projecten op het gebied van dak- en wand- beplating. De voorkomende werkzaamheden zijn divers van aard. Het werk vertoont ook controlerende en regi- strerende aspecten. Schakelt regelmatig om tussen aspec- ten en handelingen. Bij het uitvoeren van het werk is accuratesse vereist, zeer hoge bij het opbouwen van steigers. Tijddwang kan optreden door deadlines. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO-niveau aangevuld met opleiding VOL-VCA, productkennis en oriëntatie op de bedrijfs- eigen procedures. De functie is gericht op het coördineren en uitvoeren van meer complexe projecten op het gebied van dak- en wandbeplating. De voorko- mende werkzaamheden zijn divers van aard. Het werk vertoont ook controlerende en registrerende aspecten. Schakelt regelmatig om tussen aspecten en hande- lingen. Bij het uitvoeren van het werk is accuratesse vereist, zeer hoge bij het opbouwen van steigers. Tijddwang kan optreden door deadlines. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een VBO/MBO-niveau, aangevuld met VOL-VCA, productkennis, cursus leiding geven en kennis van de bedrijfseigen procedures.  
Zelfstandigheid De tijdsindeling wordt door de voorman bepaald. De vormgeving en aanpak van het werk liggen vast in voorschriften en procedures. Het toezicht is vrij direct van aard. De voorkomende problemen zijn praktisch van aard en kunnen in samen- spraak met de voorman worden opgelost. Contacten met collega’s en direct leidinggevende zijn van belang voor het afstemmen van het werk. Is enigszins vrij om de eigen tijd in te delen binnen de gestelde (strakke) planning. De aanpak en vormgeving liggen vast in voorschriften en procedures. Moet enigs- zins improviseren bij gebruik van hulpmiddelen, inmeten, passend maken, zetten e.d. Vrij regelmatig toezicht door bezoek van de Uitvoerder. De voorkomende problemen zijn praktisch van aard en vereisen een erva- ring van 1–2 jaar. Voor meer complexe problemen is de leiding bereikbaar. Contacten met medewerkers van binnen- en buitendienst zijn van belang voor de voortgang. Geeft functioneel leiding aan toegevoegde monteur.Is vrij om de eigen tijd in te delen binnen de gestelde (strakke) planning. De aan- pak en vormgeving liggen vast in voorschriften en procedures. Moet improvi- seren bij gebruik van hulp- middelen, inmeten, passend maken, zetten e.d. Het toe- zicht is indirect van aard, via overleg. De voorkomende problemen zijn van praktische aard en vereisen een ervaring van 2–3 jaar. Voor vergaande problemen is de leiding bereikbaar. Contacten met medewerkers van binnen- en buitendienst zijn van belang voor een juiste afstemming van de werkzaamheden. Geeft functioneel leiding aan toegevoegde monteur(s).  
Afbreukrisico Fouten en/of onachtzaamheden in de uitvoering kunnen leiden tot stagnaties en/of extra werk. Door zelfcontrole en controle door de voorman worden fouten vrijwel altijd tijdig ontdekt en hersteld. Fouten en/of onachtzaamheden in maatvoering, mon- tage, werkverdeling e.d. kunnen leiden tot stagna- ties, extra werk, schade met schadeclaims e.d. Ontdek- ken en herstellen berust op zelfcontrole en de controle door de Uitvoerder. Som- mige fouten zijn moeilijk zichtbaar. Contact met functionarissen van andere bedrijven zijn van belang voor een juiste afstemming van de werk- zaamheden. Fouten en/of onachtzaamheden in maatvoering, mon- tage, werkverdeling e.d. kunnen leiden tot stagnaties, extra werk, schade met schadeclaims e.d. Ontdekken berust op zelfcontrole en de regelmatige controle door de Uitvoerder, maar sommige fouten zijn moeilijk zicht- baar. Contact met functionarissen van andere bedrijven zijn van belang voor een juiste afstemming van de werk- zaamheden.  
Fysieke aspecten Werkt buiten onder wisse- lende weersomstandigheden. Soms zeer zwaar tillen, sjou- wen, steiger verplaatsen en werken in allerlei houdin- gen. Werkt op grote hoogten (kans op vallen met fatale afloop). Er gelden zeer strikte veiligheidsmaatregelen. Werkt buiten onder wisse- lende weersomstandigheden. Soms zeer zwaar tillen, sjou- wen, steiger verplaatsen en werken in allerlei houdin- gen. Werkt op grote hoogten (kans op vallen met fatale afloop). Zeer strikte veilig- heidsmaatregelen. Rijdt veel auto. Bewegingsprecisie is regelmatig vereist. Werkt onder wisselende weersomstandigheden. Soms zeer zwaar tillen, sjouwen, steiger verplaatsen en wer- ken in allerlei houdingen. Werkt op grote hoogten (kans op vallen met fatale afloop). Zeer strikte veilig- heidsmaatregelen. Rijdt veel auto. Vergadert in keten e.d. Bewegingsprecisie is regel- matig vereist. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 55 BETREFT: DAK- en WANDBEPLATING

Functiegroepen Functiegroep 7    
Karakteristieken     
ComplexiteitDe functie is gericht op het coördineren en uitvoeren van (soms zeer) complexe pro- jecten op het gebied van dak- en wandbeplating. De voorkomende werkzaamheden zijn divers van aard. Het werk vertoont ook controle- rende, signalerende en regi- strerende aspecten. Schakelt regelmatig om tussen aspec- ten en handelingen. Bij het uitvoeren van het werk is accuratesse vereist, zeer hoge bij het opbouwen van steigers. Tijddwang kan optreden door deadlines. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan een MBO-niveau, aangevuld met VOLVCA, productkennis, cursus leiding geven en grondige kennis van bedrijfseigen procedures.    
Zelfstandigheid Is vrij om de eigen tijd in te delen binnen de gestelde (strakke) planning. De aan- pak en vormgeving liggen vast in voorschriften en procedures. Moet improvi- seren bij gebruik van hulp- middelen, inmeten, passend maken, zetten e.d. Het toe- zicht is indirect van aard, via overleg. De voorkomende problemen zijn van praktische en organisatorische aard en vereisen een jarenlange ervaring. Voor vergaande problemen is de leiding bereikbaar. Contacten met medewerkers van binnen- en buitendienst zijn van belang voor een juiste probleemoplossing en projectrealisatie. Geeft functioneel leiding aan toegevoegde monteur(s).    
Afbreukrisico Fouten en/of onachtzaamheden in maatvoering, werk- verdeling e.d. kunnen leiden tot stagnaties, extra werk, schade met (grote) schade- claims e.d. Ontdekken berust op zelfcontrole en de steek- proefsgewijze controle door de Uitvoerder, maar som- mige fouten zijn moeilijk zichtbaar. Contact met functionarissen van andere bedrijven zijn van belang voor een juiste afstemming van de werk- zaamheden en de voort- gangscontrole.    
Fysieke aspecten Werkt onder wisselende weersomstandigheden. Soms zeer zwaar tillen, sjouwen, steiger verplaatsen en wer- ken in allerlei houdingen. Werkt op grote hoogten (kans op vallen met fatale afloop). Zeer strikte veilig- heidsmaatregelen. Rijdt veel auto. Vergadert in keten e.d. Bewegingsprecisie is regel- matig vereist.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 56A BETREFT: PASSIEVE ICT-INFRASTRUCTUUR ADVIES/ONTWERP

