Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2006, 163 | Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2006, 163 | Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen |
Hoveniersbedrijf in Nederland
Verbindendverklaring CAO-bepalingen
MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelezen het verzoek van het fonds Colland Arbeidsmarktbeleid namens partijen bij bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
Partij(en) te ener zijde: Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners (VHG);
Partij(en) te anderer zijde: FNV Bondgenoten en CNV BedrijvenBond.
Naar aanleiding van dit verzoek is een schriftelijk dispensatieverzoek ingediend door de Koninklijke Vereniging MKB-Nederland namens de werkgeversvereniging Nederlandse Vereniging van Golfbaanaccomodaties. Dit verzoek is toegewezen in de vorm van een afzonderlijke beschikking conform de Algemene wet bestuursrecht.
Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;
Besluit:
Dictum I
Verklaart algemeen verbindend de navolgende bepalingen van bovengenoemde collectieve arbeidsovereenkomst, zulks met inachtneming van hetgeen in de dicta II, III, IV, V en VI is bepaald:
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op:
de werkgevers en werknemers van elke onderneming die hovenierswerkzaamheden, groenvoorzieningswerkzaamheden, boomverzorgingswerkzaamheden, dak- en gevelbegroeningswerkzaamheden, interieurbeplantingswerkzaamheden of greenkeeperswerkzaamheden verricht.
1. In deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt verstaan onder:
a. Hoveniers- en groenvoorzieningswerkzaamheden: Het al dan niet voor derden aanleggen en/of onderhouden van tuinen, parken, plantsoenen, groenstroken, terreinen en begraafplaatsen, een en ander met de daartoe behorende wegen, paden en pleinen in al hun onderdelen, waaronder tevens begrepen het ruimen van sneeuw in het voornoemde. Dit alles met inbegrip van het bijleveren van alle daarvoor benodigde materialen en andere producten in de meest ruime zin van het woord. Onder Hoveniersbedrijf wordt niet verstaan een onderneming, welke zich uitsluitend of in hoofdzaak bezighoudt met de voorbereidende grondwerkzaamheden.
b. Boomverzorgingswerkzaamheden: Het voor derden planten en/of verplanten en/of verzorgen van zowel de bovengrondse als ondergrondse delen van bomen, met inbegrip van de voorbereidende werkzaamheden. Dit alles met inbegrip van het bijleveren van alle daarvoor benodigde materialen en andere producten in de meest ruime zin van het woord.
c. Dak- en gevelbegroeningswerkzaamheden: Het voor derden aanleggen en/of onderhouden van daktuinen, danwel beplantingsvormen op daken of tegen gevels.
d. Interieurbeplantingswerkzaamheden: Het voor derden plaatsen en/of onderhouden van interieurbeplantingen met inbegrip van het bijleveren van alle daarvoor benodigde materialen en andere producten in de meest ruime zin van het woord.
e. Greenkeeperswerkzaamheden: Het aanleggen en/of onderhouden van golfterreinen een en ander met de daartoe behorende wegen, paden en pleinen in al hun onderdelen, waaronder tevens begrepen het ruimen van sneeuw in het voornoemde. Dit alles met inbegrip van het bijleveren van alle daarvoor benodigde materialen en andere producten in de meest ruime zin van het woord.
Voor de leesbaarheid van de cao worden alle voornoemde werkzaamheden in het vervolg hovenierswerkzaamheden genoemd en het bedrijf waarin dit gebeurt wordt hoveniersbedrijf genoemd.
f. Werkgevers: zij, die hovenierswerkzaamheden al dan niet in een hoveniersbedrijf doen verrichten.
g. Werknemers: zij, die bij een werkgever krachtens een overeenkomst tot het verrichten van arbeid persoonlijk werkzaam zijn, tenzij op grond van lid 2 een andere cao op de arbeidsverhouding van toepassing is, alles met uitzondering van hen, die de feitelijke leiding hebben van een onderneming.
h. Deeltijdwerker: de werknemer die is aangesteld voor minder dan gemiddeld 37 uur per week.
i. Arbeidsgehandicapte werknemer: werknemer, die ten gevolge van lichamelijke en/of geestelijke gesteldheid de bedongen en/of gebruikelijke arbeid niet op normale wijze kan verrichten.
j. Cao-loon: het bedrag als vermeld in de loongroepen dan wel hiervan afgeleid op grond van de desbetreffende bepalingen inzake loonsverhogingen, leeftijd, functie en periodiek.
k. Feitelijk loon: het cao-loon of een hoger overeengekomen loon.
l. Maandloon: het weekloon vermenigvuldigd met 4,35.
m. Uurloon: het feitelijk loon per week gedeeld door de gemiddelde arbeidsduur per week op basis van artikel 17, zijnde 37 uur, of een overeenkomstig deel van het feitelijk loon per maand, zijnde 1/161.
n. Jaarloon: het maandloon vermenigvuldigd met 12.
o. ADV dagen (voorheen roostervrije dagen): dagen waarop de werknemer volgens rooster vrijaf heeft met behoud van loon.
p. Bedrijfstak: de gezamenlijke ondernemingen, waarvoor deze cao geldt.
q. Opstappunt: de plaats van waar gezamenlijk wordt afgereisd, niet zijnde de woning of de vestiging, naar de plaats waar de werkzaamheden worden uitgevoerd.
r. BB-opleiding: Beginnend Beroepsbeoefenaar niveau 2.
s. ZB-opleiding: Zelfstandig Beroepsbeoefenaar niveau 3.
t. BTER-loon (BTER = bedrijfstakeigenregeling):
Dit is het loon uit een dienstbetrekking overeenkomstig Hoofdstuk II van de Wet op de Loonbelasting 1964, waarbij artikel 11, eerste lid, onderdeel j en artikel 10 lid 4 buiten toepassing blijven.
2. Als op een bedrijf meer cao’s van toepassing kunnen zijn, hoeft voorliggende cao niet te worden toegepast als de hierin genoemde werkzaamheden ondergeschikte betekenis hebben in de bedrijfsvoering.
4. Waar in deze cao het woord „werknemer’’ of „zijn’’ is geschreven wordt tevens „werkneemster’’ of „haar’’ bedoeld.
1. Onder vakvolwassen werknemers wordt verstaan werknemers van 21 jaar en ouder.
2. Onder jeugdige werknemers wordt verstaan werknemers van 20 jaar en jonger.
3. Onder oudere werknemers wordt verstaan werknemers van 55 jaar en ouder.
1. De functies van de werknemers zijn of worden op basis van het ORBA-systeem van functiewaardering ingedeeld in functiegroepen. De indeling is vermeld in het handboek „Functiewaardering groene sector’’ en is van toepassing op deze cao. Zie bijlage XV. In bijlage X van deze cao is het referentiefunctieraster vermeld.
2.
a. De functie-indeling is niet van toepassing op de volgende categorieën medewerkers:
– gelegenheidswerkers, zoals scholieren die werkzaam zijn in de perioden van de schoolvakanties (vakantiewerkers)
– werknemers die in het kader van speciale arbeidsmarktvoorzieningen in de bedrijfstak worden geplaatst en vallen onder plaatsingsbevorderende subsidieregelingen, waarvoor betaling van het wettelijk minimumloon een vereiste is.
b. Voor de onder a. genoemde werknemers die in het kader van speciale arbeidsmarktvoorzieningen in de bedrijfstak worden geplaatst en vallen onder plaatsingsbevorderende subsidieregelingen, waarvoor betaling van het wettelijk minimumloon een vereiste is, wordt uiterlijk na 3 maanden de onder a. genoemde beloning verhoogd naar 110% en uiterlijk na 6 maanden naar 120% van het wettelijk minimumloon, c.q. wettelijk minimumjeugdloon.
Beide groepen worden beloond conform het wettelijk minimum(jeugd)loon, met dien verstande dat 22 jaar gelijk is aan 100% van het minimumloon voor volwassenen, tenzij dat op grond van de regelingen niet toegestaan is.
b. Voor de onder a. genoemde werknemers die in het kader van speciale arbeidsmarktvoorzieningen in de bedrijfstak worden geplaatst en vallen onder plaatsingsbevorderende subsidieregelingen, waarvoor betaling van het wettelijk minimumloon een vereiste is, wordt uiterlijk na 3 maanden de onder a. genoemde beloning verhoogd naar 110% en uiterlijk na 6 maanden naar 120% van het wettelijk minimumloon, c.q. wettelijk minimumjeugdloon.
3. Daarnaast is de functie-indeling niet van toepassing op uitvoerders, administratief personeel en bedrijfsleiders. Voor deze categorieën medewerkers dient de beloning alsmede de arbeidstijd in onderling overleg tussen werkgever en werknemer overeengekomen te worden. De overige arbeidsvoorwaarden in de cao zijn op deze groepen wel van toepassing.
4. De werknemers worden in één van de volgende functiegroepen ingedeeld. De hieronder vermelde functies betreffen referentiefuncties.
| Functiegroep 1 | Functiegroep 2 |
| Medewerker Hovenier | Assistent Hovenier |
| Medewerker Groenvoorziening | Assistent Groenvoorziening |
| Medewerker Interieurbeplanter | Assistent Boomverzorger |
| Medewerker Golfbanen | Machinist |
| Functiegroep 3 | Functiegroep 4 |
| Hovenier | Hovenier A |
| Groenvoorziener | Groenvoorziener A |
| Boomverzorger | Greenkeeper |
| Servicemedewerker Interieurbeplanting | Machinist A |
| Functiegroep 5 | Functiegroep 6 |
| Allround Hovenier | Voorman A Hovenier |
| Voorman Hovenier | Voorman A Groenvoorziening |
| Voorman/Wijkbeheerder | Voorman A Boomverzorger |
| Allround Boomverzorger | Hoofd Greenkeeper |
| Teamleider Interieurbeplanting | |
| Machinist/Voorman | |
| Monteur |
1.
a. Arbeidsovereenkomsten moeten schriftelijk worden vastgelegd. Van de getekende arbeidsovereenkomst behouden werkgever en werknemer ieder een exemplaar.
b. Alle dienstverbanden moeten door de werkgever binnen een maand ter registratie worden aangeboden bij UWV middels de door UWV voorgeschreven formulieren.
2. In de schriftelijke arbeidsovereenkomst, zoals bedoeld in lid 1 sub a, moeten bepalingen worden opgenomen omtrent:
– de aard van het dienstverband;
– de duur van het dienstverband;
– bij een deeltijddienstverband: de wekelijkse arbeidsduur;
– in welke functie de werknemer bij het aangaan van de overeenkomst werkzaam zal zijn;
– de aard van de werkzaamheden;
– het loon;
– alle overeengekomen toeslagen;
– andere onderwerpen waarover partijen regeling wensen.
3. Indien een structurele wijziging optreedt in het niveau van de werkzaamheden, dient de arbeidsovereenkomst te worden aangepast.
4. In de arbeidsovereenkomst kan schriftelijk een wederzijdse proeftijd worden overeengekomen van maximaal 2 maanden. In afwijking van artikel 7:652 Burgerlijk Wetboek geldt dit zowel voor dienstverbanden voor onbepaalde als bepaalde tijd.
5. Bepalingen in de arbeidsovereenkomst welke voor de werknemer in negatieve zin afwijken van de cao zijn nietig.
1. Een vast dienstverband kan alleen voor onbepaalde tijd worden aangegaan, met dien verstande dat gedurende de eerste 12 maanden van het dienstverband er geen opzegging mag plaatsvinden. Opzegging is wel mogelijk gedurende de proeftijd, indien tussen de betreffende werkgever en werknemer een rechtens geldende proeftijd overeengekomen werd.
2. Vaste dienstverbanden kunnen worden onderscheiden in dienstverbanden:
– voor de volledige werkweek (conform artikel 17);
– in deeltijd.
3. Een deeltijddienstverband wordt aangegaan voor minimaal 6 uren per week en de werktijd per dag bedraagt ten minste 3 uren.
4. Het is de werkgever verboden gebruik te maken van afroepkrachten (0-urencontract).
5. In de arbeidsovereenkomst wordt:
a. ofwel het arbeidspatroon vastgelegd, onder vermelding van de werkdag(en) en de tijdstippen;
b. ofwel het aantal uren per week vastgelegd, met dien verstande dat de werkgever en werknemer in onderling overleg minimaal een week van tevoren de dag(en) waarop er gewerkt wordt bepalen.
6. Deeltijdwerkers kunnen niet worden verplicht meer uren of op andere tijdstippen te werken dan is overeengekomen.
7. Voor werknemers met een deeltijddienstverband zijn de bepalingen van deze cao altijd naar rato van toepassing, met uitzondering van artikel 38.
8. Een los dienstverband kan ongeacht het aantal arbeidsuren voor een bepaalde tijd of voor bepaald werk worden aangegaan.
Beroepspraktijk vormingsovereenkomst
9. Werknemers die een opleiding volgen binnen een erkende beroepsopleiding, zullen werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, welke gedurende de opleiding is gekoppeld aan een leerovereenkomst.
1. In afwijking van artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek worden sommige arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd niet meegeteld bij de vaststelling of sprake is van een keten van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die recht geeft op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Dit betreft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die:
a. volledig bestemd is voor scholing die de werknemer geniet ten behoeve van zijn werkzaamheden bij de betreffende werkgever (dit geldt ook voor de beroepspraktijk vormingsovereenkomst), ongeacht het aantal overeenkomsten en het aantal dagen per overeenkomst, of
b. uitsluitend is aangegaan voor werkzaamheden ter voorkoming of beperking van de gevolgen van calamiteiten in verband met weersomstandigheden, ongeacht het aantal overeenkomsten en het aantal dagen per overeenkomst, of
c. is aangegaan voor overige incidentele werkzaamheden, ongeacht het aantal overeenkomsten, mits het totaal aantal gewerkte dagen op basis van deze overeenkomst(en) niet meer dan 10 per jaar bedraagt.
d. genoemd wordt in artikel 9 lid 3, voorzover het de maand verlenging betreft.
2. In afwijking van artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek geldt voor de uitzendkracht die een los dienstverband aangaat dat zijn eerdere arbeidsovereenkomsten bij uitzendbureaus als 1 schakel van de keten van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd worden aangemerkt.
1. De dienstbetrekking eindigt:
a. onmiddellijk bij beëindiging door de werkgever of de werknemer
– gedurende de proeftijd als deze is overeengekomen;
– of wegens een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 en 7:679 Burgerlijk Wetboek;
b. bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd;
c. voor werknemers, die voor bepaalde tijd of voor een bepaald werk in dienst zijn, van rechtswege zonder dat opzegging vereist is, op het vooraf bepaalde tijdstip of bij voltooiing van het bepaalde werk;
d. voor werknemers die in dienst zijn op grond van een beroepspraktijk vormingsovereenkomst op het moment dat de leerovereenkomst eindigt op initiatief van de werknemer of wordt beëindigd op grond van de Wet Educatie Beroepsonderwijs;
e. bij wederzijds goedvinden;
f. bij ontbinding door de kantonrechter;
g. bij opzegging door de werkgever of werknemer, waarbij de werkgever toestemming nodig heeft van de functionaris juridische zaken van de Centrale organisatie Werk en Inkomen.
2. Een voor bepaalde tijd of voor een bepaald werk aangegaan dienstverband kan worden voortgezet. Indien het dienstverband, na het verstrijken van de overeengekomen tijd, zonder tegenspraak wordt voortgezet, wordt het geacht voor dezelfde tijd, maar telkens ten hoogste voor een jaar, op de vroegere voorwaarden wederom te zijn aangegaan.
3. In afwijking van artikel 7:668 Burgerlijk Wetboek hebben werkgever en werknemer het recht om in onderling overleg een overeenkomst voor bepaalde tijd of voor een bepaald werk eenmaal per jaar te verlengen met maximaal 1 maand zonder dat aan het einde van de verlengde overeenkomst opzegging vereist is (zie artikel 8 lid1 sub d).
4. De werknemer die een los dienstverband heeft en na afloop van de arbeidsovereenkomst binnen een periode van een jaar wederom bij dezelfde werkgever in dezelfde functie in dienst treedt, zal in het volgende dienstverband geen slechtere arbeidsvoorwaarden krijgen en zijn eerder opgebouwde periodiek/periodieken zullen blijven bestaan. Er zal geen proeftijd worden overeengekomen.
1. Behoudens het gestelde in lid 2 geldt dat indien de werkzaamheden ten gevolge van weersomstandigheden, ongeacht de tijdsduur, geen doorgang kunnen vinden:
– de werkgever gehouden is het feitelijk loon door te betalen.
– de werknemer gehouden is ten behoeve van de werkgever op het bedrijf andere werkzaamheden te verrichten of in overleg elders andere werkzaamheden te verrichten.
2. Ingeval van onwerkbaar weer of gebrek aan werk kan in plaats van hetgeen is bepaald in lid 1 door de werkgever gebruik worden gemaakt van de saldi van respectievelijk flex ADV en flex TVT zoals genoemd in artikel 19 en onder de daarin genoemde voorwaarden. Dit is van toepassing op werknemers met een vast dienstverband dan wel een los dienstverband voor 1 jaar of langer.
Als de saldi van de flex ADV en flex TVT volledig zijn benut, geldt vervolgens weer lid 1 van dit artikel.
3. Voor werknemers met een los dienstverband korter dan 1 jaar, geldt het gestelde onder lid 2 met dien verstande dat er dan geen sprake is van flex TVT.
4. Lid 2 en 3 zijn niet van toepassing als de werkgever gebruik maakt van een 38-urige werkweek, zoals genoemd in art 17 lid 1b.
5. Conform het gestelde in de artikelen 18 en 19 is het niet mogelijk flex ADV of flex TVT aan te wijzen voor kortstondige werkonderbrekingen als gevolg van weersomstandigheden.
1. Opzegging van een vast dienstverband geschiedt zodanig dat het einde van de arbeidsovereenkomst samenvalt met het einde van de betalingsperiode.
2. De door de werkgever in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt bij een arbeidsovereenkomst die op de dag van opzegging:
a. korter dan 5 jaar heeft geduurd: 1 maand;
b. 5 jaar of langer, maar korter dan 10 jaar heeft geduurd: 2 maanden;
c. 10 jaar of langer, maar korter dan 15 jaar heeft geduurd: 3 maanden;
d. 15 jaar of langer heeft geduurd: 4 maanden.
Voor werknemers van 50 jaar en ouder bedraagt de termijn van opzegging minimaal 3 maanden.
3. De door de werknemer in acht te nemen termijn van opzegging bedraagt 1 maand.
4. Indien de toestemming, bedoeld in artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen, is verleend, wordt de termijn van opzegging, bedoeld in lid 2, verkort met 1 maand, met dien verstande dat de resterende termijn van opzegging tenminste 1 maand bedraagt.
5. De werknemer dient zich te houden aan de regels die bij ziekteverzuim in de onderneming gelden en dient voldoende medewerking te verlenen aan de reïntegratieverplichtingen volgens de Wet Verbetering Poortwachter (WVP).
a. De werkgever kan niet opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, tenzij de ongeschiktheid een aanvang heeft genomen nadat een verzoek om toestemming als bedoeld in artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen door de Centrale organisatie Werk en Inkomen is ontvangen.
b. Indien na 2 jaren van arbeidsongeschiktheid (ongeacht het arbeidsongeschiktheidspercentage) door de arbeidsdeskundige wordt vastgesteld dat er geen passende reïntegratiemogelijkheden zijn binnen het bedrijf van de werkgever, dan kan het dienstverband worden beëindigd op voorwaarde dat volgens het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV) voldoende reïntegratie-activiteiten zijn verricht.
c. Indien volgens het UWV onvoldoende reïntegratie-activiteiten door de werkgever zijn verricht, is ontslag wegens arbeidsongeschiktheid na 2,5 jaar van arbeidsongeschiktheid mogelijk.
d. Indien de werknemer zonder gegronde redenen geen of onvoldoende medewerking verleent aan bovenstaande bepalingen heeft de werkgever de mogelijkheid om de loondoorbetaling inclusief de aanvulling, na voorafgaande waarschuwing te staken en kan de werkgever, ongeacht hetgeen is bepaald in lid b en c het dienstverband beëindigen via de daartoe aangewezen weg.
1. Bij beëindiging van de dienstbetrekking is de werkgever verplicht de werknemer een ontslagbewijs te verstrekken.
2. Deze verplichting geldt niet, indien de werknemer zich niet heeft gehouden aan de tussen partijen geldende regeling betreffende de opzegging.
1. Onder arbeidstijd wordt in deze cao verstaan de tijd welke de werknemer:
a. werkzaamheden verricht dan wel daartoe ter beschikking van de werkgever moet blijven;
b. geen arbeid verricht in verband met de viering van een erkende christelijke feestdag, dan wel in verband met de viering van de verjaardag van de koningin of 5 mei, een en ander voor zover niet op zaterdag of zondag vallend;
c. geen arbeid verricht wegens arbeidsongeschiktheid of ongeval dan wel wegens vakantie, vakopleiding of kort verzuim, een en ander voor zover niet op zaterdag of zondag vallend;
d. geen arbeid verricht wegens een ADV dag;
e. geen arbeid verricht wegens het volgen van een cursus, het bijwonen van werkoverleg of een toolbox-meeting, een en ander voor zover het in opdracht van de werkgever plaatsvindt;
f. de eventuele rustpauzes houdt, waaronder wordt verstaan rusttijden in de voor- en namiddag van minder dan 10 minuten.
1. Behoudens het gestelde in artikel 20 wordt geen arbeid verricht op onderstaande dagen:
a. op zaterdag en zondag
b. op Nieuwjaarsdag en eerste en tweede Kerstdag;
c. op tweede Paasdag, Hemelvaartsdag en tweede Pinksterdag;
d. op de dag waarop de verjaardag van de koningin wordt gevierd;
e. op 5 mei (behoudens het gestelde in artikel 19) met dien verstande dat, indien het bedrijfsbelang zich hiertegen verzet, tussen werkgever en werknemer zal worden overeengekomen dat laatstgenoemde op een andere datum een dag vrijaf neemt. In dat geval zal een andere vervangende vrije dag worden vastgesteld in het betreffende jaar en wel tussen 1 april en 1 november van dat jaar. In het geval de werknemer aannemelijk kan maken dat hij om zwaarwegende principiële redenen vrijaf op 5 mei wenst, dan zal de werknemer op 5 mei vrijaf worden gegeven;
f. op Goede Vrijdag en op bid- en dankdagen, alsmede op 1 mei indien en voor zover de werknemer er prijs op stelt deze als gedenkdag(en) te vieren (zie ook artikel 47 lid 1);
g. door werknemers die de islamitische godsdienst belijden op de dag na de islamitische vastentijd (zie ook artikel 47 lid 1).
1. Tenzij de werkgever en de werknemer anders zijn overeengekomen, begint en eindigt de arbeidsdag op de vaste vestigingsplaats van de werkgever of op een door de werkgever aan te wijzen object, mits dit object minder ver dan de vaste vestigingsplaats van de werkgever dan wel minder dan 15 kilometer van de woonplaats van de werknemer verwijderd is.
2. De vaststelling van de tijdstippen van aanvang en einde van de schafttijden geschiedt in onderling overleg tussen werkgever en werknemer. De totale schafttijd moet minimaal een half uur en mag maximaal anderhalf uur bedragen.
3. Niet tot de schafttijden worden gerekend de eventuele rustpauzes in de voor- en namiddag van minder dan 10 minuten. De werkgever dient mee te werken aan het opnemen van deze rustpauzes.
1.
a. Op jaarbasis bedraagt de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd 37 uur. Dit wordt bereikt door een gemiddelde werkweek van 40 uur en 20 ADV dagen per jaar, met inachtneming van het gestelde in artikel 18 en 19.
b. De werkgever kan in afwijking van lid 1a besluiten dat voor een werknemer een gemiddelde werkweek van 37 uur wordt bereikt door een werkweek van 38 uur en 6,5 ADV dagen per jaar. Artikel 19 is dan niet van toepassing.
c. Los van overwerk conform artikel 20, bedraagt de maximale werktijd per dag in principe 9 uur, exclusief schaft- en reistijd.
d. Los van overwerk conform artikel 20 bedraagt de maximale werkdag in principe 11 uur, inclusief schaften reistijd. Gerekend wordt vanaf de vestiging van de werkgever of vanaf het door de werkgever aangewezen opstappunt (zie artikel 37 lid 8) of vanaf de woning, indien men rechtstreeks reist naar de plaats waar gewerkt wordt.
2. De vaststelling van de tijdstippen van aanvang en einde van de arbeidsdag geschiedt, met inachtneming van hetgeen is overeengekomen ten aanzien van de schafttijden als bedoeld in artikel 16 lid 2, in onderling overleg tussen werkgever en werknemer, met dien verstande dat:
a. de normale bedrijfstijd tussen 06.00 uur en 19.00 uur is;
b. alle gewerkte uren die vallen buiten de normale bedrijfstijd, als overuren worden beschouwd;
3.
a. In geval van arbeidstijden zoals beschreven in lid 1a kan gebruik worden gemaakt van de overlegregeling die vermeld is in de Arbeidstijdenwet met uitzondering van het gestelde in lid 3c.
b. In geval van arbeidstijden zoals beschreven in lid 1b is de standaardregeling van de Arbeidstijdenwet van toepassing.
c. Met betrekking tot nachtarbeid geldt de standaardregeling van de Arbeidstijdenwet.
4. Indien er consignatiediensten worden verricht, zullen er op bedrijfsniveau conform artikel 34a afspraken worden gemaakt over de gevolgen daarvan met betrekking tot de arbeidstijden.
1. Bij een werkschema zoals genoemd in artikel 17 lid 1a worden:
– van de genoemde 20 ADV dagen voor vaste werknemers en werknemers met een los dienstverband voor 1 jaar of langer, 15 ADV dagen aangemerkt als flex ADV dagen. De overige 5 ADV dagen worden aangemerkt als vrij opneembare ADV dagen.
– voor werknemers met een los dienstverband korter dan 1 jaar, de ADV dagen voor de helft aangemerkt als flex ADV dagen en voor de andere helft als vrij opneembare ADV dagen.
Voor de toepassing van de flex ADV dagen wordt verwezen naar artikel 19.
2. Bij een werkschema zoals genoemd in artikel 17 lid 1b worden alle ADV dagen aangemerkt als vrij opneembare ADV dagen.
3. De vrij opneembare ADV dagen als bedoeld in lid 1 en 2 worden in overleg tussen de werkgever en de betrokken werknemer vastgesteld.
4. Ingeval vastgestelde ADV dagen niet zijn genoten vanwege arbeidsongeschiktheid, zijn deze dagen vervallen.
5. De werknemer die arbeidsongeschikt is, behoudt gedurende de laatste 4 weken waarin de arbeid niet werd verricht, aanspraak op ADV dagen.
