Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2006, 247 | Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2006, 247 | Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen |
Bouwnijverheid
Verbindendverklaring gewijzigde CAO-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van het Technisch Bureau Bouwnijverheid namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partij(en) te ener zijde: Bouwend Nederland, de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers (NVB), de Vereniging van Waterbouwers in Bagger-, Kust- & Oeverwerken (VBKO), de Ondernemersvereniging Bestratingsbedrijven (OBN), de Aannemers Vereniging Metselwerken (AVM), de Vereniging Nederlandse Voegbedrijven (VNV), de Bond van Aannemers van Tegelwerken in Nederland (Bovatin), Het Hellende Dak (HHD), de Nederlandse Vereniging van Kitverwerkende Bedrijven (NVK), het Verbond Ondernemers Gespecialiseerde Aanneming (VOGA) en de Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB);
Partij(en) te anderer zijde: FNV Bouw, Hout- en Bouwbond CNV, Vakvereniging Het Zwarte Corps en De Unie.
Overwegende dat is gebleken dat er in 2006 premie-inning ten behoeve van cao-fondsen heeft plaatsgevonden bij niet- of anders georganiseerde werkgevers zonder dat daar een rechtsgeldige avv-titel aan ten grondslag lag.
Dat ondergetekende betrokkenen te kennen heeft gegeven dit een ernstige aangelegenheid te vinden en hen daarbij nadrukkelijk heeft gewezen op hun eigen verantwoordelijkheid in deze.
Dat naar aanleiding hiervan cao-partijen bij brief van 8 december 2006 onder meer de garantie hebben gegeven dat vanaf heden geen premie-inning zonder rechtsgeldige titel meer zal plaatsvinden en dat zij op korte termijn maatregelen zullen treffen om een administratieve scheiding teweeg te brengen tussen georganiseerde en niet- of anders georganiseerde werkgevers, hetgeen leidt tot een toekomstbestendige structurele oplossing.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Dictum I
Het besluit tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Bouwnijverheid1wordt met inachtneming van dicta II en III als volgt gewijzigd:
A
De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:
Artikel 5a lid 3 komt te luiden:
3. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:672, lid 4 BW kan de door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn met een maand worden bekort indien de werkgever beschikt over een ontslagvergunning afgegeven door het CWI. In dat geval kan de opzegtermijn nooit minder dan één maand bedragen.’’
Artikel 5b lid 3 komt te luiden:
3. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:672, lid 4 BW kan de door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn met een maand worden bekort indien de werkgever beschikt over een ontslagvergunning afgegeven door het CWI. In dat geval kan de opzegtermijn nooit minder dan één maand bedragen.’’
Artikel 8 lid 1 en lid 10 komen te luiden:
1. De normale arbeidsduur bedraagt veertig uur per werkweek en acht uur per dag. De werkweek loopt van maandag tot en met vrijdag. De zaterdag en zondag worden niet als normale werkdagen beschouwd.
10. In een onderneming met een ondernemingsraad kan een afwijkende arbeidstijdenregeling van toepassing zijn indien en voorzover deze regeling de normale arbeidsduur van 40 uur per week niet overschrijdt en mits de werkgever en de ondernemingsraad hierover overeenstemming hebben bereikt. De bepalingen van artikel 73 van deze CAO zijn van toepassing. De volgende randvoorwaarden dienen in acht genomen te worden:
– voor de afwijkende werktijden gelden de normen van de standaardregeling uit de Arbeidstijdenwet (zie bijlage 4) als uiterste grens;
– de zaterdag en zondag kunnen niet als normale werkdagen beschouwd worden;
– in geval van zondagsarbeid in de B&U-sector heeft de werknemer aanspraak op minimaal 8 vrije zondagen per 13 weken;
– in geval van een afwijkende arbeidstijdenregeling waarbij gedurende een bepaalde periode meer dan 8 uur (maximaal 9 uur) per dag en in een andere periode minder dan 8 uur per dag (gemiddeld 40 uur per week over een periode van 13 weken) wordt gewerkt, bedraagt de duur van het dienstverband ten minste anderhalf maal de duur van de afwijkende arbeidstijdenregeling;
– bij een arbeidstijdpatroon van minder dan vijf werkdagen per week, dient de beloning en de opbouw van rechten ten behoeve van de in artikel 55 genoemde fondsen vergelijkbaar te zijn met die bij een vijfdaagse werkweek;
– werknemers van 55 jaar of ouder behouden de mogelijkheid te komen tot een vierdaagse werkweek bij een normale arbeidsduur van 8 uur per dag, zoals bepaald in artikel 11a en 11b;
– de ondernemingsraad moet van de overeengekomen afwijkende werktijdenregeling melding doen bij het secretariaat van CAO-partijen.’’
Artikel 11a lid 6 komt te luiden:
6.
a. Bij arbeidsongeschiktheid wordt 100% van het vast overeengekomen loon doorbetaald gedurende maximaal 52 weken en vervolgens gedurende maximaal de volgende 52 weken 70%, zoals bepaald in artikel 50 lid 2.
b. Het aankoopbedrag bij arbeidsongeschiktheid wordt volgens de gebruikelijke systematiek ingehouden.
c. Bij arbeidsongeschiktheid op een vakantiedag of seniorendag behoudt de werknemer het recht deze dag op een ander moment op te nemen.
d. Het recht op een vervangende roostervrije of gekochte vrije dag vervalt bij arbeidsongeschiktheid.’’
Artikel 11b lid 9 komt te luiden:
9.
a. Bij arbeidsongeschiktheid wordt 100% van het salaris doorbetaald gedurende maximaal 52 weken, en vervolgens 70% gedurende maximaal de volgende 52 weken, zoals bepaald in artikel 50 lid 2.
b. Het aankoopbedrag zoals genoemd in lid 7 wordt volgens de gebruikelijke systematiek ingehouden.
c. Bij arbeidsongeschiktheid op een vakantiedag of seniorendag behoudt de werknemer het recht deze dag op een ander moment op te nemen.
d. Het recht op een vervangende roostervrije of gekochte vrije dag vervalt bij arbeidsongeschiktheid.’’
Artikel 15 lid 7 en lid 8 komen te luiden:
7. Indien en zolang de werknemer nog een saldo aan overuren als bedoeld in lid 5 van dit artikel heeft, kan voor deze medewerker geen ontslagvergunning worden aangevraagd, behoudens wanneer er sprake is van een ontslag op staande voet wegens dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 BW.
8. Indien een werkgever gebruik maakt van de in lid 5 bedoelde mogelijkheid om opgespaarde uren in te zetten voor opvang van discontinuïteit door een of meer van in zijn eigen dienst zijnde werknemers vrijaf te geven, kan hij niet op datzelfde moment en voor vergelijkbare werkzaamheden op hetzelfde project externe arbeidskrachten inzetten.’’
Artikel 20a lid 12, lid 13, lid 17, lid 18, lid 19 en lid 20 komen te luiden:
12. Indien een van de hierboven genoemde situaties zich uiterlijk om 10.30 uur nog voordoet, is de werknemer gerechtigd het werk te verlaten. De gevoelstemperatuur volgens de 10 uur-meting van het KNMI-weerstation in het postcodegebied waarin het bouwproject, waar de werknemer werkzaam is, zich bevindt, is daarbij bepalend. Een lijst met deze weerstations per postcodegebied is opgenomen in bijlage B van bijlage 19 van deze CAO.
