Organisatiebesluit BZK 2006

9 november 2006

Nr. 2006-0000271528

Directie Personeel en Organisatie

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 2, eerste lid, van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst;

Gezien het advies van de Groepsondernemingsraad;

Besluit:

Hoofdstuk 1

Inleidende bepalingen

Artikel 1.1

In dit besluit wordt verstaan onder:

– Ministerie: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

– Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Hoofdstuk 2

Hoofd- en overlegstructuur

Artikel 2.1

1. De hoofdstructuur van het Ministerie bestaat uit de volgende dienstonderdelen:

a. de Algemene Leiding (ALGL);

b. de Concernstaven (CSt);

c. de Gemeenschappelijke Diensten (GD);

d. het directoraat-generaal Management Openbare Sector (DGMOS);

e. het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur (DGKB);

f. het directoraat-generaal Veiligheid (DGV);

g. het projectdirectoraat-generaal Programma Andere Overheid (DGPAO);

h. de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD);

i. het Bureau Algemene Bestuursdienst (BABD);

j. de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV).

2. De Algemene Leiding ressorteert onder de Minister.

3. De overige in het eerste lid genoemde dienstonderdelen ressorteren onder de Algemene Leiding van het Ministerie.

Artikel 2.2

1. Er is een Bestuursraad.

2. De Bestuursraad is samengesteld uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal en het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers of in uitzonderlijke gevallen door een andere rechtstreeks onder hen ressorterende functionaris.

De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid kan in de Bestuursraad worden vertegenwoordigd door de secretaris-generaal. De Gemeenschappelijke Diensten worden in de Bestuursraad vertegenwoordigd door de plaatsvervangend secretaris-generaal. De directeur Financieel-economische Zaken en Control heeft een permanente uitnodiging tot bijwonen van de Bestuursraad als adviseur.

3. Het overleg in de Bestuursraad heeft, onverminderd het bepaalde in de departementale mandaat- en volmachtbesluiten over de bevoegdheden van de afzonderlijke leden van de Bestuursraad ten aanzien van de onderwerpen die in het overleg aan de orde komen, ten doel het bespreken van, respectievelijk het bereiken van overeenstemming over de departementale beleids- en beheerskaders en het toezien op de uitvoering van deze kaders.

4. Al hetgeen in de vergaderingen aan de orde komt is vertrouwelijk, voor zover niet anders is besloten of uit de wet voortvloeit.

5. Het secretariaat van de Bestuursraad wordt gevoerd door het hoofd van het Bureau Secretaris-Generaal.

6. De Bestuursraad regelt de eigen werkwijze.

Artikel 2.3

1. Er is een Centraal HRM-beraad.

2. Het Centraal HRM-beraad is samengesteld uit de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de directeur Personeel en Organisatie van de Gemeenschappelijke Diensten. De leden kunnen zich incidenteel laten vervangen door hun plaatsvervangers. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid kan in het Centraal HRM-beraad vertegenwoordigd worden door de secretaris-generaal. De Gemeenschappelijke Diensten worden in het Centraal HRM-beraad vertegenwoordigd door de plaatsvervangend secretaris-generaal.

3. Het overleg in het Centraal HRM-beraad heeft, onverminderd het bepaalde in de departementale mandaat- en volmachtbesluiten over de bevoegdheden van de afzonderlijke leden van de Bestuursraad ten aanzien van de onderwerpen die in het overleg aan de orde komen, ten doel het bespreken van respectievelijk het bereiken van overeenstemming over aspecten van het departementale personeelsbeleid en personele aangelegenheden alsmede het toezien op de uitvoering hiervan. In het overleg komen in ieder geval de volgende aangelegenheden aan de orde:

– de beleidsontwikkeling van management-development bij het Ministerie;

– de benoeming van functionarissen in schaal 14 en hoger bij het Ministerie;

– de werkzaamheden van het Centraal HRM-beraad met betrekking tot de personeelsschouw, zoals aangegeven in het departementale beleid ter zake.

4. Al hetgeen in de vergaderingen aan de orde komt is vertrouwelijk, voor zover niet anders is besloten of uit de wet voortvloeit.

5. Het hoofd van de afdeling Management Development, Loopbaanbeleid en Opleidingen van de directie Personeel en Organisatie van de Gemeenschappelijke Diensten is secretaris van het Centraal HRM-beraad.

6. Het Centraal HRM-beraad regelt de eigen werkwijze.

Artikel 2.4

1. Er is een Audit Committee.

2. Het Audit Committee is samengesteld uit de leden van de Bestuursraad, de

directeur Financieel-economische Zaken en Control en de directeur Auditdienst, van de Concernstaven, dan wel uit personen die deze leden vertegenwoordigen. Aan het Audit Committee is een externe deelnemer toegevoegd.

3. Het Audit Committee vormt zich een oordeel over de opzet en werking van de bedrijfsvoeringfunctie, over het samenstel van de producten vanuit de Directeur-Generaalfunctie, control, audit en certificering; over het auditjaarplan, over uit te voeren onderzoeken en over de uitkomsten van bedrijfsvoeringonderzoeken en de controle. Het Audit Committee adviseert de secretaris-generaal over de maatregelen zo nodig moeten worden genomen.

4. Al hetgeen in de vergaderingen aan de orde komt is vertrouwelijk, voorzover niet anders is besloten of uit de uit de wet voortvloeit.

5. Het hoofd Bedrijfsvoering en Onderzoek van de directie Financiële Bedrijfsvoering van de Gemeenschappelijke Diensten is secretaris van het Audit Committee.

6. Het Audit Committee regelt de eigen werkwijze.

Artikel 2.5

1. Er is een Directeurenoverleg.

2. Het Directeurenoverleg is samengesteld uit de directeuren van de directoraten-generaal, de directeur Bureau Algemene Bestuursdienst, de directeuren Concernstaven en de directeur Gemeenschappelijke Diensten.

3. Het directeurenoverleg bespreekt de voortgang, kwaliteit en belangrijke nieuwe ontwikkelingen van de dienstverlening van de Gemeenschappelijke Diensten. Het Directeurenoverleg adviseert de diensthoofden over aanpassingen in de aard, omvang, gewenst kwaliteitsniveau en procedures ten aanzien van de dienstverlening door de Gemeenschappelijke Diensten.

4. Het secretariaat wordt gevoerd door de senior accountmanager van het bureau Strategie, Innovatie en Accountmanagement van de Gemeenschappelijke Diensten.

5. Het Directeurenoverleg regelt de eigen werkwijze.

Hoofdstuk 3

Dienstonderdelen

Paragraaf 3.1

Algemene Leiding

Artikel 3.1

1. De Algemene Leiding bestaat uit de secretaris-generaal en, voor zover het betreft de toepassing van artikel 6.3 van het Mandaat- en Volmachtbesluit secretaris-generaal BZK en de vervanging van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal. De plaatsvervangend secretaris-generaal maakt voorts deel uit van de Algemene Leiding, voorzover de secretaris-generaal hem structureel het uitoefenen van bepaalde elementen van het aan de secretaris-generaal voorbehouden takenpakket heeft overgedragen. De secretaris-generaal stelt een dergelijke taakoverdracht vast en maakt deze genoegzaam bekend.