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het (detail)ontwerpen van beka- belingsinfrastructuren voor nieuwbouw alsmede voor bestaande gebouwen. Er is sprake van een veelheid aan concreet aangegeven func- tionele en technische eisen, technische implicaties en voorschriften. Tevens komen diverse administratieve aspecten voor (bijv. maken calculaties, opstellen mate- riaalspecificaties). Schakelt vrij regelmatig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO, aange- vuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen normen, procedu- res en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.De functie is gericht op het (detail)ontwerpen van beka- belingsinfrastructuren voor nieuwbouw alsmede voor bestaande gebouwen. Er is sprake van een veelheid aan deels globaal aangegeven functionele en technische eisen en voorschriften. Tevens komen diverse administratieve aspecten voor (bijv. maken calcula- ties, opstellen materiaalspecificaties). Schakelt vrij regelmatig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO, aange- vuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen normen, procedu- res en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.De functie is gericht op het (detail)ontwerpen van en adviseren over bekabelingsinfrastructuren voor nieuw- bouw alsmede voor bestaande gebouwen. Er is sprake van een veelheid aan globaal aangegeven func- tionele en technische eisen en voorschriften. Analyse van wensen en (detail)ont- werp wisselen elkaar af. Tevens komen diverse admi- nistratieve aspecten voor (bijv. maken calculaties, opstellen materiaalspecifi- caties). Schakelt regelmatig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO, aange- vuld met functiegerichte cursussen (o.a. adviesvaar- digheden) en kennis van toe te passen normen, procedu- res en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.  
Zelfstandigheid De eigen tijdsindeling wordt deels bepaald door de pro- jectplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbin- nen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak wordt deels bepaald door de concreet aangegeven func- tionele klantwensen, de technische mogelijkheden, normen, procedures en richtlijnen. Enige inventiviteit en enig initiatief zijn vereist. Toezicht is indirect (wekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van gestandaardiseerde metho- den. Circa één jaar werk- ervaring is vereist. Raadpleging van collega’s of leidinggevende kan nodig zijn (bijv. interpretatie van specifieke normen). De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op advisering, afstemming en informatieoverdracht. De eigen tijdsindeling wordt deels bepaald door de pro- jectplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbin- nen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak wordt deels bepaald door de deels globaal aangegeven functionele klantwensen, de technische mogelijkheden, normen, procedures en richtlijnen. Enige inventiviteit en enig initiatief zijn vereist. Toezicht is indirect (wekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van specifieke vaktechnische aard en betreffen de uitvoe- ring van en inzicht in gestandaardiseerde werkme- thoden. Enkele jaren werk- ervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op advisering, afstemming en informatieoverdracht. De eigen tijdsindeling wordt deels bepaald door de (mede opgestelde) projectplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak wordt deels bepaald door de globaal aangegeven functionele klantwensen, de technische mogelijkheden en de nor- men, procedures en richt- lijnen. Inventiviteit en initiatief zijn vereist. Toezicht is indirect (twee- wekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van gespecialiseerde vak- technische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werk- methoden. Diverse jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op advisering, afstemming en informatieoverdracht.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in de project- uitvoering, financiële scha- de, interne irritaties en aantasting van het bedrijfs- imago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een groot deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met leveran- ciers zijn gericht op het verkrijgen van informatie en oplossen van problemen. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke projectinformatie en concurrentiegevoelige informatie. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in de project- uitvoering, financiële scha- de, interne irritaties en aantasting van het bedrijfs- imago. Tevens kan dit lei- den tot het verkeerd infor- meren van de opdrachtgever. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een deel op zelfcon- trole. De contacten met de opdrachtgever zijn gericht op afstemming en informa- tieoverdracht. De contacten met leveranciers zijn gericht op het verkrijgen van informatie en oplossen van problemen. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klantinformatie en concurrentiegevoelige informatie.Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot verkeerde beslissingen door de opdrachtgever, stagnatie in de projectuit- voering, financiële schade, interne irritaties en aantas- ting van het bedrijfsimago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een groot deel op zelfcontrole. De contacten met de opdrachtgever zijn gericht op advisering (o.a. aange- ven verschillende project- alternatieven), afstemming en informatieoverdracht. Overtuigingskracht is van belang. Contacten met leveranciers zijn van belang voor het verkrijgen van informatie en oplossen van problemen. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klantinformatie en concurrentiegevoelige informatie.  
Fysieke Aspecten Werkt onder kantooromsta- ndigheden. Af en toe reizen (projectlokatie). Langdurig zitten (ook achter beeld- scherm), lopen en staan. Werkt onder kantooromstan- digheden. Regelmatig reizen (klant, projectlokatie). Lang- durig zitten (ook achter beeldscherm), lopen en staan.Werkt onder kantooromstan- digheden. Regelmatig reizen (klant, projectlokatie). Lang- durig zitten (ook achter beeldscherm), lopen en staan. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 56B BETREFT: PASSIEVE ICT-INFRASTRUCTUUR REALISATIE

Functiegroepen Functiegroep 4 Functiegroep 5 Functiegroep 6 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op aanleggen en (af)monteren van ICT bekabeling. Er is voor een groot deel sprake van routinematige, repete- rende werkzaamheden. Past enkele technieken toe. Schakelt af en toe om tus- sen de aspecten. Zeer regel- matig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijd- dwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VMBO, aangevuld met functiegerichte cursus- sen en kennis van toe te passen procedures en richt- lijnen. De functie is gericht op aanleggen en installeren van ICT bekabeling. Er is sprake van (af)monteren, meten, testen en documenteren. Werkt met verschillende soorten bekabeling. Past diverse technieken toe. Schakelt af en toe tot regel- matig om tussen de aspec- ten. Regelmatig is accura- tesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VMBO, aangevuld met functiegerichte cursus- sen en kennis van toe te passen procedures en richt- lijnen. De functie is gericht op aanleggen en installeren van ICT bekabeling. Er is sprake van (af)monteren, meten, testen en documenteren. Ook komt het oplossen van com- plexe storingen voor. Werkt met verschillende soorten bekabeling. Past diverse technieken toe. Schakelt regelmatig om tussen de aspecten. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VMBO/MBO, aan- gevuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen.  
Zelfstandigheid De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de opgelegde, bindende dagplanning, normtijden en deadlines. De werkaanpak is grotendeels vastgelegd in procedures en voorschriften. Toezicht is direct (dagelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van eenvoudige werkzaamheden. Enige praktische werkervaring is vereist. Raadpleging van collega’s of leidinggevende kan nodig zijn. De contacten met direct leidinggevende en collega’s zijn gericht op de voort- gang en kwaliteit van het eigen werk. De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de aangegeven dagplanning, normtijden en deadlines. Is daarbinnen meestal vrij de eigen tijd in te delen. De werkaanpak is voor een deel vastgelegd in richtlijnen, procedures en voorschriften. Toezicht is vrij direct. De voorkomende problemen zijn van vak- technische aard en betreffen de uitvoering van gestan- daardiseerde methoden. Circa één jaar werkervaring is vereist. Raadpleging van collega’s of leidinggevende kan nodig zijn. De contacten met collega’s zijn gericht op onderlinge afstemming en de voort- gang en kwaliteit van het eigen werk. De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de aangegeven dagplanning, normtijden en deadlines. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak is voor een deel vastgelegd in richtlijnen, procedures en voorschriften. Enige inventiviteit is vereist. Toezicht is indirect (enkele keren per week overleg). De voorkomende problemen zijn van specifieke vaktechnische aard en betreffen de uitvoe- ring van en inzicht in gestandaardiseerde werk- methoden. Enkele jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en eventueel andere afde- lingen zijn gericht op pro- bleemoplossing, afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot eventuele stagnatie in de werkzaamheden, materiële schade en interne en externe irritaties. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een zeer groot deel op het volgen van procedures en voorschriften, controle door anderen en voor een klein deel op zelfcontrole. De contacten met mede- werkers van de klantorga- nisatie zijn gericht op afstemming en een soepele communicatie. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot eventuele stagnatie in het productieproces van de klant, materiële schade en interne en externe irritaties. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een groot deel op het volgen van richtlijnen, procedures en voorschriften, controle door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met medewer- kers van de klantorganisatie zijn gericht op afstemming en een soepele communicatie. Discretie is van belang in verband met kennis van enkele technische project- gegevens.Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in het produc- tieproces van de klant, mate- riële schade en interne en externe irritaties. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van richtlijnen, procedures en voorschriften, controle door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met medewer- kers van de klantorganisatie zijn gericht op afstemming en een soepele communicatie. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke technische pro- jectgegevens.  
Fysieke Aspecten Werkt binnen kantoor- en telecommunicatieruimten en buiten. Lang staan, zitten. Tillen, duwen, rekken, strekken, lopen e.d. Af en toe ongemakkelijke hou- ding. Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. Werkt binnen kantoor- en telecommunicatieruimten en af en toe buiten. Lang staan, zitten. Tillen, duwen, rekken, strekken, lopen e.d. Af en toe ongemakkelijke houding. Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. Werkt binnen kantoor- en telecommunicatieruimten en af en toe buiten. Lang staan, zitten. Tillen, duwen, rekken, strekken, lopen e.d. Af en toe ongemakkelijke houding. Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 56B BETREFT: PASSIEVE ICT-INFRASTRUCTUUR REALISATIE

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8   
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op de coördinatie van het aanleg- gen en installeren van ICT bekabeling. Er is sprake van plannen, controleren en rapporteren. Andere aspec- ten zijn (af)monteren, me- ten, testen en documenteren. Ook komt het oplossen van complexe storingen voor. Werkt met verschillende soorten bekabeling. Past diverse technieken toe. Schakelt regelmatig om tussen de aspecten. Regel- matig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijd- dwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen. De functie is gericht op het leidinggeven aan de aanleg en installatie van ICT bekabeling. Er is sprake van plannen, aansturen, contro- leren, bijsturen en rappor- teren. Zorgt voor (af)monteren, meten, testen en docu- menteren. Werkt met ver- schillende soorten bekabe- ling. Past diverse technieken toe. Schakelt regelmatig om tussen de aspecten. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met functiegerichte cursussen (o.a. leidinggeven) en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen.   
Zelfstandigheid De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de aangegeven projectplanning, vaste over- legmomenten en ad hoc vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak is voor een deel vastgelegd in procedures en richtlijnen. Enige inventiviteit is vereist (bijv. oplossen praktische problemen). Toe- zicht is indirect (wekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van speci- fieke vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werkmethoden. Enkele jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en eventueel andere afde- lingen zijn gericht op pro- bleemoplossing, afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk en dat van anderen. Geeft functioneel leiding aan enkele (project)- medewerkers. De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de aangegeven projectplanning, vaste over- legmomenten en ad hoc vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak is voor een deel vastgelegd in procedures en richtlijnen. Enige inventivi- teit en inzicht zijn vereist (bijv. oplossen uiteenlopende problemen). Toezicht is indirect (wekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van specifieke vaktech- nische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werk- methoden. Diverse jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk en dat van anderen. Geeft leiding aan meerdere (project)medewerkers.   
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in het project, materiële schade, interne irritaties en aantasting van het bedrijfsimago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van richtlijnen, procedures en voorschriften, controle door anderen en voor een groot deel op zelfcontrole. De contacten met de klant- organisatie (opdrachtgever, medewerkers) zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en oplossen van problemen (o.a. klachten). Tact is van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klantinformatie en technische projectgegevens. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in het project, materiële schade, interne irritaties en aantasting van het bedrijfsimago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van richtlijnen, procedures en voorschriften, controle door anderen en voor een groot deel op zelfcontrole. De contacten met de klant- organisatie (opdrachtgever, medewerkers) zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en oplossen van problemen (o.a. klachten). Tact is van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klantinformatie en technische projectgegevens.   
Fysieke Aspecten Werkt meestal binnen kantoor en af en toe in telecommunicatieruimten of buiten. Lang staan, zitten. Tillen, duwen, rekken, strekken, lopen e.d. Af en toe ongemakkelijke hou- ding. Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. Werkt meestal binnen kantoor en af en toe in telecommunicatieruimten of buiten. Lang staan, zitten. Tillen, duwen, rekken, strekken, lopen e.d. Af en toe ongemakkelijke hou- ding. Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen.  

