Wijziging Regeling ammoniak en veehouderij

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 september 2006, nr. BWL/2006310778, Directoraat-Generaal Milieubeheer, Directie Bodem, Water en Landelijk Gebied Afdeling Landbouw, tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 1, eerste en derde lid, van de Wet ammoniak en veehouderij;

Besluit:

Artikel I

Bijlage 1 bij de Regeling ammoniak en veehouderij1 wordt vervangen door de bijlage die is opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 25 september 2006.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.L.B.A. van Geel.

Bijlage 1 als bedoeld in artikel 2

Emissiefactoren voor de emissie vanuit het dierenverblijf, inclusief de emissie van de mest die in het dierenverblijf is opgeslagen.

 

Categorie

Emissie in kg NH3 per dierplaats

per jaar

Hoofdcategorie A: Rundvee

A 1

diercategorie melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar

 

A 1.1

grupstal met drijfmest, emitterend mestoppervlak van grup en kelder max. 1,2 m2 per koe (Groen Label BB 93.06.009)

4,3

A 1.2

loopstal met hellende vloer en giergoot of met roostervloer;

 
 

beide met spoelsysteem (BWL 2001.28)

 

A 1.2.1

beweiden

7,5

A 1.2.2

permanent opstallen

8,6

A 1.3

loopstal met hellende vloer en giergoot;

 
 

max. 3 m2 mestbesmeurd oppervlak per koe (Groen Label BB 93.03.003V1; BB 93.03.003/A 93.04.004V1; BB 93.03.003/B 93.04.005V1; BB 93.03.003/C 93.04.006V1; BB 93.03.003/D 94.06.020V1)

 

A 1.3.1

beweiden

7,5

A 1.3.2

permanent opstallen

8,6

A 1.4

loopstal met hellende vloer en spoelsysteem; max. 3,75 m2

 
 

mestbesmeurd oppervlak per koe (Groen Label BB 94.02.015V1)

 

A 1.4.1

beweiden

6,8

A 1.4.2

permanent opstallen

7,8

A 1.5

loopstal met sleufvloer en mestschuif (Groen Label BB 97.05.055)

 

A 1.5.1

beweiden

7,7

A 1.5.2

permanent opstallen

9,2

A 1.6

overige huisvestingssystemen

 

A 1.6.1

beweiden

9,5

A 1.6.2

permanent opstallen

11,0

   

A 2

diercategorie zoogkoeien ouder dan 2 jaar

5,3

   

A 3

diercategorie vrouwelijk jongvee tot 2 jaar

3,9

   

A 4

diercategorie vleeskalveren tot 8 maanden

 

A 4.1

mechanisch geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie (BWL 2001.29)

0,3

A 4.2

mechanisch geventileerde stal met een biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie (BWL 2006.01)

0,75

A 4.3

overige huisvestingsystemen

2,5

   

A 5

diercategorie vleesstierkalveren tot 6 maanden

2,5

   

A 6

diercategorie vleesstieren en overig vleesvee van 6 tot 24 maanden (roodvleesproductie)

7,2

   

A 7

diercategorie fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar

9,5

   

Hoofdcategorie B: Schapen

B 1

diercategorie schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg (zie eindnoot 1en 2)

0,70

   

Hoofdcategorie C: Geiten

C 1

diercategorie geiten ouder dan 1 jaar

1,9

   

C 2

diercategorie opfokgeiten van 61 dagen tot en met één jaar

0,8

   

C 3

diercategorie opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

0,2

   

Hoofdcategorie D: Varkens

D 1

fokzeugen, inclusief biggen tot 25 kg (zie eindnoot 3)

 

D 1.1

diercategorie biggenopfok (gespeende biggen)

 

D 1.1.1

vlakke gecoate keldervloer met tandheugelschuifsysteem

 
 

(Groen Label BB 93.03.001V1)

 

D 1.1.1.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,18

D 1.1.1.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,23

D 1.1.2

spoelgotensysteem met dunne mest en gedeeltelijk roostervloer

 
 

(Groen Label BB 94.06.021V3; BB 94.06.021V1/A 97.01.049V1)

 

D 1.1.2.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,21

D 1.1.2.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,27

D 1.1.3

mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem

 

D 1.1.3.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2(BWL 2006.06)

0,13

D 1.1.3.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2(BWL 2006.07)

0,16

D 1.1.4

ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal

 

D 1.1.4.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2(Groen Label BB 96.03.033V2)

0,26

D 1.1.4.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2(BWL 2001.14)

0,33

D 1.1.5

halfrooster met verkleind mestoppervlak (max. 60% van het

 
 

totale hokoppervlak bestaat uit een roostervloer)

 

D 1.1.5.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2(BWL 2001.15)

0,34

D 1.1.5.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2(BWL 2001.16)

0,43

D 1.1.6

mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

 
 

(Groen Label (volledig roostervloer) BB 96.04.038V2)

 

D 1.1.6.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,16

D 1.1.6.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,20

D 1.1.7

mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

 
 

(Groen Label (gedeeltelijk roostervloer) BB 96.04.038V2)

 

D 1.1.7.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,22

D 1.1.7.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,28

D 1.1.8

gescheiden afvoer van mest en urine door middel van hellende mestband

 
 

(Groen Label BB 96.06.040V1)

 

D 1.1.8.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,20

D 1.1.8.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,25

D 1.1.9

biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie

 
 

(Groen Label BB 96.10.042V1; BB 96.10.042/A 96.10.044V1; BB 96.10.042/B 96.10.045V1; BB 96.10.042/C 96.10.046V1; BB 96.10.042V1/D 99.06.075) (BWL 2004.01; BWL 2006.02)

 

D 1.1.9.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,18

D 1.1.9.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,23

D 1.1.10

chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie

 
 

(Groen Label BB 96.10.043V1; BB 96.10.043V1/A 99.06.074)

 
 

(BWL 2004.02; BWL 2005.01; BWL 2006.04; BWL 2006.05)

 

D 1.1.10.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,18

D 1.1.10.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,23

D 1.1.11

koeldeksysteem (150% koeloppervlak)

 
 

(Groen Label BB 97.01.052V2; BB 00.06.093)

 

D 1.1.11.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,15

D 1.1.11.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,19

D 1.1.12

opfokhok met schuine putwand

 

D 1.1.12.1

emitterend mestoppervlak maximaal 0,07 m2,

0,17

 

ongeacht groepsgrootte (BWL 2001.13)

 

D 1.1.12.2

emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2, echter kleiner dan 0,10 m2, en in kleine groepen, tot 30 biggen, gehuisvest (BWL 2004.06)

0,21

D 1.1.12.3

hokoppervlak groter dan 0,35 m2, emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2, echter kleiner dan 0,10 m2, in grote groepen, vanaf 30 biggen, gehuisvest (Groen Label BB 99.06.072; BB 99.06.072/A 99.11.080; BB 99.06.072/A 99.11.082)

0,18

D 1.1.13

volledig rooster met water- en mestkanalen, eventueel voorzien van schuine putwand(en), emitterend mestoppervlak kleiner dan 0,10 m2

0,20

 

(Groen Label BB 99.06.073)

 

D 1.1.14

chemisch luchtwassysteem 95% emissiereductie

 
 

(Groen Label BB 99.06.076; BB 00.02.084)

 

D 1.1.14.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,03

D 1.1.14.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,04

D 1.1.15

luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch

 

D 1.1.15.1

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser (BWL 2006.14)

 

D 1.1.15.1.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,09

D 1.1.15.1.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,11

D 1.1.15.2

gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter (BWL 2006.15)

 

D 1.1.15.2.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,18

D 1.1.15.2.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,23

D 1.1.16

overige huisvestingssystemen

 

D 1.1.16.1

hokoppervlak maximaal 0,35 m2

0,60

D 1.1.16.2

hokoppervlak groter dan 0,35 m2

0,75

   