2. De secretaris-generaal is belast met de ambtelijke leiding van het Ministerie (koninklijk besluit van 18 oktober 1988, Staatsblad 1988, 499, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal).

3. Tot de taak van de ambtelijke leiding, bedoeld in het tweede lid, behoort in ieder geval:

a. het informeren en adviseren van de Ministers over hen of het Ministerie betreffende aangelegenheden;

b. het zorgdragen voor de coördinatie en integratie van beleidsvoorbereiding, beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering binnen het Ministerie;

c. het uitoefenen van de algemene controlfunctie bij het Ministerie; het rechtstreeks leiding geven aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid;

d. het voorzitterschap van de Bestuursraad, het Centraal HRM-beraad en het Audit Committee;

e. het inhoudelijk leidinggeven aan de Auditdienst, het Bureau Secretaris-Generaal, de directies Constitutionele Zaken en Wetgeving en de dienst Financieel-economische Zaken en Control;

f. het zorgdragen voor, het nemen van besluiten over en het geven van algemene aanwijzingen ten aanzien van het algemene beleid en beheer inzake de bedrijfsvoering en de formatie van het Ministerie;

g. het voeren van overleg met de Groepsondernemingsraad en de centrales van verenigingen van ambtenaren, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

h. het optreden als gemachtigd ambtenaar in de zin van de Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken.

Paragraaf 3.2

Concernstaven

Artikel 3.2

1. De Concernstaven staan beheersmatig onder leiding van de plaatsvervangend secretaris-generaal. Voor de inhoudelijke aansturing van de onderdelen van de Concernstaven is het gestelde onder artikel 3.1, lid 1, en lid 3 sub f van toepassing.

2. De Concernstaven hebben tot taak het ondersteunen van de Algemene Leiding bij het aansturen en het coördineren van het Ministerie.

3. De Concernstaven bestaan uit de volgende organisatieonderdelen:

a. het Bureau Secretaris-Generaal (BSG);

b. de dienst Financieel-economische Zaken en Control (FEZC);

c. de Auditdienst (AD);

d. de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving (CZW);

e. de projectdirectie Nieuwbouw Justitie & BZK (PNJB);

f. het gemeenschappelijke secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen (SRob/Rfv);

g. het secretariaat van de Kiesraad (SKR).

Artikel 3.3

1. Het Bureau Secretaris-Generaal staat onder leiding van een hoofd.

2. Het bureau heeft de volgende taken:

a. het beheers- en beleidsmatig ondersteunen en adviseren van de bewindspersonen, de secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal;

b. het voeren van het secretariaat van Ministeriebrede overleggen;

c. het coördineren van aangelegenheden met betrekking tot het parlement of de Ministerraad;

d. het ondersteunen van de secretaris-generaal in diens taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de beveiliging van het Ministerie;

e. het coördineren en bevorderen van strategische kennisontwikkeling;

f. de Vertegenwoordiging van het Ministerie bij de Permanente Vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Europese Unie (PVEU);

g. het coördineren van de internationale strategische adviesfunctie van BZK.

Artikel 3.4

1. De dienst Financieel-economische Zaken en Control staat onder leiding van een directeur.

2. De dienst heeft de volgende taken:

a. het uitvoeren van taken die voortvloeien uit artikel 21 van de Comptabiliteitswet;

b. het uitvoeren van taken die voortvloeien uit het Besluit taak FEZ;

c. taken die voortvloeien uit artikel 3, zevende lid, van het Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998;

d. het stellen van kaders voor de bedrijfsvoering van het Ministerie;

e. het uitoefenen van de integrale control van het Ministerie;

f. het vanuit de integrale control verantwoordelijkheid strategisch adviseren van de Algemene Leiding en de Ministers.

Artikel 3.5

1. De Auditdienst staat onder leiding van een directeur.

2. De Auditdienst heeft de taken, bedoeld in:

a. artikel 66 van de Comptabiliteitswet 2001;

b. het Besluit taak DAD;

c. artikel 3, achtste lid, van het Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998.

Artikel 3.6

1. De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het in samenwerking met verantwoordelijke beleidsonderdelen voorbereiden en beheren van alle wet- en regelgeving op het terrein van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1 ;

b. het behandelen van constitutionele vraagstukken en het voorbereiden van en adviseren over het constitutionele beleid;

c. het toetsen van regelgeving en verdragen alsmede overige beleidsvoornemens van andere Ministeries aan het Statuut, de Grondwet en aan verdragsbepalingen met constitutionele inslag;

d. het namens de Minister bijdragen aan de ontwikkeling van het wetgevingskwaliteitsbeleid;

e. het behandelen van bijzondere opdrachten van de departementsleiding, civielrechtelijke kwesties en andere juridische aangelegenheden.

3. De directie kan daarnaast worden belast met de zorg voor daartoe aangewezen projecten in het kader van bestuurlijke en democratische vernieuwing.

Artikel 3.6a

1. De directie draagt de zorg als bedoeld in artikel 3.6, derde lid, voor het project Burgerforum Kiesstelsel.

2. Het secretariaat van het project is bij de directie ondergebracht.

3. Tot de taken van het secretariaat behoren:

a. het oprichten, instandhouden en ondersteunen van het burgerforum voor de duur van het project;

b. het ondersteunen van zijn leden;

c. het verwerven van draagvlak voor het burgerforum;

d. het verrichten en doen verrichten van onderzoek naar de resultaten van het burgerforum.

Artikel 3.7

1. De Projectdirectie Nieuwbouw Justitie & BZK staat onder leiding van een directeur.

2. De projectdirectie heeft de volgende taken:

a. het bevorderen van het totstandkomen van nieuwe huisvesting en de bijbehorende voorzieningen voor het kerndepartement;

b. het voorbereiden van de verhuizing;

c. het voeren van overleg met de ontwerpende en uitvoerende partijen waaronder het verzorgen van interdepartementale afstemming en afstemming met de betrokken gemeente;

d. de zorg voor een adequate informatievoorziening over het project.

Artikel 3.8

1. Het gemeenschappelijk secretariaat van de Raad voor het openbaar bestuur en de Raad voor de financiële verhoudingen staat onder leiding van een secretaris.

2. Het secretariaat heeft tot taak beide raden inhoudelijk en administratief te ondersteunen bij hun advisering.

Artikel 3.9

1. Het secretariaat voor de Kiesraad staat onder leiding van een secretaris/directeur.

2. Het secretariaat biedt ondersteuning aan de Kiesraad bij het vervullen van zijn wettelijke taken op het terrein van verkiezingen.

Paragraaf 3.3

Gemeenschappelijke Diensten

Artikel 3.10

1. De Gemeenschappelijke Diensten staan onder leiding van een algemeen directeur.

2. De Gemeenschappelijk Diensten hebben tot taak het ontwikkelen en realiseren van een vraaggestuurde integrale en efficiënte bedrijfsvoering van het Ministerie.

