Regels vrijwillige werkloosheidsverzekering

7 november 2006

Het UWV,

Gelet op artikel 59 van de Werkloosheidswet en artikel 73, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;

Besluit:

Hoofdstuk I

Begripomschrijvingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. de Wet: de Werkloosheidswet

b. vrijwillige verzekering: de vrijwillige verzekering op grond van hoofdstuk III van de wet

c. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Hoofdstuk II

Aanmelding

Artikel 2

Een verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering geschiedt door middel van een aanvraagformulier.

Artikel 3

Bij de aanmelding voor de vrijwillige verzekering van degene, die is bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdelen b en c, van de Wet, wordt een verklaring overgelegd, waaruit ten genoegen van het UWV blijkt, welke nationaliteit betrokkene bezit, welke werkzaamheden betrokkene verricht en door welke organisatie betrokkene wordt uitgezonden.

Hoofdstuk III

Aanvang en einde vrijwillige verzekering

Artikel 4

Het UWV geeft van de op de aanvraag genomen beslissing schriftelijk kennis aan de aanvrager onder mededeling van het tijdstip waarop de vrijwillige verzekering een aanvang neemt.

Artikel 5

1. Het UWV geeft aan de persoon, die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, schriftelijk kennis van het tijdstip waarop de vrijwillige verzekering wordt beëindigd.

2. Het eindigen van de vrijwillige verzekering heeft geen invloed op de uitkeringen welke krachtens die verzekering lopen op het tijdstip waarop de verzekering een einde neemt.

Hoofdstuk IV

Dagloon en premie vrijwillige verzekering

Artikel 6

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 58, eerste lid, onderdeel b, van de Wet, kan het UWV het dagloon dat ten grondslag ligt aan de vrijwillige verzekering, herzien in de mate waarin het in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen genoemde bedrag op grond van artikel 18 van die wet wordt verhoogd of verlaagd.

2. Het UWV kan het dagloon dat ten grondslag ligt aan de vrijwillige verzekering, van de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, herzien:

a. indien dat dagloon niet overeenkomt met het loon of inkomen dat de persoon, die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, in geval van werkloosheid naar het oordeel van het UWV derft;

b. indien het naar het oordeel van het UWV aannemelijk is dat door een wijziging in de Wet de uitkeringsvoorwaarden zodanig zijn gewijzigd dat de persoon, die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, bij aanvang van de vrijwillige verzekering een ander dagloon bepaald zou hebben.

3. De herziening, bedoeld in het eerste en tweede lid, gaat in per 1 januari van enig jaar.

De herziening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, kan eveneens plaatsvinden op verzoek van de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering.

De herziening, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan alleen plaatsvinden op verzoek van de persoon die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering. Dit verzoek wordt ingediend vóór 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarin de herziening ingaat. Het UWV kan een herziening als bedoeld in het tweede lid, ook op een ander tijdstip laten ingaan, indien naar haar oordeel sprake is van een aanzienlijke wijziging van het loon, inkomen of dagloon.

Artikel 7

1. De premie is per kalendermaand bij vooruitbetaling verschuldigd door degene, die op eigen verzoek tot de vrijwillige verzekering is toegelaten, en wordt door of namens de verzekerde voldaan op de door het UWV aangegeven wijze.

2. Het UWV deelt bij haar beslissing, bedoeld in artikel 5 mede welke premie de aanvrager verschuldigd is en binnen welke termijnen en op welke wijze de betaling aan haar dient te geschieden.

3. Indien het premiepercentage wijziging ondergaat, deelt het UWV zo spoedig mogelijk het gewijzigde premiebedrag aan de verzekerde mede.

4. Over volle kalenderweken, waarover een persoon, die is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, uitkering ontvangt krachtens Hoofdstuk III van de Wet, is geen premie verschuldigd.

5. De premie, bedoeld in artikel 58, derde lid, van de Wet, wordt onderscheiden in een deel dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds van het UWV en een deel dat ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds. Het bepaalde in hoofdstuk VII van de Wet is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk V

Recht op uitkering

Artikel 8

1. Voor de toepassing van artikel 58, tweede lid, van de Wet, wordt onder het dagloon, bedoeld in artikel 58, eerste lid, van de Wet, verstaan dat dagloon, herzien overeenkomstig artikel 6 van dit besluit.

2. Op het dagloon waarnaar de uitkering op grond van de vrijwillige verzekering wordt berekend, is het bepaalde in artikel 46 van de Wet van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk VI

Slotbepalingen

Artikel 9

De Regels vrijwillige werkloosheidsverzekering 1993 worden ingetrokken.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede maandag na de dagtekening van de Staatscourant, waarin deze wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2006.

Artikel 11

Dit besluit kan worden aangehaald als: Regels vrijwillige werkloosheidsverzekering 2006.

Amsterdam, 7 november 2006.
De VoorzitterRaad van bestuur UWV, J.M. Linthorst.

Toelichting

Dit besluit is noodzakelijk geworden door de wijzigingen die met ingang van 1 januari 2006 in het kader van de invoering van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) hebben plaatsgevonden.

Tevens werd in het besluit van 1993 nog melding gemaakt van de bedrijfsverenigingen, terwijl dit sinds 2002 al UWV is. Het gaat hier dus om wijzigingen van technische aard.

De VoorzitterRaad van bestuur UWV,

J.M. Linthorst

Naar boven