Vaststelling taken Staatssecretaris van Economische Zaken

Besluit van de Minister van Economische Zaken van 21 juli 2006, nr. WJZ 6052635, houdende vaststelling van de taken van de Staatssecretaris van Economische Zaken

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 46, tweede lid, van de Grondwet en artikel 3 van de wet van 25 januari 1951 (Stb. 24), houdende nadere voorzieningen in verband met de uitvoering van de ambten van minister zonder portefeuille en van staatssecretaris;

Besluit:

Artikel 1

De Staatssecretaris van Economische Zaken, mw. ir. C.E.G. Van Gennip MBA, is binnen de grenzen van het door de Minister van Economische Zaken vastgestelde beleid in het bijzonder belast met:

a. de handelspolitiek en internationale economische betrekkingen in het algemeen, zowel in bilateraal verband als in internationale organisaties, zoals bijvoorbeeld WTO, UNCTAD, OESO, Benelux en Europese Gemeenschappen;

b. het exportbeleid en de voorlichting ten behoeve van de uitvoer;

c. het ondernemerschap in brede zin en bedrijfsaangelegenheden (inclusief startende en doorgroeiende ondernemingen);

d. innovatie;

e. de administratieve lasten voor het bedrijfsleven;

f. de industriële eigendom;

g. het werven van buitenlandse investeringen in Nederland;

h. de gehele economische infrastructuur van Nederland en het ruimtelijke economisch beleid waaronder:

– de betrokkenheid bij grote infrastructurele projecten;

– verantwoordelijkheid voor het Fonds Economische Structuurversterking;

– de vertegenwoordiging van het ministerie in de Raad voor Ruimtelijke Ordening, Duurzaamheid en Milieu (RRODM);

– de regionale economische infrastructuur, ondermeer de inzet van regionale stimuleringsmaatregelen zoals bijvoorbeeld de regioprogramma’s, het Besluit subsidies regionale investeringsprojecten en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen;

– de economische positie van de grote steden en agglomeratiegebieden;

– de internationale samenwerking op het vlak van de regionale economische structuur, ondermeer bestaande uit actieve participatie in het Europese regiogebied (EFRO) en de bevordering van grensoverschrijdende economische samenwerking;

i. het consumentenbeleid;

j. de toeristische bedrijvigheid en het bevorderen van het toerisme naar en in Nederland;

k. de kamers van koophandel en fabrieken;

l. andere aangelegenheden waarvan behartiging door de minister aan haar wordt toevertrouwd.

De staatssecretaris is mede betrokken bij het informatie (ICT) en telecombeleid, met name waar dit gericht is op startende ondernemers, en heeft mede zitting in de RWTI.

Artikel 2

De staatssecretaris voert in de contacten, die hij bij de behartiging van de in artikel 1 onder a en b genoemde aangelegenheden met buitenlanders heeft, de titel: Minister voor Buitenlandse Handel.

Artikel 3

Dit besluit wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.

Den Haag, 21 juli 2006.
De Minister van Economische Zaken, J.G. Wijn.

Naar boven