3. De Gemeenschappelijk diensten bestaan uit de volgende organisatieonderdelen:

a. het bureau Gemeenschappelijke Diensten (BGD);

b. het bureau Strategie, Innovatie en Accountmanagement (SIA);

c. de directie Personeel en Organisatie (P&O);

d. de directie Financiële Bedrijfsvoering (FB);

e. de directie Informatie en Communicatie Technologie (ICT);

f. de directie Communicatie en Informatie (C&I);

g. de directie Facilitaire Zaken (FAZ).

Artikel 3.11

1. Het bureau Gemeenschappelijke Diensten staat onder leiding van een hoofd.

2. Het bureau heeft de volgende taken:

a. het ondersteunen van de leiding van de Gemeenschappelijke Diensten bij de uitvoering en verantwoording van het integraal management;

b. het uitvoeren van de integrale control voor de Gemeenschappelijke Diensten en de Concernstaven.

Artikel 3.12

1. Het bureau Strategie, Innovatie en Accountmanagement staat onder leiding van de algemeen directeur Gemeenschappelijke Diensten.

2. Het bureau heeft de volgende taken:

a. het innoveren van en adviseren over de bedrijfsvoering van het Ministerie;

b. het voeren van het accountmanagement.

Artikel 3.13

1. De directie Personeel en Organisatie staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het ontwikkelen implementeren en evalueren van het HRM-, ARBO- en arbeidsvoorwaardenbeleid;

b. het doen van onderzoek en het monitoren van het gevoerde beleid en beheer;

c. het adviseren en ondersteunen op het terrein van HRM, organisatie, ARBO, juridisch aangelegenheden en medezeggenschap;

d. het afstemmen van vraag en aanbod van personeel;

e. het voeren van de personeels- en salarisadministratie;

f. het beheren van personeelssystemen;

g. het uitoefenen van taken als bedoeld in artikel 2 van het Beheersbesluit KABGNA/KABGA 1998.

Artikel 3.14

1. De directie Financiële Bedrijfsvoering staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het verzorgen van de proces- en financiële infrastructuur;

b. het verzorgen van de financiële administraties

c. het ondersteunen van de (beleids)directies in sturings-, beheersings- en verantwoordingsvraagstukken;

d. het verrichten van financieel onderzoek;

e. het verzorgen van de uitvoering van de financiële verhoudingswet.

Artikel 3.15

1. De directie Informatie en Communicatie Technologie staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het ontwikkelen en adviseren over ICT-strategie, -beleid en -innovatie;

b. het projectmatig opzetten en uitvoeren van ICT-ontwikkelingen en -⁠innovaties

c. het ontwikkelen en uitvoeren van het technisch beheer van de ICT-infrastructuur;

d. het leveren van directe gebruikersservice door de ICT-servicedesk;

e. het voeren van het ICT-functioneel applicatiebeheer;

f. het ondersteunen, monitoren en plannen van de bovenstaande processen op basis van het ITIL-kwaliteitssysteem.

Artikel 3.16

1. De directie Communicatie en Informatie staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het adviseren over communicatie en woordvoering en over (beleids)kaders en acties in informatievoorziening;

b. het voeren van redactie;

c. het leveren van document-, informatie-, kennis, publicatie, tekst en webdiensten;

d. het ontwikkelen en innoveren van het informatievoorziening- en communicatiebeleid;

e. het voeren van relatiebeheer;

f. het faciliteren van interactieve besluitvorming.

Artikel 3.17

1. De directie Facilitaire Zaken staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft tot taak het voorbereiden, ontwikkelen en uitvoeren van het beleid voor de onderdelen van het Ministerie die zijn gevestigd in nader te bepalen panden met betrekking tot:

a. bouwzaken en huisvesting;

b. algemene facilitaire dienstverlening (Servicedesk);

c. verwerving van facilitaire goederen en diensten;

d. het adviseren over de concernbrede verwerving van goederen en diensten;

e. het voeren van het beheer van door FAZ afgesloten contracten;

f. bewaking en beveiliging;

g. bedrijfshulpverlening.

3. De directeur Facilitaire Zaken is tevens Coördinerend Directeur Inkoop. Deze heeft de volgende taken:

a. het ontwikkelen van en adviseren over het departementaal inkoopbeleid;

b. het zorgdragen voor de coördinatie van het contractbeheer en de totstandkoming van een rechtmatig en doelmatig departementaal aanschaffingsbeleid, gericht op de verwerving van goederen en diensten, alsmede op het aanbesteden van werken;

c. het zorgdragen voor de vastlegging van richtlijnen voor het contractbeheer en het inkoopproces in de administratieve organisatie van het Ministerie en het toezien op de uitvoering van de vastgestelde procedures, waaronder de toepassing van de EG-richtlijnen voor leveringen, werken en diensten;

d. het bevorderen van de aanwending en uitwisseling van beschikbare kennis en departementale inkoopgemachtigden en met de departementale vertegenwoordiger bij het Interdepartementaal Overlegorgaan Europese Aanbestedingsvoorschriften;

e. het coördineren van de informatievoorziening aan de Minister van Economische Zaken krachtens de Raamwet EEG-voorschriften aanbestedingen.

Paragraaf 3.4

Directoraat-generaal Management Openbare Sector

Artikel 3.18

1. Het directoraat-generaal Management Openbare Sector staat onder leiding van een Directeur-Generaal.

2. Het directoraat-generaal heeft tot taak al datgene te verrichten dat dienstig is ter verwezenlijking van de hoofddoelstellingen van het Ministerie, voorzover deze betreffen:

a. het arbeidsvoorwaardenbeleid;

b. het personeelsbeleid;

c. het innovatie- en informatiebeleid voor de openbare sector;

d. de organisatie en kwaliteit van de rijksoverheid.

3. Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

a. het bureau Directeur-Generaal van het directoraat-generaal Management Openbare Sector (BDGMOS);

b. het bureau Verbond Sectorwerkgevers (VSO);

c. de directie Arbeidszaken Openbare Sector (AOS);

d. de directie Innovatie en Informatiebeleid Openbare Sector (IIOS);

e. de directie Personeel, Organisatie en Informatie Rijk (POI Rijk) ;

f. de Gemeenschappelijke Beheer Organisatie (GBO);

g. Werkmaatschappij (WMij);

h. het agentschap P-Direkt i.o.;

i. het agentschap Centrale Archief Selectiedienst (CAS).

Artikel 3.19

1. Het bureau Directeur-Generaal van het directoraat-generaal Management Openbare Sector staat onder leiding van een hoofd.