6. Indien door arbeidsongeschiktheid de werknemer niet aan zijn volledige ADV opbouw komt, worden de daadwerkelijk opgebouwde ADV rechten naar rato (in verhouding 3 : 1) verdeeld over de flex ADV dagen en de vrij opneembare ADV dagen.
7. Vrij opneembare ADV dagen welke op het einde van het kalenderjaar niet zijn opgenomen komen te vervallen, tenzij dit op het verzoek van de werkgever is gebeurd. In dat geval worden niet genoten ADV dagen uitgekeerd tegen 130%.
NB: zie artikel 18 voor de groepen werknemers waarop dit van toepassing is.
1. Jaarlijks worden, met in achtneming van artikel 18, per werknemer op 1 april de flex ADV dagen die de navolgende 12 maanden worden opgebouwd tegen 8 uur per dag bijgeboekt in de flex ADV pot. Voor de werknemer die op enig moment in dienst treedt worden de flex ADV dagen, waarop hij recht heeft tot 1 april daaropvolgend, naar rato bijgeboekt in de flex ADV pot.
2. Indien door het bijboeken van de flex ADV uren het saldo groter wordt dan 200 uren wordt het meerdere uitgekeerd tegen 130%. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de oudste flex ADV rechten als eerste worden uitbetaald.
3. Ingeval van onwerkbaar weer of gebrek aan werk kan de werkgever door het gehele jaar dagen of dagdelen uit de pot aanwijzen. Deze aanwijzing dient te geschieden voor aanvang van de betreffende dag of het betreffende dagdeel. Daarnaast is het mogelijk om uren uit de flex ADV pot in te zetten in een rooster. Dit rooster wordt voor aanvang van de week bekend gemaakt. In geval van arbeidsongeschiktheid geldt, ongeacht het van toepassing zijnde rooster, dat er geen wijzigingen plaatsvinden in het saldo van de flex ADV pot. In geval van een vakantiedag geldt dat het aantal af te boeken vakantie-uren conform is met het van toepassing zijnde rooster en dat een eventueel verschil met een normale werkdag van acht uur ten laste komt van het saldo van de flex ADV pot.
4. Opname van de uren zoals genoemd in lid 3 vindt plaats in een verhouding 1 op 1. Dat wil zeggen 1 uur uit de pot is 1 uur vrij. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat de oudste flex ADV rechten als eerste worden aangewend.
5. Niet aangewezen flex ADV dagen worden niet afgerekend maar blijven in de pot, met inachtneming van het gestelde in lid 2.
NB: zie artikel 11 lid 3 en 4 voor de groepen werknemers waarop dit niet van toepassing is.
6. Bij een werkschema zoals genoemd in artikel 17 lid 1a is er naast de flex ADV pot een flex tijd voor tijd (TVT) pot. Deze geldt voor alle werknemers met een vast dienstverband, danwel een los dienstverband voor 1 jaar of langer.
Deze flex TVT pot wordt gevuld door:
– 5 mei (8 uren), voor zover deze dag op een werkdag valt (zie artikel 15 lid1 sub e)
– reistijden
– het 9e gewerkte uur op een dag tegen 100%
– overwerkuren tegen het geldende overwerkpercentage
7. In de periode van 1 april tot 1 april van het daaropvolgende jaar wordt door de werknemer maximaal 90 uren in de flex TVT pot gespaard, tenzij een maximum van 120 uren is overeengekomen. Dit maximum van 120 uren kan worden overeengekomen in overleg tussen werkgever en OR/PVT. In bedrijven met minder dan tien werknemers dient dit in overleg met het voltallige personeel te geschieden, waarbij de meerderheid van het personeel dat aan de regeling deelneemt hiermee moet instemmen. Indien door tussentijdse aanwijzing van TVT uren het spaarsaldo de 90 c.q 120 niet bereikt, blijft het maximaal aantal te sparen uren door de werknemer in genoemde periode 90 c.q. 120 uren.
8. Totdat het in lid 7 genoemde maximale aantal uren is bereikt, zal geen van de in lid 6 genoemde uren worden uitbetaald, maar deze zullen aan de flex TVT pot worden toegevoegd.
9. Indien het maximum aantal gespaarde uren genoemd in lid 7 is bereikt, of het saldo van de flex TVT pot meer dan 200 uren bedraagt (door werknemersreservering conform lid 13), worden alle meerdere uren zoals genoemd in lid 6 uitbetaald tegen het geldende percentage, met dien verstande dat het 9e gewerkte uur op een dag wordt vergoed tegen 130%.
10. Met inachtneming van het gestelde in lid 14 kan de werkgever ingeval van onwerkbaar weer of gebrek aan werk door het gehele jaar dagen of dagdelen uit de pot aanwijzen. Deze aanwijzing dient te geschieden voor aanvang van de betreffende dag of het betreffende dagdeel. Daarnaast is het mogelijk om uren uit de flex TVT pot in te zetten in een rooster. Dit rooster wordt voor aanvang van de week bekend gemaakt. In geval van arbeidsongeschiktheid geldt, ongeacht het van toepassing zijnde rooster, dat er geen wijzigingen plaatsvinden in het saldo van de flex TVT pot. In geval van een vakantiedag geldt dat het aantal af te boeken vakantie-uren conform is met het van toepassing zijnde rooster en dat een eventueel verschil met een normale werkdag van acht uur ten gunste of ten laste komt van het saldo van de flex TVT pot.
11. Bij aanwijzing van flex TVT uren zoals gesteld in lid 10 wordt door de werkgever een toeslag van 33⅓% in tijd gegeven over de uren die uit de flex TVT pot worden gehaald. (Opname van 45 minuten uit de pot levert 60 minuten doorbetaalde vrije tijd op).
12. Op 1 april van elk jaar wordt een eventueel restant saldo van de flex TVT pot uitbetaald tegen 100%, of op verzoek van de werknemer op een later moment in vrije tijd opgenomen.
13. Uitsluitend op verzoek van de werknemer kan een eventueel restant saldo op 1 april in de pot blijven staan.
14. Bij opname van uren ten behoeve van onwerkbaar weer en gebrek aan werk geldt de navolgende volgorde:
a) Uit de flex ADV pot;
b) Uit de flex TVT pot, als het saldo genoemd in lid a volledig is benut.
15. De werkgever dient ten behoeve van de flex ADV pot en de flex TVT pot voor de werknemer een inzichtelijke registratie bij te houden. Op verzoek van de werknemer overlegt de werkgever de registratie welke gegevens bevat betreffende de opbouw, de benutting en de saldi. Minimaal 1 maal per maand verstrekt de werkgever een overzicht van de betreffende saldi.
16. In geval een werknemer dan wel namens hem het medezeggenschapsorgaan of een bij deze cao betrokken vakbond hierom verzoekt, dient de werkgever hem ervan te overtuigen dat de financiële draagkracht van het bedrijf zodanig is dat de spaarsaldi geen onverantwoorde risico’s lopen.
17. In afwijking van de hiervoor genoemde regelingen wordt de mogelijkheid geboden om in overleg met OR/PVT individuele afspraken te maken waarin verder maatwerk is verwerkt op het gebied van:
– startdatum;
– benedenwaartse afwijking van het in lid 7 genoemde maximum aantal te sparen aantal uren;
– afrekendata;
– dagvenster (gemaximeerd op 13 uren).
18. In geval de werktijden ten gevolge van deze flexibiliteitsbepalingen voor een individuele werknemer zodanig zwaarwegende belemmeringen opleveren voor zijn persoonlijke omstandigheden, dat deze redelijkerwijze niet van hem gevergd kunnen worden zal de werkgever in overleg met de betrokken werknemer een passend alternatief ontwikkelen. Aan de zijde van de werknemer is er een inspanningsverplichting om de omstandigheden die de belemmering opleveren zo kort mogelijk te laten voortduren.
1. Voor zover de bedrijfsomstandigheden zulks dringend vorderen is het de werkgever toegestaan, nadat hij overleg heeft gepleegd met de betrokken werknemers, de werknemers die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, werkzaamheden te laten verrichten op andere tijden en gedurende een langere tijd dan op grond van dit hoofdstuk is toegestaan. Dit laat onverlet artikel 5:4 Arbeidstijdenwet.
2. De werknemers die bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 50 jaar hebben bereikt, kunnen niet tot overwerk boven het negende uur en in de weekenden worden verplicht. In geval sprake is van arbeidstijden zoals genoemd in artikel 17 lid 1b, kan de betreffende werknemer in het geheel niet tot overwerk worden verplicht.
3. De uit lid 1 voortvloeiende overschrijding mag niet meer bedragen dan:
a. 70 uur per jaar, aan te wenden op de dagen van maandag tot en met vrijdag dan wel op zaterdagmorgen, waarbij het negende uur in het kader van de flexibiliteitsregeling tot het bereiken van het gestelde maximum niet als overuur wordt aangemerkt. Indien gebruik wordt gemaakt van arbeidstijd zoals omschreven in artikel 17a lid 1b, geldt een maximum aantal overuren van 100 per jaar, aan te wijzen op de dagen van maandag tot en met vrijdag dan wel op zaterdagmorgen; en
b. 50 uur per jaar, en wel uitsluitend voor zover het calamiteiten betreft op tweede Paasdag, tweede Pinksterdag en tweede Kerstdag en op zondagen.
4. Indien in een bepaalde periode volgens het vastgestelde schema meer dan 42,5 uur per week wordt gewerkt, kan de werknemer niet worden verplicht om in het weekeinde overwerk te verrichten.
5. De werknemer heeft recht op 4 vrije zondagen per 13 weken.
Alle bedragen genoemd in deze cao zijn bruto, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven.
1. Bij de functies zoals genoemd in artikel 3 lid 4, behoren loongroepen die periodieken bevatten.
2. De vakvolwassen werknemer ontvangt het cao-loon behorend bij zijn functie.
3. De vakvolwassen werknemer ontvangt bij indiensttreding als regel het cao-loon bij 0 periodieken. Op grond van elders verkregen vaardigheden en/of opgedane ervaring kunnen 1 of meer periodieken worden toegekend.
4. Elk jaar op 1 januari krijgt de werknemer er een periodiek bij, mits hij tenminste 6 maanden in dienst is, totdat hij het maximum van zijn loonschaal heeft bereikt.
5. Bij onvoldoende functioneren van de werknemer kan de werkgever de toekenning van een periodiek maximaal een jaar opschorten, echter op voorwaarde dat de werkgever de werknemer per aangetekend schrijven de redenen van zijn onvoldoende functioneren meedeelt.
6. Bij zeer goed functioneren van de werknemer kan de werkgever besluiten de werknemer meer periodieken toe te kennen.
7. In het geval een werknemer een hogere functionaris langer dan een maand vervangt, zal de betrokken werknemer het verschil in cao-loon en het loon van de waargenomen functie bij 0 periodieken tenminste eenmaal per maand worden uitbetaald.
1. Bij uitbetaling van het loon zal de werkgever aan de werknemer een schriftelijke specificatie geven.
2. Indien in overleg tussen werkgever en werknemer overschakeling naar maandloonbetaling wordt overeengekomen, kan tevens onderling worden vastgesteld welk voorschot per week hierop wordt betaald. De inhouding van loonbelasting en sociale verzekeringspremies zal echter maandelijks geschieden.
3. Er is een garantieregeling overeengekomen in het kader van de omschakeling naar het nieuwe functiewaarderingssysteem. Deze luidt als volgt:
• De medewerker die ingeschaald is als vakarbeider en na invoering van het nieuwe functiewaarderingssysteem ingedeeld wordt naar loonklasse III, behoudt het recht op een maximale uitloop van € 1877,– per maand, dit bedrag wordt verhoogd met de reguliere loonaanpassingen. Dit betekent een max uitloop van € 1987,–
• De medewerker die ingeschaald is als vakarbeider A en na invoering van het nieuwe functiewaarderingssysteem ingedeeld wordt naar loonklasse IV, behoudt het recht op een maximale uitloop van € 1981,– per maand, dit bedrag wordt verhoogd met de reguliere loonaanpassingen. Dit betekent een max uitloop van € 2097,–
• Overige medewerkers die door de invoering van het nieuwe functiewaarderingssysteem worden ingedeeld op het maximum van een nieuwe loongroep, ontvangen, indien dat maximum lager is dan het functiejaren-loon, een bruto garantietoeslag ter hoogte van het verschil tussen het oude functiejaren-loon en het nieuwe schaalmaximum.
De loonaanpassingen voor deze categorie medewerker bedragen de helft van de procentuele loonaanpassingen die in het kader van de cao worden overeengekomen. Dit leidt ertoe dat het bruto inkomen van de medewerker iets langzamer stijgt dan de lonen in de loontabel, zodat de bruto garantietoeslag per keer in omvang afneemt. Het toekennen van verlaagde loonaanpassingen wordt gestaakt zodra de bruto garantietoeslag geheel is afgebouwd.
Werkgever en werknemer kunnen in goed overleg aanvullende en/of afwijkende afspraken maken.
4. De geldende feitelijke lonen worden verhoogd als volgt:
per 1 juli 2006: 0,75%
per 1 januari 2007: 1,00%
Genoemde percentages zijn verwerkt in de loontabellen opgenomen in deze cao.
Dit artikel geldt niet voor de functiegroepen genoemd in artikel 3 lid 2.
6. Lonen voor vaste en losse werknemers per 01-07-2006.
| Per maand | Per 4 weken | Per week | I | II | III | IV | V | VI |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € 1.473,20 | € 1.354,68 | € 338,67 | 0 | |||||
| € 1.500,75 | € 1.380,00 | € 345,00 | 1 | |||||
| € 1.528,82 | € 1.405,80 | € 351,45 | 2 | |||||
| € 1.557,40 | € 1.432,08 | € 358,02 | 3 | |||||
| € 1.586,53 | € 1.458,88 | € 364,72 | 4 | 0 | ||||
| € 1.616,20 | € 1.486,16 | € 371,54 | 5 | 1 | ||||
| € 1.646,42 | € 1.513,96 | € 378,49 | 6 | 2 | ||||
| € 1.677,21 | € 1.542,28 | € 385,57 | 7 | 3 | ||||
| € 1.708,57 | € 1.571,08 | € 392,77 | 4 | 0 | ||||
| € 1.740,52 | € 1.600,48 | € 400,12 | 5 | 1 | ||||
| € 1.773,07 | € 1.630,40 | € 407,60 | 6 | 2 | ||||
| € 1.806,23 | € 1.660,92 | € 415,23 | 7 | 3 | 0 | |||
| € 1.840,00 | € 1.691,96 | € 422,99 | 4 | 1 | ||||
| € 1.874,41 | € 1.723,60 | € 430,90 | 5 | 2 | ||||
| € 1.909,46 | € 1.755,84 | € 438,96 | 6 | 3 | 0 | |||
| € 1.945,17 | € 1.788,68 | € 447,17 | 7 | 4 | 1 | |||
| € 1.981,54 | € 1.822,12 | € 455,53 | 5 | 2 | ||||
| € 2.018,60 | € 1.856,20 | € 464,05 | 6 | 3 | ||||
| € 2.056,35 | € 1.890,88 | € 472,72 | 7 | 4 | 0 | |||
| € 2.094,80 | € 1.926,24 | € 481,56 | 8 | 5 | 1 | |||
| € 2.133,97 | € 1.962,28 | € 490,57 | 6 | 2 | ||||
| € 2.173,88 | € 1.998,96 | € 499,74 | 7 | 3 | ||||
| € 2.214,53 | € 2.036,36 | € 509,09 | 8 | 4 | ||||
| € 2.255,94 | € 2.074,44 | € 518,61 | 5 | |||||
| € 2.298,13 | € 2.113,24 | € 528,31 | 6 | |||||
| € 2.341,10 | € 2.152,72 | € 538,18 | 7 | |||||
| € 2.384,88 | € 2.193,00 | € 548,25 | 8 |
7. Lonen voor vaste en losse werknemers per 01-01-2007.
| Per maand | Per 4 weken | Per week | I | II | III | IV | V | VI |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| € 1.487,94 | € 1.368,24 | € 342,06 | 0 | |||||
| € 1.515,76 | € 1.393,80 | € 348,45 | 1 | |||||
| € 1.544,10 | € 1.419,88 | € 354,97 | 2 | |||||
| € 1.572,98 | € 1.446,40 | € 361,60 | 3 | |||||
| € 1.602,39 | € 1.473,48 | € 368,37 | 4 | 0 | ||||
| € 1.632,36 | € 1.501,04 | € 375,26 | 5 | 1 | ||||
| € 1.662,88 | € 1.529,08 | € 382,27 | 6 | 2 | ||||
| € 1.693,98 | € 1.557,68 | € 389,42 | 7 | 3 | ||||
| € 1.725,66 | € 1.586,80 | € 396,70 | 4 | 0 | ||||
| € 1.757,93 | € 1.616,48 | € 404,12 | 5 | 1 | ||||
| € 1.790,80 | € 1.646,72 | € 411,68 | 6 | 2 | ||||
| € 1.824,29 | € 1.677,52 | € 419,38 | 7 | 3 | 0 | |||
| € 1.858,40 | € 1.708,88 | € 427,22 | 4 | 1 | ||||
| € 1.893,15 | € 1.740,84 | € 435,21 | 5 | 2 | ||||
| € 1.928,56 | € 1.773,40 | € 443,35 | 6 | 3 | 0 | |||
| € 1.964,62 | € 1.806,56 | € 451,64 | 7 | 4 | 1 | |||
| € 2.001,36 | € 1.840,32 | € 460,08 | 5 | 2 | ||||
| € 2.038,78 | € 1.874,76 | € 468,69 | 6 | 3 | ||||
| € 2.076,91 | € 1.909,80 | € 477,45 | 7 | 4 | 0 | |||
| € 2.115,75 | € 1.945,52 | € 486,38 | 8 | 5 | 1 | |||
| € 2.155,31 | € 1.981,88 | € 495,47 | 6 | 2 | ||||
| € 2.195,62 | € 2.018,96 | € 504,74 | 7 | 3 | ||||
| € 2.236,67 | € 2.056,72 | € 514,18 | 8 | 4 | ||||
| € 2.278,50 | € 2.095,16 | € 523,79 | 5 | |||||
| € 2.321,11 | € 2.134,36 | € 533,59 | 6 | |||||
| € 2.364,51 | € 2.174,28 | € 543,57 | 7 | |||||
| € 2.408,73 | € 2.214,92 | € 553,73 | 8 |
8. Week- en maandlonen voor werknemers genoemd in artikel 3 lid 2 sub a (o.a. vakantiewerkers) Onder voorbehoud van wijziging door de overheid.
| per maand | per week | |
|---|---|---|
| 15 jaar | € 439,05 | € 101,30 |
| 16 jaar | € 502,70 | € 116,00 |
| 17 jaar | € 579,05 | € 133,65 |
| 18 jaar | € 668,10 | € 154,20 |
| 19 jaar | € 782,65 | € 180,60 |
| 20 jaar | € 922,65 | € 212,90 |
| 21 jaar | € 1.081,70 | € 249,60 |
| 22 jaar | € 1.272,60 | € 293,70 |
Vervallen.
De cao-lonen voor jeugdige werknemers als bedoeld in artikel 2 lid 2 worden vastgesteld aan de hand van de navolgende percentages van periodiek 0 van de functiegroep waarin de werknemer, gezien de werkzaamheden die hij verricht, behoort te zitten:
16 jaar e.j.: 55%
17 jaar: 60%
18 jaar: 70%
19 jaar: 80%
20 jaar: 90%.
In afwijking van het bepaalde in artikel 24 geldt voor de jeugdige werknemer met kind(eren), die als enige voor zijn gezin een inkomen verwerft dat:
a. 17-jarigen recht hebben op het cao-loon van 19-jarigen;
b. 18-jarigen recht hebben op het cao-loon van 20-jarigen;
c. 19- en 20-jarigen recht hebben op het cao-loon van 21-jarigen.
1. De werkgever is verplicht aan jeugdige werknemers gedurende ten hoogste 2 werkdagen per week vrijaf te geven voor het volgen van een theoretische en/of praktische op de sector gerichte vakopleiding, voor de dagen dat de school daadwerkelijk wordt bezocht.
2. De werknemer die een BB-opleiding volgt en jonger is dan 25 jaar, ontvangt voor de dagen waarop de school daadwerkelijk is bezocht, een loondoorbetaling van 20% van de overeengekomen arbeidstijd (inclusief de schooltijd) per week. Indien er sprake is van geen of een gedeeltelijke schooldag wordt de werknemer geacht die dag of de resterende uren beschikbaar te zijn voor de werkgever. Voor in hoeverre hier voor de werkgever een declaratiemogelijkheid is, wordt verwezen naar het uitkeringsreglement van Stichting Colland Arbeidsmarktbeleid (Stosas).
3. De werknemer die een ZB-opleiding volgt en jonger is dan 25 jaar, ontvangt voor de dagen waarop de school daadwerkelijk is bezocht, een loondoorbetaling van 10% van de overeengekomen arbeidstijd (inclusief de schooltijd) per week.
4. BB- en ZB-leerlingen die 25 jaar of ouder zijn, en leerlingen die ander onderwijs volgen, hebben voor de dagen dat de school daadwerkelijk is bezocht, onbetaald verlof.
1. Ingeval het loon van de werknemer, bedoeld in artikel 26 lid 2 en lid 3, hoger is dan het niveau waarop het voor de werkgever nog mogelijk is om van fiscale faciliteiten gebruik te kunnen maken, vindt tijdelijk een zodanige aanpassing van het loon van de werknemer plaats tot het niveau waarop de werkgever recht kan doen gelden op de afdrachtvermindering onderwijs.
2. Deze verlaging vindt plaats uiterlijk tot en met de loonbetalingsperiode waarin de werknemer de opleiding heeft gevolgd.
3. Na het met goed gevolg afronden van de BB- of ZB-opleiding ontvangt de werknemer eenmalig een toeslag ter hoogte van het verschil in beloning tussen het loon van de werknemer en het verlaagde beloningsniveau gedurende de opleiding. Uitbetaling vindt plaats in de betalingsperiode die volgt op die waarin de werknemer de opleiding heeft afgerond.
4. De werkgever heeft het recht om bij beëindiging van het dienstverband op eigen verzoek van de werknemer, danwel in de situatie van beëindiging wegens verwijtbaar gedrag, waaronder de dringende redenen genoemd in artikel 678 BW, de kosten welke gemoeid zijn met de tijdens het dienstverband gevolgde cursussen, ZB-opleiding, BB-opleiding, stage en scholing, welke niet gesubsidieerd zijn, alsmede het over de schooldagen doorbetaalde loon, te verrekenen met de werknemer. Er geldt hiervoor een afbouwregeling van 4 jaar. Indien de werknemer het dienstverband beëindigt binnen deze afbouwregeling van 4 jaar geldt een verrekening voor de resterende afbouwperiode. Ingeval van een BB-opleiding heeft de werkgever de plicht de werknemer te informeren over deze terugbetalingsregeling voordat met deze opleiding wordt begonnen.
De tijd die besteed wordt aan cursussen, die door de werkgever verplicht worden gesteld voor de werknemer, wordt door de werkgever vergoed tegen 100% tijd of geld. Dit laatste ter keuze en op aanwijzing van de werkgever.
De werknemer mag het volgen van deze cursussen niet weigeren.
De werknemer heeft recht op loon gedurende de tijd dat hij door de werkgever verplicht wordt werkoverleg dan wel een toolbox-meeting bij te wonen.
Een arbeidsgehandicapte werknemer heeft recht op het loon dat betaald pleegt te worden voor werkzaamheden als de verrichte.
1. Indien en voor zover werknemers de wens daartoe te kennen geven, zal de werkgever met de betreffende werknemers een spaarloonovereenkomst aangaan.
2. Op de spaarloonregeling zijn de relevante wettelijke regelingen van toepassing.
3. Het spaarloon is het bedrag dat de werknemer door de werkgever op het brutoloon laat inhouden. De gestorte bedragen dienen gedurende 4 jaren op de spaarloonrekening te blijven staan, echter in geval van bestedingen ten laste van de spaarloonrekening ten behoeve van een erkend bestedingsdoel mag de deelnemer over het spaarloon op de spaarloonrekening beschikken.
4. De spaarloonovereenkomst kan ingaan en gewijzigd worden per 1 januari of per 1 juli. Het gewijzigde bedrag moet tenminste een maand van tevoren schriftelijk aan de onderneming worden doorgegeven. Voor nadere informatie over deze regeling en voor aanmelding kan contact worden opgenomen met de werkgever.
5. Dit artikel is van toepassing voor zover fiscale regelingen daartoe de mogelijkheid geven. Indien deze fiscale regelingen ophouden te bestaan, worden deze niet gecompenseerd.
Over de bij artikel 15 lid 1 sub b, c, d en e aangewezen feestdagen en over de ADV dagen als bedoeld in artikel 18 is de werkgever verplicht aan de werknemer het feitelijk loon door te betalen, één en ander voor zover die dagen niet op zaterdag of zondag vallen.
1. Bij overwerk worden de navolgende percentages van het uurloon betaald:
a. op zon- en feestdagen 200%;
b. op zaterdag 150%;
c. op andere dagen 130%, tussen 22.00 uur en 06.00 uur 150%.
Ten aanzien van lid 1c geldt dat voor zover het binnen het dagvenster, conform artikel 17 lid 2 sub a, valt het negende uur in het kader van de flexibiliteitsregeling tot het bereiken van het gestelde maximum niet als overuur wordt aangemerkt.
2. Het uurloon waarvan de beloning voor overwerk, zoals bedoeld in artikel 20, wordt afgeleid, bedraagt het feitelijk loon per week gedeeld door 37, afgerond op centen.
3. Onverlet het gestelde in lid 1 wordt, voor een deeltijdwerker die binnen de dagspiegel (zie artikel 17 lid 2 sub a) meer uren werkt dan overeengekomen, 130% van het uurloon betaald:
a. voor dienstverbanden genoemd in artikel 7 lid 5 sub a:
– bij een vastgesteld arbeidspatroon van 22,8 uren of minder per week, vanaf het vierde uur per week dat buiten dit patroon wordt gewerkt, tenzij op verzoek van de werknemer van dit patroon wordt afgeweken;
– bij een vastgelegd arbeidspatroon van meer dan 22,8 uren per week, vanaf het zevende uur per week dat buiten dit patroon wordt gewerkt.
b. voor dienstverbanden genoemd in artikel 7 lid 5 sub b indien en voor zover het aantal uren dat per week gewerkt wordt, het aantal per week overeengekomen uren met 50% overschrijdt.