13. De werkgever is in geval van arbeidsverhindering in verband met ongunstige weersomstandigheden verplicht aan de werknemer het vast overeengekomen loon door te betalen. Indien een prestatiebevorderend systeem van toepassing is, zoals bedoeld in artikel 33 dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd met de gemiddelde prestatiepremie van de overige dagen in de betreffende betalingsperiode waarin het vorstverzuim valt, dan wel indien vorstverzuim de gehele betreffende betalingsperiode omvat, het gemiddelde over de voorgaande betalingsperiode. De werkgever is eveneens verplicht te voldoen aan de bijdrage- en premieverplichtingen jegens de werknemer aan de in artikel 55 genoemde stichtingen.
17. Indien het Garantiefonds Loondoorbetaling bij Vorst aan de werknemer een loondervingsuitkering verstrekt, verwerft het fonds op de werkgever een zelfstandig recht op invordering van een bedrag, gelijk aan de uitkering die aan de werknemer is gedaan, vermeerderd met administratie- en incassokosten en wettelijke rente. Indien een werknemer, hangende een aanvraag om uitkering door het Garantiefonds, alsnog van zijn werkgever voldoening van het hem toekomende loon verkrijgt, dient de aanvraag terstond via een schriftelijke kennisgeving door de werknemer te worden ingetrokken. Ten onrechte verstrekte loondervingsuitkeringen dan wel verstrekte voorschotten daarop worden van de werknemer teruggevorderd.
18. De werkgever, die meent dat de werknemer ten onrechte zijn werkzaamheden als gevolg van vorst heeft gestaakt, kan het Bureau Verletbestrijding, dat vanaf 1 november 2006 operationeel zal zijn, verzoeken te toetsen of zulks terecht is gebeurd. Indien blijkt dat de staking van de werkzaamheden ten onrechte is geschied, is de werknemer verplicht zijn werkzaamheden direct te hervatten, voor zover de omstandigheden zoals bedoeld in lid 11 dat op dat moment toelaten.
19. De werkgever neemt verplicht deel aan de Stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid. De statuten en reglementen van de stichting maken integraal onderdeel uit van deze CAO en zijn als bijlage 19 opgenomen.
20. Twee categorieën ondernemingen verkrijgen op aanvraag dispensatie van de in lid 19 bedoelde verplichting:
a. Ondernemingen die over de winterperioden 2002/2003, 2003/2004 en 2004/2005 geen uitkering(en) bij het Risicofonds hebben gedeclareerd en ontvangen en waaraan over die perioden op grond van het reglement Risicofonds voor het Bouwbedrijf 2001-2005 premierestitutie is verleend.
b. Ondernemingen waaraan in boekjaar 2005 minder of evenveel op declaratie is uitgekeerd dan zij aan premie Risicofonds in die periode hebben betaald.
Onder „onderneming’’ wordt in dit artikellid verstaan een onderneming van een werkgever als bedoeld in artikel 88 sub 3 van deze CAO, dan wel een onderneming die daarvan redelijkerwijs de voortzetting moet worden geacht.’’
Artikel 28 lid 3 sub a, b en d komen te luiden:
3. Opleidings-, diploma-, ervarings- en gehuwdentoeslagen.
De in tabel III (bijlage 7a) bedoelde week- respectievelijk uurlonen zijn als volgt berekend:
a. Het loon van de jeugdige werknemer die geen van de onder b. of d. genoemde opleidingen volgt of gevolgd heeft, is geënt op het vakvolwassen garantieloon van functiegroep A, rekening houdend met de bij de leeftijd genoemde staffel. Het aldus bepaalde loon is vermeld in de kolom ’zonder vakopleiding’ van tabel III (bijlage 7a).
b. Het loon van de jeugdige werknemer die één van de hierna te noemen opleidingen volgt is geënt op het vakvolwassen garantieloon van functiegroep B, rekening houdend met de bij de leeftijd behorende staffel:
– de opleidingen vallende binnen de kwalificatiestructuur van de BBL 2 bij de instituten Bouwradius, Stichting SBW (vanaf 1 januari 2006 samen in Fundeon) en Stichting Hout en Meubel;
– opleiding (elektrotechnisch) hulpmonteur Kenteq (voorheen: VEV);
– de werktuigkundige opleidingen van de Stichting SBW (vanaf 1 januari 2006 opgegaan in Fundeon), tenzij het bepaalde onder c. van toepassing is;
– door partijen te benoemen opleidingen.
Het aldus bepaalde loon is vermeld in de kolom ’in BBL 2’ van tabel III (zie bijlage 7a).
d. Het loon van de jeugdige werknemer die een van de hierna te noemen opleidingen volgt, is geënt op het gemiddelde van het vakvolwassen garantieloon van de functiegroepen C en D, rekening houdend met de staffel die geldt indien bij de leeftijd één jaar wordt bijgeteld:
– de opleidingen vallende binnen de kwalificatiestructuur van de BBL 3 bij de instituten Bouwradius, Stichting SBW (vanaf 1 januari 2006 samen in Fundeon), Savantis (voorheen: SVS), Kenteq (voorheen:SOM) en Stichting Hout en Meubel;
– opleiding (elektrotechnisch) monteur Kenteq (voorheen: VEV);
– opleiding eerste monteur Innovam (voorheen: VAM);
– door partijen te benoemen opleidingen.
Het aldus bepaalde loon (inclusief het bijgetelde leeftijdsjaar) is vermeld in de kolom ’in BBL 3’ van tabel III (zie bijlage 7a). Dit artikellid is ook van toepassing, indien de werktuigkundige opleidingen als bedoeld onder b. worden voortgezet na het behalen van een combinatie van deelkwalificaties als genoemd onder c.’’
Artikel 45 lid 1 komt te luiden:
1. De werkgever dient persoonlijke beschermingsmiddelen (waaronder veiligheidsschoeisel) conform de arbo-wetgeving kosteloos te verstrekken. Onder persoonlijke beschermingsmiddelen wordt verstaan een uitrustingsstuk of -middel dat bestemd is om door een persoon te worden gedragen of vastgehouden als bescherming tegen een of meer gevaren die een bedreiging voor zijn gezondheid of zijn veiligheid kunnen vormen. Indien de werkgever besluit door te werken op vorstdagen dient de werkgever aanvullend kosteloos doelmatige winterkleding te verstrekken. Bij verstrekking dient de werknemer deze persoonlijke beschermingsmiddelen te onderhouden.’’
Artikel 55 komt te luiden:
1. Er is een CAO inzake de Bedrijfstakeigen Regelingen voor de Bouwnijverheid (CAO BTER). In de CAO BTER worden nadere regels gesteld ten aanzien van de uitvoering van de regelingen van de volgende stichtingen:
– de stichting Tijdspaarfonds voor de Bouwnijverheid voor de periode vanaf 1 april 2007;
– de stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid voor de periode 1 januari tot en met 31 oktober 2006;
– de stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid;
– de stichting Scholingsfonds voor het Bouwbedrijf (vanaf 1 januari 2006 geïntegreerd in de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid);
– de stichting Aanvullingsfonds voor de Bouwnijverheid.
