Wijziging Nadere Regeling financiële dienstverlening

Besluit van 24 februari 2006, houdende wijziging van de Nadere Regeling van de Autoriteit Financiële Markten van 7 februari 2006, houdende regels voor de informatieverstrekking bij complexe producten (Nadere Regeling financiële dienstverlening)

Autoriteit Financiële Markten,

Gelet op de artikelen 29, 35, vijfde lid, 39, vierde lid en 48, derde lid van het Besluit financiële dienstverlening;

Besluit:

Artikel I

De Nadere Regeling van de Autoriteit Financiële Markten van 7 februari 2006 (Stcrt. nr. 36) wordt als volgt gewijzigd.

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder algehele vernummering van artikel 1 worden tien nieuwe definities ingevoegd. Het betreft de volgende definities:

a. administratieve kosten: de kosten die zijn gemaakt in het kader van het administreren van het beleggingsobject;

b. andere voordelen: andere posten dan opbrengsten die aan de definitie van baten voldoen;

c. baten: vermeerderingen van het economisch potentieel gedurende de verslagperiode in de vorm van instroom van nieuwe of verhoging van bestaande activa, dan wel vermindering van vreemd vermogen, een en ander uitmondend in een toename van het eigen vermogen;

d. beheerskosten: de kosten die zijn gemaakt om het beleggingsobject in stand te houden (onderhoud);

e. beleggingsobjectkosten: geprognosticeerde en/of eventuele reeds gemaakte administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten, alsmede de geprognosticeerde en/of reeds voldane rentelasten;

f. besluit: Besluit financiële dienstverlening;

i. ingelegde gelden: het totaal van gelden belegd door consumenten voor het verkrijgen van beleggingsobjecten;

n. opbrengsten: baten die ontstaan bij uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming;

q. productiekosten: de kosten die zijn gemaakt in het kader van het verhogen van het economisch potentieel dan wel de waarde van het beleggingsobject;

x. verkoopkosten: de kosten die direct kunnen worden gerelateerd aan de verkoop van het beleggingsobject aan de consument.

B

Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:

1. Er wordt een vijfde lid toegevoegd luidende:

5. Een financiële bijsluiter voor een opbouwproduct zijnde een beleggingsobject bevat direct onder de risico-indicator een verwijzing naar het hoofdstuk van het betreffende beleggingsobjectprospectus waarin alle belangrijke risico’s van het beleggingsobject zijn opgenomen, als bedoeld in artikel 35 van het besluit. De tekst die dient te worden ingevoegd luidt: ‘voor alle risico’s van het beleggingsobject wordt verwezen naar hoofdstuk [x] van het beleggingsobjectprospectus’.

C

Onder vernummering van artikel 30 tot en met 32, worden de volgende artikelen ingevoegd:

Paragraaf 5

Verplichte precontractuele informatie bij beleggingsobjecten

Artikel 30

Samenvatting beleggingsobjectprospectus

1. Het beleggingsobjectprospectus bevat een samenvatting van de kerngegevens bestaande uit maximaal 1000 woorden. Deze samenvatting bevat tenminste de volgende gegevens:

a. gegevens over de aanbieder van een beleggingsobject:

i. naam, rechtsvorm, datum oprichting, plaats van vestiging hoofdkantoor,

ii. overzicht van de bedrijfsactiviteiten,

iii. beschrijving van de groep waar de aanbieder van een beleggingsobject deel van uitmaakt;

b. gegevens over de serie van beleggingsobjecten:

i. aard,

ii. bestaansduur,

iii. een overzicht van de voornaamste risico’s en

iv. een overzicht van de voornaamste algemene respectievelijke bijzondere voorwaarden;

c. financiële informatie: informatie over de beleggingsobjectkosten, alsmede over de te verwachten waardeontwikkeling van het beleggingsobject en de overige gegevens als bedoeld in artikel 35, derde lid onder j, van het besluit;

d. indien van toepassing: een overzicht van de belangrijke transacties met gelieerde partijen;

e. ingeval van een aanpassing van het beleggingsobjectprospectus: een korte toelichting op de in de desbetreffende versie van het beleggingsobjectprospectus doorgevoerde wijziging ten opzichte van de voorgaande versie;

2. Indien het beleggingsobjectprospectus uit maximaal 7.500 woorden bestaat, is een samenvatting als bedoeld in het eerste lid facultatief.

