Regeling bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 11 december 2006, nr. TRCJZ/2006/3802, houdende regeling bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 32/82 van de Commissie van 7 januari 1982 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer in de rundvleessector;

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1964/82 van de Commissie van 20 juli 1982 tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer van bepaalde soorten rundvlees zonder been;

Gelet op artikel 11 en artikel 13, eerste lid, van het In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980;

Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën;

Besluit:

Paragraaf 1

Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Minister : Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

b. A lgemene Inspectiedienst: Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

c. productschap: Productschap voor Vee en Vlees;

d. verordening 32/82: verordening (EEG) nr. 32/82 van de Commissie van 7 januari 1982, tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer in de rundvleessector (PbEG L 4);

e. verordening 1964/82: verordening (EEG) nr. 1964/82 van de Commissie van 20 juli 1982, tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer van bepaalde soorten rundvlees zonder been (PbEG L 212);

f. verordening 853/2004: verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PbEU L 139);

g. karkas: het geslachte dier, zonder kop en zonder poten, zonder de organen in de borst- en buikholte, zonder nieren, het niervet en het slotvet, zonder de geslachtsorganen met de bijbehorende spieren, zonder middenrif en longhaas, zonder staart, zonder ruggenmerg, zonder zakvet, zonder bovenbilvet en zonder vette nekaders;

h. oormerknummer: oormerknummer, als bedoeld in verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad (PbEG L 2004);

i. volwassen mannelijke runderen: mannelijke runderen met een levend gewicht van meer dan 300 kg of, indien het levend gewicht niet kan worden vastgesteld, met een geslacht gewicht van ten minste 150 kg;

j. identificatieattest: attest waarvan het model is opgenomen in de bijlage van verordening 32/82;

k. attest uitgebeend vlees: attest uitgebeend vlees van voorvoeten of achtervoeten waarvan het model is opgenomen in de bijlagen van verordening 1964/82;

l. vlees: vers of gekoeld vlees in de vorm van hele dieren of halve dieren, compensated quarters, voorvoeten of achtervoeten, als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van verordening 32/82;

m. technische delen: de in bijlagen 1 en 2 bij deze regeling omschreven afzonderlijk verpakte delen, zonder been, met een magervleesaandeel van ten minste 55% afkomstig van verse of gekoelde voor- en achtervoeten van volwassen mannelijke runderen, als bedoeld in artikel 1 van verordening 1964/82;

n. belanghebbende: degene die aanspraak maakt op een bijzondere restitutie of degene die namens deze handelt;

o. uitsnijderij: een inrichting voor het uitbenen of uitsnijden van vlees zoals gedefinieerd in bijlage 1, onderdeel 1.17, van verordening 853/2004;

p. verordening 800/1999: verordening (EG) nr. 800/1999 van de Commissie van 15 april 1999 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PbEG L 102);

q. uitvoer: uitvoer uit de Gemeenschap of leveranties als bedoeld in artikel 36 van verordening 800/1999;

r. aanvullende aantekeningen: aanvullende aantekeningen bij hoofdstuk 2, bijlage 1 van verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG L 286).

Artikel 2

1. Overeenkomstig de bepalingen van verordening 32/82 en verordening 1964/82 en van deze regeling kan door het productschap een bijzondere restitutie worden toegekend ter zake van uitvoer van de volgende producten:

a. vlees;

b. technische delen.

2. Het in artikel 2, tweede lid, van verordening 32/82 bedoelde bewijs dat de uitgevoerde producten afkomstig zijn van volwassen mannelijke runderen wordt afgegeven door de Algemene Inspectiedienst.

3. Het productschap neemt bij de berekening van de restitutie overeenkomstig het bepaalde in de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen mede in acht de bevindingen of vaststellingen van de Algemene Inspectiedienst zoals neergelegd in het identificatieattest, onderscheidenlijk het attest uitgebeend vlees.

