De Minister van Economische Zaken,
Procesverloop
- Grove Energy Limited (hierna te noemen Grove) heeft op 8 augustus
2005 een aanvraag ingediend om een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen
ingevolge artikel 6, van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) voor blok F14, welk
blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling (Stcrt. 2002,
245) gevoegde kaart;
- Naar aanleiding van de onderhavige aanvraag is in het Publicatieblad
van de Europese Unie van 28 december 2005, nr. C 331 en in de Staatscourant
van 11 januari 2006, nr. 8, een uitnodiging geplaatst voor het indienen van
concurrerende aanvragen om een opsporingsvergunning voor het blok F14;
- Binnen de periode van dertien weken na plaatsing van bovenbedoelde
uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese Unie is geen andere aanvraag
om een opsporingsvergunning voor dit blok ontvangen;
- TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep Economische Zaken en Staatstoezicht
op de mijnen hebben op verzoek van de Minister van Economische Zaken bij brieven
gedateerd 4 mei 2006 en 22 mei 2006 advies uitgebracht;
- De Mijnraad heeft op 3 juli 2006 op basis van artikel 105, derde
lid, van de Mijnbouwwet advies uitgebracht (kenmerk MIJR/6047748);
Overwegingen:
- Voor het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt aangevraagd
zijn geen opsporings-, winnings- of opslagvergunningen in werking;
- De beschikbare kennis van de aanvrager omtrent het aangevraagde
gebied is beperkt en de ervaring met betrekking tot het verrichten van mijnbouwkundige
activiteiten gering. Omdat seismische activiteiten en/of booractiviteiten
niet direct na vergunningverlening zullen worden uitgevoerd is het niet nodig
dat kennis, ervaring en organisatie direct volledig aanwezig zijn, maar wel
tijdig voor aanvang van de activiteiten. Op basis van de verstrekte aanvraag
wordt de tijdige beschikbaarheid van de juiste kennis, ervaring en organisatie
mogelijk geacht, maar een verder onderzoek voorafgaande aan de verrichting
van mijnbouwactiviteiten is gewenst;
- De Mijnraad adviseert de Minister van Economische Zaken de opsporingsvergunning
voor een periode van 2 jaar te verlenen. Binnen deze periode kan de vergunninghouder
een onvoorwaardelijk werkprogramma en een passende organisatie voorbereiden.
Indien een langere vergunningstermijn noodzakelijk blijkt te zijn kan de vergunninghouder
een aanvraag om verlenging van de opsporingsvergunning indienen op grond van
artikel 18, derde lid, van de Mijnbouwwet;
- Op grond van bovenstaande adviezen en overwegingen kan een vergunning
voor de duur van 2 jaar verleend worden.
Gelet op:
De artikelen 6, 7, 9, 11, 12, 15, 17, artikel 22, vijfde en zesde lid,
82 en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.7 van de Mijnbouwregeling;
Besluit:
Artikel 1
Aan Grove Energy Ltd wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen
verleend.
Artikel 2
De vergunning geldt voor het blok F14 als aangegeven op de kaart die als
bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling is gevoegd.
Artikel 3
Energie Beheer Nederland B.V. wordt aangewezen als de vennootschap als
bedoeld in artikel 82 van de Mijnbouwwet.
Artikel 4
De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel
uitmaakt van zijn aanvraag.
Artikel 5
De vergunning geldt voor een tijdvak van twee jaren, nadat de beschikking
onherroepelijk is geworden.
Artikel 6
De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de
beschikking is bekendgemaakt.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvragers.
Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit
is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd
bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving
en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage.
Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.