Artikel 31

Standaardindeling beleggingsobjectprospectus

1. Een beleggingsobjectprospectus is opgesteld overeenkomstig bijlage 6.

2. De informatie betreffende de beleggingsobjectkosten per serie van beleggingsobjecten zoals bedoeld in artikel 35, derde lid onder i, van het besluit wordt overeenkomstig tabel 1 van bijlage 7 in het beleggingsobjectprospectus opgenomen, waarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject. De beleggingsobjectkosten dienen voor de gehele bestaansduur van de serie van beleggingsobjecten te worden weergegeven. Indien de beleggingsobjectkosten voor een reeks jaren gelijk zijn, kunnen deze jaren en de bijhorende beleggingsobjectkosten op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject samengevoegd worden in een kolom zoals weergegeven in tabel 1 van bijlage 7.

3. De informatie betreffende de gegevens per serie van beleggingsobjecten, zoals bedoeld in artikel 35, derde lid onder j, van het besluit, wordt overeenkomstig tabel 2 van bijlage 7 in het beleggingsobjectprospectus opgenomen.

4. De beleggingsobjectkosten en de gegevens als bedoeld in artikel 35, derde lid onder i en j, van het besluit, worden onderbouwd in het beleggingsobjectprospectus door vermelding van de aannames die daaraan ten grondslag liggen. De tekst waarin de aannames worden vermeld en toegelicht, wordt direct onder de tabellen van bijlage 7 ingevoegd.

5. Het beleggingsobjectprospectus vermeldt een datum en een versienummer. Ingeval van een wijziging in een beleggingsobjectprospectus wordt deze toegelicht in het aangepaste beleggingsobjectprospectus met inbegrip van de consequentie(s) van de desbetreffende wijziging. De toelichting bevat een verwijzing naar het voorgaande beleggingsobjectprospectus dat is gewijzigd.

Artikel 32

Salderingsverbod

Het is niet geoorloofd bij berekening van de beleggingsobjectkosten, als bedoeld in artikel 31, opbrengsten en andere voordelen op deze kosten in mindering te brengen.

Paragraaf 6

Informatieverstrekking gedurende de looptijd van een overeenkomst bij beleggingsobjecten

Artikel 33

Financiële verantwoording

1. De administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten worden per serie van beleggingsobjecten per boekjaar in de toelichting op de jaarrekening verantwoord overeenkomstig de kruistabel van bijlage 8. Eventuele valutakoersverschillen dienen in de bedoelde kosten te worden verantwoord. De ingelegde gelden per serie van beleggingsobjecten per boekjaar, als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onder a, van het besluit, worden separaat in de toelichting op de jaarrekening vermeld.

2. Indien het totaal van de in een boekjaar verantwoorde kosten niet gelijk is aan het totaal van de in het eerste lid bedoelde kosten, wordt dit verschil toegelicht in de jaarrekening.

3. Het is niet geoorloofd bij berekening van de kosten bedoeld in het eerste lid opbrengsten en andere voordelen in mindering te brengen.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 24 februari 2006.
Voorzitter, A.W.H. Docters van Leeuwen.Bestuurslid, A.W. Kist.

Toelichting

Algemeen

1. Inleiding

Met inwerkingtreding van de Wet financiële dienstverlening en het Besluit financiële dienstverlening (Bfd) zijn beleggingsobjecten onder toezicht komen te staan. Het toezichtregime op beleggingsobjecten bestaat uit transparantie- en instellingentoezicht. De aspecten van het toezicht op beleggingsobjecten zijn in het Bfd nader uitgewerkt. In het kader van het transparantietoezicht dienen aanbieders van beleggingsobjecten een beleggingsobjectprospectus en een financiële bijsluiter beschikbaar te hebben.

Ingevolge artikel 35, vijfde lid Bfd is de Autoriteit Financiële Markten (AFM) bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot de wijze van verstrekking van de informatie die in een beleggingsobjectprospectus dient te worden opgenomen, alsmede met betrekking tot het stellen van regels ten aanzien van het berekenen van kosten en overige gegevens als bedoeld in artikel 35, derde lid, onder i en j Bfd (onderdeel beleggingsobjectprospectus).

In het kader van het instellingtoezicht dienen aanbieders van beleggingsobjecten onder meer jaarlijks een financiële verantwoording af te leggen. Op grond van artikel 48, derde lid Bfd is de AFM bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot de kosten die in een jaarrekening van een aanbieder van beleggingsobjecten dienen te worden verantwoord, alsmede met betrekking tot de wijze van berekening van deze kosten.