1. Het is de werkgever toegestaan in drukke perioden dan wel bij het verrichten van bijzondere werkzaamheden, in welke omstandigheden van de werknemer in verband met het tempo van de uitvoering een extra inspanning wordt gevraagd, aan deze een toeslag te betalen, tenzij de werkzaamheden in akkoord worden verricht.
2. De werkgever dient aan de werknemer die gedurende een periode belast is met bijzondere werkzaamheden, zoals bijzonder grond-, timmer-, metsel-, tegel-, bestratings- en drainagewerk, en welke werkzaamheden niet geacht kunnen worden te behoren tot zijn normale functie-uitoefening een toeslag te betalen.
3. De aan de individuele werknemer te betalen toeslag zal minimaal 5% en maximaal 20% bedragen van het feitelijk loon.
4. De in lid 1 bedoelde toeslag zal niet meer zijn dan 10% van de in de onderneming betaalde gemiddelde loonsom.
1. Indien er beschikbaarheidsdiensten zijn binnen het bedrijf, dan worden hiervoor schriftelijke afspraken gemaakt.
Vastgelegd wordt in ieder geval hoe bepaald wordt wie opgeroepen wordt, hoe dit gebeurt en welke vergoeding er tegenover staat. Daarnaast dient in bedrijven aandacht te worden geschonken hoe men omgaat met een eventuele dagtaak volgend op een consignatieoproep.
2. Bij een oproep voor gladheidsbestrijding welke niet gekoppeld is aan een normale werkdag, dan wel deel van een werkdag, wordt minimaal 3 uur tegen het geldende tarief betaald.
Indien bepaalde werkzaamheden in akkoord worden uitgevoerd, dient het tarief zodanig te worden vastgesteld, dat gemiddeld bij behoorlijke prestatie een loon wordt verdiend dat tenminste 10% en ten hoogste 30% hoger is dan het loon dat zou zijn genoten indien de uitvoering had plaatsgevonden tegen tijdloon. Werkgever en werknemer zullen het verrichten van werkzaamheden in akkoord zoveel mogelijk beperken en hiertoe slechts overgaan in die gevallen, waarin zulks onvermijdelijk is.
In geval van een 12,5-jarig dienstjubileum zal 1/4 maandloon bruto worden uitbetaald.
In geval van een 25-jarig dienstjubileum zal 1 bruto maandloon netto worden uitbetaald.
1. Dit artikel is van toepassing tenzij werkgever en werknemer schriftelijk een in het voordeel van de werknemer afwijkende regeling overeengekomen zijn.
2. Reistijd van woning naar hoofd- of nevenvestiging van het bedrijf of naar het door de werkgever aangewezen opstappunt (zie lid 8), wordt niet vergoed.
3. Bij reizen van de eigen woning rechtstreeks naar de plaats waar gewerkt wordt, gelden 30 minuten per dag als eigen tijd van de werknemer.
4. Bij reizen via de vestiging van de werkgever of via het door de werkgever aangewezen opstappunt (zie lid 8) naar de plaats waar gewerkt wordt, geldt voor de werknemer geen eigen reistijd.
5. Indien langer wordt gereisd dan hierboven vermeld, ontvangt de werknemer over de eerstvolgende 90 minuten 100% van zijn uurloon en over de daarboven nog gereisde tijd 130% van zijn uurloon.
6. Voor werknemers die in opdracht van de werkgever een voertuig besturen waarvoor een C-rijbewijs vereist is, geldt geen eigen tijd voor de werknemer.
7. Het in- en uitladen van de persoonlijk benodigde gereedschappen op de plaats waar de onderneming gevestigd is, wordt niet beschouwd als het verrichten van feitelijke werkzaamheden en wordt geacht plaats te vinden gedurende de reistijd van de werknemer.
De reistijd kan worden onderbroken voor het laden en/of lossen van materialen, voorbewerking, werkoverleg en/of schoonmaak. De tijd die hiervoor nodig is, wordt geacht werktijd te zijn.
8. Het opstappunt wordt door de werkgever zodanig aangewezen dat de gezamenlijke reistijd van woning tot opstappunt van de betrokken werknemers niet langer is dan noodzakelijk. Het opstappunt wordt bij voorkeur vastgesteld in overleg met de betrokken werknemers.
9. De werknemer draagt er in eigen tijd zorg voor dat kleding, handgereedschap en dergelijke volledig op orde is voor vertrek naar de plaats waar gewerkt wordt.
1. Dit artikel is van toepassing tenzij werkgever en werknemer schriftelijk een in het voordeel van de werknemer afwijkende regeling overeengekomen zijn.
2. De werknemer ontvangt in het geval hij/zij op eigen gelegenheid reist, een vergoeding van de reiskosten voor het vervoer van zijn woning naar de onderneming, dan wel een door de werkgever aangewezen opstappunt, conform artikel 37 lid 8, en terug.
De vergoeding bedraagt bij een afstand (enkele reis gemeten) van de woning tot de onderneming, dan wel aangewezen opstappunt van:
0 t/m 4 km. € 0,18 per gereden kilometer met een maximum van € 0,86 per dag
5 t/m 9 km. € 1,04 per dag
10-15 km. € 1,29 per dag
met een maximum van € 1,29 per dag
3. Bij vrijwillige verhuizing verder van de onderneming ontstaat geen recht op een hogere reiskostenvergoeding.
4. Indien de werknemer voor het vervoer van zijn woning naar de plaats waar de werkzaamheden feitelijk worden uitgevoerd, niet zijnde de hoofd- of nevenvestiging van de onderneming, op een dag meer dan 30 kilometer reist, ontvangt hij voor de eerste 30 kilometer € 1,29 en voor de meerdere kilometers € 0,27 per kilometer.
5. Indien, naar het oordeel van de werkgever, de werknemer gebruik moet maken van een eigen vervoermiddel, of indien de werknemer tijdens de werktijd ten behoeve van de werkzaamheden gebruik moet maken van een eigen vervoermiddel, dan ontvangt hij hiervoor een vergoeding van € 0,27 per kilometer.
6. In geval de werkzaamheden worden verricht op een zodanige afstand van de woonplaats van de werknemer, dat het voor hem noodzakelijk is elders te overnachten, zal op ondernemingsniveau een passende regeling worden getroffen voor een zogenaamde nachtvergoeding.
1. Voor zover geen werkkleding wordt verstrekt, wordt een vergoeding voor werkkleding betaald van € 2,27 per week. Voor deeltijdwerknemers zie artikel 7 lid.
2. Veiligheidsschoenen en andere veiligheidsmiddelen worden verstrekt door de werkgever.
3. Deze vergoedingen en verstrekkingen vinden alleen plaats aan de werknemer die deze nodig heeft voor de uitoefening van zijn functie.
4. Ingeval de bovenbedoelde middelen worden verstrekt, zullen deze tijdig worden aangevuld en vervangen. De werkkleding wordt door de werkgever in bruikleen verstrekt. De werknemer is verplicht de verstrekte materialen te gebruiken en is verantwoordelijk voor een goed gebruik hiervan.
5. De werkgever is verplicht de kosten van reiniging van de verplichte veiligheidskleding voor zijn rekening te nemen.
Indien de werknemer na 18.00 uur zijn werk, niet zijnde reistijd, nog verricht, zal de werkgever hem een warme maaltijd vergoeden.
1. Indien een dienstbetrekking in de loop van het kalenderjaar eindigt en op dat moment in dat kalenderjaar het gemiddeld per week gewerkte aantal uren afwijkt van 37 uur, wordt:
a. het totaal aantal uren dat meer gewerkt is, uitbetaald; of
b. het totaal aantal uren dat minder gewerkt is, aan de werknemer in rekening gebracht, een en ander tegen het uurloon zoals vermeld in artikel 1A lid 1 sub m;
c. het aantal uren in de flex ADV pot verrekend en de flex TVT pot uitbetaald tegen 100%.
Minder uren worden niet in rekening gebracht aan de werknemer voor zover deze uren zijn ontstaan als gevolg van het werken bij een derde bij wie de werknemer niet overeenkomstig de uren van zijn werkschema werkzaamheden heeft kunnen verrichten bij de derde, en deze omstandigheid niet in de risicosfeer van de werknemer ligt.
2. Ten aanzien van overeengekomen deeltijdarbeid is het in de voorgaande leden bepaalde van overeenkomstige toepassing.
1. Werknemers met een volledige werkweek, ten aanzien van wie gedurende het gehele kalenderjaar een dienstverband met een werkgever bestaat, hebben gedurende het kalenderjaar recht op:
a. 25 vakantiedagen indien zij bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt;
b. 29 vakantiedagen indien zij bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt.
2. Niet opgenomen vakantiedagen vervallen 5 jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan, overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek. De werkgever dient wel de gelegenheid te geven de vakantiedagen op te nemen.
De werkgever is verplicht aan de werknemers over de vakantiedagen het feitelijk loon door te betalen.
1. De werknemers hebben aanspraak op vakantietoeslag. Deze toeslag bedraagt 8⅓% van het loon.
2. Onder loon als bedoeld in lid 1 van dit artikel wordt verstaan het feitelijk loon, uitgezonderd de betaling van overuren (artikel 33) en de van toepassing zijnde toeslagen als bedoeld in artikel 39.
3. Bij de gebruikelijke loonbetaling in de maand mei wordt een vakantietoeslag betaald over de achterliggende periode.
Indien bij beëindiging van de dienstbetrekking een werknemer meer dan wel minder vakantierechten heeft genoten dan hem overeenkomstig de bepalingen van de cao toekomen, wordt het eventueel te veel of te weinig genoten deel tussen werkgever en werknemer verrekend op basis van het loon over deze vakantiedagen. Tevens wordt bij beëindiging van de dienstbetrekking het eventuele tegoed aan vakantietoeslag uitgekeerd.
Vervallen.
1. Op de vakantiedagen worden feest- en gedenkdagen als bedoeld in artikel 15 lid 1 sub f en g in mindering gebracht.
3. Werknemers met een aaneengesloten dienstverband van tenminste 10, respectievelijk 25 jaar bij een zelfde werkgever, hebben per jaar recht op 1 respectievelijk 2 extra vakantiedagen met doorbetaling van loon. Onder een aaneengesloten dienstverband wordt tevens verstaan de situatie dat een losse werknemer steeds werkzaam is voor een zelfde werkgever, slechts onderbroken door de winterperiode.
4.
a. De aaneengesloten vakantie wordt in onderling overleg tussen werkgever en werknemer vastgesteld in de periode tussen 1 juni en 1 september. De werknemer heeft recht op een aaneengesloten vakantie van 15 werkdagen, waarbij de werkgever het recht heeft met instemming van de meerderheid van de werknemers een collectieve bedrijfsvakantie van 15 werkdagen vast te stellen. Wordt hiervan afgeweken, dan dient de aaneengesloten vakantie tenminste 10 werkdagen te bedragen.
b. Werknemers kunnen in overleg met de werkgever eenmaal in de 2 jaar een aaneengesloten vakantie van maximaal 7 weken opnemen, indien de bedrijfsomstandigheden zich hiertegen niet verzetten. Hiervoor dienen voldoende vakantiedagen te zijn opgebouwd.
5. De overige vakantiedagen worden verspreid over het jaar opgenomen en dienen in het algemeen 6 dagen van tevoren te worden aangevraagd.
6. De werkgever mag:
a. in overleg met de betrokken werknemers 3 verplichte vakantiedagen aanwijzen, waarvan tenminste 1 in de wintermaanden, ofwel
b. zijn bedrijf tussen Kerstmis en Nieuwjaar sluiten en de tussenliggende dagen als verplichte vakantiedagen aanwijzen.
Deze aanwijzingen zullen bij de aanvang van het kalenderjaar dan wel bij indiensttreding geschieden.
1. Bij arbeidsongeschiktheid behoudt de werknemer aanspraak op vakantiedagen gedurende de laatste 6 maanden waarin de arbeid niet werd verricht, zoals geregeld in artikel 7:635 lid 4 Burgerlijk Wetboek.
2. Hetgeen in artikel 7:635 Burgerlijk Wetboek is bepaald omtrent de aanspraak op vakantie over tijdvakken gedurende welke er geen recht op loon is, blijft geheel van toepassing.
3. Bij arbeidsongeschiktheid behoudt de werknemer aanspraak op ADV dagen gedurende de laatste 4 weken waarin de arbeid niet werd verricht.
1. De werknemer heeft recht op verlof met behoud van loon voor een korte, naar billijkheid te berekenen tijd, wanneer hij zijn arbeid niet kan verrichten wegens:
a. zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden, waaronder de volgende situaties in ieder geval worden begrepen:
1e Bij het overlijden van de echtgeno(o)t(e), inwonende ouders, inwonende schoon- of pleegouders en van inwonende eigen of pleegkinderen bestaat dit recht gedurende de tijd van het overlijden tot en met de dag van de begrafenis c.q. crematie.
2e Dit recht bestaat gedurende 2 dagen:
bij het huwelijk van de werknemer;
3e Dit recht bestaat gedurende een dag:
a. bij bevalling van de echtgenote, de geregistreerde partner of de persoon met wie hij ongehuwd samenwoont (dit laat onverlet artikel 53);
b. bij ondertrouw van de werknemer;
c. bij 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijksfeest van de werknemer of (schoon)ouders;
d. bij het huwelijk van eigen of pleegkinderen, (een van) de ouders, broeders of zusters van de werknemer of diens echtgeno(o)t(e), voor zover de huwelijksplechtigheid wordt bijgewoond;
e. bij zowel het overlijden een dag als bij de begrafenis of crematie een dag van uitwonende eigen of pleegkinderen, aangehuwde kinderen, kleinkinderen, (pleeg)ouders, grootouders, schoon(groot)ouders, broeders of zusters van de werknemer of diens echtgeno(o)t(e). Voor deze laatste dag geldt: mits de begrafenis of crematie wordt bijgewoond.
4e Dit recht bestaat gedurende:
1 dag bij verhuizing op verzoek van de werkgever binnen dezelfde gemeente en
2 dagen bij verhuizing op verzoek van de werkgever naar een andere gemeente.
5e Dit recht bestaat voor de korte tijd die nodig is om een regeling te treffen in geval van calamiteit of een acute zorgtaak.
b. een door wet of overheid, zonder geldelijke vergoeding, opgelegde verplichting gedurende de werkelijk benodigde tijd tot ten hoogste een dag, voor zover deze verplichting persoonlijk moet worden nagekomen en niet in de vrije tijd kon plaatsvinden.
c. de uitoefening van actief kiesrecht.
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt mede als echtgenoot aangemerkt de geregistreerde partner dan wel de niet met de werknemer gehuwde persoon van verschillend of gelijk geslacht met wie duurzaam een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd, welke notarieel is vastgelegd, tenzij het betreft een persoon met wie bloedverwantschap in de eerste of tweede graad bestaat.
3. In beginsel vindt de noodzakelijke medische verzorging (bezoek huisarts etc.) buiten werktijd plaats. Indien zulks onmogelijk is en er afspraken voor de noodzakelijke medische verzorging onder werktijd gemaakt moeten worden, is de werkgever verplicht om de werknemer het feitelijk loon door te betalen gedurende de werkelijk voor deze verzorging benodigde tijd.
4. De werknemer dient het opnemen van het verlof vooraf aan de werkgever te melden onder opgave van reden. Indien dit niet mogelijk is, meldt hij dit zo spoedig mogelijk.
5. De werkgever kan achteraf van de werknemer verlangen dat hij aannemelijk maakt dat hij recht had op het calamiteiten- of kort verzuimverlof.
6. Indien de werknemer tijdens dit verlof een uitkering krijgt uit een (wettelijke) verzekering of een fonds dat uit de arbeidsovereenkomst voorvloeit, kan de werkgever het loon verminderen met het bedrag van de uitkering.
7. De werkgever kan het loon verminderen met door de werkgever vergoede onkosten, als de werknemer deze heeft bespaard door het niet verrichten van zijn arbeid.
1. De werkgever is verplicht de werknemer op diens verzoek, zonder behoud van loon, vrij te geven tot een maximum van 10 dagen per kalenderjaar in de volgende gevallen:
a. voor het bezoeken van vergaderingen van besturen of commissies van publiekrechtelijke organen, waarvoor hij door zijn vakorganisatie als lid of plaatsvervangend lid is aangewezen;
b. voor het bezoek van statutaire vergaderingen van zijn vakorganisatie.
De werknemer zal bij zijn indiensttreding aan de werkgever schriftelijk mededeling doen van zijn lidmaatschap c.q. plaatsvervangend lidmaatschap van bovengenoemde organen. Een zelfde verplichting geldt, indien hij tijdens zijn dienstverband het lidmaatschap van deze organen aanvaardt. Bij noodzakelijk verzuim als in de eerste alinea van dit lid bedoeld, zal de werknemer de werkgever hiervan een week van tevoren in kennis stellen. In bijzondere gevallen kan deze termijn worden verkort, zij het dat minimaal 2 dagen tevoren berichtgeving aan de werkgever dient plaats te hebben.
2. De werkgever is, indien het bedrijfsbelang dit toelaat, verplicht de werknemer op diens verzoek – zonder behoud van loon – vrij te geven tot een maximum van 10 dagen per kalenderjaar voor het volgen van een cursus, die wordt gegeven door een vakorganisatie of door een aan de vakbeweging verbonden jongerenorganisatie waarvan betrokkene lid is. Een en ander met dien verstande dat minimaal 5 dagen worden opgenomen in de periode van 15 november tot 1 april. Wanneer een werknemer voornemens is deel te nemen aan het in de eerste alinea van dit lid bedoelde cursuswerk, dient hij zulks in een zo vroeg mogelijk stadium aan de werkgever mede te delen.
3. In geval van verhuizing van de werknemer is verzuim zonder behoud van loon mogelijk, en wel een dag bij verhuizing binnen dezelfde gemeente en gedurende 2 dagen bij verhuizing naar een andere gemeente.
Het zwangerschaps- en bevallingsverlof zoals geregeld in de Wet Arbeid en Zorg is van toepassing.
Het adoptieverlof zoals geregeld in de Wet Arbeid en Zorg is van toepassing.
Het kraamverlof zoals geregeld in de Wet Arbeid en Zorg is van toepassing.
Het kortdurend en langdurend zorgverlof zoals geregeld in de Wet Arbeid en Zorg is van toepassing.
1. Het ouderschapsverlof zoals geregeld in de Wet Arbeid en Zorg is van toepassing.
2. De werknemer heeft de mogelijkheid om in afwijking van de wettelijke periode te kiezen voor ouderschapsverlof over een aaneengesloten periode van ten hoogste 6 maanden over de volledige arbeidstijd. De werknemer is gedurende dit ouderschapsverlof niet verzekerd ingevolge de sociale verzekeringswetten.
3. De werknemer kan ten tijde van het ouderschapsverlof door middel van betaling door de werknemer aan de werkgever van de daarvoor benodigde pensioenpremie, de pensioenopbouw laten doorlopen. De werkgever draagt zorg voor afdracht van de pensioenpremie aan het pensioenfonds.
1. Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op werknemers die arbeidsongeschikt zijn, inclusief de arbeidsongeschikte werknemers die verplicht verzekerd zijn krachtens de Ziektewet en op de werknemers die verplicht verzekerd zijn krachtens de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA).
2. Kortingen op of inhoudingen van wettelijke uitkeringen inzake arbeidsongeschiktheid, veroorzaakt door schuld of toedoen van de werknemer dan wel het gevolg zijnde van enige wettelijke bepaling, blijven ten laste van de werknemer.
3. Onder loon wordt in artikel 58 verstaan het naar tijdsruimte vastgestelde loon met inbegrip van eventueel regelmatig genoten, naar tijdsduur bepaalde toeslagen.
1. De regeling in dit artikel is van kracht, tenzij door de werkgever andere instructies zijn gegeven.
2. Ziekmelding
Ingeval van arbeidsongeschiktheid is de werknemer verplicht de werkgever daarvan in kennis te stellen op de eerstvolgende werkdag voor 09.00 uur.
3. Geneeskundige hulp inroepen
De werknemer moet binnen een redelijke termijn geneeskundige hulp inroepen en dient zich gedurende het gehele verloop van de arbeidsongeschiktheid onder behandeling van de behandelend geneeskundige te stellen en diens voorschriften op te volgen.
4. Verplichting om thuis te blijven
a. De werknemer blijft thuis tot het eerste bezoek van (een rapporteur of geneeskundige van) de door de werkgever ingeschakelde ARBO-dienst heeft plaatsgehad.
b. Na het eerste bezoek blijft de werknemer thuis:
– ’s morgens tot 10.00 uur;
– ’s middags van 12.00 uur tot 14.00 uur.
Buiten deze uren mag de werknemer zijn woning verlaten.
c. Indien de ongeschiktheid langer dan 2 weken duurt, vervalt de verplichting om thuis te blijven, tenzij door de ARBO-dienst anders wordt bepaald.
d. De verplichting om thuis te blijven geldt niet van ’s middags 17.00 uur tot 18.00 uur of indien de werknemer een bezoek brengt aan de behandelend arts van de door de werkgever ingeschakelde ARBO-dienst, dan wel indien de werknemer zijn arbeid hervat of passende arbeid gaat verrichten.
e. De ARBO-dienst kan op verzoek van de werknemer vrijstelling verlenen van de verplichting om thuis te blijven.
5. Controle mogelijk maken
a. De werknemer is verplicht controle door de door de werkgever ingeschakelde ARBO-dienst c.q. een rapporteur of geneeskundige daarvan, die zich met een daartoe strekkende machtiging als zodanig kan legitimeren, mogelijk te maken. Daartoe dient hij op zijn woon- of verblijfplaats bereikbaar te zijn of er zorg voor te dragen dat de ARBO-dienst kan vernemen waar hij bereikbaar is.
b. Indien de werknemer verhuist, of na een tijdelijk verblijf elders weer thuis verblijft, meldt hij dit tevoren doch uiterlijk binnen 24 uur aan de werkgever.
6. Verblijf in het buitenland
a. De werknemer heeft voor een meerdaags verblijf in het buitenland toestemming van de geneeskundige van de ARBO-dienst nodig.
b. Op verzoek van de ARBO-dienst wordt bij ziekmelding of op een door de ARBO-dienst nader te bepalen tijdstip, door of namens de in het buitenland verblijvende werknemer, een door de behandelend arts afgegeven bewijs van arbeidsongeschiktheid overgelegd.
7. Verplichtingen om op het spreekuur te verschijnen
a. De werknemer die zijn arbeid niet heeft hervat geeft gehoor aan een oproep om te verschijnen op het spreekuur van de door de werkgever ingeschakelde ARBO-dienst.
b. Indien de werknemer verhinderd is aan een oproep, bedoeld in het vorige lid, te voldoen deelt hij dit onverwijld mede aan de ARBO-dienst, onder opgave van de reden van verhindering.
c. In het geval, bedoeld onder b, blijft de werknemer thuis tot het bezoek van de geneeskundige of van de rapporteur heeft plaatsgehad. Het bepaalde in lid 4 sub d is van overeenkomstige toepassing.
8. Hervatten bij herstel
a. De werknemer hervat zijn arbeid zodra hij zich hiertoe in staat acht.
b. Indien de werknemer andere arbeid dan zijn arbeid gaat verrichten, meldt hij dit tevoren doch uiterlijk binnen 24 uur aan de werkgever. Tijdens arbeidsongeschiktheid bestaat de mogelijkheid dat de werknemer vervangende werkzaamheden uitvoert.
c. Op de werknemer, die binnen 3 dagen na werkhervatting het werk opnieuw staakt omdat hij meent niet tot het werk in staat te zijn, is het in lid 9 bepaalde van overeenkomstige toepassing.
9. Niet hervatten ondanks herstelverklaring
a. De werknemer die op de dag, met ingang waarvan de door de werkgever ingeschakelde ARBO-dienst hem geschikt heeft geacht zijn arbeid te verrichten, meent niet tot hervatting in staat te zijn, deelt dit onverwijld mede aan de werkgever en verschijnt op het eerstvolgende spreekuur van de ARBO-dienst.
b. Indien de werknemer bedoeld onder a. verhinderd is op het spreekuur van de ARBO-dienst te verschijnen, deelt hij dit onverwijld mede aan de ARBO-dienst, onder opgave van de reden van de verhindering.
c. In het geval, bedoeld onder b, blijft de werknemer thuis tot het bezoek van de geneeskundige of van de rapporteur heeft plaatsgevonden. Het bepaalde in lid 4 sub d is van overeenkomstige toepassing.
Voor de uitkeringspercentages genoemd in dit artikel en bijlage IVa geldt dat de werknemer zich dient te houden aan de regels die bij ziekteverzuim in de onderneming gelden en voldoende medewerking dient te verlenen aan de reïntegratieverplichtingen volgens de Wet Verbetering Poortwachter (WVP). Beoordeling hiervan vindt plaats door een onafhankelijke deskundige zoals een bedrijfsarts of een arbeidsdeskundige.
1. Voor de vaststelling van de hoogte van het naar tijdruimte vastgestelde loon genoemd in de leden van dit artikel en bijbehorende bijlage IVa leden 1 en 2 wordt uitgegaan van de bepalingen opgenomen in artikel 7:629 BW, te weten het loon waarop de werknemer – ware hij niet arbeidongeschikt geworden – aanspraak had kunnen maken.
2. Werknemers waarvan het dienstverband tijdens arbeidsongeschiktheid eindigt hebben geen recht op de wettelijke loondoorbetalingsverplichting zoals genoemd in artikel 7:629 BW, alsmede de aanvullingen zoals in dit artikel vermeld.
3. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikte werknemers die binnen de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid de Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA) instromen, hebben recht op de aanvullingen op de loondoorbetalingsverplichting zoals in dit artikel opgenomen.
4. Loondoorbetalingsverplichtingen eerste periode van 26 weken (binnen het 1e jaar van arbeidsongeschiktheid)
a. Bij arbeidsongeschiktheid zal aan de werknemer gedurende de eerste 26 weken van de wettelijke periode, als genoemd in artikel 7:629 BW, 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon worden doorbetaald.
b. Tijdens de eerste 26 weken van de wettelijke periode als genoemd in artikel 7:629 BW ontvangt de werknemer, boven de wettelijke loondoorbetaling, een aanvulling tot 100% van het naar tijdruimte vastgestelde loon.
c. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid vindt uitbetaling naar rato plaats.