D 1.2

diercategorie kraamzeugen (incl. biggen tot spenen)

 

D 1.2.1

spoelgotensysteem, spoelen met dunne mest

3,3

 

(Groen Label BB 93.11.012V2; BB 93.11.012V2/A 99.11.077)

 

D 1.2.2

kunststof schijnvloer met schuif onder de roosters

3,7

 

(voormalig Groen Label BB 94.02.014V1) (zie eindnoot 4)

 

D 1.2.3

vlakke, gecoate keldervloer met tandheugelschuifsysteem

4,0

 

(voormalig Groen Label BB 94.04.018) (zie eindnoot 4)

 

D 1.2.4

mestschuif met gecoate, hellende keldervloer en giergoot

3,1

 

(Groen Label BB 94.06.019)

 

D 1.2.5

mestgoot met mestafvoersysteem (Groen Label BB 94.06.022)

3,2

D 1.2.6

ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal

4,0

 

(voormalig Groen Label BB 95.12.032) (zie eindnoot 4)

 

D 1.2.7

kraamopfokhok met hellende plaat (BWL 2001.17)

5,0

D 1.2.8

mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

3,1

 

(Groen Label BB 96.04.037V1)

 

D 1.2.9

schuiven in mestgoot (BWL 2001.18)

2,5

D 1.2.10

biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie

2,5

 

(Groen Label BB 96.10.042V1; BB 96.10.042/A 96.10.044V1; BB 96.10.042/B 96.10.045V1; BB 96.10.042/C 96.10.046V1; BB 96.10.042V1/D 99.06.075) (BWL 2004.01; BWL 2006.02)

 

D 1.2.11

chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie

2,5

 

(Groen Label BB 96.10.043V1; BB 96.10.043V1/A 99.06.074)

 
 

(BWL 2004.02; BWL 2005.01; BWL 2006.04; BWL 2006.05)

 

D 1.2.12

koeldeksysteem (150% koeloppervlak)

2,4

 

(Groen Label BB 97.01.051V1; BB 00.06.093)

 

D 1.2.13

mestpan onder kraamhok (BWL 2006.08)

2,9

D 1.2.14

mestpan met water- en mestkanaal onder kraamhok

2,9

 

(Groen Label BB 99.11.081)

 

D 1.2.15

chemisch luchtwassysteem 95% emissiereductie

0,42

 

(Groen Label BB 99.06.076; BB 00.02.084)

 

D 1.2.16

waterkanaal i.c.m. een afgescheiden mestkanaal of mestbak (BWL 2004.07)

2,9

D 1.2.17

luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch

 

D 1.2.17.1

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser (BWL 2006.14)

1,25

D 1.2.17.2

gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter (BWL 2006.15)

2,49

D 1.2.18

overige huisvestingssystemen

8,3

   

D 1.3

diercategorie guste en dragende zeugen

 

D 1.3.1

smalle ondiepe mestkanalen met metalen driekantroostervloer en rioleringssysteem (alleen toepasbaar bij individuele huisvesting)

2,4

 

(Groen Label BB 95.02.027V1)

 

D 1.3.2

mestgoot met combinatierooster en frequente mestafvoer (alleen toepasbaar bij individuele huisvesting)

1,8

 

(Groen Label BB 95.06.028)

 

D 1.3.3

spoelgotensysteem met dunne mest

2,5

 

(Groen Label bij individuele huisvesting BB 95.10.030)

 
 

(Groen Label bij groepshuisvesting BB 95.10.030/A 98.10.060; BB 95.10.030/B 99.11.078)

 

D 1.3.4

mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

1,8

 

(Groen Label bij individuele huisvesting BB 96.04.036V1)

 
 

(Groen Label bij groepshuisvesting BB 96.04.036V1/A 98.10.061)

 

D 1.3.5

schuiven in mestgoot (alleen toepasbaar bij individuele huisvesting) (BWL 2001.19)

 

D 1.3.6

biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie

1,3

 

(Groen Label bij individuele huisvesting BB 96.10.042V1; BB 96.10.042/A 96.10.044V1; BB 96.10.042/ B 96.10.045V1; BB 96.10.042/C 96.10.046V1; BB 96.10.042V1/D 99.06.075)

 
 

(Groen Label bij groepshuisvesting BB 96.10.042V1; BB 96.10.042/A 96.10.044V1; BB 96.10.042/ B 96.10.045V1; BB 96.10.042/C 96.10.046V1; BB 96.10.042V1/D 99.06.075)

 
 

(bij individuele en groepshuisvesting BWL 2004.01; BWL 2006.02)

 

D 1.3.7

chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie

1,3

 

(bij individuele en groepshuisvesting BWL 2004.02; BWL 2005.01; BWL 2006.04; BWL 2006.05)

 

D 1.3.8

koeldeksysteem

 

D 1.3.8.1

115% koeloppervlak (Groen Label bij individuele huisvesting en groepshuisvesting BB 97.03.054; BB 00.06.093)

2,2

D 1.3.8.2

135% koeloppervlak (Groen Label bij groepshuisvesting BB 97.03.054/A 98.10.062; BB 00.06.093)

2,2

D 1.3.9

groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal

 

D 1.3.9.1

met metalen driekantroosters

2,3

 

(Groen Label BB 00.06.085V1)

 

D 1.3.9.2

roosters anders dan metalen driekant(BWL 2006.09)

2,5

D 1.3.10

rondloopstal met zeugenvoerstation en strobed

2,6

 

(Groen Label BB 00.06.086)

 

D 1.3.11

chemisch luchtwassysteem 95% emissiereductie

0,21

 

(Groen Label bij individuele huisvesting BB 99.06.076; BB 00.02.084)

 
 

(Groen Label bij groepshuisvesting BB 99.06.076; BB 00.02.084)

 

D 1.3.12

luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch

 

D 1.3.12.1

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser (BWL 2006.14)

0,63

D 1.3.12.2

gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter (BWL 2006.15)

1,26

D 1.3.13

overige huisvestingssystemen, groepshuisvesting

4,2

D 1.3.14

overige huisvestingssystemen, individuele huisvesting

4,2

   

D 2

diercategorie dekberen, 7 maanden en ouder

 

D 2.1

biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie

1,7

 

(Groen Label BB 96.10.042V1; BB 96.10.042/A 96.10.044V1; BB 96.10.042/B 96.10.045V1; BB 96.10.042/C 96.10.046V1; BB 96.10.042V1/D 99.06.075) (BWL 2004.01; BWL 2006.02)

 

D 2.2

chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie

1,7

 

(Groen Label BB 96.10.043V1; BB 96.10.043V1/A 99.06.074)

 
 

(BWL 2004.02; BWL 2005.01; BWL 2006.04; BWL 2006.05)

 

D 2.3

chemisch luchtwassysteem 95% emissiereductie

0,28

 

(Groen Label 99.06.076; BB 00.02.084)

 

D 2.4

luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch

 

D 2.4.1

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser (BWL 2006.14)

0,83

D 2.4.2

gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter (BWL 2006.15)

1,65

D 2.5

overige huisvestingssystemen

5,5

   

D 3

diercategorie vleesvarkens, opfokberen van ca. 25 kg tot 7 maanden, opfokzeugen van ca. 25 kg tot eerste dekking (zie eindnoot 5)

 

D 3.1

volledig roostervloer

 

D 3.1.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2(BWL 2001.20)

3,0

D 3.1.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2(BWL 2001.21)

4,0

D 3.2

gedeeltelijk roostervloer

 

D 3.2.1

gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter

 

D 3.2.1.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2(BWL 2001.22)

3,0

D 3.2.1.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2(BWL 2001.23)

4,0

D 3.2.2

mestopvang in en spoelen met NH3-arme vloeistof (inclusief aanzuren)

 

D 3.2.2.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

1,4

 

(Groen Label BB 93.06.010V1; BB 93.11.011; BB 93.11.011/A 95.04.024)