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 56C BETREFT: PASSIEVE ICT-INFRASTRUCTUUR BEHEER & ONDERHOUD

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het technisch beheer en onder- houd van bekabelingsinfra- structuren. Voert functiona- liteitsinspecties uit en lost meestal standaardproblemen op. Hanteert verschillende soorten meetapparatuur. Tevens is sprake van rap- portage van bevindingen. Schakelt vrij regelmatig om tussen de aspecten en vragen van medewerkers van de klantorganisatie. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaar- dig te zijn aan VMBO/MBO, aangevuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen. De functie is gericht op het technisch beheer en onder- houd van bekabelingsinfra- structuren. Voert functiona- liteitsinspecties uit en lost naast standaard- ook nieuwe problemen (o.a. storingen) op. Hanteert verschillende soorten meetapparatuur. Tevens is sprake van docu- menteren, rapportage van bevindingen en doen van verbetervoorstellen. Schakelt regelmatig om tussen de aspecten en (ad hoc) vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist. De functie is gericht op de coördinatie van het tech- nisch beheer en onderhoud van bekabelingsinfrastruc- turen. Plant, controleert en rapporteert. Voert functiona- liteitsinspecties uit en lost complexe problemen (o.a. afwijkende storingen) op. Hanteert verschillende soor- ten meetapparatuur. Tevens is sprake van documenteren en geven van adviezen. Schakelt regelmatig om tussen de aspecten en (ad hoc) vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.  
Zelfstandigheid De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de vastgestelde dagplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Prioriteiten worden meestal bepaald. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen. De werkaanpak is grotendeels vastgelegd in procedures en richtlijnen. Toezicht is vrij direct (dage- lijks overleg). De voorko- mende problemen zijn van vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van gestandaardiseerde metho- den. Circa één jaar werker- varing is vereist. Raadpleging van collega’s of leidinggevende kan nodig zijn (bijv. oplossen afwij- kende storingen). De contacten met, met name collega’s en soms andere afdelingen, zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk.De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de vastgestelde dagplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Prioriteiten worden soms bepaald. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen. De werkaanpak is grotendeels vastgelegd in procedures en richtlijnen. Bij het oplossen van storingen is enige inventiviteit vereist. Toezicht is vrij indirect (wekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werkmethoden. Enkele jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk.De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de aangegeven projectplanning, vaste overlegmomenten en ad hoc vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak is voor een deel vastgelegd in procedures en richtlijnen. Enige inventiviteit en initiatief zijn vereist (bijv. oplossen praktische problemen, storingen). Toezicht is indirect (twee- wekelijks overleg). De voor- komende problemen zijn van gespecialiseerde vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werkme- thoden. Enkele jaren werk- ervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op probleemoplos- sing, afstemming, informa- tieoverdracht en de voort- gang en kwaliteit van het eigen werk en dat van anderen. Geeft functioneel leiding aan enkele (project) medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot eventuele materiële en financiële schade, stagnatie in het productieproces van de klantorganisatie en aan- tasting van het bedrijfsimago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een groot deel op het volgen van procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een deel op zelf- controle. De contacten met medewer- kers van de klantorganisatie en leveranciers zijn gericht op informatieoverdracht, afstemming en probleemoplossing. Servicebereidheid is van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van de specifieke technische gege- vens. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot materiële en financiële schade, stagnatie in het productieproces van de klantorganisatie, verkeerde beslissingen door de op- drachtgever en aantasting van het bedrijfsimago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van procedu- res en richtlijnen, controle door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met de klant- organisatie (medewerkers, opdrachtgever) en leveran- ciers zijn gericht op infor- matie-overdracht, afstem- ming, probleemoplossing en doen van verbetervoorstel- len. Servicebereidheid is van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van de specifieke technische gege- vens. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in het project, materiële en financiële schade, stagnatie in het productieproces van de klantorganisatie, verkeerde beslissingen door de op- drachtgever en aantasting van het bedrijfsimago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van proce- dures en richtlijnen, con- trole door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met de klant- organisatie (medewerkers, opdrachtgever) en leveran- ciers zijn gericht op infor- matie-overdracht, afstem- ming, probleemoplossing en geven van adviezen. Over- tuigingskracht en service- bereidheid zijn van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van de specifieke technische gege- vens.  
Fysieke Aspecten Werkt binnen en buiten. Veel lopen en staan, af en toe tillen en duwen. Soms in ongemakkelijke houding. Af en toe zitten (ook achter beeldscherm). Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. Werkt binnen en buiten. Afwisselend lopen, staan, af en toe tillen en duwen. Soms in ongemakkelijke houding. Regelmatig zitten (ook achter beeldscherm). Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. Werkt binnen en buiten. Afwisselend lopen, staan, af en toe tillen en duwen. Soms in ongemakkelijke houding. Regelmatig zitten (ook achter beeldscherm). Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 57A BETREFT: ACTIEVE ICT-INFRASTRUCTUUR/ WERKPLEKAUTOM. ADVIES/ONTWERP

Functiegroepen Functiegroep 9 Functiegroep 10 Functiegroep 11 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het (detail)ontwerpen van en adviseren over netwerkinfrastructuren of werkplek- automatisering voor nieuwe alsmede voor bestaande ICT infrastructuren. Er is sprake van een veelheid aan globaal aangegeven functionele klant- en gebruikerswensen, technische eisen en voor- schriften. Analyse van wensen en (detail)ontwerp wisselen elkaar af. Tevens komen diverse administratieve aspecten voor (bijv. maken calculaties, opstellen materiaalspecificaties en handleidingen). Schakelt regelmatig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO, aange- vuld met functiegerichte cursussen (o.a. adviesvaar- digheden) en kennis van toe te passen De functie is gericht op het (detail)ontwerpen van en adviseren over netwerkinfrastructuren of werkplekautomatisering voor nieuwe alsmede voor bestaande ICT infrastructuren. Er is ook sprake van commerciële aspecten (o.a. aangeven van mogelijkheden). Heeft te maken met een veelheid aan te inventariseren globale functionele klant- en gebrui- kerswensen, technische eisen en voorschriften. Analyse van wensen en (detail)ont- werp wisselen elkaar regel- matig af. Tevens komen diverse administratieve as- pecten (bijv. maken calcu- laties, opstellen materiaal- specificaties en handleidingen) voor. Schakelt regel- matig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO, aangevuld met functiege- De functie is gericht op de coördinatie van het (detail) ontwerpen van en adviseren over netwerkinfrastructuren of werkplekautomatisering voor nieuwe alsmede voor bestaande ICT infrastructuren. Er is ook sprake van commerciële aspecten (o.a. onderhandelen). Heeft te maken met een veelheid aan te inventariseren globale functionele klant- en gebruikerswensen, techni- sche eisen en voorschriften. Analyse van wensen en (detail)ontwerp wisselen elkaar regelmatig af. Tevens komen diverse administratieve aspecten (bijv. maken calculaties, opstellen mate- riaalspecificaties en hand- leidingen) voor. Schakelt regelmatig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO, aangevuld met functiege-  
 normen, procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.richte cursussen (o.a. advies- en commerciële vaardigheden) en kennis van toe te passen normen, procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.richte cursussen (o.a. advies- en commerciële vaardigheden) en kennis van toe te passen normen, procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.  
Zelfstandigheid De eigen tijdsindeling wordt deels bepaald door de (mede opgestelde) projectplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak wordt deels bepaald door de globaal aangegeven functionele klant- en gebruikerswensen, technische mogelijkheden, normen, procedures en richtlijnen. Inventiviteit en initiatief zijn vereist. Toe- zicht is indirect (tweeweke- lijks overleg). De voorko- mende problemen zijn van gespecialiseerde vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werk- methoden. Diverse jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op advisering, af- stemming en informatieoverdracht. De eigen tijdsindeling wordt deels bepaald door de (mede opgestelde) projectplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak wordt deels bepaald door te inventariseren globale functionele klant- en gebruikerswensen, technische mogelijkheden, normen, procedures en richtlijnen. Inventiviteit en initiatief zijn vereist. Toe- zicht is indirect (maandelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van com- plexe gespecialiseerde vak- technische aard en betreffen inzicht in specifieke werk- methoden en technieken. Diverse jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op advisering, af- stemming en informatieoverdracht. De eigen tijdsindeling wordt deels bepaald door de meestal zelf opgestelde pro- jectplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daar- binnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak wordt deels bepaald door te inventariseren globale func- tionele klant- en gebruikerswensen, technische moge- lijkheden, normen, proce- dures en richtlijnen. Is bij het coördineren vrij een eigen aanpak te kiezen. Inventiviteit en initiatief zijn vereist. Toezicht is indirect (maandelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van complexe gespecialiseerde vaktechnische aard en betreffen inzicht in speci- fieke werkmethoden en technieken. Vele jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op coördinatie, advisering, afstemming en informatieoverdracht. Geeft functioneel leiding aan en- kele (project-)medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot verkeerde beslissingen door de opdrachtgever, stag- natie in de projectuitvoering, financiële schade, onge- wenste toegang tot infor- matie, interne irritaties en aantasting van het bedrijfs- imago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een groot deel op zelfcontrole. De contacten met de op- drachtgever zijn gericht op advisering (o.a. concretiseren van functionele klant- en gebruikerswensen, aangeven verschillende projectalterna- tieven), afstemming en informatie-overdracht. Overtuigingskracht is van belang. Contacten met leveranciers zijn van belang voor het verkrijgen van informatie en oplossen van problemen. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klantinformatie en concurrentiegevoelige informatie.Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot verkeerde beslissingen door de opdrachtgever, stagnatie in de projectuit- voering, financiële schade, ongewenste toegang tot informatie, interne irritaties en aantasting van het be- drijfsimago. Ook kan een onjuiste vaststelling van functionele klant- en ge- bruikerswensen het gevolg zijn. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een groot deel op zelfcontrole. De contacten met de opdrachtgever zijn gericht op advisering (o.a. inven- tariseren en concretiseren van functionele klant- en gebruikerswensen, aange- ven verschillende project- alternatieven), afstemming en informatieoverdracht. Overtuigingskracht is van belang. Contacten met leveranciers zijn van belang voor het verkrijgen van informatie en oplossen van problemen. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klantinformatie en concurrentiegevoelige informatie.Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot verkeerde beslissingen door de opdrachtgever, stagnatie in het gehele te coördineren project, finan- ciële schade, ongewenste toegang tot informatie, in- terne irritaties en aantasting van het bedrijfsimago. Ook kan een onjuiste vaststelling van functionele klant- en gebruikerswensen het gevolg zijn. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een groot deel op zelfcontrole. De contacten met de op- drachtgever zijn gericht op advisering (o.a. inventariseren en concretiseren van functionele klant- en ge- bruikerswensen, aangeven verschillende projectalter- natieven), het maken van commerciële afspraken, afstemming en informatieoverdracht. Overtuigingskracht is van belang. Contacten met leveranciers zijn van belang voor het verkrijgen van informatie en oplossen van problemen. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klantinformatie en concurrentiegevoelige informatie.  
Fysieke Aspecten Werkt onder kantoorom- standigheden. Regelma- tig reizen (klant, project- lokatie). Langdurig zitten (ook achter beeldscherm), lopen en staan. Werkt onder kantoorom- standigheden. Regelmatig reizen (klant, projectloka- tie). Langdurig zitten (ook achter beeldscherm), lopen en staan. Werkt onder kantoorom- standigheden. Regelmatig reizen (klant, projectloka- tie). Langdurig zitten (ook achter beeldscherm), lopen en staan. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 57B BETREFT: ACTIEVE ICT-INFRASTRUCTUUR/ WERKPLEKAUTOM. REALISATIE