5. Loondoorbetalingsverplichtingen tweede periode van 26 weken (binnen het 1e jaar van arbeidsongeschiktheid)
a. Bij arbeidsongeschiktheid zal aan de werknemer gedurende de tweede periode van 26 weken van de wettelijke periode, als genoemd in artikel 7:629 BW, 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon worden doorbetaald.
b. Tijdens de tweede periode van 26 weken van de wettelijke periode als genoemd in artikel 7:629 BW ontvangt de werknemer, boven de wettelijke loondoorbetaling, een aanvulling tot 90% van het naar tijdruimte vastgestelde loon.
c. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid vindt uitbetaling naar rato plaats.
6. Loondoorbetalingsverplichtingen tweede jaar van arbeidsongeschiktheid
a. Bij arbeidsongeschiktheid zal aan de werknemer gedurende het 2e jaar van de wettelijke periode, als genoemd in artikel 7:629 BW, 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon worden doorbetaald.
b. Tijdens het 2e jaar van de wettelijke periode als genoemd in artikel 7:629 BW ontvangt de werknemer, boven de wettelijke loondoorbetaling, een aanvulling tot 75% van het naar tijdruimte vastgestelde loon. Indien de werknemer voldoende medewerking verleent aan de reïntegratieverplichtingen volgens de WVP wordt de aanvulling verhoogd tot 85% van het naar tijdruimte vastgestelde loon.
c. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid vindt uitbetaling naar rato plaats.
7. Loondoorbetalingsverplichtingen werknemers minder dan 35% arbeidsongeschikt.
Indien de werknemer in aansluiting op de periode van arbeidsongeschiktheid genoemd in lid 6 van dit artikel volgens het UWV arbeidsongeschikt is of eerder als dit objectief is vastgesteld, maar minder dan 35%, en zolang het dienstverband gecontinueerd wordt bij dezelfde werkgever, ontvangt de werknemer 90% van het naar tijdruimte vastgestelde loon gedurende maximaal 5 jaar. Zie voor de ontslagmogelijkheid artikel 12.
8. Voor de werknemer die arbeidsongeschikt is geworden tussen 1 januari 2004 tot en met 31 december 2005 geldt een overgangsregeling. Deze regeling is opgenomen in bijlage IVa.
9. Voor de vaststelling van aanvulling de uitkering als genoemd in bijlage IVa lid 3, worden mede begrepen uitkeringen en/of inkomsten die hierop in mindering zijn gebracht.
10. Indien en voor zover de Ziektewet- en/of WAO-uitkering via de werkgever wordt uitgekeerd en deze uitkeringen na aftrek van de voorgeschreven inhoudingen hoger zijn dan het voor de werknemer geldende loon, is de werkgever verplicht ook het meerdere aan de werknemer uit te betalen.
11. Voor de vaststelling van de hoogte van de aanvulling op de loondoorbetalingsverplichting als bedoeld in de vorige leden, geldt dat de werknemer niet meer zal ontvangen dan het overeengekomen naar tijdruimte vastgestelde loon.
12. De werkgever heeft op grond van artikel 6:107a BW een zelfstandig verhaalsrecht in geval van arbeidsongeschiktheid van een werknemer, veroorzaakt door een aansprakelijk te stellen derde.
14. Met betrekking tot de vakantierechten in geval van arbeidsongeschiktheid geldt artikel 48.
De werknemer maakt tijdens de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid aanspraak op verzuimbegeleiding welke voortvloeit uit de Wet Verbetering Poortwachter.
1. Werknemers kunnen volgens de volgende staffel, voor rekening van de werkgever een gericht arbeidsgezondheidskundig onderzoek laten verrichten via Commit of, een andere gecertificeerde Arbodienst:
– vanaf 25 tot en met 44 jaar: eenmaal per 3 jaar;
– vanaf 45 tot en met 49 jaar: eenmaal per 2 jaar;
– vanaf 50 jaar: jaarlijks.
2. De werkgever is verplicht om werknemers die regelmatig spuitwerkzaamheden met giftige stoffen verrichten in de gelegenheid te stellen om jaarlijks door middel van een medisch onderzoek te laten vaststellen of zij deze werkzaamheden zonder bezwaar kunnen verrichten.
Het onderzoek dient door Commit, danwel een andere gecertificeerde Arbo-dienst te worden uitgevoerd.
De kosten van dit onderzoek zijn voor rekening van de werkgever.
3. Het is verboden te werken in een behandeld gewas of ruimte binnen 24 uur na de behandeling of zoveel langer waar dit nodig is om gezondheidsrisico’s te voorkomen.
4. De werkgever is verplicht bij het werken langs de weg uitsluitend te werken met werknemers die daartoe een specifieke opleiding hebben genoten.
5. De werkgever is verplicht om ten aanzien van schuil- en schaftgelegenheden de voor hem van toepassing zijnde bepalingen in het Arbeidsomstandighedenbesluit in acht te nemen.
6. De werkgever zal bevorderen dat de werknemers een EHBO-diploma behalen en instandhouden. De cursus- en examenkosten zullen door de werkgever worden vergoed.
7. Indien op de werkplek geen toiletgelegenheid aanwezig is, heeft de werknemer het recht om elders, op een zo dichtbij mogelijk gelegen plek, een toilet te bezoeken.
1. Er is een branche Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) ontwikkeld voor de sector Hoveniers. De branche RI&E is schriftelijk en digitaal beschikbaar en is te downloaden via www.stigas.nl. De schriftelijke methode is op te vragen bij Stigas, als onderdeel van Colland.
2. Het branchespecifieke RI&E-instrument is naar de stand van de wetenschap en conform het model zoals bedoeld in het Arbobesluit artikel 2, lid 14b, ontwikkeld en wordt dientengevolge geacht actueel, volledig en betrouwbaar te zijn.
3. Indien een bedrijf de diensten met betrekking tot deskundige bijstand, conform de artikelen 13 en 14 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 zoals deze is gewijzigd op 1 juli 2005, betrekt van één van de gecertificeerde arbodiensten, verklaren partijen dat ook elders werkzame gecertificeerde deskundigen zonder (aanvullende) werknemersovereenstemming kunnen worden aangewezen als externe deskundige ondersteuning bij uitvoering en toetsing van een RI&E conform artikel 14 lid 1 sub a. van de Arbeidsomstandighedenwet 1998.
Deze mogelijkheid geldt ook indien gebruik wordt gemaakt van de maatwerkregeling.
1. De werkgever zal eenmaal per jaar het gevoerde sociaal beleid binnen de onderneming met zijn werknemers bespreken.
2. De werkgever is verplicht, voorafgaande aan de aanschaf van nieuwe machines of werktuigen, de betrokken werknemers te raadplegen over aan deze machines of werktuigen verbonden ergonomische en veiligheidsaspecten.
1. Partijen bij de cao voor het Hoveniersbedrijf in Nederland erkennen dat een werknemer, die gewetensbezwaren heeft ten aanzien van zijn werk of een onderdeel daarvan, zich in een ernstige persoonlijke conflictsituatie bevindt, waardoor de vervulling van de overeengekomen arbeid bij hem op onoverkomelijke bezwaren kan stuiten.
2. De werkgever zal een ernstig gewetensbezwaar van de werknemer eerbiedigen door, voor zover in redelijkheid mogelijk, aan de betrokken werknemers vervangende gelijkwaardige arbeid aan te bieden. De werknemer die zich op een ernstig gewetensbezwaar beroept, zal hem door de werkgever aangeboden vervangende gelijkwaardige arbeid aanvaarden.
3. De werknemer zal de werkgever schriftelijk en gemotiveerd van zijn gewetensbezwaren in kennis stellen en de daaraan zijns inziens verbonden consequenties met betrekking tot zijn functie-uitoefening aangeven.
4. De werknemer zal, indien hij wegens een ernstig gewetensbezwaar een opdracht weigert uit te voeren, de eventueel uit deze weigering voortvloeiende schade naar vermogen beperken.
5. Ingeval een werknemer op grond van ernstige gewetensbezwaren incidenteel arbeid weigert, zal niet om die reden tot ontslag worden overgegaan noch de dienstbetrekking worden beëindigd.
1. Er bestaat een geschillencommissie die ingeval van geschillen omtrent de uitleg van de cao, een niet-bindend advies geeft. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de cao-partijen. Verzoeken om een advies kunnen worden ingediend door een of meer cao-partijen, individuele werknemers en/of werkgevers. Het bovenstaande laat hetgeen bepaald is in artikel 74 onverlet.
2. De geschillencommissie doet tevens uitspraken in geschillen omtrent functiewaardering, conform de beroepsprocedure zoals is opgenomen in het handboek „Functiewaardering groene sector’’. Zie ook bijlage XI van deze cao. De commissie laat zich bijstaan door functiewaarderingsdeskundigen.
Alle geschillen omtrent de toepassing van deze cao of omtrent arbeidsovereenkomsten, gesloten tussen werkgevers en werknemers die aan deze cao gebonden zijn, worden, tenzij de bij een geschil betrokken partijen uitdrukkelijk anders overeengekomen zijn, beslist door de gewone rechter.
1. De werkgever mag, in afwijking van artikel 7:628 BW, een werknemer schorsen met inhouding van loon in navolgende gevallen:
a. als er een dringende reden is tot ontslag, als bedoeld in artikel 7:678 BW en indien de werkgever nog niet tot ontslag wil overgaan. De schorsing kent een duur van maximaal twee weken.
b. bij verdenking van een vergrijp dat een dringende reden tot ontslag, als bedoeld in artikel 7:677 BW, zou kunnen zijn.
2. In de situatie genoemd in lid 1 sub b wordt onmiddellijk een onderzoek gesteld of sprake is van een vergrijp. Blijkt dit niet het geval te zijn dan zal het ingehouden loon alsnog worden uitbetaald en zal de werknemer worden gerehabiliteerd. Blijkt het vergrijp wel te zijn begaan, dan kan, ook als het ontslag volgt, het loon worden ingehouden over maximaal 3 weken.
3. Schorsing moet schriftelijk worden bevestigd aan de werknemer met de vermelding van de reden en de duur van de schorsing.
1. Er bestaat de mogelijkheid om ontheffing aan te vragen van een of meer bepalingen van deze cao.
2. Een werkgever kan slechts ontheffing aanvragen ingeval van zwaarwichtige redenen.
3. Aanvragen als bedoeld in lid 2 kunnen via de werkgeversorganisatie worden ingediend.
4. Cao-partijen stellen een dispensatiecommissie in die de verzoeken beoordeelt.
De overgangsbepalingen gelden voor de werknemer die arbeidsongeschikt is geworden (met uitsluiting van de werknemers waarvan het dienstverband tijdens arbeidsongeschiktheid is beëindigd) in de periode vanaf 1 januari 2004 tot en met 31-12-2005
1. Loondoorbetalingsverplichtingen gedurende het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid
a. Bij arbeidsongeschiktheid zal aan de werknemer gedurende het eerste jaar van de wettelijke periode, als genoemd in artikel 7:629 BW, 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon worden doorbetaald.
b. Tijdens het eerste jaar van de wettelijke periode als genoemd in artikel 7:629 BW ontvangt de werknemer, boven de wettelijke loondoorbetaling, een aanvulling tot 100% van het naar tijdruimte vastgestelde loon.
c. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid vindt uitbetaling naar rato plaats
2. Loondoorbetalingsverplichtingen tweede jaar van arbeidsongeschiktheid
a. Bij arbeidsongeschiktheid zal aan de werknemer gedurende het tweede jaar van de wettelijke periode, als genoemd in artikel 7:629 BW, 70% van het naar tijdruimte vastgestelde loon worden doorbetaald.
b. Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid vindt uitbetaling naar rato plaats
3. Loondoorbetalingsverplichtingen derde en vierde jaar van arbeidsongeschiktheid
Voor de vaststelling van de hoogte van het uitkeringsloon genoemd in de hierna genoemde sub leden a en b van dit lid wordt uitgegaan van de systematiek toegepast door UWV en waarbij in de toekomst rekening wordt gehouden met de nog in te voeren Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten (Wet Walvis).
a. In aansluiting op de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid wordt over de dagen waarover de werknemer een Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten (IVA)uitkering arbeidsongeschikt ontvangt krachtens de Wet werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen(WIA) deze uitkering als volgt aangevuld:
• gedurende het eerste WIA jaar tot 100% van het vastgestelde uitkeringsloon.
• gedurende het tweede WIA jaar tot 90% van vastgestelde uitkeringsloon.
b. Voor de werknemer die is ingedeeld in een arbeidsongeschiktheidspercentage tussen de 35% en 80% of tussen de 80% en 100% maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is, wordt over dagen waarover de werknemer een uitkering krachtens de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) ontvangt, een aanvulling vastgesteld, op basis van een gedeelte van het naar tijdruimte vastgestelde uitkeringsloon als volgt:
| Arbeidsongeschiktheid van | Tijdens het eerste WIA-jaar | Tijdens het tweede WIA-jaar |
|---|---|---|
| 35-55% | tot 100% van 28/70ste uitkeringsloon | tot 90% van 28/70ste uitkeringsloon |
| 45 tot 55% | tot 100% van 35/70ste uitkeringsloon | tot 90% van 35/70ste uitkeringsloon |
| 55 tot 65% | tot 100% van 42/70ste uitkeringsloon | tot 90% van 42/70ste uitkeringsloon |
| 65 tot 80% | tot 100% van 50,75/70ste uitkeringsloon | tot 90% van 50,75/70ste uitkeringsloon |
| 80-100% (niet duurzaam) | tot 100% van 70/70ste uitkeringsloon | tot 90% van 70/70ste uitkeringsloon |
c. Voor de werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is gelden gedurende de eerste twee jaren van arbeidsongeschiktheid de bepalingen opgenomen in de leden 1 en 2 van de overgangsregeling. Vanaf het derde jaar van arbeidsongeschiktheid geldt hetgeen is vermeld in artikel 58 lid 7.
| Functiegroep/ ORBA-score | Hoveniers | Groenvoorzieners | Boomverzorgers | Interieurbeplanters | Golfbanen | Diversen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 00-39,5 1 | Medewerker | Medewerker | Medewerker | Medewerker | ||
| 40-59,5 2 | Assistent Hovenier | Assistent Groenvoorziening | Assistent Boomverzor- ger | Machinist | ||
| 60-79,5 3 | Hovenier | Groenvoor- ziener | Boomverzor- ger | Servicemede- werker Inte- rieurbeplanting | ||
| 80-99,5 4 | Hovenier A | Groenvoorzie- ner A | Greenkeeper | Machinist A | ||
| 100-119,5 5 | Allround Hovenier Voorman | Voorman/Wijkbeheer- der | Allround Boomverzor- ger | Teamleider Interieurbeplanting | Machinist/VoormanMonteur | |
| 120-139,5 6 | Voorman A | Voorman A | Voorman A | Hoofd Greenkeeper |
Een medewerker heeft het recht om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen het door de werkgever genomen indelingsbesluit.
Bezwaar en beroep zijn mogelijk als de werknemer van mening is dat zijn functie niet of (bij functiewijziging) niet meer juist is beschreven en ingedeeld.
De hierop betrekking hebbende procedure bestaat uit 2 onderdelen of fasen:
• bezwaarfase (bij de eigen werkgever)
• beroepsfase (bij de geschillencommissie van de CAO)
Voordat een werknemer bezwaar aantekent, dient hij eerst in goed overleg met zijn werkgever te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. De werknemer moet zijn bezwaar binnen 30 dagen na bekendmaking van het indelingsbesluit schriftelijk indienen bij de werkgever. Op zijn beurt moet de werkgever binnen 30 dagen na ontvangst van het bezwaar, schriftelijk uitspraak doen of de oorspronkelijk indeling wordt gehandhaafd of gewijzigd.
Als de werkgever niet binnen de termijn van 30 dagen uitspraak doet, mag de werknemer dit opvatten als een afwijzing. Dit geeft de werknemer dan het recht om gebruik te maken van de beroepsfase.
Als de bezwaarfase voor de werknemer geen bevredigende oplossing oplevert, kan hij beroep instellen bij de geschillencommissie van de CAO. Deze beroepsmogelijkheid geldt zowel voor georganiseerde als niet georganiseerde werknemers. De stemverhouding tussen werknemers en werkgevers is één op één.
Een beroepschrift moet binnen 15 dagen na de interne behandeling van het „bezwaar’’ schriftelijk zijn aangemeld bij de geschillencommissie van de CAO. Indien de werkgever niet binnen de in de bezwaarfase genoemde termijn van 30 dagen uitspraak heeft gedaan, moet een beroepschrift binnen 15 dagen na de laatste dag van die termijn zijn aangemeld.
De geschillencommissie van de CAO zal vervolgens aan de indiener van het beroep, en diens werkgever, verzoeken om de volgende stukken:
• de inhoud van de functie waarop het beroep betrekking heeft (ingevuld ORBA-vragenformulier of functieomschrijving, waarin de inhoud van de functie voldoende duidelijk is omschreven, beide voor akkoord ondertekend door zowel functievervuller als werkgever)
• het indelingsformulier waarmee de werkgever het indelingsbesluit aan de werknemer heeft medegedeeld
• de schriftelijke uitspraak van de werkgever uit de bezwaarfase
• een schriftelijke motivering van de werknemer waarom hij beroep aantekent tegen de indeling van zijn functie.
De geschillencommissie van de CAO beoordeelt in hoeverre het voorgelegde beroep ontvankelijk is.
Met andere woorden, heeft het beroep daadwerkelijk betrekking op een indelingsgeschil of spelen er andere zaken die niets met het indelen van de functie te maken hebben?
Als de geschillencommissie van de CAO het beroep in behandeling neemt, laat zij zich bijstaan door functiewaarderingsdeskundigen van werkgevers en werknemersorganisaties. Een unaniem advies van deze deskundigen zal door de geschillencommissie van de CAO, overgenomen worden. De geschillencommissie van de CAO en/of de functiewaarderingsdeskundigen kunnen besluiten om de betrokken partijen bij de behandeling van het beroep uit te nodigen voor een mondelinge toelichting. De geschillencommissie van de CAO doet binnen een termijn van maximaal 3 maanden na ontvangst van het beroep uitspraak.
Functies uit een bedrijf worden ingedeeld in de functiegroepen van de CAO voor de Hoveniers en Groenvoorzieners op basis van een vergelijking met de zgn. referentiefuncties uit het functiehandboek.
• via een methode van puntenwaardering een verantwoorde rangorde van functies te verkrijgen. Uitgangspunt daarbij is de zwaarte van de eisen die aan de gemiddeld volwaardige functievervulling worden gesteld.
De ORBA methode is voor alle functies ongeacht het niveau of het vakgebied – toepasbaar.
Voor het inventariseren van de relevante functie-informatie wordt vaak gebruik gemaakt van de zgn. ORBA vragenformulieren. Een voorbeeld van zo’n vragenformulier is achter in deze brochure opgenomen. Ook worden vaak korte functie-interviews met de functievervuller(s) en/of de verantwoordelijke leidinggevende(n) gehouden.
In een functieomschrijving worden onder meer zaken vastgelegd als de naam van de functie, het doel van de functie, de positie van de functie in de organisatie, de belangrijkste verantwoordelijkheids- en resultaatgebieden of kerntaken en een aantal specifieke onderwerpen, zoals de vanuit de functie vereiste sociale vaardigheden, de zgn. specifieke handelingsvereisten en de in de functie voorkomende bezwarende omstandigheden.
5. Het waarderen van functies met ORBA
Het eigenlijke waarderen van functies geschiedt met behulp van in de ORBA methode vastgelegde gezichtspunten. Deze gezichtspunten maken het mogelijk om functies te analyseren naar relatieve zwaarte. De gezichtspunten zijn zodanig gekozen dat alle belangrijke, d.w.z. niveaubepalende aspecten die bij het vervullen van functies een rol (kunnen) spelen, aan de orde komen.
De gezichtspunten zijn gegroepeerd in een vijftal hoofdkenmerken, die vergelijkingen tussen functies qua opbouw (zogenaamde ORBA profielen) mogelijk maken. De opbouw van deze hoofdkenmerken in gezichtspunten is als volgt:
| Hoofdkenmerk | Gezichtspunt | Afweegfactor |
| Verantwoordelijkheid | Problematiek | 6 |
| Effect | 4 | |
| Kennis | Kennis | 5 |
| Sociale interactie | Leiding geven | 2 |
| Uitdrukkingsvaardigheid | 2 | |
| Contact | 2 | |
| Specifieke handelingsvereisten | Bewegingsvaardigheid | 2 |
| Oplettendheid | 1 | |
| Uitzonderlijke kenmerken | 1 | |
| Bezwarende omstandigheden | Lichamelijke inspanning/massa | 1 |
| Lichamelijke inspanning/houding | 1 | |
| Werkomstandigheden | 3 | |
| Persoonlijk risico | 1 |
Op basis van via het functieonderzoek verkregen informatie wordt voor elke functie bepaald welke gezichtspunten van toepassing zijn. Vervolgens worden voor elk van toepassing zijnd gezichtspunt punten (ook wel: graden) toegekend. Het aantal punten hangt af van de mate waarin zo’n gezichtspunt wordt vereist, respectievelijk voorkomt in het kader van een juiste uitoefening van de functie.
Het aantal punten wordt per gezichtspunt voor elke functie afzonderlijk bepaald. Naarmate de complexiteit van de functie groter is, er een sterker beroep wordt gedaan op kennis, er meer eisen gesteld worden aan de uitdrukkingsvaardigheid e.d. worden er voor die gezichtspunten ook meer punten gegeven.
Het toekennen van punten per gezichtspunt vindt plaats met behulp van de bij elk gezichtspunt behorende tabel.
Het met behulp van de tabellen toekennen van punten aan functies is specialistisch werk en kan alleen worden uitgevoerd door daartoe speciaal door de systeemhouder opgeleide functiewaarderingsdeskundigen.
Sommige gezichtspunten zijn met het oog op de bepaling van de rangorde van een functie van groter belang dan andere. Daarom werden verhoudingen in belangrijkheid tussen de gezichtspunten onderling vastgesteld. Deze zgn. afweegfactoren liggen in de methode vast en zijn niet afhankelijk van de aard van de in een onderzoek betrokken functies, de aard van de onderneming e.d.
Het voor elke functie afzonderlijk toegekende aantal punten per gezichtspunt wordt vermenigvuldigd met de afweegfactor van het betreffende gezichtspunt. Vervolgens worden alle gewogen punten van de gezichtspunten opgeteld en ontstaat de totaalwaarde van de functie: de zogenaamde ORBA totaalscore. Op basis van deze totaalscore kunnen functies naar zwaarte gerangschikt worden in een zogenaamde functierangschikkingslijst. Deze lijst geeft aan wat de rangorde in functies is of anders gezegd: hoe het niveau of de „waarde’’ van een functie zich verhoudt tot de niveaus van andere in de lijst voorkomende functies. Als eenmaal bekend is wat de totaalscore van een functie is kan deze functie ingedeeld worden in een zgn. functiegroep. Een functiegroep geeft een bepaalde bandbreedte in punten aan. Alle functies die een totaalscore hebben die valt binnen deze bandbreedte worden in deze groep geplaatst. De functiegroepen liggen vast in de CAO en zijn gekoppeld aan salarisgroepen. Het indelen van een functie in de van toepassing zijnde functiegroep leidt dan automatisch tot indeling in de corresponderende salarisgroep.
Het is voor het indelen van functies in de functiegroepen lang niet altijd nodig om deze functies eerst volledig te waarderen. In het zogenaamde referentie onderzoek wordt eerst een aantal representatieve functies volledig onderzocht en gewaardeerd en deze functies worden dan gebruikt als referenties of normen voor het indelen van alle overige, niet volledig omschreven en gewaardeerde functies. Op deze vorm van onderzoek, die ook in de groene sector wordt toegepast, wordt in het volgende hoofdstuk nader ingegaan.
6.ORBA in de groene sector: vergelijkenderwijs indelen van functies op basis van referentieonderzoek
In het bovenstaande werd reeds ingegaan op het begrip functieonderzoek. Functieonderzoek kan in de praktijk zeer verschillende vormen aannemen, hetgeen onder meer afhankelijk is van het type bedrijf en de wensen en eisen van de ondernemingsleiding. Veel voorkomende onderzoeksvormen zijn het zgn. constaterende functieonderzoek, het referentiefunctieonderzoek en het normerende of structurerende functieonderzoek. Functieonderzoeken kunnen betrekking hebben op hele organisaties, onderdelen daarvan of op een hele bedrijfstak, zoals in het geval van de groene sector.
Het referentieonderzoek:Kort gezegd komt deze onderzoeksvorm er op neer dat, voorkomende functies volledig wordt onderzocht en gewaardeerd. Deze selectie van functies dient dan vervolgens als norm- of referentiemateriaal voor het vergelijkenderwijs indelen van alle overige functies. In tegenstelling tot de functies die deel uit maken van het referentiemateriaal, de zgn. referentiefuncties, worden de in te delen of zgn. te refereren functies niet omschreven. De te refereren functies worden ook niet per gezichtspunt gewaardeerd. De voor het indelen benodigde functie-informatie wordt verkregen met behulp van het al eerder genoemde ORBA vragenformulier.
Bij het selecteren van de referentiefuncties is onder meer rekening gehouden met een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende typen functies binnen de voorkomende bedrijfsprocessen in de bedrijfstak. Omdat de referentiefuncties als norm of „kapstok’’ dienen voor het indelen van alle overige functies moeten zij ook voldoende herkenbaar zijn voor wat betreft de inhoud en de mate van voorkomen. Van groot belang is verder dat de te kiezen referentiefuncties voldoende spreiding hebben over de verschillende in de CAO vastgelegde functiegroepen. De in het functiehandboek opgenomen referentiefuncties voldoen aan de hierboven genoemde eisen. Het functiehandboek is daarmee geschikt om als instrument te dienen voor het op basis van vragenformulieren indelen van alle niet-referentiefuncties binnen de bedrijfstak c.q. het werkingsgebied van de CAO voor Hoveniers en Groenvoorzieners. Het indelen van de functies in de onder de CAO behorende bedrijven geschiedt onder verantwoordelijkheid van de directie. Kort gezegd komt het er op neer dat:
• voor alle in te delen functies informatie wordt verzameld met behulp van het ORBA vragenformulier. Het ingevulde vragenformulier wordt geaccordeerd door de functievervuller en diens (naasthogere) chef)
• op basis van het vragenformulier wordt de in te delen functie vergeleken met de referentiefuncties uit het functiehandboek en ingedeeld in de functiegroep van de referentiefunctie die het meest overeenkomt met de in te delen functie. De aldus tot stand gekomen indeling wordt door de directie aan de betreffende medewerker schriftelijk medegedeeld en zonodig gemotiveerd.