 

D 3.2.2.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2(BWL 2001.24)

2,0

D 3.2.3

koeldeksysteem met metalen driekantroostervloer (170% koeloppervlak)

 

D 3.2.3.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

1,4

 

(Groen Label BB 95.04.023; BB 00.06.093)

 

D 3.2.3.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2(BWL 2001.25)

2,0

D 3.2.4

mestopvang in met formaldehyde behandelde mestvloeistof in combinatie met metalen driekantroostervloer (Groen Label BB 95.02.025V2)

 

D 3.2.4.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

0,8

D 3.2.4.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2

1,1

D 3.2.5

mestopvang in water in combinatie met metalen driekantroostervloer

 
 

(Groen Label BB 95.10.029V3)

 

D 3.2.5.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

1,1

D 3.2.5.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2

1,5

D 3.2.6

koeldeksysteem (200% koeloppervlak)

 

D 3.2.6.1

met metalen roostervloer

 

D 3.2.6.1.1

emitterend mestoppervlak maximaal 0,8 m 2

1,2

 

(Groen Label BB 96.04.035V1; BB 00.06.093)

 

D 3.2.6.1.2

emitterend mestoppervlak maximaal 0,5 m2(BWL 2004.08)

1,0

D 3.2.6.2

met roostervloer anders dan metaal

 

D 3.2.6.2.1

emitterend mestoppervlak maximaal 0,6 m2

1,4

 

(Groen Label BB 99.02.069; BB 00.06.093)

 

D 3.2.6.2.2

emitterend mestoppervlak groter dan 0,6 m2, doch kleiner dan 0,8 m2(BWL 2001.01)

 

D 3.2.7

mestkelders met (water- en) mestkanaal; mestkanaal met schuine putwand

 

D 3.2.7.1

met metalen driekantroosters op het mestkanaal

 

D 3.2.7.1.1

emitterend mestoppervlak maximaal 0,18 m2

1,0

 

(Groen Label BB 97.07.056V2; BB 97.07.056/A 97.11.059V2)

 
 

(BWL 2004.03)

 

D 3.2.7.1.2

emitterend mestoppervlak groter dan 0,18 m2, maar kleiner dan 0,27 m2

1,4

 

(Groen Label BB 97.07.056V2; BB 97.07.056/A 97.11.059V2)

 
 

(BWL 2004.04)

 

D 3.2.7.2

met roosters anders dan metalen driekant op het mestkanaal

 

D 3.2.7.2.1

emitterend mestoppervlak maximaal 0,18 m2

1,2

 

(Groen Label BB 99.02.070) (BWL 2004.05)

 

D 3.2.7.2.2

emitterend mestoppervlak groter dan 0,18 m2, maar kleiner dan 0,27 m2

1,5

 

(Groen Label BB 99.02.070)

 

D 3.2.8

biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie

 
 

(Groen Label BB 96.10.042V1; BB 96.10.042/A 96.10.044V1; BB 96.10.042/B 96.10.045V1; BB 96.10.042/C 96.10.046V1; BB 96.10.042V1/D 99.06.075) (BWL 2004.01; BWL 2006.02)

 

D 3.2.8.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

0,8

D 3.2.8.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2

1,1

D 3.2.9

chemisch luchtwassysteem 70% emissiereductie

 
 

(Groen Label BB 96.10.043V1; BB 96.10.043V1/A 99.06.074)

 
 

(BWL 2004.02; BWL 2005.01; BWL 2006.04; BWL 2006.05)

 

D 3.2.9.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

0,8

D 3.2.9.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2

1,1

D 3.2.10

bollevloerhok met betonnen morsrooster en metalen driekantrooster

 

D 3.2.10.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2(BWL 2001.26)

1,4

D 3.2.10.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2(BWL 2001.27)

2,0

D 3.2.11

hok met gescheiden mestkanalen

 

D 3.2.11.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2(BWL 2001.02)

1,8

D 3.2.11.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2(BWL 2001.03)

2,5

D 3.2.12

spoelgotensysteem met metalen driekantroosters

 
 

(Groen Label BB 98.10.064)

 

D 3.2.12.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

1,0

D 3.2.12.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2

1,3

D 3.2.13

spoelgotensysteem met roosters

 
 

(Groen Label BB 98.10.065; BB 98.10.065/A 99.11.079V1)

 

D 3.2.13.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

1,2

D 3.2.13.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2

1,5

D 3.2.14

chemisch luchtwassysteem 95% emissiereductie

 
 

(Groen Label BB 99.06.076; BB 00.02.084)

 

D 3.2.14.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

0,13

D 3.2.14.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2

0,18

D 3.2.15

luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch

 

D 3.2.15.1

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser (BWL 2006.14)

 

D 3.2.15.1.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

0,38

D 3.2.15.1.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2

0,53

D 3.2.15.2

gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter (BWL 2006.15)

 

D 3.2.15.2.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

0,75

D 3.2.15.2.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2

1,05

D 3.3

scharrel vleesvarkens

 

D 3.3.1

beddenstal met maximaal 0,14 m2 emitterend mestoppervlak per dier tot 50 kg levend gewicht en met maximaal 0,29 m2 emitterend mestoppervlak per dier vanaf 50 kg levend gewicht (BWL 2001.30)

1,9

D 3.3.2

overige huisvestingssystemen scharrel vleesvarkens

3,0

D 3.4

overige huisvestingssystemen

 

D 3.4.1

hokoppervlak maximaal 0,8 m2

2,5

D 3.4.2

hokoppervlak groter dan 0,8 m2

3,5

   

Hoofdcategorie E: Kippen

E 1

diercategorie opfokhennen en hanen van legrassen; jonger dan 18 weken

 

E 1.1

open mestopslag onder de batterij al dan niet voorzien van een mestschuif (flat-deck-kooien, trapkooien of compactkooien voor natte mest) (BWL 2001.04)

0,045

E 1.2

mestbandbatterij voor natte mest met afvoer naar een gesloten opslag (minimaal 2 maal per week ontmesten)

 
 

(voormalig Groen Label BB 93.06.007, zie eindnoot 4)

0,020

E 1.3

compactbatterij waarvan de natte mest 2 maal daags door middel van mestschuiven en een centrale mestband afgevoerd wordt naar een gesloten opslag (voormalig Groen Label BB 95.06.026, zie eindnoot 4)

0,011

E 1.4

batterij met geforceerde mestdroging (kanalenstal) (BWL 2001.05)

0,208

E 1.5

mestbandbatterij met geforceerde mestdroging (zie eindnoot 6)

 
 

(voor nageschakelde technieken: zie E 6)

 

E 1.5.1

mestbandbatterij voor droge mest met geforceerde mestdroging

0,020

 

(voormalig Groen Label BB 93.06.008, zie eindnoot 4)

 

E 1.5.2

mestbandbatterij met geforceerde mestdroging, belucht met 0,4 m3 lucht per opfokhen per uur; mestafdraaien per vijf dagen, de mest heeft dan een droge stofgehalte van minimaal 55%

0,006

 

(Groen Label BB 97.07.058)

 

E 1.5.3

batterijhuisvesting volgens categorie E 1.5.1 met chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie; (BWL 2001.31)

0,002

E 1.5.4

batterijhuisvesting volgens categorie E 1.5.2 met chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie; (BWL 2001.32)

0,001

E 1.6

batterijsysteem met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel (Groen Label BB 99.06.071)

0,010

E 1.7

grondhuisvesting (strooiselvloer, roostervloer) (BWL 2001.06)

0,170

E 1.8

volièrehuisvesting (zie eindnoot 6 en 10) (voor nageschakelde technieken: zie E 6)

 

E 1.8.1

opfokhuisvesting, minimaal 50% van de leefruimte is rooster, met daaronder een mestband.

0,050

 

Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien.

