22 juni 2006
Nr. MLA/0622006
Militaire Luchtvaart Autoriteit
De Staatssecretaris van Defensie,
Gelet op artikel 45, vijfde en zesde lid, van het Luchtverkeersreglement;
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat;
Besluit:
Artikel 1
Aan de gezagvoerders van de luchtvaartuigen die deelnemen aan de luchtparade
(flyby) op 29 juni 2006 ter gelegenheid van de Nederlandse Veteranendag wordt
ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onderdeel
a, van het Luchtverkeersreglement om een VFR-vlucht uit te voeren beneden
de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie-
en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende
de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de MilAIP.
Artikel 2
Aan de ontheffing zijn de volgende voorwaarden verbonden:
a. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten
bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen,
bedraagt voor:
1°. helikopters: 700 voet;
2°. PC-7: 1000 voet;
3°. Spitfire, B-25, Harvard en Beech-18: 1000 voet;
4°. F-16’s: 1200 voet;
5°. F50/F60, Gulfstream, KDC10 en C-130: 1500 voet,
boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 150 meter van
het luchtvaartuig;
b. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen
dat:
1°. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;
2°. in geval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden
zoveel mogelijk wordt beperkt;
c. de gezagvoerders stellen zich van tevoren op de hoogte met betrekking
tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;
d. te allen tijde dienen de vliegers in een zodanige combinatie van hoogte
en snelheid te vliegen dat zij in staat zijn om, in geval van een motorstoring,
de bebouwing zonder hoogteverlies te verlaten.
Artikel 3
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt op
30 juni 2006.
Deze beschikking zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst
en zal tevens bekend worden gemaakt door middel van een NOTAM.
Tegen deze beschikking kan bezwaar worden ingesteld bij de Minister van
Defensie, door middel van een bezwaarschrift, dat binnen zes weken na inwerkingtreding
van deze beschikking bij de Minister van Defensie (Postbus 20701, 2500 ES ’s-Gravenhage)
moet worden ingediend.
Sinds 2005 wordt jaarlijks op 29 juni stilgestaan bij de prestaties en
het werk van de veteranen. Onderdeel van deze zogenaamde Nederlandse Veteranendag
in Den Haag vormt een luchtparade (flyby) waarbij met een diverse luchtvaartuigen
over een deel van de Haagse binnenstad wordt gevlogen.
In artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement is het verbod
opgenomen een VFR-vlucht uit te voeren beneden minimumvlieghoogtes. Op basis
van artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement kan ontheffing
worden verleend van dit verbod. Met deze beschikking wordt de voorwaarde dat
de minimumvlieghoogte plaats dient te vinden boven de hoogste hindernis binnen
een afstand van 600 meter van het luchtvaartuig nader ingevuld. Voornoemde
afstand van 600 meter wordt met deze beschikking teruggebracht naar 150 meter.
De minimumvlieghoogtes die gelden voor militaire luchtvaartuigen op grond
van het luchtverkeersreglement en de regeling VFR-nachtvluchten en minimum
vlieghoogten blijven onverkort van toepassing.