2. In de CAO voor de Bouwnijverheid 2004-2007 zijn bovendien opgenomen de statuten en reglementen van:
– de stichting Tijdspaarfonds voor de Bouwnijverheid voor de periode 1 januari 2006 tot en met 31 maart 2007 (bijlage 18);
– de stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid voor de periode vanaf 1 november 2006 (bijlage 19);
– de stichting Vrijwillig Vervroegde Uittreding voor het Uitvoerend, Technisch en Administratief personeel in het Bouwbedrijf (bijlage 13).’’
Artikel 57a lid 3 komt te luiden:
3. De afdracht van de in lid 2 onder b, c en d bedoelde dagen wordt berekend door het vast overeengekomen loon per uur, inclusief de resultaten van een prestatiebevorderend systeem, de leermeestertoeslag, voorliedentoeslag, ploegendiensttoeslag, toeslag verschoven uren Infra en toeslag verschoven uren Tijwerk, te vermenigvuldigen met 8, het aldus verkregen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal op jaarbasis in het Tijdspaarfonds te storten dagen en het aldus verkregen bedrag vervolgens te delen door het aantal loonbetalingsperioden per jaar (13 of 12). Dit betekent dat ook over dagen zoals bedoeld in lid 2 onder b, c en d, waarover de werknemer onbetaald verlof heeft opgenomen, afdrachten aan het Tijdspaarfonds zijn verschuldigd.’’
Artikel 59a lid 5 komt te luiden:
5. Het leerbedrijf is verplicht de bij hem in dienst zijnde leerling-werknemer voor de duur van de opleiding in de gelegenheid te stellen tot het volgen van het beroepsonderwijs aan een ROC en wel binnen de normale werktijd en met behoud van loon gedurende 8 uur per week. Dit met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 lid 5 en artikel 58a. Het leerbedrijf zal deze leerling-werknemer bovendien in de gelegenheid stellen examens af te leggen en andere door de onderwijsinstelling nodig geachte activiteiten te verrichten, zulks met behoud van loon. Volgt deze leerling-werknemer, in verband met het ontbreken van dagonderwijs, avondonderwijs, dan zal hij daarvoor op de dagen dat hij dit onderwijs volgt, in overleg met de werkgever de arbeidsdag zoveel eerder mogen beëindigen als in verband met het aanvangsuur van het avondonderwijs noodzakelijk is, zulks met behoud van loon.’’
Artikel 68 lid 4 komt te luiden:
4. Meer informatie is te vinden op www.roofbouwniksvoorjou.nl of via het telefoonnummer 0800-0231773.’’
Artikel 88 lid 4, lid 14, lid 20 en lid 21 komen te luiden:
4. Onder „samenwerkingsverband’’ wordt verstaan een door werkgevers opgerichte, landelijk of regionaal werkende rechtspersoon die voldoet aan de voorwaarden zoals vastgesteld door Bouwradius of SBW (vanaf 1 januari 2006: Fundeon) en die ten doel heeft:
– met leerling-werknemers een praktijk- en arbeidsovereenkomst te sluiten en daarbij als leerbedrijf overeenkomstig de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) op te treden, dan wel
– met personen een arbeidsovereenkomst te sluiten en daarmee de mogelijkheid te bieden een beroepsopleiding te volgen conform de richtlijnen van de WEB; het samenwerkingsverband treedt daarbij op als leerbedrijf.
14. Onder „leermeester’’ wordt verstaan de werknemer die voldoet aan de eisen daartoe gesteld door een Kenniscentrum Beroepsonderwijs-Bedrijfsleven (KBB), zoals Bouwradius of SBW (vanaf 1 januari 2006: Fundeon), wiens taak in belangrijke mate bestaat uit het daadwerkelijk overdragen van vakkennis en het begeleiden en het beoordelen van vorderingen van leerlingen/werknemers in een leerbedrijf met wie een praktijk/arbeidsovereenkomst is aangegaan en die daarnaast, in de eventueel resterende tijd, productieve arbeid verricht.
20.
a. Onder „garantieloon’’ wordt verstaan het loon waarop de bouwplaatswerknemer na toepassing van artikel 25a krachtens artikel 27 of artikel 28 per week of per uur recht kan doen gelden.
b. Onder „vast overeengekomen loon’’ wordt verstaan het garantieloon vermeerderd met de eventueel overeengekomen individuele toeslag conform artikel 33 lid 1.
21. Onder „salaris’’ wordt verstaan het in artikel 29 lid 2 en 3 bedoelde, tussen de UTA-werknemer en werkgever overeengekomen vaste brutobedrag per periode, dat de werknemer als loon voor zijn werkzaamheden in de door hem uitgeoefende functie van de werkgever ontvangt. Hierin zijn niet begrepen vakantietoeslag, vaste en/of variabele gratificaties, eindejaarsuitkeringen, uitkeringen ineens en alle andere toeslagen.’’
BIJLAGE 3
Opzegtermijnen bouwplaatswerknemers als bedoeld in artikel 5a
Eerste alinea komt te luiden:
„In afwijking van artikel 7: 672, lid 2 en lid 3 BW, wordt de door de werkgever en de werknemer in acht te nemen opzegtermijn bepaald aan de hand van onderstaande tabellen. NB: Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:672, lid 4 BW kan de door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn met een maand worden bekort indien de werkgever beschikt over een ontslagvergunning afgegeven door het CWI. In dat geval kan de opzegtermijn nooit minder dan één maand bedragen.’’
BIJLAGE 8
Beroepsopleiding bouwplaatswerknemers
Artikel 5 is vervallen.
Artikel 6 tot en met 10 worden vernummerd tot artikel 5 tot en met 9.
BIJLAGE 13
Artikel 13 is vervallen.
Artikel 14 en 15 worden vernummerd tot artikel 13 en 14.
Artikel 14 (nieuwe nummering) lid 3 komt te luiden:
3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel vindt met ingang van 1 januari 2006 het bepaalde in artikel 13, lid 4, onder a, ook plaats ten aanzien van de in die leden bedoelde uitkeringen.’’
BIJLAGE 16
Toepassing CAO voor de Bouwnijverheid voor buitenlandse arbeidskrachten als bedoeld in artikel 92 lid 1
Tabel 2 Uitwerking van toepassing zijnde bepalingen artikel 20a, 21c en 45 komen te luiden:
„
| Artikel 20aOngunstige weersomstandigheden bouwplaatswerknemers | Lid 10 t/m 12.Lid 13, behoudens laatste volzinLid 15.Lid 18Lid 21 t/m 24. |
| Artikel 21cKort verzuim | Lid 2: „In de hierna te noemen gevallen heeft de werknemer gedurende in totaal maximaal drie werkdagen per kalenderjaar recht op vrijaf, met doorbetaling van het vast overeengekomen loon: (...)’’ Rest lid 2 ongewijzigd.Lid 6 en 7. |
| Artikel 45: Kostenvergoedingen | Lid 1, 2 en 3.Lid 4, behoudens de laatste volzin. |
’’
BIJLAGE 18
Stichting Tijdspaarfonds voor de Bouwnijverheid
Artikel 4 lid 6 komt te luiden:
6. De afgedragen stortingen zullen door het bestuur worden belegd op zodanige wijze dat een zo optimaal mogelijk rendement wordt verkregen en zonder dat een belangrijk risico van blijvende vermogensverliezen wordt gelopen.’’