 
 

Roosters minimaal in twee etages (BWL 2005.02)

 

E 1.8.2

opfokhuisvesting, minimaal 65–70% van de leefruimte is rooster, met daaronder een mestband met 0,3 m3 per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien.

0,030

 

Roosters minimaal in twee etages. (BWL 2005.03)

 

E 1.8.3

45–55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,1 m3/dier/uur beluchting, mestbanden minimaal tweemaal per week afdraaien (BWL 2006.10)

0,030

E 1.8.4

30–35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,4 m3/dier/uur beluchting, mestbanden minimaal éénmaal per week afdraaien (BWL 2006.11)

 

E 1.8.5

55–60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,4 m3/dier/uur beluchting, mestbanden minimaal éénmaal per week afdraaien (BWL 2006.12)

0,020

E 1.9

chemisch luchtwassysteem 90% emissiereductie; volière- en grondhuisvesting (Groen Label BB 00.06.089/A 00.06.090)

0,017

E 1.10

biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, niet-batterijhuisvesting (BWL 2006.03)

0,051

E 1.11

overige huisvestingssystemen niet-batterijhuisvesting

0,170

E 1.12

overige huisvestingssystemen batterijhuisvesting

0,045

   

E 2

diercategorie legkippen en (groot-)ouderdieren van legrassen

 

E 2.1

open mestopslag onder de batterij al dan niet voorzien van een mestschuif (flat-deck-kooien, trapkooien of compactkooien voor natte mest) (BWL 2001.07)

0,100

E 2.2

mestbandbatterij voor natte mest met afvoer naar een gesloten opslag (minimaal 2 maal per week ontmesten)

0,042

 

(voormalig Groen Label BB 93.06.007, zie eindnoot 4)

 

E 2.3

compactbatterij waarvan de natte mest 2 maal daags door middel van mestschuiven en een centrale mestband afgevoerd wordt naar een gesloten opslag (voormalig Groen Label BB 95.06.026, zie eindnoot 4)

0,024

E 2.4

batterij met geforceerde mestdroging (deeppitstal of highrisestal, kanalenstal) (BWL 2001.08)

0,463

E 2.5

mestbandbatterij met geforceerde mestdroging (zie eindnoot 6) (voor nageschakelde technieken: zie E 6)

 

E 2.5.1

mestbandbatterij voor droge mest met geforceerde mestdroging

0,042

 

(voormalig Groen Label BB 93.06.008, zie eindnoot 4)

 

E 2.5.2

mestbandbatterij met geforceerde mestdroging, belucht met 0,7 m3 lucht per dier per uur. Mestafdraaien per vijf dagen; de mest heeft dan een droge stofgehalte van minimaal 55%.

0,012

 

(Groen Label BB 97.07.058)

 

E 2.5.3

batterijhuisvesting volgens categorie E 2.5.1 met chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie; (BWL 2001.33)

0,004

E 2.5.4

batterijhuisvesting volgens categorie E 2.5.2 met chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie; (BWL 2001.34)

0,001

E 2.5.5

verrijkte kooien met mestbandbeluchting (0,7 m3 per dier per uur) (BWL 2005.11)

0,030

E 2.6

batterijsysteem met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel (Groen Label BB 99.06.071)

0,018

E 2.7

grondhuisvesting van legrassen (circa 1/3 strooiselvloer + circa 2/3 roostervloer) (BWL 2001.09)

0,315

E 2.8

grondhuisvesting met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer (perfosysteem) (Groen Label BB 00.06.088)

0,110

E 2.9

grondhuisvesting met mestbeluchting via buizen onder de beun (BWL 2001.10)

0,125

E 2.10

chemisch luchtwassysteem 90% emissiereductie; volière- en grondhuisvesting (Groen Label BB 00.06.089)

0,032

E 2.11

volièrehuisvesting (zie eindnoot 6 en 10) (voor nageschakelde technieken: zie E 6).

 

E 2.11.1

minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages (BWL 2004.09)

0,090

E 2.11.2

50% van de leefruimte roosters met daaronder een mestband met beluchting. Mestbanden minimaal tweemaal per week afdraaien.

0,055

 

Roosters minimaal in twee etages (BWL 2004.10)

 

E 2.11.3

30–35% van de leefruimte roosters met daaronder een mestband met 0,7 m3 per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages (BWL 2005.04)

0,025

E 2.11.4

55–60% van de leefruimte roosters met daaronder een mestband met 0,7 m3 per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages (BWL 2005.05)

0,037

E 2.12

scharrelhuisvesting (zie eindnoot 6) (voor nageschakelde technieken: zie E 6).

 

E 2.12.1

scharrelstal in twee verdiepingen met mestbanden onder de roosters (twee maal per week afdraaien), bezetting 9 dieren per m2(BWL 2004.11)

0,068

E 2.12.2

scharrelhuisvesting met frequente mest- en strooiselverwijdering (BWL 2004.12)

0,106

E 2.13

biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, niet-batterijhuisvesting (BWL 2006.03)

0,095

E 2.14

overige huisvestingssystemen niet-batterijhuisvesting

0,315

E 2.15

overige huisvestingssystemen batterijhuisvesting

0,100

   

E 3

diercategorie (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok; jonger dan 19 weken

0,250

   

E 4

diercategorie (groot-)ouderdieren van vleeskuikens (zie eindnoot 6)

 

E 4.1

groepskooi voorzien van mestband en geforceerde mestdroging (voor nageschakelde technieken: zie E 6)

0,080

 

(Groen Label BB 95.12.039; BB 95.12.039/A 96.06.041)

 

E 4.2

volièrehuisvesting met geforceerde mestdroging (voor nageschakelde technieken: zie E 6)

0,170

 

(Groen Label BB 97.01.050; BB 97.01.050/ A 99.02.067)

 

E 4.3

volièrehuisvesting met geforceerde mest- en strooiseldroging (voor nageschakelde technieken: zie E 6)

0,130

 

(Groen Label BB 97.01.053; BB 97.01.053/A 99.02.068)

 

E 4.4

grondhuisvesting met mestbeluchting

 

E 4.4.1

mestbeluchting van bovenaf (BWL 2004.13)

0,250

E 4.4.2

mestbeluchting met verticale slangen in de mest (BWL 2004.14)

0,435

E 4.5

perfosysteem op gedeeltelijk verhoogde roostervloer

0,230

 

(Groen Label BB 98.10.066)

 

E 4.6

chemisch luchtwassysteem 90% emissiereductie; volière- en grondhuisvesting (Groen Label BB 00.06.089/B 00.06.091)

0,058

E 4.7

biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, niet-batterijhuisvesting (BWL 2006.03)

0,174

E 4.8

overige huisvestingssystemen

0,580

   

E 5

diercategorie vleeskuikens

 

E 5.1

zwevende vloer met strooiseldroging

0,005

 

(Groen Label BB 93.03.002; BB 93.03.002/A 94.04.017V1; BB 93.03.002/B 96.04.034; BB 93.03.002/C 96.10.048)

 

E 5.2

geperforeerde vloer met strooiseldroging

0,014

 

(Groen Label BB 94.04.016; BB 94.04.016/A 96.10.047)

 

E 5.3

etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting

0,005

 

(Groen Label BB 97.07.057)

 

E 5.4

chemisch luchtwassysteem 90% emissiereductie, grondhuisvesting

0,008

 

(Groen Label BB 00.02.083; BB 00.06.089/C 00.06.092)

 

E 5.5

grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling (BWL 2001.11)

0,045

E 5.6

vleeskuikenstal met mixluchtventilatie (BWL 2005.10)

0,037

E 5.7

biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, niet-batterijhuisvesting (BWL 2006.03)

0,024

E 5.8

etagesysteem met mestband en strooiseldroging (BWL 2006.13)

0,020

E 5.9

overige huisvestingssystemen

0,080

   