Functiegroepen Functiegroep 8 Functiegroep 9 Functiegroep 10 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het (weer) inbedrijfstellen van netwerk-infrastructuren/werkplekautomatisering. Er is sprake van een veelheid aan concrete functionele klant- en gebruikerswensen, technische eisen en locale omgevingskenmerken. Heeft te maken met hard- en soft- ware, systemen (installatie-, test-)technieken en protocollen met een beperkte variatie. Verder komen voor: het voorbereiden van de locale omgeving (o.a. maat- regelen, planning), contro- leren van aanwezigheid (en evt. bestellen) van middelen, oplossen van problemen (o.a. storingen, vragen) en rapporteren. Schakelt regel- matig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt regelmatig onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met De functie is gericht op het (weer) inbedrijfstellen van netwerkinfrastructuren/werkplekautomatisering en geven van adviezen. Er is sprake van een veelheid aan deels globale functionele klant- en gebruikerswensen, technische eisen en locale omgevingskenmerken. Heeft te maken met hard- en software, systemen, (installa- tie-, test-) technieken en protocollen met aanzienlijke variatie. Verder komen voor: het voorbereiden van de locale omgeving (o.a. maat- regelen, planning), contro- leren van aanwezigheid (en evt. bestellen) van middelen, oplossen van problemen (o.a. storingen, vragen) en rapporteren. Schakelt zeer regelmatig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt regelmatig onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO, De functie is gericht op de coördinatie van het (weer) inbedrijfstellen van net- werkinfrastructuren/werk- plekautomatisering en het geven van adviezen. Plant, controleert en rapporteert. Er is sprake van een veel- heid aan globale functio- nele klant- en gebruikerswensen, technische eisen en locale omgevingskenmerken. Heeft te maken met diverse hard- en software, systemen, (installatie-, test-)technieken en protocollen. Verder komen voor: het voorbereiden van de locale omgeving (o.a. maatregelen, planning), controleren van aanwezigheid (en evt. bestellen) van middelen, oplossen van problemen (o.a. storingen, vragen) en rapporteren. Schakelt zeer regelmatig om tussen de aspecten en ad hoc vragen. Regelmatig is accu- ratesse vereist. Werkt regel- matig onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaar  
 functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.aangevuld met functiegerichte cursussen (o.a. adviesvaardigheden) en kennis van toe te passen normen, procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.dig te zijn aan MBO/HBO, aangevuld met functiegerichte cursussen (o.a. adviesvaardigheden) en kennis van toe te passen normen, procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.  
Zelfstandigheid De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de (mede opgestelde) projectplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak wordt bepaald door de concrete functio- nele klant- en gebruikerswensen, technische eisen, de locale omgeving, procedures en richtlijnen. Enige inventiviteit en enig initia- tief zijn vereist (o.a. inspe- len op locale omgeving, storingen). Toezicht is indirect (wekelijks overleg). De voorkomende proble- men zijn van specifieke vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werkmethoden. Enkele jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op probleemoplos- sing, afstemming, informa- tieoverdracht en de voort- gang en kwaliteit van het eigen werk. De eigen tijdsindeling wordt deels bepaald door de (mede opgestelde) projectplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak wordt bepaald door de deels globale functionele klant- en gebruikerswensen, (com- plexe) technische eisen, de locale omgeving, procedures en richtlijnen. Inventiviteit en enig initia- tief zijn vereist (o.a. inspe- len op locale omgeving, storingen). Toezicht is indi- rect (wekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van gespecialiseerde vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werkmethoden. Diverse jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op probleemoplos- sing, afstemming, informa- tieoverdracht en de voort- gang en kwaliteit van het eigen werk. De eigen tijdsindeling wordt deels bepaald door de in overleg met de opdrachtgever opgestelde projectplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbin- nen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stel- len. De werkaanpak wordt bepaald door de concrete functionele klant- en ge- bruikerswensen, (complexe) technische eisen, de locale omgeving, procedures en richtlijnen. Inventiviteit, initiatief en inzicht zijn vereist (o.a. inspelen op locale omgeving, storin- gen). Toezicht is indirect (wekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van gespecialiseerde vak- technische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werkmethoden. Diverse jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op probleemoplos- sing, afstemming, informa- tieoverdracht en de voort- gang en kwaliteit van het eigen werk en dat van anderen. Geeft functioneel leiding aan enkele (pro- ject)medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in de project- uitvoering, materiële en financiële schade, onveilige situaties, stagnatie in het productieproces van de klantorganisatie en aan- tasting van het bedrijfsimago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een deel op zelfcon- trole. De contacten met de klant- organisatie (o.a. opdrachtgever, gebruikers) en leve- ranciers zijn gericht op informatieoverdracht, afstemming en probleemoplossing. Servicebereid- heid is van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klant- en con- currentiegevoelige infor- matie en technische gege- vens.Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in de project- uitvoering, materiële en aanzienlijke financiële schade, onveilige situaties, stagnatie in het productieproces van de klantorga- nisatie en aantasting van het bedrijfsimago. Tijdige ont- dekking van fouten berust voor een deel op het volgen van procedures en richtlij- nen, controle door anderen en voor een deel op zelf- controle. De contacten met de klant- organisatie (o.a. opdrachtgever, gebruikers) en leve- ranciers zijn gericht op informatieoverdracht, afstemming, probleemoplossing en advisering. Servicebereidheid en over- tuigingskracht zijn van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klant- en con- currentiegevoelige informa- tie en technische gegevens.Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in het project, materiële en financiële schade, onveilige situaties, stagnatie in het productieproces van de klantorgani- satie en aantasting van het bedrijfsimago. Ook kunnen verkeerde beslissingen door de opdrachtgever het ge- volg zijn. Tijdige ontdek- king van fouten berust voor een deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een groot deel op zelfcontrole. De contacten met de klant- organisatie (o.a. opdrachtgever, gebruikers) en leve- ranciers zijn gericht op informatieoverdracht, af- stemming, probleemoplos- sing en advisering. Service- bereidheid en overtuigingskracht zijn van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke klant- en con- currentiegevoelige infor- matie en technische gegevens.  
Fysieke Aspecten Werkt met name onder kantooromstandigheden. Regelmatig reizen (klant, projectlokatie). Langdurig zitten (ook achter beeld- scherm), lopen en staan. Af en toe tillen en duwen. Soms in ongemakkelijke houding. Kans op letsel is aanwezig. Moet veiligheidsmaatregelen in acht nemen. Werkt met name onder kantooromstandigheden. Regelmatig reizen (klant, projectlokatie). Langdurig zitten (ook achter beeld- scherm), lopen en staan. Af en toe tillen en duwen. Soms in ongemakkelijke houding. Kans op letsel is aanwezig. Moet veiligheidsmaatregelen in acht nemen. Werkt met name onder kantooromstandigheden. Regelmatig reizen (klant, projectlokatie). Langdurig zitten (ook achter beeld- scherm), lopen en staan. Af en toe tillen en duwen. Soms in ongemakkelijke houding. Kans op letsel is aanwezig. Moet veiligheidsmaatregelen in acht nemen. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 57C BETREFT: ACTIEVE ICT-INFRASTRUCTUUR/ WERKPLEKAUTOMATISERING BEHEER & ONDERHOUD

