Wijziging aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van de SZW wetgeving

Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 juli 2006, nr. ARBO/P&G/2006/50606, tot wijziging van de aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van de SZW wetgeving

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op artikel 24, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;

Besluiten:

Artikel I

In de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van de SZW wetgeving wordt na paragraaf 7 een paragraaf met opschrift ingevoegd, luidende:

§ 8

Voedsel en Waren Autoriteit

Aanwijzing toezichthouders

Artikel 8.1

De ambtenaren van de Voedsel en Waren Autoriteit, bedoeld in artikel 1 van de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren Voedsel en Waren Autoriteit belast met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens de Warenwet en de bij of krachtens de Vleeskeuringswet gestelde voorschriften zijn mede belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Arbeidsomstandighedenwet 1998, met betrekking tot arbeid verricht in verband met het in bedrijf nemen en houden van een waterinstallatie die water in äerosolvorm in de lucht kan brengen niet zijnde een collectieve watervoorziening als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, of een collectief leidingnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Waterleidingwet.

Aanwijzing ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken

Artikel 8.2

De ambtenaren, bedoeld in artikel 8.1 worden voor de in artikel 8.1 bedoelde arbeid aangewezen als ambtenaar, bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998: de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, en 29, vierde lid.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 7 juli 2006.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, H.A.L. van Hoof.De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P. Veerman.

Toelichting

Met de onderhavige wijzigingsregeling worden aan de Voedsel en Waren Autoriteit (hierna: VWA) enige toezichthoudende bevoegdheden toegekend. Deze bevoegdheden hebben betrekking op arbeid verricht in verband met het in bedrijf nemen en houden van een waterinstallatie die water in äerosolvorm in de lucht kan brengen niet zijnde een collectieve watervoorziening als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, of een collectief leidingnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder h, van de Waterleidingwet. Hierbij gaat het om werkzaamheden waarbij blootstelling aan legionellabacteriën mogelijk is. Het toezicht ziet mede op aanbouw of verbouwing, reparatie en onderhoud, reinigingswerkzaamheden en het slopen.

Het is primair aan de ambtenaren van de Arbeidsinspectie om toezicht te houden op de naleving van de voorschriften van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 (hierna: Arbowet 98) ten aanzien van de bescherming van de werknemers tegen blootstelling aan biologische agentia. Biologische agentia kunnen voorkomen in waterinstallaties. Daarbij moet in het licht van deze aanwijzing gedacht worden aan onder andere watervernevelende installaties, zoals fonteinen en andere sierwaterwerken in bijvoorbeeld restaurants, winkels en tuincentra. Deze installaties kunnen bij inadequaat onderhoud een bron van legionellabesmetting voor zowel werknemers als bezoekers vormen. Het aantal werknemers dat op deze locaties kan worden blootgesteld aan eventuele waternevels uit deze installaties, is veelal gering ten opzichte van het aantal bezoekers (algemeen publiek, waaronder ook voor legionella kwetsbare groepen). Gelet op het feit dat dit type bedrijven reeds om andere redenen, bijvoorbeeld ingevolge de Warenwet, frequent wordt bezocht door de toezichthouders van de VWS, is het efficiënt om de VWA bevoegdheden voor het toezicht op deze installaties toe te kennen.

De betreffende bevoegdheden zijn mede opgedragen aan inspecteurs bij de VWA. Dit betekent dat ook de ambtenaren van de Arbeidsinspectie bevoegd zijn en blijven op dit werkterrein. Om overlap van beide diensten te voorkomen worden werkafspraken voorbereid met betrekking tot het toezicht op de naleving van de Arbowet 98 en de daarop berustende bepalingen, met betrekking tot arbeid verricht bij het in bedrijf nemen en houden van een waterinstallatie als bedoeld in deze regeling. Deze werkafspraken omvatten ook de programmering van toezichtactiviteiten en informatiestromen over de bevindingen.

De VWA wordt met betrekking tot deze arbeid niet alleen mede belast met het toezicht, maar op grond van het nieuwe artikel 8.2 ook met enkele uitvoeringsaspecten. In dit kader worden de aangewezen inspecteurs van de VWA enige bestuursrechtelijke bevoegdheden toegekend, zoals de bevoegdheid tot het stellen van een eis tot naleving (artikel 27, eerste lid, van de Arbowet 98) en de bevoegdheid tot stillegging van het werk (artikel 28, eerste lid, van de Arbowet 98).

In verband met het sanctie-instrument van de bestuurlijke boete in de Arbowet 98 zij er nog op gewezen dat de taak van de VWA zich op grond van te maken werkafspraken zal beperken tot het opstellen van een rapport van bevindingen. Hierbij gaat het om een signaleringsfunctie. Het officiële handhavingstraject (te beginnen met de waarschuwing, eventueel gevolgd door het boeterapport, bedoeld in artikel 36 van de Arbowet 98) blijft plaatsvinden bij de Arbeidsinspectie. Ook de eventuele bestuurlijke boete op grond van artikel 37 van de Arbowet 98, zal namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden opgelegd door de daartoe aangewezen ambtenaar van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (de directeur Inspectieondersteuning).

Wat betreft het stellen van een eis geldt dat als de werkgever het niet met de beschikking eens is, deze op grond van artikel 31 van de Arbowet 98 administratief beroep kan instellen bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Aangaande de stillegging bij ernstig gevaar (artikel 28) vindt de schriftelijke bevestiging door de Arbeidsinspectie plaats.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H.A.L. van Hoof

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C.P. Veerman

Naar boven