Artikel 12 lid 1 komt te luiden:
1. Het bestuur kan uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden mandateren aan het Technisch Bureau Bouwnijverheid dan wel aan de uitvoeringsorganisatie en/of aan door het bestuur, al dan niet geheel uit zijn midden benoemde paritaire commissies waarbij aan deze commissies toestemming kan worden verleend, volgens door het bestuur te stellen richtlijnen, een deel van deze bevoegdheden weer over te dragen aan het Technisch Bureau Bouwnijverheid c.q. de uitvoeringsorganisatie. De gemandateerde bevoegdheden worden door de commissies dan wel het Technisch Bureau Bouwnijverheid c.q. de uitvoeringsorganisatie uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid van het bestuur.’’
Artikel 14 lid 6 komt te luiden:
6. Het verslag en de goedkeurende accountantsverklaring worden binnen zes maanden na het verstrijken van het boekjaar in drievoud gezonden naar de directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving (UAW) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Uit deze stukken moet blijken dat de uitgaven conform de in artikel 3 omschreven bestedingsdoelen zijn gedaan.’’
BIJLAGE 18
Stichting Tijdspaarfonds voor de Bouwnijverheid
Artikel 4 komt te luiden:
De deelnemer kan met instemming van de werkgever ook de geldswaarde van andere inkomensbestanddelen op zijn individuele Tijdspaarrekening laten storten, zoals overige roostervrije dagen, of roostervrije dagen die aan het eind van het jaar niet zijn opgenomen, reisuren en/of de chauffeurstoeslag.’’
BIJLAGE 19
Stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid wordt toegevoegd en komt te luiden:
1. De stichting draagt de naam „Stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid’’.
2. De stichting is statutair gevestigd te Hoofddorp.
3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
In deze statuten wordt verstaan onder:
1. Risicofonds:
de in artikel 1 genoemde stichting, waarin wordt deelgenomen door de werkgevers en de werknemers op wie deze CAO van toepassing is.
2. deze CAO:
de CAO voor de Bouwnijverheid.
3. werkgever:
de werkgever als bedoeld in artikel 88 sub 3 van deze CAO.
4. werknemer:
de werknemer als bedoeld in artikel 88 sub 6 van deze CAO.
5. bestuur:
het bestuur als bedoeld in artikel 5 van de statuten.
6. reglement:
een reglement als bedoeld in artikel 8 van de statuten.
7. de uitvoeringsorganisatie:
Cordares CAO-regelingen, statutair gevestigd te Amsterdam.
8. Technisch Bureau Bouwnijverheid:
het Technisch Bureau Bouwnijverheid, statutair gevestigd te Hoofddorp.
Het Risicofonds heeft ten doel:
1. in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen in de CAO en/of loonregelingen en volgens het (de) in artikel 8 lid 1 genoemde reglement(en), loonderving bij verzuim wegens vorst of de directe gevolgen daarvan in de bouwnijverheid in Nederland te bestrijden;
2. geldelijke steun te verlenen ten behoeve van activiteiten gericht op:
a. het doen ontwikkelen, bestuderen en propageren van middelen ter bestrijding van verlet wegens vorst of de directe gevolgen daarvan;
b. het treffen van maatregelen om in de genoemde omstandigheden het personeel te doen doorwerken;
c. het financieren van de activiteiten van het Garantiefonds Loondoorbetaling bij Vorst, zoals bedoeld in artikel 20a lid 16 en 17 van deze CAO;
d. de ontwikkeling, inrichting en instandhouding van vorstdekkingscontracten die ten doel hebben de financiële risico’s van werkgevers verband houdende met vorstverlet af te dekken.
Om voor deze geldelijke steun in aanmerking te komen dienen aanvragers een projectplan en begroting, gespecificeerd volgens de onder artikel 3 lid 2 gespecificeerde bestedingsdoelen, vooraf ter goedkeuring in te dienen bij het bestuur van de stichting. Binnen vier maanden na het verstrijken van het boekjaar dienen ontvangers van een aldus verkregen bijdrage een financiële verantwoording bij het bestuur van de stichting in te leveren, voorzien van een goedkeurende verklaring van een registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid, waaruit blijkt dat de uitgaven conform de in artikel 3 lid 2 genoemde bestedingsdoelen zijn gedaan. De financiële verantwoording en de accountantsverklaring, beide ingericht en gespecificeerd volgens de in artikel 3 lid 2 genoemde bestedingsdoelen, maken een geïntegreerd onderdeel uit van het (financieel) jaarverslag van het fonds.
1. De geldmiddelen van het Risicofonds bestaan uit:
a. Het stichtingskapitaal.
b. De bijdragen die ter uitvoering van het doel van het fonds jaarlijks door de werkgevers worden opgebracht op de wijze als nader bij reglement(en) is bepaald.
c. Renten.
d. Eventuele overheidssubsidies.
e. Geldleningen.
f. Eventuele andere baten.
2. De werkgever is ten aanzien van zijn werknemer over elke dag, waarover loon wordt ontvangen, een bijdrage aan het fonds verschuldigd zoals nader is aangegeven in het reglement.
1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tien leden, te weten vijf werkgeversleden en vijf werknemersleden.
2. De werkgeversleden worden benoemd door Bouwend Nederland.
Drie werknemersleden worden benoemd door FNV Bouw en twee werknemersleden door de Houten Bouwbond CNV, met inachtneming van het bepaalde in lid 5 van dit artikel.
3. Het bestuur benoemt uit zijn midden twee voorzitters: een van werkgeverszijde en een van werknemerszijde.
Het bestuur benoemt uit zijn midden twee secretarissen: een van werkgeverszijde en een van werknemerszijde.
4. Om beurten treden de voorzitters voor de tijd van een kalenderjaar als voorzitter en als tweede voorzitter op.
Indien als voorzitter een werkgeversvertegenwoordiger fungeert, fungeert als secretaris de secretaris van werknemerszijde en omgekeerd.
5. Voor de verdeling van de bestuurszetels voor de werknemersorganisaties geldt een kiesdeler. De kiesdeler wordt bepaald door het aantal actieve leden van de werknemersorganisatie(s) die betrokken zijn bij het fonds, te delen door 7. Na normale afronding volgt hieruit het aantal bestuursleden per organisatie. Als werknemersorganisaties worden beschouwd partijen betrokken bij de collectieve arbeidsovereenkomsten van de bouwnijverheid.
De stand per 1 juli van enig jaar is bepalend voor de zetelverdeling in het daaropvolgende jaar.
Na schriftelijk verzoek van ten minste één van de werknemersorganisaties stelt het bestuur de kiesdeler opnieuw vast.
Het totaal aantal werknemerszetels is 5.
6. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van drie jaar en zijn herbenoembaar.
7. Het bestuur stelt een rooster van aftreden op. In onvoorziene omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.