4. Alle handelingen in het kader van deze regeling vinden plaats op werkdagen tussen 7.00 uur en 17.00 uur onder toezicht van een ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst.

5. Belanghebbende verstrekt de gegevens die de Algemene Inspectiedienst en het productschap in het kader van de uitvoering van deze regeling behoeven volledig en naar waarheid.

6. Belanghebbende verstrekt aan de Algemene Inspectiedienst en het productschap op hun verzoek, alle ter zake van die gegevens gewenste nadere inlichtingen terstond en naar waarheid en verleent in voorkomend geval alle medewerking.

7. De bijzondere restitutie voor technische delen wordt niet verleend indien de producten onder de in artikel 40 van verordening 800/1999 bedoelde regeling zijn geplaatst.

Paragraaf 2

Bepalingen betreffende de bijzondere restitutie voor vlees

Artikel 3

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. voorvoeten: voorspannen of voorvoeten, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2, onderdeel 1.A, onder d en e, van de aanvullende aantekeningen;

b. achtervoeten: achterspannen of achtervoeten, zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2, onderdeel 1.A, onder f en g, van de aanvullende aantekeningen.

Artikel 4

1. Belanghebbende meldt het vlees schriftelijk aan uiterlijk voor 10.00 uur op de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de identificatie en de verlading zal plaatsvinden bij de Algemene Inspectiedienst.

2. De aanmelding bevat ten minste de volgende gegevens:

a. datum en tijd van de identificatie en verlading;

b. naam en adres slachthuis;

c. hoeveelheid;

d. aantal uit te schrijven attesten;

e. naam en adres aanvrager;

f. contactpersoon en telefoonnummer.

Artikel 5

1. Een identificatieattest wordt uitsluitend opgemaakt voor partijen rundvlees waarvan het gewicht 500 kg of meer bedraagt.

2. Om voor afgifte van het identificatieattest in aanmerking te komen worden op het tijdstip van de identificatie de minimumgewichten zoals vermeld in bijlage 3 en de overige voorwaarden in acht genomen.

3. Het gewicht wordt onmiddellijk na identificatie onder toezicht van de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst vastgesteld. Het gewicht met bijbehorend oormerknummer of slachtnummer wordt door het slachthuis vermeld op een weeglijst.

4. De in het tweede lid genoemde minimumgewichten zijn niet van toepassing indien het ter identificatie aangeboden vlees in karkassen wordt aangeboden. In dat geval bedraagt het minimumgewicht van het geslachte dier 150 kg.

5. Als het vlees wordt aangeboden met aan het product vastzittende slachtafvallen worden de minimumgewichten verhoogd volgens de bepalingen uit bijlage 4.

6. Het slachthuis beschikt over een aantal van een geldig ijkmerk voorziene toetsgewichten van 20 of 25 kg elk voor een totaalgewicht van ten minste 200 kg.

Artikel 6

1. De ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst vermeldt op de weeglijst:

a. of de lever of nieren nog vastzitten aan het karkas of de achtervoeten;

b. het nettogewicht, na toepassing van artikel 1, derde lid, van verordening 32/82.

2. De ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst vermeldt het nettogewicht waarvoor restitutie kan worden aangevraagd in het daartoe bestemde vak van het identificatieattest.

3. De weeglijst wordt tezamen met een kopie van het identificatieattest door de exporteur bewaard.

Artikel 7

1. Het vlees wordt in het slachthuis waar de dieren zijn geslacht ter identificatie aangeboden in de vorm waarin het zal worden geëxporteerd.

2. Het vlees is ten behoeve van de identificatie op overzichtelijke wijze aanwezig.

3. Voorvoeten worden in de vorm van hele of halve karkassen ter identificatie aangeboden.

4. Elke voet is voorzien van een etiket waarop het oormerknummer of slachtnummer, het geslacht en het gewicht van het hele karkas is vermeld.