Het is uiteraard van groot belang dat het inventariseren van functie-informatie en het op basis daarvan indelen van functies zorgvuldig gebeurt. De indeling in een functiegroep bepaalt immers tevens de salarisgroep waarin een functievervuller wordt geplaatst. Uit de vele ervaring die inmiddels met referentieonderzoek is opgedaan blijkt dat het indelen van functies vrijwel altijd probleemloos verloopt. Niettemin is het juist gezien de consequenties van functiewaardering voor het inkomen van medewerkers noodzakelijk dat er voldoende waarborgen zijn om zich eventueel voordoende problemen te kunnen oplossen. Dergelijke waarborgen in de vorm van een zogenaamde beroepsprocedure, worden veelal in de CAO vastgelegd. Deze beroepsprocedure biedt individuele werknemers de mogelijkheid om bezwaar of beroep aan te tekenen tegen een door hen als onjuist ervaren indeling.
7. De Hoofdkenmerken, gezichtspunten en aspecten van de ORBA methode nader toegelicht
De bijdrage die een functie levert aan het realiseren van ondernemingsdoelstellingen, geschiedt vanuit een specifieke verantwoordelijkheid voor binnen de functie behorende activiteiten. Vanuit het hoofdkenmerk Verantwoordelijkheid wordt geanalyseerd wat deze verantwoordelijkheden zijn. Verantwoordelijkheid wordt geanalyseerd aan de hand van de gezichtspunten Problematiek en Effect.
Problematiek betreft het behandelen van in de functie voorkomende vragen, problemen en uitdagingen. Problematiek wordt beschouwd in relatie tot de mate waarin het functioneel denken en handelen binnen een functie gebonden is aan kaders. Het graderen van Problematiek gebeurt op basis van de aspecten Complexiteit en Functionele ruimte. Deze aspecten vertonen een sterke samenhang.
ComplexiteitVanuit Complexiteit wordt vastgesteld wat de aard en omvang van in een functie voorkomende vragen en problemen zijn. Daarbij gaat het met name om het vaststellen van de moeilijkheidsgraad van deze problemen en de wijze waarop hiervoor tijdens de functievervulling oplossingen moeten worden gevonden.
Richtinggevende vragen bij de niveaubepaling zijn:
• hoe ingewikkeld zijn de in de functie voorkomende vragen of op te lossen problemen?
• wat is de kwaliteit die is vereist voor het geven van oplossingen en in welke mate kan hierbij worden teruggevallen op eerdere, bekende oplossingen?
De functionele ruimte bepaalt in hoeverre een medewerker in zijn denken en handelen door organisatorische kaders wordt beperkt, dan wel stimulerende invloeden daarvan ondervindt.
Richtinggevende vragen voor de niveaubepaling zijn:
• wanneer en in welke mate moet de medewerker verantwoording afleggen over zijn activiteiten?
• in hoeverre kan de medewerker bij de uitoefening van zijn functie terugvallen op anderen?
Effect duidt op het resultaat van de bijdrage die een functie aan het realiseren van de organisatiedoelstellingen levert. Een belangrijke factor bij het analyseren van dit effect is de mate waarin een functievervuller in staat is daadwerkelijk deze bijdrage te kunnen leveren. Het graderen van Effect gebeurt op basis van de aspecten Resultaat en Invloed.
Resultaat heeft betrekking op de vereiste kwaliteit van acties en beslissingen en op de invloed van deze acties en beslissingen op de organisatie of onderdelen daarvan en op klanten en relaties. Ook de termijn waarop de gevolgen hiervan merkbaar zijn, is punt van analyse.
Richtinggevende vragen bij de niveaubepaling zijn:
• op welke terreinen binnen of buiten de organisatie is de functie primair van invloed?
• wat is het belang van deze invloed voor de organisatie en haar omgeving?
Het aspect invloed betreft de organisatorische context ofwel functionele ruimte van een functie. De mate waarin er (beperkende) voorschriften bestaan, bepaalt de mate waarin vanuit een functie invloed uitgeoefend kan worden.
Richtinggevende vragen bij de niveaubepaling zijn:
• in hoeverre wordt het functioneel denken en handelen ingekaderd door in de functie of haar omgeving aanwezige procedures of regelgeving; welke ruimte is er bij het nemen van beslissingen?
• in hoeverre kan bij het maken van keuzes en beslissingen worden teruggevallen op anderen?
Kennis is een essentiële voorwaarde voor het denken en doen van de medewerker in zijn functie. Kennis wordt hierbij opgevat als een dynamisch begrip. Kennis wordt niet alleen verkregen uit opleiding en vorming maar ontwikkelt zich tevens tijdens en door het functioneel denken en handelen. Binnen het hoofdkenmerk Kennis gaat het om de samenhang tussen het beschikken over en het (vermogen tot het) toepassen van kennis. Het gelijknamige gezichtspunt Kennis bepaalt dit hoofdkenmerk.
Bij het analyseren en waarderen van de vereiste mate van kennis wordt onderscheid gemaakt tussen de aspecten Niveau en Omvang.
Niveau betreft de mate en de diepgang van de voor functie-uitoefening vereiste kennis. Ter ondersteuning van de beeldvorming over de mate en diepgang van de vereiste kennis, wordt gebruik gemaakt van de algemeen geaccepteerde indeling van scholingsniveaus: LBO, MBO, HBO en WO, echter zonder het aantoonbaar genoten hebben van deze opleidingen als maatstaf te hanteren.
Richtinggevende vragen voor de analyse van dit aspect zijn:
• welke mate van diepgang van kennis is vereist; gaat het om kennis over eenvoudige werkwijzen of kennis uit zeer specialistische vakgebieden?
• welke mate van vakbeheersing is vereist?
Omvang verwijst naar het toepassingsgebied van de vereiste kennis en naar de mate waarin integratie van deze kennisgebieden is vereist.
Richtinggevende vragen voor de niveaubepaling zijn:
• is kennis uit een groot aantal vakdisciplines vereist?
• in hoeverre is het voor de functievervulling noodzakelijk verbanden tussen verschillende vakgebieden te leggen?
Functies verschillen in de mate waarin communicatie binnen en buiten de organisatie noodzakelijk is voor het realiseren van ondernemingsdoelen. Het belang van de functionele sociale interactie wordt geanalyseerd aan de hand van de gezichtspunten Leidinggeven, Uitdrukkingsvaardigheid en Contact.
Leiding geven betreft het direct of indirect aansturen van medewerkers binnen de organisatiestructuur.
Resultaten bereikt men immers veelal via beïnvloeden van anderen. Voor het graderen van Leiding geven wordt gebruik gemaakt van de aspecten Aantal werknemers/aard van de aansturing en Omstandigheden.
Aantal werknemers/aard van de aansturing
De belangrijkste maatstaven voor de niveaubepaling van dit aspect zijn:
• aan hoeveel personen geeft de functievervuller leiding?
• van welke vorm van leiding geven is sprake; direct, indirect, vaktechnisch, functioneel of ambtelijk?
Het aspect Omstandigheden betreft de situationele context waarbinnen het leidinggeven plaatsvindt, met name op de factoren die dit bemoeilijken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan geografische spreiding of variaties in personeelsbezetting.
Gezichtspunt Uitdrukkingsvaardigheid
Het gezichtspunt Uitdrukkingsvaardigheid betreft alle voor de functie vereiste vormen van schriftelijke en mondelinge informatieoverdracht. Speciale aandacht wordt daarbij besteed aan de mate waarin eigen vormgeving van informatie is vereist. Uitdrukkingsvaardigheid wordt geanalyseerd en gewaardeerde aan de hand van de aspecten Materie en Kwaliteit.
Het aspect Materie betreft zowel de inhoud van de informatieoverdracht als de vereiste vorm(en) van uitdrukken. De mate waarin beheersing van een vreemde taal is vereist, krijgt daarbij aparte aandacht.
De volgende vragen zijn richtinggevend voor de analyse:
• hoe complex is de materie waarover gecommuniceerd wordt?
• in welke vorm moet de informatie worden overgedragen: schriftelijk of mondeling?
Het aspect Kwaliteit betreft de mate waarin een functievervuller zelf actief vormgeeft aan de informatieoverdracht, de verhouding met de ontvangende partij en de beschikbare bedenktijd.
Het gezichtpunt Contact betreft de mate waarin tijdens de communicatie afstemming van het eigen gedrag op dat van de andere partij is vereist. Het gaat hierbij om zaken als tact, inlevingsvermogen en een dienstverlenende houding. Analyse en waardering van Contact vindt plaats vanuit de aspecten Beïnvloeding/kwaliteit en Functionele relatie.
Dit aspect richt zich op het aanvoelen van, respectievelijk het inspelen op verwachtingen van anderen.
De volgende vraag is richtinggevend bij niveaubepaling:
• hoe is de mate van het „zich richten’’ op anderen het beste te typeren: als vrij oppervlakkig, informerend en zaakgericht, zeer intensief en persoonsgericht of beïnvloedend?
Centraal bij dit aspect staat de analyse van de relatie van de functievervuller met anderen in termen van (functioneel) belang. Dit belang wordt bepaald door de mate waarin de invalshoeken en doelen van diverse betrokkenen overeenkomstig of juist strijdig zijn en door de sfeer waarin zij werken.
De volgende vragen zijn richtinggevend bij de analyse van dit aspect:
• in hoeverre is er sprake van overeenkomst of verschil tussen de invalshoeken van waaruit beide partijen opereren (denk hierbij bijvoorbeeld aan achtergronden, benaderingswijzen, bekendheid met elkaars werk)?
• in welke sfeer (formeel, informeel, cultuurverschillen) vindt het contact plaats?
• zijn de doelen van betrokken partijen vergelijkbaar of juist strijdig?
Specifieke handelingsvereisten
Dit hoofdkenmerk bestaat uit drie gezichtspunten, te weten Bewegingsvaardigheid, Oplettendheid en Uitzonderlijke kenmerken. Deze gezichtspunten betreffen kenmerken die niet in elke functie voorkomen.
Gezichtspunt Bewegingsvaardigheid
Het gezichtspunt Bewegingsvaardigheid is van toepassing indien voor een functie specifieke of speciale beheersing van bewegingen is vereist. Analyse en waardering vindt plaats vanuit twee aspecten: Beheersing en Bemoeilijkende factoren.
Het aspect Beheersing richt zich op de mate van nauwkeurigheid voor de uitvoering van meer of minder gecompliceerde handelingen.
Richtinggevende vragen bij de niveaubepaling zijn:
• met welke mate van precisie en accuratesse moeten de bewegingen worden uitgevoerd?
• in welke mate is coördinatie van ledematen vereist?
Bemoeilijkende factoren betreffen de omstandigheden waaronder de bewegingen moeten worden uitgevoerd, die de handelingen in meer of mindere mate bemoeilijken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan krachtsuitoefening, snelheid van bewegen en snelheid van reageren.
Oplettendheid, in de zin van een bepaalde mate van aandacht en concentratie, is vereist voor elk functioneel denken en handelen. Dit geldt in het bijzonder voor probleembehandeling (zie gezichtspunt Problematiek). Oplettendheid wordt via de ORBA Methode alleen gewaardeerd indien sprake is van bijzondere eisen aan aandacht of concentratie. De gradering van deze „bovenmatige’’ oplettendheid vindt plaats aan de hand van de aspecten Intensiteit en Duur.
De vereiste mate van Intensiteit van aandacht en concentratie wordt vastgesteld met behulp van vier onderling samenhangende factoren, te weten: aard van het aandachtsgebied, selectiviteit van waarneming, tempo van informatieverwerking en voorspelbaarheid van situaties.
Bij het aspect Duur spelen twee factoren een rol. De vereiste duur van de periode van oplettendheid en de frequentie waarin deze periodes in de functie voorkomen. De duur van de oplettendheid kan variëren van kort (tot 0,5 uur) tot lang (meer dan 2,5 uur). Bij de mate waarin deze periodes voorkomen, wordt onderscheid gemaakt tussen weinig (circa 10% van de werktijd), regelmatig (circa 40%) en veel (circa 90% van de werktijd).
Gezichtspunt Uitzonderlijke kenmerken
Voor een beperkt aantal functies dient de functievervuller over één of meer bijzondere eigenschappen te beschikken. In hoofdzaak gaat het hierbij om fysiologische vermogens of eigenschappen die niet door scholing of op een andere wijze te verwerven of te leren zijn en hoewel schaars, toch onmisbaar voor het uitoefenen van een functie zijn. Analyse en waardering vindt plaats vanuit twee aspecten: Aard en Belang.
Het begrip Aard heeft betrekking op kleuronderscheiding, smaak- en geuronderscheiding, geluidsonderscheiding, tastzin, stemgeluid, fysiek uiterlijk en artistieke uitingsvorm.
Door middel van het aspect Belang wordt vastgesteld of de aard van het kenmerk onontbeerlijk is voor een (klein) deel van de functie, dan wel wezenlijk is voor de gehele functie.
Dit hoofdkenmerk is bedoeld voor omstandigheden in functies, die fysisch en/of psychisch belastend zijn dan wel bepaalde gevaren voor de functievervuller met zich meebrengen. Bezwarende omstandigheden worden alleen gewaardeerd via de ORBA methode indien zij bij de uitoefening van de functie een substantiële factor vormen. Bezwaren die verbonden zijn aan (verschillende vormen van) afwijkende werkuren en omstandigheden die de ARBO normen (dreigen te) overschrijden, blijven hierbij buiten beschouwing. Het hoofdkenmerk Bezwarende omstandigheden is het enige hoofdkenmerk van de ORBA methode dat niet automatisch wordt gebruikt bij het waarderen van functies. Toepassing van dit hoofdkenmerk is facultatief en is gerelateerd aan de in een organisatie bestaande opvattingen over beloningsbeleid. Binnen dit hoofdkenmerk worden vier gezichtspunten onderscheiden, te weten: Lichamelijke inspanning/massa, Lichamelijk inspanning/houding, Werkomstandigheden en Persoonlijk risico
Gezichtspunt Lichamelijke inspanning/massa
Dit gezichtspunt betreft de lichamelijke inspanning die een functievervuller moet leveren om een bepaalde massa in de gewenste positie te brengen of te houden. Gradering vindt plaats met behulp van de aspecten Intensiteit en Duur/herhaling.
Het begrip Intensiteit heeft betrekking op de hoeveelheid te verrichten arbeid als combinatie van het massagewicht uitgedrukt in kilogrammen en de lastarm uitgedrukt in centimeters.
Het aspect Duur/herhaling heeft betrekking op de duur (tijd maal frequentie) van de te leveren lichamelijke inspanning en de tijdspanne waarbinnen de inspanning wordt herhaald.
Gezichtspunt Lichamelijke inspanning/houding:
Dit gezichtspunt betreft de lichamelijke inspanning die is vereist om een bepaalde lichaamshouding te handhaven (statisch) of een bepaalde lichaamsbeweging uit te voeren (dynamisch). Dit gezichtspunt kent de aspecten Intensiteit en Duur.
Het aspect Intensiteit heeft betrekking op de mate van inspanning die nodig is om de houding te handhaven en/of de beweging uit te voeren.
Het aspect Duur heeft betrekking op de tijdsduur (tijd maal frequentie) van de fysieke belasting.
Gezichtspunt Werkomstandigheden
Het gezichtspunt Werkomstandigheden richt zich op de hinder die een medewerker ondervindt als gevolg van fysische of psychische fenomenen. Aspecten voor de niveaubepaling zijn Intensiteit en Duur.
Het aspect Intensiteit heeft betrekking op de aard en waarneembaarheid van de afzonderlijke fenomenen, alsmede het aantal gelijktijdig optredende fenomenen.
Het aspect Duur heeft betrekking op de tijdsduur (tijd maal frequentie) van de hinder.
Gezichtspunt Persoonlijke risico
Het gezichtspunt Persoonlijk risico betreft de mate waarin de arbeidsgeschiktheid van een medewerker wordt bedreigd. Dit risico wordt gewogen via twee aspecten, te weten: Ernst van het letsel en Kans op letsel.
Ernst van het letsel heeft betrekking op de mate waarin opgelopen letsel gevolgen heeft voor de arbeidsgeschiktheid van de medewerker.
Kans op letsel heeft betrekking op de kans dat letsel kan worden opgelopen door het uitoefenen van de functie in relatie tot gehanteerde veiligheidsvoorschriften en -maatregelen.
1. Richtlijnen voor het indelen van functies met behulp van het functiehandboek
Van elke in een onderneming voorkomende functie moet worden bepaald wat de indeling van deze functie is in de functiegroepenstructuur van de CAO. Deze indeling komt tot stand op basis van een vergelijking van de in te delen functie met de zogenaamde referentiefuncties uit het handboek.
Bij het selecteren van de functies is o.m. rekening gehouden met de verschillende typen bedrijfsprocessen, de verschillende organisatorische disciplines en de herkenbaarheid van de functies voor wat betreft mate van voorkomen en de spreiding over de verschillende functiegroepen.
De functies welke deel uit maken van het functiehandboek fungeren als norm of „kapstok’’ voor het indelen van niet in het functiehandboek opgenomen functies en staan daarom bekend als zgn. referentiefuncties. Alle referentiefuncties zijn volledig met de ORBA methode onderzocht. In het handboek is een overzicht opgenomen waarin de referentiefuncties over vijf kolommen zijn verdeeld en gerangschikt naar functiegroep. Dit overzicht wordt ook wel aangeduid als functieraster of referentieraster. De opgenomen referentiefuncties zijn hierin vetgedrukt weergegeven. Daarnaast staan in het raster vermeld bepaalde overige functies/functiebenamingen zoals die binnen de branche kunnen voorkomen.
De functies welke conform de CAO door middel van vergelijking met de referentiefuncties dienen te worden ingedeeld staan bekend als de zgn. te refereren of gerefereerde functies. Het functieniveau van deze te refereren of gerefereerde functies komt niet tot stand op basis van een volledige waardering met de ORBA methode, maar – zoals gezegd – op basis van een vergelijking met de referentiefuncties uit het functiehandboek.
Het indelen van te refereren functies
Teneinde te refereren functies op een verantwoorde manier in te kunnen delen in de functiegroepenstructuur van de CAO dient een aantal stappen te worden doorlopen.

Verzamelen en vastleggen van functie-informatie
Het indelen van de binnen een onderneming voorkomende te refereren functies moet zorgvuldig gebeuren. Daarom is het belangrijk een duidelijk beeld te krijgen van alle activiteiten en verantwoordelijkheden die in de functies voorkomen. Een belangrijk hulpmiddel bij het verzamelen en vastleggen van informatie over de te refereren functies is het ORBA vragenformulier.
Indelen van functies door indelingscommissie of werkgever
1.Het selecteren van geschikte referentiefuncties
Op basis van het ingevulde vragenformulier wordt eerst vastgesteld wat de kern van de functie is in termen van activiteiten en verantwoordelijkheden. Vervolgens wordt vastgesteld of de functie ook nog activiteiten en verantwoordelijkheden omvat die niet tot de kern behoren of die bijvoorbeeld op het terrein van een andere discipline liggen. Bij elke te refereren functie worden vervolgens de best passende referentiefuncties uit het van toepassing zijnde functiehandboek gezocht, d.w.z. de referentiefuncties die qua inhoud het meest op de te refereren functie lijken.
2.Vergelijken
De te refereren functie wordt op inhoud vergeleken met de referentiefuncties. Dit komt erop neer dat wordt nagegaan op welke punten de te refereren functie verschilt dan wel overeenkomt met de referentiefuncties. Het kan zijn dat de te refereren functie een aantal activiteiten en/of verantwoordelijkheden meer heeft dan een referentiefunctie, of juist een aantal minder.
3.Wegen van de verschillen
Tijdens deze stap wordt bepaald wat de waarde of zwaarte is van de aangetroffen „meers’’ en „minders’’. Bij het wegen van de „meers’’ en „minders’’ gaan de volgende regels op:
• hoe kleiner het aantal „plussen’’ of „minnen’’, des te meer komt de te refereren functie overeen met de referentiefunctie(s)
• hoe meer elke „plus’’ of „min’’ bij de kerntaken en verantwoordelijkheden hoort, des te meer lijkt de te refereren functie op de referentiefunctie(-s).
4.Het nemen van een indelingsbeslissing
Op basis van een zorgvuldige afweging van de „meers’’ en „minders’’ dient een conclusie bereikt te worden met betrekking tot de indeling.
Hierbij kan zich een aantal situaties voordoen.
a. Wanneer de „meers’’ en „minders’’ weinig in aantal zijn en tevens betrekking hebben op de kerntaken/verantwoordelijkheden van de functies, kan vrijwel altijd worden geconcludeerd dat de te refereren functie gelijk is aan de referentiefunctie. De functiegroepindeling van de referentiefunctie geldt dan ook voor de te refereren functie.
b. Wanneer de „meers’’ en „minders’’ groter in aantal zijn en tevens afwijken van de kerntaken/verantwoordelijkheden, dan is het meestal ook zo dat de te refereren functie met meer dan één referentiefunctie te vergelijken is. In dat geval moet worden nagegaan in welke functiegroepen die referentiefuncties zijn ingedeeld:
• zijn dat dezelfde groepen, dan hoort de functie meestal ook in die groep thuis
• zijn dat verschillende maar opeenvolgende groepen, dan hangt het af van de referentiefunctie waar de te refereren functie het meest op lijkt
• zijn dat groepen die ver uit elkaar liggen, dan ontstaat er een indelingsprobleem.
c. Voor een klein gedeelte van de te refereren functies zal worden geconcludeerd dat een goede vergelijking met twee of (maximaal 3) referentiefuncties niet mogelijk is, of dat de functiegroepen van de referentiefuncties ver uit elkaar liggen. In dit soort situaties is het altijd mogelijk om bij de AWVN deskundig advies in te winnen.











Een medewerker heeft het recht om bezwaar en beroep aan te tekenen tegen het door de werkgever genomen indelingsbesluit.
Bezwaar en beroep zijn mogelijk als de werknemer van mening is dat zijn functie niet of (bij functiewijziging) niet meer juist is beschreven en ingedeeld.
De hierop betrekking hebbende procedure bestaat uit twee onderdelen of fasen:
•bezwaarfase (bij de eigen werkgever)
•beroepsfase (bij de geschillencommissie van de CAO)
Bezwaarfase: Voordat een werknemer bezwaar aantekent, dient hij eerst in goed overleg met zijn werkgever te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. De werknemer moet zijn bezwaar binnen 30 dagen na bekendmaking van het indelingsbesluit schriftelijk indienen bij de werkgever. Op zijn beurt moet de werkgever binnen 30 dagen na ontvangst van het bezwaar, schriftelijk uitspraak doen of de oorspronkelijk indeling wordt gehandhaafd of gewijzigd. Als de werkgever niet binnen de termijn van 30 dagen uitspraak doet, mag de werknemer dit opvatten als een afwijzing. Dit geeft de werknemer dan het recht om gebruik te maken van de beroepsfase.
Beroepsfase: Als de bezwaarfase voor de werknemer geen bevredigende oplossing oplevert, kan hij beroep instellen bij de geschillencommissie van de CAO. Deze beroepsmogelijkheid geldt zowel voor georganiseerde als niet georganiseerde werknemers. De geschillencommissie functioneert op paritiaire basis en bestaat uit drie leden. Één lid is benoemd door de werkgeversorganisatie VHG en twee leden zijn benoemd door FNV Bondgenoten en CNV BedrijvenBond. De stemverhouding tussen werknemers en werkgevers is één op één.
Een beroepschrift moet binnen 15 dagen na de interne behandeling van het „bezwaar’’ schriftelijk zijn aangemeld bij de geschillencommissie van de CAO. Indien de werkgever niet binnen de in de bezwaarfase genoemde termijn van 30 dagen uitspraak heeft gedaan, moet een beroepschrift binnen 15 dagen na de laatste dag van die termijn zijn aangemeld.
De geschillencommissie van de CAO zal vervolgens aan de indiener van het beroep, en diens werkgever, verzoeken om de volgende stukken:
• de inhoud van de functie waarop het beroep betrekking heeft (ingevuld ORBA-vragenformulier of functieomschrijving, waarin de inhoud van de functie voldoende duidelijk is omschreven, beide voor akkoord ondertekend door zowel functievervuller als werkgever)
• het indelingsformulier waarmee de werkgever het indelingsbesluit aan de werknemer heeft medegedeeld
• de schriftelijke uitspraak van de werkgever uit de bezwaarfase
• een schriftelijke motivering van de werknemer waarom hij beroep aantekent tegen de indeling van zijn functie.
De geschillencommissie van de CAO beoordeelt in hoeverre het voorgelegde beroep ontvankelijk is.
Met andere woorden, heeft het beroep daadwerkelijk betrekking op een indelingsgeschil of spelen er andere zaken die niets met het indelen van de functie te maken hebben?
