Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2006, 252 pagina 11Overig

Bijstellingsregeling 2007

7 december 2006

Nr. DB 2006/647M

Directoraat-Generaal voor Fiscale Zaken, Directie Directe Belastingen

De Minister van Financiën,

Gelet op afdeling 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 31 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, artikel 35a van de Successiewet 1956, artikel 8 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken;

Besluit:

Artikel I

De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2.10 worden de bedragen in de tarieftabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

Bij een belastbaar inkomen uit werk en woning van meer dan

Maar niet meer dan

Bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte van het belastbare inkomen uit werk en woning dat het in kolom I vermelde bedrag te boven gaat

I

II

III

IV

€ 17 319

2,10%

€ 17 319

€ 31 122

€ 363

9,40%

€ 31 122

€ 53 064

€ 1 660

42%

€ 53 064

€ 10 875

52%

B

In artikel 3.15, eerste lid, wordt ‘€ 4000’ vervangen door: € 4100.

C

In artikel 3.19, tweede lid, worden ‘1,15%’, ‘1,25%’, ‘1,45%’ en ‘€ 21 700’ vervangen door respectievelijk 1,10%, 1,20%, 1,40% en € 22 300.

D

In artikel 3.41, tweede lid, worden de bedragen zodanig vervangen dat de tekst van dat lid komt te luiden:

2. Bij een investeringsbedrag in een kalenderjaar van:

Meer dan

Maar niet meer dan

Bedraagt het percentage

€ 2 100

0

€ 2 100

€ 35 000

25

€ 35 000

€ 68 000

21

€ 68 000

€ 99 000

12

€ 99 000

€ 132 000

8

€ 132 000

€ 164 000

5

€ 164 000

€ 197 000

2

€ 197 000

€ 230 000

1

€ 230 000

€ 263 000

0

€ 263 000

€ 295 000

0

€ 295 000

0

E

In artikel 3.42, vierde lid, wordt ‘€ 108 000 000’ telkens vervangen door: € 110 000 000.

F

In artikel 3.68, eerste lid, wordt ‘€ 11 050’ vervangen door: € 11 227.

G

Artikel 3.76 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid worden de bedragen zodanig vervangen dat de tekst van dat lid komt te luiden:

2.

Bij een winst

gelijk aan of meer dan

maar minder dan

bedraagt de zelfstandigenaftrek

€ 13 360

€ 9191

€ 13 360

€ 15 500

€ 8545

€ 15 500

€ 17 640

€ 7902

€ 17 640

€ 50 515

€ 7041

€ 50 515

€ 52 655

€ 6428

€ 52 655

€ 54 795

€ 5748

€ 54 795

€ 56 930

€ 5072

€ 56 930

€ 4459

2. In het derde lid wordt ‘€ 1987’ vervangen door: € 2019.

H

Artikel 3.77 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 11 255’ vervangen door: € 11 436.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 5628’ vervangen door: € 5719.

3. In het vierde lid wordt ‘€ 13 371’ vervangen door: € 13 585.

I

Artikel 3.87 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid worden de bedragen in de tabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

Bij een reisafstand per openbaar vervoer

van meer dan

maar niet meer dan

op jaarbasis

10 km

10 km

15 km

€ 403

15 km

20 km

€ 538

20 km

30 km

€ 903

30 km

40 km

€ 1119

40 km

50 km

€ 1460

50 km

60 km

€ 1624

60 km

70 km

€ 1802

70 km

80 km

€ 1864

80 km

€ 1889

2. In het vijfde lid, onderdeel b, wordt ‘€ 1859’ vervangen door € 1889.

3. In het zesde lid wordt ‘€ 1859’ vervangen door: € 1889.

J

In artikel 3.97, tweede lid, onderdeel a, wordt ‘€ 3902’ vervangen door: € 4010.

K

Artikel 3.112 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid worden ‘0,35%’, ‘0,45%’, ‘0,60%’ en ‘€ 8900’ vervangen door respectievelijk 0,30%, 0,40%, 0,55% en € 9150.