5. Indien de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst het vlees identificeert als afkomstig van volwassen mannelijke runderen voorziet hij het vlees van een onuitwisbaar merk volgens onderstaand model.

AID. XMY

6. Op de met het teken X aangeduide plaats in het in het vijfde lid bedoelde merk dient een kenmerk opgenomen te worden van de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst die het merk aanbrengt.

7. Op de met het teken Y aangeduide plaats, in het in het vijfde lid bedoelde merk, dient het nummer van het identificatieattest te worden opgenomen.

Artikel 8

Het in artikel 7, vijfde lid, bedoelde merk wordt aangebracht op:

– de voorvoet: op de fijne rib of op de naborst;

– de achtervoet: op de schenkel of op de platte rib.

Artikel 9

Onmiddellijk nadat het vlees van het merk is voorzien wordt het vlees onder toezicht van een ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst in een vervoermiddel geladen. Na inlading wordt het vervoermiddel door de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst verzegeld.

Artikel 10

1. Het identificatieattest wordt in 4-voud uiterlijk op het moment van of direct na de verzegeling van het vervoermiddel opgemaakt door de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst die het merk als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, op het vlees heeft aangebracht.

2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst behoudt twee afschriften, waarvan één afschrift naar het productschap wordt gestuurd.

3. Het origineel vergezelt de partij en wordt door of namens belanghebbende bij het doen van aangifte ten uitvoer overgelegd.

4. Voor elke partij afkomstig van één slachthuis wordt een afzonderlijk identificatieattest opgemaakt. Een identificatieattest kan hoogstens betrekking hebben op één vervoermiddel.

5. Het nummer van het identificatieattest wordt op het formulier L, als bedoeld in artikel 19 van de Regeling In- en uitvoer landbouwgoederen vermeld.

6. Indien verschillende partijen in één vervoermiddel zijn geladen worden de nummers van de afzonderlijke attesten op één formulier L, als bedoeld in artikel 19 van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen vermeld.

Paragraaf 3

Bepalingen betreffende de bijzondere restitutie voor technische delen

Artikel 11

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. voorvoeten: voorvoeten of voorspannen, zoals gedefinieerd in artikel 1, eerste gedachtestreepje, van verordening 1964/82;

b. achtervoeten: achtervoeten of achterspannen, zoals gedefinieerd in artikel 1, tweede gedachtestreepje, van verordening 1964/82.

Artikel 12

1. Belanghebbende meldt de voor- of achtervoeten schriftelijk aan bij de Algemene Inspectiedienst uiterlijk voor 10.00 uur op de werkdag voorafgaande aan de dag waarop de identificatie en het wegen, respectievelijk het uitbenen en verpakken, respectievelijk het verladen van de technische delen plaatsvinden.

2. De aanmelding bevat ten minste de volgende gegevens:

a. datum en tijd van de identificatie en weging;

b. naam en adres slachthuis;

c. hoeveelheid;

d. specificatie technische delen-code;

e. datum en tijd van het uitbenen en verpakken;

f. datum en tijd van verlading van de technische delen;

g. ontheffingsnummer indien van toepassing;

h. naam en adres uitsnijderij;

i. naam en adres aanvrager;

j. contactpersoon en telefoonnummer.

Artikel 13

1. De voor- of achtervoeten worden ter identificatie aangeboden in het slachthuis waar de dieren zijn geslacht. Het bepaalde in artikel 5, artikel 6 en artikel 7, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat de weging van de voor- of achtervoeten onmiddellijk na de identificatie in hetzelfde slachthuis dient plaats te vinden waar de identificatie plaatsvindt.

2. Naast het in artikel 7, vijfde lid, genoemde merk wordt door de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst op de technische delen die belanghebbende in zijn aanmelding heeft omschreven en waarin elke voor- of achtervoet zal worden uitgebeend een merk aangebracht met zijn kenmerk. Onverminderd het bepaalde in artikel 17, eerste lid, worden de merken op de technische delen aangebracht op de door belanghebbende aangewezen plaats.