8. In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
9. De organisatie die een bestuurslid benoemt, kan te allen tijde die benoeming intrekken en in plaats daarvan een ander tot bestuurslid benoemen.
1. De agenda voor de vergaderingen van het bestuur wordt met eventuele bijlagen door het Technisch Bureau Bouwnijverheid te Hoofddorp voor de vergadering aan de leden toegezonden. Stukken en voorstellen die zijn ingekomen nadat de agenda is verzonden, kunnen alleen in behandeling worden genomen, indien hiertoe met volstrekte meerderheid van stemmen besloten wordt.
2. Bij uitzondering kunnen, in spoedeisende gevallen ofwel in gevallen waarin geen twijfel mogelijk is, door de voorzitter en de secretaris voorlopige beslissingen en maatregelen worden genomen, die in de eerstvolgende vergadering van het bestuur ter bekrachtiging worden voorgedragen.
3. In een vergadering van het bestuur mogen geen besluiten worden genomen, als niet ten minste zes bestuursleden aanwezig zijn, waarvan ten minste twee werkgeversleden en ten minste twee werknemersleden.
4. Indien in een vergadering van het bestuur meer werkgeversleden aanwezig zijn dan werknemersleden – of omgekeerd –, dan brengen de leden van de groep met de meeste aanwezigen samen evenveel stemmen uit als de andere groep leden.
5. Over zaken wordt bij voorkeur mondeling en over personen schriftelijk gestemd.
6. Alle besluiten worden, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 14 van deze statuten, genomen met een volstrekte meerderheid van stemmen.
7. Indien de stemmen staken wordt de beslissing tot de volgende vergadering uitgesteld. Indien in die vergadering opnieuw de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn afgewezen zo het een stemming over zaken betreft en zal, indien het een stemming over personen betreft, het lot beslissen.
8. Een gewone meerderheid binnen de werkgevers- of werknemersgeleding bepaalt het standpunt van die geleding.
9. Leden van het bestuur van het Technisch Bureau Bouwnijverheid zijn gerechtigd bij bestuursvergaderingen aanwezig te zijn.
Het bestuur kan besluiten over de aanwezigheid van derden tijdens de bestuursvergaderingen.
1. Het bestuur is belast met het besturen van de zaken van de stichting, het beheer van haar vermogen, alsmede het innen van de gelden en het doen van uitkeringen. Het bestuur is bevoegd, met inachtneming van het in deze statuten bepaalde, tot alle rechtshandelingen met name ook tot het sluiten van die overeenkomsten, waarvoor het regelend recht een beperking kent.
2. Het bestuur beslist in alle zaken waarin de beslissing niet is opgedragen of gedelegeerd aan andere organen van de stichting.
3. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur alsmede door de fungerend voorzitter en fungerend secretaris gezamenlijk.
1. Het bestuur kan voor de uitvoering van zijn taak een of meer uitvoeringsreglementen en een huishoudelijk reglement vaststellen.
2. De reglementen mogen geen bepalingen bevatten welke in strijd zijn met deze statuten.
1. Het bestuur kan uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden mandateren aan het Technisch Bureau Bouwnijverheid dan wel aan de uitvoeringsorganisatie en/of aan door het bestuur, al dan niet geheel uit zijn midden, benoemde paritaire commissies waarbij aan deze commissies toestemming kan worden verleend, volgens door het bestuur te stellen richtlijnen, een deel van deze bevoegdheden weer over te dragen aan het Technisch Bureau Bouwnijverheid c.q de uitvoeringsorganisatie. De gemandateerde bevoegdheden worden door de commissies dan wel het Technisch Bureau Bouwnijverheid c.q. de uitvoeringsorganisatie uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid van het bestuur.
2. Het administratief en geldelijk beheer wordt onder verantwoordelijkheid van het bestuur uitgevoerd.
Het bestuur laat zich bij het uitvoeren van zijn taak terzijde staan door het Technisch Bureau Bouwnijverheid.
De middelen worden op een door het bestuur vast te stellen wijze besteed aan de genoemde doelen van het fonds. De beleggingen zullen door het bestuur op een zodanige wijze geschieden, dat:
a. Een redelijke spreiding naar aard en risico van de bezittingen en interesses wordt verkregen;
b. Een optimaal rendement wordt verkregen;
c. Geen belangrijk risico van blijvende vermogensverliezen wordt gelopen.
1. Uiterlijk in de maand januari worden de begrotingen van inkomsten en van uitgaven voor het lopende boekjaar vastgesteld.
2. De begroting is ingericht en gespecificeerd volgens de in artikel 3 van de statuten omschreven bestedingsdoelen.
3. De begroting van inkomsten en uitgaven behoeft de goedkeuring van de bestuursleden benoemende organisaties, als bedoeld in artikel 5 lid 2.
4. De begroting van inkomsten en uitgaven is op aanvraag beschikbaar voor alle bij het fonds betrokken werkgevers en werknemers.
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur van de stichting stelt jaarlijks een verslag op, dat een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen van de stichting aan het einde van het boekjaar en van de ontwikkeling daarvan gedurende het boekjaar, alsmede is gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 3 van de statuten omschreven bestedingsdoelen; via dit verslag legt het bestuur rekenschap van het gevoerde beleid af aan de bestuursleden benoemende organisaties als bedoeld in artikel 5 lid 2.
3. Dit verslag moet zijn gecontroleerd door een externe door het bestuur te benoemen registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid, uit welke stukken moet blijken dat de uitgaven conform de in artikel 3 van de statuten omschreven bestedingsdoelen zijn gedaan.
4. Dit verslag wordt, voorzien van de goedkeurende verklaring van de registeraccountant of accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid, ter inzage van de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers neergelegd:
a. Ten kantore van het Technisch Bureau Bouwnijverheid;
b. Op een of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.
5. Het verslag en de accountantsverklaring worden toegezonden aan de werkgevers- en werknemersorganisaties en op aanvraag aan de bij de stichting betrokken werkgevers en werknemers.
6. Het verslag en de goedkeurende accountantsverklaring worden binnen zes maanden na het verstrijken van het boekjaar in drievoud gezonden naar de directie Uitvoeringstaken Arbeidsvoorwaardenwetgeving (UAW) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Uit deze stukken moet blijken dat de uitgaven conform de in artikel 3 omschreven bestedingsdoelen zijn gedaan.
1. Het bestuur is bevoegd tot wijziging van de statuten.
2. Tot wijziging van de statuten kan door het bestuur worden besloten in een speciaal daartoe uitgeschreven vergadering.
3. Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts genomen worden, wanneer ten minste tweederde gedeelte van het aantal werkgeversbestuursleden, en ten minste tweederde gedeelte van het aantal werknemersbestuursleden zich voor die statutenwijziging verklaren.
Een besluit tot vaststelling of wijziging van de statuten wordt eerst van kracht nadat de bestuursleden benoemende organisaties als bedoeld in artikel 5 lid 2 hiervan op de hoogte zijn gebracht en hieraan hun goedkeuring hebben verleend. In verband met de voortgang van het proces wordt het uitblijven van een reactie binnen zes maanden beschouwd als een instemmende reactie.