2. Het bureau heeft tot taak de Directeur-Generaal te ondersteunen bij de uitvoering van de beleids- en beheertaken.

Artikel 3.20

1. Het Bureau Verbond Sectorwerkgevers staat onder leiding van een hoofd.

2. Het Bureau heeft tot taak het voeren van het secretariaat van het verbond van Sectorwerkgevers Overheid.

Artikel 3.21

1. De directie Arbeidszaken Openbare Sector staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het in samenwerking met het veld ontwikkelen van beleidskaders en beleidsinstrumenten op het gebied van arbeidsverhoudingen, -voorwaarden en arbeidsmarktvraagstukken;

b. het adviseren van de politiek en het veld over de ontwikkeling en /of toepassing van aanvullende of nieuwe beleidskaders en -instrumenten;

c. het begeleiden van de implementatie en het gebruik van aangeboden voorzieningen door het vervullen van een stimulerende en faciliterende rol.

Artikel 3.22

1. De directie Innovatie en Informatiebeleid Openbare Sector staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft tot taak het ontwikkelen van beleid waarbij de focus ligt op innovatie van werkprocessen en de toepassing van informatie en communicatie technologie (ICT) in de openbare sector. De taken zijn:

a. het realiseren van elektronische publieke dienstverlening;

b. het verbeteren van werkwijzen door innovatie;

c. het verminderen van de administratieve lasten voor de burger;

d. het bevorderen en faciliteren van informatiebeveiliging;

e. het coördineren van Europese ontwikkelingen ten aanzien van innovatie en ICT en strategisch onderzoek op dit terrein;

f. het instandhouden, optimaliseren en het bevorderen van het gebruik van gerealiseerde overheidsbrede ICT-voorzieningen.

Artikel 3.23

1. De directie Personeel, Organisatie en Informatie Rijk staat onder leiding van een directeur.

2. De directie draagt zorg voor het beleid aangaande:

a. de arbeidsvoorwaarden van het Rijk;

b. de arbeidskwaliteit van het Rijk;

c. de organisatie van de Rijksoverheid en de daaraan verbonden uitvoeringsorganisaties op centraal niveau;

d. de informatievoorziening op het vlak van de bedrijfsvoering bij het Rijk.

Artikel 3.24

1. De Gemeenschappelijke Beheer Organisatie staat onder leiding van een directeur.

2. De Gemeenschappelijke Beheer Organisatie heeft tot taak het ondersteunen van de elektronische dienstverlening aan burgers en bedrijven door de noodzakelijke infrastructurele basisvoorzieningen te beheren en verder te ontwikkelen. De basisvoorzieningen zijn: identificatie en authenticatie; gegevensuitwisseling; berichtendiensten en inkijk; informatiebeveiliging en standaarden.

Artikel 3.25

1. De Werkmaatschappij staat onder leiding van een directeur.

2. De Werkmaatschappij heeft tot taak onderdak te bieden aan interdepartementale samenwerkingsverbanden vooralsnog uitsluitend op het gebied van bedrijfsvoering en uitsluitend binnen de Rijksoverheid.

Artikel 3.26

1. De baten-lastendienst i.o. P-Direkt staat onder leiding van een directeur.

2. P-Direkt heeft tot taak het ontwikkelen, beheren en exploiteren van gezamenlijke personeels- en salarissystemen voor de rijksdienst (excl. Defensie en de Staten-Generaal).

Artikel 3.27

1. Het agentschap Centrale Archief Selectiedienst staat onder leiding van een directeur.

2. Het agentschap heeft de taken, bedoeld in het besluit van 12 december 1996, houdende regels met betrekking tot taak en werkwijze van de Centrale Archief Selectiedienst.

Paragraaf 3.5

Directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur

Artikel 3.28

1. Het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur staat onder leiding van een Directeur-Generaal.

2. Het directoraat-generaal heeft tot taak al datgene te verrichten dat dienstig is ter verwezenlijking van de hoofddoelstellingen van het Ministerie, voorzover deze betreffen:

a. het bevorderen van een doelmatig, doeltreffend en democratisch openbaar bestuur, waaronder begrepen de identiteitsinfrastructuur en de relaties met de overige onderdelen van het koninkrijk, de EU en andere internationale instellingen;

b. het zorgdragen voor goede relaties met en coördinatie van de samenwerking met de Nederlandse Antillen en Aruba;

c. het zorgdragen voor een goede en adequate organisatie met betrekking tot het Nederlandse openbaar bestuur, o.a. met betrekking tot de financiën van gemeenten en provincies (het Gemeentefonds en het Provinciefonds);

d. het zorgdragen voor een effectief grotestedenbeleid en het in overleg met de overige Ministeries zorgdragen voor goede interbestuurlijke relaties, beredeneerd vanuit de eigenstandige positie van provincies en gemeenten;

e. het zorgdragen voor een goed Gemeenschappelijke Basis Administratiestelsel en voor een goed functionerend reisdocumentenstelsel en het daarbij behorende persoonsinformatiebeleid.

3. Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

a. het bureau Directeur-Generaal van het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur (BDGKB);

b. de directie Koninkrijksrelaties (KR);

c. de directie Grotestedenbeleid en Interbestuurlijke Betrekkingen (GSIB);

d. de directie Bestuurlijke en Financiële Organisatie (BFO) ;

e. de afdeling Kabinetszaken (KZ);

f. de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba (VNA);

g. de Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen (VNNA);

h. het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR).

Artikel 3.29

1. Het bureau Directeur-Generaal van het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur staat onder leiding van een hoofd.

2. Het bureau heeft tot taak de Directeur-Generaal te ondersteunen bij de uitvoering van de beleids- en beheerstaken.

Artikel 3.30

1. De directie Koninkrijksrelaties staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het ontwikkelen van het samenwerkingsbeleid in algemene zin respectievelijk van het Nederlands beleid met betrekking tot de samenwerkingsrelatie met de Nederlandse Antillen en Aruba;

b. het ontwikkelen, coördineren en uitvoeren van de samenwerking en het onderhouden van betrekkingen met de Nederlandse Antillen en Aruba;

c. het initiëren en coördineren van het Nederlandse beleid ten aanzien van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Artikel 3.31

1. De directie Grotestedenbeleid en Interbestuurlijke Betrekkingen staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het coördineren van het intra- en interdepartementale beleid met betrekking tot de grote steden;

b. het toezien op een heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen rijk, provincies en gemeenten en het bevorderen van de samenwerking tussen overheidslagen.

Artikel 3.32

1. De directie Bestuurlijke en Financiële Organisatie staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft tot taak het ontwikkelen van beleid met betrekking tot de inrichting, werking en financiering van het binnenlands bestuur, in het bijzonder de provincies en gemeenten.

Artikel 3.33

1. De afdeling Kabinetszaken staat onder leiding van een hoofd.

2. De afdeling Kabinetszaken heeft de volgende taken:

a. het adviseren van de Minister over de benoeming, herbenoeming en het ontslag van burgemeesters en commissarissen van de Koningin.

b. het uitvoeren van beleid en regelgeving inzake de rechtspositie van (de landelijke, de provinciale en de lokale) bestuurders en volksvertegenwoordigers;

c. het voorbereiden van de benoeming en het ontslag van de leden van de Algemene Rekenkamer, de Raad van State, de Hoge Raad van Adel en het Kapittel voor de Civiele Orden;

d. het ontwikkelen en uitvoeren van de personele zorg voor burgemeesters;

e. het ontwikkelen en uitvoeren van beleid betreffende koninklijke onderscheidingen en het behandelen van zaken met betrekking tot de Kanselarij der Nederlandse Orden en het Kapittel voor de Civiele Orden;

f. het uitvoeren van de Wet op de Adeldom en het behandelen van zaken met betrekking tot de Hoge Raad van Adel;

g. uitvoering van de Wet Subsidiëring politieke partijen;

h. uitvoering pensioenen, uitkeringen en wachtgelden van Ministers en staatssecretarissen, leden Europees Parlement en burgemeesters.