Middels het besluit tot wijziging van de Nadere Regeling financiële dienstverlening geeft de AFM uitvoering aan deze bevoegdheden.

2. Beleggingsobjectprospectus

Een beleggingsobjectprospectus heeft tot doel de consumenten begrijpelijk en volledig te informeren over alle risico’s, de verwachte kosten, voorwaarden, kenmerken en de onderbouwing van het verwachte rendement van het beleggingsobject, alsmede over de aanbieder en diens activiteiten. Een beleggingsobjectprospectus vermeldt tevens de aannames en bronnen die ten grondslag liggen aan de geprognosticeerde en/of reeds gemaakte kosten en het verwachte rendement.

Vanwege de functie van een (beleggingsobjecten)prospectus is het voor consumenten van belang dat een beleggingsobjectprospectus toegankelijk en leesbaar is. Aan deze doelstellingen is uitvoering gegeven in de artikelen 30, 31 en 32. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.

3. Financiële verantwoording

In een beleggingsobjectprospectus worden de geprognosticeerde en/of reeds gemaakte kosten gerelateerd aan het beleggingsobject en het te verwachte rendement (netto waarde beleggingsobject) van het beleggingsobject genoemd en onderbouwd. In de toelichting op de jaarrekening van een aanbieder van beleggingsobjecten dienen administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten te worden verantwoord. Om te zorgen dat de informatie over deze kosten in het beleggingsobjectprospectus en de verantwoording van deze kosten achteraf in een jaarrekening zoveel mogelijk op elkaar aansluiten, is ervoor gekozen om voor te schrijven dat deze kosten in een beleggingsobjectprospectus in tabellen worden weergegeven. Hierdoor zijn voor derden de geprognosticeerde kosten (prospectus) en daadwerkelijke gemaakte kosten (jaarrekening) makkelijker te vergelijken. Zowel de kosten en overige gegevens, als bedoeld in artikel 35, derde lid onder i en j Bfd in het beleggingsobjectprospectus als de verantwoording van de kosten in de toelichting op een jaarrekening moeten in tabellen worden weergegeven. Dit principe is uitgewerkt in de artikelen 31 en 33. In artikel 1 zijn de definities opgenomen van de kostensoorten die in een jaarrekening dienen te worden verantwoord. De opsomming van de kostensoorten genoemd in artikel 33 en gedefinieerd in artikel 1 is limitatief. Alle kosten gerelateerd aan een beleggingsobject dienen onder een van deze kostensoorten te worden gerubriceerd. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.

Artikelsgewijs

Artikel 1. Definities

In artikel 1 worden de onderstaande definities ingevoegd.

a. administratieve kosten

Onder het begrip administratieve kosten wordt verstaan alle kosten die voortvloeien uit het administreren van verplichtingen van een aanbieder van beleggingsobjecten jegens individuele beleggers en het alloceren van baten en lasten aan (geïndividualiseerde) beleggingsobjecten

d. beheerskosten

Onder het begrip beheerskosten wordt verstaan alle kosten die worden gemaakt om een beleggingsobject in stand te houden. Gedacht kan worden aan vergoedingen of beloningen die door een aanbieder van een beleggingsobject aan derden worden betaald voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van beheer en of bewaring van een beleggingsobject.

i. ingelegde gelden

Onder ingelegde gelden wordt verstaan het totaal van het, tussen een aanbieder van beleggingsobjecten en een consument, overeengekomen bedrag dat door de consument in het beleggingsobject wordt belegd. Een en ander ongeacht mogelijke afspraken over betalingen in termijnen van het te beleggen bedrag.

n. opbrengsten

Onder het begrip opbrengsten wordt verstaan omzet, (tussentijdse) verkoopopbrengsten, honoraria, royalty’s en huur.

q. productiekosten

Onder het begrip productiekosten wordt verstaan alle kosten die worden gemaakt om het economisch potentieel dan wel de waarde van het beleggingsobject te vergroten. Gedacht kan worden aan kosten die worden gemaakt ter verkrijging van een beleggingsobject en kosten die primair ten grondslag liggen aan het waardegenerende proces.

x. verkoopkosten

Onder het begrip verkoopkosten wordt verstaan de kosten die in een boekjaar worden gemaakt in verband met de verkoop van een beleggingsobject aan de consument, hieronder in ieder geval begrepen de marketing- en distributiekosten. Ook hieronder begrepen eventuele toetredings- en uittredingskosten.