Als de geschillencommissie van de CAO het beroep in behandeling neemt, laat zij zich bijstaan door functiewaarderingsdeskundigen van werkgevers en werknemersorganisaties. Een unaniem advies van deze deskundigen zal door de geschillencommissie van de CAO, overgenomen worden. De geschillencommissie van de CAO en/of de functiewaarderingsdeskundigen kunnen besluiten om de betrokken partijen bij de behandeling van het beroep uit te nodigen voor een mondelinge toelichting. De geschillencommissie van de CAO doet binnen een termijn van maximaal 3 maanden na ontvangst van het beroep uitspraak.
| VHG | Hoveniers | Groenvoorzieners | Boomverzorgers | Interieurbeplanters | Golfbanen | Diversen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| functiegroep/ORBA-score | ||||||
| 1 00-39,51 | 01.01 Medewerker | 02.03 Medewerker | Medewerker | Medewerker | ||
| 2 40-59,5 | 01.07 Assistent Hovenier | 02.01 Assistent Groenvoorziening | Assistent Boomverzorger | 06.01 Machinist | ||
| 3 60-79,5 | 01.02 Hovenier | 02.04 Groenvoorziener | 03.01 Boomverzorger | 04.01 Servicemedewerker Interieurbeplanting | ||
| 4 80-99,5 | 01.03 Hovenier A | 02.05 Groenvoorziener A | 05.01 Greenkeeper | 06.02 Machinist A | ||
| 5 100-119,5 | 01.04 Allround Hovenier01.05 Voorman | 02.02 Voorman/Wijkbeheerder | 03.02 AllroundBoomverzorger | 04.02 TeamleiderInterieurbeplanting | 06.03 Machinist/Voorman06.04 Monteur | |
| 6 120-139,5 | 01.06 Voorman A | 02.06 Voorman A | Voorman A | 05.02 Hoofd Greenkeeper | ||
Van de vetgedrukte functies vindt u verderop in de map de functiebeschrijvingen ORBA Functiehandboek.
| Functienr. | Functienaam | ORBA-score |
|---|---|---|
| 01.01 | Medewerker Hoveniersbedrijf | 34 |
| 02.01 | Assistent Groenvoorziening | 43 |
| 06.01 | Machinist | 57 |
| 04.01 | Servicemedewerker Interieurbeplanting | 63 |
| 01.02 | Hovenier | 66 |
| 03.01 | Boomverzorger | 76 |
| 05.01 | Greenkeeper | 83 |
| 06.02 | Machinist A | 88 |
| 01.03 | Hovenier A | 88 |
| 03.02 | Allround Boomverzorger | 101 |
| 01.04 | Allround Hovenier | 102 |
| 02.02 | Voorman/Wijkbeheerder | 104 |
| 01.05 | Voorman | 106 |
| 04.02 | Teamleider Interieurbeplanting | 109 |
| 06.03 | Machinist/Voorman | 111 |
| 06.04 | Monteur Onderhoud Materieel | 114 |
| 05.02 | Hoofd Greenkeeper | 123 |
| 01.06 | Voorman A | 127 |
| Functienr. | Functienaam | Verantwoordelijkheid | Kennis | Sociale | Specifieke handelings- vereisten | Bezwarende omstandigheden | ORBA-score |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 01.01 | Medewerker Hoveniersbedrijf | 5.0 | 5.0 | 2.0 | 6.0 | 16.0 | 34 |
| 01.02 | Hovenier | 18.0 | 17.5 | 4.0 | 10.0 | 16.0 | 66 |
| 01.03 | Hovenier A | 33.0 | 22.5 | 6.0 | 10.0 | 16.0 | 88 |
| 01.04 | Allround Hovenier | 36.0 | 27.5 | 12.0 | 10.0 | 16.0 | 102 |
| 01.05 | Voorman | 38.0 | 27.5 | 14.0 | 10.0 | 16.0 | 106 |
| 01.06 | Voorman A | 48.0 | 32.5 | 20.0 | 10.0 | 16.0 | 127 |
| 02.01 | Assistent Groenvoorziening | 8.0 | 10.0 | 2.0 | 7.0 | 16.0 | 43 |
| 02.02 | Voorman/Wijkbeheerder | 38.0 | 25.0 | 14.0 | 11.0 | 16.0 | 104 |
| 03.01 | Boomverzorger | 23.0 | 17.5 | 6.0 | 12.0 | 17.0 | 76 |
| 03.02 | Allround Boomverzorger | 36.0 | 25.0 | 10.0 | 13.0 | 17.0 | 101 |
| 04.01 | Servicemedewerker Interieurbeplanting | 23.0 | 15.0 | 7.0 | 8.0 | 10.0 | 63 |
| 04.02 | Teamleider Interieurbeplanting | 46.0 | 30.0 | 20.0 | 7.0 | 6.0 | 109 |
| 05.01 | Greenkeeper | 30.0 | 20.0 | 8.0 | 13.0 | 12.0 | 83 |
| 05.02 | Hoofd Greenkeeper | 48.0 | 32.5 | 19.0 | 12.0 | 11.0 | 123 |
| 06.01 | Machinist | 18.0 | 15.0 | 4.0 | 8.0 | 12.0 | 57 |
| 06.02 | Machinist A | 33.0 | 22.5 | 10.0 | 11.0 | 11.0 | 88 |
| 06.03 | Machinist/Voorman | 43.0 | 27.5 | 16.0 | 13.0 | 11.0 | 111 |
| 06.04 | Monteur Onderhoud Materieel | 43.0 | 30.0 | 11.0 | 13.0 | 17.0 | 114 |
Medewerker Hoveniersbedrijf
Functienr. 01.01
Uitvoeren van enkelvoudige werkzaamheden bij de uitvoering van opdrachten met betrekking tot aanleg, renovatie of onderhoud van tuinen, openbare groenvoorziening e.d., zodanig dat wordt voldaan aan gestelde eisen met betrekking tot snelheid en nauwkeurigheid van werken.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/uitvoerder. Vaktechnisch: Voorman (A)/(allround) hovenier.
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van opgedragen enkelvoudige werkzaamheden binnen bepaalde (onderhouds-)projecten, volgens nauwkeurig omschreven opdrachten en instructies, bijvoorbeeld bestaande uit één of enkele van onderstaande werkzaamheden:
• spitten, schoffelen, harken, verwijderen van snoeihout;
• uitspitten van afgestorven heesters e.d.
• in-/uitkruien van grond, afvoeren van afval;
• steken van graskanten, inkruien/verdelen van verharding voor paden (grind, gravel, schelpen);
• uitvoeren van algemene opruimwerkzaamheden.
Op juiste en veilige wijze gebruik maken van handgereedschappen. Melden van gebreken aan leidinggevende.
Melden van bijzonderheden/onvolkomenheden.
Specifieke handelingsvereisten
Hanteren van (handmatige) tuingereedschappen.
Uitoefenen van kracht bij diverse grondverzet-/bewerkingswerkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen, afval e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard.
Hinder van weersomstandigheden, soms vuil en eentonig werk.
Kans op gering letsel bij uitvoering van werkzaamheden.
Hovenier
Functienr. 01.02
Verrichten (in teamverband) van (deel)taken met betrekking tot het aanleggen, renoveren of onderhouden van tuinen, openbare groenvoorzieningen, sport- en recreatieterreinen e.d., zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Voorman (A), (allround) hovenier/hovenier A.
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van onderdelen van werkzaamheden of assisteren bij het in teamverband uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot het aanleggen, renoveren of onderhouden van onder meer:
• (dak)tuinen, historische tuinen en landschapstuinen al dan niet onder architectuur;
• vegetatiedaken, tuinen en (openbare)groenvoorzieningen van gemeenten, bedrijven en instellingen;
• landschapselementen, sport- en recreatieterreinen.
Uitvoeren van de werkzaamheden aan de hand van nauw omschreven taken en gerichte instructies, zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen. Een en ander houdt onder meer in:
• assisteren bij het uitmeten/uitzetten van delen van ontwerpen, belijning van sportvelden e.d.
• uitvoeren van grondverbeteringswerkzaamheden, aanbrengen van teelt- en afwateringslagen, gravel e.d.
• assisteren bij werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen of onderhouden van vijvers/waterpartijen, paden/verhardingen, plaatsen van afscheidingen, pergola’s, tuinhuisjes, e.d.
• graven van voorzieningen met betrekking tot aanleg van leidingen;
• planten van bomen, heesters en plantgoed;
• uitvoeren van verschillende seizoengebonden werkzaamheden (bemesten, snoeien, verwijderen van onkruid en plantendelen, maaien, verticuteren, rollen van grasmatten e.d.);
Zorgen voor een adequaat en veilig gebruik van bij de werkzaamheden te gebruiken machines/apparatuur en gereedschappen en tijdig uitvoeren van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen aan de voorman.
Bijhouden van een eenvoudige werkadministratie (uren-/materiaalverantwoording).
Samenwerken en overleggen met collega’s.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met (eenvoudig) zelfrijdend materieel. Hanteren van (gemotoriseerde) gereedschappen en hulpmiddelen.
Aandacht en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/ verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiviteit.
Hinder van weersomstandigheden, vuil en machinelawaai komt wisselend voor.
Kans op letsel door ongeval met machines en uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Hovenier A
Functienummer. 01.03
Verrichten van werkzaamheden (in teamverband) met betrekking tot aanleg, renovatie en onderhoud van tuinen (al dan niet onder architectuur), vegetatiedaken, openbaar groen en sport- en recreatieterreinen, zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Voorman (A) of allround hovenier.
Onder direct: In bepaalde gevallen 1-2 toegevoegde medewerkers (vaktechnisch).
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van werkzaamheden als onderdeel van opdrachten onder verantwoordelijkheid van een (vaktechnisch) leidinggevende en betrekking hebbend op aanleg, renovatie en onderhoud van onder meer:
• (dak)tuinen, historische tuinen en landschapstuinen al dan niet onder architectuur;
• vegetatiedaken, tuinen en (openbare)groenvoorzieningen van gemeenten, bedrijven en instellingen;
• landschapselementen, sport- en recreatieterreinen.
Uitvoeren van de werkzaamheden op basis van aanwijzingen en instructies van een voorman A.
Verrichten van alle voorkomende uitvoerende werkzaamheden (in teamverband) overeenkomstig aangegeven specificaties, zodanig dat voldaan wordt aan de gestelde kwaliteitseisen. In dit kader onder meer:
• uitmeten/uitzetten van delen van ontwerpen;
• uitvoeren van grondverbeteringswerkzaamheden, aanbrengen van teelt- en afwateringslagen;
• aanleggen van natuurvijvers en waterpartijen met gebruikmaking van folie of rubber, m.i.v. drainage en afvoeren, randafwerking e.d.
• aanleggen van kleine oppervlakken sierbestrating, paden, tuinverhogingen, terrassen e.d.
• funderen en plaatsen van afscheidingen, pergola’s, tuinhuisjes, tuinornamenten, speelvoorzieningen e.d.
• aanleggen (excl. aansluiten) van tuinverlichting, watertoevoeren;
• aanplanten van bomen, heesters, één- en meerjarig plantgoed;
• uitvoeren van de diverse seizoengebonden werkzaamheden als bemesten, snoeien en verwijderen van onkruiden en afgestorven planten(delen), maaien/rollen/verticuteren van gazons, grasmatten van sportvelden, golfbanen e.d.
• uitrijden en rollen van gravel, uitmeten en aanbrengen van speelveldbelijning.
Zorgen voor een adequaat en veilig gebruik van bij de opdrachten te gebruiken machines/apparatuur en gereedschappen en tijdig uitvoeren van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen aan de voorman.
Bijhouden van werkadministratie (uren/materiaalverantwoording).
Bespreken van uit te voeren werkzaamheden met de voorman. Samenwerken en overleggen met collega’s.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met (eenvoudig) zelfrijdend materieel. Hanteren van (gemotoriseerde) gereedschappen en hulpmiddelen.
Aandacht en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiviteit.
Hinder van weersomstandigheden, vuil, en machinelawaai komt wisselend voor.
Kans op letsel door ongeval met machines en uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Alround Hovenier
Functienummer. 01.04
Verrichten van werkzaamheden met betrekking tot aanleg, renovatie en onderhoud van tuinen (in het algemeen onder architectuur en bestekken), groenvoorzieningen, landschapselementen en sport- en recreatieterreinen, zodanig dat het werk op tijd en conform gestelde kwaliteitseisen wordt uitgevoerd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Voorman (A)(bij grotere projecten)
Onder direct: Vaktechnisch ca. 1–2 toegevoegde medewerkers.
Onder indirect: Eventueel onderaannemers/ingehuurde krachten.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van opdrachten op het gebied op het gebied van aanleg, renovatie en onderhoud van:
• (dak)tuinen, historische tuinen en landschapstuinen al dan niet onder architectuur;
• vegetatiedaken, tuinen en (openbare)groenvoorzieningen van gemeenten, bedrijven en instellingen;
• landschapselementen, sport- en recreatieterreinen.
Een en ander met inbegrip van waterpartijen, civiele inrichtingselementen, speelvoorzieningen etc.
Uitvoeren van minder omvangrijke/complexe opdrachten op dit terrein alleen, op basis van tuinontwerpen, bestekken en instructies van de uitvoerder of ontwerper. Uitvoeren van omvangrijke opdrachten in teamverband onder leiding van een Voorman A.
Voorbereiden van alleen uit te voeren opdrachten zoals, regelen van de tijdige aanwezigheid/-beschikbaarheid van benodigde plant- en overige materialen, machines en gereedschappen, afstemmen van de werkzaamheden met (vertegenwoordigers van) opdrachtgevers, een en ander zodanig dat een efficiënte uitvoering van het werk mogelijk is.
Verrichten van werkzaamheden, zodanig dat binnen de opdracht omschreven activiteiten op tijd en overeenkomstig de in ontwerpen vastgelegde specificaties worden uitgevoerd. In dit kader, uitvoeren van alle voorkomende werkzaamheden op het gebied van onder meer:
• uitmeten/uitzetten van (delen van) ontwerpen, opnemen/maken van schetsen voor kleine wijzigingen op verzoek van en in overleg met opdrachtgever;
• uitvoeren van grondverbeteringswerkzaamheden, aanbrengen van teelt- en afwateringslagen;
• aanleggen van natuurvijvers en waterpartijen met gebruikmaking van folie of rubber, m.i.v. drainage en afvoeren, randafwerking e.d.
• aanleggen van (kleinere oppervlakten) sierbestrating, paden, tuinverhogingen, terrassen e.d.
• funderen en plaatsen van afscheidingen, pergola’s, tuinhuisjes, tuinornamenten, speelvoorzieningen e.d.
• aanleggen (excl. aansluiten) van tuinverlichting, watertoevoeren;
• aanplanten van bomen, heesters, één- en méérjarig plantgoed, aan de hand van in ontwerpen vastgelegde beplantingsschema’s;
• uitvoeren van de diverse seizoengebonden werkzaamheden als bemesten, (vorm)snoeien en verwijderen van onkruiden en afgestorven planten(delen), maaien/rollen/verticuteren van gazons.
Bewaken van de uitvoering van opdrachten. Bespreken van meer-/minder werk met opdrachtgever. Verantwoorden van afwijkingen ten opzichte van de opdracht c.q. de begroting.
Zorgen voor een adequate oplevering van opdrachten in overleg met de verantwoordelijke uitvoerder. Administreren van op de opdracht betrekking hebbende gegevens ter verantwoording en facturatie van opdrachten.
Zorgen voor een adequaat en veilig gebruik van bij de opdrachtuitvoering te gebruiken machines/ apparatuur en gereedschappen en tijdig uitvoeren van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen aan de uitvoerder/voorman.
Begeleiden van toegevoegde medewerkers, geven van vaktechnische aanwijzingen en toezien op de uitvoering.
Bespreken van opdrachten en uitvoeringsdetails met uitvoerder/ontwerper of voorman. Samenwerken en overleggen met collega’s. Begeleiden/instrueren van (ingehuurde) medewerkers. Afstemmen van werkzaamheden met (vertegenwoordigers van) opdrachtgever.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met (eenvoudig) zelfrijdend materieel. Hanteren van (gemotoriseerde) gereedschappen en hulpmiddelen.
Aandacht en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiviteit.
Hinder van weersomstandigheden, vuil en machinelawaai, komt wisselend voor.
Kans op letsel door ongeval met rijdend materieel, machines en uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Voorman
Functienummer. 01.05
Realiseren van de werkuitvoering met betrekking tot aanleg en/of onderhoud van beplantingen, gazons e.d van onder meer gemeentelijk groen, landschapselementen, sport- en recreatieterreinen, tuinen van particulieren, bedrijven en instellingen, zodanig dat voldaan wordt aan de opdracht in termen van kwaliteit, tijd en budget en tevredenheid bij opdrachtgevers.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder/Voorman A
Onder direct: Vaktechnisch: ca. 2–5 medewerkers.
Onder indirect: Eventueel onderaannemers/ingehuurde krachten.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Coördineren en mede uitvoering geven aan opdrachten op het gebied van aanleg en/of onderhoud van:
• tuinen/groenvoorzieningen (niet onder architectuur) bij particulieren, gemeenten, bedrijven en instellingen;
• landschapselementen, sport- en recreatieterreinen.
Een en ander op basis van werkopdrachten en bestekken, projectomschrijvingen en (partieel) toezicht van de uitvoerder/projectleider. Begeleiden van medewerkers, geven van vaktechnische aanwijzingen en instructies en toezien op de uitvoering, opdat werkzaamheden conform opdracht en binnen budget en conform ISO-voorschriften worden uitgevoerd, met in achtneming van bedrijfs- en ARBO-voorschriften.
Treffen van voorbereidingen voor uit te voeren opdrachten, zodanig dat de werkzaamheden volgens plan kunnen aanvangen en een efficiënte uitvoering van het werk mogelijk wordt. In dit kader onder meer:
• maken van werkplannen en indelen van medewerkers op basis van opdrachtomschrijvingen en toelichtingen daarop van de projectverantwoordelijk uitvoerder/projectleider;
• afstemmen met opdrachtgevers over uitvoeringstijdstippen, momenten van mogelijke overlast e.d.
• bestellen, reserveren/afroepen van machines/materieel, plantmateriaal en andere benodigde materialen en zorgen voor tijdige aanvoer/-levering op het project;
• treffen van maatregelen op het gebied van veiligheid zoals wegafzettingen e.d.
Organiseren en coördineren van de werkuitvoering en bewaken van de voortgang en uitvoering in kwalitatieve en kwantitatieve zin, zodanig dat een doeltreffende en efficiënte uitvoering wordt gewaarborgd en voldaan wordt aan de (ISO)opdrachtspecificaties. Hiertoe onder meer:
• controleren van de werkuitvoering en aangeven van gewenste correcties aan medewerkers;
• beoordelen van op het project aangeleverde plant- en inrichtingsmaterialen en middelen op kwaliteit en hoeveelheid en ondernemen van actie bij afwijkingen;
• zorg dragen voor het nauwkeurig uitmeten/uitzetten van tuinindelingen en opnemen/maken van schetsen voor kleine wijzigingen op verzoek van en in overleg met opdrachtgever;
• anticiperen op zich voordoende situaties en bepalen van prioriteiten in de werkuitvoering;
• beoordelen van specifieke aandachtspunten welke zich tijdens de werkzaamheden aandienen en deze oplossen dan wel bespreken met de uitvoerder en/of opdrachtgever;
• (eventueel)doen van aankopen naar aanleiding van onvoorziene situaties voor zover deze gedekt zijn binnen de projectbegroting.
Uitvoeren van controles ter voorbereiding van de oplevering van opdrachten. Opnemen van aandachtspunten tijdens de oplevering in het bijzijn van uitvoerder en opdrachtgever en zorg dragen voor afhandeling daarvan binnen de afgesproken termijn, zodat een optimale klanttevredenheid wordt gewaarborgd.
Verzorgen van op de opdrachten betrekking hebbende administratie, zodat verantwoording plaats kan vinden ten opzichte van budgetten en informatie beschikbaar komt voor facturatie aan opdrachtgevers.
Zorg dragen voor en toezien op een adequaat en veilig gebruik van bij de opdrachtuitvoering te gebruiken machines/apparatuur en gereedschappen en zorg dragen voor adequate uitvoering van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen. Doen van voorstellen met betrekking tot aanschaf van machines, gereedschappen en hulpmiddelen.
Begeleiden en motiveren van en overdragen van kennis en inzicht op (ingehuurde) medewerkers. Bespreken van opdrachten en uitvoeringsdetails met uitvoerder/projectleider. Vooraf, tijdens en bij oplevering, overleggen met opdrachtgevers inzake de opdrachtuitvoering. Bespreken van organisatorische en personele kwesties met de uitvoerder/projectleider.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met zelfrijdend materieel. Hanteren van (gemotoriseerde) gereedschappen en hulpmiddelen.
Aandacht voor en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiviteit.
Hinder van weersomstandigheden, vuil en machinelawaai, komt wisselend voor.
Kans op letsel door ongeval met rijdend materieel, machines en uitschietend (elektrisch)gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Voorman A
Functienummer. 01.06
Realiseren van de werkuitvoering met betrekking tot aanleg, renovatie en onderhoud van tuinen (in het algemeen onder architectuur en bestekken), groenvoorzieningen, landschapselementen en sport- en recreatieterreinen, zodanig dat voldaan wordt aan de opdracht in termen van kwaliteit, tijd en budget en tevredenheid bij opdrachtgevers.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder
Onder direct: Vaktechnisch: ca. 5–10 medewerkers, eventueel verdeeld over meerdere teams.
Onder indirect: Eventueel onderaannemers/ingehuurde krachten
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Coördineren en mede uitvoering geven aan opdrachten (meerdere projecten tegelijkertijd) op het gebied van aanleg, renovatie en onderhoud van:
• tuinen (onder architectuur) zoals historische tuinen, landschapstuinen, vegetatiedaken e.d.
• groenvoorzieningen, landschapselementen, sport- en recreatieterreinen,
e.e.a. met begrip van waterpartijen, civiele inrichtingselementen, speelvoorzieningen, etc. Een en ander op basis van werkopdrachten, bestekken, projectomschrijvingen, ontwerptekeningen en (partieel) toezicht van de uitvoerder/projectleider en/of ontwerper. Begeleiden van medewerkers, geven van vaktechnische aanwijzingen en instructies en toezien op de uitvoering, opdat werkzaamheden conform opdracht en binnen budget en conform ISO-voorschriften worden uitgevoerd, met inacht neming van bedrijfs- en ARBO-voorschriften.
Treffen van voorbereidingen voor uit te voeren opdrachten (meerdere projecten tegelijkertijd), zodanig dat de werkzaamheden (eventueel verdeeld over meerdere teams) volgens plan kunnen aanvangen en een efficiënte uitvoering van het werk mogelijk wordt. In dit kader onder meer:
• maken van werkplannen, aanreiken van gegevens voor calculaties;
• indelen van medewerkers op basis van opdrachtomschrijvingen en toelichtingen daarop van de projectverantwoordelijke uitvoerder/projectleider;
• afstemmen met opdrachtgevers over uitvoeringstijdstippen, momenten van mogelijke overlast e.d.
• bestellen, reserveren/afroepen of inhuren van machines/materieel, plantmateriaal en andere benodigde materialen en zorgen voor tijdige aanvoer/-levering op het project;
• treffen van maatregelen op het gebied van veiligheid zoals wegafzettingen e.d.
Organiseren en coördineren van de werkuitvoering en bewaken van de voortgang en uitvoering in kwalitatieve en kwantitatieve zin, zodanig dat een doeltreffende en efficiënte uitvoering wordt gewaarborgd en voldaan wordt aan de (ISO)opdrachtspecificaties. Hiertoe onder meer:
• controleren van de werkuitvoering en aangeven van gewenste correcties aan medewerkers;
• beoordelen van op het project aangeleverde plant- en inrichtingsmaterialen en middelen op kwaliteit en hoeveelheid en ondernemen van actie bij afwijkingen;
• zorg dragen voor het nauwkeurig uitmeten/uitzetten van ontwerp en opnemen/maken van schetsen voor kleine wijzigingen op verzoek van en in overleg met opdrachtgever;
• anticiperen op zich voordoende situaties en bepalen van prioriteiten in de werkuitvoering;
• beoordelen van specifieke aandachtspunten welke zich tijdens de werkzaamheden aandienen en deze oplossen danwel bespreken met de uitvoerder en/of opdrachtgever;
• (eventueel) doen van kleine aankopen naar aanleiding van (onvoorziene) situaties voor zover deze gedekt zijn binnen de projectbegroting.
Uitvoeren van controles ter voorbereiding van de oplevering van opdrachten. Opnemen van aandachtpunten tijdens de oplevering in het bijzijn van projectverantwoordelijke en opdrachtgever en zorg dragen voor afhandeling daarvan binnen de afgesproken termijn, zodat een optimale klanttevredenheid wordt gewaarborgd.
Verzorgen van op de opdrachten betrekking hebbende administratie, zodat verantwoording plaats kan vinden ten opzichte van budgetten en informatie beschikbaar komt voor facturatie aan opdrachtgevers.
Zorg dragen voor en toezien op een adequaat en veilig gebruik van bij de opdrachtuitvoering te gebruiken machines/apparatuur en gereedschappen en zorg dragen voor adequate uitvoering van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen. Doen van voorstellen met betrekking tot aanschaf van machines, gereedschappen en hulpmiddelen.
Begeleiden en motiveren van en overdragen van kennis en inzicht op medewerkers. Instrueren van ingehuurde medewerkers. Bespreken van opdrachten en uitvoeringsdetails met uitvoerder/projectleider/ontwerper. Vooraf, tijdens en bij oplevering, overleggen met opdrachtgevers inzake de opdrachtuitvoering. Bespreken van organisatorische en personele kwesties met de uitvoerder/projectleider.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met zelfrijdend materieel. Hanteren van (gemotoriseerde) gereedschappen en hulpmiddelen.
Aandacht voor en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiviteit.
Hinder van weersomstandigheden, vuil en machinelawaai, komt wisselend voor.
Kans op letsel door ongeval met rijdend materieel, machines en uitschietend (elektrisch)gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Assistent hovenier
Functienummer. 01.07
Assisteren bij het in teamverband aanleggen, renoveren of onderhouden van tuinen, openbare groenvoorzieningen, sport- en recreatieterreinen e.d., zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Voorman (A)/allround Hovenier/Hovenier ( A).
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Assisteren bij het in teamverband uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot het aanleggen, renoveren of onderhouden van onder meer:
• (dak)tuinen, historische tuinen en landschapstuinen al dan niet onder architectuur;
• vegetatiedaken, tuinen en (openbare)groenvoorzieningen van Gemeenten, bedrijven en instellingen;
• landschapselementen, sport- en recreatieterreinen.
Uitvoeren van de werkzaamheden aan de hand van aanwijzingen en instructies, zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen. Een en ander houdt onder meer in:
• assisteren bij uitvoering van grondverbeteringswerkzaamheden, aanbrengen van teelt- en afwateringslagen, gravel e.d.
• assisteren bij werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen of onderhouden van vijvers/waterpartijen, paden/verhardingen, plaatsen van afscheidingen, pergola’s, tuinhuisjes, e.d.
• graven van voorzieningen met betrekking tot aanleg van leidingen;
• uitvoeren van (delen van) seizoengebonden werkzaamheden zoals planten van bomen, heesters en plantgoed, bemesten, snoeien, verwijderen van onkruid en plantendelen, maaien, verticuteren, rollen van grasmatten e.d.);
Zorgen voor een adequaat en veilig gebruik van bij de werkzaamheden te gebruiken machines/apparatuur en gereedschappen en assisteren bij uitvoering van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen aan de voorman/hovenier.
Bijhouden van een eenvoudige werkadministratie (uren-/materiaalverantwoording).
Samenwerken en overleggen met collega’s.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met (eenvoudig) zelfrijdend materieel. Hanteren van gereedschappen en hulpmiddelen.
Aandacht en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiviteit.
Hinder van weersomstandigheden, vuil en machinelawaai komt wisselend voor.