Artikel 3.34

1. De Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba staat onder leiding van een Vertegenwoordiger.

2. De Vertegenwoordiging heeft bij koninklijk besluit van 24 april 1997, regelende de positie en functie van Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba, de volgende taken:

a. het optreden als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van Aruba;

b. het onderhouden van contacten met de regering van Aruba, alsmede met andere autoriteiten van Aruba;

c. het informeren van de Ministers en de ambtelijke leiding van het Ministerie over de politieke, bestuurlijke, financiële, maatschappelijke en sociaal-economische ontwikkelingen in Aruba; het voorbereiden en begeleiden van bezoeken van Nederlandse Ministers en staatssecretarissen, bestuurders en andere autoriteiten aan Aruba.

Artikel 3.35

1. De Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen staat onder leiding van een Vertegenwoordiger.

2. De Vertegenwoordiging heeft bij koninklijk besluit van 24 april 1997, regelende de positie en functie van Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering van de Nederlandse Antillen onderscheidenlijk Aruba de volgende taken:

a. het optreden als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering bij de regering en de eilandbesturen van de Nederlandse Antillen;

b. het onderhouden van contacten met de regering en de eilandbesturen en met andere autoriteiten in de Nederlandse Antillen;

c. het informeren van de Ministers en de ambtelijke leiding van het Ministerie over de politieke, bestuurlijke, financiële, maatschappelijke en sociaal-economische ontwikkelingen in de Nederlandse Antillen;

d. het voorbereiden en begeleiden van bezoeken van Nederlandse Ministers en staatssecretarissen, bestuurders en andere autoriteiten aan de Nederlandse Antillen;

e. het zorgdragen voor het monitoren van afspraken in het kader van het samenwerkingsbeleid.

Artikel 3.36

1. Het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten staat onder leiding van een directeur.

2. Het agentschap is belast met taken met betrekking tot:

a. de instandhouding van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;

b. het beleid inzake reisdocumenten en de uitvoering van de Paspoortwet;

c. het zorgdragen voor de implementatie van grootschalige ICT-projecten op het terrein van identiteitsmanagement.

Paragraaf 3.6

Directoraat-generaal Veiligheid

Artikel 3.37

1. Het directoraat-generaal Veiligheid staat onder leiding van een Directeur-Generaal en een plaatsvervangend Directeur-Generaal.

2. Het directoraat-generaal heeft tot taak al datgene te verrichten dat dienstig is ter verwezenlijking van de hoofddoelstellingen van het Ministerie, voorzover deze het bevorderen van de veiligheid betreffen.

3. Het directoraat-generaal bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

a. het bureau Directeur-Generaal Veiligheid (BDGV);

b. de directie Strategie (S);

c. de directie Crisisbeheersing (CB);

d. de directie Brandweer en Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen (BG);

e. de directie Politie (POL);

f. het bureau Landelijk Management Development Politie en Brandweer (BLMD);

g. het bureau Korpsbeheer en relatiebeheer agentschappen (KOBRA);

h. het agentschap Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV (ITO);

i. het agentschap Korps landelijke politiediensten (KLPD).

Artikel 3.38

1. Het bureau Directeur-Generaal Veiligheid staat onder leiding van een hoofd.

2. Het bureau heeft tot taak het ondersteunen van de Directeur-Generaal bij de uitvoering van de beleids- en beheertaken.

Artikel 3.39

1. De directie Strategie staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het ontwikkelen van een strategische visie vanuit de kennis van de omgeving;

b. het ontwikkelen van integraal veiligheidsbeleid vanuit een integraal beeld van alle partners in de veiligheidsketen, in het bijzonder gemeenten, private partners en andere departementen;

c. het coördineren van internationaal beleid in de eerste plaats gericht op het inbrengen van de nationale ambities in de internationale omgeving, maar ook om de internationale ontwikkelingen vroegtijdig in het nationale debat te brengen;

d. het ontwikkelen van informatiebeleid vanuit de kansen die het informatiebeleid biedt voor het beter presteren van de partners in veiligheid en de kansen en risico’s die ICT-ontwikkelingen bieden voor de samenleving.

Artikel 3.40

1. De directie Crisisbeheersing staat onder leiding van een directeur, tevens Nationaal Coördinator Crisisbeheersing (NCCB).

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het monitoren en analyseren van maatschappelijke ontwikkelingen om potentiële rampen en crises te identificeren;

b. het ontwikkelen en (laten) vaststellen van integrale beleidskaders om crises en rampen waar mogelijk te voorkomen, beheersbaar te maken en om de gevolgen van crises en rampen in voorkomende gevallen adequaat bestuurlijk te coördineren en te regisseren en materiële en immateriële schade zoveel mogelijk te beperken;

c. het zorgdragen voor – en toetsen van – het ontwikkelen, implementeren, beheren en handhaven van samenhangend beleid op het terrein van crisis- en rampenbeheersing door verantwoordelijke partners in veiligheid zowel binnen als buiten de overheid;

d. het zorgdragen voor een integrale aanpak van de bescherming van de vitale infrastructuur;

e. het ontwikkelen van kwaliteitscriteria en het vaststellen van normen op het terrein van crisis- en rampenbeheersing;

f. het waar nodig stimuleren en faciliteren van de verantwoordelijke partners in veiligheid en het deels financieren van de kosten2 ;

g. het optreden als coördinator en het bieden van faciliteiten inzake crisis- en rampenbeheersing bij dreigende crises en rampen.

Artikel 3.41

1. De directie Brandweer en GHOR staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft tot taak het prestatievermogen van de brandweer en van de Geneeskundige Hulp bij Ongevallen en Rampen te vergroten door:

a. het versterken van de bestuurlijke en financiële organisatie;

b. het ontwikkelen van beleid ten aanzien van alle taken van de brandweer en GHOR op het terrein van pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg;

c. het verbeteren van de kwaliteit van het personeel en het materieel.

Artikel 3.42

1. De directie Politie staat onder leiding van een directeur en een plaatsvervangend directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het bevorderen van de eenheid van de Nederlandse politie door harmonisatie van inrichting, taken en uitvoering bij regionale korpsen en in dat licht een doelmatige en effectieve allocatie van middelen;

b. het verhogen van het presterend vermogen van de politie, onder meer door het maken van afspraken met het ‘politieveld’ over prestatie en (kwaliteits)normen op het terrein van input en output en gewenste effecten van het veiligheidsbeleid.