Niet onder verkoopkosten vallen eventuele handels- en verkoopkosten, die het gevolg zijn van verkoop van bijvoorbeeld tussentijdse kap van teakbomen ingeval van een belegging in teakhout. Deze kosten dienen te worden gerubriceerd onder de kostensoort beheers- of productiekosten.

Opgemerkt wordt dat beheers- en productiekosten doorgaans primair verbonden zullen zijn aan de aan een beleggingsobject onderliggende zaak (bijvoorbeeld een teakhoutplantage). Administratieve kosten en verkoopkosten zullen daarentegen grotendeels overheadkosten zijn, die voortvloeien uit het administreren en in de markt zetten van een serie van beleggingobjecten.

Artikel 9

Artikel 38 Bfd bepaalt dat de inhoud van financiële bijsluiters voor complexe producten in beginsel gelijk is, met dien verstande dat ingeval van een beleggingsobject een financiële bijsluiter tevens informatie dient te verschaffen omtrent de overige risico’s (niet zijnde financiële risico’s) specifiek voor beleggingsobjecten. Een verwijzing naar het bijbehorende beleggingsobjectprospectus volstaat in plaats van deze risico’s expliciet te vermelden in een financiële bijsluiter. Hiervoor is in het kader van het beperken van de administratieve lasten gekozen. Dit omdat de meeste risico’s van beleggingsobjecten in de risico-indicator tot uitdrukking worden gebracht. Artikel 9 van de Nader Regeling financiële dienstverlening wordt daarom gewijzigd door toevoeging van een vijfde lid, dat bepaalt dat in een financiële bijsluiter voor beleggingsobjecten direct onder de risico-indicator een tekst dient te worden ingevoegd. Deze tekst houdt – kort gezegd – een verwijzing naar het bijbehorende beleggingsobjectprospectus in.

Artikel 30 en 31

De artikelen 30, 31 en 32 zijn een uitwerking van het bepaalde in artikel 35, derde lid juncto vijfde lid Bfd. De artikelen 30 en 31 stellen regels ten aanzien van de wijze van verstrekking van de in een beleggingsobjectprospectus verplicht op te nemen informatie. De onderwerpen waarover informatie dient te worden verschaft in een beleggingsobjectprospectus zijn vastgesteld in artikel 35, derde lid Bfd. Artikel 32 stelt regels ten aanzien van de wijze van berekening van de kosten bedoeld in artikel 31. Dit artikel wordt hieronder separaat toegelicht. De AFM geeft in de artikelen 30, 31 en 32 uitvoering aan de haar toegekende bevoegdheid nadere regels te stellen met betrekking tot een beleggingsobjectprospectus (artikel 35, vijfde lid Bfd).

Omdat beleggingsobjecten doorgaans beleggingen betreffen met significante risico’s en een lange looptijd, is het van belang dat de consument over informatie kan beschikken om een weloverwogen beslissing te nemen. Hiervoor is het van belang dat een beleggingsobjectprospectus toegankelijk en begrijpelijk is voor een gemiddelde consument. Toegankelijkheid van een beleggingsobjectprospectus kan onder meer worden gerealiseerd door een standaard vormgeving voor te schrijven.

Artikel 30 bepaalt dat een beleggingsobjectprospectus een samenvatting van de inhoud van het beleggingsobjectprospectus dient te bevatten. Een samenvatting vergroot de toegankelijkheid van een beleggingsobjectprospectus en stelt consumenten tevens eenvoudig in staat om snel kennis te nemen van de belangrijkste informatie. Artikel 30 bepaalt voorts dat een samenvatting uit maximaal 1000 woorden mag bestaan. Dit maximum is opgenomen ter voorkoming van het tenietdoen van de toegevoegde waarde van een samenvatting. Een samenvatting is facultatief wanneer een beleggingsobjectprospectus uit maximaal 7.500 woorden bestaat. De reden hiervoor is dat een samenvatting dan onvoldoende toegevoegde waarde heeft.

