Ontheffing Kroondomein Het Loo 2006

4 december 2006

Nr. TRCJZ/2006/3660

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 68 en 70 Flora- en faunawet;

gehoord het Faunafonds;

gezien het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2004 - 2009;

in aanmerking nemende dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat dan beheer door middel van afschot en daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten;

uitgaande van de natuurlijke draagkracht van het terrein en een daarop gebaseerde na te streven mediane voorjaarstand van 250 tot 300 edelherten, 400 tot 500 reeën, maximaal 240 wilde zwijnen en 0 (op termijn) damherten;

daarbij tevens, in overeenstemming met de Nota Jacht en Wildbeheer (Kamerstukken II 1992/93, 22 980 nr. 2), in aanmerking nemende dat de draagkracht van het betreffende gebied onvoldoende is voor de ontwikkeling van een volwaardige edelherten- en reeënpopulatie naast een volwaardige damhertenpopulatie;

verleent hierbij, ter voorkoming van belangrijke schade aan bossen en ter voorkoming van schade aan flora en fauna,

aan: Jagermeester van

H.M. de Koningin

per adres: Koninklijk Jachtdepartement

Koninklijk Park 1

7315 JA Apeldoorn

voor het tijdvak van heden tot en met 31 december 2009 ontheffing van het in artikel 9 vervatte verbod op het doden, bemachtigen en met het oog daarop opsporen van jaarlijks zoveel edelherten, reeën, damherten en wilde zwijnen, als noodzakelijk is om het aantal dieren terug te brengen tot de hierboven genoemde na te streven mediane voorjaarsstand,

op Kroondomein Het Loo.

Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden:

1. Deze ontheffing dient te worden gebruikt binnen de kaders vermeld in Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2004-2009.

2. Van deze ontheffing mag behalve door het Koninklijk Jachtdepartement slechts gebruik worden gemaakt door de jachtaktehouders vermeld in de bijlage bij deze ontheffing, voor zover deze in het bezit zijn van een afschrift van deze ontheffing en een schriftelijke toestemming van de grondgebruiker.

3. De onder 2 bedoelde jachtaktehouders kunnen zich ter realisering van het benodigde afschot doen vergezellen door andere geweerdragers, mits deze in het bezit zijn van een schriftelijke uitnodiging om bij de uitvoering van de op grond van deze ontheffing verleende bevoegdheid ondersteuning te verlenen en van een schriftelijke toestemming van de grondgebruiker.

4. Voor het terugbrengen van het aantal wilde zwijnen tot de na te streven mediane voorjaarsstand is de methode, waarbij één persoon wilde zwijnen opzettelijk verontrust met het oogmerk de dieren binnen het schootsveld van één geweerdrager te drijven opdat deze de dieren kan doden, toegestaan, nadat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft bepaald dat in enig jaar het leggen van lokvoer onvoldoende effectief is om het benodigde afschot te halen en dat besluit is bekendgemaakt in de Staatscourant.

5. Voor het opsporen van aangeschoten of anderszins gewonde dieren mag een hond, niet zijnde een lange hond, worden ingezet.

6. Ter voorkoming van schade aan de landbouw mag afschot van edelherten, reeën en wilde zwijnen plaatsvinden buiten de in het faunabeheerplan voor deze soorten vermelde reguliere afschotperioden.

7. Ter voorkoming van schade aan de landbouw en in het belang van de verkeersveiligheid mag voor het afschot van wilde zwijnen gebruik gemaakt worden van kunstlicht. Van het gebruik van kunstlicht dient vooraf mededeling te worden gedaan aan de korpschef van het regionale korps waarin het grootste deel van het perceel waar afschot plaatsvindt is gelegen.

8. Jaarlijks wordt uiterlijk per 1 januari aan mij gerapporteerd in hoeverre van deze ontheffing gebruik is gemaakt en desgevraagd wordt aan mij tussentijds alle noodzakelijk geachte informatie betreffende het gebruik van deze ontheffing verschaft.

9. Deze ontheffing kan worden ingetrokken in de in artikel 80 van de Flora- en faunawet genoemde gevallen.

10. De aan de ontheffing verbonden voorschriften kunnen tussentijds worden gewijzigd.

Dit besluit wordt bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant alsmede in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op andere geschikte wijze.

Binnen zes weken na de dag waarop mededeling is gedaan van dit besluit kunnen belanghebbenden een beroepschrift indienen bij Rechtbank Den Haag, Sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH, ’s-Gravenhage.

‘s-Gravenhage, 4 december 2006.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,C.P. Veerman.

Bijlage bij ontheffing ex artikel 70 Flora- en faunawet verleend voor het beheer van de op de gronden van Kroondomein Het Loo levende wilde hoefdieren

De in voorschrift 2 bedoelde jachtaktehouders zijn:

W.G. Arentsen

W. Fiets

R.K.C. Olthof

M.A.J. Poelen

H.J. Horstman

W.J. Nijdeken

J.M. Harlemen

J.F,.R. Hasekamp

J. Huttinga

J.E. Trachsler

A.J. Troost

G.H. Veldwijk.

Naar boven