Medegebruik militaire luchtvaartterreinen

CHC Helicopters

7 december 2006

Nr. MLA/0131/2006

De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelezen het verzoek van CHC Helicopters, ingediend door tussenkomst van de directeur van Den Helder Airport C.V., d.d. 27 oktober 2006;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47);

Besluiten:

Artikel 1

1. Aan gezagvoerders van helikopters van CHC Helicopters wordt tot en met 31 december 2006, ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Leeuwarden op dagen en tijden dat dit luchtvaartterrein is opengesteld zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MILAIP) of notice to airman (NOTAM).

2. De ontheffing in het eerste lid wordt verleend voor maximaal 200 vliegtuigbewegingen.

Artikel 2

1. De Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, zoals vastgesteld in de ministeriele beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder ‘de vergunning’ deze beschikking dient te worden verstaan.

2. De Commandant Vliegbasis Leeuwarden kan nadere instructies geven voor het betreden en het gebruik van het militaire luchtvaartterrein.

Artikel 3

De ontheffing wordt verleend onder de voorwaarde dat de geluidszone van het militaire luchtvaartterrein Leeuwarden niet wordt overschreden.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 7 december 2006.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze,
de directeur Militaire Luchtvaart Autoriteit,
P.M.A. Vorderman,
generaal-majoor KLu b.d.
Hoofddorp, 8 december 2006.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,voor deze,
De hoofdinspecteur Toezichteenheid Luchthavens en Luchtruim,
J.H. Wilbrink.

Tegen deze beschikking kunnen belanghebbenden op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), binnen 6 weken na de dag waarop deze beschikking is bekendgemaakt een bezwaarschrift indienen. Het bezwaarschrift dient te worden gericht aan de Minister van Defensie, ter attentie van de Commissie advisering bezwaarschriften Defensie, Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en moet ten minste bevatten: de naam en het adres van de indiener; de dagtekening; een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht; de gronden van het bezwaar. Indien onverwijlde spoed dat vereist, is het mogelijk een voorlopige voorziening te vragen bij de president van de rechtbank die bevoegd is. In dat geval is griffierecht verschuldigd. Voorwaarde is dat een bezwaarschrift is ingediend.

Toelichting

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde, verstaan onder ‘Onze Minister’ voor wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht, de Minister van Verkeer en Waterstaat. Voor wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder ‘Onze Minister’ de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zal de Minister van Defensie beoordelen of hij het militaire luchtvaartterrein wil openstellen. De Minister van Verkeer en Waterstaat zal beoordelen of het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen voldoet aan de voor de burgerluchtvaart geldende veiligheidseisen.

Het rijksbeleid voor het burgermedegebruik van militaire luchtvaartterreinen ligt vast in het Tweede Structuurschema Militaire Terreinen (SMT) en de nota Regionale luchthavenstrategie (RELUS). In het SMT is aangegeven dat burgermedegebruik mogelijk blijft indien daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid en de taakuitvoering van de militaire luchtvaart, met inachtneming van de geluidhinderproblematiek. Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.

De helikopters van CHC Helicopters opereren normaliter vanaf het militaire luchtvaartterrein De Kooy, door tussenkomst van Den Helder Airport C.V. Laatstgenoemde heeft te gelden als burgerexploitant die het commerciële burgermedegebruik afhandelt. Op basis van de vigerende ontheffing ex artikel 33 Luchtvaartwet is het Den Helder Airport toegestaan jaarlijks 20.000 vliegtuigbewegingen te accommoderen.

In het jaar 2005 is door de Minister van Defensie een besluit genomen over de plaatsing van de NH-90 helikopters. Een twaalftal fregattenhelikopters (NH-90-NFH Nato Frigate Helicopter) zal op marinevliegkamp de Kooy worden geplaatst en een achttal maritieme transporthelikopters (NH-90-MTTH Marinised Tactical Transport Helicopter) zal op de vliegbasis Gilze-Rijen worden geplaatst. Aan dit besluit zijn intensieve besprekingen voorafgegaan met de civiele medegebruiker, de gemeente Den Helder en de provincie Noord-Holland. Om reden van doelmatigheid had het de voorkeur van defensie om de gehele helikoptervloot op Gilze-Rijen te concentreren. Vanwege regionaal-economische redenen is evenwel anders besloten. Daaraan gekoppeld is in 2005 besloten dat het aantal civiele vliegtuigbewegingen vanaf De Kooy de komende jaren kan worden uitgebreid, zodat ook nieuwe bedrijvigheid naar Den Helder kan worden gehaald.

De burgerexploitant heeft hierop een verzoek ingediend om uitbreiding van het aantal civiele vliegtuigbewegingen naar 22.000 per jaar vanaf De Kooy. Naast dit verzoek om verruiming van de ontheffing ex artikel 33 Luchtvaartwet speelt een vergunningsplicht voor deze civiele vliegtuigbewegingen ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gedoogt, in afwachting van onderzoek naar mogelijke consequenties van vliegtuigbewegingen op natuurwaarden in het Waddenzeegebied, thans een aantal van jaarlijks 20.000 civiele vliegtuigbewegingen. Het is de verwachting dat in 2007 dit onderzoek wordt afgerond.

Om thans geen barrières aan de bedrijvigheid op Den Helder Airport op te werpen mede gelet op de intentie van Defensie om ruimte te bieden aan uitbreiding van het aantal civiele vliegtuigbewegingen door tussenkomst van Den Helder Airport C.V. is besloten voor het resterend deel van het jaar 2006 toe te staan dat een hoeveelheid van 200 vliegtuigbewegingen op Leeuwarden kunnen worden uitgevoerd.

Aan CHC Helicopters wordt derhalve ontheffing verleend om maximaal 200 vliegtuigbewegingen uit te voeren vanaf het militaire luchtvaartterrein Leeuwarden. Het gaat daarbij uitsluitend om trainingsvluchten gedurende de bestaande openstellingtijden van het militaire luchtvaartterrein Leeuwarden.

Van belang is voorts dat wanneer een helikopter een militair luchtvaartterrein aandoet, de vliegtuigbewegingen worden meegenomen in de berekening van de geluidsbelasting in kosteneenheden. De gegevens omtrent het feitelijk gebruik van militaire luchtvaartterreinen worden jaarlijks herleid tot contouren welke de actuele geluidsbelasting in dat jaar weergeven. Gelet op de beschikbare ruimtes in de afgelopen jaren is er geen indicatie aan te nemen dat door deze vliegtuigbewegingen buiten de vastgestelde geluidszone wordt getreden.

Naar boven