Artikel 35, vierde lid Bfd bepaalt dat de opsomming van onderwerpen, die in een beleggingsobjectprospectus behandeld worden, limitatief is. Dit voorschrift draagt bij aan de toegankelijkheid van een beleggingsobjectprospectus. Een voorgeschreven standaardindeling zorgt dat de relevante informatie in het beleggingsobjectprospectus eenvoudiger te vinden is en vergemakkelijkt het voor consumenten om verschillende beleggingsobjectprospectussen met elkaar te vergelijken. De standaardindeling voor een beleggingsobjectprospectus is uitgewerkt in artikel 31.

Het eerste lid van artikel 31 bepaalt dat een beleggingsobjectprospectus overeenkomstig bijlage 6 dient te worden opgesteld. In bijlage 6 is de standaardindeling weergegeven van de volgorde waarin de onderwerpen, genoemd in artikel 35, derde lid Bfd, moeten worden behandeld.

Het tweede lid van artikel 31 bepaalt dat de geprognosticeerde dan wel reeds gemaakte administratieve kosten, beheers-, productie-, verkoopkosten en rentelasten (beleggingsobjectkosten) overeenkomstig tabel 1 van bijlage 7 in het beleggingsobjectprospectus worden weergegeven. Door middel van een dergelijk tabel geeft een aanbieder van een beleggingsobject op eenvoudige wijze inzicht in de te verwachten kosten, die ten laste komen van het desbetreffende beleggingsobject waarin consumenten kunnen beleggen. Hoewel een financiële bijsluiter ook inzicht verschaft in de kosten gemoeid met een belegging, geeft tabel 1 meer gedetailleerde informatie over de allocatie van de beleggingsobjectkosten en de spreiding van deze kosten over de jaren. Op deze wijze verkrijgt een consument meer inzicht in de aanwending van het door hem te beleggen bedrag. Hierdoor kan een consument zich een beter beeld vormen van de gehanteerde methode waarmee men een geprognosticeerd rendement verwacht te bereiken. Deze informatie vormt tevens een basis voor de beoordeling respectievelijk interpretatie van achteraf in een jaarrekening verantwoorde kosten en waardeontwikkelingen met betrekking tot het desbetreffende beleggingsobject.

Het derde lid van artikel 31 bepaalt dat de gegevens bedoeld in artikel 35, derde lid onder j Bfd overeenkomstig tabel 2 van bijlage 7 in een beleggingsobjectprospectus moeten worden weergegeven. Tabel 2 geeft een consument inzicht in de geprognosticeerde netto waarde van het beleggingsobject gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een beleggingsobject. Deze geprognosticeerde netto waarde kan worden afgezet tegen de geprognosticeerde en eventueel reeds gemaakte kosten (tabel 1), zodat een inschatting kan worden gemaakt of het geprognosticeerde rendement reëel is.

Het vierde lid van artikel 31 bepaalt dat in het beleggingsobjectprospectus duidelijk vermeld dient te worden welke aannames ten grondslag liggen aan de in de tabellen van bijlage 7 genoemde kosten en overige gegevens (bruto waarde, financieringen enz). Op deze wijze wordt inzichtelijk gemaakt waarop bijvoorbeeld de beleggingsobjectkosten (tabel 1) gebaseerd zijn en of de aannames realistisch zijn.

Elk beleggingsobjectprospectus dient te worden voorzien van een datum en een versienummer ingevolge het vijfde lid van artikel 31. Het doel hiervan is om consumenten inzicht te verschaffen in wijzigingen die in een bepaald beleggingsobjectprospectus zijn doorgevoerd.

Daarnaast bepaalt artikel 48 Bfd dat de jaarrekeningen van een aanbieder van beleggingsobjecten door een accountant worden gecontroleerd. Een accountant zal bij de uitvoering van zijn controle ook het beleggingsobjectprospectus gebruiken om bijvoorbeeld inzicht te krijgen in de toezeggingen jegens de consument inzake allocatie van bijvoorbeeld de beleggingsobjectkosten. Voor een accountant is het daarom eveneens wenselijk dat een beleggingsobjectprospectus is voorzien van een datum en versienummer.

Op grond van artikel 35 Bfd dient een beleggingsobjectprospectus gedurende drie jaar op de website van de aanbieder van het desbetreffende beleggingsobject beschikbaar te worden gehouden. Dit vereiste is van toepassing op alle mogelijke versies van een beleggingsobjectprospectus. Ingeval een aanbieder van een beleggingsobject niet beschikt over een eigen website dient het beleggingsobjectprospectus – voorafgaand aan de totstandkoming van een overeenkomst – aan consumenten te worden verstrekt.