4. De wijziging van de statuten moet bij notariële akte tot stand komen.
5. De reglementen, alsmede de in deze statuten en in de reglementen aangebrachte wijzigingen, treden niet in werking alvorens een volledig exemplaar van die stukken onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend, voor een ieder ter inzage is neergelegd ter Griffie van het Kantongerecht binnen welks ressort de stichting is gevestigd.
1. Tot ontbinding van de stichting kan alleen worden overgegaan in de volgende gevallen:
a. Indien partijen bij deze CAO daartoe unaniem besluiten; of
b. Indien de CAO voor de Bouwnijverheid ten minste één jaar is geëxpireerd.
2. Om in het in lid 1 onder b bedoelde geval tot ontbinding over te gaan, volstaat het wanneer één der partijen bij de CAO dit per aangetekend schrijven meldt aan alle andere bij de CAO betrokken partijen, uiterlijk zes maanden na expiratie van de CAO voor de Bouwnijverheid.
3. In geval van ontbinding worden deze statuten en het bijbehorende reglement via een wijziging van de algemeenverbindendverklaring uit deze CAO verwijderd en wordt van de ontbinding opgaaf gedaan aan het register waar de stichting was ingeschreven.
4. In geval van ontbinding is het bestuur belast met de uitvoering van de liquidatie en alle daarbij behorende zaken, waaronder de bestemming van een eventueel batig saldo.
In alle gevallen waarin niet door deze statuten of de reglementen van de stichting is voorzien beslist het bestuur.
In dit reglement wordt verstaan onder:
1. het Risicofonds:
de Stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid, statutair gevestigd te Hoofddorp;
2. de statuten:
de statuten van het Risicofonds;
3. het bestuur:
het bestuur van het Risicofonds;
4. de CAO:
de CAO voor de Bouwnijverheid;
5. de werkgever:
de werkgever als bedoeld in artikel 88 sub 3 van deze CAO;
6. de (bouwplaats)werknemer:
de werknemer als bedoeld in artikel 88 sub 6 van deze CAO;
7. de uitvoeringsorganisatie:
Cordares CAO-Regelingen B.V., statutair gevestigd te Amsterdam;
8. winterperiode:
de periode die begint op de eerste maandag van de maand november van het kalenderjaar en eindigt op de laatste vrijdag van de maand maart in het daarop volgende kalenderjaar;
9. de bijdrage:
de door de werkgever aan het Risicofonds verschuldigde betaling;
10. het loon:
het vast overeengekomen loon als omschreven in artikel 88 lid 20 onder b van de CAO;
11. vorst:
de weersomstandigheid waarbij de door het maatgevend weerstation in de regio waarin de onderneming van de werkgever is gevestigd gemeten luchttemperatuur, op een dag in de winterperiode:
– om 7.00 uur – 3,5° Celsius of lager is;
– om 7.00 uur en om 10.00 uur daaropvolgend – 0,5° Celsius of lager is;
– of om 10.00 uur – 1,5° Celsius of lager is.
12. werkdag:
de in artikel 8 lid 1 van deze CAO bedoelde normale werkdagen van maandag tot en met vrijdag; feestdagen die op werkdagen vallen worden niet als werkdag beschouwd;
13. vorstdag:
een werkdag tijdens de winterperiode waarop vorst optreedt, als bedoeld onder lid 11;
14. gevolgen van vorst:
werkdagen anders dan vorstdagen waarop tijdens de winterperiode als gevolg van eerder opgetreden vorst niet kan worden gewerkt;
15. factor gevolgen van vorst:
de door het bestuur vastgestelde regioafhankelijke opslag op de uitkering;
16. de eigen-risicoperiode:
de periode die aanvangt op de eerste maandag van november en eindigt nadat negen vorstdagen zijn verstreken; een werkgever kan ten behoeve van het afdekken van de risico’s van vorstgevoelige werkzaamheden tegen een opslag op de premie opteren voor een eigen risico van nul dagen.
1. Met inachtneming van hetgeen in lid 2 van dit artikel is bepaald, is iedere werkgever verplicht om vanaf 1 november 2006 een bijdrage te voldoen aan het Risicofonds.
2. Twee categorieën ondernemingen verkrijgen op aanvraag dispensatie van de in lid 1 bedoelde verplichting:
a. Ondernemingen die over de winterperioden 2002/2003, 2003/2004 en 2004/2005 geen uitkering(en) bij het Risicofonds hebben gedeclareerd en ontvangen en waaraan over die perioden op grond van het reglement Risicofonds voor het Bouwbedrijf 2001-2005 premierestitutie is verleend.
b. Ondernemingen waaraan in boekjaar 2005 minder of evenveel op declaratie is uitgekeerd dan zij aan premie Risicofonds in die periode hebben betaald.
Onder „onderneming’’ wordt in dit artikellid verstaan een onderneming van een werkgever als bedoeld in artikel 88 sub 3 van deze CAO, dan wel een onderneming die daarvan redelijkerwijs de voortzetting moet worden geacht.
3. Werkgevers die dispensatie hebben verkregen, hebben geen recht op enige loondervingsuitkering uit het Risicofonds.
4.
a. Met inachtneming van het bepaalde onder lid b bedraagt de bijdrage vanaf 1 november 2006 5% van de door het bestuur vast te stellen loonsom van de bouwplaatswerknemers in dienst van de werkgever gemeten over de periode 1 juli 2005 tot en met 30 juni 2006.
b. Wanneer de werkgever ervoor kiest de eigen-risicoperiode terug te brengen tot nul dagen, zoals bedoeld in artikel 3 lid 3, wordt het bijdragepercentage met een regionale opslag als vermeld in onderstaande tabel verhoogd.
| Regio | Opslagpercentage geen eigen risico |
|---|---|
| Noord | 6,6 |
| Oost | 5,8 |
| Midden-West | 6,5 |
| Midden-Oost | 5,9 |
| Zuid | 6,1 |
| Zuid-Zuid | 6,0 |
| Zuid-West | 6,5 |
De regio-indeling naar postcodegebied is opgenomen in bijlage A bij dit reglement.
c. Werkgevers die op grond van lid 2 van dit artikel dispensatie kunnen aanvragen, maar dat hebben nagelaten, zijn een regioafhankelijke bijdrage verschuldigd. De regioafhankelijke bijdragen zijn vanaf 1 november 2006, inclusief de factor gevolgen van vorst en uitgedrukt in een percentage van de door het bestuur vast te stellen loonsom van de bouwplaatswerknemers in dienst van deze werkgever gemeten over de periode 1 juli 2005 tot en met 30 juni 2006:
| Regio | Bijdragepercentage | |
|---|---|---|
| Met eigen risico | Zonder eigen risico | |
| Noord | 10,0 | 16,6 |
| Oost | 9,0 | 14,8 |
| Midden-West | 7,5 | 14,0 |
| Midden-Oost | 9,3 | 15,2 |
| Zuid | 7,7 | 13,8 |
| Zuid-Zuid | 8,5 | 14,5 |
| Zuid-West | 7,6 | 14,1 |
De regio-indeling naar postcodegebied is opgenomen in bijlage A bij dit reglement.
