Subsidieregeling Libertas Noodfonds

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 juli 2006, nr. HO/BL/2006/22518, houdende de introductie van het Libertas Noodfonds (Subsidieregeling Libertas Noodfonds)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4, tweede en derde lid, en 5 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Paragraaf 1

Inleidende bepalingen

Artikel 1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. opleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

c. hoger onderwijs: onderwijs op het niveau van het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs in de Bachelor- of Masterfase;

d. student: natuurlijk persoon die hoger onderwijs volgt en niet ouder is dan 35 jaar bij de start van het studiejaar;

e. studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar;

f. gedragscode: door de Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs gezamenlijk overeen gekomen ‘Gedragscode Internationale student in het Nederlands hoger onderwijs’ als bedoeld in de internationaliseringbrief hoger onderwijs ‘Koers op Kwaliteit’ (Kamerstukken II, 2004/05, 29 800 VIII, nr. 72, p. 15);

g. Nuffic: Stichting Nuffic, Nederlandse Organisatie voor Internationale Samenwerking in het Hoger Onderwijs, gevestigd te ’s-Gravenhage;

h. leges: kosten die verband houden met een aanvraag van een:

1°. machtiging voorlopig verblijf; en

2°. verblijfsvergunning.

Artikel 2

Doelomschrijving

1. De minister kan projectsubsidie verstrekken aan studenten uit de gehele wereld met een niet-Nederlandse vooropleiding voor het volgen van een opleiding.

2. Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover:

a. de student:

1°. afkomstig is uit een land waar naar het oordeel van de minister voor bepaalde studenten studeren vanwege politieke redenen praktisch onmogelijk is geworden;

2°. aannemelijk kan maken direct voorafgaande aan zijn komst naar Nederland gestudeerd te hebben aan een instituut dat hoger onderwijs verzorgt in het land van herkomst;

3°. aannemelijk kan maken dat het volgen van verder hoger onderwijs in het land van herkomst voor hem praktisch onmogelijk is geworden, dan wel dat de student in de voortgang van de studie zeer ernstig wordt belemmerd;

b. de ontvangende Nederlandse instelling:

1°. de inschrijving van de student accepteert;

2°. het juridisch laagst mogelijke collegegeld in rekening brengt aan de student;

3°. de gedragscode heeft ondertekend en voorkomt in het openbaar register van onderwijsinstellingen die de gedragscode hebben ondertekend; en

c. de ontvangende Nederlandse instelling zorgdraagt of garant staat voor huisvesting indien de student hier niet zelf voor heeft gezorgd.

3. Verstrekking van subsidie geschiedt onder de voorwaarde dat:

a. de kwaliteit van de opleiding aan de ontvangende Nederlandse instelling eerder op basis van artikel 1.18 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is vastgesteld, voor zover het een opleiding betreft die op grond van overgangsrecht is geaccrediteerd; en

b. de student een verblijfsvergunning verkrijgt.

4. Verstrekking van subsidie geschiedt steeds voor de duur van één studiejaar. Een aanvrager kan meermalen subsidie aanvragen, binnen de volgende voorwaarden:

a. voor een bacheloropleiding in het wetenschappelijk onderwijs wordt maximaal vier maal subsidie verstrekt;

b. voor een bacheloropleiding in het hoger beroepsonderwijs wordt maximaal vijf maal subsidie verstrekt;

c. voor een masteropleiding in het wetenschappelijk onderwijs wordt maximaal twee maal subsidie verstrekt, met dien verstande dat maximaal drie maal subsidie wordt verstrekt, indien de studielast van de opleiding 120 studiepunten bedraagt;

d. voor een masteropleiding in het hoger beroepsonderwijs wordt maximaal twee maal subsidie vertrekt; en

e. een aanvrager kan voor één bachelor- en één masteropleiding subsidie aanvragen.

5. De voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, zijn niet van toepassing op de aanvraag voor subsidie van een student aan wie op grond van deze regeling en met inachtneming van de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, reeds subsidie is verstrekt.

