Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2006, 198 pagina 9Overig

Omzetbelasting. Belastingplicht commissarissen

5 oktober 2006

Nr. CPP2006/2138M

Belastingdienst/Centrum voor proces- en productontwikkeling, Sector brieven en beleidsbesluiten

De Minister van Financiën heeft het volgende besloten:

Dit besluit is een samenvoeging van twee besluiten die zijn verschenen op het gebied van de heffing van omzetbelasting bij werkzaamheden van commissarissen. Met dit besluit zijn geen inhoudelijke wijzigingen beoogd. De passage over de loonheffingen is in dit beleidsbesluit niet meer opgenomen omdat deze geen beleidsregels bevat.

1. Inleiding

Commissarissen hebben als lid van de raad van commissarissen, een orgaan van een naamloze of een besloten vennootschap, een toezichthoudende en adviserende taak. Als de commissaris voor zijn werkzaamheden als belastingplichtige wordt aangemerkt, moet hij omzetbelasting in rekening brengen over de vergoeding. Hierbij onderscheid ik twee situaties.

2. Belastingplicht commissarissen

2.1. De vervulling van een commissariaat als nevenwerkzaamheid

Hiervan is sprake als de werkzaamheden nauw verbonden zijn met of in het verlengde liggen van de overige in het bedrijf of beroep plaatsvindende activiteiten. Dit komt onder andere voor bij commissariaten die worden vervuld door advocaten, belastingadviseurs en soortgelijke beroepsbeoefenaren. Als deze personen hun beroep in een maatschap uitoefenen is de maatschap in beginsel omzetbelasting verschuldigd.

Goedkeuring

Op praktische gronden keur ik goed dat het betreffende maatschapslid de factuur uitreikt. Ik stel hierbij als voorwaarde dat de maatschap deze factuur opneemt in de administratie. De goedkeuring heft uiteraard de verschuldigdheid van de belasting van de maatschap niet op.

2.2. De vervulling van een aantal commissariaten als zelfstandige uitoefening van een beroep

Dit is het geval indien het voor de uitoefening van de werkzaamheden vereiste vakmanschap aanwezig is en de werkzaamheden een duurzaam karakter dragen. In de praktijk is in voorkomend geval niet steeds eenvoudig te bepalen of bij de vervulling van slechts enkele commissariaten sprake is van belastingplicht.

Goedkeuring

Om zekerheid te geven over de belastingplicht in deze situatie keur ik het volgende goed.

Heffing van omzetbelasting blijft achterwege bij het vervullen van niet meer dan 4 commissariaten. Commissariaten binnen één concern tellen in dit verband als één commissariaat als de commissaris daarvoor één vergoeding ontvangt. Bij het vaststellen van het aantal commissariaten dat een persoon vervult, kunnen voorts de commissariaten buiten beschouwing blijven:

1. van een oud-directeur van een vennootschap;

2. van een familielid van de directie van een vennootschap;

3. van een directeur of oud-directeur van een binnen concernverband aan de vennootschap gelieerde belastingplichtige;

4. waarvoor geen vergoeding wordt ontvangen of een vergoeding die niet aan de loonheffing is onderworpen.

Deze commissariaten zijn ook niet aan de heffing van omzetbelasting onderworpen als een commissaris voor andere commissariaten belastingplichtig is.

Als een persoon méér dan vier commissariaten vervult, mag heffing achterwege blijven voor de commissariaten waarvoor hij slechts een niet aan de loonheffing onderworpen bedrag ontvangt.

Een commissaris die van deze goedkeuring gebruik maakt, heeft voor dat deel geen recht op aftrek van voorbelasting.

3. Ingetrokken regelingen

De volgende besluiten zijn ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit:

Besluit van 25 oktober 1982, nr. 282-15314;

Besluit van 8 juli 1986, nr. 286-9576.

4. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met de dagtekening van dit besluit.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 5 oktober 2006.
De Minister van Financiën,
namens deze:
de Directeur-GeneraalBelastingdienst, J. Thunnissen.