Kans op letsel door ongeval met machines en uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Assistent Groenvoorziening
Functienummer. 02.01
Uitvoeren van werkzaamheden, resp. verlenen hand- en spandiensten bij de uitvoering van opdrachten voornamelijk gericht op het onderhouden van groenvoorzieningen.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Groenvoorziener(A)/Voorman-wijkbeheerder/Voorman A
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van toegewezen werkzaamheden, resp. verlenen hand- en spandiensten bij de uitvoering van werkzaamheden welke voornamelijk zijn gericht op het onderhouden van groenvoorzieningen van gemeenten, bedrijven en instellingen, een en ander op basis van aanwijzingen/instructies en gericht toezicht, zodanig dat een optimale bijdrage wordt geleverd aan de werkzaamheden van het (onderhouds)team. De werkzaamheden houden onder meer in:
• spitten, schoffelen, harken, verwijderen van snoeihout;
• uitspitten/vervangen van afgestorven heesters, kleine boompjes, planten e.d.
• in-/uitkruien van grond, afvoeren van afval;
• verlenen van hand- en spandiensten bij het plaatsen van afscheidingen, pergola’s e.d.
• aanplanten van eenjarig plantmateriaal in perken, borders en bakken;
• steken van graskanten, inkruien/verdelen van verharding voor paden (grind, gravel, schelpen);
• opruimen van het werkterrein bij afronding van het werk.
Op juiste en veilige wijze gebruikmaken van (gemoderniseerde) tuingereedschappen (waarvoor geen specifieke veiligheidsvoorschriften gelden) en uitvoeren van gebruikersonderhoud. Melden van gebreken aan tuingereedschappen aan de voorman/wijkbeheerder.
Invullen van uren-/materiaalverantwoording.
Overleggen met de voorman/wijkbeheerder inzake uit te voeren werkzaamheden. Samenwerken met collega’s.
Specifieke handelingsvereisten
Hanteren van tuingereedschappen en (gemotoriseerde) gereedschappen waarvoor geen specifieke veiligheidsvoorschriften gelden.
Uitoefenen van kracht bij diverse grondverzet-/bewerkingswerkzaamheden, kruien van grond, tillen/verplaatsen van materialen, afval e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard.
Hinder van weersomstandigheden, vuil en machinelawaai komt wisselend voor.
Kans op letsel door uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Voorman/Wijkbeheerder
Functienummer. 02.02
Realiseren van de werkuitvoering met betrekking tot het wijkonderhoud van openbaar groen, zodanig dat voldaan wordt aan de contractbepalingen en de werkzaamheden in termen van kwaliteit, tijd en budget naar behoren worden uitgevoerd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder/Voorman A
Onder direct: Vaktechnisch: ca. 2–5 medewerkers (medewerkers groenvoorziening).
Onder indirect: Eventueel onderaannemers/ingehuurde krachten.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Begeleiden en waar nodig mee uitvoeren van werkzaamheden in zijn rayon, voornamelijk gericht op het onderhouden en in beperkte mate aanleggen van openbare groenvoorzieningen, inrichtingselementen en speelvoorzieningen (met inachtneming van daarmee verbandhoudende bestratingswerkzaamheden) in wijken. Een en ander op basis van in contracten opgenomen onderhoudsbepalingen (aard en frequentie) en partieel overleg met en toezicht van de (hoofd)uitvoerder. Begeleiden van medewerkers, geven van aanwijzingen en instructies en toezien op de uitvoering, opdat werkzaamheden conform onderhoudsbepalingen, binnen de budgettair beschikbare tijd en volgens ISO-voorschriften worden uitgevoerd, met in achtneming van bedrijfs- en ARBO-voorschriften.
Opnemen van uit te voeren (herstel)werkzaamheden door periodiek maken van inspectieronden binnen zijn rayon, zodanig dat inzicht wordt verkregen in de aard van de uit te voeren werkzaamheden en de geëigende tijdstippen waarop de werkzaamheden het best kunnen worden uitgevoerd. Bespreken van bevindingen met (vertegenwoordigers van) opdrachtgevende instanties en met de (hoofd)uitvoerder in het kader van contractrevisies, meerwerk e.d.
Treffen van voorbereidingen voor uit te voeren onderhoud, zodanig dat de werkzaamheden volgens plan kunnen aanvangen en een efficiënte uitvoering van het werk mogelijk wordt. In dit kader onder meer:
• opstellen van weekplanningen en op basis daarvan beoordelen hoeveel medewerkers op welke momenten nodig zijn;
• afstemmen met opdrachtgevers over tijdstippen van uitvoering, momenten van mogelijke overlast e.d.
• bestellen, reserveren/afroepen of inhuren van machines/materieel, plantmateriaal en andere benodigde materialen en toezien op tijdige aanvoer/-aanlevering op de plaats van bestemming.
Organiseren en coördineren van de werkuitvoering en bewaken van de voortgang en uitvoering in kwalitatieve en kwantitatieve zin, zodanig dat een doeltreffende en efficiënte uitvoering wordt gewaarborgd en voldaan wordt aan de contractuele verplichtingen en ISO-bepalingen. Hiertoe onder meer:
• controleren van de werkuitvoering en aangeven van gewenste correcties aan medewerkers;
• beoordelen van op het werk aangeleverde plant- en inrichtingsmateriaal en middelen op kwaliteit en hoeveelheid en ondernemen van actie bij afwijkingen;
• zorgen voor het op de juiste wijze treffen van veiligheidsmaatregelen ten aanzien van verkeer en omwonenden;
• anticiperen op zich voordoende situatie en bepalen van prioriteiten in de werkuitvoering;
• beoordelen van specifieke aandachtspunten welke zich tijdens het werk aandienen en deze oplossen danwel bespreken met opdrachtgever en/of (hoofd)uitvoerder;
• doen van kleine (aanvullende) aankopen naar aanleiding van onvoorziene situaties voor zover deze gedekt zijn binnen het budget;
• bespreken van organisatorische-/planningstechnische- of personele aangelegenheden, met de (hoofd)uitvoerder.
Behandelen van vragen/klachten van wijkbewoners met betrekking tot groenvoorzieningen en overleggen met bewoners over mogelijke oplossingen, dan wel direct oplossen van klachten daar waar dit mogelijk is, waardoor zaken als verkeersveiligheid of gevoel van persoonlijke veiligheid, irritatie bij bewoners e.d. naar tevredenheid worden opgelost. Bespreken van vragen/klachten welke buiten zijn invloedssfeer vallen, met opdrachtgever en (hoofd)uitvoerder.
Verzorgen van op het werk betrekking hebbende administratie, zodat verantwoording plaats kan vinden ten opzichte van budgetten en informatie beschikbaar komt voor facturatie aan opdrachtgevers.
Zorg dragen voor en toezien op een adequaat en veilig gebruik van machines/apparatuur en gereedschappen en zorg dragen voor adequate uitvoering van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen. Doen van voorstellen met betrekking tot aanschaf van machines, gereedschappen en hulpmiddelen.
Begeleiden en motiveren van en overdragen van kennis en inzicht op medewerkers. Instrueren van ingehuurde medewerkers. Bespreken van uitvoeringsdetails voor en tijdens de werkzaamheden met (hoofd-) uitvoerder en opdrachtgever. Uitleg geven aan en overleggen met wijkbewoners naar aanleiding van eventuele overlast, vragen en klachten. Bespreken van organisatorische en personele kwesties met de (hoofd-) uitvoerder.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met zelfrijdend materieel. Hanteren van (gemotoriseerde) gereedschappen en hulpmiddelen.
Aandacht voor en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen, mede met het oog op veiligheid ten aanzien van verkeer en bewoners.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiteit.
Hinder van weersomstandigheden, vuil, machinelawaai, komt wisselend voor.
Kans op letsel door ongeval met rijdend materieel, machines en uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Medewerker Groenvoorziening
Functienummer. 02.03
Uitvoeren van enkelvoudige werkzaamheden, resp. verlenen van hand- en spandiensten bij de uitvoering van opdrachten, voornamelijk gericht op het onderhouden van openbare groenvoorzieningen.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Voorman-wijkbeheerder/Voorman A/Groenvoorziener (A).
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van opgedragen enkelvoudige werkzaamheden binnen bepaalde (onderhouds-)projecten, volgens nauwkeurig omschreven opdrachten en instructies, bijvoorbeeld bestaande uit één of enkele van onderstaande werkzaamheden:
• spitten, schoffelen, harken, verwijderen van snoeihout;
• uitspitten van afgestorven heesters e.d.
• in-/uitkruien van grond, afvoeren van afval;
• steken van graskanten, inkruien/verdelen van verharding voor paden (grind, gravel, schelpen);
• uitvoeren van algemene opruimwerkzaamheden.
Op juiste en veilige wijze gebruik maken van handgereedschappen. Melden van gebreken aan leidinggevende.
Melden van bijzonderheden/onvolkomenheden.
Specifieke handelingsvereisten
Hanteren van (handmatige) tuingereedschappen.
Uitoefenen van kracht bij diverse grondverzet-/bewerkingswerkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen, afval e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard.
Hinder van weersomstandigheden, soms vuil en eentonig werk.
Kans op gering letsel bij uitvoering van werkzaamheden.
Functienummer. 02.04
Verrichten (in teamverband) van (deel)taken met betrekking tot het wijkonderhoud van openbaar groen, zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Voorman-wijkbeheerder/Voorman A/Groenvoorziener A.
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van onderdelen van werkzaamheden of assisteren bij het in teamverband uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot het onderhouden en (in beperkte mate) aanleggen van groenvoorzieningen van Gemeenten, bedrijven en instellingen, een en ander aan de hand van aanwijzingen/instructies en zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen/ISO-voorschriften. Een en ander houdt onder meer in:
• uitvoeren van grondverbeteringswerkzaamheden, aanbrengen van teelt- en afwateringslagen, gravel e.d.
• assisteren bij werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen of onderhouden van paden/verhardingen, plaatsen van afscheidingen, e.d.
• graven van voorzieningen voor en plaatsing van inrichtingselementen, speelvoorzieningen e.d.
• planten van bomen, heesters en plantgoed;
• uitvoeren van verschillende seizoengebonden werkzaamheden (bemesten, snoeien, verwijderen van onkruid en plantendelen, maaien, verticuteren, rollen van grasmatten e.d.);
Zorgen voor een adequaat en veilig gebruik van bij de werkzaamheden te gebruiken machines/apparatuur en gereedschappen en tijdig uitvoeren van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen aan de voorman.
Bijhouden van een eenvoudige werkadministratie (uren-/materiaalverantwoording).
Samenwerken en overleggen met collega’s.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met (eenvoudig) zelfrijdend materieel. Hanteren van (gemotoriseerde) gereedschappen en hulpmiddelen.
Aandacht en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/ verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiviteit.
Hinder van weersomstandigheden, vuil en machinelawaai komt wisselend voor.
Kans op letsel door ongeval met machines en uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Groenvoorziener A
Functienummer. 02.05
Verrichten (in teamverband) van werkzaamheden met betrekking tot het wijkonderhoud van openbaar groen, zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Voorman-wijkbeheerder/Voorman A.
Onder direct: In bepaalde gevallen 1-2 toegevoegde medewerkers (vaktechnisch)
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van voorkomende werkzaamheden bij het in teamverband onderhouden en (in beperkte mate) aanleggen van groenvoorzieningen van Gemeenten, bedrijven en instellingen, een en ander overeenkomstig met de voorman/wijkbeheerder besproken specificaties en zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen/ISO-voorschriften. In dit kader, uitvoeren van alle voorkomende werkzaamheden, resp. met 1 of 2 toegevoegde medewerkers uitvoeren van kleinere projecten of delen van projecten. Een en ander houdt onder meer in:
• uitvoeren van grondverbeteringswerkzaamheden, aanbrengen van teelt- en afwateringslagen, gravel e.d.
• uitvoeren van werkzaamheden ten behoeve van het aanleggen of onderhouden van paden/verhardingen, plaatsen van afscheidingen, e.d.
• graven van voorzieningen voor en plaatsing van inrichtingselementen, speelvoorzieningen e.d.
• uitzetten van perken en borders, planten van bomen, heesters en ander plantgoed;
• uitvoeren van verschillende seizoengebonden werkzaamheden (bemesten, snoeien, verwijderen van onkruid en plantendelen, maaien, verticuteren, rollen van grasmatten e.d.);
Beoordelen welke situaties mogelijk gevaar opleveren voor verkeer en omwonenden en treffen van voor de uitvoering van deze werkzaamheden vereiste veiligheidsmaatregelen. Aanhoren van vragen of klachten van wijkbewoners met betrekking tot groenvoorzieningen en deze bespreken met de voorman/wijkbeheerder.
Zorgen voor een adequaat en veilig gebruik van bij de werkzaamheden te gebruiken machines/apparatuur en gereedschappen en tijdig uitvoeren van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen aan de voorman.
Bijhouden van een werkadministratie (uren-/materiaalverantwoording).
Bespreken van de uit te voeren werkzaamheden met de voorman/wijkbeheerder. Samenwerken en overleggen met collega’s. Geven van aanwijzingen aan toegevoegde medewerkers.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met (eenvoudig) zelfrijdend materieel. Hanteren van (gemotoriseerde) gereedschappen en hulpmiddelen.
Aandacht en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen, mede met het oog op veiligheid t.a.v. verkeer en bewoners.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/ verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiviteit.
Hinder van weersomstandigheden, vuil en machinelawaai komt wisselend voor.
Kans op letsel door ongeval met machines en uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Voorman A Groenvoorziening
Functienummer. 02.06
Realiseren van de werkuitvoering met betrekking tot onderhoud/aanleg van groenvoorzieningen van Gemeenten, bedrijven en instellingen, zodanig dat voldaan wordt aan de contractbepalingen en de werkzaamheden in termen van kwaliteit, tijd en budget naar behoren worden uitgevoerd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder.
Onder direct: Vaktechnisch: ca. 5-10 medewerkers (medewerkers/groenvoorzieners).
Onder indirect: Eventueel ingehuurde (tijdelijke)hulpkrachten.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Coördineren en waar nodig mee uitvoeren van werkzaamheden in zijn rayon, voornamelijk gericht op het onderhouden en aanleggen van groenvoorzieningen van Gemeenten, bedrijven en instellingen, met inbegrip van inrichtingselementen en speelvoorzieningen en daarmee verbandhoudende bestratingswerkzaamheden. Een en ander op basis van in contracten opgenomen onderhoudsbepalingen (aard en frequentie) en partieel overleg met de (hoofd)uitvoerder. Begeleiden van medewerkers (werkzaam in verschillende wijken), geven van aanwijzingen en instructies en toezien op de uitvoering, opdat werkzaamheden conform onderhoudsbepalingen, binnen de budgettair beschikbare tijd en volgens ISO-voorschriften worden uitgevoerd, met in achtneming van bedrijfs- en ARBO-voorschriften.
Opnemen van uit te voeren werkzaamheden door periodiek maken van inspectieronden binnen zijn rayon, zodanig dat inzicht wordt verkregen in de aard van de uit te voeren werkzaamheden en de geëigende tijdstippen waarop de werkzaamheden het best kunnen worden uitgevoerd. Bespreken van bevindingen met (vertegenwoordigers van) opdrachtgevende instanties en met de (hoofd)uitvoerder in het kader van contractrevisies, offertes, meerwerk e.d.
Treffen van voorbereidingen voor uit te voeren opdrachten (meerdere opdrachten tegelijkertijd), zodanig dat een en ander volgens plan kunnen aanvangen en een efficiënte uitvoering van het werk mogelijk wordt. In dit kader onder meer:
• opstellen van weekplanningen en op basis daarvan beoordelen hoeveel medewerkers op welke momenten nodig zijn;
• afstemmen met opdrachtgevers over tijdstippen van uitvoering, momenten van mogelijke overlast e.d.
• bestellen, reserveren/afroepen of inhuren van machines/materieel, plantmateriaal en andere benodigde materialen en toezien op tijdige aanvoer/-aanlevering op de plaats van bestemming.
Organiseren en coördineren van de werkuitvoering en bewaken van de voortgang en uitvoering in kwalitatieve en kwantitatieve zin, zodanig dat een doeltreffende en efficiënte uitvoering wordt gewaarborgd en voldaan wordt aan de contractuele verplichtingen en ISO-bepalingen. Hiertoe onder meer:
• controleren van de werkuitvoering en aangeven van gewenste correcties aan medewerkers;
• beoordelen van op het werk aangeleverde plant- en inrichtingsmateriaal en middelen op kwaliteit en hoeveelheid en ondernemen van actie bij afwijkingen;
• zorgen voor het op de juiste wijze treffen van veiligheidsmaatregelen ten aanzien van verkeer en omwonenden;
• anticiperen op zich voordoende situatie en bepalen van prioriteiten in de werkuitvoering;
• beoordelen van specifieke aandachtspunten welke zich tijdens het werk aandienen en deze oplossen danwel bespreken met opdrachtgever en/of (hoofd)uitvoerder;
• doen van kleine (aanvullende) aankopen naar aanleiding van onvoorziene situaties voor zover deze gedekt zijn binnen het budget;
• bespreken van organisatorische-/planningstechnische- of personele aangelegenheden, met de (hoofd)uitvoerder.
Behandelen van vragen/klachten van opdrachtgevers/wijkbewoners met betrekking tot groenvoorzieningen en overleggen over mogelijke oplossingen, dan wel direct oplossen van klachten daar waar dit mogelijk is, waardoor zaken als verkeersveiligheid of gevoel van persoonlijke veiligheid, irritatie bij bewoners e.d. naar tevredenheid worden opgelost. Bespreken van vragen/klachten welke buiten zijn invloedssfeer vallen, met opdrachtgever en (hoofd)uitvoerder.
Verzorgen van op het werk betrekking hebbende administratie, zodat verantwoording plaats kan vinden ten opzichte van budgetten en informatie beschikbaar komt voor facturatie aan opdrachtgevers.
Zorg dragen voor en toezien op een adequaat en veilig gebruik van machines/apparatuur en gereedschappen en zorgdragen voor adequate uitvoering van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen. Doen van voorstellen met betrekking tot aanschaf/vervanging van machines, gereedschappen en hulpmiddelen.
Begeleiden en motiveren van en overdragen van kennis en inzicht op medewerkers. Instrueren van ingehuurde medewerkers. Bespreken van uitvoeringsdetails voor en tijdens de werkzaamheden met (hoofd-) uitvoerder en opdrachtgever. Uitleg geven aan en overleggen met wijkbewoners naar aanleiding van eventuele overlast, vragen en klachten. Bespreken van organisatorische en personele kwesties met de (hoofd-) uitvoerder.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met zelfrijdend materieel. Hanteren van (gemotoriseerde) gereedschappen en hulpmiddelen.
Aandacht voor en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen, mede met het oog op veiligheid ten aanzien van verkeer en bewoners.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiteit.
Hinder van weersomstandigheden, vuil, machinelawaai, komt wisselend voor.
Kans op letsel door ongeval met rijdend materieel, machines en uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Boomverzorger
Functienummer. 03.01
Verrichten (doorgaans in teamverband) van (deel-)taken m.b.t. het verzorgen, planten, verplanten en verwijderen van bomen, zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Voorman A/allround boomverzorger
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van onderdelen van werkzaamheden of assisteren bij het in teamverband uitvoeren van werkzaamheden met betrekking tot boomverzorging (aanleg, renovatie en onderhoud), aan de hand van nauw omschreven taken en gerichte instructies en aanwijzingen van voorman of allround boomverzorger, zodanig dat wordt voldaan aan de gestelde kwaliteitseisen. Een en ander houdt onder meer in:
• planten en verplanten van bomen, handmatig en machinaal;
• uitvoeren van begeleidingssnoei tot op kroonhoogte voor jonge en halfwas bomen en onderhoudssnoei voor volwassen bomen;
• verwijderen van dood hout, slecht aangehechte en/of gevaarlijke takken uit de kroon van bomen;
• vellen en/of afbreken van bomen;
• uitfrezen van boomwortels;
• versnipperen, c.q. afvoeren van takken.
Zorgen voor een adequaat en veilig gebruik van bij de opdrachtuitvoering te gebruiken machines/ apparatuur en gereedschappen en tijdig uitvoeren van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen aan voorman of allround boomverzorger.
Bijhouden van een eenvoudige werkadministratie (uren/materiaalverantwoording).
Bespreken van uit te voeren werkzaamheden. Samenwerken en overleggen met collega’s.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met (rijdend) materieel, waaronder telekraan en hoogwerker. Hanteren van gereedschappen (vnl. motorzaag) en hulpmiddelen. Klimmen in bomen met gebruikmaking van de voorgeschreven veiligheidsmiddelen.
Aandacht en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen, mede met het oog op veiligheid.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiteit. Klimmen in bomen, hanteren van motorzaag in gedwongen houdingen.
Hinder van weersomstandigheden, vuil en machinelawaai.
Kans op letsel door ongeval met motorzaag, rijdend materieel, machines en uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Allround Boomverzorger
Functienummer. 03.02
Verrichten van werkzaamheden (alleen of in teamverband) m.b.t. het verzorgen, planten, verplanten en verwijderen van bomen, zodanig dat het werk op tijd en conform gestelde kwaliteitseisen wordt uitgevoerd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Voorman A
Onder direct: Eén of enkele boomverzorgers (vaktechnisch).
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Coördineren en mede uitvoeren van opdrachten op het gebied van boomverzorging (aanleg, renovatie en onderhoud), op basis van opdrachten en instructies van de uitvoerder, de ontwerper of de opdrachtgever. Uitvoeren van omvangrijke opdrachten in teamverband, soms o.l.v. een Voorman A.
Dit houdt onder meer in:
• in stand houden van geplante bomen door het uitvoeren van begeleidingssnoei tot op kroonhoogte voor jonge en halfwas bomen en onderhoudssnoei voor volwassen bomen, zodanig dat functie en veiligheid van de boom voor een bepaalde tijdsduur wordt gewaarborgd;
• verwijderen van dood hout, stervende en gebroken takken uit de kroon van de bomen. Uitfrezen van boomwortels en versnipperen c.q. afvoeren van takken.
Voorbereiden van uit te voeren opdrachten zoals, regelen van de tijdige aanwezigheid/-beschikbaarheid van benodigde plant- en overige materialen, machines en gereedschappen, afstemmen van de werkzaamheden met (vertegenwoordigers van) opdrachtgevers, een en ander zodanig dat een efficiënte uitvoering van het werk mogelijk is.
Verrichten van diverse bijkomende werkzaamheden, waaronder:
• regelen van aanvragen voor vergunningen en afvoer van stam en takken;
• uitvoeren van bladmonsteranalyses;
• uitvoeren van bodemverbetering;
• verzorgen van bemesting met spuitlans;
• aanbrengen van noodzakelijke voorzieningen zoals verankeringen, beluchting e.d.
Zorgen voor een adequate oplevering van opdrachten in overleg met de verantwoordelijke uitvoerder. Administreren van op de opdracht betrekking hebbende gegevens ter verantwoording en facturatie van opdrachten.
Zorgen voor een adequaat en veilig gebruik van bij de opdrachtuitvoering te gebruiken machines/ apparatuur en gereedschappen en tijdig uitvoeren van gebruikersonderhoud. Melden van (dreigende) gebreken aan apparatuur/gereedschappen aan de uitvoerder/voorman.
Begeleiden, motiveren van en overdragen van kennis op medewerkers.
Bespreken van opdrachten en uitvoeringsdetails met uitvoerder/ontwerper of voorman.
Samenwerken en overleggen met collega’s.
Afstemmen van werkzaamheden met (vertegenwoordigers van) opdrachtgever.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen/besturen van en manoeuvreren met (rijdend) materieel w.o. telekraan en hoogwerker. Hanteren van gereedschappen (vnl. motorzaag) en hulpmiddelen. Klimmen in bomen, met gebruikmaking van voorgeschreven veiligheidsmiddelen.
Aandacht en accuratesse bij uitvoering van diverse werkzaamheden/handelingen, mede met het oog op veiligheid.
Uitoefenen van kracht bij diverse werkzaamheden, tillen/verplaatsen van materialen e.d.
Inspannende houdingen van uiteenlopende aard en intensiteit. Klimmen in bomen, hanteren van motorzaag in gedwongen houdingen.
Hinder van weersomstandigheden, vuil en machinelawaai.
Kans op letsel door ongeval met motorzaag, rijdend materieel, machines en uitschietend gereedschap en bij het werken langs de openbare weg.
Service medewerker interieurbeplanting
Functienummer. 04.01
Uitvoeren van verzorgingsprogramma’s met betrekking tot interieurbeplanting bij klanten, zodanig dat werkzaamheden tijdig en op juiste wijze worden uitgevoerd en daarmee voldaan wordt aan het vastgestelde servicelevel.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Teamleiders
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Volgens planning en serviceafspraak bezoeken van bedrijven en instellingen binnen zijn rayon en aldaar uitvoeren van voorgeschreven werkzaamheden met betrekking tot het verzorgen/onderhouden van interieurbeplanting, zodanig dat de werkzaamheden tijdig en op juiste wijze worden uitgevoerd. Hiertoe, afhankelijk van de in servicecontracten aangegeven frequentie:
• toedienen van de juiste hoeveelheid water en controleren van watermeters op juiste werking;
• toedienen van voedingsoplossingen volgens voorgeschreven frequentie;
• controleren van plantenbakken op juiste standplaats en draaien van plantenbakken ter bevordering van een gelijkmatige groei;
• opbinden, snoeien, steunen beplanting, stofvrij maken en afspuiten van planten;
• verwijderen van afgestorven plantmateriaal, vervangen van planten;
• controleren van planten op en bestrijden van ongedierte;
• aanvullen van toplaag en reinigen van buitenzijde van plantenbakken.
Bij uitvoering van de werkzaamheden zorgen voor een servicegerichte opstelling naar klanten i.c. medewerkers van klanten, teneinde verstoring of overlast zoveel mogelijk te beperken.
Zorgen voor een juist gebruik van en uitvoering van gebruikersonderhoud aan het tot zijn beschikking gestelde materieel (voertuig), gereedschap, onderhoudsmaterialen en bedrijfskleding. Zorgen voor tijdige aanvulling van middelen, planten e.d. via de teamleider.
Verantwoorden van uitgevoerde werkzaamheden door middel van dagrapporten. Rapporteren en bespreken van bevindingen met de teamleider en melden van (dreigende) gebreken aan materieel en middelen.
Zich servicegericht opstellen in de communicatie met klanten i.c. werknemers van klanten. Bespreken van bevindingen en andere werkaangelegenheden met de teamleider.
Specifieke handelingsvereisten
Besturen van auto en hanteren van gereedschappen en onderhoudsmiddelen bij het verzorgen van beplanting.
Aandacht en concentratie bij het deelnemen aan het wegverkeer.
Uitoefenen van kracht bij het hanteren van de servicecar en onderhoudsmiddelen/materialen.
Inspannende houdingen bij het uitvoeren van verzorgingshandelingen.
Hinder van enerverende situaties bij deelname aan het wegverkeer.