2. In het vijfde lid wordt ‘€ 8900’ vervangen door: € 9150.

L

In artikel 3.114, eerste lid, wordt ‘€ 3902’ vervangen door: € 4010.

M

In artikel 3.118, eerste lid, worden ‘€ 140 500’ en ‘€ 31 900’ vervangen door € 143 000, respectievelijk € 32 500.

N

In artikel 3.125, eerste lid, onderdeel c, wordt ‘€ 19 161’ vervangen door: € 19 468.

O

Artikel 3.127 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘€ 6389’ telkens vervangen door ‘€ 6492’. Voorts wordt ‘€ 12 621’ vervangen door: € 12 823.

2. In het derde lid worden ‘€ 10 816’ en ‘€ 148 579’ vervangen door € 10 990, respectievelijk € 150 957.

P

Artikel 3.129, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘€ 405 214’ vervangen door: € 411 698.

2. In onderdeel b wordt ‘€ 202 612’ vervangen door: € 205 854.

3. In onderdeel c wordt ‘€ 101 311’ vervangen door: € 102 932.

Q

Artikel 5.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt ‘€ 2700’ telkens vervangen door ‘€ 2800’. Voorts wordt ‘€ 5400’ vervangen door: € 5600.

2. In het vierde lid wordt ‘€ 5400’ telkens vervangen door: € 5600.

R

Artikel 5.5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 19 698’ vervangen door: € 20 014.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 39 396’ vervangen door: € 40 028.

3. In het vierde lid worden ‘€ 19 698’, ‘€ 39 396’ en ‘€ 2631’ vervangen door respectievelijk € 20 014, € 40 028 en € 2674.

S

Artikel 5.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘€ 260 677’ vervangen door: € 264 848.

2. In het eerste lid worden de bedragen van de tabel in de laatste volzin zodanig vervangen dat die volzin komt te luiden:

Bij een inkomen uit werk en woning vóór inachtneming van de persoonsgebonden aftrek van:

Meer dan

Maar niet meer dan

Bedraagt de ouderentoeslag

€ 13 540

€ 26 494

€ 13 540

€ 18 836

€ 13 247

€ 18 836

nihil

3. In het tweede lid worden ‘€ 260 677’ en ‘€ 521 354’ vervangen door € 264 848, respectievelijk € 529 696.

T

In artikel 5.10, onderdeel a, wordt ‘€ 6389’ telkens vervangen door: € 6492.

U

Artikel 5.13 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 52 579’ vervangen door: € 53 421.

2. In het derde lid wordt ‘€ 105 158’ vervangen door: € 106 842.

V

Artikel 5.16 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 52 579’ vervangen door: € 53 421.

2. In het derde lid wordt ‘€ 105 158’ vervangen door: € 106 842.

W

Artikel 6.18 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid worden ‘€ 27 977’ , ‘€ 41 967’ en ‘€ 55 954’ telkens vervangen door respectievelijk € 28 425, € 42 639 en € 56 850.

2. In het zesde lid wordt ‘€ 0,19’ vervangen door: € 0,20.

X

In artikel 6.20, tweede lid, wordt ‘€ 795’ vervangen door: € 808.

Y

Artikel 6.20a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 314’ vervangen door: € 320.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 795’ vervangen door: € 808.

Z

In artikel 6.21, tweede lid, wordt ‘€ 795’ vervangen door: € 808.

AA

Artikel 6.22 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 314’ vervangen door: € 320.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 795’ vervangen door: € 808.

AB

Artikel 6.24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, onderdeel a, worden ‘€ 6783’ en ‘€ 780’ vervangen door € 6896, respectievelijk € 793.

2. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘€ 6783’ vervangen door: € 6896.

3. In het derde lid worden ‘€ 6783’, ‘€ 13 566’, ‘€ 780’ en ‘€ 1560’ vervangen door respectievelijk € 6896, € 13 792, € 793 en € 1586.

AC

In artikel 6.31, eerste lid, onderdeel a, wordt ‘€ 12 750’ vervangen door: € 13 100.

AD

In artikel 6.36 wordt ‘€ 0,19’ vervangen door: € 0,20.

AE

In artikel 8.10, tweede lid, wordt ‘€ 1984’ vervangen door: € 2016.

AF

Artikel 8.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid, tweede volzin, onderdeel a, worden ‘1,795%’ en ‘€ 146’ vervangen door 1,781%, respectievelijk € 148.

2. In het tweede lid, tweede volzin, onderdeel b, worden ‘12,421%’ en ‘€ 8132’ vervangen door 12,354%, respectievelijk € 8312.

3. In het tweede lid, derde volzin, wordt ‘€ 1367’ vervangen door: € 1382.

4. In het derde lid, onderdeel a, worden ‘14,954%’ en ‘€ 1614’ vervangen door 14,836%, respectievelijk € 1632.

5. In het derde lid, onderdeel b, worden ‘17,467%’ en ‘€ 1859’ vervangen door 17,299%, respectievelijk € 1880.

6. In het derde lid, onderdeel c, worden ‘19,990%’ en ‘€ 2105’ vervangen door 19,762%, respectievelijk € 2128.

AG

Artikel 8.12 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘€ 44 591’ vervangen door: € 45 309.

2. In het tweede lid, onderdeel a, worden ‘€ 28 521’ en ‘€ 924’ vervangen door € 28 978, respectievelijk € 939.

3. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘€ 28 521’ telkens vervangen door ‘€ 28 978’. Voorts wordt ‘€ 924’ vervangen door: € 939.

AH

Artikel 8.14 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘€ 4405’ vervangen door: € 4475.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 146’ vervangen door: € 149.

AI

In artikel 8.14a, tweede lid, wordt ‘€ 688’ vervangen door: € 700.

AJ

In artikel 8.15, tweede lid, wordt ‘€ 1414’ vervangen door: € 1437.

AK

In artikel 8.16, tweede lid, wordt ‘€ 1414’ vervangen door: € 1437.

AL

In artikel 8.16a, tweede lid, wordt ‘€ 645’ vervangen door: € 656.

AM

Artikel 8.17 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 31 256’ vervangen door: € 31 757.

2. In het tweede lid wordt ‘€ 374’ vervangen door: € 380.

AN

In artikel 8.18, tweede lid, wordt ‘€ 562’ vervangen door: € 571.

AO

In artikel 8.18a, tweede lid, wordt ‘€ 185’ vervangen door: € 188.

AP

In artikel 9.4, eerste lid, wordt ‘€ 41’ vervangen door: € 42.

AQ

Artikel 10.7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid, onderdeel a, wordt ‘€ 469’ vervangen door: € 477.

2. In het vijfde lid, onderdeel a, wordt ‘€ 469’ vervangen door: € 477.

Artikel II

In artikel 14, derde lid, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt ‘€ 20 882’ vervangen door: € 21 422.

Artikel III

De Successiewet 1956 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 24, eerste lid, worden de bedragen in de tarieftabel zodanig vervangen dat die tabel komt te luiden:

Gedeelte van de belaste verkrijging

Indien geërfd of verkregen wordt door:

  

I. echtgenoot, kinderen, afstammelingen in tweede of verdere graad of een verkrijger als bedoeld in het tweede lid1

II. broers, zusters, bloedverwanten in de rechte opgaande lijn

III. andere verkrijgers, uitgezonderd de rechtspersonen bedoeld in het vierde lid

  

a

b

a

b

a

b

0–

22 051

0

5

0

26

0

41

22 051–

44 096

1 102

8

5 733

30

9 040

45

44 096–

88 181

2 865

12

12 346

35

18 960

50

88 181–

176 353

8 155

15

27 775

39

41 002

54

176 353–

352 696

21 380

19

62 162

44

88 614

59

352 696–

881 722

54 885

23

139 752

48

192 656

63

881 722

en het hogere bedrag van de belaste verkrijging

176 560

27

393 684

53

525 942

68

1 voor afstammelingen in de tweede of verdere graad bedraagt de belasting het ingevolge deze kolom verschuldigde, vermeerderd met 60% daarvan

B

Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder 4°, onderdeel a, wordt ‘€ 507 803’ vervangen door: € 515 928.

2. In het eerste lid, onder 4°, onderdeel b, worden ‘€ 4342’, ‘€ 8680’ en ‘€ 13 021’ vervangen door respectievelijk € 4412, € 8819 en € 13 230.

3. In het eerste lid, onder 4°, onderdeel c, wordt ‘€ 8680’ vervangen door: € 8819.

4. In het eerste lid, onder 4°, onderdeel d, worden ‘€ 8680’ en ‘€ 26 038’ vervangen door € 8819, respectievelijk € 26 455.

5. In het eerste lid, onder 4°, onderdeel e, worden ‘€ 507 803’, ‘€ 253 903’, ‘€ 203 119’, ‘€ 152 338’ en ‘€ 101 556’ vervangen door respectievelijk € 515 928, € 257 966, € 206 369, € 154 776 en € 103 181.

6. In het eerste lid, onder 4°, onderdeel f, wordt ‘€ 43 395’ vervangen door: € 44 090.

7. In het eerste lid, onder 6°, wordt ‘€ 8680’ vervangen door: € 8819.

8. In het eerste lid, onder 7°, wordt ‘€ 1882’ vervangen door: € 1913.

9. In het tweede lid worden ‘€ 13 021’ en ‘€ 8680’ vervangen door € 13 230, respectievelijk € 8819.

10. In het derde lid worden ‘€ 145 088’ en ‘€ 72 550’ vervangen door € 147 410, respectievelijk € 73 711.

C

Artikel 33 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder 5°, wordt ‘€ 4342’ telkens vervangen door ‘€ 4412’. Voorts wordt ‘€ 21 700’ vervangen door: € 22 048.

2. In het eerste lid, onder 7°, wordt ‘€ 2606’ vervangen door: € 2648.

Artikel IV

In artikel 3, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen wordt ‘€ 10 140’ vervangen door: € 10 151.

Artikel V

In artikel 7, vijfde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt ‘€ 4137’ vervangen door: € 4204.

Artikel VI

In artikel 2, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken worden ‘€ 135 033 635’, ‘€ 54 013 454’ en ‘€ 20 255 045’ vervangen door respectievelijk € 137 734 308, € 55 093 723 en € 20 660 146.

Artikel VII

In artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken wordt ‘€ 10 523’ telkens vervangen door: € 10 733.

Artikel VIII

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

2. Deze regeling wordt aangehaald als: Bijstellingsregeling 2007.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 7 december 2006.
De Minister van Financiën, G. Zalm.

Toelichting

Algemeen

Deze regeling geeft uitvoering aan de indexeringsvoorschriften, neergelegd in afdeling 10.1, van de Wet IB 2001, artikel 31 van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, artikel 35a van de Successiewet 1956, artikel 8 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen, artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken. De voor de inkomstenbelasting toegepaste indexering aan de hand van de in de artikelen 10.1 en 10.7 van de Wet IB 2001 bedoelde tabelcorrectie is ook van belang voor de loonbelasting en de vennootschapsbelasting. De artikelen 20a, tweede lid, en 22d van de Wet op de loonbelasting 1964 schrijven voor dat de in die artikelen vermelde bedragen en percentages bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege worden vervangen door de overeenkomstige bedragen en percentages van de artikelen 2.10, 8.10, 8.11, 8.16a, 8.17, 8.18 en 8.18a van de Wet IB 2001. Artikel 8, veertiende lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 schrijft voor dat de aan het slot van het vijfde lid van dat artikel vermelde bedrag van rechtswege wordt vervangen door het overeenkomstige bedrag van artikel 3.15, eerste lid, van de Wet IB 2001.

Toepassing tabelcorrectiefactor

De bedragen die worden aangepast ingevolge artikel I, onderdelen A en B, D tot en met I, M tot en met AB, AD, AE, AF, eerste lid en derde tot en met zesde lid, en AG tot en met AQ, artikel III en artikel V zijn bijgesteld op basis van de op de voet van artikel 10.2 van de Wet IB 2001 bepaalde tabelcorrectiefactor van 1,016. Ingevolge artikel VIII van de Wet tot wijziging van enkele belastingwetten ter vermindering van administratieve lasten (Wijzigingsplan ‘Paarse krokodil’) wordt voor het jaar 2007 de tabelcorrectiefactor voor de toepassing op de bedragen van de arbeidskorting met 0,0052 verlaagd tot 1,0108.

Bijstelling van de bedragen en percentages van de bijtelling privé-gebruik woning, het eigenwoningforfait, de kamerverhuurvrijstelling en de vermindering van de uitgaven voor monumentenpanden.

De bijstelling van de bedragen en percentages van de bijtelling privé-gebruik woning (artikel 3.19 Wet IB 2001), het eigenwoningforfait (artikel 3.112 Wet IB 2001), de kamerverhuurvrijstelling (artikelen 3.97 en 3.114 Wet IB 2001) en de vermindering van de uitgaven voor monumentenpanden (artikel 6.31 Wet IB 2001) vindt plaats ingevolge de artikelen 10.3, 10.4 en 10.6 van de Wet IB 2001 zoals die artikelen luiden per 1 januari 2007. Bijstelling vindt plaats op basis van de verhouding van het indexcijfer woninghuren over juli 2006 tot dat cijfer over juli 2005 (factor ih) en voor de bij te stellen percentages tevens met de verhouding van het gemiddelde van de eigenwoningwaarden die betrekking hebben op 2006 en het gemiddelde van die waarden die betrekking hebben op 2007 (factor iw). De factor ih voor 2007 bedraagt 119,4/116,2. De verhouding van het gemiddelde van de eigenwoningwaarden voor 2007 en het gemiddelde van de waarden voor 2006 bedraagt volgens opgave van de waarderingskamer 100:107 (een gemiddelde waardestijging van 7%). De factor iw bedraagt daarmee 100/107.

1. Bijstelling bedrag en percentages privé-gebruik woning (artikel 3.19 Wet IB 2001) – artikel I, onderdeel C, van deze regeling

Het in artikel 3.19, tweede lid, laatstvermelde percentage luidt na bijstelling met de factor ih en de factor iw 1,4047%. Het in artikel 3.19, tweede lid, laatstvermelde bedrag luidt na bijstelling met de factor ih € 22 336. Ingevolge artikel 10.5, eerste lid, vindt afronding plaats op 1,40%, respectievelijk € 22 300. Als basis voor de bijstelling voor 2008 gelden het genoemde niet-afgeronde percentage en niet-afgeronde bedrag.

Bijstelling van de vier eerstvermelde percentages vindt plaats op basis van artikel 10.3, zevende lid. Deze percentages zijn gelijk aan nihil, respectievelijk de drie eerstvermelde percentages van artikel 3.112, eerste lid, zoals deze luiden na bijstelling (zie hierna onder 2), telkens vermeerderd met het percentage van artikel 6.31, eerste lid, onderdeel a, zoals dat luidt na bijstelling (zie hierna onder 4). Aangezien de drie eerstvermelde percentages van artikel 3.112, eerste lid, worden vastgesteld op respectievelijk 0,20% (ongewijzigd), 0,30% en 0,40% en het percentage van artikel 6.31, eerste lid, onderdeel a, wordt vastgesteld op 0,80% (ongewijzigd), komen de vier eerstvermelde percentages van artikel 3.19, tweede lid, achtereenvolgens te luiden: 0,80% (ongewijzigd), 1,00% (ongewijzigd), 1,10% en 1,20%.

2. Bijstelling bedrag en percentages eigenwoningforfait (artikel 3.112 Wet IB 2001) – artikel I, onderdeel K, van deze regeling

Het in artikel 3.112, eerste lid, laatstvermelde percentage luidt na bijstelling met de factor ih en de factor iw 0,5915%. Het in dat lid laatstvermelde bedrag en het in het vijfde lid vermelde bedrag luiden na bijstelling met de factor ih € 9194. Ingevolge artikel 10.5, eerste lid, Wet IB 2001 vindt afronding plaats op 0,55%, respectievelijk € 9150. Als basis voor de bijstelling voor 2008 gelden het genoemde niet-afgeronde percentage en niet-afgeronde bedrag.

De in het eerste lid drie eerstvermelde percentages en het percentage in het vijfde lid worden op grond van artikel 10.3, vijfde lid, respectievelijk zesde lid, afgeleid van het in het eerste lid laatstvermelde percentage door dit percentage te vermenigvuldigen met respectievelijk 0,4, 0,6, 0,8 en 10/6. Met toepassing van het afrondingsvoorschrift van artikel 10.5, eerste lid, worden de drie eerstvermelde percentages van artikel 3.112, eerste lid, voor 2005 gesteld op respectievelijk 0,20% (ongewijzigd), 0,30% en 0,40% en blijft het percentage van artikel 3.112, vijfde lid, met 0,80% ongewijzigd.

3. Bijstelling bedrag kamerverhuurvrijstelling (artikelen 3.97 en 3.114 Wet IB 2001) – artikel I, onderdelen J en L, van deze regeling

Bijstelling van het bedrag van de kamerverhuurvrijstelling resulteert in een bedrag voor 2007 van € 4010.

4. Bijstelling bedrag en percentage van de vermindering van de uitgaven voor monumentenpanden (artikel 6.31 Wet IB 2001) – artikel I, onderdeel AC, van deze regeling

Het in artikel 6.31, eerste lid, onderdeel a, vermelde percentage luidt na bijstelling met de factor ih en de factor iw 0,8133%. Het in dat onderdeel laatstgenoemde bedrag luidt na bijstelling € 13 141. Ingevolge artikel 10.5, eerste lid, van de Wet IB 2001 vindt afronding plaats op 0,80% (daarmee ongewijzigd ten opzichte van 2006), respectievelijk € 13 100. Als basis voor de bijstelling voor 2008 gelden het genoemde niet-afgeronde percentage en niet-afgeronde bedrag.

Indexering inkomensgrens en percentages arbeidskorting

De in artikel 8.11, tweede lid, eerste volzin, onderdelen a en b, van de Wet IB 2001 vermelde percentages en het aldaar in onderdeel b vermelde bedrag worden bijgesteld op basis van artikel 10.7 van genoemde wet en zijn opgenomen in artikel I, onderdeel AE, eerste en tweede lid, van deze regeling.

Het in onderdeel b vermelde bedrag wordt gesteld op het fiscale equivalent van 50% van het volwassenen-minimumloon per 1 januari 2007: € 8312. Het percentage van genoemd onderdeel a wordt berekend door het bedrag van de arbeidskorting genoemd in onderdeel a (voor 2007 na bijstelling op basis van artikel 10.1: € 148) te delen door het eerder genoemde bedrag van € 8312. Het percentage van genoemd onderdeel b wordt berekend door het verschil tussen het bedrag van de maximale arbeidskorting genoemd in artikel 8.11, tweede lid, laatste volzin (voor 2007: € 1392 na verhoging van het bedrag met € 10 op grond van het Belastingplan 2007) en het eerder genoemde bedrag van € 148 te delen door het verschil van het fiscale equivalent van 108% van het volwassenen-minimumloon, verhoogd met € 477 ( is € 18 382) en het fiscale equivalent van 50% van het volwassenen-minimumloon (€ 8312), in cijfers (1392–148)/(18382–8312) = 12,354%. Aanpassing van de percentages van het derde lid, onderdelen a, b en c, vindt op overeenkomstige wijze plaats waarbij het bedrag van € 1392 telkens wordt vervangen door de in die onderdelen genoemde bedragen van de arbeidskorting na verhoging van die bedragen met € 10 op grond van het Belastingplan 2007.

Aanpassing van verschillende bedragen van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen

In artikel II van deze regeling wordt het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs aangepast. Dit toetsloon wordt gesteld op het fiscale equivalent van 130% van het volwassenen-minimumloon per 1 januari 2007. De bedragen van de afdrachtvermindering onderwijs opgenomen in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van genoemde wet die normaliter zouden moeten worden aangepast met toepassing van artikel 30, zijn tot en met het jaar 2007 bevroren op grond van artikel IV, onderdeel A.5 en artikel VI van de Wet overige fiscale maatregelen 2004.

Aanpassing bedragen in de Kostenwet invordering rijksbelastingen (artikel IV van deze regeling)

De bijstelling van een aantal bedragen in de artikelen 2, 3 en 4 van de Kostenwet invordering rijksbelastingen vindt plaats op basis van de op de voet van artikel 8 van deze wet bepaalde correctiefactor. Deze factor wordt berekend uit de indexcijfers van de ‘CAO-lonen per uur inclusief bijzondere beloningen, CAO-sector overheid’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De correctiefactor waarmee de in artikel 8, eerste lid, van de Kostenwet invordering rijksbelastingen genoemde bedragen per 1 januari 2007 worden bijgesteld, is, rekening houdend met rekenkundige afronding op 3 decimalen: 1,015. Ingevolge artikel XXI van de Wet overige fiscale maatregelen 2004 dient deze factor verlaagd te worden met 0,014, waardoor voor 2007 een correctiefactor resulteert van 1,001. Deze verlaging met 0,014 houdt verband met de in laatstgenoemde wet opgenomen maatregelen van het betekenen van dwangbevelen per post. Door de per saldo zeer lage correctiefactor van 1,001 wordt voor 2007 alleen het in artikel 3, eerste lid, als laatste vermelde bedrag aangepast. Als basis voor de bijstelling voor 2008 gelden de na bijstelling voor 2007 op 2 decimalen rekenkundig afgeronde bedragen.

Aanpassing bedragen artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken en artikel 5 van de Uitvoeringsregeling kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken (artikelen V en VI van deze regeling)

De bedragen van artikel 2, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken worden bijgesteld aan de hand van de door het Centraal planbureau in het Centraal Economisch Plan gepubliceerde verwachte ‘prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie’ voor het kalenderjaar, verhoogd met een volume-opslag van 0,75%. Volgens genoemde publicatie bedraagt de prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie voor het jaar 2007 1,25%, zodat inclusief volume-opslag, de bedragen dienen te worden bijgesteld met 2%. In artikel VI van deze regeling worden de bedragen voor 2007 achtereenvolgens gesteld op € 137 734 308, € 55 093 723 en € 20 660 146. In de toelichting bij artikel 5 van de Uitvoeringsregeling kostenverrekening en gegevensuitwisseling Wet waardering onroerende zaken is aangegeven dat het in dat artikel vermelde bedrag de indexering volgt van het macro kostenforfait. In artikel VII van deze regeling wordt het onderhavige bedrag voor 2007 gesteld op € 10 733.

Bedragen in deze regeling die per 1 januari 2007 bij wet nader worden gewijzigd

De hierna genoemde bij deze regeling bijgestelde bedragen in de Wet inkomstenbelasting 2001 zullen na die bijstelling per 1 januari 2007 door de Wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2007) worden vervangen door andere:

– Het schijventarief van artikel 2.10 (artikel I, onderdeel A, van deze regeling): het tarief met ingang van 1 januari 2007 is opgenomen in artikel I, onderdeel A, van het Belastingplan 2007;

– De tabel van de zelfstandigenaftrek van artikel 3.76 (artikel I, onderdeel G, van deze regeling): de met ingang van 1 januari 2007 geldende tabel is opgenomen in artikel I, onderdeel Ca, van het Belastingplan 2007;

– Het bedrag van de algemene heffingskorting van artikel 8.10, tweede lid (artikel I, onderdeel AE, van deze regeling) wordt volgens artikel I, onderdeel O, van het Belastingplan 2007 verhoogd met € 27 tot € 2043;

– Het maximum bedrag van de arbeidskorting van artikel 8.11, tweede lid (artikel I, onderdeel AF, van deze regeling) wordt volgens artikel I, onderdeel P, van het Belastingplan 2007 verhoogd met € 10 tot € 1392. De bedragen in het derde lid, onderdelen a, b en c, worden eveneens met € 10 verhoogd tot respectievelijk € 1642, €1890 en € 2138.

– In de Successiewet 1956 worden enkele vrijstellingen van successierecht aangepast voor verkrijgingen uit een nalatenschap door (achter)kleinkinderen en (over)grootouders. Het betreft de bedragen die voor 2007 na bijstelling met de tabelcorrectiefactor zijn vastgesteld op € 8819. Het betreft de bedragen van

• artikel 32, eerste lid, onder 4o, onderdeel b (het als tweede genoemde bedrag),

• artikel 32, eerste lid, onder 4o, onderdeel c,

• artikel 32, eerste lid, onder 4e, onderdeel d (het als eerste genoemde bedrag) en

• artikel 32, eerste lid, onder 6o.

Deze bedragen worden in artikel V van het Belastingplan 2007 verhoogd tot € 10 000. In verband met de verhoging van het in artikel 32, eerste lid, onder 4o, onderdeel b als tweede genoemde bedrag wordt ook het in de zogenoemde pensioenimputatieregeling van artikel 32, tweede lid als tweede genoemde bedrag, voor zover het betreft de vrijstelling voor kinderen jonger dan 23 jaar, verhoogd tot € 10 000. In de onderhavige regeling zijn de hiervoor bedoelde bedragen opgenomen in artikel III, onderdelen B.2, B.3, B.4, B.7 en B.9.

Voorts zal de tabel van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek van artikel 3.41, tweede lid, van de Wet IB 2001, zoals die voor 2007 is opgenomen in artikel I, onderdeel D, van deze regeling, in de loop van 2007 met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2007 worden vervangen door een nieuwe tabel die is opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale onderhoudswet 2007. De tabel waarop de tabelcorrectiefactor voor 2007 is toegepast is de tabel zoals die op grond van artikel III, onderdeel A, van het Belastingplan 2005 zou gaan gelden. Omdat de bedragen van deze tabel echter de bedragen zijn zoals die golden voor 2005, werkt de inflatiecorrectie zoals die per 1 januari 2006 op de bedragen is toegepast niet door in de bedragen van de tabel van artikel I, onderdeel D, in deze regeling. Vanwege het ontbreken van een toereikende delegatiebevoegdheid is het niet mogelijk deze onvolkomenheid in het kader van deze regeling recht te zetten, maar dient de materieel juiste tabel voor 2007 bij wet te worden vastgesteld. Ten opzichte van de tabel in deze regeling blijven in de tabel in genoemd wetsvoorstel de bedragen van € 2100, € 35 000 en € 68 000 ongewijzigd en worden de bedragen van € 99 000, € 132 000, € 164 000, € 197 000 en € 230 000 vervangen door achtereenvolgens € 100 000, € 133 000, € 166 000, € 198 000 en € 232 000. De bedragen van € 263 000 en € 295 000 zullen niet meer in de nieuwe tabel worden opgenomen omdat reeds vanaf een investeringsbedrag van € 232 000 een aftrek geldt van 0%.

De Minister van Financiën,

G. Zalm