6. Deze regeling is niet van toepassing op studenten die voor studiefinanciering in aanmerking komen op grond van de Wet studiefinanciering 2000.

Artikel 3

Vaststelling subsidieplafond

1. Het subsidieplafond voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling bedraagt € 1.000.000 per kalenderjaar.

2. Indien het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, niet wordt bereikt, bestemt de minister het resterende bedrag voor de toepassing van deze regeling in het daaropvolgende kalenderjaar.

Paragraaf 2

Subsidieverstrekking

Artikel 4

Subsidieaanvraag

1. Subsidie wordt gedurende het gehele studiejaar op aanvraag verstrekt, met dien verstande dat per studiejaar slechts eenmaal subsidie kan worden aangevraagd.

2. De subsidieaanvraag wordt ingediend bij de Nuffic.

3. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van:

a. een opgave van het bedrag dat de ontvangende Nederlandse instelling de student in rekening brengt als collegegeld;

b. een aanbevelingsbrief van de ontvangende Nederlandse instelling;

c. een overzicht van het voorgenomen studieprogramma; en

d. een verklaring van de ontvangende Nederlandse instelling dat deze:

1°. het subsidiebedrag, verminderd met het door de student verschuldigde collegegeld, aan de student overmaakt, nadat de instelling het subsidiebedrag heeft ontvangen van de Nuffic, met dien verstande dat overmaking van het gedeelte van het bedrag dat ziet op de tegemoetkomingen in de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c en e, in maandelijkse gedeelten geschiedt;

2°. na afloop van de periode waarop de subsidieverstrekking ziet, aan de Nuffic een overzicht verstrekt van alle de door de student behaalde studieresultaten;

3°. de Nuffic onverwijld schriftelijk informeert, indien de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie kan worden verstrekt, niet of niet geheel zijn gestart, aanzienlijk zijn vertraagd of voortijdig zijn beëindigd; en

4°. zorgdraagt voor huisvesting van de student indien de student hier niet zelf voor heeft gezorgd.

4. De subsidieaanvraag gaat in alle gevallen vergezeld van een door de subsidieaanvrager opgestelde begroting. De begroting bevat een opgave van het subsidiebedrag dat wordt aangevraagd.

5. De subsidieaanvraag beslaat de periode van maximaal één studiejaar.

Artikel 5

Subsidiebedrag per student

Het subsidiebedrag bedraagt de som van een door de minister te bepalen bedrag als tegemoetkoming in:

a. het collegegeld dat de student aan de instelling verschuldigd is;

b. de eenmalige reiskosten van en naar het land van herkomst;

c. de kosten voor levensonderhoud;

d. de leges die de student verschuldigd is; en

e. de kosten voor de ziektekostenverzekering die de student moet afsluiten.

Artikel 6

Beslissing op subsidieaanvraag

1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

2. De minister beslist binnen vier weken na ontvangst van de subsidieaanvraag.

Artikel 7

Uitbetaling van de subsidie

Indien de minister positief beslist op de subsidieaanvraag betaalt de Nuffic de subsidie aan de instelling die de verklaring, bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel d, heeft afgegeven.

Artikel 8

Niet vervullen begrotingsvoorwaarde

Subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Paragraaf 3

Verplichtingen subsidieontvanger

Artikel 9

Informatieplicht

1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen voor de ontwikkeling en monitoring van het beleid.

2. De subsidieontvanger informeert de Nuffic onverwijld schriftelijk, indien de activiteiten niet of niet geheel worden gestart, aanzienlijk zijn vertraagd of voortijdig worden beëindigd.

Paragraaf 4

Uitvoering door de Nuffic

Artikel 10

Werkzaamheden Nuffic

De Nuffic voert in het kader van deze regeling de volgende werkzaamheden uit:

a. het beheren en uitbetalen van de subsidiegelden;

b. het voorbereiden van besluiten over subsidieverstrekking op grond van deze regeling in de vorm van een advies aan de minister; en

c. het verrichten van onderzoek als bedoeld in artikel 9, eerste lid.