Artikel 32

In dit artikel is het salderingsverbod vervat. Bij berekening van de kosten, als bedoeld in artikel 31, is het niet toegestaan opbrengsten en andere voordelen hierop in mindering te brengen. Zonder salderingsverbod kunnen opbrengsten en andere voordelen verrekenend worden waardoor een deel van kosten en opbrengsten onzichtbaar wordt voor consumenten. In het kader van transparantie is dit niet wenselijk.

Artikel 33

Artikel 33 is een uitwerking van artikel 48, eerste lid onder a juncto derde lid Bfd. Artikel 48 Bfd schrijft voor dat een jaarrekening door een accountant gecontroleerd wordt en dat de toelichting op een jaarrekening tenminste een opsplitsing van de totale administratieve kosten, beheers-, productie- en verkoopkosten bevat, alsmede een opsplitsing van deze kosten per serie van beleggingsobjecten en het totaal van de door consumenten ingelegde gelden in de serie van beleggingsobjecten.

Artikel 33 zet uiteen hoe deze posten in de toelichting op de jaarrekening dienen te worden weergegeven en hoe deze kosten dienen te worden berekend. Het eerste lid bepaalt dat de kosten overeenkomstig de kruistabel van bijlage 8 worden verantwoord. Deze kruistabel alloceert de verschillende kostensoorten aan de mogelijk verschillende series van beleggingsobjecten, die een aanbieder aanbiedt, en geeft gelijktijdig zowel inzicht in het totaal van deze kosten als het totaal van deze kosten per serie van beleggingsobjecten.

Het tweede lid van artikel 33 bepaalt dat de kosten bedoeld in het eerste lid moeten aansluiten op de in een boekjaar verantwoorde kosten. Dit zal niet in elk geval mogelijk zijn doordat een aanbieder van beleggingsobjecten bijvoorbeeld ook niet-vergunningplichtige bedrijfsactiviteiten kan uitoefenen. In dat geval kan worden volstaan met een korte toelichting met betrekking tot de reden van het verschil tussen de in een boekjaar verantwoorde kosten en de totale kosten die door de desbetreffende aanbieder aan een serie(s) van beleggingsobjecten wordt gerelateerd.

De AFM heeft ervoor gekozen de wijze van berekening van de bedoelde kosten voor te schrijven door de verschillende begrippen te definiëren (zie toelichting bij artikel 1).

Ook voor de verantwoording van de in het eerste lid bedoelde kosten geldt ingevolge het derde lid een salderingsverbod (zie toelichting bij artikel 32).

Bijlage 6

Model voor beleggingsobjectprospectus

De informatie die een beleggingsobjectprospectus ingevolge artikel 35 van het besluit dient te bevatten,,wordt in onderstaande volgorde opgenomen. De onderstaande titels van de hoofdstukken dienen te worden gehanteerd. Hieronder wordt per hoofdstuk aangegeven welke informatie ten minste in het betreffende hoofdstuk dient te worden opgenomen.

Samenvatting

I. Algemene gegevens betreffende de aanbieder van een beleggingsobject

II. Gegevens betreffende de kenmerken van een serie van beleggingsobjecten

III. Gegevens over het risicoprofiel van de serie van beleggingsobjecten

IV. Gegevens betreffende de beleggingsobjectkosten, bruto waarde en onttrekkingen

V. Gegevens betreffende het beleggingsbeleid en de activiteiten

VI. Gegevens betreffende wijzigingen in de voorwaarden

Samenvatting

Zie artikel 30.

I. Algemene gegevens betreffende de aanbieder van het beleggingsobject

– De rechtsvorm van de aanbieder van het beleggingsobject.

– De naam van de aanbieder van het beleggingsobject, de statutaire zetel en plaats van het hoofdkantoor van de aanbieder van een beleggingsobject, alsmede de oprichtingsdatum.

– Een beschrijving van de groep waartoe de aanbieder van een beleggingsobject behoort en de daaraan gelieerde partijen.

II. Gegevens betreffende de kenmerken van de serie van beleggingsobjecten

– De aard, de bestaansduur en de voornaamste kenmerken van de desbetreffende serie van beleggingsobjecten.

– Een omschrijving van de algemene en bijzondere voorwaarden van de serie van beleggingsobjecten.

