Wijziging Tijdelijke regeling gebieden klassieke varkenspest 2006 (vervoer van varkensmest uit buffergebied)
Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 9 juni 2006, nr. TRCJZ/2006/1802, houdende een wijziging van de Tijdelijke regeling gebieden klassieke varkenspest 2006 (vervoer van varkensmest uit buffergebied)
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op artikel 10 van Richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (PbEG L 224);
Gelet op de artikelen 17, 30 en 31 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
Besluit:
Artikel I
De Tijdelijke regeling gebieden klassieke varkenspest 20061 wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 5i wordt na het derde lid een lid toegevoegd, luidende:
4. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing op mest van varkens afkomstig van een varkenshouderij waar varkens worden gehouden indien:
a. het vervoer rechtstreeks plaatsvindt naar een bedrijf binnen Nederland, niet zijnde een varkenshouderij of een bedrijf gelegen in het gebied, bedoeld in bijlage 1;
b. een dierenarts de varkens op het bedrijf van waar de mest buiten het gebied gebracht wordt ten hoogste tien dagen voor vervoer van de mest serologisch heeft onderzocht overeenkomstig bijlage 4 en ten hoogste 24 uur voor vervoer klinisch heeft onderzocht overeenkomstig bijlage 3;
c. de dierenarts de varkenshouder een verklaring heeft overgelegd op grond van het in onderdeel b genoemde onderzoek en de houder de verklaring bewaart op zijn bedrijf;
d. het vervoermiddel waarmee de mest wordt vervoerd bij het verlaten van de plaats van lading wordt gereinigd en ontsmet overeenkomstig een door de Inspecteur Generaal van de VWA goedgekeurd protocol dat is gepubliceerd op www.vwa.nl, en
e. de mest tijdens het vervoer per vervoermiddel vergezeld gaat van een kopie van de in onderdeel c bedoelde verklaring, alsmede van de laboratoriumuitslag van het in onderdeel b bedoelde serologische onderzoek.
B
In het opschrift boven bijlage 3 wordt na ‘5c, tweede lid, onderdeel b’ toegevoegd: en 5i, vierde lid, onderdeel b.
C
Het opschrift boven bijlage 4 wordt vervangen door: Bijlage behorende bij de artikelen 5c, tweede lid, onderdeel b en 5i, vierde lid, onderdeel b.
Artikel II
Deze regeling wordt aan de media bekendgemaakt en treedt 9 juni 2006 om 15.00 uur in werking.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Den Haag, 9 juni 2006.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
overeenkomstig het door de minister genomen besluit,
de Directeur-Generaal, R.M. Bergkamp.
Toelichting
In de Duitse deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen is op 9 mei 2006 een uitbraak van klassieke varkenspest (hierna: KVP) bevestigd op een varkenshouderij in de nabijheid van de Nederlandse grens. Hierdoor is het toezichtsgebied dat in een straal van 10 kilometer om de uitbraak is gelegen voor een gedeelte op Nederlands grondgebied komen te liggen. Als voorzorgsmaatregel is op 11 mei 2006 tevens een buffergebied vastgesteld. De respectieve gebiedsomschrijvingen alsmede de in de gebieden geldende maatregelen zijn opgenomen in de Tijdelijke regeling gebieden klassieke varkenspest 2006 (hierna: de regeling).
Steeds meer mestkelders op bedrijven met varkens In het buffergebied raken vol, terwijl ook centrale opslagen voor mest in het buffergebied geen opslagruimte meer hebben. Dit probleem is het gevolg van het verbod om varkensmest afkomstig uit het buffergebied te vervoeren en aan te wenden buiten dat gebied. Gelet hierop wordt op grond van deze wijzigingsregeling de afvoer van varkensmest uit het buffergebied toegestaan onder dezelfde voorwaarden als bij het vervoer van varkens uit het buffergebied.
Het vervoer van de varkensmest vindt rechtstreeks plaats naar een bedrijf binnen Nederland, niet zijnde een varkenshouderij of een bedrijf gelegen in het toezichtsgebied. De varkensmest is afkomstig van varkenshouderijen waarvan de varkens voordien klinisch en serologisch zijn getest, waarbij niet is gebleken dat het varkenspestvirus aanwezig is op de betreffende varkenshouderij. Een kopie van de uitslag van het serologische onderzoek, alsmede de verklaring van de dierenarts dat er geen klinische verschijnselen van varkenspest op het bedrijf zijn aangetroffen vergezellen de varkensmest op elk vervoermiddel tijdens het vervoer. Verder dient men de nodige reinigings- en ontsmettingshandelingen uit te voeren.
Bij het vervoer van de varkensmest uit het buffergebied op grond van de regeling moet als vanzelfsprekend worden voldaan aan de verplichtingen bij of krachtens de Meststoffenwet. Dit betekent onder meer dat de mestmonsters die voorafgaand aan het hierboven bedoelde transport van varkensmest zijn gewonnen tevens naar buiten het buffergebied kunnen worden vervoerd. Tevens dient, zoals altijd vereist, tijdens het vervoer op elk vervoermiddel het vervoersbewijs meststoffen aanwezig te zijn.
Het vervoer van varkensmest uit leegstaande varkenshouderijen en mestopslagplaatsen in het buffergebied naar buiten het buffergebied blijft verboden.
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
overeenkomstig het door de minister genomen besluit,
de Directeur-Generaal,
R.M. Bergkamp