Artikel 11

Onkostenvergoeding Nuffic

1. Voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, ontvangt de Nuffic jaarlijks een vergoeding.

2. De minister stelt jaarlijks vóór 15 november de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, vast voor het daaropvolgende kalenderjaar.

Artikel 12

Voorwaarden uitvoering door de Nuffic

De Nuffic voert een dusdanige administratie dat op basis van een accountantscontrole snelle, eenduidige uitspraken kunnen worden gedaan over de rechtmatigheid van de ten laste van deze subsidie gebrachte uitgaven.

Artikel 13

Informatieplicht Nuffic

1. De Nuffic verschaft de minister desgevraagd en uit eigen beweging informatie betreffende de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10.

2. De Nuffic verleent de minister volledige inzage in boeken en bescheiden, voor zover deze met de uitvoering van de regeling te maken hebben.

3. De minister kan aanwijzingen geven met betrekking tot de wijze waarop de informatieverstrekking, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt.

Artikel 14

Rekening en verantwoording Nuffic

1. De Nuffic legt aan de minister jaarlijks rekening en verantwoording af over de uitgaven en inkomsten die aan de taken, bedoeld in artikel 10, zijn verbonden.

2. Het afleggen van rekening en verantwoording geschiedt in de vorm van een inhoudelijk en een financieel verslag. Het financiële verslag wordt voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de accountant tevens een uitspraak doet over de rechtmatigheid van de gemaakte uitgaven.

3. Het inhoudelijke verslag over het studiejaar ontvangt de minister van de Nuffic jaarlijks vóór 1 april volgend op het studiejaar waarin subsidieverstrekking heeft plaatsgevonden. Hierbij zal ook het financiële verslag over het kalenderjaar worden opgenomen.

4. De minister ontvangt uiterlijk op 1 april 2009 een verslag van de Nuffic omtrent de uitvoering en de werking van deze regeling.

Paragraaf 5

Slotbepalingen

Artikel 15

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Libertas Noodfonds.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, S.M. Dekker.

Toelichting

Algemeen

Achtergrond

In een aantal gevallen is het de wens van de regering om studenten die in hun eigen land vanwege politieke redenen het studeren onmogelijk is gemaakt de mogelijkheid te bieden in Nederland, aan een Nederlandse instelling voor hoger onderwijs, hun studie te vervolgen en te voltooien. Het is in dit kader dat de voorliggende regeling is vastgesteld. Deze maakt het de Nederlandse overheid mogelijk om onder bijzondere omstandigheden mogelijke financiële belemmeringen voor de toegang tot het Nederlands hoger onderwijs weg te nemen of te verminderen. Het is niet mogelijk op voorhand eenduidige criteria op te stellen voor de landen en studenten waarvoor deze bijzondere omstandigheden van toepassing zijn. Derhalve zal per situatie de Nederlandse regering duidelijk moeten maken of deze regeling van toepassing is.

De regering staat echter niet alleen in de verantwoordelijkheden die zij op zich neemt door het treffen van deze regeling. Ook de Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs wordt verzocht hun bijdrage te leveren. Zo kan een student alleen maar subsidie krijgen als instellingen verklaren dat zij de inschrijving van de student accepteren, zorg dragen voor de huisvesting van de student indien de student dit niet zelf heeft gedaan, en het juridisch laagst mogelijke collegegeld van de student vragen. Indien aan deze voorwaarden is voldaan, draagt de overheid bij in een tegemoetkoming van het levensonderhoud, de reiskosten, de leges en medische verzekering van de student.