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op het technisch beheer en onder- houd van netwerkinfrastruc- turen of werkplekautomati- sering. Er is sprake van monitoren van performance, oplossen van (meer stan- daard) problemen en (her) installeren (o.a. instellen configuratie, beveiliging) en testen van hard- en soft- ware. Tevens is sprake van rapporteren. Werkt met verschillende apparatuur en systemen. Heeft te maken met diverse gebruikerswen- sen. Schakelt zeer regelma- tig om tussen de aspecten en (ad hoc) vragen. Regel- matig is accuratesse vereist. Werkt regelmatig onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.De functie is gericht op het technisch beheer en onder- houd van netwerkinfrastruc- turen of werkplekautoma- tisering en geven van gebruikersadviezen. Er is sprake van monitoren van performance, oplossen van problemen (o.a. afwijkende storingen) en (her)installe- ren (o.a. instellen configu- ratie, beveiliging) en testen van hard- en software. Te- vens is sprake van docu- menteren en rapporteren van bevindingen. Werkt met verschillende apparatuur en systemen. Heeft te maken met diverse gebruikerswen- sen. Schakelt zeer regelma- tig om tussen de aspecten en (ad hoc) vragen. Regel- matig is accuratesse vereist. Werkt regelmatig onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met functiegerichte cursussen (o.a. adviesvaardigheden) en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.De functie is gericht op de coördinatie van het tech- nisch beheer en onderhoud van netwerkinfrastructuren of werkplek-automatisering en het geven van klant- en gebruikersadviezen. Plant, controleert en rapporteert. Er is sprake van monitoren van performance, oplossen van problemen (o.a. afwijkende storingen) en (her)installeren (o.a. instellen configuratie, beveiliging) en testen van hard- en software. Tevens is sprake van documenteren. Werkt met verschillende apparatuur en systemen. Heeft te maken met diverse klant- en gebruikerswensen. Schakelt zeer regelmatig om tussen de aspecten en (ad hoc) vragen. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt regelmatig onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met functiegerichte cursussen (o.a. adviesvaardigheden) en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.  
Zelfstandigheid De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de vastgestelde dagplanning, deadlines en vele (ad hoc) vragen. Prioriteiten worden meestal bepaald. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen. De werkaanpak is grotendeels vastgelegd in procedures en richtlijnen. Toezicht is vrij direct (dagelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werkmethoden. Enkele jaren werkervaring is vereist. De contacten met, met name collega’s en soms andere afdelingen, zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk.De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de vastgestelde dagplanning, deadlines en vele (ad hoc) vragen. Priori- teiten worden soms bepaald. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen. De werk- aanpak is grotendeels vast- gelegd in procedures en richtlijnen. Bij het oplossen van problemen (o.a. afwij- kende storingen) is enige inventiviteit vereist. Toezicht is vrij indirect (wekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van speci- fieke vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werkmethoden. Enkele jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk. De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de meestal zelf opgestelde dagplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak is deels vast- gelegd in procedures en richtlijnen. Inventiviteit en initiatief zijn vereist (bijv. oplossen praktische proble- men, storingen). Toezicht is indirect (tweewekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van gespe- cialiseerde vaktechnische aard en betreffen de over- dracht van technieken en inzicht in systemen. Diverse jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op probleemoplos- sing, afstemming, informa- tieoverdracht en de voort- gang en kwaliteit van het eigen werk en dat van anderen. Geeft functioneel leiding aan enkele (project) medewerkers.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot materiële en financiële schade, (kortdurende) stag- natie in het productieproces van de klantorganisatie, verlies van en oneigenlijke toegang tot informatie en aantasting van het bedrijfs- imago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een groot deel op het volgen van procedures en richtlij- nen, controle door anderen en voor een deel op zelf- controle. De contacten met mede- werkers van de klantorga- nisatie (o.a. gebruikers) en leveranciers zijn gericht op informatieoverdracht, afstemming en (standaard) probleemoplossing. Tact en servicebereidheid zijn van belang. Geheimhouding is van belang in verband met kennis van de specifieke technische gegevens en inzage in systemen. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot materiële en financiële schade, stagnatie in het productieproces van de klantorganisatie, verlies van en oneigenlijke toegang tot informatie en aantasting van het bedrijfsimago. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van proce- dures en richtlijnen, con- trole door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met medewer- kers van de klantorganisatie (o.a. gebruikers) en leve- ranciers zijn gericht op informatieoverdracht, afstemming, probleemoplossing en geven van gebruikersadviezen. Tact en servicebereidheid zijn van belang. Geheimhouding is van belang in verband met kennis van de specifieke technische gegevens en inzage in systemen. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in het project, materiële en financiële schade, stagnatie in het productieproces van de klantorganisatie, verlies van en oneigenlijke toegang tot informatie en aantasting van het bedrijfsimago. Tij- dige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met mede- werkers van de klantorga- nisatie (o.a. gebruikers) en leveranciers zijn gericht op informatieoverdracht, af- stemming, probleemoplos- sing en geven van klant- en gebruikersadviezen. Tact, overtuigingskracht en service-bereidheid zijn van belang. Geheimhouding is van be- lang in verband met kennis van de specifieke techni- sche gegevens en inzage in systemen.  
Fysieke Aspecten Werkt onder kantoorom- standigheden. Veel zitten (ook achter beeldscherm). Af en toe tillen en duwen. Soms in ongemakkelijke houding. Werkt onder kantoorom- standigheden. Veel zitten (ook achter beeldscherm). Af en toe tillen en duwen. Soms in ongemakkelijke houding. Werkt onder kantoorom- standigheden. Veel zitten (overleg, beeldscherm). Af en toe tillen en duwen. Soms in ongemakkelijke houding. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 58 BETREFT: VEILIGHEIDSINSPECTIE

Functiegroepen Functiegroep 7 Functiegroep 8 Functiegroep 9 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op de visuele en fysieke inspectie van een diversiteit aan elektrotechnische installa- ties en arbeidsmiddelen. Tevens is sprake van rap- portage van bevindingen. Hanteert verschillende soorten inspectietechnieken. Schakelt nu en dan tot vrij regelmatig om tussen de aspecten en vragen van medewerkers van de klant- organisatie. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met kennis van toe te passen normen, procedures en richtlijnen. Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist. De functie is gericht op de visuele en fysieke inspectie van een diversiteit aan elektrotechnische instal- laties en arbeidsmiddelen. Tevens is sprake van rap- portage van bevindingen en opstellen van calculaties. Hanteert verschillende soorten inspectietechnieken. Schakelt vrij regelmatig om tussen de aspecten en vra- gen van medewerkers van de klantorganisatie. Regel- matig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijd- dwang. De kennis dient naar in- houd en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met kennis van toe te passen normen, procedures en richtlijnen en het calculatie- systeem. Bijhouden van ontwikkelingen op het vak- gebied is vereist. De functie is gericht op de visuele en fysieke inspectie van een diversiteit aan elektrotechnische installa- ties en arbeidsmiddelen en beoordeling van de klant- organisatie in deze. Tevens is sprake van rapportage van bevindingen, opstellen van calculaties, geven van cur- sussen en het adviseren van de opdrachtgever. Hanteert verschillende soorten inspec- tietechnieken. Schakelt vrij regelmatig om tussen de aspecten en vragen van medewerkers van de klant- organisatie. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO, aan- gevuld met kennis van toe te passen normen, richtlijnen en procedures, het calcu- latiesysteem en functiegerichte cursussen (o.a. didactische en adviesvaar- digheden). Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.  
Zelfstandigheid De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de aangegeven dagplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbin- nen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak is grotendeels vastgelegd in normen, procedures en richtlijnen. Toezicht is tamelijk indirect (dagelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van vak- technische aard en betreffen de uitvoering van gestan- daardiseerde methoden. Circa één jaar werkervaring is vereist. Raadpleging van collega’s of leidinggevende kan nodig zijn (bijv. inter- pretatie van specifieke normen). De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk. De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de meestal zelf opgestelde dagplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak is grotendeels vastgelegd in normen, procedures en richtlijnen. Voor het inschatten van calculaties is inzicht vereist. Toezicht is indirect. De voorkomende problemen zijn van specifieke vaktechnische aard en betreffen de uitvoe- ring van en inzicht in gestandaardiseerde werkme- thoden. Enkele jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk. De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de meestal zelf opgestelde dagplanning, deadlines en (ad hoc) vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak bij inspecties is grotendeels vastgelegd in normen, procedures en richtlijnen. Is bij het geven van cursussen en adviezen vrij een eigen aanpak te kiezen. Inzicht is van belang. Toezicht is indirect. De voorkomende problemen zijn van gespecialiseerde vaktechnische aard en betreffen overdracht van specifieke inspectietech- nieken en inzicht in de werking van inspectiesyste- men enprocessen. Diverse jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot onveilige situaties, finan- ciële schade (o.a. schadeclaims) en aantasting van het bedrijfsimago. Tijdige ont- dekking van fouten berust voor een groot deel op het volgen van normen, proce- dures en richtlijnen, controle door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met medewer- kers van de klant zijn gericht op het verkrijgen van informatie, beantwoorden van vragen en het aangeven van bevindingen. Tact is van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van de specifieke veiligheidssituatie binnen een bedrijf. Morele integriteit is van belang bij het (onafhankelijk) beoor- delen van de veiligheid van elektrotechnische installaties en arbeidsmiddelen. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot onveilige situaties, finan- ciële schade (o.a. schadeclaims, verkeerd gecalculeerde kosten) en aantasting van het bedrijfsimago. Tij- dige ontdekking van fouten berust voor een groot deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met medewer- kers van de klant zijn gericht op het verkrijgen van informatie, beantwoorden van vragen en acceptatie van bevindingen. Tact en overtuigingskracht zijn van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van de specifieke veiligheidssituatie binnen een bedrijf. Morele integriteit is van belang bij het (onafhankelijk) beoor- delen van de veiligheid van elektrotechnische installaties en arbeidsmiddelen. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot onveilige situaties, finan- ciële schade (o.a. schadeclaims, verkeerd gecalculeerde kosten) en aantasting van het bedrijfsimago. Ook kunnen verkeerde beslissin- gen door de opdrachtgever inzake de uitvoering van het veiligheidsbeleid het gevolg zijn. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen en voor een deel op zelfcontrole. De contacten met de klant- organisatie (opdrachtgever, medewerkers) zijn gericht op het verkrijgen van infor- matie, beantwoorden van vragen en acceptatie van bevindingen en adviezen. Tact en overtuigingskracht zijn van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van de specifieke veiligheidssituatie binnen een bedrijf en het veiligheidsbeleid. Morele integriteit is van belang bij het (onafhankelijk) beoor- delen van de veiligheid van elektrotechnische installaties, arbeidsmiddelen en de klant- organisatie.  
Fysieke Aspecten Werkt binnen diverse bedrijfsruimten en buiten. Af en toe op hoogte werken. Afwisselend lopen, staan, knielen, bukken, klimmen, liggen, tillen e.d. Af en toe zitten (ook achter beeld- scherm). Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. Werkt binnen diverse bedrijfsruimten en buiten. Af en toe op hoogte werken. Afwisselend lopen, staan, knielen, bukken, klimmen, liggen, tillen e.d. Af en toe zitten (ook achter beeld- scherm). Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. Werkt binnen diverse bedrijfsruimten en buiten. Af en toe op hoogte werken. Afwisselend lopen, staan, zitten (ook achter beeld- scherm), knielen, bukken, klimmen, liggen, tillen e.d. Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. 