Kans op handletsel door uitschietend gereedschap. Kans op letsel ten gevolge van verkeersongeval.
Teamleider interieurbeplanting
Functienummer. 04.02
Coördineren van de uitvoering van verzorgingsprogramma’s m.b.t. interieurbeplanting bij klanten, zodanig dat werkzaamheden efficiënt en overeenkomstig servicecontracten worden uitgevoerd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Service supervisor, w.o. ressorteren 2–4 serviceteams
Onder direct: ca. 10 Service medewerkers.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Zorg dragen voor een adequate uitvoering van verzorgingsprogramma’s m.b.t. interieurbeplanting bij ondernemingen, instellingen e.d., door de onder hem ressorterende serviceteams in zijn rayon en waar nodig zelf uitvoeren van de werkzaamheden, zodanig dat wordt voldaan aan vastgelegde serviceafspraken en een optimale klanttevredenheid wordt gewaarborgd. Hiertoe:
• opstellen van efficiënte route-indeling en indelen van medewerkers op basis van serviceprogramma’s;
• instrueren van medewerkers m.b.t. uit te voeren werkzaamheden en de te realiseren planning;
• regelmatig begeleiden van medewerkers tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, daarbij attenderen op van belang zijnde aspecten m.b.t. werkuitvoering en persoonlijke opstelling en aangeven van gewenste correcties;
• ondernemen van actie in geval van door klanten en/of medewerkers gesignaleerde problemen.
Bewaken van de voortgang en efficiency van uitgevoerde serviceprogramma’s door uitvoeren van controles en analyseren van rapportages van medewerkers. Beoordelen van de productiviteit in relatie tot de kwaliteit van uitgevoerde werkzaamheden en ondernemen van actie in geval van geconstateerde tekortkomingen. Bespreken van wensen of klachten van klanten en adviseren van klanten m.b.t. beplanting. Beoordelen van (onvoorziene) vervanging van (delen van) beplanting t.g.v. nalatigheid van klanten en bespreken van kwesties terzake met de klant en service supervisor.
Zorg dragen voor en toezien op een juist gebruik en onderhoud van tot de uitrusting van medewerkers behorend materieel (voertuig), gereedschappen, onderhoudsmaterialen en bedrijfskleding. Signaleren/bespreken van uit te voeren onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan/met de service supervisor en regelen van vervangend vervoer/equipement.
Zorgen voor een adequate administratie en rapportage van uitgevoerde activiteiten binnen zijn rayon, in overeenstemming met de daarvoor geldende richtlijnen.
Behartigen van de personele aangelegenheden binnen zijn team conform het personeelsbeleid binnen de onderneming. In dit kader ondermeer:
• begeleiden en inwerken van (nieuwe) medewerkers;
• beoordelen van medewerkers in hun werk en de supervisor daarover informeren;
• toezien op en corrigerend optreden inzake handhaving van bedrijfsvoorschriften;
• mede regelen van verlof en vakantieplanning.
Geven van leiding, aanwijzingen en instructies aan en overdragen van kennis en inzichten op medewerkers. Houden van functioneringsgesprekken met medewerkers en wijzen van medewerkers op tekortkomingen. Bespreken met en adviseren van de service supervisor inzake verzorgingsprogramma’s, wensen/klachten van klanten, personele kwesties e.d. Overleggen met klanten over wensen en klachten.
Specifieke handelingsvereisten
Besturen van auto en hanteren van gereedschappen en onderhoudsmiddelen.
Aandacht en concentratie bij het regelmatig en gedurende langere perioden deelnemen aan het verkeer.
Uitoefenen van kracht bij het hanteren van de servicecar en onderhoudsmiddelen/materialen.
Inspannende houdingen bij het uitvoeren van verzorgingshandelingen.
Hinder van enerverende situaties bij deelname aan het wegverkeer.
Kans op letsel t.g.v. verkeersongeval.
Greenkeeper
Functienummer. 05.01
Verrichten van alle voorkomende werkzaamheden m.b.t. het in goede staat en conditie houden van een golfbaan, zodanig dat het werk op tijd en conform gestelde kwaliteitseisen wordt uitgevoerd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Hoofd Greenkeeper
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van alle voorkomende werkzaamheden m.b.t. het onderhouden van een golfbaan en bijhorende terreinbeplanting, waterpartijen e.d. Een en ander op basis van werkopdrachten, aanwijzingen en instructies van de Hoofd Greenkeeper en op zodanige wijze dat wordt voldaan aan gestelde normen t.a.v. kwaliteit, tijd en veiligheid. Hiertoe, uitvoeren van werkzaamheden zoals:
• maaien, beluchten, dressen, beregenen van afslag, fairway’s en green’s;
• uitvoeren van bemestingsprogramma’s en preventieve behandelingen tegen schimmel;
• onderhouden van bunkers, rough’s en waterkanten;
• snoeien van bossages, verwijderen van afgestorven plantaardig materiaal;
• aanplanten van nieuwe heesters/beplanting e.d.
Hierbij gebruik makend van geëigende werktuigen/gereedschappen en uitvoeren van werkzaamheden waarbij inzicht, instelling en/of bediening van werktuigen van doorslaggevende invloed is op het te bereiken resultaat, en waarbij veelal en bij voortduring geanticipeerd moet worden op o.m. accidenten in het terrein, bodemgesteldheid en weersinvloeden, door aanpassen van instellingen, snelheid, en manoeuvres.
Zorg voor een adequaat en veilig gebruik van machines, werktuigen en gereedschappen en tijdig uitvoeren van voorgeschreven (preventief) gebruikersonderhoud, kleine reparaties/ vervanging van onderdelen e.d. Melden van (dreigende) gebreken of uit te voeren specialistisch onderhoud aan werktuigen/gereedschappen, aan de Hoofd Greenkeeper.
Registreren van het gebruik van hulpstoffen (meststoffen, schimmelwerende middelen, brandstoffen e.d).
Bespreken van de werkzaamheden en uitvoeringsdetails met de Hoofd Greenkeeper.
Samenwerken met collega’s. Uitwisselen van informatie m.b.t. de werkuitvoering, baangesteldheid e.d. met golfers.
Specifieke handelingsvereisten
Besturen, bedienen en manoeuvreren met zelfrijdende en getrokken werktuigen. Instellen van werktuigen en tijdens de uitvoering anticiperen op de verschillende omgevingsfactoren die van invloed zijn op het resultaat en de veiligheid. Hanteren van gereedschappen voor uitvoering van onderhoud en kleine reparaties.
Aandacht en concentratie voor het afstemmen van handelingen op het te bereiken resultaat in relatie met omgevingsfactoren.
Krachtsuitoefening bij diverse werkzaamheden.
Inspannende houdingen bij het gedurende langere aaneengesloten tijdsduur besturen/bedienen van en uitvoeren van onderhoud aan werktuigen/gereedschappen.
Hinder van machinelawaai/dragen van gehoorbescherming en wisselende weersomstandigheden.
Kans op letsel ten gevolge van door in aanraking komen met bewegende/draaiende delen van werktuigen/gereedschappen.
Hoofd Greenkeeper
Functienummer. 05.02
Realiseren van de werkuitvoering m.b.t. het in goede staat en conditie houden van een golfbaan, zodanig dat wordt voldaan aan de contractbepalingen en het onderhoud volgens gestelde kwaliteitseisen en binnen budgettaire normen wordt uitgevoerd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder
Onder direct: Ca. 5 greenkeepers
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Coördineren van en mede uitvoering geven aan werkzaamheden m.b.t. het („jaarrond’’) onderhouden van een golfbaan en bijhorende terreinbeplanting, waterpartijen e.d. Een en ander op basis van in contracten opgenomen onderhoudsbepalingen en partieel overleg met en toezicht van de (hoofd)uitvoerder en op zodanige wijze dat wordt voldaan aan de contractafspraken en werkzaamheden binnen het gestelde budget worden gerealiseerd.
Opstellen van werkplannen, indelen van de werkzaamheden van greenkeepers/medewerkers en zorg dragen voor tijdige aanwezigheid van benodigd materieel en middelen, op zodanige wijze dat werkzaamheden doeltreffend en op efficiënte wijze kunnen worden uitgevoerd, rekening houdend met en anticiperend op baangebruik/-gesteldheid en invloeden van het klimaat. Geven van vaktechnische aanwijzingen en instructies aan greenkeepers/medewerkers en uitoefenen van toezicht opdat werkzaamheden naar behoren en met inachtname van de veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Afstemmen (voor zover nodig) van werkplannen met de baancommissaris.
Mede uitvoering geven aan de (met name meer specialistische) werkzaamheden m.b.t. het onderhouden van tees, fairway’s, green’s, bunkers, roughs en omgeving, door uitvoeren van bewerkingen zoals maaien, beluchten, dressen, beregenen, bemesten, preventief behandelen tegen schimmel e.d., gebruik makend van geëigende werktuigen/gereedschappen en waarbij inzicht, instelling en/of bediening van werktuigen van doorslaggevende invloed is op het te bereiken resultaat. Anticiperen op o.m. accidenten in het terrein, bodemgesteldheid en weersinvloeden e.d., door aanpassen van instellingen, snelheid, manoeuvres e.d.
Zorg dragen voor het in goede staat en conditie houden van machines, werktuigen en gereedschappen, door (laten) uitvoeren van voorgeschreven (preventief) gebruikersonderhoud, kleine reparaties/ vervanging van onderdelen e.d., zodanig dat een goede en veilige werking wordt gewaarborgd. Bespreken van (dreigende) gebreken of uit te voeren specialistisch onderhoud aan werktuigen/gereedschappen, met de (hoofd)uitvoerder en adviseren m.b.t. aanschaf/vervanging van machines/-gereedschappen en (hulp)middelen.
Verzorgen van de op het werk betrekking hebbende administratie, zodat verantwoording plaats kan vinden t.o.v. van het budget (manuren/materialen) en informatie beschikbaar komt m.b.t. eventueel uitgevoerd meerwerk e.d.
Begeleiden, aansturen en motiveren van en overdragen van kennis en inzicht op medewerkers. Bespreken van uitvoeringsdetails, organisatorische en personele kwesties met de (hoofd)uitvoerder en afstemmen van de uitvoering met de baancommissaris. Uitwisselen van informatie m.b.t. de baangesteldheid, met golfers.
Specifieke handelingsvereisten
Besturen, bedienen en manoeuvreren met zelfrijdende en getrokken werktuigen. Instellen van werktuigen en tijdens de uitvoering anticiperen op de verschillende omgevingsfactoren die van invloed zijn op het resultaat en de veiligheid. Hanteren van gereedschappen voor uitvoering van onderhoud en kleine reparaties.
Aandacht en concentratie voor het afstemmen van handelingen op het te bereiken resultaat in relatie met omgevingsfactoren.
Krachtsuitoefening bij diverse werkzaamheden.
Inspannende houdingen bij het gedurende langere aaneengesloten tijdsduur besturen/bedienen van en uitvoeren van onderhoud aan werktuigen/gereedschappen.
Hinder van machinelawaai/dragen van gehoorbescherming en wisselende weersomstandigheden.
Kans op letsel t.g.v. door in aanraking komen met bewegende/draaiende delen van werktuigen/gereedschappen.
Machinist
Functienummer. 06.01
Uitvoeren van routinematige gemechaniseerde bewerkingen, veelal in het kader van cultuurtechnische werken, zodanig dat het werk op tijd en conform verkregen opdrachten wordt opgeleverd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch: Machinist A/Machinist-Voorman/(allround) Hovenier (A)/Voorman (A)/Groenvoorziener (A)/Voorman-Wijkbeheerder
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van routinematige gemechaniseerde bewerkingen, volgens nauwkeurig omschreven opdrachten en onder – al dan niet dagelijks – toezicht, waarbij veelal sprake is van het lang achtereen („jaarrond’’) bedienen van één of enkele van onderstaande machines:
• minigraver;
• maaimachine;
• borstelmachine;
• tractor met eenvoudige hulpwerktuigen, zoals frees, versnipperaar, cirkelmaaier e.d.
Een en ander zodanig dat werkzaamheden volgens opdracht, binnen gegeven tijdsplan worden uitgevoerd, met inachtneming van bedrijfs- en ARBO-voorschriften.
Uitvoeren van routinematig gebruikers(schoonmaak) onderhoud aan de machines.
Bespreken van uit te voeren werkzaamheden, samenwerken en overleggen met collega’s.
Specifieke handelingsvereisten
Bedienen van eenvoudige zelfrijdende en getrokken werktuigen.
Krachtsuitoefening bij onder andere het aan- en afkoppelen van (onderdelen van) werktuigen.
Langdurige inspannende houding bij besturing/bediening van machines.
Hinder van machinelawaai/dragen van gehoorbescherming en wisselende weersomstandigheden.
Kans op letsel ten gevolge van ongeval met werktuigen (op project of openbare weg).
Machinist A
Functienummer. 06.02
Uitvoeren van gemechaniseerde bewerkingen in het kader van cultuurtechnische werken, zodanig dat het werk op tijd en conform gestelde specificaties wordt opgeleverd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder. Vaktechnisch in bepaalde situaties: Machinist-Voorman/(allround) Hovenier/Voorman A/Voorman-Wijkbeheerder
Onder direct: Vaktechnisch 1-2 toegevoegde medewerkers
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van (veelal enkelvoudige) gemechaniseerde bewerkingen in het kader van cultuurtechnische werken m.b.t. aanleg, renovatie of onderhoud van groenvoorzieningen, landschapselementen, sport- en recreatieterreinen e.d. m.i.v. van civiele inrichtingselementen. Een en ander op basis van werkopdrachten, projectomschrijvingen, tekeningen en bestekken en partieel toezicht van (in-/externe) uitvoerder/projectleider en in bepaalde situaties op vaktechnische aanwijzingen/instructies van een machinist/voorman.
Een en ander zodanig dat werkzaamheden volgens opdracht, binnen gegeven tijdsplan en conform ISO-voorschriften worden uitgevoerd, met inachtneming van bedrijfs- en ARBO-voorschriften.
Treffen van voorbereidingen voor uit te voeren opdrachten, zodanig dat werkzaamheden volgens plan kunnen aanvangen en een efficiënte uitvoering van het werk mogelijk wordt. In dit kader ondermeer:
• beoordelen van situaties en overleggen met uitvoerder/projectleider (eigen of derden), of machinist/voorman, over uitvoeringdetails en eventuele bijzonderheden;
• op het project aanvoeren van in te zetten werktuigen en het bedrijfsgereed maken daarvan;
• controleren van uitgezette maatvoering aan de hand van tekeningen;
• treffen van de vereiste veiligheidsmaatregelen.
Uitvoeren van, in het algemeen de meer standaardmatige/enkelvoudige bewerkingen, of verlenen van hand- en spandiensten, m.b.v. werktuigen, waarbij (in zekere mate) moet worden geanticipeerd op ondermeer accidenten in het terrein, bodemgesteldheid, invloeden van weer en/of verkeer en andere onvoorziene omgevingsfactoren, door aanpassen van instellingen, snelheid en/of manoeuvres.
In goede staat en conditie houden van machines en werktuigen door o.m. uitvoeren van kleine reparaties en voorgeschreven (preventief) gebruikersonderhoud (reinigen van machines, uitwisselen van onderdelen zoals kettingen, luchtfilters, messen e.d.), zodanig dat een goede en veilige werking wordt gewaarborgd. Melden van (dreigende) gebreken en uit te voeren specifiek onderhoud of reparaties, aan de uitvoerder.
Zorgen voor een adequate oplevering van werkzaamheden in overleg met de verantwoordelijke uitvoerder/projectleider of machinist/Voorman. Administreren van op de opdracht betrekking hebbende gegevens ter verantwoording en facturatie van opdrachten.
Begeleiden van toegevoegde medewerkers, geven van vaktechnische aanwijzingen en toezien op de uitvoering.
Bespreken van opdrachten/uitvoeringsdetails met de uitvoerder/projectleider (in-/extern) of machinist/voorman. Uitwisselen van informatie met uitvoerder en technisch personeel inzake (dreigende) gebreken aan werktuigen.
Begeleiden/instrueren van toegevoegde medewerkers.
Specifieke handelingsvereisten
Besturen, bedienen en manoeuvreren met zelfrijdende en getrokken werktuigen. Instellen van werktuigen en tijdens de uitvoering anticiperen op verschillende omgevingsfactoren die van invloed zijn op het resultaat. Hanteren van gereedschappen voor uitvoering van onderhoud en kleine reparaties.
Aandacht en concentratie voor het te bereiken resultaat in relatie met omgevingsfactoren.
Krachtsuitoefening bij o.m. het aan- en afkoppelen van (onderdelen van-) werktuigen, uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden e.d.
Inspannende houdingen bij het in- en uitklimmen van werktuigen, het gedurende langere aaneengesloten tijdsduur besturen/bedienen daarvan en bij het uitvoeren van onderhoud/reparaties.
Hinder van machinelawaai/dragen van gehoorbescherming en wisselende weersomstandigheden bij het afwisselend vanuit voertuigcabines en buiten verrichten van werkzaamheden.
Kans op letsel t.g.v. ongeval met werktuigen (op het project of openbare weg) en door in aanraking komen met bewegende/draaiende onderdelen van werktuigen.
Machinist/Voorman
Functienummer. 06.03
Uitvoeren van alle voorkomende en met name meer specifieke gemechaniseerde bewerkingen in het kader van cultuurtechnische werken, zodanig dat het werk op tijd en conform gestelde specificaties wordt opgeleverd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Hiërarchisch: Ondernemer/Bedrijfsleider/Uitvoerder
Onder direct: Vaktechnisch ca. 1–3 toegevoegde grondwerkers/machinisten A/ machinisten
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren/coördineren bij uitvoering van alle voorkomende, en met name de meer specifieke gemechaniseerde bewerkingen in het kader van cultuurtechnische werken m.b.t. aanleg, renovatie of onderhoud van groenvoorzieningen, landschapselementen, sport- en recreatieterreinen e.d. m.i.v. van civiele inrichtingselementen. Een en ander op basis van werkopdrachten, projectomschrijvingen, tekeningen en bestekken en partieel toezicht van (in-/externe) uitvoerder/projectleider.
Begeleiden (afhankelijk van de opdracht) van grondwerkers/machinisten A/ machinisten, geven van vaktechnische aanwijzingen en instructies en toezien op de werkuitvoering, opdat werkzaamheden volgens opdracht, binnen gegeven tijdsplan en conform ISO-voorschriften worden uitgevoerd, met inachtneming van bedrijfs- en ARBO-voorschriften.
Treffen van voorbereidingen voor uit te voeren opdrachten, zodanig dat werkzaamheden volgens plan kunnen aanvangen en een efficiënte uitvoering van het werk mogelijk wordt. In dit kader ondermeer:
• beoordelen van situaties en overleggen met uitvoerder/projectleider (eigen of derden) over uitvoeringdetails en eventuele bijzonderheden;
• op het project (laten) aanvoeren van in te zetten werktuigen en het bedrijfsgereed maken daarvan;
• controleren van uitgezette maatvoering aan de hand van tekeningen;
• treffen van de vereiste veiligheidsmaatregelen.
Uitvoeren van m.n. specialistische-/meervoudige bewerkingen m.b.v. combinatiewerktuigen, waarbij inzicht, instelling en/of bediening van werktuigen van doorslaggevende invloed is op het te bereiken resultaat in termen van efficiency en kwaliteit. Anticiperen op ondermeer accidenten in het terrein, bodemgesteldheid, invloeden van weer en/of verkeer en andere onvoorziene omgevingsfactoren, door aanpassen van instellingen, snelheid, manoeuvres e.d.
In goede staat en conditie houden van machines en werktuigen door o.m. uitvoeren van kleine reparaties en voorgeschreven (preventief) gebruikersonderhoud (reinigen van machines, uitwisselen van onderdelen zoals kettingen, luchtfilters, messen e.d.), zodanig dat een goede en veilige werking wordt gewaarborgd. Melden van (dreigende) gebreken en uit te voeren specifiek onderhoud of reparaties, aan de uitvoerder.
Zorgen voor een adequate oplevering van werkzaamheden in overleg met de verantwoordelijke uitvoerder/projectleider. Administreren van op de opdracht betrekking hebbende gegevens ter verantwoording en facturatie van opdrachten.
Bespreken van opdrachten/uitvoeringsdetails met de uitvoerder/projectleider (in-/extern). Geven van vaktechnische aanwijzingen/instructies aan toegevoegde medewerkers. Uitwisselen van informatie met uitvoerder en technisch personeel inzake (dreigende) gebreken aan werktuigen.
Specifieke handelingsvereisten
Besturen, bedienen en manoeuvreren met zelfrijdende en getrokken werktuigen met meervoudige functies. Instellen van werktuigen en tijdens de uitvoering anticiperen op verschillende omgevingsfactoren die van invloed zijn op het resultaat. Hanteren van gereedschappen voor uitvoering van onderhoud en kleine reparaties.
Aandacht en concentratie voor het te bereiken resultaat in relatie met omgevingsfactoren.
Krachtsuitoefening bij o.m. het aan- en afkoppelen van (onderdelen van) werktuigen, uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden e.d.
Inspannende houdingen bij het in- en uitklimmen van werktuigen, het gedurende langere aaneengesloten tijdsduur besturen/bedienen daarvan en bij het uitvoeren van onderhoud/reparaties.
Hinder van machinelawaai/dragen van gehoorbescherming en wisselende weersomstandigheden bij het afwisselend vanuit voertuigcabines en buiten verrichten van werkzaamheden.
Kans op letsel t.g.v. ongeval met werktuigen (op het project of openbare weg) en door in aanraking komen met bewegende/draaiende onderdelen van werktuigen.
Monteur Onderhoud Materieel
Functienummer. 06.04
Verrichten van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan (rijdend) materieel, gereedschappen en bedrijfsmiddelen, zodanig dat een en ander optimaal beschikbaar blijft en een veilig gebruik wordt gewaarborgd.
Positie van de functie in de organisatie
Boven: Uitvoerder materieelbeheer of bedrijfsleider.
Onder direct: Geen.
Onder indirect: Geen.
Verantwoordelijkheidsgebieden/Kerntaken
Uitvoeren van preventieve inspecties aan (rijdend)materieel, (elektrisch/gemotoriseerd) gereedschap en bedrijfsmiddelen, zodanig dat (dreigende) gebreken en onveilige situaties tijdig worden onderkend en correctieve acties ondernomen kunnen worden. Hiertoe, in overleg met uitvoerder, projectleiders en/of voorlieden:
• vaststellen van tijdstippen voor uitvoering van inspecties;
• beoordelen van de staat van onderhoud en bespreken van bevindingen (aard en ernst);
• herstellen van (dreigende) mankementen voor zover dit direct mogelijk is;
• vaststellen welke reparaties door derden moeten worden uitgevoerd (servicecontracten/specialistische ingrepen) en maken van afspraken daartoe;
• uitvoeren van kleine reparaties/revisies en periodiek onderhoud als (door)smeren, olie verversen, vervangen van kleine onderdelen e.d.
Verhelpen van storingen op mechanisch-, hydraulisch- en (beperkt) elektrotechnisch/elektronisch gebied (uitwisselen van componenten), hetzij in de werkplaats hetzij op projectlocaties, zodanig dat werkzaamheden veilig kunnen worden hervat en stagnatie tot een minimum beperkt blijft. In dit kader ondermeer:
• lokaliseren van storingen i.c. storingsoorzaken;
• beoordelen van de aard en omvang en vaststellen of direct repareren mogelijk is, danwel inschakeling van derden noodzakelijk is;
• uitvoeren van eventuele „noodreparaties’’ in overleg met uitvoerder materieelbeheer;
• signaleren van frequent terugkerende storingen en bespreken van mogelijke oplossingen met de uitvoerder materieelbeheer.
Uitvoeren van kleine modificaties welke leiden tot verhoging van de doelmatigheid en/of gebruiks-/bedieninggemak van materieel/bedrijfsmiddelen. Bijdragen aan de opstelling van een checklist voor periodieke veiligheidskeuringen van hulpmiddelen en gereedschappen. Instrueren/adviseren van gebruikers van materieel over een juiste en veilige aanwending en uitvoering van gebruikersonderhoud.
Toepassen van uit de werkopdrachten voortvloeiende technieken en bewerkingen, zoals:
• elektrisch/autogeen lassen (geen specifieke eisen);
• bijkomend bank- en plaatwerk;
• verspanende bewerkingen;
• takelwerkzaamheden;
• (op)schilderen van materieel.
Beheren van gereedschappen, reserve-onderdelen/materialen en brandstoffen en tijdig opgeven van gewenste aanvullingen bij de uitvoerder materieelbeheer. Zorgen voor orde en netheid op de eigen werkplek, mede met het oog op veiligheid.
Bijhouden van registratie m.b.t. uitgevoerde werkzaamheden, bestede tijd en materiaalgebruik.
Bespreken van werkzaamheden en bevindingen met de uitvoerder materieelbeheer en gebruikers. Toelichten van geconstateerde mankementen/gebreken aan materieel bij externe reparatiebedrijven. Instrueren/adviseren van gebruikers inzake een juist en veilig gebruik van materieel.
Specifieke handelingsvereisten
Demonteren/monteren, afstellen van (delen van) apparatuur. Bewerken van materialen, gebruikmakend handgereedschappen, gereedschapsmachines, lasapparatuur e.d.
Aandacht vereist bij het uitvoeren van de werkzaamheden, mede met het oog op veiligheid.
Krachtsuitoefening bij het verplaatsen van materialen/onderdelen en bij (de)montagewerkzaamheden.
Inspannende houdingen bij het werken aan moeilijk toegankelijke delen van apparatuur.
Hinder van temperatuurwisselingen (binnen/buiten), lawaai, vuile en vette machinedelen.
Kans op letsel door bekneld raken, uitschietend gereedschap e.d.
Dictum II
De in dictum I opgenomen bepalingen zijn algemeen verbindend verklaard tot en met 28 februari 2007.
Dictum III
Voorzover de in dictum I opgenomen bepalingen strijdig zijn met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.
Dictum IV
Voorzover de Nederlandse Vereniging van Golfbaanaccommodaties, op het moment van inwerkingtreding van dit besluit, leden heeft die onder de werkingssfeeromschrijving van de cao voor het Hoveniersbedrijf in Nederland vallen en direct gebonden zijn aan de eigen rechtsgeldige cao Golfbranche, is dit besluit krachtens een afzonderlijke beschikking conform de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op deze leden.
Dictum V
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 maart 2007 en heeft geen terugwerkende kracht.
Dictum VI
Dit besluit zal in een bijvoegsel bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2006-163-CAO2991.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.