III. Gegevens over het risicoprofiel van de serie van beleggingsobjecten

– Een beschrijving van alle risico’s, die consumenten kunnen lopen met de door hun ingelegde gelden en de (eventuele) gevolgen hiervan op het rendement. Een en ander voor zover deze risico’s relevant zijn in het licht van de gevolgen en de waarschijnlijkheid ervan. Deze beschrijving dient een begrijpelijke uitleg te bevatten van ieder specifiek risico dat voortvloeit uit het beleggingsbeleid of dat verband houdt met specifieke voor de desbetreffende serie van beleggingsobjecten relevante markten. De risico’s verbonden aan de serie van beleggingsobjecten kunnen onder meer inzichtelijk worden gemaakt met de risico-indicator uit de financiële bijsluiter.

IV. gegevens betreffende de beleggingsobjectkosten, bruto waarde en onttrekkingen

– Invoegen tabel 1 van bijlage 7: overzicht van de beleggingsobjectkosten per serie van beleggingsobjecten op jaarbasis op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject. Een en ander voor de gehele bestaansduur van het beleggingsobject. Direct onder de tabel een tekst invoegen waarin de aannames worden vermeld en toegelicht, die ten grondslag liggen aan de bedoelde beleggingsobjectkosten.

– Invoegen tabel 2 bijlage 7: overzicht van de gegevens bedoeld in artikel 35 derde lid, onder j, van het besluit per serie van beleggingsobjecten op jaarbasis op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject. Een en ander voor de gehele bestaansduur van het beleggingsobject. Direct onder de tabel een tekst invoegen waarin de aannames worden vermeld en toegelicht, die ten grondslag liggen aan de bedoelde gegevens.

V. Gegevens betreffende het beleggingsbeleid en de activiteiten

– Een beschrijving van de activiteiten van de aanbieder van het beleggingsobject per serie van beleggingsobjecten, indien mogelijk te onderscheiden in:

a. operationele activiteiten van de aanbieder van het beleggingsobject, alsmede waar deze plaatsvinden;

b. financieringsactiviteiten. Indien van toepassing: te onderscheiden in als kredietnemer aangaan van overeenkomsten inzake krediet en het als crediteur uitzetten van gelden; en

c. uitbestedingsactiviteiten en het beleid inzake de eventuele uitbesteding van activiteiten aan derden.

– Indien opdracht aan een derde is of wordt verleend om één of meer werkzaamheden in het kader van het beheer of de bewaring van de serie van beleggingsobjecten te verrichten ten minste de volgende gegevens:

a. een beschrijving van de werkzaamheden ten aanzien waarvan opdracht is verleend;

b. indien reeds bekend de naam en de statutaire zetel van de derde aan wie opdracht is verleend; en

c. indien van toepassing: de mededeling dat de betreffende derde een gelieerde partij is.

– De wijze waarop wordt bepaald of de (tussentijdse) opbrengsten van een beleggingsobject worden uitgekeerd.

– Indien van toepassing: een beschrijving van de door de aanbieder van het beleggingsobject te verstrekken garanties die aan consumenten in het vooruitzicht worden gesteld.

– Indien transacties worden verricht met gelieerde partijen:

a. of de transacties met gelieerde partijen onder marktconforme voorwaarden plaatsvinden en zo nee, de reden daarvoor.

– Indien transacties met gelieerde partijen buiten een gereglementeerde markt of een andere geregelde, regelmatig functionerende, erkende open markt worden verricht, aangeven:

a. of in alle gevallen een onafhankelijke waardebepaling ten grondslag ligt aan de transactie of dat een waardebepaling door een of meer bij de transactie betrokken partijen ook mogelijk is.

VI. Gegevens betreffende wijzigingen in de voorwaarden

– Indien van toepassing: op welke wijze tussen de aanbieder van het beleggingsobject en de consumenten geldende voorwaarden kunnen worden gewijzigd.

– De wijze waarop een wijziging van de voorwaarden van de aanbieder van het beleggingsobject bekend wordt gemaakt.

