De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit,
Gelet op de artikelen 68 en 70 Flora- en faunawet;
gehoord het Faunafonds;
gezien het Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2004 - 2009;
in aanmerking nemende dat er geen andere bevredigende oplossing bestaat
dan beheer door middel van afschot en daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan
een gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten;
uitgaande van de natuurlijke draagkracht van het terrein en een daarop
gebaseerde na te streven mediane voorjaarstand van 250 tot 300 edelherten,
400 tot 500 reeën, maximaal 240 wilde zwijnen en 0 (op termijn) damherten;
daarbij tevens, in overeenstemming met de Nota Jacht en Wildbeheer (Kamerstukken
II 1992/93, 22 980 nr. 2), in aanmerking nemende dat de draagkracht van het
betreffende gebied onvoldoende is voor de ontwikkeling van een volwaardige
edelherten- en reeënpopulatie naast een volwaardige damhertenpopulatie;
verleent hierbij, ter voorkoming van belangrijke schade aan bossen en
ter voorkoming van schade aan flora en fauna,
aan: Jagermeester van
H.M. de Koningin
per adres: Koninklijk Jachtdepartement
Koninklijk Park 1
7315 JA Apeldoorn
voor het tijdvak van heden tot en met 31 december 2009 ontheffing van
het in artikel 9 vervatte verbod op het doden, bemachtigen en met het oog
daarop opsporen van jaarlijks zoveel edelherten, reeën, damherten en
wilde zwijnen, als noodzakelijk is om het aantal dieren terug te brengen tot
de hierboven genoemde na te streven mediane voorjaarsstand,
op Kroondomein Het Loo.
Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden:
1. Deze ontheffing dient te worden gebruikt binnen de kaders vermeld in
Faunabeheerplan Kroondomein Het Loo 2004-2009.
2. Van deze ontheffing mag behalve door het Koninklijk Jachtdepartement
slechts gebruik worden gemaakt door de jachtaktehouders vermeld in de bijlage
bij deze ontheffing, voor zover deze in het bezit zijn van een afschrift van
deze ontheffing en een schriftelijke toestemming van de grondgebruiker.
3. De onder 2 bedoelde jachtaktehouders kunnen zich ter realisering van
het benodigde afschot doen vergezellen door andere geweerdragers, mits deze
in het bezit zijn van een schriftelijke uitnodiging om bij de uitvoering van
de op grond van deze ontheffing verleende bevoegdheid ondersteuning te verlenen
en van een schriftelijke toestemming van de grondgebruiker.
4. Voor het terugbrengen van het aantal wilde zwijnen tot de na te streven
mediane voorjaarsstand is de methode, waarbij één persoon wilde
zwijnen opzettelijk verontrust met het oogmerk de dieren binnen het schootsveld
van één geweerdrager te drijven opdat deze de dieren kan doden,
toegestaan, nadat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft
bepaald dat in enig jaar het leggen van lokvoer onvoldoende effectief is om
het benodigde afschot te halen en dat besluit is bekendgemaakt in de Staatscourant.
5. Voor het opsporen van aangeschoten of anderszins gewonde dieren mag
een hond, niet zijnde een lange hond, worden ingezet.
6. Ter voorkoming van schade aan de landbouw mag afschot van edelherten,
reeën en wilde zwijnen plaatsvinden buiten de in het faunabeheerplan
voor deze soorten vermelde reguliere afschotperioden.
7. Ter voorkoming van schade aan de landbouw en in het belang van de verkeersveiligheid
mag voor het afschot van wilde zwijnen gebruik gemaakt worden van kunstlicht.
Van het gebruik van kunstlicht dient vooraf mededeling te worden gedaan aan
de korpschef van het regionale korps waarin het grootste deel van het perceel
waar afschot plaatsvindt is gelegen.
8. Jaarlijks wordt uiterlijk per 1 januari aan mij gerapporteerd in hoeverre
van deze ontheffing gebruik is gemaakt en desgevraagd wordt aan mij tussentijds
alle noodzakelijk geachte informatie betreffende het gebruik van deze ontheffing
verschaft.
9. Deze ontheffing kan worden ingetrokken in de in artikel 80 van de Flora-
en faunawet genoemde gevallen.
10. De aan de ontheffing verbonden voorschriften kunnen tussentijds worden
gewijzigd.
Dit besluit wordt bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant alsmede
in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op andere
geschikte wijze.
Binnen zes weken na de dag waarop mededeling is gedaan van dit besluit
kunnen belanghebbenden een beroepschrift indienen bij Rechtbank Den Haag,
Sector Bestuursrecht, Postbus 20302, 2500 EH, ’s-Gravenhage.
W.G. Arentsen
W. Fiets
R.K.C. Olthof
M.A.J. Poelen
H.J. Horstman
W.J. Nijdeken
J.M. Harlemen
J.F,.R. Hasekamp
J. Huttinga
J.E. Trachsler
A.J. Troost
G.H. Veldwijk.