Artikel 14

1. Na het aanbrengen van de merken en de weging van de voor- of achtervoeten onder toezicht van de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst maakt deze in 4-voud een identificatieattest op en vermeldt hij het nettogewicht van de voor- of achtervoeten in het daartoe bestemde vak.

2. Het origineel wordt aan belanghebbende ter hand gesteld en dient door of namens hem bij de in artikel 15, eerste lid, bedoelde verklaring te worden overgelegd.

Artikel 15

1. Belanghebbende is verplicht, alvorens tot uitbening van de voor- of achtervoeten over te gaan, in aanwezigheid van de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst die de identificatie heeft verricht, een schriftelijke verklaring op te maken, strekkende tot verkrijging van een attest uitgebeend vlees. Bij de verklaring dient het origineel van het identificatieattest te worden gevoegd.

2. De schriftelijke verklaring uit het eerste lid bevat ten minste de volgende gegevens:

a. naam en adres aanvrager;

b. aantal stuks voor- of achtervoeten en het gewicht;

c. naam en EG-erkenningsnummer uitsnijderij;

d. technische delen-code;

e. ontheffingsnummer indien van toepassing;

f. nummer identificatieattest.

3. De in het eerste lid bedoelde ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst voorziet de verklaring, in het geval hij deze aanvaardt, van de datum van aanvaarding. De datum van aanvaarding van de in het eerste lid bedoelde verklaring wordt tevens vermeld op het identificatieattest.

Artikel 16

Het uitbenen van de voor- of achtervoeten en het verpakken van de door uitbening verkregen delen vindt plaats in een uitsnijderij die is erkend op grond van verordening 853/2004.

Artikel 17

1. De voor- of achtervoeten mogen uitsluitend worden uitgebeend in de in bijlage 1 en 2 bij deze regeling omschreven technische delen. Een combinatie van deze delen is toegestaan mits de delen die worden gecombineerd op natuurlijke wijze met elkaar verbonden blijven.

2. Op verzoek van belanghebbende kan in gevallen waarin voldoende waarborgen bestaan voor de identificatie van de door uitbening te verkrijgen delen en het voorkomen van hun vervanging door andere producten, door het productschap ontheffing worden verleend om in andere delen uit te benen dan de in bijlage 1 en 2 omschreven delen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Aanvragen tot ontheffing worden bij het productschap ingediend.

Artikel 18

Bij het uitbenen en verpakken worden de volgende voorschriften in acht genomen:

a. in de verpakkingsruimte zijn een geijkte weegschaal en toetsgewichten aanwezig;

b. de werkzaamheden van het uitbenen en verpakken vinden plaats op werkdagen tussen 07.00 uur en 17.00 uur en uitsluitend onder toezicht van een ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst;

c. de door de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst overeenkomstig artikel 13, tweede lid, aangebrachte merken mogen tijdens het uitbenen niet worden beschadigd of uitgewist;

d. de ruimte waar wordt uitgebeend en uitgesneden is afsluitbaar;

e. het bedrijf waar de uitsnijderij zich bevindt beschikt over deugdelijke kantoorruimte voor de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst.

Artikel 19

1. De door uitbening verkregen technische delen worden individueel verpakt.

2. De verpakking is zodanig, dat het onder artikel 13, tweede lid, bedoelde merk op het eerste gezicht door de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst kan worden gecontroleerd of zichtbaar gemaakt.

3. De verzamelverpakking, waarin de individueel verpakte technische delen zijn verpakt is ten minste voorzien van de volgende aanduidingen:

a. de code en benaming van het technische deel volgens bijlage 1 en 2;

b. een volgnummer;

c. het aantal technische delen per doos of per zak;

d. de tarra van de doos of zak;

e. het nettogewicht.