Artikel 3.43

1. Het bureau Landelijk Management Development Politie en Brandweer staat onder leiding van een hoofd.

2. Het bureau heeft de volgende taken:

a. het samen met het politieveld en het brandweerveld vormgeven, ontwikkelen en uitvoeren van het landelijk management developmentbeleid voor de politie en brandweer en daarbij behorende instrumenten, in afstemming met het regionaal beleid;

b. het realiseren van een landelijke infrastructuur van het management development voor de politie en brandweer;

c. het zorgdragen voor de voorbereiding van en advisering over Kroonbenoemingen bij de politie;

d. het adviseren over benoemingen in de strategische top van de brandweer.

Artikel 3.44

1. Het bureau Korpsbeheer en relatiebeheer agentschappen staat onder leiding van een hoofd.

2. Het bureau heeft de volgende taken:

a. het adviseren en ondersteunen van de Directeur-Generaal bij de uitvoering van diens taken als gemandateerd beheerder van het Korps landelijke politiediensten en als beheerder van het agentschap Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV, het agentschap Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding i.o. en de Onderzoeksraad voor Veiligheid;

b. het faciliteren van het Korps landelijke politiediensten, het agentschap Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV, het agentschap Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding i.o. en de Onderzoeksraad voor Veiligheid in de relatie met de beheerder;

c. het faciliteren van de beleidsbepaling en kaderstelling ten aanzien van het Korps landelijke politiediensten, het agentschap Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV, het agentschap Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding i.o. en de Onderzoeksraad voor Veiligheid;

d. het faciliteren van het Korps landelijke politiediensten, het agentschap Organisatie Informatie- en communicatietechnologie OOV, het agentschap Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding i.o. en de Onderzoeksraad voor Veiligheid in de relaties met het Ministerie.

Artikel 3.45

1. Het agentschap Informatie- en communicatietechnologie Organisatie staat onder leiding van een algemeen directeur.

2. Het agentschap heeft de volgende taken:

a. het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot de informatie- en communicatiehuishouding en het beheer daarvan ten behoeve van de taakuitvoering en het beheer van de politie, waaronder het ontwikkelen en beheren van de infrastructuren en de informatie- en communicatiesystemen ten behoeve van de politie;

b. het desgevraagd verrichten van werkzaamheden op het terrein van de informatie- en communicatiehuishouding en het beheer daarvan ten behoeve van een regionaal politiekorps of het Korps landelijke politiediensten, indien dit naar het oordeel van de Minister noodzakelijk is voor de taakuitvoering van de politie;

c. het desgevraagd verrichten van werkzaamheden op het terrein van de informatie- en communicatiehuishouding en het beheer daarvan ten behoeve van een tot de Rijksdienst behorende dienst, een regionaal brandweerkorps of een centrale post voor het ambulancevervoer, indien dit naar het oordeel van de Minister noodzakelijk is voor de taakuitvoering van de politie.

Artikel 3.46

1. Het agentschap Korps landelijke politiediensten staat onder leiding van een korpschef.

2. Het agentschap is belast met de taken, bedoeld in artikel 38 van de Politiewet 1993.

Paragraaf 3.7

Project Directoraat-generaal Programma Andere Overheid

Artikel 3.47

1. Het projectdirectoraat-generaal Programma Andere Overheid staat onder leiding van een Projectdirecteur-Generaal.

2. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de Projectdirecteur-Generaal treedt de Programmadirecteur Programma Andere Overheid op als diens plaatsvervanger.

3. Het projectdirectoraat-generaal heeft tot taak het zorgdragen voor de uitvoering van het in de Ministerraad van 28 november 2003 aanvaarde actieprogramma ‘Andere Overheid’, waarvoor de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties politiek verantwoordelijk is.

4. Binnen de in het derde lid omschreven taak worden de volgende deeltaken onderscheiden:

a. het coördineren, stimuleren en aanjagen van activiteiten, die in de reguliere organisaties binnen de Ministeries plaatsvinden, ter uitvoering van het actieprogramma;

b. de uitvoering van het cluster takenoperatie van de Ministeries;

c. het voorbereiden van een herontwerp van de rijksdienst, waaronder het doen van voorstellen voor de inrichting van een zogenaamd kernkabinet.

Artikel 3.48

1. Het projectdirectoraat-generaal bestaat uit een programmateam.

2. Het programmateam staat onder leiding van de Projectdirecteur-Generaal.

3. Het programmateam omvat maximaal 15 formatieplaatsen, samengesteld uit:

a. een programmadirecteur;

b. een secretariaat pDG;

c. een programmasecretaris;

d. senior beleidsadviseurs;

e. beleidsmedewerkers.

4. Het programmateam heeft tot taak het ondersteunen van de Projectdirecteur-Generaal bij de uitvoering van zijn taken.

Paragraaf 3.8

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Artikel 3.49

1. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst staat onder leiding van een hoofd en een plaatsvervangend hoofd.

2. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst heeft de taken, bedoeld in artikel 6 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.

3. De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

a. de directie Democratische Rechtsorde (DRO);

b. de directie Staatsveiligheid (SV);

c. de directie Beveiliging (BC);

d. de directie Bijzondere Inlichtingenmiddelen (BI);

e. de directie Bedrijfsvoering (BV);

f. de directie Strategie en Juridische Zaken (SJZ);

g. de directie Inlichtingen Buitenland (IB).

Artikel 3.50

1. De directie Democratische Rechtsorde staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft tot taak het verrichten van onderzoek naar personen en organisaties die een bedreiging kunnen vormen voor de democratische rechtsorde, de veiligheid van de Staat of andere gewichtige belangen van de Staat, aangaande:

a. tegenkrachten bij integratie;

b. terrorisme;

c. politiek (gewelddadig) activisme.

Artikel 3.51

1. De directie Staatsveiligheid staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft tot taak het verrichten van onderzoek naar personen en organisaties die een bedreiging kunnen vormen voor de democratische rechtsorde, de veiligheid van de Staat of andere gewichtige belangen van de Staat, aangaande:

a. ongewenste bemoeienis van vreemde mogendheden;

b. bedreiging internationale rechtsorde;

c. integriteitaantastingen.

Artikel 3.52

1. De directie Beveiliging staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het bevorderen van de beveiliging van gegevens waarvan de geheimhouding door het belang van de Staat wordt geboden;

b. het bevorderen van de beveiliging van onderdelen van overheid en bedrijfsleven die van vitaal belang zijn voor de instandhouding van het maatschappelijk leven;

c. het bevorderen van de beveiliging van de aangewezen personen, objecten en diensten behorende tot het rijksdomein door het maken van dreigingsinschattingen en -meldingen en risicoanalyses;

d. het verrichten van veiligheidsonderzoeken naar personen die vertrouwensfuncties vervullen of gaan vervullen bij overheid en bedrijfsleven.

Artikel 3.53

1. De directie Bijzondere Inlichtingenmiddelen staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het toegankelijk maken en ontsluiten van open bronnen en open bronnen informatie;

b. leveren van bijzondere operationele informatie en diensten;

c. het verzorgen van de relaties met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Artikel 3.54

1. De directie Bedrijfsvoering staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft tot taak het ondersteunen van de organisatie op facilitair gebied, het geven van managementadvies en het leveren van centrale voorzieningen.