5. De jaarbijdrage is vanaf 1 november 2006 terstond en ineens opeisbaar. De werkgever heeft de mogelijkheid om, onder door het bestuur vastgestelde voorwaarden, de bijdrage in maandelijkse termijnen te voldoen.
6. Indien de werkgever de bijdrage niet of niet tijdig voldoet, is hij in verzuim.
7. Het bestuur is bevoegd vanaf de datum van verzuim rente te vorderen over de bijdragen. Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente. Bovendien zullen buitengerechtelijke incassokosten worden gevorderd. Deze incassokosten worden naar evenredigheid van het te vorderen bedrag vastgesteld.
1. De werkgever heeft, indien en voor zover de financiële positie van het Risicofonds dit toelaat en met inachtneming van het overigens in dit reglement bepaalde, tegenover het Risicofonds aanspraak op een vergoeding ter compensatie van het door hem aan zijn werknemer verstrekte loon op vorstdagen, met inachtneming van het in lid 5 van dit artikel bepaalde.
2. Deze aanspraak gaat in vanaf de negende vorstdag.
3. Ter bestrijding van het risico van vorstgevoelige werkzaamheden, kan – tegen afdracht van een opslag op de bijdrage als vermeld onder artikel 2 lid 4 – voorafgaand aan de declaratieperiode worden geopteerd voor een dekking vanaf de eerste vorstdag.
4. Er komen in de winterperiode 2006-2007 in totaal maximaal 39 vorstdagen voor uitkering in aanmerking, uitgaande van een eigen risico van nul dagen.
5. Het uit te keren bedrag per vorstdag bedraagt 156% van de door het bestuur vast te stellen loonsom per dag van de bouwplaatswerknemers in dienst van de werkgever, gemeten over de periode 1 juli 2005 tot en met 30 juni 2006, vermenigvuldigd met de factor gevolgen van vorst en een reductiefactor van 16%. De factor gevolgen van vorst is regioafhankelijk en terug te vinden in bijlage A.
1. Uitbetalingen van vergoedingen aan de werkgever vinden alleen plaats, indien de bijdrage tijdig is ontvangen.
2. Uitbetalingen van de vergoedingen vinden plaats medio januari, februari, maart en april.
1. De werkgever en de werknemer zijn verplicht aan het bestuur of aan een schriftelijk door hem gemachtigd persoon inzage te verlenen in alle bescheiden die direct of indirect betrekking hebben op de betaling van de bijdrage en de loonbetaling en voorts alle overige inlichtingen te verschaffen die ten behoeve van de uitvoering van het bepaalde in de statuten en in dit reglement worden gevraagd.
2. Degene die bij de uitvoering van het bepaalde in de statuten of in dit reglement kennis neemt van enig gegeven waarvan men het vertrouwelijke karakter moet begrijpen is daarover tegenover derden tot geheimhouding verplicht.
Het bestuur is bevoegd tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard die zich bij de toepassing van dit reglement voordoen.
Teneinde een efficiënte werking van het Risicofonds te verzekeren, kunnen door het bestuur nadere voorschriften gegeven worden in overeenstemming met de bepalingen van de statuten en van dit reglement, mits deze voorschriften niet in strijd komen met de bepalingen van de CAO.
Dit reglement kan worden geciteerd als reglement Risicofonds.
III: BIJLAGE A BIJ BIJLAGE 19: OVERZICHT MAATGEVENDE WEERSTATIONS PER REGIO
| Naam | regio | Postcodegebieden | Maatgevend weerstation | Factor gevolgen van vorst |
|---|---|---|---|---|
| 1. | Noord | 1790-1799 | ||
| 7760-7769 | ||||
| 7800-7849 | ||||
| 7858-7859 | ||||
| 7870-7899 | ||||
| 8060-8069 | ||||
| 8260-8269 | ||||
| 8280-8329 | ||||
| 8355-8379 | ||||
| 8400-9409 | ||||
| 9420-9429 | ||||
| 9450-9999 | Eelde | 1,48 | ||
| 2. | Oost | 7000-7219 | ||
| 7230-7299 | ||||
| 7400-7759 | ||||
| 7770-7799 | ||||
| 7850-7857 | ||||
| 7860-7869 | ||||
| 7900-8059 | ||||
| 8070-8199 | ||||
| 8270-8279 | ||||
| 8330-8354 | ||||
| 8380-8399 | ||||
| 9410-9419 | ||||
| 9430-9449 | Twente | 1,31 | ||
| 3. | Midden-West | 1000-1199 | ||
| 1380-1399 | ||||
| 1420-1789 | ||||
| 1800-2189 | ||||
| 2300-2409 | ||||
| 2420-2489 | ||||
| 3640-3699 | Schiphol | 1,46 | ||
| 4. | Midden-Oost | 1200-1379 | ||
| 1400-1419 | ||||
| 2410-2419 | ||||
| 2800-2899 | ||||
| 2940-2979 | ||||
| 3300-3329 | ||||
| 3350-3639 | ||||
| 3700-4299 | ||||
| 5300-5339 | ||||
| 6660-6999 | ||||
| 7220-7229 | ||||
| 7300-7399 | ||||
| 8200-8259 | Deelen | 1,32 | ||
| 5. | Zuid | 4600-4649 | ||
| 4700-5299 | ||||
| 5340-6049 | ||||
| 6070-6073 | ||||
| 6080-6099 | ||||
| 6500-6659 | Eindhoven | 1,37 | ||
| 6. | Zuid-Zuid | 6050-6069 | ||
| 6074-6079 | ||||
| 6100-6499 | Maastricht | 1,34 | ||
| 7. | Zuid-West | 2190-2299 | ||
| 2490-2799 | ||||
| 2900-2939 | ||||
| 2980-3299 | ||||
| 3330-3349 | ||||
| 4300-4599 | ||||
| 4650-4699 | Rotterdam | 1,45 |
IV: BIJLAGE B BIJ BIJLAGE 19: OVERZICHT WEERSTATIONS PER POSTCODEGEBIED, ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 20A LID 12
| Postcodegebied | Weerstation | ||
|---|---|---|---|
| 1000 | 1129 | 240 | Schiphol |
| 1130 | 1159 | 249 | Berkhout |
| 1160 | 1199 | 240 | Schiphol |
| 1200 | 1299 | 260 | De Bilt |