Bijlage 7

Tabellen overzicht beleggingsobjectkosten, bruto waarde en onttrekkingen betreffende het beleggingsobject

Tabel 1: op basis van gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject [invullen betreffende bedrag in euro’s]
 

Beleggingsobjectkosten

Jaar 1

Jaar 2

Jaar 3

Jaar 4

Jaar 5

Overige1 Jaren

Totale kosten

1 De tabel dient een overzicht te geven van de geprognosticeerde en eventueel reeds gemaakte kosten betreffende de gehele bestaansduur van het beleggingsobject. Het is niet de bedoeling dat in de kolom ‘overige jaren’ de geprognosticeerde en eventueel reeds gemaakte kosten voor het resterende deel van de bestaansduur van het beleggingsobject samen worden genomen, tenzij de bedoelde kosten gelijk zijn voor de overige jaren (zie ook artikel 31 lid 2).

1

Administratieve kosten

       

2

Beheerskosten

       

3

Productiekosten

       

4

Verkoopkosten

       

5

Rentelasten

       
 

Totale beleggingsobjectkosten

       
Tabel 2: op basis van een gemiddelde inleg gebruikelijk voor het desbetreffende beleggingsobject [invullen betreffende bedrag in euro’s2].
 

Waardeontwikkeling en onttrekkingen3

t/m Jaar 1

t/m Jaar 2

t/m Jaar 3

t/m Jaar 4

t/m Jaar 5

Overige jaren4

2 Het bedrag van de gemiddelde inleg is voor beide tabellen gelijk.

3 De op te nemen bedragen bij de posten rentebaten, financieringen en prestatievergoedingen in tabel 2 betreffen eveneens geprognosticeerde en/of reeds betaalde bedragen.

4 Zie voetnoot 1.

5

bruto waarde

      

6

Rentebaten

      

7

Financieringen

      

8

Prestatievergoedingen

      
 

Netto waarde

      

Toelichting op bovenstaande posten:

Het doel van de bovenstaande tabellen is om consumenten inzicht te verschaffen in de door de aanbieder van het beleggingsobject geprognosticeerde en eventueel reeds gemaakte kosten/voldane bedragen gerelateerd aan de serie van beleggingsobjecten bij een gemiddelde inleg gebruikelijk voor de desbetreffende serie van beleggingsobjecten. De tabellen geven de informatie weer voor de gehele bestaansduur van het beleggingsobject.

Daarnaast hebben de bovenstaande tabellen tot doel de consument inzicht te verschaffen in de geprognosticeerde waardeontwikkeling van een serie van beleggingsobjecten, zodat de consument de beleggingsobjectkosten tegen de geprognosticeerde waardeontwikkeling van een serie van beleggingsobjecten kan afzetten. Op deze manier kan een consument zich een beter beeld vormen van het mogelijk te behalen rendement. Op basis van onder meer deze informatie wordt de consument in staat gesteld een weloverwogen beslissing te nemen over het al dan wel of niet beleggen in een bepaalde serie van beleggingsobjecten. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de in de bovenstaande tabellen genoemde posten. Een en ander voor zover het begrippen betreft die niet reeds zijn gedefinieerd.

Kosten

Rentelasten: de geprognosticeerde kosten die dienen te worden vergoed voor het ter beschikking verkrijgen van een bepaalde geldlening, alsmede andere kosten die daarmee verband houden.

Bruto waarde-onttrekkingen

Bruto waarde: de geprognosticeerde bruto waarde van een beleggingsobject.

Financieringen: de geprognosticeerde bedragen van leningen die een aanbieder van een beleggingsobject aangaat dan wel verwacht aan te gaan en/of reeds is aangegaan in hoedanigheid van debiteur ter financiering van een beleggingsobject, waarbij de aflossing(en) van de leningen in mindering worden gebracht op de opbrengsten van het desbetreffende beleggingsobject.

Prestatievergoedingen: geprognosticeerde vergoedingen, in welke vorm dan ook, ter zake van beheer of bewaring van het beleggingsobject voor zover deze rechtstreeks in mindering worden gebracht op de waarde van het beleggingsobject.

Rentebaten: eventuele (geprognosticeerde) voordelen die ontstaan doordat een deel van de aan het beleggingsobject verbonden gelden niet onmiddellijk geïnvesteerd worden in het beleggingsobject.

Bijlage 8

Kruistabel overzicht kosten per serie van beleggingsobject

Kostensoorten

Serie beleggingsobjecten I

Serie beleggingsobjecten II

Serie beleggingsobjecten III

Serie X

Totale kosten

Administratieve kosten

     

Beheerskosten

     

Productiekosten

     

Verkoopkosten

     

Totale kosten

     
Naar boven