Doel

Deze regeling maakt het mogelijk om studenten uit het buitenland die het studeren in hun land van herkomst vanwege politieke redenen onmogelijk is gemaakt of ernstig is belemmerd financiële ondersteuning te geven voor het volgen van hoger onderwijs in Nederland. Het Libertas Noodfonds is mondiaal gericht en toegankelijk voor studenten uit alle landen van de wereld, mits deze landen door de regering zijn aangewezen. Het gaat om studenten op het niveau van Bachelor- en Masteropleidingen. Het Libertas Noodfonds is er voor alle opleidingen die in het Croho zijn opgenomen, voor zover zij zijn geaccrediteerd, op basis van de toets nieuwe opleiding, accreditatie door de NVAO, of een overgangsrechtelijke accreditatie, mits is voldaan aan art. 1.18 WHW. De opleidingen moeten worden aangeboden door instellingen die de gedragscode hebben ondertekend en zijn opgenomen in het openbare register van de gedragscode dat wordt beheerd door de IB-Groep. Summerschools en vergelijkbare opleidingen, die niet zijn opgenomen in het Croho, vallen buiten het bereik van het Libertas Noodfonds.

Subsidieverstrekking aan buitenlandse studenten in het kader van deze regeling is in principe gericht op het behalen van een graad aan een Nederlandse instelling voor hoger onderwijs, waarbij het doen van onderzoek of het verrichten van een stage als een onderdeel van de studie is toegestaan.

Procedure

Aanvragen in het kader van de Regeling Libertas Noodfonds kunnen bij de Nuffic worden ingediend. Het adres van de Nuffic is:

Kortenaerkade 11, 2518 AX Den Haag

PO box 29777, 2502 LT The Hague, the Netherlands

Tel: +31 (0)70 – 426 02 60

Fax: +31 (0)70 – 426 03 99

E-mail: nuffic@nuffic.nl

WWW: http://www.nuffic.nl

Een buitenlandse student die in Nederland wil studeren en die in aanmerking wil komen voor een beurs dient daartoe een aanvraag in, die onder meer vergezeld gaat van een aanbevelingsbrief (of ‘instellingsakkoord’) van de instelling die de opleiding aanbiedt. De instelling verklaart in deze brief tevens dat zij het van de Nuffic te verkrijgen subsidiebedrag, verminderd met het collegegeld, aan de student over zal maken. Daarnaast verklaart de instelling zich bereid om na afloop van de periode waarop de beurs betrekking heeft, aan de Nuffic een overzicht te sturen van de door de student behaalde resultaten.

Het niet verder kunnen studeren in het land van herkomst is het belangrijkste criterium voor toekenning van de subsidie.

Grondvorm subsidieproces

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt de basis van het subsidieregime van deze regeling. Daarnaast zijn de bepalingen van de Wet overige OCenW-subsidies (WOOS) relevant. Laatstgenoemde wettelijke regeling vormt een uitwerking van en een aanvulling op de subsidietitel van de Awb. Dat betekent dat zowel de WOOS als de subsidietitel van de Awb van toepassing zijn op de subsidieverhoudingen die op grond van deze regeling tot stand komen.

Los van deze regeling is het proces van subsidieverstrekking in beginsel het volgende: eerst wordt een aanvraag tot subsidieverlening ingediend door degene die voor subsidie in aanmerking wil komen. Leidt deze aanvraag tot subsidieverlening, dan wordt een geldbedrag als voorschot beschikbaar gesteld en kunnen de te subsidiëren activiteiten worden verricht – uiteraard binnen het kader van de verplichtingen die bij de subsidieverlening zijn opgelegd. Zijn de activiteiten verricht, dan dient degene aan wie subsidie is verleend een aanvraag tot subsidievaststelling in. Als is vastgesteld dat de activiteit waarvoor de subsidie is bestemd daadwerkelijk en naar behoren heeft plaatsgevonden, vindt, na een aanvraag daartoe, de formele subsidievaststelling plaats.

De subsidievaststelling is in algemene zin geregeld in de Algemene wet bestuursrecht en de WOOS. Ook bij de subsidievaststelling is dus sprake van een zogenaamde gelaagde uitwerking: de hoofdregels liggen vast in de formele wet (de Awb en de WOOS), terwijl daarnaast in een subsidieregeling (slechts) nadere regels zijn opgenomen.