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 58 BETREFT: VEILIGHEIDSINSPECTIE

Functiegroepen Functiegroep 10   
Karakteristieken     
ComplexiteitDe functie is gericht op de coördinatie van visuele en fysieke inspectie van een diversiteit aan elektrotechnische installaties en arbeids- middelen en beoordeling van de klantorganisatie in deze. Tevens is sprake van rappor- tage van bevindingen, opstellen van calculaties, geven van cursussen en het (beleidsmatig) adviseren van de opdrachtgever. Hanteert verschillende soorten inspec- tietechnieken. Schakelt regelmatig om tussen de aspecten en vragen van medewerkers van de klant- organisatie. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO/HBO, aange- vuld met kennis van toe te passen normen, procedures en richtlijnen, het calcula- tiesysteem en functiegrichte cursussen (o.a. didactische en adviesvaardigheden). Bijhouden van ontwikkelingen op het vakgebied is vereist.    
Zelfstandigheid De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de zelfopge- stelde dagplanning, deadlines en (ad hoc) vra- gen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak bij inspecties is grotendeels vastgelegd in normen, procedures en richtlijnen. Is bij het geven van cursussen en (beleids)- adviezen en het coördineren vrij een eigen aanpak te kiezen. Inzicht en initiatief zijn van belang. Toezicht is indirect. De voorkomende problemen zijn van com- plexe gespecialiseerde vak- technische aard en betreffen de overdracht van speci- fieke inspectietechnieken en inzicht in het beheren en besturen van inspectiesyste- men en -processen. Vele jaren werkervaring is ver- eist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk. Geeft func- tioneel leiding aan enkele uitvoerende Inspecteurs.    
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot onveilige situaties, finan- ciële schade (o.a. schadeclaims, verkeerd gecalcu- leerde kosten), stagnatie in de gehele te coördineren inspectie en aantasting van het bedrijfsimago. Ook kunnen verkeerde beslis- singen door de opdrachtgever inzake de ontwikkeling en uitvoering van het vei- ligheidsbeleid het gevolg zijn. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van normen, procedures en richtlijnen en voor een deel op zelfcon- trole. De contacten met de klant- organisatie (opdrachtgever, medewerkers) zijn gericht op het verkrijgen van informa- tie, beantwoorden van vragen en acceptatie van bevindingen en (beleids-) adviezen. Tact en overtui- gingskracht zijn van belang. Discretie is van belang in verband met kennis van de specifieke veiligheidssituatie binnen een bedrijf en het veiligheidsbeleid.    
 Morele integriteit is van belang bij het (onafhankelijk) beoordelen van de veiligheid van elektrotechnische installaties, arbeids- middelen en de klantorganisatie.   
     
Fysieke Aspecten Werkt binnen diverse bedrijfsruimten en buiten. Af en toe op hoogte werken. Afwisselend lopen, staan, zitten (ook achter beeld- scherm), knielen, bukken, klimmen, liggen, tillen e.d. Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen.   

FUNCTIEFAMILIE NUMMER: 59 BETREFT: INTERNE TECHNISCHE DIENST

Functiegroepen Functiegroep 6 Functiegroep 7 Functiegroep 8 
Karakteristieken    
Complexiteit De functie is gericht op reparatie, onderhoud en vervanging van een ver- scheidenheid aan appa- ratuur en onderdelen van machines. Tevens is sprake van het oplossen van sto- ringen en rapportage van bevindingen. Past diverse technieken toe. Schakelt regelmatig om tussen de aspecten. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan VMBO/MBO, aan- gevuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen. De functie is gericht op reparatie, onderhoud en vervanging (incl. eventueel omstellen) van een ver- scheidenheid aan appara- tuur en onderdelen van machines. Tevens is sprake van het oplossen van sto- ringen en rapportage van bevindingen. Past diverse technieken toe. Draagt zorg voor het beheer van tech- nische middelen. Schakelt regelmatig om tussen de aspecten. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met functiegerichte cursussen en kennis van toe te passen procedures en richtlijnen. De functie is gericht op coördinatie van reparatie, onderhoud en vervanging (incl. omstellen) van een verscheidenheid aan appa- ratuur en onderdelen van machines. Tevens is sprake van het (laten) oplossen van storingen, omstellen van machines en rapportage van bevindingen. Past diverse technieken toe. Draagt zorg voor het beheer van produc- tiemiddelen. Inventariseert mogelijkheden en voorwaar- den voor verbetering van genoemde middelen. Scha- kelt regelmatig om tussen de aspecten. Regelmatig is accuratesse vereist. Werkt af en toe onder tijddwang. De kennis dient naar inhoud en niveau gelijkwaardig te zijn aan MBO (niveau 4), aangevuld met functiegerichte cursussen, een bedrijfseconomische oriën- tatie en kennis van toe te passen richtlijnen en proce- dures. Bijhouden van ont- wikkelingen op het vakgebied is vereist.  
Zelfstandigheid De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de aangegeven dagplanning, normtijden en deadlines. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak is grotendeels vastgelegd in procedures en richtlijnen. Toezicht is direct (dagelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van gestandaardiseerde metho- den. Circa één jaar werk- ervaring is vereist. Raadpleging van collega’s of leidinggevende kan nodig zijn (bijv. oplossing com- plexe storingen). De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk. De eigen tijdsindeling wordt bepaald door de aangegeven weekplanning, normtijden en deadlines. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en prioriteiten te stellen. De werkaanpak is voor een deel vastgelegd in procedures en richtlijnen. Enige inventiviteit is vereist (bijv. oplossen complexe storingen). Toe- zicht is indirect (wekelijks overleg). De voorkomende problemen zijn van speci- fieke vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in gestandaardiseerde werkmethoden. Enkele jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk.De eigen tijdsindeling wordt bepaald door globale (onderhouds)planningen, deadlines en ad hoc vragen. Is daarbinnen vrij de eigen tijd in te delen en priori- teiten te stellen. De werk- aanpak is voor een deel vastgelegd in procedures en richtlijnen. Enige inventivi- teit en initiatief is vereist (bijv. doen van voorstellen). Toezicht is indirect (weke- lijks overleg). De voorko- mende problemen zijn van gespecialiseerde vaktechnische aard en betreffen de uitvoering van en inzicht in de werking van technische systemen en processen. Diverse jaren werkervaring is vereist. De contacten met collega’s en andere afdelingen zijn gericht op advisering, afstemming, informatieoverdracht en de voortgang en kwaliteit van het eigen werk.  
Afbreukrisico Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot eventuele stagnatie in het productieproces, materiële schade, onveilige situaties en interne irritaties. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van procedures en richtlij- nen, controle door anderen en voor een deel op zelf- controle. De onregelmatige contacten met leveranciers zijn ge- richt op het bestellen van technische middelen (bijv. onderdelen) en het verkrij- gen van (technische) informatie. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in het produc- tieproces, materiële en finan- ciële schade, onveilige situaties en interne en externe irritaties. Tijdige ontdekking van fouten berust voor een deel op het volgen van procedures en richtlij- nen, controle door anderen en voor een deel op zelf- controle. De onregelmatige contacten met (potentiële) leveranciers zijn gericht op het bestellen van technische middelen (bijv. onderdelen), het ver- krijgen van (technische, commerciële) informatie en oplossen van problemen (bijv. storingen). Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke productie- en gebouwgegevens. Fouten of onachtzaamheden in het werk kunnen leiden tot stagnatie in het produc- tieproces, materiële en financiële schade, onveilige situaties en interne en externe irritaties. Ook kun- nen verkeerde beslissingen door het management het gevolg zijn. Tijdige ontdek- king van fouten berust voor een deel op het volgen van procedures en richtlijnen, controle door anderen en voor een deel op zelfcontrole. De onregelmatige contacten met (potentiële) leveranciers zijn gericht op het bestellen van technische middelen (bijv. onderdelen), het onder- zoeken van (technische, commerciële) informatie, het inhuren van technisch perso- neel en het oplossen van problemen (bijv. storingen). Discretie is van belang in verband met kennis van specifieke productiegegevens en managementinformatie.  
Fysieke Aspecten Werkt binnen productieruimten. Afwisselend lopen, staan, knielen, bukken, klimmen, liggen, tillen e.d. Af en toe gewrongen houding. Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. Werkt binnen productie- en kantoorruimten en af en toe buiten. Afwisselend lopen, staan, zitten (ook achter beeldscherm), knielen, bukken, klimmen, liggen, tillen e.d. Af en toe gewrongen houding. Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. Werkt met name binnen kantoorruimten, maar ook in productieruimten en af en toe buiten. Afwisselend lopen, staan, zitten (ook achter beeldscherm), knielen, bukken, klimmen, liggen, tillen e.d. Af en toe gewrongen houding. Kans op letsel is aanwezig. Moet af en toe beschermende middelen dragen. 