Artikel 20

1. Per partij, waarop de in artikel 15, eerste lid, bedoelde verklaring betrekking heeft, houdt de uitsnijderij dagelijks paklijsten bij die ten minste de volgende gegevens bevatten:

a. naam en plaats aanvrager

b. naam en plaats uitsnijderij;

c. aantal voeten of spannen;

d. het gewicht vóór het uitbenen;

e. nummer attest uitgebeend vlees;

f. soort voeten of spannen;

g. code en benaming technisch deel;

h. volgnummer van de doos of zak;

i. het aantal delen per doos of zak;

j. netto gewicht in kg;

k. totaal nettogewicht en aantal technische delen;

l. tarra van de doos.

2. De ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst vermeldt het nummer van het attest uitgebeend vlees op de paklijst.

Artikel 21

1. De ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst voorziet de verpakkingen van een onuitwisbaar merk volgens het model uit artikel 7, vijfde lid. Artikel 7, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. Op de met het teken Y aangeduide plaats wordt het nummer van het attest uitgebeend vlees opgenomen.

2. Onmiddellijk na deze stempeling worden onder toezicht van de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst de technische delen gewogen en in een vervoermiddel geladen.

3. Na inlading wordt het vervoermiddel door de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst verzegeld.

Artikel 22

1. Het attest uitgebeend vlees wordt in 4-voud uiterlijk op het moment van of direct na de verzegeling van het vervoermiddel, opgemaakt door de ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst die de verzegeling heeft verricht. Er wordt één enkel attest opgemaakt voor de hoeveelheid technische delen waarop de in artikel 15, eerste lid, bedoelde verklaring betrekking heeft.

2. De ambtenaar van de Algemene Inspectiedienst die het attest uitgebeend vlees heeft opgemaakt, vermeldt op dat attest:

a. het nummer van het in artikel 14, eerste lid, bedoelde identificatieattest;

b. het overeenkomstig artikel 21, tweede lid, vastgestelde gewicht.

3. Op het identificatieattest vermeldt de Algemene Inspectiedienst het nummer van het attest uitgebeend vlees. De Algemene Inspectiedienst zendt het origineel van het identificatieattest naar het productschap.

4. Het origineel van het attest uitgebeend vlees vergezelt de partij en wordt door of namens belanghebbende bij het vervullen van de douaneformaliteiten bij uitvoer overgelegd.

5. De nummers van zowel het identificatieattest als van het attest uitgebeend vlees dienen op het formulier L, als bedoeld in artikel 19 van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen onderscheidenlijk op de in artikel 95, onder d, van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen bedoelde staat, te worden vermeld.

Paragraaf 4

Bijzondere bepalingen betreffende de douaneformaliteiten bij uitvoer

Artikel 23

1. Bij de vervulling van de douaneformaliteiten voor uitvoer wordt één enkel attest uitgebeend vlees, dat betrekking heeft op de totale hoeveelheid uitgebeend vlees overgelegd.

2. Het vervullen van de douaneformaliteiten voor uitvoer voor de totale hoeveelheid vlees waarop het attest uitgebeend vlees betrekking heeft, vindt plaats op hetzelfde tijdstip bij hetzelfde douanekantoor.

3. Na beëindiging van de verificatie viseert de douaneambtenaar het origineel van het identificatieattest onderscheidenlijk het attest uitgebeend vlees door invulling van het daartoe bestemde vak.

4. De douaneambtenaar zendt het identificatieattest onderscheidenlijk het attest uitgebeend vlees tezamen met het formulier L, als bedoeld in artikel 19 van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen toe aan het productschap.

5. In geval van levering als bedoeld in artikel 95 van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen, zendt de douaneambtenaar het betrokken attest rechtstreeks toe aan het productschap.