Artikel 3.55

1. De directie Strategie en Juridische Zaken staat onder leiding van een directeur.

2. De directie heeft de volgende taken:

a. het ondersteunen van de dienstleiding en het managementteam van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

b. het ontwikkelen en bewaken van de strategische koers, juridische en parlementaire aangelegenheden en de interne en externe communicatie.

Artikel 3.56

1. De directie Inlichtingen Buitenland staat onder leiding van een directeur.

2. De directie verricht de inlichtingentaak met betrekking tot het buitenland.

Paragraaf 3.9

Bureau Algemene Bestuursdienst

Artikel 3.57

1. Het Bureau Algemene Bestuursdienst staat onder leiding van een Directeur-Generaal.

2. Het bureau bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

a. de eenheid Management Development (MD);

b. de eenheid Innovatie, Ontwikkeling en Opleiding (IO&O);

c. de eenheid Strategie, Informatiemanagement en Managementadvies (SIM).

Artikel 3.58

1. De eenheid Management Development staat onder leiding van een directeur.

2. De eenheid heeft de volgende taken:

a. het ontwikkelen, vormgeven en uitbouwen beleid en instrumentarium voor Concern Management Development in het algemeen en voor de ABD-schouw in het bijzonder;

b. het vormgeven, ontwikkelen en ondersteunen van selectie voor ABD-vacatures;

c. het voeren van regie ten aanzien van de uitvoering van concern Management Development beleid naar de onderdelen van de rijksoverheid;

d. het vervullen van het werkgeverschap voor de Topmanagementgroep.

Artikel 3.59

1. De eenheid Innovatie, Ontwikkeling en Opleiding staat onder leiding van een directeur.

2. De eenheid heeft de volgende taken:

a. het ontwikkelen, vormgeven en (doen) uitvoeren van primaire diensten met een bijzonder karakter;

b. het realiseren van samenwerkingsverbanden tussen topmanagers van de rijksdienst;

c. het geven van sturing aan de opbouw en het onderhoud van een internationaal management development netwerk;

d. het vormgeven, ontwikkelen en uitvoeren van een managementpool;

e. het zorgdragen voor de ontwikkeling, vormgeving en uitvoering van een loopbaanprogramma waaronder begrepen Intercollegiale consultatie en coaching;

f. het ontwikkelen, vormgeven en uitvoeren van het kandidatenprogramma.

Artikel 3.60

1. De eenheid Strategie, Informatiemanagement en Managementadvies staat onder leiding van een hoofd.

2. De eenheid heeft de volgende taken:

a. het adviseren over de strategische ontwikkeling van de Algemene Bestuursdienst en het management development beleid in het concern Rijk;

b. het adviseren over ontwikkelingen met betrekking tot kennismanagement en in- en externe communicatie en informatievoorziening;

c. het ondersteunen van de Directeur-Generaal bij de uitvoering van de beleids- en beheerstaken;

d. het verzorgen van de secretariële ondersteuning van de Directeur-Generaal en de plaatsvervangend Directeur-Generaal.

Paragraaf 3.10

Inspectie Openbare Orde en Veiligheid

Artikel 3.61

1. De Inspectie Openbare Orde en Veiligheid staat onder leiding van een hoofd.

2. De inspectie heeft de taken, bedoeld in artikel 53a van de Politiewet 1993 en artikel 19 van de Brandweerwet 1985, en andere bij wet opgedragen taken.

3. De inspectie bestaat uit de volgende onderdelen:

a. de clusters Brandweerzorg, Rampenbestrijding, Politiezorg en Politieonderwijs;

b. het stafbureau Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (SIOOV).

Artikel 3.62

1. Het stafbureau Inspectie Openbare Orde en Veiligheid staat onder leiding van een hoofd.

2. Het stafbureau heeft tot taak het ondersteunen van het hoofd van de inspectie en de onderdelen van de inspectie bij de uitvoering van de beleids- en beheerstaken.

Hoofdstuk 4

Overige bepalingen

Paragraaf 4.1

Overige taken

Artikel 4.1

Tot de taak van de Concernstaven, de Gemeenschappelijke Diensten de directoraten-generaal, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid behoort voorts de uitvoering van andere taken dan hiervoor genoemd, in opdracht van een Minister of de secretaris-generaal, voor zover hogere wet- en regelgeving zich daartegen niet verzet.

Paragraaf 4.2

Inrichting dienstonderdelen

Artikel 4.2

1. De secretaris-generaal stelt met inachtneming van dit besluit de inrichting van de onder de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid ressorterende dienstonderdelen voor zover nodig nader vast.

2. De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, geschiedt bij schriftelijk besluit op voordracht van de plaatsvervangend secretaris-generaal, de Directeur-Generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, ieder voor zover het hem aangaat, na advisering door de directeur Personeel en Organisatie.

Paragraaf 4.3

Beheer

Artikel 4.3

1. De directeur Personeel en Organisatie is belast met het beheer van dit besluit.

2. De secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal, het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid, ieder voor zover het hem aangaat, zijn verantwoordelijk voor een juiste, volledige en tijdige aanlevering aan de directeur Personeel en Organisatie van de gegevens die een goed beheer van dit besluit mogelijk maken.

3. Het beheer en de aanlevering van gegevens geschieden met inachtneming van de desbetreffende (richtlijnen inzake) administratieve organisatiebeschrijvingen.

Artikel 4.4

Wijziging van dit besluit is voorbehouden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, en geschiedt op voordracht van de directeur Personeel en Organisatie.

Paragraaf 4.4

Slotbepalingen

Artikel 4.5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na plaatsing van dit besluit in de Staatscourant en werkt terug tot en met 1 januari 2006

Artikel 4.6

Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatiebesluit BZK 2006

Artikel 4.7

1. Het organisatiebesluit BZK 2003 van 1 september 2004 wordt ingetrokken.

2. Na inwerkingtreding van het Organisatiebesluit BZK 2006 berust het besluit Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (Organisatiebesluit AIVD) op artikel 4.2 van dit besluit.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W. Remkes.

Toelichting

Algemeen

Artikel 2 van het Coördinatiebesluit inrichting organisatie en formatie rijksdienst schrijft voor dat de organisatie van een Ministerie bij beschikking wordt vastgesteld. Met de vaststelling van het onderhavige Organisatiebesluit BZK 2006 wordt hieraan gevolg gegeven met betrekking tot het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

In het Organisatiebesluit BZK 2006 is de organisatiestructuur van het Ministerie tot en met directieniveau vastgelegd. De inrichting van de directies wordt in afzonderlijke besluiten nader beschreven.

Naast de organisatiestructuur is ook aangegeven welke functionarissen de leiding hebben over de in het Organisatiebesluit BZK 2006 genoemde dienstonderdelen, en met welke taken deze onderdelen zijn belast. Deze vermelding is tot hoofdlijnen beperkt. In de afzonderlijke mandaat- en volmachtbesluiten voor het Ministerie zijn de voor de uitvoering van de taken benodigde bevoegdheden aan de leidinggevenden toegekend.