| 1300 | 1379 | 269 | Lelystad |
| 1380 | 1399 | 240 | Schiphol |
| 1400 | 1419 | 260 | De Bilt |
| 1420 | 1469 | 240 | Schiphol |
| 1470 | 1479 | 249 | Berkhout |
| 1480 | 1599 | 240 | Schiphol |
| 1600 | 1699 | 249 | Berkhout |
| 1700 | 1749 | 240 | Schiphol |
| 1750 | 1759 | 235 | De Kooy |
| 1760 | 1779 | 249 | Berkhout |
| 1780 | 1789 | 235 | De Kooy |
| 1790 | 1799 | 251 | Terschelling |
| 1800 | 1859 | 240 | Schiphol |
| 1860 | 1909 | 257 | Wijk aan Zee |
| 1910 | 1929 | 240 | Schiphol |
| 1930 | 1989 | 257 | Wijk aan Zee |
| 1990 | 2039 | 240 | Schiphol |
| 2040 | 2062 | 257 | Wijk aan Zee |
| 2063 | 2069 | 240 | Schiphol |
| 2070 | 2099 | 257 | Wijk aan Zee |
| 2100 | 2109 | 240 | Schiphol |
| 2110 | 2119 | 257 | Wijk aan Zee |
| 2120 | 2189 | 240 | Schiphol |
| 2190 | 2299 | 210 | Valkenburg ZH |
| 2300 | 2409 | 240 | Schiphol |
| 2410 | 2419 | 348 | Cabauw |
| 2420 | 2499 | 240 | Schiphol |
| 2490 | 2599 | 210 | Valkenburg ZH |
| 2600 | 2679 | 344 | Rotterdam |
| 2680 | 2689 | 210 | Valkenburg ZH |
| 2690 | 2799 | 344 | Rotterdam |
| 2800 | 2899 | 348 | Cabauw |
| 2900 | 2939 | 344 | Rotterdam |
| 2940 | 2979 | 348 | Cabauw |
| 2980 | 3239 | 344 | Rotterdam |
| 3240 | 3259 | 323 | Wilhelminadorp |
| 3260 | 3299 | 344 | Rotterdam |
| 3300 | 3329 | 356 | Herwijnen |
| 3330 | 3349 | 344 | Rotterdam |
| 3350 | 3399 | 356 | Herwijnen |
| 3400 | 3429 | 348 | Cabauw |
| 3430 | 3439 | 260 | De Bilt |
| 3440 | 3449 | 348 | Cabauw |
| 3450 | 3459 | 260 | De Bilt |
| 3460 | 3499 | 348 | Cabauw |
| 3500 | 3639 | 260 | De Bilt |
| 3640 | 3699 | 240 | Schiphol |
| 3700 | 3709 | 260 | De Bilt |
| 3710 | 3719 | 265 | Soesterberg |
| 3720 | 3759 | 260 | De Bilt |
| 3760 | 3769 | 265 | Soesterberg |
| 3770 | 3789 | 275 | Deelen |
| 3790 | 3939 | 265 | Soesterberg |
| 3940 | 3949 | 260 | De Bilt |
| 3950 | 3959 | 265 | Soesterberg |
| 3960 | 3999 | 260 | De Bilt |
| 4000 | 4299 | 356 | Herwijnen |
| 4300 | 4499 | 323 | Wilhelminadorp |
| 4503 | 4599 | 319 | Westdorpe |
| 4600 | 4649 | 350 | Gilze en Rijen |
| 4650 | 4699 | 323 | Wilhelminadorp |
| 4700 | 5059 | 350 | Gilze en Rijen |
| 5060 | 5069 | 370 | Eindhoven |
| 5070 | 5079 | 350 | Gilze en Rijen |
| 5080 | 5099 | 370 | Eindhoven |
| 5100 | 5199 | 350 | Gilze en Rijen |
| 5200 | 5249 | 375 | Volkel |
| 5250 | 5257 | 350 | Gilze en Rijen |
| 5258 | 5259 | 375 | Volkel |
| 5260 | 5269 | 350 | Gilze en Rijen |
| 5270 | 5279 | 375 | Volkel |
| 5280 | 5299 | 370 | Eindhoven |
| 5300 | 5339 | 356 | Herwijnen |
| 5340 | 5499 | 375 | Volkel |
| 5500 | 5739 | 370 | Eindhoven |
| 5740 | 5799 | 375 | Volkel |
| 5800 | 5809 | 391 | Arcen |
| 5810 | 5849 | 375 | Volkel |
| 5850 | 5999 | 391 | Arcen |
| 6000 | 6039 | 370 | Eindhoven |
| 6040 | 6049 | 391 | Arcen |
| 6050 | 6069 | 380 | Maastricht |
| 6070 | 6073 | 391 | Arcen |
| 6074 | 6079 | 380 | Maastricht |
| 6080 | 6099 | 370 | Eindhoven |
| 6100 | 6499 | 380 | Maastricht |
| 6500 | 6599 | 391 | Arcen |
| 6600 | 6659 | 375 | Volkel |
| 6660 | 6699 | 356 | Herwijnen |
| 6700 | 6829 | 275 | Deelen |
| 6830 | 6859 | 356 | Herwijnen |
| 6860 | 6999 | 275 | Deelen |
| 7000 | 7219 | 283 | Hupsel |
| 7220 | 7229 | 275 | Deelen |
| 7230 | 7299 | 283 | Hupsel |
| 7300 | 7399 | 275 | Deelen |
| 7400 | 7459 | 278 | Heino |
| 7460 | 7689 | 290 | Twenthe |
| 7690 | 7709 | 279 | Hoogeveen |
| 7710 | 7739 | 278 | Heino |
| 7740 | 7759 | 279 | Hoogeveen |
| 7760 | 7769 | 286 | Nieuw Beerta |
| 7770 | 7799 | 279 | Hoogeveen |
| 7800 | 7849 | 286 | Nieuw Beerta |
| 7850 | 7857 | 279 | Hoogeveen |
| 7858 | 7859 | 286 | Nieuw Beerta |
| 7860 | 7869 | 279 | Hoogeveen |
| 7870 | 7899 | 286 | Nieuw Beerta |
| 7900 | 7999 | 279 | Hoogeveen |
| 8000 | 8059 | 278 | Heino |
| 8060 | 8069 | 273 | Marknesse |
| 8070 | 8199 | 278 | Heino |
| 8200 | 8259 | 269 | Lelystad |
| 8260 | 8269 | 273 | Marknesse |
| 8270 | 8279 | 278 | Heino |
| 8280 | 8329 | 273 | Marknesse |
| 8330 | 8354 | 279 | Hoogeveen |
| 8355 | 8379 | 273 | Marknesse |
| 8380 | 8399 | 279 | Hoogeveen |
| 8400 | 8459 | 280 | Eelde |
| 8460 | 8469 | 270 | Leeuwarden |
| 8470 | 8488 | 280 | Eelde |
| 8489 | 8879 | 270 | Leeuwarden |
| 8880 | 8899 | 251 | Terschelling |
| 8900 | 9159 | 270 | Leeuwarden |
| 9160 | 9169 | 251 | Terschelling |
| 9170 | 9239 | 270 | Leeuwarden |
| 9240 | 9249 | 280 | Eelde |
| 9250 | 9299 | 270 | Leeuwarden |
| 9300 | 9409 | 280 | Eelde |
| 9410 | 9419 | 279 | Hoogeveen |
| 9420 | 9429 | 280 | Eelde |
| 9430 | 9449 | 279 | Hoogeveen |
| 9450 | 9499 | 280 | Eelde |
| 9500 | 9599 | 286 | Nieuw Beerta |
| 9600 | 9639 | 280 | Eelde |
| 9640 | 9699 | 286 | Nieuw Beerta |
| 9700 | 9942 | 280 | Eelde |
| 9943 | 9949 | 286 | Nieuw Beerta |
| 9950 | 9999 | 280 | Eelde |
Dictum II
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en heeft geen terugwerkende kracht.
Dictum III
Dit besluit zal in een bijvoegsel bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2006-247-CAO3049.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.