Paragraaf 5

Slotbepalingen

Artikel 24

Aan artikel 2, onder a, van de Regeling medebewind gemeenschappelijk landbouwbeleid worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

4°. de producten genoemd in artikel 1, tweede lid van Verordening (EEG) nr. 32/82 van de Commissie van 7 januari 1982, tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer in de rundvleessector (PbEG L 4).

5°. de producten genoemd in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1964/82 van de Commissie van 20 juli 1982, tot vaststelling van de voorwaarden voor de toekenning van bijzondere restituties bij uitvoer van bepaalde soorten rundvlees zonder been (PbEG L 212).

Artikel 25

De Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984 wordt ingetrokken.

Artikel 26

Deze regeling treedt in werking met ingang 1 januari 2007.

Artikel 27

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 11 december 2006.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P. Veerman.

Bijlage 1

Technische delen afkomstig van achtervoeten, zoals genoemd in artikel 17 van deze regeling:

A. achterschenkel;

B. platte bil;

C. muis;

D. peeseind;

E. bovenbil;

F. spierstuk

G. staartstuk

H. dikke lende;

I. slip van de lende;

J. fijne rib van de achtervoet;

K. dunne lende;

L. haas;

M. vang (inclusief vinkenlap) van de achtervoet.

Bijlage 2

Technische delen van voorvoeten, zoals genoemd in artikel 17 van deze regeling:

P. voorschenkel;

Q. nek

R. fijne rib van de voorvoet;

S. onderrib;

T. schouder;

U. borst inclusief naborst;

V. vang (eventueel inclusief vinkenlap) van de voorvoet.

Bijlage 3

Minimumgewichten overeenkomstig artikel 5, tweede lid, van deze regeling:

Hele geslachte dier

150 kg

Halve geslachte dier en ‘compensated quarter’

75 kg

Voorvoet

35 kg

Voorspan

70 kg

Achtervoet

40 kg

Achterspan

80 kg

Achtervoet met meer dan acht ribben

45 kg

Achterspan met meer dan acht paar ribben

90 kg

Bijlage 4

Slachtafval

Bij halve karkas/compensated quarter voorvoet/achtervoet in kg

Hele karkas voorspan/achterspan in kg

Nier(en)

0,25

0,5

Niervet

1,9

3,8

Slotvet

0,4

0,8

Lever

4,5

4,5

Middenrif

0,3

0,6

Longhaas

0,6

0,6

Staart

0,6

0,6

Ruggenmerg

0,2

0,2

Teelballen

0,3

0,6

Zakvet

0,4

0,8

Bovenbilvet

0,3

0,6

Vette nekaders

0,3

0,6

Toelichting

Voor de uitvoer van bepaalde soorten rundvlees kan een bijzondere restitutie worden verkregen door daartoe een aanvraag in te dienen bij het Productschap Vee en Vlees. Het gaat daarbij om vlees, met name in de vorm van voor- of achtervoeten, of technische delen die zijn verkregen door het uitbenen of uitsnijden van het vlees. Gewaarborgd moet met name worden dat de producten niet worden vervangen gedurende het productieproces. Het vlees moet om die reden geïdentificeerd worden en staat tot aan de verzegeling van het vervoermiddel onder controle van de Algemene Inspectiedienst.

De huidige Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer van bepaalde soorten rundvlees is sterk verouderd. Inmiddels kan ook een bijzondere restitutie worden aangevraagd voor voorvoeten. De taken die onder de huidige beschikking worden uitgevoerd door Dienst Regelingen, zijn overgenomen door de Algemene Inspectiedienst en het Productschap Vee en Vlees. Het aantal wijzigingen is dermate groot dat gekozen is voor een geheel nieuwe regeling.

Deze regeling betreft uitvoering van EG-regelgeving. Ten opzichte van de ingetrokken Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees levert deze regeling een beperkte verlichting van de administratieve lasten op omdat de nationale erkenning van de uitsnijderij is komen te vervallen. Voor het overige blijven de administratieve lasten gelijk.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.P. Veerman

Naar boven