E 6

nageschakelde technieken, additioneel aan de emissiefactor van E 1.5, E 1.8, E 2.5, E 2.11, E 2.12 en E 4.1 t/m E4.3

 

E 6.1

mestdroogsystemen met geperforeerde doek

0,010/

 

(zie eindnoot 7)

0,015

E 6.2

droogtunnel met oppervlaktedroging (dichte banden)

0,010/

 

(zie eindnoot 7)

0,015

E 6.3

lucht uit een composteringsunit met chemische luchtwassing

0,003/

 

(zie eindnoot 7)

0,005

E 6.4

droogtunnel met geperforeerde banden

0,001/

 

(zie eindnoot 7) (BWL 2005.06)

0,002

E.6.5

overige opslag van mest

0,030/

 

(zie eindnoot 7)

0,050

   

Hoofdcategorie F: Kalkoenen

F 1

diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; tot 6 weken

0,15

   

F 2

diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok; van 6 tot 30 weken

0,47

   

F 3

diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder

0,59

   

F 4

diercategorie vleeskalkoenen

 

F 4.1

gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer (zie eindnoot 9) (BWL 2001.12)

0,36

F 4.2

chemisch luchtwassysteem 90% emissiereductie (BWL 2001.35)

0,07

F 4.3

mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering (BWL 2005.07)

0,26

F 4.4

biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, niet-batterijhuisvesting (BWL 2006.03)

0,204

F 4.5

overige huisvestingssystemen (zie eindnoot 9)

0,68

   

Hoofdcategorie G: Eenden

G 1

diercategorie ouderdieren van vleeseenden tot 24 maanden

0,32

   

G 2

diercategorie vleeseenden

 

G 2.1

binnen mesten

0,210

G 2.2

buiten mesten (per afgeleverde eend)

0,019

   

Hoofdcategorie H: Pelsdieren

H 1

diercategorie nertsen, per fokteef (zie eindnoot 2)

 

H 1.1

open mestopslag onder de kooi

0,58

H 1.2

dagontmesting met afvoer naar een gesloten opslag

0,25

 

(Groen Label BB 94.02.013)

 
   

H 2

diercategorie zilvervossen, per fokmoer (zie eindnoot 2)

1,35

   

H 3

diercategorie blauwvossen, per fokmoer (zie eindnoot 2)

2,7

   

Hoofdcategorie I: Konijnen

I 1

diercategorie voedster inclusief 0,15 ram en bijbehorende jongen tot speenleeftijd

 

I 1.1

mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine (BWL 2005.08)

0,77

I 1.2

overige systemen

1,2

   

I 2

diercategorie vlees en opfokkonijnen tot dekleeftijd

 

I 2.1

mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine (BWL 2005.09)

0,12

I 2.2

overige systemen

0,20

   

Hoofdcategorie J: Parelhoenders

J 1

diercategorie parelhoenders voor de vleesproductie

0,05

   

Hoofdcategorie K: Paarden (Zie Eindnoot 8)

K 1

diercategorie volwassen paarden (3 jaar en ouder)

5,0

K 2

diercategorie paarden in opfok (jonger dan 3 jaar)

2,1

K 3

diercategorie volwassen pony’s (3 jaar en ouder)

3,1

K 4

diercategorie pony’s in opfok (jonger dan 3 jaar)

1,3

   

Hoofdcategorie L: Struisvogels

L 1

diercategorie struisvogelouderdieren

2,5

L 2

diercategorie opfokstruisvogels (tot 4 maanden)

0,30

L 3

diercategorie vleesstruisvogels (4 tot 12 maanden)

1,8

Eindnoten:

1. De emissie heeft betrekking op een stalperiode van maximaal drie maanden in de winter.

2. De emissiefactor geldt inclusief opfok, jongvee onderscheidenlijk jongen, en reuen, waardoor zij niet apart meetellen voor de berekening van de ammoniakemissie.

3. Indien er meer dan 36 biggenplaatsen voor gespeende biggen per 10 fokzeugenplaatsen zijn, geldt voor de biggenplaatsen boven de 36 voor het desbetreffende stalsysteem de emissiefactor voor vleesvarkens.

4. In verband met wijziging van de grenswaarden (Stcrt. 1999, 60) is de Groen-Label-erkenning per 1 juli 1999 ingetrokken.

5. Voor opfokzeugen na de eerste dekking wordt de emissiefactor voor fokzeugen gehanteerd.

6. De aangegeven emissiefactor geldt in gevallen waarin de mest direct van het bedrijf wordt afgevoerd, of gedurende een periode van ten hoogste twee weken op het bedrijfsterrein wordt opgeslagen in een afgedekte container. In overige situaties dient bij deze emissiefactor de emissiefactor van de nageschakelde techniek (E6) te worden opgeteld.

7. Het eerste getal geldt voor de huisvestingssystemen onder E 1.5 en E 1.8; het tweede getal geldt voor huisvestingssystemen onder E 2.5, E 2.11, E 2.12 en E 4.1 t/m E 4.3. De emissiefactor voor E 6.5 (overige opslag van mest) geldt alleen indien er geen andere nageschakelde technieken (E 6.1, E 6.2, E 6.3 of E 6.4) worden toegepast.

8. Het onderscheid tussen paarden en pony’s ligt bij een stokmaat (schofthoogte) van 156,0 cm.

9. Het aantal dierplaatsen dient te worden vastgesteld door het aantal dieren in de 10e week na opzetten te tellen.

10. Het volièresysteem is al dan niet van mestbandbeluchting voorzien. Bij toepassing van een mestnadroogsysteem moet de mest echter minimaal 2× per week worden afgedraaid.

Indien in de tabel wordt verwezen naar een huisvestingsysteem wordt de bijbehorende emissiefactor uitsluitend gehanteerd bij de berekening van de emissie vanuit een stal die is of zal worden gebouwd overeenkomstig de beschrijving van dat huisvestingsysteem. De meest recente beschrijving kan worden opgevraagd bij Infomil (070-3735575, www.infomil.nl).

Toelichting

Algemeen

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van de Regeling ammoniak en veehouderij (hierna: de Regeling), die op 8 mei 2002 tegelijk met de Wet ammoniak en veehouderij in werking is getreden. De wijziging bestaat uit het aanvullen van bijlage 1 van de Regeling met een aantal nieuwe huisvestingssystemen. Daarnaast is aan de reeds in bijlage I opgenomen huisvestingssystemen zonder systeemnummer alsnog een eigen systeemnummer toegevoegd. Ten behoeve van de hanteerbaarheid in de praktijk wordt bijlage 1 integraal vervangen.

De emissiefactoren die bij de nieuwe huisvestingssystemen horen, zijn toegekend op basis van metingen, uitgevoerd door een deskundig onderzoeksinstituut volgens de beoordelingsrichtlijn Groen Label of een gelijkwaardige meetmethode, of op grond van afleiding van, of vergelijking met reeds eerder in de bijlage opgenomen (en bemeten) systemen, voorzover dat voldoende verantwoord was.

Indien een huisvestingssysteem aan bijlage 1 is toegevoegd nadat de Stichting Groen Label haar werkzaamheden heeft beëindigd (vanaf 2001) en het nog geen eigen systeemnummer had, is alsnog een BWL-nummer toegekend. Hierdoor is het niet meer noodzakelijk om de Rav-aanduiding (het nummer van de subcategorie) te gebruiken als codering voor het stalsysteem.

De systeemnummering bestaat uit achtereenvolgens:

– de letters BWL;

– een spatie;

– een jaartal (het jaartal waarin het huisvestingssysteem in bijlage 1 van de Regeling is opgenomen);

– een punt;

– een volgnummer voor het betreffende jaar (beginnend met 01).

Gedetailleerde beschrijvingen met schematische tekeningen van de in bijlage 1 genoemde huisvestingssystemen en de bijlagen voor de luchtwassystemen kunnen worden gevonden op de website www.infomil.nl of worden opgevraagd bij InfoMil te Den Haag, tel. 070-3735575, e-mail: info@infomil.nl.