6.4. INDEX FUNCTIES (PER BRANCHE)

Totaaloverzicht

Hoofdstuk Inhoud
0 Algemeen
1Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf
2Carrosseriebedrijf
3 Loodgieters-, Fitters-, Centrale Verwarmingsbedrijf en Koeltechnische Installatiebedrijf
4Elektrotechnisch Bedrijf
5 Isolatiebedrijf
6Metaalbewerkingsbedrijf
7 Goud en Zilverbedrijf

0. ALGEMEEN

FunctienaamFunctiefamilie(s) Pagina
Administratieve Hulp 2 29
Administratief Medewerker2 29
Arbo Functionaris 46 117
Balie Medewerker4B/4C 37/38
Bedrijfsleider 12 56
Begrotingscalculator 5 39
Beheerder Telecommunicatie-netwerk 3 32
Besteller/Administratief Medewerker 1 27
Boekhouder 2 29
Boekhoudkundig Medewerker 2 29
Chauffeur 14A 60
Chef Bedrijfsbureau 5 39
Chef Magazijn + Expeditie 11 53
Chef Personeelszaken 9 48
Coördinator Logistiek11 53
Datatypiste 4A 34
Directie Secretaresse (internationaal) 4A 34
Emballeur 31 94
Facturist 2 29
Groepsleider Expeditie 11 53
Hoofd Administratie 2 29
Hoofd Automatisering 332
Hoofd Boekhouding 2 29
Hoofd Interne Dienst10 50
Hoofd Interne Service Dienst 10 50
Hulp Magazijn/Expeditie 11 53
Inkoopmedewerker 1 27
Inkoper 1 27
Inpakker 31 94
Kraandrijver/-machinist (mobiele kraan) 14B 62
Kraanmachinist portaalkraan 11 53
Kwaliteitsfunctionaris projecten 46 117
Loonadministrateur 2 29
Magazijn-/Expeditiemedewerker11 53
Magazijnmeester 11 53
Manager Fysieke Distributie 11 53
Medewerker Commerciële Binnendienst1 27
Medewerker Facilitaire Dienst 10 50
Medewerker Facturering 2 29
Medewerker Interne Dienst10 50
Medewerker Huishoudelijke Dienst 10 50
Meewerkend Voorman (Interne) TechnischeDienst 59 142
Monteur (Interne) Technische Dienst 59 142
Medewerker Personeelszaken 9 48
Medewerker Voorraad/Retouren 1 27
Operator Systeem 3 32
Opleidingscoördinator 45 115
Praktijkopleider (A,B,C)45 115
Productie Controleur 8 45
Productiemedewerker 31 94
Programmeur 3 32
Receptioniste 4B 37
Secretaresse 4A 34
Secretariële Hulp 4A 34
Staffunctionaris KAM 46117
Steno-typiste 4A 34
Systeemanalist 3 32
Systeemonderhoud Functionaris 3 32
Systeembeheerder3 32
Tekstverwerking 4A 34
Telefoniste/Receptioniste 4B 37
Transporteur 1153
Typiste 4A 34
Trainingsinstructeur 45115
Verkoop Binnendienst medewerker 1 27
Verkoopleider 1 27
VGM Coördinator 46 117
Vorkheftruckrijder 11 53
Werkvoorbereider 5 39
Werkvoorbereider/Planner/Programmeur 5 39

1. MOTORVOERTUIGENBEDRIJF EN TWEEWIELERBEDRIJF

FunctienaamFunctiefamilie(s) Pagina
Afleveringsmonteur 16A/16B/16C 65/67/69
Afleveringsmedewerker 16A/16B/16C 65/67/69
Appendage Reviseur Motorenrevisie 25 84
Assemblage Controleur 845
Assemblage Monteur 25 84
Auto Electricien 3397
Autotechnicus Personenwagens 16B/16C 67/69
Bandenspecialist 16 65
Bankwerker/Lasser Bedrijfsautomobielen 22A 79
Bedrijfsautotechnicus 16C69
Bedrijfsvoerder Tankstation 15 63
Brandstofpompen Specialist 16A/16B/16C 65/67/69
Bromfietstechnicus/-monteur 16A 65
Chauffeur Takel-/Kraanwagen 14A 60
Chef Werkplaats Motorvoertuigen12 56
Cilinderkop Reviseur 25 84
Diagnosetechnicus/-monteur 16B/16C 67/69
Draaier Motorenrevisie 20 75
Expeditiemedewerker Motorenrevisie11 53
Fietstechnicus/-monteur 16A 65
Hulpmonteur/Assistent Autotechnicus 16B 67
Krukas Slijper 20 75
Lijnboorder 20 75
Motordemonteur39 108
Motorfietstechnicus 16A 65
Pompbediende15 63
Receptionist/Planner 4C 38
Revisietechnicus Motoren 25 84
Service Technicus Motoren 25 84
Spuiter Beschermingsmiddelen 19 73
Technicus alle voertuigen 16A/16B/16C 65/67/69
Technisch Bedrijfsleider 12 56
Technisch Receptionist4C 38
Trailermonteur 16C 69
Verkoper Tankstations 15 63
Vlakslijper Motorenrevisie 2075

2. CARROSSERIEBEDRIJF

FunctienaamFunctiefamilie(s) Pagina
Adaptatietechnicus 49 121
Autobekleder 18 72
Autoschadehersteller 17 71
Autospuiter 19 73
Carrosserie Bouwer 22A 79
Carrosserie Bouwer Ombouwen42 111
Carrosserie Bouwer Kunststof 43 112
Carrosserie Electricien 33 97
Chef Schade Carrosserie12 56
Chef Werkplaats Motorvoertuigen 12 56
Controleur Carrosseriebouw 8 45
Decorateur 1973
Eindcontroleur Carrosseriebouw 8 45
Hoofd Adaptatie Technicus 49 121
Hulp Stoffeerder/Autobekleder18 72
Laadsystemen Specialist 25 84
Lasser Carrosseriebouw 22A 79
Meubelmonteur Carrosseriebouw 2584
Modelmaker Carrosseriebouw 28 89
Monteur Exterieur Carrosseriebouw 25 84
Monteur Carrosseriebouw Kunststof 43 112
Plaatwerker Carrosseriebouw 22A 79
Receptionist Carrosseriebouw 4C 38
Schade-expert Carrosseriebouw 5 39
Schuurder/Plamuurder 19 73
Servicemonteur Carrosseriebouw 38 106
Stoffeerder18 72
Voorbewerker Spuiten 19 73
Voorman Carrosseriebouw 12 56
Voorman/Chef Werkplaats Carrosseriebouw 12 56

3. LOODGIETERS-, FITTERS-, CENTRALE VERWARMINGSBEDRIJF EN KOELTECHNISCHE INSTALLATIEBEDRIJF

Functienaam FunctiefamiliePagina
Assistent Uitvoerder Dak- en Wandbeplating 55131
Calculator Loodgieters- en Fittersbedrijf 5 39
Chef Monteur Koeltechniek 54 129
Chef Technicus c.v. (e.a.) 6 41
Chef Tekenaar c.v. (e.a.) 6 41
Chef Werkplaats Loodgieters- en Fittersbedrijf 12 56
Dakdekker52 125
Hulpmonteur c.v. en Install. 36 102
Meewerkend Voorman U en W 36 102
Monteur Dak- en Wandbeplating 55 131
Monteur Koeltechniek 54 129
Monteur Loodgieters- en Fittersbedrijf 36 102
Monteur Utiliteitsbouw 36 102
Monteur Woningbouw 36 102
Projectleider Install. 13 58
Servicemonteur Install.36 102
Servicemonteur Koeltechniek 54 129
Servicemonteur Loodgieters- en Fittersbedrijf 36 102
Service Technicus Hoog Vacuüm 36 102
Technicus Install. 6 41
Tekenaar Install. 6 41
Tekenaar Loodgieters- en Fittersbedrijf 6 41
Voorman Dak- en Wandbeplating 55 131