Onderhavig subsidieregime

Op de hierboven aangegeven grondvorm van het subsidieproces zijn variaties mogelijk. Zo kan subsidievaststelling onder bepaalde omstandigheden ook ambtshalve of vóór het verrichten van de te subsidiëren activiteiten plaatsvinden. In deze regeling is gekozen voor de laatstgenoemde constructie: indien de minister positief beslist op een aanvraag, valt het moment van verlening en vaststelling van de subsidie samen en kan de subsidie zodoende in een en dezelfde beschikking worden verstrekt. Om die reden wordt in deze regeling, daar waar het gaat om het gelijktijdige proces van verlening en vaststelling, telkens gesproken over verstrekking van subsidie. De keuze voor dit regime is ingegeven door de behoefte om het proces van subsidievertrekking voor de aanvrager zo eenvoudig mogelijk te houden en deze met zo min mogelijk administratieve lasten te confronteren. Gelet ook op de aard van subsidieverstrekking op grond van deze regeling, kan van de doelgroep immers redelijkerwijs niet worden gevergd dat deze de bescheiden opstelt die bij een (reguliere) aanvraag tot vaststelling moeten worden ingediend. Zo volgt uit de WOOS, in samenhang bezien met de Awb, dat een aanvraag tot subsidievaststelling in ieder geval een financiële verantwoording en een activiteitenverslag omvat. Het activiteitenverslag dient bovendien de aard en omvang te beschrijven van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend alsmede een vergelijking te bevatten tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op eventuele verschillen daartussen.

De systematiek van voorafgaande vaststelling waar deze regeling in voorziet, laat overigens onverlet dat aan de subsidieverstrekking een aantal verantwoordingsvoorwaarden is verbonden. Leeft de subsidieontvanger deze niet na, dan kan de minister besluiten om reeds uitbetaalde subsidiegelden op grond van de subsidiebepalingen in de Awb terug te vorderen. Tot slot zij opgemerkt dat deze regeling geheel los staat van het stelsel van studiefinanciering.

Artikelsgewijs

Artikel 5

Algemeen

De hoogte van de subsidie wordt vastgesteld per studiejaar. Dit betekent dat de hoogte van het bedrag als tegemoetkoming in het collegegeld, de kosten voor levensonderhoud, de kosten voor de ziektekostenverzekering of de leges ook wordt bepaald voor het gehele studiejaar. De minister kan, indien de begroting die bij de aanvraag vergezeld gaat, daartoe aanleiding geeft, de subsidie overigens op een lager bedrag bepalen dan door de aanvrager is aangevraagd.

Onderdeel c

Kosten voor huisvesting vallen onder de kosten voor levensonderhoud.

Artikel 6

Gelet op artikel 4:43 van de Algemene wet bestuursrecht en het subsidieregime waar deze regeling in voorziet, bevat de beschikking tot subsidievaststelling – in het kader van deze regeling gaat het dan om subsidieverstrekking – een aanduiding van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt.

Artikel 7

De instellingen treden in het kader van deze regeling niet als subsidieaanvrager. Nadat aan een inkomende student subsidie is verstrekt, zal het daarmee gemoeide bedrag echter wel via de instelling aan de aanvrager worden betaald. Voor de subsidieverstrekker vormt dit een redelijke waarborg dat de middelen worden aangewend voor het doel waarvoor deze zijn bestemd. De betalingsverhouding tussen de aanvrager en de instelling wordt daarnaast geregeld door de ten behoeve van de aanvraag opgestelde verklaring van de ontvangende instelling.

Artikel 8

Het begrotingsvoorbehoud houdt in dat op de subsidieverstrekking wijzigingen moeten worden aangebracht als de begrotingswetgever onvoldoende gelden ter beschikking heeft gesteld.

Artikel 10

De taken in het kader van deze regeling voert de Nuffic uit in de hoedanigheid van uitvoeringsorganisatie.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

S.M. Dekker

Naar boven