Op de site van InfoMil staan twee nieuwe technische informatiedocumenten waar in enkele stalbeschrijvingen naar verwezen wordt. Het betreft het ‘concept technisch informatiedocument afvoersystemen voor de varkenshouderij’ en het ‘concept technisch informatiedocument schuine wanden in stallen voor varkens’. De documenten geven technische informatie over bepaalde onderdelen van een stal en zijn aanvullend op de stalspecifieke informatie die in de beschrijving van het huisvestingssysteem zelf staat. De meest recente versies van deze documenten zullen steeds via InfoMil beschikbaar zijn.

Artikel II (inwerkingtreding)

Evenals bij wijzigingen van de voormalige Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij is ook in deze regeling afgezien van het opnemen van overgangsrecht. Dat betekent in de eerste plaats dat de gewijzigde Regeling vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavige regeling van toepassing is op vergunningaanvragen die op of na die datum worden ingediend. Het betekent ook, gezien de huidige jurisprudentie, dat de gewijzigde Regeling moet worden toegepast op vóór die datum ingediende aanvragen, waarop het bevoegd gezag op de datum van inwerkingtreding nog een beslissing moet nemen. Dit laatste stemt overeen met het uitgangspunt dat bij een beslissing op een aanvraag om een milieuvergunning de meest recente milieutechnische inzichten moeten worden toegepast.

Artikelsgewijs

Artikel I (vervanging van bijlage 1)

Hoofdcategorie A: Rundvee

Aan diercategorie A 4 is onder subcategorie A 4.2 een nieuw huisvestingssysteem ‘mechanisch geventileerde stal met een biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie’ toegevoegd met systeemnummer BWL 2006.01. De emissiefactor is vastgesteld op 0,75 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Als gevolg van deze toevoeging wordt de subcategorie ‘overige huisvestingssystemen’ omgenummerd tot A 4.3.

Hoofdcategorie D: Varkens

De omschrijving van D 1.1.3 is gewijzigd in ‘mestopvang in water in combinatie met een mestafvoersysteem’. De systeembeschrijving van Groen Label BB 95.12.031 V1 is gewijzigd en wordt vervangen door de systeembeschrijvingen BWL 2006.06 en BWL 2006.07 onder respectievelijk D 1.1.3.1 en D 1.1.3.2. De emissiefactoren blijven ongewijzigd. De oude Groen-Label-beschrijving blijft opvraagbaar bij Infomil.

De beschrijving van het bestaande huisvestingssysteem Groen Label BB 96.10.042 V1/E 00.06.087 (biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie) is aangepast. In verband daarmee is aan de gecursiveerde opsomming van (huisvestings)systemen onder D 1.1.9.1; D 1.1.9.2; D 1.2.10; D 1.3.6; D 2.1; D 3.2.8.1 en D 3.2.8.2. het Groen-Labelnummer BB 96.10.042 V1/E 00.06.087 vervangen door het nieuwe systeemnummer BWL 2006.02. De oude Groen-Label-beschrijving blijft opvraagbaar bij Infomil.

Het nieuwe huisvestingssysteem met nummer BWL 2006.04 (chemisch luchtwassysteem 70%) is toegevoegd aan de gecursiveerde opsomming van (huisvestings)systemen onder D1.1.10.1; D1.1.10.2; D1.2.11; D1.3.7; D2.2; D3.2.9.1 en D3.2.9.2

Het nieuwe huisvestingssysteem met nummer BWL 2006.05 (chemisch luchtwassysteem 70%) is toegevoegd aan de gecursiveerde opsomming van (huisvestings)systemen onder D1.1.10.1; D1.1.10.2; D1.2.11; D1.3.7; D2.2; D3.2.9.1 en D3.2.9.2.

Onder D 1.1.15 is een nieuwe subcategorie ‘luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch’ opgenomen, onderverdeeld in de subcategorieën D 1.1.15.1 en D 1.1.15.2.

Het ‘gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser’ valt in D 1.1.15.1 en hieraan wordt het systeemnummer BWL 2006.14 toegevoegd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee subcategorieën:

onder D 1.1.15.1.1 valt ‘hokoppervlak maximaal 0,35 m2’ met emissiefactor 0,09 kg NH3 per dierplaats per jaar;

onder D 1.1.15.1.2 valt ‘hokoppervlak groter dan 0,35 m2’ met emissiefactor 0,11 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Het ‘gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter’ valt in D 1.1.15.2 en hieraan wordt het systeemnummer BWL 2006.15 toegevoegd. Ook hierbij worden twee subcategorieën onderscheiden:

onder D 1.1.15.2.1 valt ‘hokoppervlak maximaal 0,35 m2’ met emissiefactor 0,18 kg NH3 per dierplaats per jaar;

onder D 1.1.15.2.2 valt ‘hokoppervlak groter dan 0,35 m2’ met emissiefactor 0,23 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Als gevolg van de toevoeging van deze gecombineerde luchtwassystemen is de subcategorie ‘overige huisvestingssystemen’ omgenummerd tot D 1.1.16.

De omschrijving van D 1.2.13 is gewijzigd in ‘mestpan onder kraamhok’. De beschrijving van Groen Label BB 98.10.063 onder D 1.2.13 is gewijzigd en wordt vervangen door de systeembeschrijving BWL 2006.08. De emissiefactor blijft ongewijzigd. De oude Groen Label beschrijving is opvraagbaar bij Infomil.

Onder D 1.2.17 is een nieuwe subcategorie ‘luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch’ opgenomen, onderverdeeld in de subcategorieën D 1.2.17.1 en D 1.2.17.2.

Het ‘gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser’ valt in D 1.2.17.1 en hieraan wordt het systeemnummer BWL 2006.14 toegevoegd. De emissiefactor is 1,25 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Het ‘gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter’ valt in D 1.2.17.2 en hieraan wordt het systeemnummer BWL 2006.15 toegevoegd. De emissiefactor is 2,49 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Als gevolg van de toevoeging van deze gecombineerde luchtwassystemen is de subcategorie ‘overige huisvestingssystemen’ omgenummerd tot D 1.2.18.

De omschrijving van D 1.3.9 is gewijzigd in ‘groepshuisvestingssysteem met voerligboxen of zeugenvoerstations, zonder strobed, met schuine putwanden in het mestkanaal’.

Er wordt voorts een nieuw systeem met andere dan metalen driekantroosters toegevoegd. Systeem Groen Label BB 00.06.085V1 en de bijbehorende emissiefactor van 2,3 kg NH3 per dierplaats per jaar wordt in verband daarmee omgenummerd tot de nieuwe subcategorie D 1.3.9.1 met de omschrijving ‘met metalen driekantroosters’.

Het nieuwe systeem met de omschrijving ‘roosters anders dan metalen driekant’ en met emissiefactor 2,5 kg NH3 per dierplaats per jaar wordt opgenomen als nieuwe subcategorie D 1.3.9.2 met systeemnummer BWL 2006.09.

Onder D 1.3.12 is een nieuwe subcategorie ‘luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch’ opgenomen, onderverdeeld in de subcategorieën D 1.3.12.1 en D 1.3.12.2.

De categorie ‘gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser’ valt in D 1.3.12.1 en hieraan wordt het systeemnummer BWL 2006.14 toegevoegd. De emissiefactor is 0,63 kg NH3 per dierplaats per jaar.

De categorie ‘gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter’ valt in D 1.3.12.2 en hieraan wordt het systeemnummer BWL 2006.15 toegevoegd. De emissiefactor is 1,26 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Als gevolg van de toevoeging van deze gecombineerde luchtwassystemen is de subcategorie ‘overige huisvestingssystemen, individuele huisvesting’ omgenummerd tot D 1.3.14.

Onder D 2.4 is een nieuwe subcategorie ‘luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch’ opgenomen, onderverdeeld in de subcategorieën D 2.4.1 en D 2.4.2.