In verband met een aantal wijziging van de organisatie van het Ministerie is de tekst van het besluit in 2006 opnieuw integraal vastgesteld en is de citeertitel met een jaartal aangeduid.

Over het Organisatiebesluit BZK 2006 is door de Groepsondernemingsraad bij het Ministerie positief advies uitgebracht.

Onderdeelsgewijs

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 1 bevat de begripsbepalingen

Hoofdstuk 2

In hoofdstuk 2 is de hoofdstructuur van het Ministerie beschreven. Voor de duidelijkheid zijn de in de praktijk gebruikte afkortingen van de dienstonderdelen vermeld. Dit gebeurt ook bij de opsommingen van dienstonderdelen elders in het besluit.

In hoofdstuk 2 wordt verder het sturingsmodel van het Ministerie van BZK beschreven. De dienstonderdelen van het Ministerie vallen onder de verantwoordelijkheid van de Algemene Leiding. Onder Algemene Leiding wordt hier verstaan de ambtelijke leiding van het Ministerie. De ambtelijke Algemene Leiding ressorteert onder de politieke Algemene Leiding (Ministers).

Tenslotte beschrijft hoofdstuk 2 de belangrijkste interne overlegstructuren op hoog ambtelijk niveau.

Hoofdstuk 3

In hoofdstuk 3 wordt de hoofdstructuur zoals opgenomen in hoofdstuk 2 verder uitgewerkt.

Paragraaf 3.1

Zoals reeds aangegeven wordt onder Algemene Leiding in dit besluit verstaan de ambtelijke leiding van het Ministerie, te weten de secretaris-generaal.

De algemene leiding berust tevens bij de plaatsvervangend secretaris-generaal in diens hoedanigheid van volledig plaatsvervanger van de secretaris-generaal bij diens afwezigheid of verhindering. De plaatsvervangend secretaris-generaal maakt voorts deel uit van de Algemene Leiding, voor zover de secretaris-generaal hem structureel heeft belast met het uitoefenen van bepaalde elementen van het aan de secretaris-generaal voorbehouden takenpakket.

Ten aanzien van de taak van de secretaris-generaal wordt verwezen naar het koninklijk besluit waarin deze algemene taak is beschreven voor alle secretarissen-generaal. Ter concretisering is voorts een (niet-limitatieve) opsomming gegeven van de taken op hoofdlijnen.

Paragraaf 3.2 en 3.3

De plaatsvervangend secretaris-generaal geeft leiding aan de Concernstaven en de Gemeenschappelijke dienst, zowel ten aanzien van het beheer als ten aanzien van de beleidsproducten van de stafdiensten. De directie Financieel Economische Zaken en control en de Auditdienst vormen hierop een uitzondering. Deze twee directies ressorteren beleidsmatig onder de secretaris-generaal voor zover dit uit hun taken op grond van bovendepartementale regelgeving voortvloeit.

De directeur Facilitaire Zaken is tevens Coördinerend Directeur Inkoop (CDI).

De directie Constitutionele Zaken en Wetgeving valt wat de beheersmatige zaken betreft onder de verantwoordelijkheid van de plaatsvervangend secretaris-generaal. Over de inhoudelijke zaken overlegt de directie met de secretaris-generaal.

Paragraaf 3.4

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van het directoraat-generaal Management Openbare Sector beschreven. Het directoraat-generaal kent één agentschap(baten- lastendienst): de Centrale Archiefselectiedienst en één agentschap in oprichting: P-direkt.

Paragraaf 3.5

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van het directoraat-generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur beschreven. Het directoraat-generaal kent één agentschap: de Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten

Paragraaf 3.6

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van het directoraat-generaal Veiligheid beschreven.

Het directoraat-generaal kent twee agentschappen: het Korps landelijke politiediensten en de Informatie- en communicatietechnologie Organisatie. Het ambtelijke personeel bij deze agentschappen is politieambtenaar.

Paragraaf 3.7

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van de projectdirectie-Generaal Programma Andere Overheid beschreven.

Paragraaf 3.8

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst beschreven.

Paragraaf 3.9

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van het Bureau Algemene Bestuursdienst beschreven.

Paragraaf 3.10

In deze paragraaf zijn de organisatie en de taken van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid beschreven.

Hoofdstuk 4

Dit hoofdstuk bevat overige bepalingen die van toepassing zijn op het hele besluit.

Paragraaf 4.1

Het Organisatiebesluit BZK 2006 hoeft niet te worden gewijzigd bij instelling van tijdelijke projecten, verlenen van speciale opdrachten en dergelijke. Deze vallen onder de reikwijdte van deze paragraaf.

Met de laatste bijzin in het artikel is verduidelijkt dat een bijzondere opdracht aan een dienstonderdeel slechts kan worden verleend als deze past binnen de (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden van het dienstonderdeel. Voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst zijn deze bijvoorbeeld vastomlijnd beschreven in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.

Paragraaf 4.2

In deze paragraaf van het besluit is geregeld dat de secretaris-generaal, op voordracht van het desbetreffende diensthoofd, bevoegd is tot het vaststellen van besluiten waarin de nadere inrichting van de directies en de taken van de afdelingen en andere onderdelen op hoofdlijnen worden vastgelegd. De directeur Personeel en Organisatie dient uit hoofde van diens taken op het terrein van organisatieadvies bij de totstandkoming van deze besluiten te worden betrokken.

Paragraaf 4.3

De verantwoordelijkheid van de directeur Personeel en Organisatie voor het beheer van dit besluit vloeit voort uit diens werkterrein. Onder beheer wordt verstaan het actueel houden van het besluit. Daartoe is vereist dat de directeur steeds in het bezit wordt gesteld van actuele gegevens over de organisatie-inrichting van de verschillende dienstonderdelen. De dienstonderdelen dragen zorg voor de aanlevering daarvan.

Bepaald is dat de vaststelling van het onderhavige organisatiebesluit niet kan worden doorgemandateerd. Reden hiervoor is mede dat de taken van de secretaris-generaal in het besluit worden beschreven. Het verbod op doormandatering is ook vastgelegd in het Mandaat- en volmachtbesluit secretaris-generaal BZK.

Aanpassing van het Organisatiebesluit BZK 2006 geschiedt op voordracht van de directeur Personeel en Organisatie.

Paragraaf 4.4

Deze paragraaf bevat bepalingen met betrekking tot de inwerkingtreding, de citeertitel en de intrekking van het voorgaande organisatiebesluiten.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.W. Remkes

  • 1

    Met uitzondering van de niet-formele wetgeving op het terrein van rechtspositionele aangelegenheden en de ministeriële regelgeving van het agentschap BPR.

  • 2

    Hiermee wordt niet gedoeld op de financiering op basis van het Interim besluit Doeluitkering Bestrijding Rampen en Zware Ongevallen (IBIDUR).

Naar boven