Wijziging Warenwetregeling procedures registratie en erkenning van levensmiddelenbedrijven
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 6 juni 2006, nr. VGP/VV 2688141, houdende wijziging van de Warenwetregeling procedures registratie en erkenning van levensmiddelenbedrijven
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op de artikelen 3, vierde lid, en 10, van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen;
Besluit:
Artikel I
Artikel 3, eerste lid, van de Warenwetregeling procedures registratie en erkenning van levensmiddelenbedrijven1 komt te luiden:
1. De exploitant van een levensmiddelenbedrijf wordt geacht voldaan te hebben aan artikel 2 voor zover ten aanzien van een inrichting de in artikel 2 bedoelde informatie bekend is bij:
a. het Hoofdbedrijfschap Detailhandel;
b. het Hoofdbedrijfschap Ambachten;
c. het Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel Groenten en Fruit;
d. het Bedrijfschap Horeca en Catering;
e. de Productschappen Vee, Vlees en Eieren;
f. het Productschap Vis;
g. de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie;
h. de Vereniging Nederlandse Cateringorganisaties;
i. de Stichting Centraal Orgaan voor Kwaliteitsaangelegenheden in de Zuivel;
j. voor zover het een gezondheidsinstelling betreft, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
k. voor zover het een onderwijsinstelling betreft, het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; of
l. voor zover het een agrarische onderneming betreft, het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Artikel II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.F. Hoogervorst.
Toelichting
In de Warenwetregeling procedures registratie en erkenning van levensmiddelenbedrijven is beschreven op welke wijze levensmiddelenbedrijven1 kunnen voldoen aan de verplichting tot registratie bij de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) of erkenning. Bedrijven waarvan de verplichte informatie bekend is bij een in artikel 3, eerste lid, van die regeling bedoelde organisatie, worden geacht voldaan te hebben aan de verplichting tot registratie.
Bij de inwerkingtreding van de Warenwetregeling procedures registratie en erkenning van levensmiddelenbedrijven waren in artikel 3, eerste lid, slechts vermeld het Hoofdbedrijfschap Detailhandel en het Hoofdbedrijfschap Ambachten. Inmiddels is deze lijst uitgebreid met zeven andere organisaties en drie ministeries. Deze organisaties en ministeries dienden te worden toegevoegd aan artikel 3, eerste lid (onder c tot en met l). Deze regeling zorgt daarvoor. Als gevolg hiervan hoeven vrijwel geen levensmiddelenbedrijven zich nog apart te laten registeren bij de VWA.
Bij de inwerkingtreding van de Warenwetregeling procedures registratie en erkenning van levensmiddelenbedrijven werden de door die regeling veroorzaakte totale administratieve lasten voor het bedrijfsleven voor de jaren 2007 en daarna, geschat op € 75.000,– per jaar. Door deze regeling dalen deze lasten tot vrijwel nihil.
Deze regeling leidt niet tot administratieve lasten voor de burger.
De ontwerpregeling is voorgelegd aan de Adviescommissie toetsing administratieve lasten (Actal). Dat college heeft de ontwerpregeling evenwel niet geselecteerd voor een toets op de gevolgen voor de administratieve lasten.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst