Wijziging Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007

Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 13 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3933, houdende eerste wijziging Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

In overeenstemming met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelezen de aanvragen van de Nederlandse Fruittelers Organisatie, LTO-Nederland, LTO groeiservice, de Nederlandse Bond van boomkwekers, Plantum NL, het Hoofdproductschap Akkerbouw en de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur;

Gelet op artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962;

Besluit:

Artikel I

De bijlage bij het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 5 december 2006, TRCJZ/2006/3655, houdende vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 20071 wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan deel I van de bijlage worden na onderdeel I.B de volgende onderdelen toegevoegd, luidende:

I.C. Knelpunt Biologische perenteelt – perenschurft

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Amicarb 85 SP

Gehalte werkzame stof: 85% kaliumbicarbonaat

Toelatingsnummer: –

Toelatingshouder: Armand Products Company

Knelpunt: Biologische perenteelt – perenschurft

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel met maximaal 8 toepassingen per teelt of teeltseizoen, met dien verstande dat maximaal 5 hectare per persoon per dag behandeld mag worden. De gewasbehandeling is slechts toegestaan in de biologische teelt van peer vanaf 1 juni 2007 tot en met 30 september 2007.

De kasten van bestuivers dienen te worden gesloten totdat het gewas volledig droog is.

Gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Het volgende moet in acht worden genomen:

– Spuitnevel niet inademen.

– Aanraking met de ogen en de huid vermijden.

– Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

– Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen.

– Een bescherming voor de ogen dragen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 1 dag.

Gebruiksaanwijzing

Toepassingen

In de biologische teelt van peer, ter bestrijding van schurft (Venturia pirina).

Amicarb 85 SP is een schimmelbestrijdingsmiddel met contactwerking. Het middel dient met voldoende water (500–1000 liter water per hectare) toegepast te worden zodat het gewas goed geraakt wordt. De toepassing herhalen met een interval van 10 dagen met maximaal 8 toepassingen per teeltseizoen.

Dosering

2,5–6 kg per hectare

I.D. Knelpunt Biologische teelt van appel ter bestrijding van regenvlekkenziekte

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Biofa Cocana

Gehalte werkzame stof: 29,7%

Toelatingsnummer: –

Toelatingshouder: Biofa

Knelpunt: Biologische teelt van appel ter bestrijding van regenvlekkenziekte

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel in de biologische teelt van appels van 1 juli 2007 tot en met 30 september 2007.

Het middel is giftig voor waterorganismen, dus zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terechtkomt.

De toepassing op percelen die grenzen aan watergangen is uitsluitend toegestaan indien het middel in de eerste 20 meter grenzend aan de watergang toepast wordt met een windsingel op de rand van het rijpad en éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij, of een venturidop en éénzijdige bespuiting van de laatste bomenrij, of een tunnelspuit.

Het volgende moet in acht worden genomen:

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen, ook tijdens herbetredingswerkzaamheden.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel kan worden gebruikt als fungicide ter bestrijding van regenvlekkenziekte op appel. Biofa Cocana werkt preventief.

Toepassingen

In de biologische teelt van appel, ter bestrijding van regenvlekkenziekte. Het middel kan worden toegepast in de periode van juli tot en met september tot maximaal 2 weken voor de oogst. Voor de bepaling van de behandelingsmomenten kan gebruik worden gemaakt van een experimenteel waarschuwingsmodel. Naar verwachting zullen, afhankelijk van de ziektedruk en de weersomstandigheden 2 tot 6 bespuitingen per jaar worden uitgevoerd. De bespuitingen moeten bij voorkeur met veel spuitvloeistof (1000 l/ha) worden uitgevoerd zodat de vruchten volledig nat worden. Hard water vermindert de werking.

Dosering

8 liter middel per hectare

Biofa Cocana kan worden gemengd met spuitzwavel, maar niet met viruspreparaten en Bacillus thuringiensis preparaten.

I.E. Knelpunt Koolzaad – koolzaadglanskever

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Talstar 8 SC

Gehalte werkzame stof: 80 g/l bifenthrin

Toelatingsnummer: –

Toelatingshouder: Belchim Crop Protection

Knelpunt: Koolzaad – koolzaadglanskever

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel toegepast als gewasbehandeling met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen met gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen en met een teeltvrije zone van 50 cm in de onbedekte teelt van koolzaad vanaf 15 maart 2007 tot en met 30 juni 2007.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Het off-field risico voor niet-doelwit arthropoden kan worden beperkt door het toepassen van 90% driftreducerende spuitdoppen.

Het middel is schadelijk bij inademing en opname door de mond. Carcinogene effecten zijn niet uitgesloten. Het middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte handschoenen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Achter slot en buiten bereik van kinderen bewaren.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen

– Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk dit etiket tonen).

– Afval niet in de gootsteen werpen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Toepassingen

In de teelt van koolzaad, ter bestrijding van de koolzaadglanskever.

Zodra de eerste kevers worden waargenomen een behandeling uitvoeren in het bloemknopstadium. Als het gewas in bloei staat is een behandeling niet meer zinvol.

Dosering

0,125 liter middel per hectare.

I.F. Knelpunt Suikerbiet – emelt

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Talstar 8 SC

Gehalte werkzame stof: 80 g/l bifenthrin

Toelatingsnummer: –

Toelatingshouder: Belchim Crop Protection

Knelpunt: Suikerbiet – emelt

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel toegepast als grondbehandeling met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen met gebruikmaking van E-doppen en met een teeltvrije zone van 50 cm. Voor het mengen en laden mag slechts een hoeveelheid voor een te behandelen oppervlak van maximaal 8 ha per persoon per dag worden aangemaakt in de teelt van suikerbieten vanaf 1 maart 2007 tot en met 31 mei 2007.

Het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Het middel is schadelijk bij inademing en opname door de mond. Carcinogene effecten zijn niet uitgesloten. Het middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte handschoenen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Achter slot en buiten bereik van kinderen bewaren.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen

– Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk dit etiket tonen).

– Afval niet in de gootsteen werpen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Toepassingen

In de teelt van suikerbieten, ter bestrijding van emelten (larve van Tipula spp.).

Zaaivoorbehandeling: Als er problemen met emelten verwacht worden, het product toepassen door middel van een bespuiting in de zaaivoor.

Dosering

1 liter middel per hectare

Rijenbehandeling: Toepassen als rijenbehandeling met daarvoor geschikte spuitapparatuur, na opkomst van de bieten als er problemen met emelten verwacht worden. Het optimale toepassingstijdstip is 's avonds omdat de emelten vooral 's nachts actief zijn.

Dosering

1 liter middel per hectare

I.G. Knelpunt Snijbloemen – emelt

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Talstar 8 SC

Gehalte werkzame stof: 80 g/l bifenthrin

Toelatingsnummer: –

Toelatingshouder: Belchim Crop Protection

Knelpunt: Snijbloemen – emelt

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als bestrijdingsmiddel met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen met gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen en met een teeltvrije zone van 150 cm en met dien verstande dat voor het mengen en laden maximaal een hoeveelheid voor een te behandelen oppervlak van 6 hectare per persoon per dag aangemaakt mag worden in de onbedekte teelt van snijbloemen vanaf 1 maart 2007 tot en met 31 oktober 2007.

Het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Het middel is schadelijk bij inademing en opname door de mond. Carcinogene effecten zijn niet uitgesloten. Het middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte handschoenen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Achter slot en buiten bereik van kinderen bewaren.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen.

– Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk dit etiket tonen).

– Afval niet in de gootsteen werpen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Toepassingen

In de onbedekte teelt van snijbloemen, ter bestrijding van emelten (larve van Tipula spp.).

Als er problemen met emelten verwacht worden, het product verspuiten en inwerken vóór het zaaien of planten.

Dosering

1,25 liter middel per hectare

Als er geen ervaring is opgedaan met dit middel dient er altijd een proefbehandeling uitgevoerd te worden om de verdraagzaamheid van het gewas te testen.

I.H. Knelpunt Boomkwekerij en vaste planten – emelten en ritnaalden

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Talstar 8 SC

Gehalte werkzame stof: 80 g/l bifenthrin

Toelatingsnummer: –

Toelatingshouder: Belchim Crop Protection

Knelpunt: Boomkwekerij en vaste planten – emelten en ritnaalden

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel toegepast als grondbehandeling met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen met gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen en met een teeltvrije zone van 150 cm en met dien verstande dat voor het mengen en laden maximaal een hoeveelheid voor een te behandelen oppervalk van 6 hectare per persoon per dag aangemaakt mag worden in de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten vanaf 1 maart 2007 tot en met 30 september 2007.

Het middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Het middel is schadelijk bij inademing en opname door de mond. Carcinogene effecten zijn niet uitgesloten. Het middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte handschoenen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Achter slot en buiten bereik van kinderen bewaren.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen

– Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk dit etiket tonen).

– Afval niet in de gootsteen werpen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Toepassingen

In de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van emelten (larve van Tipula spp.) en ritnaalden (larve van Agriotes spp.).

Als er problemen met deze bodeminsecten verwacht worden, het product verspuiten en inwerken vóór het zaaien of planten.

Dosering

1,25 liter middel per hectare

B

Aan deel II van de bijlage worden na onderdeel II.N de volgende onderdelen toegevoegd, luidende:

II.O. Knelpunt Nerine – wolluis

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Actellic 50

Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl

Toelatingsnummer: 6469 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Nerine – wolluis

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel zonder dat er bij de toepassing mensen in de kas aanwezig zijn, met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen, met dien verstande dat het middel niet toegepast mag worden in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater terecht kan komen. Verder is het gebruik van het middel in bloeiende planten alleen toegestaan in de vegetatieve fase in de bedekte teelt van Nerine door middel van een gewasbehandeling vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007.

Na afloop van de behandeling dienen de luchtramen minimaal 4 uur gesloten te blijven, vervolgens minimaal 12 uur afluchten voordat de betreffende ruimte betreden mag worden.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is ontvlambaar en schadelijk bij inademing en opname door de mond. Het middel is irriterend voor de ogen en ademhalingswegen. Het middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Het middel kan longschade veroorzaken na verslikken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Spuitnevel niet inademen.

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen.

– Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

– Bij inslikken niet het braken opwekken, direct een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel kenmerkt zich door een goede contactwerking en dampwerking. Het middel dringt diep in het plantenweefsel door. De nawerking van het middel is kort. Het middel kan zowel worden verspoten als verneveld door middel van Puls- en Swingfog. Het effect van het middel wordt sterk beïnvloed door de temperatuur. Bij voorkeur niet beneden 20 ºC behandelen.

Het dient aanbeveling middels een proefbehandeling vast te stellen of het betreffende gewas de behandeling verdraagt.

Toepassingen

In de bedekte teelt van Nerine, ter bestrijding van wolluis (Pseudococcidae). Alléén toepassen in de vegetatieve fase van de planten.

Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren. Zonodig de behandeling maximaal 1 maal herhalen met een interval van 10–14 dagen.

Dosering

0,2% (200 ml per 100 liter water)

II.P. Knelpunt Roos – wolluis

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Actellic 50

Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl

Toelatingsnummer: 6469 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Roos – wolluis

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel zonder dat er bij de toepassing mensen in de kas aanwezig zijn, met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen, met dien verstande dat het middel niet toegepast mag worden in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater terecht kan komen. Verder is het gebruik van het middel in bloeiende planten alleen toegestaan in de vegetatieve fase in de bedekte teelt van roos door middel van een gewasbehandeling vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007.

Na afloop van de behandeling dienen de luchtramen minimaal 4 uur gesloten te blijven, vervolgens minimaal 12 uur afluchten voordat de betreffende ruimte betreden mag worden.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is ontvlambaar en schadelijk bij inademing en opname door de mond. Het middel is irriterend voor de ogen en ademhalingswegen. Het middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Het middel kan longschade veroorzaken na verslikken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Spuitnevel niet inademen.

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen.

– Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

– Bij inslikken niet het braken opwekken, direct een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel kenmerkt zich door een goede contactwerking en dampwerking. Het middel dringt diep in het plantenweefsel door. De nawerking van het middel is kort. Het middel kan zowel worden verspoten als verneveld door middel van Puls- en Swingfog. Het effect van het middel wordt sterk beïnvloed door de temperatuur. Bij voorkeur niet beneden 20 ºC behandelen.

Het dient aanbeveling middels een proefbehandeling vast te stellen of het betreffende gewas de behandeling verdraagt.

Toepassingen

In de bedekte teelt van roos, ter bestrijding van wolluis (Pseudococcidae).

Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren. Zonodig de behandeling maximaal 1 maal herhalen met een interval van 10–14 dagen. Alléén toepassen in de vegetatieve fase van de planten.

De gewasbehandeling kan ook pleksgewijs worden uitgevoerd; in dit geval mag per jaar maximaal de hoeveelheid worden gebruikt gelijk aan twee toepassingen op de gehele teeltoppervlakte.

Dosering

0,2% (200 ml per 100 liter water)

II.Q. Knelpunt Amaryllis tegen narcismijt

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Actellic 50

Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl

Toelatingsnummer: 6469 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Amaryllis tegen narcismijt

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als mijtenbestrijdingsmiddel zonder dat er bij de toepassing mensen in de kas aanwezig zijn, met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen, met dien verstande dat het middel niet toegepast mag worden in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater terecht kan komen.

Verder is het gebruik van het middel in bloeiende planten alleen toegestaan in de vegetatieve fase in de bedekte snijbloementeelt van amaryllis door middel van een gewasbehandeling vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007.

Na afloop van de behandeling dienen de luchtramen minimaal 4 uur gesloten te blijven, vervolgens minimaal 12 uur afluchten voordat de betreffende ruimte betreden mag worden.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is ontvlambaar en schadelijk bij inademing en opname door de mond. Het middel is irriterend voor de ogen en ademhalingswegen. Het middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Het middel kan longschade veroorzaken na verslikken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Spuitnevel niet inademen.

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen.

– Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

– Bij inslikken niet het braken opwekken, direct een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel kenmerkt zich door een goede contactwerking en dampwerking. Het middel dringt diep in het plantenweefsel door. De nawerking van het middel is kort. Het middel kan zowel worden verspoten als verneveld door middel van Puls- en Swingfog. Het effect van het middel wordt sterk beïnvloed door de temperatuur. Bij voorkeur niet beneden 20 ºC behandelen.

Het dient aanbeveling middels een proefbehandeling vast te stellen of het betreffende gewas de behandeling verdraagt.

Toepassingen

In de bedekte snijbloementeelt van amaryllis, ter bestrijding van narcismijt (Steneotarsonemus laticeps). Alléén toepassen in de vegetatieve fase van de planten.

Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren. Zonodig de behandeling maximaal 1 maal herhalen met een interval van 10–14 dagen.

Dosering

0,2% (200 ml per 100 liter water)

II.R. Knelpunt lelie – bollenmijt

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Actellic 50

Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl

Toelatingsnummer: 6469 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: lelie – bollenmijt

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als mijtenbestrijdingsmiddel met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen als plantgoedbehandeling van lelieschubben ten behoeve van de teelt van lelie vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007.

Dit middel is ontvlambaar, schadelijk bij inademing en opname door de mond, irriterend voor de ogen en de ademhalingswegen, zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Het middel kan longschade veroorzaken na verslikken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen.

– Spuitnevel niet inademen.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen.

– Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

– Bij inslikken niet het braken opwekken, direct een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel kenmerkt zich door een goede contactwerking en dampwerking. Het middel dringt diep in het plantenweefsel door. De nawerking van het middel is kort. Het effect van het middel wordt sterk beïnvloed door de temperatuur. Bij voorkeur niet beneden 20ºC behandelen. Het middel is ook geschikt voor de bestrijding van mijten, bijvoorbeeld bij plantgoed. De kiemkracht van het plantgoed wordt niet beïnvloed door het middel.

Toepassingen

Als plantgoedbehandeling (schubben) ten behoeve van de teelt van lelie, ter bestrijding van bollenmijt (Rhizoglyphus robini).

De schubben éénmalig dompelen in een oplossing van het middel kort na de oogst of na de bewaring in ijs.

Na het dompelen, de schubben de geadviseerde temperatuurbehandeling geven en gedurende 48 uur geen lucht verversen ter bevordering van de dampwerking. Zorg er voor dat de cel steeds goed volgestapeld is. Is dit niet mogelijk, dan de behandelde schubben afdekken met plastic.

Dosering

0,5% (0,5 liter middel per 100 liter water).

Plantgoedbehandeling algemeen

In de gebruiksaanwijzing is voor de toepassingen voor bloembollen- en knollenplantgoed steeds uitgegaan van een standaardontsmettingswijze, waarbij gestreefd dient te worden naar minimale restanten door opgebruik. Voor de toegestane wijze van verwerken van restanten ontsmettingsvloeistof wordt verwezen naar de ‘Regeling verwijdering dompelvloeistof bloembollen en -knollen’.

II.S. Knelpunt Groene potplanten – wol-, dop- en schildluizen

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Actellic 50

Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl

Toelatingsnummer: 6469 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Groene potplanten – wol-, dop- en schildluizen

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel zonder dat er bij de toepassing mensen in de kas aanwezig zijn, met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen, met dien verstande dat het middel niet toegepast mag worden in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater terecht kan komen. De vrijstelling geldt in de bedekte teelt van groene potplanten, inclusief kuipplanten, door middel van een gewasbehandeling vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007.

Na afloop van de behandeling dienen de luchtramen minimaal 4 uur gesloten te blijven, vervolgens minimaal 12 uur afluchten voordat de betreffende ruimte betreden mag worden.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is ontvlambaar en schadelijk bij inademing en opname door de mond. Het middel is irriterend voor de ogen en ademhalingswegen. Het middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Het middel kan longschade veroorzaken na verslikken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Spuitnevel niet inademen.

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen.

– Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

– Bij inslikken niet het braken opwekken, direct een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel kenmerkt zich door een goede contactwerking en dampwerking. Het middel dringt diep in het plantenweefsel door. De nawerking van het middel is kort. Het middel kan zowel worden verspoten als verneveld door middel van Puls- en Swingfog. Het effect van het middel wordt sterk beïnvloed door de temperatuur. Bij voorkeur niet beneden 20 ºC behandelen.

Toepassingen

In de bedekte teelt van groene potplanten, ter bestrijding van wolluis (Pseudococcidae), schildluis (o.a. Aspidiotus nerii) en dopluis (o.a. Coccus hesperidum en Saissetia coffeae). Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren. Zonodig de behandeling maximaal 1 maal herhalen met een interval van 10–14 dagen.

Dosering

0,2% (200 ml middel per 100 liter water).

N.B. Veiligheid voor het gewas: op een groot aantal soorten en variëteiten is het middel toegepast zonder dat beschadiging van het gewas optrad, met uitzondering van een aantal gevallen in de teelt van rozen, Euphorbia (syn. Poinsettia, kerstster) en Adiantum (venushaar). Bij twijfel over fytotoxiciteit wordt aangeraden een proefbespuiting uit te voeren.

II.T. Knelpunt Bloeiende potplanten en orchideeën tegen wol- en schildluizen

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Actellic 50

Gehalte werkzame stof: 500 g/l pirimifos-methyl

Toelatingsnummer: 6469 N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection B.V.

Knelpunt: Bloeiende potplanten en orchideeën tegen wol- en schildluizen

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel zonder dat er bij de toepassing mensen in de kas aanwezig zijn, met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen, met dien verstande dat het middel niet toegepast mag worden in kassen waarvan het condenswater in het oppervlaktewater terecht kan komen. De vrijstelling geldt:

a. in de bedekte teelt van bloeiende potplanten, inclusief kuipplanten, door middel van een gewasbehandeling vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007

b. in de bedekte teelt van orchideeën door middel van een gewasbehandeling vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007.

Na afloop van de behandeling dienen de luchtramen minimaal 4 uur gesloten te blijven, vervolgens minimaal 12 uur afluchten voordat de betreffende ruimte betreden mag worden.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is ontvlambaar en schadelijk bij inademing en opname door de mond. Het middel is irriterend voor de ogen en ademhalingswegen. Het middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken. Het middel kan longschade veroorzaken na verslikken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Spuitnevel niet inademen.

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Bij ontoereikende ventilatie een geschikte adembescherming dragen.

– Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

– Bij inslikken niet het braken opwekken, direct een arts raadplegen en de verpakking of het etiket tonen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel kenmerkt zich door een goede contactwerking en dampwerking. Het middel dringt diep in het plantenweefsel door. De nawerking van het middel is kort. Het middel kan zowel worden verspoten als verneveld door middel van Puls- en Swingfog. Het effect van het middel wordt sterk beïnvloed door de temperatuur. Bij voorkeur niet beneden 20 ºC behandelen.

Toepassingen

In de bedekte teelt van orchideeën en bloeiende potplanten, ter bestrijding van wolluis (Pseudococcidae) en schildluis (o.a. Aspidiotus nerii). Alléén toepassen in de vegetatieve fase van de planten.

Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren. Zonodig de behandeling maximaal 1 maal herhalen met een interval van 10–14 dagen.

Dosering

0,2% (200 ml middel per 100 liter water).

N.B. Veiligheid voor het gewas: op een groot aantal soorten en variëteiten (ook potplanten) is het middel toegepast zonder dat beschadiging van het gewas optrad, met uitzondering van een aantal gevallen in de teelt van rozen, Gerbera, Euphorbia (syn. Poinsettia, kerstster) en Adiantum (venushaar). Bij twijfel over fytotoxiciteit wordt aangeraden een proefbespuiting uit te voeren.

II.U. Knelpunt Wintergraan, graszaad, koolzaad – slakken

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Caragoal Gr

Gehalte werkzame stof: 6,4% metaldehyde

Toelatingsnummer: 4379 N

Toelatingshouder: Luxan B.V.

Knelpunt: Wintergraan, graszaad, koolzaad – slakken

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als middel ter bestrijding van schadelijke landslakken met maximaal twee toepassingen per teelt:

a. in de teelt van wintergraan van 1 januari 2007 tot en met 28 februari 2007 of van 1 september 2007 tot en met 31 december 2007;

b. in de teelt van graszaad van 1 januari 2007 tot en met 28 februari 2007 of van 1 september 2007 tot en met 31 december 2007;

c. in de teelt van koolzaad van 1 januari 2007 tot en met 28 februari 2007 of van 1 september 2007 tot en met 31 december 2007.

Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden.

Dit middel is gevaarlijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Om mogelijke vergiftiging te voorkomen er op toezien dat uitgestrooide korrels niet door kinderen of huisdieren worden gegeten. Bij vermoeden van opname direct uw huisarts of dierenarts raadplegen.

Lokmiddel in korrelvorm ter bestrijding van landslakken.

Toepassingen

In de teelt van wintergraan, graszaad en koolzaad, ter bestrijding van landslakken.

Tijdstip en wijze van toepassing:

De korrels tussen de cultuurplanten uitstrooien wanneer de slakken zeer bedrijvig zijn; dit is over het algemeen bij warm en vochtig weer. Bij voorkeur uitstrooien in de namiddag, als een zwoele nacht en enige dagen droog weer wordt verwacht.

In verband met het uitkomen van reeds gelegde eieren is het meestal noodzakelijk de behandeling na 1–2 weken te herhalen. Bij hevige aantasting en bij zeer vochtig weer verdient het aanbeveling de dosering iets te verhogen of de toepassing eerder te herhalen.

Dit middel bevat stoffen, die schimmelvorming voorkomen en de regenbestendigheid verhogen.

Bij toepassing op grotere schaal dient een granulaatstrooier te worden gebruikt.

Dosering

Op grote percelen ca. 7 kg per ha.

Een goede bescherming tegen slakken kan vaak ook worden verkregen door het middel in regels langs de perceelranden uit te strooien.

II.V. Knelpunt rabarber – breedbladig onkruid

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Centium 360 CS

Gehalte werkzame stof: 360 g/l clomazone

Toelatingsnummer: 12148 N

Toelatingshouder: Belchim Crop Protection

Knelpunt: rabarber – breedbladig onkruid

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel, met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen in de onbedekte teelt van uitgangsmateriaal en eerste jaarsteelten van rabarber vanaf 1 maart 2007 tot en met 31 juli 2007.

Het volgende moet in acht genomen worden:

– Niet roken tijdens gebruik.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Centium 360 CS werkt als een bodemherbicide tegen éénjarige breedbladige onkruiden Het middel wordt opgenomen door de wortels en de scheuten en opwaarts getransporteerd. Gevoelig zijn kleefkruid (Galium aparine), zwaluwtong (Polygonum convolvulus), perzikkruid (Polygonum persicaria) en vogelmuur (Stellaria media).

Toepassingen

In de onbedekte teelt van uitgangsmateriaal en 1e jaarsteelten van rabarber, ter bestrijding van éénjarige breedbladige onkruiden.

Centium 360 CS toepassen vóór of kort na het uitlopen van het gewas.

Dosering

0,25 liter per hectare

Waarschuwing

Centium 360 CS kan in vrijwel alle teelten gewasreacties in de vorm van bladverkleuring (chlorose) en enige groeiremming veroorzaken, zeker als er veel neerslag valt in de periode kort na toepassing. Deze gewasreacties zijn doorgaans van tijdelijke aard zonder negatieve effecten op de uiteindelijke opbrengsten.

Mocht de teelt in het voorjaar van bovenstaand gewas mislukken dan is het af te raden om zomertarwe, zomergerst, haver, suikerbiet, witlof, cichorei, sla, ui of prei als vervanggewas te gebruiken.

Door drift kan het middel schadelijke effecten veroorzaken aan naburige gewassen waaronder fruitbomen en andere houtige beplantingen.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

II.W. Knelpunt knolvenkel – breedbladig onkruid

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Centium 360 CS

Gehalte werkzame stof: 360 g/l clomazone

Toelatingsnummer: 12148 N

Toelatingshouder: Belchim Crop Protection

Knelpunt: knolvenkel – breedbladig onkruid

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel, met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen in de onbedekte teelt van knolvenkel vanaf 1 mei 2007 tot en met 31 augustus 2007.

Het volgende moet in acht genomen worden:

– Niet roken tijdens gebruik.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Centium 360 CS werkt als een bodemherbicide tegen éénjarige breedbladige onkruiden Het middel wordt opgenomen door de wortels en de scheuten en opwaarts getransporteerd. Gevoelig zijn kleefkruid (Galium aparine), zwaluwtong (Polygonum convolvulus), perzikkruid (Polygonum persicaria) en vogelmuur (Stellaria media).

Toepassingen

Onbedekte teelt van knolvenkel, ter bestrijding van éénjarige breedbladige onkruiden.

Centium 360 CS toepassen direct na het zaaien vóór opkomst van het gewas of na het aanslaan van de planten op onkruidvrije, vochtige grond.

Dosering

0,25 liter per hectare

Waarschuwing

Centium 360 CS kan in vrijwel alle teelten gewasreacties in de vorm van bladverkleuring (chlorose) en enige groeiremming veroorzaken, zeker als er veel neerslag valt in de periode kort na toepassing. Deze gewasreacties zijn doorgaans van tijdelijke aard zonder negatieve effecten op de uiteindelijke opbrengsten.

Mocht de teelt in het voorjaar van bovenstaand gewas mislukken dan is het af te raden om zomertarwe, zomergerst, haver, suikerbiet, witlof, cichorei, sla, ui of prei als vervanggewas te gebruiken.

Door drift kan het middel schadelijke effecten veroorzaken aan naburige gewassen waaronder fruitbomen en andere houtige beplantingen.

II.X. Knelpunt Ginseng – bodemschimmels

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Shirlan

Gehalte werkzame stof: 500 g/l FLUAZINAM

Toelatingsnummer: 12205N

Toelatingshouder: Syngenta Crop Protection

Knelpunt: Ginseng – bodemschimmels

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel met maximaal 5 toepassingen per teelt of teeltseizoen in de teelt van ginseng van 1 mei 2007 tot en met 30 september 2007.

Dit middel kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid. Dit middel is zeer vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Niet roken tijdens gebruik.

– Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Indien huidreacties optreden ten gevolge van overgevoeligheid voor Shirlan, niet meer werken met dit product of met dit product behandelde planten.

– Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Toepassingen

In de teelt van Ginseng, ter voorkoming van aantasting door Phytophthora cactorum.

Het tijdstip van de eerste behandeling hangt af van de ontwikkeling van het gewas en het weer. Meestal wordt na opkomst van het gewas met de bespuiting begonnen. Afhankelijk van de weersomstandigheden dienen de behandelingen om de 7–10 dagen te worden herhaald.

Dosering

0,4 liter middel per hectare

II.Y. Knelpunt grondgebonden snijbloemen onder glas – wortelduizendpoot

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Curater vloeibaar

Gehalte werkzame stof: 200 g/l carbofuran

Toelatingsnummer: 7823 N

Toelatingshouder: FMC Chemical

Knelpunt: grondgebonden snijbloemen onder glas – wortelduizendpoot

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel op klei-, veen- en zavelgronden met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen met dien verstande dat voor het laden en mengen maximaal een hoeveelheid voor een te behandelen oppervlakte van 0,2 ha per dag per persoon aangemaakt mag worden in de bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen door middel van een grondbehandeling vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is schadelijk bij aanraking met de huid en vergiftig bij inademen. Dit middel is zeer vergiftig bij opname door de mond en irriterend voor de huid. Het middel is giftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het middel bevat fenylmethoxy methanol. Dit kan een allergische reactie veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte beschermende handschoenen, kleding en laarzen.

– Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water en zeep.

– Een beschermingsmiddel voor het gezicht dragen.

– Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen.

– Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen en indien mogelijk dit etiket tonen.

– Na het werk direct handen, gezicht en haar wassen.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Bijen kunnen ook actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.

Algemeen

Het dient aanbeveling middels een proefbehandeling vast te stellen of het betreffende gewas de behandeling verdraagt.

Toepassingen

In de bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen, ter bestrijding van wortelduizendpoot (Scutigerella immaculata).

Het middel toedienen via de regenleiding; meteen na toepassing enkele minuten naregenen. Bij zware aantasting de behandeling na ca. 14 dagen herhalen. In chrysanten is schade in de vorm van blad- of wortelverbranding niet uitgesloten. Op grond met een hoog organische stofgehalte kan de werking van Curater Vloeibaar middels een grondbehandeling tegen de wortelduizendpoot tegenvallen.

Dosering

2 ml per m2, opgelost in 2 tot 3 liter water

II.Z. Knelpunt Boomkwekerijgewassen en vaste planten – gegroefde lapsnuitkever

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Curater vloeibaar

Gehalte werkzame stof: 200 g/l carbofuran

Toelatingsnummer: 7823 N

Toelatingshouder: FMC Chemical

Knelpunt: Boomkwekerijgewassen en vaste planten – gegroefde lapsnuitkever

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel met maximaal 4 toepassingen per teelt of teeltseizoen die machinaal worden toegepast met gebruikmaking van driftreducerende doppen van minimaal 90% en met een teeltvrije zone van 150 cm en met dien verstande dat maximaal 1 ha per persoon per dag behandeld mag worden in de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten door middel van een gewasbehandeling vanaf 1 mei 2007 tot en met 31 oktober 2007.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is schadelijk bij aanraking met de huid en vergiftig bij inademen. Dit middel is zeer vergiftig bij opname door de mond en irriterend voor de huid. Het middel is giftig voor in het water levende organismen en kan in het aqauatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het middel bevat fenylmethoxy methanol. Dit kan een allergische reactie veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte beschermende handschoenen, kleding en laarzen, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water en zeep.

– Een beschermingsmiddel voor het gezicht dragen.

– Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen.

– Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen en indien mogelijk dit etiket tonen.

– Na het werk direct handen, gezicht en haar wassen.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Bijen kunnen ook actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.

Algemeen

Het verdient aanbeveling door middel van een proefbehandeling vast te stellen of het betreffende gewas de behandeling verdraagt.

Toepassingen

In de onbedekte teelt van boomkwekerijgewassen en vaste planten, ter bestrijding van de volwassen lapsnuitkever (Otiorhynchus spp).

Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren en met een interval van 21 dagen herhalen. Het optimale toepassingstijdstip is ’s avonds omdat de kevers ’s nachts actief zijn.

Dosering

0,1% (100 ml per 100 liter water)

II.AA. Knelpunt Zure kers – vruchtrijping

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Ethrel-A

Gehalte werkzame stof: 480 g/l ethefon

Toelatingsnummer: 6355 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: Zure kers – vruchtrijping

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als groeiregulerend middel met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen en met dien verstande dat het middel uitsluitend machinaal (dus niet met rugspuit) toegepast mag worden en dat maximaal 1 ha per persoon per dag behandeld mag worden in de teelt van zure kers vanaf 1 mei 2007 tot en met 31 juli 2007.

Bij gebruik van dit middel bestaat gevaar voor ernstig oogletsel. Het middel is schadelijk voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding, ook bij werkzaamheden aan behandeld gewas.

– Niet roken tijdens gebruik.

– Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

– Een beschermingsmiddel voor de ogen dragen.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 7 dagen voor zure kers.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

In het algemeen moet zoveel spuitvloeistof worden gebruikt dat een goede en regelmatige bevochtiging van het gewas plaats heeft. Toevoeging van 25 ml uitvloeier per 100 liter spuitvloeistof is daarom aan te bevelen. Bespuitingen uitvoeren op een droog gewas en als niet direct regen wordt verwacht.

Toepassingen

Zure kers, ter bevordering van vruchtrijping.

Zeven tot tien dagen voor de oogst een gewasbehandeling uitvoeren.

Dosering

0,75 l middel per ha

II.AB. Knelpunt Druiven – Meeldauw

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Exact

Gehalte werkzame stof: 50 g/l triadimenol

Toelatingsnummer: 11222 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: Druiven – Meeldauw

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel met maximaal 6 toepassingen per teelt of teeltseizoen in de teelt van druiven van 1 mei 2007 tot en met 30 augustus 2007.

Het middel is giftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet in acht worden genomen:

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 35 dagen voor druiven.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het gewas goed bevochtigen.

Toepassingen

In de teelt van druiven, ter bestrijding van echte meeldauw (Uncinula necator).

Vanaf de eerste meeldauwaantasting wekelijks bespuitingen uitvoeren.

Dosering

0,05% (50 ml middel in 100 liter water)

II.AC. Knelpunt onbedekte teelt van oregano – grasachtige onkruiden

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Gallant 2000

Gehalte werkzame stof: 108 g/l haloxyfop-P-methyl

Toelatingsnummer: 11592 N

Toelatingshouder: Dow Agrosciences B.V.

Knelpunt: onbedekte teelt van oregano – grasachtige onkruiden

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel ter bestrijding van grasachtige (monocotyle) onkruiden, met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen met dien verstande dat maximaal 5 ha per persoon per dag behandeld mag worden in de onbedekte teelt van oregano bestemd voor de productie van etherische oliën, vanaf 1 april 2007 tot en met 30 september 2007.

Om het grondwater te beschermen mag dit product niet worden gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden.

Dit middel geeft gevaar voor ernstig oogletsel, kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid en is irriterend voor ademhalingswegen en de huid. Dampen kunnen slaperigheid en duizeligheid veroorzaken. Het middel is giftig voor in water levende organismen; kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Niet roken tijdens gebruik.

– Tijdens de bespuiting een geschikte adembescherming dragen.

– Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht.

– Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Gallant 2000 is een systemisch werkend bladherbicide en bestrijdt kweekgras, eenjarige grassen en opslag van granen, ook straatgras wordt bestreden. Op het moment van spuiten moeten de grassen goed aan de groei zijn en voldoende bladmassa hebben om het herbicide op te nemen (3–5 bladstadium tot begin uitstoeling).

Wacht met toepassen niet zo lang dat het cultuur gewas het onkruid grotendeels bedekt.

Toepassen bij droog en groeizaam weer, als geen regen wordt verwacht binnen 1 uur na toepassing. De groei van de onkruiden stopt binnen enkele dagen na de bespuiting; afhankelijk van de weersomstandigheden en de onkruiden is de werking zichtbaar 1 tot 2 weken na de toepassing en is volledig na 3 tot 4 weken. Groeizaam weer bevordert de snelheid van de werking.

Gallant 2000 bevat een uitvloeier. De toevoeging van een extra hulpstof is dus niet nodig.

Niet mengen met groeistoffen.

Toepassingen

Onbedekte teelt van oregano bestemd voor de productie van etherische oliën, ter bestrijding van grasachtige onkruiden.

De toepassing kan na opkomst van het gewas plaatsvinden.

Dosering

De dosering is afhankelijk van de onkruidsoort.

onkruidsoort

dosering per ha

tijdstip van toepassen

– Hanepoot

  

– Duist

  

– Windhalm

  

– Wilde haver

  

– Opslag van granen

0,5 l

als het betreffende onkruid 2–3 bladeren heeft tot uiterlijk begin doorschieten.

– Stuifdek van gerst

  

– Opslag van raaigras

  

– Kweekgras

1 l

bij 15–25 cm hoogte (4–6 bladstadium)

– Straatgras

1–1,5 l

op jong straatgras voor de bloei geeft 1 l ha al voldoende werking.

Opmerkingen

Cultuurgrassen (behalve roodzwenk en hardzwenk), granen en maïs zijn uiterst gevoelig voor dit middel.

II.AD. Knelpunt Oregano – breedbladige onkruiden

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Goltix WG

Gehalte werkzame stof: 70% metamitron

Toelatingsnummer: 8629 N

Toelatingshouder: Makhteshim-Agan Holland BV

Knelpunt: Oregano – breedbladige onkruiden

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel ter bestrijding van breedbladige onkruiden, met maximaal 3 toepassingen per jaar in de onbedekte teelt van oregano bestemd voor de productie van etherische oliën, vanaf 1 april 2007 tot en met 30 september 2007.

Gebruik van dit middel in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantasting zoals grondboringen zijn verboden, is niet toegestaan op gronden met een organisch stofgehalte minder dan 2% en minder dan 10% afslibbaar.

Dit middel is schadelijk bij opname door de mond. Het is vergiftig voor in het water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen, ook bij werkzaamheden aan een behandeld gewas.

– In geval van inslikken, onmiddellijk een arts raadplegen en de verpakking of etiket tonen.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Bij na-opkomsttoepassingen is Goltix WG, vooral in combinatie met minerale olie (850 g/l) werkzaam als bladherbicide en als bodemherbicide. Ongevoelig voor Goltix WG zijn wilde haver, hanepoot, bingelkruid en wortelonkruiden.

Toepassingen

Onbedekte teelt van oregano bestemd voor de productie van etherische oliën, ter bestrijding van breedbladige onkruiden.

Toepassen op kleine onkruiden.

Dosering

– 5 kg Goltix WG per ha éénmalig na het uitplanten of bij aanvang van een nieuw groeiseizoen of

– 0,5–2 kg Goltix WG per ha na opkomst, maximaal 3 maal toepassen met een interval van 10–14 dagen

N.B.

– Goltix WG niet toepassen op diepgeploegde zandgronden

– Spuiten op een droog gewas en niet kort na of kort voor nachtvorst

– Op de dag van spuiten moet het droog weer zijn

– Op grondsoorten met meer dan 5% humus wordt de bodemwerking van Goltix WG minder betrouwbaar.

II.AE. Knelpunt Sluitkool – Thrips tabaci

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Mesurol 500 SC

Gehalte werkzame stof: 500 g/l methiocarb

Toelatingsnummer: 11720 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: Sluitkool – Thrips tabaci

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen in de teelt van sluitkool vanaf 1 juli 2007 tot en met 30 september 2007, mits:

– bij een droge sloot een teeltvrije zone van tenminste 1,5 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot;

– bij een watervoerende sloot een teeltvrije zone van tenminste 4 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot;

– het middel niet wordt gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, met een organische-stofgehalte kleiner dan 2% en meer dan 10% afslibbaar.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is gevaarlijk voor niet-doelwit-arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is vergiftig bij opname door de mond. Het is zeer vergiftig voor in water levende organismen en kan in aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen.

– Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen)

– Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 2 weken voor sluitkool.

Gebruiksaanwijzing

Attentie

Bijen kunnen actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.

Toepassingen

Sluitkool, ter bestrijding van tabakstrips (Thrips tabaci).

Dosering

Eerste bespuiting: 1,5 liter middel per hectare

Volgbespuiting: 1,0 liter middel per hectare

De bespuiting zonodig éénmaal met een interval van 14 dagen herhalen.

II.AF. Knelpunt Snijbloemen – trips

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Mesurol 500 SC

Gehalte werkzame stof: 500 g/l methiocarb

Toelatingsnummer: 11720 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: Snijbloemen – trips

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel op niet bloeiende gewassen in:

a. de bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007; of

b. de onbedekte teelt van grondgebonden snijbloemen met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen vanaf 1 maart 2007 tot en met 31 oktober 2007, mits

1. bij een droge sloot een teeltvrije zone van tenminste 1,5 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot;

2. bij een watervoerende sloot een teeltvrije zone van tenminste 4 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot;

3. het middel niet wordt gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, met een organische-stofgehalte kleiner dan 2% en meer dan 10% afslibbaar.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen en op gewassen met geopende bloemen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is gevaarlijk voor niet-doelwit-arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is vergiftig bij opname door de mond. Het is zeer vergiftig voor in water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen.

– Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen)

– Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Gebruiksaanwijzing

Attentie

Bijen kunnen actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.

Toepassingen

Grondgebonden teelt van snijbloemen, ter bestrijding van tabakstrips (Thrips tabaci) en Californische trips (Frankliniella occidentalis).

Bij aanwezigheid van trips een bespuiting toepassen. De bespuiting zonodig herhalen na 7 tot 10 dagen.

Dosering

0,1% (100 ml middel per 100 liter water)

De bespuiting zonodig éénmaal met een interval van 14 dagen herhalen.

II.AG. Knelpunt Prei productieteelt – trips en prei veredeling, zaadteelt en opkweek – trips

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Mesurol 500 SC

Gehalte werkzame stof: 500 g/l methiocarb

Toelatingsnummer: 11720 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience BV

Knelpunt: Prei productieteelt – trips en prei veredeling, zaadteelt en opkweek – trips

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel in:

a. de bedekte teelt van de zaadproductie en de veredeling van prei met maximaal 4 toepassingen per teelt of teeltseizoen vanaf 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007. Of

b. de onbedekte veredelingsteelt van prei met maximaal 4 toepassingen per teelt of teeltseizoen vanaf 1 mei 2007 tot en met 31 oktober 2007, mits

– bij een droge sloot een teeltvrije zone van tenminste 1,5 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot;

– bij een watervoerende sloot een teeltvrije zone van tenminste 4 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot;

– het middel niet wordt gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, met een organische-stofgehalte kleiner dan 2% en meer dan 10% afslibbaar. Of

c. de productieteelt van prei met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen vanaf 1 juni 2007 tot en met 30 september 2007, mits

– bij een droge sloot een teeltvrije zone van tenminste 1,5 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot;

– bij een watervoerende sloot een teeltvrije zone van tenminste 4 meter vanaf de insteek van het talud tot de buitenste gewasrij wordt aangehouden bij gebruikmaking van minimaal 90% driftreducerende doppen binnen een afstand van 14 meter vanaf de insteek van de sloot;

– het middel niet wordt gebruikt in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet Milieubeheer, met een organische-stofgehalte kleiner dan 2% en meer dan 10% afslibbaar.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Om bijen en hommels te beschermen mag u dit product niet gebruiken op in bloei staande gewassen. Gebruik dit product niet op plaatsen waar bijen en hommels actief naar voedsel zoeken. Gebruik dit product niet in de buurt van in bloei staand onkruid.

Dit middel is gevaarlijk voor niet-doelwit-arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel is vergiftig bij opname door de mond. Het middel is zeer vergiftig voor in water levende organismen en kan in het aquatisch milieu op lange termijn schadelijke effecten veroorzaken.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

– Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen.

– Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen)

– Deze stof en de verpakking als gevaarlijk afval afvoeren.

– Voorkom lozing in het milieu. Vraag om speciale instructies/ veiligheidsgegevenskaart.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Veiligheidstermijn

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 2 weken voor prei.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Bijen kunnen actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.

Toepassingen

In de bedekte en onbedekte veredelingsteelt en de bedekte zaadteelt van prei, ter bestrijding van tabakstrips (Thrips tabaci) en Californische trips (Thrips frankliniella)

Dosering

Eerste bespuiting: 1,5 liter middel per hectare

Volgbespuiting: 1,0 liter middel per hectare

De bespuiting zonodig maximaal 3 maal met een interval van 10 dagen herhalen.

In de productieteelt van prei, ter bestrijding van tabakstrips (Thrips tabaci).

Dosering

Eerste bespuiting: 1,5 liter middel per hectare

Volgbespuiting: 1,0 liter middel per hectare

De bespuiting zonodig éénmaal met een interval van 10 dagen herhalen.

II.AH. Knelpunt andijvie – voetrot

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Previcur N

Gehalte werkzame stof: 722 g/l propamocarb-hydrochloride

Toelatingsnummer: 7920 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: andijvie ter bestrijding van voetrot

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel met maximaal 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen in de bedekte teelt van andijvie van 1 september 2007 tot en met 31 oktober 2007.

Veiligheidstermijnen:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

3 weken voor andijvie.

Het volgende moet in acht worden genomen:

– Niet roken tijdens gebruik.

– Draag geschikte beschermende handschoenen en kleding.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Volgteelt

Het is niet toegestaan om binnen 120 dagen na toepassing een consumptiegewas als volggewas te zaaien of te planten.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel is een systemisch fungicide met een specifieke werking tegen schimmels, die voetrot en wortelrot veroorzaken, zoals Pythium-, Phytophthora-, Peronospora- en Aphanomyces-soorten.

Toepassingen

In de bedekte teelt van andijvie, ter voorkoming van voetrot.

Behandeling voor het uitplanten (over de planten in de perspot of op plantenbed)

Dosering: 0,1% (100 ml per 100 liter water). Per m2 5 liter spuitvloeistof gebruiken. Naregenen is noodzakelijk om het middel in de wortelzone te laten dringen en van de bladeren af te spoelen.

Behandeling na het uitplanten.

Kort na het uitplanten een behandeling uitvoeren door aangieten van de plantbasis.

Dosering

0,1% (100 ml per 100 liter water). Per plant 100 ml oplossing gebruiken. Indien nodig de behandeling na 2 weken herhalen.

II.AI. Knelpunt Spaanse peper – Phytophthora

Gebruiksvoorschrift

Merknaam: Previcur N

Gehalte werkzame stof: 722 g/l propamocarb-hydrochloride

Toelatingsnummer: 7920 N

Toelatingshouder: Bayer CropScience B.V.

Knelpunt: Spaanse peper – Phytophthora

Gebruiksvoorschriften

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel met maximaal 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen in de grondgebonden bedekte teelt van Spaanse peper van 1 september 2007 tot en met 31 december 2007.

Veiligheidstermijnen:

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan:

3 dagen voor Spaanse peper.

Het volgende moet in acht worden genomen:

– Niet roken tijdens gebruik.

– Draag geschikte beschermende handschoenen en kleding.

Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor mens en milieu te voorkomen.

Volgteelt

Het is niet toegestaan om binnen 120 dagen na toepassing een consumptiegewas als volggewas te zaaien of te planten.

Gebruiksaanwijzing

Algemeen

Het middel is een systemisch fungicide met een specifieke werking tegen schimmels, die voetrot en wortelrot veroorzaken, zoals Pythium-, Phytophthora-, Peronospora- en Aphanomyces-soorten.

Toepassingen

In de in de grondgebonden bedekte teelt van Spaanse peper, ter voorkoming van uitval door Phytophthora.

Behandeling voor het uitplanten (over de planten in de perspot of op plantenbed)

Dosering: 0,1% (100 ml per 100 liter water). Per m2 5 liter spuitvloeistof gebruiken. Naregenen is noodzakelijk om het middel in de wortelzone te laten dringen en van de bladeren af te spoelen.

Behandeling na het uitplanten.

Kort na het uitplanten een behandeling uitvoeren door aangieten van de plantbasis.

Dosering

0,1% (100 ml per 100 liter water). Per plant 100–150 ml oplossing gebruiken. Indien nodig de behandeling na 2 weken herhalen.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 13 december 2006
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
voor deze:
de Directeur-Generaal, A.N. Van der Zande.

Toelichting

Artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 biedt de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen voor de toepassing van een niet toegelaten gewasbeschermingsmiddel. De systematiek is niet gewijzigd ten opzichten van de vrijstellingen 2006 en 2005, hetgeen betekent dat het georganiseerde bedrijfsleven afgelopen zomer voor de combinatie van bepaalde teelten en bepaalde plagen of ziektes aanvragen tot vrijstelling heeft ingediend waartegen volgens het bedrijfsleven geen goed bestrijdingsmiddel voorhanden is.

De Plantenziektenkundige Dienst heeft onderzocht of er daadwerkelijk sprake is van een landbouwkundig knelpunt in de teelt. De beginselen van geïntegreerde teelt dienen hierbij als uitgangspunt. Slechts voor erkende knelpunten kan een vrijstelling worden verleend.

Vervolgens brengen het RIVM, Notox en EPP Consultancy, onder coördinatie van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen advies uit of het beoogde gewasbeschermingsmiddel voldoet aan de gestelde eisen inzake arbeidsbescherming, volksgezondheid en milieu. Een middel kan bovendien slechts worden vrijgesteld als de werkzame stof in het middel voor 26 juli 1993 op de markt is gekomen en is opgenomen in een werkprogramma van de Europese Commissie voor onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van richtlijn 91/414/EEG van de Raad van de Europese Unie van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PbEU L 230).

Het besluit Vrijstellingen gewasbeschermingsmiddelen 2007 van 5 december 2006 bevat een uitgebreide toelichting. Hiernaar zij verwezen voor wat betreft een uitgebreide toelichting op de gevolgde procedure en het algemene kader voor vrijstellingen, aangezien zij ook geldt voor de vrijstellingen die met onderhavig besluit bekend worden gemaakt. Bijgaand wijzigingsbesluit bevat 27 vrijstellingen en vormt een aanvulling op de reeds in de bijlagen bij genoemd besluit verleende vrijstellingen. Naar verwachting zal het aantal verleende vrijstellingen voor 2007 opnieuw minder zijn dan het aantal verleende vrijstellingen in 2006. De geldigheidsduur van een vrijstelling is beperkt tot het teeltseizoen 2007 of zo mogelijk een gedeelte daarvan.

Een belanghebbende kan, binnen zes weken na de datum van publicatie in de Staatscourant, tegen dit besluit of een onderdeel daarvan een met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ter attentie van Dienst Regelingen, Afdeling Rechtsbescherming, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag.

De stukken, die ten grondslag liggen aan dit besluit, kunnen worden ingezien bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Bezuidenhoutseweg 73, 2594 AC, Den Haag en de Plantenziektenkundige Dienst, Geertjesweg 15, 6706 EA Wageningen. Gelieve daarbij wel tevoren aan te geven dat om inzage zal worden gevraagd.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

voor deze:

de Directeur-Generaal,

A.N. Van der Zande

  • 1

    Stcrt. 2006, nr. 243, 13 december 2006

Naar boven