De Minister van Economische Zaken,
Procesverloop
- A en G van den Bosch B.V. (hierna te noemen AG) heeft op 5 december
2005 een aanvraag ingediend om een opsporingsvergunning ingevolge artikel
6 van de Mijnbouwwet (Stb. 2002, 542) voor de opsporing van aardwarmte voor
de duur van 5 jaar in het gebied Bleiswijk met een omvang van 9 km2
gelegen in de gemeenten Berkel en Rodenrijs, Bergschenhoek en Bleiswijk;
- naar aanleiding van de onderhavige aanvraag is in de Staatscourant
van 19 december 2005, nr. 246, een uitnodiging geplaatst voor het indienen
van concurrerende aanvragen om een opsporingsvergunning voor aardwarmte;
- binnen de periode van dertien weken na plaatsing van bovenbedoelde
uitnodiging in de Staatscourant is geen andere aanvraag om een opsporingsvergunning
voor aardwarmte in het gebied Bleiswijk ontvangen;
- TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep Economische Zaken (hierna te
noemen TNO) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken per brief
gedateerd 1 juni 2006 advies uitgebracht. Staatstoezicht op de mijnen (hierna
te noemen Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken per
brief gedateerd 11 mei 2006 advies uitgebracht;
- het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland
heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken per brief gedateerd
21 juni 2006 advies uitgebracht met kenmerk DGWM/2006/7798;
- de Mijnraad heeft op 3 juli 2006 op basis van artikel 105, derde
lid, van de Mijnbouwwet advies uitgebracht met kenmerk MIJR/6047763.
Overwegingen:
- voor het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt aangevraagd
zijn geen opsporings- of opslagvergunningen voor aardwarmte in werking. Het
bedoelde gebied ligt in het gebied van de winningsvergunning Rijswijk van
de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.;
- Sodm adviseert een voorschrift op te nemen voor om op permanente
basis een contactpersoon met de vereiste boortechnische en operationele ervaring
beschikbaar te stellen;
- De technische en financiële mogelijkheden van de aanvrager,
noch de wijze waarop de aanvrager voornemens is de opsporing in het gebied
Bleiswijk te verrichten, geven aanleiding tot het weigeren van de gevraagde
vergunning. Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland maken in hun
advies een opmerking over de wijze van verlating van boorgaten, indien deze
niet gebruikt worden voor de winning van aardwarmte. Hierover zijn regels
gesteld in het Mijnbouwbesluit, afdeling 3.5 (artikel 67 e.v.). Sodm is van
deze opmerking op de hoogte gesteld. Verder hebben Gedeputeerde Staten geen
opmerkingen;
- De Mijnraad adviseert de Minister van Economische Zaken de opsporingsvergunning
in overeenstemming met het ingediende werkprogramma te verlenen aan AG.
Gelet op:
- De artikelen 6, 7, 9, 11, 12, 15, 17, eerste lid, en 105, derde
lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.7 van de Mijnbouwregeling.
Besluit:
Artikel 1
Aan A en G van den Bosch B.V. wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte
verleend.
Artikel 2
De vergunning geldt voor het gebied Bleiswijk dat wordt begrensd door
de volgende punten met de coördinaten:
| | X | Y |
1. | 449 200,00 | 92 200,00 |
2. | 447 700,00 | 96 500,00 |
3. | 445 600,00 | 95 900,00 |
4. | 447 200,00 | 91 400,00 |
Bovenstaande coördinaten zijn weergegeven volgens het coördinatenstelsel
van de Rijksdriehoekmeting zoals vermeld in artikel 1.2.2, onder a, van de
Mijnbouwregeling.
Artikel 3
De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel
uitmaakt van zijn op 5 december 2005 ingediende aanvraag.
Artikel 4
De vergunninghouder stelt een contactpersoon aan met boortechnische en/
of operationele kwaliteiten.
Artikel 5
De vergunning geldt 5 jaren, nadat zij onherroepelijk is geworden.
Artikel 6
De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de
beschikking is bekendgemaakt.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.
Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit
is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd
bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving
en Juridische Zaken (ALP: L/1410), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage.
Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.