4. ELEKTROTECHNISCH BEDRIJF

FunctienaamFunctiefamilie(s) Pagina
Aardingsmonteur 35 100
Bedradingsmonteur (enkel-/seriefabricage) 26 86
Begrotingscalculator 539
Chauffeur Hoogwerker 34 99
Chauffeur Kraanw. Nettenbouw 34 99
Chef Tekenkamer 6 41
Datacommunicatie Installatietechnicus 33 97
Elektromachine Monteur 25 84
Elektromonteur 35100
Engineer Actieve ICT-infrastructuur 57A 137
Engineer/Consultant Actieve ICT- infrastruct. 57A 137
Engineer/Consultant Passieve ICT-Infrastruct. 56A 133
Engineer/Consultant Werkplekautomatisering 57A 137
Engineer Passieve ICT-infrastructuur 56A 133
Engineer Werkplekautomatisering 57A 137
Groepsleider Tekenkamer6 41
Hoofd Begrotingscalculatie 5 39
Hoofd Uitvoering/Projectleider 13 58
ICT-Netwerkbeheerder 57C139
Inbedrijfsteller 32/33 95
Inbedrijfsteller Beveiligingsinstallatie 53 127
Instrumentatie Monteur32/33 95
Instrumentatie Technicus 32/33 95
Kabelmonteur 34 99
Kabelwerker/Grondwerker 3499
Leidinggevend Monteur Passieve ICT-infrastr. 56B 134
Leidinggevend Monteur Verkeersregelingsinst. 34 99
Mechanisch Monteur E. 34 99
Meet- en Regeltechnicus32 95
Montageleider 13 58
Montageleider (intern) 12 56
Montagetechnicus Beveiliging 53 127
Monteur Beheer & Onderhoud Passieve ICT-infrastructuur 56C136
Monteur Beveiliging 53 127
Monteur Computerbekabeling 26 86
Monteur Elektro + Instrumentatie32/33 95/97
Monteur Meet- en Regeltechniek 32 95
Monteur Passieve ICT-infrastructuur 56B 134
PLG-Engineer/MP-Engineer 7 43
Proefstand Monteur (wikkelen) 27 88
Programmeur Besturing 7 43
Servicecoördinator Beveiligingsinstallatie 53 127
Servicemonteur Elektro 34 99
Servicemonteur Radio Televisie Video 33 97
Service Technicus Beveiliging 53127
Systeemontwerper PLC/MP-besturing 7 43
Technicus Netwerkinfrastructuur 57B 138
Technicus Werkplekautomatisering 57B 138
Tekenaar 6 41
Uitvoerder/Chef Montage 13 58
Uitvoerder/Chef Montage (intern) 12 56
(Veiligheids)inspecteur A 58 140
(Veiligheids)inspecteur B 58 140
Wikkelaar 2788

5. ISOLATIEBEDRIJF

FunctienaamFunctiefamilie(s) Pagina
Chef Werkplaats Plaatmakerij 12 56
Isolatiemonteur 37A104
Isolatieplaatwerker 22A 79
Isoleerder Plaatwerker 37A 79
Meewerkend Voorman 37A 104
Montage Inspecteur 13 58
Opmeter isolatie/Werkvoorbereider 5 39
Projectleider/Vestigingsleider 13 58
Steigerbouwer37A 104
Uitvoerder 37A 104

6. METAALBEWERKINGSBEDRIJF

Functienaam FunctiefamiliePagina
Aanbouwer Staalconstructies 22A/37A 79/104
Afwerker Modellen 19 73
Allround Buitenmonteur Mach.(internationaal) 38 106
Allround Lasser 22B/37B81/105
Anodiseur 50 123
Applicatie Softwarespecialist 7 43
Assistent Bedrijfsleider 1256
Automatendraaier 31 94
Automatendraaier/Insteller 20 75
Bankwerker 22A79
Bediener CNC-bewerkingseenheid 21 77
Boorder20 75
Bramer 41 110
Carrousseldraaier 2075
Chef Tekenkamer 6 41
Chef Werkplaats 1256
CNC-Boorder 21 77
CNC-draadvonkverspaner 2177
CNC-draaier 21 77
CNC-Frezer/Steller 2182
CNC Kotteraar 21 77
CNC-Zinkvonkverspaner 2177
Constructeur 6 41
Constructie-bankwerker 22A79
Constructiewerker/Lasser 22A 79
Constructiewerker/Monteur 22A 79
Coördinatenboorder20 75
Coquillegieter 41 110
Datacommunicatie Installatie Technicus 33 97
Demonteur Motoren 39108
Design Technicus Elektronica 7 43
Documentalist Elektronica 7 43
Draaier 20 75
Eerste Lasser22B/37B 81/105
Elektricien 35 100
Fijnplaatwerker CNC (incl. progr.) 21 77
Fotolasser22B/37B 81/105
Frezer 20 75
Gereedschapmaker 23 82
Gieter/Smelter 41 110
Gieterij-medewerker/Uitbreker41 110
Gieterij technicus 8 45
Handgraveur24 83
Handvormer 41 110
Hoofd Kwaliteitscontrole (Elektronica) 8 45
Inkoper Elektronica1 27
Instrumentfitter 25/36/38 84/102/106
Instrumentmaker 23 82
Kanter CNC 21/22A 77/79
Kanter/Zetter 22A 79
Kernmaker 41 110
Kotteraar 20 75
Kwaliteitscontroleur Productie 845
Lakkerij – Medewerker 31 94
Lasser 22A/22B/37A/37B79/81/104/105
Lastechnicus 22B/37B 81/105
Lastechnisch Kwaliteitscontroleur 8 45
Lay-out Ontwerper Elektronica 7 43
Machinaal Vormer 41 110
Machine – Bankwerker 22A 79
Machine – Houtbewerker42 111
Machine – Graveur 24 83
Machinesteller/Spuitgieter 29 91
Markiezen-/Zonneschermmaker 48A 119
Matrijzenmaker23 82
Medewerker Interieurbetimmering 42 111
Medewerker Polyester be- en verwerking 43 112
Medewerker Chemische Oppervlaktebehandeling 50 123
Meewerkend Voorman (interne) Technische Dienst 59 142
Meewerkend Voorman Montage 25 84
Meubelmaker 22A/2879/89
Modelmaker 28 89
Montage Assistent Elektronica 31 94
Monteur Apparaten (nieuwbouw) 2584
Monteur/Bankwerker 22A/37A 79/104
Monteur Elektronica 26 86
Monteur Elektronica Buitendienst 3397
Monteur (interne) Technische Dienst 59 142
Monteur Motoren 38 106
Monteur/Tester/Afsteller Mechatronica 25 84
Monteur Zonwering 48B 120
Onderhoudsmonteur 36/37A/38 102/104/ 106   
Ontwikkelaar Hardware Elektronica 7 43
Orthopedisch Instrumentmaker 44114
Pijpenbewerker 22A/37A 79/104
Pijpenlegger22A/37A 79/104
Pijpenmonteur 22A/37A 79/104
Pijpfitter 22A/37A 79/104
Plaatwerker 22A 79
Polijster (Matrijzen) 23 82
Ponser CNC 21 77
Procesbewaker Galvano 8 45
Procesbewaking Assistent8/29 45/91
Procesoperator 29 91
Productiemedewerker 31 94
Progammeur/Bediener CNC-Bewerk.-eenheid 21 77
Programmeur 7 43
Programmeur CNC-Bewerkingseenheid 5 39
Puntlasser31 94
Quality Assurance Engineer 8 45
Revolverdraaier 31 94
Rolnaadlasser 31 94
Samensteller Staalconstructies 22A/37A 79/104
Scheepsbouwer 22A/37A 79/104
Scheepsconstructiewerker22A/37A 79/104
Scheepstimmerman 42 111
Schilder19 73
Servicemonteur Apparaten 38 106
Slijper20 75
Slijper CNC 21 77
Slijper/Polijster31 94
Sloper 39 108
Stamper/Steller 2177
Steller/Bediener CNC-bewerkingseenheid 21 77
Steller/Bediener Lasersnijmachine 21 77
Steller/Bediener Ponsnibbelmachine 21 77
Stempelmaker23 82
Storingsmonteur 36/38 102/106
Straler/Spuiter/Conserveerder 19 73
Systeemontwikkelaar Software 7 43
Tekenaar 6 41
Tekenaar/Constructeur 6 41
Timmerman 42 111
Tractor Monteur/Mecanicien 38 106
Universeeldraaier20 75
Verkoopleider Elektronica 1 27
Verkoper Binnendienst 1 27
Vlakgraveur 31 94
Werkvoorbereider Elektronica 5 39
IJzerwerker22A/37A 79/104
Zeefdrukker 51 124

7. GOUD EN ZILVERBEDRIJF

Functienaam FunctiefamiliePagina
Baliemedewerker 1/4B 27/37
Emailleur 3092
Essaaieur 40 109
Forceur 30 92
Galvaniseur 30 92
Goudsmid 30 92
Handgraveur 30 92
Insteller/Stamper 20 75
Juwelenzetter 30 92
Knipper/Walser/Smelter/Gieter/Perser 31 94
Machinegraveur 24 83
Monteur Goud/Zilver 20/3075/92
Oppervlakte – veredelaar 20/30 75/92
Patineur 30 92
Poliseur/Slijper 20/30 75/92
Reparateur 30 92
Smelter/Gieter/Vormer/Kernmaker28/41 89/110
Stempelmaker 23 82
Stenenzetter30 92
Technicus Keurstempels 31/40 94/109
Zilvermonteur 30 92
Zilversmid 3092
stcrt-2006-74-CAO2824-3.gif

Dictum II

De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard tot en met 31 januari 2008.

Dictum III

Voorzover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.

Dictum IV

Dit besluit is krachtens een afzonderlijke beschikking conform de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op de leden van de Verenigde Signbedrijven Nederland (VSBN) die op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit direct gebonden zijn aan de eigen rechtsgeldige Sign-CAO.

Dictum V

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 februari 2008.

Dictum VI

Dit besluit zal in een bijvoegsel bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

's-Gravenhage, 11 april 2006

De Minister van sociale Zaken en Werkgelegenheid

Names deze,

De directeur Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving,

Mr. M. H. M. van der Goes.

Naar boven