De categorie ‘gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser’ valt in D 2.4.1 en hieraan wordt het systeemnummer BWL 2006.14 toegevoegd. De emissiefactor is 0,83 kg NH3 per dierplaats per jaar.

De categorie ‘gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter’ valt in D 2.4.2 en hieraan wordt het systeemnummer BWL 2006.15 toegevoegd. De emissiefactor is 1,65 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Als gevolg van de toevoeging van deze gecombineerde luchtwassystemen is de subcategorie ‘overige huisvestingssystemen’ omgenummerd tot D 2.5.

Onder D 3.2.15 wordt een nieuwe subcategorie ‘luchtwassystemen anders dan biologisch of chemisch’ opgenomen, onderverdeeld in de subcategorieën D 3.2.15.1 en D 3.2.15.2.

De categorie ‘gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie met chemische wasser (lamellenfilter) en waterwasser’ valt in D 3.2.15.1 en hieraan wordt het systeemnummer BWL 2006.14 toegevoegd. Er worden twee subcategorieën onderscheiden:

onder D 3.2.15.1.1 valt ‘hokoppervlak maximaal 0,8 m2’ met emissiefactor 0,38 kg NH3 per dierplaats per jaar;

onder D 3.2.15.1.2 valt ‘hokoppervlak groter dan 0,8 m2’ met emissiefactor 0,53 kg NH3 per dierplaats per jaar.

De categorie ‘gecombineerd luchtwassysteem 70% emissiereductie met waterwasser, chemische wasser en biofilter’ valt in D 3.2.15.2 en hieraan wordt het systeemnummer BWL 2006.15 toegevoegd. Ook hier worden twee subcategorieën onderscheiden:

onder D 3.2.15.2.1 valt ‘hokoppervlak maximaal 0,8 m2’ met emissiefactor 0,75 kg NH3 per dierplaats per jaar.

onder D 3.2.15.2.2 valt ‘hokoppervlak groter dan 0,8 m2’ met emissiefactor 1,05 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Opmerking:

Zie in verband met systeem BWL 2006.14 ook de nieuwe ‘bijlagen behorende bij het gecombineerde luchtwassysteem met chemische wasser en waterwasser’ d.d. september 2006 welke u kunt vinden op de website www.infomil.nl.

Zie in verband met systeem BWL 2006.15 ook de nieuwe ‘bijlagen behorende bij het gecombineerd luchtwassysteem met waterwasser, chemische wasser en biofilter’ d.d. september 2006. Ook deze kunt u vinden op de website www.infomil.nl.

In deze bijlagen vindt u monsternameprotocollen en informatie rond standaard onderhoudscontracten en eventuele rendementsmetingen.

Hoofdcategorie E: Kippen

Aan de subcategorie E 1.8 ‘volière huisvesting’ zijn drie nieuwe huisvestingssystemen toegevoegd.

Onder E 1.8.3 met de omschrijving ‘45–55% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,1 m3/dier/uur beluchting, mestbanden minimaal tweemaal per week afdraaien’ is het nieuwe systeem BWL 2006.10 opgenomen. De emissiefactor is 0,030 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Onder E 1.8.4 met de omschrijving ‘30–35% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,4 m3/dier/uur beluchting, mestbanden minimaal éénmaal per week afdraaien’ is het nieuwe systeem BWL 2006.11 opgenomen. De emissiefactor is 0,014 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Onder E 1.8.5 met de omschrijving ‘55–60% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met 0,4 m3/dier/uur beluchting, mestbanden minimaal éénmaal per week afdraaien’ is het nieuwe systeem 2006.12 opgenomen. De emissiefactor is 0,020 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Onder subcategorie E 1.10 is een nieuw systeem ‘biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, niet-batterijhuisvesting’ opgenomen met systeemnummer BWL 2006.03. De emissiefactor is vastgesteld op 0,051 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Als gevolg van deze toevoeging is de subcategorie ‘overige huisvestingssystemen batterijhuisvesting’ omgenummerd tot E 1.12.

Onder subcategorie E 2.13 is een nieuw systeem ‘biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, niet-batterijhuisvesting’ opgenomen met systeemnummer BWL 2006.03. De emissiefactor is vastgesteld op 0,095 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Als gevolg van deze toevoeging is de subcategorie ‘overige huisvestingssystemen batterijhuisvesting’ omgenummerd tot E 2.15.

Onder subcategorie E 4.7 is een nieuw systeem ‘biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, niet-batterijhuisvesting’ opgenomen met systeemnummer BWL 2006.03. De emissiefactor is vastgesteld op 0,174 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Als gevolg van deze toevoeging is de subcategorie ‘overige huisvestingssystemen’ omgenummerd tot E 4.8.

Onder subcategorie E 5.7 is een nieuw systeem ‘biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, niet-batterijhuisvesting’ opgenomen met systeemnummer BWL 2006.03. De emissiefactor is vastgesteld op 0,024 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Onder subcategorie E 5.8 is een nieuw systeem ‘etagesysteem met mestband en strooiseldroging’ opgenomen met systeemnummer BWL 2006.13. De emissiefactor is vastgesteld op 0,020 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Als gevolg van de toevoeging van deze nieuwe systemen is de subcategorie ‘overige huisvestingssystemen’ omgenummerd tot E 5.9.

Opmerking:

In verband met de opname van het systeem BWL 2006.03 in enkele pluimveecategorieën zijn de bijlagen voor biologische wassers iets uitgebreid. De ‘Bijlagen behorende bij het biologisch luchtwassysteem’ d.d. september 2006 vervangen de ‘Bijlagen behorende bij biologische luchtwassers’ d.d. 4 november 1999 van de Stichting Groen Label. Met betrekking tot de overige categorieën zijn de bijlagen inhoudelijk ongewijzigd gebleven. In deze bijlagen vindt u monsternameprotocollen en informatie rond standaard onderhoudscontracten en eventuele rendementsmetingen. U kunt de nieuwe bijlagen vinden op de website www.infomil.nl . De oude bijlagen blijven opvraagbaar bij Infomil.

Hoofdcategorie F: Kalkoenen

De emissiefactor die voorheen gold voor categorie F 4.4 is nu onder vermelding van ‘overige huisvestingssystemen’ te vinden onder nummer F 4.5.

Onder subcategorie F 4.4 is een nieuw systeem ‘biologisch luchtwassysteem 70% emissiereductie, niet-batterijhuisvesting’ opgenomen met systeemnummer BWL 2006.03. De emissiefactor is vastgesteld op 0,204 kg NH3 per dierplaats per jaar.

Als gevolg van de toevoeging van deze nieuwe systemen is de subcategorie ‘overige huisvestingssystemen’ omgenummerd tot E 5.9.

Opmerking:

In verband met de opname van het systeem BWL 2006.03 in enkele pluimveecategorieën zijn de bijlagen voor biologische wassers iets uitgebreid. Zie hiervoor de ‘opmerking’ in de toelichting bij de hoofdcategorie E: kippen.

Hernummering

In onderstaand schema staat in de eerste kolom de Rav-codering weergegeven van systemen die tot de inwerkingtreding van deze regeling nog geen eigen systeemnummer hadden. In de derde kolom staan de nieuw toegekende systeemnummers weergegeven.

A 1.2

loopstal met hellende vloer en giergoot of met roostervloer; beide met spoelsysteem

BWL 2001.28

A 4.1

mechanisch geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie

BWL 2001.29

D 1.1.4.2

ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal; hokoppervlak groter dan 0,35 m2

BWL 2001.14

D 1.1.5.1

halfrooster met verkleind mestoppervlak (max. 60% van het totale hokoppervlak bestaat uit een roostervloer; hokoppervlak maximaal 0,35 m2

BWL 2001.15

D 1.1.5.2

halfrooster met verkleind mestoppervlak (max. 60% van het totale hokoppervlak bestaat uit een roostervloer; hokoppervlak groter dan 0,35 m2 )

BWL 2001.16

D 1.1.12.1

opfokhok met schuine putwand; emitterend mestoppervlak maximaal 0,07 m2, ongeacht groepsgrootte

BWL 2001.13

D 1.1.12.2

opfokhok met schuine putwand; emitterend mestoppervlak groter dan 0,07 m2, echter kleiner dan 0,10 m2, en in kleine groepen, tot 30 biggen, gehuisvest

BWL 2004.06

D 1.2.7

kraamopfokhok met hellende plaat

BWL 2001.17

D 1.2. 9

schuiven in mestgoot

BWL 2001.18

D 1.2.16

Waterkanaal in combinatie met mestpan/-bak of mestkanaal

BWL 2004.07

D 1.3.5

schuiven in mestgoot; alleen toepasbaar bij individuele huisvesting

BWL 2001.19

D 3.1.1

volledig roostervloer; hokoppervlak maximaal 0,8 m2

BWL 2001.20

D 3.2.1.1

gedeeltelijk roostervloer; gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter; hokoppervlak maximaal 0,8 m2

BWL 2001.22

D 3.2.1.2

gedeeltelijk roostervloer; gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter; hokoppervlak groter dan 0,8 m2

BWL 2001.23

D 3.2.2.2

gedeeltelijk roostervloer; mestopvang in en spoelen met NH3-arme vloeistof (inclusief aanzuren); hokoppervlak groter dan 0,8 m2

BWL 2001.24

D 3.2.3.2

gedeeltelijk roostervloer; koeldeksysteem met metalen driekantroostervloer (170% koeloppervlak); hokoppervlak groter dan 0,8 m2

BWL 2001.25

D 3.2.6.1.2

gedeeltelijk roostervloer; koeldeksysteem (200% koeloppervlak); met metalen roostervloer; emitterend mestoppervlak maximaal 0,5 m2

BWL 2004.08

D 3.2.6.2.2

gedeeltelijk roostervloer; koeldeksysteem (200% koeloppervlak); met roostervloer anders dan metaal; emitterend mestoppervlak groter dan 0,6 m2, doch kleiner dan 0,8 m2

BWL 2001.01

D 3.2.10.1

gedeeltelijk roostervloer; bollevloerhok met betonnen morsrooster en metalen driekantrooster; hokoppervlak maximaal 0,8 m2

BWL 2001.26

D 3.2.10.2

gedeeltelijk roostervloer; bollevloerhok met betonnen morsrooster en metalen driekantrooster; hokoppervlak groter dan 0,8 m2

BWL 2001.27

D 3.2.11.1

gedeeltelijk roostervloer; hok met gescheiden mestkanalen; hokoppervlak maximaal 0,8 m2

BWL 2001.02

D 3.2.11.2

gedeeltelijk roostervloer; hok met gescheiden mestkanalen; hokoppervlak groter dan 0,8 m2

BWL 2001.03

D 3.3.1

scharrel vleesvarkens; beddenstal met maximaal 0,14 m2 emitterend mestoppervlak per dier tot 50 kg levend gewicht en met maximaal 0,29 m2 emitterend mestoppervlak per dier vanaf 50 kg levend gewicht

BWL 2001.30

E 1.1

open mestopslag onder de batterij al dan niet voorzien van een mestschuif; flat-deck-kooien, trapkooien of compactkooien voor natte mest

BWL 2001.04

E 1.4

batterij met geforceerde mestdroging; kanalenstal

BWL 2001.05

E 1.5.3

mestbandbatterij met geforceerde mestdroging (voor nageschakelde technieken: zie E 6) batterijhuisvesting volgens categorie E 1.5.1 met chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie

BWL 2001.31

E 1.5.4

mestbandbatterij met geforceerde mestdroging; batterijhuisvesting volgens categorie E 1.5.2 met chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie

BWL 2001.32

E 1.7

grondhuisvesting; strooiselvloer, roostervloer

BWL 2001.06

E 1.8.1

volièrehuisvesting (voor nageschakelde technieken: zie E 6); opfokhuisvesting; minimaal 50% van de leefruimte is rooster, met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages

BWL 2005.02

E 1.8.2

volièrehuisvesting (voor nageschakelde technieken: zie E 6); opfokhuisvesting; 65–70% van de leefruimte roosters met daaronder een mestband met 0,3 m3 per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages

BWL 2005.03

E 2.1

open mestopslag onder de batterij al dan niet voorzien van een mestschuif; flat-deck-kooien, trapkooien of compactkooien voor natte mest

BWL 2001.07

E 2.4

batterij met geforceerde mestdroging; deeppitstal of highrise-stal, kanalenstal

BWL 2001.08

E 2.5.3

mestbandbatterij met geforceerde mestdroging (voor nageschakelde technieken: zie E 6); batterijhuisvesting volgens categorie E 2.5.1 met chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie

BWL 2001.33

E 2.5.4

mestbandbatterij met geforceerde mestdroging (voor nageschakelde technieken: zie E 6); batterijhuisvesting volgens categorie E 2.5.2 met chemisch luchtwassysteem met 90% emissiereductie

BWL 2001.34

E 2.5.5

mestbandbatterij met geforceerde mestdroging (voor nageschakelde technieken: zie E 6); verrijkte kooien met mestbandbeluchting; 0,7 m3 per dier per uur

BWL 2005.11

E 2.7

grondhuisvesting van legrassen; circa 1/3 strooiselvloer + circa 2/3 roostervloer

BWL 2001.09

E 2.9

grondhuisvesting met mestbeluchting via buizen onder de beun

BWL 2001.10

E 2.11.1

volièrehuisvesting (voor nageschakelde technieken: zie E 6); minimaal 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters in minimaal twee etages

BWL 2004.09

E 2.11.2

volièrehuisvesting (voor nageschakelde technieken: zie E 6); 50% van de leefruimte is rooster met daaronder een mestband met beluchting. Mestbanden minimaal tweemaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages

BWL 2004.10

E 2.11.3

volièrehuisvesting (voor nageschakelde technieken: zie E 6); 30–35% van de leefruimte roosters met daaronder een mestband met 0,7 m3 per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages

BWL 2005.04

E 2.11.4

volièrehuisvesting (voor nageschakelde technieken: zie E 6); 55–60% van de leefruimte roosters met daaronder een mestband met 0,7 m3 per dier per uur mestbeluchting. Mestbanden minimaal eenmaal per week afdraaien. Roosters minimaal in twee etages

BWL 2005.05

E 2.12.1

Scharrelhuisvesting (voor nageschakelde technieken: zie E 6); Scharrelstal in twee verdiepingen met mestbanden onder de roosters (twee maal per week afdraaien), bezetting 9 dieren per m2

BWL 2004.11

E 2.12.2

Scharrelhuisvesting (voor nageschakelde technieken: zie E 6); Scharrelhuisvesting met frequente mest- en strooiselverwijdering

BWL 2004.12

E 4.4.1

grondhuisvesting met mestbeluchting; mestbeluchting van bovenaf

BWL 2004.13

E 4.4.2

grondhuisvesting met mestbeluchting; mestbeluchting met verticale slangen in de mest

BWL 2004.14

E 5.5

grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling

BWL 2001.11

E 5.6

vleeskuikenstal met mixluchtventilatie

BWL 2005.10

E 6.4

droogtunnel met geperforeerde banden;

BWL 2005.06

F 4.1

gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer;

BWL 2001.12

F 4.2

chemisch luchtwassysteem 90% emissiereductie

BWL 2001.35

F 4.3

mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering

BWL 2005.07

I 1.1

mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine

BWL 2005.08

I 2.1

mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine

BWL 2005.09

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P.L.B.A. van Geel

  • 1

    Stcrt. 2002, 82; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 8 december 2005 (Stcrt. 2005, 237).

Naar boven